وَ لَوۡ اَنَّنَا نَزَّلۡنَاۤ اِلَیۡہِمُ الۡمَلٰٓئِکَۃَ وَ کَلَّمَہُمُ الۡمَوۡتٰی وَ حَشَرۡنَا عَلَیۡہِمۡ کُلَّ شَیۡءٍ قُبُلًا مَّا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡۤا اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ اللّٰہُ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ یَجۡہَلُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾
Wa law annanaa nazzal naaa ielaihiemoel malaaa'iekata wa kallamahoemoel mawtaa wa hasharnaa 'alaihiem koella shai'ien qoeboelam maa kaanoe lieyoe'mienoeo iellaaa ay yashaaa'al laahoe wa laakienna aksarahoem yadjhaloen
6:111 En zelfs als Wij de engelen tot hen lieten neerdalen, en de doden tot hen lieten spreken, en Wij zouden alles (alle bewijzen) voor het oog brengen, dan nog zouden ze niet geloven, behalve als Allah het wil. De meeste van hen zijn onwetend.

وَ کَذٰلِکَ جَعَلۡنَا لِکُلِّ نَبِیٍّ عَدُوًّا شَیٰطِیۡنَ الۡاِنۡسِ وَ الۡجِنِّ یُوۡحِیۡ بَعۡضُہُمۡ اِلٰی بَعۡضٍ زُخۡرُفَ الۡقَوۡلِ غُرُوۡرًا ؕ وَ لَوۡ شَآءَ رَبُّکَ مَا فَعَلُوۡہُ فَذَرۡہُمۡ وَ مَا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۲۱۱﴾
Wa kazaalieka dja'alnaa liekoellie nabieyyien 'adoewwan Shayaatieenal iensie waldjiennie yoehiee ba'doehoem ielaa ba'dien zoeghroefal qawlie ghoeroeraa; wa law shaaa'a Rabboeka maa fa'aloehoe fazarhoem wa maa yaftaroen
6:112 En daardoor hebben Wij voor iedere Profeet een vijand gemaakt, van duivels van onder de mensen en de djiens, die elkaar inspireren met sierlijke misleidende toespraken. Echter als jouw Heer het had gewild, dan waren ze niet instaat om het te doen. Dus laat hen (doen wat ze doen) en wat ze verzinnen.

وَ لِتَصۡغٰۤی اِلَیۡہِ اَفۡـِٕدَۃُ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ وَ لِیَرۡضَوۡہُ وَ لِیَقۡتَرِفُوۡا مَا ہُمۡ مُّقۡتَرِفُوۡنَ ﴿۳۱۱﴾
Wa lietasghaaa ielaihie af'iedatoel lazieena laa yoe'mienoena biel Aaghieratie wa lieyardawhoe wa lieyaqtariefoe maa hoem moeqtariefoen
6:113 Zodat de harten van degenen die niet in het Hiernamaals geloven ernaar (de misleiding) neigen. En dat het hen dus behaagt, zodat ze blijven plegen wat ze plegen.

اَفَغَیۡرَ اللّٰہِ اَبۡتَغِیۡ حَکَمًا وَّ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ اِلَیۡکُمُ الۡکِتٰبَ مُفَصَّلًا ؕ وَ الَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ یَعۡلَمُوۡنَ اَنَّہٗ مُنَزَّلٌ مِّنۡ رَّبِّکَ بِالۡحَقِّ فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۴۱۱﴾
Afaghairal laahie abtaghiee hakamaw wa Hoewal laziee anzala ielaikoemoel Kietaaba moefassalaa; wallazieena atai naahoemoel Kietaaba ya'lamoena annahoe moenazzaloem mier Rabbieka bielhaqqie falaa takoenanna mienal moemtarieen
6:114 "Is er iets anders dan Allah, die ik zoek als rechter, terwijl Hij degene is die het boek, dat tot in details uitgelegd is, aan jullie heeft geopenbaard?" En degenen aan wie Wij het schrift hebben gegeven, weten dat het (Koran) van jullie Heer neergezonden is in waarheid. Behoor dus niet tot degenen die twijfelen. (Notitie: de Koran heeft 114 Surahs, deze Ayah is de 114ste vers van deze Surah. Zie ook 20:114).

وَ تَمَّتۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ صِدۡقًا وَّ عَدۡلًا ؕ لَا مُبَدِّلَ لِکَلِمٰتِہٖ ۚ وَ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۵۱۱﴾
Wa tammat Kaliematoe Rabbieka siedqaw wa 'adlaa; laa moebaddiela lie Kaliemaatieh; wa Hoewas Samiee'oel 'Alieem
6:115 En het woord van jouw Heer is in waarheid en in rechtvaardigheid voltooid. Niemand kan Zijn woord veranderen. En Hij is de Al-Samie'oe (de Al-Horende), de Al-A'liemu (Al-wetende).

وَ اِنۡ تُطِعۡ اَکۡثَرَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ یُضِلُّوۡکَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ اِنۡ یَّتَّبِعُوۡنَ اِلَّا الظَّنَّ وَ اِنۡ ہُمۡ اِلَّا یَخۡرُصُوۡنَ ﴿۶۱۱﴾
Wa ien toetie' aksara man fiel ardie yoedielloeka 'an sabieeliel laah; iey yattabie'oena iellaz zanna wa ien hoem iellaa yaghroesoen
6:116 En als je de meesten van hen die op de aarde zijn gehoorzaamt, dan zullen ze je misleiden van Allah's weg. Ze volgen slechts vermoedens en ze doen niets anders dan gissen. (Notitie: Deze vers duidt aan dat er groeperingen ontstaan op basis van vermoedens en gissen binnen het geloof.)

اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ اَعۡلَمُ مَنۡ یَّضِلُّ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ۚ وَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِالۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۷۱۱﴾
Inna rabbaka Hoewa a'lamoe may yadielloe 'an sabieeliehiee wa Hoewa a'lamoe bielmoehtadieen
6:117 Voorzeker, jouw Heer, Hij kent wie van Zijn pad afdwaalt het best en Hij weet het meest over degenen die geleid zijn.

فَکُلُوۡا مِمَّا ذُکِرَ اسۡمُ اللّٰہِ عَلَیۡہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ بِاٰیٰتِہٖ مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۱۱﴾
Fakoeloe miemmmaa zoekierasmoel laahie 'alaihie ien koentoem bie Aayaatiehiee moe'mienieen
6:118 Eet dus van hetgeen waarover Allah naam is genoemd als jullie in Zijn tekenen geloven.

وَ مَا لَکُمۡ اَلَّا تَاۡکُلُوۡا مِمَّا ذُکِرَ اسۡمُ اللّٰہِ عَلَیۡہِ وَ قَدۡ فَصَّلَ لَکُمۡ مَّا حَرَّمَ عَلَیۡکُمۡ اِلَّا مَا اضۡطُرِرۡتُمۡ اِلَیۡہِ ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا لَّیُضِلُّوۡنَ بِاَہۡوَآئِہِمۡ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِالۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۹۱۱﴾
Wa maa lakoem allaa ta'koeloe miemmaa zoekierasmoel laahie 'alaihie wa qad fassala lakoem maa harrama 'alaikoem iellaa mad toeriertoem ielaih; wa ienna kasieeral la yoedielloena bie ahwaaa'iehiem bieghairie 'ielm; ienna Rabbaka Hoewa a'lamoe bielmoe'tadieen
6:119 En wat is er met jullie, dat jullie hetgeen niet eten waarover de naam van Allah is uitgesproken, terwijl Hij jullie tot in details uitgelegd heeft wat Hij voor jullie verboden heeft verklaard, behalve als jullie ervan genoodzaakt zijn. En voorzeker, velen leiden zichzelf tot misleiding door hun ijdele begeerten zonder (enige) kennis. Voorzeker, jouw Heer, Hij kent de overtreders het best.

وَ ذَرُوۡا ظَاہِرَ الۡاِثۡمِ وَ بَاطِنَہٗ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡسِبُوۡنَ الۡاِثۡمَ سَیُجۡزَوۡنَ بِمَا کَانُوۡا یَقۡتَرِفُوۡنَ ﴿۰۲۱﴾
Wa zaroe zaahieral iesmie wa baatienah; iennal lazieena yaksieboenal iesmaa sa yoedjzawna biemaa kaanoe yaqtariefoen
6:120 En hou op met het begaan van de openlijke en de verborgen zonden! Voorzeker, degenen die zondigen ze zullen worden beloond voor wat ze plegen.

وَ لَا تَاۡکُلُوۡا مِمَّا لَمۡ یُذۡکَرِ اسۡمُ اللّٰہِ عَلَیۡہِ وَ اِنَّہٗ لَفِسۡقٌ ؕ وَ اِنَّ الشَّیٰطِیۡنَ لَیُوۡحُوۡنَ اِلٰۤی اَوۡلِیٰٓئِہِمۡ لِیُجَادِلُوۡکُمۡ ۚ وَ اِنۡ اَطَعۡتُمُوۡہُمۡ اِنَّکُمۡ لَمُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱۲۱﴾
Wa laa ta'koeloe miemmaa lam yoezkaries moellaahie 'alaihie wa iennahoe lafiesq; wa iennash Shayaatieena la yoehoena ielaaa awlieyaaa'iehiem lieyoedjaadieloekoem wa ien ata'toemoehoem iennakoem lamoeshriekoen
6:121 En eet niet van hetgeen waarover de naam van Allah niet is genoemd. Voorzeker, het is een ernstige ongehoorzaamheid. De duivels inspireren hun vrienden, zodat ze met jullie kunnen disputeren. En als jullie hen gehoorzamen, dan zullen jullie tot de polytheïsten behoren.

اَوَ مَنۡ کَانَ مَیۡتًا فَاَحۡیَیۡنٰہُ وَ جَعَلۡنَا لَہٗ نُوۡرًا یَّمۡشِیۡ بِہٖ فِی النَّاسِ کَمَنۡ مَّثَلُہٗ فِی الظُّلُمٰتِ لَیۡسَ بِخَارِجٍ مِّنۡہَا ؕ کَذٰلِکَ زُیِّنَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۲۱﴾
Awa man kaana maitan fa ahyainaahoe wa dja'alnaa lahoe noeray yamshiee biehiee fien naasie kamamm masaloehoe fiez zoeloemaatie laisa bieghaariedjiem mienhaa; kazaalieka zoeyyiena lielkaafierieena maa kaanoe ya'maloen
6:122 Is degenen die dood was en vervolgens gaven Wij hem leven en Wij maakten licht voor hem, waarmee hij onder de mensen loopt, gelijk aan degenen die in de duisternis loopt en er niet uitkomt? Zo wordt voor de ongelovigen hun daden schoonschijnend gemaakt. (16:97) (Allah maakt de daden van de ongelovigen schoonschijnend wanneer ze weigeren te geloven, zie 6:113)

وَ کَذٰلِکَ جَعَلۡنَا فِیۡ کُلِّ قَرۡیَۃٍ اَکٰبِرَ مُجۡرِمِیۡہَا لِیَمۡکُرُوۡا فِیۡہَا ؕ وَ مَا یَمۡکُرُوۡنَ اِلَّا بِاَنۡفُسِہِمۡ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۳۲۱﴾
Wa kazaalieka dja'alnaa fiee koellie qaryatien akaabiera moedjriemieehaa lieyamkoeroe fieehaa wa maa yamkoeroena iellaa bie anfoesiehiem wa maa yash'oeroen
6:123 En dus hebben Wij in elke stad de grootste misdadiger geplaatst, zodat ze erin kunnen misdragen. Echter ze misdragen alleen tegen hun zelf, ze beseffen het zelf niet.

وَ اِذَا جَآءَتۡہُمۡ اٰیَۃٌ قَالُوۡا لَنۡ نُّؤۡمِنَ حَتّٰی نُؤۡتٰی مِثۡلَ مَاۤ اُوۡتِیَ رُسُلُ اللّٰہِ ؕۘؔ اَللّٰہُ اَعۡلَمُ حَیۡثُ یَجۡعَلُ رِسَالَتَہٗ ؕ سَیُصِیۡبُ الَّذِیۡنَ اَجۡرَمُوۡا صَغَارٌ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ عَذَابٌ شَدِیۡدٌۢ بِمَا کَانُوۡا یَمۡکُرُوۡنَ ﴿۴۲۱﴾
Wa iezaa djaaa'athoem Aayatoen qaaloe lan noe'miena hatta noe'taa miesla maaa oetieya Roesoeloel laah; Allahoe a'alamoe haisoe yadj'aloe Riesaalatah; sa yoesieeboel lazieena adjramoe saghaaroen 'iendal laahie wa 'azaaboen shadieedoem biemaa kaanoe yamkoeroen
6:124 En wanneer er een teken tot hen komt, zeggen ze: "Nooit zullen we geloven totdat, we hetzelfde krijgen wat Allah's boodschappers hebben gekregen." Allah weet het best waar Hij Zijn boodschap plaatst. De criminelen zullen een vernedering van Allah en een enorme straf krijgen voor hetgeen ze bedachten\beramen.

فَمَنۡ یُّرِدِ اللّٰہُ اَنۡ یَّہۡدِیَہٗ یَشۡرَحۡ صَدۡرَہٗ لِلۡاِسۡلَامِ ۚ وَ مَنۡ یُّرِدۡ اَنۡ یُّضِلَّہٗ یَجۡعَلۡ صَدۡرَہٗ ضَیِّقًا حَرَجًا کَاَنَّمَا یَصَّعَّدُ فِی السَّمَآءِ ؕ کَذٰلِکَ یَجۡعَلُ اللّٰہُ الرِّجۡسَ عَلَی الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۵۲۱﴾
Famay yoeriediel laahoe ay yahdieyahoe yashrah sadrahoe liel ieslaamie wa may yoeried ay yoediellahoe yadj'al sadrahoe daiyieqan haradjan ka annamaa yassa' 'adoe fies samaaa'; kazaalieka yadj'aloel laahoer riedjsa 'alal lazieena laa yoe'mienoen
6:125 En als iemand wil dat Allah hem leidt, dan opent Hij (Allah) zijn borst (hart) naar Islam. En als Hij iemand wil laten dwalen, dan maakt Hij zijn borst strak en vernauwt, net alsof hij naar de hemel klimt. Allah plaatst dus de straf op degenen die niet geloven.

وَ ہٰذَا صِرَاطُ رَبِّکَ مُسۡتَقِیۡمًا ؕ قَدۡ فَصَّلۡنَا الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّذَّکَّرُوۡنَ ﴿۶۲۱﴾
Wa haazaa sieraatoe Rabbieka Moestaqieemaa; qad fassalnal Aayaatie lieqawmiey yazzakkaroen
6:126 En dit is het pad van jouw Heer, recht. Waarlijk, Wij hebben de tekenen gedetailleerd toegelicht voor een volk dat gehoor aan geeft.

لَہُمۡ دَارُ السَّلٰمِ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ وَ ہُوَ وَلِیُّہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۷۲۱﴾
Lahoem daaroes salaamie 'ienda Rabbiehiem wa hoewa walieyyoehoem biemaa kaanoe ya'maloen
6:127 Voor hen zal er het huis van vrede zijn, dichtbij hun Heer. En Hij zal hun Beschermende vriend zijn vanwege hetgeen ze deden (aan goede daden gedurende het wereldse leven).

وَ یَوۡمَ یَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ۚ یٰمَعۡشَرَ الۡجِنِّ قَدِ اسۡتَکۡثَرۡتُمۡ مِّنَ الۡاِنۡسِ ۚ وَ قَالَ اَوۡلِیٰٓؤُہُمۡ مِّنَ الۡاِنۡسِ رَبَّنَا اسۡتَمۡتَعَ بَعۡضُنَا بِبَعۡضٍ وَّ بَلَغۡنَاۤ اَجَلَنَا الَّذِیۡۤ اَجَّلۡتَ لَنَا ؕ قَالَ النَّارُ مَثۡوٰىکُمۡ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اِلَّا مَا شَآءَ اللّٰہُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ حَکِیۡمٌ عَلِیۡمٌ ﴿۸۲۱﴾
Wa yawma yahshoeroehoem djamiee'ay yaa ma'sharal djiennie qadiestaksartoem mienal iensie wa qaala awlieyaa'oehoem mienal iensie Rabbanas tamta'a ba'doenaa bieba'diew wa balaghnaaa adjalannal lazieee adjdjalta lanaa; qaalan Naaroe maswaakoem ghaaliedieena fieehaaa iellaa maa shaaa'allaah; ienna Rabbaka Hakieemoen 'Alieem
6:128 En op de dag dat Hij hen allen zal verzamelen, zal Hij zeggen:" O groep van djiens! Waarlijk, jullie hebben velen van de mensen doen misleiden." En hun vrienden onder de mensheid zullen zeggen:"Onze Heer enkele van ons hebben van elkaar geprofiteerd en nu hebben we de termijn bereikt die U voor ons had vastgesteld." Hij zal zeggen:" Het vuur is jullie verblijfplaats, daarin zullen jullie eeuwig in verblijven, behalve als Allah iets wil. Voorzeker, jouw Heer is Al-Hakiem (de Alwijze), Aliem (de Alwetende)."

