3 Al-Imraan
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓمَّٓ ۙ﴿۱﴾
Alief-Laam-Mieeem
3:1 Alief Laam Miem.

اللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۙ الۡحَیُّ الۡقَیُّوۡمُ ؕ﴿۲﴾
Allaahoe laaa ielaaha iellaa Hoewal Haiyoel Qaiyoem
3:2 Allah, er is geen (andere) godheid/deïteit dan Hem, de Eeuwig Levende, de Onderhouder van alles dat bestaat.

نَزَّلَ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ اَنۡزَلَ التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ ۙ﴿۳﴾
Nazzala 'alaikal Kietaaba bielhaqqie moesaddieqal liemaa baina yadaihie wa anzalat Tawraata wal Indjieel
3:3 Hij openbaarde aan jou het boek der waarheid, bevestigend in de voorafgaande boeken. En Hij openbaarde de Taurat (Thora) en de Injiel

مِنۡ قَبۡلُ ہُدًی لِّلنَّاسِ وَ اَنۡزَلَ الۡفُرۡقَانَ ۬ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ لَہُمۡ عَذَابٌ شَدِیۡدٌ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ ذُو انۡتِقَامٍ ﴿۴﴾
Mien qabloe hoedal liennaasie wa anzalal Foerqaan; iennallazieena kafaroe bie Aayaatiel laahie lahoem 'azaaboen shadieed; wallaahoe 'azieezoen zoen tieqaam
3:4 voorafgaand, als leiding voor de mensheid. En Hij openbaarde de Foerqan. Voorzeker, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, voor hen is er een zware straf. En Allah is Almachtig, de Machthebber over Vergelding.

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَخۡفٰی عَلَیۡہِ شَیۡءٌ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا فِی السَّمَآءِ ؕ﴿۵﴾
Innal laaha laa yaghfaa 'alaihie shai'oen fiel ardie wa laa fies samaaa'
3:5 Voorzeker Allah, niets is verborgen voor Hem, niet op aarde en niet in de hemel.

ہُوَ الَّذِیۡ یُصَوِّرُکُمۡ فِی الۡاَرۡحَامِ کَیۡفَ یَشَآءُ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۶﴾
Hoewal laziee yoesawwieroekoem fiel arhaamie kaifa yashaaa'; laa ielaaha iellaa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
3:6 Hij is degene die jullie in de baarmoeder vormt, hoe Hij wil. Er is geen (andere) godheid/deïteit dan Hem, de Almachtige, de Alwijze.

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ مِنۡہُ اٰیٰتٌ مُّحۡکَمٰتٌ ہُنَّ اُمُّ الۡکِتٰبِ وَ اُخَرُ مُتَشٰبِہٰتٌ ؕ فَاَمَّا الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ زَیۡغٌ فَیَتَّبِعُوۡنَ مَا تَشَابَہَ مِنۡہُ ابۡتِغَآءَ الۡفِتۡنَۃِ وَ ابۡتِغَآءَ تَاۡوِیۡلِہٖ ۚ؃ وَ مَا یَعۡلَمُ تَاۡوِیۡلَہٗۤ اِلَّا اللّٰہُ ۘؔ وَ الرّٰسِخُوۡنَ فِی الۡعِلۡمِ یَقُوۡلُوۡنَ اٰمَنَّا بِہٖ ۙ کُلٌّ مِّنۡ عِنۡدِ رَبِّنَا ۚ وَ مَا یَذَّکَّرُ اِلَّاۤ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿۷﴾
Hoewal lazieee anzala 'alaikal Kietaaba mienhoe Aayaatoem Moeh kamaatoen hoenna Oemmoel Kietaabie wa oegharoe Moetashaabiehaatoen fa'ammal lazieena fiee qoeloebiehiem zaiyghoen fa yattabie'oena ma tashaabaha mienhoebtieghaaa 'alfietnatie wabtieghaaa'a taawieelieh; wa maa ya'lamoe taawieelahoeo iellal laah; warraasieghoena fiel 'ielmie yaqoeloena aamannaa biehiee koelloem mien 'iendie Rabbienaa; wa maa yazzakkaroe iellaaa oeloel albaab
3:7 Hij is Degene die het boek aan jou heeft geopenbaard. Daarin zijn eenduidige verzen, deze vormen het fundament van het boek, en andere (verzen) zijn voor meer uitleg vatbaar. Degenen die verdorvenheid in hun harten hebben volgen (altijd) de meerduidigheid (mutashabihat), zoekende naar Fitnah/onenigheid en naar de ware uitleg ervan. En niemand weet de uitleg ervan behalve Allah. En degenen die rijk zijn in kennis, zeggen: "Wij geloven er in, alles is van onze Heer". En niemand zal zich zelf vermanen, behalve de bezitter van verstand.

رَبَّنَا لَا تُزِغۡ قُلُوۡبَنَا بَعۡدَ اِذۡ ہَدَیۡتَنَا وَ ہَبۡ لَنَا مِنۡ لَّدُنۡکَ رَحۡمَۃً ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ الۡوَہَّابُ ﴿۸﴾
Rabbanaa laa toeziegh qoeloebanaa ba'da iez hadaitanaa wa hab lanaa miel ladoen-ka rahmah; iennaka antal Wahhaab
3:8 (Zeg:) "Onze Heer, laat onze harten niet afwijken nadat U ons geleid heeft en schenk ons Uw barmhartigheid. Voorzeker, U bent de Schenker".

رَبَّنَاۤ اِنَّکَ جَامِعُ النَّاسِ لِیَوۡمٍ لَّا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُخۡلِفُ الۡمِیۡعَادَ ﴿۹﴾
Rabbanaaa iennaka djaamie 'oen-naasie lie Yawmien laa raiba fieeh; iennal laaha laa yoeghliefoel miee'aad
3:9 (Zeg:) "Onze Heer! Voorzeker, U zult de mensheid verzamelen op een Dag, er is geen twijfel daaraan". Voorzeker, Allah, breekt geen beloftes.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡہُمۡ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡئًا ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمۡ وَقُوۡدُ النَّارِ ﴿۰۱﴾
Innal lazieena kafaroe lan toeghnieya 'anhoem amwaaloehoem wa laaa awlaadoehoem mienal laahie shai'aw wa oelaaa'ieka hoem waqoedoen Naar
3:10 Voorzeker, degene die niet geloven, nooit zullen hun rijkdommen, en noch zullen hun kinderen iets baten tegen (de bestraffing van) Allah. En zij zijn degenen die de brandstof voor de hel zijn.

کَدَاۡبِ اٰلِ فِرۡعَوۡنَ ۙ وَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ۚ فَاَخَذَہُمُ اللّٰہُ بِذُنُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۱۱﴾
Kadaabie Aalie Fier'awna wallazieena mien qabliehiem; kazzaboe bie Aayaatienaa fa aghazahoemoel laahoe biezoenoe biehiem; wallaahoe shadieedoel 'ieqaab
3:11 Net als het gedrag van Farao's volk en van degenen die voor hun tijd leefden. Zij loochenden Onze tekenen. Dus greep Allah hen voor hun zonden. En Allah is streng in het straffen.

قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا سَتُغۡلَبُوۡنَ وَ تُحۡشَرُوۡنَ اِلٰی جَہَنَّمَ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿۲۱﴾
Qoel liellazieena kafaroesatoeghlaboena wa toehsharoena ielaa djahannam; wa bie'sal miehaad
3:12 Zeg tot degenen die niet geloven: "Jullie zullen overmeesterd worden en naar de Hel verzameld worden. Dat is een zeer slechte rustplaats.

قَدۡ کَانَ لَکُمۡ اٰیَۃٌ فِیۡ فِئَتَیۡنِ الۡتَقَتَا ؕ فِئَۃٌ تُقَاتِلُ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ اُخۡرٰی کَافِرَۃٌ یَّرَوۡنَہُمۡ مِّثۡلَیۡہِمۡ رَاۡیَ الۡعَیۡنِ ؕ وَ اللّٰہُ یُؤَیِّدُ بِنَصۡرِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَعِبۡرَۃً لِّاُولِی الۡاَبۡصَارِ ﴿۳۱﴾
Qad kaana lakoem Aayatoen fiee fie'atainiel taqataa fie'atoen toeqaatieloe fiee sabieeliel laahie wa oeghraa kaafieratoey yarawnahoem mieslaihiem ra' yal 'ayn; wallaahoe yoe'ayyiedoe bie nasriehiee may yashaaa'; iennaa fiee zaalieka la 'iebratal lie oeliel absaar
3:13 Zeker, de veldslag van de twee legers, dat was een teken voor jullie. Een groep vechtende op de weg van Allah en de andere (vechtende op de weg van afgoderij/Taghoet) waren de niet gelovigen . Zij zagen hen als het dubbele van hun eigen aantal, in het gezichtsveld van hun ogen. En Allah ondersteunt wie Hij wil met Zijn hulp. Voorzeker, daarin is zeker een lering voor de bezitters van inzicht.

زُیِّنَ لِلنَّاسِ حُبُّ الشَّہَوٰتِ مِنَ النِّسَآءِ وَ الۡبَنِیۡنَ وَ الۡقَنَاطِیۡرِ الۡمُقَنۡطَرَۃِ مِنَ الذَّہَبِ وَ الۡفِضَّۃِ وَ الۡخَیۡلِ الۡمُسَوَّمَۃِ وَ الۡاَنۡعَامِ وَ الۡحَرۡثِ ؕ ذٰلِکَ مَتَاعُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۚ وَ اللّٰہُ عِنۡدَہٗ حُسۡنُ الۡمَاٰبِ ﴿۴۱﴾
Zoeyyiena liennaasie hoebboesh shahawaatie mienanniesaaa'ie wal banieena walqanaatieeriel moeqantaratie mienaz zahabie walfieddatie walghailiel moesawwamatie wal an'aamie walhars; zaalieka mataa'oel hayaatied doenyaa wallaahoe 'iendahoe hoesnoel ma-aab
3:14 Voor de mensheid is het genot van de dingen die zij verlangen verleidelijk gemaakt, zoals vrouwen, zonen, opgestapelde hopen van goud en zilver, gemerkte paarden, vee, en bebouwd land. Dat zijn de voorzieningen van het wereldse leven. Maar Allah!, bij Hem is er een voortreffelijk verblijfplaats om er naar terug te keren.

قُلۡ اَؤُنَبِّئُکُمۡ بِخَیۡرٍ مِّنۡ ذٰلِکُمۡ ؕ لِلَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا عِنۡدَ رَبِّہِمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا وَ اَزۡوَاجٌ مُّطَہَّرَۃٌ وَّ رِضۡوَانٌ مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۵۱﴾
Qoel a'oenabbie 'oekoem bieghairiem mien zaaliekoem; liellazieenat taqaw 'ienda Rabbiehiem djannaatoen tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaa wa azwaadjoem moetahharatoew wa riedwaanoem mienal laah; wallaahoe basieeroem biel'iebaad
3:15 Zeg: "Zal ik jullie informeren over iets beter dan dat? Voor degenen die Taqwa hebben, bij zijn Heer zijn er tuinen waaronder rivieren stromen, eeuwig vertoevend erin, met pure echtgenotes, en de tevredenheid van Allah. En Allah is Alziende over zijn dienaren.

اَلَّذِیۡنَ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اِنَّنَاۤ اٰمَنَّا فَاغۡفِرۡ لَنَا ذُنُوۡبَنَا وَ قِنَا عَذَابَ النَّارِ ﴿۶۱﴾
Allazieena yaqoeloena Rabbanaaa iennanaaa aamannaa faghfier lanaa zoenoebanaa wa qienaa 'azaaban Naar
3:16 Dit zijn degenen die zeggen: "Onze Heer, voorzeker, we hebben geloofd, dus vergeef onze zondes en bescherm ons tegen de bestraffing van de Hel".

اَلصّٰبِرِیۡنَ وَ الصّٰدِقِیۡنَ وَ الۡقٰنِتِیۡنَ وَ الۡمُنۡفِقِیۡنَ وَ الۡمُسۡتَغۡفِرِیۡنَ بِالۡاَسۡحَارِ ﴿۷۱﴾
Assaabierieena wassaa dieqieena walqaanietieena walmoenfieqieena walmoes taghfierieena biel as-har
3:17 (Zij zijn) De geduldigen, de waarheidsgetrouwen, de gehoorzamen, degenen die uitgeven (zoekende naar de welbehagen van Allah) en degenen die zoeken naar de vergiffenis (van Allah in de nachten) voor zonsopgang.

شَہِدَ اللّٰہُ اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۙ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ اُولُوا الۡعِلۡمِ قَآئِمًۢا بِالۡقِسۡطِ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۸۱﴾
Shahiedal laahoe annahoe laa ielaaha iellaa Hoewa walmalaaa'iekatoe wa oeloel 'ielmie qaaa'iemam bielqiest; laaa ielaaha iellaa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
3:18 Allah getuigt dat er geen (andere) godheid/deïteit is dan Hem. En (zo doen) de Engelen en de bezitters van kennis, standvastig in gerechtigheid. Er is geen (andere) godheid/deïteit dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.

اِنَّ الدِّیۡنَ عِنۡدَ اللّٰہِ الۡاِسۡلَامُ ۟ وَ مَا اخۡتَلَفَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ بَغۡیًۢا بَیۡنَہُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّکۡفُرۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَاِنَّ اللّٰہَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۹۱﴾
Innad dieena 'iendal laahiel Islaam; wa maghtalafal lazieena oetoel Kietaaba iellaa miem ba'die maa djaaa'ahoemoel 'ielmoe baghyam bainahoem; wa may yakfoer bie Aayaatiel laahie fa iennal laaha sariee'oel hiesaab
3:19 Voorzeker, de religie van Allah is de Islam. Degenen aan wie het boek gegeven was verschilden pas van mening nadat de kennis tot hen kwam, uit onderlinge afgunst. En wie de Tekenen van Allah loochent, dan voorzeker, Allah is snel in het afrekenen.

فَاِنۡ حَآجُّوۡکَ فَقُلۡ اَسۡلَمۡتُ وَجۡہِیَ لِلّٰہِ وَ مَنِ اتَّبَعَنِ ؕ وَ قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ وَ الۡاُمِّیّٖنَ ءَاَسۡلَمۡتُمۡ ؕ فَاِنۡ اَسۡلَمُوۡا فَقَدِ اہۡتَدَوۡا ۚ وَ اِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّمَا عَلَیۡکَ الۡبَلٰغُ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۰۲﴾
Fa ien haaadjdjoeka faqoel aslamtoe wadjhieya liellaahie wa maniet taba'an; wa qoel liellazieena oetoel Kietaaba wal oemmieyyieena 'a-aslamtoem; fa ien aslamoe faqadieh tadaw wa ien tawallaw fa iennamaa 'alaikal balaagh; wallaahoe basieeroem biel 'iebaad
3:20 En als zij dan met jou redetwisten, zeg dan: "Ik heb mijzelf onderworpen aan Allah en (zo ook) degenen die mij volgen". En zeg tegen degenen aan wie het Boek gegeven is en aan de analfabeten: "Hebben jullie jezelf onderworpen (aan Allah)?" Als zij zich onderworpen hebben, dan zeker, zij zijn geleid. Maar als zij zich afkeren, dan rust er slechts op jou (de plicht van) het verkondigen. En Allah is Alziende over zijn dienaren.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ یَقۡتُلُوۡنَ النَّبِیّٖنَ بِغَیۡرِ حَقٍّ ۙ وَّ یَقۡتُلُوۡنَ الَّذِیۡنَ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡقِسۡطِ مِنَ النَّاسِ ۙ فَبَشِّرۡہُمۡ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۱۲﴾
Innal lazieena yakfoeroena bie Aayaatiel laahie wa yaqtoeloenan Nabieyyieena bieghairie haqqiew wa yaqtoeloenal lazieena ya'moeroena bielqiestie mienannaasie fabashierhoem bie'azaabien alieem
3:21 Voorzeker, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, en zonder enig recht de profeten doden en degenen doden die tot gerechtigheid onder de mensen bevelen, verkondig hen een pijnlijke straf.

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ حَبِطَتۡ اَعۡمَالُہُمۡ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۫ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۲۲﴾
Oelaaa'iekal lazieena habietat a'maaloehoem fied doenyaa wal Aaaghieratie wa maa lahoem mien naasierieen
3:22 Zij zijn het van wie de daden, zowel in deze wereld als voor het hiernamaals, vruchteloos zijn. En er zullen voor hen geen helpers zijn.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡا نَصِیۡبًا مِّنَ الۡکِتٰبِ یُدۡعَوۡنَ اِلٰی کِتٰبِ اللّٰہِ لِیَحۡکُمَ بَیۡنَہُمۡ ثُمَّ یَتَوَلّٰی فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ وَ ہُمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Alam tara ielal lazieena oetoe nasieebam mienal Kietaabie yoed'awna ielaa Kietaabiel laahie lieyahkoema bainahoem soemma yatawallaa farieeqoem mienhoem wa hoem moe'riedoen
3:23 Heb jij degenen niet gezien aan wie een deel van het boek werd gegeven? Zij werden opgeroepen tot Allah's boek, zodat het tussen hen zou verzoenen. Vervolgens, wende een groep ervan af en zij zijn degenen die er afkerig van zijn.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَالُوۡا لَنۡ تَمَسَّنَا النَّارُ اِلَّاۤ اَیَّامًا مَّعۡدُوۡدٰتٍ ۪ وَ غَرَّہُمۡ فِیۡ دِیۡنِہِمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Zaalieka bie annahoem qaaloe lan tamassanan naaroe iellaaa ayyaamam ma'doedaatiew wa gharrahoem fiee dieeniehiem maa kaanoe yaftaroen
3:24 Dat is omdat zij zeggen: "De hel zal ons slechts voor een aantal dagen aanraken". En datgeen wat zij (de leiders) bedachten in hun religie heeft hun (de volgelingen) bedrogen.

فَکَیۡفَ اِذَا جَمَعۡنٰہُمۡ لِیَوۡمٍ لَّا رَیۡبَ فِیۡہِ ۟ وَ وُفِّیَتۡ کُلُّ نَفۡسٍ مَّا کَسَبَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Fakaifa iezaa djama'naahoem lie Yawmiel laa raiba fiee wa woeffieyat koelloe nafsiem maa kasabat wa hoem laa yoezlamoen
3:25 Hoe zal het dan zijn, wanneer Wij hen verzamelen op een Dag waaraan geen twijfel is. En elke Nafs zal volledig worden uitbetaald voor wat zij verdiende. En er zal geen onrecht worden aangedaan op hen.

قُلِ اللّٰہُمَّ مٰلِکَ الۡمُلۡکِ تُؤۡتِی الۡمُلۡکَ مَنۡ تَشَآءُ وَ تَنۡزِعُ الۡمُلۡکَ مِمَّنۡ تَشَآءُ ۫ وَ تُعِزُّ مَنۡ تَشَآءُ وَ تُذِلُّ مَنۡ تَشَآءُ ؕ بِیَدِکَ الۡخَیۡرُ ؕ اِنَّکَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۶۲﴾
Qoeliel laahoemma Maaliekal Moelkie toe'tiel moelka man tashaaa'oe wa tanzie'oel moelka miemman tashhaaa'oe wa toe'iezzoe man tashaaa'oe wa toezielloe man tashaaa'oe bieyadiekal ghairoe iennaka 'alaa koellie shai'ien Qadieer
3:26 Zeg: "O Allah, Eigenaar van het Koninkrijk. U geeft het koninkrijk aan wie U wilt en U ontneemt het met kracht van wie U wilt, en U eert wie U wilt en U vernedert wie U wilt. In Uw hand is al het goede. Voorzeker, U bent over alles Almachtig".

تُوۡلِجُ الَّیۡلَ فِی النَّہَارِ وَ تُوۡلِجُ النَّہَارَ فِی الَّیۡلِ ۫ وَ تُخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ تُخۡرِجُ الۡمَیِّتَ مِنَ الۡحَیِّ ۫ وَ تَرۡزُقُ مَنۡ تَشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۷۲﴾
Toeliedjoel laila fien nahaarie wa toeliedjoen nahaara fiel lailie wa toeghriedjoel haiya mienalmaiyietie wa toeghriedjoel maiyieta mienal haiyie wa tarzoeqoe man tashaaa'oe biegharie hiesaab
3:27 "U laat de nacht overgaan in de dag en U laat de dag overgaan in de nacht. En U brengt het levende voort uit de dode en U brengt de dode voort uit het levende. En U geeft voorzieningen zonder een verrekening aan wie U wilt".

