48 Al-Fat'h
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِنَّا فَتَحۡنَا لَکَ فَتۡحًا مُّبِیۡنًا ۙ﴿۱﴾
Innaa fatahnaa laka Fatham Moebieenaa
48:1 Wij hebben jou (Mohammed v.z.m.h.) de overwinning gegeven, een duidelijke overwinning.

لِّیَغۡفِرَ لَکَ اللّٰہُ مَا تَقَدَّمَ مِنۡ ذَنۡۢبِکَ وَ مَا تَاَخَّرَ وَ یُتِمَّ نِعۡمَتَہٗ عَلَیۡکَ وَ یَہۡدِیَکَ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ۙ﴿۲﴾
Lieyaghfiera lakal laahoe maa taqaddama mien zanbieka wa maa ta aghghara wa yoetiemma nie'matahoe 'alaika wa yahdieyaka sieraatan moestaqieema
48:2 (De ultieme overwinning,) dat Allah voor jou (Mohammed v.z.m.h.), jouw zonden die begaan zijn en die zullen komen vergeeft. En dat Hij Zijn gunsten voor jou vervolmaakt en dat Hij jou leidt naar een recht pad.

وَّ یَنۡصُرَکَ اللّٰہُ نَصۡرًا عَزِیۡزًا ﴿۳﴾
Wa yansoerakal laahoe nasran 'azieezaa
48:3 En (de gunst) dat Allah jou een majestueuze overwinning schenkt. (Notitie: hier wordt gerefereerd naar het verdrag van Hoedaibiya, zie 48:24. Gedurende deze vredesverdrag zijn er veel ongelovigen van Mekka tot de Islam bekeert. Hoedaibiya werd in de eerste instantie niet als een overwinning gezien. Echter in deze Soerah, wordt bevestigd dat het verdrag van Hoedaibiya een overwinning is.)

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ السَّکِیۡنَۃَ فِیۡ قُلُوۡبِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ لِیَزۡدَادُوۡۤا اِیۡمَانًا مَّعَ اِیۡمَانِہِمۡ ؕ وَ لِلّٰہِ جُنُوۡدُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ۙ﴿۴﴾
Hoewal lazieee anzalas sakieenata fiee qoeloebiel moe'mienieena lieyazdaadoeo ieemaanamma'a ieemaaniehiem; wa liellaahie djoenoedoes samawaatie wal ard; wa kaanal laahoe 'Alieeman Hakieemaa
48:4 Hij is Degene Die rust in de harten van de gelovigen doet neerdalen, zodat hun Imaan (geloofsovertuiging) groter wordt. (Weet dat) de leger (van engelen) in de hemelen en op de aarde aan Allah toebehoort. Allah is Al-Aliem (Al-wetend), Al-Hakiem (AL-Wijs).

لِّیُدۡخِلَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتِ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا وَ یُکَفِّرَ عَنۡہُمۡ سَیِّاٰتِہِمۡ ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عِنۡدَ اللّٰہِ فَوۡزًا عَظِیۡمًا ۙ﴿۵﴾
Lieyoedghielal moe'mienieena walmoe'mienaatie djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaa wa yoekaffiera 'anhoem saiyie aatiehiem; wa kaana zaalieka 'iendal laahie fawzan 'azieemaa
48:5 Hij laat de gelovige mannen en vrouwen tot het paradijs toe, waar onder rivieren stromen, eeuwig verblijfend erin en verwijdert hun slechte daden. Dat is bij Allah een groot succes.

وَّ یُعَذِّبَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ وَ الۡمُنٰفِقٰتِ وَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ وَ الۡمُشۡرِکٰتِ الظَّآنِّیۡنَ بِاللّٰہِ ظَنَّ السَّوۡءِ ؕ عَلَیۡہِمۡ دَآئِرَۃُ السَّوۡءِ ۚ وَ غَضِبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ وَ لَعَنَہُمۡ وَ اَعَدَّ لَہُمۡ جَہَنَّمَ ؕ وَ سَآءَتۡ مَصِیۡرًا ﴿۶﴾
Wa yoe'azziebal moenaafieqieena walmoenaafieqaatie wal moeshriekieena walmoeshriekaatiez zaaannieena biellaahie zannas saw'; 'alaihiem daaa'ieratoes saw'ie wa ghadiebal laahoe 'alaihiem wa la'anahoem wa a'adda lahoem djahannama wa saaa' at masieeraa
48:6 En dat Hij de hypocrieten en de goden aanbidders, zowel man als vrouw, kan straffen. Dat zijn degene die slecht over Allah dachten. Op hen wordt het kwaad en Allah's woede gekeerd. Hij heeft hen vervloekt (uitgesloten van Zijn barmhartigheid) en de hel voor hen voorbereid. Zeer ellendig is de bestemming.