وَ کَذٰلِکَ نُوَلِّیۡ بَعۡضَ الظّٰلِمِیۡنَ بَعۡضًۢا بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۹۲۱﴾
Wa kazaalieka noewalliee ba'daz zaaliemieena ba'dam biemaa kaanoe yaksieboen
6:129 En dus maken Wij sommige van de onrechtplegers (onder de mensen) bondgenoten met anderen (djiens) voor hetgeen ze verdienen. (Zie 43:36)

یٰمَعۡشَرَ الۡجِنِّ وَ الۡاِنۡسِ اَلَمۡ یَاۡتِکُمۡ رُسُلٌ مِّنۡکُمۡ یَقُصُّوۡنَ عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتِیۡ وَ یُنۡذِرُوۡنَکُمۡ لِقَآءَ یَوۡمِکُمۡ ہٰذَا ؕ قَالُوۡا شَہِدۡنَا عَلٰۤی اَنۡفُسِنَا وَ غَرَّتۡہُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا وَ شَہِدُوۡا عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ اَنَّہُمۡ کَانُوۡا کٰفِرِیۡنَ ﴿۰۳۱﴾
Yaa ma'sharal djiennie wal iensie alam ya'tiekoem Roesoeloem mien-koem yaqoessoena 'alaikoem Aayaatiee wa yoenzieroenakoem lieqaaa'a Yawmiekoem haazaa; qaaloe shahiednaa 'alaaa anfoesienaa wa gharrat hoemoel hayaatoed doenyaa wa shahiedoeo 'alaa anfoesiehiem annahoem kaanoe kaafierieen
6:130 "O groepen van djiens en mensen! Kwamen er geen boodschappers tot jullie, vanuit jullie gemeenschap, die Mijn tekenen voordroegen en jullie waarschuwden voor de ontmoeting van deze dag (dag des oordeels)? Zij zullen zeggen:" Wij getuigen tegen onszelf." En het wereldse leven heeft hen misleid en ze zullen getuigen tegen hunzelf dat ze ongelovig waren.

ذٰلِکَ اَنۡ لَّمۡ یَکُنۡ رَّبُّکَ مُہۡلِکَ الۡقُرٰی بِظُلۡمٍ وَّ اَہۡلُہَا غٰفِلُوۡنَ ﴿۱۳۱﴾
Zaalieka al lam yakkoer Rabboeka moehliekal qoeraa biezoelmiew wa ahloehaa ghaafieloen
6:131 Dat (de verkondigingen van de Boodschappers) is omdat Jouw Heer niet degene is die steden vernietigt voor hun onrecht, terwijl er mensen in bevinden die niet bewust zijn (van de tekenen, 17:15).

وَ لِکُلٍّ دَرَجٰتٌ مِّمَّا عَمِلُوۡا ؕ وَ مَا رَبُّکَ بِغَافِلٍ عَمَّا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۳۱﴾
Wa liekoellien daradjaatoem miemmaa 'amieloe; wa maa Rabboeka bieghaafielien 'ammaa ya'maloen
6:132 En iedereen zal een bepaalde niveau hebben (in het hiernamaals) afhankelijk van de daden die ze hebben gedaan. En jouw Heer is bewust van wat ze doen.

وَ رَبُّکَ الۡغَنِیُّ ذُو الرَّحۡمَۃِ ؕ اِنۡ یَّشَاۡ یُذۡہِبۡکُمۡ وَ یَسۡتَخۡلِفۡ مِنۡۢ بَعۡدِکُمۡ مَّا یَشَآءُ کَمَاۤ اَنۡشَاَکُمۡ مِّنۡ ذُرِّیَّۃِ قَوۡمٍ اٰخَرِیۡنَ ﴿۳۳۱﴾
Wa Rabboekal ghanieyyoe zoer rahmah; iey yasha' yoez hiebkoem wa yastaghlief miem ba'diekoem maa yashaaa'oe kamaaa ansha akoem mien zoerrieyyatie qawmien aagharieen
6:133 En jouw Heer is Al-Ghanie (Degene die niets nodig heeft. Hij is Degene die volledig onafhankelijk is en de hele schepping is afhankelijk van Zijn rijkdom. Hij heeft geen hulp van iets of iemand nodig, maar iedereen heeft Hem nodig), de bezitter van barmhartigheid. Als Hij het wil kan Hij jullie ontnemen en na jullie (vernietiging), de opvolging (van de mensheid) schenken aan wie Hij wil. Net zoals Hij jullie heeft voortgebracht als nakomelingen van een ander volk.

اِنَّ مَا تُوۡعَدُوۡنَ لَاٰتٍ ۙ وَّ مَاۤ اَنۡتُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿۴۳۱﴾
Inna maa toe'adoena la aatiew wa maaa antoem biemoe'djiezieen
6:134 Voorzeker, wat aan jullie beloofd is, zal zeker komen. En jullie kunnen er niet van vluchten.

قُلۡ یٰقَوۡمِ اعۡمَلُوۡا عَلٰی مَکَانَتِکُمۡ اِنِّیۡ عَامِلٌ ۚ فَسَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ۙ مَنۡ تَکُوۡنُ لَہٗ عَاقِبَۃُ الدَّارِ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۵۳۱﴾
Qoel yaa qawmie' maloe 'alaa makaanatiekoem ienniee 'aamieloen fasawfa ta'lamoena man takoenoe lahoe 'aaqiebatoed daar; iennahoe laa yoefliehoez zaaliemoen
6:135 Zeg: "O mijn volk, werk volgens jullie manier, voorzeker ik werk op mijn manier. En spoedig zullen jullie weten wie voor zichzelf een (goed) tehuis heeft. Voorzeker, de verderfzaaiers zullen niet slagen."(Zie Surah 109)

وَ جَعَلُوۡا لِلّٰہِ مِمَّا ذَرَاَ مِنَ الۡحَرۡثِ وَ الۡاَنۡعَامِ نَصِیۡبًا فَقَالُوۡا ہٰذَا لِلّٰہِ بِزَعۡمِہِمۡ وَ ہٰذَا لِشُرَکَآئِنَا ۚ فَمَا کَانَ لِشُرَکَآئِہِمۡ فَلَا یَصِلُ اِلَی اللّٰہِ ۚ وَ مَا کَانَ لِلّٰہِ فَہُوَ یَصِلُ اِلٰی شُرَکَآئِہِمۡ ؕ سَآءَ مَا یَحۡکُمُوۡنَ ﴿۶۳۱﴾
Wa dja'aloe liellaahie miemmaa zara-a mienal harsie walan'aamie nasieeban faqaaloe haazaa liellaahie bieza'miehiem wa haaza lieshoerakaa'ienaa famaa kaana lieshoerakaaa'iehiem falaa yasieloe ielal laahie wa maa kaana liellaahie fahoewa yasieloe ielaa shoerakaaa'iehiem; saaa'a maa yahkoemoen
6:136 En ze kennen een gedeelte van wat Hij (Allah) schenkt aan oogst en vee, toe voor (de weg van) Allah (voor o.a. het voeden van de armen). En ze zeggen:"Dit (deel) is voor Allah", (dat bepaald is) volgens hun eigen beslissing, "en dit deel is voor onze bemiddelaars." Echter, datgeen wat voor de bemiddelaars bestemd is, zal Allah niet bereiken (de bemiddelaars zullen het zelf gebruiken en ze zullen het niet gebruiken voor goede doelen als bemiddeling bij Allah, gezien ze weten dat ze niet kunnen bemiddelen bij Allah), terwijl wat voor Allah bestemd was (voor goede doelen), zal hun bemiddelaars bereiken (de bemiddelaars zullen ook dat deel voor zichzelf houden en niet uitgeven als goede doelen). Kwaad is hoe ze beslissen!

وَ کَذٰلِکَ زَیَّنَ لِکَثِیۡرٍ مِّنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ قَتۡلَ اَوۡلَادِہِمۡ شُرَکَآؤُہُمۡ لِیُرۡدُوۡہُمۡ وَ لِیَلۡبِسُوۡا عَلَیۡہِمۡ دِیۡنَہُمۡ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا فَعَلُوۡہُ فَذَرۡہُمۡ وَ مَا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۷۳۱﴾
Wa kazaalieka zaiyana liekasieeriem mienal moeshriekieena qatla awlaadiehiem shoerakaaa'oehoem lieyoerdoehoem wa lieyalbiesoe 'alaihiem dieenahoem wa law shaaa'al laahoe maa fa'aloehoe fazarhoem wa maa yaftaroen
6:137 En zo ook deden de bemiddelaars bij velen van de polytheïsten het doden van hun kinderen, verheerlijken. Zodat ze hen konden ruïneren en dat ze verwarring in hun religie konden brengen. En als Allah het had gewild, dan hadden ze het niet gedaan. Laat hen dus (doen wat ze doen) en wat ze bedenken.

وَ قَالُوۡا ہٰذِہٖۤ اَنۡعَامٌ وَّ حَرۡثٌ حِجۡرٌ ٭ۖ لَّا یَطۡعَمُہَاۤ اِلَّا مَنۡ نَّشَآءُ بِزَعۡمِہِمۡ وَ اَنۡعَامٌ حُرِّمَتۡ ظُہُوۡرُہَا وَ اَنۡعَامٌ لَّا یَذۡکُرُوۡنَ اسۡمَ اللّٰہِ عَلَیۡہَا افۡتِرَآءً عَلَیۡہِ ؕ سَیَجۡزِیۡہِمۡ بِمَا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۸۳۱﴾
Wa qaaloe haaziehieee an'aamoew wa harsoen hiedjroen laa yat'amoehaaa iellaa man nashaaa'oe bieza'miehiem wa an'aamoen hoerriemat zoehoeroehaa wa an'aamoel laa yazkoeroenas mal laahie 'alaihaf tieraaa'an 'alaiyyh; sa yadjzieehiem biemaa kaanoe yaftaroen
6:138 En ze zeggen: "Deze vee en gewassen zijn verboden. Niemand mag er van eten, behalve wie we willen". Dit is bepaald volgens hun eigen beslissing. En (ze beslissen dat) er is vee waarvan hun ruggen verboden zijn (om erop te rijden). En er is vee waarvan ze de naam van Allah niet erover noemen (bij het slachten) dit als uitdaging tegen Hem (Allah). Hij zal hun vergelden voor wat ze bedenken. (36:60-64)

وَ قَالُوۡا مَا فِیۡ بُطُوۡنِ ہٰذِہِ الۡاَنۡعَامِ خَالِصَۃٌ لِّذُکُوۡرِنَا وَ مُحَرَّمٌ عَلٰۤی اَزۡوَاجِنَا ۚ وَ اِنۡ یَّکُنۡ مَّیۡتَۃً فَہُمۡ فِیۡہِ شُرَکَآءُ ؕ سَیَجۡزِیۡہِمۡ وَصۡفَہُمۡ ؕ اِنَّہٗ حَکِیۡمٌ عَلِیۡمٌ ﴿۹۳۱﴾
Wa qaaloe maa fiee boetoenie haaziehiel an'aamie ghaaliesatoel liezoekoerienaa wa moeharramoen 'alaaa azwaadjienaa wa iey yakoem maitatan fahoem fieehie shoerakaaa'; sa yadjzieehiem wasfahoem; iennahoe Hakieemoen 'Alieem
6:139 En ze zeggen:" Wat in de baarmoeders zijn van deze vee, is alleen bestemd voor onze mannen en dus verboden voor onze echtgenoten. Maar als het dood is, dan hebben ze allen er een aandeel in." Hij zal hen vergelden voor hun (leugenachtige) eigenschappen! Voorzeker, Hij is al-Hakiem (de Alwijze) en Aliem (de Alwetende).

قَدۡ خَسِرَ الَّذِیۡنَ قَتَلُوۡۤا اَوۡلَادَہُمۡ سَفَہًۢا بِغَیۡرِ عِلۡمٍ وَّ حَرَّمُوۡا مَا رَزَقَہُمُ اللّٰہُ افۡتِرَآءً عَلَی اللّٰہِ ؕ قَدۡ ضَلُّوۡا وَ مَا کَانُوۡا مُہۡتَدِیۡنَ ﴿۰۴۱﴾
Qad ghasieral lazieena qataloeo awlaadahoem safaham bieghairie 'ielmiew wa harramoe maa razaqahoemoel laahoef tieraaa'an 'alal laah; qad dalloe wa maa kaanoe moehtadieen
6:140 Waarlijk, degenen die hun kinderen uit waanzin hebben gedood, zonder enige kennis, zijn in verlies en ze verboden hierdoor Allah's gunst. Dit (kwam alleen) door leugens die ze tegen Allah verzonnen. Voorwaar, ze zijn ver afgedwaald en ze behoren niet tot de recht geleidende. (Kinderen worden gezien als gunsten van Allah, zie 6:151, 17:31)

وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡشَاَ جَنّٰتٍ مَّعۡرُوۡشٰتٍ وَّ غَیۡرَ مَعۡرُوۡشٰتٍ وَّ النَّخۡلَ وَ الزَّرۡعَ مُخۡتَلِفًا اُکُلُہٗ وَ الزَّیۡتُوۡنَ وَ الرُّمَّانَ مُتَشَابِہًا وَّ غَیۡرَ مُتَشَابِہٍ ؕ کُلُوۡا مِنۡ ثَمَرِہٖۤ اِذَاۤ اَثۡمَرَ وَ اٰتُوۡا حَقَّہٗ یَوۡمَ حَصَادِہٖ ۫ۖ وَ لَا تُسۡرِفُوۡا ؕ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۱۴۱﴾
Wa Hoewal laziee ansha-a djannaatiem ma'roeshaatiew wa ghaira ma'roeshaatiew wan naghla wazzar'a moeghtaliefan oekoeloehoe wazzaitoena warroem maana moetashaabiehaw wa ghaira moetashaabieh; koeloe mien samariehieee iezaaa asmara wa aatoe haqqahoe yawma hasaadiehiee wa laa toesriefoe; iennahoe laa yoehiebboel moesriefieen
6:141 En Hij is Degene Die tuinen voortbrengt, beschut of anders gevormd, met de dadelpalm en de gewassen divers van smaak, en olijven en granaatappels, lijkend en niet lijkend op elkaar (zie ook 6:99). Eet van zijn fruit wanneer ze rijp zijn en betaal de vastgestelde deel ervan (zakaat) op de dag van zijn oogst. En verspil niet door onzinnigheid. Voorzeker, Hij houdt niet van degenen die overdrijven.

وَ مِنَ الۡاَنۡعَامِ حَمُوۡلَۃً وَّ فَرۡشًا ؕ کُلُوۡا مِمَّا رَزَقَکُمُ اللّٰہُ وَ لَا تَتَّبِعُوۡا خُطُوٰتِ الشَّیۡطٰنِ ؕ اِنَّہٗ لَکُمۡ عَدُوٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۲۴۱﴾
Wa mienal an'aamie hamoelataw wa farshaa; koeloe miemmaa razaqakoemoel laahoe wa laa tattabie'oe ghoetoewaatiesh Shaitaan; iennahoe lakoem 'adoewwoem moebieen
6:142 En van de vee, zijn er enkele als lastdieren en weer anderen voor het vlees. Eet van, wat door Allah aan jullie verschaft is en volg de voetstappen van de satan niet. Voorzeker, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

ثَمٰنِیَۃَ اَزۡوَاجٍ ۚ مِنَ الضَّاۡنِ اثۡنَیۡنِ وَ مِنَ الۡمَعۡزِ اثۡنَیۡنِ ؕ قُلۡ ءٰٓالذَّکَرَیۡنِ حَرَّمَ اَمِ الۡاُنۡثَیَیۡنِ اَمَّا اشۡتَمَلَتۡ عَلَیۡہِ اَرۡحَامُ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ؕ نَبِّـُٔوۡنِیۡ بِعِلۡمٍ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۳۴۱﴾
Samaanieyata azwaadjiem mienad da'niesnainie wa mienal ma'zies nain; qoel 'aaazzaka rainie harrama amiel oensaiyaynie ammash tamalat 'alaihie arhaamoel oensayaynie nabbie 'oeniee bie'ielmien ien koentoem saadieqieen
6:143 Acht paren (van de vee dieren in totaal zijn toegestaan). Van de schapen twee (zowel mannelijk als vrouwelijk), van de geiten twee (zowel mannelijk als vrouwelijk). Zeg: "Heeft Hij de twee mannelijke of de twee vrouwelijke dieren verboden verklaard, of wat in de baarmoeders van de twee vrouwelijke dieren bevinden? Informeer Mij dan op basis van kennis indien jullie streven naar de waarheid."