لَا یَتَّخِذِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ الۡکٰفِرِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ۚ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ فَلَیۡسَ مِنَ اللّٰہِ فِیۡ شَیۡءٍ اِلَّاۤ اَنۡ تَتَّقُوۡا مِنۡہُمۡ تُقٰىۃً ؕ وَ یُحَذِّرُکُمُ اللّٰہُ نَفۡسَہٗ ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۸۲﴾
Laa yattaghieziel moe'mienoenal kaafierieena awlieyaaa'a mien doeniel moe'mienieena wa may yaf'al zaalieka falaisa mienal laahie fiee shai'ien iellaaa an tattaqoe mienhoem toeqaah; wa yoehazzieroekoemoel laahoe nafsah; wa ielal laahiel masieer
3:28 Laten de gelovigen, de ongelovigen niet als Awliya (beschermers, bondgenoten, helpers, geallieerde, etc) nemen in plaats van de gelovigen. En wie het (toch) doet, dan krijgt hij geen enkel steun van Allah. Behalve als jullie jullie zelf beschermen tegen hen met de bescherming van kennis. En Allah Zelf, waarschuwt jullie voor hen en tot Allah is de definitieve terugkeer.

قُلۡ اِنۡ تُخۡفُوۡا مَا فِیۡ صُدُوۡرِکُمۡ اَوۡ تُبۡدُوۡہُ یَعۡلَمۡہُ اللّٰہُ ؕ وَ یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۹۲﴾
Qoel ien toeghfoe maa fiee soedoeriekoem aw toebdoehoe ya'lamhoel laah; wa ya'lamoe maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; wallaahoe 'alaa koellie shai'ien Qadieer
3:29 Zeg: "Wat jullie in jullie borsten verbergen of ervan bekendmaken, Allah weet ervan". En Hij weet wat in de hemelen en wat op aarde is. En Allah is over alles Almachtig".

یَوۡمَ تَجِدُ کُلُّ نَفۡسٍ مَّا عَمِلَتۡ مِنۡ خَیۡرٍ مُّحۡضَرًا ۚۖۛ وَّ مَا عَمِلَتۡ مِنۡ سُوۡٓءٍ ۚۛ تَوَدُّ لَوۡ اَنَّ بَیۡنَہَا وَ بَیۡنَہٗۤ اَمَدًۢا بَعِیۡدًا ؕ وَ یُحَذِّرُکُمُ اللّٰہُ نَفۡسَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ رَءُوۡفٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۰۳﴾
Yawma tadjiedoe koelloe nafsiem maa'amielat mien ghairiem moehdaraw wa maa 'amielat mien soeo'ien tawaddoe law anna bainahaa wa bainahoeo amadam ba'ieedaa; wa yoehazzieroekoemoel laahoe nafsah; wallaahoe ra'oefoem biel'iebaad
3:30 Op de Dag, waarop elke Nafs aangereikt krijgt wat hij goed gedaan heeft en wat hij slecht gedaan heeft, zal hij wensen dat er een grote afstand was tussen hem en het (zijn slechte daden). En Allah zelf waarschuwt jullie en Allah is meest barmhartig naar Zijn dienaren (iedereen, dus ook naar de ongelovigen) toe.

قُلۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تُحِبُّوۡنَ اللّٰہَ فَاتَّبِعُوۡنِیۡ یُحۡبِبۡکُمُ اللّٰہُ وَ یَغۡفِرۡ لَکُمۡ ذُنُوۡبَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۳﴾
Qoel ien koentoem toehiebboenal laaha fattabie' oeniee yoehbiebkoemoel laahoe wa yaghfier lakoem zoenoebakoem; wallaahoe Ghafoeroer Rahieem
3:31 Zeg: "Als jullie van Allah houden, volg mij dan. Allah zal van jullie houden en Hij zal jullie zonden voor jullie vergeven. En Allah is Vergevensgezind, meest Genadevol".

قُلۡ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ ۚ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۲۳﴾
Qoel atiee'oel laaha war Rasoela fa ien tawallaw fa iennal laaha laa yoehiebboel kaafierieen
3:32 Zeg: "Gehoorzaam Allah en de Boodschapper". Als zij dan afwenden, voorzeker, Allah houdt niet van de ongelovigen.

اِنَّ اللّٰہَ اصۡطَفٰۤی اٰدَمَ وَ نُوۡحًا وَّ اٰلَ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اٰلَ عِمۡرٰنَ عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۳۳﴾
Innal laahas tafaaa Aadama wa Noehaw wa Aala Ibraahieema wa Aala Imraana 'alal 'aalamieen
3:33 Voorzeker, Allah verkoos Adam, Noach, de familie van Ibrahiem en de familie van Imraan boven de werelden.

ذُرِّیَّۃًۢ بَعۡضُہَا مِنۡۢ بَعۡضٍ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۴۳﴾
Zoerrieyyatam ba'doehaa miem ba'd; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
3:34 Zij zijn nakomelingen van één na de ander. En Allah is Alhorend, Alwetend.

اِذۡ قَالَتِ امۡرَاَتُ عِمۡرٰنَ رَبِّ اِنِّیۡ نَذَرۡتُ لَکَ مَا فِیۡ بَطۡنِیۡ مُحَرَّرًا فَتَقَبَّلۡ مِنِّیۡ ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۵۳﴾
Iz qaalatiem ra atoe 'Imraana Rabbie ienniee nazartoe laka maa fiee batniee moeharraran fataqabbal mienniee iennaka Antas Samiee'oel 'Alieem
3:35 Toen de vrouw van Imraan zei: "Mijn Heer! Voorzeker, ik heb gezworen tot U dat ik datgeen wat in mijn baarmoeder is, toewijd aan u. Accepteer het van mij. Voorzeker, U bent de Alhorende, de Alwetende".

فَلَمَّا وَضَعَتۡہَا قَالَتۡ رَبِّ اِنِّیۡ وَضَعۡتُہَاۤ اُنۡثٰی ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا وَضَعَتۡ ؕ وَ لَیۡسَ الذَّکَرُ کَالۡاُنۡثٰی ۚ وَ اِنِّیۡ سَمَّیۡتُہَا مَرۡیَمَ وَ اِنِّیۡۤ اُعِیۡذُہَا بِکَ وَ ذُرِّیَّتَہَا مِنَ الشَّیۡطٰنِ الرَّجِیۡمِ ﴿۶۳﴾
Falammaa wada'at haa qaalat Rabbie ienniee wada'toehaaa oensaa wallaahoe a'lamoe biemaa wada'at wa laisaz zakaroe kaloensaa wa ienniee sammaitoehaa Maryama wa ienniee oe'ieezoehaa bieka wa zoerrieyyatahaa mienash Shaitaanier Radjieem
3:36 Toen zij haar gebaard had, zei ze: "Mijn Heer, voorzeker ik heb een meisje gebaard". En Allah weet beter wat zij gebaard had. De man is niet gelijk aan de vrouw. (Ze zei:)"En ik heb haar Maryam genoemd en ik zoek toevlucht voor haar en voor haar nageslacht bij U tegen de satan."

فَتَقَبَّلَہَا رَبُّہَا بِقَبُوۡلٍ حَسَنٍ وَّ اَنۡۢبَتَہَا نَبَاتًا حَسَنًا ۙ وَّ کَفَّلَہَا زَکَرِیَّا ۚؕ کُلَّمَا دَخَلَ عَلَیۡہَا زَکَرِیَّا الۡمِحۡرَابَ ۙ وَجَدَ عِنۡدَہَا رِزۡقًا ۚ قَالَ یٰمَرۡیَمُ اَنّٰی لَکِ ہٰذَا ؕ قَالَتۡ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَرۡزُقُ مَنۡ یَّشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۷۳﴾
Fataqabba lahaa Rabboehaa bieqaboelien hasaniew wa ambatahaa nabaatan hasanaw wa kaffalahaa Zakarieyyaa koellamaa daghala 'alaihaa Zakarieyyal Miehraaba wadjada 'iendahaa riezqan qaala yaa Maryamoe annaa lakie haazaa qaalat hoewa mien 'iendiel laahie iennal laaha yarzoeqoe may yashaaa'oe bieghairie hiesaab
3:37 Toen verhoorde haar Heer haar (smeekgebed) met een mooie uitwerking en deed haar (Maryam) goed opgroeien en legde haar in de zorg van Zakariya. Telkens wanneer Zakariya bij haar in de gebedsruimte binnenkwam, trof hij voorzieningen bij haar aan. Hij zei: "O Maryam, waar komt dit vandaan?" Ze zei: "Dit komt van Allah, voorzeker, Allah geeft voorzieningen aan wie Hij wil zonder een verrekening".

ہُنَالِکَ دَعَا زَکَرِیَّا رَبَّہٗ ۚ قَالَ رَبِّ ہَبۡ لِیۡ مِنۡ لَّدُنۡکَ ذُرِّیَّۃً طَیِّبَۃً ۚ اِنَّکَ سَمِیۡعُ الدُّعَآءِ ﴿۸۳﴾
Hoenaaalieka da'aa Zakarieyyaa Rabbahoe qaala Rabbie hab liee miel ladoen-ka zoerrieyyatan taiyiebatan iennaka samiee'oed doe'aaa'
3:38 Daarop riep Zakariya zijn Heer aan, hij zei: "O, mijn Heer, schenk me van U een zuiver nageslacht. Voorzeker, U bent de verhoorder van het gebed".

فَنَادَتۡہُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ ہُوَ قَآئِمٌ یُّصَلِّیۡ فِی الۡمِحۡرَابِ ۙ اَنَّ اللّٰہَ یُبَشِّرُکَ بِیَحۡیٰی مُصَدِّقًۢا بِکَلِمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ سَیِّدًا وَّ حَصُوۡرًا وَّ نَبِیًّا مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۹۳﴾
Fanaadat hoel malaaa'iekatoe wa hoewa qaaa'iemoey yoesalliee fiel Miehraabie annal laaha yoebashshieroeka bie Yahyaa moesaddieqam bie Kaliematiem mienal laahie wa saiyiedaw wa hasoeraw wa Nabieyyam mienas saaliehieen
3:39 Toen hij staande de "Salaat" verrichte (contact maakte met Allah) in de gebedsruimte, riepen de engelen hem aan: "Voorzeker Allah, geeft jou het goede nieuws van (de geboorte van jouw zoon) Yahya (Johannes), die het woord van Allah ("Wees!", de schepping van Isa en zijn profeetschap) bekrachtigt, en die (Yahya) nobel, kuis, en een profeet is, behorende tot de rechtvaardigen."

قَالَ رَبِّ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ غُلٰمٌ وَّ قَدۡ بَلَغَنِیَ الۡکِبَرُ وَ امۡرَاَتِیۡ عَاقِرٌ ؕ قَالَ کَذٰلِکَ اللّٰہُ یَفۡعَلُ مَا یَشَآءُ ﴿۰۴﴾
Qaala Rabbie annaa yakoenoe liee ghoelaamoew wa qad balaghanieyal kiebaroe wamraatiee 'aaqieroen qaala kazaaliekal laahoe yaf'aloe maa yashaaa'
3:40 Hij zei: "O mijn Heer, hoe kan er voor mij een zoon zijn, waarlijk, de oude leeftijd heeft mij bereikt en mijn vrouw is onvruchtbaar?" Hij (Allah) zei: "Het zal gebeuren, Allah doet wat Hij wil."

قَالَ رَبِّ اجۡعَلۡ لِّیۡۤ اٰیَۃً ؕ قَالَ اٰیَتُکَ اَلَّا تُکَلِّمَ النَّاسَ ثَلٰثَۃَ اَیَّامٍ اِلَّا رَمۡزًا ؕ وَ اذۡکُرۡ رَّبَّکَ کَثِیۡرًا وَّ سَبِّحۡ بِالۡعَشِیِّ وَ الۡاِبۡکَارِ ﴿۱۴﴾
Qaala Rabbiedj 'al lieee Aayatan qaala Aaayatoeka allaa toekallieman naasa salaasata ayyaamien iella ramzaa; wazkoer Rabbaka kasieeraw wa sabbieh biel'ashieyyie wal iebkaar
3:41 Hij zei: "Mijn Heer, geef mij een teken." Hij (Allah) zei: "Jouw teken is, dat jij voor drie dagen tegen de mensen niet kan spreken, behalve door middel van gebaren. En gedenk jouw Heer veel en verheerlijk Hem in de avond en in de ochtend."

وَ اِذۡ قَالَتِ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یٰمَرۡیَمُ اِنَّ اللّٰہَ اصۡطَفٰکِ وَ طَہَّرَکِ وَ اصۡطَفٰکِ عَلٰی نِسَآءِ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa iez qaalatiel malaaa'iekatoe yaa Maryamoe iennal laahas tafaakie wa tahharakie wastafaakie 'alaa niesaaa'iel 'aalamieen
3:42 En toen de Engelen zeiden: "O Maryam! Voorzeker Allah heeft jou gekozen, jou gezuiverd en jou uitverkoren boven de vrouwen van de werelden.

یٰمَرۡیَمُ اقۡنُتِیۡ لِرَبِّکِ وَ اسۡجُدِیۡ وَ ارۡکَعِیۡ مَعَ الرّٰکِعِیۡنَ ﴿۳۴﴾
Yaa Maryamoe oeqnoetiee lie Rabbiekie wasdjoediee warka'iee ma'ar raakie'ieen
3:43 O Maryam! Wees gehoorzaam tot jouw Heer, prostreer en buig met degenen die neerbuigen".

ذٰلِکَ مِنۡ اَنۡۢبَآءِ الۡغَیۡبِ نُوۡحِیۡہِ اِلَیۡکَ ؕ وَ مَا کُنۡتَ لَدَیۡہِمۡ اِذۡ یُلۡقُوۡنَ اَقۡلَامَہُمۡ اَیُّہُمۡ یَکۡفُلُ مَرۡیَمَ ۪ وَ مَا کُنۡتَ لَدَیۡہِمۡ اِذۡ یَخۡتَصِمُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Zaalieka mien ambaaa'iel ghaibie noehieehie ielaik; wa maa koenta ladaihiem iez yoelqoena aqlaamahoem ayyoehoem yakfoeloe Maryama wa maa koenta ladaihiem iez yaghtasiemoen
3:44 Dat zijn berichten van het ongeziene die Wij aan jou (Mohammed) openbaren. En jij was niet met hen toen zij hun pennen worpen om te besluiten welke van hen de voogd over Maryam zou nemen, noch was jij daar toen zij (erover) redetwisten.

اِذۡ قَالَتِ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یٰمَرۡیَمُ اِنَّ اللّٰہَ یُبَشِّرُکِ بِکَلِمَۃٍ مِّنۡہُ ٭ۖ اسۡمُہُ الۡمَسِیۡحُ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ وَجِیۡہًا فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ وَ مِنَ الۡمُقَرَّبِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Iz qaalatiel malaaa'iekatoe yaa Maryamoe iennal laaha yoebashshieroekie bie Kaliematiem mienhoes moehoel Masieehoe 'Eesab noe Maryama wadjieehan fied doenyaa wal Aaghieratie wa mienal moeqarrabieen
3:45 (Gedenk) toen de Engelen zeiden: "O Maryam! Voorzeker, Allah geef het goede nieuws van één van Zijn woorden ("Wees!"). Zijn naam is de Messias Isa (Jezus), zoon van Maryam (Maria), geëerd in deze wereld en in het hiernamaals, en behorend tot degenen die dicht bij (Allah) gebracht wordt.

وَ یُکَلِّمُ النَّاسَ فِی الۡمَہۡدِ وَ کَہۡلًا وَّ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa yoekalliemoen naasa fielmahdie wa kahlaw wa mienassaaliehieen
3:46 En hij zal tot de mensen spreken vanuit de wieg en in volwassenheid. En hij zal behoren tot de rechtvaardigen".

قَالَتۡ رَبِّ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ وَلَدٌ وَّ لَمۡ یَمۡسَسۡنِیۡ بَشَرٌ ؕ قَالَ کَذٰلِکِ اللّٰہُ یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ؕ اِذَا قَضٰۤی اَمۡرًا فَاِنَّمَا یَقُوۡلُ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۷۴﴾
Qaalat Rabbie annaa yakoenoe liee waladoew wa lam yamsasniee basharoen qaala kazaaliekiel laahoe yaghloeqoe maa yashaaa'; iezaa qadaaa amran fa iennamaa yaqoeloe lahoe koen fayakoen
3:47 Zij (Maryam) zei: "Mijn Heer, hoe kan ik een kind krijgen als geen man mijn heeft aangeraakt?" Hij (Allah) zei: "Het zal gebeuren, Allah schept wat Hij wil". Hij verordent een zaak, dan zegt Hij er slechts tegen "Wees!", en het geschiedt.

وَ یُعَلِّمُہُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ ﴿۸۴﴾
Wa yoe'alliemoehoel Kietaaba wal Hiekmata wat Tawraata wal Indjieel
3:48 En Hij zal hem het boek (de Koran), de wijsheid (de Hadies), de Taurat en de Injiel onderwijzen.

وَ رَسُوۡلًا اِلٰی بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ ۬ۙ اَنِّیۡ قَدۡ جِئۡتُکُمۡ بِاٰیَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ۙ اَنِّیۡۤ اَخۡلُقُ لَکُمۡ مِّنَ الطِّیۡنِ کَہَیۡـَٔۃِ الطَّیۡرِ فَاَنۡفُخُ فِیۡہِ فَیَکُوۡنُ طَیۡرًۢا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۚ وَ اُبۡرِیُٔ الۡاَکۡمَہَ وَ الۡاَبۡرَصَ وَ اُحۡیِ الۡمَوۡتٰی بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۚ وَ اُنَبِّئُکُمۡ بِمَا تَاۡکُلُوۡنَ وَ مَا تَدَّخِرُوۡنَ ۙ فِیۡ بُیُوۡتِکُمۡ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۹۴﴾
Wa Rasoelan ielaa Banieee Israaa'ieela anniee qad djie'toekoem bie Aayatiem mier Rabbiekoem anniee aghloeqoe lakoem mienattieenie kahai 'atiettairie fa anfoeghoe fieehie fayakoenoe tairam bie iezniel laahie wa oebrie'oel akmaha wal abrasa wa oehyiel mawtaa bie iezniel laahie wa oenabbie'oekoem biemaa taakoeloena wa maa taddaghieroena fiee boeyoetiekoem; ienna fiee zaalieka la Aayatal lakoem ien koentoem moe'mienieen
3:49 En Hij zal hem een Boodschapper maken voor de kinderen van Israël, die zegt: "Voorzeker, ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer, dat ik van klei de vorm van een vogel maak, vervolgens blaas ik erin en het wordt een vogel met de toestemming van Allah. En Ik genees de blinden en de lepralijder. En Ik geef leven aan de dode met de toestemming van Allah. En ik informeer jullie van wat jullie eten en wat jullie in jullie huizen bewaren. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor jullie, als jullie geloven."

وَ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیَّ مِنَ التَّوۡرٰىۃِ وَ لِاُحِلَّ لَکُمۡ بَعۡضَ الَّذِیۡ حُرِّمَ عَلَیۡکُمۡ وَ جِئۡتُکُمۡ بِاٰیَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ۟ فَاتَّقُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوۡنِ ﴿۰۵﴾
Wa moesaddieqal liemaa baina yadaiya mienat Tawraatie wa lieoehiella lakoem ba'dal laziee hoerriema 'alaikoem; wa djie'toekoem bie Aayatiem mier Rabbiekoem fattaqoel laaha wa atiee'oen
3:50 "En (ik ben gekomen om) hetgeen van de Taurat dat voor mij (tijd geopenbaard) was, te bevestigen. En dat ik sommige zaken dat voor jullie verboden was gesteld, wettig te maken. En ik ben met een teken van jullie Heer gekomen. Dus vreest Allah en gehoorzaamt mij".