وَ لِلّٰہِ جُنُوۡدُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۷﴾
Wa liellaahie djoenoedoes samaawaatie wal ard; wa kaanal laahoe 'azieezan hakieema
48:7 Aan Allah behoort het (engelen) leger van de hemelen en de aarde. Allah is Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ شَاہِدًا وَّ مُبَشِّرًا وَّ نَذِیۡرًا ۙ﴿۸﴾
Innaaa arsalnaaka shaahie daw wa moebashshieraw wa nazieera
48:8 Zonder twijfel, Wij hebben jou (Mohammed v.z.m.h.) gestuurd als een getuige (voor de éénheid van Allah), als een brenger van goed nieuws (het paradijs) en als een waarschuwer (voor de hel).

لِّتُؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ تُعَزِّرُوۡہُ وَ تُوَقِّرُوۡہُ ؕ وَ تُسَبِّحُوۡہُ بُکۡرَۃً وَّ اَصِیۡلًا ﴿۹﴾
Lietoe mienoe biellaahie wa Rasoeliehiee wa toe'azzieroehoe watoewaqqieroehoe watoesabbie hoehoe boekrataw wa asieelaa
48:9 Zodat jullie in Allah en Zijn boodschapper (Mohammed v.z.m.h.) geloven. En dat jullie hem (Mohamed v.z.m.h.) ondersteunen (volgen) en respecteren. En (dat jullie) Hem (Allah) lofprijzen in de ochtend en de avond.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُبَایِعُوۡنَکَ اِنَّمَا یُبَایِعُوۡنَ اللّٰہَ ؕ یَدُ اللّٰہِ فَوۡقَ اَیۡدِیۡہِمۡ ۚ فَمَنۡ نَّکَثَ فَاِنَّمَا یَنۡکُثُ عَلٰی نَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ اَوۡفٰی بِمَا عٰہَدَ عَلَیۡہُ اللّٰہَ فَسَیُؤۡتِیۡہِ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۰۱﴾
Innal lazieena yoebaayie'oenaka iennamaa yoebaayie'oenal laaha yadoel laahie fawqa aydieehiem; faman nakasa fa-iennamaa yan-koesoe 'alaa nafsiehiee wa man awfaa biemaa 'aahada 'alaihoellaaha fasa yoe'tieehie adjran 'azieemaa
48:10 Zonder twijfel, degenen die zweren om jou trouw te blijven, zweren direct de trouwheid aan Allah. De hand van Allah is over hun handen. Wie dus de belofte (van trouwheid) verbreekt, dan verbreekt hij het alleen ten nadele van hemzelf. En wie het verbond met Allah in stand houdt, dan zal Hij hem spoedig een zeer grote beloning geven.

سَیَقُوۡلُ لَکَ الۡمُخَلَّفُوۡنَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ شَغَلَتۡنَاۤ اَمۡوَالُنَا وَ اَہۡلُوۡنَا فَاسۡتَغۡفِرۡ لَنَا ۚ یَقُوۡلُوۡنَ بِاَلۡسِنَتِہِمۡ مَّا لَیۡسَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ قُلۡ فَمَنۡ یَّمۡلِکُ لَکُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡئًا اِنۡ اَرَادَ بِکُمۡ ضَرًّا اَوۡ اَرَادَ بِکُمۡ نَفۡعًا ؕ بَلۡ کَانَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۱۱﴾
Sa yaqoeloe lakal moeghal lafoena mienal-A'raabie shaighalatnaaa amwaaloenaa wa ahloenaa fastaghfier lanaa; yaqoeloena bie alsienatiehiem maa laisa fiee qoeloebiehiem; qoel famay yamliekoe lakoem mienal laahie shai'an ien araada biekoem darran aw araada biekoem naf'aa; bal kaanal laahoe biemaa ta'maloena ghabieeraa
48:11 De bedoeïenen die achterbleven (tijdens de strijd) zeggen tegen jou (Mohammed v.z.m.h.): "Onze eigendommen en families heeft ons bezig gehouden, vraag daarom om vergiffenis voor ons." (Echter,) ze zeggen met hun tongen wat niet in hun harten is. Zeg (Mohammed v.z.m.h.): "Wie zal jullie helpen tegen Allah, als Hij nadeel of (zelfs) voordeel voor jullie wil? Nee, Allah is Alwetend over datgeen wat jullie doen."

