4 An-Nisa (De vrouwen)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اتَّقُوۡا رَبَّکُمُ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ مِّنۡ نَّفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ وَّ خَلَقَ مِنۡہَا زَوۡجَہَا وَ بَثَّ مِنۡہُمَا رِجَالًا کَثِیۡرًا وَّ نِسَآءً ۚ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ الَّذِیۡ تَسَآءَلُوۡنَ بِہٖ وَ الۡاَرۡحَامَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلَیۡکُمۡ رَقِیۡبًا ﴿۱﴾
abbakoemoel laziee ghalaqakoem mien nafsiew waahiedatiew wa ghalaqa mienhaa zawdjahaa wa bas sa mienhoemaa riedjaalan kasieeraw wa niesaaa'aa; wattaqoel laahallaziee tasaaa 'aloena biehiee wal arhaam; iennal laaha kaana 'alaikoem Raqieeba
4:1 O mensheid! Vrees jullie Heer, (Hij is) Degene Die jullie vanuit één enkele Nafs (Adam) creëerde. En Die daaruit zijn echtgenote schiep en (vervolgens) uit beiden vele mannen en vrouwen deed verspreiden. En vrees Allah bij wie jullie je rechten ten opzichte van elkaar en van de baarmoeders (nakomelingen) toe claimen. Voorzeker, Allah is altijd Waakzaam over jullie.

وَ اٰتُوا الۡیَتٰمٰۤی اَمۡوَالَہُمۡ وَ لَا تَتَبَدَّلُوا الۡخَبِیۡثَ بِالطَّیِّبِ ۪ وَ لَا تَاۡکُلُوۡۤا اَمۡوَالَہُمۡ اِلٰۤی اَمۡوَالِکُمۡ ؕ اِنَّہٗ کَانَ حُوۡبًا کَبِیۡرًا ﴿۲﴾
Wa aatoel yataamaaa amwaalahoem wa laa tatabad daloel ghabieesa biettaiyiebie wa laa ta'koeloeo amwaalahoem ielaaa amwaaliekoem; iennahoe kaana hoeban kabieeraa
4:2 En geef de wezen (wanneer zij volwassen worden) hun rijkdommen terug. En verruil het slechte van jullie niet met het goede van hen. En consumeer hun rijkdommen niet door het te vermengen met jullie eigendommen. Voorwaar, het is een grote zonde.

وَ اِنۡ خِفۡتُمۡ اَلَّا تُقۡسِطُوۡا فِی الۡیَتٰمٰی فَانۡکِحُوۡا مَا طَابَ لَکُمۡ مِّنَ النِّسَآءِ مَثۡنٰی وَ ثُلٰثَ وَ رُبٰعَ ۚ فَاِنۡ خِفۡتُمۡ اَلَّا تَعۡدِلُوۡا فَوَاحِدَۃً اَوۡ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ ؕ ذٰلِکَ اَدۡنٰۤی اَلَّا تَعُوۡلُوۡا ؕ﴿۳﴾
Wa ien ghieftoem allaa toeqsietoe fiel yataamaa fan-kiehoe maa taaba lakoem mienan niesaaa'ie masnaa wa soelaasa wa roebaa'a fa'ien ghieftoem allaa ta'dieloe fawaahiedatan aw maa malakat aimaanoekoem; zaalieka adnaaa allaa ta'oeloe
4:3 En als jullie vrezen dat jullie niet in staat zijn rechtvaardig te handelen tegen over de (vrouwelijke) wezen, trouw dan met andere vrouwen (van jullie keuze) die geschikt zijn voor jullie, twee, drie of vier. Maar als jullie vrezen dat jullie niet rechtvaardig kunnen handelen naar hen toe, trouw dan met één vrouw of wat jullie rechterhanden (aan slavinnen of gevangenen) bezitten. Dit is meer deugdelijk zodat jullie (de vrouwelijke wezen) niet zullen onderdrukken.

وَ اٰتُوا النِّسَآءَ صَدُقٰتِہِنَّ نِحۡلَۃً ؕ فَاِنۡ طِبۡنَ لَکُمۡ عَنۡ شَیۡءٍ مِّنۡہُ نَفۡسًا فَکُلُوۡہُ ہَنِیۡٓــًٔا مَّرِیۡٓــًٔا ﴿۴﴾
Wa aatoen niesaaa'a sadoe qaatiehienna niehlah; fa ien tiebna lakoem 'an shai'iem mienhoe nafsan fakoeloehoe haniee'am marieee'aa
4:4 En geef de vrouwen hun bruidsschatten op een vriendelijke manier. Maar als zij iets ervan aan jullie vrijwillig teruggeven, eet het dan in tevredenheid en gemak.

وَ لَا تُؤۡتُوا السُّفَہَآءَ اَمۡوَالَکُمُ الَّتِیۡ جَعَلَ اللّٰہُ لَکُمۡ قِیٰمًا وَّ ارۡزُقُوۡہُمۡ فِیۡہَا وَ اکۡسُوۡہُمۡ وَ قُوۡلُوۡا لَہُمۡ قَوۡلًا مَّعۡرُوۡفًا ﴿۵﴾
Wa laa toe'toes soefahaaa'a amwaalakoemoel latiee dja'alal laahoe lakoem qieyaamanw-warzoeqoehoem fieehaa waksoehoem wa qoeloe lahoem qawlam ma'roefaa
4:5 En geef niet jullie eigendommen, die Allah voor jullie als onderhoud heeft gemaakt, aan degene die zwak van begrip zijn, maar onderhoud hun ermee, voorzie hun van kleding en spreek vriendelijk tot hen.

وَ ابۡتَلُوا الۡیَتٰمٰی حَتّٰۤی اِذَا بَلَغُوا النِّکَاحَ ۚ فَاِنۡ اٰنَسۡتُمۡ مِّنۡہُمۡ رُشۡدًا فَادۡفَعُوۡۤا اِلَیۡہِمۡ اَمۡوَالَہُمۡ ۚ وَ لَا تَاۡکُلُوۡہَاۤ اِسۡرَافًا وَّ بِدَارًا اَنۡ یَّکۡبَرُوۡا ؕ وَ مَنۡ کَانَ غَنِیًّا فَلۡیَسۡتَعۡفِفۡ ۚ وَ مَنۡ کَانَ فَقِیۡرًا فَلۡیَاۡکُلۡ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ؕ فَاِذَا دَفَعۡتُمۡ اِلَیۡہِمۡ اَمۡوَالَہُمۡ فَاَشۡہِدُوۡا عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ حَسِیۡبًا ﴿۶﴾
Wabtaloel yataamaa hattaaa iezaa balaghoen niekaaha fa ien aanastoem mienhoem roeshdan fad fa'oeo ielaihiem amwaalahoem wa laa ta' koeloehaaa iesraafaw wa biedaaran ay yakbaroe; wa man kaana ghanieyyan falyasta' fief wa man kaana faqieeran fal ya' koel bielma'roef; fa iezaa dafa'toem ielaihiem amwaalahoem fa ash-hiedoe 'alaihiem; wa kafaa biellaahie Hasieeba
4:6 En beoordeel de wezen (op zelfstandigheid) totdat zij de huwbare leeftijd bereiken. Als jullie hun verstandig hebben bevonden, geef dan hun rijkdommen terug. En eet er niet overdreven en haastig van, vrezend dat zij (snel) zullen opgroeien. En wie rijk is, hij moet zich ervan onthouden. En wie arm is, laat hem dan op een gepaste manier ervan eten. Wanneer jullie hun rijkdommen teruggeven, neem dan getuigens (die dit toezien). En Allah alleen is voldoende als Berekenaar/Boekhouder.

لِلرِّجَالِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا تَرَکَ الۡوَالِدٰنِ وَ الۡاَقۡرَبُوۡنَ ۪ وَ لِلنِّسَآءِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا تَرَکَ الۡوَالِدٰنِ وَ الۡاَقۡرَبُوۡنَ مِمَّا قَلَّ مِنۡہُ اَوۡ کَثُرَ ؕ نَصِیۡبًا مَّفۡرُوۡضًا ﴿۷﴾
Lierriedjaalie nasieeboem miemmaa tarakal waaliedaanie wal aqraboena wa lien niesaaa'ie nasieeboem miemmaa tarakal waaliedaanie wal aqraboena miemmaa qalla mienhoe aw kasoer; nasieebam mafroedaa
4:7 Voor de mannen is er een deel bestemd wat achtergelaten is door de ouders en de dichtstbijzijnde familieleden (na het overlijden). En voor de vrouwen is er een (ander) deel bestemd wat achtergelaten is door de ouders en de dichtstbijzijnde familieleden. Of het weinig of veel is, het is een verplichte aandeel.

وَ اِذَا حَضَرَ الۡقِسۡمَۃَ اُولُوا الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنُ فَارۡزُقُوۡہُمۡ مِّنۡہُ وَ قُوۡلُوۡا لَہُمۡ قَوۡلًا مَّعۡرُوۡفًا ﴿۸﴾
Wa iezaa hadaral qiesmata oeloel qoerbaa walyataamaa walmasaakieenoe farzoeqoehoem mienhoe wa qoeloe lahoem qawlam ma'roefaa
4:8 En wanneer bij de verdeling familieleden (die geen erfrecht hebben), wezen of armen aanwezig zijn, voorzie hun dan ervan. En spreek vriendelijk tot hen.

وَ لۡیَخۡشَ الَّذِیۡنَ لَوۡ تَرَکُوۡا مِنۡ خَلۡفِہِمۡ ذُرِّیَّۃً ضِعٰفًا خَافُوۡا عَلَیۡہِمۡ ۪ فَلۡیَتَّقُوا اللّٰہَ وَ لۡیَقُوۡلُوۡا قَوۡلًا سَدِیۡدًا ﴿۹﴾
Walyaghshal lazieena law tarakoe mien ghalfiehiem zoerrieyyatan die'aafan ghaafoe 'alaihiem falyattaqoel laaha walyaqoeloe qawlan sadieedaa
4:9 En laat degenen (voogd/uitvoerder van de verdeling) vrezen, net zo vrezen alsof ze zelf een zwak nageslacht zouden achterlaten. Laten ze dus Allah vrezen en goede woorden uitspreken.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَاۡکُلُوۡنَ اَمۡوَالَ الۡیَتٰمٰی ظُلۡمًا اِنَّمَا یَاۡکُلُوۡنَ فِیۡ بُطُوۡنِہِمۡ نَارًا ؕ وَ سَیَصۡلَوۡنَ سَعِیۡرًا ﴿۰۱﴾
Innal lazieena ya'koeloena amwaalal yataamaa zoelman iennamaa ya'koeloena fiee boetoeniehiem Naaranw-wa sayaslawna sa'ieeraa
4:10 Voorwaar, degenen die de rijkdommen van de wezen op een onrechtmatige manier consumeren, verteren slechts vuur in hun buiken. En zij zullen verbrand worden door een razende vuur.

یُوۡصِیۡکُمُ اللّٰہُ فِیۡۤ اَوۡلَادِکُمۡ ٭ لِلذَّکَرِ مِثۡلُ حَظِّ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ۚ فَاِنۡ کُنَّ نِسَآءً فَوۡقَ اثۡنَتَیۡنِ فَلَہُنَّ ثُلُثَا مَا تَرَکَ ۚ وَ اِنۡ کَانَتۡ وَاحِدَۃً فَلَہَا النِّصۡفُ ؕ وَ لِاَبَوَیۡہِ لِکُلِّ وَاحِدٍ مِّنۡہُمَا السُّدُسُ مِمَّا تَرَکَ اِنۡ کَانَ لَہٗ وَلَدٌ ۚ فَاِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّہٗ وَلَدٌ وَّ وَرِثَہٗۤ اَبَوٰہُ فَلِاُمِّہِ الثُّلُثُ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَہٗۤ اِخۡوَۃٌ فَلِاُمِّہِ السُّدُسُ مِنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ یُّوۡصِیۡ بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ؕ اٰبَآؤُکُمۡ وَ اَبۡنَآؤُکُمۡ لَا تَدۡرُوۡنَ اَیُّہُمۡ اَقۡرَبُ لَکُمۡ نَفۡعًا ؕ فَرِیۡضَۃً مِّنَ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۱۱﴾
Yoesieekoemoel laahoe fieee awlaadiekoem liez zakarie miesloe hazziel oensayayn; fa ien koenna niesaaa'an fawqas natainie falahoenna soeloesaa maa taraka wa ien kaanat waahiedatan falahan niesf; wa lie abawaihie liekoellie waahiediem mienhoemas soedoesoe miemmma taraka ien kaana lahoe walad; fa iel lam yakoel lahoe waladoew wa wariesahoeo abawaahoe falie oemmiehies soeloes; fa ien kaana lahoe ieghwatoen falie oemmiehies soedoes; miem ba'die wasieyyatiey yoesiee biehaaa aw dayn; aabaaa'oekoem wa abnaaa'oekoem laa tadroena aiyoehoem aqraboe lakoem naf'aa; farieedatam mienallaah; iennal laaha kaana 'Alieeman Hakieemaa
4:11 Allah gebied jullie (het volgende) met betrekking tot (het erfrecht van) jullie kinderen. Voor de man is er een gelijke deel als dat voor twee vrouwen. Maar als er alleen vrouwen zijn, meer dan twee, dan is er voor hun twee-derde van wat hij achterlaat. En als er alleen één (vrouw) is, dan is er voor haar de helft. En voor zijn ouders, is er voor elk één-zesde deel van wat er over is, als hij (de overledene) een kind heeft. Maar als hij geen nageslacht (kinderen) had en zijn ouders leven nog, dan is er voor zijn moeder één-derde. En als hij broers en zusters heeft, dan is er één-zesde voor zijn moeder, na aftrek van wilsbeschikkingen die hij opgemaakt had in een testament of van beschikking door schulden. Jullie ouders en jullie kinderen, jullie weten niet welke van hen dichterbij staan in jullie voordeel. (Dit is een) verplichting van Allah. Voorzeker, Allah is alwetend.

وَ لَکُمۡ نِصۡفُ مَا تَرَکَ اَزۡوَاجُکُمۡ اِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّہُنَّ وَلَدٌ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَہُنَّ وَلَدٌ فَلَکُمُ الرُّبُعُ مِمَّا تَرَکۡنَ مِنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ یُّوۡصِیۡنَ بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ؕ وَ لَہُنَّ الرُّبُعُ مِمَّا تَرَکۡتُمۡ اِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّکُمۡ وَلَدٌ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَکُمۡ وَلَدٌ فَلَہُنَّ الثُّمُنُ مِمَّا تَرَکۡتُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ تُوۡصُوۡنَ بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ؕ وَ اِنۡ کَانَ رَجُلٌ یُّوۡرَثُ کَلٰلَۃً اَوِ امۡرَاَۃٌ وَّ لَہٗۤ اَخٌ اَوۡ اُخۡتٌ فَلِکُلِّ وَاحِدٍ مِّنۡہُمَا السُّدُسُ ۚ فَاِنۡ کَانُوۡۤا اَکۡثَرَ مِنۡ ذٰلِکَ فَہُمۡ شُرَکَآءُ فِی الثُّلُثِ مِنۡۢ بَعۡدِ وَصِیَّۃٍ یُّوۡصٰی بِہَاۤ اَوۡ دَیۡنٍ ۙ غَیۡرَ مُضَآرٍّ ۚ وَصِیَّۃً مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَلِیۡمٌ ﴿۲۱﴾
Wa lakoem niesfoe maa taraka azwaadjoekoem iel lam yakoel lahoenna walad; fa ien kaana lahoenna waladoen falakoemoer roeb'oe miemmaa tarakna miem ba'die wasieyyatiey yoesieena biehaaa aw dayn; wa lahoennar roeboe'oe miemmaa taraktoem iel lam yakoel lakoem walad; fa ien kaana lakoem waladoen falahoennas soemoenoe miemmaa taraktoem; miem ba'die wasieyyatien toesoena biehaaa aw dayn; wa ien kaana radjoeloey yoerasoe kalaalatan awiem ra atoew wa lahoeo aghoen aw oeghtoen faliekoellie waahiediem mienhoemas soedoes; fa ien kaanoeo aksara mien zaalieka fahoem shoerakaaa'oe fiessoeloes; miem ba'die wasieyyatiey yoesaa biehaaa aw dainien ghaira moedaaarr; wasieyyatam mienal laah; wallaahoe 'Alieemoen Halieem
4:12 En voor jou is de helft van wat er door jullie vrouwen wordt achtergelaten, indien zij geen kind hebben. Maar als zij een kind hebben, dan is er voor jou één-vierde van wat zij achterlaten na aftrek van wilsbeschikkingen die zij opgemaakt hebben (in een testament) of van beschikking door schulden. En voor hun (achtergelaten echtgenotes) is er één vierde van wat jullie achterlaten als jullie geen kind hebben. Maar als jullie een kind hebben, dan is er voor hun één-achtste van wat jullie achterlaten na aftrek van wilsbeschikkingen die jullie opgemaakt hebben (in een testament) of van beschikking door schulden. En als er van een man of vrouw geërfd wordt, die geen ouders en kind heeft maar wel een broer of een zuster, dan is er voor elk één-zesde deel. Maar als er meer dan twee zijn, dan is er voor hun samen één-derde deel na aftrek van wilsbeschikkingen en schulden, zonder (iemand) te benadelen. Dit is als gebod van Allah en Allah is Al-Aliem (de Alwetende), Al-Haliem (de meest Verdraagzame).

تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ یُدۡخِلۡہُ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۳۱﴾
Tielka hoedoedoel laah; wa may yoetie'iel laaha wa Rasoelahoe yoedghielhoe djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaa; wa zaaliekal fawzoel 'azieem
4:13 Dit zijn de grenzen van Allah en wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, Hij zal hem toelaten tot de Tuinen waaronder rivieren stromen. Zij zullen er voor altijd in vertoeven. En dat is een zeer groot succes.

وَ مَنۡ یَّعۡصِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ یَتَعَدَّ حُدُوۡدَہٗ یُدۡخِلۡہُ نَارًا خَالِدًا فِیۡہَا ۪ وَ لَہٗ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۴۱﴾
Wa may ya'siel laaha wa Rasoelahoe wa yata'adda hoedoedahoe yoedghielhoe Naaran ghaaliedan fieehaa wa lahoe 'azaaboem moehieen
4:14 En wie Allah en Zijn Boodschapper niet gehoorzaamt en Zijn Grenzen overtreedt, Hij zal hem toekennen tot het Vuur en zal er voor altijd in vertoeven. En voor hem is er een vernederende bestraffing.

وَ الّٰتِیۡ یَاۡتِیۡنَ الۡفَاحِشَۃَ مِنۡ نِّسَآئِکُمۡ فَاسۡتَشۡہِدُوۡا عَلَیۡہِنَّ اَرۡبَعَۃً مِّنۡکُمۡ ۚ فَاِنۡ شَہِدُوۡا فَاَمۡسِکُوۡ ہُنَّ فِی الۡبُیُوۡتِ حَتّٰی یَتَوَفّٰہُنَّ الۡمَوۡتُ اَوۡ یَجۡعَلَ اللّٰہُ لَہُنَّ سَبِیۡلًا ﴿۵۱﴾
Wallaatiee ya'tieenal faahieshata mien niesaaa'iekoem fastash-hiedoe 'alaihienna arba'atam mien-koem fa ien shahiedoe fa amsiekoehoenna fiel boeyoetie hatta yatawaffaa hoennal mawtoe aw yadj'alal laahoe lahoenna sabieelaa
4:15 En degene onder jullie vrouwen die ontucht plegen (met elkaar), neem dan vier getuigen onder jullie tegen hen. En als zij getuigen (dat er sprake is van ontucht), sluit ze op in hun huizen totdat de dood tot hen komt of totdat Allah een weg voor hen verschaft.

وَ الَّذٰنِ یَاۡتِیٰنِہَا مِنۡکُمۡ فَاٰذُوۡہُمَا ۚ فَاِنۡ تَابَا وَ اَصۡلَحَا فَاَعۡرِضُوۡا عَنۡہُمَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ تَوَّابًا رَّحِیۡمًا ﴿۶۱﴾
Wallazaanie ya'tieyaaniehaa mien-koem fa aazoehoemaa fa ien taabaa wa aslahaa fa a'riedoe 'anhoemaaa; iennal laaha kaana Tawwaabar Rahieema
4:16 En de twee (mannen) die ontucht plegen onder jullie (mannen onder elkaar) straf hen beide. Maar als zij (de daad) berouwen en zich herstellen, laat beide van hen met rust. Voorzeker Allah is de Meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

اِنَّمَا التَّوۡبَۃُ عَلَی اللّٰہِ لِلَّذِیۡنَ یَعۡمَلُوۡنَ السُّوۡٓءَ بِجَہَالَۃٍ ثُمَّ یَتُوۡبُوۡنَ مِنۡ قَرِیۡبٍ فَاُولٰٓئِکَ یَتُوۡبُ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۷۱﴾
Innamat tawbatoe 'alallaahie liellazieena ya'maloenas soeo'a biedjahaalatien soemma yatoeboena mien qarieebien fa oelaa'ieka yatoeboel laahoe 'alaihiem; wa kaanal laahoe 'Alieeman Hakieemaa
4:17 Het accepteren van berouw door Allah is alleen voor degenen die de zonden in onwetendheid begaan en die dan op een korte termijn (voordat de dood komt of Allah's teken komt, bijvoorbeeld de zonsopkomst vanuit het westen) berouwen. Zij zullen de vergeving van Allah op hun hebben en Allah is Alwetend, Alwijs.

