اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ وَ جَعَلَ الظُّلُمٰتِ وَ النُّوۡرَ ۬ؕ ثُمَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِرَبِّہِمۡ یَعۡدِلُوۡنَ ﴿۱﴾
Alhamdoe liellaahiel laziee ghalaqas samaawaatie wal arda wa dja'alaz zoeloemaatie wannoer; soemmal lazieena kafaroe bie Rabbiehiem ya'dieloen
6:1 Alle lof en dank behoort aan Allah toe, Die de hemelen en de aarde schiep. En Die de duisternissen en het licht erin plaatste. Ondanks dat kennen de ongelovigen deelgenoten aan Hem toe. (Notitie: ondanks dat de mens ontdekt heeft dat de duisternis in het heelal niet leeg is, maar uit energie (donkere energie) en materie (donkere materie) bestaat, kent de mens deelgenoten toe aan de schepper).
ہُوَ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ مِّنۡ طِیۡنٍ ثُمَّ قَضٰۤی اَجَلًا ؕ وَ اَجَلٌ مُّسَمًّی عِنۡدَہٗ ثُمَّ اَنۡتُمۡ تَمۡتَرُوۡنَ ﴿۲﴾
Hoewal laziee ghalaqakoem mien tieenien soemma qadaaa adjalaw wa adjaloem moesamman 'iendahoe soemma antoem tamtaroen
6:2 Hij is het Die jullie uit klei schiep, vervolgens stelde Hij een periode (van leven tot aan de dood) vast en een (andere) periode (, van dood tot aan de wederopstanding, ) dat alleen bij Hem bekend is (7:187). Echter jullie twijfelen (aan de wederopstanding). (Notitie: zie ook 34:30)
وَ ہُوَ اللّٰہُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ فِی الۡاَرۡضِ ؕ یَعۡلَمُ سِرَّکُمۡ وَ جَہۡرَکُمۡ وَ یَعۡلَمُ مَا تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۳﴾
Wa Hoewal laahoe fiessamaawaatie wa fiel ardie ya'lamoe sierrakoem wa djahrakoem wa ya'lamoe maa taksieboen
6:3 En Hij is Allah in de hemelen en op de aarde. Hij kent jullie geheimen en datgeen wat jullie openlijk doen. Hij weet wat jullie toekomt (aan straf of beloning).
وَ مَا تَاۡتِیۡہِمۡ مِّنۡ اٰیَۃٍ مِّنۡ اٰیٰتِ رَبِّہِمۡ اِلَّا کَانُوۡا عَنۡہَا مُعۡرِضِیۡنَ ﴿۴﴾
Wa maa ta'tieehiem mien Aayatiem mien Aayaatie Rabbiehiem iellaa kaanoe 'anhaa moe'riedieen
6:4 En als er geen teken van hun Heer komt, dan keren ze zich af (van het geloof in Allah, wederopstanding, etc).
فَقَدۡ کَذَّبُوۡا بِالۡحَقِّ لَمَّا جَآءَہُمۡ ؕ فَسَوۡفَ یَاۡتِیۡہِمۡ اَنۡۢبٰٓؤُا مَا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۵﴾
Faqad kazzaboe bielhaqqie lammaa djaaa'ahoem fasawfa ya'tieehiem ambaaa'oe maa kaanoe biehiee yastahzie'oen
6:5 Echter, toen de Waarheid tot hen kwam verworpen ze het. Spoedig zullen er berichten tot hen komen over datgeen waarover ze spotten.
اَلَمۡ یَرَوۡا کَمۡ اَہۡلَکۡنَا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ مِّنۡ قَرۡنٍ مَّکَّنّٰہُمۡ فِی الۡاَرۡضِ مَا لَمۡ نُمَکِّنۡ لَّکُمۡ وَ اَرۡسَلۡنَا السَّمَآءَ عَلَیۡہِمۡ مِّدۡرَارًا ۪ وَّ جَعَلۡنَا الۡاَنۡہٰرَ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہِمۡ فَاَہۡلَکۡنٰہُمۡ بِذُنُوۡبِہِمۡ وَ اَنۡشَاۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ قَرۡنًا اٰخَرِیۡنَ ﴿۶﴾
Alam yaraw kam ahlaknaa mien qabliehiem mien qarniem makkannaahoem fiel ardie maa lam noemakkiel lakoem wa arsalnas samaaa'a 'alaihiem miedraaraw wa dja'alnal anhaara tadjriee mien tahtiehiem fa ahlak naahoem biezoenoebiehiem wa ansha'naa miem ba'diehiem qarnan aagharieen
6:6 Zagen ze niet hoeveel van de oude generaties Wij hebben vernietigd? Wij gaven hen op de aarde een grote macht, welke Wij niet aan jullie hebben gegeven. Wij zonden op hen overvloedig regen uit de hemel. En Wij maakten rivieren die onder hen stroomden. Vervolgens, vernietigden Wij hen voor hun zonden en Wij deden na hen, nieuwe generaties ontstaan.
وَ لَوۡ نَزَّلۡنَا عَلَیۡکَ کِتٰبًا فِیۡ قِرۡطَاسٍ فَلَمَسُوۡہُ بِاَیۡدِیۡہِمۡ لَقَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا سِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۷﴾
Wa law nazzalnaa 'alaika Kietaaban fiee qiertaasien falamasoehoe bie aidieehiem laqaalal lazieena kafaroeo ien haazaaa iellaa siehroem moebieen
6:7 En zelfs als Wij een (fysieke) boek hadden neer gedaald (vanuit de hemel), dat geschreven was op perkamenten, zodat ze het konden aanraken met hun handen, dan zouden de ongelovigen hebben gezegd: "Dit is niets anders dan overduidelijke toverij."
وَ قَالُوۡا لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ مَلَکٌ ؕ وَ لَوۡ اَنۡزَلۡنَا مَلَکًا لَّقُضِیَ الۡاَمۡرُ ثُمَّ لَا یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۸﴾
Wa qaaloe law laaa oenziela alaihie malakoew wa law anzalna malakal laqoedieyal amroe soemma laa yoenzaroen
6:8 Ze zeiden: "Waarom is er geen (zichtbare) engel tot hem (Mohammed v.z.m.h.) neergedaald?" Indien Wij een engel hadden neergezonden, dan zou de zaak (van geloof en ongeloof) direct beoordeeld zijn geweest en hadden ze geen uitstel gekregen.
وَ لَوۡ جَعَلۡنٰہُ مَلَکًا لَّجَعَلۡنٰہُ رَجُلًا وَّ لَلَبَسۡنَا عَلَیۡہِمۡ مَّا یَلۡبِسُوۡنَ ﴿۹﴾
Wa law dja'alnaahoe malakal ladja'alnaahoe radjoelaw wa lalabasnaa 'alaihiem maa yalbiesoen
6:9 En indien Wij een engel (als directe boodschapper) hadden toegewezen, dan zouden Wij hem zeker als een man hebben gemaakt (zodat ze instaat zouden zijn om hem te zien). Wij zouden hierdoor meer verwarring brengen over datgeen wat al onduidelijk voor hen is.
وَ لَقَدِ اسۡتُہۡزِیَٔ بِرُسُلٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَحَاقَ بِالَّذِیۡنَ سَخِرُوۡا مِنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Wa laqadies toehzie'a bie-Roesoeliem mien qablieka fahaaqa biellazieena saghieroe mienhoem maa kaanoe biehiee yastahzie'oen
6:10 En voorzeker eerdere profeten werden (ook) belachelijk gemaakt, echter degenen die beledigden werden omsingeld door datgeen waarover ze spotte (de straf).
قُلۡ سِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ ثُمَّ انۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۱۱﴾
Qoel sieeroe fiel ardie soemman zoeroe kaifa kaana 'aaqiebatoel moekazziebieen
6:11 Zeg: "Reis op de aarde en zie hoe het einde was van de leugenaars." (6:24)
قُلۡ لِّمَنۡ مَّا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ قُلۡ لِّلّٰہِ ؕ کَتَبَ عَلٰی نَفۡسِہِ الرَّحۡمَۃَ ؕ لَیَجۡمَعَنَّکُمۡ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ اَلَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فَہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Qoel liemam maa fies samaawaatie wal ardie qoel liellaah; kataba 'alaa nafsiehier rahmah; la yadjma 'annakoem ielaa Yawmiel Qieyaamatie laa raiba fieeh; allazieena ghasieroeo anfoesahoem fahoem laa yoe'mienoen
6:12 Zeg: "Aan wie behoort wat er in de hemelen en op de aarde is?" Zeg: "Aan Allah. Hij heeft Zichzelf de Barmhartigheid opgelegd. Hij zal jullie verzamelen op de dag van de wederopstanding, er is geen enkel twijfel er over. Degenen die zich zelf bedorven hebben, zij zijn degenen die niet geloven."
وَ لَہٗ مَا سَکَنَ فِی الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ ؕ وَ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۳۱﴾
Wa lahoe maa sakana fiellailie wannahaar; wa Hoewas Samiee'oel Alieem
6:13 En aan Hem behoort al datgeen wat leeft tijdens de nacht of de dag. Hij is Al-Samieoe (de Al-horende), Al-Aliem (de Alwetende).
قُلۡ اَغَیۡرَ اللّٰہِ اَتَّخِذُ وَلِیًّا فَاطِرِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ ہُوَ یُطۡعِمُ وَ لَا یُطۡعَمُ ؕ قُلۡ اِنِّیۡۤ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ اَوَّلَ مَنۡ اَسۡلَمَ وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۴۱﴾
Qoel aghairal laahie attaghiezoe walieyyan faatieries samaawaatie wal ardie wa Hoewa yoet'iemoe wa laa yoet'am; qoel iennieee oemiertoe an akoena awwala man aslama wa laa takoenanna mienal moeshriekieen
6:14 Zeg: "Is er iets anders dan Allah dat ik als beschermer moet nemen? De Scheper van de hemelen en de aarde. Het is Hij Die voedt en Die niet gevoed wordt!" Zeg: "Voorzeker, het is mij bevolen dat ik de eerste ben die zich overgeeft aan Allah. Ik behoor niet tot degenen die afgoden aanbidt."
قُلۡ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اِنۡ عَصَیۡتُ رَبِّیۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۵۱﴾
Qoel iennieee aghaafoe ien 'asaitoe Rabbiee 'azaaba Yawmien 'Azieem
6:15 Zeg: "Voorzeker, ik vrees de bestraffing op een Machtige Dag, indien ik mijn Heer ongehoorzaam."
مَنۡ یُّصۡرَفۡ عَنۡہُ یَوۡمَئِذٍ فَقَدۡ رَحِمَہٗ ؕ وَ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۶۱﴾
May yoesraf 'anhoe Yawma'iezien faqad rahiemah; wa zaaliekal fawzoel moebieen
6:16 Wanneer op die dag de straf van iemand wordt afgewend, dan heeft Hij (Allah) hem zeker begenadigd. Dat is de duidelijke succes.