وَ مِنَ الۡاِبِلِ اثۡنَیۡنِ وَ مِنَ الۡبَقَرِ اثۡنَیۡنِ ؕ قُلۡ ءٰٓالذَّکَرَیۡنِ حَرَّمَ اَمِ الۡاُنۡثَیَیۡنِ اَمَّا اشۡتَمَلَتۡ عَلَیۡہِ اَرۡحَامُ الۡاُنۡثَیَیۡنِ ؕ اَمۡ کُنۡتُمۡ شُہَدَآءَ اِذۡ وَصّٰکُمُ اللّٰہُ بِہٰذَا ۚ فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا لِّیُضِلَّ النَّاسَ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۴۴۱﴾
Wa mienal iebielies nainie wa mienal baqaries nain; qoel 'aaazzakarainie harrama amiel oensayainie ammash tamalat 'alaihie arhaamoel oensayainie am koentoem shoehadaaa'a iez wassaakoemoel laahoe biehaazaa; faman azlamoe miemmanief taraa 'alal laahie kaziebal lieyoeddiellan naasa bieghairie 'ielm; iennal laaha laa yahdiel qawmaz zaaliemieen
6:144 En twee van de kamelen (zowel mannelijk als vrouwelijk) en de koe en de stier. Zeg: "Heeft Hij de twee mannelijke of de twee vrouwelijke dieren verboden verklaard, of wat in de baarmoeders van de twee vrouwelijke dieren bevinden? Waren jullie getuigen toen Allah dit tegen jullie gebood? Wie is er dan meer onrechtvaardig dan iemand die een leugen tegen Allah verzint zonder kennis, om de mensen te misleiden? Voorzeker, Allah leidt de mensen die verderf zaaien niet."

قُلۡ لَّاۤ اَجِدُ فِیۡ مَاۤ اُوۡحِیَ اِلَیَّ مُحَرَّمًا عَلٰی طَاعِمٍ یَّطۡعَمُہٗۤ اِلَّاۤ اَنۡ یَّکُوۡنَ مَیۡتَۃً اَوۡ دَمًا مَّسۡفُوۡحًا اَوۡ لَحۡمَ خِنۡزِیۡرٍ فَاِنَّہٗ رِجۡسٌ اَوۡ فِسۡقًا اُہِلَّ لِغَیۡرِ اللّٰہِ بِہٖ ۚ فَمَنِ اضۡطُرَّ غَیۡرَ بَاغٍ وَّ لَا عَادٍ فَاِنَّ رَبَّکَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۵۴۱﴾
Qoel laaa adjiedoe fiee maaa oehieya ielaiya moeharraman 'alaa taa'iemiey yat'amoehoeo iellaaa ay yakoena maitatan aw damam masfoehan aw lahma ghienzieerien fa iennahoe riedjsoen aw fiesqan oehiella lieghairiel laahie bieh; famanied toerra ghaira baa ghiew wa laa 'aadien fa ienna Rabbaka Ghafoeroer Rahieem
6:145 Zeg: "Ik vind geen verbod, in datgeen wat aan mij geopenbaard is, op het eten, behalve dode dieren, het bloed en het varkens/zwijnenvlees. Voorzeker, allen zijn namelijk onrein. En (ook verboden is het voedsel) dat toegewijd is aan iets anders dan Allah. Maar wie genoodzaakt is, niet verlangend en niet overschrijdend, dan voorzeker jou Heer is Al-Ghafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).

وَ عَلَی الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا حَرَّمۡنَا کُلَّ ذِیۡ ظُفُرٍ ۚ وَ مِنَ الۡبَقَرِ وَ الۡغَنَمِ حَرَّمۡنَا عَلَیۡہِمۡ شُحُوۡمَہُمَاۤ اِلَّا مَا حَمَلَتۡ ظُہُوۡرُہُمَاۤ اَوِ الۡحَوَایَاۤ اَوۡ مَا اخۡتَلَطَ بِعَظۡمٍ ؕ ذٰلِکَ جَزَیۡنٰہُمۡ بِبَغۡیِہِمۡ ۫ۖ وَ اِنَّا لَصٰدِقُوۡنَ ﴿۶۴۱﴾
Wa 'alal lazieena haadoe harramnaa koella ziee zoefoeriew wa mienal baqarie walghanamie harramnaa 'alaihiem shoehoe mahoemaaa iellaa maa hamalat zoehoeroehoemaaa awiel hawaayaaa aw maghtalata bie'azm; zaalieka djazainaahoem biebaghyiehiem wa iennaa la saadieqoen
6:146 En voor de Joden verboden Wij alle dieren met klauwen (te eten). En van de koeien en schapen verboden Wij het vet voor hen, behalve het vet van de ruggen, de ingewanden en wat versmolten is met het bot. Dat is hun tegenmaatregel voor hun rebels gedrag. En voorzeker, Wij zijn oprecht.

فَاِنۡ کَذَّبُوۡکَ فَقُلۡ رَّبُّکُمۡ ذُوۡ رَحۡمَۃٍ وَّاسِعَۃٍ ۚ وَ لَا یُرَدُّ بَاۡسُہٗ عَنِ الۡقَوۡمِ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۷۴۱﴾
Fa ien kazzaboeka faqoer Rabboekoem zoe rahmatiew waasie'atiew wa laa yoeraddoe ba'soehoe 'aniel qawmiel moedjriemieen
6:147 Maar als ze jullie verwerpen zeg dan:" Jou heer is de bezitter van enorme Barmhartigheid, echter zijn toorn\woede kan niet gestopt worden voor de misdadigers."

سَیَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَاۤ اَشۡرَکۡنَا وَ لَاۤ اٰبَآؤُنَا وَ لَا حَرَّمۡنَا مِنۡ شَیۡءٍ ؕ کَذٰلِکَ کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ حَتّٰی ذَاقُوۡا بَاۡسَنَا ؕ قُلۡ ہَلۡ عِنۡدَکُمۡ مِّنۡ عِلۡمٍ فَتُخۡرِجُوۡہُ لَنَا ؕ اِنۡ تَتَّبِعُوۡنَ اِلَّا الظَّنَّ وَ اِنۡ اَنۡتُمۡ اِلَّا تَخۡرُصُوۡنَ ﴿۸۴۱﴾
Sayaqoeloel lazieena ashrakoe law shaaa'al laahoe maaa ashraknaa wa laaa aabaaa'oenaa wa laa harramnaa mien shai'; kazaalieka kazzabal lazieena mien qabliehiem hattaa zaaqoe ba'sanaa; qoel hal 'iendakoem mien 'ielmien fatoegh riedjoehoe lanaa ien tattabie'oena iellaz zanna wa ien antoem iellaa taghhroesoen
6:148 De polytheïsten zullen zeggen: "Als Allah het had gewild dan zouden we geen bemiddelaars/partnerschap toekennen en evenmin onze voorvaders (ze zouden het ook niet hebben gedaan). En er zou geen verbod zijn geweest op iets." Evenzo verwierpen vorige generaties (de tekenen) totdat ze Onze toorn proefde. Zeg:" Is er bij jullie enige bewijs? Breng het dan voor ons! Jullie volgen slechts aannames en jullie gissen slechts."

قُلۡ فَلِلّٰہِ الۡحُجَّۃُ الۡبَالِغَۃُ ۚ فَلَوۡ شَآءَ لَہَدٰىکُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۹۴۱﴾
Qoel faliellaahiel hoedjdjatoel baalieghatoe falaw shaaa'a lahadaakoem adjma'ieen
6:149 Zeg: "Bij Allah slechts is het ultieme bewijs. En als Hij het had gewild, dan had Hij jullie allen geleid."

قُلۡ ہَلُمَّ شُہَدَآءَکُمُ الَّذِیۡنَ یَشۡہَدُوۡنَ اَنَّ اللّٰہَ حَرَّمَ ہٰذَا ۚ فَاِنۡ شَہِدُوۡا فَلَا تَشۡہَدۡ مَعَہُمۡ ۚ وَ لَا تَتَّبِعۡ اَہۡوَآءَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ وَ ہُمۡ بِرَبِّہِمۡ یَعۡدِلُوۡنَ ﴿۰۵۱﴾
Qoel haloemma shoehadaaa'akoemoel lazieena yash hadoena annal laaha harrama haazaa fa ien shahiedoe falaa tashhad ma'ahoem; wa laa tattabie' ahwaaa'al lazieena kazzaboe bie Aayaatienaa wallazieena laa yoe'mienoena biel Aaghieratie wa hoem bie Rabbiehiem ya'dieloen
6:150 Zeg: "Breng jullie getuigen! Degenen die getuigen dat Allah dit (de vee en gewassen 6:138) verboden heeft verklaard." Als ze dan getuigen, stem dan niet in met hun getuigenis. Volg (namelijk) niet de verlangens van degenen die Onze tekenen verwerpen en die niet in het hiernamaals geloven, terwijl ze wel gelijken/partners toekennen aan hun Heer.

قُلۡ تَعَالَوۡا اَتۡلُ مَا حَرَّمَ رَبُّکُمۡ عَلَیۡکُمۡ اَلَّا تُشۡرِکُوۡا بِہٖ شَیۡئًا وَّ بِالۡوَالِدَیۡنِ اِحۡسَانًا ۚ وَ لَا تَقۡتُلُوۡۤا اَوۡلَادَکُمۡ مِّنۡ اِمۡلَاقٍ ؕ نَحۡنُ نَرۡزُقُکُمۡ وَ اِیَّاہُمۡ ۚ وَ لَا تَقۡرَبُوا الۡفَوَاحِشَ مَا ظَہَرَ مِنۡہَا وَ مَا بَطَنَ ۚ وَ لَا تَقۡتُلُوا النَّفۡسَ الَّتِیۡ حَرَّمَ اللّٰہُ اِلَّا بِالۡحَقِّ ؕ ذٰلِکُمۡ وَصّٰکُمۡ بِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۵۱﴾
Qoel ta'aalaw atloe maa harrama Rabboekoem 'alaikoem allaa toeshriekoe biehiee shai'aw wa bielwaaliedainie iehsaanaw wa laa taqtoeloeo awlaadakoem mien iemlaaq; nahnoe narzoeqoekoem wa ieyyaahoem wa laa taqraboel fawaahiesha maa zahara mienhaa wa maa batana wa laa taqtoeloen nafsal latiee harramal laahoe iellaa bielhaqq; zaaliekoem wassaakoem biehiee la'allakoem ta'qieloen
6:151 Zeg: "Kom hier! Ik zal oplezen wat jullie Heer voor jullie verboden heeft verklaard. Ken dus niets (geen bemiddelaars/partnerschap, etc) aan Hem (Allah) toe. Wees goed voor je ouders. Dood jullie kinderen niet uit armoede, Wij voorzien jullie en hen. Nader de onzedelijkheid niet, zowel het openlijke als het verborgen ervan. Dood geen persoon, wat door Allah verboden is verklaard, tenzij het volgens het recht is (2:178). Deze (geboden) zijn door Allah op jullie bevolen, zodat jullie je verstand kunnen gebruiken.

وَ لَا تَقۡرَبُوۡا مَالَ الۡیَتِیۡمِ اِلَّا بِالَّتِیۡ ہِیَ اَحۡسَنُ حَتّٰی یَبۡلُغَ اَشُدَّہٗ ۚ وَ اَوۡفُوا الۡکَیۡلَ وَ الۡمِیۡزَانَ بِالۡقِسۡطِ ۚ لَا نُکَلِّفُ نَفۡسًا اِلَّا وُسۡعَہَا ۚ وَ اِذَا قُلۡتُمۡ فَاعۡدِلُوۡا وَ لَوۡ کَانَ ذَا قُرۡبٰی ۚ وَ بِعَہۡدِ اللّٰہِ اَوۡفُوۡا ؕ ذٰلِکُمۡ وَصّٰکُمۡ بِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۲۵۱﴾
Wa laa taqraboe maalal yatieemie iellaa biellatiee hieyaa ahsanoe hattaa yabloegha ashoeddahoe wa awfoel kaila walmieezaana bielqiestie laa noekalliefoe nafsan iellaa woes'ahaa wa iezaa qoeltoem fa'dieloe wa law kaana zaa qoerbaa wa bie 'ahdiel laahie awfoe; zaaliekoem wassaakoem biehiee la'allakoem tazakkaroen
6:152 En kom niet aan de rijkdommen van de weeskinderen, behalve als het voordeel geeft (voor de wees zelf) en totdat hij/zij de volwassenheid heeft bereikt. En geef de volledigheid in maat en gewicht, in oprechtheid (bij een transactie). Wij hebben elke Nafs (persoon) belast volgens zijn capaciteit. En wanneer jullie oordelen wees rechtvaardig, zelfs als het een dichtstbijzijnde familielid betreft. En kom het verbond (Salaat, Zakaat, etc) met Allah na, die Hij met jullie heeft gesloten, zodat jullie kunnen gedenken (wat er gaat komen; Allah, het hiernamaals, de dag des oordeels, de berechting, etc).

وَ اَنَّ ہٰذَا صِرَاطِیۡ مُسۡتَقِیۡمًا فَاتَّبِعُوۡہُ ۚ وَ لَا تَتَّبِعُوا السُّبُلَ فَتَفَرَّقَ بِکُمۡ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ؕ ذٰلِکُمۡ وَصّٰکُمۡ بِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَتَّقُوۡنَ ﴿۳۵۱﴾
Wa annna haazaa Sieraatiee moestaqieeman fattabie'oehoe wa laa tattabie'oes soeboela fatafarraqa biekoem 'an sabieelieh; zaaliekoem wassaakoem biehiee la'allakoem tattaqoen
6:153 En dit is Mijn Pad, recht. Dus volg het. En volg geen (andere) wegen, ze zullen jullie laten afdwalen van Zijn pad. Dat is een bevel voor jullie, zodat jullie rechtvaardig kunnen worden.

ثُمَّ اٰتَیۡنَا مُوۡسَی الۡکِتٰبَ تَمَامًا عَلَی الَّذِیۡۤ اَحۡسَنَ وَ تَفۡصِیۡلًا لِّکُلِّ شَیۡءٍ وَّ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً لَّعَلَّہُمۡ بِلِقَآءِ رَبِّہِمۡ یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۴۵۱﴾
Soemma aatainaa Moesal Kietaaba tammaaman 'alal lazieee ahsana wa tafsieelal liekoellie shai'iew wa hoedaw wa rahmatal la'allahoem bielieqaaa'ie Rabbiehiem yoe'mienoen
6:154 (Gedenk) Toen Wij Moesa het schrift (de Torah) gaven, ter voltooiing (van Onze gunsten) aan degenen die goede daden verrichtte, en als uitleg voor alles, en als een leiding, en als barmhartigheid. Zodat ze overtuigd zijn in de ontmoeting van hun Heer.

وَ ہٰذَا کِتٰبٌ اَنۡزَلۡنٰہُ مُبٰرَکٌ فَاتَّبِعُوۡہُ وَ اتَّقُوۡا لَعَلَّکُمۡ تُرۡحَمُوۡنَ ﴿۵۵۱﴾
Wa haazaa Kietaaboen anzalnaahoe Moebaarakoen fattabie'oehoe wattaqoe la'al lakoem toerhamoen
6:155 En dit is een Boek (de Koran) dat Wij hebben geopenbaard, gezegend. Volg het dus en vrees Allah, zodat je (Zijn) barmhartigheid ontvangt.

اَنۡ تَقُوۡلُوۡۤا اِنَّمَاۤ اُنۡزِلَ الۡکِتٰبُ عَلٰی طَآئِفَتَیۡنِ مِنۡ قَبۡلِنَا ۪ وَ اِنۡ کُنَّا عَنۡ دِرَاسَتِہِمۡ لَغٰفِلِیۡنَ ﴿۶۵۱﴾
An taqoeloe ienna maaa oenzielal Kietaaboe 'alaa taaa'iefatainie mien qablienaa wa ien koennaa 'an dieraasatiehiem laghaafielieen
6:156 Zodat, jullie niet kunnen zeggen:" De boeken waren slechts geopenbaard aan de twee groepen (de Joden en de Christenen) van generaties voor ons en we waren van hun onderwijs zeker niet op de hoogte."

