39 Az-Zomar (De groepen)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
تَنۡزِیۡلُ الۡکِتٰبِ مِنَ اللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱﴾
Tanzieeloel Kietaabie mienal laahiel 'Azieeziel Hakieem
39:1 De openbaring van het boek is van Allah, Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ فَاعۡبُدِ اللّٰہَ مُخۡلِصًا لَّہُ الدِّیۡنَ ؕ﴿۲﴾
Innaaa anzalnaaa ielaikal Kietaaba bielhaqqie fa'boediel laaha moeghliesal lahoed dieen
39:2 Voorzeker, Wij hebben het boek in waarheid aan jou neergezonden. Dus aanbid Allah met oprechtheid in de 'Dien' (manier van aanbidding, de levenswijze, ethiek, volgens de wetten van Allah).

اَلَا لِلّٰہِ الدِّیۡنُ الۡخَالِصُ ؕ وَ الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اَوۡلِیَآءَ ۘ مَا نَعۡبُدُہُمۡ اِلَّا لِیُقَرِّبُوۡنَاۤ اِلَی اللّٰہِ زُلۡفٰی ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَحۡکُمُ بَیۡنَہُمۡ فِیۡ مَا ہُمۡ فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ۬ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِیۡ مَنۡ ہُوَ کٰذِبٌ کَفَّارٌ ﴿۳﴾
Alaa liellaahied dieenoel ghaalies; wallazieenat taghazoe mien doeniehieee awlieyaaa'a maa na'boedoehoem iellaa lieyoeqar rieboenaaa ielal laahie zoelfaa; iennal laaha yahkoemoe baina hoem fiee maa hoem fieehie yaghtaliefoen; iennal laaha laa yahdiee man hoewa kaazieboen kaffaar
39:3 Zonder enige twijfel, aan Allah behoort de zuivere 'Dien' (het monotheïsme) toe. Degenen die naast Hem beschermers nemen (, zeggen:) "We aanbidden hen alleen, zodat ze ons dichter bij Allah brengen." Allah zal tussen hen oordelen over datgeen waarin ze verschillen (van opvattingen). Allah leidt niet degene die liegt of ondankbaar/ongelovig is.

لَوۡ اَرَادَ اللّٰہُ اَنۡ یَّتَّخِذَ وَلَدًا لَّاصۡطَفٰی مِمَّا یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ۙ سُبۡحٰنَہٗ ؕ ہُوَ اللّٰہُ الۡوَاحِدُ الۡقَہَّارُ ﴿۴﴾
Law araadal laahoe aiyattaghieza waladal lastafaa miemmaa yaghloeqoe maa yashaaa'; Soebhaanahoe Hoewal laahoel Waahiedoel Qahhaar
39:4 Indien, Allah een zoon had gewild, dan kon Hij uit datgeen wat Hij schept, wat Hij maar wilde (als zoon) hebben gekozen. Subhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Hij! Hij is Allah, De Enige, Al-Qahaar (Degene Die altijd domineert en heerst).

خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ ۚ یُکَوِّرُ الَّیۡلَ عَلَی النَّہَارِ وَ یُکَوِّرُ النَّہَارَ عَلَی الَّیۡلِ وَ سَخَّرَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ؕ کُلٌّ یَّجۡرِیۡ لِاَجَلٍ مُّسَمًّی ؕ اَلَا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡغَفَّارُ ﴿۵﴾
ghalaqas samaawaatie wal arda bielhaqq; yoekawwieroel laila 'alan nahaarie wa yoekawwieroen nahaara 'alaal lailie wa saghgharash shamsa walqamara koelloey yadjriee lie adjaliem moesammaa; alaa Hoewal 'Azieezoel Ghaffaar
39:5 Hij schiep de hemelen en de aarde in waarheid. Hij bedekt (de plek waar het) nacht (is) met de dag en bedekt de (plek waar het) dag (is) met de nacht door middel van rondraaien. Hij onderwierp de zon en de maan (aan jullie), elk beweegt voor een vast gestelde tijd. Zonder enige twijfel, Hij is Al-Aziez (de Almachtige), Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde).

خَلَقَکُمۡ مِّنۡ نَّفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ ثُمَّ جَعَلَ مِنۡہَا زَوۡجَہَا وَ اَنۡزَلَ لَکُمۡ مِّنَ الۡاَنۡعَامِ ثَمٰنِیَۃَ اَزۡوَاجٍ ؕ یَخۡلُقُکُمۡ فِیۡ بُطُوۡنِ اُمَّہٰتِکُمۡ خَلۡقًا مِّنۡۢ بَعۡدِ خَلۡقٍ فِیۡ ظُلُمٰتٍ ثَلٰثٍ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ لَہُ الۡمُلۡکُ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ فَاَنّٰی تُصۡرَفُوۡنَ ﴿۶﴾
ghalaqakoem mien nafsiew waahiedatien soemma dja'ala mienhaa zawdjahaa wa anzala lakoem mienal-an'aamie samaanie yata azwaadj; yaghloe qoekoem fiee boetoenie oemmahaatiekoem ghalqam miem ba'die ghalqien fiee zoeloemaatien salaas; zaaliekoemoel laahoe Rabboekoem lahoel moelk; laaa ielaaha iellaa Hoewa fa annaa toesrafoen
39:6 Hij heeft jullie geschapen uit één enkel 'Nafs' (persoon/eigen ik). Vervolgens, maakte Hij zijn echtgenote ervan. En Hij heeft voor jullie acht soorten vee neergezonden. Hij schept jullie in de baarmoeders van jullie moeders, schepping na schepping, in drie duisternissen. Dat is Allah jullie Heer. Aan Hem behoort het gehele koninkrijk. Er is geen Deïteit/Godheid behalve Hij. Hoe kan het dan dat jullie (van Hem) afkeren?

اِنۡ تَکۡفُرُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ غَنِیٌّ عَنۡکُمۡ ۟ وَ لَا یَرۡضٰی لِعِبَادِہِ الۡکُفۡرَ ۚ وَ اِنۡ تَشۡکُرُوۡا یَرۡضَہُ لَکُمۡ ؕ وَ لَا تَزِرُ وَازِرَۃٌ وِّزۡرَ اُخۡرٰی ؕ ثُمَّ اِلٰی رَبِّکُمۡ مَّرۡجِعُکُمۡ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ؕ اِنَّہٗ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۷﴾
In takfoeroe fa iennal laaha ghanieyyoen 'an-koem; wa laa yardaa lie'iebaadiehiel koefra wa ien tashkoeroe yardahoe lakoem; wa laa tazieroe waazieratoew wiezra oeghraa; soemma ielaa Rabiekoem mardjie'oekoem fa-yoenabbie'oekoem biemaa koentoem ta'maloen; iennahoe 'alieemoem biezaatiessoedoer
39:7 Als jullie ondankbaar zijn, voorzeker weet dan dat Allah niets van jullie nodig heeft. Hij houdt niet van ondankbaarheid in Zijn dienaren. En als jullie dankbaar zijn, dan is Hij tevreden met jullie. Niemand zal de lasten van een andere dragen. Vervolgens, is jullie terugkeer naar jullie Heer. Hij zal jullie informeren over wat jullie vroeger deden. Voorzeker, Hij is Alwetend over datgeen wat in de harten is.