وَ اِنۡ یَّمۡسَسۡکَ اللّٰہُ بِضُرٍّ فَلَا کَاشِفَ لَہٗۤ اِلَّا ہُوَ ؕ وَ اِنۡ یَّمۡسَسۡکَ بِخَیۡرٍ فَہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۷۱﴾
Wa ieny-yamsaskal laahoe biedoerrien falaaa kaashiefa lahoe iellaa Hoewa wa ieny-yamsaska bieghairien fa Hoewa 'alaa koellie shai'ien Qadieer
6:17 Indien Allah jou beproeft met tegenspoed, dan kan niemand het wegnemen behalve Hij. En indien Hij jou treft met het goede, dan is Hij over alles Almachtig. (Notitie: Als het goede wordt gegeven, dan denkt men dat hij er macht over heeft en dat het hem toekomt. Zie 28:78. Zowel tegenspoed als voorspoed wordt gezien als een beproeving 76:2, 89:15, 89:16)
وَ ہُوَ الۡقَاہِرُ فَوۡقَ عِبَادِہٖ ؕ وَ ہُوَ الۡحَکِیۡمُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۸۱﴾
Wa Hoewal qaahieroe fawqa 'iebaadieh; wa Hoewal Hakieemoel ghabieer
6:18 Hij is Al-Qahaar (Degene Die altijd domineert en heerst) over Zijn dienaren. Hij is Al-Hakiem (de Alwijze, Al-Ghabier (Degenen Die over alles op de hoogte is).
قُلۡ اَیُّ شَیۡءٍ اَکۡبَرُ شَہَادَۃً ؕ قُلِ اللّٰہُ ۟ۙ شَہِیۡدٌۢ بَیۡنِیۡ وَ بَیۡنَکُمۡ ۟ وَ اُوۡحِیَ اِلَیَّ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنُ لِاُنۡذِرَکُمۡ بِہٖ وَ مَنۡۢ بَلَغَ ؕ اَئِنَّکُمۡ لَتَشۡہَدُوۡنَ اَنَّ مَعَ اللّٰہِ اٰلِہَۃً اُخۡرٰی ؕ قُلۡ لَّاۤ اَشۡہَدُ ۚ قُلۡ اِنَّمَا ہُوَ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ وَّ اِنَّنِیۡ بَرِیۡٓءٌ مِّمَّا تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Qoel ayyoe shai'ien akbaroe shahaadatan qoeliel laahoe shahieedoem bainiee wa bainakoem; wa oehieya ielaiya haazal Qoer'aanoe lie oenzierakoem biehiee wa mam balagh; a'iennakoem latashhadoena anna ma'al laahie aaliehatan oeghraa; qoel laaa ashhad; qoel iennamaa Hoewa Ilaahoew waahiedoew wa iennaniee bariee'oem miemmaa toeshriekoen
6:19 Zeg: "Wie is de belangrijkste getuige?" Zeg: "Allah is de (voornaamste) Getuige tussen mij en jou en Getuigt dat deze Koran aan mij wordt geopenbaart, zodat ik jullie en degene die het zullen verkrijgen (zie 46:29, 72:1), ermee kan waarschuwen. Getuigen jullie met zekerheid dat er anderen goden zijn bij Allah?" Zeg: "Ik getuig dit niet!" Zeg: "Hij is de Godheid/Deïteit, de Enige!" En voorzeker, ik neem afstand van wat jullie aan Hem toekennen."
اَلَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ یَعۡرِفُوۡنَہٗ کَمَا یَعۡرِفُوۡنَ اَبۡنَآءَہُمۡ ۘ اَلَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فَہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Allazieena aatainaa hoemoel Kietaaba ya'riefoenahoe kamaa ya'riefoena abnaaa'ahoem; allazieena ghasieroeo anfoesahoem fahoem laa yoe'mienoen
6:20 Degenen aan wie Wij het Schrift hebben gegeven, herkennen hem (Mohammed v.z.m.h.) zoals ze hun zonen herkennen. Maar (weet dat), degenen die zich zelf bedorven hebben, zullen niet geloven.
وَ مَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa man azlamoe miem manief tara 'alal laahie kazieban aw kazzaba bie Aayaatieh; iennahoe laa yoefliehoez zaaliemoen
6:21 En wie is er nog meer onrechtvaardiger dan iemand die een leugen over Allah verzint of Zijn tekenen verwerpt? Voorzeker, de onrechtplegers zullen niet slagen.
وَ یَوۡمَ نَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ثُمَّ نَقُوۡلُ لِلَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡۤا اَیۡنَ شُرَکَآؤُکُمُ الَّذِیۡنَ کُنۡتُمۡ تَزۡعُمُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Wa yawma nahshoeroehoem djamiee'an soemma naqoeloe liellazieena ashrakoeo ayna shoerakaaa' oekoemoel lazieena koentoem taz'oemoen
6:22 En op de Dag dat Wij hen allen zullen verzamelen, dan zullen Wij tegen degenen die deelgenoten aan Allah toekenden, zeggen: "Waar zijn jullie deelgenoten waarop jullie een beroep op deden?"
ثُمَّ لَمۡ تَکُنۡ فِتۡنَتُہُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوۡا وَ اللّٰہِ رَبِّنَا مَا کُنَّا مُشۡرِکِیۡنَ ﴿۳۲﴾
Soemma lam takoen fietnatoehoem iellaaa an qaaloe wallaahie Rabbienaa maa koennaa moeshriekieen
6:23 Er zal dan geen tegenargument voor hen zijn, behalve dat ze zeggen: "Bij Allah, onze Heer, wij waren geen aanbidders van afgoden."
اُنۡظُرۡ کَیۡفَ کَذَبُوۡا عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Oenzoer kaifa kazaboe 'alaaa anfoesiehiem, wa dalla 'anhoem maa kaanoe yaftaroen
6:24 Kijk hoe ze liegen over hun zelf. Dwalend door datgeen wat ze verzonnen (gedurende het wereldse leven).
وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّسۡتَمِعُ اِلَیۡکَ ۚ وَ جَعَلۡنَا عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ اَکِنَّۃً اَنۡ یَّفۡقَہُوۡہُ وَ فِیۡۤ اٰذَانِہِمۡ وَقۡرًا ؕ وَ اِنۡ یَّرَوۡا کُلَّ اٰیَۃٍ لَّا یُؤۡمِنُوۡا بِہَا ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءُوۡکَ یُجَادِلُوۡنَکَ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّاۤ اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۵۲﴾
Wa mienhoem may yastamie'oe ielaika wa dja'alnaa 'alaa qoeloebiehiem akiennatan ay yafqahoehoe wa fieee aazaaniehiem waqraa; wa ay yaraw koella Aayatiel laa yoe'mienoe biehaa; hattaaa iezaa djaaa'oeka yoedjaadieloenaka yaqoeloel lazieena kafaroe ien haazaa iellaaa asaatieeroel awwalieen
6:25 En onder hen zijn er die naar jou luisteren, maar Wij hebben hun harten bedekt zodat ze het (de Koran) niet begrijpen. En in hun oren bevindt zich doofheid (m.a.w. het heeft geen effect). En ook al zouden ze ieder teken zien, dan nog zouden ze er niet in geloven. Ze komen zelfs met jou discussiëren en zeggen: "Dit zijn slechts fabels van vroeger." (Wanneer het hart bezegeld is kan men niet meer geloven. 2:6, 2:7)
وَ ہُمۡ یَنۡہَوۡنَ عَنۡہُ وَ یَنۡـَٔوۡنَ عَنۡہُ ۚ وَ اِنۡ یُّہۡلِکُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡفُسَہُمۡ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Wa hoem yanhawna 'anhoe wa yan'awna 'anhoe wa iey yoehliekoena iellaa anfoesahoem wa maa yash'oeroen
6:26 En ze verbieden anderen ervan en ze wenden zichzelf ervan af. Echter, ze beseffen niet dat ze zichzelf vernietigen.
وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذۡ وُقِفُوۡا عَلَی النَّارِ فَقَالُوۡا یٰلَیۡتَنَا نُرَدُّ وَ لَا نُکَذِّبَ بِاٰیٰتِ رَبِّنَا وَ نَکُوۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۲﴾
Wa law taraaa iez woeqiefoe 'alan Naarie faqaaloe yaa laitanaa noeraddoe wa laa noekaz zieba bie Aayaatie Rabbienaa wa nakoena mienal moe'mienieen
6:27 Kon je maar het moment zien, wanneer ze gedwongen worden om bij het vuur te staan en zeggen: "O! Waren we maar weer terug gestuurd, dan zouden we de tekenen van onze Heer niet verwerpen en we zouden geloven."
بَلۡ بَدَا لَہُمۡ مَّا کَانُوۡا یُخۡفُوۡنَ مِنۡ قَبۡلُ ؕ وَ لَوۡ رُدُّوۡا لَعَادُوۡا لِمَا نُہُوۡا عَنۡہُ وَ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Bal badaa lahoem maa kaanoe yoeghfoena mien qabloe wa law roeddoe la'aadoe liemaa noehoe 'anhoe wa iennahoem lakaazieboen
6:28 Nee! Hetgeen (hun ongeloof gedurende het wereldse leven) wat ze probeerden te verbergen (zie 6:23) wordt zichtbaar (door hun eigen verklaring in 6:27). En ook al zouden ze terug worden gestuurd, dan zouden ze zeker weer terugkeren naar het verbodene. Voorzeker, het zijn (en blijven) leugenaars (6:24).
وَ قَالُوۡۤا اِنۡ ہِیَ اِلَّا حَیَاتُنَا الدُّنۡیَا وَ مَا نَحۡنُ بِمَبۡعُوۡثِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Wa qaaloeo ien hieya iellaa hayaatoenad doenyaa wa maa nahnoe biemab'oesieen
6:29 En ze zeiden (gedurende de wereldse leven): "Er is niets anders dan onze wereldse leven en noch zullen we worden opgewekt."
وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذۡ وُقِفُوۡا عَلٰی رَبِّہِمۡ ؕ قَالَ اَلَیۡسَ ہٰذَا بِالۡحَقِّ ؕ قَالُوۡا بَلٰی وَ رَبِّنَا ؕ قَالَ فَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡفُرُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Wa law taraa iez woeqiefoe 'alaa Rabbiehiem; qaala alaisa haazaa bielhaqq; qaaloe balaa wa Rabbienaa; qaala fazoeqoel 'azaaba biemaa koentoem takfoeroen
6:30 Kon je maar het moment zien, wanneer ze gedwongen worden om voor hun Heer te staan. Hij (Allah) zal zeggen: "Is dit niet de waarheid?" Ze zullen antwoorden: "Ja, mijn Heer." Hij (Allah) zal zeggen: "Proef dan Mijn straf voor het bedekken van de waarheid." (Een ongelovige erkent dat er geen schepper is. Echter op het moment dat hij geconfronteerd wordt met de dood of straf, dan zoekt hij hulp bij zijn Schepper. Wanneer Allah hem redt dan erkent hij Allah weer niet. Zie ook 10:22-23.)
