10 Yunus (De profeet Jonas)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓرٰ ۟ تِلۡکَ اٰیٰتُ الۡکِتٰبِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱﴾
Alief-Laaam-Raa; tielka Aayaatoel Kietaabiel Hakieem
10:1 Alief Laam Ra. Dit zijn de verzen van het wijze boek.

اَکَانَ لِلنَّاسِ عَجَبًا اَنۡ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی رَجُلٍ مِّنۡہُمۡ اَنۡ اَنۡذِرِ النَّاسَ وَ بَشِّرِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنَّ لَہُمۡ قَدَمَ صِدۡقٍ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕؔ قَالَ الۡکٰفِرُوۡنَ اِنَّ ہٰذَا لَسٰحِرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۲﴾
'A kaana liennaasie 'adjaaban 'an 'awhainaaa 'ielaa radjoelien mienhoem 'an anzierien naasa wa bashshieriel lazieena 'aamanoe 'anna lahoem qadama siedqien 'ienda Rabbiehiem; qaalal kaafieroena 'ienna haazaa la saahieroen moebieen
10:2 Is het voor de mensen een wonder dat Wij aan een man van hen (het volgende) openbaarden: "Waarschuw de mens en geef het goede nieuws aan degenen die geloven dat er voor hen een eervolle positie dichtbij hun Heer is." De ongelovigen zeiden: "Voorzeker, dit is zeker een duidelijke tovenaar."

اِنَّ رَبَّکُمُ اللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ فِیۡ سِتَّۃِ اَیَّامٍ ثُمَّ اسۡتَوٰی عَلَی الۡعَرۡشِ یُدَبِّرُ الۡاَمۡرَ ؕ مَا مِنۡ شَفِیۡعٍ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ اِذۡنِہٖ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۳﴾
Inna Rabbakoemoel laahoel laziee ghalaqas samaawaatie wal arda fiee siettatie aiyaamien thoemmas tawaa 'alal 'Arshie yoedabbieroel amra maa mien shafiee'ien iellaa mien ba'die ieznieh; zaliekoemoel laahoe Rabboekoem fa'boedoeh; afalaa tazakkaroen
10:3 Voorzeker, jullie Heer is Allah! Degene die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep. Vervolgens, 'Istawa' (steeg) Hij op de troon (op een manier die bij Zijn Majesteit past) om alles te regelen. Er is geen bemiddelaar zonder Zijn toestemming. Dat is Allah jouw Heer, dus aanbid Hem. Dus willen jullie Hem niet gedenken? (Notitie: zie ook 20:5, 57:22, 6:59, alles gebeurt met het verlof van Allah.)

اِلَیۡہِ مَرۡجِعُکُمۡ جَمِیۡعًا ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقًّا ؕ اِنَّہٗ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ لِیَجۡزِیَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ بِالۡقِسۡطِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَہُمۡ شَرَابٌ مِّنۡ حَمِیۡمٍ وَّ عَذَابٌ اَلِیۡمٌۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۴﴾
Ilaihie mardjie'oekoem djamiee 'aw wa'dal laahie haqqaa; iennahoe yabda'oel ghalqa thoemma yoe'ieedoehoe lieyadjzieyal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie bielqiest; wallazieena kafaroe lahoem sharaaboen mien hamiee miew wa 'azaaboen 'alieemoen biemaa kaanoe yakfoeroen
10:4 Tot Hem zullen jullie allen terug keren. De belofte van Allah is waar. Voorzeker, Hij begon de schepping, vervolgens zal Hij opnieuw scheppen (m.b.t. de dag des oordeels), zodat Hij de gelovigen en degenen die goede daden deden zal belonen op basis van rechtvaardigheid. Maar degenen die niet geloofden, voor hen zullen er (verschillende) dranken zijn van kokende vloeistoffen en een pijnlijke straf. (Notitie: zie ook 50:15 m.b.t. de schepping.)

ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ الشَّمۡسَ ضِیَآءً وَّ الۡقَمَرَ نُوۡرًا وَّ قَدَّرَہٗ مَنَازِلَ لِتَعۡلَمُوۡا عَدَدَ السِّنِیۡنَ وَ الۡحِسَابَ ؕ مَا خَلَقَ اللّٰہُ ذٰلِکَ اِلَّا بِالۡحَقِّ ۚ یُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۵﴾
Hoewal laziee dja'alash shamsa dieyaaa'aw walqamara noeraw wa qaddarahoe manaaziela lie ta'lamoe 'adadas sienieena walhiesaab; maa ghalaqal laahoe zaalieka iella bielhaqq; yoefassieloel aayaatie lie qawmiey ya'lamoen
10:5 Hij is Degene Die de zon als een stralende lichtbron maakte en de maan als een (gereflecteerde) licht. En Hij heeft fases ervoor (de maan) vastgesteld, zodat je het aantal jaren en de tijd kan berekenen. Allah heeft het in perfectie geschapen. Hij legt de tekenen uit voor een volk dat begrijpt. (Notitie: zie ook 36:39-40, 71:15-16, 76:3)

اِنَّ فِی اخۡتِلَافِ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ وَ مَا خَلَقَ اللّٰہُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّتَّقُوۡنَ ﴿۶﴾
Inna fiegh tielaafiel lailie wannahaarie wa maa ghalaqal laahoe fies samaawaatie wal ardie la aayaatien lieqawmiey yattaqoen
10:6 Voorzeker, in het afwisselen van de nacht en de dag, en ook wat door Allah in de hemelen en op de aarde is gemaakt, zijn tekenen voor de Moetaqoens (godvrezend 2:2-5).

اِنَّ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا وَ رَضُوۡا بِالۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ اطۡمَاَنُّوۡا بِہَا وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَنۡ اٰیٰتِنَا غٰفِلُوۡنَ ۙ﴿۷﴾
Innal lazieena laa yardjoena lieqaaa'anaa wa radoe bielhayaatied doenyaa watma' annoe biehaa wallazieena hoem 'an Aayaatienaa ghaafieloen
10:7 Voorzeker, degenen die niet hopen in de ontmoeting met Ons en die met het wereldse leven tevreden zijn en zich gerust ermee voelen, zijn achteloos voor Onze tekenen.

اُولٰٓئِکَ مَاۡوٰىہُمُ النَّارُ بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۸﴾
Oelaaa'ieka ma'waahoemoen Naaroe biemaa kaanoe yaksieboen
10:8 Hun verblijfplaats zal het vuur zijn door datgeen wat ze deden.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ یَہۡدِیۡہِمۡ رَبُّہُمۡ بِاِیۡمَانِہِمۡ ۚ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہِمُ الۡاَنۡہٰرُ فِیۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۹﴾
Innal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie yahdieehiem Rabboehoem bie ieemaaniehiem tadjriee mien tahtiehiemoel anhaaroe fiee djannaatien Na'ieem
10:9 Voorzeker, degenen die geloven en goede daden verrichten, hun Heer zal hun leiden door hun geloof naar tuinen van gelukzaligheid, waaronder rivieren stromen.

دَعۡوٰىہُمۡ فِیۡہَا سُبۡحٰنَکَ اللّٰہُمَّ وَ تَحِیَّتُہُمۡ فِیۡہَا سَلٰمٌ ۚ وَ اٰخِرُ دَعۡوٰىہُمۡ اَنِ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۰۱﴾
Da'waahoem fieehaa Soebhaanakal laahoemma wa tahieyyatoehoem fieehaa salaam; wa aaghieroe da'waahoem aniel hamdoe liellaahie Rabbiel 'aalamieen
10:10 Hun smeekgebed die ze daar zullen verrichten zal zijn: "Soebhanaka Allahoemma (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming bent U, O Allah)!" En hun wijze van groeten zal daar vredig zijn. En ze eindigen hun smeekgebed met: "Alhamdoe Lilla hie Rabbiel Alamien (Alle lof en dank behoren aan Allah toe, de Heer der werelden)!"

وَ لَوۡ یُعَجِّلُ اللّٰہُ لِلنَّاسِ الشَّرَّ اسۡتِعۡجَالَہُمۡ بِالۡخَیۡرِ لَقُضِیَ اِلَیۡہِمۡ اَجَلُہُمۡ ؕ فَنَذَرُ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا فِیۡ طُغۡیَانِہِمۡ یَعۡمَہُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa law yoe'adjdjieloel laahoe liennaasiesh sharra stie' djaalahoem biel ghairie laqoedieya ielaihiem 'adjaloehoem fa nazaroel lazieena laa yardjoena lieqaaa'anaa fiee toeghyaaniehiem ya'mahoen
10:11 En als Allah (het gevolg van) de slechte daden voor de mensheid zou verhaasten, net zoals de mens zich naar het goede (wereldse rijkdommen) haast, dan zou hun termijn (hun dood) vervroegd zijn. Maar Wij laten hen die niet in de ontmoeting met Ons geloven, in hun overtreding rond dwalen als een blinde. (Notitie: zie 2:216.)

وَ اِذَا مَسَّ الۡاِنۡسَانَ الضُّرُّ دَعَانَا لِجَنۡۢبِہٖۤ اَوۡ قَاعِدًا اَوۡ قَآئِمًا ۚ فَلَمَّا کَشَفۡنَا عَنۡہُ ضُرَّہٗ مَرَّ کَاَنۡ لَّمۡ یَدۡعُنَاۤ اِلٰی ضُرٍّ مَّسَّہٗ ؕ کَذٰلِکَ زُیِّنَ لِلۡمُسۡرِفِیۡنَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Wa iezaa massal iensaanad doerroe da'aanaa lie djambiehieee aw qaa'iedan aw qaaa'ieman falammaa kashafnaa 'anhoe doerrahoe marra ka an lam yad'oenaaa ielaa doerrien massah; kazaalieka zoeyyiena lielmoesriefieena maa kaanoe ya'maloen
10:12 En wanneer de mens tegenslag treft (door zijn eigen slechte daden), dan roept hij Ons liggend, zittend of staand aan. Echter, wanneer Wij dan zijn moeilijkheid verwijderen, gaat hij verder net als of hij ons nooit voor hulp voor de tegenslag aangeroepen had. Hun buitensporige daden zijn dus schoonschijnend voor hen gemaakt. (Notitie: doordat het probleem opgelost is, erkennen ze niet de foutieve gedrag. En hun daden worden dus schoonschijnend gemaakt.)

وَ لَقَدۡ اَہۡلَکۡنَا الۡقُرُوۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ لَمَّا ظَلَمُوۡا ۙ وَ جَآءَتۡہُمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ وَ مَا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡا ؕ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡقَوۡمَ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Wa laqad ahlaknal qoeroena mien qabliekoem lammaa zalamoe wa djaaa'at hoem Roesoeloehoem biel baiyienaatie wa maa kaanoe lieyoe'mienoe; kazaalieka nadjziel qawmal moedjriemieen
10:13 En waarlijk, we vernietigden de oude generaties toen ze onrecht deden. De boodschappers kwamen tot hen met duidelijke bewijzen, echter ze geloofden hen niet. Dus vergolden Wij de misdadigers.