وَ لَیۡسَتِ التَّوۡبَۃُ لِلَّذِیۡنَ یَعۡمَلُوۡنَ السَّیِّاٰتِ ۚ حَتّٰۤی اِذَا حَضَرَ اَحَدَہُمُ الۡمَوۡتُ قَالَ اِنِّیۡ تُبۡتُ الۡـٰٔنَ وَ لَا الَّذِیۡنَ یَمُوۡتُوۡنَ وَ ہُمۡ کُفَّارٌ ؕ اُولٰٓئِکَ اَعۡتَدۡنَا لَہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۸۱﴾
Wa laisatiet tawbatoe liellazieena ya'maloenas saiyieaatie hattaaa iezaa hadara ahadahoemoel mawtoe qaala ienniee toebtoel 'aana wa lallazieena yamoetoena wa hoem koeffaar; oelaaa'ieka a'tadnaa lahoem 'azaaban alieemaa
4:18 En er is geen aanvaarding voor berouw voor degen die zonden begaan (en doorgaan) totdat de dood één van hen treft en Hij zegt: "Voorzeker ik heb nu berouw." En niet voor degenen die dood gaan terwijl zij ongelovig zijn. Voor hen hebben Wij een pijnlijke straf voorbereid.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا یَحِلُّ لَکُمۡ اَنۡ تَرِثُوا النِّسَآءَ کَرۡہًا ؕ وَ لَا تَعۡضُلُوۡہُنَّ لِتَذۡہَبُوۡا بِبَعۡضِ مَاۤ اٰتَیۡتُمُوۡہُنَّ اِلَّاۤ اَنۡ یَّاۡتِیۡنَ بِفَاحِشَۃٍ مُّبَیِّنَۃٍ ۚ وَ عَاشِرُوۡہُنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ۚ فَاِنۡ کَرِہۡتُمُوۡہُنَّ فَعَسٰۤی اَنۡ تَکۡرَہُوۡا شَیۡئًا وَّ یَجۡعَلَ اللّٰہُ فِیۡہِ خَیۡرًا کَثِیۡرًا ﴿۹۱﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe laa yahielloe lakoem an tariesoen niesaaa'a karhan wa laa ta'doeloehoenna lietazhaboe bieba'die maaa aataitoemoehoenna iellaaa ay ya'tieena biefaahieshatiem moebaiyienah; wa 'aashieroe hoenna bielma'roef; fa ien kariehtoemoehoenna fa'asaaa an takrahoe shai'aw wa yadj'alal laahoe fieehie ghairan kasieeraa
4:19 O jullie die geloven! Het is niet wettig dat jullie de vrouwen met dwang toe-eigenen. En ook niet dat jullie hen beperkingen opleggen zodat jullie een deel van wat jullie aan hen gegeven hadden ontnemen, behalve als zij open onzedelijkheid plegen. En leef met hun in vriendelijkheid. Maar als jullie een afkeer van hen hebben, misschien hebben jullie een afkeer van iets waar Allah veel goeds in heeft verschaft.

وَ اِنۡ اَرَدۡتُّمُ اسۡتِبۡدَالَ زَوۡجٍ مَّکَانَ زَوۡجٍ ۙ وَّ اٰتَیۡتُمۡ اِحۡدٰہُنَّ قِنۡطَارًا فَلَا تَاۡخُذُوۡا مِنۡہُ شَیۡئًا ؕ اَتَاۡخُذُوۡنَہٗ بُہۡتَانًا وَّ اِثۡمًا مُّبِیۡنًا ﴿۰۲﴾
Wa ien arattoemoestieb daala zawdjiem makaana zawdjien wa aataitoem iehdaahoenna qientaaran falaa ta'ghoezoe mienhoe shai'aa; ata'ghoezoenahoe boehtaannaw wa iesmam moebieenaa
4:20 En als jullie een echtgenote willen vervangen voor een andere vrouw, ontneem dan niets van haar (eigendommen), zelfs als jullie haar een hoop van goud hebben gegeven. Zouden jullie het ontnemen door haar te lasteren of door een duidelijke zonde te plegen?

وَ کَیۡفَ تَاۡخُذُوۡنَہٗ وَ قَدۡ اَفۡضٰی بَعۡضُکُمۡ اِلٰی بَعۡضٍ وَّ اَخَذۡنَ مِنۡکُمۡ مِّیۡثَاقًا غَلِیۡظًا ﴿۱۲﴾
Wa kaifa ta'ghoezoenahoe wa qad afdaa ba'doekoem ielaa ba'diew wa aghazna mien-koem mieesaaqan ghalieezaa
4:21 En hoe kunnen jullie het (terug)nemen, terwijl jullie tot elkander zijn gekomen en zij een sterke verbond met jullie hebben gesloten?

وَ لَا تَنۡکِحُوۡا مَا نَکَحَ اٰبَآؤُکُمۡ مِّنَ النِّسَآءِ اِلَّا مَا قَدۡ سَلَفَ ؕ اِنَّہٗ کَانَ فَاحِشَۃً وَّ مَقۡتًا ؕ وَ سَآءَ سَبِیۡلًا ﴿۲۲﴾
Wa laa tan-kiehoe maa nakaha aabaaa'oekoem mienan niesaaa'ie iellaa maa qad salaf; iennahoe kaana faahieshataw wa maqtaw wa saaa'a sabieelaa
4:22 En huw niet de vrouwen waarvan jullie vaders mee gehuwd waren, ondanks dat het vroeger gebeurt is. Voorzeker, het was een onzedelijke, een hatelijke en een onheilse/gruwelijke weg.

حُرِّمَتۡ عَلَیۡکُمۡ اُمَّہٰتُکُمۡ وَ بَنٰتُکُمۡ وَ اَخَوٰتُکُمۡ وَ عَمّٰتُکُمۡ وَ خٰلٰتُکُمۡ وَ بَنٰتُ الۡاَخِ وَ بَنٰتُ الۡاُخۡتِ وَ اُمَّہٰتُکُمُ الّٰتِیۡۤ اَرۡضَعۡنَکُمۡ وَ اَخَوٰتُکُمۡ مِّنَ الرَّضَاعَۃِ وَ اُمَّہٰتُ نِسَآئِکُمۡ وَ رَبَآئِبُکُمُ الّٰتِیۡ فِیۡ حُجُوۡرِکُمۡ مِّنۡ نِّسَآئِکُمُ الّٰتِیۡ دَخَلۡتُمۡ بِہِنَّ ۫ فَاِنۡ لَّمۡ تَکُوۡنُوۡا دَخَلۡتُمۡ بِہِنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ ۫ وَ حَلَآئِلُ اَبۡنَآئِکُمُ الَّذِیۡنَ مِنۡ اَصۡلَابِکُمۡ ۙ وَ اَنۡ تَجۡمَعُوۡا بَیۡنَ الۡاُخۡتَیۡنِ اِلَّا مَا قَدۡ سَلَفَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۳۲﴾
Hoerriemat 'alaikoem oemma haatoekoem wa banaatoekoem wa aghawaatoekoem wa 'ammaatoekoem wa ghaalaatoekoem wa banaatoel aghie wa banaatoel oeghtie wa oemmahaatoe koemoel laatieee arda' nakoem wa aghawaatoekoem mienarradaa'atie wa oemmahaatoe niesaaa'iekoem wa rabaaa'ie boekoemoel laatiee fiee hoedjoeriekoem mien niesaaa'iekoemoel laatiee daghaltoem biehienna Fa iel lam takoenoe daghaltoem biehienna falaa djoenaaha 'alaikoem wa halaaa'ieloe abnaaa'iekoemoel lazieena mien aslaabiekoem wa an tadjma'oe bainal oeghtainie iellaa maa qad salaf; iennallaaha kaana Ghafoerar Rahieema (End djoez 4)
4:23 Verboden voor jullie zijn (voor het aangaan van een huwelijk met) jullie moeders, dochters, zusters, tantes van vaders- en moederskant, dochters van broers en zusters (nichtjes), de moeders die jullie zoogden, de zoog-zusters (de vrouwen die gezoogd zijn door jullie zoogmoeder), de moeders van jullie vrouwen en jullie stiefdochters die onder jullie voogdij vallen, waarvan jullie met hun moeders gemeenschap hebben gehad. Maar als jullie nog geen gemeenschap met hun hebben gehad, dan is er geen zonde op jullie (voor het huwen van de stiefdochter). En de (ex-)vrouwen van jullie zonen die uit jullie voortkomen. En (verboden is) dat jullie twee zusters huwen. datgeen wat vroeger gebeurde is nu verleden tijd. Voorzeker, Allah is meest Vergevensgezind, meest Barmhartig.

وَّ الۡمُحۡصَنٰتُ مِنَ النِّسَآءِ اِلَّا مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ ۚ کِتٰبَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ ۚ وَ اُحِلَّ لَکُمۡ مَّا وَرَآءَ ذٰلِکُمۡ اَنۡ تَبۡتَغُوۡا بِاَمۡوَالِکُمۡ مُّحۡصِنِیۡنَ غَیۡرَ مُسٰفِحِیۡنَ ؕ فَمَا اسۡتَمۡتَعۡتُمۡ بِہٖ مِنۡہُنَّ فَاٰتُوۡہُنَّ اُجُوۡرَہُنَّ فَرِیۡضَۃً ؕ وَ لَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ فِیۡمَا تَرٰضَیۡتُمۡ بِہٖ مِنۡۢ بَعۡدِ الۡفَرِیۡضَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۴۲﴾
Walmoehsanaatoe mienan niesaaa'ie iellaa maa malakat aimaanoekoem kietaabal laahie 'alaikoem; wa oehiella lakoem maa waraaa'a zaaliekoem an tabtaghoe bie'amwaaliekoem moehsienieena ghaira moesaa fiehieen; famastamta'toem biehiee mienhoenna fa aatoehoenna oedjoerahoenna farieedah; wa laa djoenaaha 'alaikoem fieemaa taraadaitoem biehiee miem ba'diel farieedah; iennal laaha kaana 'Alieeman Hakieemaa
4:24 En verboden zijn de getrouwde vrouwen, behalve degenen die jullie rechtmatig bezitten. Dit is het gebod (decreet) van Allah op jullie. En toegestaan (om te huwen) is voor jullie datgeen wat buiten deze (vrouwen) valt, op voorwaarde dat jullie streven met jullie bezittingen (Mahr) verlangend naar zedelijkheid (huwelijk) en niet lustigheid/losbandigheid. En omdat jullie voordeel uit hen halen, geef hen hun bruidsschat als een verplichting. En er is geen zonde op jullie als jullie onderling het eens worden over de bruidsschat, nadat deze was vast gesteld. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs.

وَ مَنۡ لَّمۡ یَسۡتَطِعۡ مِنۡکُمۡ طَوۡلًا اَنۡ یَّنۡکِحَ الۡمُحۡصَنٰتِ الۡمُؤۡمِنٰتِ فَمِنۡ مَّا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ مِّنۡ فَتَیٰتِکُمُ الۡمُؤۡمِنٰتِ ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِاِیۡمَانِکُمۡ ؕ بَعۡضُکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡضٍ ۚ فَانۡکِحُوۡہُنَّ بِاِذۡنِ اَہۡلِہِنَّ وَ اٰتُوۡہُنَّ اُجُوۡرَہُنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ مُحۡصَنٰتٍ غَیۡرَ مُسٰفِحٰتٍ وَّ لَا مُتَّخِذٰتِ اَخۡدَانٍ ۚ فَاِذَاۤ اُحۡصِنَّ فَاِنۡ اَتَیۡنَ بِفَاحِشَۃٍ فَعَلَیۡہِنَّ نِصۡفُ مَا عَلَی الۡمُحۡصَنٰتِ مِنَ الۡعَذَابِ ؕ ذٰلِکَ لِمَنۡ خَشِیَ الۡعَنَتَ مِنۡکُمۡ ؕ وَ اَنۡ تَصۡبِرُوۡا خَیۡرٌ لَّکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۵۲﴾
Wa mal lam yastatie' mien-koem tawlan ay yan-kiehal moehsanaatiel moe'mienaatie famiemmaa malakat aimaanoekoem mien fatayaatiekoemoel moe'mienaat; wallaahoe a'lamoe bie ieemaaniekoem; ba'doekoem miem ba'd; fan-kiehoehoenna bie ieznie ahliehienna wa aatoehoenna oedjoerahoenna bielma'roefie moehsanaatien ghaira moesaa fiehaatiew wa laa moettaghiezaatie aghdaan; fa iezaaa oehsienna fa ien ataina biefaahie shatien fa'alaihiennna niesfoe maa 'alal moehsanaatie mienal 'azaab; zaalieka lieman ghashieyal 'anata mien-koem; wa an tasbieroe ghairoel lakoem; wallaahoe Ghafoeroer Rahieem
4:25 En wie onder jullie niet financieel in staat is om de vrije, kuise, gelovige vrouw te huwen, trouw dan (met iemand) uit de gelovige slavinnen die jullie rechterhanden (mensen in de gemeenschap) bezitten. En Allah kent jullie geloofsovertuiging (Imaan) het best. Jullie komen uit elkaar voort. Huw hen dus met de toestemming van hun eigenaar en geef hen hun bruidsschatten op een eerlijke wijze, zodat ze kuis zijn en niet behoren tot lust objecten of behoren tot geheime minnaressen/liefdes. Wanneer zij dan getrouwd zijn en dan overspel plegen, dan is er voor hen de halve straf wat opgelegd was aan de vrije kuise vrouw (50 zweepslagen). Dat (het trouwen van een slavin) is (bedoeld) voor wie bang is om een zonde te begaan en geduldig zijn is beter voor jullie. En Allah is meest Vergevensgezind, Meest Genadevol.

یُرِیۡدُ اللّٰہُ لِیُبَیِّنَ لَکُمۡ وَ یَہۡدِیَکُمۡ سُنَنَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ یَتُوۡبَ عَلَیۡکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۶۲﴾
Yoerieedoel laahoe lieyoebay yiena lakoem wa yahdieyakoem soenanal lazieena mien qabliekoem wa yatoeba 'alaikoem; wallaahoe 'Alieemoen Hakieem
4:26 Allah Wenst jullie het duidelijk te maken en jullie te leiden naar de (goede) handelwijze van (de generaties) voor jullie en jullie berouw te Aanvaarden. En Allah is Alwetend, Alwijs.

وَ اللّٰہُ یُرِیۡدُ اَنۡ یَّتُوۡبَ عَلَیۡکُمۡ ۟ وَ یُرِیۡدُ الَّذِیۡنَ یَتَّبِعُوۡنَ الشَّہَوٰتِ اَنۡ تَمِیۡلُوۡا مَیۡلًا عَظِیۡمًا ﴿۷۲﴾
Wallaahoe yoerieedoe ay yatoeba 'alaikoem wa yoerieedoel lazieena yattabie 'oenash shahawaatie an tamieeloe mailan 'azieemaa
4:27 En Allah Wenst jullie berouw te aanvaarden, terwijl degene die de begeerten volgen, wensen dat jullie afwijken met een grote afwijking (van de leiding).

یُرِیۡدُ اللّٰہُ اَنۡ یُّخَفِّفَ عَنۡکُمۡ ۚ وَ خُلِقَ الۡاِنۡسَانُ ضَعِیۡفًا ﴿۸۲﴾
Yoerieedoel laahoe ay yoeghaffiefa 'an-koem; wa ghoelieqal iensaanoe da'ieefaa
4:28 Allah Wenst verlichting (van lasten) voor jullie en de mensheid is zwak geschapen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَاۡکُلُوۡۤا اَمۡوَالَکُمۡ بَیۡنَکُمۡ بِالۡبَاطِلِ اِلَّاۤ اَنۡ تَکُوۡنَ تِجَارَۃً عَنۡ تَرَاضٍ مِّنۡکُمۡ ۟ وَ لَا تَقۡتُلُوۡۤا اَنۡفُسَکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِکُمۡ رَحِیۡمًا ﴿۹۲﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe laa ta'koeloeo amwaalakoem bainakoem bielbaatielie 'iellaaa an takoena tiedjaaratan 'an taraadiem mien-koem; wa laa taqtoeloeo anfoesakoem; iennal laaha kaana biekoem Rahieemaa
4:29 O jullie die geloven, eet niet op een onrechtvaardige manier van elkaars eigendommen. Maar laat er handel wezen met wederzijdse goedkeuring tussen jullie. En dood julliezelf niet (door onrechtmatige handel). Voorzeker, Allah is Meest Barmhartig naar jullie toe.

وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ عُدۡوَانًا وَّ ظُلۡمًا فَسَوۡفَ نُصۡلِیۡہِ نَارًا ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرًا ﴿۰۳﴾
Wa may yaf'al zaalieka 'oedwaanaw wa zoelman fasawfa noeslieehie Naaraa; wa kaana zaalieka 'alal laahie yasieeraa
4:30 En wie dat in agressie en in onrecht doet, dan zullen Wij hem spoedig in de Hel werpen. En dat is voor Allah gemakkelijk.

اِنۡ تَجۡتَنِبُوۡا کَبَآئِرَ مَا تُنۡہَوۡنَ عَنۡہُ نُکَفِّرۡ عَنۡکُمۡ سَیِّاٰتِکُمۡ وَ نُدۡخِلۡکُمۡ مُّدۡخَلًا کَرِیۡمًا ﴿۱۳﴾
In tadjtanieboe kabaaa'iera maa toenhawna 'anhoe noekaffier 'an-koem saiyieaatiekoem wa noedghielkoem moedghalan karieemaa
4:31 Als jullie van grote zonden afwenden, die verboden voor jullie zijn, dan zullen Wij jullie slechte daden van jullie verwijderen. En Wij zullen jullie toelaten tot een nobele ingang (het Paradijs).

وَ لَا تَتَمَنَّوۡا مَا فَضَّلَ اللّٰہُ بِہٖ بَعۡضَکُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ ؕ لِلرِّجَالِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا اکۡتَسَبُوۡا ؕ وَ لِلنِّسَآءِ نَصِیۡبٌ مِّمَّا اکۡتَسَبۡنَ ؕ وَ سۡئَلُوا اللّٰہَ مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمًا ﴿۲۳﴾
Wa laa tatamannaw maa faddalal laahoe biehiee ba'dakoem 'alaa ba'd; lierriedjaalie nasieeboem miemmak tasaboe wa lienniesaaa'ie nasieeboem miemmak tasabn; was'aloellaaha mien fadlieh; iennal laaha kaana biekoellie shai'ien 'Alieemaa
4:32 En begeer niet datgeen wat Allah aan sommige boven anderen geschonken heeft. Voor mannen is er een aandeel van wat zij verdienen en voor vrouwen is er een aandeel van wat zij verdienen. En vraag Allah van Zijn gunsten. Voorzeker, Allah is Alwetend over alles.

وَ لِکُلٍّ جَعَلۡنَا مَوَالِیَ مِمَّا تَرَکَ الۡوَالِدٰنِ وَ الۡاَقۡرَبُوۡنَ ؕ وَ الَّذِیۡنَ عَقَدَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ فَاٰتُوۡہُمۡ نَصِیۡبَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدًا ﴿۳۳﴾
Wa liekoellien dja'alnaa ma waalieya miemmaa tarakal waaliedaanie wal aqraboen; wallazieena 'aqadat aimaanoekoem fa aatoehoem nasieebahoem; iennal laaha kaana 'alaa koellie shai'ien Shahieedaa
4:33 En voor een ieder hebben Wij een erfenis vastgesteld van wat zijn ouders en verwanten nalaten. En degenen met wie jullie een plechtig verbond hebben gesloten, geef hen hun aandeel. Voorwaar, Allah is Getuige van alle zaken.

اَلرِّجَالُ قَوّٰمُوۡنَ عَلَی النِّسَآءِ بِمَا فَضَّلَ اللّٰہُ بَعۡضَہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ وَّ بِمَاۤ اَنۡفَقُوۡا مِنۡ اَمۡوَالِہِمۡ ؕ فَالصّٰلِحٰتُ قٰنِتٰتٌ حٰفِظٰتٌ لِّلۡغَیۡبِ بِمَا حَفِظَ اللّٰہُ ؕ وَ الّٰتِیۡ تَخَافُوۡنَ نُشُوۡزَہُنَّ فَعِظُوۡہُنَّ وَ اہۡجُرُوۡہُنَّ فِی الۡمَضَاجِعِ وَ اضۡرِبُوۡہُنَّ ۚ فَاِنۡ اَطَعۡنَکُمۡ فَلَا تَبۡغُوۡا عَلَیۡہِنَّ سَبِیۡلًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیًّا کَبِیۡرًا ﴿۴۳﴾
Arriedjaaloe qawwaamoena 'alan niesaaa'ie biemaa fad dalallaahoe ba'dahoem 'alaa ba'diew wa biemaaa anfaqoe mien amwaaliehiem; fassaaliehaatoe qaanietaatoen haafiezaatoel liel ghaibie biemaa hafiezal laah; wallaatiee taghaafoena noeshoe zahoenna fa 'iezoehoenna wahdjoeroehoenna fiel madaadjie'ie wadrieboehoenna fa ien ata'nakoem falaa tabghoe 'alaihienna sabieelaa; iennallaaha kaana 'Alieyyan Kabieeraa
4:34 De mannen zijn de beschermers en onderhouders van de vrouwen, omdat Allah de één boven de andere bevoorrecht heeft (gerelateerd dat alle profeten mannen waren [12:109], en dat alleen mannen het gebed kunnen leiden, wanneer gezamenlijk gebeden wordt). En omdat ze van hun rijkdommen besteden (voor het onderhouden van de vrouwen). Dus de oprechte vrouwen zijn de gehoorzame vrouwen, wakend over dat wat Allah bevolen heeft te waken. En van wie (de vrouwen) jullie slecht gedrag vrezen, vermaan hun dan en negeer hen in bed en sla hen. Als ze dan gehoorzamen, zoek dan geen tegenwerking voor hun. Voorwaar, Allah is Meest Verheven, de Aller Grootste.

وَ اِنۡ خِفۡتُمۡ شِقَاقَ بَیۡنِہِمَا فَابۡعَثُوۡا حَکَمًا مِّنۡ اَہۡلِہٖ وَ حَکَمًا مِّنۡ اَہۡلِہَا ۚ اِنۡ یُّرِیۡدَاۤ اِصۡلَاحًا یُّوَفِّقِ اللّٰہُ بَیۡنَہُمَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا خَبِیۡرًا ﴿۵۳﴾
Wa ien ghieftoem shieqaaqa bainie hiemaa fab'asoe haka mam mien ahliehiee wa hakamam mien ahliehaa; ieny-yoerieedaaa ieslaah ai-yoewaffieqiel laahoe bainahoemaa; iennal laaha kaana 'Alieeman ghabieeraa
4:35 En als jullie ruzie/onenigheid/breuk tussen hen vrezen, stuur dan een bemiddelaar van zijn familie en een bemiddelaar van haar familie. Als zij dan beide verzoening wensen, Allah zal verzoening tussen beide teweeg brengen. Voorzeker, Allah is de Al-Aliem (Al-wetend), Al-Gabier (Degene die op de hoogte is van alles).