قَدۡ خَسِرَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِلِقَآءِ اللّٰہِ ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءَتۡہُمُ السَّاعَۃُ بَغۡتَۃً قَالُوۡا یٰحَسۡرَتَنَا عَلٰی مَا فَرَّطۡنَا فِیۡہَا ۙ وَ ہُمۡ یَحۡمِلُوۡنَ اَوۡزَارَہُمۡ عَلٰی ظُہُوۡرِہِمۡ ؕ اَلَا سَآءَ مَا یَزِرُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Qad ghasieral lazieena kazzaboe bielieqaaa'iel laahie hattaaa iezaa djaaa'at hoemoes Saa'atoe baghtatan qaaloe yaa hasratanaa 'alaa maa farratnaa fieehaa wa hoem yahmieloena awzaarahoem 'alaa zoehoeriehiem; alaa saaa'a ma yazieroen
6:31 Voorzeker, verlies lijden degenen die de ontmoeting met Allah verwierpen (zie 84:6). (Ze waren standvastig in hun verwerping) Totdat plotseling de dood kwam. En terwijl ze (vervolgens) hun lasten (voelen en) op hun rug dragen, zeiden ze: "O! We hebben spijt over het verwerpen ervan." Zonder enig twijfel, ze dragen het kwaad!
وَ مَا الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَاۤ اِلَّا لَعِبٌ وَّ لَہۡوٌ ؕ وَ لَلدَّارُ الۡاٰخِرَۃُ خَیۡرٌ لِّلَّذِیۡنَ یَتَّقُوۡنَ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Wa mal hayaatoed doenyaaa iellaa la'ieboew wa lahwoew wa lad Daaroel Aaghieratoe ghaiyroel liellazieena yattaqoen; afalaa ta'qieloen
6:32 En het wereldse leven is niets anders dan spel en vermaak. Echter het verblijf in het hiernamaals is het beste voor de godvrezende. Willen jullie toch niet nadenken? (zie 89:24)
قَدۡ نَعۡلَمُ اِنَّہٗ لَیَحۡزُنُکَ الَّذِیۡ یَقُوۡلُوۡنَ فَاِنَّہُمۡ لَا یُکَذِّبُوۡنَکَ وَ لٰکِنَّ الظّٰلِمِیۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ یَجۡحَدُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Qad na'lamoe iennahoe layahzoenoekal laziee yaqoeloena fa iennahoem laa yoekazzieboenaka wa laakiennaz zaaliemieena bie Aayaatiel laahie yadjhadoen
6:33 Voorzeker, Wij weten dat datgeen wat ze zeggen, jou verdrietig maakt. En voorzeker ze verstoten jou niet, maar het zijn de verzen/tekenen van Allah die de onrechtplegers verwerpen.
وَ لَقَدۡ کُذِّبَتۡ رُسُلٌ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَصَبَرُوۡا عَلٰی مَا کُذِّبُوۡا وَ اُوۡذُوۡا حَتّٰۤی اَتٰہُمۡ نَصۡرُنَا ۚ وَ لَا مُبَدِّلَ لِکَلِمٰتِ اللّٰہِ ۚ وَ لَقَدۡ جَآءَکَ مِنۡ نَّبَاِی الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa laqad koezziebat Roesoeloem mien qablieka fasabaroe 'alaa maa koezzieboe wa oezoe hattaaa ataahoem nasroenaa; wa laa moebaddiela lie Kaliemaatiel laah; wa laqad djaaa'aka mien naba'iel moersalieen
6:34 En voorzeker, de eerdere boodschappers waren (ook) verstoten. Echter ze bleven geduldig tijdens de afwijzing. En ze werden gemarteld totdat Onze hulp tot hen kwam. En niemand kan de woorden van Allah wijzigen (dus ook niet door marteling)! Waarlijk, de berichtgeving over de voormalige boodschappers heeft jou bereikt.
وَ اِنۡ کَانَ کَبُرَ عَلَیۡکَ اِعۡرَاضُہُمۡ فَاِنِ اسۡتَطَعۡتَ اَنۡ تَبۡتَغِیَ نَفَقًا فِی الۡاَرۡضِ اَوۡ سُلَّمًا فِی السَّمَآءِ فَتَاۡتِیَہُمۡ بِاٰیَۃٍ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَجَمَعَہُمۡ عَلَی الۡہُدٰی فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡجٰہِلِیۡنَ ﴿۵۳﴾
Wa ien kaana kaboera 'alaika ie'raadoehoem fa ieniestata'ta an tabtaghieya nafaqan fiel ardie aw soellaman fies samaaa'ie fata' tieyahoem bie Aayah; wa law shaaa'al laahoe ladjama'ahoem 'alal hoedaa; falaa takoenanna mienal djaahielieen
6:35 En indien hun afkeer zwaar voor jou is, en je in staat bent, maak dan een tunnel in de aarde of een ladder naar de hemel, zodat je een teken voor hen kan brengen. Echter, (weet dat) indien Allah het had gewild, dan zou Hij hen zeker leiden. Wees dus niet onwetend.
اِنَّمَا یَسۡتَجِیۡبُ الَّذِیۡنَ یَسۡمَعُوۡنَ ؕؔ وَ الۡمَوۡتٰی یَبۡعَثُہُمُ اللّٰہُ ثُمَّ اِلَیۡہِ یُرۡجَعُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Innamaa yastadjieeboel lazieena yasma'oen; walmawtaa yab'asoehoemoel laahoe soemma ielaihie yoerdja'oen
6:36 Alleen degenen die luisteren zullen gehoor geven (aan de openbaring). Echter Allah zal de doden opwekken en dan zullen ze tot Hem terugkeren.
وَ قَالُوۡا لَوۡ لَا نُزِّلَ عَلَیۡہِ اٰیَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ؕ قُلۡ اِنَّ اللّٰہَ قَادِرٌ عَلٰۤی اَنۡ یُّنَزِّلَ اٰیَۃً وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ ہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۳﴾
Wa qaaloe law laa noezziela 'alaihie Aayatoem mier Rabbieh; qoel iennal laaha qaadieroen 'alaaa ay yoenazziela Aayataw wa laakienna aksarahoem laa ya'lamoen
6:37 En ze zeiden: "Waarom is er geen teken van zijn Heer tot hem (Mohammed v.z.m.h.) neer gezonden?" Zeg: "Allah is in staat om een teken neer te zenden, maar de meeste van hen begrijpen het (de tekenen) (toch) niet." (Notitie: Overal zijn tekenen in Allah's schepping. Ondanks dat, gelooft men niet en verwerpt Zijn tekenen. Zie ook 6:7.)
وَ مَا مِنۡ دَآبَّۃٍ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا طٰٓئِرٍ یَّطِیۡرُ بِجَنَاحَیۡہِ اِلَّاۤ اُمَمٌ اَمۡثَالُکُمۡ ؕ مَا فَرَّطۡنَا فِی الۡکِتٰبِ مِنۡ شَیۡءٍ ثُمَّ اِلٰی رَبِّہِمۡ یُحۡشَرُوۡنَ ﴿۸۳﴾
Wa maa mien daaabbatien fiel ardie wa laa taaa'ieriey yatieeroe biedjanaahaihie iellaaa oemamoen amsaaloekoem; maa farratnaa fiel Kietaabie mien shaiyy' soemma ielaa Rabbiehiem yoehsharoen
6:38 En elk levend wezen op aarde, zo ook een vogel dat vliegt, maakt deel uit van een leefgemeenschap (en heeft dus een taal, functie, rang, etc. 27:18), net zoals bij jullie. Wij hebben niets verwaarloosd in het Boek (Lauh Al-Mahfuz). Zij zullen allen bij hun Heer worden verzameld.
وَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا صُمٌّ وَّ بُکۡمٌ فِی الظُّلُمٰتِ ؕ مَنۡ یَّشَاِ اللّٰہُ یُضۡلِلۡہُ ؕ وَ مَنۡ یَّشَاۡ یَجۡعَلۡہُ عَلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۹۳﴾
Wallazieena kazzaboe bie Aayaatienaa soemmoew wa boekmoen fiez zoeloemaat; may yasha iel laahoe yoedliellhoe; wa may yashaa yadj'alhoe 'alaa Sieraatiem Moestaqieem
6:39 En degenen die Onze tekenen verwerpen zijn doof en stom, (ze bevinden zich) in de duisternis. Allah laat (slechts) dwalen wie Hij wil en plaatst op de Rechte Weg wie Hij wil. (De boodschappers zijn gekomen om de mensen uit de duisternis naar het licht te brengen. Zie ook 33:43, 2:257.)
قُلۡ اَرَءَیۡتَکُمۡ اِنۡ اَتٰىکُمۡ عَذَابُ اللّٰہِ اَوۡ اَتَتۡکُمُ السَّاعَۃُ اَغَیۡرَ اللّٰہِ تَدۡعُوۡنَ ۚ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Qoel ara'aytakoem ien ataakoem 'azaaboel laahie aw atatkoemoes Saa'atoe a-ghairal laahie tad'oena ien koentoem saadieqieen
6:40 Zeg: "Hebben jullie jezelf gezien als Allah's straf of het laatste uur tot jullie komt? Wees eerlijk (naar jullie zelf), is er iets anders dan Allah die jullie zullen aanroepen?"
بَلۡ اِیَّاہُ تَدۡعُوۡنَ فَیَکۡشِفُ مَا تَدۡعُوۡنَ اِلَیۡہِ اِنۡ شَآءَ وَ تَنۡسَوۡنَ مَا تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Bal ieyyaahoe tad'oena fa yakshiefoe maa tad'oena ielaihie ien shaaa'a wa tansawna maa toeshriekoen
6:41 Nee! Alleen Hem zullen jullie aanroepen! En als Hij het wil, dan zal Hij hetgeen waar jullie Hem voor aanriepen verwijderen. En jullie zullen jullie afgoden vergeten (omdat men diep in hun weet dat het de valsheid is 7:172).
وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلٰۤی اُمَمٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَاَخَذۡنٰہُمۡ بِالۡبَاۡسَآءِ وَ الضَّرَّآءِ لَعَلَّہُمۡ یَتَضَرَّعُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa laqad arsalnaaa ielaaa oemamiem mien qablieka fa aghaznaahoem biel ba'saaa'ie waddarraaa'ie la'allahoem yata darra'oen
6:42 En voorzeker, Wij hebben eerder boodschappers naar gemeenschappen gestuurd. Daarna grepen Wij hen met tegenspoed en rampen, zodat ze tot in keer konden komen.
فَلَوۡلَاۤ اِذۡ جَآءَہُمۡ بَاۡسُنَا تَضَرَّعُوۡا وَ لٰکِنۡ قَسَتۡ قُلُوۡبُہُمۡ وَ زَیَّنَ لَہُمُ الشَّیۡطٰنُ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Falaw laaa iez djaaa'ahoem ba'soenaa tadarra'oe wa laakien qasat qoeloeboehoem wa zaiyana lahoemoesh Shaitaanoe maa kaanoe ya'maloen
6:43 Echter waarom kwamen ze niet tot inkeer toen Onze straf kwam? Hun harten werden zelfs harder (omdat ze een rationele verklaring hadden voor de rampen en tegenspoed). En de satan maakte hetgeen ze deden schoonschijnend (uiterlijk fraai en goed, maar het resultaat is nutteloos, slecht of verderfelijk).