ثُمَّ جَعَلۡنٰکُمۡ خَلٰٓئِفَ فِی الۡاَرۡضِ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ لِنَنۡظُرَ کَیۡفَ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Thoemma dja'alnaakoem ghalaaa'iefa fiel ardie mien ba'diehiem lie nanzoera kaifa ta'maloen
10:14 Vervolgens, deden Wij na (de vernietiging van) hen jullie toenemen op de aarde, zodat Wij (de vruchten van) jullie daden konden zien.

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیَاتُنَا بَیِّنٰتٍ ۙ قَالَ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا ائۡتِ بِقُرۡاٰنٍ غَیۡرِ ہٰذَاۤ اَوۡ بَدِّلۡہُ ؕ قُلۡ مَا یَکُوۡنُ لِیۡۤ اَنۡ اُبَدِّلَہٗ مِنۡ تِلۡقَآیِٔ نَفۡسِیۡ ۚ اِنۡ اَتَّبِعُ اِلَّا مَا یُوۡحٰۤی اِلَیَّ ۚ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اِنۡ عَصَیۡتُ رَبِّیۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۵۱﴾
Wa iezaa toetlaa 'alaihiem aayaatoenaa baiyienaatien qaalal lazieena laa yardjoena lieqaaa'a na'tie bie Qoer'aanien ghairie haazaaa aw baddielh; qoel maa yakoenoe lieee 'an 'oebaddielahoe mien tielqaaa'ie nafsiee ien attabie'oe iellaa maa yoehaaa ielaiya iennieee aghaafoe ien 'asaytoe Rabbiee 'azaaba Yawmien 'Azieem
10:15 En wanneer er tot hen Onze verzen als duidelijke bewijs opgelezen wordt, zeggen degenen die niet op Onze ontmoeting hopen: "Breng een andere Koran dan deze of verander het." Zeg: "Het is niet aan mij om het zelf te veranderen. Ik volg alleen wat aan mij geopenbaard is. Voorzeker, ik vrees de straf op een grote dag als ik mijn Heer niet gehoorzaam." (Notitie: zie ook 39:13)

قُلۡ لَّوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا تَلَوۡتُہٗ عَلَیۡکُمۡ وَ لَاۤ اَدۡرٰىکُمۡ بِہٖ ۫ۖ فَقَدۡ لَبِثۡتُ فِیۡکُمۡ عُمُرًا مِّنۡ قَبۡلِہٖ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۶۱﴾
Qoel law shaaa'al laahoe maa talawtoehoe 'alaikoem wa laaa adraakoem biehiee faqad labiestoe fieekoem 'oemoeran mien qablieh; afalaa ta'qieloen
10:16 Zeg: "Als Allah het had gewild, dan had ik het niet aan jullie gereciteerd. Noch zou Hij het aan jullie kenbaar maken. Waarlijk ik heb mijn hele leven ervoor (voordat de openbaring kwam) met jullie geleefd. Waarom denken jullie niet na?"

فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Faman azlamoe miemmanief taraa 'alal laahie kazieban aw kazzaba bie Aayaatieh; iennahoe laa yoefliehoel moedjriemoen
10:17 Wie is er meer onrechtvaardig dan degene die over Allah een leugen verzint of degene die Zijn tekenen verwerpt? Voorzeker, de misdadigers zullen niet slagen.

وَ یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَضُرُّہُمۡ وَ لَا یَنۡفَعُہُمۡ وَ یَقُوۡلُوۡنَ ہٰۤؤُلَآءِ شُفَعَآؤُنَا عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ قُلۡ اَتُنَبِّـُٔوۡنَ اللّٰہَ بِمَا لَا یَعۡلَمُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ لَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Wa ya'boedoena mien doeniel laahie maa laa yadoerroehoem wa laa yanfa'oehoem wa yaqoeloena haaa'oelaaa'ie shoefa'aaa 'oenaa 'iendal laah; qoel 'a toenabbie 'oenal laaha bie maa laa ya'lamoe fies samaawaatie wa laa fiel ard; soebhaanahoe wa Ta'aalaa 'ammaa yoeshriekoen
10:18 En ze aanbidden iets anders dan Allah, dat hen niet schaden kan, noch hen een voordeel kan geven. En ze zeggen: "Ze zijn onze bemiddelaars bij Allah." Zeg: "Willen jullie Allah informeren over iets van de hemelen of de aarde wat Hij niet kent?" Alle glorie behoort Hem toe en hoog verheven is Hij wat ze met Hem associëren!

وَ مَا کَانَ النَّاسُ اِلَّاۤ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً فَاخۡتَلَفُوۡا ؕ وَ لَوۡ لَا کَلِمَۃٌ سَبَقَتۡ مِنۡ رَّبِّکَ لَقُضِیَ بَیۡنَہُمۡ فِیۡمَا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Wa maa kaanan naasoe iellaaa oemmataw waahiedatan fa ghtalafoe; wa law laa kaliematoen sabaqat mier Rabbieka laqoedieya bainahoem fiee maa fieehie yaghtaliefoen
10:19 En de mensheid had alleen één geloof (het monotheïsme), vervolgens verschilden ze (in geloofsopvatting). En als het woord (de dag des oordeels) door jou Heer niet was vastgesteld, dan was hetgeen waarin ze verschillenden zeker beoordeeld (door Allah). (Notitie zie ook 13:33)

وَ یَقُوۡلُوۡنَ لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ اٰیَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ۚ فَقُلۡ اِنَّمَا الۡغَیۡبُ لِلّٰہِ فَانۡتَظِرُوۡا ۚ اِنِّیۡ مَعَکُمۡ مِّنَ الۡمُنۡتَظِرِیۡنَ ﴿۰۲﴾
Wa yaqoeloena law laaa oenziela 'alaihie aayatoen mier Rabbiehiee faqoel iennamal ghaiboe liellaahie fantazieroe ienniee ma'akoem mienal moentazierieen
10:20 En ze zeggen: "Waarom is er geen teken van zijn Heer tot hem (Mohammed v.z.m.h.) neergezonden? Zeg dus: "Het ongeziene behoort alleen tot Allah toe. Wacht dus, ik behoor ook tot de wachtenden."

وَ اِذَاۤ اَذَقۡنَا النَّاسَ رَحۡمَۃً مِّنۡۢ بَعۡدِ ضَرَّآءَ مَسَّتۡہُمۡ اِذَا لَہُمۡ مَّکۡرٌ فِیۡۤ اٰیَاتِنَا ؕ قُلِ اللّٰہُ اَسۡرَعُ مَکۡرًا ؕ اِنَّ رُسُلَنَا یَکۡتُبُوۡنَ مَا تَمۡکُرُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa iezaaa azaqnan naasa rahmatan mien ba'die darraaa'a massat hoem iezaa lahoem makroen fieee aayaatienaa; qoeliel laahoe asra'oe makraa; ienna roesoelanaa yaktoeboena maa tamkoeroen
10:21 Zie! Wanneer Wij de mensheid, na tegenslagen, barmhartigheid doen proeven, dan maken ze plannen tegen ons tekenen. Zeg: "Allah is sneller in het maken van plannen." Voorzeker, Onze boodschappers noteren wat jullie beramen. (Notitie: zie 10:12)

ہُوَ الَّذِیۡ یُسَیِّرُکُمۡ فِی الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ ؕ حَتّٰۤی اِذَا کُنۡتُمۡ فِی الۡفُلۡکِ ۚ وَ جَرَیۡنَ بِہِمۡ بِرِیۡحٍ طَیِّبَۃٍ وَّ فَرِحُوۡا بِہَا جَآءَتۡہَا رِیۡحٌ عَاصِفٌ وَّ جَآءَہُمُ الۡمَوۡجُ مِنۡ کُلِّ مَکَانٍ وَّ ظَنُّوۡۤا اَنَّہُمۡ اُحِیۡطَ بِہِمۡ ۙ دَعَوُا اللّٰہَ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ۬ۚ لَئِنۡ اَنۡجَیۡتَنَا مِنۡ ہٰذِہٖ لَنَکُوۡنَنَّ مِنَ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۲۲﴾
Hoewal laziee yoesayyieroekoem fiel barrie walbahrie hattaaa iezaa koentoem fiel foelkie wa djaraina biehiem bie rieehien tayyiebatiew wa fariehoe biehaa djaaa'at haa rieehoen 'aasiefoew wa djaaa'ahoemoel mawdjoe mien koellie makaaniew wa zannoeo 'annahoem 'oehieeta biehiem da'a woellaaha moeghliesieena lahoed dieena la'ien andjaitanaa mien haaziehiee la nakoenanna mienash shaakierieen
10:22 Hij is degene die het mogelijk maakt dat jullie op land en op zee kunnen reizen. Dus (de volgende situatie zal zich voordoen) wanneer jullie je dan op schepen bevinden en ze varen uit met een rustige wind en iedereen is verheugd (door de reis). Vervolgens komt er een storm. De golven komen vanuit alle kanten en ze veronderstellen dat ze erdoor ingesloten (en er geweest) zijn. Dan roepen ze Allah aan, zuiver-aanbiddend: "Als U ons hiervan redt, dan zullen we U echt dankbaar zijn. (Notitie zie ook 17:67)

فَلَمَّاۤ اَنۡجٰہُمۡ اِذَا ہُمۡ یَبۡغُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ بِغَیۡرِ الۡحَقِّ ؕ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنَّمَا بَغۡیُکُمۡ عَلٰۤی اَنۡفُسِکُمۡ ۙ مَّتَاعَ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۫ ثُمَّ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُکُمۡ فَنُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Falammaaa andjaahoem iezaa hoem yabghoena fiel ardie bieghairiel haqq; yaaa aiyoehannaasoe iennamaa bagh yoekoem 'alaaa anfoesiekoem mataa'al hayaatied doenyaa thoemma ielainaa mardjie'oekoem fanoenabbie 'oekoem biemaa koentoem ta'maloen
10:23 Echter zie! Wanneer Hij hen redde, dan misdragen ze zich op aarde, zonder enige recht. O mensheid! Jullie wangedrag, vanwege het zoeken naar de wereldse genietingen, is alleen ten nadele van jezelf. Jullie terugkeer is tot Ons en Wij zullen jullie informeren over wat jullie deden. (Notitie: zie ook 3:30)