وَ اِذَا مَسَّ الۡاِنۡسَانَ ضُرٌّ دَعَا رَبَّہٗ مُنِیۡبًا اِلَیۡہِ ثُمَّ اِذَا خَوَّلَہٗ نِعۡمَۃً مِّنۡہُ نَسِیَ مَا کَانَ یَدۡعُوۡۤا اِلَیۡہِ مِنۡ قَبۡلُ وَ جَعَلَ لِلّٰہِ اَنۡدَادًا لِّیُضِلَّ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ؕ قُلۡ تَمَتَّعۡ بِکُفۡرِکَ قَلِیۡلًا ٭ۖ اِنَّکَ مِنۡ اَصۡحٰبِ النَّارِ ﴿۸﴾
Wa iezaa massal iensaana doerroen da'aa Rabbahoe moenieeban ielaihie soemma iezaa ghawwalahoe nie'matam mienhoe nasieya maa kaana yad'oeo ielaihie mien qabloe wa dja'ala liellaahie andaadal lieyoediella 'ansabieelieh; qoel tamatta' biekoefrieka qalieelan iennaka mien Ashaabien Naar;
39:8 Wanneer tegenslag een mens treft, dan roept hij zijn Heer zuiver aanbiddend aan. Vervolgens, wanneer Hij (Allah) hem een gunst van Hemzelf schenkt, dan vergeet hij datgeen (de moeilijkheid) waarvoor hij Hem aanriep. En hij plaats deelgenoten naast Allah om (anderen) van Zijn pad te misleiden. Zeg: "Geniet maar voor een tijdje van jullie ongeloof, zonder twijfel, jullie behoren tot de bewoners van het vuur."

اَمَّنۡ ہُوَ قَانِتٌ اٰنَآءَ الَّیۡلِ سَاجِدًا وَّ قَآئِمًا یَّحۡذَرُ الۡاٰخِرَۃَ وَ یَرۡجُوۡا رَحۡمَۃَ رَبِّہٖ ؕ قُلۡ ہَلۡ یَسۡتَوِی الَّذِیۡنَ یَعۡلَمُوۡنَ وَ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ؕ اِنَّمَا یَتَذَکَّرُ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ٪﴿۹﴾
Amman hoewa qaanietoen aanaaa'al lailie saadjiedaw wa qaaa'iemay yahzaroel Aaghierata wa yardjoe rahmata Rabbieh; qoel hal yastawiel lazieena ya'lamoena wallazieena laa ya'lamoen; iennamaa yatazakkaroe oeloel albaab
39:9 Is degene die toegewijd gehoorzaam is (aan Allah), die prostreert en staat tijdens de (vroege) uren van de nacht, vrezend voor het hiernamaals, hopend op de barmhartigheid van zijn Heer (gelijk aan iemand die ongelovig\ondankbaar is)? Zeg: "Zijn degenen die weten gelijk aan degenen die niet weten?" Alleen de mensen met verstand denken erover na.

قُلۡ یٰعِبَادِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوۡا رَبَّکُمۡ ؕ لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوۡا فِیۡ ہٰذِہِ الدُّنۡیَا حَسَنَۃٌ ؕ وَ اَرۡضُ اللّٰہِ وَاسِعَۃٌ ؕ اِنَّمَا یُوَفَّی الصّٰبِرُوۡنَ اَجۡرَہُمۡ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۰۱﴾
Qoel yaa 'iebaadiel lazieena aamanoet taqoe Rabbakoem; liellazieena ahsanoe fiee haaziehied doenyaa hasanah; wa ardoel laahie waasie'ah; iennamaa yoewaffas saabieroena adjrahoem bieghayrie hiesab
39:10 Zeg: "O Mijn dienaren die geloven, vrees jouw Heer! Voor degenen die goed doen in deze wereld is het goede. En (weet dat) de aarde van Allah is uitgestrekt (voor zijn aanbidding). Alleen de standvastige (in aanbidding) zullen hun beloning volledig ontvangen, zonder (enige) afrekening."

قُلۡ اِنِّیۡۤ اُمِرۡتُ اَنۡ اَعۡبُدَ اللّٰہَ مُخۡلِصًا لَّہُ الدِّیۡنَ ﴿۱۱﴾
Qoel iennieee oemiertoe an a'boedal laaha moeghliesal lahoed dieen
39:11 Zeg: "Het wordt mij bevolen om Allah te dienen, door Hem oprecht (zuiver) te benaderen in de 'Dien' (manier van aanbidding, de levenswijze, ethiek, etiquette, volgens de wetten van Allah).

وَ اُمِرۡتُ لِاَنۡ اَکُوۡنَ اَوَّلَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۲۱﴾
Wa oemiertoe lie an akoena awwalal moesliemieen
39:12 "Dit (alles) wordt mij bevolen zodat ik de eerste (onder jullie) ben, die zich overgegeven heeft aan Allah (Moslim)."

قُلۡ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اِنۡ عَصَیۡتُ رَبِّیۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۳۱﴾
Qoel iennieee aghaafoe ien 'asaitoe Rabbiee 'azaaba Yawmien 'azieem
39:13 Zeg: "Voorzeker, ik vrees de straf van een grote dag, als ik mijn Heer niet gehoorzaam."

قُلِ اللّٰہَ اَعۡبُدُ مُخۡلِصًا لَّہٗ دِیۡنِیۡ ﴿۴۱﴾
Qoeliel laaha a'boedoe moeghliesal lahoe dieeniee
39:14 Zeg: "Ik aanbid Allah door Hem oprecht (zuiver) te benaderen in de 'Dien' (manier van aanbidding, de levenswijze, ethiek volgens de wetten van Allah)."

فَاعۡبُدُوۡا مَا شِئۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡخٰسِرِیۡنَ الَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ وَ اَہۡلِیۡہِمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اَلَا ذٰلِکَ ہُوَ الۡخُسۡرَانُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۵۱﴾
Fa'boedoe maa shie'toem mien doenieh; qoel iennal ghaasierieenal lazieena ghasieroeo anfoesahoem wa ahlieehiem yawmal qieyaamah; alaa zaalieka hoewal ghoesraanoel moebieen
39:15 "Dus aanbidt maar datgeen wat jullie naast Hem willen." Zeg: "Voorzeker, de verliezers zijn degenen die zichzelf en hun families zullen verliezen op de dag van de wederopstanding. Zonder enige twijfel dat is de duidelijke verlies."

لَہُمۡ مِّنۡ فَوۡقِہِمۡ ظُلَلٌ مِّنَ النَّارِ وَ مِنۡ تَحۡتِہِمۡ ظُلَلٌ ؕ ذٰلِکَ یُخَوِّفُ اللّٰہُ بِہٖ عِبَادَہٗ ؕ یٰعِبَادِ فَاتَّقُوۡنِ ﴿۶۱﴾
Lahoem mien fawqiehiem zoelaloem mienan Naarie wa mien tahtiehiem zoelal; zaalieka yoeghaw wiefoel laahoe biehiee 'iebaadah; yaa 'iebaadie fattaqoen
39:16 Ze zullen bedekking van vuur boven zich en onder zich hebben. Met dat (, de gebeurtenissen in hel,) beangstigt Allah Zijn dienaren. "O Mijn dienaren, heb dus 'Taqwa' (godsvreesheid) voor Mij! (Notitie: Met andere woorden Allah zegt hier dat jezelf moet beschermen tegen Zijn Straf, door taqwa/godsvreesheid op te bouwen en dus bewust met je daden om te gaan.)