اَوۡ تَقُوۡلُوۡا لَوۡ اَنَّاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡنَا الۡکِتٰبُ لَکُنَّاۤ اَہۡدٰی مِنۡہُمۡ ۚ فَقَدۡ جَآءَکُمۡ بَیِّنَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃٌ ۚ فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ صَدَفَ عَنۡہَا ؕ سَنَجۡزِی الَّذِیۡنَ یَصۡدِفُوۡنَ عَنۡ اٰیٰتِنَا سُوۡٓءَ الۡعَذَابِ بِمَا کَانُوۡا یَصۡدِفُوۡنَ ﴿۷۵۱﴾
Aw taqoeloe law annaaa oenziela 'alainal kietaaboe lakoennaaa ahdaa mienhoem; faqad djaaa'akoem baiyienatoem mier Rabbiekoem wa hoedaw wa rahmah; faman azlamoe miemman kazzaba bie Aayaatiel laahie wa sadafa 'anhaa; sanadjziel lazieena yasdiefoena 'an Aayaatienaa soeo'al 'azaabie biemaa kaanoe yasdiefoen
6:157 Of dat zullen jullie zeggen: "Als het boek tot ons geopenbaard was, waren we zeer zeker beter geleid dan hen." Dus waarlijk, er zijn duidelijke tekenen voor jullie van jou Heer gekomen en (ook) leiding en een barmhartigheid. Wie is er meer onrechtvaardig dan degene die de tekenen van Allah verwerpt en zich ervan afkeert? Wij zullen degenen die zich afkeren van Onze tekenen vergelden met een vreselijke straf, omdat ze zich afkeerden.

ہَلۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ تَاۡتِیَہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ اَوۡ یَاۡتِیَ رَبُّکَ اَوۡ یَاۡتِیَ بَعۡضُ اٰیٰتِ رَبِّکَ ؕ یَوۡمَ یَاۡتِیۡ بَعۡضُ اٰیٰتِ رَبِّکَ لَا یَنۡفَعُ نَفۡسًا اِیۡمَانُہَا لَمۡ تَکُنۡ اٰمَنَتۡ مِنۡ قَبۡلُ اَوۡ کَسَبَتۡ فِیۡۤ اِیۡمَانِہَا خَیۡرًا ؕ قُلِ انۡتَظِرُوۡۤا اِنَّا مُنۡتَظِرُوۡنَ ﴿۸۵۱﴾
Hal yanzoeroena iellaaa an ta'tieyahoemoel malaaa'iekatoe aw ya'tieya Rabboeka aw ya'tieya ba'doe Aayaatie Rabbiek; yawma ya'tiee ba'doe Aayaatie Rabbieka laa yanfa'oe nafsan ieemaanoehaa lam takoen aamanat mien qabloe aw kasabat fieee ieemaaniehaa ghairaa; qoelien tazieroeo iennaa moentazieroen
6:158 Wachten ze slechts dat de engelen, of jouw Heer of enkele tekenen van jouw Heer voor hen zullen verschijnen? Op de dag dat enkele tekenen van jouw Heer komt, zal het geloof van een Nafs (persoon) niets baten als het niet eerder geloofde of als het niets van het goede verdient heeft door zijn geloof. Zeg: "Wacht! Wij zijn degenen die (ook) wachten."

اِنَّ الَّذِیۡنَ فَرَّقُوۡا دِیۡنَہُمۡ وَ کَانُوۡا شِیَعًا لَّسۡتَ مِنۡہُمۡ فِیۡ شَیۡءٍ ؕ اِنَّمَاۤ اَمۡرُہُمۡ اِلَی اللّٰہِ ثُمَّ یُنَبِّئُہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۹۵۱﴾
Innal lazieena farraqoe dieenahoem wa kaanoe shieya'allasta mienhoem fiee shaiyy'; iennamaaa amroehoem ielallaahie soemma yoenabbie'oehoem biemaa kaanoe yaf'aloen
6:159 Voorzeker, (wat betreft) degenen die hun religie opsplitsen en die daardoor sekten worden, daarin heb jij (Mohammed) geen enkel inbreng. Hun kwestie ligt bij Allah alleen. Hij zal hen informeren over hun daden.

مَنۡ جَآءَ بِالۡحَسَنَۃِ فَلَہٗ عَشۡرُ اَمۡثَالِہَا ۚ وَ مَنۡ جَآءَ بِالسَّیِّئَۃِ فَلَا یُجۡزٰۤی اِلَّا مِثۡلَہَا وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۰۶۱﴾
Man djaaa'a bielhasanatie falahoe 'ashroe amsaaliehaa wa man djaaa'a biessaiyie'atie falaa yoedjzaaa iellaa mieslahaa wa hoem laa yoezlamoen
6:160 Wie een goede daad verrichte, dan is er tien maal het gelijke (in beloning) ervan. En wie een slechte daad verrichte, dan zal hij slechts vergolden worden met het gelijke (aan straf) ervan. En ze zullen niet worden misdaan.

قُلۡ اِنَّنِیۡ ہَدٰىنِیۡ رَبِّیۡۤ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ۬ۚ دِیۡنًا قِیَمًا مِّلَّۃَ اِبۡرٰہِیۡمَ حَنِیۡفًا ۚ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۶۱﴾
Qoel iennaniee hadaaniee Rabbieee ielaa Sieraatiem Moestaqieemien dieenan qieyamam Miellata Ibraahieema hanieefaa; wa maa kaana mienal moeshriekieen
6:161 Zeg: "Voorzeker, wat mij betreft, Mijn Heer heeft mij naar een recht pad geleid, (een pad van) een rechtvaardige levenswijze, de geloofsopvatting van Ibrahiem, een pure monotheïst en niet behorend tot de polytheïsten."

قُلۡ اِنَّ صَلَاتِیۡ وَ نُسُکِیۡ وَ مَحۡیَایَ وَ مَمَاتِیۡ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۶۱﴾
Qoel ienna Salaatiee wa noesoekiee wa mahyaaya wa mamaatiee liellaahie Rabbiel 'aalamieen
6:162 Zeg: "Voorzeker, mijn 'salaat', mijn aanbidding, mijn leven en mijn dood zijn voor Allah, Heer der werelden."

لَا شَرِیۡکَ لَہٗ ۚ وَ بِذٰلِکَ اُمِرۡتُ وَ اَنَا اَوَّلُ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۳۶۱﴾
Laa sharieeka lahoe wa biezaalieka oemiertoe wa ana awwaloel moesliemieen
6:163 Geen partners voor Hem! En met dat, ben ik opgedragen (om het te verkondigen). En ik ben de eerste die zich aan Hem overgeeft (van deze Ummah/gemeenschap)."

قُلۡ اَغَیۡرَ اللّٰہِ اَبۡغِیۡ رَبًّا وَّ ہُوَ رَبُّ کُلِّ شَیۡءٍ ؕ وَ لَا تَکۡسِبُ کُلُّ نَفۡسٍ اِلَّا عَلَیۡہَا ۚ وَ لَا تَزِرُ وَازِرَۃٌ وِّزۡرَ اُخۡرٰی ۚ ثُمَّ اِلٰی رَبِّکُمۡ مَّرۡجِعُکُمۡ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۴۶۱﴾
Qoel aghairal laahie abghiee Rabbaw wa Hoewa Rabboe koellie shaiyy'; wa laa taksieboe koelloe nafsien iellaa 'alaihaa; wa laa tazieroe waazieratoew wiezra oeghraa; soemma ielaa Rabbiekoem mardjie'oekoem fa yoenabbie'oekoem biemaa koentoem fieehie taghtaliefoen
6:164 Zeg: "Is er iets anders dan Allah, die ik moet zoeken als Heer, terwijl Hij de heer is van alles?" De verdiensten (door slechte en goede daden) van elk Nafs (persoon) rust slechts op de persoon zelf. En niemand draagt een last van een ander. Vervolgens, is jullie terugkeer bij jullie Heer en Hij zal jullie informeren waar jullie in verschilden.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَکُمۡ خَلٰٓئِفَ الۡاَرۡضِ وَ رَفَعَ بَعۡضَکُمۡ فَوۡقَ بَعۡضٍ دَرَجٰتٍ لِّیَبۡلُوَکُمۡ فِیۡ مَاۤ اٰتٰکُمۡ ؕ اِنَّ رَبَّکَ سَرِیۡعُ الۡعِقَابِ ۫ۖ وَ اِنَّہٗ لَغَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۵۶۱﴾
Wa Hoewal laziee dja'alakoem ghalaaa'iefal ardie wa rafa'a ba'dakoem fawqa ba'dien daradjaatiel lieyabloewakoem fiee maaa aataakoem; ienna Rabbaka sariee'oel 'ieqaabie wa iennahoe la Ghafoeroer Rahieem
6:165 En Hij is Degene Die jullie als Ghalifa (opvolgers van generaties op generaties) op de aarde heeft gemaakt. En Hij heeft enkele van jullie in niveau boven ander verheven, zodat Hij jullie kan beproeven met wat Hij jullie heeft gegeven. Voorzeker, jou Heer is snel in de afrekening en Hij is Al-Ghavoer (de meest vergevensgezinde), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓـمّٓصٓ ۚ﴿۱﴾
Alief-Laaam-Mieeem-Saaad
7:1 Alif Laam Meem Saad.

کِتٰبٌ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ فَلَا یَکُنۡ فِیۡ صَدۡرِکَ حَرَجٌ مِّنۡہُ لِتُنۡذِرَ بِہٖ وَ ذِکۡرٰی لِلۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲﴾
Kietaaboen oenziela ielaika falaa yakoen fiee sadrieka haradjoem mienhoe lietoenziera biehiee wa ziekraa lielmoe'mienieen
7:2 (Dit is) een Boek dat aan jou (Mohammed) geopenbaard is, laat er dus geen ongemak ervoor in je hart zijn, zodat je ermee kan waarschuwen en (bedoeld) als herinnering voor de gelovigen.

اِتَّبِعُوۡا مَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکُمۡ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ لَا تَتَّبِعُوۡا مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اَوۡلِیَآءَ ؕ قَلِیۡلًا مَّا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۳﴾
Ittabie'oe maaa oenziela 'ielaikoem mier Rabbiekoem wa laa tattabie'oe mien doeniehieee awlieyaaa'a; qalieelam maa tazakkaroen
7:3 Volg wat geopenbaard is aan jullie, door jullie Heer. En ken geen enkel partners/deelgenoot toe aan Hem. Zeer weinig is wat jullie herinneren/gedenken (12:103, 2:88).

وَ کَمۡ مِّنۡ قَرۡیَۃٍ اَہۡلَکۡنٰہَا فَجَآءَہَا بَاۡسُنَا بَیَاتًا اَوۡ ہُمۡ قَآئِلُوۡنَ ﴿۴﴾
Wa kam mien qaryatien ahlaknaahaa fadjaaa'ahaa ba'soenaa bayaatan aw hoem qaaa'ieloen
7:4 En zie hoeveel van de steden Wij hebben vernietigd. Onze straf kwam gedurende de nacht of gedurende hun middag dutje.

فَمَا کَانَ دَعۡوٰىہُمۡ اِذۡ جَآءَہُمۡ بَاۡسُنَاۤ اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوۡۤا اِنَّا کُنَّا ظٰلِمِیۡنَ ﴿۵﴾
Famaa kaana da'waahoem iez djaaa'ahoem ba'soenaa iellaaa an qaaloeo iennaa koennaa zaaliemieen
7:5 En toen onze straf tot hen kwam, was hun enige geroep: "Voorzeker, we waren misdadigers."

فَلَنَسۡـَٔلَنَّ الَّذِیۡنَ اُرۡسِلَ اِلَیۡہِمۡ وَ لَنَسۡـَٔلَنَّ الۡمُرۡسَلِیۡنَ ۙ﴿۶﴾
Falanas 'alannal lazieena oersiela ielaihiem wa lanas 'alannal moersalieen
7:6 Vervolgens zullen Wij degenen tot wie (de boodschappers) gezonden waren, ondervragen. En Wij zullen (ook) de boodschappers ondervragen.

فَلَنَقُصَّنَّ عَلَیۡہِمۡ بِعِلۡمٍ وَّ مَا کُنَّا غَآئِبِیۡنَ ﴿۷﴾
Falanaqoessanna 'alaihiem bie'ielmiew wa maa koennaa ghaaa'iebieen
7:7 Wij zullen daarna (de uitspraak, onderbouwd) met kennis voor hen oplezen. En Wij waren nooit afwezig.

وَ الۡوَزۡنُ یَوۡمَئِذِ ۣالۡحَقُّ ۚ فَمَنۡ ثَقُلَتۡ مَوَازِیۡنُہٗ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۸﴾
Walwaznoe Yawma'iezieniel haqq; faman saqoelat mawaa zieenoehoe fa-oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
7:8 En het wegen (van de schalen) op die dag zal de waarheid aantonen. Degenen met zware schalen (door het begaan van goede daden), zullen degenen zijn met succes. (Notitie: Zie ook 101:6)

وَ مَنۡ خَفَّتۡ مَوَازِیۡنُہٗ فَاُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ بِمَا کَانُوۡا بِاٰیٰتِنَا یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۹﴾
Wa man ghaffat mawaazieenoehoe fa oelaaa'iekal lazieena ghasieroeo anfoesahoem biemaa kaanoe bie Aayaatienaa yazliemoen
7:9 En degenen met lichte schalen, zij zijn dus degenen die zichzelf verloren hebben, omdat ze Onze tekenen verwierpen. (Notitie: Zie ook 101:8)

وَ لَقَدۡ مَکَّنّٰکُمۡ فِی الۡاَرۡضِ وَ جَعَلۡنَا لَکُمۡ فِیۡہَا مَعَایِشَ ؕ قَلِیۡلًا مَّا تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Wa laqad makkannaakoem fiel ardie wa dja'alnaa lakoem fieehaa ma'aayiesh; qalieelam maa tashkoeroen
7:10 En voorzeker, Wij hebben jullie gevestigd op de aarde en Wij hebben levensonderhoud voor jullie erop gemaakt. Zeer weinig zijn jullie er dankbaar voor!

وَ لَقَدۡ خَلَقۡنٰکُمۡ ثُمَّ صَوَّرۡنٰکُمۡ ثُمَّ قُلۡنَا لِلۡمَلٰٓئِکَۃِ اسۡجُدُوۡا لِاٰدَمَ ٭ۖ فَسَجَدُوۡۤا اِلَّاۤ اِبۡلِیۡسَ ؕ لَمۡ یَکُنۡ مِّنَ السّٰجِدِیۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa laqad ghalaqnaakoem soemma sawwarnaakoem soemma qoelnaa lielmalaaa'iekaties djoedoe lie Aadama fa-sadjadoeo iellaaa Iblieesa lam yakoem mienas saadjiedieen
7:11 En voorzeker, Wij hebben jullie geschapen, vervolgens hebben Wij jullie gevormd. Daarna zeiden Wij tot de Engelen: "Prostreer voor Adam!" Dus prostreerden ze, behalve iblies. Hij behoorde niet tot de groep die prostreerden (Hij was geen engel, zie ook 18:50).

قَالَ مَا مَنَعَکَ اَلَّا تَسۡجُدَ اِذۡ اَمَرۡتُکَ ؕ قَالَ اَنَا خَیۡرٌ مِّنۡہُ ۚ خَلَقۡتَنِیۡ مِنۡ نَّارٍ وَّ خَلَقۡتَہٗ مِنۡ طِیۡنٍ ﴿۲۱﴾
Qaala maa mana'aka allaa tasdjoeda iez amartoeka qaala ana ghairoem mienhoe ghalaqtaniee mien naariew wa ghalaqtahoe mien tieen
7:12 Hij (Allah) vroeg: "Wat verhinderde jou om niet te prostreren toen Ik je het gebood? De satan zei: "Ik ben beter dan hem. U heeft me uit vuur geschapen terwijl U hem uit (gedroogde) klei heeft geschapen."

قَالَ فَاہۡبِطۡ مِنۡہَا فَمَا یَکُوۡنُ لَکَ اَنۡ تَتَکَبَّرَ فِیۡہَا فَاخۡرُجۡ اِنَّکَ مِنَ الصّٰغِرِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Qaala fahbiet mienhaa famaa yakoenoe laka an tatakabbara fieehaa faghroedj iennaka mienas saaghierieen
7:13 Hij (Allah) zei: "Ga eruit!" Het (deze tuin) is niet voor jou bestemd om er in arrogant te zijn. Ga dus weg! Jij behoort tot de vernederden."