اِنَّ اللّٰہَ رَبِّیۡ وَ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ ہٰذَا صِرَاطٌ مُّسۡتَقِیۡمٌ ﴿۱۵﴾
Innal laaha Rabbiee wa Rabboekoem fa'boedoeh; haazaa Sieraatoem Moestaqieem
3:51 "Voorzeker, Allah is mijn Heer en jullie Heer, aanbid Hem dus, dit is de rechte Pad".

فَلَمَّاۤ اَحَسَّ عِیۡسٰی مِنۡہُمُ الۡکُفۡرَ قَالَ مَنۡ اَنۡصَارِیۡۤ اِلَی اللّٰہِ ؕ قَالَ الۡحَوَارِیُّوۡنَ نَحۡنُ اَنۡصَارُ اللّٰہِ ۚ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ ۚ وَ اشۡہَدۡ بِاَنَّا مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Falammaaa ahassa 'Eesaa mienhoemoel koefra qaala man ansaariee ielal laahie qaalal Hawaarieyyoena nahnoe ansaaroel laahie aamannaa biellaahie washhad bie annaa moesliemoen
3:52 Toen Isa ongeloof bij hen bemerkte, zei hij: "Wie zullen mij helpers zijn op de weg naar Allah?" De discipelen zeiden: "Wij zijn de dienaren van Allah. Wij geloven in Allah en wij getuigen dat we moslims zijn."

رَبَّنَاۤ اٰمَنَّا بِمَاۤ اَنۡزَلۡتَ وَ اتَّبَعۡنَا الرَّسُوۡلَ فَاکۡتُبۡنَا مَعَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Rabbanaaa aamannaa biemaaa anzalta wattaba'nar Rasoela faktoebnaa ma'ash shaahiedieen
3:53 "Onze Heer, wij geloven in wat U geopenbaard heeft en wij volgen de Boodschapper, schrijf ons daarom tot de getuigen".

وَ مَکَرُوۡا وَ مَکَرَ اللّٰہُ ؕ وَ اللّٰہُ خَیۡرُ الۡمٰکِرِیۡنَ ﴿۴۵﴾
Wa makaroe wa makaral laahoe wallaahoe ghairoel maakierieen
3:54 En zij (de ongelovigen) maakte een complot (om Isa te doden) en Allah maakte een tegen plan (daarvoor). En Allah is het beste in het maken van plannen.

اِذۡ قَالَ اللّٰہُ یٰعِیۡسٰۤی اِنِّیۡ مُتَوَفِّیۡکَ وَ رَافِعُکَ اِلَیَّ وَ مُطَہِّرُکَ مِنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ جَاعِلُ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡکَ فَوۡقَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ ۚ ثُمَّ اِلَیَّ مَرۡجِعُکُمۡ فَاَحۡکُمُ بَیۡنَکُمۡ فِیۡمَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Iz qaalal laahoe yaa 'Eesaaa ienniee moetawaffieeka wa raafie'oeka ielaiya wa moetah hieroeka mienal lazieena kafaroe wa djaa'ieloel lazieenattaba oeka fawqal lazieena kafaroeo ielaa Yawmiel Qieyaamatie soemma ielaiya mardjie'oekoem fa ahkoemoe bainakoem fieemaa koentoem fieehie taghtalieiefoen
3:55 En toen Allah (Zijn plan bekend maakte en) zei: "O Isa! Voorzeker, Ik neem jou tot Mij in zijn geheel (dus levend) en doe jou opstijgen tot Mij en zal jou reinigen van de ongelovigen. En ik zal op de dag des oordeels degenen die jou volgen, superior maken over degenen die niet geloven. Vervolgens, is jullie terugkeer tot Mij en Ik zal berechten waarover jullie in verschillen.

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فَاُعَذِّبُہُمۡ عَذَابًا شَدِیۡدًا فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۫ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۶۵﴾
Fa ammal lazieena kafaroe fa oe'az zieboehoem 'azaaban shadieedan fieddoenyaa wal Aaghieratie wa maa lahoem mien naasierieen
3:56 Wat de ongelovigen betreft, Ik zal hen dan in het wereldse leven en in het hiernamaals straffen met een zware straf. En er zullen geen helpers voor hen zijn.

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَیُوَفِّیۡہِمۡ اُجُوۡرَہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Wa ammal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie fa yoewaffieehiem oedjoerahoem; wallaahoe laa yoehiebboez zaaliemieen
3:57 En wat betreft degenen die gelovigen en goede daden verrichtten, Hij zal hen hun beloningen volledig schenken. En Allah houdt niet van de onrechtvaardigen."

ذٰلِکَ نَتۡلُوۡہُ عَلَیۡکَ مِنَ الۡاٰیٰتِ وَ الذِّکۡرِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۸۵﴾
Zaalieka natloehoe 'alaika mienal Aayaatie wa Ziekriel Hakieem
3:58 Dat is wat Wij van de verzen en de ware gebeurtenissen aan jou (Mohammed) reciteren.

اِنَّ مَثَلَ عِیۡسٰی عِنۡدَ اللّٰہِ کَمَثَلِ اٰدَمَ ؕ خَلَقَہٗ مِنۡ تُرَابٍ ثُمَّ قَالَ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۹۵﴾
Inna masala 'Eesaa 'iendal laahie kamasalie Aadama ghalaqahoe mien toeraabien soemma qaala lahoe koen fayakoen
3:59 Voorzeker, bij Allah is de schepping van Isa gelijk aan die van Adam. Hij schiep hem uit stof en zei vervolgens tot hem, "Wees!", en hij was.

اَلۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَلَا تَکُنۡ مِّنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۰۶﴾
Alhaqqoe mier Rabbieka falaa takoem mienal moemtarieen
3:60 De waarheid komt van jouw Heer, behoor dus niet tot de twijfelaars.

فَمَنۡ حَآجَّکَ فِیۡہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَکَ مِنَ الۡعِلۡمِ فَقُلۡ تَعَالَوۡا نَدۡعُ اَبۡنَآءَنَا وَ اَبۡنَآءَکُمۡ وَ نِسَآءَنَا وَ نِسَآءَکُمۡ وَ اَنۡفُسَنَا وَ اَنۡفُسَکُمۡ ۟ ثُمَّ نَبۡتَہِلۡ فَنَجۡعَلۡ لَّعۡنَتَ اللّٰہِ عَلَی الۡکٰذِبِیۡنَ ﴿۱۶﴾
Faman haaadjdjaka fieehie miem ba'die maa djaaa'aka mienal 'ielmie faqoel ta'aalaw nad'oe abnaaa'anaa wa abnaaa'akoem wa niesaaa'anaa wa niesaaa'akoem wa anfoesanaa wa anfoesakoem soemma nabtahiel fanadj'al la'natal laahie 'alal kaaziebieen
3:61 Wie dan met jou erover (Isa) redetwist, nadat de kennis tot jou is gekomen, zeg dan: "Kom, laten we onze zonen en jullie zonen, onze vrouwen en jullie vrouwen, en wijzelf en jullie zelf bij elkaar roepen. Laten wij dan nederig bidden en de vloek van Allah over de leugenaars roepen."

اِنَّ ہٰذَا لَہُوَ الۡقَصَصُ الۡحَقُّ ۚ وَ مَا مِنۡ اِلٰہٍ اِلَّا اللّٰہُ ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۲۶﴾
Innaa haazaa lahoewal qasasoel haqq; wa maa mien ielaahien iellal laah; wa iennal laahaa la Hoewal 'Azieezoel Hakieem
3:62 Voorzeker, dit is zeker de ware gebeurtenis. En er is geen andere deïteit\godheid dan Allah. En waarlijk, Allah!, zeker Hij is de Almachtige, de Alwijze.

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِالۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۳۶﴾
Fa ien tawallaw fa iennal laaha'alieemoen biel moefsiedieen
3:63 En als zij zich afkeren, dan voorzeker Allah is Alwetend over de verderfzaaiers.

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ تَعَالَوۡا اِلٰی کَلِمَۃٍ سَوَآءٍۢ بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمۡ اَلَّا نَعۡبُدَ اِلَّا اللّٰہَ وَ لَا نُشۡرِکَ بِہٖ شَیۡئًا وَّ لَا یَتَّخِذَ بَعۡضُنَا بَعۡضًا اَرۡبَابًا مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَقُوۡلُوا اشۡہَدُوۡا بِاَنَّا مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۴۶﴾
Qoel yaa Ahlal Kietaabie ta'aalaw ielaa Kaliematien sawaaa'iem bainanaa wa bainakoem allaa na'boeda iellal laaha wa laa noeshrieka biehiee shai'aw wa laa yattaghieza ba'doenaa ba'dan arbaabam mien doeniel laah; fa ien tawallaw faqoeloesh hadoe bie annaa moesliemoen
3:64 Zeg: "O mensen van het boek! Kom tot een woord dat overeenkomstig is tussen jullie en ons, dat wij niemand aanbidden behalve Allah, en dat wij geen enkel gelijke naast Hem plaatsen en dat sommige van ons anderen niet als heren naast Allah nemen". Als zij zich dan afkeren, zegt dan: "Getuig dat wij moslims zijn".

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تُحَآجُّوۡنَ فِیۡۤ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَتِ التَّوۡرٰىۃُ وَ الۡاِنۡجِیۡلُ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۵۶﴾
Yaaa Ahlal Kietaabie liemaa toehaaadjdjoena fieee Ibraahieema wa maaa oenzielatiet Tawraatoe wal Indjieeloe iellaa miem ba'dieh; afala ta'qieloen
3:65 O mensen van het Boek! Waarom redetwisten jullie over Ibrahiem, terwijl de Taurat en de Injiel na hem zijn geopenbaard?" Waarom gebruiken jullie dan je verstand niet?"

ہٰۤاَنۡتُمۡ ہٰۤؤُلَآءِ حَاجَجۡتُمۡ فِیۡمَا لَکُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ فَلِمَ تُحَآجُّوۡنَ فِیۡمَا لَیۡسَ لَکُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Haaa antoem haaa'oelaaa'ie haadjadjtoem fieemaa lakoem biehiee 'ielmoen faliema toehaaadjdjoenaa fieemaa laisa lakoem biehiee 'ielm; wallaahoe ya'lamoe wa antoem laa ta'lamoen
3:66 Zie! Jullie zijn degenen die redetwisten over iets waar jullie kennis van hebben, maar waarom redetwisten jullie dan over iets waar jullie geen kennis van hebben? En Allah weet, terwijl jullie niet weten.

مَا کَانَ اِبۡرٰہِیۡمُ یَہُوۡدِیًّا وَّ لَا نَصۡرَانِیًّا وَّ لٰکِنۡ کَانَ حَنِیۡفًا مُّسۡلِمًا ؕ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۷۶﴾
Maa kaana Ibraahieemoe Yahoedieyyaw wa laa Nasraa nieyyaw wa laakien kaana Hanieefam Moesliemaw wa maa kaana mienal moeshriekieen
3:67 Ibrahiem was geen Jood, noch Christen, maar hij was een hanifan Moslim (zuiver aanbiddend). En hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders.

اِنَّ اَوۡلَی النَّاسِ بِاِبۡرٰہِیۡمَ لَلَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُ وَ ہٰذَا النَّبِیُّ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ وَلِیُّ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۶﴾
Innaa awlan naasie bie Ibraahieema lallazieenat taba 'oehoe wa haazan nabieyyoe wallazieena aamanoe; wallaahoe walieyyoel moe'mienieen
3:68 Voorzeker, de mensen die het meeste aanspraak maken op een band met Ibrahiem, zijn degenen die hem volgden (van het volk van Ibrahiem), en die deze profeet (Mohammed v.z.m.h) volgen en degenen die geloven (metgezellen van de profeet en zijn gehele gemeenschap tot aan de dag des oordeels). En Allah is de Beschermer van de gelovigen.

وَدَّتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ لَوۡ یُضِلُّوۡنَکُمۡ ؕ وَ مَا یُضِلُّوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡفُسَہُمۡ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Waddat taaa'iefatoem mien Ahliel Kietaabie law yoediel loenakoem wa maa yoedielloena iellaaa anfoesahoem wa maa yash'oeroen
3:69 Een groep onder de mensen van het boek wensten dat zij jou in dwalen konden brengen. Maar zij laten niemand behalve zichzelf dwalen, zonder dat ze het merken.

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ اَنۡتُمۡ تَشۡہَدُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Yaaa Ahlal Kietaabie liema takfoeroena bie Aayaatiel laahie wa antoem tash hadoen
3:70 O mensen van het boek! Waarom verwerpen jullie de Tekenen van Allah, terwijl jullie zelf getuigen (over de waarheid)?

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَلۡبِسُوۡنَ الۡحَقَّ بِالۡبَاطِلِ وَ تَکۡتُمُوۡنَ الۡحَقَّ وَ اَنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۷﴾
Yaaa Ahalal Kietaabie liema talbiesoenal haqqa bielbaatielie wa taktoemoenal haqqa wa antoem ta'lamoen
3:71 O mensen van het boek! Waarom vermengen jullie de waarheid met de valsheid en verbergen jullie de waarheid terwijl jullie het weten (dat het de waarheid is)?

وَ قَالَتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ اٰمِنُوۡا بِالَّذِیۡۤ اُنۡزِلَ عَلَی الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَجۡہَ النَّہَارِ وَ اکۡفُرُوۡۤا اٰخِرَہٗ لَعَلَّہُمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۲۷﴾
Wa qaalat taaa'iefatoem mien Ahliel Kietaabie aamienoe biellazieee oenziela 'alal lazieena aamanoe wadjhan nahaarie wakfoeroeo aaghierahoe la'alla hoem yardjie'oen
3:72 En een groep onder de mensen van het boek zeiden: "Geloof aan het begin van de dag, in datgeen wat aan de gelovigen geopenbaard was, maar verwerp het aan het eind van de dag, misschien zullen zij (de gelovigen) dan terugkeren (naar ongeloof, door het creëren van twijfel).

وَ لَا تُؤۡمِنُوۡۤا اِلَّا لِمَنۡ تَبِعَ دِیۡنَکُمۡ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡہُدٰی ہُدَی اللّٰہِ ۙ اَنۡ یُّؤۡتٰۤی اَحَدٌ مِّثۡلَ مَاۤ اُوۡتِیۡتُمۡ اَوۡ یُحَآجُّوۡکُمۡ عِنۡدَ رَبِّکُمۡ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡفَضۡلَ بِیَدِ اللّٰہِ ۚ یُؤۡتِیۡہِ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۳۷﴾
Wa laa toe'mienoeo iellaa lieman tabie'a dieenakoem qoel iennal hoedaa hoedal laahie ay yoe'taaa ahadoem miesla maaa oetieetoem aw yoehaaadjdjoekoem 'ienda Rabbiekoem, qoel iennal fadla bieyadiel laah; yoe'tieehie may yashaaa'; wallaahoe Waasie'oen 'Alieem
3:73 En geloof niemand (onder de gelovigen) behalve als het iemand is die jullie religie volgt". Zeg: "Voorzeker, de ware leiding is de leiding van Allah. Het is Zijn wil dat Hij iemand zegent met het gelijke van wat voorheen aan jullie gegeven was of dat (met sterke argumenten zodat) zij met jullie kunnen redetwisten in de nabijheid van jullie Heer". Zeg: "Voorzeker, de gunsten bevinden zich in de Hand van Allah. Hij geeft het aan wie Hij wil en Allah is Allesomvattend, Alwetend.

یَّخۡتَصُّ بِرَحۡمَتِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ ذُو الۡفَضۡلِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۴۷﴾
Yaghtassoe bierahmatiehiee may yashaaa'; wallaahoe zoelfadliel 'azieem
3:74 Hij kent Zijn Barmhartigheid toe aan wie Hij wil en Allah is de Bezitter van de grootste Geschenken.

وَ مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ مَنۡ اِنۡ تَاۡمَنۡہُ بِقِنۡطَارٍ یُّؤَدِّہٖۤ اِلَیۡکَ ۚ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ اِنۡ تَاۡمَنۡہُ بِدِیۡنَارٍ لَّا یُؤَدِّہٖۤ اِلَیۡکَ اِلَّا مَادُمۡتَ عَلَیۡہِ قَآئِمًا ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَالُوۡا لَیۡسَ عَلَیۡنَا فِی الۡاُمِّیّٖنَ سَبِیۡلٌ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۷﴾
Wa mien Ahliel Kietaabie man ien ta'manhoe bieqientaariey yoe'addiehiee ielaika wa mienhoem man ien ta'manhoe bie dieenaarien laa yoe'addiehieee ielaika iellaa maa doemta 'alaihie qaaa' iemaa; zaalieka bieannahoem qaaloe laisa 'alainaa fiel oemmieyyieena sabieeloew wa yaqoeloena 'alal laahiel kazieba wa hoem ya'lamoen
3:75 En onder de mensen van het boek zijn er (mensen) die, als jij hem een schat toevertrouwt zal hij het aan jou teruggeven. En onder hen zijn er (ook mensen) als jij hem een dinar toevertrouwt zal hij het niet teruggeven, alleen pas na herhaaldelijk erop aandringen. Dit (praten ze goed) door te zeggen: "Op ons rust er geen verantwoording tot de ongeletterde (m.b.t. tot Allah's boodschap)". (Implicerend dat dit opgelegd is door Allah). En zij spreken over Allah de leugen uit terwijl zij het weten.

بَلٰی مَنۡ اَوۡفٰی بِعَہۡدِہٖ وَ اتَّقٰی فَاِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۶۷﴾
Balaa man awfaa bie'ahdiehiee wattaqaa fa-iennal laaha yoehiebboel moettaqieen
3:76 Nee! Wie dan ook zijn verbond vervult en Allah vreest, dan voorzeker Allah houdt van de Mutaqoens (degenen die Taqwa hebben).

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَشۡتَرُوۡنَ بِعَہۡدِ اللّٰہِ وَ اَیۡمَانِہِمۡ ثَمَنًا قَلِیۡلًا اُولٰٓئِکَ لَا خَلَاقَ لَہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ وَ لَا یُکَلِّمُہُمُ اللّٰہُ وَ لَا یَنۡظُرُ اِلَیۡہِمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ وَ لَا یُزَکِّیۡہِمۡ ۪ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۷۷﴾
Innal lazieena yashtaroena bie'ahdiel laahie wa aymaaniehiem samanan qalieelan oelaaa'ieka laa ghalaaqa lahoem fiel Aaghieratie wa laa yoekalliemoehoemoel laahoe wa laa yanzoeroe ielaihiem Yawmal Qieyaamatie wa laa yoezakkieehiem wa lahoem 'azaboen 'alieem
3:77 Voorzeker, voor degenen die het verbond met Allah en hun eden (plechtige beloftes) voor kleine prijs verruilen, is er geen aandeel in het hiernamaals. En Allah zal niet tot hen spreken, noch zal Hij naar hen kijken op de Dag des oordeels, en noch zal Hij hen zuiveren. Voor hen is er een pijnlijke straf.

وَ اِنَّ مِنۡہُمۡ لَفَرِیۡقًا یَّلۡوٗنَ اَلۡسِنَتَہُمۡ بِالۡکِتٰبِ لِتَحۡسَبُوۡہُ مِنَ الۡکِتٰبِ وَ مَا ہُوَ مِنَ الۡکِتٰبِ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ وَ مَا ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۷﴾
Wa ienna mienhoem lafariee qay yalwoena alsienatahoem biel Kietaabie lietahsaboehoe mienal Kietaab, wa maa hoewa mienal Kietaabie wa yaqoeloena hoewa mien 'iendiellaahie wa maa hoewa mien 'iendiellaahie wa yaqoeloena 'alal laahiel kazieba wa hoem ya'lamoen
3:78 En voorzeker, onder hen is er een groep die hun tongen verdraaien tijdens de voordracht van het boek, zodat jullie denken dat het in het boek vermeld staat, terwijl het niet in het boek vermeld staat. En zij zeggen: "Het komt van Allah," terwijl het niet van Allah komt. En zij zeggen leugens over Allah, terwijl zij het weten.