فَلَمَّا نَسُوۡا مَا ذُکِّرُوۡا بِہٖ فَتَحۡنَا عَلَیۡہِمۡ اَبۡوَابَ کُلِّ شَیۡءٍ ؕ حَتّٰۤی اِذَا فَرِحُوۡا بِمَاۤ اُوۡتُوۡۤا اَخَذۡنٰہُمۡ بَغۡتَۃً فَاِذَا ہُمۡ مُّبۡلِسُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Falammaa nasoe maa zoekkieroe biehiee fatahnaa 'alaihiem abwaaba koellie shai'ien hattaaa iezaa fariehoe biemaaa oetoeo aghaznaahoem baghtatan fa iezaa hoem moebliesoen
6:44 Toen ze de boodschap\waarschuwing vergaten, openden Wij de deuren naar alles totdat ze blij waren door hetgeen ze verkregen hadden. Vervolgens, grepen We hen plotseling en ze werden wanhopig.
فَقُطِعَ دَابِرُ الۡقَوۡمِ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ؕ وَ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Faqoetie'a daabieroel qawmiel lazieena zalamoe; walhamdoe liellaahie Rabbiel 'aalamieen
6:45 Zo werd de wortel van de slechte mensen afgesneden. Alle lof en dank behoort aan Allah toe, Heer van de Werelden.
قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ اِنۡ اَخَذَ اللّٰہُ سَمۡعَکُمۡ وَ اَبۡصَارَکُمۡ وَ خَتَمَ عَلٰی قُلُوۡبِکُمۡ مَّنۡ اِلٰہٌ غَیۡرُ اللّٰہِ یَاۡتِیۡکُمۡ بِہٖ ؕ اُنۡظُرۡ کَیۡفَ نُصَرِّفُ الۡاٰیٰتِ ثُمَّ ہُمۡ یَصۡدِفُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Qoel ara'aitoem ien aghazal laahoe sam'akoem wa absaarakoem wa ghatama 'alaa qoeloebiekoem man ielaahoen ghairoel laahie ya'tieekoem bieh; oenzoer kaifa noesarriefoel Aayaatie soemma hoem yasdiefoen
6:46 Zeg: "Hebben jullie over julliezelf nagedacht dat als Allah jullie gehoor, en zicht wegnam en jullie harten verzegelden, welke deïteit, behalve Allah, kan het dan teruggeven?" Zie hoe Wij de Tekenen uitleggen, ondanks dat wenden ze zich ervan af.
قُلۡ اَرَءَیۡتَکُمۡ اِنۡ اَتٰىکُمۡ عَذَابُ اللّٰہِ بَغۡتَۃً اَوۡ جَہۡرَۃً ہَلۡ یُہۡلَکُ اِلَّا الۡقَوۡمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Qoel ara'aitakoem ien ataakoem 'azaaboel laahie baghtatan aw djahratan hal yoehlakoe iellal qawmoez zaaliemoen
6:47 Zeg: "Denken jullie dat als Allah's straf plotseling of geleidelijk zichtbaar tot jullie komt, zal iedereen dan vernietigd worden behalve de onrechtplegers?"
وَ مَا نُرۡسِلُ الۡمُرۡسَلِیۡنَ اِلَّا مُبَشِّرِیۡنَ وَ مُنۡذِرِیۡنَ ۚ فَمَنۡ اٰمَنَ وَ اَصۡلَحَ فَلَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa maa noersieloel moersalieena iellaa moebashshierieena wa moenzierieena faman aamana wa aslaha falaa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
6:48 Wij (Allah) hebben de boodschappers alleen gestuurd voor het brengen van het goede nieuws en om te waarschuwen. Wie gelooft en zich herstelt, er zal dan geen angst op hen zijn en noch zullen ze treuren.
وَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا یَمَسُّہُمُ الۡعَذَابُ بِمَا کَانُوۡا یَفۡسُقُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Wallazieena kazzaboe bie Aayaatienaa yamassoehoemoel 'azaaboe biemaa kaanoe yafsoeqoen
6:49 En voor degenen die onze tekenen verwierpen zal de bestraffing zijn, omdat ze uitdagend ongehoorzaam waren.
قُلۡ لَّاۤ اَقُوۡلُ لَکُمۡ عِنۡدِیۡ خَزَآئِنُ اللّٰہِ وَ لَاۤ اَعۡلَمُ الۡغَیۡبَ وَ لَاۤ اَقُوۡلُ لَکُمۡ اِنِّیۡ مَلَکٌ ۚ اِنۡ اَتَّبِعُ اِلَّا مَا یُوۡحٰۤی اِلَیَّ ؕ قُلۡ ہَلۡ یَسۡتَوِی الۡاَعۡمٰی وَ الۡبَصِیۡرُ ؕ اَفَلَا تَتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Qoel laaa aqoeloe lakoem 'iendiee ghazaaa'ienoel laahie wa laaa a'lamoel ghaiba wa laaa aqoeloe lakoem ienniee malakoen ien attabie'oe iellaa maa yoehaaa ielaiy; qoel hal yastawiel a'maa walbasieer; afalaa tatafakkaroen
6:50 Zeg: "Ik zeg niet dat ik de schatten van Allah bevat, noch zeg ik dat ik de Ghayb (het ongeziene) ken, en noch zeg ik dat ik een engel ben. Ik volg slechts wat mijn wordt geopenbaard." Zeg: "Kan een blinde gelijk zijn aan iemand die kan zien? Waarom denken jullie dan niet na? (Notitie: iemand die blind is voor de dag des oordeels handelt anders dan iemand die de dag des oordeels kan inzien. Zie 13:19)?
وَ اَنۡذِرۡ بِہِ الَّذِیۡنَ یَخَافُوۡنَ اَنۡ یُّحۡشَرُوۡۤا اِلٰی رَبِّہِمۡ لَیۡسَ لَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖ وَلِیٌّ وَّ لَا شَفِیۡعٌ لَّعَلَّہُمۡ یَتَّقُوۡنَ ﴿۱۵﴾
Wa anzier biehiel lazieena yaghaafoena ay yoehsharoeo ielaa Rabbiehiem laisa lahoem mien doeniehiee walieyyoew wa laa shafiee'oel la'allahoem yattaqoen
6:51 En waarschuw ermee zodat degenen die vrezen dat ze verzameld zullen worden tot hun Heer, weten dat er geen beschermer of bemiddelaar bij Hem is. Zodat ze rechtvaardig kunnen worden. (Notitie: men praat onrechtvaardigheid goed, doordat ze verwachten dat ze beschermt of bemiddeld zullen worden door hun afgod, profeet of boodschapper op de dag des oordeels. Deze vers beweert het tegendeel.)?
وَ لَا تَطۡرُدِ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ رَبَّہُمۡ بِالۡغَدٰوۃِ وَ الۡعَشِیِّ یُرِیۡدُوۡنَ وَجۡہَہٗ ؕ مَا عَلَیۡکَ مِنۡ حِسَابِہِمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ وَّ مَا مِنۡ حِسَابِکَ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ فَتَطۡرُدَہُمۡ فَتَکُوۡنَ مِنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۲۵﴾
Wa laa tatroediel lazieena yad'oena Rabbahoem bielghadaatie wal 'ashieyyie yoerieedoena Wadjhahoe ma 'alaika mien hiesaabiehiem mien shai'iew wa maa mien hiesaabieka 'alaihiem mien shai'ien fatatroedahoem fatakoena mienaz zaaliemieen
6:52 En stuur degenen die hun Heer 's ochtends en 's avonds aanroepen, verlangend naar Zijn aanzicht, niet weg. Je bent niet verantwoordelijk voor hen, noch zijn ze verantwoordelijk voor jou (11:29). Mocht je hen (toch) wegsturen dan zou je tot de onrechtplegers behoren. (18:28)?
وَ کَذٰلِکَ فَتَنَّا بَعۡضَہُمۡ بِبَعۡضٍ لِّیَقُوۡلُوۡۤا اَہٰۤؤُلَآءِ مَنَّ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡۢ بَیۡنِنَا ؕ اَلَیۡسَ اللّٰہُ بِاَعۡلَمَ بِالشّٰکِرِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Wa kazaalieka fatannaa ba'dahoem bieba'diel lieyaqoeloeo ahaaa'oelaaa'ie mannal laahoe 'alaihiem miem bainienaa; alaisal laahoe bie-a'lama biesh shaakierieen
6:53 En zo beproeven Wij sommigen van hen door middel van anderen, zodat ze zeggen: "Zijn deze die Allah onder ons begunstigd heeft? Is Allah niet het meest wetend over degenen die dankbaar zijn?
وَ اِذَا جَآءَکَ الَّذِیۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِاٰیٰتِنَا فَقُلۡ سَلٰمٌ عَلَیۡکُمۡ کَتَبَ رَبُّکُمۡ عَلٰی نَفۡسِہِ الرَّحۡمَۃَ ۙ اَنَّہٗ مَنۡ عَمِلَ مِنۡکُمۡ سُوۡٓءًۢ ابِجَہَالَۃٍ ثُمَّ تَابَ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ وَ اَصۡلَحَ فَاَنَّہٗ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۴۵﴾
Wa iezaa djaaa'akal lazieena yoe'mienoena bie Aayaatienaa faqoel salaamoen 'alaikoem kataba Rabboekoem 'alaa nafsiehier rahmata annahoe man 'amiela mien-koem soeo'am biedjahaalatien soemma taaba miem ba'diehiee wa aslaha fa annahoe Ghafoeroer Rahieem
6:54 En wanneer degenen die in Onze tekenen geloven bij jou komen, zeg dan: "Selaamoen Alaikoem (Vrede zij met jullie). Jullie Heer heeft Zichzelf de Barmhartigheid opgelegd. Zodat hij die kwaad doet in onwetendheid en daarna tot inkeer komt en zich vervolgens herstelt, dan voorzeker Hij is de meest Vergevensgezinde, de meest Barmhartige."
وَ کَذٰلِکَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ وَ لِتَسۡتَبِیۡنَ سَبِیۡلُ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۵۵﴾
Wa kazaalieka noefassieloel Aayaatie wa lietastabieena sabieeloel moedjriemieen
6:55 En zo leggen Wij de tekenen uit. Zodat de weg van de criminelen duidelijk wordt.
قُلۡ اِنِّیۡ نُہِیۡتُ اَنۡ اَعۡبُدَ الَّذِیۡنَ تَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ قُلۡ لَّاۤ اَتَّبِعُ اَہۡوَآءَکُمۡ ۙ قَدۡ ضَلَلۡتُ اِذًا وَّ مَاۤ اَنَا مِنَ الۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۶۵﴾
Qoel ienniee noehieetoe an a'boedal lazieena tad'oena mien doeniel laah; qoel laaa attabie'oe ahwaaa'akoem qad dalaltoe iezaw wa maaa ana mienal moehtadieen
6:56 Zeg: "Voorzeker, het is aan mij verboden verklaart dat ik degenen aanbid, die jullie naast Allah aanbidden." Zeg: "Ik volg jullie begeerten niet. Waarlijk, ik zou dan verdwaald zijn en niet meer tot de recht-geleiden behoren."