اِنَّمَا مَثَلُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا کَمَآءٍ اَنۡزَلۡنٰہُ مِنَ السَّمَآءِ فَاخۡتَلَطَ بِہٖ نَبَاتُ الۡاَرۡضِ مِمَّا یَاۡکُلُ النَّاسُ وَ الۡاَنۡعَامُ ؕ حَتّٰۤی اِذَاۤ اَخَذَتِ الۡاَرۡضُ زُخۡرُفَہَا وَ ازَّیَّنَتۡ وَ ظَنَّ اَہۡلُہَاۤ اَنَّہُمۡ قٰدِرُوۡنَ عَلَیۡہَاۤ ۙ اَتٰہَاۤ اَمۡرُنَا لَیۡلًا اَوۡ نَہَارًا فَجَعَلۡنٰہَا حَصِیۡدًا کَاَنۡ لَّمۡ تَغۡنَ بِالۡاَمۡسِ ؕ کَذٰلِکَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Innamaa masaloel hayaatied doenyaa ka maaa'ien anzalnaahoe mienas samaaa'ie faghtalata biehiee nabaatoel ardie miemmaa ya'koeloen naasoe wal an'aam; hattaaa iezaaa aghazatiel ardoe zoeghroefahaa wazzayyanat wa zanna ahloehaaa annahoem qaadieroena 'alaihaaa ataahaaa amroenaa lailan aw nahaaran fadja'alnaahaa hasieedan ka 'an lam taghna biel-ams; kazaalieka noefassieloel aayaatie lieqawmiey yatafakkaroen
10:24 Een vergelijking van het wereldse leven is net als regen dat door de planten wordt opgenomen. Vervolgens eten de mens en de dieren ervan. Totdat de aarde versierd is en schitterend geworden is en de mens denkt dat hij er macht over heeft. Vervolgens komt 's nachts of overdag Onze opdracht en Wij maken het als een geoogst veld net als of er nooit iets er op had gebloeid. We leggen de tekenen dus uit voor de mensen die er over willen nadenken. (Notitie: zie ook 18:45)

وَ اللّٰہُ یَدۡعُوۡۤا اِلٰی دَارِ السَّلٰمِ ؕ وَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۵۲﴾
Wallaahoe yad'oeo ielaa daaries salaamie wa yahdiee may yashaaa'oe ielaa Sieraatien Moestaqieem
10:25 En Allah roept naar het huis van vrede (Daroes selaam, het Paradijs). En Hij leidt wie Hij wil naar het rechte Pad.

لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوا الۡحُسۡنٰی وَ زِیَادَۃٌ ؕ وَ لَا یَرۡہَقُ وُجُوۡہَہُمۡ قَتَرٌ وَّ لَا ذِلَّۃٌ ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡجَنَّۃِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Liel lazieena ahsanoel hoesnaa wa zieyaadatoew wa laa yarhaqoe woedjoehahoem qataroew wa laa ziellah; oelaaa'ieka ashaaboel djannatie hoem fieehaa ghaaliedoen
10:26 Voor degenen die goed doen is er het goede en zelfs meer dan dat. En hun gezichten zullen niet met stof, noch met vernedering bedekt worden. Zij zijn de bewoners van het paradijs. Ze zullen er voor altijd in blijven.

وَ الَّذِیۡنَ کَسَبُوا السَّیِّاٰتِ جَزَآءُ سَیِّئَۃٍۭ بِمِثۡلِہَا ۙ وَ تَرۡہَقُہُمۡ ذِلَّۃٌ ؕ مَا لَہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ مِنۡ عَاصِمٍ ۚ کَاَنَّمَاۤ اُغۡشِیَتۡ وُجُوۡہُہُمۡ قِطَعًا مِّنَ الَّیۡلِ مُظۡلِمًا ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Wallazieena kasaboes saiyie aatie djazaaa'oe saiyie'atien biemiesliehaa wa tarhaqoehoem ziellah; maa lahoem mienal laahie mien 'aasiemien ka annamaaa oeghshieyat woedjoehoehoem qieta'an mienal lailie moezliemaa; oelaaa'ieka Ashaaboen Naarie hoem fieeha ghaaliedoen
10:27 En voor degenen die slechte daden verrichtten, (weet dan dat) de vergelding voor een kwade daad gelijk daaraan is. En de vernedering zal hun bedekken. Ze zullen tegen Allah geen enkele beschermer hebben. Delen van hun gezichten zullen donker\zwart zijn net als de duisternis van de nacht. Zij zijn de bewoners van het vuur. Ze zullen er voor altijd in blijven.

وَ یَوۡمَ نَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ثُمَّ نَقُوۡلُ لِلَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا مَکَانَکُمۡ اَنۡتُمۡ وَ شُرَکَآؤُکُمۡ ۚ فَزَیَّلۡنَا بَیۡنَہُمۡ وَ قَالَ شُرَکَآؤُہُمۡ مَّا کُنۡتُمۡ اِیَّانَا تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Wa yawma nahshoeroehoem djamiee'an thoemma naqoeloe liel lazieena ashrakoe makaanakoem antoem wa shoerakaaa'oekoem; fazaiyalnaa bainahoem wa qaala shoerakaaa'oehoem maa koentoem ieyyaanaa ta'boedoen
10:28 En op de Dag (dag des oordeels) zullen Wij hen allen verzamelen, vervolgens zullen Wij tegen degenen die bemiddelaars namen, zeggen: "Blijf op jullie plaatsen, jullie en jullie bemiddelaars!" Daarna zullen Wij hen scheiden en hun bemiddelaars zullen zeggen: "Jullie aanbeden ons niet!"

فَکَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًۢا بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمۡ اِنۡ کُنَّا عَنۡ عِبَادَتِکُمۡ لَغٰفِلِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Fakafaa biellaahie shahieedan bainanaa wa bainakoem ien koennaa 'an 'iebaadatiekoem laghaafielieen
10:29 "Allah (alleen) is voldoende als getuige tussen jullie en ons, dat wij niet bewust waren van jullie aanbidding."

ہُنَالِکَ تَبۡلُوۡا کُلُّ نَفۡسٍ مَّاۤ اَسۡلَفَتۡ وَ رُدُّوۡۤا اِلَی اللّٰہِ مَوۡلٰىہُمُ الۡحَقِّ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Hoenaalieka tabloe koelloe nafsien maaa 'aslafat; wa roeddoe ielal laahie mawlaahoemoel haqqie wa dalla 'anhoem maa kaanoe yaftaroen
10:30 Elke Nafs (persoon) zal berecht worden voor datgeen wat hij gedaan had. En ze zullen bij Allah gebracht worden, hun ware Heer. En datgeen wat ze verzonnen (hun bemiddelaar) zal er niet zijn.

قُلۡ مَنۡ یَّرۡزُقُکُمۡ مِّنَ السَّمَآءِ وَ الۡاَرۡضِ اَمَّنۡ یَّمۡلِکُ السَّمۡعَ وَ الۡاَبۡصَارَ وَ مَنۡ یُّخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ یُخۡرِجُ الۡمَیِّتَ مِنَ الۡحَیِّ وَ مَنۡ یُّدَبِّرُ الۡاَمۡرَ ؕ فَسَیَقُوۡلُوۡنَ اللّٰہُ ۚ فَقُلۡ اَفَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Qoel may yarzoeqoekoem mienas samaaa'ie wal ardie ammay yamliekoes sam'a wal absaara wa may yoeghriedjoel haiya mienal maiyietie wa yoeghriedjoel maiyieta mienal haiyie wa may yoedabbieroel amr; fasa yaqoeloenal laah; faqoel afalaa tattaqoen
10:31 Zeg: "Wie voorziet jullie van de hemel en de aarde? En wie heeft macht over het gehoor en de zicht? En wie brengt de levende voort uit het dode en de dode voort uit de levende? En wie regelt alle zaken? Ze zullen zeggen: "Allah!" Zeg dan: "Waarom vrezen jullie hem dan niet?"

فَذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمُ الۡحَقُّ ۚ فَمَا ذَا بَعۡدَ الۡحَقِّ اِلَّا الضَّلٰلُ ۚۖ فَاَنّٰی تُصۡرَفُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Fazaaliekoemoel laahoe Rabboekoemoel haqq; famaazaa ba'dal haqqie iellad dalaaloe fa anna toesrafoen
10:32 Dat is Allah! Jullie ware Heer. Wat kan er dan meer zijn dan de waarheid, behalve datgeen wat leidt tot dwaling?

کَذٰلِکَ حَقَّتۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ عَلَی الَّذِیۡنَ فَسَقُوۡۤا اَنَّہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Kazaalieka haqqat Kaliematoe Rabbieka 'alal lazieena fasaqoeo annahoem laa yoe'mienoen
10:33 Dus werd het woord van jou Heer over degenen die provocerend ongehoorzaam zijn, bewezen dat het de waarheid is. Zij zullen niet geloven.

قُلۡ ہَلۡ مِنۡ شُرَکَآئِکُمۡ مَّنۡ یَّبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ ؕ قُلِ اللّٰہُ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ فَاَنّٰی تُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Qoel hal mien shoerakaaa 'iekoem may yabda'oel ghalqa thoemma yoe'ieedoeh; qoeliel laahoe yabda'oel ghalqa thoemma yoe'ieedoehoe fa annaa toe'fakoen
10:34 Zeg: "Is er iemand van jullie bemiddelaars/afgoden die begint met scheppen en dan deze (opnieuw) herhaalt? Zeg: "Allah (alleen) begint de schepping en vervolgens herhaalt Hij deze. Hoe kan het dus zijn dat jullie afgedwaald zijn?" (Notitie zie 55:26 en 10:31, alles vergaat wat geschapen is, echter het wordt opnieuw gemaakt. Het is Hij die leven voort brengt uit de dode en de dood voort brengt voor de levende).

قُلۡ ہَلۡ مِنۡ شُرَکَآئِکُمۡ مَّنۡ یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الۡحَقِّ ؕ قُلِ اللّٰہُ یَہۡدِیۡ لِلۡحَقِّ ؕ اَفَمَنۡ یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الۡحَقِّ اَحَقُّ اَنۡ یُّتَّبَعَ اَمَّنۡ لَّا یَہِدِّیۡۤ اِلَّاۤ اَنۡ یُّہۡدٰی ۚ فَمَا لَکُمۡ ۟ کَیۡفَ تَحۡکُمُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Qoel hal mien shoerakaaa 'iekoem may yahdieee ielal haqq; qoeliel laahoe yahdiee lielhaqq; afamay yahdieee ielal haqqie ahaqqoe ay yoettaba'a ammal laa yahieddieee iellaaa ay yoehdaa famaa lakoem kaifa tahkoemoen
10:35 Zeg: "Is er iemand van jullie bemiddelaars/afgoden, die leidt naar de waarheid? Zeg: "Het is Allah (alleen) die leidt naar de waarheid. Is het dan niet juist om degene te volgen die leidt tot de waarheid in plaats van degene die niet leidt, totdat hij zelf geleid wordt? Wat is er dan met jullie? Op basis van wat oordelen jullie?