وَ اعۡبُدُوا اللّٰہَ وَ لَا تُشۡرِکُوۡا بِہٖ شَیۡئًا وَّ بِالۡوَالِدَیۡنِ اِحۡسَانًا وَّ بِذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنِ وَ الۡجَارِ ذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡجَارِ الۡجُنُبِ وَ الصَّاحِبِ بِالۡجَنۡۢبِ وَ ابۡنِ السَّبِیۡلِ ۙ وَ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ مَنۡ کَانَ مُخۡتَالًا فَخُوۡرَا ﴿۶۳﴾
Wa'boedoel laaha wa laa toeshriekoe biehiee shai'aw wa bielwaaliedainie iehsaanaw wa bieziel qoerbaa walyataamaa walmasaakieenie waldjaarie zielqoerbaa waldjaariel djoenoebie wassaahiebie bieldjambie wabnies sabieelie wa maa malakat aimaanoekoem; iennal laaha laa yoehiebboe man kaana moeghtaalan faghoeraa
4:36 En aanbidt Allah en ken Hem in niets een deelgenoot toe. En wees goed voor de ouders en de verwanten en de wezen en de behoeftigen en de verwante buren en de niet-verwante buren en de vrienden en de reiziger en de slaven waarover jullie beschikken. Allah Houdt niet van degene die hoogmoedig en opschepperig is.

ۣالَّذِیۡنَ یَبۡخَلُوۡنَ وَ یَاۡمُرُوۡنَ النَّاسَ بِالۡبُخۡلِ وَ یَکۡتُمُوۡنَ مَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ وَ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابًا مُّہِیۡنًا ﴿۷۳﴾
Allazieena yabghaloena wa ya'moeroenan naasa bielboeghlie wa yaktoemoena maaa aataahoe moellaahoe mien fadlieh; wa a'tadnaa lielkaafierieena 'azaabam moehieenaa
4:37 Zij zijn degenen die gierig zijn en die de mensheid hebzucht opdragen en verstoppen wat Allah van zijn gunst aan hun gegeven heeft. En voor de ongelovigen hebben Wij een vernederende bestraffing gereedgemaakt.

وَ الَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ اَمۡوَالَہُمۡ رِئَآءَ النَّاسِ وَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ لَا بِالۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ وَ مَنۡ یَّکُنِ الشَّیۡطٰنُ لَہٗ قَرِیۡنًا فَسَآءَ قَرِیۡنًا ﴿۸۳﴾
Wallazieena yoenfieqoena amwaalahoem rie'aaa'an naasie wa laa yoe'mienoena biellaahie wa laa biel Yawmiel Aaghier; wa may yakoeniesh shaitaanoe lahoe qarieenan fasaaa'a qarieenaa
4:38 En zij geven uit om door de mensen gezien te worden. Ze geloven niet in Allah, noch in de dag des oordeels. En wie de satan als Qarien (metgezel, boezemvriend) heeft genomen, dan zeer slecht is zijn Qarien.

وَ مَاذَا عَلَیۡہِمۡ لَوۡ اٰمَنُوۡا بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ اَنۡفَقُوۡا مِمَّا رَزَقَہُمُ اللّٰہُ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِہِمۡ عَلِیۡمًا ﴿۹۳﴾
Wa maazaa 'alaihiem law aamanoe biellaahie wal Yawmiel Aaghierie wa anfaqoe miemmaa razaqahoemoel laah; wa kaanallaahoe biehiem 'alieemaa
4:39 En wat zou het hen schaden indien zij in Allah en de Laatste Dag zouden geloven, en uitgeven van hetgeen waar Allah hen mee voorzien heeft. En Allah is Al-wetend over hen.

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَظۡلِمُ مِثۡقَالَ ذَرَّۃٍ ۚ وَ اِنۡ تَکُ حَسَنَۃً یُّضٰعِفۡہَا وَ یُؤۡتِ مِنۡ لَّدُنۡہُ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۰۴﴾
Innal laaha laa yazliemoe miesqaala zarratiew wa ien takoe hasanatay yoedaa'iefhaa wa yoe'tie miel ladoenhoe adjran 'azieemaa
4:40 Voorwaar, Allah doet geen onrecht aan zelfs niet als het gewicht van een atoom. Maar als er iets goeds is (in een daad) verdubbelt Hij het en geeft een grote beloning vanuit Zijn kant.

فَکَیۡفَ اِذَا جِئۡنَا مِنۡ کُلِّ اُمَّۃٍۭ بِشَہِیۡدٍ وَّ جِئۡنَا بِکَ عَلٰی ہٰۤؤُلَآءِ شَہِیۡدًا ﴿۱۴﴾
Fakaifa iezaa djie'naa mien koellie oemmatiem bieshahieediew wa djie'naabieka 'alaa haaa'oelaaa 'ie Shahieeda
4:41 En hoe zal het zijn, wanneer Wij (op de dag des oordeels) een getuige (profeet) brengen voor elke volk en Wij jou (Mohammed v.z.m.h.) als getuige nemen tegen deze mensen. (Notitie zie 5:117 m.b.t. getuige van profeet Mohammed v.z.m.h.)

یَوۡمَئِذٍ یَّوَدُّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ عَصَوُا الرَّسُوۡلَ لَوۡ تُسَوّٰی بِہِمُ الۡاَرۡضُ ؕ وَ لَا یَکۡتُمُوۡنَ اللّٰہَ حَدِیۡثًا ﴿۲۴﴾
Yawma'ieziey yawad doellazieena kafaroe wa'asawoer Rasoela law toesawwaa biehiemoel ardoe wa laa yaktoemoenal laaha hadieesaa
4:42 Op die Dag wensen degenen die niet geloofden en de profeet niet gehoorzaamden, dat zij gelijk met de aarde waren (niet levend waren). En ze zullen niets voor Allah kunnen verbergen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَقۡرَبُوا الصَّلٰوۃَ وَ اَنۡتُمۡ سُکٰرٰی حَتّٰی تَعۡلَمُوۡا مَا تَقُوۡلُوۡنَ وَ لَا جُنُبًا اِلَّا عَابِرِیۡ سَبِیۡلٍ حَتّٰی تَغۡتَسِلُوۡا ؕ وَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مَّرۡضٰۤی اَوۡ عَلٰی سَفَرٍ اَوۡ جَآءَ اَحَدٌ مِّنۡکُمۡ مِّنَ الۡغَآئِطِ اَوۡ لٰمَسۡتُمُ النِّسَآءَ فَلَمۡ تَجِدُوۡا مَآءً فَتَیَمَّمُوۡا صَعِیۡدًا طَیِّبًا فَامۡسَحُوۡا بِوُجُوۡہِکُمۡ وَ اَیۡدِیۡکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَفُوًّا غَفُوۡرًا ﴿۳۴﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe laa taqraboes Salaata wa antoem soekaaraa hatta ta'lamoe ma taqoeloena wa laa djoenoeban iellaa 'aabieriee sabieelien hatta taghtasieloe; wa ien koentoem mardaaa aw 'alaa safarien aw djaaa'a ahadoem mien-koem mienal ghaaa'ietie aw laamastoemoen niesaaa'a falam tadjiedoe maaa'an fatayam mamoe sa'ieedan taiyieban famsahoe biewoedjoehiekoem wa aidieekoem; iennal laaha kaana 'Afoewwan Ghafoeraa
4:43 O jullie die geloven, nader niet de 'Salaat' (het gebed) als jullie onder invloed zijn (van alcohol, drugs, etc), totdat jullie weer beseffen wat jullie zeggen. En ook niet als jullie onrein zijn, behalve degenen die op reis zijn, totdat jullie je gereinigd hebben. En als jullie ziek zijn, of op reis zijn, of jullie van het toilet komen, of jullie de vrouwen hebben aangeraakt (geslachtsgemeenschap), en jullie kunnen geen water vinden, verricht dan de tayammum met schone aarde en veeg ermee jullie gezichten en handen. Allah is Genadig, Vergevensgezind.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡا نَصِیۡبًا مِّنَ الۡکِتٰبِ یَشۡتَرُوۡنَ الضَّلٰلَۃَ وَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ تَضِلُّوا السَّبِیۡلَ ﴿۴۴﴾
Alam tara ielal lazieena oetoe nasieebam mienal Kietaabie yashtaroenad dalaalata wa yoerieedoena an tadielloes sabieel
4:44 Heb jij degenen niet gezien aan wie een gedeelte van het Boek werd gegeven? Zij kochten de dwaling en wensen dat jullie dwalen van de weg.

وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِاَعۡدَآئِکُمۡ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَلِیًّا ٭۫ وَّ کَفٰی بِاللّٰہِ نَصِیۡرًا ﴿۵۴﴾
Wallaahoe a'lamoe bie a'daaa'ie-koem; wa kafaa biellaahie walieyyaw wa kafaa biellaahie nasieera
4:45 En Allah kent jullie vijanden beter en Allah is voldoende als een Beschermer en Allah is voldoende als een Helper.

مِنَ الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا یُحَرِّفُوۡنَ الۡکَلِمَ عَنۡ مَّوَاضِعِہٖ وَ یَقُوۡلُوۡنَ سَمِعۡنَا وَ عَصَیۡنَا وَ اسۡمَعۡ غَیۡرَ مُسۡمَعٍ وَّ رَاعِنَا لَـیًّۢا بِاَلۡسِنَتِہِمۡ وَ طَعۡنًا فِی الدِّیۡنِ ؕ وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ قَالُوۡا سَمِعۡنَا وَ اَطَعۡنَا وَ اسۡمَعۡ وَ انۡظُرۡنَا لَکَانَ خَیۡرًا لَّہُمۡ وَ اَقۡوَمَ ۙ وَ لٰکِنۡ لَّعَنَہُمُ اللّٰہُ بِکُفۡرِہِمۡ فَلَا یُؤۡمِنُوۡنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۶۴﴾
Mienal lazieena haadoe yoeharriefoenal Kaliema 'am mawaadie'iehiee wa yaqoeloena samie'naa wa 'asainaa wasma' ghaira moesma'iew wa raa'ienaa laiyam bie alsienatiehiem wa ta'nan fieddieen; wa law annahoem qaaloe samie'naa wa ata'naa wasma' wanzoernaa lakaana ghairal lahoem wa aqwama wa laakiel la' a'nahoemoel laahoe biekoefriehiem falaa yoe'mienoena iellaa qalieela
4:46 Onder de Joden, zijn er die woorden van hun plaatsen verdraaien en zeggen: "We horen, maar wij gehoorzamen niet. En (zij zeggen) Hoor, maar luistert niet, en "Ra'ina", draaiend met hun tongen en belasteren de rechtvaardige levenswijze (wensend dat jullie dwalen van die weg). Als ze hadden gezegd :"Wij horen en wij gehoorzamen," en "Hoor en kijk naar ons" (verwijzend naar de verrichten goede daden), dan zou dat zeker beter zijn geweest voor hen en meer standvastig. Maar Allah heeft hen vanwege hun ongeloof vervloekt en zij geloven niet, behalve een klein deel van hun.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ اٰمِنُوۡا بِمَا نَزَّلۡنَا مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَکُمۡ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ نَّطۡمِسَ وُجُوۡہًا فَنَرُدَّہَا عَلٰۤی اَدۡبَارِہَاۤ اَوۡ نَلۡعَنَہُمۡ کَمَا لَعَنَّاۤ اَصۡحٰبَ السَّبۡتِ ؕ وَ کَانَ اَمۡرُ اللّٰہِ مَفۡعُوۡلًا ﴿۷۴﴾
Yaaa aiyoeha lazieena oetoel Kietaaba aamienoe biemaa nazzalnaa moesadieqalliemaa ma'akoem mien qablie an natmiesa woedjoehan fanaroeddahaa 'alaaa adbaariehaaa aw nal'anahoem kamaa la'annaaa Ashaabas Sabt; wa kaana amroel laahie maf'oelaa
4:47 O jullie aan wie het boek gegeven is! Geloof in wat Wij hebben neergezonden (de koran), het bevestigt wat jullie al hebben. Geloof in het, voordat We gezichten verminken en op jullie achterwerk plaatsen of voordat We hen vervloeken zoals We de mensen van de Sabbat vervloekten. En de opdracht van Allah wordt altijd uitgevoerd.

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَغۡفِرُ اَنۡ یُّشۡرَکَ بِہٖ وَ یَغۡفِرُ مَا دُوۡنَ ذٰلِکَ لِمَنۡ یَّشَآءُ ۚ وَ مَنۡ یُّشۡرِکۡ بِاللّٰہِ فَقَدِ افۡتَرٰۤی اِثۡمًا عَظِیۡمًا ﴿۸۴﴾
Innal laaha laa yaghfieroe ay yoeshraka biehiee wa yaghfieroe maa doena zaalieka liemay yashaaa'; wa may yoeshriek biellaahie faqadief taraaa iesman 'azieemaa
4:48 Voorwaar, Allah vergeeft niet dat er aan Hem deelgenoten toegekend wordt, maar buiten dit vergeeft Hij wie Hij wil. En wie aan Allah deelgenoten toekent, dan heeft hij waarlijk een zeer grote zonde begaan, door wat hij verzonnen heeft.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ یُزَکُّوۡنَ اَنۡفُسَہُمۡ ؕ بَلِ اللّٰہُ یُزَکِّیۡ مَنۡ یَّشَآءُ وَ لَا یُظۡلَمُوۡنَ فَتِیۡلًا ﴿۹۴﴾
Alam tara ielal lazieena yoezakkoena anfoesahoem; baliel laahoe yoezakkiee may yashaaa'oe wa laa yoezlamoena fatieelaa
4:49 Heb jij dan degenen niet gezien, die de heiligheid toe-eigenen? Nee, het is Allah! Hij zuivert wie Hij wil. En geen enkel onrecht zal hun aangedaan worden, zelfs niet iets wat gelijk is aan een haar van een dadelpit.

اُنۡظُرۡ کَیۡفَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ ؕ وَ کَفٰی بِہٖۤ اِثۡمًا مُّبِیۡنًا ﴿۰۵﴾
Oenzoer kaifa yaftaroena 'alal laahiel kazieb, wakafaa biehieee iesmamm moebieenaa
4:50 Zie hoe zij de leugen (m.b.t. de deelgenoten) over Allah verzinnen en zelfs dat (iets zeggen over Allah waar geen bewijs voor is) is al een zeer grote zonde!

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡا نَصِیۡبًا مِّنَ الۡکِتٰبِ یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡجِبۡتِ وَ الطَّاغُوۡتِ وَ یَقُوۡلُوۡنَ لِلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ہٰۤؤُلَآءِ اَہۡدٰی مِنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا سَبِیۡلًا ﴿۱۵﴾
Alam tara ielal lazieena 'oetoe nasieebam mienal kietaabie yoe'mienoena biel djiebtie wat Taaghoetie wa yaqoeloena liellazieena kafaroe haaa oelaaa'ie ahdaa mienal lazieena aamanoe sabieelaa
4:51 Heb je dan degenen niet gezien, aan wie een gedeelte van het boek was gegeven? Ze geloven in de Djibt (bijgeloof) en de "Taghoet" (alles wat buiten Allah's grenzen valt, zoals zwarte magie). En ze zeggen over degenen die niet geloven: "Deze (de ongelovigen) volgen een beter weg dan gelovigen".

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ لَعَنَہُمُ اللّٰہُ ؕ وَ مَنۡ یَّلۡعَنِ اللّٰہُ فَلَنۡ تَجِدَ لَہٗ نَصِیۡرًا ﴿۲۵﴾
Oelaaa'iekal lazieena la'ana hoemoel laahoe wa may yal'aniel laahoe falan tadjieda lahoe nasieeraa
4:52 Deze zijn het die Allah heeft vervloekt! En wie door Allah vervloekt is, dan zal je nooit een helper voor hem kunnen vinden.

اَمۡ لَہُمۡ نَصِیۡبٌ مِّنَ الۡمُلۡکِ فَاِذًا لَّا یُؤۡتُوۡنَ النَّاسَ نَقِیۡرًا ﴿۳۵﴾
Am lahoem nasieeboem mienal moelkie fa iezal laa yoe'toenan naasa naqieeraa
4:53 Of hebben zij een aandeel in de Heerschappij? Als dat het geval was dan zouden zij zelfs het gelijke van een holte in een dadelpit niet aan de mensheid/mensen hebben gegeven.

اَمۡ یَحۡسُدُوۡنَ النَّاسَ عَلٰی مَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ۚ فَقَدۡ اٰتَیۡنَاۤ اٰلَ اِبۡرٰہِیۡمَ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ اٰتَیۡنٰہُمۡ مُّلۡکًا عَظِیۡمًا ﴿۴۵﴾
Am yahsoedoenan naasa 'alaa maaa aataahoemoel laahoe mien fadliehiee faqad aatainaaa Aala Ibraahieemal Kietaaba wal Hiekmata wa aatainaahoem moelkan 'azieemaa
4:54 Of zijn zij jaloers op de mensen om wat Allah hen van Zijn goedgunstigheid (Boek, wijsheid, koninkrijk) gegeven heeft? Maar waarlijk, Wij hebben al eerder aan de familie van Ibrahiem het Boek en de Wijsheid gegeven (Mohammed v.z.m.h, is een nakomeling van Ibrahiem). En Wij gaven hen (Ibrahiem en zijn nakomelingen) al eerder een geweldig heerschappij\koninkrijk.

فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ اٰمَنَ بِہٖ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ صَدَّ عَنۡہُ ؕ وَ کَفٰی بِجَہَنَّمَ سَعِیۡرًا ﴿۵۵﴾
Famienhoem man aamana biehiee wa mienhoem man sadda 'anh; wa kafaa bie djahannama sa'ieeraa
4:55 En zo ook waren er onder hen (de mensen van hun koninkrijk) die er in geloofden en onder hen waren er die zich afkeerde (van de boodschap). En de Hel is voldoende als laaiend vuur.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِنَا سَوۡفَ نُصۡلِیۡہِمۡ نَارًا ؕ کُلَّمَا نَضِجَتۡ جُلُوۡدُہُمۡ بَدَّلۡنٰہُمۡ جُلُوۡدًا غَیۡرَہَا لِیَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۶۵﴾
Innal lazieena kafaroe bie Aayaatienaa sawfa noeslieehiem Naaran koellamaa nadiedjat djoeloedoehoem baddalnaahoem djoeloedan ghairahaa lieyazoeqoel 'azaab; iennallaaha kaana 'Azieezan Hakieemaa
4:56 Voorzeker, degenen die niet in Onze Tekenen geloofden, spoedig zullen Wij hen branden in een Vuur. Ieder keer zullen hun huiden worden gebraden. Wij zullen hun huiden (namelijk) vervangen, zodat ze (telkens) de bestraffing mogen voelen. Voorzeker, Allah is Almachtig, Alwijs.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ سَنُدۡخِلُہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ لَہُمۡ فِیۡہَاۤ اَزۡوَاجٌ مُّطَہَّرَۃٌ ۫ وَّ نُدۡخِلُہُمۡ ظِلًّا ظَلِیۡلًا ﴿۷۵﴾
Wallazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie sanoed ghieloehoem djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaaa abadaa, lahoem fieehaaa azwaadjoem moetahharatoen wa noedghieloehoem ziellan zalieelaa
4:57 En degenen die geloofden en goede daden verrichtten, Wij zullen hun toelaten in Tuinen waaronder rivieren stromen. Ze zullen daar eeuwig in vertoeven, voor hun zullen er reine echtgenotes zijn, en wij zullen hen tot schaduwen op schaduwen toelaten.

اِنَّ اللّٰہَ یَاۡمُرُکُمۡ اَنۡ تُؤَدُّوا الۡاَمٰنٰتِ اِلٰۤی اَہۡلِہَا ۙ وَ اِذَا حَکَمۡتُمۡ بَیۡنَ النَّاسِ اَنۡ تَحۡکُمُوۡا بِالۡعَدۡلِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ نِعِمَّا یَعِظُکُمۡ بِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ سَمِیۡعًۢا بَصِیۡرًا ﴿۸۵﴾
Innal laaha ya'moeroekoem an toe'addoel amaanaatie ielaaa ahliehaa wa iezaa hakamtoem bainan naasie an tahkoemoe biel'adl; iennal laaha nie'iemmaa ya'iezoekoem bieh; iennal laaha kaana Samiee'am Basieeraa
4:58 Voorzeker, Allah gebiedt jullie het toevertrouwde aan haar eigenaren te geven. En wanneer jullie onder de mensen oordelen, oordeel dan met rechtvaardigheid. Voorzeker, hiermee adviseert Allah het beste voor jullie. Voorwaar, Allah is Alhorend. Alziend.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوا الرَّسُوۡلَ وَ اُولِی الۡاَمۡرِ مِنۡکُمۡ ۚ فَاِنۡ تَنَازَعۡتُمۡ فِیۡ شَیۡءٍ فَرُدُّوۡہُ اِلَی اللّٰہِ وَ الرَّسُوۡلِ اِنۡ کُنۡتُمۡ تُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ ذٰلِکَ خَیۡرٌ وَّ اَحۡسَنُ تَاۡوِیۡلًا ﴿۹۵﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoeo atiee'oel laaha wa atiee'oer Rasoela wa oeliel amrie mien-koem fa ien tanaaza'toem fiee shai'ien faroeddoehoe ielal laahie war Rasoelie ien koentoem toe'mienoena biellaahie wal yawmiel Aaghier; zaalieka ghairoew wa ahsanoe ta'wieelaa
4:59 O gelovigen, gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper en (gehoorzaam) degenen met autoriteit die onder jullie bevinden. Wanneer jullie dan oneens zijn met iets, refereer het naar Allah en de Boodschapper, indien jullie geloven in Allah en in de Laatste Dag. Dat is het beste voor de uiteindelijke bepaling.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ یَزۡعُمُوۡنَ اَنَّہُمۡ اٰمَنُوۡا بِمَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ مِنۡ قَبۡلِکَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یَّتَحَاکَمُوۡۤا اِلَی الطَّاغُوۡتِ وَ قَدۡ اُمِرُوۡۤا اَنۡ یَّکۡفُرُوۡا بِہٖ ؕ وَ یُرِیۡدُ الشَّیۡطٰنُ اَنۡ یُّضِلَّہُمۡ ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۰۶﴾
Alam tara ielal lazieena yaz'oemoena annahoem amanoe biemaa oenzielaa ielaika wa maaa oenziela mien qablieka yoerieedoena ay yatahaakamoeo ielat Taaghoetie wa qad oemieroeo ay yakfoeroe biehie, wa yoerieedoesh Shaitaanoe ay yoediellahoem dalaalam ba'ieedaa
4:60 Heb je dan degenen niet gezien, die claimen dat ze geloven in het geen wat aan jou is geopenbaard en wat eerder (aan de generaties) voor jou is geopenbaard? Ze wensen volgens de "Taghoet" (alles wat buiten de grenzen van Allah valt) te oordelen, en zij waren echter bevolen om het te verwerpen. En de satan wenst hun te misleiden, dwalend en ver weg van het pad.