مَا کَانَ لِبَشَرٍ اَنۡ یُّؤۡتِیَہُ اللّٰہُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحُکۡمَ وَ النُّبُوَّۃَ ثُمَّ یَقُوۡلَ لِلنَّاسِ کُوۡنُوۡا عِبَادًا لِّیۡ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ کُوۡنُوۡا رَبّٰنِیّٖنَ بِمَا کُنۡتُمۡ تُعَلِّمُوۡنَ الۡکِتٰبَ وَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَدۡرُسُوۡنَ ﴿۹۷﴾
Maa kaana liebasharien ay yoe'tieyahoel laahoel Kietaaba walhoekma wan Noeboewwata soemma yaqoela liennaasie koenoe 'iebaadal liee mien doeniel laahie wa laakien koenoe rabbaaniey yieena biemaa koentoem toe'alliemoenal Kietaaba wa biemaa koentoem tadroesoen
3:79 Het is niet reëel voor een mens, nadat hem het Boek, de wijsheid en het profeetschap gegeven is, om te zeggen tegen de mensen: "Wees aanbidders van mij naast Allah". Echter hij zal zeggen: "Wees aanbidder van De Heer, omdat jullie het boek onderwijzen en bestuderen."

وَ لَا یَاۡمُرَکُمۡ اَنۡ تَتَّخِذُوا الۡمَلٰٓئِکَۃَ وَ النَّبِیّٖنَ اَرۡبَابًا ؕ اَیَاۡمُرُکُمۡ بِالۡکُفۡرِ بَعۡدَ اِذۡ اَنۡتُمۡ مُّسۡلِمُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Wa laa yaamoerakoem an tattaghiezoel malaaa 'iekata wan Nabieyyieena arbaabaa; a yaamoeroekoem bielkoefrie ba'da iez antoem moesliemoen
3:80 En Hij zal jullie niet bevelen om de engelen en de profeten als heren te nemen. Zou hij jullie bevelen tot ongeloof nadat jullie moslims zijn geworden?

وَ اِذۡ اَخَذَ اللّٰہُ مِیۡثَاقَ النَّبِیّٖنَ لَمَاۤ اٰتَیۡتُکُمۡ مِّنۡ کِتٰبٍ وَّ حِکۡمَۃٍ ثُمَّ جَآءَکُمۡ رَسُوۡلٌ مُّصَدِّقٌ لِّمَا مَعَکُمۡ لَتُؤۡمِنُنَّ بِہٖ وَ لَتَنۡصُرُنَّہٗ ؕ قَالَ ءَاَقۡرَرۡتُمۡ وَ اَخَذۡتُمۡ عَلٰی ذٰلِکُمۡ اِصۡرِیۡ ؕ قَالُوۡۤا اَقۡرَرۡنَا ؕ قَالَ فَاشۡہَدُوۡا وَ اَنَا مَعَکُمۡ مِّنَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۱۸﴾
Wa iez aghazal laahoe mieesaaqan Nabieyyieena lamaaa aataitoekoem mien Kietaabiew wa Hiekmatien soemma djaaa'akoem Rasoeloem moesaddieqoel liemaa ma'akoem latoe'mienoenna biehiee wa latansoeroennah; qaala a'aqrartoem wa aghaztoem alaa zaaliekoem iesriee qaaloeo aqrarnaa; qaala fashhadoe wa ana ma'akoem mienash shaahiedieen
3:81 En (gedenk) toen Allah een verbond aanging met de profeten: "Voorzeker, (het maakt niet uit) wat Ik van het boek en de wijsheid aan jullie gegeven heb, wanneer er een boodschapper tot jullie komt, die hetgeen bevestigt dat bij jullie is, dan moeten jullie in hem geloven en hem helpen." Hij (Allah) zei:" Stemmen jullie hiermee in en gaan jullie op deze voorwaarde Mijn verbond aan?" Zei zeiden: "Wij accepteren (het verbond)." Hij zei:" Getuig dan en Ik behoor met jullie tot de getuigen."

فَمَنۡ تَوَلّٰی بَعۡدَ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Faman tawallaa ba'da zaalieka fa oelaaa'ieka hoemoel faasieqoen
3:82 Wie zich dan daarna afwendt, dat zijn degene die Fasiqun zijn (degenen die zich afkeren van Allah's gehoorzaamheid).

اَفَغَیۡرَ دِیۡنِ اللّٰہِ یَبۡغُوۡنَ وَ لَہٗۤ اَسۡلَمَ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ طَوۡعًا وَّ کَرۡہًا وَّ اِلَیۡہِ یُرۡجَعُوۡنَ ﴿۳۸﴾
Afaghaira dieeniel laahie yabghoena wa lahoeo aslama man fies samaawaatie wal ardie taw'aw wa karhaw wa ielaihie yoerdja'oen
3:83 Dus, zoeken ze een andere religie dan die van Allah? Terwijl al datgeen wat in de hemelen en op de aarde is gewillig of ongewillig aan Hem onderworpen heeft. En tot Hem zullen zij terugkeren.

قُلۡ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡنَا وَ مَاۤ اُنۡزِلَ عَلٰۤی اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ وَ الۡاَسۡبَاطِ وَ مَاۤ اُوۡتِیَ مُوۡسٰی وَ عِیۡسٰی وَ النَّبِیُّوۡنَ مِنۡ رَّبِّہِمۡ ۪ لَا نُفَرِّقُ بَیۡنَ اَحَدٍ مِّنۡہُمۡ ۫ وَ نَحۡنُ لَہٗ مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۴۸﴾
Qoel aamannaa biellaahie wa maaa oenziela 'alainaa wa maaa oenziela 'alaaa Ibraahieema wa Ismaa'ieela wa Ishaaqa wa Ya'qoeba wal Asbaatie wa maaa oetieya Moesaa wa 'Eesaa wan Nabieyyoena mier Rabbiehiem laa noefarrieqoe baina ahadiem mienhoem wa nahnoe lahoe moesliemoen
3:84 Zeg: "Wij geloven in Allah, en in wat er aan ons, aan Ibrahiem, Ismaiel, Izaak, Jakob en de Asbaat (de afstammelingen van Jakob's kinderen) geopenbaard is en in datgeen wat aan Moesa, Isa en al de profeten van hun Heer gegeven was. Wij maken geen onderscheid in geen enkel van hen en Wij hebben ons onderworpen tot Hem (Allah).

وَ مَنۡ یَّبۡتَغِ غَیۡرَ الۡاِسۡلَامِ دِیۡنًا فَلَنۡ یُّقۡبَلَ مِنۡہُ ۚ وَ ہُوَ فِی الۡاٰخِرَۃِ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۵۸﴾
Wa may yabtaghie ghairal Islaamie dieenan falay yoeqbala mienhoe wa hoewa fiel Aaghieratie mienal ghaasierieen
3:85 En wie dan ook een andere religie dan de Islam zoekt, nooit zal deze geaccepteerd worden van hem. En hij zal in het hiernamaals tot de verliezers behoren.

کَیۡفَ یَہۡدِی اللّٰہُ قَوۡمًا کَفَرُوۡا بَعۡدَ اِیۡمَانِہِمۡ وَ شَہِدُوۡۤا اَنَّ الرَّسُوۡلَ حَقٌّ وَّ جَآءَہُمُ الۡبَیِّنٰتُ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Kaifa yahdiel laahoe qawman kafaroe ba'da ieemaaniehiem wa shahiedoeo annar Rasoela haqqoew wa djaaa'ahoemoel baiyienaat; wallaahoe laa yahdiel qawmaz zaaliemieen
3:86 Hoe zou Allah een volk leiden die het geloof verwerpt, nadat ze geloofden en getuigd hebben dat de Boodschapper waar is en nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen? En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.

اُولٰٓئِکَ جَزَآؤُہُمۡ اَنَّ عَلَیۡہِمۡ لَعۡنَۃَ اللّٰہِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ وَ النَّاسِ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۷۸﴾
Oelaaa'ieka djazaaa'oehoem anna 'alaihiem la'natal laahie walmalaaa'iekatie wannaasie adjma'ieen
3:87 Zij! Hun vergoeding is dat op hen de vloek van Allah, de Engelen en de gehele mensheid rust.

خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ۚ لَا یُخَفَّفُ عَنۡہُمُ الۡعَذَابُ وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۸۸﴾
ghaaliedieena fieehaa laa yoeghaffafoe 'anhoemoel 'azaaboe wa laa hoem yoenzaroen
3:88 Zij zullen daar (de hel) eeuwig in vertoeven. De straf zal niet voor hen worden verlicht en noch zal voor hen uitstel verleend worden.

اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ وَ اَصۡلَحُوۡا ۟ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۹۸﴾
Illal lazieena taaboe miem ba'die zaalieka wa aslahoe fa iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
3:89 Behalve degenen die daarna berouw hebben en zichzelf beteren. Dan voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بَعۡدَ اِیۡمَانِہِمۡ ثُمَّ ازۡدَادُوۡا کُفۡرًا لَّنۡ تُقۡبَلَ تَوۡبَتُہُمۡ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الضَّآلُّوۡنَ ﴿۰۹﴾
Innal lazieena kafaroe ba'da ieemaaniehiem soemmaz daadoe koefral lan toeqbala tawbatoehoem wa oelaaa'ieka hoemoed daaalloen
3:90 Voorwaar, degenen die niet (meer) geloven en in ongeloof toenemen nadat ze hebben gelooft, nooit zal hun berouw geaccepteerd worden. En zij zijn degenen die op een dwaalspoor zijn.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ مَاتُوۡا وَ ہُمۡ کُفَّارٌ فَلَنۡ یُّقۡبَلَ مِنۡ اَحَدِہِمۡ مِّلۡءُ الۡاَرۡضِ ذَہَبًا وَّلَوِ افۡتَدٰی بِہٖ ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ وَّ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۱۹﴾
Innal lazieena kafaroe wa maatoe wa hoem koeffaaroen falay yoeqbala mien ahadiehiem miel'oel ardie zahabaw wa lawieftadaa bieh; oelaaa 'ieka lahoem 'azaaboen alieemoew wa maa lahoem mien naasierieen
3:91 Voorwaar, degenen die niet geloven en overlijden terwijl ze ongelovig zijn, nooit zal er een wereld vol van goud van één van hun geaccepteerd worden. Zelfs als hij het aanbiedt als losgeld. Zij!, voor hen is er een pijnlijke straf en er zullen voor hen geen enkel helpers zijn.

لَنۡ تَنَالُوا الۡبِرَّ حَتّٰی تُنۡفِقُوۡا مِمَّا تُحِبُّوۡنَ ۬ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡا مِنۡ شَیۡءٍ فَاِنَّ اللّٰہَ بِہٖ عَلِیۡمٌ ﴿۲۹﴾
Lan tanaaloel bierra hattaa toenfieqoe miemmaa toehiebboen; wa maa toenfieqoe mien shai'ien fa iennal laaha biehiee 'Alieem
3:92 Jullie zullen de vroomheid niet bereiken totdat jullie (een deel) weggeven van hetgeen waar jullie van houden. En wat jullie dan ook van iets weggeven, voorzeker Allah is Alwetend erover.

کُلُّ الطَّعَامِ کَانَ حِلًّا لِّبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اِلَّا مَا حَرَّمَ اِسۡرَآءِیۡلُ عَلٰی نَفۡسِہٖ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ تُنَزَّلَ التَّوۡرٰىۃُ ؕ قُلۡ فَاۡتُوۡا بِالتَّوۡرٰىۃِ فَاتۡلُوۡہَاۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۳۹﴾
Koelloet ta'aamie kaana hiellal lie Banieee Israaa'ieela iellaa maa harrama Israaa'ieeloe 'alaa nafsiehiee mien qablie an toenazzalat Tawraah; qoel faatoe biet Tawraatie fatloehaaa ien koentoem saadieqieen
3:93 Alle voedsel was geoorloofd voor de Kinderen van Israël, behalve wat Israël (hier wordt gerefereerd naar profeet Jakob, Israël was ook een naam van profeet Jakob) voor zichzelf onwettig verklaarde voordat de Taurat neergezonden werd. Zeg: "Breng de Taurat en lees het op als jullie streven naar de waarheid".

فَمَنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۴۹﴾
Famanief taraa 'alal laahielkazieba miem ba'die zaalieka fa oelaaa'ieka hoemoez zaaliemoen
3:94 Wie dan ook daarna een leugen over Allah verzint, dat zijn de onrechtplegers.

قُلۡ صَدَقَ اللّٰہُ ۟ فَاتَّبِعُوۡا مِلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ؕ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۵۹﴾
Qoel sadaqal laah; fattabie'oe Miellata Ibraahieema Hanieefaw wa maa kaana mienal moesh riekieen
3:95 Zeg: "Allah heeft de Waarheid gesproken, volg dus de geloofsopvatting van Ibrahiem, een pure monotheïst. En hij behoorde niet tot de polytheïsten".

اِنَّ اَوَّلَ بَیۡتٍ وُّضِعَ لِلنَّاسِ لَلَّذِیۡ بِبَکَّۃَ مُبٰرَکًا وَّ ہُدًی لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۶۹﴾
Inna awwala Baitiew woedie'a liennaasie lallaziee bie Bakkata moebaarakaw wa hoedal liel 'aalamieen
3:96 Voorzeker, het eerste Huis (Kabaa) dat voor de mensheid gebouwd is, is degene die zich bevindt in Bakka (andere benaming voor Mekka), vol van zegeningen en (het centrum voor) leiding voor de werelden. (Notitie: De eerste versie van de Kabaa is door engelen gemaakt. Adam was namelijk de eerste van de mensheid. Zie ook 2:127 en 22:26.)

فِیۡہِ اٰیٰتٌۢ بَیِّنٰتٌ مَّقَامُ اِبۡرٰہِیۡمَ ۬ۚ وَ مَنۡ دَخَلَہٗ کَانَ اٰمِنًا ؕ وَ لِلّٰہِ عَلَی النَّاسِ حِجُّ الۡبَیۡتِ مَنِ اسۡتَطَاعَ اِلَیۡہِ سَبِیۡلًا ؕ وَ مَنۡ کَفَرَ فَاِنَّ اللّٰہَ غَنِیٌّ عَنِ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۹﴾
Fieehie Aayaatoem baiyienaatoem Maqaamoe Ibraahieema wa man daghalahoe kaana aamienaa; wa liellaahie 'alan naasie Hiedjdjoel Baitie manies tataa'a ielaihie sabieelaa; wa man kafara fa iennal laaha ghanieyyoen 'aniel 'aalamieen
3:97 Daarin zijn er duidelijke Tekenen, (zoals) de standplaats van Ibrahiem, en wie dan ook er in binnengaat is veilig. En de bedevaart is verplicht gesteld door Allah op de mensen die in staat zijn om er heen te gaan. Wie dan ongelovig is, voorzeker (weet) dat Allah vrij is van enige behoefte voor het universum.

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ٭ۖ وَ اللّٰہُ شَہِیۡدٌ عَلٰی مَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸۹﴾
Qoel yaaa Ahlal Kietaabie liema takfoeroena bie Aayaatiellaahie wallaahoe shahieedoen 'alaa maa ta'maloen
3:98 Zeg: "O Mensen van het Boek, waarom geloven jullie niet in de Tekenen van Allah, terwijl Allah een getuige is over datgeen wat jullie doen?"

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَصُدُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ مَنۡ اٰمَنَ تَبۡغُوۡنَہَا عِوَجًا وَّ اَنۡتُمۡ شُہَدَآءُ ؕ وَ مَا اللّٰہُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۹﴾
Qoel yaaa Ahlal Kietaabie liema toesoeddoena 'an sabieeliel laahie man aamana tabghoenahaa 'iewadjaw wa antoem shoehadaaa'; wa mallaahoe bieghaafielien 'ammaa ta'maloen
3:99 Zeg: "O Mensen van het Boek, waarom bemoeilijken jullie degenen die geloven op de weg van Allah, zoekende om het krom te maken, terwijl jullie getuigen zijn. En Allah is niet onwetend met wat jullie doen".

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنۡ تُطِیۡعُوۡا فَرِیۡقًا مِّنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ یَرُدُّوۡکُمۡ بَعۡدَ اِیۡمَانِکُمۡ کٰفِرِیۡنَ ﴿۰۰۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe ien toetiee'oe farieeqam mienal lazieena oetoel Kietaaba yaroeddoekoem ba'da ieemaaniekoem kaafierieen
3:100 O jullie die geloven! Als jullie een groep van de mensen van het Boek gehoorzamen, dan zullen zij jullie tot ongelovigen doen terugkeren nadat jullie geloofd hebben.

وَ کَیۡفَ تَکۡفُرُوۡنَ وَ اَنۡتُمۡ تُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتُ اللّٰہِ وَ فِیۡکُمۡ رَسُوۡلُہٗ ؕ وَ مَنۡ یَّعۡتَصِمۡ بِاللّٰہِ فَقَدۡ ہُدِیَ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۱۰۱﴾
Wa kaifa takfoeroena wa antoem toetlaa 'alaikoem Aayaatoel laahie wa fieekoem Rasoeloeh; wa may ya'tasiem biellaahie faqad hoedieya ielaa Sieraatiem Moestaqieem
3:101 En hoe kunnen jullie niet geloven, terwijl de verzen van Allah aan jullie voorgelezen worden, en Zijn Boodschapper onder jullie bevindt? En wie dan ook zich stevig aan Allah vast houdt, dan voorzeker hij wordt naar de rechte pad geleid.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوا اللّٰہَ حَقَّ تُقٰتِہٖ وَ لَا تَمُوۡتُنَّ اِلَّا وَ اَنۡتُمۡ مُّسۡلِمُوۡنَ ﴿۲۰۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoet taqoel laaha haqqa toeqaatiehiee wa laa tamoetoenna iellaa wa antoem moesliemoen
3:102 O jullie die geloven, vrees Allah omdat Hij het recht heeft om gevreesd te worden, en sterf niet (in een andere overgave) behalve als die van moslims.

وَ اعۡتَصِمُوۡا بِحَبۡلِ اللّٰہِ جَمِیۡعًا وَّ لَا تَفَرَّقُوۡا ۪ وَ اذۡکُرُوۡا نِعۡمَتَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ اِذۡ کُنۡتُمۡ اَعۡدَآءً فَاَلَّفَ بَیۡنَ قُلُوۡبِکُمۡ فَاَصۡبَحۡتُمۡ بِنِعۡمَتِہٖۤ اِخۡوَانًا ۚ وَ کُنۡتُمۡ عَلٰی شَفَا حُفۡرَۃٍ مِّنَ النَّارِ فَاَنۡقَذَکُمۡ مِّنۡہَا ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمۡ اٰیٰتِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَہۡتَدُوۡنَ ﴿۳۰۱﴾
Wa'tasiemoe bie Habliel laahie djamiee'aw wa laa tafarraqoe; wazkoeroe nie'matal laahie alaikoem iez koentoem a'daaa'an fa allafa baina qoeloebiekoem fa asbah toem bienie'matiehieee ieghwaanaw wa koentoem 'alaa shafaa hoefratiem mienan Naarie fa anqazakoem mienhaa; kazaalieka yoebaiyienoel laahoe lakoem aayaatiehiee la'allakoem tahtadoen
3:103 En houdt allen stevig vast aan het touw (de leiding) van Allah en weest niet verdeeld. En gedenk de gunst van Allah op jullie dat, toen jullie vijanden waren Hij jullie harten bevriend maakte. Door Zijn gunst werden jullie broeders van elkaar, terwijl jullie zich op de rand van de hel bevonden en Hij jullie daarvan redde. Zo maakt Allah Zijn Tekenen duidelijk voor jullie, zodat jullie (erdoor) geleid mogen worden. (Hier wordt gerefereerd naar de stammen in Medina en de hun acceptatie van de Islam).

وَلۡتَکُنۡ مِّنۡکُمۡ اُمَّۃٌ یَّدۡعُوۡنَ اِلَی الۡخَیۡرِ وَ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ یَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۴۰۱﴾
Waltakoem mien-koem oemmatoey yad'oena ielal ghairie wa ya'moeroena biel ma'roefie wa yanhawna 'aniel moen-kar; wa oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
3:104 En laat er mensen onder jullie zijn die tot het goede uitnodigen, die de juistheid bevelen en het slechte verbieden. Zij zijn degenen die groeien in succes.