بَلۡ ظَنَنۡتُمۡ اَنۡ لَّنۡ یَّنۡقَلِبَ الرَّسُوۡلُ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ اِلٰۤی اَہۡلِیۡہِمۡ اَبَدًا وَّ زُیِّنَ ذٰلِکَ فِیۡ قُلُوۡبِکُمۡ وَ ظَنَنۡتُمۡ ظَنَّ السَّوۡءِ ۚۖ وَ کُنۡتُمۡ قَوۡمًۢا بُوۡرًا ﴿۲۱﴾
Bal zanantoem al lay yanqaliebar Rasoeloe walmoe'mienoena ielaaa ahlieehiem abadaw wa zoeyyiena zaalieka fiee qoeloebiekoem wa zanantoem zannnas saw'ie wa koentoem qawmam boeraa
48:12 "Nee, jullie dachten dat de boodschapper en de gelovigen nooit terug zouden keren naar hun familieleden. Voor jullie harten was dat aangenaam\plezierig. Jullie verondersteling was zeer kwaad. (Daardoor,) werden Jullie een verderfelijk volk.

وَ مَنۡ لَّمۡ یُؤۡمِنۡۢ بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ فَاِنَّاۤ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ سَعِیۡرًا ﴿۳۱﴾
Wa mal lam yoe'miem biellaahie wa Rasoeliehiee fa-iennaaa a'tadnaa lielkaafierieena sa'ieeraa
48:13 En wie niet in Allah en Zijn boodschapper heeft gelooft, zonder twijfel, weet dan dat Wij voor de ongeloven een razende vuur hebben voorbereid.

وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ یَغۡفِرُ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یُعَذِّبُ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۴۱﴾
Wa liellaahieie moelkoes samaawaatie wal ard; yaghfieroe liemay yashaaa'oe wa yoe'azzieboe may yashaaa'; wa kaanal laahoe Ghafoerar Rahieemaa
48:14 Aan Allah behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde. Hij vergeeft wie Hij wil en straft wie Hij wil. Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (meest Barmhartig voor de gelovigen).

سَیَقُوۡلُ الۡمُخَلَّفُوۡنَ اِذَا انۡطَلَقۡتُمۡ اِلٰی مَغَانِمَ لِتَاۡخُذُوۡہَا ذَرُوۡنَا نَتَّبِعۡکُمۡ ۚ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یُّبَدِّلُوۡا کَلٰمَ اللّٰہِ ؕ قُلۡ لَّنۡ تَتَّبِعُوۡنَا کَذٰلِکُمۡ قَالَ اللّٰہُ مِنۡ قَبۡلُ ۚ فَسَیَقُوۡلُوۡنَ بَلۡ تَحۡسُدُوۡنَنَا ؕ بَلۡ کَانُوۡا لَا یَفۡقَہُوۡنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۵۱﴾
Sa yaqoeloel moeghalla foena iezan talaqtoem ielaa maghaaniema lietaaghoezoehaa zaroenaa nattabie'koem yoerieedoena ay yoebaddieloe Kalaamallaah; qoel lan tattabie'oenaa kazaaliekoem qaalal laahoe mien qabloe fasa yaqoeloena bal tahsoedoenanna; bal kaanoe laa yafqahoena iellaa qalieela
48:15 Wanneer jij (Mohammed v.z.m.h.) op weg gaat om de buit op te halen, dan zullen degenen die waren achtergebleven (m.b.t. de deelname aan de oorlog) zeggen: "Sta ons toe om jou te volgen." Ze willen Allah's woorden veranderen. Zeg: "Nooit zullen jullie ons volgen. Dat had Allah al eerder gezegd (zie 9:83)." Vervolgens, zullen ze zeggen: "Nee, jullie zijn jaloers op ons." Nee! Zij begrijpen het alleen maar een beetje.