قَالَ اَنۡظِرۡنِیۡۤ اِلٰی یَوۡمِ یُبۡعَثُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Qaala anziernieee ielaa Yawmie yoeb'asoen
7:14 Hij (satan) zei: "Geef mij uitstel tot de dag waarop zij zullen herrijzen."

قَالَ اِنَّکَ مِنَ الۡمُنۡظَرِیۡنَ ﴿۵۱﴾
Qaala iennaka mienal moenzarieen
7:15 Hij (Allah) zei: "Voorzeker, jij behoort tot degenen met verleende uitstel." (Echter niet tot de dag des oordeel, maar tot een bepaalde tijd, zie 15:38 en 38:81)

قَالَ فَبِمَاۤ اَغۡوَیۡتَنِیۡ لَاَقۡعُدَنَّ لَہُمۡ صِرَاطَکَ الۡمُسۡتَقِیۡمَ ﴿۶۱﴾
Qaala fabiemaaa aghway taniee la aq'oedanna lahoem Sieraatakal Moestaqieem
7:16 Hij (satan) zei: "Omdat U mij heeft doen laten dwalen, zal ik voor hen op Uw rechte pad zitten.

ثُمَّ لَاٰتِیَنَّہُمۡ مِّنۡۢ بَیۡنِ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ مِنۡ خَلۡفِہِمۡ وَ عَنۡ اَیۡمَانِہِمۡ وَ عَنۡ شَمَآئِلِہِمۡ ؕ وَ لَا تَجِدُ اَکۡثَرَہُمۡ شٰکِرِیۡنَ ﴿۷۱﴾
Soemma la aatieyannahoem miem bainie aidieehiem wa mien ghalfiehiem wa 'an aimaaniehiem wa 'an shamaaa'ieliehiem wa laa tadjiedoe aksarahoem shaakierieen
7:17 Dan zal ik zeker van voren tot hen komen en van achteren, en van hun rechterkant en van hun linkerkant. En U zult de meeste van hen als ondankbare vinden."

قَالَ اخۡرُجۡ مِنۡہَا مَذۡءُوۡمًا مَّدۡحُوۡرًا ؕ لَمَنۡ تَبِعَکَ مِنۡہُمۡ لَاَمۡلَـَٔنَّ جَہَنَّمَ مِنۡکُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۸۱﴾
Qaalaghroedj mienhaa maz'oemam madhoeraa; laman tabie'aka mienhoem la amla'anna djahannama mien-koem adjma'ieen
7:18 Hij (Allah) zei: "Ga er van weg, vernederd en verstoten! Voorzeker, wie jou volgt, weet dan, dat ik de hel met jullie allen zal vullen!"

وَ یٰۤاٰدَمُ اسۡکُنۡ اَنۡتَ وَ زَوۡجُکَ الۡجَنَّۃَ فَکُلَا مِنۡ حَیۡثُ شِئۡتُمَا وَ لَا تَقۡرَبَا ہٰذِہِ الشَّجَرَۃَ فَتَکُوۡنَا مِنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۹۱﴾
Wa yaaa Aadamoes koen anta wa zawdjoekal djannata fakoelaa mien haisoe shie'toemaa wa laa taqrabaa haaziehiesh shadjarata fatakoenaa mienaz zaaliemieen
7:19 "En O Adam! Woon in de tuin, samen met jouw vrouw. En jullie beide mogen eten wat jullie willen, echter nader deze boom niet, anders zullen jullie beide tot de misdadigers behoren."

فَوَسۡوَسَ لَہُمَا الشَّیۡطٰنُ لِیُبۡدِیَ لَہُمَا مَا وٗرِیَ عَنۡہُمَا مِنۡ سَوۡاٰتِہِمَا وَ قَالَ مَا نَہٰکُمَا رَبُّکُمَا عَنۡ ہٰذِہِ الشَّجَرَۃِ اِلَّاۤ اَنۡ تَکُوۡنَا مَلَکَیۡنِ اَوۡ تَکُوۡنَا مِنَ الۡخٰلِدِیۡنَ ﴿۰۲﴾
Fawaswasa lahoemash Shaitaanoe lieyoebdieya lahoemaa maa woerieya 'anhoemaa mien saw aatiehiemaa wa qaala maa nahaakoemaa Rabboekoemaa 'an haaziehiesh shadjaratie iellaaa an takoenaa malakainie aw takoenaa mienal ghaaliedieen
7:20 Daarna fluisterde de satan hen beide in, zodat hij datgeen wat van hun schaamte bedekt was, zichtbaar maakte. En hij (de satan) zei: "Jouw Heer heeft deze boom aan jullie verboden omdat jullie engelen kunnen worden of omdat jullie onsterfelijk kunnen worden. (Zie ook 20:115-120)

وَ قَاسَمَہُمَاۤ اِنِّیۡ لَکُمَا لَمِنَ النّٰصِحِیۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa qaasamahoemaaa ienniee lakoemaa lamienan naasiehieen
7:21 En hij zweerde tegen beide van hen: "Voorzeker, ik ben voor beide van jullie een oprechte adviseur."

فَدَلّٰىہُمَا بِغُرُوۡرٍ ۚ فَلَمَّا ذَاقَا الشَّجَرَۃَ بَدَتۡ لَہُمَا سَوۡاٰتُہُمَا وَ طَفِقَا یَخۡصِفٰنِ عَلَیۡہِمَا مِنۡ وَّرَقِ الۡجَنَّۃِ ؕ وَ نَادٰىہُمَا رَبُّہُمَاۤ اَلَمۡ اَنۡہَکُمَا عَنۡ تِلۡکُمَا الشَّجَرَۃِ وَ اَقُلۡ لَّکُمَاۤ اِنَّ الشَّیۡطٰنَ لَکُمَا عَدُوٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۲۲﴾
Fadallaahoemaa bieghoeroer; falammaa zaaqash shadjarata badat lahoemaa saw aatoehoemaa wa tafieqaa yaghsiefaanie 'alaihiemaa miew waraqiel djannatie wa naadaahoemaa Rabboehoemaaa alam anhakoemaa 'an tielkoemash shadjaratie wa aqoel lakoemaaa iennash Shaitaana lakoemaa 'adoewwoem moebieen
7:22 Echter hij liet hen beiden vallen door bedrog. Toen ze van de boom proefde, werd hun schaamte voor beide zichtbaar. En ze begonnen bladeren van de tuin op hen vast te maken. En de Heer riep hen beide aan:" Verbood ik deze boom niet voor jullie beide? En zei ik niet tegen jullie beide dat de satan een duidelijke vijand voor jullie is?

قَالَا رَبَّنَا ظَلَمۡنَاۤ اَنۡفُسَنَا ٜ وَ اِنۡ لَّمۡ تَغۡفِرۡ لَنَا وَ تَرۡحَمۡنَا لَنَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۳۲﴾
Qaalaa Rabbanaa zalamnaaa anfoesanaa wa iellam taghfier lanaa wa tarhamnaa lanakoenanna mienal ghaasierieen
7:23 Beide van hen zeiden: "Onze Heer, we hebben onszelf onrecht aangedaan! En wanneer U ons niet vergeeft en ons geen genade schenkt, dan zullen wij zeker tot de verliezers behoren." (Dit zijn de woorden die Adam ontving, zie ook 2:37)

قَالَ اہۡبِطُوۡا بَعۡضُکُمۡ لِبَعۡضٍ عَدُوٌّ ۚ وَ لَکُمۡ فِی الۡاَرۡضِ مُسۡتَقَرٌّ وَّ مَتَاعٌ اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۴۲﴾
Qaalah bietoe ba'doekoem lieba'dien adoewwoew wa lakoem fiel ardie moestaqarroew wa mataa'oen ielaahieen
7:24 Hij (Allah) zei: "Ga weg (van de tuin, waar er geen tekortkoming in was)! Sommige van jullie zullen een vijand voor anderen zijn. En de aarde is een tijdelijke woonplaats met levensonderhoud voor jullie."

قَالَ فِیۡہَا تَحۡیَوۡنَ وَ فِیۡہَا تَمُوۡتُوۡنَ وَ مِنۡہَا تُخۡرَجُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Qaala fieehaa tahyawna wa fieehaa tamoetoena wa mienhaa toeghradjoen
7:25 Hij zei: "Jullie zullen daar leven en daar sterven en jullie zullen er uit worden voort gebracht (op de dag des oordeels)." (Zie 20:55)

یٰبَنِیۡۤ اٰدَمَ قَدۡ اَنۡزَلۡنَا عَلَیۡکُمۡ لِبَاسًا یُّوَارِیۡ سَوۡاٰتِکُمۡ وَ رِیۡشًا ؕ وَ لِبَاسُ التَّقۡوٰی ۙ ذٰلِکَ خَیۡرٌ ؕ ذٰلِکَ مِنۡ اٰیٰتِ اللّٰہِ لَعَلَّہُمۡ یَذَّکَّرُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Yaa Banieee Aadama qad anzalnaa 'alaikoem liebaasay yoewaariee saw aatiekoem wa rieeshaw wa liebaasoet taqwaa zaalieka ghair; zaalieka mien Aayaatiel laahie la'allahoem yaz zakkaroen
7:26 O kinderen van Adam! Voorzeker, Wij hebben voor jullie kleding neergezonden. Het bedekt jullie schaamte en het versiert jullie. Echter de beste kleding (bescherming) is de kleding van Taqwa (godvrezendheid). Dat zijn een aantal van Allah's tekenen, zodat ze kunnen gedenken (om de schaamte en jezelf te beschermen met kleding en Taqwa). (Notitie: Zie de kledingvoorschrift in 7:31, 24:31 en 33:59)

یٰبَنِیۡۤ اٰدَمَ لَا یَفۡتِنَنَّکُمُ الشَّیۡطٰنُ کَمَاۤ اَخۡرَجَ اَبَوَیۡکُمۡ مِّنَ الۡجَنَّۃِ یَنۡزِعُ عَنۡہُمَا لِبَاسَہُمَا لِیُرِیَہُمَا سَوۡاٰتِہِمَا ؕ اِنَّہٗ یَرٰىکُمۡ ہُوَ وَ قَبِیۡلُہٗ مِنۡ حَیۡثُ لَا تَرَوۡنَہُمۡ ؕ اِنَّا جَعَلۡنَا الشَّیٰطِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ لِلَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Yaa Baniee Aadama laa yaftienannnakoemoesh Shaitaanoe kamaaa aghradja abawaikoem mienal djannatie yanzie'oe 'anhoemaa liebaasahoemaa lieyoerieyahoemaa saw aatiehiemaaa; iennahoe yaraakoem hoewa wa qabieeloehoe mien haisoe laa tarawnahoem; iennaa dja'alnash Shayaatieena awlieyaaa'a liellazieena laa yoe'mienoen
7:27 O kinderen van Adam! Laat de satan je niet doen verleiden, net zoals hij jullie ouders heeft verleid, en van de tuin heeft verdreven, en voor hun beide hun kleding heeft verwijderd om hun schaamte zichtbaar te maken. Voorzeker, hij ziet jullie, hij en zijn stam (djiens), terwijl jullie hen niet zien. Voorzeker, Wij hebben voor degenen die niet geloven, de duivels tot hun Awliya (beschermers, helpers) gemaakt.

وَ اِذَا فَعَلُوۡا فَاحِشَۃً قَالُوۡا وَجَدۡنَا عَلَیۡہَاۤ اٰبَآءَنَا وَ اللّٰہُ اَمَرَنَا بِہَا ؕ قُلۡ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَاۡمُرُ بِالۡفَحۡشَآءِ ؕ اَتَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Wa iezaa fa'aloe faahieshatan qaaloe wadjadnaa 'alaihaaa aabaaa'ana wallaahoe amaranaa biehaa; qoel iennal laaha laa ya'moeroe bielfahshaaa'ie a-taqoeloena 'alal laahie maa laa ta'lamoen
7:28 En wanneer ze onzedelijkheid begaan, zeggen ze: "Onze voorvaders deden het ook en Allah heeft het ons bevolen." Zeg: "Voorzeker, Allah beveelt geen onzedelijkheid. Zeggen jullie dingen over Allah wat jullie niet weten?"

قُلۡ اَمَرَ رَبِّیۡ بِالۡقِسۡطِ ۟ وَ اَقِیۡمُوۡا وُجُوۡہَکُمۡ عِنۡدَ کُلِّ مَسۡجِدٍ وَّ ادۡعُوۡہُ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ۬ؕ کَمَا بَدَاَکُمۡ تَعُوۡدُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Qoel amara Rabbiee bielqiestie wa aqieemoe woedjoehakoem 'ienda koellie masdjiedien wad'oehoe moeghliesieena lahoed dieen; kamaa bada akoem ta'oedoen
7:29 Zeg: "(Slechts) Gerechtigheid is bevolen door mijn Heer! En richt jullie gezichten bij het prostreren tot Hem (alleen) en roep Hem zuiver biddend aan. Net zoals, Hij jullie heeft doen ontstaan (uit het niets, iets kleins), zal Hij jullie terug laten keren (naar het niets, iets kleins).

فَرِیۡقًا ہَدٰی وَ فَرِیۡقًا حَقَّ عَلَیۡہِمُ الضَّلٰلَۃُ ؕ اِنَّہُمُ اتَّخَذُوا الشَّیٰطِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ یَحۡسَبُوۡنَ اَنَّہُمۡ مُّہۡتَدُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Farieeqan hadaa wa farieeqan haqqa 'alaihiemoed dalaalah; iennahoemoet taghazoesh Shayaatieena awlieyaaa'a mien doeniel laahie wa yahsaboena annahoem moehtadoen
7:30 Hij (Allah) leidt een groep, en een (andere) groep verdient de dwaling. Voorzeker, ze nemen (namelijk) de duivels als Awliyah (berschermers, bemiddelaars, helpers) in plaats van Allah, en ze denken (door hoogmoed) dat ze recht geleid zijn.

یٰبَنِیۡۤ اٰدَمَ خُذُوۡا زِیۡنَتَکُمۡ عِنۡدَ کُلِّ مَسۡجِدٍ وَّ کُلُوۡا وَ اشۡرَبُوۡا وَ لَا تُسۡرِفُوۡا ۚ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۱۳﴾
Yaa Bannieee Adama ghoezoe zieenatakoem 'ienda koellie masdjiediew wa koeloe washraboe wa laa toesriefoe; iennahoe laa yoehiebboel moesriefieen
7:31 O Kinderen van Adam! Draag jullie mooie kleren bij elk gebed. Eet en drink maar verspil niet (wees niet extreem\buitensporig). Voorzeker, Hij (Allah) houdt niet van degene die overdrijven.

قُلۡ مَنۡ حَرَّمَ زِیۡنَۃَ اللّٰہِ الَّتِیۡۤ اَخۡرَجَ لِعِبَادِہٖ وَ الطَّیِّبٰتِ مِنَ الرِّزۡقِ ؕ قُلۡ ہِیَ لِلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا خَالِصَۃً یَّوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ کَذٰلِکَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Qoel man harrama zieenat Allahiel latieee aghradja lie'iebaadiehiee wattaiyiebaatie mienar riezq; qoel hieya liellazieena aamanoe fiel hayaatied doenyaa ghaaliesatay yawmal Qieyaamah; kazaalieka noefassieloel Aayaatie lie qawmiey ya'lamoen
7:32 Zeg: "Wie heeft het sierlijke\mooie (van alles) die Allah voor Zijn dienaren heeft voortgebracht, verboden verklaard, en ook de zuivere voedsel?" Zeg: "Ze zijn bedoeld voor de gelovigen gedurende het wereldse leven (en de ongelovigen maken er ook gebruik van), echter op de dag des oordeels is het slechts voor hen (de gelovigen)." Zo leggen Wij de tekenen uit voor mensen met kennis."