وَ لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّذِیۡنَ تَفَرَّقُوۡا وَ اخۡتَلَفُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَہُمُ الۡبَیِّنٰتُ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۵۰۱﴾
Wa laa takoenoe kallazieena tafarraqoe waghtalafoe miem ba'die maa djaaa'ahoemoel baiyienaat; wa oelaaa'ieka lahoem 'azaaboen 'azieem
3:105 En wees niet als degenen die (onderling) verdeeld raakten en van mening verschilden, nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen. En voor hun is er een zware straf.

یَّوۡمَ تَبۡیَضُّ وُجُوۡہٌ وَّ تَسۡوَدُّ وُجُوۡہٌ ۚ فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اسۡوَدَّتۡ وُجُوۡہُہُمۡ ۟ اَکَفَرۡتُمۡ بَعۡدَ اِیۡمَانِکُمۡ فَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡفُرُوۡنَ ﴿۶۰۱﴾
Yawma tabie yaddoe woedjoehoew wa taswaddoe woedjoeh; fa-ammal lazieenas waddat woedjoe hoem akafartoem ba'da ieemaaniekoem fazoeqoel 'azaaba biemaa koentoem takfoeroen
3:106 Op de Dag (des oordeels) zullen er gezichten wit worden en zullen er gezichten zwart worden. En wat betreft degenen waarvan de gezichten zwart zijn geworden (zal tegen hen gezegd worden:) "Zijn jullie tot het ongeloof vervallen nadat jullie getuigt hebben. Proef dan de straf van jullie ongeloof." (Hier wordt gerefereerd naar de getuigenis die ieder persoon heeft gedaan, zie 7:172).

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ ابۡیَضَّتۡ وُجُوۡہُہُمۡ فَفِیۡ رَحۡمَۃِ اللّٰہِ ؕ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۷۰۱﴾
Wa ammal lazieena bie yaddat woedjoehoehoem fafiee rahmatiel laahie hoem fieehaa ghaaliedoen
3:107 En wat betreft degenen waarvan de gezichten wit zijn geworden, zij zullen zich bevinden in de Barmhartigheid van Allah. Zij zullen zich er voor altijd in vertoeven.

تِلۡکَ اٰیٰتُ اللّٰہِ نَتۡلُوۡہَا عَلَیۡکَ بِالۡحَقِّ ؕ وَ مَا اللّٰہُ یُرِیۡدُ ظُلۡمًا لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۸۰۱﴾
Tielka Aayaatoel laahie natloehaa 'alaika bielhaqq; wa mal laahoe yoerieedoe zoelmalliel 'aalamieen
3:108 Dit zijn de Verzen van Allah: Wij lezen ze in waarheid op voor jou (Mohammed). Allah wil geen onrechtvaardigheid voor de werelden.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ تُرۡجَعُ الۡاُمُوۡرُ ﴿۹۰۱﴾
Wa liellaahie maa fiessamaawaatie wa maa fiel ard; wa ielal laahie toerdja'oel oemoer
3:109 En tot Allah behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde bevindt. En alle zaken zullen tot Allah worden teruggebracht.

کُنۡتُمۡ خَیۡرَ اُمَّۃٍ اُخۡرِجَتۡ لِلنَّاسِ تَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ تَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ تُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ ؕ وَ لَوۡ اٰمَنَ اَہۡلُ الۡکِتٰبِ لَکَانَ خَیۡرًا لَّہُمۡ ؕ مِنۡہُمُ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ وَ اَکۡثَرُہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۰۱۱﴾
Koentoem ghaira oemmatien oeghriedjat liennaasie ta'moeroena bielma'roefie wa tanhawna 'aniel moen-karie wa toe'mienoena biellaah; wa law aamana Ahloel Kietaabie lakaana ghairal lahoem mienhoemoel moe'mienoena wa aksaroehoemoel faasieqoen
3:110 Jullie zijn de beste Ummah (gemeenschap) die voortgebracht is uit de mensheid, die de juistheid bevelen en die het slechte verbieden en in Allah geloven. En als de mensen van het Boek maar hadden gelooft, dat zou zeker beter voor hen zelf zijn geweest. Onder hen bevinden zich gelovigen, maar de meeste zijn uitdagend ongehoorzaam.

لَنۡ یَّضُرُّوۡکُمۡ اِلَّاۤ اَذًی ؕ وَ اِنۡ یُّقَاتِلُوۡکُمۡ یُوَلُّوۡکُمُ الۡاَدۡبَارَ ۟ ثُمَّ لَا یُنۡصَرُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾
Lay yadoerroekoem 'iellaaa azaw wa ay yoeqaatieloekoem yoewalloekoemoel adbaara soemma laa yoensaroen
3:111 Zij kunnen jullie (Umah) nooit schade aanbrengen, afgezien van een kwetsing. En als zij met jullie vechten, dan zullen zij jullie de rug toekeren en zij zullen niet worden geholpen.

ضُرِبَتۡ عَلَیۡہِمُ الذِّلَّۃُ اَیۡنَ مَا ثُقِفُوۡۤا اِلَّا بِحَبۡلٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ حَبۡلٍ مِّنَ النَّاسِ وَ بَآءُوۡ بِغَضَبٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ ضُرِبَتۡ عَلَیۡہِمُ الۡمَسۡکَنَۃُ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ یَقۡتُلُوۡنَ الۡاَنۡۢبِیَآءَ بِغَیۡرِ حَقٍّ ؕ ذٰلِکَ بِمَا عَصَوۡا وَّ کَانُوۡا یَعۡتَدُوۡنَ ﴿۲۱۱﴾
Doeriebat 'alaihiemoez ziellatoe aina maa soeqiefoeo iellaa biehabliem mienal laahie wa habliem mienan naasie wa baaa'oe bieghadabiem mienallaahie wa doeriebat 'alaihiemoel maskanah; zaalieka bie-annahoem kaanoe yakfoeroena bie Aayaatiel laahie wa yaqtoeloenal Ambieyaaa'a bieghairie haqq; zaalieka biemaa 'asaw wa kaanoe ya'tadoen
3:112 Zij zijn verslagen met vernedering, waar zij zich ook bevinden. Behalve als er een verbond met Allah en de mensen is. En zij hebben de toorn van Allah opgewekt. Op hen is de vernedering getroffen. Dit is omdat zij niet in de Tekenen van Allah geloven en (omdat) zij de Profeten zonder recht doodden. Dit is omdat zij ongehoorzaam waren en overtraden.

لَیۡسُوۡا سَوَآءً ؕ مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ اُمَّۃٌ قَآئِمَۃٌ یَّتۡلُوۡنَ اٰیٰتِ اللّٰہِ اٰنَآءَ الَّیۡلِ وَ ہُمۡ یَسۡجُدُوۡنَ ﴿۳۱۱﴾
Laisoe sawaaa'a; mien Ahliel Kietaabie oemmatoen qaaa'iematoey yatloena Aayaatiel laahie aanaaa'al lailie wa hoem yasdjoedoen
3:113 Niet allemaal zijn hetzelfde, onder de mensen van het Boek zijn er een groep mensen, die staan, prostreren en Allah verzen reciteren gedurende de nacht.

یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ یَنۡہَوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ یُسَارِعُوۡنَ فِی الۡخَیۡرٰتِ ؕ وَ اُولٰٓئِکَ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۴۱۱﴾
Yoe'mienoena biellaahie wal Yawmiel Aaghierie wa ya'moeroena bielma'roefie wa yanhawna 'aniel moen-karie wa yoesaarie'oena fiel ghairaatie wa oelaaa'ieka mienas saaliehieen
3:114 Zij geloven in Allah en de Laatste Dag. En zij bevelen het goede en zij verbieden het slechte. En zij haasten zich in het verrichten van de goede daden. Zij behoren tot de oprechten.

وَ مَا یَفۡعَلُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ فَلَنۡ یُّکۡفَرُوۡہُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِالۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۵۱۱﴾
Wa maa yaf'aloe mien ghairien falay yoekfaroeh; wallaahoe 'alieemoen bielmoettaqieen
3:115 En wat zij ook van het goede doen, het zal niet verworpen worden. En Allah is Alwetend over de Moettaqoen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡہُمۡ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡـًٔا ؕ وَ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۶۱۱﴾
Innal lazieena kafaroe lan toeghnieya 'anhoem amwaaloehoem wa laaa awlaadoehoem mienal laahie shai'aw wa oelaaa'ieka Ashaaboen Naar; hoem fieehaa ghaaliedoen
3:116 Voorwaar degenen die niet geloven, nooit zal er iets van hun rijkdom baten tegen Allah en noch (de hulp van) hun kinderen. En zij zijn de metgezellen van het Vuur. Zij zullen er eeuwig in vertoeven.

مَثَلُ مَا یُنۡفِقُوۡنَ فِیۡ ہٰذِہِ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا کَمَثَلِ رِیۡحٍ فِیۡہَا صِرٌّ اَصَابَتۡ حَرۡثَ قَوۡمٍ ظَلَمُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فَاَہۡلَکَتۡہُ ؕ وَ مَا ظَلَمَہُمُ اللّٰہُ وَ لٰکِنۡ اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۷۱۱﴾
Masaloe maa yoenfieqoena fiee haaziehiel hayaatied doenyaa kamasalie rieehien fieehaa sierroen asaabat harsa qawmien zalamoeo anfoesahoem fa ahlakath; wa maa zalamahoemoel laahoe wa laakien anfoesahoem yazliemoen
3:117 De gelijkenis van wat zij gedurende deze wereldse leven spenderen, is als een wind met vorst erin, die de oogst van de mensen die zichzelf onrecht aangedaan hebben (een naaste aan Allah toegekend hebben ondanks dat zij eerder getuigt hebben), vernietigt. En Allah heeft hun geen onrecht aangedaan, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوۡا بِطَانَۃً مِّنۡ دُوۡنِکُمۡ لَا یَاۡلُوۡنَکُمۡ خَبَالًا ؕ وَدُّوۡا مَا عَنِتُّمۡ ۚ قَدۡ بَدَتِ الۡبَغۡضَآءُ مِنۡ اَفۡوَاہِہِمۡ ۚۖ وَ مَا تُخۡفِیۡ صُدُوۡرُہُمۡ اَکۡبَرُ ؕ قَدۡ بَیَّنَّا لَکُمُ الۡاٰیٰتِ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۸۱۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe laa tattaghiezoe bietaanatam mien doeniekoem laa ya'loenakoem ghabaalaw waddoe maa 'aniettoem qad badatiel baghdaaa'oe mien afwaahiehiem; wa maa toeghfiee soedoeroehoem akbar; qad baiyannaa lakoemoel Aayaatie ien koentoem ta'qieloen
3:118 O jullie die geloven! Neem geen Bitanah (iemand die dichtbij je is) van buiten julliezelf (ongelovigen). Zij zullen de moeilijkheden van jullie laten ontplooien. Zij wensen hetgeen jullie bemoeilijkt. De haat (gesproken) uit hun monden is duidelijk geworden, maar (de haat) die verborgen in hun borsten is, is groter. Wij hebben de Tekenen voor jullie duidelijk gemaakt, als jullie je verstand gebruiken.

ہٰۤاَنۡتُمۡ اُولَآءِ تُحِبُّوۡنَہُمۡ وَ لَا یُحِبُّوۡنَکُمۡ وَ تُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡکِتٰبِ کُلِّہٖ ۚ وَ اِذَا لَقُوۡکُمۡ قَالُوۡۤا اٰمَنَّا ۚ٭ۖ وَ اِذَا خَلَوۡا عَضُّوۡا عَلَیۡکُمُ الۡاَنَامِلَ مِنَ الۡغَیۡظِ ؕ قُلۡ مُوۡتُوۡا بِغَیۡظِکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۹۱۱﴾
Haaa antoem oelaaa'ie toehiebboenahoem wa laa yoehiebboenakoem wa toe'mienoena biel kietaabie koelliehiee wa iezaa laqoekoem qaaloeo aamannaa wa iezaa ghalaw 'addoe 'alaikoemoel anaamiela mienal ghaiz; qoel moetoe bieghai ziekoem; iennal laaha 'alieemoem biezaaties soedoer
3:119 Zie! Jullie zijn degenen die van hen houden, maar zij houden niet van jullie. En jullie geloven alles van het Boek. En wanneer zij jullie ontmoeten, zeggen zij "Wij geloven", maar wanneer zij alleen zijn bijten zij uit woede op hun vingertoppen. Zeg: "Sterf in jullie woede, Allah is op de hoogte van datgeen wat in de harten is".

اِنۡ تَمۡسَسۡکُمۡ حَسَنَۃٌ تَسُؤۡہُمۡ ۫ وَ اِنۡ تُصِبۡکُمۡ سَیِّئَۃٌ یَّفۡرَحُوۡا بِہَا ؕ وَ اِنۡ تَصۡبِرُوۡا وَ تَتَّقُوۡا لَا یَضُرُّکُمۡ کَیۡدُہُمۡ شَیۡـًٔا ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ مُحِیۡطٌ ﴿۰۲۱﴾
In tamsaskoem hasanatoen tasoe'hoem wa ien toesiebkoem saiyie'atoey yafrahoe biehaa wa ien tasbieroe wa tattaqoe laa yad oerroekoem kaidoehoem shai'aa; iennal laaha biemaa ya'maloena moehieet
3:120 Als het goede tot jullie komt doet het hen verdriet. Maar als het slechte jullie overvalt, dan zijn zij er blij mee. En als jullie geduldig zijn en Allah vrezen, dan zal hun listen jullie geen schade berokkenen. Voorwaar, Allah is alomvattend over wat zij doen.

وَ اِذۡ غَدَوۡتَ مِنۡ اَہۡلِکَ تُبَوِّیُٔ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ مَقَاعِدَ لِلۡقِتَالِ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۲۱﴾
Wa iez ghadawta mien ahlieka toebawwie'oel moe'mienieena maqaa'ieda lielqietaal; wallaahoe samiee'oen 'alieem
3:121 (Gedenk) toen jij in de vroege ochtend jouw thuisfront verliet om de gelovigen voor de veldslag te positioneren. En Allah is de Alhorende, de Alwetende.

اِذۡ ہَمَّتۡ طَّآئِفَتٰنِ مِنۡکُمۡ اَنۡ تَفۡشَلَا ۙ وَ اللّٰہُ وَلِیُّہُمَا ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۲۲۱﴾
Iz hammat taaa'iefataanie mien-koem an tafshalaa wallaahoe walieyyoehoemaa; wa 'alal laahie falyatawakkaliel moe'mienoen
3:122 (Gedenk) toen twee groepen onder jullie bijna (neigden naar het verliezen van) hun moed verloor, ondanks dat (ze wisten dat) Allah hun beschermer was. En in Allah, moeten de gelovigen hun vertrouwen stellen.

وَ لَقَدۡ نَصَرَکُمُ اللّٰہُ بِبَدۡرٍ وَّ اَنۡتُمۡ اَذِلَّۃٌ ۚ فَاتَّقُوا اللّٰہَ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۳۲۱﴾
Wa laqad nasarakoemoel laahoe bie-Badriew wa antoem aziellatoen fattaqoel laaha la'allakoem tashkoeroen
3:123 En voorzeker, Allah heeft jullie geholpen in Badr terwijl jullie zwak (in aantal) waren. Vrees dus Allah zodat jullie dankbaar kunnen zijn.

اِذۡ تَقُوۡلُ لِلۡمُؤۡمِنِیۡنَ اَلَنۡ یَّکۡفِیَکُمۡ اَنۡ یُّمِدَّکُمۡ رَبُّکُمۡ بِثَلٰثَۃِ اٰلٰفٍ مِّنَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ مُنۡزَلِیۡنَ ﴿۴۲۱﴾
Iz taqoeloe lielmoe'mienieena alay yakfieyakoem ai-yoemieddakoem Rabboekoem biesalaasatie aalaafiem mienal malaaa'iekatie moenzalieen
3:124 (Gedenk) toen jij tot de gelovigen zei: "Is het niet genoeg dat jullie Heer jullie versterkt met drieduizend neergezonden engelen?"

بَلٰۤی ۙ اِنۡ تَصۡبِرُوۡا وَ تَتَّقُوۡا وَ یَاۡتُوۡکُمۡ مِّنۡ فَوۡرِہِمۡ ہٰذَا یُمۡدِدۡکُمۡ رَبُّکُمۡ بِخَمۡسَۃِ اٰلٰفٍ مِّنَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ مُسَوِّمِیۡنَ ﴿۵۲۱﴾
Balaaa; ien tasbieroe wa tattaqoe wa ya'toekoem mien fawriehiem haazaa yoemdiedkoem Rabboekoem bieghamsatie aalaafiem mienal malaaa'iekatie moesawwiemieen
3:125 Zeer zeker, als jullie geduldig zijn en (Allah) vrezen, en zij (de vijand) zullen opeens tot jullie (ten aanval) komen, dan zal jullie Heer jullie met vijfduizend wel-onderscheiden Engelen versterken.

وَ مَا جَعَلَہُ اللّٰہُ اِلَّا بُشۡرٰی لَکُمۡ وَ لِتَطۡمَئِنَّ قُلُوۡبُکُمۡ بِہٖ ؕ وَ مَا النَّصۡرُ اِلَّا مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۶۲۱﴾
Wa maa dja'alahoel laahoe iellaa boeshraa lakoem wa lietatma'ienna qoeloeboekoem bieh' wa man-nasroe iellaa mien 'iendielllaahiel 'Azieeziel Hakieem
3:126 En Allah heeft dit openbaar gemaakt alleen als goed nieuws (de overwinning) voor jullie en om jullie harten ermee te versterken. En de overwinning komt alleen van Allah, de Almachtige, de Alwijze.

لِیَقۡطَعَ طَرَفًا مِّنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَوۡ یَکۡبِتَہُمۡ فَیَنۡقَلِبُوۡا خَآئِبِیۡنَ ﴿۷۲۱﴾
Laiyaqta'a tarafam mienal lazieena kafaroeo aw yakbietahoem fayanqalieboe ghaaa'iebieen
3:127 (De overwinning wordt jullie gegeven) Zodat Hij (Allah) een gedeelte van de ongelovigen vernietigt of onderdrukt, waardoor zij vernederd terugkeren.

لَیۡسَ لَکَ مِنَ الۡاَمۡرِ شَیۡءٌ اَوۡ یَتُوۡبَ عَلَیۡہِمۡ اَوۡ یُعَذِّبَہُمۡ فَاِنَّہُمۡ ظٰلِمُوۡنَ ﴿۸۲۱﴾
Laisa laka mienal amrieshai'oen aw yatoeba 'alaihiem aw yoe'az zie bahoem fa iennahoem zaaliemoen
3:128 Geen enkel aandeel is er voor jou (Mohammed) in de beslissing. Of Hij (Allah) naar hen toekeert (berouw aanvaard) of straft (de beslissing ligt alleen bij Allah). Voorzeker, zij zijn de onrechtplegers.

وَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ یَغۡفِرُ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یُعَذِّبُ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۹۲۱﴾
Wa liellahie maa fiessamaawaatie wa maa fiel-ard; yaghfieroe liemai-yashaaa'oe wa yoe'azzieboe mai-yashaaa'; wallaahoe Ghafoeroer Rahieem
3:129 En aan Allah behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde is. Hij vergeeft wie Hij wil en Hij bestraft wie Hij wil. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَاۡکُلُوا الرِّبٰۤوا اَضۡعَافًا مُّضٰعَفَۃً ۪ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۰۳۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe la takoeloe riebaaa ad'aafam moedaa'afataw wattaqoel laaha la'allakoem toefliehoen
3:130 O jullie die geloven! Eet niet van de rente met veelvoudige verdubbeling. En vrees Allah, zodat jullie kunnen groeien in succes.

وَ اتَّقُوا النَّارَ الَّتِیۡۤ اُعِدَّتۡ لِلۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۳۱﴾
Wattaqoen Naaral latieee oe'ieddat lielkaafierieen
3:131 En Vrees de Hel die voor de ongelovigen klaar is gemaakt.

وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ لَعَلَّکُمۡ تُرۡحَمُوۡنَ ﴿۲۳۱﴾
Wa atiee'oel laaha war Rasoela la'allakoem toerhamoen
3:132 En gehoorzaam Allah en de Boodschapper zodat jullie barmhartigheid mogen ontvangen.

وَ سَارِعُوۡۤا اِلٰی مَغۡفِرَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ جَنَّۃٍ عَرۡضُہَا السَّمٰوٰتُ وَ الۡاَرۡضُ ۙ اُعِدَّتۡ لِلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۳۳۱﴾
Wa saarie'oeo ielaa maghfieratiem mier Rabbiekoem wa djannatien ardoehassamaawaatoe wal ardoe oe'ieddat lielmoettaqieen
3:133 En haast naar de vergiffenis van jullie Heer en (naar) het Paradijs. Haar breedte is gelijk aan die van de hemelen en aarde. Klaar gemaakt voor de Moettaqoens (godsvrezenden, 2:2-5).

الَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ فِی السَّرَّآءِ وَ الضَّرَّآءِ وَ الۡکٰظِمِیۡنَ الۡغَیۡظَ وَ الۡعَافِیۡنَ عَنِ النَّاسِ ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۴۳۱﴾
Allazieena yoenfieqoena fiessarraaa'ie waddarraaa'ie wal kaaziemieenal ghaiza wal aafieena 'anien-naas; wallaahoe yoehiebboel moehsienieen
3:134 (Dat zijn) Degenen die in voorspoed en in tegenspoed uitgeven. En degenen die de woede in bedwang houden en degenen die mensen vergeven. En Allah houdt van de mensen die goed doen.

وَ الَّذِیۡنَ اِذَا فَعَلُوۡا فَاحِشَۃً اَوۡ ظَلَمُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ ذَکَرُوا اللّٰہَ فَاسۡتَغۡفَرُوۡا لِذُنُوۡبِہِمۡ ۪ وَ مَنۡ یَّغۡفِرُ الذُّنُوۡبَ اِلَّا اللّٰہُ ۪۟ وَ لَمۡ یُصِرُّوۡا عَلٰی مَا فَعَلُوۡا وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۳۱﴾
Wallazieena iezaa fa'aloe faahieshatan aw zalamoeo anfoesahoem zakaroel laaha fastaghfaroe liezoenoebiehiem; wa may yaghfieroez zoenoeba iellal laahoe wa lam yoesierroe 'alaa maa fa'aloe wa hoem ya'lamoen
3:135 En (dat zijn) degenen die als zij een zedeloosheid hebben begaan of zichzelf onrecht hebben aangedaan, dan Allah gedenken en om vergiffenis vragen voor hun zonden. En wie kan de zonden vergeven behalve Allah? En wanneer zij ervan (het onrecht) weten, volharden zij niet in hetgeen zij hebben gedaan.

اُولٰٓئِکَ جَزَآؤُہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہِمۡ وَ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَ نِعۡمَ اَجۡرُ الۡعٰمِلِیۡنَ ﴿۶۳۱﴾
Oelaaa'ieka djazaaa'oehoem maghfieratoem mier Rabbiehiem wa djannaatoen tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieeha; wa nie'ma adjroel 'aamielieen
3:136 Zij, hun beloning is vergiffenis van hun Heer en Tuinen waar rivieren onder doorstromen, voor altijd vertoevend erin. Een voortreffelijke beloning voor de werkende!

قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ سُنَنٌ ۙ فَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَانۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۷۳۱﴾
Qad ghalat mien qabliekoem soenanoem fasieeroe fiel ardie fanzoeroe kaifa kaana 'aaqieba toel moekazziebieen
3:137 Voorzeker, er zijn situaties voor jullie tijd geweest; dus reis op de aarde en zie hoe het einde was van degenen die loochenden.

ہٰذَا بَیَانٌ لِّلنَّاسِ وَ ہُدًی وَّ مَوۡعِظَۃٌ لِّلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۸۳۱﴾
Haazaa bayaanoel liennaasie wa hoedaw wa maw'iezatoel lielmoettaqieen
3:138 Dit is een verklaring (deze Koran) voor de mensen en (bedoeld als) leiding en vermaning voor de Moettaqoens.

وَ لَا تَہِنُوۡا وَ لَا تَحۡزَنُوۡا وَ اَنۡتُمُ الۡاَعۡلَوۡنَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۹۳۱﴾
Wa laa tahienoe wa laa tahzanoe wa antoemoel a'lawna ien koentoem moe'mienieen
3:139 En verzwak niet en treur niet en jullie zullen de overwinnaars zijn als jullie gelovig zijn.

اِنۡ یَّمۡسَسۡکُمۡ قَرۡحٌ فَقَدۡ مَسَّ الۡقَوۡمَ قَرۡحٌ مِّثۡلُہٗ ؕ وَ تِلۡکَ الۡاَیَّامُ نُدَاوِلُہَا بَیۡنَ النَّاسِ ۚ وَ لِیَعۡلَمَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ یَتَّخِذَ مِنۡکُمۡ شُہَدَآءَ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۰۴۱﴾
Iny-yamsaskoem qarhoem faqad massal qawma qarhoem miesloeh; wa tielkal ayyaamoe noedaawieloehaa bainan naasie wa lieya'lamal laahoel lazieena aamanoe wa yattaghieza mien-koem shoehadaaa'; wallaahoe laa yoeh iebboez zaaliemieen
3:140 Als jullie verwond zijn, zo zeker, een soort gelijke verwonding heeft zich voorgedaan op de mensen (van de vijanden). En dergelijke dagen wisselen Wij tussen de mensen (de moeilijkheden/beproevingen) af, zodat Allah het duidelijk maakt wie gelooft en om onder jullie martelaren/geloofsgetuige te nemen. En Allah houdt niet van de onrechtvaardigen.

وَ لِیُمَحِّصَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ یَمۡحَقَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۴۱﴾
Wa lieyoemahhiesal laahoel lazieena aamanoe wa yamhaqal kaafierieen
3:141 En zodat Allah degenen die geloven beproeft (op zijn geloofsgetuigenis) en de ongelovigen vernietigt.

اَمۡ حَسِبۡتُمۡ اَنۡ تَدۡخُلُوا الۡجَنَّۃَ وَ لَمَّا یَعۡلَمِ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ جٰہَدُوۡا مِنۡکُمۡ وَ یَعۡلَمَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۲۴۱﴾
Am hasiebtoem an tadghoeloel djannnata wa lammaa ya'lamiel laahoel lazieena djaahadoe mien-koem wa ya'lamas saabierieen
3:142 Of denken jullie dat jullie het Paradijs zullen betreden terwijl Allah het nog niet duidelijk heeft gemaakt (door beproevingen) wie onder jullie hard werkten en standvastig (geduldig) waren.

وَ لَقَدۡ کُنۡتُمۡ تَمَنَّوۡنَ الۡمَوۡتَ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ تَلۡقَوۡہُ ۪ فَقَدۡ رَاَیۡتُمُوۡہُ وَ اَنۡتُمۡ تَنۡظُرُوۡنَ ﴿۳۴۱﴾
Wa laqad koentoem tamannnawnal mawta mien qablie an talqawhoe faqad ra aitoemoehoe wa antoem tanzoeroen
3:143 En voorzeker, jullie verlangde naar de dood toen jullie er nog niet mee geconfronteerd waren. Nu, toen jullie toekeken hebben jullie hem werkelijk (met jullie eigen ogen) gezien.

وَ مَا مُحَمَّدٌ اِلَّا رَسُوۡلٌ ۚ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِہِ الرُّسُلُ ؕ اَفَا۠ئِنۡ مَّاتَ اَوۡ قُتِلَ انۡقَلَبۡتُمۡ عَلٰۤی اَعۡقَابِکُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّنۡقَلِبۡ عَلٰی عَقِبَیۡہِ فَلَنۡ یَّضُرَّ اللّٰہَ شَیۡئًا ؕ وَ سَیَجۡزِی اللّٰہُ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۴۴۱﴾
Wa maa Moehammadoen iellaa Rasoeloen qad ghalat mien qabliehier Roesoel; afa'iem maata aw qoetielan qalabtoem 'alaaa a'qaabiekoem; wa may yanqalieb 'alaa aqiebaihie falay yadoerral laaha shai'aa; wa sayadjziel laahoesh shaakierieen
3:144 En Mohammed is niet meer dan een Boodschapper, voorzeker er zijn al eerder boodschappers heen gegaan. Als hij sterft of gedood wordt, zullen jullie je dan omkeren op je hielen (terug keren naar het verval)? En wie dan ook zich om keert op zijn hielen, nooit zal hij Allah in iets kunnen benadelen. En Allah zal de dankbaren belonen.

وَ مَا کَانَ لِنَفۡسٍ اَنۡ تَمُوۡتَ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ کِتٰبًا مُّؤَجَّلًا ؕ وَ مَنۡ یُّرِدۡ ثَوَابَ الدُّنۡیَا نُؤۡتِہٖ مِنۡہَا ۚ وَ مَنۡ یُّرِدۡ ثَوَابَ الۡاٰخِرَۃِ نُؤۡتِہٖ مِنۡہَا ؕ وَ سَنَجۡزِی الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۵۴۱﴾
Wa maa kaana lienafsien an tamoeta iellaa bie iezniellaahie kietaabam moe'adjdjalaa; wa may yoeried sawaabad doenyaa noe'tiehiee mienhaa wa may yoeried sawaabal Aaghieratie noe'tiehiee mienhaa; wa sanadjziesh shaakierieen
3:145 En geen 'Nafs' (persoon/eigen ik) kan sterven, behalve met de toestemming van Allah, (de dood van de Nafs is vastgelegd) op een bepaald tijdstip. En wie de beloning van het wereldse leven verlangt, Wij zullen hem ervan geven. En wie de beloning van het hiernamaals verlangt, Wij zullen hem ervan geven. En Wij zullen de dankbaren belonen.

وَ کَاَیِّنۡ مِّنۡ نَّبِیٍّ قٰتَلَ ۙ مَعَہٗ رِبِّیُّوۡنَ کَثِیۡرٌ ۚ فَمَا وَہَنُوۡا لِمَاۤ اَصَابَہُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ مَا ضَعُفُوۡا وَ مَا اسۡتَکَانُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۶۴۱﴾
Wa ka aiyiem mien Nabieyyien qaatala ma'ahoe riebbieyyoena kasieeroen famaa wahanoe liemaaa Asaabahoem fiee sabieeliel laahie wa maa da'oefoe wa mas takaanoe; wallaahoe yoehiebboes saabierieen
3:146 En hoeveel van de Profeten vergezeld met vele religieuze geleerden vochten (op de weg van Allah). Maar ze verloren geen moed door het geen hen trof op de weg van Allah. En noch verzwakte zij en noch gaven zij op. En Allah houdt van de geduldigen.

وَ مَا کَانَ قَوۡلَہُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوۡا رَبَّنَا اغۡفِرۡ لَنَا ذُنُوۡبَنَا وَ اِسۡرَافَنَا فِیۡۤ اَمۡرِنَا وَ ثَبِّتۡ اَقۡدَامَنَا وَ انۡصُرۡنَا عَلَی الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۷۴۱﴾
Wa maa kaana qawlahoem iellaa an qaaloe Rabbanagh fier lanaa zoenoebanaa wa iesraafanaa fieee amrienaa wa sabbiet aqdaamanaa wansoernaa 'alal qawmiel kaafierieen
3:147 En hun woorden waren niet anders dan dat zij zeiden: "Onze Heer, vergeef onze zonden en onze buitensporigheden in onze zaken en maak onze voeten standvastig en geef ons de overwinning over het ongelovige volk".

فَاٰتٰىہُمُ اللّٰہُ ثَوَابَ الدُّنۡیَا وَ حُسۡنَ ثَوَابِ الۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۸۴۱﴾
Fa aataahoemoel laahoe sawaabad doenyaa wa hoesna sawaabiel Aaghierah; wallaahoe yoehiebboel moehsienieen
3:148 Zodoende gaf Allah hen een beloning in de wereld en een goede beloning in het Hiernamaals. En Allah houdt van de weldoeners.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنۡ تُطِیۡعُوا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یَرُدُّوۡکُمۡ عَلٰۤی اَعۡقَابِکُمۡ فَتَنۡقَلِبُوۡا خٰسِرِیۡنَ ﴿۹۴۱﴾
Yaaa 'aiyoehal lazieena aamanoe ien toetiee'oellazieena kafaroe yaroeddoekoem 'alaaa a'qaabiekoem fatanqalieboe ghaasierieen
3:149 O jullie die geloven! Als jullie degenen die niet geloven gehoorzamen, dan zullen zij jullie doen omdraaien op jullie hielen (naar het verval). Jullie zullen dan als verliezers terugkeren.

بَلِ اللّٰہُ مَوۡلٰىکُمۡ ۚ وَ ہُوَ خَیۡرُ النّٰصِرِیۡنَ ﴿۰۵۱﴾
Baliel laahoe mawlaakoem wa Hoewa ghairoen naasierieen
3:150 Nee! Allah is jullie Beschermer en Hij is de Beste van de Helpers.

سَنُلۡقِیۡ فِیۡ قُلُوۡبِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوا الرُّعۡبَ بِمَاۤ اَشۡرَکُوۡا بِاللّٰہِ مَا لَمۡ یُنَزِّلۡ بِہٖ سُلۡطٰنًا ۚ وَ مَاۡوٰىہُمُ النَّارُ ؕ وَ بِئۡسَ مَثۡوَی الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۵۱﴾
Sanoelqiee fiee qoeloebiel lazieena kafaroer roe'ba biemaaa ashrakoe biellaahie maa lam yoenazziel biehiee soeltaana wa ma'wahoemoen Naar; wa bie'sa maswaz zaaliemieen
3:151 Wij zullen angst in de harten van de ongelovigen werpen, omdat zij metgezellen aan Allah toegekend hebben. Waarover Hij geen enkel autoriteit gezonden heeft. En hun toevlucht zal de hel zijn. En het is een zeer ellendige verblijfplaats voor de onrechtplegers.

وَ لَقَدۡ صَدَقَکُمُ اللّٰہُ وَعۡدَہٗۤ اِذۡ تَحُسُّوۡنَہُمۡ بِاِذۡنِہٖ ۚ حَتّٰۤی اِذَا فَشِلۡتُمۡ وَ تَنَازَعۡتُمۡ فِی الۡاَمۡرِ وَ عَصَیۡتُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ مَاۤ اَرٰىکُمۡ مَّا تُحِبُّوۡنَ ؕ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّرِیۡدُ الدُّنۡیَا وَ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّرِیۡدُ الۡاٰخِرَۃَ ۚ ثُمَّ صَرَفَکُمۡ عَنۡہُمۡ لِیَبۡتَلِیَکُمۡ ۚ وَ لَقَدۡ عَفَا عَنۡکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ ذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲۵۱﴾
Wa laqad sadaqakoemoel laahoe wa'dahoeo iez tahoessoe nahoem bie iezniehiee hattaaa iezaa fashieltoem wa tanaaza'toem fiel amrie wa 'asaitoem miem ba'die maaa araakoem maa toehiebboen; mien-koem may yoerieedoed doenyaa wa mien-koem may yoerieedoel Aaghierah; soemma sarafakoem 'anhoem lieyabtalieyakoem wa laqad 'afaa 'an-koem; wallaahoe zoe fadlien 'alal moe'mienieen
3:152 En voorzeker Allah heeft Zijn belofte (om te helpen) aan jullie vervuld toen jullie hen met Zijn toestemming doodden (tijdens de slag van Oehoed). Totdat jullie de moed verloren en jullie in onenigheid raakten over het bevel (om te blijven op de berg van Oehoed). En jullie ongehoorzaamden zelfs nadat Hij (Allah) hetgeen waarvan jullie houden heeft laten zien (de oorlogsbuit). Onder jullie zijn er die het wereldse leven verlangen en onder jullie zijn er die het Hiernamaals verlangen. Toen heeft Hij (Allah) jullie doen laten terugtrekken van (het gevecht met) de ongelovigen om jullie te beproeven. En voorzeker Hij (Allah) heeft jullie vergeven. En Allah is de Bezitter van de grootste Geschenken voor de gelovigen.

اِذۡ تُصۡعِدُوۡنَ وَ لَا تَلۡوٗنَ عَلٰۤی اَحَدٍ وَّ الرَّسُوۡلُ یَدۡعُوۡکُمۡ فِیۡۤ اُخۡرٰىکُمۡ فَاَثَابَکُمۡ غَمًّۢا بِغَمٍّ لِّکَیۡلَا تَحۡزَنُوۡا عَلٰی مَا فَاتَکُمۡ وَ لَا مَاۤ اَصَابَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۵۱﴾
Iz toes'iedoena wa laa talwoena 'alaaa ahadiew war Rasoeloe yad'oekoem fieee oeghraakoem fa asaabakoem ghammam bieghammiel liekailaa tahzanoe 'alaa maa faatakoem wa laa maaa asaabakoem; wallaahoe ghabieeroem biemaa ta'maloen
3:153 (Gedenkt) toen jullie vluchten zonder acht te slaan op iemand, terwijl de Boodschapper jullie riep met betrekking tot jullie hiernamaals (ze hadden een overeenkomst gesloten met Allah om niet te vluchten zie 33:15). Toen bracht Hij (Allah) jullie tot berouw door middel van moeilijkheden op moeilijkheden, zodat jullie ervan konden leren en dat jullie niet treuren over wat jullie niet gekregen hebben (oorlogsbuit) en over de nederlaag. En Allah is Alziende over wat jullie doen.

ثُمَّ اَنۡزَلَ عَلَیۡکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ الۡغَمِّ اَمَنَۃً نُّعَاسًا یَّغۡشٰی طَآئِفَۃً مِّنۡکُمۡ ۙ وَ طَآئِفَۃٌ قَدۡ اَہَمَّتۡہُمۡ اَنۡفُسُہُمۡ یَظُنُّوۡنَ بِاللّٰہِ غَیۡرَ الۡحَقِّ ظَنَّ الۡجَاہِلِیَّۃِ ؕ یَقُوۡلُوۡنَ ہَلۡ لَّنَا مِنَ الۡاَمۡرِ مِنۡ شَیۡءٍ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡاَمۡرَ کُلَّہٗ لِلّٰہِ ؕ یُخۡفُوۡنَ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ مَّا لَا یُبۡدُوۡنَ لَکَ ؕ یَقُوۡلُوۡنَ لَوۡ کَانَ لَنَا مِنَ الۡاَمۡرِ شَیۡءٌ مَّا قُتِلۡنَا ہٰہُنَا ؕ قُلۡ لَّوۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ بُیُوۡتِکُمۡ لَبَرَزَ الَّذِیۡنَ کُتِبَ عَلَیۡہِمُ الۡقَتۡلُ اِلٰی مَضَاجِعِہِمۡ ۚ وَ لِیَبۡتَلِیَ اللّٰہُ مَا فِیۡ صُدُوۡرِکُمۡ وَ لِیُمَحِّصَ مَا فِیۡ قُلُوۡبِکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۴۵۱﴾
Soemma anzala 'alaikoem miem ba'diel ghammie amanatan noe'aasay yaghshaa taaa' iefatam mien-koem wa taaa'iefatoen qad ahammat-hoem anfoesoehoem yazoennoena biellaahie ghairal haqqie zannal djaahielieyyatie yaqoeloena hal lanaa mienal amrie mien shai'; qoel iennal amra koellahoe liellaah; yoeghfoena fiee anfoesiehiem maa laa yoebdoena laka yaqoeloena law kaana lanaa mienal amrie shai'oemmaa qoetielnaa haahoenaa; qoel law koentoem fiee boeyoetiekoem labarazal lazieena koetieba 'alaihiemoel qatloe ielaa madaadjie'iehiem wa lieyabtalieyal laahoe maa fiee soedoeriekoem wa lieyoemah hiesa maa fiee qoeloebiekoem; wallaahoe 'alieemoem biezaaties soedoer
3:154 Toen liet Hij na de nederlaag, vrede en veiligheid op jullie neerdalen wat een groep onder jullie slaperig maakte, terwijl een andere groep bezorgd raakte over henzelf door in onwetendheid iets anders dan de waarheid over Allah te denken, zeggende: "Is er voor ons iets over de zaak (de nederlaag) te zeggen?" Zeg (O, Mohammed): "Voorzeker, de zaak behoort geheel aan Allah toe". Zij verbergen in henzelf wat zij jou niet bekend maken. Zij zeggen: "Als er maar iets van de zaak bij mij lag, dan waren we hier niet gedood." Zeg: "Al waren jullie in jullie huizen: degenen voor wie de dood bepaald was, zouden naar hun rustplaatsen zijn gegaan. En (dit is) zodat Allah datgeen wat in jullie borstkast is beproeft. En zodat Hij hetgeen in jullie harten is reinigt. En Allah is Alwetend van hetgeen in de harten is.

