63 Al-Monaafiqoen (De hypocrieten)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِذَا جَآءَکَ الۡمُنٰفِقُوۡنَ قَالُوۡا نَشۡہَدُ اِنَّکَ لَرَسُوۡلُ اللّٰہِ ۘ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ اِنَّکَ لَرَسُوۡلُہٗ ؕ وَ اللّٰہُ یَشۡہَدُ اِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ لَکٰذِبُوۡنَ ۚ﴿۱﴾
Izaa djaaa'akal moenaafieqoena qaaloe nashhadoe iennaka la rasoeloel laah; wallaahoe ya'lamoe iennaka la rasoeloehoe wallaahoe yashhadoe iennal moenaafieqieena lakaazieboen
63:1 Wanneer de hypocrieten naar jou (Mohammed v.z.m.h.) toekomen, dan zeggen ze: "Wij getuigen dat jij zonder twijfel de boodschapper van Allah bent." Allah weet dat jij zonder enige twijfel Zijn boodschapper bent en Allah getuigt dat de hypocrieten liegen.

اِتَّخَذُوۡۤا اَیۡمَانَہُمۡ جُنَّۃً فَصَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ اِنَّہُمۡ سَآءَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲﴾
Ittaghazoe aymaanahoem djoennatan fasaddoe 'an sabieeliel laah; iennahoem saaa'a maa kaanoe ya'maloen
63:2 Ze nemen hun eden (plechtige beloftes) als een bedekking (voor hun slechte daden) om (anderen) van de weg van Allah af te keren. Zonder twijfel, zeer slecht is wat ze doen. (Notitie: zie ook 58:16)

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا فَطُبِعَ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَہُمۡ لَا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۳﴾
Zaalieka bie annahoem aamanoe soemma kafaroe fatoebie'a 'alaa qoeloebiehiem fahoem laa yafqahoen
63:3 Ze doen dit omdat ze geloofden en vervolgens niet meer geloofden, zodat hun harten werden verzegeld. Daarom begrijpen ze (de openbaring) niet. (Notitie: Spiritueel en intellectueel zijn ze dus dood.)

وَ اِذَا رَاَیۡتَہُمۡ تُعۡجِبُکَ اَجۡسَامُہُمۡ ؕ وَ اِنۡ یَّقُوۡلُوۡا تَسۡمَعۡ لِقَوۡلِہِمۡ ؕ کَاَنَّہُمۡ خُشُبٌ مُّسَنَّدَۃٌ ؕ یَحۡسَبُوۡنَ کُلَّ صَیۡحَۃٍ عَلَیۡہِمۡ ؕ ہُمُ الۡعَدُوُّ فَاحۡذَرۡہُمۡ ؕ قٰتَلَہُمُ اللّٰہُ ۫ اَنّٰی یُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۴﴾
Wa iezaa ra aytahoem toe'djieboeka adjsaamoehoem wa iey yaqoeloe tasma' lieqawliehiem ka'annahoem ghoeshoeboem moesannadah; yahsaboena koella saihatien 'alaihiem; hoemoel 'adoewwoe fahzarhoem; qaatalahoemoel laahoe annaa yoe'fakoen
63:4 Wanneer je naar ze kijkt, dan maakt hun uiterlijk indruk op je. En als ze spreken dan luister je naar hen. (Echter,) ze zijn als holle planken die leunen. Ze denken dat elke geroep tegen hen gericht is. Zij zijn de vijanden, dus behoed jezelf voor hen. Moge Allah hen vernietigen, (zie) hoe misleid ze zijn! (Notitie: Allah vergelijkt de hypocrieten, als holle planken. Ze zijn van binnen spiritueel en intellectueel leeg. Ze kunnen geen gewicht dragen net zoals holle planken en zullen dus nooit de daad bij het woord voegen, maar altijd uitwijken of vluchten.)

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ تَعَالَوۡا یَسۡتَغۡفِرۡ لَکُمۡ رَسُوۡلُ اللّٰہِ لَوَّوۡا رُءُوۡسَہُمۡ وَ رَاَیۡتَہُمۡ یَصُدُّوۡنَ وَ ہُمۡ مُّسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۵﴾
Wa iezaa qieela lahoem ta'aalaw yastaghfier lakoem rasoeloel laahie lawwaw roe'oe sahoem wa ra aytahoem yasoeddoena wa hoem moestakbieroen
63:5 En wanneer er tegen hen wordt gezegd: "Kom, de boodschapper van Allah zal vergiffenis voor jullie vragen", dan kijken ze de andere kant op en keren ze zich in hoogmoed van jullie af.