وَ الَّذِیۡنَ اجۡتَنَبُوا الطَّاغُوۡتَ اَنۡ یَّعۡبُدُوۡہَا وَ اَنَابُوۡۤا اِلَی اللّٰہِ لَہُمُ الۡبُشۡرٰی ۚ فَبَشِّرۡ عِبَادِ ﴿۷۱﴾
Wallazieenadj tanaboet Taaghoeta ay ya'boedoehaa wa anaaboeo ielal laahie lahoemoel boeshraa; fabashshier 'iebaad
39:17 Voor degenen die 'Taghoet' (alles wat buiten de grenzen van Allah's bepaling valt, zwarte magie, afgoderij, etc.) ontwijken, zodat ze hen niet aanbidden en zich dus alleen naar Allah toewenden, voor hen is er goed nieuws. Dus geef het goede nieuws aan Mijn dienaren (dat ze het paradijs zullen erven).

الَّذِیۡنَ یَسۡتَمِعُوۡنَ الۡقَوۡلَ فَیَتَّبِعُوۡنَ اَحۡسَنَہٗ ؕ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ ہَدٰىہُمُ اللّٰہُ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمۡ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿۸۱﴾
Allazieena yastamie'oenal qawla fayattabie'oena ahsanah; oelaaa'iekal lazieena hadaahoemoel laahoe wa oelaaa'ieka hoem oeloel albaab
39:18 Dat zijn degenen die naar het woord (de openbaring) luisteren, vervolgens proberen ze het zo goed mogelijk na te leven. Dat zijn degenen die Allah heeft geleid. Dat zijn degenen met verstand.

اَفَمَنۡ حَقَّ عَلَیۡہِ کَلِمَۃُ الۡعَذَابِ ؕ اَفَاَنۡتَ تُنۡقِذُ مَنۡ فِی النَّارِ ﴿۹۱﴾
Afaman haqqa 'alaihie kaliematoel 'azaab; afa anta toenqiezoe man fien Naar
39:19 Hoe zit het dan met degene op wie de straf bevestigd is? Kan jij (Mohammed v.z.m.h.) iemand die in het vuur is, redden?

لٰکِنِ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا رَبَّہُمۡ لَہُمۡ غُرَفٌ مِّنۡ فَوۡقِہَا غُرَفٌ مَّبۡنِیَّۃٌ ۙ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۬ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ ؕ لَا یُخۡلِفُ اللّٰہُ الۡمِیۡعَادَ ﴿۰۲﴾
Laakieniel lazieenat taqaw Rabbahoem lahoem ghoerafoem mien fawqiehaa ghoerafoem mabnieyyatoen tadjriee mien tahtiehal anhaar; wa'dal laah; laa yoeghliefoel laahoel miee'aad
39:20 Maar voor degenen die hun Heer vreesden (dus zichzelf beschermde op basis van Taqwa/godsvreesheid), voor hen zijn er (bouwwerken met) grote kamers met daarboven nog meer grote kamers, op elkaar gebouwd tot op grote hoogtes. Waarbij er aan de voet (van het bouwwerk) rivieren stromen. Dat is de belofte van Allah. Allah faalt niet in Zijn beloftes.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَسَلَکَہٗ یَنَابِیۡعَ فِی الۡاَرۡضِ ثُمَّ یُخۡرِجُ بِہٖ زَرۡعًا مُّخۡتَلِفًا اَلۡوَانُہٗ ثُمَّ یَہِیۡجُ فَتَرٰىہُ مُصۡفَرًّا ثُمَّ یَجۡعَلُہٗ حُطَامًا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَذِکۡرٰی لِاُولِی الۡاَلۡبَابِ ﴿۱۲﴾
Alam tara annal laaha anzala mienas samaaa'ie maaa'an fasalakahoe yanaabiee'a fiel ardie soemma yoeghriedjoe biehiee zar'am moeghtaliefan alwaanoehoe soemma yahieedjoe fatarahoe moesfarran soemma yadj'aloehoe hoetaamaa; ienna fiee zaalieka laziekraa lie oeliel albaab
39:21 Zie je niet dat Allah, water van de hemel nederzendt en het laat stromen tot waterbronnen (dat verzameld wordt) in de aarde? Vervolgens brengt Hij er gewassen mee voort van verschillende kleuren. Vervolgens worden ze droog en je ziet ze geel worden. Dan maakt hij ze tot kleine brokstukken. Zonder twijfel, daarin is zeker een herinnering (voor de karakteristieke van het wereldse leven) voor mensen met verstand. (Notitie: Allah geeft een vergelijking tussen het wereldse leven en het paradijs. De schoonheid van het wereldse leven is tijdelijk van aard en zal uiteindelijk vergaan. Terwijl de schoonheid van het paradijs voor altijd is. Zie ool 10:24)

اَفَمَنۡ شَرَحَ اللّٰہُ صَدۡرَہٗ لِلۡاِسۡلَامِ فَہُوَ عَلٰی نُوۡرٍ مِّنۡ رَّبِّہٖ ؕ فَوَیۡلٌ لِّلۡقٰسِیَۃِ قُلُوۡبُہُمۡ مِّنۡ ذِکۡرِ اللّٰہِ ؕ اُولٰٓئِکَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۲۲﴾
Afaman sharahal laahoe sadrahoe liel Islaamie fahoewa 'alaa noeriem mier Rabbieh; fa wailoel lielqaasieyatie qoeloeboehoem mien ziekriel laah; oelaaa'ieka fiee dalaaliem moebieen
39:22 Is degene voor wie Allah zijn borst heeft vergroot voor Islam, zodat hij zich berust op een licht (de leiding/Koran) van zijn Heer (, net zoals een ongelovige)? Dus wee (verdriet) voor degenen die hun harten verhard hebben, voor het gedenken van zijn Heer. Zij zijn degenen die in duidelijke dwaling verkeren. (Notitie: zie ook 6:125.)

اَللّٰہُ نَزَّلَ اَحۡسَنَ الۡحَدِیۡثِ کِتٰبًا مُّتَشَابِہًا مَّثَانِیَ ٭ۖ تَقۡشَعِرُّ مِنۡہُ جُلُوۡدُ الَّذِیۡنَ یَخۡشَوۡنَ رَبَّہُمۡ ۚ ثُمَّ تَلِیۡنُ جُلُوۡدُہُمۡ وَ قُلُوۡبُہُمۡ اِلٰی ذِکۡرِ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ ہُدَی اللّٰہِ یَہۡدِیۡ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ ہَادٍ ﴿۳۲﴾
Allahoe nazzala ahsanal hadieesie Kietaabam moetashaa bieham masaaniey taqsha'ierroe mienhoe djoeloedoel lazieena yaghshawna Rabbahoem soemma talieenoe djoeloedoehoem wa qoeloe boehoem ielaa ziekriel laah; zaalieka hoedal laahie yahdiee biehiee may yashaaa'; wa may yoedlieliel laahoe famaa lahoe mien haad
39:23 Allah heeft het beste van alle verklaringen\declaraties neergezonden (als) een boek (de Koran). Zijn verzen lijken op elkaar, vaak herhalend. De huiden van degenen die hun Heer vrezen rillen ervan. Vervolgens, ontspant hun huiden en harten door het gedenken van Allah. Dat is de leiding van Allah. Hij leidt ermee wie Hij wil. Voor degene die Allah laat dwalen, voor hem is er geen enkel leiding. (Notitie: Allah refereert hier naar de Koran. De openbaring van de Koran heeft 23 jaar geduurd, net als het nummer van deze vers.)