قُلۡ اِنَّمَا حَرَّمَ رَبِّیَ الۡفَوَاحِشَ مَا ظَہَرَ مِنۡہَا وَ مَا بَطَنَ وَ الۡاِثۡمَ وَ الۡبَغۡیَ بِغَیۡرِ الۡحَقِّ وَ اَنۡ تُشۡرِکُوۡا بِاللّٰہِ مَا لَمۡ یُنَزِّلۡ بِہٖ سُلۡطٰنًا وَّ اَنۡ تَقُوۡلُوۡا عَلَی اللّٰہِ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Qoel iennamaa harrama Rabbieyal fawaahiesha maa zahara mienhaa wa maa batana wal iesma walbaghya bieghairiel haqqie wa an toeshriekoe biellaahie maa lam yoenazziel biehiee soeltaanaw wa an taqoeloe 'alal laahie maa laa ta'lamoen
7:33 Zeg: "Alleen de schandelijke daden heeft mijn Heer verboden verklaard, zowel het openlijke als het verborgene ervan! En de zonde (de ongehoorzaamheid), de onderdrukking zonder enige recht, het toekennen van bemiddelaars/deelgenoten aan Allah zonder enige bewijs, en dat je over Allah dingen zegt terwijl je het niet weet (o.a. het verklaren van hallal en haraam). (Notitie: zie ook 16:116)

وَ لِکُلِّ اُمَّۃٍ اَجَلٌ ۚ فَاِذَا جَآءَ اَجَلُہُمۡ لَا یَسۡتَاۡخِرُوۡنَ سَاعَۃً وَّ لَا یَسۡتَقۡدِمُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa liekoellie oemmatien adjaloen fa iezaa djaaa'a adjaloehoem laa yasta' ghieroena saa'ataw wa laa yastaqdiemoen
7:34 En voor elke gemeenschap is er een vastgestelde termijn bepaald (voor het leven op aarde). Wanneer het tijdstip (van een gemeenschap) is gekomen, dan kunnen ze het (termijn) niet verlengen, zelfs geen uur, noch kunnen ze het versnellen.

یٰبَنِیۡۤ اٰدَمَ اِمَّا یَاۡتِیَنَّکُمۡ رُسُلٌ مِّنۡکُمۡ یَقُصُّوۡنَ عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتِیۡ ۙ فَمَنِ اتَّقٰی وَ اَصۡلَحَ فَلَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Yaa Baniee Aadama iemmaa ya'tieyannakoem Roesoeloem mien-koem yaqoessoena 'alaikoem Aayaatiee famaniet taqaa wa aslaha falaa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
7:35 O Kinderen van Adam! Wanneer er Boodschappers tot jullie komen, vanuit jullie gemeenschap, die Mijn tekenen voordragen (volg die dan). Wie dan Allah vreest en zichzelf verbeterd, op hem zal er geen angst zijn, noch zal hij treuren.

وَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ اسۡتَکۡبَرُوۡا عَنۡہَاۤ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Wallazieena kazzaboe bie Aayaatienaa wastakbaroe 'an haaa oelaaa'ieka Ashaaboen naarie hoem fieehaa ghaaliedoen
7:36 Maar degenen die Onze tekenen verwerpen en er hoogmoedig over zijn, zijn de bewoners van het vuur. Ze zullen er altijd in verblijven.

فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِہٖ ؕ اُولٰٓئِکَ یَنَالُہُمۡ نَصِیۡبُہُمۡ مِّنَ الۡکِتٰبِ ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءَتۡہُمۡ رُسُلُنَا یَتَوَفَّوۡنَہُمۡ ۙ قَالُوۡۤا اَیۡنَ مَا کُنۡتُمۡ تَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ قَالُوۡا ضَلُّوۡا عَنَّا وَ شَہِدُوۡا عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ اَنَّہُمۡ کَانُوۡا کٰفِرِیۡنَ ﴿۷۳﴾
Faman azlamoe miemmanief taraa 'alal laahie kazieban aw kazzaba bie Aayaatieh; oelaaa'ieka yanaaloehoem nasieeboehoem mienal Kietaab; hatta iezaa djaaa'at hoem roesoeloenaa yatawaf fawnahoem qaaloeo aina maa koentoem tad'oenaa mien doeniel laahie qaaloe dalloe 'annaa wa shahiedoe 'alaaa anfoesiehiem annahoem kaanoe kaafierieen
7:37 Wie is er meer onrechtvaardig dan degene die over Allah een leugen verzint of degene die Zijn tekenen verwerpt? Ze zullen hun aandeel (van de wereldse voorzieningen, hun lot) dat genoteerd is in het Boek (Lauhoelmahfoezh) krijgen, totdat (de dood hen bereikt en) Onze gezanten (engelen) tot hen komen om hun zielen weg te nemen. Zij (de engelen) zullen zeggen: "Waar zijn degenen die jullie naast Allah aanriepen?" Ze zullen zeggen: "Ze hebben ons verlaten." En ze zullen getuigen tegen hunzelf dat ze ongelovig waren.

قَالَ ادۡخُلُوۡا فِیۡۤ اُمَمٍ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ مِّنَ الۡجِنِّ وَ الۡاِنۡسِ فِی النَّارِ ؕ کُلَّمَا دَخَلَتۡ اُمَّۃٌ لَّعَنَتۡ اُخۡتَہَا ؕ حَتّٰۤی اِذَا ادَّارَکُوۡا فِیۡہَا جَمِیۡعًا ۙ قَالَتۡ اُخۡرٰىہُمۡ لِاُوۡلٰىہُمۡ رَبَّنَا ہٰۤؤُلَآءِ اَضَلُّوۡنَا فَاٰتِہِمۡ عَذَابًا ضِعۡفًا مِّنَ النَّارِ ۬ؕ قَالَ لِکُلٍّ ضِعۡفٌ وَّ لٰکِنۡ لَّا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۳﴾
Qaalad ghoeloe fieee oemamien qad ghalat mien qabliekoem mienal djiennie wal iensie fien naarie koellamaa daghalat oemmatoel la'anat oeghtahaa hattaaa iezad daarakoe fieehaa djamiee'an qaalat oeghraahoem lie oelaahoem Rabbannaa haaa oe'laaa'ie adalloenaa fa aatiehiem 'azaaban die'fam mienan naarie qaala liekoellien die'foew wa laakiel laa ta'lamoen
7:38 Hij (Allah) zal zeggen: "Betreed het vuur met daarin de volken van djiens en mensen die voor jou tijd overleden waren." Iedere keer dat er een volk (de hel) binnen betreed, zal het de voorgaande volk vervloeken totdat allen verzameld zijn (in de hel) en de laatste van hen (de laatst betreden volk in de hel) over de eerste van hen zal zeggen: "Onze Heer, deze hebben ons misleid, dus geef hun een dubbele straf van het vuur." Hij (Allah) zal zeggen: "Voor elk is er het dubbele, echter jullie weten het niet."

وَ قَالَتۡ اُوۡلٰىہُمۡ لِاُخۡرٰىہُمۡ فَمَا کَانَ لَکُمۡ عَلَیۡنَا مِنۡ فَضۡلٍ فَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Wa qaalat oelaahoem lie oeghraahoem famaa kaana lakoem 'alainaa mien fadlien fazoeqoel azaaba biemaa koentoem taksieboen
7:39 En de eerste van hen zal tot de laatste van hen (weer) zeggen: "Jullie zijn niet beter dan ons, dus proef de straf voor wat jullie hebben verdiend."

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ اسۡتَکۡبَرُوۡا عَنۡہَا لَا تُفَتَّحُ لَہُمۡ اَبۡوَابُ السَّمَآءِ وَ لَا یَدۡخُلُوۡنَ الۡجَنَّۃَ حَتّٰی یَلِجَ الۡجَمَلُ فِیۡ سَمِّ الۡخِیَاطِ ؕ وَ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Innal lazieena kazzaboe bie Aayaatienaa wastakbaroe 'anhaa laa toefattahoe lahoem abwaaboes samaaa'ie wa laa yadghoeloenal djannata hattaa yaliedjal djamaloe fiee sammiel ghieyaat; wa kazaalieka nadjziel moedjriemieen
7:40 Voorzeker, de deuren van de hemel zullen niet worden geopend voor degenen die Onze tekenen verwierpen en er hoogmoedig voor waren. En ze zullen het paradijs niet betreden, net zoals een kameel die door een gat van een naald niet kan gaan. En zo vergelden Wij de misdadigers.

لَہُمۡ مِّنۡ جَہَنَّمَ مِہَادٌ وَّ مِنۡ فَوۡقِہِمۡ غَوَاشٍ ؕ وَ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۴﴾
Lahoem mien djahannama miehaadoew wa mien fawqiehiem ghawaash; wa kazaalieka nadjziez zaaliemieen
7:41 Voor hen is het vuur een bed en een deken. En dus vergelden Wij de misdadigers.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَا نُکَلِّفُ نَفۡسًا اِلَّا وُسۡعَہَاۤ ۫ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡجَنَّۃِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Wallazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie laa noekalliefoe nafsan iellaa woes'ahaaa oelaaa'ieka Ashaaboel djannatie hoem fieehaa ghaaliedoen
7:42 Maar degenen die geloven en rechtvaardig handelden zij zijn de bewoners van het paradijs en weet dat Wij elke persoon hebben belast volgens zijn vermogen. Ze zullen er eeuwig in verblijven.

وَ نَزَعۡنَا مَا فِیۡ صُدُوۡرِہِمۡ مِّنۡ غِلٍّ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہِمُ الۡاَنۡہٰرُ ۚ وَ قَالُوا الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ الَّذِیۡ ہَدٰىنَا لِہٰذَا ۟ وَ مَا کُنَّا لِنَہۡتَدِیَ لَوۡ لَاۤ اَنۡ ہَدٰىنَا اللّٰہُ ۚ لَقَدۡ جَآءَتۡ رُسُلُ رَبِّنَا بِالۡحَقِّ ؕ وَ نُوۡدُوۡۤا اَنۡ تِلۡکُمُ الۡجَنَّۃُ اُوۡرِثۡتُمُوۡہَا بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Wa naza'naa maa fiee soedoeriehiem mien ghiellien tadjriee mien tahtiehiemoel anhaaroe wa qaaloel hamdoe liellaahiel laziee hadaanaa liehaaza wa maa koenna lienahtadieya law laaa ann hadaanal laahoe laqad djaaa'at Roesoeloe Rabbienaa bielhaqq; wa noedoe an tielkoemoel djannnatoe oeriestoemoehaa biemaa koentoem ta'maloen
7:43 En Wij zullen wat er aan woede in hun harten is, verwijderen. Onder hen zullen er rivieren stromen en ze zullen zeggen: "Alle dank en lof komen tot Allah toe, Degene Die ons geleid heeft naar dit. En we zouden niet geleid zijn indien Allah ons niet had geleid. Waarlijk, er kwamen boodschappers van onze Heer met de waarheid." En er zal tegen hun worden gezegd: "Dit is het paradijs, jullie hebben het geërfd door de daden die jullie hebben verricht."

وَ نَادٰۤی اَصۡحٰبُ الۡجَنَّۃِ اَصۡحٰبَ النَّارِ اَنۡ قَدۡ وَجَدۡنَا مَا وَعَدَنَا رَبُّنَا حَقًّا فَہَلۡ وَجَدۡتُّمۡ مَّا وَعَدَ رَبُّکُمۡ حَقًّا ؕ قَالُوۡا نَعَمۡ ۚ فَاَذَّنَ مُؤَذِّنٌۢ بَیۡنَہُمۡ اَنۡ لَّعۡنَۃُ اللّٰہِ عَلَی الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۴۴﴾
Wa naadaa Ashaaboel djannatie ashaaban Naarie an qad wadjadnaa maa wa'adannaa Rabboenaa haqqan fahal wadjattoem maa wa'ada Rabboekoem haqqan qaaloe na'am; fa azzana moe'azzienoem bainahoem al la'natoel laahie 'alaz zaaliemieen
7:44 En de bewoners van het Paradijs zullen tot de bewoners van de Hel roepen: "Voorzeker, we hebben gevonden dat hetgeen, wat door onze Heer aan ons beloofd was, de waarheid is. Hebben jullie gevonden wat door jullie Heer beloofd was?" Ze zullen zeggen: "Ja!" Vervolgens zal er omgeroept worden: "De vloek van Allah rust op de misdadigers."

الَّذِیۡنَ یَصُدُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ یَبۡغُوۡنَہَا عِوَجًا ۚ وَ ہُمۡ بِالۡاٰخِرَۃِ کٰفِرُوۡنَ ﴿۵۴﴾
Allazieena yasoeddoena 'an sabieeliel laahie wa yabghoe nahaa 'iewadjaw wa hoem biel Aaghieratie kaafieroen
7:45 (Dat zijn) Degenen die de weg van Allah verhinderden en die de dwaling erin zochten en die niet in het hiernamaals geloofden.

وَ بَیۡنَہُمَا حِجَابٌ ۚ وَ عَلَی الۡاَعۡرَافِ رِجَالٌ یَّعۡرِفُوۡنَ کُلًّۢا بِسِیۡمٰہُمۡ ۚ وَ نَادَوۡا اَصۡحٰبَ الۡجَنَّۃِ اَنۡ سَلٰمٌ عَلَیۡکُمۡ ۟ لَمۡ یَدۡخُلُوۡہَا وَ ہُمۡ یَطۡمَعُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa bainahoemaa hiedjaab; wa 'alal A'raafie riedjaaloey ya'riefoena koellam biesieemaahoem; wa naadaw Ashaabal djannatie an salaamoen 'alaikoem; lam yadghoeloehaa wa hoem yatma'oen
7:46 En tussen hen (de bewoners van het paradijs en de hel) zal er een afscheiding zijn en op de 'A'raaf' zullen er mannen zijn die de bewoners (van de hel en het paradijs) herkennen (uit het wereldse leven) door hun kenmerken. En ze zullen roepen tegen de bewoners van het paradijs: "Vrede zij met jullie!" Ze zijn echter het (paradijs) nog niet binnen gegaan, maar ze verlangen er begerig naar. (Notitie: De A'raaf is een hoge vlakte met nog niet berechte mensen erop vanwege hun evenwichtige schalen. De mensen van de A'raaf kunnen zowel de mensen van het paradijs als van de hel zien.)

وَ اِذَا صُرِفَتۡ اَبۡصَارُہُمۡ تِلۡقَآءَ اَصۡحٰبِ النَّارِ ۙ قَالُوۡا رَبَّنَا لَا تَجۡعَلۡنَا مَعَ الۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa iezaa soeriefat absaaroehoem tielqaaa'a Ashaabien Naarie qaaloe Rabbanaa laa tadj'alnaa ma'al qawmiez zaaliemieen
7:47 En wanneer hun ogen gedraaid worden (door Allah) om naar de bewoners van het vuur te kijken, dan zullen ze zeggen: "Onze Heer! Plaats ons niet tussen het misdadige volk!"

وَ نَادٰۤی اَصۡحٰبُ الۡاَعۡرَافِ رِجَالًا یَّعۡرِفُوۡنَہُمۡ بِسِیۡمٰہُمۡ قَالُوۡا مَاۤ اَغۡنٰی عَنۡکُمۡ جَمۡعُکُمۡ وَ مَا کُنۡتُمۡ تَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa naadaaa Ashaaboel a'raafie riedjaalay ya'riefoenahoem biesieemaahoem qaaloe maaa aghnaa 'an-koem djam'oekoem wa maa koentoem tastakbieroen
7:48 En de mensen op de A'raaf (de hoge vlakte) zullen roepen tegen de mannen (van de hel) die ze herkennen (uit het wereldse leven) door hun kenmerken: "Wat jullie verzamelden (aan rijkdommen, kinderen, etc) heeft jullie niet mogen baten en ook hetgeen waar jullie arrogant over waren!"

اَہٰۤؤُلَآءِ الَّذِیۡنَ اَقۡسَمۡتُمۡ لَا یَنَالُہُمُ اللّٰہُ بِرَحۡمَۃٍ ؕ اُدۡخُلُوا الۡجَنَّۃَ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡکُمۡ وَ لَاۤ اَنۡتُمۡ تَحۡزَنُوۡنَ ﴿۹۴﴾
A haaa'oelaaa'iel lazieena aqsamtoem laa yanaaloehoemoel laahoe bie rahmah; oedghoeloel djannata laa ghawfoen 'alaikoem wa laaa antoem tahzanoen
7:49 "Zijn deze degenen (wijzend naar de gelovigen), waarover jullie hebben gezworen dat Allah hen niet de genade zou schenken?" (Vervolgens zal Allah tot de bewoners van de A'raaf zeggen:) "Betreed het paradijs, er zal geen vrees voor jullie zijn en jullie zullen niet treuren."