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ تَعَالَوۡا اِلٰی مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ وَ اِلَی الرَّسُوۡلِ رَاَیۡتَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ یَصُدُّوۡنَ عَنۡکَ صُدُوۡدًا ﴿۱۶﴾
Wa iezaa qieela lahoem ta'aalaw ielaa maaa anzalallaahoe wa ielar Rasoelie ra aital moenaafieqieena yasoeddoena 'an-ka soedoedaa
4:61 En wanneer tot hen wordt gezegd: "Komt naar wat Allah heeft neergezonden en naar de Boodschapper" dan zie je de hypocrieten in afkeer van jou weggaan.

فَکَیۡفَ اِذَاۤ اَصَابَتۡہُمۡ مُّصِیۡبَۃٌۢ بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡہِمۡ ثُمَّ جَآءُوۡکَ یَحۡلِفُوۡنَ ٭ۖ بِاللّٰہِ اِنۡ اَرَدۡنَاۤ اِلَّاۤ اِحۡسَانًا وَّ تَوۡفِیۡقًا ﴿۲۶﴾
Fakaifa iezaaa asaabathoem moesieebatoem biemaa qaddamat aidieehiem soemma djaaa'oeka yahliefoena biellaahie ien aradnaaa iellaaa iehsaanaw wa tawfieeqaa
4:62 Hoe komt het dat, wanneer zij getroffen worden door een ramp wat veroorzaakt is door hun handen, zij naar jou komen en zeggen zwerend bij Allah :"Wij hadden alleen maar goede intenties en we wilde alleen verzoenen/bemiddelen".

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ یَعۡلَمُ اللّٰہُ مَا فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ٭ فَاَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ وَ عِظۡہُمۡ وَ قُلۡ لَّہُمۡ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ قَوۡلًۢا بَلِیۡغًا ﴿۳۶﴾
Oelaaa'iekal lazieena ya'la moellaahoe maa fiee qoeloebiehiem fa a'ried 'anhoem wa 'iezhoem wa qoel lahoem fieee anfoesiehiem qawlam balieeghaa
4:63 Zij zijn degenen! Allah weet zich wat in hun harten bevindt. Dus wend je van hen af en vermaan hen met een woord dat hun ziel diep raakt.

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ رَّسُوۡلٍ اِلَّا لِیُطَاعَ بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ اِذۡ ظَّلَمُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ جَآءُوۡکَ فَاسۡتَغۡفَرُوا اللّٰہَ وَ اسۡتَغۡفَرَ لَہُمُ الرَّسُوۡلُ لَوَجَدُوا اللّٰہَ تَوَّابًا رَّحِیۡمًا ﴿۴۶﴾
Wa maa arsalnaa mier Rasoelien iellaa lieyoetaa'a bie iezniel laah; wa law annahoem 'iez zalamoeo anfoesahoem djaaa'oeka fastaghfaroel laaha wastaghfara lahoemoer Rasoeloe la wadjadoel laaha Tawwaabar Rahieemaa
4:64 En Wij zonden slechts een boodschapper om, met de toestemming van Allah, gehoorzaamd te worden. En waren zij maar, wanneer zij zichzelf onrecht aandeden, naar jou toegekomen en Allah om vergiffenis gevraagd, dan had de boodschapper vergiffenis voor hen gevraagd. Ze zouden Allah gevonden hebben, de Vergevensgezinde, de Meest Barmhartige.

فَلَا وَ رَبِّکَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ حَتّٰی یُحَکِّمُوۡکَ فِیۡمَا شَجَرَ بَیۡنَہُمۡ ثُمَّ لَا یَجِدُوۡا فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ حَرَجًا مِّمَّا قَضَیۡتَ وَ یُسَلِّمُوۡا تَسۡلِیۡمًا ﴿۵۶﴾
Falaa wa Rabbieka laa yoe'mienoena hattaa yoehakkiemoeka fiee maa shadjara bainahoem soemma laa yadjiedoe fieee anfoesiehiem haradjam miemmaa qadaita wa yoesal liemoe taslieemaa
4:65 Maar nee, (Ik zweer) bij jouw Heer, ze zullen niet geloven totdat je oordeelt over datgeen wat hen bemoeilijkt. Ze zullen dan geen ongemak in hunzelf vinden nadat je hebt geoordeelt en "Joesaliemoe Taslima" (ze zullen zich volledig hebben overgegeven) (aan het besluit).

وَ لَوۡ اَنَّا کَتَبۡنَا عَلَیۡہِمۡ اَنِ اقۡتُلُوۡۤا اَنۡفُسَکُمۡ اَوِ اخۡرُجُوۡا مِنۡ دِیَارِکُمۡ مَّا فَعَلُوۡہُ اِلَّا قَلِیۡلٌ مِّنۡہُمۡ ؕ وَ لَوۡ اَنَّہُمۡ فَعَلُوۡا مَا یُوۡعَظُوۡنَ بِہٖ لَکَانَ خَیۡرًا لَّہُمۡ وَ اَشَدَّ تَثۡبِیۡتًا ﴿۶۶﴾
Wa law annaa katabnaa 'alaihiem anieqtoeloeo anfoesakoem aw ieghroedjoe mien dieyaariekoem maa fa'aloehoe iellaa qalieeloem mienhoem wa law annahoem fa'aloe maa yoe'azoena biehiee lakaana ghairal lahoem wa ashadda tasbieetaa
4:66 En indien Wij besloten hadden, "Doodt jezelf" of "Verlaat jullie huizen," dan zouden ze het niet doen, behalve weinigen van hen. Maar als zij, wat hen geadviseerd werd, hadden gedaan, dan zou dat zeker beter zijn geweest voor henzelf en had hun standvastiger/sterker/stabieler gemaakt.

وَّ اِذًا لَّاٰتَیۡنٰہُمۡ مِّنۡ لَّدُنَّـاۤ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۷۶﴾
Wa iezal la aatainaahoem miel ladoennaaa adjran 'azieemaa
4:67 En Wij zouden hun van Onze Zijde een geweldige beloning hebben gegeven.

وَّ لَہَدَیۡنٰہُمۡ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ﴿۸۶﴾
Wa la Hadainaahoem Sieraatam moestaqieemaa
4:68 En Wij zouden hen op de rechte Pad geleid hebben.

وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ فَاُولٰٓئِکَ مَعَ الَّذِیۡنَ اَنۡعَمَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ مِّنَ النَّبِیّٖنَ وَ الصِّدِّیۡقِیۡنَ وَ الشُّہَدَآءِ وَ الصّٰلِحِیۡنَ ۚ وَ حَسُنَ اُولٰٓئِکَ رَفِیۡقًا ﴿۹۶﴾
Wa many-yoetie'iel laaha war Rasoela fa oelaaa'ieka ma'al lazieena an'amal laahoe 'alaihiem mienan nabieyyieena wassieddieeqieena washshoehadaaa'ie wassaaliehieen; wa hasoena oelaaa'ieka rafieeqaa
4:69 En wie Allah en de Boodschapper gehoorzaamt, zij zijn die behoren tot de groep op wie Allah zijn gunsten heeft geschonken, (de groep van) de Profeten, de rechtvaardigen, de martelaren, en de oprechten. Zij zijn de beste bewoners!

ذٰلِکَ الۡفَضۡلُ مِنَ اللّٰہِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ عَلِیۡمًا ﴿۰۷﴾
Zaaliekal fadloe mienal laah; wa kafaa biellaahie 'Alieemaa
4:70 Dat is de goedgunstigheid van Allah en het is sufficiënt dat Allah (alleen) Alwetend is.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا خُذُوۡا حِذۡرَکُمۡ فَانۡفِرُوۡا ثُبَاتٍ اَوِ انۡفِرُوۡا جَمِیۡعًا ﴿۱۷﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe ghoezoe hiezrakoem fanfieroe soebaatien awien fieroe djamiee'aa
4:71 O geloven, neem jullie voorzorgsmaatregelen en ga verder in groepen of gezamenlijk met zijn allen.

وَ اِنَّ مِنۡکُمۡ لَمَنۡ لَّیُبَطِّئَنَّ ۚ فَاِنۡ اَصَابَتۡکُمۡ مُّصِیۡبَۃٌ قَالَ قَدۡ اَنۡعَمَ اللّٰہُ عَلَیَّ اِذۡ لَمۡ اَکُنۡ مَّعَہُمۡ شَہِیۡدًا ﴿۲۷﴾
Wa ienna mien-koem lamal la yoebattie'anna fa ien asaabatkoem moesieebatoen qaala qad an'amal laahoe 'alaiya iez lam akoem ma'ahoem shahieeda
4:72 En voorzeker, onder jullie zijn er die vertraagt zijn\achterblijven\dralen en wanneer er dan een ramp over jullie komt, zegt hij: "Waarlijk, Allah heeft me begunstigd, omdat ik me niet onder hen bevond".

وَ لَئِنۡ اَصَابَکُمۡ فَضۡلٌ مِّنَ اللّٰہِ لَیَقُوۡلَنَّ کَاَنۡ لَّمۡ تَکُنۡۢ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَہٗ مَوَدَّۃٌ یّٰلَیۡتَنِیۡ کُنۡتُ مَعَہُمۡ فَاَفُوۡزَ فَوۡزًا عَظِیۡمًا ﴿۳۷﴾
Wa la'ien asaabakoem fadloem mienal laahie la yaqoelanna ka al lam takoem bainakoem wa bainahoe mawaddatoey yaa laitaniee koentoe ma'ahoem fa afoeza fawzan 'azieemaa
4:73 En wanneer jullie een beloning van Allah krijgen, zou hij zeker zeggen net als dat er geen relatie tussen hem en jullie was: "O! Was ik maar met hun geweest, dan zou ik een grote triomf hebben verkregen".

فَلۡیُقَاتِلۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ الَّذِیۡنَ یَشۡرُوۡنَ الۡحَیٰوۃَ الدُّنۡیَا بِالۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ مَنۡ یُّقَاتِلۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَیُقۡتَلۡ اَوۡ یَغۡلِبۡ فَسَوۡفَ نُؤۡتِیۡہِ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۴۷﴾
Falyoeqaatiel fiee sabieeliel laahiel lazieena yashroenal hayaatad doenyaa biel Aaghierah; wa may-yoeqaatiel fiee sabieeliel laahie fa yoeqtal aw yaghlieb fasawfa noe'tieehie adjran 'azieemaa
4:74 Laat dan degenen, die het wereldse leven verkopen voor het Hiernamaals, vechten op de Weg van Allah. En wie vecht op de Weg van Allah en hij wordt gedood of hij verkrijgt de overwinning, Wij zullen hem spoedig een geweldige beloning verschaffen.

وَ مَا لَکُمۡ لَا تُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ الۡمُسۡتَضۡعَفِیۡنَ مِنَ الرِّجَالِ وَ النِّسَآءِ وَ الۡوِلۡدَانِ الَّذِیۡنَ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اَخۡرِجۡنَا مِنۡ ہٰذِہِ الۡقَرۡیَۃِ الظَّالِمِ اَہۡلُہَا ۚ وَ اجۡعَلۡ لَّنَا مِنۡ لَّدُنۡکَ وَلِیًّا ۚۙ وَّ اجۡعَلۡ لَّنَا مِنۡ لَّدُنۡکَ نَصِیۡرًا ﴿۵۷﴾
Wa maa lakoem laa toeqaatieloena fiee sabieeliel laahie walmoestad'afieena mienar riedjaalie wanniesaaa'ie walwieldaaniel lazieena yaqoeloena Rabbanaaa aghriedjnaa mien haaziehiel qaryatiez zaaliemie ahloehaa wadj'al lanaa miel ladoen-ka walieyaw wadj'al lanaa miel ladoen-ka nasieeraa
4:75 En wat is er dat jou weerhoudt van vechten op de weg van Allah, voor (de onderdrukking van) degenen onder de mannen die zwak zijn, voor de vrouwen, en voor de kinderen? Zij zijn degenen die zeggen: "Onze Heer haal ons uit deze stad, de mensen ervan zijn onderdrukkers en ken ons van U een beschermer toe en ken ons van U een helper toe".

اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۚ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ الطَّاغُوۡتِ فَقَاتِلُوۡۤا اَوۡلِیَآءَ الشَّیۡطٰنِ ۚ اِنَّ کَیۡدَ الشَّیۡطٰنِ کَانَ ضَعِیۡفًا ﴿۶۷﴾
Allazieena aamanoe yoeqaatieloena fiee sabieeliel laahie wallazieena kafaroe yoeqaatieloena fiee sabieeliet Taaghoet faqaatieloe awlieyaaa'ash Shaitaan; ienna kaidash Shaitaanie kaana da'ieefa
4:76 Degenen die geloven, zij vechten op de Weg van Allah en degenen die niet geloven, zij vechten op de weg van de "Taghoet" (alles wat buiten Allah's bepalingen valt, zoals zwarte magie, afgoderij). Vecht dus tegen de vrienden van de satan. Voorwaar, de strategie/plan van de satan is zwak.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ قِیۡلَ لَہُمۡ کُفُّوۡۤا اَیۡدِیَکُمۡ وَ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتُوا الزَّکٰوۃَ ۚ فَلَمَّا کُتِبَ عَلَیۡہِمُ الۡقِتَالُ اِذَا فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ یَخۡشَوۡنَ النَّاسَ کَخَشۡیَۃِ اللّٰہِ اَوۡ اَشَدَّ خَشۡیَۃً ۚ وَ قَالُوۡا رَبَّنَا لِمَ کَتَبۡتَ عَلَیۡنَا الۡقِتَالَ ۚ لَوۡ لَاۤ اَخَّرۡتَنَاۤ اِلٰۤی اَجَلٍ قَرِیۡبٍ ؕ قُلۡ مَتَاعُ الدُّنۡیَا قَلِیۡلٌ ۚ وَ الۡاٰخِرَۃُ خَیۡرٌ لِّمَنِ اتَّقٰی ۟ وَ لَا تُظۡلَمُوۡنَ فَتِیۡلًا ﴿۷۷﴾
Alam tara ielal lazieena qieela lahoem koeffoeo aidieyakoem wa aqieemoes Salaata wa aaatoez Zakaata falammaa koetieba 'alaihiemoel qietaaloe iezaa farieeqoem mienhoem yaghshaw nan naasa kaghashyatiel laahie aw ashadda ghashyah; wa qaaloe Rabbanaa liema katabta 'alainal qietaala law laaa aghghartanaa ielaaa adjalien qarieeb; qoel mataa'oed doenyaa qalieeloew wal Aaghieratoe ghairoel liemaniet taqaa wa laa toezlamoena fatieelaa
4:77 Heb jij dan degenen niet gezien tot wie er gezegd werd :"Hou je handen in bedwang en onderhoudt de 'Salaat' (het gebed) en geef de zakaat?" Toen het vechten op hen werd bevolen, vreesden een groep onder hen mensen zoals ze Allah vreesden of zelfs nog intenser. En zij zeiden :"Onze heer, waarom heeft U het vechten op ons bevolen? Waarom stelt U het niet voor een korte periode uit?" Zeg :"Het genot van de wereld is klein en het Hiernamaals is beter voor wie Allah vreest. En er zal jullie geen onrecht aangedaan worden, zelfs niet als het gelijke van een haar op een dadelpit.

اَیۡنَ مَا تَکُوۡنُوۡا یُدۡرِکۡکُّمُ الۡمَوۡتُ وَ لَوۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ بُرُوۡجٍ مُّشَیَّدَۃٍ ؕ وَ اِنۡ تُصِبۡہُمۡ حَسَنَۃٌ یَّقُوۡلُوۡا ہٰذِہٖ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ۚ وَ اِنۡ تُصِبۡہُمۡ سَیِّئَۃٌ یَّقُوۡلُوۡا ہٰذِہٖ مِنۡ عِنۡدِکَ ؕ قُلۡ کُلٌّ مِّنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ فَمَالِ ہٰۤؤُلَآءِ الۡقَوۡمِ لَا یَکَادُوۡنَ یَفۡقَہُوۡنَ حَدِیۡثًا ﴿۸۷﴾
Ayna maa takoenoe yoedriekkoemoel mawtoe wa law koentoem fiee boeroedjiem moeshay yadah; wa ien toesiebhoem hasanatoey yaqoeloe haaziehiee mien iendiel laahie wa ien toesiebhoem saiyie'atoey yaqoeloe haaziehiee mien 'iendiek; qoel koelloem mien 'iendiellaahie famaa liehaaa 'oelaaa'iel qawmie laa yakaadoena yafqahoena hadieesaa
4:78 Waar jullie je ook bevinden de dood zal jullie bereiken, zelfs als jullie in hoge torens zijn. En wanneer ze iets goeds ervaren, zeggen ze: "Dit is van Allah". Maar indien enig kwaad hen treft, zeggen ze :"Dit is van jou." Zeg: "Alles is van Allah". Wat is er met deze mensen? Het blijkt dat ze geen enkel uitspraak begrijpen.

مَاۤ اَصَابَکَ مِنۡ حَسَنَۃٍ فَمِنَ اللّٰہِ ۫ وَ مَاۤ اَصَابَکَ مِنۡ سَیِّئَۃٍ فَمِنۡ نَّفۡسِکَ ؕ وَ اَرۡسَلۡنٰکَ لِلنَّاسِ رَسُوۡلًا ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًا ﴿۹۷﴾
Maaa asaabaka mien hasanatien famienal laahie wa maaa asaaabaka mien saiyie'atien famien nafsiek; wa arsalnaaka liennaasie Rasoelaa; wa kafaa biellaahie Shahieedaa
4:79 Wat jou van het goede overkomt, is van Allah. En wat jou van het kwaad overkomt, het is van jezelf. En Wij hebben jou als een Boodschapper naar de mensen gezonden. En Allah is voldoende als (enige) Getuige.

مَنۡ یُّطِعِ الرَّسُوۡلَ فَقَدۡ اَطَاعَ اللّٰہَ ۚ وَ مَنۡ تَوَلّٰی فَمَاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ عَلَیۡہِمۡ حَفِیۡظًا ﴿۰۸﴾
May yoetie'ier Rasoela faqad ataa'al laaha wa man tawallaa famaaa arsalnaaka 'alaihiem hafieezaa
4:80 Wie de Boodschapper gehoorzaamt, dan Zeker, hij gehoorzaamt Allah. En wie zich afkeert, wij hebben jou niet als een beschermer over hen gestuurd.

وَ یَقُوۡلُوۡنَ طَاعَۃٌ ۫ فَاِذَا بَرَزُوۡا مِنۡ عِنۡدِکَ بَیَّتَ طَآئِفَۃٌ مِّنۡہُمۡ غَیۡرَ الَّذِیۡ تَقُوۡلُ ؕ وَ اللّٰہُ یَکۡتُبُ مَا یُبَیِّتُوۡنَ ۚ فَاَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ وَ تَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَکِیۡلًا ﴿۱۸﴾
Wa yaqoeloena taa'antoen fa iezaa barazoe mien 'iendieka baiyata taaa'iefatoem mienhoem ghairal laziee taqoeloe wallaahoe yaktoeboe maa yoebaiyietoena fa a'ried 'anhoem wa tawakkal 'alal laah; wa kafaa biellaahie Wakieelaa
4:81 En zij zeggen: "We beloven gehoorzaamheid". Wanneer zij jou dan verlaten, (weet dan dat) 's nachts een groep onder hen iets anders plannen over wat jij heb gezegd. Maar Allah registreert wat zij bij nacht plannen. Dus wend je van hen af en zet je vertrouwen in Allah. Allah is voldoende als enige Getuige.

اَفَلَا یَتَدَبَّرُوۡنَ الۡقُرۡاٰنَ ؕ وَ لَوۡ کَانَ مِنۡ عِنۡدِ غَیۡرِ اللّٰہِ لَوَجَدُوۡا فِیۡہِ اخۡتِلَافًا کَثِیۡرًا ﴿۲۸﴾
Afalaa yatadabbaroenal Qoer'aan; wa law kaana mien 'iendie ghairiel laahie la wadjadoe fiee ieghtielaafan kasieeraa
4:82 Denken zij dan niet diep na over de Koran? En als deze niet van Allah was geweest, dan hadden jullie zeker veel tegenstrijdigheden erin gevonden.

وَ اِذَا جَآءَہُمۡ اَمۡرٌ مِّنَ الۡاَمۡنِ اَوِ الۡخَوۡفِ اَذَاعُوۡا بِہٖ ؕ وَ لَوۡ رَدُّوۡہُ اِلَی الرَّسُوۡلِ وَ اِلٰۤی اُولِی الۡاَمۡرِ مِنۡہُمۡ لَعَلِمَہُ الَّذِیۡنَ یَسۡتَنۡۢبِطُوۡنَہٗ مِنۡہُمۡ ؕ وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ رَحۡمَتُہٗ لَاتَّبَعۡتُمُ الشَّیۡطٰنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۳۸﴾
Wa iezaa djaaa'ahoem amroem mienal amnie awiel ghawfie azaa'oe biehiee wa law raddoehoe ielar Rasoelie wa ielaaa oeliel amrie mienhoem la'aliemahoel lazieena yastambietoenahoe mienhoem; wa law laa fadloel laahie 'alaikoem wa rahmatoehoe lattaba'toemoesh Shaitaana iellaa qalieelaa
4:83 En wanneer er een berichtgeving van veiligheid of angst tot hen komt, verspreiden zij het. Maar als zij het voorgelegd hadden aan de Boodschapper en aan degenen met autoriteit, dan hadden degenen met kennis (ulaimah) de juiste conclusie eruit (de berichtgeving) getrokken. En als het niet lag aan Allah's Goedgunstigheid en zijn Genade, dan zouden jullie met zekerheid de satan volgen, op enkele van jullie na.

فَقَاتِلۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۚ لَا تُکَلَّفُ اِلَّا نَفۡسَکَ وَ حَرِّضِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ۚ عَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّکُفَّ بَاۡسَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ اَشَدُّ بَاۡسًا وَّ اَشَدُّ تَنۡکِیۡلًا ﴿۴۸﴾
Faqaatiel fiee sabieeliel laahie laa toekallafoe iella nafsaka wa harriediel moe'mienieen; 'asallaahoe ay yakoeffa ba'sallazieena kafaroe; wallaahoe ashaddoe ba'saw wa ashaaddoe tan-kieelaa
4:84 Dus Strijd op de Weg van Allah, jij bent slechts verantwoordelijk voor jezelf, en moedig de gelovigen aan (om standvastig te zijn en te strijden). Allah zal de macht van de ongelovigen ontnemen. En Allah is groter in Macht en harder in bestraffing.

مَنۡ یَّشۡفَعۡ شَفَاعَۃً حَسَنَۃً یَّکُنۡ لَّہٗ نَصِیۡبٌ مِّنۡہَا ۚ وَ مَنۡ یَّشۡفَعۡ شَفَاعَۃً سَیِّئَۃً یَّکُنۡ لَّہٗ کِفۡلٌ مِّنۡہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ مُّقِیۡتًا ﴿۵۸﴾
May yashfa' shafaa'atan hasanatay yakoel lahoe nasieeboem mienhaa wa may yashfa' shafaa'atan saiyie'atany-yakoel lahoe kiefloem mienhaa; wa kaanal laahoe 'alaa koellie shai'iem Moeqieetaa
4:85 En wie een goede bemiddeling doet, hij krijgt een goede aandeel daarvoor. En wie een slechte bemiddeling doet, hij krijgt een deel van de last ervan. En Allah overziet alles.

وَ اِذَا حُیِّیۡتُمۡ بِتَحِیَّۃٍ فَحَیُّوۡا بِاَحۡسَنَ مِنۡہَاۤ اَوۡ رُدُّوۡہَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ حَسِیۡبًا ﴿۶۸﴾
Wa iezaa hoeyyieetoem bietahaiyyatien fahaiyoe bie ahsana mienhaaa aw roeddoehaa; iennal laaha kaana 'alaa koellie shai'ien Hasieeba
4:86 En wanneer jullie worden begroet, groet met een betere groet of beantwoord deze gelijkwaardig. Voorzeker, Allah stelt over elk iets een rekening op. (Notitie: dit is een opdracht van Allah.)

اَللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ؕ لَیَجۡمَعَنَّکُمۡ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ وَ مَنۡ اَصۡدَقُ مِنَ اللّٰہِ حَدِیۡثًا ﴿۷۸﴾
Allaahoe laaa ielaaha iellaa hoewa la yadjma'annakoem ielaa Yawmiel Qieyaamatie laa raiba fieeh; wa man asdaqoe mien allaahie hadieesaa
4:87 Allah, er is geen (andere) godheid\deïteit dan Hem! Voorzeker, Hij zal jullie verzamelen op de dag des oordeels. Er is geen twijfel hier over. En wie is er meer waarheidsgetrouw in zijn uitspraak dan Allah?

فَمَا لَکُمۡ فِی الۡمُنٰفِقِیۡنَ فِئَتَیۡنِ وَ اللّٰہُ اَرۡکَسَہُمۡ بِمَا کَسَبُوۡا ؕ اَتُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ تَہۡدُوۡا مَنۡ اَضَلَّ اللّٰہُ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَلَنۡ تَجِدَ لَہٗ سَبِیۡلًا ﴿۸۸﴾
Famaa lakoem fiel moenaafieqieena fie'atainie wallaahoe arkasahoem biemaa kasaboe; A' toerieedoena an tahdoe man adallal laahoe wa may yoedlie liellaahoe falan tadjieda lahoe sabieelaa
4:88 En wat is er met jullie met betrekking tot de hypocrieten, zijn jullie twee-partijdig geworden? Terwijl Allah hen doet terug vallen (in dwaling) omdat ze dat (de dwaalspoor) hebben gekocht. Willen jullie hen leiden terwijl Allah hen laat dwalen? En (weet dat) wie Allah laat dwalen, dan zal er nooit een weg voor hem zijn (tot het rechte pad).

وَدُّوۡا لَوۡ تَکۡفُرُوۡنَ کَمَا کَفَرُوۡا فَتَکُوۡنُوۡنَ سَوَآءً فَلَا تَتَّخِذُوۡا مِنۡہُمۡ اَوۡلِیَآءَ حَتّٰی یُہَاجِرُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَخُذُوۡہُمۡ وَ اقۡتُلُوۡہُمۡ حَیۡثُ وَجَدۡتُّمُوۡہُمۡ ۪ وَ لَا تَتَّخِذُوۡا مِنۡہُمۡ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۹۸﴾
Waddoe law takfoeroena kamaa kafaroe fatakoenoena sawaaa'an falaa tattaghiezoe mienhoem awlieyaaa'a hattaa yoehaadjieroe fiee sabieeliel laah; fa ien tawallaw fa ghoezoehoem waqtoeloehoem haisoe wadjat toemoehoem wa laa tattaghiezoe mienhoem walieyyaw wa laa nasieeraa
4:89 Zij (de hypocrieten) verlangen dat jullie niet geloven (het licht bedekken) zoals ze niet geloven en dan zullen jullie gelijk zijn als hen. Dus sluit geen verbond totdat ze uitwijken naar de weg van Allah. Maar als ze zich afkeren, grijp hen en doodt hen waar jullie hen vinden. En neem geen vriend of een helper uit hen.

اِلَّا الَّذِیۡنَ یَصِلُوۡنَ اِلٰی قَوۡمٍۭ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَہُمۡ مِّیۡثَاقٌ اَوۡ جَآءُوۡکُمۡ حَصِرَتۡ صُدُوۡرُہُمۡ اَنۡ یُّقَاتِلُوۡکُمۡ اَوۡ یُقَاتِلُوۡا قَوۡمَہُمۡ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَسَلَّطَہُمۡ عَلَیۡکُمۡ فَلَقٰتَلُوۡکُمۡ ۚ فَاِنِ اعۡتَزَلُوۡکُمۡ فَلَمۡ یُقَاتِلُوۡکُمۡ وَ اَلۡقَوۡا اِلَیۡکُمُ السَّلَمَ ۙ فَمَا جَعَلَ اللّٰہُ لَکُمۡ عَلَیۡہِمۡ سَبِیۡلًا ﴿۰۹﴾
Illal lazieena yasieloena ielaa qawmiem bainakoem wa bainahoem mieesaaqoen aw djaaa'oekoem hasierat soedoeroehoem ay yoeqaatieloekoem aw yoeqaatieloe qawmahoem, wa law shaaa'al laahoe lasallatahoem 'alaikoem falaqaataloekoem; fa ienie' tazaloekoem falam yoeqaatieloekoem wa alqaw ielaikoemoes salama famaa dja'alal laahoe lakoem 'alaihiem sabieelaa
4:90 Behalve degenen die tot een groep behoren waarmee jullie een verdrag hebben. Of degenen die naar jullie komen en hun harten in bedwang houden om jullie of hun eigen mensen, te bevechten. En als Allah het had gewild, had hij hen meer macht over jullie gegeven, dan hadden zij jullie met zekerheid bevochten. Dus als zij dan terugtrekken en zich jullie niet bevechten en vrede verschaffen, dan heeft Allah geen weg tegen hen gemaakt (om hen te doden).

سَتَجِدُوۡنَ اٰخَرِیۡنَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یَّاۡمَنُوۡکُمۡ وَ یَاۡمَنُوۡا قَوۡمَہُمۡ ؕ کُلَّمَا رُدُّوۡۤا اِلَی الۡفِتۡنَۃِ اُرۡکِسُوۡا فِیۡہَا ۚ فَاِنۡ لَّمۡ یَعۡتَزِلُوۡکُمۡ وَ یُلۡقُوۡۤا اِلَیۡکُمُ السَّلَمَ وَ یَکُفُّوۡۤا اَیۡدِیَہُمۡ فَخُذُوۡہُمۡ وَ اقۡتُلُوۡہُمۡ حَیۡثُ ثَقِفۡتُمُوۡہُمۡ ؕ وَ اُولٰٓئِکُمۡ جَعَلۡنَا لَکُمۡ عَلَیۡہِمۡ سُلۡطٰنًا مُّبِیۡنًا ﴿۱۹﴾
Satadjiedoena aagharieena yoerieedoena ay ya'manoekoem wa ya'manoe qawmahoem koellamaa roeddoeo ielal fietnatie oerkiesoe fieehaa; fa iel lam ya'tazieloekoem wa yoelqoeo ielai koemoes salama wa yakoeffoeo aidieyahoem faghoezoehoem waqtoeloehoem haisoe saqief toemoehoem; wa oelaaa'iekoem dja'alnaa lakoem 'alaihiem soeltaanam moebieenaa
4:91 Jullie zullen anderen (mensen) tegenkomen, die wensen dat zij veilig zijn voor jullie en hun eigen mensen. Iedere keer dat zij verleid worden keren zij zich terug in de verleiding. Dus als zij zich niet van jullie afkeren en geen vrede verschaffen en jullie bevechten, grijp hen en dood hen waar jullie hen ook aantreffen. Wij hebben jullie een duidelijke autoriteit over hen gegeven.

وَ مَا کَانَ لِمُؤۡمِنٍ اَنۡ یَّقۡتُلَ مُؤۡمِنًا اِلَّا خَطَـًٔا ۚ وَ مَنۡ قَتَلَ مُؤۡمِنًا خَطَـًٔا فَتَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مُّؤۡمِنَۃٍ وَّ دِیَۃٌ مُّسَلَّمَۃٌ اِلٰۤی اَہۡلِہٖۤ اِلَّاۤ اَنۡ یَّصَّدَّقُوۡا ؕ فَاِنۡ کَانَ مِنۡ قَوۡمٍ عَدُوٍّ لَّکُمۡ وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَتَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مُّؤۡمِنَۃٍ ؕ وَ اِنۡ کَانَ مِنۡ قَوۡمٍۭ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَہُمۡ مِّیۡثَاقٌ فَدِیَۃٌ مُّسَلَّمَۃٌ اِلٰۤی اَہۡلِہٖ وَ تَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مُّؤۡمِنَۃٍ ۚ فَمَنۡ لَّمۡ یَجِدۡ فَصِیَامُ شَہۡرَیۡنِ مُتَتَابِعَیۡنِ ۫ تَوۡبَۃً مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۲۹﴾
Wa maa kaana liemoe'mienien ay yaqtoela moe'mienan iellaa ghata'aa; waman qatala moe'mienan ghata'an fa tahrieeroe raqabatiem moe'mienatiew wa dieyatoem moesallamatoen ielaaa ahliehieee iellaaa ay yassaddaqoe; fa ien kaana mien qawmien 'adoewwiel lakoem wa hoewa moe'mienoen fa tahrieeroe raqabatiem moe'mienah; wa ien kaana mien qawmiem bainakoem wa bainahoem mieesaaqoen fadieyatoem moesallamatoen ielaaa ahliehiee wa tahrieeroe raqabatiem moe'mienah; famal lam yadjied fa Sieyaamoe shahrainie moetataabie'ainie tawbatan mienal laah; wa kaanal laahoe 'Alieeman hakieemaa
4:92 En het is niet voor een gelovige om een gelovige te doden, echter het kan gebeuren door een vergissing. En wie een gelovige per vergissing doodt, dan is het voor hem om een gelovige slaaf vrij te laten en bloedgeld te betalen aan zijn familie, behalve als zij het als liefdadigheid kwijtschelden. Wanneer de gedode tot een vijandig familie behoorde, maar echter gelovig was, dan is het voor hem slechts een gelovige slaaf vrij te laten. Wanneer de gedode tot een groep/familie behoorde waarmee er een vredesverdrag is, dan is het voor hem om bloedgeld te betalen en een gelovige slaaf vrij te laten. En wie niet vindt, dan zal hij twee aaneengesloten maanden vasten, zoekend naar de vergeving van Allah en Allah is Alwetend, Alwijs

وَ مَنۡ یَّقۡتُلۡ مُؤۡمِنًا مُّتَعَمِّدًا فَجَزَآؤُہٗ جَہَنَّمُ خٰلِدًا فِیۡہَا وَ غَضِبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِ وَ لَعَنَہٗ وَ اَعَدَّ لَہٗ عَذَابًا عَظِیۡمًا ﴿۳۹﴾
Wa may yaqtoel moe'mienam moeta'ammiedan fadjazaaa'oehoe djahannamoe ghaaliedan fieehaa wa ghadiebal laahoe' alaihie wa la'anahoe wa a'adda lahoe 'azaaban 'azieemaa
4:93 En wie een gelovige doelbewust doodt, dan is zijn vergelding/straf de Hel, eeuwig levend erin. En de toorn van Allah zal op hem rusten, Hij zal hem vervloeken, en Hij heeft een zeer grote straf voor hem voorbereid.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا ضَرَبۡتُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَتَبَیَّنُوۡا وَ لَا تَقُوۡلُوۡا لِمَنۡ اَلۡقٰۤی اِلَیۡکُمُ السَّلٰمَ لَسۡتَ مُؤۡمِنًا ۚ تَبۡتَغُوۡنَ عَرَضَ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۫ فَعِنۡدَ اللّٰہِ مَغَانِمُ کَثِیۡرَۃٌ ؕ کَذٰلِکَ کُنۡتُمۡ مِّنۡ قَبۡلُ فَمَنَّ اللّٰہُ عَلَیۡکُمۡ فَتَبَیَّنُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۴۹﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe iezaa darabtoem fiee sabieeliel laahie fatabaiyanoe wa laa taqoeloe lieman alqaaa ielaikoemoes salaama lasta moe'mienan tabtaghoena 'aradal hayaatied doenyaa fa'iendal laahie maghaaniemoe kasieerah; kazaalieka koentoem mien qabloe famannnal laahoe 'alaikoem fatabaiyanoe; iennallaaha kaana biemaa ta'maloena ghabieeraa
4:94 O geloven! Wanneer jullie op de weg van Allah bevinden, onderzoek! En zeg niet tegen degene die jullie met vrede (Salam) begroeten: "Je bent geen gelovige!", zoekend naar de tijdelijke profijten van het wereldse leven. Echter, bij Allah zijn er schatten in overvloed. Zo waren jullie vroeger ook, daarna heeft Allah jullie begunstigd (met Islam). Dus onderzoek! Voorzeker, Allah is met grote precisie op de hoogte van wat jullie doen.

لَا یَسۡتَوِی الۡقٰعِدُوۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ غَیۡرُ اُولِی الضَّرَرِ وَ الۡمُجٰہِدُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ ؕ فَضَّلَ اللّٰہُ الۡمُجٰہِدِیۡنَ بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ عَلَی الۡقٰعِدِیۡنَ دَرَجَۃً ؕ وَ کُلًّا وَّعَدَ اللّٰہُ الۡحُسۡنٰی ؕ وَ فَضَّلَ اللّٰہُ الۡمُجٰہِدِیۡنَ عَلَی الۡقٰعِدِیۡنَ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۵۹﴾
Laa yastawiel qaa'iedoena Mienal moe'mienieena ghairoe oelieddararie walmoedjaahiedoena fiee sabieeliel laahie bie amwaaliehiem wa anfoesiehiem; faddalal laahoel moedjaahiedieena bie amwaaliehiem wa anfoesiehiem 'alalqaa'iedieena daradjah; wa koellaw wa'adal laahoel hoesnaa; wa faddalal laahoel moedjaahiedieena 'alal qaa'iedieena adjran 'azieemaa
4:95 De zittenden (niet actieve) onder de gelovigen, behalve de invalide, zijn niet gelijk aan de gelovigen, die strijden met hun eigendommen en hun leven op de de weg van Allah. Allah heeft hen, die strijden met hun eigendommen en hun leven, hoger in rang begunstigd dan degenen die passief zijn. Maar aan beide heeft Allah het beste beloofd (het paradijs). En Allah heeft de strijders boven de zitters bevoorrecht met een geweldige beloning.

دَرَجٰتٍ مِّنۡہُ وَ مَغۡفِرَۃً وَّ رَحۡمَۃً ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۶۹﴾
Daradjaatiem mienhoe wa maghfierataw wa rahmah; wa kaanal laahoe Ghafoerar Rahieema
4:96 Rangen, vergeving en Barmhartigheid van Hem! En Allah is enorm Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

اِنَّ الَّذِیۡنَ تَوَفّٰہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ ظَالِمِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ قَالُوۡا فِیۡمَ کُنۡتُمۡ ؕ قَالُوۡا کُنَّا مُسۡتَضۡعَفِیۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ؕ قَالُوۡۤا اَلَمۡ تَکُنۡ اَرۡضُ اللّٰہِ وَاسِعَۃً فَتُہَاجِرُوۡا فِیۡہَا ؕ فَاُولٰٓئِکَ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ وَ سَآءَتۡ مَصِیۡرًا ﴿۷۹﴾
Innal lazieena tawaffaa hoemoel malaaa'iekatoe zaaliemieee anfoesiehiem qaaloe fieema koentoem qaaloe koennaa moestad'afieena fiel-ard; qaaloeo alam takoen ardoel laahie waasie'atan fatoehaadjieroe fieehaa; fa oelaaa'ieka ma'waahoem djahannamoe wa saaa'at masieeraa
4:97 Voorzeker, er wordt gezegd tegen degenen waar de engelen de zielen van nemen, en die zichzelf onrecht aandeden: "In welke toestand waren jullie?" Zij zeggen: "We werden onderdrukt in het wereldse leven op de aarde." Zij (de engelen) zullen zeggen:" Was Allah's aarde niet groot genoeg, zodat jullie niet konden emigreren? Hun verblijfplaats is in de Hel en het is een slechte eindbestemming.

اِلَّا الۡمُسۡتَضۡعَفِیۡنَ مِنَ الرِّجَالِ وَ النِّسَآءِ وَ الۡوِلۡدَانِ لَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ حِیۡلَۃً وَّ لَا یَہۡتَدُوۡنَ سَبِیۡلًا ﴿۸۹﴾
Illal moestad 'afieena mienar riedjaalie wanniesaaa'ie walwieldaanie laa yastatiee'oena hieelataw wa laa yahtadoena sabieela
4:98 Behalve de onderdrukten onder de mannen, de vrouwen en de kinderen die niet in staat zijn om het (de emigratie) voor te bereiden en die daarin niet begeleid werden tot een weg.

فَاُولٰٓئِکَ عَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّعۡفُوَ عَنۡہُمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَفُوًّا غَفُوۡرًا ﴿۹۹﴾
Fa oelaaa'ieka 'asal laahoe ay ya'foewa 'anhoem; wa kaanal laahoe 'Afoewwan Ghafoeraa
4:99 Zij zijn het die Allah misschien zal vergeven. En Allah is Genadig, meest Vergevensgezind.

وَ مَنۡ یُّہَاجِرۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ یَجِدۡ فِی الۡاَرۡضِ مُرٰغَمًا کَثِیۡرًا وَّ سَعَۃً ؕ وَ مَنۡ یَّخۡرُجۡ مِنۡۢ بَیۡتِہٖ مُہَاجِرًا اِلَی اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ثُمَّ یُدۡرِکۡہُ الۡمَوۡتُ فَقَدۡ وَقَعَ اَجۡرُہٗ عَلَی اللّٰہِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۰۰۱﴾
Wa may yoehaadjier fiee sabieeliel laahie yadjied fiel ardie moeraaghaman kasieeraw wa sa'at; wa may yaghroedj miem baitiehiee moehaadjieran ielal laahie wa Rasoeliehiee soemma yoedriek-hoel mawtoe faqad waqa'a adjroehoe 'alal laah; wa kaanal laahoe Ghafoerar Rahieemaa
4:100 En wie emigreert op de weg van Allah, zullen vele overvloedige vluchtplaatsen op de aarde vinden. En wie zijn huis verlaat, als een emigrant naar Allah en zijn Boodschapper toe en overlijdt, dan zeer zeker zijn beloning zit te wachten bij Allah. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

وَ اِذَا ضَرَبۡتُمۡ فِی الۡاَرۡضِ فَلَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ اَنۡ تَقۡصُرُوۡا مِنَ الصَّلٰوۃِ ٭ۖ اِنۡ خِفۡتُمۡ اَنۡ یَّفۡتِنَکُمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ اِنَّ الۡکٰفِرِیۡنَ کَانُوۡا لَکُمۡ عَدُوًّا مُّبِیۡنًا ﴿۱۰۱﴾
Wa iezaa darabtoem fiel ardie falaisa 'alaikoem djoenaahoen an taqsoeroe mienas Salaatie ien ghieftoem ay yaftienakoemoel lazieena kafaroeo; iennal kaafierieena kaanoe lakoem adoewwam moebieenaa
4:101 En wanneer jullie op aarde reizen, dan is er geen enig verwijt dat jullie het gebed verkorten omdat jullie vrezen dat de ongelovigen jullie kwaad zullen doen. Voorzeker, de ongelovigen zijn voor jullie een duidelijke vijand.