وَ مَا یَتَّبِعُ اَکۡثَرُہُمۡ اِلَّا ظَنًّا ؕ اِنَّ الظَّنَّ لَا یُغۡنِیۡ مِنَ الۡحَقِّ شَیۡئًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِمَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Wa maa yattabie'oe aksaroehoem iellaa zannaa; iennaz zanna laa yoeghniee mienal haqqie shai'aa; iennal laaha 'Alieemoen biemaa yaf'aloen
10:36 En de meeste van hen volgen alleen vermoedens. Voorzeker, de vermoedens geven geen enkele voordeel ten opzichte van de waarheid. Voorzeker, Allah is Aliemun (alwetend) over het geen ze doen.

وَ مَا کَانَ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنُ اَنۡ یُّفۡتَرٰی مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ تَصۡدِیۡقَ الَّذِیۡ بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ تَفۡصِیۡلَ الۡکِتٰبِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ مِنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۳﴾
Wa maa kaana haazal Qoer'aanoe ay yoeftaraa mien doeniel laahie wa laakien tasdieeqal laziee baina yadaihie wa tafsieelal Kietaabie laa raiba fieehiee mier Rabbiel 'aalamieen
10:37 En het is niet mogelijk dat deze Koran door iemand anders, dan Allah, voort gebracht is. Het is een bevestiging van hetgeen ervoor (de Torah, indjeel, etc). Een gedetailleerde uitleg van het boek (Lauh Al-Mahfuz) waar er geen twijfel in is (zie 2:2). Het is van de Heer der werelden. (Notitie: Verschillende Koran studies tonen aan dat er een nauwkeurige samenhang tussen verzen, Surahs en woorden zijn. Een voorbeeld hiervan is ring samenstelling van Surahs. Nog een voorbeeld is, dat tegenovergestelde woorden, zoals bijvoorbeeld de hel en het paradijs, even vaak voorkomen in de Koran. Ook de Arabische stijl van Koran is bijzonder. Daarnaast zijn er verzen die details van de schepping beschrijven, wat onlangs door de wetenschap bevestigd is op juistheid.)

اَمۡ یَقُوۡلُوۡنَ افۡتَرٰىہُ ؕ قُلۡ فَاۡتُوۡا بِسُوۡرَۃٍ مِّثۡلِہٖ وَ ادۡعُوۡا مَنِ اسۡتَطَعۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۳﴾
'Am yaqoeloenaf taraahoe qoel fa'toe bie soeratien miesliehiee wad'oe manies tata'toem mien doeniel laahie ien koentoem saadieqieen
10:38 Of zeggen ze: "Hij (Mohammed v.z.m.h.) heeft het verzonnen!" Zeg: "Als jullie streven naar de waarheid, breng dan een soortgelijke Surah (verzen) en roep wie dan ook aan behalve Allah (voor hulp)." (Notitie zie ook 11:13)

بَلۡ کَذَّبُوۡا بِمَا لَمۡ یُحِیۡطُوۡا بِعِلۡمِہٖ وَ لَمَّا یَاۡتِہِمۡ تَاۡوِیۡلُہٗ ؕ کَذٰلِکَ کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۹۳﴾
Bal kazzaboe biemaa lam yoehieetoe bie'ielmiehiee wa lammaa ya'tiehiem ta'wieeloeh; kazaalieka kazzabal lazieena mien qabliehiem fanzoer kaifa kaana 'aaqiebatoez zaaliemieen
10:39 Nee! Ze verwerpen het nog voordat ze de kennis ervan bevatten en nog voordat de uitleg ervan tot hen komt. Net zo (verwierpen) degenen (van de oude generaties) voor hen. Zie dan hoe het einde van de misdadigers was.

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یُّؤۡمِنُ بِہٖ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ لَّا یُؤۡمِنُ بِہٖ ؕ وَ رَبُّکَ اَعۡلَمُ بِالۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Wa mienhoem may yoe 'mienoe biehiee wa mienhoem mal laa yoe'mienoe bieh; wa Rabboeka a'lamoe bielmoefsiedieen
10:40 En onder hen zijn er mensen die er in geloven en die er niet in geloven. En jouw Heer weet alles over de misdadigers.

وَ اِنۡ کَذَّبُوۡکَ فَقُلۡ لِّیۡ عَمَلِیۡ وَ لَکُمۡ عَمَلُکُمۡ ۚ اَنۡتُمۡ بَرِیۡٓـــُٔوۡنَ مِمَّاۤ اَعۡمَلُ وَ اَنَا بَرِیۡٓءٌ مِّمَّا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Wa ien kazzaboeka faqoel liee 'amaliee wa lakoem 'amaloekoem antoem barieee'oena miemmaaa a'maloe wa ana barieee'oem miemmaa ta'maloen
10:41 En als ze jou verwerpen (als een boodschapper van Allah) zeg dan: "Voor mij zijn mijn daden en voor jullie zijn jullie daden. Jullie zijn niet gebonden aan datgeen wat ik doe en ik ben niet gebonden aan datgeen wat jullie doen."

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّسۡتَمِعُوۡنَ اِلَیۡکَ ؕ اَفَاَنۡتَ تُسۡمِعُ الصُّمَّ وَ لَوۡ کَانُوۡا لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa mienhoem may yastamie'oena ielieak; afa anta toesmie'oes soemma wa law kaanoe laa ya'qieloen
10:42 En onder hen zijn er mensen die naar jou luisteren. Echter, kun je de doven doen begrijpen terwijl ze hun verstand niet gebruiken?

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّنۡظُرُ اِلَیۡکَ ؕ اَفَاَنۡتَ تَہۡدِی الۡعُمۡیَ وَ لَوۡ کَانُوۡا لَا یُبۡصِرُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Wa mienhoem may yanzoeroe ielaik; afa anta tahdiel 'oemya wa law kaanoe laa yoebsieroen
10:43 En onder hen zijn er mensen die naar jou kijken. Echter, kun je de blinden leiden terwijl ze zelf (de tekenen) niet zien?

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَظۡلِمُ النَّاسَ شَیۡئًا وَّ لٰکِنَّ النَّاسَ اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Innal laaha laa yazliemoen naasa shai'aw wa laakien nannaasa anfoesahoem yazliemoen
10:44 Voorzeker, Allah doet de mens geen enkel onrecht aan, maar de mens doet zichzelf onrecht aan.

وَ یَوۡمَ یَحۡشُرُہُمۡ کَاَنۡ لَّمۡ یَلۡبَثُوۡۤا اِلَّا سَاعَۃً مِّنَ النَّہَارِ یَتَعَارَفُوۡنَ بَیۡنَہُمۡ ؕ قَدۡ خَسِرَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِلِقَآءِ اللّٰہِ وَ مَا کَانُوۡا مُہۡتَدِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Wa Yawma yahshoeroehoem ka 'an lam yalbasoeo iellaa saa'atan mienan nahaarie yata'aarafoena bainahoem; qad ghasieral lazieena kazzaboe bie lieqaaa'iel laahie wa maa kaanoe moehtadieen
10:45 En op de dag dat Hij hen zal verzamelen, zal het lijken als of ze alleen een uur van de dag hebben geleefd om alleen met elkaar kennis te maken. Zonder enige twijfel, degenen die de ontmoeting met Allah verwierpen, hebben verloren en ze behoorden niet tot degenen die geleid waren (terwijl ze dat wel dachten). (Notitie: zie 46:35)

وَ اِمَّا نُرِیَنَّکَ بَعۡضَ الَّذِیۡ نَعِدُہُمۡ اَوۡ نَتَوَفَّیَنَّکَ فَاِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ ثُمَّ اللّٰہُ شَہِیۡدٌ عَلٰی مَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa iemma noerieyannaka ba'dal laziee na'iedoehoem aw natawaffayannaka fa ielainaa mardjie'oehoem thoemmal laahoe shahieedoen 'alaa maa yaf'aloen
10:46 En als Wij een gedeelte van wat Wij hen hebben beloofd (de straf), jou laten zien of als Wij jou doen sterven, zodat Allah (alleen) een Getuige is over datgeen wat ze doen, in beide gevallen zal hun terugkeer tot Ons zijn. (Notitie: Deze vers duidt aan dat het uitstellen van de straf, niet een teken is van goedkeuring van hun daden en dat het straffen van een gemeenschap alleen met de wil en de kennis van Allah gebeurt. Oude generaties die de boodschap verwierpen, nadat de boodschappers tot hen kwamen, werden bestraft. Echter door de komst van de Koran en door zijn bijzonderheid (10:37), krijgt elke generatie opnieuw de mogelijkheid om de boodschap in zijn originele vorm, dat is zoals het geopenbaard is, te accepteren of te verwerpen. Omdat de boodschap dus behouden blijft en de Dien (levenswijze) vervolmaakt is, zal er geen nieuwe profeten meer komen, zie vers 33:40.)

وَ لِکُلِّ اُمَّۃٍ رَّسُوۡلٌ ۚ فَاِذَا جَآءَ رَسُوۡلُہُمۡ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡقِسۡطِ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa liekoellie oemmatier Rasoeloen fa iezaa djaaa'a Rasoeloehoem qoedieya bainahoem bielqiestie wa hoem laa yoezlamoen
10:47 En voor elke gemeenschap is er een Boodschapper. Wanneer hun boodschapper (tot hen) komt, dan zal er met rechtvaardigheid tussen hen geoordeeld worden. En geen enkel onrecht zal hen aangedaan worden.

وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہٰذَا الۡوَعۡدُ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa yaqoeloena mataa haazal wa'doe ien koentoem saadieqieen
10:48 En ze zeggen: "Als je de waarheid verteld, wanneer wordt deze belofte (de straf) dan vervuld?"

قُلۡ لَّاۤ اَمۡلِکُ لِنَفۡسِیۡ ضَرًّا وَّ لَا نَفۡعًا اِلَّا مَا شَآءَ اللّٰہُ ؕ لِکُلِّ اُمَّۃٍ اَجَلٌ ؕ اِذَا جَآءَ اَجَلُہُمۡ فَلَا یَسۡتَاۡخِرُوۡنَ سَاعَۃً وَّ لَا یَسۡتَقۡدِمُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Qoel laaa amliekoe lienafsiee darraw wa laa naf'an iellaa maa shaaa'al laah; liekoellie oemmatien adjaloen iezaa djaaa'a adjaloehoem fa laaa yasta'ghieroena saa'ataw wa laa yastaqdiemoen
10:49 Zeg: "Ik heb geen enkel macht om mezelf voordeel of schaden toe te brengen, behalve wat Allah wil. Voor elke gemeenschap is er een termijn (op de wereld). Wanneer hun termijn komt, dan kunnen ze het geen enkel uur vertragen, noch versnellen.