وَ نَادٰۤی اَصۡحٰبُ النَّارِ اَصۡحٰبَ الۡجَنَّۃِ اَنۡ اَفِیۡضُوۡا عَلَیۡنَا مِنَ الۡمَآءِ اَوۡ مِمَّا رَزَقَکُمُ اللّٰہُ ؕ قَالُوۡۤا اِنَّ اللّٰہَ حَرَّمَہُمَا عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۰۵﴾
Wa naadaaa Ashaaboen Naarie Ashaabal djannatie an afieedoe 'alainaa mienal maaa'ie aw miemma razaqakoemoel laah; qaaloe iennal laaha harrama hoemaa 'alal kaafierieen
7:50 En de bewoners van de hel zullen tot de bewoners van het paradijs roepen: "Besproei water over ons of iets waarmee Allah jullie voorzien van heeft! Ze zullen zeggen: "Voorzeker, Allah heeft beiden voor de ongelovigen verboden verklaard."

الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا دِیۡنَہُمۡ لَہۡوًا وَّ لَعِبًا وَّ غَرَّتۡہُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا ۚ فَالۡیَوۡمَ نَنۡسٰہُمۡ کَمَا نَسُوۡا لِقَآءَ یَوۡمِہِمۡ ہٰذَا ۙ وَ مَا کَانُوۡا بِاٰیٰتِنَا یَجۡحَدُوۡنَ ﴿۱۵﴾
Allazieenat taghazoe dieenahoem lahwaw wa la'ie-baw wa gharrat hoemoel hayaatoed doenyaa; fal Yawma nannsaahoem kamaa nasoe lieqaaa'a Yawmiehiem haazaa wa maa kaanoe bie aayaatienaa yadjhadoen
7:51 Zij zijn degenen die hun levenswijze als een vermaak en spel namen, en het wereldse leven heeft hun bedrogen. Dus vandaag vergeten Wij hen, net zoals ze de ontmoeting van deze dag vergaten en omdat ze Onze tekenen verwierpen.

وَ لَقَدۡ جِئۡنٰہُمۡ بِکِتٰبٍ فَصَّلۡنٰہُ عَلٰی عِلۡمٍ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Wa laqad djie'naahoem bie Kietaabien fassalnaahoe 'alaa 'ielmien hoedaw wa rahmatal lieqawmieny-yoe'mienoen
7:52 En voorzeker Wij hebben voor hen een boek gebracht, welke Wij met kennis hebben uitgelegd, als leiding en barmhartigheid voor een volk dat gelooft.

ہَلۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّا تَاۡوِیۡلَہٗ ؕ یَوۡمَ یَاۡتِیۡ تَاۡوِیۡلُہٗ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ نَسُوۡہُ مِنۡ قَبۡلُ قَدۡ جَآءَتۡ رُسُلُ رَبِّنَا بِالۡحَقِّ ۚ فَہَلۡ لَّنَا مِنۡ شُفَعَآءَ فَیَشۡفَعُوۡا لَنَاۤ اَوۡ نُرَدُّ فَنَعۡمَلَ غَیۡرَ الَّذِیۡ کُنَّا نَعۡمَلُ ؕ قَدۡ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۳۵﴾
Hal yanzoeroena iellaa ta'wieelah; yawma ya'tiee ta'wieeloehoe yaqoeloel lazieena nasoehoe mien qabloe qad djaaa'at Roesoeloe Rabbienaa bielhaqq; fahal lanaa mien shoefa'aaa'a fa yashfa'oe lanaaa aw noeraddoe fana'mala ghairal laziee koennaa na'mal; qad ghasieroeo anfoesahoem wa dalla 'anhoem maa kaanoe yaftaroen
7:53 Wachten ze slechts op zijn uitvoering (de straf)? De dag waarop de straf zal komen, zullen degenen, die het (boek) vergaten, zeggen: "Waarlijk, er waren boodschappers van onze Heer met de waarheid gekomen. Zijn er dus voor ons enige bemiddelaars, zodat ze voor ons kunnen bemiddelen? Of dat we terug gestuurd kunnen worden, zodat we andere daden kunnen verrichten, dan de daden die we eerst deden?" Waarlijk, ze hebben zichzelf verloren en hetgeen ze verzonnen hadden is weggegaan.

اِنَّ رَبَّکُمُ اللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ فِیۡ سِتَّۃِ اَیَّامٍ ثُمَّ اسۡتَوٰی عَلَی الۡعَرۡشِ ۟ یُغۡشِی الَّیۡلَ النَّہَارَ یَطۡلُبُہٗ حَثِیۡثًا ۙ وَّ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ وَ النُّجُوۡمَ مُسَخَّرٰتٍۭ بِاَمۡرِہٖ ؕ اَلَا لَہُ الۡخَلۡقُ وَ الۡاَمۡرُ ؕ تَبٰرَکَ اللّٰہُ رَبُّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۴۵﴾
Inna Rabbakoemoel laahoel laziee ghalaqas samaawaatie wal arda fiee siettatie ayyaamien soemmas tawaa 'alal 'arshie yoeghshiel lailan nahaara yatloe boehoe hasieesaw washshamsa walqamara wannoedjoema moesagharaatiem bie amrieh; alaa lahoel ghalqoe wal-amr; tabaarakal laahoe Rabboel 'aalamieen
7:54 Voorzeker, jullie Heer is Allah, Degene Die de hemelen en de aarde schiep in zes dagen (32:4, 22:47). Vervolgens besteeg Hij de troon. Hij bedekt de nacht met de dag, die elkaar snel achtervolgen (36:40). En de zon, de maan en de sterren onderwerpen zich aan zijn gebod. Zonder enige twijfel, voor Hem (alleen) is het creëren en het gebod. Gezegend is Hij, Heer van de werelden (25:61).

اُدۡعُوۡا رَبَّکُمۡ تَضَرُّعًا وَّ خُفۡیَۃً ؕ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۵۵﴾
Oed'oe Rabbakoem tadarroe'aw wa ghoefyah; iennahoe laa yoehiebboel moe'tadieen
7:55 Roep jullie Heer nederig en in stilte aan. Voorzeker, Hij houdt niet van de misdadigers.

وَ لَا تُفۡسِدُوۡا فِی الۡاَرۡضِ بَعۡدَ اِصۡلَاحِہَا وَ ادۡعُوۡہُ خَوۡفًا وَّ طَمَعًا ؕ اِنَّ رَحۡمَتَ اللّٰہِ قَرِیۡبٌ مِّنَ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۶۵﴾
Wa laa toefsiedoe fiel ardie ba'da ieslaahiehaa wad'oehoe ghawfaw wa tama'aa; ienna rahmatal laahie qarieeboem mienal moehsienieen
7:56 En zaai geen verderf op aarde na zijn hervorming (door Allah's boodschap). En roep Hem aan met vrees en hoop. Voorzeker, de barmhartigheid van Allah is dichtbij de "Muhsinien" (iemand die goede daden verricht op basis van Taqwa).

وَ ہُوَ الَّذِیۡ یُرۡسِلُ الرِّیٰحَ بُشۡرًۢا بَیۡنَ یَدَیۡ رَحۡمَتِہٖ ؕ حَتّٰۤی اِذَاۤ اَقَلَّتۡ سَحَابًا ثِقَالًا سُقۡنٰہُ لِبَلَدٍ مَّیِّتٍ فَاَنۡزَلۡنَا بِہِ الۡمَآءَ فَاَخۡرَجۡنَا بِہٖ مِنۡ کُلِّ الثَّمَرٰتِ ؕ کَذٰلِکَ نُخۡرِجُ الۡمَوۡتٰی لَعَلَّکُمۡ تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۷۵﴾
Wa Hoewal laziee yoersieloer rieyaaha boeshram baina yadai rahmatiehiee hattaaa iezaaa aqallat sahaaban sieqaalan soeqnaahoe liebaladiem maiyietien fa annzalnaa biehiel maaa'a fa aghradjnaa biehiee mienn koellies samaraat; kazaalieka noeghriedjoel mawtaa la'allakoem tazakkaroen
7:57 En Hij is Degene Die de winden zendt als goede nieuws van Zijn barmhartigheid. Wanneer ze zware wolken dragen, sturen Wij ze naar een dood (verdord) land, dan doen Wij het water neerdalen. Vervolgens brengen Wij alle soorten vruchten er uit voort. Net zo zullen Wij de doden (op de dag des oordeels) opwekken, (Allah geeft deze vergelijking) zodat jullie kunnen gedenken.

وَ الۡبَلَدُ الطَّیِّبُ یَخۡرُجُ نَبَاتُہٗ بِاِذۡنِ رَبِّہٖ ۚ وَ الَّذِیۡ خَبُثَ لَا یَخۡرُجُ اِلَّا نَکِدًا ؕ کَذٰلِکَ نُصَرِّفُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّشۡکُرُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Walbaladoet taiyieboe yaghroedjoe nabaatoehoe bie-ieznie Rabbiehiee wallaziee ghaboesa laa yaghroedjoe iellaa nakiedaa; kazaalieka noesarriefoel Aayaatie lieqawmiey yashkoeroen
7:58 En uit goede aarde komt (goede) gewassen voort door de goedkeuring van Allah. Echter, uit het slechte zal niets (goeds) of met veel moeite iets voort komen. Zo leggen Wij de tekenen uit voor een dankbare volk. (Notitie: Uit het goede komt het goede voort en uit het slechte komt niets goeds voort.)

لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا نُوۡحًا اِلٰی قَوۡمِہٖ فَقَالَ یٰقَوۡمِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ اِلٰہٍ غَیۡرُہٗ ؕ اِنِّیۡۤ اَخَافُ عَلَیۡکُمۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۹۵﴾
Laqad arsalnaa noehan ielaa qawmiehiee faqaala yaa qawmie' boedoel laaha maa lakoem mien ielaahien ghairoehoe iennieee aghaafoe 'alaikoem 'azaaba Yawmien 'Azieem
7:59 Voorzeker, Wij zonden Noeh (Noach) tot zijn volk en hij zei: "O mijn volk! Aanbidt Allah! Er is voor jullie geen enkel andere deïteit dan Hij. Voorzeker, ik vrees de straf voor jullie op de grote dag."

قَالَ الۡمَلَاُ مِنۡ قَوۡمِہٖۤ اِنَّا لَنَرٰىکَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۰۶﴾
Qaalal mala-oe mien qaw miehieee iennaa lanaraaka fiee dalaaliem moebieen
7:60 De leiders van zijn volk zeiden: "Voorzeker, wij zien jou in een duidelijke dwaling verkeren."

قَالَ یٰقَوۡمِ لَیۡسَ بِیۡ ضَلٰلَۃٌ وَّ لٰکِنِّیۡ رَسُوۡلٌ مِّنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۶﴾
Qaala yaa qawmie laisa biee dalaalatoew wa laakienniee Rasoeloem mier Rabbiel 'aalamieen
7:61 Hij (Noeh) zei: "O mijn volk! Ik verkeer niet in dwaling. Echter, ik ben een boodschapper van de Heer der werelden.

اُبَلِّغُکُمۡ رِسٰلٰتِ رَبِّیۡ وَ اَنۡصَحُ لَکُمۡ وَ اَعۡلَمُ مِنَ اللّٰہِ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۲۶﴾
Oeballieghoekoem Riesaalaatie Rabbiee wa ansahoe lakoem wa a'lamoe mienal laahie maa laa ta'lamoen
7:62 Ik geef jullie slechts de boodschappen van mijn Heer. En ik adviseer jullie (ermee) en ik heb kennis over Allah die jullie niet hebben."

اَوَ عَجِبۡتُمۡ اَنۡ جَآءَکُمۡ ذِکۡرٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ عَلٰی رَجُلٍ مِّنۡکُمۡ لِیُنۡذِرَکُمۡ وَ لِتَتَّقُوۡا وَ لَعَلَّکُمۡ تُرۡحَمُوۡنَ ﴿۳۶﴾
Awa 'adjiebtoem an djaaa'akoem ziekroem mier Rabbiekoem 'alaa radjoeliem mien-koem lieyoenzierakoem wa lietattaqoe wa la'allakoem toerhamoen
7:63 Verbaast het jullie dat er een herinnering van jullie Heer via een man uit jullie volk is gekomen? Zodat hij jullie waarschuwt, en zodat jullie (Allah) kunnen vrezen, en zodat jullie de genade (van Allah) kunnen krijgen."

فَکَذَّبُوۡہُ فَاَنۡجَیۡنٰہُ وَ الَّذِیۡنَ مَعَہٗ فِی الۡفُلۡکِ وَ اَغۡرَقۡنَا الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ؕ اِنَّہُمۡ کَانُوۡا قَوۡمًا عَمِیۡنَ ﴿۴۶﴾
Fakazzaboehoe fa andjai naahoe wallazieena ma'ahoe fiel foelkie wa aghraqnal lazieena kazzaboe bie Aayaatienaa; iennahoem kaanoe qawman 'amieen
7:64 Echter ze wezen hem af. Dus redde Wij hem en degenen die met hem in de ark waren. En Wij lieten degenen, die Onze tekenen verwierpen, verdrinken. Voorzeker, het was een blind volk.

وَ اِلٰی عَادٍ اَخَاہُمۡ ہُوۡدًا ؕ قَالَ یٰقَوۡمِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ اِلٰہٍ غَیۡرُہٗ ؕ اَفَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۵۶﴾
Wa ielaa 'aadien aghaahoem Hoedaa; qaala yaa qawmie' boedoel laaha maa lakoem mien ielaahien ghairoeh; afalaa tattaqoen
7:65 En tot het volk Aad zonden Wij Hoed, Hij zei: "O mijn volk! Aanbidt Allah, er is voor jullie geen enkel andere deïteit dan Hij. Waarom vrezen jullie Allah niet?" (Notitie: Het volk van Aad was een volk dat ten zuiden van Arabië leefden. Hoed was de eerste profeet na Noeh.)

قَالَ الۡمَلَاُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ قَوۡمِہٖۤ اِنَّا لَنَرٰىکَ فِیۡ سَفَاہَۃٍ وَّ اِنَّا لَنَظُنُّکَ مِنَ الۡکٰذِبِیۡنَ ﴿۶۶﴾
Qaalal mala oel lazieena kafaroe mien qawmiehieee iennaa lanaraaka fiee safaahatiew wa iennaa la nazoennoeka mienal kaaziebieen
7:66 De leiders van de ongelovigen onder zijn volk zeiden: "Voorzeker, wij zien dat je in dwaasheid verkeert en we denken dat je liegt."

قَالَ یٰقَوۡمِ لَیۡسَ بِیۡ سَفَاہَۃٌ وَّ لٰکِنِّیۡ رَسُوۡلٌ مِّنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۶﴾
Qaala yaa qawmie laisa biee safaahatoew wa laakienniee Rasoeloem mier Rabbiel 'aalamieen
7:67 Hij (Hoed) zei: "Mijn volk! Er is geen dwaasheid in mij! Ik ben een boodschapper van de Heer der werelden."

اُبَلِّغُکُمۡ رِسٰلٰتِ رَبِّیۡ وَ اَنَا لَکُمۡ نَاصِحٌ اَمِیۡنٌ ﴿۸۶﴾
Oeballieghoekoem Riesaalaatie Rabbiee wa ana lakoem naasiehoen amieen
7:68 "Ik geef jullie slechts de boodschappen van mijn Heer en ik ben voor jullie een betrouwbare adviseur."

اَوَ عَجِبۡتُمۡ اَنۡ جَآءَکُمۡ ذِکۡرٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ عَلٰی رَجُلٍ مِّنۡکُمۡ لِیُنۡذِرَکُمۡ ؕ وَ اذۡکُرُوۡۤا اِذۡ جَعَلَکُمۡ خُلَفَآءَ مِنۡۢ بَعۡدِ قَوۡمِ نُوۡحٍ وَّ زَادَکُمۡ فِی الۡخَلۡقِ بَصۜۡطَۃً ۚ فَاذۡکُرُوۡۤا اٰلَآءَ اللّٰہِ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Awa 'adjiebtoem an djaaa'akoem ziekroem mier Rabbiekoem 'alaa radjoeliem mien-koem lieyoenzierakoem; wazkoeroeo iez dja'alakoem ghoelafaaa'a miem ba'die qawmie noehiew wa zaadakoem fielghalqie bastatan fazkoeroeo aalaaa'al laahie la'allakoem toefliehoen
7:69 "Verbaast het jullie dat er een herinnering van jullie Heer via een man uit jullie volk is gekomen, zodat hij jullie waarschuwt? En gedenk toen Hij (Allah) jullie de opvolgers (van generatie) van het volk van Noeh maakte en dat Hij jullie zeer groot maakte van lichaamsbouw. Dus gedenk de gunsten van Allah, zodat jullie succes kunnen verkrijgen."