اَفَمَنۡ یَّتَّقِیۡ بِوَجۡہِہٖ سُوۡٓءَ الۡعَذَابِ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ قِیۡلَ لِلظّٰلِمِیۡنَ ذُوۡقُوۡا مَا کُنۡتُمۡ تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Afamay yattaqiee biewadj hiehiee soeo'al 'azaabie Yawmal Qieyaamah; wa qieela liezzaalie mieena zoeqoe maa koentoem taksieboen
39:24 Dan is degene die op de dag van de wederopstanding met zijn gezicht de ergste straf probeert af te weren, (net zoals als een gelovige)? Er zal tegen de misdadigers gezegd worden: "Proef wat jullie hebben verdiend!" (Notitie: zie ook 21:39.)

کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَاَتٰىہُمُ الۡعَذَابُ مِنۡ حَیۡثُ لَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Kazzabal lazieena mien qabliehiem fa ataahoemoel 'azaaboe mien haisoe laa yash'oeroen
39:25 De generaties die voor hen hebben geleefd, verwierpen (de boodschap), dus kwam de straf op hen vanuit een richting die ze niet zagen aankomen.

فَاَذَاقَہُمُ اللّٰہُ الۡخِزۡیَ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۚ وَ لَعَذَابُ الۡاٰخِرَۃِ اَکۡبَرُ ۘ لَوۡ کَانُوۡا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Fa azaaqahoemoel laahoel ghiezya fiel hayaatied doenyaa wa la'azaaboel Aaghieratie akbar; law kaanoe ya'lamoen
39:26 Allah maakte hen dus tot de vernedering gedurende het wereldse leven. En in het hiernamaals is de straf groter, wisten ze het maar.

وَ لَقَدۡ ضَرَبۡنَا لِلنَّاسِ فِیۡ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنِ مِنۡ کُلِّ مَثَلٍ لَّعَلَّہُمۡ یَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Wa laqad darabnaa liennaasie fiee haazal Qoer-aanie mien koellie masaliel la'allahoem yatazakkaroen
39:27 Waarlijk, Wij hebben voor de mensen in deze Koran allerlei vergelijkingen gemaakt, zodat ze erover kunnen nadenken.

قُرۡاٰنًا عَرَبِیًّا غَیۡرَ ذِیۡ عِوَجٍ لَّعَلَّہُمۡ یَتَّقُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Qoer-aanan 'Arabieyyan ghaira ziee 'iewadjiel la'allahoem yattaqoen
39:28 (Het is) Een oplezing (Koran) in het Arabisch (makkelijk te faciliteren), zonder enige gebrek/fout zodat ze 'Taqwa' (de godsvreesheid) kunnen krijgen. (Notitie: "Arabi" betekent niet alleen Arabisch, maar ook makkelijk te faciliteren\begrijpen.)

ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا رَّجُلًا فِیۡہِ شُرَکَآءُ مُتَشٰکِسُوۡنَ وَ رَجُلًا سَلَمًا لِّرَجُلٍ ؕ ہَلۡ یَسۡتَوِیٰنِ مَثَلًا ؕ اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ ۚ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Darabal laahoe masalar radjoelan fieehie shoerakaaa'oe moetashaakiesoena wa radjoelan salamal lieradjoelien hal yastawie yaanie masalaa; alhamdoe liellaah; bal aksaroehoem laa ya'lamoen
39:29 Allah geeft een vergelijking, een man behorend tot meerdere eigenaren die ruzie met elkaar maken en een (andere) man die alleen toebehoort aan één man. Zijn ze beide gelijk? Al-Hamd (alle lof, dank en eer) komt Allah toe! Nee, de meeste van hem berijpen niet. (Notitie: bij een gedeelde eigendom waar ruzie over is, daar zal niet zoveel goeds uitkomen. Het zal eerder leiden tot verderf, chaos en destructie. Gezien alles in de hemel en de aarde in evenwicht en balans is, kan het niet anders zijn dan dat het alleen door één eigenaar is geschapen en wordt beheert.)

اِنَّکَ مَیِّتٌ وَّ اِنَّہُمۡ مَّیِّتُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Innaka maiyietoew wa ienna hoem maiyietoen
39:30 Zonder twijfel, jij (Mohammed v.z.m.h.) zal sterven en zij zullen ook sterven.

ثُمَّ اِنَّکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ عِنۡدَ رَبِّکُمۡ تَخۡتَصِمُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Soemma iennakoem Yawmal Qieyaamatie 'ienda Rabbiekoem taghtasiemoen (23)
39:31 Vervolgens, zullen jullie op de dag van de wederopstanding in de aanwezigheid van jullie Heer disputeren.

فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنۡ کَذَبَ عَلَی اللّٰہِ وَ کَذَّبَ بِالصِّدۡقِ اِذۡ جَآءَہٗ ؕ اَلَیۡسَ فِیۡ جَہَنَّمَ مَثۡوًی لِّلۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۲۳﴾
Faman azlamoe miemman kazaba 'alal laahie wa kazzaba biessiedqie iez djaaa'ah; alaisa fiee djahannama maswal lielkaafierieen
39:32 Wie is er dan meer onrechtvaardiger dan degene die liegt tegen Allah en de waarheid ontkent wanneer het tot hem komt? Is er dan geen verblijfplaats in de hel voor de ongelovigen?

وَ الَّذِیۡ جَآءَ بِالصِّدۡقِ وَ صَدَّقَ بِہٖۤ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُتَّقُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wallaziee djaaa'a biessiedqie wa saddaqa biehieee oelaaa'ieka hoemoel moettaqoen
39:33 En (wat betreft) degene die de waarheid krijgt en er in gelooft. Zij zijn de 'Moetaqoens' (godvrezenden, zie 2:2-5). (Notitie: zie ook 9:40.)

لَہُمۡ مَّا یَشَآءُوۡنَ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕ ذٰلِکَ جَزٰٓؤُا الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۴۳﴾
Lahoem maa yashaaa'oena 'ienda Rabbiehiem; zaalieka djazaaa'oel moehsienieen
39:34 Voor hen is er wat ze maar willen bij hun Heer. Dat is de beloning voor de mensen die goed doen.

لِیُکَفِّرَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ اَسۡوَاَ الَّذِیۡ عَمِلُوۡا وَ یَجۡزِیَہُمۡ اَجۡرَہُمۡ بِاَحۡسَنِ الَّذِیۡ کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Lieyoekaffieral laahoe 'anhoem aswa allaziee 'amieloe wa yadjzieyahoem adjrahoem bie ahsaniel laziee kaano ya'maloen
39:35 Allah zal hun slechte daden voor hen verwijderen en hun belonen voor het beste wat ze gedaan hebben.