قُلۡ لِّلۡمُخَلَّفِیۡنَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ سَتُدۡعَوۡنَ اِلٰی قَوۡمٍ اُولِیۡ بَاۡسٍ شَدِیۡدٍ تُقَاتِلُوۡنَہُمۡ اَوۡ یُسۡلِمُوۡنَ ۚ فَاِنۡ تُطِیۡعُوۡا یُؤۡتِکُمُ اللّٰہُ اَجۡرًا حَسَنًا ۚ وَ اِنۡ تَتَوَلَّوۡا کَمَا تَوَلَّیۡتُمۡ مِّنۡ قَبۡلُ یُعَذِّبۡکُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۶۱﴾
Qoel lielmoeghallafieena mienal A'raabie satoed'awna ielaa qawmien oeliee baasien shadieedien toeqaatie loenahoem aw yoesliemoena fa ien toetiee'oe yoe'tiekoemoel laahoe adjran hasanaw wa ien tatawallaw kamaa tawallaitoem mien qabloe yoe'azziebkoem 'azaaban alieemaa
48:16 Zeg tegen de bedoeïenen die achter bleven: "Jullie zullen worden opgeroepen om te vechten tegen een grote leger. Dan zullen jullie tegen hen vechten of ze zullen zich overgeven. Als jullie gehoorzamen, dan zal Allah jullie een goede beloningen geven.Maar indien jullie je afkeren, zoals jullie dat eerder deden, dan zal Hij jullie pijnlijk straffen."

لَیۡسَ عَلَی الۡاَعۡمٰی حَرَجٌ وَّ لَا عَلَی الۡاَعۡرَجِ حَرَجٌ وَّ لَا عَلَی الۡمَرِیۡضِ حَرَجٌ ؕ وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ یُدۡخِلۡہُ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۚ وَ مَنۡ یَّتَوَلَّ یُعَذِّبۡہُ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۷۱﴾
Laisa 'alal a'maa haradjoew wa laa 'alal a'radjie haradjoew wa laa 'alal marieedie haradj' wa may yoetiel'iel laaha wa Rasoelahoe yoedghielhoe djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe wa may yatawalla yoe'azziebhoe 'azaaban alieemaa
48:17 "Op de blinde, noch op de lamme, noch op de zieke rust er enige schuld (voor het niet meevechten). (Weet dat,) Wie gehoorzaam is aan Allah en Zijn boodschapper, dan zal Hij hem toelaten tot tuinen waar rivieren onder stromen. Echter, wie zich afkeert zal Hij pijnlijk straffen."

لَقَدۡ رَضِیَ اللّٰہُ عَنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اِذۡ یُبَایِعُوۡنَکَ تَحۡتَ الشَّجَرَۃِ فَعَلِمَ مَا فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ فَاَنۡزَلَ السَّکِیۡنَۃَ عَلَیۡہِمۡ وَ اَثَابَہُمۡ فَتۡحًا قَرِیۡبًا ﴿۸۱﴾
Laqad radieyal laahoe 'aniel moe'mienieena iez yoebaayie 'oenaka tahtash shadjaratie fa'aliema maa fiee qoeloebiehiem fa anzalas sakieenata 'alaihiem wa asaa bahoem fat han qarieebaa
48:18 Waarlijk, Allah was tevreden met de gelovigen toen ze hun trouwheid aan jou (Mohammed) beloofde onder de boom. Hij (Allah) wist wat in hun harten was, dus zond Hij rust op hen en beloonde hen met een spoedige (toekomstige) overwinning,

وَّ مَغَانِمَ کَثِیۡرَۃً یَّاۡخُذُوۡنَہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۹۱﴾
Wa maghaaniema kasieera tay yaaghoezoenahaa; wa kaanal laahoe 'Azieezan Hakieemaa
48:19 en een grote buit, die ze zullen bemachtigen. Allah is Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