قَالُوۡۤا اَجِئۡتَنَا لِنَعۡبُدَ اللّٰہَ وَحۡدَہٗ وَ نَذَرَ مَا کَانَ یَعۡبُدُ اٰبَآؤُنَا ۚ فَاۡتِنَا بِمَا تَعِدُنَاۤ اِنۡ کُنۡتَ مِنَ الصّٰدِقِیۡنَ ﴿۰۷﴾
Qaaloeo adjie'tanaa liena'boedal laaha wahdahoe wa nazara maa kaana ya'boedoe aabaaa'oenaa fa'tienaa biemaa ta'iedoenaaa ien koenta mienas saadieqieen
7:70 Ze zeiden: "Ben je alleen tot ons gekomen, zodat we slechts Allah alleen moeten aanbidden en we hetgeen moeten verlaten wat onze voorvaders aanbaden?" Breng dan maar datgeen wat je belooft hebt aan ons (de bestraffing), als je de waarheid spreekt."

قَالَ قَدۡ وَقَعَ عَلَیۡکُمۡ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ رِجۡسٌ وَّ غَضَبٌ ؕ اَتُجَادِلُوۡنَنِیۡ فِیۡۤ اَسۡمَآءٍ سَمَّیۡتُمُوۡہَاۤ اَنۡتُمۡ وَ اٰبَآؤُکُمۡ مَّا نَزَّلَ اللّٰہُ بِہَا مِنۡ سُلۡطٰنٍ ؕ فَانۡتَظِرُوۡۤا اِنِّیۡ مَعَکُمۡ مِّنَ الۡمُنۡتَظِرِیۡنَ ﴿۱۷﴾
Qaala qad waqa'a alaikoem mier Rabbiekoem riedjsoew wa ghadab, atoedjaadieloenaniee fieee asmaaa'ien sammaitoemoehaaa antoem wa aabaaa'oekoem maa nazzalal laahoe biehaa mien soeltaan; fantazieroeo ienniee ma'akoem mienal moentazierieen
7:71 Hij zei: "Waarlijk, op jullie rust er nu de bestraffing en de woede van jullie Heer. Maken jullie ruzie met mij alleen voor de namen die jullie en jullie voorvaders verzonnen hebben terwijl Allah er geen enkel bewijs voor heeft neergezonden? Wacht dan! Voorzeker, ik wacht ook.

فَاَنۡجَیۡنٰہُ وَ الَّذِیۡنَ مَعَہٗ بِرَحۡمَۃٍ مِّنَّا وَ قَطَعۡنَا دَابِرَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ مَا کَانُوۡا مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Fa andjainaahoe wallazieena ma'ahoe bierahmatiem miennaa wa qata'naa daabieral lazieena kazzaboe bie Aayaatienaa wa maa kaanoe moe'mienieen
7:72 Dus hebben Wij hem (Hoed) en degenen met hem (die de boodschap geaccepteerd hadden) door Onze genade, gered (van de storm). En Wij hebben de wortels, van degenen die Onze tekenen verwierpen, afgesneden. En ze waren geen gelovigen.

وَ اِلٰی ثَمُوۡدَ اَخَاہُمۡ صٰلِحًا ۘ قَالَ یٰقَوۡمِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ اِلٰہٍ غَیۡرُہٗ ؕ قَدۡ جَآءَتۡکُمۡ بَیِّنَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ؕ ہٰذِہٖ نَاقَۃُ اللّٰہِ لَکُمۡ اٰیَۃً فَذَرُوۡہَا تَاۡکُلۡ فِیۡۤ اَرۡضِ اللّٰہِ وَ لَا تَمَسُّوۡہَا بِسُوۡٓءٍ فَیَاۡخُذَکُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۳۷﴾
Wa ielaa Samoeda aghaahoem Saaliehaa; qaala yaa qawmie' boedoel laaha maa lakoem mien ielaahien ghairoehoe qad djaaa'atkoem baiyienatoem mier Rabbiekoem haaziehiee naaqatoel laahie lakoem Aayatan fazaroehaa ta'koel fieee ardiel laahie wa laa tamassoehaa biesoeo'ien fa ya'ghoezakoem 'azaaboen alieem
7:73 En voor het volk Thamoed zonden Wij hun broeder Salih. Hij zei: "O mijn Volk! Aanbidt Allah, er is voor jullie geen enkel andere deïteit dan Hij. Waarlijk, er is een duidelijke bewijs van jullie Heer tot jullie gekomen. Dit is een vrouwelijke kameel geschonken door Allah, het is voor jullie een teken. Zo laat haar eten op de aarde van Allah, en doe haar geen kwaad, anders zullen jullie door een pijnlijke straf worden gegrepen. (Notitie: Het volk Thamoed was een volk dat ten noorden van Arabië leefden, en dat ontstaan is uit de mensen die gered zijn van het volk van Aad. Waarschijnlijk zijn de gelovigen dus van het zuiden van Arabië naar het noorden van Arabië gegaan.)

وَ اذۡکُرُوۡۤا اِذۡ جَعَلَکُمۡ خُلَفَآءَ مِنۡۢ بَعۡدِ عَادٍ وَّ بَوَّاَکُمۡ فِی الۡاَرۡضِ تَتَّخِذُوۡنَ مِنۡ سُہُوۡلِہَا قُصُوۡرًا وَّ تَنۡحِتُوۡنَ الۡجِبَالَ بُیُوۡتًا ۚ فَاذۡکُرُوۡۤا اٰلَآءَ اللّٰہِ وَ لَا تَعۡثَوۡا فِی الۡاَرۡضِ مُفۡسِدِیۡنَ ﴿۴۷﴾
Wazkoeroe iez dja'alakoem ghoelafaaa'a miem ba'die 'Aadiew wa bawwa akoem fiel ardie tattaghiezoena mien soehoeliehaa qoesoeraw wa tanhietoenal djiebaala boeyoetan fazkoeroeo aalaaa'al laahie wa laa ta'saw fiel ardie moefsiedieen
7:74 "En herinner dat Hij jullie als opvolgers van het volk Aad heeft gemaakt en dat Hij jullie (in aantallen) op de aarde heeft gevestigd." En dat jullie paleizen (door Zijn goedkeuring) op vlaktes bouwen. En dat jullie (door Zijn goedkeuring) de bergen uithouwen om er huizen in te maken. Dus gedenk de gunsten van Allah en verricht geen slechte daden om verderf op aarde te zaaien.

قَالَ الۡمَلَاُ الَّذِیۡنَ اسۡتَکۡبَرُوۡا مِنۡ قَوۡمِہٖ لِلَّذِیۡنَ اسۡتُضۡعِفُوۡا لِمَنۡ اٰمَنَ مِنۡہُمۡ اَتَعۡلَمُوۡنَ اَنَّ صٰلِحًا مُّرۡسَلٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ؕ قَالُوۡۤا اِنَّا بِمَاۤ اُرۡسِلَ بِہٖ مُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۵۷﴾
Qaalal mala oel lazieenas takbaroe mien qawmiehiee liellazieenas toed'iefoe lieman aamana mienhoem ata'lamoena anna Saalieham moersaloem mier Rabbieh; qaaloeo iennaa biemaaa oersiela biehiee moe'mienoen
7:75 De hoogmoedige leiders van zijn volk zeiden tegen de gelovigen die onderdrukt werden: "Weten jullie dat Salih degene is die gezonden is door zijn Heer?" Ze zeiden: "voorzeker, wij geloven in datgeen wat aan hem is geopenbaard."

قَالَ الَّذِیۡنَ اسۡتَکۡبَرُوۡۤا اِنَّا بِالَّذِیۡۤ اٰمَنۡتُمۡ بِہٖ کٰفِرُوۡنَ ﴿۶۷﴾
Qaalal lazieenas takbaroeo iennaa biellazieee aamanntoem biehiee kaafieroen
7:76 Degenen die hoogmoedig waren, zeiden: "Voorzeker, wij geloven niet in hetgeen waar jullie in geloven."

فَعَقَرُوا النَّاقَۃَ وَ عَتَوۡا عَنۡ اَمۡرِ رَبِّہِمۡ وَ قَالُوۡا یٰصٰلِحُ ائۡتِنَا بِمَا تَعِدُنَاۤ اِنۡ کُنۡتَ مِنَ الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۷۷﴾
Fa'aqaroen naaqata wa'ataw 'an amrie Rabbiehiem wa qaaloe yaa Saaliehoe' tienaa biemaa ta'iedoenaaa ien koenta mienal moersalieen
7:77 Vervolgens verlamde ze de vrouwelijke kameel. Dus waren ze ongehoorzaam voor het gebod van hun Heer. En ze zeiden: "O Salih! Breng ons maar wat je ons beloofd hebt als jij tot de boodschappers behoort."

فَاَخَذَتۡہُمُ الرَّجۡفَۃُ فَاَصۡبَحُوۡا فِیۡ دَارِہِمۡ جٰثِمِیۡنَ ﴿۸۷﴾
Fa aghazat hoemoer radjfatoe fa asbahoe fiee daariehiem djaasiemieen
7:78 Dus greep de aardbeving hen en ze vielen dood neer, uitgestrekt in hun huizen.

فَتَوَلّٰی عَنۡہُمۡ وَ قَالَ یٰقَوۡمِ لَقَدۡ اَبۡلَغۡتُکُمۡ رِسَالَۃَ رَبِّیۡ وَ نَصَحۡتُ لَکُمۡ وَ لٰکِنۡ لَّا تُحِبُّوۡنَ النّٰصِحِیۡنَ ﴿۹۷﴾
Fa tawalla 'anhoem wa qaala yaa qawmie laqad ablaghtoekoem Riesaalata Rabbiee wa nasahtoe lakoem wa laakiel laa toehiebboenan naasiehieen
7:79 Dus ging hij (Shalih) weg van hen en zei: "O mijn volk! Waarlijk, ik heb voor jullie de boodschap van mijn Heer overgebracht. En ik adviseerde jullie ermee, maar jullie hielden niet van de raadplegers."

وَ لُوۡطًا اِذۡ قَالَ لِقَوۡمِہٖۤ اَتَاۡتُوۡنَ الۡفَاحِشَۃَ مَا سَبَقَکُمۡ بِہَا مِنۡ اَحَدٍ مِّنَ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۰۸﴾
Wa Loetan iez qaala lieqawmiehieee ata'toenal faahieshata maa sabaqakoem biehaa mien ahadiem mienal 'aalamieen
7:80 En (gedenk) Loeth (Lot), toen hij tot zijn volk zei: "Bedrijven jullie zo een onzedelijkheid die door niemand op de wereld eerder is begaan?!"

اِنَّکُمۡ لَتَاۡتُوۡنَ الرِّجَالَ شَہۡوَۃً مِّنۡ دُوۡنِ النِّسَآءِ ؕ بَلۡ اَنۡتُمۡ قَوۡمٌ مُّسۡرِفُوۡنَ ﴿۱۸﴾
Innakoem lata'toenar riedjaala shahwatam mien doenien niesaaa'; bal antoemqawmoem moesriefoen
7:81 Voorwaar, jullie benaderen de mannen met lust in plaats van de vrouwen. Nee! Jullie zijn een volk dat een grote onzedelijkheid begaan.

وَ مَا کَانَ جَوَابَ قَوۡمِہٖۤ اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوۡۤا اَخۡرِجُوۡہُمۡ مِّنۡ قَرۡیَتِکُمۡ ۚ اِنَّہُمۡ اُنَاسٌ یَّتَطَہَّرُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Wa maa kaana djawaaba qawmiehiee iellaa an qaaloeo aghriedjoehoem mien qaryatiekoem iennahoem oenaasoey yatatahharoen
7:82 En het enige antwoord van zijn volk was dat ze zeiden: "Verdrijf hen uit jullie stad. Voorzeker, ze zijn mensen die zichzelf rein houden."

فَاَنۡجَیۡنٰہُ وَ اَہۡلَہٗۤ اِلَّا امۡرَاَتَہٗ ۫ۖ کَانَتۡ مِنَ الۡغٰبِرِیۡنَ ﴿۳۸﴾
Fa andjainaahoe wa ahlahoeo iellam ra atahoe kaanat mienal ghaabierieen
7:83 Dus redden Wij hem en zijn familie, behalve zijn vrouw. Ze behoorde (ook) tot de groep die achter bleven.

وَ اَمۡطَرۡنَا عَلَیۡہِمۡ مَّطَرًا ؕ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۴۸﴾
Wa 'amtarnaa 'alaihiem mataran fanzoer kaifa kaana aaqiebatoel moedjriemieen
7:84 En Wij bestendigden hen vanuit de hemel. Dus zie hoe het einde was van de misdadigers.

وَ اِلٰی مَدۡیَنَ اَخَاہُمۡ شُعَیۡبًا ؕ قَالَ یٰقَوۡمِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ اِلٰہٍ غَیۡرُہٗ ؕ قَدۡ جَآءَتۡکُمۡ بَیِّنَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ فَاَوۡفُوا الۡکَیۡلَ وَ الۡمِیۡزَانَ وَ لَا تَبۡخَسُوا النَّاسَ اَشۡیَآءَہُمۡ وَ لَا تُفۡسِدُوۡا فِی الۡاَرۡضِ بَعۡدَ اِصۡلَاحِہَا ؕ ذٰلِکُمۡ خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۵۸﴾
Wa ielaa Madyana aghaahoem Shoe'aybaa; qaala yaa qawmie' boedoel laaha maa lakoem mien ielaahien ghairoehoe qad djaaa'atkoem baiyienatoem mier Rabbiekoem fa awfoel kaila walmieezaana wa laa tabghasoen naasa ashyaa'ahoem wa laa toefsiedoe fiel ardie ba'da ieslaahiehaa; zaaliekoem ghairoel lakoem ien koentoem moe'mienieen
7:85 En tot het volk Midian (zonden Wij) Shoe'aib. Hij zei: "O mijn Volk! Aanbidt Allah, er is voor jullie geen enkel andere deïteit dan Hij. Waarlijk, er is een duidelijke bewijs van jullie Heer tot jullie gekomen. Dus geef de volledigheid in maat en gewicht en beroof geen mensen van hun dingen en zaai geen verderf op aarde na zijn hervorming (door Allah's boodschap). Dat is beter voor jullie als jullie geloven." (Notitie: Midian is een volk dat in het noordwesten van Arabië leefde.)

وَ لَا تَقۡعُدُوۡا بِکُلِّ صِرَاطٍ تُوۡعِدُوۡنَ وَ تَصُدُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ مَنۡ اٰمَنَ بِہٖ وَ تَبۡغُوۡنَہَا عِوَجًا ۚ وَ اذۡکُرُوۡۤا اِذۡ کُنۡتُمۡ قَلِیۡلًا فَکَثَّرَکُمۡ ۪ وَ انۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Wa laa taq'oedoe biekoellie sieraatien toe'iedoena wa tasoeddoena 'an sabieeliel laahie man aamana biehiee wa tabghoenahaa 'iewadjaa; waz koeroeo iez koentoem qalieelan fakassarakoem wanzoeroe kaifa kaana 'aaqiebatoel moefsiedieen
7:86 "En zit niet op elke pad, die de gelovigen bewandelen voor (het vinden van) Allah, te dreigen en te verhinderen, zoekend om het krom te maken. Gedenk toen jullie met zijn weinigen waren, en dat Hij jullie heeft doen toenemen. En zie hoe het einde was van de misdadigers."

وَ اِنۡ کَانَ طَآئِفَۃٌ مِّنۡکُمۡ اٰمَنُوۡا بِالَّذِیۡۤ اُرۡسِلۡتُ بِہٖ وَ طَآئِفَۃٌ لَّمۡ یُؤۡمِنُوۡا فَاصۡبِرُوۡا حَتّٰی یَحۡکُمَ اللّٰہُ بَیۡنَنَا ۚ وَ ہُوَ خَیۡرُ الۡحٰکِمِیۡنَ ﴿۷۸﴾
Wa In kaana taaa'iefatoem mien-koem aamanoe biellazieee oersieltoe biehiee wa taaa'iefatoel lam yoe'mienoe fasbieroe hattaa yahkoemal laahoe bainanaa; wa Hoewa ghairoel haakiemieen
7:87 En als er een groep van jullie is, die gelooft in hetgeen waarmee ik gezonden ben, en een ander groep die er niet in gelooft, wees dan (beide) geduldig totdat Allah tussen ons oordeelt. En Hij is de Hakiem" (De enige echte rechter en levert altijd gerechtigheid voor elke situatie).


www.heiligekoran.nl