قُلۡ اِنِّیۡ عَلٰی بَیِّنَۃٍ مِّنۡ رَّبِّیۡ وَ کَذَّبۡتُمۡ بِہٖ ؕ مَا عِنۡدِیۡ مَا تَسۡتَعۡجِلُوۡنَ بِہٖ ؕ اِنِ الۡحُکۡمُ اِلَّا لِلّٰہِ ؕ یَقُصُّ الۡحَقَّ وَ ہُوَ خَیۡرُ الۡفٰصِلِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Qoel ienniee 'alaa baiyienatiem mier Rabbiee wa kazzabtoem bieh; maa 'iendiee maa tasta'djieloena bieh; ieniel hoekmoe iellaa liellaahie yaqoessoel haqqa wa Hoewa ghairoel faasielieen
6:57 Zeg: "Voorzeker, ik handel op basis van mijn Heers duidelijk bewijs, terwijl jullie het ontkennen. Ik heb geen zeggenschap over datgeen wat jullie willen verhaasten (dag des oordeels). Voorzeker, het besluit erover ligt alleen bij Allah. Hij legt de waarheid uit en Hij is de beste van de Beslissers."
قُلۡ لَّوۡ اَنَّ عِنۡدِیۡ مَا تَسۡتَعۡجِلُوۡنَ بِہٖ لَقُضِیَ الۡاَمۡرُ بَیۡنِیۡ وَ بَیۡنَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِالظّٰلِمِیۡنَ ﴿۸۵﴾
Qoel law anna 'iendiee maa tasta'djieloena biehiee laqoedieyal amroe bainiee wa bainakoem; wallaahoe a'lamoe biezzaaliemieen
6:58 Zeg: "Als dat wat jullie willen verhaasten bij mij lag, dan was de kwestie tussen jullie en mij al bepaald. En Allah weet het meest over de onrechtplegers."
وَ عِنۡدَہٗ مَفَاتِحُ الۡغَیۡبِ لَا یَعۡلَمُہَاۤ اِلَّا ہُوَ ؕ وَ یَعۡلَمُ مَا فِی الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ ؕ وَ مَا تَسۡقُطُ مِنۡ وَّرَقَۃٍ اِلَّا یَعۡلَمُہَا وَ لَا حَبَّۃٍ فِیۡ ظُلُمٰتِ الۡاَرۡضِ وَ لَا رَطۡبٍ وَّ لَا یَابِسٍ اِلَّا فِیۡ کِتٰبٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۹۵﴾
Wa 'iendahoe mafaatiehoel ghaibie laa ya'lamoehaaa iellaa Hoe; wa ya'lamoe maa fiel barrie walbahr; wa maa tasqoetoe miew waraqatien iellaa ya'lamoehaa wa laa habbatien fiee zoeloemaatiel ardie wa laa ratbiew wa laa yaabiesien iellaa fiee Kietaabiem Moebieen
6:59 En bij Hem zijn de sleutels van de Ghayb (het ongeziene). Niemand kent het (ongeziene) behalve Hij (zie 31:34). En Hij weet wat er op land en in de zee is. Hij is op de hoogte van elk blad dat valt. En een graankorrel in de duisternis van de aarde, vochtigheid, droogte alles staat duidelijk vermeld in een Boek.
وَ ہُوَ الَّذِیۡ یَتَوَفّٰىکُمۡ بِالَّیۡلِ وَ یَعۡلَمُ مَا جَرَحۡتُمۡ بِالنَّہَارِ ثُمَّ یَبۡعَثُکُمۡ فِیۡہِ لِیُقۡضٰۤی اَجَلٌ مُّسَمًّی ۚ ثُمَّ اِلَیۡہِ مَرۡجِعُکُمۡ ثُمَّ یُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۰۶﴾
Wa Hoewal laziee yatawaf faakoem biellailie wa ya'lamoe maa djarahtoem biennahaarie soemma yab'asoekoem fieehiee lieyoeqdaaa adjaloem moesamman soemma ielaihie mardjie'oekoem soemma yoenabbie 'oekoem biemaa koentoem ta'maloen
6:60 En Hij is Degene Die jullie (zielen) in de nacht wegneemt. En Hij weet wat jullie overdag hebben gedaan. Vervolgens, maakt Hij jullie weer wakker, zodat de vast gestelde termijn (6:2) wordt voltooid. Daarna zullen jullie tot Hem terugkeren. En Hij zal jullie mededelen wat jullie deden. (39:42)?
وَ ہُوَ الۡقَاہِرُ فَوۡقَ عِبَادِہٖ وَ یُرۡسِلُ عَلَیۡکُمۡ حَفَظَۃً ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءَ اَحَدَکُمُ الۡمَوۡتُ تَوَفَّتۡہُ رُسُلُنَا وَ ہُمۡ لَا یُفَرِّطُوۡنَ ﴿۱۶﴾
Wa hoewal qaahieroe fawqa 'iebaadiehiee wa yoersieloe 'alaikoem hafazatan hattaaa iezaa djaaa'a ahadakoemoel mawtoe tawaffathoe roesoeloenaa wa hoem laa yoefarrietoen
6:61 En Hij is de Overheerser over Zijn slaven. En Hij zend over jullie bewakers (engelen) totdat de dood komt en vervolgens nemen Onze gezanten hem (de ziel) weg en ze falen niet.
ثُمَّ رُدُّوۡۤا اِلَی اللّٰہِ مَوۡلٰىہُمُ الۡحَقِّ ؕ اَلَا لَہُ الۡحُکۡمُ ۟ وَ ہُوَ اَسۡرَعُ الۡحٰسِبِیۡنَ ﴿۲۶﴾
Soemma roeddoeo ielallaahie mawlaahoemoel haqq; alaa lahoel hoekmoe wa Hoewa asra'oel haasiebieen
6:62 Daarna keren ze terug naar Allah, hun Beschermer, de Ware. Ongetwijfeld, bij hem ligt het oordeel.
قُلۡ مَنۡ یُّنَجِّیۡکُمۡ مِّنۡ ظُلُمٰتِ الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ تَدۡعُوۡنَہٗ تَضَرُّعًا وَّ خُفۡیَۃً ۚ لَئِنۡ اَنۡجٰىنَا مِنۡ ہٰذِہٖ لَنَکُوۡنَنَّ مِنَ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۳۶﴾
Qoel may yoenadjdjieekoem mien zoeloemaatiel barrie walbahrie tad'oenahoe tadarroe'aw wa ghoefyatal la'ien andjaanaa mien haaziehiee lanakoenanna mienash shaakierieen
6:63 Zeg : "Wie redt jullie uit de duisternissen van het land en de zee terwijl jullie Hem in nederigheid en stilte aanroepen: "Indien Hij ons van deze (gevaren) zou redden, zouden wij zeker tot de dankbare behoren."
قُلِ اللّٰہُ یُنَجِّیۡکُمۡ مِّنۡہَا وَ مِنۡ کُلِّ کَرۡبٍ ثُمَّ اَنۡتُمۡ تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۴۶﴾
Qoeliel laahoe yoenadjdjdjieekoem mienhaa wa mien koellie karbien soemma antoem toeshriekoen
6:64 Zeg: "Allah redt jullie ervan (6:41) en van elke moeilijkheid, maar toch kennen jullie deelgenoten toe aan Hem."
قُلۡ ہُوَ الۡقَادِرُ عَلٰۤی اَنۡ یَّبۡعَثَ عَلَیۡکُمۡ عَذَابًا مِّنۡ فَوۡقِکُمۡ اَوۡ مِنۡ تَحۡتِ اَرۡجُلِکُمۡ اَوۡ یَلۡبِسَکُمۡ شِیَعًا وَّ یُذِیۡقَ بَعۡضَکُمۡ بَاۡسَ بَعۡضٍ ؕ اُنۡظُرۡ کَیۡفَ نُصَرِّفُ الۡاٰیٰتِ لَعَلَّہُمۡ یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۵۶﴾
Qoel hoewal Qaadieroe 'alaaa ay yab'asa 'alaikoem 'azaabam mien fawqiekoem aw mien tahtie ardjoeliekoem aw yalbiesakoem shieya'aw wa yoezieeqa ba'dakoem ba'sa ba'd; oenzoer kaifa noesarriefoel Aayaatie la'allahoem yafqahoen
6:65 Zeg: "Hij is Machtig om straf op jullie te zenden, van boven af of vanuit onder jullie voeten. Of Hij verward jullie in sekten en doet jullie daardoor de gewelddadigheid van anderen proeven." Zie hoe Wij de tekenen uitleggen, zodat ze het kunnen begrijpen.
وَ کَذَّبَ بِہٖ قَوۡمُکَ وَ ہُوَ الۡحَقُّ ؕ قُلۡ لَّسۡتُ عَلَیۡکُمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۶۶﴾
Wa kaz zaba biehiee qawmoeka wa hoewal haqq; qoel lastoe'alaikoem biewakieel
6:66 Maar jouw volk (Quraish) verwierpen het (de Koran), terwijl het de waarheid is. Zeg:" Ik ben (niet verantwoordelijk) geen pleiter\bemiddelaar\verdediger voor jullie."
لِکُلِّ نَبَاٍ مُّسۡتَقَرٌّ ۫ وَّ سَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۶﴾
Liekoellie naba iem moestaqar roew wa sawfa ta'lamoen
6:67 Voor elke nieuws is er een vast gestelde tijdstip (voor de gebeurtenis van het nieuws) en spoedig zullen jullie het weten. (Notitie: Zie ook 13:38, 38:88, 7:2-4)
وَ اِذَا رَاَیۡتَ الَّذِیۡنَ یَخُوۡضُوۡنَ فِیۡۤ اٰیٰتِنَا فَاَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ حَتّٰی یَخُوۡضُوۡا فِیۡ حَدِیۡثٍ غَیۡرِہٖ ؕ وَ اِمَّا یُنۡسِیَنَّکَ الشَّیۡطٰنُ فَلَا تَقۡعُدۡ بَعۡدَ الذِّکۡرٰی مَعَ الۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۸۶﴾
Wa iezaa ra aital lazieena yaghoedoena fieee Aayaatienaa fa a'ried 'anhoem hattaa yakghoedoe fiee hadieesien ghairieh; wa iemmaa yoensieyannakash Shaitaanoe falaa taq'oed ba'dazziekraa ma'al qawmiez zaaliemieen
6:68 En wanneer je ziet dat ze onze tekenen beledigen, wendt je dan af van hen totdat ze over iets anders praten. En als de satan het je doet vergeten, blijf dan niet zitten bij de onrechtplegers nadat je het weer herinnert. (4:140)
وَ مَا عَلَی الَّذِیۡنَ یَتَّقُوۡنَ مِنۡ حِسَابِہِمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ وَّ لٰکِنۡ ذِکۡرٰی لَعَلَّہُمۡ یَتَّقُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Wa maa 'alal lazieena yattaqoena mien hiesaabiehiem mien shai'iew wa laakien ziekraa la'allahoem yattaqoen
6:69 Het is niet voor de godvrezende om hen te beoordelen, maar herinner ermee (de Koran), zodat ze Allah kunnen vrezen. (3:104)
وَ ذَرِ الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا دِیۡنَہُمۡ لَعِبًا وَّ لَہۡوًا وَّ غَرَّتۡہُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا وَ ذَکِّرۡ بِہٖۤ اَنۡ تُبۡسَلَ نَفۡسٌۢ بِمَا کَسَبَتۡ ٭ۖ لَیۡسَ لَہَا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَلِیٌّ وَّ لَا شَفِیۡعٌ ۚ وَ اِنۡ تَعۡدِلۡ کُلَّ عَدۡلٍ لَّا یُؤۡخَذۡ مِنۡہَا ؕ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ اُبۡسِلُوۡا بِمَا کَسَبُوۡا ۚ لَہُمۡ شَرَابٌ مِّنۡ حَمِیۡمٍ وَّ عَذَابٌ اَلِیۡمٌۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Wa zariel lazieenat taghazoe dieenahoem la'iebanwwa lahwaw wa gharrat hoemoel ha yaatoed doenyaa; wa zakkier biehieee an toebsala nafsoem biemaa kasabat laisa lahaa mien doeniel laahie walieyyoew wa laa shafiee'oew wa ien ta'diel koella 'adliel laa yoe'ghaz mienhaa; oelaaa 'iekal lazieena oebsieloe biemaa kasaboe lahoem sharaaboem mien hamieemiew wa 'azaaboen alieemoem biemaa kaanoe yakkfoeroen
6:70 En laat degenen met rust die spel en vermaak tot hun godsdienst (levenswijze) nemen. Het wereldse leven misleid hen. Echter, herinner hen ermee (de Koran), zodat een persoon (mogelijk) niet wordt vernietigd, door datgeen wat hij heeft verdiend. Er is geen beschermer of bemiddelaar voor hem bij Allah. En zelfs als hij al het losgeld aanbiedt, dan nog wordt het niet geaccepteerd. Dat zijn degenen die zich zelf vernietigd hebben door datgeen wat ze deden. Voor hen zal er een drank zijn van kokend water en een pijnlijke straf omdat ze niet geloofde.