وَعَدَکُمُ اللّٰہُ مَغَانِمَ کَثِیۡرَۃً تَاۡخُذُوۡنَہَا فَعَجَّلَ لَکُمۡ ہٰذِہٖ وَ کَفَّ اَیۡدِیَ النَّاسِ عَنۡکُمۡ ۚ وَ لِتَکُوۡنَ اٰیَۃً لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ یَہۡدِیَکُمۡ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ﴿۰۲﴾
Wa'adakoemoel laahoe ma ghaaniema kasieeratan taaghoezoe nahaa fa'adjdjala lakoem haaziehiee wa kaffa aydieyan naasie 'an-koem wa lietakoena aayatal lielmoe'mienieena wa yahdieyakoem sieraatam moestaqieema
48:20 Allah heeft een grote buit aan jullie beloofd, die jullie zullen toe-eigenen. Hij heeft het (de beloning) voor jullie sneller beschikbaar gesteld en Hij houdt de handen van jullie vijanden tegen, zodat het een teken wordt voor de gelovigen. En zodat Hij jullie kan leiden naar het rechte pad.

وَّ اُخۡرٰی لَمۡ تَقۡدِرُوۡا عَلَیۡہَا قَدۡ اَحَاطَ اللّٰہُ بِہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرًا ﴿۱۲﴾
Wa oeghraa lam taqdieroe 'alaihaa qad ahaatal laahoe biehaa; wa kaanal laahoe 'alaa koellie shai'ien qadieera
48:21 En ook anderen, waar jullie geen macht over hadden (zal Hij leiden naar het rechte pad). Waarlijk, Allah omvat hen en Allah is over alles Kadier (Degene Die in staat om alles te kunnen bewerkstelligen).

وَ لَوۡ قٰتَلَکُمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَوَلَّوُا الۡاَدۡبَارَ ثُمَّ لَا یَجِدُوۡنَ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۲۲﴾
Wa law qaatalakoemoel lazieena kafaroe la wallawoel adbaara soemma laa yadjiedoena walieyanw-wa laa nasieeraa
48:22 Indien de ongelovigen jullie bevechten, dan zullen ze zeker terug trekken. Ze zullen dan geen enkele beschermer vinden, noch een helper.

سُنَّۃَ اللّٰہِ الَّتِیۡ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلُ ۚۖ وَ لَنۡ تَجِدَ لِسُنَّۃِ اللّٰہِ تَبۡدِیۡلًا ﴿۳۲﴾
Soennatal laahiel latiee qad ghalat mien qabloe wa lan tadjieda liesoennatiel laahie tabdieelaa
48:23 Dat is ook de handelwijze van Allah geweest op degenen die eerder heen zijn gegaan. Nooit zal je een verandering vinden in de handelwijze van Allah.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ کَفَّ اَیۡدِیَہُمۡ عَنۡکُمۡ وَ اَیۡدِیَکُمۡ عَنۡہُمۡ بِبَطۡنِ مَکَّۃَ مِنۡۢ بَعۡدِ اَنۡ اَظۡفَرَکُمۡ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرًا ﴿۴۲﴾
Wa Hoewal laziee kaffa aydieyahoem 'an-koem wa aydieyakoem 'anhoem biebatnie Makkata miem ba'die an azfarakoem 'alaihiem; wa kaanal laahoe biemaa ta'maloena Basieera
48:24 Nadat Hij (Allah) jullie de overwinning over hen had gegeven bij Mekka, is Hij (Allah) degene geweest Die hun handen tegenhield voor (het bevechten van) jullie en (ook) jullie handen tegenhield voor (het bevechten van) hen. Allah is Alziende over datgeen wat jullie doen. (Notitie: er wordt hier gerefereerd naar het vredesverdrag van Hoedaibiya.)

ہُمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ صَدُّوۡکُمۡ عَنِ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ وَ الۡہَدۡیَ مَعۡکُوۡفًا اَنۡ یَّبۡلُغَ مَحِلَّہٗ ؕ وَ لَوۡ لَا رِجَالٌ مُّؤۡمِنُوۡنَ وَ نِسَآءٌ مُّؤۡمِنٰتٌ لَّمۡ تَعۡلَمُوۡہُمۡ اَنۡ تَطَـُٔوۡہُمۡ فَتُصِیۡبَکُمۡ مِّنۡہُمۡ مَّعَرَّۃٌۢ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ۚ لِیُدۡخِلَ اللّٰہُ فِیۡ رَحۡمَتِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ۚ لَوۡ تَزَیَّلُوۡا لَعَذَّبۡنَا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۵۲﴾
Hoemoel lazieena kafaroe wa saddoekoem 'aniel-Masdjiediel-Haraamie walhadya ma'koefan ay yabloegha mahiellah; wa law laa riedjaaloem moe'mienoena wa niesaaa'oem moe'mienaatoel lam ta'lamoehoem an tata'oehoem fatoesieebakoem mienhoem ma'arratoem bieghairie 'ielmien lieyoed ghielal laahoe fiee rahmatiehiee may yashaaa'; law tazayyaloe la'azzabnal lazieena kafaroe mienhoem 'azaaban alieema
48:25 (ALlah weet dat) Zij degenen zijn die niet geloofden en jullie verhinderden van de moskee Al-Haram (de heilige moskee in Mekka) en de offerdieren tegenhielden om zijn bestemming te bereiken. Echter, jullie hadden gelovige mannen en vrouwen die jullie niet kennen, kunnen verwonden/betrappen, zodat er een schuld op jullie zou rusten zonder dat jullie het wisten. Weet dat Allah tot Zijn Barmhartigheid toelaat wie Hij wil. Als zij (de gelovigen en de ongelovigen) gescheiden waren, dan zouden Wij de ongelovigen onder hen zeker bestraffen met een zeer pijnlijke straf.

اِذۡ جَعَلَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِیۡ قُلُوۡبِہِمُ الۡحَمِیَّۃَ حَمِیَّۃَ الۡجَاہِلِیَّۃِ فَاَنۡزَلَ اللّٰہُ سَکِیۡنَتَہٗ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ وَ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ اَلۡزَمَہُمۡ کَلِمَۃَ التَّقۡوٰی وَ کَانُوۡۤا اَحَقَّ بِہَا وَ اَہۡلَہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمًا ﴿۶۲﴾
Iz dja'alal lazieena kafaroe fiee qoeloebiehiemoel hamieyyata hamieyyatal djaahielieyyatie fa anzalal laahoe sakieenatahoe 'alaa Rasoeliehiee wa 'alal moe mienieena wa alzamahoem kaliematat taqwaa wa kaanoeo ahaqqa biehaa wa ahlahaa; wa kaanal laahoe biekoellie shai'ien Alieema
48:26 Toen de ongelovigen hoogmoed en trost (minachting naar de gelovigen), zoals mensen met zeer weinig verstand, in hun harten hadden gezet, zond Allah Zijn kalmte/rust neer op Zijn boodschapper en op de gelovigen en zorgde ervoor dat ze zich hielden aan het woord van godsvreesheid (La ielaha IellAllah). Zij waren meer waardiger en verheven dan hen. Allah is over alles Alwetend.

لَقَدۡ صَدَقَ اللّٰہُ رَسُوۡلَہُ الرُّءۡیَا بِالۡحَقِّ ۚ لَتَدۡخُلُنَّ الۡمَسۡجِدَ الۡحَرَامَ اِنۡ شَآءَ اللّٰہُ اٰمِنِیۡنَ ۙ مُحَلِّقِیۡنَ رُءُوۡسَکُمۡ وَ مُقَصِّرِیۡنَ ۙ لَا تَخَافُوۡنَ ؕ فَعَلِمَ مَا لَمۡ تَعۡلَمُوۡا فَجَعَلَ مِنۡ دُوۡنِ ذٰلِکَ فَتۡحًا قَرِیۡبًا ﴿۷۲﴾
Laqad sadaqal laahoe Rasoelahoer roe'yaa bielhaqq, latadghoeloennal Masdjiedal-Haraama ien shaaa'al laahoe aamienieena moehallieqieena roe'oesakoem wa moeqassierieena laa taghaafoena fa'aliema maa lam ta'lamoe fadja'ala mien doenie zaalieka fathan qarieebaa
48:27 Waarlijk, Allah heeft de droom van Zijn boodschapper in waarheid vervult. (De droom,) Dat jullie zonder enige twijfel de moskee Al-Haram zullen betreden, Ins-Sha-Allah (indien Allah het wilde), veilig met geschoren of kort geknipt haar, zonder enige vrees. Hij (Allah) wist wat jullie niet wisten. (Voor deze overwinning,) maakte Hij voor jullie een eerdere overwinning (het verdrag Hoedaibiya).