اَلَیۡسَ اللّٰہُ بِکَافٍ عَبۡدَہٗ ؕ وَ یُخَوِّفُوۡنَکَ بِالَّذِیۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ ہَادٍ ﴿۶۳﴾
Alaisal laahoe biekaafien 'abdahoe wa yoeghawwie foenaka biellazieena mien doenieh; wa may yoedlieliel laahoe famaa lahoe mien haad
39:36 Is Allah alleen niet voldoende voor Zijn dienaren? En ze bedreigen jou (Mohammed v.z.m.h.) met degenen (die ze) naast Hem (aanbidden). (Echter,) Wie Allah laat dwalen, dan is er voor hem geen enkel leiding.

وَ مَنۡ یَّہۡدِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ مُّضِلٍّ ؕ اَلَیۡسَ اللّٰہُ بِعَزِیۡزٍ ذِی انۡتِقَامٍ ﴿۷۳﴾
Wa may yahdiel laahoe famaa lahoe mien moediel; alai sal laahoe bie'azieezien zien tieqaam
39:37 En wie Allah leidt, dan kan niemand hem misleiden. Is Allah de Al-machtige niet in staat om te vergelden?

وَ لَئِنۡ سَاَلۡتَہُمۡ مَّنۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ لَیَقُوۡلُنَّ اللّٰہُ ؕ قُلۡ اَفَرَءَیۡتُمۡ مَّا تَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اِنۡ اَرَادَنِیَ اللّٰہُ بِضُرٍّ ہَلۡ ہُنَّ کٰشِفٰتُ ضُرِّہٖۤ اَوۡ اَرَادَنِیۡ بِرَحۡمَۃٍ ہَلۡ ہُنَّ مُمۡسِکٰتُ رَحۡمَتِہٖ ؕ قُلۡ حَسۡبِیَ اللّٰہُ ؕ عَلَیۡہِ یَتَوَکَّلُ الۡمُتَوَکِّلُوۡنَ ﴿۸۳﴾
Wa la'ien sa altahoem man ghalaqas samaawaatie wal arda la yaqoeloenal laah; qoel afara'aitoem maa tad'oena mien doeniel laahie ien araadanieyal laahoe biedoerrien hal hoenna kaashie faatoe doerriehieee aw araadaniee bierahmatien hal hoenna moemsiekaatoe rahmatieh; qoel hasbieyal laahoe 'alaihie yatawakkaloel moetawakkieloen
39:38 Wanneer jij (Mohammed v.z.m.h.) hen vraagt, wie heeft de hemelen en de aarde geschapen. dan zullen ze zonder twijfel zeggen: "Allah." Zeg: "Zien jullie dan wat jullie naast Allah aanroepen?!" Als Allah kwaad voor mij wil, kunnen zij (de afgoden) het kwaad van Hem afwenden? Of als Hij voor mij barmhartigheid wenst, kunnen zij dan Zijn barmhartigheid tegenhouden? Zeg: "Allah is voldoende voor mij! Op Hem stel ik mijn vertrouwen. In Hem vertrouwen degenen die vertrouwen stellen (de gelovigen)."

قُلۡ یٰقَوۡمِ اعۡمَلُوۡا عَلٰی مَکَانَتِکُمۡ اِنِّیۡ عَامِلٌ ۚ فَسَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Qoel yaa qawmie'maloe 'alaa makaanatiekoem ienniee 'aamieloen fasawfa ta'lamoen
39:39 Zeg: "O mijn volk! Werk op basis van jouw positie. Zonder twijfel, ik werk ook. Spoedig zullen jullie te weten komen,

مَنۡ یَّاۡتِیۡہِ عَذَابٌ یُّخۡزِیۡہِ وَ یَحِلُّ عَلَیۡہِ عَذَابٌ مُّقِیۡمٌ ﴿۰۴﴾
May yaatieehie 'azaaboey yoeghzieehie wa yahielloe 'alaihie 'azaaboem moeqieem
39:40 op wie een straf zal komen dat hem zal vernederen (gedurende het wereldse leven) en (vervolgens) zal een eeuwigdurende straf op hem neerdalen."

اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنَا عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ لِلنَّاسِ بِالۡحَقِّ ۚ فَمَنِ اہۡتَدٰی فَلِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ ضَلَّ فَاِنَّمَا یَضِلُّ عَلَیۡہَا ۚ وَ مَاۤ اَنۡتَ عَلَیۡہِمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۱۴﴾
Innaa anzalnaa 'alaikal Kietaaba liennaasie bielhaqq; famanieh tadaa falienafsiehiee wa man dalla fa iennamaa yadielloe 'alaihaa wa maaa anta 'alaihiem biewakieel
39:41 Zonder twijfel, Wij hebben het boek aan jou in waarheid nedergezonden voor de mensheid. Dus wie de leiding accepteert, dan is het goed voor hemzelf. En wie dwaalt, dan dwaalt hij alleen ten nadele van hemzelf. Jij (Mohammed v.z.m.h.) bent geen 'Wakeel' (degene aan wie alle zaken toevertrouwd kan worden) voor hen.

اَللّٰہُ یَتَوَفَّی الۡاَنۡفُسَ حِیۡنَ مَوۡتِہَا وَ الَّتِیۡ لَمۡ تَمُتۡ فِیۡ مَنَامِہَا ۚ فَیُمۡسِکُ الَّتِیۡ قَضٰی عَلَیۡہَا الۡمَوۡتَ وَ یُرۡسِلُ الۡاُخۡرٰۤی اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Allaahoe yatawaffal anfoesa hieena mawtiehaa wallatiee lam tamoet fiee manaamiehaa fa yoemsiekoel latiee qadaa 'alaihal mawta wa yoersieloel oeghraaa ielaaa adjaliem moesammaa; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lieqawmay yatafakkarroen
39:42 Allah ontbind de 'Nafs' (eigen ik) op de tijdstip van hun dood en ook van degenen die niet dood zijn gedurende hun slaap (de 'Ruh'/ziel wordt ontnomen). Dan houdt Hij degene waarvoor Hij de dood heeft vastgesteld en stuurt de andere terug voor een vast bepaalde tijd. Zonder twijfel, hierin zijn tekenen voor een volk dat nadenkt.

اَمِ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ شُفَعَآءَ ؕ قُلۡ اَوَ لَوۡ کَانُوۡا لَا یَمۡلِکُوۡنَ شَیۡئًا وَّ لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Amiet taghazoe mien doeniellaahie shoefa'aaa'; qoel awalaw kaanoe laa yamliekoena shai'aw wa laa ya'qieloen
39:43 Of hebben ze naast Allah bemiddelaars aangesteld? Zeg: "Zelfs als ze (de afgoden) geen enkel macht hadden over iets en niet kunnen nadenken?"

قُلۡ لِّلّٰہِ الشَّفَاعَۃُ جَمِیۡعًا ؕ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ ثُمَّ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Qoel liellaahiesh shafaa'atoe djamiee'aa; lahoe moelkoes samaawaatie wal ardie soemma ielaihie toerdja'oen
39:44 Zeg: "Aan Allah (alleen) behoort (de autorisatie\gezag\toestemming van) alle bemiddeling. Aan hem behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde toe. Vervolgens, zullen jullie tot Hem terugkeren." (Notitie: zie ook 21:28.)