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ اِنۡ اَتٰىکُمۡ عَذَابُہٗ بَیَاتًا اَوۡ نَہَارًا مَّاذَا یَسۡتَعۡجِلُ مِنۡہُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Qoel 'a ra'aytoem ien ataakoem 'azaaboehoe bayaatan aw nahaaran maazaa yasta'djieloe mienhoel moedjriemoen
10:50 Zeg: "Wat zouden jullie doen als Zijn straf plotseling in de nacht of overdag kwam? Waarom willen de misdadigers het dan verhaasten?"

اَثُمَّ اِذَا مَا وَقَعَ اٰمَنۡتُمۡ بِہٖ ؕ آٰلۡـٰٔنَ وَ قَدۡ کُنۡتُمۡ بِہٖ تَسۡتَعۡجِلُوۡنَ ﴿۱۵﴾
'A thoemma iezaa maa waqa'a aamantoem bieh; aaal 'aana wa qad koentoem biehiee tasta'djieloen
10:51 "Zullen jullie pas geloven als het (de straf) heeft plaats gevonden? Alleen dan? Terwijl jullie het zoeken om het te verhaasten.

ثُمَّ قِیۡلَ لِلَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡخُلۡدِ ۚ ہَلۡ تُجۡزَوۡنَ اِلَّا بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Thoemma qieela liel lazieena zalamoe zoeqoe 'azaabal ghoeldie hal toedjzawna iellaa biemaa koentoem taksieboen
10:52 Er zal vervolgens tegen de misdadigers gezegd worden: "Proef de eeuwige straf. Worden jullie vergoed naar het geen jullie deden?"

وَ یَسۡتَنۡۢبِئُوۡنَکَ اَحَقٌّ ہُوَ ؕؔ قُلۡ اِیۡ وَ رَبِّیۡۤ اِنَّہٗ لَحَقٌّ ۚؕؔ وَ مَاۤ اَنۡتُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Wa yastanbie'oenaka 'a haqqoen hoewa qoel iee wa Rabbieee iennahoe lahaqq; wa maaa antoem biemoe'djiezieen
10:53 En zij vragen jou: "Is het waar?" Zeg: "Ja, bij mijn Heer! Voorzeker, het is zonder enige twijfel de waarheid en jullie kunnen er niet aan ontkomen."

وَ لَوۡ اَنَّ لِکُلِّ نَفۡسٍ ظَلَمَتۡ مَا فِی الۡاَرۡضِ لَافۡتَدَتۡ بِہٖ ؕ وَ اَسَرُّوا النَّدَامَۃَ لَمَّا رَاَوُا الۡعَذَابَ ۚ وَ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡقِسۡطِ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۴۵﴾
Wa law anna liekoellie nafsien zalamat maa fiel ardie laftadat bieh; wa asarroen nadaamata lammaa ra awoel 'azaab, wa qoedieya bainahoem bielqiest; wa hoem laa yoezlamoen
10:54 En als elke misdadiger, alles op aarde zou bezitten, dan zou hij zichzelf ermee vrij willen kopen. Ze zullen de spijt (van hun misdaad) in hunzelf voelen, wanneer ze de straf zien. En ze zullen rechtvaardig beoordeeld worden, geen enkel onrecht zal hen aangedaan worden. (Notitie: Op elke dag wordt er wel onrecht gepleegd, behalve op de dag des oordeels. Er zal geen enkel onrecht op die dag aangedaan worden. Zie ook 40:17.)

اَلَاۤ اِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Alaaa ienna liellaahie maa fies samaawaatie wal ard; alaaa ienna wa'dal laahie haqqoew wa laakienna aksarahoem laa ya'lamoen
10:55 Luister! Voorzeker, aan Allah behoort datgeen wat er in de hemelen en op de aarde is. Geen twijfel mogelijk, voorzeker de belofte van Allah is waar. Maar de meeste van hen weten het niet.

ہُوَ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ وَ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۶۵﴾
Hoewa yoehyiee wa yoemieetoe wa ielaihie toerdja'oen
10:56 Hij geeft leven en veroorzaakt dood. En tot Hem zullen jullie terug keren.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَتۡکُمۡ مَّوۡعِظَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ شِفَآءٌ لِّمَا فِی الصُّدُوۡرِ ۬ۙ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃٌ لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Yaaa aiyoehan naasoe qad djaaa'atkoem maw'iezatoen mier Rabbiekoem wa shiefaaa'oel liemaa fies soedoerie wa hoedaw wa rahmatoel liel moe'mienieen
10:57 O mensheid! Voorzeker, er is een vermaning (de Koran) van jullie Heer tot jullie gekomen. Het is een genezing voor jullie harten en een leiding en barmhartigheid voor de gelovigen.

قُلۡ بِفَضۡلِ اللّٰہِ وَ بِرَحۡمَتِہٖ فَبِذٰلِکَ فَلۡیَفۡرَحُوۡا ؕ ہُوَ خَیۡرٌ مِّمَّا یَجۡمَعُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Qoel bie fadliel laahie wa bie rahmatiehiee fa bie zaalieka fal yafrahoe hoewa ghairoen miemmaa yadjma'oen
10:58 Zeg: "Laat hen dus zichzelf blij maken met de gunsten van Allah en Zijn Barmhartigheid. Het is beter dan hetgeen ze verzamelen."

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ مَّاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ لَکُمۡ مِّنۡ رِّزۡقٍ فَجَعَلۡتُمۡ مِّنۡہُ حَرَامًا وَّ حَلٰلًا ؕ قُلۡ آٰللّٰہُ اَذِنَ لَکُمۡ اَمۡ عَلَی اللّٰہِ تَفۡتَرُوۡنَ ﴿۹۵﴾
Qoel ara'aitoem maaa anzalal laahoe lakoem mier riezqien fadja'altoem mienhoe haraamaw wa halaalan qoel aaallaahoe aziena lakoem; am 'alal laahie taftaroen
10:59 Zeg: "Hebben jullie gezien wat Allah voor jullie aan voorzieningen heeft neergezonden? Jullie hebben daar van dingen wettig en onwettig gemaakt. "Heeft Allah jullie toestemming ervoor gegeven of verzinnen jullie leugens over Allah?"

وَ مَا ظَنُّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی النَّاسِ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَشۡکُرُوۡنَ ﴿۰۶﴾
Wa maa zannoel lazieena yaftaroena 'alal laahiel kazieba Yawmal Qieyaamah; iennal laaha lazoe fadlien 'alan naasie wa laakienna aksarahoem laa yashkoeroen
10:60 En wat zullen degenen die een leugen over Allah verzinnen denken op de dag des oordeels? Voorzeker, Allah is zeker vol van gunsten voor de mensheid, echter de meesten van hen zijn niet dankbaar.

وَ مَا تَکُوۡنُ فِیۡ شَاۡنٍ وَّ مَا تَتۡلُوۡا مِنۡہُ مِنۡ قُرۡاٰنٍ وَّ لَا تَعۡمَلُوۡنَ مِنۡ عَمَلٍ اِلَّا کُنَّا عَلَیۡکُمۡ شُہُوۡدًا اِذۡ تُفِیۡضُوۡنَ فِیۡہِ ؕ وَ مَا یَعۡزُبُ عَنۡ رَّبِّکَ مِنۡ مِّثۡقَالِ ذَرَّۃٍ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا فِی السَّمَآءِ وَ لَاۤ اَصۡغَرَ مِنۡ ذٰلِکَ وَ لَاۤ اَکۡبَرَ اِلَّا فِیۡ کِتٰبٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۱۶﴾
Wa maa takoenoe fiee sha'niew wa maa tatloe mienhoe mien qoer'aaniew wa laa ta'maloena mien 'amalien iellaa koennaa 'alaikoem shoehoedan iez toefieedoena fieeh; wa maa ya'zoeboe 'ar Rabbieka mien miesqaalie zarratien fiel ardie wa laa fies samaaa'ie wa laaa asghara mien zaalieka wa laaa akbara iellaa fiee Kietaabien Moebieen
10:61 En jij (Mohammed v.z.m.h.) bevindt je niet in een situatie, noch reciteer je van de Koran, noch doen jullie een daad, zonder dat Wij erover getuigen. Zelfs iets met het gewicht van een atoom op de aarde of in de hemelen ontsnapt niet aan jouw Heer. Of zelfs kleiner dan dat of iets groots, het staat vermeld in een duidelijk boek. (Notitie: zie ook 57:22)

اَلَاۤ اِنَّ اَوۡلِیَآءَ اللّٰہِ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۲۶﴾
Alaa iennaa awlieyaaa'al laahie laa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
10:62 Luister! Voorzeker, voor de 'Awliya' (helpers, vrienden, supporters, etc.) van Allah (vrome mensen die godvrezend zijn) zal er geen angst zijn, noch zullen ze treuren.

الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ کَانُوۡا یَتَّقُوۡنَ ﴿۳۶﴾
Allazieena aamanoe wa kaanoe yattaqoen
10:63 (Dat zijn) Degenen die geloven en Taqwa hebben (godvrezend zijn).

لَہُمُ الۡبُشۡرٰی فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ فِی الۡاٰخِرَۃِ ؕ لَا تَبۡدِیۡلَ لِکَلِمٰتِ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۴۶﴾
Lahoemoel boeshraa fiel hayaatied doenyaa wa fiel Aaghierah; laa tabdieela lie kaliemaatiel laah; zaalieka hoewal fawzoel 'azieem
10:64 Voor hen is er goede nieuws gedurende het wereldse leven en in het hiernamaals. Er is geen verandering in Allah's woorden. Dat is de grootste succes.

وَ لَا یَحۡزُنۡکَ قَوۡلُہُمۡ ۘ اِنَّ الۡعِزَّۃَ لِلّٰہِ جَمِیۡعًا ؕ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۵۶﴾
Wa laa yahzoen-ka qawloehoem; iennal 'iezzata liellaahie djamiee'aa; Hoewas Samiee'oel 'Alieem
10:65 En wees niet verdrietig door hun uitspraken. Voorzeker, alle eer behoort aan Allah toe. Hij is As-Samie'oe (de Alhorende), Al-Aliem (de Alwetende).