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَرۡسَلَ رَسُوۡلَہٗ بِالۡہُدٰۦ وَ دِیۡنِ الۡحَقِّ لِیُظۡہِرَہٗ عَلَی الدِّیۡنِ کُلِّہٖ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًا ﴿۸۲﴾
Hoewal lazieee arsala Rasoelahoe bielhoedaa wa dieeniel haqqie lieyoezhierahoe 'alad dieenie koellieh; wa kafaa biellaahie Shahieeda
48:28 Hij (Allah) is Degene Die Zijn boodschapper heeft gestuurd met leiding en de ware/zuivere "Dien" (levenswijze, geloof, ethiek, wetgeving), zodat Hij het laat overheersen over alle (andere) Dien. Allah is voldoende als getuige (hiervan).

مُحَمَّدٌ رَّسُوۡلُ اللّٰہِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ مَعَہٗۤ اَشِدَّآءُ عَلَی الۡکُفَّارِ رُحَمَآءُ بَیۡنَہُمۡ تَرٰىہُمۡ رُکَّعًا سُجَّدًا یَّبۡتَغُوۡنَ فَضۡلًا مِّنَ اللّٰہِ وَ رِضۡوَانًا ۫ سِیۡمَاہُمۡ فِیۡ وُجُوۡہِہِمۡ مِّنۡ اَثَرِ السُّجُوۡدِ ؕ ذٰلِکَ مَثَلُہُمۡ فِی التَّوۡرٰىۃِ ۚۖۛ وَ مَثَلُہُمۡ فِی الۡاِنۡجِیۡلِ ۚ۟ۛ کَزَرۡعٍ اَخۡرَجَ شَطۡـَٔہٗ فَاٰزَرَہٗ فَاسۡتَغۡلَظَ فَاسۡتَوٰی عَلٰی سُوۡقِہٖ یُعۡجِبُ الزُّرَّاعَ لِیَغِیۡظَ بِہِمُ الۡکُفَّارَ ؕ وَعَدَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ مِنۡہُمۡ مَّغۡفِرَۃً وَّ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۹۲﴾
Moehammadoer Rasoeloel laah; wallazieena ma'ahoeo ashieddaaa'oe 'alal koeffaaarie roehamaaa'oe bainahoem taraahoem roekka'an soedjdjaday yabtaghoena fadlam mienal laahie wa riedwaana sieemaahoem fiee woedjoehiehiem mien asaries soedjoed; zaalieka masaloehoem fiet tawraah; wa masaloehoem fiel Indjieelie kazar'ien aghradja shat 'ahoe fa 'aazarahoe fastaghlaza fastawaa 'alaa soeqiehiee yoe'djieboez zoerraa'a lieyaghieeza biehiemoel koeffaar; wa'adal laahoel lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie mienhoem maghfierataw wa adjran 'azieemaa
48:29 Mohammed (v.z.m.h.) is de boodschapper van Allah. Degenen die met hem zijn, zijn streng tegen de ongelovigen en barmhartig tegen elkaar. Je ziet ze buigen en prostreren, zoekend naar Allah's gunsten en tevredenheid. Hun markering van het prostreren zijn zichtbaar in hun gezichten. Zo worden ze beschreven in de Thora, En in de Indjiel (Evangelie, openbaring aan Isa) worden ze beschreven als een zaad die ontspruit dan sterk wordt en vervolgens dik wordt en rechtop staat op zijn stengel, verheugend voor de zaaiers en woedend makend voor de ongelovigen. Allah heeft aan degenen die gelooft en goede daden doen vergiffenis en een geweldige beloning belooft. (Notitie: Deze Ayah (vers) is de enige Ayah waarin alle 29 letters van het arabische alphabet voorkomt. De nummer van deze Ayah is ook 29.)


www.heiligekoran.nl