اِنَّ الَّذِیۡنَ تَوَلَّوۡا مِنۡکُمۡ یَوۡمَ الۡتَقَی الۡجَمۡعٰنِ ۙ اِنَّمَا اسۡتَزَلَّہُمُ الشَّیۡطٰنُ بِبَعۡضِ مَا کَسَبُوۡا ۚ وَ لَقَدۡ عَفَا اللّٰہُ عَنۡہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ حَلِیۡمٌ ﴿۵۵۱﴾
Innal lazieena tawallaw mien-koem yawmal taqal djam'aanie iennamas tazallahoemoesh Shaitaanoe bieba'die maa kasaboe wa laqad 'afal laahoe 'anhoem; iennnal laaha Ghafoeroen Halieem
3:155 Voorwaar, degenen onder jullie die omkeerden op de dag dat de legers elkaar troffen (bij Oehoed), (weet dat) de satan alleen hun liet struikelen (de fout liet maken) voor hetgeen zij verdiende (de ongehoorzaamheid). En Allah heeft hen zeker vergeven, voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Verdraagzaam.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ قَالُوۡا لِاِخۡوَانِہِمۡ اِذَا ضَرَبُوۡا فِی الۡاَرۡضِ اَوۡ کَانُوۡا غُزًّی لَّوۡ کَانُوۡا عِنۡدَنَا مَا مَاتُوۡا وَ مَا قُتِلُوۡا ۚ لِیَجۡعَلَ اللّٰہُ ذٰلِکَ حَسۡرَۃً فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۶۵۱﴾
Yaaa ayyoehoel lazieena aamanoe laa takoenoe kallazieena kafaroe wa qaaloe lie ieghwaaniehiem iezaa daraboe fiel ardie aw kaanoe ghoezzal law kaanoe 'iendanaa maa maatoe wa maa qoetieloe lieyadj'alal laahoe zaalieka hasratan fiee qoeloebiehiem; wallaahoe yoehyiee wa yoemieet; wallaahoe biemaa ta'maloena Basieer
3:156 O jullie die geloven! Wees niet zoals degenen die niet geloven. En zij zeggen over hun broeders wanneer zij (de broeders) op de aarde reizen of wanneer zij (de broeders) vochten: "Waren ze maar bij ons gebleven, dan zouden ze niet dood zijn of dan zouden ze niet gedood zijn." Zo maakt Allah dat als een verdriet in hun harten." En Allah (alleen) geeft leven en doet sterven. En Allah is alziende over wat jullie doen.

وَ لَئِنۡ قُتِلۡتُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اَوۡ مُتُّمۡ لَمَغۡفِرَۃٌ مِّنَ اللّٰہِ وَ رَحۡمَۃٌ خَیۡرٌ مِّمَّا یَجۡمَعُوۡنَ ﴿۷۵۱﴾
Wa la'ien qoetieltoem fiee sabieeliel laahie aw moettoem lamaghfieratoem mienal laahie wa rahmatoen ghairoem miemmaa yadjma'oen
3:157 En als jullie gedood worden op de Weg van Allah, of sterven: Zeker de vergeving van Allah en (Zijn) Barmhartigheid zijn beter dan wat ze verzamelen.

وَ لَئِنۡ مُّتُّمۡ اَوۡ قُتِلۡتُمۡ لَاِالَی اللّٰہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۸۵۱﴾
Wa la'iem moettoem 'aw qoetieltoem la iel allahie toehsharoen
3:158 En als jullie sterven, of als jullie gedood worden, zeker tot Allah worden jullie verzameld.

فَبِمَا رَحۡمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ لِنۡتَ لَہُمۡ ۚ وَ لَوۡ کُنۡتَ فَظًّا غَلِیۡظَ الۡقَلۡبِ لَانۡفَضُّوۡا مِنۡ حَوۡلِکَ ۪ فَاعۡفُ عَنۡہُمۡ وَ اسۡتَغۡفِرۡ لَہُمۡ وَ شَاوِرۡہُمۡ فِی الۡاَمۡرِ ۚ فَاِذَا عَزَمۡتَ فَتَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُتَوَکِّلِیۡنَ ﴿۹۵۱﴾
Fabiemaa rahmatiem mienal laahie lienta lahoem wa law koenta fazzan ghalieezal qalbie lanfaddoe mien hawlieka fa'afoe 'anhoem wastaghfier lahoem wa shaawierhoem fiel amrie fa iezaa 'azamta fatawakkal 'alal laah; iennallaaha yoehiebboel moetawak kielieen
3:159 Door de barmhartigheid van Allah ging jij (Mohammed) zachtmoedig met hen om. En als je grof en ruw van hart was geweest, dan zouden ze zeker van jou zijn weggaan. Vergeef hen en vraag om vergiffenis voor hen en geef hun advies in de zaak. Wanneer je dan besloten heb, stel je vertrouwen in Allah. Voorzeker, Allah houdt van degenen die vertrouwen stellen in Hem.

اِنۡ یَّنۡصُرۡکُمُ اللّٰہُ فَلَا غَالِبَ لَکُمۡ ۚ وَ اِنۡ یَّخۡذُلۡکُمۡ فَمَنۡ ذَا الَّذِیۡ یَنۡصُرُکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِہٖ ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۰۶۱﴾
Iny-yansoerkoemoel laahoe falaa ghaalieba lakoem wa ieny-yaghzoelkoem faman zal laziee yansoeroekoem mien ba'dieh; wa 'alal laahie falyatawakkaliel moe'mienoen
3:160 Als Allah jullie helpt dan worden jullie niet overwonnen. En als Hij jullie niet helpt wie is dan degenen die jullie kan helpen afgezien van Hem (Allah)? En laten de gelovigen hun vertrouwen in Allah stellen.

وَ مَا کَانَ لِنَبِیٍّ اَنۡ یَّغُلَّ ؕ وَ مَنۡ یَّغۡلُلۡ یَاۡتِ بِمَا غَلَّ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ۚ ثُمَّ تُوَفّٰی کُلُّ نَفۡسٍ مَّا کَسَبَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۱۶۱﴾
Wa maa kaana lie Nabieyyien ay yaghoell; wa may yaghloel ya'tiebiemaa ghalla Yawmal Qieyaamah; soemma toewaffaa koelloe nafsiem maa kasabat wa hoem laa yoezlamoen
3:161 En het is niet mogelijk dat een Profeet iets achterhoudt (hier wordt gerefereerd naar de verdeling van de oorlogsbuit). En wie iets achterhoudt zal op de Dag desoordeels datgeen wat hij achtergehouden had naar voren brengen. Dan wordt elke ziel uitbetaald voor wat ze verdiend heeft en er zal geen onrecht op hen aangedaan worden.

اَفَمَنِ اتَّبَعَ رِضۡوَانَ اللّٰہِ کَمَنۡۢ بَآءَ بِسَخَطٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ مَاۡوٰىہُ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۲۶۱﴾
Afamaniet taba'a Riedwaanal laahie kamam baaa'a biesaghatiem mienal laahie wa ma'waahoe djahannam; wa bie'sal masieer
3:162 Is degene die dan naar het welbehagen van Allah streeft gelijk aan degene die de toorn van Allah over zich zelf oproept? (Degenen die beladen is met de toorn van Allah) zijn verblijfplaats is de Hel en zeer ellendig is de eindbestemming!

ہُمۡ دَرَجٰتٌ عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۶۱﴾
Hoem daradjaatoen 'iendal laah; wallaahoe basieeroem biemaa ya'maloen
3:163 (Degenen die streven naar Allah's welbehagen) zij hebben verschillende graden bij Allah en Allah is Alziende over wat ze doen.

لَقَدۡ مَنَّ اللّٰہُ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اِذۡ بَعَثَ فِیۡہِمۡ رَسُوۡلًا مِّنۡ اَنۡفُسِہِمۡ یَتۡلُوۡا عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتِہٖ وَ یُزَکِّیۡہِمۡ وَ یُعَلِّمُہُمُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ ۚ وَ اِنۡ کَانُوۡا مِنۡ قَبۡلُ لَفِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۴۶۱﴾
Laqad mannal laahoe 'alal moe'mienieena iez ba'asa fieehiem Rasoelam mien anfoesiehiem yatloe 'alaihiem Aayaatiehiee wa yoezakkieehiem wa yoe'alliemoe hoemoel Kietaaba wal Hiekmata wa ien kaanoe mien qabloe lafiee dalaaliem moebieen
3:164 Voorzeker, Allah heeft een gunst aan de gelovigen geschonken. Hij deed onder hen een Boodschapper oprijzen vanuit henzelf (uit hun eigen volk), die Zijn Verzen aan hen reciteert, hen zuivert, en hen het Boek en 'Al-Hikmah' (Allah's wetgeving, ethiek, etiquette, Sunnah, de wijze van aanbidding) onderwijst. Ondanks dat ze daarvoor in duidelijk dwaling verkeerden.

اَوَ لَمَّاۤ اَصَابَتۡکُمۡ مُّصِیۡبَۃٌ قَدۡ اَصَبۡتُمۡ مِّثۡلَیۡہَا ۙ قُلۡتُمۡ اَنّٰی ہٰذَا ؕ قُلۡ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اَنۡفُسِکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۵۶۱﴾
Awa lammaaa asaabatkoem moesieebatoen qad asabtoem mieslaihaa qoeltoem annaa haazaa qoel hoewa mien 'iendie anfoesiekoem; iennal laaha 'alaa koellie shai'ien Qadieer
3:165 Jullie hadden hen (de vijanden) al twee keer verslagen. Echter, toen jullie in moeilijkheden verkeerden (tijdens de slag van Oehoed), zeiden jullie: "Waar komt dit (de tegenslag) vandaan?" Zeg:" Het komt door jezelf." Voorzeker, Allah is over alles Almachtig.

وَ مَاۤ اَصَابَکُمۡ یَوۡمَ الۡتَقَی الۡجَمۡعٰنِ فَبِاِذۡنِ اللّٰہِ وَ لِیَعۡلَمَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۶۶۱﴾
Wa maa asaabakoem yawmal taqal djam'aanie fabie iezniel laahie wa lieya'lamal moe'mienieen
3:166 En wat jullie trof op de dag toen de twee legers elkaar ontmoetten (slag van Oehoed), was met de toestemming ven Allah, zodat Allah het duidelijk maakt wie gelooft.

وَ لِیَعۡلَمَ الَّذِیۡنَ نَافَقُوۡا ۚۖ وَ قِیۡلَ لَہُمۡ تَعَالَوۡا قَاتِلُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اَوِ ادۡفَعُوۡا ؕ قَالُوۡا لَوۡ نَعۡلَمُ قِتَالًا لَّا تَّبَعۡنٰکُمۡ ؕ ہُمۡ لِلۡکُفۡرِ یَوۡمَئِذٍ اَقۡرَبُ مِنۡہُمۡ لِلۡاِیۡمَانِ ۚ یَقُوۡلُوۡنَ بِاَفۡوَاہِہِمۡ مَّا لَیۡسَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا یَکۡتُمُوۡنَ ﴿۷۶۱﴾
Wa lieya'lamal lazieena naafaqoe; wa qieela lahoem ta'aalaw qaatieloe fiee sabieeliel laahie awied fa'oe qaaloe law na'lamoe qietaalallat taba'naakoem; hoem lielkoefrie yawma'iezien aqraboe mienhoem liel ieemaan; yaqoeloena bie afwaahiehiem maa laisa fiee qoeloebiehiem; wallaahoe a'lamoe biemaa yaktoemoen
3:167 En zodat Hij het duidelijk maakt wie de hypocrieten zijn. En er werd tegen hen gezegd: "Vecht op de weg van Allah of verdedig (tijdens de slag)." Ze zeiden: "Als wij kennis hadden om te vechten, dan zouden wij jullie zeker hebben gevolgd". Op die dag waren ze dichter bij het ongeloof dan bij het geloof, zeggende hetgeen met hun monden terwijl het niet in hun harten was. En Allah is het Meest Wetend over datgeen wat ze verbergen.

اَلَّذِیۡنَ قَالُوۡا لِاِخۡوَانِہِمۡ وَ قَعَدُوۡا لَوۡ اَطَاعُوۡنَا مَا قُتِلُوۡا ؕ قُلۡ فَادۡرَءُوۡا عَنۡ اَنۡفُسِکُمُ الۡمَوۡتَ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۶۱﴾
Allazieena qaaloe lie ieghwaaniehiem wa qa'adoe law ataa'oenaa maa qoetieloe; qoel fadra'oe'an anfoesiekoemoel mawta ien koentoem saadieqieen
3:168 Dat zijn degenen die tegen hun broeders zeiden terwijl ze zaten (niet vochten): "Als ze ons gehoorzaamd hadden, dan waren ze niet gedood". Zeg: "Wend de dood (dan) van jullie af, als jullie streven naar de waarheid!"

وَ لَا تَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ قُتِلُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اَمۡوَاتًا ؕ بَلۡ اَحۡیَآءٌ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ یُرۡزَقُوۡنَ ﴿۹۶۱﴾
Wa laa tahsabannal lazieena qoetieloe fiee sabieeliellaahie amwaata; bal ahyaaa'oen 'ienda Rabbiehiem yoerzaqoen
3:169 En denk niet over degenen die op de Weg van Allah gedood zijn, als doden. Nee! Zij zijn dichtbij hun Heer levend. Ze krijgen voorzieningen.

فَرِحِیۡنَ بِمَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ۙ وَ یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ بِالَّذِیۡنَ لَمۡ یَلۡحَقُوۡا بِہِمۡ مِّنۡ خَلۡفِہِمۡ ۙ اَلَّا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۰۷۱﴾
Fariehieena biemaaa aataa hoemoel laahoe mien fadliehiee wa yastabshieroena biellazieena lam yalhaqoe biehiem mien ghalfiehiem allaa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
3:170 Ze genieten van Allah's gunsten die Hij aan hen geschonken heeft. En ze krijgen het goede nieuws over degenen die nog met hun verenigd zijn, dat er geen angst op hen zal zijn en dat zedeloosheid niet zullen treuren.

یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ بِنِعۡمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ فَضۡلٍ ۙ وَّ اَنَّ اللّٰہَ لَا یُضِیۡعُ اَجۡرَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۷۱﴾
Yastabshieroena bienie'matiem mienal laahie wa fad liew wa annal laaha laa yoediee'oe adjral moe'mienieen
3:171 Ze krijgen het goede nieuws over gunsten en beloningen van Allah en dat Allah de beloningen van de gelovigen niet doet vergaan.

اَلَّذِیۡنَ اسۡتَجَابُوۡا لِلّٰہِ وَ الرَّسُوۡلِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَاۤ اَصَابَہُمُ الۡقَرۡحُ ؕۛ لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوۡا مِنۡہُمۡ وَ اتَّقَوۡا اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۲۷۱﴾
Allazieenas tadjaaboe liel laahie war Rasoelie miem ba'die maaa asaabahoemoelqarh; liellazieena ahsanoe mienhoem wattaqaw adjroen 'azieem
3:172 Degenen die voldeden aan de oproep van Allah en de Boodschapper nadat zij gewond raakten en die goed deden en Allah vreesde, voor hen is een grote beloning.

اَلَّذِیۡنَ قَالَ لَہُمُ النَّاسُ اِنَّ النَّاسَ قَدۡ جَمَعُوۡا لَکُمۡ فَاخۡشَوۡہُمۡ فَزَادَہُمۡ اِیۡمَانًا ٭ۖ وَّ قَالُوۡا حَسۡبُنَا اللّٰہُ وَ نِعۡمَ الۡوَکِیۡلُ ﴿۳۷۱﴾
Allazieena qaala lahoemoen naasoe iennan naasa qad djama'oe lakoem faghshawhoem fazaadahoem emaanaw wa qaaloe hasboenal laahoe wa nie'malwakieel
3:173 Toen er mensen tegen hen zeiden: "Voorzeker de mensen hebben zich verzameld tegen jullie, dus vrees hen." Maar het versterkte hun geloof en zij zeiden: "Allah is voldoende voor ons, en Hij is de beste der volbrenger/uitvoerder/uitwerker van de zaken".

فَانۡقَلَبُوۡا بِنِعۡمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ فَضۡلٍ لَّمۡ یَمۡسَسۡہُمۡ سُوۡٓءٌ ۙ وَّ اتَّبَعُوۡا رِضۡوَانَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ ذُوۡ فَضۡلٍ عَظِیۡمٍ ﴿۴۷۱﴾
Fanqalaboe bienie'matiem mienal laahie wa fadliel lam yamsashoem soeo'oew wattaba'oe riedwaanal laah; wallaahoe zoe fadlien 'azieem
3:174 Dus keerden zij terug (na de slag) met de gunsten en beloningen van Allah zonder enige moeilijkheid. En zij streefden naar de tevredenheid van Allah en Allah is de Bezitter van geweldige Beloningen.

اِنَّمَا ذٰلِکُمُ الشَّیۡطٰنُ یُخَوِّفُ اَوۡلِیَآءَہٗ ۪ فَلَا تَخَافُوۡہُمۡ وَ خَافُوۡنِ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۵۷۱﴾
Innamaa zaaliekoemoesh Shaitaanoe yoeghawwiefoe awlieyaaa'ahoe falaa taghaafoehoem wa ghaafoenie ien koentoem moe'mienieen
3:175 De satan en zijn volgelingen jagen slechts angst aan. Dus wees niet bang voor hen, maar vrees Mij als jullie tot de gelovigen behoren.

وَ لَا یَحۡزُنۡکَ الَّذِیۡنَ یُسَارِعُوۡنَ فِی الۡکُفۡرِ ۚ اِنَّہُمۡ لَنۡ یَّضُرُّوا اللّٰہَ شَیۡئًا ؕ یُرِیۡدُ اللّٰہُ اَلَّا یَجۡعَلَ لَہُمۡ حَظًّا فِی الۡاٰخِرَۃِ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۶۷۱﴾
Wa laa yahzoen-kal lazieena yoesaarie'oena fiel Koefr; iennahoem lay yadoerroel laaha shai'aa; yoerieedoel laahoe allaa yadj'ala lahoem hazzan fiel Aaghieratie wa lahoem 'azaaboen 'azieem
3:176 En wees niet bedroevend over de degenen die zich haasten in het ongeloof. Voorzeker, zij kunnen Allah nooit iets aan schade berokkenen. Allah wil niet dat Hij hen een aandeel (van het goede) zal geven in het Hiernamaals. En voor hen is er een zware bestraffing.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اشۡتَرَوُا الۡکُفۡرَ بِالۡاِیۡمَانِ لَنۡ یَّضُرُّوا اللّٰہَ شَیۡئًا ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۷۷۱﴾
Innal lazieenash tarawoel koefra biel ieemaanie lay yadoerroel laaha shai'aw wa lahoem 'azaaboen alieem
3:177 Voorzeker, degenen die het ongeloof gekocht hebben met het geloof (ieder ziel heeft getuigt over de eenheid van Allah en dus gelooft in zijn eenheid), nooit kunnen zij Allah in iets schaden. En voor hen is er een pijnlijke bestraffing.