قُلۡ اَنَدۡعُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَنۡفَعُنَا وَ لَا یَضُرُّنَا وَ نُرَدُّ عَلٰۤی اَعۡقَابِنَا بَعۡدَ اِذۡ ہَدٰىنَا اللّٰہُ کَالَّذِی اسۡتَہۡوَتۡہُ الشَّیٰطِیۡنُ فِی الۡاَرۡضِ حَیۡرَانَ ۪ لَہٗۤ اَصۡحٰبٌ یَّدۡعُوۡنَہٗۤ اِلَی الۡہُدَی ائۡتِنَا ؕ قُلۡ اِنَّ ہُدَی اللّٰہِ ہُوَ الۡہُدٰی ؕ وَ اُمِرۡنَا لِنُسۡلِمَ لِرَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۷﴾
Qoel anad'oe mien doeniel laahie maa laa yanfa'oenaa wa laa yadoerroenaa wa noeraddoe 'alaaa a'qaabiena ba'da iez hadaanal laahoe kallazies tahwat hoesh Shayaatieenoe fiel ardie hairaana lahoeo ashaaboey yad'oe nahoeo ielal hoeda' tienaa; qoel ienna hoedal laahie hoewal hoedaa wa oemiernaa lienoesliema lie Rabbiel 'aalamieen
6:71 Zeg: "Zullen we iets naast Allah aanroepen, wat ons geen voordeel geeft, noch het ons schade kan? Keren we dan niet terug op ons hielen (naar onwetendheid), nadat Allah ons geleid heeft? Net als degenen die op aarde door de satan verleid is tot verwarring. Terwijl hij vrienden heeft die hem naar de leiding roepen: "Kom tot ons!" Zeg: "Voorzeker, de leiding van Allah dat is de Leiding! En het is ons bevolen om ons aan de Heer der werelden over te geven."
وَ اَنۡ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اتَّقُوۡہُ ؕ وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۲۷﴾
Wa an aqieemoes Salaata wattaqoeh; wa Hoewal lazieee ielaihie toehsharoen
6:72 En de 'Salaat' (het gebed) te onderhouden en om Hem te vrezen. En Hij is degene, tot Hem zullen jullie worden verzameld."
وَ ہُوَ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ ؕ وَ یَوۡمَ یَقُوۡلُ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ۬ؕ قَوۡلُہُ الۡحَقُّ ؕ وَ لَہُ الۡمُلۡکُ یَوۡمَ یُنۡفَخُ فِی الصُّوۡرِ ؕ عٰلِمُ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ ؕ وَ ہُوَ الۡحَکِیۡمُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۳۷﴾
Wa Hoewal laziee ghalaqas samaawaatie wal arda bielhaqq; wa Yawma yaqoeloe koen fa yakoen; Qawloehoel haqq; wa lahoel moelkoe Yawma yoenfaghoe fies Soer; 'Aaliemoel Ghaibie wash shahaadah; wa Hoewal Hakieemoel ghabieer
6:73 En het is Hij die de hemelen en de aarde in waarheid schiep. En op de dag dat Hij zegt: "Wees!", is het er (de dag des oordeels), zijn woord is de waarheid. En Zijn woord zal heersen op de Dag waarop de trompet wordt geblazen. Hij is de Al-wetende over de Ghayb (het ongeziene) en het geziene. En Hij is de Al-wijze, de Al-bewuste.
وَ اِذۡ قَالَ اِبۡرٰہِیۡمُ لِاَبِیۡہِ اٰزَرَ اَتَتَّخِذُ اَصۡنَامًا اٰلِہَۃً ۚ اِنِّیۡۤ اَرٰىکَ وَ قَوۡمَکَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۴۷﴾
Wa iez qaala Ibraahieemoe lie abieehie Aazara a-tattaghiezoe asnaaman aaliehatan iennieee araaka wa qawmaka fiee dalaaliem moebieen
6:74 En (gedenk) toen Ibrahiem (Abraham) tot zijn oom Azar, zei: "Neem je beelden tot goden? Voorzeker, ik zie dat jij en jouw mensen duidelijk dwalen. (Notitie: Wanneer er in het Arabisch een naam vermeld word bij het Arabische woord vader, wordt er oom bedoeld en niet zijn eigen vader. Zie de volgende vers 2:133).
وَ کَذٰلِکَ نُرِیۡۤ اِبۡرٰہِیۡمَ مَلَکُوۡتَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ لِیَکُوۡنَ مِنَ الۡمُوۡقِنِیۡنَ ﴿۵۷﴾
Wa kazaalieka noerieee Ibraahieema malakoetas samaawaatie wal ardie wa lieyakoena mienal moeqienieen
6:75 En Wij lieten Ibrahiem het koninkrijk van de hemelen en de aarde zien, zodat hij tot de overtuigden behoren.
فَلَمَّا جَنَّ عَلَیۡہِ الَّیۡلُ رَاٰ کَوۡکَبًا ۚ قَالَ ہٰذَا رَبِّیۡ ۚ فَلَمَّاۤ اَفَلَ قَالَ لَاۤ اُحِبُّ الۡاٰفِلِیۡنَ ﴿۶۷﴾
Falammaa djanna 'alaihiel lailoe ra aa kawkabaan qaala haaza Rabbiee falammaaa afala qaala laaa oehiebboel aafielieen
6:76 Dus, toen de nacht hem omhulde zag hij een planeet. Hij zei: "Dit is mijn heer." Maar wanneer hij onderging, zei hij: "Ik hou niet van degenen die ondergaan."
فَلَمَّا رَاَ الۡقَمَرَ بَازِغًا قَالَ ہٰذَا رَبِّیۡ ۚ فَلَمَّاۤ اَفَلَ قَالَ لَئِنۡ لَّمۡ یَہۡدِنِیۡ رَبِّیۡ لَاَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡقَوۡمِ الضَّآلِّیۡنَ ﴿۷۷﴾
Falammmaa ra al qamara baazieghan qaala haazaa Rabbiee falammaaa afala qaala la'iel lam yahdieniee Rabbiee la akoenanna mienal qawmied daaallieen
6:77 En toen hij de maan zag opkomen, zei hij: "Dit is mijn heer." Maar toen hij onderging, zei hij: "Als mijn Heer mij niet leidt, dan zal ik zeker tot het dwalend volk behoren."
فَلَمَّا رَاَ الشَّمۡسَ بَازِغَۃً قَالَ ہٰذَا رَبِّیۡ ہٰذَاۤ اَکۡبَرُ ۚ فَلَمَّاۤ اَفَلَتۡ قَالَ یٰقَوۡمِ اِنِّیۡ بَرِیۡٓءٌ مِّمَّا تُشۡرِکُوۡنَ ﴿۸۷﴾
Falammaa ra ashshamsa baazieghatan qaala haazaa Rabbiee haazaaa akbaroe falammaaa afalat qaala yaa qawmie ienniee barieee'oem miemmaa toeshriekoen
6:78 En toen hij de zon zag opkomen zei hij: "Dit is mijn heer, deze is groter." Maar toen ze onderging, zei hij: "O mijn volk! Voorzeker, ik neem afstand van wat jullie (bij Allah) aan deelgenoten toekennen."
اِنِّیۡ وَجَّہۡتُ وَجۡہِیَ لِلَّذِیۡ فَطَرَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ حَنِیۡفًا وَّ مَاۤ اَنَا مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۹۷﴾
Innniee wadjdjahtoe wadjhieya liellaziee fataras samaawaatie wal arda hanieefaw wa maaa ana mienal moeshriekieen
6:79 "Voorzeker, ik heb mijn gezicht gewend naar Hem die de hemelen en de aarde schiep, als Hanief (zuiver aanbiddend, zonder deelgenoten toe te kennen) en ik behoor niet tot de polytheïsten."
وَ حَآجَّہٗ قَوۡمُہٗ ؕ قَالَ اَتُحَآجُّوۡٓنِّیۡ فِی اللّٰہِ وَ قَدۡ ہَدٰىنِ ؕ وَ لَاۤ اَخَافُ مَا تُشۡرِکُوۡنَ بِہٖۤ اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ رَبِّیۡ شَیۡئًا ؕ وَسِعَ رَبِّیۡ کُلَّ شَیۡءٍ عِلۡمًا ؕ اَفَلَا تَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Wa haaadjdjahoe qawmoeh; qaala a-toeh'haaadjdjoeonniee fiellaahie wa qad hadaan; wa laaa aghaafoe maa toeshriekoena biehiee iellaaa ay yashaaa'a Rabbiee shai'aw wasie'a Rabbiee koella shai'ien 'ielman afalaa tatazakkaroen
6:80 En zijn volk twisten met hem, hij zei: "Maken jullie ruzie met mij over Allah, terwijl Hij mij geleid heeft? En ik ben niet bang voor jullie afgoden, (die geen voordeel kan geven noch schaden kan berokken, er kan mij dus niets gebeuren) tenzij mijn Heer iets wil. Mijn Heer omvat alles in kennis. Trekking jullie er dan geen lering uit? (11:53-56)
وَ کَیۡفَ اَخَافُ مَاۤ اَشۡرَکۡتُمۡ وَ لَا تَخَافُوۡنَ اَنَّکُمۡ اَشۡرَکۡتُمۡ بِاللّٰہِ مَا لَمۡ یُنَزِّلۡ بِہٖ عَلَیۡکُمۡ سُلۡطٰنًا ؕ فَاَیُّ الۡفَرِیۡقَیۡنِ اَحَقُّ بِالۡاَمۡنِ ۚ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۸﴾
Wa kaifa aghaafoe maaa ashraktoem wa laa taghaafoena annakoem ashraktoem biellaahie maa lam yoenazziel biehiee 'alaikoem soeltaanaa; fa aiyoel farieeqainie ahaqqoe biel amnie ien koentoem ta'lamoen
6:81 En hoe kan ik voor jullie afgoden (gezien ze geen macht hebben) bang zijn, terwijl jullie niet vrezen dat jullie iets aan Allah toegekend hebben, waarvoor hij geen toestemming/machtiging heeft neergezonden (53:23). Welke van de twee groepen (monotheïsten (16:20) of polytheïsten) voelt zich meer veilig (op de dag des oordeels)? (Wat is het antwoord) als jullie het weten?
اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ لَمۡ یَلۡبِسُوۡۤا اِیۡمَانَہُمۡ بِظُلۡمٍ اُولٰٓئِکَ لَہُمُ الۡاَمۡنُ وَ ہُمۡ مُّہۡتَدُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Allazieena aamanoe wa lam yalbiesoeo ieemaanahoem biezoelmien oelaaa'ieka lahoemoel amnoe wa hoem moehtadoen
6:82 Degenen die geloven en hun geloof niet mengen met onrecht, zij zijn degenen die veilig zijn (op de dag des oordeels) en ze zijn juist geleid.
وَ تِلۡکَ حُجَّتُنَاۤ اٰتَیۡنٰہَاۤ اِبۡرٰہِیۡمَ عَلٰی قَوۡمِہٖ ؕ نَرۡفَعُ دَرَجٰتٍ مَّنۡ نَّشَآءُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ حَکِیۡمٌ عَلِیۡمٌ ﴿۳۸﴾
Wa tielka hoedjdjatoenaaa aatainaahaaa Ibraahieema 'alaa qawmieh; narfa'oe daradjaatiem man nashaaa'; ienna Rabbaka Hakieemoen 'Alieem
6:83 En dit was Onze argument dat Wij gaven aan Ibrahiem tegen zijn volk. Wij verheffen in rang wie Wij willen. Voorzeker, jouw Heer is Alwijs, Alwetend.
وَ وَہَبۡنَا لَہٗۤ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ ؕ کُلًّا ہَدَیۡنَا ۚ وَ نُوۡحًا ہَدَیۡنَا مِنۡ قَبۡلُ وَ مِنۡ ذُرِّیَّتِہٖ دَاوٗدَ وَ سُلَیۡمٰنَ وَ اَیُّوۡبَ وَ یُوۡسُفَ وَ مُوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ ؕ وَ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۴۸﴾
Wa wahabnaa lahoe ieshaaqa wa ya'qoeb; koellan hadainaa; wa Noehan hadainaa mien qabloe wa mien zoerrieyyatiehiee Daawoeda wa Soelaimaana wa Ayyoeba wa Yoesoefa wa Moesaa wa Haaroen; wa kazaalieka nadjziel moehsienieen
6:84 En Wij schonken hem Izaak en Jakoeb (Jakob), allen waren geleid. En ervoor leidde Wij Noeh (Noach). En van zijn nageslacht Dawoed (David), Soelaiman (Solomon), Ayoeb, Yoesoef, Moesa en Haroen. Wij belonen die goed doen.
وَ زَکَرِیَّا وَ یَحۡیٰی وَ عِیۡسٰی وَ اِلۡیَاسَ ؕ کُلٌّ مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۵۸﴾
Wa Zakarieyyaa wa Yahyaa wa 'Eesaa wa Illyaasa koelloem mienas saaliehieen
6:85 En Zakariya, Yahya, Isa en Ilias, allen waren oprecht/rechtvaardig.
وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ الۡیَسَعَ وَ یُوۡنُسَ وَ لُوۡطًا ؕ وَ کُلًّا فَضَّلۡنَا عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Wa Ismaa'ieela wal Yasa'a wa Yoenoesa wa Loetaa; wa koellan faddalnaa 'alal 'aalamieen
6:86 En Ismaiel, Aljasa, Joenoes en Loeth, allen van hen prefereerden Wij boven (anderen van) de werelden.
وَ مِنۡ اٰبَآئِہِمۡ وَ ذُرِّیّٰتِہِمۡ وَ اِخۡوَانِہِمۡ ۚ وَ اجۡتَبَیۡنٰہُمۡ وَ ہَدَیۡنٰہُمۡ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۷۸﴾
Wa mien aabaaa'iehiem wa zoerrieyyaatiehiem wa ieghwaaniehiem wadjtabainaahoem wa hadainaahoem ielaa Sieraatiem Moestaqieem
6:87 En Wij kozen en leidde hun vaders, hun nageslacht en hun broeders naar het rechte pad.
ذٰلِکَ ہُدَی اللّٰہِ یَہۡدِیۡ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖ ؕ وَ لَوۡ اَشۡرَکُوۡا لَحَبِطَ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸۸﴾
Zaalieka hoedal laahie yahdiee biehiee may yashaaa'oe mien 'iebaadieh; wa law ashrakoe lahabieta 'anhoem maa kaanoe ya'maloen
6:88 Dat is de Leiding van Allah. Hij leidt ermee wie Hij wil van zijn slaven. Echter als ze (na de leiding) partners hadden toegekend (aan Allah), dan waren hun daden waardeloos geworden. (39:65)
اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحُکۡمَ وَ النُّبُوَّۃَ ۚ فَاِنۡ یَّکۡفُرۡ بِہَا ہٰۤؤُلَآءِ فَقَدۡ وَکَّلۡنَا بِہَا قَوۡمًا لَّیۡسُوۡا بِہَا بِکٰفِرِیۡنَ ﴿۹۸﴾
Oelaaa'iekal lazieena aatainaahoemoel Kietaaba wal hoekma wan Noeboewwah; fa iey yakfoer biehaa haaa'oelaaa'ie faqad wakkalnaa biehaa qawmal laisoe biehaa biekaafierieen
6:89 Zij zijn degenen die Wij het Schrift, de Wijsheid (Sunnah) en het Profeetschap gaven. Echter als er hierin niet gelooft wordt, voorzeker weet dan dat Wij deze bestemd hebben voor de mensen die erin geloven.
اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ ہَدَی اللّٰہُ فَبِہُدٰىہُمُ اقۡتَدِہۡ ؕ قُلۡ لَّاۤ اَسۡـَٔلُکُمۡ عَلَیۡہِ اَجۡرًا ؕ اِنۡ ہُوَ اِلَّا ذِکۡرٰی لِلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۰۹﴾
Oelaaa'iekal lazieena hadal laahoe fabiehoedaahoemoeq tadieh; qoel laaa as'aloekoem 'alaihie adjran ien hoewa iellaa ziekraa liel 'aalamieen
6:90 Zij zijn degenen die door Allah zijn geleid, jij volgt dus dezelfde leiding. Zeg:" Ik vraag jullie geen enkele beloning. Het is niets anders dan een herinnering voor de werelden."
وَ مَا قَدَرُوا اللّٰہَ حَقَّ قَدۡرِہٖۤ اِذۡ قَالُوۡا مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ عَلٰی بَشَرٍ مِّنۡ شَیۡءٍ ؕ قُلۡ مَنۡ اَنۡزَلَ الۡکِتٰبَ الَّذِیۡ جَآءَ بِہٖ مُوۡسٰی نُوۡرًا وَّ ہُدًی لِّلنَّاسِ تَجۡعَلُوۡنَہٗ قَرَاطِیۡسَ تُبۡدُوۡنَہَا وَ تُخۡفُوۡنَ کَثِیۡرًا ۚ وَ عُلِّمۡتُمۡ مَّا لَمۡ تَعۡلَمُوۡۤا اَنۡتُمۡ وَ لَاۤ اٰبَآؤُکُمۡ ؕ قُلِ اللّٰہُ ۙ ثُمَّ ذَرۡہُمۡ فِیۡ خَوۡضِہِمۡ یَلۡعَبُوۡنَ ﴿۱۹﴾
Wa maa qadaroel laaha haqqa qadriehieee iez qaaloe maaa anzalal laahoe 'alaa bashariem mien shai'; qoel man anzalal Kietaabal laziee djaaa'a biehiee Moesaa noeraw wa hoedal liennaasie tadj'aloenahoe qaraatieesa toebdoenahaa wa toeghfoena kasieeraw wa 'oelliemtoem maa lam ta'lamoeo antoem wa laaa aabaaa'oekoem qoeliel laahoe soemma zarhoem fiee ghawdiehiem yal'aboen
6:91 En ze waarderen Allah niet met echte aanzien, toen ze zeiden: "Allah heeft niets geopenbaard op een mens." Zeg: "Wie openbaarde het boek dat Moesa als licht en leiding bracht voor de mensen?" Jullie maken het tot perkamenten, jullie verkondigen ervan, echter jullie verbergen er veel van. En jullie werden onderwezen wat jullie en jullie voorvaders niet wisten." Zeg: "Allah openbaarde het!" Laat hen maar spelen in hun redenering.
وَ ہٰذَا کِتٰبٌ اَنۡزَلۡنٰہُ مُبٰرَکٌ مُّصَدِّقُ الَّذِیۡ بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ لِتُنۡذِرَ اُمَّ الۡقُرٰی وَ مَنۡ حَوۡلَہَا ؕ وَ الَّذِیۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ یُؤۡمِنُوۡنَ بِہٖ وَ ہُمۡ عَلٰی صَلَاتِہِمۡ یُحَافِظُوۡنَ ﴿۲۹﴾
Wa haazaa Kietaaboen anzalnaahoe Moebaarakoem moesaddieqoel laziee bainaa yadaihie wa lietoenziera oemmal Qoeraa wa man hawlahaa; wallazieena yoe'mienoena biel Aaghieratie yoe'mienoena biehiee wa hoem'alaa Salaatiehiem yoehaafiezoen
6:92 En dit is een Boek dat Wij neergezonden hebben, gezegend en bevestigend wat er aan (openbaringen) vooraf ging. Zodat jij de moeder der steden (Mekkah) en de gebieden er om heen kan waarschuwen. En degenen die in het hiernamaals geloven, geloven er in. En ze waken over hun salaat.