سَوَآءٌ عَلَیۡہِمۡ اَسۡتَغۡفَرۡتَ لَہُمۡ اَمۡ لَمۡ تَسۡتَغۡفِرۡ لَہُمۡ ؕ لَنۡ یَّغۡفِرَ اللّٰہُ لَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۶﴾
Sawaaa'oen 'alaihiem as taghfarta lahoem am lam tastaghfier lahoem lay yaghfieral laahoe lahoem; iennal laaha laa yahdiel qawmal faasieqieen
63:6 Het maakt niet uit of je vergiffenis voor hen vraagt of niet. Nooit zal Allah hen vergeven. Allah leidt de provocerende ongehoorzame volk niet.

ہُمُ الَّذِیۡنَ یَقُوۡلُوۡنَ لَا تُنۡفِقُوۡا عَلٰی مَنۡ عِنۡدَ رَسُوۡلِ اللّٰہِ حَتّٰی یَنۡفَضُّوۡا ؕ وَ لِلّٰہِ خَزَآئِنُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ لٰکِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ لَا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۷﴾
Hoemoel lazieena yaqoeloena laa toenfieqoe 'alaa man ienda Rasoeliel laahie hatta yanfaddoe; wa liellaahie ghazaaa' ienoes samaawaatie wal ardie wa laakiennal moenaafieqieena la yafqahoen
63:7 Zij zijn degenen die zeggen: "Geef niks aan degenen die met de boodschapper van Allah zijn (de emigranten), totdat ze hem verlaten (en weggaan)." De schatten van de hemelen en de aarde behoren aan Allah toe, maar de hypocrieten begrijpen het niet.

یَقُوۡلُوۡنَ لَئِنۡ رَّجَعۡنَاۤ اِلَی الۡمَدِیۡنَۃِ لَیُخۡرِجَنَّ الۡاَعَزُّ مِنۡہَا الۡاَذَلَّ ؕ وَ لِلّٰہِ الۡعِزَّۃُ وَ لِرَسُوۡلِہٖ وَ لِلۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ لٰکِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ٪﴿۸﴾
Yaqoeloena la'ier radja'naaa ielal madieenatie la yoeghriedjannal a'azzoe mienhal azall; wa liellaahiel 'iezzatoe wa lie Rasoeliehiee wa lielmoe'mienieena wa laakiennal moenaafieqieena laa ya'lamoen
63:8 Ze zeggen (onderling): "Als wij naar Madinah terugkeren (van een expeditie), dan zullen de mensen met eer, de minderwaardige eruit verdrijven." Maar de eer is voor Allah, Zijn boodschapper en voor de gelovigen. Echter, de hypocrieten weten het niet.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تُلۡہِکُمۡ اَمۡوَالُکُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُکُمۡ عَنۡ ذِکۡرِ اللّٰہِ ۚ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۹﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe la toelhiekoem amwaaloekoem wa laa awlaadoekoem 'anziekriel laah; wa mai-yaf'al zaalieka fa-oelaaa'ieka hoemoel ghaasieroen
63:9 O gelovigen, laat jullie rijkdommen en jullie kinderen jullie niet afleiden van het gedenken aan Allah. En wie dat (toch) doet, weet dan dat degenen zijn die verliezen.

وَ اَنۡفِقُوۡا مِنۡ مَّا رَزَقۡنٰکُمۡ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَ اَحَدَکُمُ الۡمَوۡتُ فَیَقُوۡلَ رَبِّ لَوۡ لَاۤ اَخَّرۡتَنِیۡۤ اِلٰۤی اَجَلٍ قَرِیۡبٍ ۙ فَاَصَّدَّقَ وَ اَکُنۡ مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۰۱﴾
Wa anfieqoe miem maa razaqnaakoem mien qablie any-ya'tieya ahadakoemoel mawtoe fa yaqoela rabbie law laaa aghghartanieee ielaaa adjalien qarieebien fa assaddaqa wa akoem mienassaaliehieen
63:10 Geef uit van datgeen waarmee Wij jullie voorzien van hebben, voordat de dood één van jullie treft en hij zegt: "Mijn Heer, waarom geeft U mij geen klein beetje uitstel, zodat ik giften kan geven en onder de rechtvaardigen kan zijn?"

وَ لَنۡ یُّؤَخِّرَ اللّٰہُ نَفۡسًا اِذَا جَآءَ اَجَلُہَا ؕ وَ اللّٰہُ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa lay yoe 'aghghieral laahoe nafsan iezaa djaaa'a adjaloehaa; wallaahoe ghabieeroem biemaa ta'maloen
63:11 Nooit zal Allah een "Nafs" (persoon, ego, eigen ik) uitstel geven, wanneer zijn tijd is gekomen. Allah is volledig bewust van wat jullie doen.


www.heiligekoran.nl