وَ اِذَا ذُکِرَ اللّٰہُ وَحۡدَہُ اشۡمَاَزَّتۡ قُلُوۡبُ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ ۚ وَ اِذَا ذُکِرَ الَّذِیۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اِذَا ہُمۡ یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ ﴿۵۴﴾
Wa iezaa zoekieral laahoe wahdahoesh ma azzat qoeloeboel lazieena laa yoe'mienoena biel Aaghieratie wa iezaa zoekieral lazieena mien doeniehieee iezaa hoem yastabshieroen
39:45 Wanneer Allah alleen wordt genoemd (zonder de toevoeging van een deelgenoot), dan krimpt de harten van degenen die niet in het hiernamaals geloven, door afkeer. Maar wanneer de deelgenoten worden genoemd, zie dan hoe blij ze zijn.

قُلِ اللّٰہُمَّ فَاطِرَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ عٰلِمَ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ اَنۡتَ تَحۡکُمُ بَیۡنَ عِبَادِکَ فِیۡ مَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Qoeliel laahoemma faatieras samaawaatie wal ardie 'Aaliemal Ghaibie washshahaadatie Anta tahkoemoe baina 'iebaadieka fiee maa kaanoe fieehiee yaghtaliefoen
39:46 Zeg: "O Allah! Schepper van de hemelen en de aarde, Kenner van het ongeziene en het geziene (wat getuigd is), U zult oordelen tussen Uw dienaren over datgeen waarin ze verschillen."

وَ لَوۡ اَنَّ لِلَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا مَا فِی الۡاَرۡضِ جَمِیۡعًا وَّ مِثۡلَہٗ مَعَہٗ لَافۡتَدَوۡا بِہٖ مِنۡ سُوۡٓءِ الۡعَذَابِ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ بَدَا لَہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ مَا لَمۡ یَکُوۡنُوۡا یَحۡتَسِبُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa law anna liellazieena zalamoe maa fiel ardie djamiee'aw wa mieslahoe ma'ahoe laftadaw biehiee mien soeo'iel azaabie Yawmal Qieyaamah; wa badaa lahoem mienal laahie maa lam yakoenoe yahtasieboen
39:47 En als de misdadigers alles op de aarde en daar bovenop nog meer van hetzelfde, zouden bezitten, dan zouden ze zichzelf ermee vrij willen kopen voor de verschrikkelijke straf op de dag van de wederopstanding. En ze zullen een eigenschap van Allah zien waar ze niet op hadden gerekend.

وَ بَدَا لَہُمۡ سَیِّاٰتُ مَا کَسَبُوۡا وَ حَاقَ بِہِمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa badaa lahoem saiyieaatoe maa kasaboe wa haaqa biehiem maa kaanoe biehiee yastahzie'oen
39:48 Het kwaad wat ze hebben gedaan zal hen duidelijk worden en ze zullen omsloten worden met datgeen wat ze bespotten.

فَاِذَا مَسَّ الۡاِنۡسَانَ ضُرٌّ دَعَانَا ۫ ثُمَّ اِذَا خَوَّلۡنٰہُ نِعۡمَۃً مِّنَّا ۙ قَالَ اِنَّمَاۤ اُوۡتِیۡتُہٗ عَلٰی عِلۡمٍ ؕ بَلۡ ہِیَ فِتۡنَۃٌ وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Fa iezaa massal iensaana doerroen da'aanaa soemma iezaa ghawwalnaahoe nie'matam mienna qaala iennamaaa oetiee toehoe 'alaa 'ielm; bal hieya fietna toew wa laakienna aksarahoem laa ya'lamoen
39:49 Wanneer de mens tegenslag treft, roept hij Ons aan. Vervolgens, wanneer Wij hem een gunst van Ons schenken, zegt hij: "Ik heb het alleen verkregen door mijn kennis." Nee, het is een beproeving, maar de meeste van hen begrijpen\beseffen het niet. (Notitie: Zie ook 28:78.)

قَدۡ قَالَہَا الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَمَاۤ اَغۡنٰی عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Qad qaalahal lazieena mien qabliehiem famaaa aghnaa 'anhoem maa kaanoe yaksieboen
39:50 Waarlijk, de vorige generaties zeiden hetzelfde, maar datgeen wat ze deden gaf hen geen enkel voordeel.

فَاَصَابَہُمۡ سَیِّاٰتُ مَا کَسَبُوۡا ؕ وَ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا مِنۡ ہٰۤؤُلَآءِ سَیُصِیۡبُہُمۡ سَیِّاٰتُ مَا کَسَبُوۡا ۙ وَ مَا ہُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿۱۵﴾
Fa asaabahoem saiyie aatoe maa kasaboe; wallazieena zalamoe mien haaa'oelaaa'ie sa yoesieeboehoem saiyie aatoe maa kasaboe wa maa hoem biemoe'djiezieen
39:51 Vervolgens, greep het kwaad hen door datgeen wat ze deden/verdienden. En degenen van deze (groep) die onrecht hebben gepleegd, het kwaad zal hen treffen voor datgeen wat ze verdienen. Ze zullen niet kunnen ontsnappen.

اَوَ لَمۡ یَعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ یَبۡسُطُ الرِّزۡقَ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یَقۡدِرُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Awalam ya'lamoeo annal laaha yabsoetoer riezqa liemay yashaaa'oe wa yaqdier; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lieqawmiey yoe'mienoen
39:52 Weten ze niet dat Allah de provisie vergroot en verkleint voor wie Hij wil. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat gelooft.

قُلۡ یٰعِبَادِیَ الَّذِیۡنَ اَسۡرَفُوۡا عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ لَا تَقۡنَطُوۡا مِنۡ رَّحۡمَۃِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَغۡفِرُ الذُّنُوۡبَ جَمِیۡعًا ؕ اِنَّہٗ ہُوَ الۡغَفُوۡرُ الرَّحِیۡمُ ﴿۳۵﴾
Qoel yaa'iebaadieyal lazieena asrafoe 'alaaa anfoesiehiem laa taqnatoe mierrahmatiel laah; iennal laaha yaghfieroez zoenoeba djamiee'aa; iennahoe Hoewal Ghafoeroer Rahieem
39:53 Zeg: "O mijn dienaren! Degenen die zichzelf onrecht hebben aangedaan, twijfel niet aan de barmhartigheid van Allah! Voorzeker, Allah vergeeft alle zonden. Zonder twijfel, Hij is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen). (Notitie: Het gaat hier om de gelovigen die zichzelf onrecht aan hebben gedaan. Allah vergeeft niet dat er aan Hem deelgenoten wordt toegekend, zie 4:48.)

وَ اَنِیۡبُوۡۤا اِلٰی رَبِّکُمۡ وَ اَسۡلِمُوۡا لَہٗ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَکُمُ الۡعَذَابُ ثُمَّ لَا تُنۡصَرُوۡنَ ﴿۴۵﴾
Wa anieeboeo ielaa Rabbiekoem wa asliemoe lahoe mien qablie ay yaatieyakoemoel 'azaaboe soemma laa toensaroen
39:54 Keer tot jullie Heer en onderwerp jezelf aan Hem, voordat de straf tot jullie komt. Dan zullen jullie niet worden geholpen.

وَ اتَّبِعُوۡۤا اَحۡسَنَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکُمۡ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَکُمُ الۡعَذَابُ بَغۡتَۃً وَّ اَنۡتُمۡ لَا تَشۡعُرُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Wattabie'oeo ahsana maaa oenziela ielaikoem mier Rabbiekoem mien qablie aiyaatieyakoemal 'azaaboe baghtataw wa antoem laa tash'oeroen
39:55 Volg het beste van datgeen wat van jullie Heer aan jullie is geopenbaard, voordat de straf plotseling tot jullie komt, terwijl jullie het niet door hebben.