اَلَاۤ اِنَّ لِلّٰہِ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا یَتَّبِعُ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ شُرَکَآءَ ؕ اِنۡ یَّـتَّبِعُوۡنَ اِلَّا الظَّنَّ وَ اِنۡ ہُمۡ اِلَّا یَخۡرُصُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Alaaa ienna liellaahie man fies samaawaatie wa man fiel ard; wa maa yattabie'oel lazieena yad'oena mien doeniel laahie shoerakaaa'; iey yattabie'oena iellaz zanna wa ien hoem iellaa yaghroesoen
10:66 Luister! Voorzeker, aan Allah behoort datgeen wat er in de hemelen en op de aarde is. En degenen die deelgenoten aanroepen volgen (niet het rechte pad). Ze volgen alleen vermoedens en ze doen niets anders dan gissen.

ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ الَّیۡلَ لِتَسۡکُنُوۡا فِیۡہِ وَ النَّہَارَ مُبۡصِرًا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّسۡمَعُوۡنَ ﴿۷۶﴾
Hoewal laziee dja'ala lakoemoel laila lietaskoenoe fieehie wannahaara moebsieraa; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lie qawmiey yasma'oen
10:67 Hij is Degene Die de nacht voor jullie heeft gemaakt zodat jullie kunnen rusten. En de dag heeft Hij gemaakt zodat alles zichtbaar is. Voorzeker, daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat luistert.

قَالُوا اتَّخَذَ اللّٰہُ وَلَدًا سُبۡحٰنَہٗ ؕ ہُوَ الۡغَنِیُّ ؕ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ اِنۡ عِنۡدَکُمۡ مِّنۡ سُلۡطٰنٍۭ بِہٰذَا ؕ اَتَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۶﴾
Qaaloet taghazal laahoe waladan Soebhaanahoe Hoewal Ghanieyyoe lahoe maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; ien 'iendakoem mien soeltaanien biehaazaaa; a' taqoeloena 'al allaahie maa laa ta'lamoen
10:68 Ze zeggen: "Allah heeft een zoon genomen." Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Hij! Hij is Zelfvoorzienend, tot Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde bevindt. Jullie hebben geen enkel bevoegdheid voor dit (het toekennen van een zoon aan Allah). Zeggen jullie over Allah iets wat jullie niet weten?

قُلۡ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ لَا یُفۡلِحُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Qoel iennal lazieena yaftaroena 'al allaahiel kazieba laa yoefliehoen
10:69 Zeg: "Voorzeker, degenen die leugens over Allah verzinnen zullen geen succes boeken."

مَتَاعٌ فِی الدُّنۡیَا ثُمَّ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ ثُمَّ نُذِیۡقُہُمُ الۡعَذَابَ الشَّدِیۡدَ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Mataa'oen fieddoenyaa thoemma ielainaa mardjie'oehoem thoemma noezieeqoehoemoel 'azaabash shadieeda biemaa kaanoe yakfoeroen
10:70 (Voor hen is er) een genieting op de wereld, vervolgens is hun terugkeer tot Ons. Dan zullen Wij hen de zware straf doen proeven, omdat ze niet geloofden.

وَ اتۡلُ عَلَیۡہِمۡ نَبَاَ نُوۡحٍ ۘ اِذۡ قَالَ لِقَوۡمِہٖ یٰقَوۡمِ اِنۡ کَانَ کَبُرَ عَلَیۡکُمۡ مَّقَامِیۡ وَ تَذۡکِیۡرِیۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَعَلَی اللّٰہِ تَوَکَّلۡتُ فَاَجۡمِعُوۡۤا اَمۡرَکُمۡ وَ شُرَکَآءَکُمۡ ثُمَّ لَا یَکُنۡ اَمۡرُکُمۡ عَلَیۡکُمۡ غُمَّۃً ثُمَّ اقۡضُوۡۤا اِلَیَّ وَ لَا تُنۡظِرُوۡنِ ﴿۱۷﴾
Watloe 'alaihiem naba-a-Noehien iez qaala lieqawmiehiee yaa qawmie ien kaana kaboera 'alaikoem maqaamiee wa tazkieeriee bie Aayaatiel laahie fa'alal laahie tawakkaltoe fa adjmie'oeo amrakoem wa shoerakaaa'akoem thoemma laa yakoen amroekoem 'alaikoem ghoemmatan thoemmaq doeo ielaiya wa laa toenzieroen
10:71 En reciteer voor hen de gebeurtenissen van Noeh (Noach). (Gedenk) toen hij tot zijn volk zei: "O mijn mensen! Als mijn verblijf hier en mijn oproep tot het gedenken van Allah's tekenen, voor jullie te zwaar zijn, weet dan dat ik mijn vertrouwen in Allah stel. Dus maken jullie allen, samen met jullie deelgenoten, plannen (tegen mij). En laat er vervolgens geen enkel aarzeling in het uitvoeren van jullie plannen zijn. En voor het plan op mij uit en geef me geen uitstel.

فَاِنۡ تَوَلَّیۡتُمۡ فَمَا سَاَلۡتُکُمۡ مِّنۡ اَجۡرٍ ؕ اِنۡ اَجۡرِیَ اِلَّا عَلَی اللّٰہِ ۙوَ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ مِنَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Fa ien tawallaitoem famaa sa altoekoem mien adjrien; ien adjrieya iellaa 'al allaahie wa oemiertoe an akoena mienal moesliemieen
10:72 Maar als jullie je afkeren (van jullie plannen), weet dan dak ik jullie niet om een gunst heb gevraagd. Mijn beloning is alleen bij Allah. Het is mij opgedragen om tot de moslims (degenen die zich overgegeven hebben aan Allah) te behoren.

فَکَذَّبُوۡہُ فَنَجَّیۡنٰہُ وَ مَنۡ مَّعَہٗ فِی الۡفُلۡکِ وَ جَعَلۡنٰہُمۡ خَلٰٓئِفَ وَ اَغۡرَقۡنَا الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ۚ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُنۡذَرِیۡنَ ﴿۳۷﴾
Fa kazzaboehoe fa nadjdjainaahoe wa man ma'ahoe fiel foelkie wa dja'alnaahoem ghalaaa'iefa wa aghraqnal lazieena kazzaboe bie aayaatienaa fanzoer kaifa kaana 'aaqiebatoel moenzarieen
10:73 Echter ze verstootten hem. Dus redden Wij hem en degenen die met hem in de ark waren. Wij maakte hen als opvolgers (van de mensheid) en Wij lieten degenen verdrinken die ons tekenen verwierpen. Zie dus hoe het einde was van degenen die waren gewaarschuwd. (Notitie zie ook 17:3)

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ رُسُلًا اِلٰی قَوۡمِہِمۡ فَجَآءُوۡہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَمَا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡا بِمَا کَذَّبُوۡا بِہٖ مِنۡ قَبۡلُ ؕ کَذٰلِکَ نَطۡبَعُ عَلٰی قُلُوۡبِ الۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۴۷﴾
Thoemma ba'asnaa mien ba'diehiee Roesoelan ielaa qawmiehiem fadjaaa'oehoem biel baiyienaatie famaa kaanoe lieyoe'mienoe biemaa kazzaboe biehiee mien qabl; kazaalieka natba'oe 'alaa qoeloebiel moe'tadieen
10:74 Vervolgens, zonden Wij na hem (Noeh) (andere) boodschappers (voor het waarschuwen) van hun eigen volk. En ze kwamen met duidelijke bewijzen tot hen. Ondanks dat geloofden ze nog steeds niet in datgeen wat ze eerder verworpen hadden. Daarom bezegelen Wij de harten van de overtreders.

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ مُّوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ اِلٰی فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہٖ بِاٰیٰتِنَا فَاسۡتَکۡبَرُوۡا وَ کَانُوۡا قَوۡمًا مُّجۡرِمِیۡنَ ﴿۵۷﴾
Thoemma ba'asnaa mien ba'diehiem Moesaa Wa Haaroena ielaa Fier'awna wa mala'iehiee bie aayaatienaa fastakbaroe wa kaanoe qawman moedjriemieen
10:75 Vervolgens zonden Wij na hen Moesa (Mozes) en Haroen (Aaron) met Onze tekenen naar Farao en zijn ministers. Echter, ze waren hoogmoedig en een zwaar misdadig volk.

فَلَمَّا جَآءَہُمُ الۡحَقُّ مِنۡ عِنۡدِنَا قَالُوۡۤا اِنَّ ہٰذَا لَسِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۶۷﴾
Falammaa djaaa'ahoemoel haqqoe mien 'iendienaa qaaloeo ienna haazaa la siehroen moebieen
10:76 Toen dus Onze waarheid tot hen kwam, zeiden ze: "Voorzeker, het is duidelijk dat dit magie is."

قَالَ مُوۡسٰۤی اَتَقُوۡلُوۡنَ لِلۡحَقِّ لَمَّا جَآءَکُمۡ ؕ اَسِحۡرٌ ہٰذَا ؕ وَ لَا یُفۡلِحُ السّٰحِرُوۡنَ ﴿۷۷﴾
Qaalaa Moesaaa 'a taqoeloena liel haqqie lammmaa djaaa'a koem 'a siehroen haazaa wa laa yoefliehoes saahieroen
10:77 Moesa zei: "Zeggen jullie dit over de waarheid als het tot jullie komt? Is dit magie?! Terwijl (iedereen weet dat) magiërs niet zullen slagen?"

قَالُوۡۤا اَجِئۡتَنَا لِتَلۡفِتَنَا عَمَّا وَجَدۡنَا عَلَیۡہِ اٰبَآءَنَا وَ تَکُوۡنَ لَکُمَا الۡکِبۡرِیَآءُ فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا نَحۡنُ لَکُمَا بِمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۷﴾
Qaaloe adjie'tanaa lietalfietanaa 'ammaa wadjadnaa 'alaihie aabaaa'anaa wa takoena lakoemal kiebrieyaaa'oe fiel ardie wa maa nahnoe lakoemaa bie moe'mienieen
10:78 Ze zeiden: "Ben je tot ons gekomen om ons weg te houden van de pad die onze voorvaders bewandelden? Hebben jullie twee dan macht om iets te zeggen in het land? Wij geloven niet in jullie twee."

وَ قَالَ فِرۡعَوۡنُ ائۡتُوۡنِیۡ بِکُلِّ سٰحِرٍ عَلِیۡمٍ ﴿۹۷﴾
Wa qaala Fier'awnoe' toeniee biekoellie saahierien 'alieem
10:79 En Farao zei: "Breng me alle deskundige magiërs!"

فَلَمَّا جَآءَ السَّحَرَۃُ قَالَ لَہُمۡ مُّوۡسٰۤی اَلۡقُوۡا مَاۤ اَنۡتُمۡ مُّلۡقُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Falammaa djaaa'assa haratoe qaala lahoem Moesaaa alqoe maaa antoem moelqoen
10:80 Toen dus de magiërs kwamen, zei Moesa tegen hen: "Werp wat jullie willen werpen."