وَ اِذَا کُنۡتَ فِیۡہِمۡ فَاَقَمۡتَ لَہُمُ الصَّلٰوۃَ فَلۡتَقُمۡ طَآئِفَۃٌ مِّنۡہُمۡ مَّعَکَ وَ لۡیَاۡخُذُوۡۤا اَسۡلِحَتَہُمۡ ۟ فَاِذَا سَجَدُوۡا فَلۡیَکُوۡنُوۡا مِنۡ وَّرَآئِکُمۡ ۪ وَ لۡتَاۡتِ طَآئِفَۃٌ اُخۡرٰی لَمۡ یُصَلُّوۡا فَلۡیُصَلُّوۡا مَعَکَ وَ لۡیَاۡخُذُوۡا حِذۡرَہُمۡ وَ اَسۡلِحَتَہُمۡ ۚ وَدَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَوۡ تَغۡفُلُوۡنَ عَنۡ اَسۡلِحَتِکُمۡ وَ اَمۡتِعَتِکُمۡ فَیَمِیۡلُوۡنَ عَلَیۡکُمۡ مَّیۡلَۃً وَّاحِدَۃً ؕ وَ لَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ اِنۡ کَانَ بِکُمۡ اَذًی مِّنۡ مَّطَرٍ اَوۡ کُنۡتُمۡ مَّرۡضٰۤی اَنۡ تَضَعُوۡۤا اَسۡلِحَتَکُمۡ ۚ وَ خُذُوۡا حِذۡرَکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ اَعَدَّ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابًا مُّہِیۡنًا ﴿۲۰۱﴾
Wa iezaa koenta fieehiem fa aqamta lahoemoes Salaata faltaqoem taaa'iefatoem mienhoem ma'aka wal ya'ghoezoe asliehatahoem fa iezaa sadjadoe fal yakoenoe miew waraaa'iekoem wal ta'tie taaa'iefatoen oeghraa lam yoesalloe falyoesallo ma'aka wal ya'ghoezoe hiezrahoem wa asliehatahoem; waddal lazieena kafaroe law taghfoeloena 'anasliehatiekoem wa amtie'atiekoem fa yamieeloena 'alaikoem mailataw waahiedah; wa laa djoenaaha 'alaikoem ien kaana biekoem azam miemmatarien aw koentoem mardaaa an tada'oeo asliehatakoem wa ghoezoe hiezrakoem; iennal laaha a'adda lielkaafierieena 'azaabam moehieenaa
4:102 En wanneer jij (Mohammed v.z.m.h.) bij hen bent en het gebed zal leiden, laat een groep met jou samen staan voor het verrichten van het gebed, met de strijdmiddelen aan. Nadat zij geprostreerd hebben (eerste Rakaah) verlaten zij het gebed (en nemen de positie in als bewaker) achter jou. En laat vervolgens de andere groep die nog niet heeft gebeden met jou (de tweede Rakaah) bidden. En laat hen hun voorzorgsmaatregelen treffen en hun strijdmiddelen dragen. De ongelovigen wensen dat jullie de strijdmiddelen en goederen verwaarlozen, zodat zij jullie kunnen overmeesteren door één aanval. Indien er enig probleem is door regen of als jullie ziek zijn is er geen verwijt op jullie dat jullie je strijdmiddelen af doen.Maar treft jullie voorzorgsmaatregelen. Voorzeker, Allah heeft een vernederende straf voor de ongelovigen voorbereid.

فَاِذَا قَضَیۡتُمُ الصَّلٰوۃَ فَاذۡکُرُوا اللّٰہَ قِیٰمًا وَّ قُعُوۡدًا وَّ عَلٰی جُنُوۡبِکُمۡ ۚ فَاِذَا اطۡمَاۡنَنۡتُمۡ فَاَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ ۚ اِنَّ الصَّلٰوۃَ کَانَتۡ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ کِتٰبًا مَّوۡقُوۡتًا ﴿۳۰۱﴾
Fa iezaa qadaitoemoes Salaata fazkoeroel laaha qieyaamaw wa qoe'oedaw wa 'alaa djoenoebiekoem; fa iezatma'nantoem fa aqieemoes Salaah; iennas Salaata kaanat 'alal moe'mienieena kietaabam mawqoetaa
4:103 Wanneer jullie dan klaar zijn met het gebed, gedenk Allah staande, zittende en liggend op jullie zij. Wanneer jullie echter in veiligheid verkeren, verricht dan het volledig gebed. Voorzeker, de gebeden zijn voor de gelovigen op vast gestelde tijden voorgeschreven.

وَ لَا تَہِنُوۡا فِی ابۡتِغَآءِ الۡقَوۡمِ ؕ اِنۡ تَکُوۡنُوۡا تَاۡلَمُوۡنَ فَاِنَّہُمۡ یَاۡلَمُوۡنَ کَمَا تَاۡلَمُوۡنَ ۚ وَ تَرۡجُوۡنَ مِنَ اللّٰہِ مَا لَا یَرۡجُوۡنَ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۴۰۱﴾
Wa laa tahienoe fiebtieghaaa'iel qawmie ien takoenoe ta'lamoena fa iennahoem ya'lamoena kamaa ta'lamoena wa tardjoena mienal laahie maa laa yardjoen; wa kaanal laahoe 'Alieeman Hakieemaa
4:104 Wees niet zwak in de vervolgingen (van ongelovigen). Als jullie lijden, dan voorzeker zij lijden ook, net zoals jullie lijden. Echter jullie hopen van Allah hetgeen waar zij niet op hopen. En Allah is Alwetend, Alwijs.

اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ لِتَحۡکُمَ بَیۡنَ النَّاسِ بِمَاۤ اَرٰىکَ اللّٰہُ ؕ وَ لَا تَکُنۡ لِّلۡخَآئِنِیۡنَ خَصِیۡمًا ﴿۵۰۱﴾
Innaaa anzalnaaa ielaikal Kietaaba bielhaqqie lietahkoema bainan naasie biemaaa araakal laah; wa laa takoel lielghaaa'ienieena ghasieemaa
4:105 Voorzeker, Wij hebben aan jou het Boek (wetten) met de Waarheid neergezonden, zodat je kan oordelen onder de mensen met hetgeen Allah jou heeft laten zien. En wees geen pleiter voor de bedrieger.

وَّ اسۡتَغۡفِرِ اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۶۰۱﴾
Wastaghfieriel laaha iennal laaha kaana Ghafoerar Rahieema
4:106 En zoek naar vergeving bij Allah. Voorzeker, Allah is meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

وَ لَا تُجَادِلۡ عَنِ الَّذِیۡنَ یَخۡتَانُوۡنَ اَنۡفُسَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ مَنۡ کَانَ خَوَّانًا اَثِیۡمًا ﴿۷۰۱﴾
Wa laa toedjaadiel 'aniel lazieena yaghtaanoena anfoesahoem; iennal laaha laa yoehiebboeman kaana ghawwaanan asieemaa
4:107 En pleit niet voor degenen die zichzelf bedrogen. Voorzeker, Allah houdt niet van iemand die een verrader en zondaar is.

یَّسۡتَخۡفُوۡنَ مِنَ النَّاسِ وَ لَا یَسۡتَخۡفُوۡنَ مِنَ اللّٰہِ وَ ہُوَ مَعَہُمۡ اِذۡ یُبَیِّتُوۡنَ مَا لَا یَرۡضٰی مِنَ الۡقَوۡلِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ مُحِیۡطًا ﴿۸۰۱﴾
Yastaghfoena mienannaasie wa laa yastagh foena mienal laahie wa hoewa ma'ahoem iez yoebaiyietoena maa laa yardaa mienal qawl; wa kaanal laahoe biemaa ya'maloena moehieetaa
4:108 Zij (de hypocrieten) proberen zich te verbergen van de mensen, maar zij kunnen zich niet van Allah verbergen. Hij is met hen wanneer zij complotten smeden in de nacht, datgeen wat Allah afkeurt. En Allah is Allesomvattend over wat zij doen.

ہٰۤاَنۡتُمۡ ہٰۤؤُلَآءِ جٰدَلۡتُمۡ عَنۡہُمۡ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۟ فَمَنۡ یُّجَادِلُ اللّٰہَ عَنۡہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ اَمۡ مَّنۡ یَّکُوۡنُ عَلَیۡہِمۡ وَکِیۡلًا ﴿۹۰۱﴾
Haaa antoem haaa'oelaaa'ie djaadaltoem 'anhoem fiel hayaatied doenyaa famay yoedjaadieloel laaha 'anhoem Yawmal Qieyaamatie am may yakoenoe 'alaihiem wakieelaa
4:109 Jullie zijn degenen die pleitten voor hen in het wereldse leven, echter wie zal voor hen tegen Allah pleiten op de dag van de wederopstanding? Wie zal hun advocaat zijn?

وَ مَنۡ یَّعۡمَلۡ سُوۡٓءًا اَوۡ یَظۡلِمۡ نَفۡسَہٗ ثُمَّ یَسۡتَغۡفِرِ اللّٰہَ یَجِدِ اللّٰہَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۰۱۱﴾
Wa may ya'mal soeo'an aw yazliem nafsahoe soemma yastaghfieriel laaha yadjiediel laaha Ghafoerar Rahieemaa
4:110 En wie kwaad doet of zijn 'Nafs' (eigen ik) onrecht aandoet en vervolgens vergeving zoekt bij Allah, hij zal Allah meest Vergevensgezind, meest Barmhartig vinden.

وَ مَنۡ یَّکۡسِبۡ اِثۡمًا فَاِنَّمَا یَکۡسِبُہٗ عَلٰی نَفۡسِہٖ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۱۱۱﴾
Wa may yaksieb iesman fa iennamaa yaksieboehoe 'alaa nafsieh; wa kaanal laahoe 'Alieeman hakieemaa
4:111 En wie een zonden verdient/begaat, dan wordt het alleen op zijn eigen ziel toegerekend. En Allah is Alwetend, Alwijs

وَ مَنۡ یَّکۡسِبۡ خَطِیۡٓىـَٔۃً اَوۡ اِثۡمًا ثُمَّ یَرۡمِ بِہٖ بَرِیۡٓــًٔا فَقَدِ احۡتَمَلَ بُہۡتَانًا وَّ اِثۡمًا مُّبِیۡنًا ﴿۲۱۱﴾
Wa may yaksieb ghatieee'atan aw iesman soemma yarmie biehiee barieee'an faqadieh tamala boehtaanaw wa iesmam moebieenaa
4:112 En wie schuldig is aan een fout of zonde, maar vervolgens het toekent aan een onschuldige, dan heeft hij zichzelf met zekerheid belast van een grote last en een grote zonde.

وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکَ وَ رَحۡمَتُہٗ لَہَمَّتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡہُمۡ اَنۡ یُّضِلُّوۡکَ ؕ وَ مَا یُضِلُّوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡفُسَہُمۡ وَ مَا یَضُرُّوۡنَکَ مِنۡ شَیۡءٍ ؕ وَ اَنۡزَلَ اللّٰہُ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ عَلَّمَکَ مَا لَمۡ تَکُنۡ تَعۡلَمُ ؕ وَ کَانَ فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکَ عَظِیۡمًا ﴿۳۱۱﴾
Wa law laa fadloel laahie 'alaika wa rahmatoehoe lahammat taaa'iefatoem mienhoem ay yoedielloeka wa maa yoedielloena iellaaa anfoesahoem wa maa yadoerroenaka mien shai'; wa anzalal laahoe 'alaikal Kietaaba wal Hiekmata wa 'allamaka maa lam takoen ta'lam; wa kaana fadloel laahie 'alaika 'azieemaa
4:113 En als het niet lag aan de genade van Allah en zijn Barmhartigheid op jou, dan zou een groep van hen jou proberen te misleiden. Echter, zij misleiden slechts zichzelf en zij kunnen jullie in niets schaden. En Allah heeft jou het Boek en de Wijsheid (Sunnah) gegeven en heeft jou onderwezen wat jij niet wist. En de gunst van Allah op jou is zeer groot.

لَا خَیۡرَ فِیۡ کَثِیۡرٍ مِّنۡ نَّجۡوٰىہُمۡ اِلَّا مَنۡ اَمَرَ بِصَدَقَۃٍ اَوۡ مَعۡرُوۡفٍ اَوۡ اِصۡلَاحٍۭ بَیۡنَ النَّاسِ ؕ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ ابۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِ اللّٰہِ فَسَوۡفَ نُؤۡتِیۡـہِ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۴۱۱﴾
Laa ghaira fiee kasieeriem mien nadjwaahoem iellaa man amara biesadaqatien aw ma'roefien aw ieslaahiem bainan naas; wa may yaf'al zaaliekab tieghaaa'a mardaatiel laahie fa sawfa noe'tieehie adjran 'azieemaa
4:114 Er is geen goedheid in veel van hun geheime gesprekken, behalve van degenen die liefdadigheid of goedheid bevelen of van degenen die verzoeningen treffen tussen de mensen. Wie dat doet zoekend naar Allah's tevredenheid, spoedig zullen Wij hem dan een grote beloning geven.

وَ مَنۡ یُّشَاقِقِ الرَّسُوۡلَ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا تَبَیَّنَ لَہُ الۡہُدٰی وَ یَتَّبِعۡ غَیۡرَ سَبِیۡلِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ نُوَلِّہٖ مَا تَوَلّٰی وَ نُصۡلِہٖ جَہَنَّمَ ؕ وَ سَآءَتۡ مَصِیۡرًا ﴿۵۱۱﴾
Wa may yoeshaaqieqier Rasoela miem ba'die maa tabaiyana lahoel hoedaa wa yattabie' ghaira sabieeliel moe'mienieena noewalliehiee ma tawallaa wa noesliehiee djahannama wa saaa'at masieeraa
4:115 En wie zich verzet tegen de Boodschapper nadat de leiding hem duidelijk is geworden en hij een andere weg dan dat van de gelovigen volgt, Wij zullen hem verder doen wenden naar waar hij zich toe gekeerd heeft. En Wij zullen hem in de Hel branden en afgrijselijk is het als een bestemming!

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَغۡفِرُ اَنۡ یُّشۡرَکَ بِہٖ وَ یَغۡفِرُ مَا دُوۡنَ ذٰلِکَ لِمَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ مَنۡ یُّشۡرِکۡ بِاللّٰہِ فَقَدۡ ضَلَّ ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۶۱۱﴾
Innal laaha laa yaghfieroe ay yoeshraka biehiee wayaghfieroe maa doena zaalieka liemay yashaaa'; wa may yoeshriek biellaahie faqad dalla dalaalam ba'ieedaa
4:116 Met de grootste zekerheid, Allah vergeeft niet dat er partners aan Hem wordt toegekend ('Shirk'). Buiten dat vergeeft Hij wie Hij wil. En wie partners aan Allah toekent, dan is het zeker dat hij verdwaald is, ver weg dwalend (van het juiste pad).

اِنۡ یَّدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اِلَّاۤ اِنٰثًا ۚ وَ اِنۡ یَّدۡعُوۡنَ اِلَّا شَیۡطٰنًا مَّرِیۡدًا ﴿۷۱۱﴾
Iy yad'oena mien doeniehieee iellaaa ienaasaw wa iey yad'oena iellaa Shaitaanam marieedaa
4:117 Zij roepen niets anders aan dan vrouwelijke deïteiten op. Zei roepen niets anders de opstandige satan aan.

لَّعَنَہُ اللّٰہُ ۘ وَ قَالَ لَاَتَّخِذَنَّ مِنۡ عِبَادِکَ نَصِیۡبًا مَّفۡرُوۡضًا ﴿۸۱۱﴾
La'anahoel laah; wa qaala la attaghiezanna mien 'iebaadieka nasieebam mafroedaa
4:118 Hij was vervloekt door Allah en hij (de satan) zei: "ik zal zeker van uw slaven een deel aantrekken."

وَّ لَاُضِلَّنَّہُمۡ وَ لَاُمَنِّیَنَّہُمۡ وَ لَاٰمُرَنَّہُمۡ فَلَیُبَتِّکُنَّ اٰذَانَ الۡاَنۡعَامِ وَ لَاٰمُرَنَّہُمۡ فَلَیُغَیِّرُنَّ خَلۡقَ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یَّتَّخِذِ الشَّیۡطٰنَ وَلِیًّا مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ فَقَدۡ خَسِرَ خُسۡرَانًا مُّبِیۡنًا ﴿۹۱۱﴾
Wa la oediellannahoem wa la oemannie yannnahoem wa la aamoerannahoem fala yoebat tiekoenna aazaanal an'aamie wa la aamoerannahoem fala yoeghay yieroenna ghalqal laah; wa may yattaghieziesh Shaitaana walieyyam mien doeniel laahie faqad ghasiera ghoesraanam moebieena
4:119 "En ik zal hun zeker misleiden en zeker hun verlangens in hun opwekken. En ik zal hun zeker bevelen zodat zij de oren van de vee afsnijden. En ik zal hun zeker bevelen, zodat zij Allah's creatie veranderen." En wie de satan als vriend neemt in de plaats van Allah, dan lijdt Hij zeker een zeer grote verlies.

یَعِدُہُمۡ وَ یُمَنِّیۡہِمۡ ؕ وَ مَا یَعِدُہُمُ الشَّیۡطٰنُ اِلَّا غُرُوۡرًا ﴿۰۲۱﴾
Ya'iedoehoem wa yoeman nieehiem wa maa ya'iedoehoemoesh Shaitaanoe iellaa ghoeroeraa
4:120 Hij (de satan) kent beloftes aan hen toe en wekt verlangens in hun op. En de satan belooft hen niets ander dan bedrog.

اُولٰٓئِکَ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ۫ وَ لَا یَجِدُوۡنَ عَنۡہَا مَحِیۡصًا ﴿۱۲۱﴾
Oelaaa'ieka ma'waahoem djahannamoe wa laa yadjiedoena 'anhaa mahieesaa
4:121 Zij, hun verblijfplaats is de hel! En zullen er geen enig vluchtweg erin vinden.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ سَنُدۡخِلُہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقًّا ؕ وَ مَنۡ اَصۡدَقُ مِنَ اللّٰہِ قِیۡلًا ﴿۲۲۱﴾
Wallazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie sanoed ghieloehoem djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaaa abadaa; wa'dal laahie haqqaa; wa man asdaqoe mienal laahie qieelaa
4:122 En Wij zullen degenen die geloven en goede werken verrichten toelaten tot tuinen waarin de rivieren vanonder stromen. Zij zullen daarin eeuwig verblijven. Een ware belofte van Allah en wie is waarachter dan Allah in uitspraken.

لَیۡسَ بِاَمَانِیِّکُمۡ وَ لَاۤ اَمَانِیِّ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ ؕ مَنۡ یَّعۡمَلۡ سُوۡٓءًا یُّجۡزَ بِہٖ ۙ وَ لَا یَجِدۡ لَہٗ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۳۲۱﴾
Laisa bie amaanieyyiekoem wa laaa amaanieyyie Ahliel Kietaab; may ya'mal soeo'ay yoedjza biehiee wa laa yadjied lahoe mien doeniel laahie walieyaw wa laa nasieeraa
4:123 De bepaling zijn niet volgens jullie verlangens en ook niet volgens de verlangens van de mensen van het Boek. Wie slecht doet zal er voor bestraft worden. En hij zal buiten Allah om, noch een beschermer, noch een helper vinden.

وَ مَنۡ یَّعۡمَلۡ مِنَ الصّٰلِحٰتِ مِنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَاُولٰٓئِکَ یَدۡخُلُوۡنَ الۡجَنَّۃَ وَ لَا یُظۡلَمُوۡنَ نَقِیۡرًا ﴿۴۲۱﴾
Wa may ya'mal mienas saaliehaatie mien zakarien aw oensaa wa hoewa moe'mienoen fa oelaaa'ieka yadghoeloenal djannata wa laa yoezlamoena naqieeraa
4:124 En wie goede daden begaat, hetzij man als vrouw, en gelovig is, zij zijn het die Het Paradijs zullen betreden. En er zal geen onrecht op hen gedaan worden, zelfs niet als het gelijke van een holte op een dadelpit.

وَ مَنۡ اَحۡسَنُ دِیۡنًا مِّمَّنۡ اَسۡلَمَ وَجۡہَہٗ لِلّٰہِ وَ ہُوَ مُحۡسِنٌ وَّ اتَّبَعَ مِلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ؕ وَ اتَّخَذَ اللّٰہُ اِبۡرٰہِیۡمَ خَلِیۡلًا ﴿۵۲۱﴾
Wa man ahsanoe dieenam miemmman aslama wadjhahoe liellaahie wa hoewa moehsienoew wattaba'a Miellata Ibraahieema hanieefaa; wattaghazal laahoe Ibraahieema ghalieelaa
4:125 En wie is er beter in (het volgen van) een "Dien" (manier van leven) dan degene die zijn gezicht onderwerpt aan Allah, goede daden verricht en de geloofsopvatting van Ibrahiem (Abraham), een pure monotheïst, volgt? En Allah nam Ibrahiem als een vriend.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ مُّحِیۡطًا ﴿۶۲۱﴾
Wa liellaahie maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; wa kaanal laahoe biekoellie shai'iem moehieetaa
4:126 En aan Allah behoort wat erin de hemelen en op de aarde is en Allah is over alles Alomvattend.

وَ یَسۡتَفۡتُوۡنَکَ فِی النِّسَآءِ ؕ قُلِ اللّٰہُ یُفۡتِیۡکُمۡ فِیۡہِنَّ ۙ وَ مَا یُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ فِی الۡکِتٰبِ فِیۡ یَتٰمَی النِّسَآءِ الّٰتِیۡ لَاتُؤۡ تُوۡنَہُنَّ مَا کُتِبَ لَہُنَّ وَ تَرۡغَبُوۡنَ اَنۡ تَنۡکِحُوۡہُنَّ وَ الۡمُسۡتَضۡعَفِیۡنَ مِنَ الۡوِلۡدَانِ ۙ وَ اَنۡ تَقُوۡمُوۡا لِلۡیَتٰمٰی بِالۡقِسۡطِ ؕ وَ مَا تَفۡعَلُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِہٖ عَلِیۡمًا ﴿۷۲۱﴾
Wa yastaftoenaka fienniesaaa'ie qoeliel laahoe yoeftieekoem fieehienna wa maa yoetlaa 'alaikoem fiel Kietaabie fiee yataaman niesaaa'iel laatiee laa toe'toenahoenna maa koetieba lahoennna wa targhaboena an tan-kiehoehoenna wal moestad'a fieena mienal wieldaanie wa an taqoemoe lielyataamaa bielqiest; wa maa taf'aloe mien ghairien fa iennal laaha kaana biehiee 'Alieemaa
4:127 En zij vragen jou om wettelijke uitspraken met betrekking tot de vrouwen. Zeg: "Allah geeft de wetten over hen en attendeert jullie op wat er (al eerder) aan jullie van het Boek (zie vers 4:3) is geopenbaard over de vrouwelijke wezen. Jullie geven hen (de vrouwelijke wezen) niet datgeen wat is bevolen om hen te geven. En Jullie verlangen met hen (de vrouwelijke wezen) trouwen. En herinner de geboden met betrekking tot de zwakken onder de kinderen. En het is bevolen om voor de rechten van de wezen op te komen." En wat jullie aan het goede verrichten, voorzeker Allah is erover Al-wetend.