اَنۡ تَقُوۡلَ نَفۡسٌ یّٰحَسۡرَتٰی عَلٰی مَا فَرَّطۡتُّ فِیۡ جَنۡۢبِ اللّٰہِ وَ اِنۡ کُنۡتُ لَمِنَ السّٰخِرِیۡنَ ﴿۶۵﴾
An taqoela nafsoey yaahasrataa 'alaa maa farrattoe fiee djambiel laahie wa ien koentoe lamienas saaghierieen
39:56 (Volg het,) Zodat geen 'Nafs' (persoon, ego, eigen ik) kan zeggen: "O wat heb ik spijt dat ik (het gedenken aan) Allah heb verwaarloost en dat ik tot de spotters behoorde.

اَوۡ تَقُوۡلَ لَوۡ اَنَّ اللّٰہَ ہَدٰىنِیۡ لَکُنۡتُ مِنَ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Aw taqoela law annal laaha hadaaniee lakoentoe mienal moettaqieen
39:57 Of dat het (de 'Nafs'\persoon) zegt: "Had Allah mij maar geleidt, dan behoorde ik tot de Moetaqoens (godvrezenden, zie 2:2-5).

اَوۡ تَقُوۡلَ حِیۡنَ تَرَی الۡعَذَابَ لَوۡ اَنَّ لِیۡ کَرَّۃً فَاَکُوۡنَ مِنَ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۸۵﴾
Aw taqoela hieena taral 'azaaba law anna liee karratan fa akoena mienal moehsienieen
39:58 Of dat het zegt, wanneer het de straf ziet: "Had ik maar nog een kans, dan zou ik tot de mensen die goed doen behoren."

بَلٰی قَدۡ جَآءَتۡکَ اٰیٰتِیۡ فَکَذَّبۡتَ بِہَا وَ اسۡتَکۡبَرۡتَ وَ کُنۡتَ مِنَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۹۵﴾
Balaa qad djaaa'atka aayaatiee fa kazzabta biehaa wa stakbarta wa koenta mienal kaafierieen
39:59 "Nee! Waarlijk, Mijn Ayahs (verzen, tekenen) zijn tot jou gekomen, maar jij verwierp ze en was hoogmoedig en behoorde tot de ondankbare/ongelovige."

وَ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ تَرَی الَّذِیۡنَ کَذَبُوۡا عَلَی اللّٰہِ وُجُوۡہُہُمۡ مُّسۡوَدَّۃٌ ؕ اَلَیۡسَ فِیۡ جَہَنَّمَ مَثۡوًی لِّلۡمُتَکَبِّرِیۡنَ ﴿۰۶﴾
Wa Yawmal Qieyaamatie taral lazieena kazaboe 'alallaahie woedjoehoehoem moeswaddah; alaisa fiee djahannama maswal lielmoetakabbierieen
39:60 Op de dag van de wederopstanding, zal je zien dat de gezichten van degenen die over Allah niet de waarheid spraken, zwart zijn. Is er (dan) geen verblijfplaats in de hel voor de hoogmoedigen? (Notitie: zie ook 3:106.)

وَ یُنَجِّی اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا بِمَفَازَتِہِمۡ ۫ لَا یَمَسُّہُمُ السُّوۡٓءُ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۱۶﴾
Wa yoenadjdjiel laahoel laziee nat taqaw biemafaazatiehiem laa yamassoehoemoes soeo'oe wa laa hoem yahzanoen
39:61 En Allah zal degenen met 'Taqwa' (godsvreesheid) naar hun plaatsen van succes (het paradijs) brengen. Het kwaad zal hen niet aanraken, noch zullen ze treuren.

اَللّٰہُ خَالِقُ کُلِّ شَیۡءٍ ۫ وَّ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ وَّکِیۡلٌ ﴿۲۶﴾
Allaahoe ghaalieqoe koellie shai'iew wa Hoewa 'alaa koellie shai'iew wakieel
39:62 Allah is de Schepper van alles en Hij is over alles een "Wakeel" (Degene aan wie alle zaken toevertrouwd kan worden. Hij is de ultieme Trustee, Voogd en Beheerder van alle zaken en biedt voor elke kwestie de perfecte oplossing.)

لَہٗ مَقَالِیۡدُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۳۶﴾
Lahoe maqaalieedoes sa maawaatie wal ard; wallazieena kafaroe bie ayaatiel laahie oelaaa'ieka hoemoel ghaasieroen
39:63 Aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde. Degenen die niet in de Ayahs (verzen, tekenen) van Allah geloven, dat zijn degenen die de verliezers zijn.

قُلۡ اَفَغَیۡرَ اللّٰہِ تَاۡمُرُوۡٓنِّیۡۤ اَعۡبُدُ اَیُّہَا الۡجٰہِلُوۡنَ ﴿۴۶﴾
Qoel afaghairal laahie taamoeroeonnieee a'boedoe ayyoehal djaahieloen
39:64 Zeg: "O jullie (met weinig kennis) onwetenden, bevelen jullie mij om iets anders dan Allah te aanbidden?"

وَ لَقَدۡ اُوۡحِیَ اِلَیۡکَ وَ اِلَی الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِکَ ۚ لَئِنۡ اَشۡرَکۡتَ لَیَحۡبَطَنَّ عَمَلُکَ وَ لَتَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۵۶﴾
Wa laqad oehieya ielaika wa ielal lazieena mien qablieka la ien ashrakta la yahbatanna 'amaloe ka wa latakoenanna mienal ghaasierieen
39:65 Waarlijk, het is aan jou (Mohammed v.z.m.h.) en aan degenen die voor jou waren (eerdere profeten), geopenbaard dat, als jij deelgenoten neemt, dan zullen jouw daden waardeloos worden. Jij zult dan zeker tot de verliezers behoren."

بَلِ اللّٰہَ فَاعۡبُدۡ وَ کُنۡ مِّنَ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۶۶﴾
Baliel laahha fa'boed wa koem mienash shaakierieen
39:66 Nee! Aanbidt alleen Allah en wees dankbaar!

وَ مَا قَدَرُوا اللّٰہَ حَقَّ قَدۡرِہٖ ٭ۖ وَ الۡاَرۡضُ جَمِیۡعًا قَبۡضَتُہٗ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ وَ السَّمٰوٰتُ مَطۡوِیّٰتٌۢ بِیَمِیۡنِہٖ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۷۶﴾
Wa maa qadaroel laaha haqqa qadriehiee wal ardoe djamiee 'an qabdatoehoe Yawmal Qieyaamatie wassamaawaatoe matwieyyaatoem bieyamieenieh; Soebhaanahoe wa Ta'aalaa 'amma yoeshriekoen
39:67 Ze beschouwen Allah niet volgens de juiste beschouwing. Terwijl op de dag des oordeels, de gehele aarde in zijn greep ligt en de hemelen opgevouwen zullen zijn in Zijn rechter hand. Subhaanehu (De ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming is Hij) en hoog verheven is Hij boven datgeen wat ze aan Hem toekennen.