فَلَمَّاۤ اَلۡقَوۡا قَالَ مُوۡسٰی مَا جِئۡتُمۡ بِہِ ۙ السِّحۡرُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَیُبۡطِلُہٗ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُصۡلِحُ عَمَلَ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۱۸﴾
Falammaaa alqaw qaala Moesaa maa djie'toem biehies siehr; iennal laaha sa yoebtieloehoe; iennal laaha laa yoesliehoe 'amalal moefsiedieen
10:81 Nadat ze geworpen hadden, zei Moesa: "Wat jullie gebracht hebben is alleen magie\toverij. Voorzeker, Allah zal jullie magie te niet doen. Voorzeker, Allah keurt het werk van verderfzaaiers af."

وَ یُحِقُّ اللّٰہُ الۡحَقَّ بِکَلِمٰتِہٖ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Wa yoehieqqoel laahoel haqqa bie Kaliemaatiehiee wa law kariehal moedjriemoen
10:82 "En Allah zal de waarheid met Zijn woord vestigen. Ook al hebben de misdadigers er een hekel aan."

فَمَاۤ اٰمَنَ لِمُوۡسٰۤی اِلَّا ذُرِّیَّۃٌ مِّنۡ قَوۡمِہٖ عَلٰی خَوۡفٍ مِّنۡ فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہِمۡ اَنۡ یَّفۡتِنَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ فِرۡعَوۡنَ لَعَالٍ فِی الۡاَرۡضِ ۚ وَ اِنَّہٗ لَمِنَ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۳۸﴾
Famaaa aamana lie-Moesaaa iellaa zoerrieyyatoen mien qawmiehiee 'alaa ghawfien mien Fier'awna wa mala'iehiem 'ay yaftienahoem; wa ienna Fier'awna la'aalien fiel ardie wa iennahoe lamienal moesriefieen
10:83 En door de vrees voor vervolging door Farao en zijn ministers, geloofde niemand, behalve de jongeren onder zijn volk, in Moesa. En voorzeker, Farao was een tiran op aarde. Hij ging alle grenzen te buiten.

وَ قَالَ مُوۡسٰی یٰقَوۡمِ اِنۡ کُنۡتُمۡ اٰمَنۡتُمۡ بِاللّٰہِ فَعَلَیۡہِ تَوَکَّلُوۡۤا اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّسۡلِمِیۡنَ ﴿۴۸﴾
Wa qaala Moesaa yaa qawmie ien koentoem aamantoem biellaahie fa'alaihie tawakkaloeo ien koentoem moesliemieen
10:84 En Moesa zei: "O mijn volk! Als jullie in Allah geloven, stel dan jullie vertrouwen in Hem. Jullie zijn toch moslims (iemand die zich overgeeft aan Allah)?

فَقَالُوۡا عَلَی اللّٰہِ تَوَکَّلۡنَا ۚ رَبَّنَا لَا تَجۡعَلۡنَا فِتۡنَۃً لِّلۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵۸﴾
Faqaaloe 'alal laahie tawakkalnaa Rabbanaa laa tadj'alnaa fietnatal lielqawmiez zaaliemieen
10:85 Toen zeiden ze: "Op Allah stellen we onze vertrouwen. Onze heer, maak ons niet als een beproeving voor de misdadigers!"

وَ نَجِّنَا بِرَحۡمَتِکَ مِنَ الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Wa nadjdjienaa bierahmatieka mienal qawmiel kaafierieen
10:86 "En red ons door Uw Barmhartigheid van het ongelovige volk."

وَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی مُوۡسٰی وَ اَخِیۡہِ اَنۡ تَبَوَّاٰ لِقَوۡمِکُمَا بِمِصۡرَ بُیُوۡتًا وَّ اجۡعَلُوۡا بُیُوۡتَکُمۡ قِبۡلَۃً وَّ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۸﴾
Wa awhainaaa ielaa Moesaa wa aghieehie an tabaw wa aalie qawmiekoema bie Miesra boeyoetaw wadj'aloe boeyoetakoem qieblataw wa aqieemoes Salaah; wa bashshieriel moe'mienieen
10:87 En Wij openbaarden aan Moesa en zijn broer: "Laat jullie mensen zich (tijdelijk) verblijven in de huizen van Egypte. Maak van jullie huizen een gebedsplaats en onderhoud het gebed. En geef het goede nieuws aan de gelovigen."

وَ قَالَ مُوۡسٰی رَبَّنَاۤ اِنَّکَ اٰتَیۡتَ فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَاَہٗ زِیۡنَۃً وَّ اَمۡوَالًا فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۙ رَبَّنَا لِیُضِلُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِکَ ۚ رَبَّنَا اطۡمِسۡ عَلٰۤی اَمۡوَالِہِمۡ وَ اشۡدُدۡ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَلَا یُؤۡمِنُوۡا حَتّٰی یَرَوُا الۡعَذَابَ الۡاَلِیۡمَ ﴿۸۸﴾
Wa qaala Moesaa Rabbanaaa iennaka aataita Fier'awna wa mala ahoe zieenataw wa amwaalan fiel hayaatied doenyaa Rabbanaa lieyoediello 'ansabieelieka Rabbanat mies 'alaaa amwaaliehiem washdoed 'alaa qoeloebiehiem falaa yoe'mienoe hatta yarawoel 'azaabal alieem
10:88 En Moesa zei: "Onze Heer! Voorzeker, U heeft gedurende het wereldse leven, Farao en zijn ministers pracht en praal gegeven. Onze Heer! Ze lieten de mensen ermee van Uw weg afdwalen. Onze heer! Vernietig hun rijkdom en verhard hun harten, zodat ze niet zullen geloven totdat ze de pijnlijke straf zien."

قَالَ قَدۡ اُجِیۡبَتۡ دَّعۡوَتُکُمَا فَاسۡتَقِیۡمَا وَ لَا تَتَّبِعٰٓنِّ سَبِیۡلَ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۸﴾
Qaala qad oedjieebad da'watoekoemaa fastaqieemaa wa laa tattabie'aaannie sabieelal lazieena laa ya'lamoen
10:89 Hij (Allah) zei: "Voorzeker, beiden van jullie smeekbeden zijn verhoord. Bewandel dus de rechte pad. En volg niet de weg van mensen die niet weten (de onwetendheid)." (Notitie: Het smeekgebed werd opgezegd door Moesa, zie vorige vers. Maar door het zeggen van "Amien" door Haroen, wordt het gezien als dat beiden het smeekgebed hebben verricht.)

وَ جٰوَزۡنَا بِبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ الۡبَحۡرَ فَاَتۡبَعَہُمۡ فِرۡعَوۡنُ وَ جُنُوۡدُہٗ بَغۡیًا وَّ عَدۡوًا ؕ حَتّٰۤی اِذَاۤ اَدۡرَکَہُ الۡغَرَقُ ۙ قَالَ اٰمَنۡتُ اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا الَّذِیۡۤ اٰمَنَتۡ بِہٖ بَنُوۡۤا اِسۡرَآءِیۡلَ وَ اَنَا مِنَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۰۹﴾
Wa djaawaznaa bie Banieee Israaa'ieelal bahra fa atba'ahoem Fier'awnoe wa djoenoedoehoe baghyaw wa 'adwaa; hattaaa iezaaa adrakahoel gharaqoe qaala aamantoe annahoe laaa ielaaha iellal lazieee aamanat biehiee Banoeo Israaa'ieela wa ana mienal moesliemieen
10:90 En we lieten de kinderen van Israël de zee oversteken. Echter, gedreven door hoogmoed en haat, achtervolgden Farao en zijn leger hen. Op het moment van verdrinking zei hij: "Ik geloof dat er geen deïteit is dan de Enige, waarin de kinderen van Israël geloven. En ik behoor tot de moslims."

آٰلۡـٰٔنَ وَ قَدۡ عَصَیۡتَ قَبۡلُ وَ کُنۡتَ مِنَ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۱۹﴾
Aaal 'aana wa qad 'asaita qabloe wa koenta mienal moefsiedieen
10:91 "Nu?! Terwijl je voorheen ongehoorzaam was en tot een tiran behoorde?" (Notitie, de verklaring van Farao dat hij tot de moslim behoort, wordt niet geaccepteerd. Op het moment dat de dood nadert of dat bijvoorbeeld een groot teken zich voordoet, zoals het opkomen van de zon uit het westen, dan wordt het berouw niet geaccepteerd, zie 6:158.)

فَالۡیَوۡمَ نُنَجِّیۡکَ بِبَدَنِکَ لِتَکُوۡنَ لِمَنۡ خَلۡفَکَ اٰیَۃً ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنَ النَّاسِ عَنۡ اٰیٰتِنَا لَغٰفِلُوۡنَ ﴿۲۹﴾
Falyawma noenadjdjieeka biebadanieka lietakoena lieman ghalfaka Aayah; wa ienna kasieeran mienan naasie 'an aayaatienaa laghaafieloen
10:92 Vandaag zullen Wij jouw lichaam preserveren, zodat je een teken zult zijn voor de komende generaties. En voorzeker, een groot gedeelte van de mensheid bekommeren zich niet om Onze tekenen.

وَ لَقَدۡ بَوَّاۡنَا بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ مُبَوَّاَ صِدۡقٍ وَّ رَزَقۡنٰہُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ ۚ فَمَا اخۡتَلَفُوۡا حَتّٰی جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ یَقۡضِیۡ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۳۹﴾
Wa laqad bawwa'naa Banieee Israaa'ieela moebawwa 'a siedqiew wa razaqnaahoem mienat taiyiebaatie fa maghtalafoe hattaa djaaa'ahmoel 'ielm; ienna Rabbaka yaqdiee bainahoem Yawmal Qieyaamatie fieemaa kaanoe fieehie yaghtaliefoen
10:93 En Wij vestigden de kinderen van Israël in een eerwaardige omgeving. En Wij verschaften hen goede voorzieningen. Echter pas nadat hun kennis was gegeven, raakten ze in verdeeldheid\onenigheid. Voorzeker, jouw Heer zal tussen hen oordelen over de onenigheid op de dag des oordeels.

فَاِنۡ کُنۡتَ فِیۡ شَکٍّ مِّمَّاۤ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ فَسۡـَٔلِ الَّذِیۡنَ یَقۡرَءُوۡنَ الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکَ ۚ لَقَدۡ جَآءَکَ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۴۹﴾
Fa ien koenta fiee shakkien miemmaaa anzalnaaa ielaika fas'aliel lazieena yaqra'oenal Kietaaba mien qabliek; laqad djaaa'akal haqqoe mier Rabbieka fa laa takoenanna mienal moemtarieen
10:94 Als jij (Mohammed v.z.m.h.) twijfelt over datgeen wat Wij aan jou hebben geopenbaard, vraag het dan aan degenen die het boek (de Thora en Indjiel), die voor jou geopenbaard waren, lezen. Waarlijk, de waarheid van jouw heer is tot jou gekomen. Dus twijfel niet.

وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَتَکُوۡنَ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۵۹﴾
Wa laa takoenanna mienal lazieena kazzaboe bie Aayaatiel laahie fatakoena mienal ghaasierieen
10:95 En wees niet als degenen die de tekenen van Allah verwerpen. Anders zal je behoren tot degenen die verliezen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ حَقَّتۡ عَلَیۡہِمۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۶۹﴾
Innal lazieena haqqat 'alaihiem Kaliematoe Rabbieka laa yoe'mienoen
10:96 Voorzeker, degenen waarop het woord (de bezegeling van het hart) van jou heer is bekrachtigd, zullen niet geloven.

وَ لَوۡ جَآءَتۡہُمۡ کُلُّ اٰیَۃٍ حَتّٰی یَرَوُا الۡعَذَابَ الۡاَلِیۡمَ ﴿۷۹﴾
Wa law djaaa'at hoem koelloe Aayatien hattaa yarawoel 'azaabal alieem
10:97 Ook al zouden alle tekenen tot hen komen (dan nog zouden ze niet geloven). Ze zullen ongelovig blijven totdat ze de pijnlijke straf zullen zien.

فَلَوۡ لَا کَانَتۡ قَرۡیَۃٌ اٰمَنَتۡ فَنَفَعَہَاۤ اِیۡمَانُہَاۤ اِلَّا قَوۡمَ یُوۡنُسَ ؕ لَمَّاۤ اٰمَنُوۡا کَشَفۡنَا عَنۡہُمۡ عَذَابَ الۡخِزۡیِ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ مَتَّعۡنٰہُمۡ اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۸۹﴾
Falaw laa kaanat qaryatoen aamanat fa nafa'ahaaa ieemaanoehaaa iellaa qawma Yoenoesa lammaaa aamanoe kashafnaa 'anhoem 'azaabal ghiezyie fiel hayaatied doenyaa wa matta'naahoem ielaa hieen
10:98 Is er een stad geweest dat geloofde, zodat het voordeel had door het geloof, behalve dan het volk van Joenoes (Jonas)? Toen ze (het volk van Joenoes) geloofden, verwijderden Wij de vernederde straf en gaven hen genietingen gedurende het wereldse leven.

وَ لَوۡ شَآءَ رَبُّکَ لَاٰمَنَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ کُلُّہُمۡ جَمِیۡعًا ؕ اَفَاَنۡتَ تُکۡرِہُ النَّاسَ حَتّٰی یَکُوۡنُوۡا مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۹۹﴾
Wa law shaaa'a Rabboeka la aamana man fiel ardie koelloehoem djamiee'aa; afa anta toekriehoen naasa hattaa yakoenoe moe'mienieen
10:99 En als jouw Heer het had gewild, dan zou iedereen op de aarde geloofd hebben. Wil jij dan de mensen dwingen totdat ze geloven?

وَ مَا کَانَ لِنَفۡسٍ اَنۡ تُؤۡمِنَ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ یَجۡعَلُ الرِّجۡسَ عَلَی الَّذِیۡنَ لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۰۰۱﴾
Wa maa kaana lienafsien an toe'miena iellaa bie iezniel laah; wa yadj'aloer riedjsa 'alal lazieena laa ya'qieloen
10:100 En geen mens kan geloven zonder het verlof/toestemming van Allah. En Hij legt straf op, op degenen die niet hun verstand gebruiken. (Notitie: Allah leidt niet degene naar het rechte pad met een ziekte in het hart, zoals hoogmoedigheid, misgunning, gierigheid, hypocrisie, etc, dat veroorzaakt wordt door het begaan van hun eigen onrechtvaardige daden. Mensen met een ziekte in de hart oordelen niet op basis van verstand, maar op basis van de ziektes in het hart. Zie 2:10, 22:53, 24:50, 9:125. De remedie\zuivering voor de ziektes in het hart is berouw, zie 11:52, 13:27)

قُلِ انۡظُرُوۡا مَاذَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا تُغۡنِی الۡاٰیٰتُ وَ النُّذُرُ عَنۡ قَوۡمٍ لَّا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۰۱﴾
Qoelien zoeroe maazaa fiessamaawaatie wal ard; wa maa toeghniel Aayaatoe wannoezoeroe 'an qawmiel laa yoe'mienoen
10:101 Zeg: "Kijk dan naar de hemelen en de aarde!" Echter, de tekenen en de waarschuwing hebben geen invloed op de ongelovigen.

فَہَلۡ یَنۡتَظِرُوۡنَ اِلَّا مِثۡلَ اَیَّامِ الَّذِیۡنَ خَلَوۡا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ قُلۡ فَانۡتَظِرُوۡۤا اِنِّیۡ مَعَکُمۡ مِّنَ الۡمُنۡتَظِرِیۡنَ ﴿۲۰۱﴾
Fahal yantazieroena iellaa miesla ayyaamiel lazieena ghalaw mien qabliehiem; qoel fantazieroeo ienniee ma'akoem mienal moentazierieen
10:102 Wachten ze dan alleen (op de straf) net zoals de oude generaties dat deden? Zeg: "Wacht maar! Voorzeker, ik wacht ook."

ثُمَّ نُنَجِّیۡ رُسُلَنَا وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کَذٰلِکَ ۚ حَقًّا عَلَیۡنَا نُنۡجِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۳۰۱﴾
Thoemma noenadjdjiee Roesoelana wallazieena aamanoe; kazaalieka haqqan 'alainaa noendjiel moe'mienieen
10:103 Vervolgens, zullen Wij Onze boodschappers en degenen die geloven redden. Het is een plicht van Ons (Allah) dat Wij de gelovigen redden.

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ شَکٍّ مِّنۡ دِیۡنِیۡ فَلَاۤ اَعۡبُدُ الَّذِیۡنَ تَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ اَعۡبُدُ اللّٰہَ الَّذِیۡ یَتَوَفّٰىکُمۡ ۚۖ وَ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۴۰۱﴾
Qoel yaaa ayyoehan naasoe ien koentoem fiee shakk-ien mien dieeniee fa laa a'boedoel lazieena ta'boedoena mien doeniel laahie wa laakien a'boedoel laahal laziee yatawaffaakoem wa oemiertoe an akoena mienal moe'mienieen
10:104 Zeg: "O mensheid! Als jullie twijfelen over mijn Dien (geloof/levenswijze), weet dan dat ik niet degene aanbidt die jullie naast Allah aanbidden. Ik aanbidt alleen Allah, degene die jullie doet sterven. Het is mij opgedragen om (dit) te geloven." (Notitie zie Surah Al-Kafirun, de 109ste Surah.)

وَ اَنۡ اَقِمۡ وَجۡہَکَ لِلدِّیۡنِ حَنِیۡفًا ۚ وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۵۰۱﴾
Wa an aqiem wadjhaka lieddieenie Hanieefaw wa laa takoenanna mienal moeshriekieen
10:105 En (het is mij opgedragen:) "Wendt jouw gezicht naar de oprechte Dien (geloof/levenswijze) en behoor niet tot de godenaanbidders.

وَ لَا تَدۡعُ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَنۡفَعُکَ وَ لَا یَضُرُّکَ ۚ فَاِنۡ فَعَلۡتَ فَاِنَّکَ اِذًا مِّنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۶۰۱﴾
Wa laa tad'oe mien doeniel laahie maa laa yanfa'oeka wa laa yadoerroek; fa ien fa'alta fa iennaka iezam mienaz zaaliemieen
10:106 En roep niet iets naast Allah aan, wat jou noch voordeel noch nadeel kan brengen. Echter, als je dit wel doet, dan pleeg je een misdaad.

وَ اِنۡ یَّمۡسَسۡکَ اللّٰہُ بِضُرٍّ فَلَا کَاشِفَ لَہٗۤ اِلَّا ہُوَ ۚ وَ اِنۡ یُّرِدۡکَ بِخَیۡرٍ فَلَا رَآدَّ لِفَضۡلِہٖ ؕ یُصِیۡبُ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖ ؕ وَ ہُوَ الۡغَفُوۡرُ الرَّحِیۡمُ ﴿۷۰۱﴾
Wa iey yamsaskal laahoe biedoerrien falaa kaashiefa lahoe iellaa hoe;wa iey yoeriedka bieghairien falaa raaadda liefadlieh; yoesieeboe biehiee may yashaaa'oe mien 'iebaadieh; wa hoewal Ghafoeroer Rahieem
10:107 En wanneer Allah jou met een Doer (ziekte) treft, dan zal er niemand zijn die het weg kan halen, behalve Hij. En indien Hij iets goeds voor je wil, dan is er niemand die Zijn gunst kan tegenhouden. Hij zorgt ervoor dat het toekomt aan degene die Hij wil. Hij is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe). (Notitie: Hier wordt Doer vertaald als ziekte, omdat Allah de enige is die geneest, zie 21:83-84 en 26:80)

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَکُمُ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکُمۡ ۚ فَمَنِ اہۡتَدٰی فَاِنَّمَا یَہۡتَدِیۡ لِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ ضَلَّ فَاِنَّمَا یَضِلُّ عَلَیۡہَا ۚ وَ مَاۤ اَنَا عَلَیۡکُمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۸۰۱﴾
Qoel yaaa ayyoehan naasoe qad djaaa'akoemoel haqqoe mier Rabbiekoem; famanieh tadaa fa iennamaa yahtadiee lie nafsieh; wa man dalla fa iennamaa yadielloe 'alaihaa; wa maaa ana 'alaikoem bie wakieel
10:108 Zeg: "O mensen! Waarlijk, de waarheid van jullie Heer is tot jullie gekomen. Wie dus (daardoor) geleid wordt, het is alleen ten gunste van hemzelf. En wie dwaalt, dwaalt alleen ten nadele van hemzelf. En ik ben geen Wakiel voor jullie." (Notitie: Wakiel betekent beheerder van zaken. Met andere woorden de vers zegt: ik bemoei niet met jullie zaken).

وَ اتَّبِعۡ مَا یُوۡحٰۤی اِلَیۡکَ وَ اصۡبِرۡ حَتّٰی یَحۡکُمَ اللّٰہُ ۚۖ وَ ہُوَ خَیۡرُ الۡحٰکِمِیۡنَ ﴿۹۰۱﴾
Wattabie' maa yoehaaa ielaika wasbier hattaa yahkoemal laah; wa Hoewa ghairoel haakiemieen
10:109 En volg wat aan jou (Mohammed v.z.m.h.) is geopenbaard. Wees geduldig totdat Allah oordeelt. Hij is de beste der rechters.


www.heiligekoran.nl