وَ اِنِ امۡرَاَۃٌ خَافَتۡ مِنۡۢ بَعۡلِہَا نُشُوۡزًا اَوۡ اِعۡرَاضًا فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡہِمَاۤ اَنۡ یُّصۡلِحَا بَیۡنَہُمَا صُلۡحًا ؕ وَ الصُّلۡحُ خَیۡرٌ ؕ وَ اُحۡضِرَتِ الۡاَنۡفُسُ الشُّحَّ ؕ وَ اِنۡ تُحۡسِنُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۸۲۱﴾
Wa ieniemra atoen ghaafat miem ba'liehaa noeshoezan aw ie'raadan falaa djoenaaha 'alaihie maaa ay yoesliehaa bainahoemaa soelhaa; wassoelhoe ghair; wa oehdieratiel anfoesoesh shoehh; wa ien toehsienoe wa tattaqoe fa iennal laaha kaana biemaa ta'maloena ghabieeraa
4:128 En wanneer een vrouw van haar echtgenoot slecht gedrag of afkerigheid vreest, dan is er geen verwijt/zonde op beide van hen als zij het goed maken met elkaar. Verzoening is het beste. Echter gierigheid overheerst in de "Nafs" (persoon / ego /eigen ik). Maar als jullie goed doen en Allah vrezen, dan voorzeker Allah is bewust over alles wat jullie doen.

وَ لَنۡ تَسۡتَطِیۡعُوۡۤا اَنۡ تَعۡدِلُوۡا بَیۡنَ النِّسَآءِ وَ لَوۡ حَرَصۡتُمۡ فَلَا تَمِیۡلُوۡا کُلَّ الۡمَیۡلِ فَتَذَرُوۡہَا کَالۡمُعَلَّقَۃِ ؕ وَ اِنۡ تُصۡلِحُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۹۲۱﴾
Wa lan tastatiee'oeo an ta'dieloe bainan niesaaa'ie wa law harastoem falaa tamieeloe koellal mailie fatazaroehaa kalmoe'al laqah; wa ien toesliehoe wa tattaqoe fa iennal laaha kaana Ghafoerar Rahieema
4:129 En nooit zullen jullie tussen de vrouwen (de echtgenotes) rechtvaardig kunnen handelen, zelfs niet als jullie het heel graag zouden willen! Maar wendt niet met volledige neiging (tot één of enkelen), zodat je haar (de anderen) buitensluit. En als jullie verzoenen en Allah vrezen, dan voorzeker Allah is de meest Vergevensgezinde, de meest Barmhartige.

وَ اِنۡ یَّتَفَرَّقَا یُغۡنِ اللّٰہُ کُلًّا مِّنۡ سَعَتِہٖ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ وَاسِعًا حَکِیۡمًا ﴿۰۳۱﴾
Wa ieny-yatafarraqaa yoeghniel laahoe koellam mien sa'atieh; wa kaanal laahoe Waasie'an Hakieemaa
4:130 En wanneer zij scheiden, dan zal elk van hen door Allah met Zijn schatten verrijkt worden. En Allah is Alles-doordringend, Alwijs.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ لَقَدۡ وَصَّیۡنَا الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ اِیَّاکُمۡ اَنِ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ وَ اِنۡ تَکۡفُرُوۡا فَاِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَنِیًّا حَمِیۡدًا ﴿۱۳۱﴾
Wa liellaahie maafies samaawaatie wa maa fiel ard; wa laqad wassainal lazieena oetoel Kietaaba mien qabliekoem wa ieyyaakoem aniet taqoel laah; wa ientakfoeroe fa ienna liellaahie maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; wa kaanal laahoe Ghanieyyan hamieedaa
4:131 En alles in de hemelen en op aarde behoort aan Allah toe. En voorzeker, net zoals bij jullie, hebben Wij voorgeschreven om Allah te vrezen aan hen aan wie Wij het Boek hebben gegeven voor jullie tijd. Maar als jullie niet geloven, weet dan dat alles wat in de hemelen en op aarde is, aan Allah toebehoort. En Allah is vrij van behoeftigheid, Prijzenswaardig.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَکِیۡلًا ﴿۲۳۱﴾
Wa liellaahie maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; wa kafaa biellaahie Wakieelaa
4:132 En aan Allah behoort wat er in de hemelen en op de aarde is. En Allah is voldoende als Beheerder (van alles).

اِنۡ یَّشَاۡ یُذۡہِبۡکُمۡ اَیُّہَا النَّاسُ وَ یَاۡتِ بِاٰخَرِیۡنَ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلٰی ذٰلِکَ قَدِیۡرًا ﴿۳۳۱﴾
Iny-yasha' yoezhiebkoem aiyoehan naasoe wa ya'tie bie aagharieen; wa kaanal laahoe 'alaa zaalieka Qadieeraa
4:133 Als Hij het wil, O mensen, kan Hij jullie wegvagen en anderen voor in de plaats brengen. En Allah heeft over dat de volledige macht.

مَنۡ کَانَ یُرِیۡدُ ثَوَابَ الدُّنۡیَا فَعِنۡدَ اللّٰہِ ثَوَابُ الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ سَمِیۡعًۢا بَصِیۡرًا ﴿۴۳۱﴾
man kaana yoerieedoe sawaabad doenyaa fa'iendallaahie sawaaboed doenyaa wal Aaghierah; wa kaanal laahoe Samiee'am Basieeraa
4:134 Wie naar de wereldse beloningen verlangt, weet dan dat de beloningen van de wereld en van het hiernamaals zich bij Allah bevinden. En Allah is Alhorend, Alziend.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کُوۡنُوۡا قَوّٰمِیۡنَ بِالۡقِسۡطِ شُہَدَآءَ لِلّٰہِ وَ لَوۡ عَلٰۤی اَنۡفُسِکُمۡ اَوِ الۡوَالِدَیۡنِ وَ الۡاَقۡرَبِیۡنَ ۚ اِنۡ یَّکُنۡ غَنِیًّا اَوۡ فَقِیۡرًا فَاللّٰہُ اَوۡلٰی بِہِمَا ۟ فَلَا تَتَّبِعُوا الۡہَوٰۤی اَنۡ تَعۡدِلُوۡا ۚ وَ اِنۡ تَلۡوٗۤا اَوۡ تُعۡرِضُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ﴿۵۳۱﴾
Yaa aiyoehal lazieena aamanoe koenoe qawwa amieena bielqiestie shoehadaaa'a liellaahie wa law 'alaa anfoesiekoem awiel waaliedainie wal aqrabieen iey yakoen ghanieyyan aw faqieeran fallaahoe awlaa biehiemaa falaaa tattabie'oel hawaaa an ta'dieloe; wa ien talwoeo aw toe'riedoe fa iennal laaha kaana biemaa ta'maloena ghabieera
4:135 O jullie die geloven, wees bewakers over gerechtigheid door rechtvaardig te getuigen tot Allah, zelfs als het tegen julliezelf, of tegen de ouders of tegen familieleden is. Of hij nu rijk of arm is, Allah maakt er geen onderscheid in (op basis van rechtvaardigheid). Volgt dus niet de verlangens, zodat u niet afwijkt. En als je afwijkt of je afhoudt van de waarheid, voorzeker weet dan dat Allah is Al-bewust van wat jullie doen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ الۡکِتٰبِ الَّذِیۡ نَزَّلَ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ وَ الۡکِتٰبِ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ مِنۡ قَبۡلُ ؕ وَ مَنۡ یَّکۡفُرۡ بِاللّٰہِ وَ مَلٰٓئِکَتِہٖ وَ کُتُبِہٖ وَ رُسُلِہٖ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ فَقَدۡ ضَلَّ ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۶۳۱﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoeo aamienoe biellaahie wa Rasoeliehiee wal Kietaabiel laziee nazzala 'alaa Rasoeliehiee wal Kietaabiel lazieee anzala mien qabl; wa may yakfoer biellaahie wa Malaaa'iekatiehiee wa Koetoebiehiee wa Roesoeliehiee wal Yawmiel Aaghierie faqad dalla dalaalam ba'ieedaa
4:136 O jullie die geloven! Geloof in Allah, in Zijn profeet en het Boek wat hij aan zijn profeet openbaart, en het Boek wat ervoor was geopenbaard. En wie niet gelooft in Allah, in Zijn engelen, in Zijn Boeken, in Zijn Profeten en in de laatste Dag, dan is het zeker dat hij verdwaald is, ver weg dwalend (van het juiste pad).

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا ثُمَّ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا ثُمَّ ازۡدَادُوۡا کُفۡرًا لَّمۡ یَکُنِ اللّٰہُ لِیَغۡفِرَ لَہُمۡ وَ لَا لِیَہۡدِیَہُمۡ سَبِیۡلًا ﴿۷۳۱﴾
Innal lazieena aamanoe soemma kafaroe soemma aamanoe soemma kafaroe soemmaz daado koefral lam yakoeniel laahoe lieyaghfiera lahoem wa laa lieyahdieyahoem sabieelaa
4:137 Degenen die geloofden en dan niet geloofden en vervolgens weer geloofden en daarna weer niet geloofden en uiteindelijk in ongeloof toenamen, Allah zal hen niet vergeven, noch zal Hij hen leiden tot het juiste pad.

بَشِّرِ الۡمُنٰفِقِیۡنَ بِاَنَّ لَہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمَۨا ﴿۸۳۱﴾
Bashshieriel moenaafieqieena bie anna lahoem 'azaaban alieemaa
4:138 Geef het nieuws\berichtgeving aan de hypocrieten dat er voor hen een pijnlijke straf is.

الَّذِیۡنَ یَتَّخِذُوۡنَ الۡکٰفِرِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ؕ اَیَبۡتَغُوۡنَ عِنۡدَہُمُ الۡعِزَّۃَ فَاِنَّ الۡعِزَّۃَ لِلّٰہِ جَمِیۡعًا ﴿۹۳۱﴾
Allazieena yattaghiezoe nal kaafierieena awlieyaaa'a mien doeniel moe'mienieen; a-yabta ghoena 'iendahoemoel 'iezzata fa-iennnal 'iezzata liellaahie djamiee'aa
4:139 Zoeken degenen (van de gelovigen) eer bij de ongelovigen door hen als bondgenoten te nemen in plaats van de gelovigen? Voorzeker, weet dan dat al het eer aan Allah toebehoort.

وَ قَدۡ نَزَّلَ عَلَیۡکُمۡ فِی الۡکِتٰبِ اَنۡ اِذَا سَمِعۡتُمۡ اٰیٰتِ اللّٰہِ یُکۡفَرُ بِہَا وَ یُسۡتَہۡزَاُ بِہَا فَلَا تَقۡعُدُوۡا مَعَہُمۡ حَتّٰی یَخُوۡضُوۡا فِیۡ حَدِیۡثٍ غَیۡرِہٖۤ ۫ۖ اِنَّکُمۡ اِذًا مِّثۡلُہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ جَامِعُ الۡمُنٰفِقِیۡنَ وَ الۡکٰفِرِیۡنَ فِیۡ جَہَنَّمَ جَمِیۡعَۨا ﴿۰۴۱﴾
Wa qad nazzala 'alaikoem fiel Kietaabie an iezaa samie'toem Aayaatiel laahie yoekfaroe biehaa wa yoestahza oe biehaa falaa taq'oedoe ma'ahoem hattaa yaghoedoe fiee hadieesien ghairieh; iennakoem iezam miesloehoem; iennal laaha djaamie'oel moenaafieqieena wal kaafierieena fiee djahannama djamiee'aa
4:140 Waarlijk, Hij heeft via het boek aan jullie geopenbaard, dat indien jullie horen dat de tekenen van Allah verworpen en bespot worden: blijf dan niet met hen totdat ze overgaan op een ander gespreksonderwerp. Anders zullen jullie gelijk aan hen zijn. Voorzeker, Allah zal de hypocrieten en de ongelovigen in de hel verzamelen.

الَّذِیۡنَ یَتَرَبَّصُوۡنَ بِکُمۡ ۚ فَاِنۡ کَانَ لَکُمۡ فَتۡحٌ مِّنَ اللّٰہِ قَالُوۡۤا اَلَمۡ نَکُنۡ مَّعَکُمۡ ۫ۖ وَ اِنۡ کَانَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ نَصِیۡبٌ ۙ قَالُوۡۤا اَلَمۡ نَسۡتَحۡوِذۡ عَلَیۡکُمۡ وَ نَمۡنَعۡکُمۡ مِّنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ؕ فَاللّٰہُ یَحۡکُمُ بَیۡنَکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ لَنۡ یَّجۡعَلَ اللّٰہُ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ سَبِیۡلًا ﴿۱۴۱﴾
Allazieena yatarab basoena biekoem fa ien kaana lakoem fathoem mienal laahie qaaloeo alam nakoem ma'akoem wa ien kaana lielkaafierieena nasieeboen qaaloeo alam nastah wiez 'alaikoem wa nammna'koem mienal moe'mienieen; fallaahoe yahkoemoe bainakoem Yawmal Qieyaamah; wa lay yadj'alal laahoe lielkaafierieena 'alal moe'mienieena sabieelaa
4:141 (De hypocrieten zijn) degenen die wachten op jouw voorval. Wanneer Allah jou een overwinning geeft, zeggen ze: "Waren wij niet met jullie?" Echter wanneer er voor de ongelovigen een succes is, zeggen zij (tegen de ongelovigen): "Hadden wij niet meer macht over jullie en hebben wij jullie niet beschermd tegen de gelovigen?" En Allah zal tussen jullie op de dag der Opstanding oordelen. En weet dat Allah nooit een weg maakt voor de ongelovigen tegen de gelovigen.

اِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ یُخٰدِعُوۡنَ اللّٰہَ وَ ہُوَ خَادِعُہُمۡ ۚ وَ اِذَا قَامُوۡۤا اِلَی الصَّلٰوۃِ قَامُوۡا کُسَالٰی ۙ یُرَآءُوۡنَ النَّاسَ وَ لَا یَذۡکُرُوۡنَ اللّٰہَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۲۴۱﴾
Innal moenaafieqieena yoeghaadie'oenal laaha wa hoewa ghaadie'oehoem wa iezaa qaamoeo ielas Salaatie qaamoe koesaalaa yoeraaa'oenan naasa wa laa yazkoeroenal laaha iellaa qalieelaa
4:142 Voorzeker, de hypocrieten zoeken een manier om Allah te bedriegen, echter het is Hij (Allah) die hen misleid. En wanneer zij voor het gebed staan, staan zij er futloos bij. Ze staan er alleen bij om door de mensen gezien te worden. En zij gedenken Allah slechts weinig.

مُّذَبۡذَبِیۡنَ بَیۡنَ ذٰلِکَ ٭ۖ لَاۤ اِلٰی ہٰۤؤُلَآءِ وَ لَاۤ اِلٰی ہٰۤؤُلَآءِ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَلَنۡ تَجِدَ لَہٗ سَبِیۡلًا ﴿۳۴۱﴾
Moezabzabieena baina zaalieka laaa ielaa haaa' oelaaa'ie wa laaa ielaa haaa'oelaaa'; wa may yoedlie liellaahoe falan tadjieda lahoe sabieela
4.143 Dwalend\twijfelen\zwevend tussen dat en dit, niet behorend tot die of deze. En wie Allah liet dwalen, nooit zal jij een weg voor hen vinden.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوا الۡکٰفِرِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَؕ اَتُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ تَجۡعَلُوۡا لِلّٰہِ عَلَیۡکُمۡ سُلۡطٰنًا مُّبِیۡنًا ﴿۴۴۱﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe laa tattaghiezoel kaafierieena awlieyaaa'a mien doeniel moe'mienieen; atoeriee doena an tadj'aloe liellaahie 'alaikoem soeltaanam moebieenaa
4:144 O jullie die geloven! Neem in plaats van de gelovigen, de ongelovigen niet als helpers. Wil jij dat Allah een duidelijke bewijs tegen jullie zelf maakt (zoekend naar eer bij de hypocrieten).

اِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ فِی الدَّرۡکِ الۡاَسۡفَلِ مِنَ النَّارِ ۚ وَ لَنۡ تَجِدَ لَہُمۡ نَصِیۡرًا ﴿۵۴۱﴾
Innal moenaafieqieena fieddarkiel asfalie mienan Naarie wa lan tadjieda lahoem nasieeraa
4:145 Voorwaar, de hypocrieten zullen zich in het diepste deel van het vuur bevinden. Nooit zal er een helper voor hen zijn!

اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا وَ اَصۡلَحُوۡا وَ اعۡتَصَمُوۡا بِاللّٰہِ وَ اَخۡلَصُوۡا دِیۡنَہُمۡ لِلّٰہِ فَاُولٰٓئِکَ مَعَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ؕ وَ سَوۡفَ یُؤۡتِ اللّٰہُ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۶۴۱﴾
Illal lazieena taaboe wa aslahoe wa'tasamoe biellaahie wa aghlasoe dieenahoem liellaahie fa-oelaaa'ieka ma'al moe'mienieena wa sawfa yoe'tiel laahoel moe'mienieena adjran 'azieemaa
4:146 Behalve degenen van hen die berouw hebben en zich verbeteren en zich vasthouden aan Allah en oprecht zijn in hun Dien (levenswijze) naar Allah toe. Zij behoren dan tot de gelovigen. En spoedig zullen de gelovigen een grote beloning krijgen van Allah.

مَا یَفۡعَلُ اللّٰہُ بِعَذَابِکُمۡ اِنۡ شَکَرۡتُمۡ وَ اٰمَنۡتُمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ شَاکِرًا عَلِیۡمًا ﴿۷۴۱﴾
Maa yaf'aloel laahoe bie 'azaabiekoem ien shakartoem wa aamantoem; wa kaanal laahoe Shaakieran 'Alieema (End djoez 5)
4:147 Waarom zal Allah jullie straffen als jullie dankbaar en gelovig zijn? En Allah is Al-waarderend, Alwetend.

لَا یُحِبُّ اللّٰہُ الۡجَہۡرَ بِالسُّوۡٓءِ مِنَ الۡقَوۡلِ اِلَّا مَنۡ ظُلِمَ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ سَمِیۡعًا عَلِیۡمًا ﴿۸۴۱﴾
Laa yoehiebboellaahoel djahra bies soeo'ie mienal qawlie iellaa man zoeliem; wa kaanallaahoe Samiee'an 'Alieemaa
4:148 Allah houdt niet van het uiten van slechte woorden in het openbaar (schelden\vloeken). Het is slechts gerechtigd bij wie onrecht aangedaan is. En Allah is Alhorend, Alwetend.

اِنۡ تُبۡدُوۡا خَیۡرًا اَوۡ تُخۡفُوۡہُ اَوۡ تَعۡفُوۡا عَنۡ سُوۡٓءٍ فَاِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَفُوًّا قَدِیۡرًا ﴿۹۴۱﴾
ien toebdoe ghairann aw toeghfoehoe aw ta'foe 'an soeo'ien fa iennal laaha kaana 'afoewwan Qadieeraa
4:149 Wanneer jullie een goede daad openlijk of in het verborgen doen, of het toegedaan kwaad vergeven, voorzeker weet dan dat Allah Vergevensgezind, Almachtig is.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡفُرُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ وَ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یُّفَرِّقُوۡا بَیۡنَ اللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ وَ یَقُوۡلُوۡنَ نُؤۡمِنُ بِبَعۡضٍ وَّ نَکۡفُرُ بِبَعۡضٍ ۙ وَّ یُرِیۡدُوۡنَ اَنۡ یَّتَّخِذُوۡا بَیۡنَ ذٰلِکَ سَبِیۡلًا ﴿۰۵۱﴾
Innal lazieena yakkfoeroena biellaahie wa Roesoeliehiee wa yoerieedoena ay yoefarrieqoe bainal laahie wa Roesoeliehiee wa yaqoeloena noe'mienoe bieba'diew wa nakfoeroe bieba' diew wa yoerieedoena ay yattaghiezoe baina zaalieka sabieelaa
4:150 Voorzeker, degenen die niet gelovigen in Allah en Zijn Profeten, wensen dat zij een onderscheid kunnen maken in Allah en Zijn profeten. En ze zeggen: "Wij geloven in enkelen (van de Profeten) en geloven niet in anderen (van hen)." En zij wensen dat zij er een weg in (hun ongeloof) kunnen vinden.

اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡکٰفِرُوۡنَ حَقًّا ۚ وَ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابًا مُّہِیۡنًا ﴿۱۵۱﴾
Oelaaa'ieka hoemoel kaafieroena haqqaaw; wa a'tadnaa lielkaafierieena 'azaabam moehieenaa
4:151 Zij zijn de waarlijk ongelovigen. En Wij hebben voor de ongelovigen een vernederende bestraffing voorbereid.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ وَ لَمۡ یُفَرِّقُوۡا بَیۡنَ اَحَدٍ مِّنۡہُمۡ اُولٰٓئِکَ سَوۡفَ یُؤۡتِیۡہِمۡ اُجُوۡرَہُمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۲۵۱﴾
Wallazieena aamanoe biellaahie wa Roesoeliehiee wa lam yoefarrieqoe baina ahadiem mienhoem oelaaa'ieka sawfa yoe'tieehiem oedjoerahoem; wa kaanal laahoe Ghafoerar Rahieema
4:152 En degenen die geloven in Allah en in Zijn Profeten, en zij maken geen onderscheid in geen van enkel van hen (de Profeten), zij, spoedig zullen Wij hen hun beloning geven! En Allah is meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

یَسۡـَٔلُکَ اَہۡلُ الۡکِتٰبِ اَنۡ تُنَزِّلَ عَلَیۡہِمۡ کِتٰبًا مِّنَ السَّمَآءِ فَقَدۡ سَاَلُوۡا مُوۡسٰۤی اَکۡبَرَ مِنۡ ذٰلِکَ فَقَالُوۡۤا اَرِنَا اللّٰہَ جَہۡرَۃً فَاَخَذَتۡہُمُ الصّٰعِقَۃُ بِظُلۡمِہِمۡ ۚ ثُمَّ اتَّخَذُوا الۡعِجۡلَ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡہُمُ الۡبَیِّنٰتُ فَعَفَوۡنَا عَنۡ ذٰلِکَ ۚ وَ اٰتَیۡنَا مُوۡسٰی سُلۡطٰنًا مُّبِیۡنًا ﴿۳۵۱﴾
yas'aloeka Ahloel Kietaabie an toenazziela 'alaihiem Kietaabam mienas samaaa'ie faqad sa aloe Moesaa akbara mien zaalieka faqaaloe arienal laaha djahratan fa aghazat hoemoes saa'ieqatoe biezoelmiehiem; soemmat taghazoel 'iedjla miem ba'die maa djaa'at hoemoel baiyienaatoe fa'afawnaa 'ann zaaliek; wa aatainaa Moesaa soeltaanam moebieenaa
4:153 En de mensen van het Schrift (Taurah en Indjiel) vragen jou om voor hen een (fysieke) boek vanuit de hemel te brengen. Voorzeker, weet dan dat ze Moesa om (nog) iets groter hadden gevraagd, ze zeiden: "Laat ons Allah openlijk zien." Vervolgens trof de bliksem hen voor hun buitensporigheid. Ondanks dit en ondanks dat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen, namen ze daarna het kalf ter aanbidding. Vervolgens vergaven Wij hen dat en Wij gaven Moesa (Mozes) een duidelijk autoriteit/macht/gezag (over hen).