وَ لَا یَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَنَّمَا نُمۡلِیۡ لَہُمۡ خَیۡرٌ لِّاَنۡفُسِہِمۡ ؕ اِنَّمَا نُمۡلِیۡ لَہُمۡ لِیَزۡدَادُوۡۤا اِثۡمًا ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۸۷۱﴾
Wa laa yahsabannal lazieena kafaroeo annamaa noemliee lahoem ghairoellie anfoesiehiem; iennamaa noemliee lahoem lieyazdaadoeo iesmaa wa lahoem 'azaaboem moehieen
3:178 En laat de ongelovigen niet denken dat het uitstel die Wij geven, goed voor hen is. Wij geven slechts uitstel zodat zij in zonden kunnen toenemen. En voor hen is er een vernederende bestraffing.

مَا کَانَ اللّٰہُ لِیَذَرَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ عَلٰی مَاۤ اَنۡتُمۡ عَلَیۡہِ حَتّٰی یَمِیۡزَ الۡخَبِیۡثَ مِنَ الطَّیِّبِ ؕ وَ مَا کَانَ اللّٰہُ لِیُطۡلِعَکُمۡ عَلَی الۡغَیۡبِ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ یَجۡتَبِیۡ مِنۡ رُّسُلِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ۪ فَاٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رُسُلِہٖ ۚ وَ اِنۡ تُؤۡمِنُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَلَکُمۡ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۹۷۱﴾
Maa kaanal laahoe lieyazaral moe'mienieena 'alaa maaa antoem 'alaihie hattaa yamieezal ghabieesa mienat taiyieb; wa maa kaanal laahoe lieyoetlie'akoem 'alal ghaibie wa laakiennal laaha yadjtabiee mier roesoeliehiee may yashaaa'; fa aamienoe biellaahie wa Roesoelieh; wa ien toe 'mienoe wa tattaqoe falakoem adjroen 'azieem
3:179 Allah zal de gelovigen niet voor altijd in de toestand laten verkeren waarin jullie zich nu in bevinden, maar zal het veranderen wanneer Hij een onderscheid tussen het kwade en het goede heeft gemaakt. Allah zal jullie niet informeren over het ongeziene, maar Allah kiest Zijn Boodschappers van wie Hij wil. Dus geloof in Allah en zijn Boodschappers. En als jullie geloven en Allah vrezen dan is er voor jullie een grote beloning.

وَ لَا یَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ یَبۡخَلُوۡنَ بِمَاۤ اٰتٰہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ہُوَ خَیۡرًا لَّہُمۡ ؕ بَلۡ ہُوَ شَرٌّ لَّہُمۡ ؕ سَیُطَوَّقُوۡنَ مَا بَخِلُوۡا بِہٖ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ لِلّٰہِ مِیۡرَاثُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۰۸۱﴾
Wa laa yahsabannal lazieena yabghaloena biemaa aataahoemoel laahoe mien fadielhiee hoewa ghairal lahoem bal hoewa sharroel lahoem sayoetaw waqoena maa baghieloe biehiee Yawmal Qieyaamah; wa liellaahie mieeraasoes samaawaatie wal ard; wallaahoe biemaa ta'maloena ghabieer
3:180 En laat degenen die niet uitgeven van datgeen wat Allah van Zijn gunsten aan hen heeft gegeven, niet denken dat het goed voor ze is. Nee, het is slecht voor ze! Op de dag desoordeels zullen hun nekken worden omringd met datgeen wat ze achter hielden. (Weet dat) Aan Allah behoort de erfenis van de hemelen en de aarde. Allah is Alwetend over datgeen wat jullie doen.

لَقَدۡ سَمِعَ اللّٰہُ قَوۡلَ الَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ فَقِیۡرٌ وَّ نَحۡنُ اَغۡنِیَآءُ ۘ سَنَکۡتُبُ مَا قَالُوۡا وَ قَتۡلَہُمُ الۡاَنۡۢبِیَآءَ بِغَیۡرِ حَقٍّ ۙ وَّ نَقُوۡلُ ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡحَرِیۡقِ ﴿۱۸۱﴾
Laqad samie'al laahoe qawlal lazieena qaaloeo iennal laaha faqieeroew wa nahnoe aghnieyaaa'; sanaktoeboe maa qaaloe wa qatlahoemoel Ambieyaa'a bieghairie haqqiew wa naqoeloe zoeqoe 'azaabal Harieeq
3:181 Waarlijk, Allah hoorde de uitspraken van degenen die zeiden: "Voorwaar, Allah is arm en wij zijn rijk". Wij zullen datgeen wat ze zeiden vastleggen en ook hun moord van profeten zonder enig recht. Wij zullen zeggen:" Proef de straf van het (eeuwig) brandende vuur."

ذٰلِکَ بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡکُمۡ وَ اَنَّ اللّٰہَ لَیۡسَ بِظَلَّامٍ لِّلۡعَبِیۡدِ ﴿۲۸۱﴾
Zaalieka biemaa qaddamat aidieekoem wa annal laaha laisa biezallaamiel liel'abieed
3:182 Dat is vanwege datgeen wat jullie handen voortbrachten en dat Allah niet onrechtvaardig tegenover Zijn dienaren is.

اَلَّذِیۡنَ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ عَہِدَ اِلَیۡنَاۤ اَلَّا نُؤۡمِنَ لِرَسُوۡلٍ حَتّٰی یَاۡتِیَنَا بِقُرۡبَانٍ تَاۡکُلُہُ النَّارُ ؕ قُلۡ قَدۡ جَآءَکُمۡ رُسُلٌ مِّنۡ قَبۡلِیۡ بِالۡبَیِّنٰتِ وَ بِالَّذِیۡ قُلۡتُمۡ فَلِمَ قَتَلۡتُمُوۡہُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۳۸۱﴾
Allazieena qaaloeo iennal laaha 'ahieda ielainaaa allaa noe'miena lieRasoelien hatta ya'tieyanaa bieqoerbaanien ta koeloehoen naar; qoel qad djaaa'akoem Roesoeloem mien qabliee bielbaiyienaatie wa biellaziee qoeltoem faliema qataltoemoehoem ien koentoem saadieqieen
3:183 (Dat zijn) degenen die zeiden: "Voorwaar, Allah heeft een belofte van ons geaccepteerd, dat wij niet zullen geloven in een boodschapper totdat hij voor ons een offer brengt dat verteerd wordt door het vuur." Zeg: "Er zijn boodschappers gekomen met duidelijke tekenen en met datgeen wat jullie verkondigen. Waarom hebben jullie hen dan gedood als jullie streven naar de waarheid?"

فَاِنۡ کَذَّبُوۡکَ فَقَدۡ کُذِّبَ رُسُلٌ مِّنۡ قَبۡلِکَ جَآءُوۡ بِالۡبَیِّنٰتِ وَ الزُّبُرِ وَ الۡکِتٰبِ الۡمُنِیۡرِ ﴿۴۸۱﴾
Fa ien kaz zaboeka faqad koez zieba Roesoeloem mien qablieka djaaa'oe bielbaiyienaatie waz Zoeboerie wal Kietaabiel Moenieer
3:184 Als ze jou (Mohammed v.z.m.h.) verwerpen, weet dan dat de eerdere boodschappers ook werden verworpen, ondanks dat ze met duidelijke tekenen, met de heilige schriften en met het verlichtende boek kwamen.

کُلُّ نَفۡسٍ ذَآئِقَۃُ الۡمَوۡتِ ؕ وَ اِنَّمَا تُوَفَّوۡنَ اُجُوۡرَکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ فَمَنۡ زُحۡزِحَ عَنِ النَّارِ وَ اُدۡخِلَ الۡجَنَّۃَ فَقَدۡ فَازَ ؕ وَ مَا الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَاۤ اِلَّا مَتَاعُ الۡغُرُوۡرِ ﴿۵۸۱﴾
Koelloe nafsien zaaa'ieqatoel mawt; wa iennamaa toewaffawna oedjoerakoem Yawmal Qieyaamatie faman zoehzieha 'anien Naarie wa oedghielal djannata faqad faaz; wa mal hayaatoed doenyaaa iellaa mataa'oel ghoeroer
3:185 Iedere 'Nafs' (persoon/eigen ik) zal de dood beproeven en pas op de dag desoordeels zullen jullie je beloningen volledig uitbetaald krijgen. Wie dan weg getrokken wordt van het vuur en toegelaten wordt tot het paradijs, zonder twijfel, hij heeft succes behaald. En het wereldse leven is niet anders dan een illusie van vermaak.

لَتُبۡلَوُنَّ فِیۡۤ اَمۡوَالِکُمۡ وَ اَنۡفُسِکُمۡ ۟ وَ لَتَسۡمَعُنَّ مِنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ مِنَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡۤا اَذًی کَثِیۡرًا ؕ وَ اِنۡ تَصۡبِرُوۡا وَ تَتَّقُوۡا فَاِنَّ ذٰلِکَ مِنۡ عَزۡمِ الۡاُمُوۡرِ ﴿۶۸۱﴾
Latoeblawoenna fieee amwaaliekoem wa anfoesiekoem wa latasma'oenna mienal lazieena oetoel Kietaaba mien qabliekoem wa mienal lazieena ashrakoeo azan kasieeraa; wa ien tasbieroe wa tattaqoe fa ienna zaalieka mien 'azmiel oemoer
3:186 Jullie zullen zeker beproefd worden in jullie eigendommen en in julliezelf. Jullie zullen zeker veel pijnlijke dingen horen van degenen aan wie het boek voorafgaand aan jullie gegeven was en van degenen die deelgenoten aan Allah toekennen. En als jullie geduldig zijn en (Allah) vrezen: voorwaar, dat behoort tot de aanbevolen daden.

وَ اِذۡ اَخَذَ اللّٰہُ مِیۡثَاقَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ لَتُبَیِّنُنَّہٗ لِلنَّاسِ وَ لَا تَکۡتُمُوۡنَہٗ ۫ فَنَبَذُوۡہُ وَرَآءَ ظُہُوۡرِہِمۡ وَ اشۡتَرَوۡا بِہٖ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ؕ فَبِئۡسَ مَا یَشۡتَرُوۡنَ ﴿۷۸۱﴾
Wa iez aghazal laahoe mieesaaqal lazieena oetoel Kietaaba latoebaiyienoennahoe liennaasie wa laa taktoemoena hoe fanabazoehoe waraaa'a zoehoeriehiem washtaraw biehiee samanan qalieelan fabie'sa maa yashtaroen
3:187 En gedenk toen Allah een verbond aanging met degenen aan wie het boek gegeven was: "Maak het voor de mensheid duidelijk en verberg het niet." Toen verwierpen zij het achter hun ruggen en ze verruilde het tegen een kleine prijs. En zeer slecht is datgeen wat ze hebben gekocht.

لَا تَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ یَفۡرَحُوۡنَ بِمَاۤ اَتَوۡا وَّ یُحِبُّوۡنَ اَنۡ یُّحۡمَدُوۡا بِمَا لَمۡ یَفۡعَلُوۡا فَلَا تَحۡسَبَنَّہُمۡ بِمَفَازَۃٍ مِّنَ الۡعَذَابِ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۸۸۱﴾
Laa tahsabannal lazieena yafrahoena biemaaa ataw wa yoehiebbona ay yoehmadoe biemaa lam yaf'aloe falaa tahsaboennahoem biemafaazatiem mienal 'azaabie wa lahoem 'azaaboen alieem
3:188 En denk niet dat degenen die blij zijn met wat ze hebben verricht en die houden om geprezen te worden voor datgeen wat ze niet doen (of hebben gedaan), denk dus niet, dat ze aan de straf zullen ontsnappen. En voor hen is er een pijnlijke straf.

وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۹۸۱﴾
Wa liellaahie moelkoes samaawaatie wal ard; wallaahoe 'alaa koellie shai'ien Qadieer
3:189 En aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde toe. En Allah is op elk gebied Almachtig.

اِنَّ فِیۡ خَلۡقِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ اخۡتِلَافِ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ لَاٰیٰتٍ لِّاُولِی الۡاَلۡبَابِ ﴿۰۹۱﴾
Inna fiee ghalqies samaawaatie wal ardie waghtielaafiel lailie wannahaarie la Aayaatiel lieoeliel albaab
3:190 Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag, daarin zijn zeker tekenen voor bezitters van verstand.

الَّذِیۡنَ یَذۡکُرُوۡنَ اللّٰہَ قِیٰمًا وَّ قُعُوۡدًا وَّ عَلٰی جُنُوۡبِہِمۡ وَ یَتَفَکَّرُوۡنَ فِیۡ خَلۡقِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ۚ رَبَّنَا مَا خَلَقۡتَ ہٰذَا بَاطِلًا ۚ سُبۡحٰنَکَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ ﴿۱۹۱﴾
Allazieena yazkoeroenal laaha qieyaamanw-wa qoe'oedanw-wa 'alaa djoeno obiehiem wa yatafakkaroena fiee ghalqies samaawaatie wal ardie Rabbanaa maa ghalaqta haaza baatielan Soebhaanaka faqienaa 'azaaban Naar
3:191 Degenen die Allah gedenken terwijl ze staan, zitten of liggen op hun zijde, en ze denken over de schepping van de hemelen en de aarde na, zeggend: "Onze Heer U heeft dit alles niet als nutteloos geschapen. Glorie behoort tot U, bescherm ons van de straf van het vuur."

رَبَّنَاۤ اِنَّکَ مَنۡ تُدۡخِلِ النَّارَ فَقَدۡ اَخۡزَیۡتَہٗ ؕ وَ مَا لِلظّٰلِمِیۡنَ مِنۡ اَنۡصَارٍ ﴿۲۹۱﴾
Rabbanaaa iennaka man toedghielien Naara faqad aghzai tahoe wa maa liezzaaliemieena mien ansaar
3:192 Onze Heer, degenen die U tot de Hel toelaat, U heeft hem dan zeer zeker vernederd en voor de onrechtplegers is er geen helpers.

رَبَّنَاۤ اِنَّنَا سَمِعۡنَا مُنَادِیًا یُّنَادِیۡ لِلۡاِیۡمَانِ اَنۡ اٰمِنُوۡا بِرَبِّکُمۡ فَاٰمَنَّا ٭ۖ رَبَّنَا فَاغۡفِرۡ لَنَا ذُنُوۡبَنَا وَ کَفِّرۡ عَنَّا سَیِّاٰتِنَا وَ تَوَفَّنَا مَعَ الۡاَبۡرَارِ ﴿۳۹۱﴾
Rabbanaaa iennanaa samie'naa moenaadieyay yoenaadiee liel ieemaanie an aamienoe bie Rabbiekoem fa aamannaa; Rabbanaa faghfier lanaa zoenoebanaa wa kaffier 'annaa saiyie aatiena wa tawaffanaa ma'al abraar
3:193 Onze Heer, voorwaar, wij hebben een oproeper gehoord die tot het geloof oproept: "Geloof in jullie Heer," Dus geloven wij. Onze Heer, vergeef dus onze zonden voor ons en verwijder van ons onze slechte daden, en laat ons sterven met de vromen.

رَبَّنَا وَ اٰتِنَا مَا وَعَدۡتَّنَا عَلٰی رُسُلِکَ وَ لَا تُخۡزِنَا یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّکَ لَا تُخۡلِفُ الۡمِیۡعَادَ ﴿۴۹۱﴾
Rabbanaa wa aatienaa maa wa'attanaa 'alaa Roesoelieka wa laa toeghzienaa Yawmal Qieyaamah; iennaka laa toeghliefoel miee'aad
3:194 Onze Heer, schenk ons wat U via Uw Boodschappers belooft hebt en onteer ons niet op de dag van de wederopstanding. Voorwaar, U verbreekt de belofte niet".

فَاسۡتَجَابَ لَہُمۡ رَبُّہُمۡ اَنِّیۡ لَاۤ اُضِیۡعُ عَمَلَ عَامِلٍ مِّنۡکُمۡ مِّنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی ۚ بَعۡضُکُمۡ مِّنۡۢ بَعۡضٍ ۚ فَالَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا وَ اُخۡرِجُوۡا مِنۡ دِیَارِہِمۡ وَ اُوۡذُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِیۡ وَ قٰتَلُوۡا وَ قُتِلُوۡا لَاُکَفِّرَنَّ عَنۡہُمۡ سَیِّاٰتِہِمۡ وَ لَاُدۡخِلَنَّہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۚ ثَوَابًا مِّنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ عِنۡدَہٗ حُسۡنُ الثَّوَابِ ﴿۵۹۱﴾
Fastadjaaba lahoem Rabboehoem anniee laaa Oediee'oe 'amala 'aamieliem mien-koem mien zakarien aw oensaa ba'doekoem mien ba'dien fal lazieena haadjaroe wa oeghriedjoe mien dieyaariehiem wa oezoe fiee sabieeliee wa qaataloe wa qoetieloe la oekaffieranna 'anhoem saiyie aatiehiem wa la oedghielanna hoem djannnatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe sawaabam mien 'iendiel laah; wallaahoe 'iendahoe hoesnoes sawaab
3:195 Toen reageerde hun Heer: "Voorzeker, Ik zal de daden van een werkende onder jullie niet verloren doen gaan, of het nu een man of een vrouw is, jullie komen uit elkaar voort. Dus degenen die emigreerde, en verjaagd werden uit hun huizen, die benadeeld werden op Mijn weg of die vochten en gedood werden, zeker Ik zal hun kwade daden verwijderen. En Ik zal ze zeker in de tuinen met eronder rivieren toelaten. Een beloning van Allah en bij Allah zijn de beste beloningen."

لَا یَغُرَّنَّکَ تَقَلُّبُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِی الۡبِلَادِ ﴿۶۹۱﴾
Laa yaghoerrannaka taqal loeboel lazieena kafaroe fiel bielaad
3:196 Laat de handeling van de ongelovigen in het land, je niet bedriegen.

مَتَاعٌ قَلِیۡلٌ ۟ ثُمَّ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿۷۹۱﴾
Mataa'oen qalieeloen soemma ma'waahoem djahannam; wa bie'sal miehaad
3:197 Het is een tijdelijke vermaak, daarna is hun verblijf de hel, een ellendig rustplaats.

لٰکِنِ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا رَبَّہُمۡ لَہُمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا نُزُلًا مِّنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ وَ مَا عِنۡدَ اللّٰہِ خَیۡرٌ لِّلۡاَبۡرَارِ ﴿۸۹۱﴾
Laakieniel lazieenat taqaw Rabbahoem lahoem djannnaatoen tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaa noezoelammien 'iendiel laah; wa maa 'iendal laahie ghairoel liel abraar
3:198 Maar degenen die hun Heer vrezen, voor hen zullen er tuinen zijn met stromende rivieren eronder. Ze zullen voor altijd erin vertoeven, een vriendelijkheid van Allah. En wat bij Allah is, is het beste voor de rechtvaardigen.

وَ اِنَّ مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ لَمَنۡ یُّؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکُمۡ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡہِمۡ خٰشِعِیۡنَ لِلّٰہِ ۙ لَا یَشۡتَرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ اَجۡرُہُمۡ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۹۹۱﴾
Wa ienna mien Ahliel Kietaabie lamay yoe'mienoe biellaahie wa maaa oenziela ielaikoem wa maaa oenziela ielaihiem ghaashie 'ieena liellaahie laa yashtaroena bie Aayaatiel laahie samanan qalieelaa; oelaaa'ieka lahoem adjroehoem 'ienda Rabbiehiem; iennal laaha sariee'oel hiesaab
3:199 En voorzeker, onder de mensen van het Boek, zijn er die geloven in Allah en wat aan jou (Mohammed) geopenbaard is en wat aan hen geopenbaard is. Ze zijn nederig onderdanig tot Allah. Zij verruilen de verzen van Allah niet voor een kleine prijs. Zij, voor hen zijn er beloningen bij hun Heer. Voorzeker, Allah is snel in het afrekenen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اصۡبِرُوۡا وَ صَابِرُوۡا وَ رَابِطُوۡا ۟ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۰۰۲﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoes bieroe wa saabieroe wa raabietoe wattaqoel laaha la'allakoem toefliehoen
3:200 O jullie die geloven, wees standvastig, geduldig, behoudend en vrees Allah, zodat jullie succes zullen hebben.


www.heiligekoran.nl