وَ نُفِخَ فِی الصُّوۡرِ فَصَعِقَ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ اِلَّا مَنۡ شَآءَ اللّٰہُ ؕ ثُمَّ نُفِخَ فِیۡہِ اُخۡرٰی فَاِذَا ہُمۡ قِیَامٌ یَّنۡظُرُوۡنَ ﴿۸۶﴾
Wa noefiegha fies Soerie fasa'ieqa man fies samaawaatie wa man fiel ardie iellaa man shaa'al lahoe soemma noefiegha fieehie oeghraa fa iezaa hoem qieyaamoey yanzoeroen
39:68 Er zal in de trompet worden geblazen, vervolgens zal iedereen wie in de hemelen en op aarde is, dood gaan, behalve voor wie Allah het niet wil. Vervolgens, zal er voor de tweede keer worden geblazen. Aanschouw! Ze zullen staan en wachten.

وَ اَشۡرَقَتِ الۡاَرۡضُ بِنُوۡرِ رَبِّہَا وَ وُضِعَ الۡکِتٰبُ وَ جِایۡٓءَ بِالنَّبِیّٖنَ وَ الشُّہَدَآءِ وَ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡحَقِّ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Wa ashraqatiel ardoe bienoerie Rabbiehaa wa woedie'al Kietaaboe wa djieee'a bien nabieyyieena wash shoehadaaa'ie wa qoedieya bainahoem bielhaqqie wa hoem laa yoezlamoen
39:69 De aarde zal schijnen met het licht van zijn Heer. De boeken zullen geplaatst worden en de profeten en de getuigen zullen worden gebracht. Er zal tussen hen met rechtvaardigheid worden beoordeeld. Er zal geen onrecht op hen worden gedaan.

وَ وُفِّیَتۡ کُلُّ نَفۡسٍ مَّا عَمِلَتۡ وَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِمَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Wa woeffieyat koelloe nafsiem maa 'amielat wa Hoewa a'lamoe biemaa yaf'aloen
39:70 Elke 'Nafs' (persoon) zal volledig worden uitbetaald voor datgeen wat het heeft gedaan. Hij (Allah) weet het beste wat ze doen.

وَ سِیۡقَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِلٰی جَہَنَّمَ زُمَرًا ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءُوۡہَا فُتِحَتۡ اَبۡوَابُہَا وَ قَالَ لَہُمۡ خَزَنَتُہَاۤ اَلَمۡ یَاۡتِکُمۡ رُسُلٌ مِّنۡکُمۡ یَتۡلُوۡنَ عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتِ رَبِّکُمۡ وَ یُنۡذِرُوۡنَکُمۡ لِقَآءَ یَوۡمِکُمۡ ہٰذَا ؕ قَالُوۡا بَلٰی وَ لٰکِنۡ حَقَّتۡ کَلِمَۃُ الۡعَذَابِ عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۷﴾
Wa sieeqal lazieena kafaroe ielaa djahannama zoemaraa hattaaa iezaa djaaa'oehaa foetiehat abwaaboehaa wa qaala lahoem ghazanatoehaaa alam ya'tiekoem Roesoeloen mien-koem yatloena 'alaikoem Aayaatie Rabbiekoem wa yoenzieroenakoem lieqaaa'a Yawmiekoem haazaa; qaaloe balaa wa laakien haqqat kaliematoel 'azaabie 'alal kaafierieen
39:71 De ongelovigen zullen in groepen worden gedreven naar de hel, totdat wanneer ze er arriveren. Zijn poorten zullen dan worden geopend en zijn bewakers zullen tegen hen zeggen: "Waren er geen boodschappers tot jullie gekomen, die de verzen van jullie Heer voor jullie reciteerden? En (die) jullie waarschuwden voor de ontmoeting van jullie dag, deze (dag)? Ze zullen zeggen: "Ja!" Echter, het woord van de straf ('Ik zal de hel vullen met Djiens en mensen, zie 11:119'), is gerechtvaardigd voor de ongelovigen.

قِیۡلَ ادۡخُلُوۡۤا اَبۡوَابَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ۚ فَبِئۡسَ مَثۡوَی الۡمُتَکَبِّرِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Qieelad ghoeloe abwaaba djahannama ghaaliedieena fieeha fabie'sa maswal moetakabbierieen
39:72 Er zal worden gezegd: "Betreed de poorten van de hel, om er eeuwig in te blijven! Zeer ellendig is de verblijfplaats van de hoogmoedigen."

وَ سِیۡقَ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا رَبَّہُمۡ اِلَی الۡجَنَّۃِ زُمَرًا ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءُوۡہَا وَ فُتِحَتۡ اَبۡوَابُہَا وَ قَالَ لَہُمۡ خَزَنَتُہَا سَلٰمٌ عَلَیۡکُمۡ طِبۡتُمۡ فَادۡخُلُوۡہَا خٰلِدِیۡنَ ﴿۳۷﴾
Wa sieeqal lazieenat taqaw Rabbahoem ielal djannatie zoemaraa hattaaa iezaa djaaa'oehaa wa foetiehat abwaaboehaa wa qaala lahoem ghazanatoehaa salaamoen 'alaikoem tiebtoem fadghoeloehaa ghaaliedieen
39:73 En degenen die hun Heer vreesden zullen in groepen worden gedreven naar het paradijs, totdat wanneer ze er arriveren. De poorten zullen geopend zijn (alvorens hun aankomst) en zijn bewakers zullen tegen hen zeggen: "Vrede rust op jullie! Jullie hebben het goed gedaan, dus betreed het om er eeuwig in te verblijven."

وَ قَالُوا الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ الَّذِیۡ صَدَقَنَا وَعۡدَہٗ وَ اَوۡرَثَنَا الۡاَرۡضَ نَتَبَوَّاُ مِنَ الۡجَنَّۃِ حَیۡثُ نَشَآءُ ۚ فَنِعۡمَ اَجۡرُ الۡعٰمِلِیۡنَ ﴿۴۷﴾
Wa qaaloell hamdoeliellaahiel laziee sadaqanaa wa'dahoe wa awrasanal arda natabaw wa-oe mienal djannatie haisoe nashaaa'oe fanie'ma adjroel 'aamielieen
39:74 Ze zullen zeggen: "Alhamdoe Liellah (alle lof, eer en dank behoort aan Allah toe), Degene Die Zijn belofte waar heeft gemaakt en ons het land\aarde heeft doen erven. We mogen ons vestigen waar we ook willen in het paradijs. Dus zeer geweldig/fantastisch is de beloning van de werkers.

وَ تَرَی الۡمَلٰٓئِکَۃَ حَآفِّیۡنَ مِنۡ حَوۡلِ الۡعَرۡشِ یُسَبِّحُوۡنَ بِحَمۡدِ رَبِّہِمۡ ۚ وَ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡحَقِّ وَ قِیۡلَ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۵۷﴾
Wa taral malaaa'iekata haaaffieena mien hawliel 'Arshie yoesabbiehoena biehamdie Rabbiehiem wa qoedieya bainahoem bielhaqqie wa qieelal hamdoe liellaahie Rabbiel 'aalamieen
39:75 Jij (Mohammed v.z.m.h.) zult de engelen die de troon omringen zien. Lofprijzend met de dank en eer voor hun Heer. Er zal tussen hen geoordeeld worden op basis van de waarheid en er zal gezegd worden: "Alhamdoe Liellah (alle lof, eer en dank behoort aan Allah toe), de Heer van de werelden (van mens en djien)."


www.heiligekoran.nl