وَ رَفَعۡنَا فَوۡقَہُمُ الطُّوۡرَ بِمِیۡثَاقِہِمۡ وَ قُلۡنَا لَہُمُ ادۡخُلُوا الۡبَابَ سُجَّدًا وَّ قُلۡنَا لَہُمۡ لَا تَعۡدُوۡا فِی السَّبۡتِ وَ اَخَذۡنَا مِنۡہُمۡ مِّیۡثَاقًا غَلِیۡظًا ﴿۴۵۱﴾
Wa rafa'naa fawqahoemoet Toera biemieesaaqiehiem wa qoelnaa lahoemoed ghoeloel baaba soedjdjadaw wa qoelnaa lahoem laa ta'doe fies Sabtie wa aghaznaa mienhoem mieesaaqan ghalieezaa
4:154 En Wij verhieven (de berg) Thoer boven hen vanwege hun verdrag. Wij zeiden tot hen: "Betreed prostrerend de poort binnen. En overtreed de Sabbat niet." En Wij gaven hen een sterk\grondig verdrag.

فَبِمَا نَقۡضِہِمۡ مِّیۡثَاقَہُمۡ وَ کُفۡرِہِمۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ قَتۡلِہِمُ الۡاَنۡۢبِیَآءَ بِغَیۡرِ حَقٍّ وَّ قَوۡلِہِمۡ قُلُوۡبُنَا غُلۡفٌ ؕ بَلۡ طَبَعَ اللّٰہُ عَلَیۡہَا بِکُفۡرِہِمۡ فَلَا یُؤۡمِنُوۡنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۵۵۱﴾
Fabiemaa naqdiehiem mieesaaqahoem wa koefriehiem bie Aayaatiel laahie wa qatliehiemoel Ambieyaaa'a bieghairie haqqiew wa qawliehiem qoeloeboenaa ghoelf; bal taba'al laahoe 'alaihaa biekoefriehiem falaa yoe'mienoena iellaa qalieelaa
4:155 Echter, doordat zij het verdrag verbreken en door hun ongeloof in Allah's Tekenen en doordat zij de Profeten doden zonder enig recht te hebben (heeft Allah hen vervloekt). En (ook) door hun zegging van: "Onze harten zijn bedekt". Nee! Allah heeft een zegel erop geplaatst vanwege hun ongeloof. Daarom gelovigen slechts weinig van hen.

وَّ بِکُفۡرِہِمۡ وَ قَوۡلِہِمۡ عَلٰی مَرۡیَمَ بُہۡتَانًا عَظِیۡمًا ﴿۶۵۱﴾
Wa biekoefriehiem wa qawliehiem 'alaa Maryama boeh taanan 'azieema
4:156 En vanwege hun ongeloof en hun grote laster op Maryam (Maria)!

وَّ قَوۡلِہِمۡ اِنَّا قَتَلۡنَا الۡمَسِیۡحَ عِیۡسَی ابۡنَ مَرۡیَمَ رَسُوۡلَ اللّٰہِ ۚ وَ مَا قَتَلُوۡہُ وَ مَا صَلَبُوۡہُ وَ لٰکِنۡ شُبِّہَ لَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ الَّذِیۡنَ اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ لَفِیۡ شَکٍّ مِّنۡہُ ؕ مَا لَہُمۡ بِہٖ مِنۡ عِلۡمٍ اِلَّا اتِّبَاعَ الظَّنِّ ۚ وَ مَا قَتَلُوۡہُ یَقِیۡنًۢا ﴿۷۵۱﴾
Wa qawliehiem iennaa qatal nal masieeha 'Eesab-na-Maryama Rasoelal laahie wa maa qataloehoe wa maa salaboehoe wa laakien shoebbieha lahoem; wa iennal lazieenagh talafoe fieehiee lafiee shakkiem mienh; maa lahoem biehiee mien 'ielmien iellat tiebaa'az zann; wa maa qataloehoe yaqieenaa
4:157 En voor hun uitspraak: "Voorwaar, wij hebben de Messias, Isa, de zoon van Maryam, de Profeet van Allah, gedood." Echter zij dode hem niet, noch kruisigde zij hem, maar het werd zo tot stand gebracht dat het voor hen erop leek (dat zij Isa gedood hebben). Voorwaar, de sceptici twijfelen erover. Er is voor hen geen enkel kennis erover (de gebeurtenis). Ze volgen slechts de vermoedens. Met zekerheid, ze hebben hem niet gedood!

بَلۡ رَّفَعَہُ اللّٰہُ اِلَیۡہِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۸۵۱﴾
Bar rafa'ahoel laahoe ielayh; wa kaanal laahoe 'Azieezan Hakieemaa
4:158 Nee! Hij is omhoog naar Allah toe geheven door Allah zelf. En Allah is Almachtig, Alwijs.

وَ اِنۡ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ اِلَّا لَیُؤۡمِنَنَّ بِہٖ قَبۡلَ مَوۡتِہٖ ۚ وَ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ یَکُوۡنُ عَلَیۡہِمۡ شَہِیۡدًا ﴿۹۵۱﴾
Wa iem mien Ahliel Kietaabie iellaa layoe'mienanna biehiee qabla mawtiehiee wa Yawmal Qieyaamatie yakoenoe 'alaihiem shahieedaa
4:159 En iedereen van het Boek zal voordat hij dood gaat, in hem (Isa) geloven. En op de dag der opstanding zal hij (Isa) een getuige zijn tegen hen.

فَبِظُلۡمٍ مِّنَ الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا حَرَّمۡنَا عَلَیۡہِمۡ طَیِّبٰتٍ اُحِلَّتۡ لَہُمۡ وَ بِصَدِّہِمۡ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ کَثِیۡرًا ﴿۰۶۱﴾
Fabiezoelmien mienal lazieena haadoe harramnaa 'alaihiem taiyiebaatien oehiellat lahoem wa biesadiehiem 'an sabieeliel laahie kasieeraa
4:160 Vanwege al deze (kwesties), hebben Wij voor de onrechtplegers onder de Joden, de goede dingen onwettig gemaakt, die echter eerst wel voor hen toegestaan waren. En ook vanwege het hinderen op de weg van Allah.

وَّ اَخۡذِہِمُ الرِّبٰوا وَ قَدۡ نُہُوۡا عَنۡہُ وَ اَکۡلِہِمۡ اَمۡوَالَ النَّاسِ بِالۡبَاطِلِ ؕ وَ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ مِنۡہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۱۶۱﴾
Wa aghziehiemoer riebaa wa qad noehoe 'anhoe wa akliehiem amwaalan naasie bielbaatiel; wa a'tadnaa lielkaafierieena mienhoem 'azaaban alieema
4:161 En (vanwege) het nemen van rente, terwijl het zeker voor hen verboden was. En voor het onrechtmatig consumeren van de rijkdommen van de mens. En Wij hebben voor de ongelovigen onder hen een pijnlijke straf voorbereid.

لٰکِنِ الرّٰسِخُوۡنَ فِی الۡعِلۡمِ مِنۡہُمۡ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِمَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ مِنۡ قَبۡلِکَ وَ الۡمُقِیۡمِیۡنَ الصَّلٰوۃَ وَ الۡمُؤۡتُوۡنَ الزَّکٰوۃَ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ اُولٰٓئِکَ سَنُؤۡتِیۡہِمۡ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۲۶۱﴾
Laakienier raasieghoena fiel'ielmie mienhoem walmoe'mienoena yoe'mienoena biemaaa oenziela ielaika wa maaa oenziela mien qablieka walmoeqieemieenas Salaata walmoe'toenaz Zakaata walmoe 'mienoena biellaahie wal yawmiel Aaghier; oelaaa'ieka sanoe'tieehiem adjran 'azieemaa
4:162 Maar degenen van hen die in kennis gegrond zijn en ook de gelovigen, geloven in datgeen wat aan jou geopenbaard is en in datgeen wat er voor jouw tijd geopenbaard is. Zo ook geloven, degenen die het gebed (de Salaat) onderhouden, de zakaat geven, in Allah en in de laatste Dag geloven. Zij! Wij zullen aan hen een geweldige beloning geven.

اِنَّاۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ کَمَاۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی نُوۡحٍ وَّ النَّبِیّٖنَ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ ۚ وَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰۤی اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ وَ الۡاَسۡبَاطِ وَ عِیۡسٰی وَ اَیُّوۡبَ وَ یُوۡنُسَ وَ ہٰرُوۡنَ وَ سُلَیۡمٰنَ ۚ وَ اٰتَیۡنَا دَاوٗدَ زَبُوۡرًا ﴿۳۶۱﴾
iennaaa awhainaaa ielaika kamaaa awhainaaa ielaa Noehiew wan nabieyyieena miem ba'dieh; wa awhainaaa ielaaa iebraahieema wa Ismaaa'ieela wa Ishaaqa wa Ya'qoeba wal Asbaatie wa 'Eesaa wa Ayyoeba wa Yoenoesa wa haaroena wa Soelaimaan; wa aatainaa Daawoeda Zaboeraa
4:163 Voorzeker, Wij openbaren aan jou net zoals Wij aan Noeh (Noach), en aan de profeten na hem, Ibrahiem, Ismaiel, Izaak, Yakoeb (Jakob), en (de profeten afkomend uit) de stammen, en aan Isa, Ayoeb (Job), Joenoes (Jonas), Haroen (Aron) en Soelaiman (Solomon) geopenbaard hebben. En Wij gaven Dawoed (David) de Zaboer (Psalmen).

وَ رُسُلًا قَدۡ قَصَصۡنٰہُمۡ عَلَیۡکَ مِنۡ قَبۡلُ وَ رُسُلًا لَّمۡ نَقۡصُصۡہُمۡ عَلَیۡکَ ؕ وَ کَلَّمَ اللّٰہُ مُوۡسٰی تَکۡلِیۡمًا ﴿۴۶۱﴾
Wa Roesoelan qad qasas naahoem 'alaika mien qabloe wa Roesoelal lam naqsoeshoem 'alaik; wa kallamallaahoe Moesaa taklieemaa
4:164 En de Profeten, waarlijk van sommige hebben Wij aan jou bericht gegeven en van andere weer niet. En Allah voerde een gesprek met Moesa.

رُسُلًا مُّبَشِّرِیۡنَ وَ مُنۡذِرِیۡنَ لِئَلَّا یَکُوۡنَ لِلنَّاسِ عَلَی اللّٰہِ حُجَّۃٌۢ بَعۡدَ الرُّسُلِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَزِیۡزًا حَکِیۡمًا ﴿۵۶۱﴾
Roesoelam moebashshierieena wa moenzierieena lie'allaa yakoena liennaasie 'alal laahie hoedjdjatoem ba'dar Roesoel; wa kaanallaahoe 'Azieezan Hakieema
4:165 Profeten, dragers van het goede nieuws en waarschuwers (voor het slechte), zodat er geen weerwoord is naar Allah toe (doordat de boodschap) na de komst van de profeten (duidelijk is gemaakt). En Allah is Almachtig, Alwijs.

لٰکِنِ اللّٰہُ یَشۡہَدُ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اِلَیۡکَ اَنۡزَلَہٗ بِعِلۡمِہٖ ۚ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یَشۡہَدُوۡنَ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًا ﴿۶۶۱﴾
Laakieniel laahoe yashhadoe biemaaa anzala ielaika anzalahoe bie'ielmiehiee wal malaaa'iekatoe yashhadoen; wa kafaa biellaahie Shahieeda
4:166 Maar Allah getuig voor wat Hij aan jou geopenbaard heeft. Hij heeft het met Zijn kennis neergezonden. De Engelen getuigen ook ervan. En Allah alleen is voldoende als Getuige.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ صَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ قَدۡ ضَلُّوۡا ضَلٰلًۢا بَعِیۡدًا ﴿۷۶۱﴾
Innal lazieena kafaroe wa saddoe 'an sabieeliel laahie qad dalloe dalaalam ba'ieedaa
4:167 Degenen die niet geloven en de weg van Allah verhinderen, voorzeker zij zijn verdwaald (van het pad), ver weg dwalend.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ ظَلَمُوۡا لَمۡ یَکُنِ اللّٰہُ لِیَغۡفِرَ لَہُمۡ وَ لَا لِیَہۡدِیَہُمۡ طَرِیۡقًا ﴿۸۶۱﴾
Innal lazieenakafaroe wa zalamoe lam yakoeniellaahoe lieyaghfiera lahoem wa laa lieyahdieyahoem tarieeqaa
4:168 Degenen die niet geloven en kwaad doen, Allah zal hen niet vergeven, noch zal Hij ze leiden naar een (juiste) pad.

اِلَّا طَرِیۡقَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرًا ﴿۹۶۱﴾
Illaa tarieeqa djahannamma ghaaliedieena fieehaa abadaa; wa kaana zaalieka 'alal laahie yasieeraa
4:169 Behalve (Hij zal ze leiden) naar het pad dat leidt tot de Hel, eeuwig verblijvend erin. En dat is voor Allah gemakkelijk.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَکُمُ الرَّسُوۡلُ بِالۡحَقِّ مِنۡ رَّبِّکُمۡ فَاٰمِنُوۡا خَیۡرًا لَّکُمۡ ؕ وَ اِنۡ تَکۡفُرُوۡا فَاِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۰۷۱﴾
Yaaa aiyoehan naasoe qad djaaa'akoemoer Rasoeloe bielhaqqie mier Rabbiekoem fa-aa-mienoe ghairal lakoem; wa ien takfoeroe fa-iennna liellaahie maa fies samaawaatie wal ard; wa kaanal laahoe 'Alieemann hakieemaa
4:170 O mensheid! Voorzeker, er is een profeet tot jullie gekomen met de waarheid van jullie Heer. Dus geloof! Het is beter voor jullie. Echter als jullie niet geloven, weet dan dat alles wat in de hemelen en op aarde is, aan Allah toebehoort. En Allah is Alwetend, Alwijs.

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لَا تَغۡلُوۡا فِیۡ دِیۡنِکُمۡ وَ لَا تَقُوۡلُوۡا عَلَی اللّٰہِ اِلَّا الۡحَقَّ ؕ اِنَّمَا الۡمَسِیۡحُ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ رَسُوۡلُ اللّٰہِ وَ کَلِمَتُہٗ ۚ اَلۡقٰہَاۤ اِلٰی مَرۡیَمَ وَ رُوۡحٌ مِّنۡہُ ۫ فَاٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ ۚ۟ وَ لَا تَقُوۡلُوۡا ثَلٰثَۃٌ ؕ اِنۡتَہُوۡا خَیۡرًا لَّکُمۡ ؕ اِنَّمَا اللّٰہُ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ؕ سُبۡحٰنَہٗۤ اَنۡ یَّکُوۡنَ لَہٗ وَلَدٌ ۘ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَکِیۡلًا ﴿۱۷۱﴾
Yaaa Ahlal Kietaabie laa taghloe fiee dieeniekoem wa laa taqoeloe 'alal laahie iellalhaqq; iennamal Masieehoe 'Eesab-noe-Maryama Rasoeloel laahie wa Kaliematoehoeo alqaahaaa ielaa Maryama wa roehoem mienhoem fa aamienoe biellaahie wa Roesoeliehiee wa laa taqoeloe salaasah; ientahoe ghairallakoem; iennamal laahoe Ilaahoew waahied, Soebhaanahoeo ay yakoena lahoe walad; lahoe maa fiessamaawaatie wa maa fiel ard; wa kafaa biellaahie Wakieelaa
4:171 O Mensen van het Boek! Overdrijf niet in jullie Dien (levenswijze) en zeg alleen de waarheid over Allah. De Messias Isa, zoon van Maryam, was (niet meer dan) een Profeet en (Hij is) van Zijn (Allah's) woord ("wees en het is") ontstaan, welke Hij op Maryam geschonken heeft, en hij is (slechts) een ziel van Hem. Dus geloof in Allah en Zijn profeten. En zeg niet: "Drie." Hou op, het is beter voor jullie! Allah is alleen de enige deïteit. Alle Glorie behoort Hem toe en hoog verheven is Hij boven de bewering dat Hij een zoon heeft! Tot Hem behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. En Allah alleen is voldoende als Toezichthouder van alle kwesties.

لَنۡ یَّسۡتَنۡکِفَ الۡمَسِیۡحُ اَنۡ یَّکُوۡنَ عَبۡدًا لِّلّٰہِ وَ لَا الۡمَلٰٓئِکَۃُ الۡمُقَرَّبُوۡنَ ؕ وَ مَنۡ یَّسۡتَنۡکِفۡ عَنۡ عِبَادَتِہٖ وَ یَسۡتَکۡبِرۡ فَسَیَحۡشُرُہُمۡ اِلَیۡہِ جَمِیۡعًا ﴿۲۷۱﴾
Lay yastan-kiefal Masieehoe aiy yakoena 'abdal liellaahie wa lal malaaa'iekatoel moeqarraboen; wa may yastan-kief 'an iebaadatiehiee wa yastakbier fasa yahshoeroehoem ielaihie djamiee'aa
4:172 Nooit zal de Messias zich minachtend voelen om een slaaf van Allah te zijn, noch de Engelen, en noch degenen die dichtbij Allah zijn! En wie zich minachtend voelt voor Zijn aanbidding en hij is arrogant, weet dan dat Wij hen allen tezamen zullen verzamelen.

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَیُوَفِّیۡہِمۡ اُجُوۡرَہُمۡ وَ یَزِیۡدُہُمۡ مِّنۡ فَضۡلِہٖ ۚ وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ اسۡتَنۡکَفُوۡا وَ اسۡتَکۡبَرُوۡا فَیُعَذِّبُہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ۬ۙ وَّ لَا یَجِدُوۡنَ لَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۳۷۱﴾
Fa ammal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie fa yoewaffieehiem oedjoerahoem wa yazieedoehoem mien fadliehiee wa ammal lazieenas tan-kafoe wastakbaroe fa yoe'azzieboehoem 'azaaban alieema wa laa yadjiedoena lahoem mien doeniel laahie walieyyaw wa laa nasieeraa
4:173 Voor degenen die geloven en rechtvaardige daden verrichtten, Hij zal hen hun volledige beloning geven en daarnaast nog meer van Zijn Geschenken. En degenen die zich minachtend voelden (voor Allah's aanbidding) en hoogmoedig waren, zal Hij bestraffen met een pijnlijke straf. Zij zullen geen beschermer en helper vinden, naast Allah.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَکُمۡ بُرۡہَانٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکُمۡ نُوۡرًا مُّبِیۡنًا ﴿۴۷۱﴾
Yaa aiyoehan naasoe qad djaaa'akoem boerhaanoem mier Rabbiekoem wa anzalnaaa ielaikoem Noeram Moebieena
4:174 O mensheid! Voorzeker, er is een duidelijke bewijs van jullie Heer gekomen. En Wij hebben een duidelijke licht voor jullie neergezonden.

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا بِاللّٰہِ وَ اعۡتَصَمُوۡا بِہٖ فَسَیُدۡخِلُہُمۡ فِیۡ رَحۡمَۃٍ مِّنۡہُ وَ فَضۡلٍ ۙ وَّ یَہۡدِیۡہِمۡ اِلَیۡہِ صِرَاطًا مُّسۡتَقِیۡمًا ﴿۵۷۱﴾
Fa ammal lazieena aamanoe biellaahie wa'tasamoe biehiee fasa yoedghieloehoem fiee rahmatiem mienhoe wa fadliew wa yahdieehiem ielaihie Sieraatam Moestaqieema
4:175 Dus wat betreft degenen die in Allah geloven en die zich aan Hem vast houden, Hij zal hen toelaten tot Zijn Barmhartigheid en tot Zijn Giften. En Hij zal hen naar Hem toeleiden op een recht pad.

یَسۡتَفۡتُوۡنَکَ ؕ قُلِ اللّٰہُ یُفۡتِیۡکُمۡ فِی الۡکَلٰلَۃِ ؕ اِنِ امۡرُؤٌا ہَلَکَ لَیۡسَ لَہٗ وَلَدٌ وَّ لَہٗۤ اُخۡتٌ فَلَہَا نِصۡفُ مَا تَرَکَ ۚ وَ ہُوَ یَرِثُہَاۤ اِنۡ لَّمۡ یَکُنۡ لَّہَا وَلَدٌ ؕ فَاِنۡ کَانَتَا اثۡنَتَیۡنِ فَلَہُمَا الثُّلُثٰنِ مِمَّا تَرَکَ ؕ وَ اِنۡ کَانُوۡۤا اِخۡوَۃً رِّجَالًا وَّ نِسَآءً فَلِلذَّکَرِ مِثۡلُ حَظِّ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ؕ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمۡ اَنۡ تَضِلُّوۡا ؕ وَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۶۷۱﴾
Yastaftoenaka qoeliellaahoe yaftieekoem fiel kalaalah; ie-niemroe'oen halaka laisa lahoe waladoew wa lahoe oeghtoen falahaa niesfoe maa tarak; wa hoewa yariesoehaaa iel lam yakkoel lahaa walad; fa ien kaanatas natainie falahoemas soeloesaanie miemmmaa tarak; wa ien kaanoeo ieghwatar riedjaalaw wa niesaaa'an faliez zakarie miesloe hazziel oensayayn; yoebaiyienoellaahoe lakoem an tadielloe; wallaahoe biekoellie shai'ien Alieem
4:176 Zij zoeken naar jouw wettelijke uitspraken. Zeg: "Allah geeft de wet met betrekking tot de Kalalah. Wanneer een man overlijdt en geen kinderen heeft, maar wel een zuster, dan is er voor haar de helft van wat hij achtergelaten heeft. Andersom, erft hij (alles) van haar wanneer zij geen kind had. Maar als er twee vrouwen waren, dan is er voor hen twee-derde, van wat hij achterlaat. Maar als er broers en zussen waren, dus mannen en vrouwen, dan zal de man het gelijke hebben als twee vrouwen. Allah maakt het jullie duidelijk, zodat jullie niet zullen dwalen. En Allah is over elke iets Alwetend.


www.heiligekoran.nl