وَ مَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ قَالَ اُوۡحِیَ اِلَیَّ وَ لَمۡ یُوۡحَ اِلَیۡہِ شَیۡءٌ وَّ مَنۡ قَالَ سَاُنۡزِلُ مِثۡلَ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ ؕ وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذِ الظّٰلِمُوۡنَ فِیۡ غَمَرٰتِ الۡمَوۡتِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ بَاسِطُوۡۤا اَیۡدِیۡہِمۡ ۚ اَخۡرِجُوۡۤا اَنۡفُسَکُمۡ ؕ اَلۡیَوۡمَ تُجۡزَوۡنَ عَذَابَ الۡہُوۡنِ بِمَا کُنۡتُمۡ تَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ غَیۡرَ الۡحَقِّ وَ کُنۡتُمۡ عَنۡ اٰیٰتِہٖ تَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۳۹﴾
Wa man azlamoe miemmanief taraa 'alal laahie kazieban aw qaala oehieya ielaiya wa lam yoeha ielaihie shai'oen wa man qaala sa oenzieloe miesla maaa anzalal laah; wa law taraaa ieziez zaaliemoena fiee ghamaraatiel mawtie walmalaaa'iekatoe baasietoeo aidieehiem aghriedjoeo anfoesakoem; al yawma toedjzawna 'azaabal hoenie biemaa koentoem taqoeloena 'alal laahie ghairal haqqie wa koentoem 'an aayaatiehiee tastakbieroen
6:93 En wie is er meer onrechtvaardig dan degene die een leugen over Allah verzint of die zegt: "Het is aan mij geopenbaard", terwijl er niets aan hem is geopenbaard. Of degenen die zegt: "Ik zal het gelijke laten neerdalen wat door Allah is neergedaald." En kon je het moment maar zien wanneer de onrechtplegers in doodsstrijd zijn terwijl de engelen hun handen naar hen reiken, zeggende: "Kunnen jullie jezelf (nu) redden? Vandaag worden jullie beloont met een vernederende straf, omdat jullie over Allah leugens vertelde. En jullie waren hoogmoedig voor (het accepteren van) Zijn tekenen."
وَ لَقَدۡ جِئۡتُمُوۡنَا فُرَادٰی کَمَا خَلَقۡنٰکُمۡ اَوَّلَ مَرَّۃٍ وَّ تَرَکۡتُمۡ مَّا خَوَّلۡنٰکُمۡ وَرَآءَ ظُہُوۡرِکُمۡ ۚ وَ مَا نَرٰی مَعَکُمۡ شُفَعَآءَکُمُ الَّذِیۡنَ زَعَمۡتُمۡ اَنَّہُمۡ فِیۡکُمۡ شُرَکٰٓؤُا ؕ لَقَدۡ تَّقَطَّعَ بَیۡنَکُمۡ وَ ضَلَّ عَنۡکُمۡ مَّا کُنۡتُمۡ تَزۡعُمُوۡنَ ﴿۴۹﴾
Wa laqad djie'toemoenaa foeraadaa kamaa ghalaqnaakoem awwala marratiew wa taraktoem maa ghawwalnaakoem waraaa'a zoehoeriekoem wa maa naraa ma'akoem shoefa'aaa' akoemoel lazieena za'amtoem annahoem fieekoem shoerakaaa'; laqat taqatta'a bainakoem wa dalla 'ann-koem maa koentoem taz'oemoen
6:94 En voorzeker, jullie kwamen alleen naar Ons, net zoals Wij jullie de eerste keer schiepen. En jullie hebben, datgeen wat Wij jullie geschonken hebben (gedurende het wereldse leven), achter gelaten. En Wij zien geen bemiddelaars bij jullie, degenen waarvan jullie claimden dat ze zouden bemiddelen voor jullie. Voorzeker, alle relaties tussen jullie (en de bemiddelaars, afgoden, etc) zijn verbroken en het geen jullie claimden is ontkracht."
اِنَّ اللّٰہَ فَالِقُ الۡحَبِّ وَ النَّوٰی ؕ یُخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ مُخۡرِجُ الۡمَیِّتِ مِنَ الۡحَیِّ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ فَاَنّٰی تُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۵۹﴾
Innal laaha faalieqoel habbie wannawaa yoeghriedjoel haiya mienal maiyietie wa moeghriedjoel maiyietie mienal haiy; zaaliekoemoel laahoe fa annaa toe'fakoen
6:95 Voorzeker, Allah is het die de graankorrel en de dadelpit doet ontspruiten. Hij brengt het leven voort uit de dode en brengt de dood voort uit het levende. Dat is Allah, hoe kan het dus zijn dat jullie misleid zijn?
فَالِقُ الۡاِصۡبَاحِ ۚ وَ جَعَلَ الَّیۡلَ سَکَنًا وَّ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ حُسۡبَانًا ؕ ذٰلِکَ تَقۡدِیۡرُ الۡعَزِیۡزِ الۡعَلِیۡمِ ﴿۶۹﴾
Faalieqoel iesbaahie wa dja'alal laila sakanaw wash shamsa walqamara hoesbaanaa; zaalieka taqdieeroel 'Azieeziel 'Alieem
6:96 (Hij) doet de dag aanbreken en Hij maakte de nacht voor rust. En de zon en de maan (zijn ingesteld) voor het berekenen (van de tijd). Dat is de bepaling van de Almachtige, de Alwetende.
وَ ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ النُّجُوۡمَ لِتَہۡتَدُوۡا بِہَا فِیۡ ظُلُمٰتِ الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ ؕ قَدۡ فَصَّلۡنَا الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۷۹﴾
Wa Hoewal laziee dja'ala lakoemoen noedjoema lietahtadoe biehaa fiee zoeloemaatiel barrie walbahr; qad fassalnal Aayaatie lieqawmiey ya'lamoen
6:97 En Hij is Degene Die de sterren voor jullie heeft gemaakt, zodat jullie door het duisternis op het land en de zee kunnen navigeren. Voorzeker, Wij hebben de tekenen duidelijk gemaakt voor een volk dat weet (kennis heeft).
وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡشَاَکُمۡ مِّنۡ نَّفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ فَمُسۡتَقَرٌّ وَّ مُسۡتَوۡدَعٌ ؕ قَدۡ فَصَّلۡنَا الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّفۡقَہُوۡنَ ﴿۸۹﴾
Wa hoewal lazieee ansha akoem mien nafsiew waahiedatien famoestaqarroew wa moestawda'; qad fassalnal Aayaatie lieqaw mieny-yafqahoen
6:98 En Hij is Degene Die jullie voortbracht vanuit één enkele persoon (Adam). Er is (voor jullie) een verblijfplaats (op aarde of in de baarmoeder van uw moeder) en een opslagplaats (in de aarde). Voorzeker, Wij hebben de tekenen duidelijk gemaakt voor een volk dat begrijpt.
وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً ۚ فَاَخۡرَجۡنَا بِہٖ نَبَاتَ کُلِّ شَیۡءٍ فَاَخۡرَجۡنَا مِنۡہُ خَضِرًا نُّخۡرِجُ مِنۡہُ حَبًّا مُّتَرَاکِبًا ۚ وَ مِنَ النَّخۡلِ مِنۡ طَلۡعِہَا قِنۡوَانٌ دَانِیَۃٌ وَّ جَنّٰتٍ مِّنۡ اَعۡنَابٍ وَّ الزَّیۡتُوۡنَ وَ الرُّمَّانَ مُشۡتَبِہًا وَّ غَیۡرَ مُتَشَابِہٍ ؕ اُنۡظُرُوۡۤا اِلٰی ثَمَرِہٖۤ اِذَاۤ اَثۡمَرَ وَ یَنۡعِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکُمۡ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۹۹﴾
Wa Hoewal lazieee anzala mienas samaaa'ie maaa'an fa aghradjnaa biehiee nabaata koellie shai'ien fa aghradjnaa mienhoe ghadieran noeghriedjoe mienhoe habbam moetaraakiebaw wa mienan naghlie mien tal'iehaa qienwaanoen daanieyatoew wa djannaatiem mien a'naabiew wazzaitoena warroemmaana moeshtabiehaw wa ghaira moetashaabieh; oenzoeroeo ielaa samariehieee iezaaa asmara wa yan'ieh; ienna fiee zaaliekoem la Aayaatiel lieqawmiey yoe'mienoen
6:99 En Hij is Degene Die water uit de hemel zendt. Vervolgens brengen Wij allerlei soorten vegetatie ermee voort, de groene bladeren, de dichtbegroeide velden met graan, de dadelpalm met dadels geclusterd in laaghangende trossen voortkomend vanuit de kruin (top van de palmboom). En tuinen van druiven, olijven, granaatappels, lijkend en niet lijkend op elkaar. Kijk naar hun vruchten wanneer ze deze dragen en kijk naar de rijping ervan. Voorzeker, in deze zijn tekenen voor een volk dat gelooft.
وَ جَعَلُوۡا لِلّٰہِ شُرَکَآءَ الۡجِنَّ وَ خَلَقَہُمۡ وَ خَرَقُوۡا لَہٗ بَنِیۡنَ وَ بَنٰتٍۭ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یَصِفُوۡنَ ﴿۰۰۱﴾
Wa dja'aloe liellaahie shoerakaaa'al djienna wa ghalaqa hoem wa gharaqoe lahoe banieena wa banaatiem bieghairie 'ielm Soebhaanahoe wa Ta'aalaa 'amma yasiefoen
6:100 En ze (de mensheid) maken de djien tot Allah's deelgenoot, hoewel Hij hen heeft geschapen. En ze kennen, zonder enige recht en kennis, zonen en dochters aan Hem toe. Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) en hoog verheven is Hij boven al dargeen wat ze aan Hem toekennen.
بَدِیۡعُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اَنّٰی یَکُوۡنُ لَہٗ وَلَدٌ وَّ لَمۡ تَکُنۡ لَّہٗ صَاحِبَۃٌ ؕ وَ خَلَقَ کُلَّ شَیۡءٍ ۚ وَ ہُوَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۱۰۱﴾
Badiee'oes samaawaatie wal ardie annnaa yakoenoe lahoe waladoew wa lam takoel lahoe saahiebatoew wa ghalaqa koella shain'iew wa Hoewa biekoellie shai'ien 'Alieem
6:101 Schepper van de hemelen en de aarde! Op welke manier kan het mogelijk voor Hem zijn dat Hij een zoon heeft, terwijl er voor Hem geen partner is en Hij alles heeft geschapen? En Hij is over alles Al-wetend.
ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ ۚ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ خَالِقُ کُلِّ شَیۡءٍ فَاعۡبُدُوۡہُ ۚ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ وَّکِیۡلٌ ﴿۲۰۱﴾
Zaaliekoemoel laahoe Rabboekoem laaa ielaaha iellaa hoewa ghaalieqoe koellie shai'ien fa'boedoeh; wa hoewa 'alaa koellie shai'iew wakieel
6:102 Dat is Allah, jullie Heer! Er is geen (andere) godheid\deïteit dan Hem, Schepper van alles! Dus aanbid slechts Hem alleen! En Hij is over alles 'Al-Wakeel' (Degene aan wie alle zaken toevertrouwd kan worden. Hij is de ultieme Trustee, Voogd en Beheerder van alle zaken en biedt voor elke kwestie de perfecte oplossing).
لَا تُدۡرِکُہُ الۡاَبۡصَارُ ۫ وَ ہُوَ یُدۡرِکُ الۡاَبۡصَارَ ۚ وَ ہُوَ اللَّطِیۡفُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۳۰۱﴾
Laa toedriekoehoel absaaroe wa Hoewa yoedriekoel absaara wa hoewal Latieefoel ghabieer
6:103 Het zicht (van de ogen) kan hem niet bereiken, echter Hij omvat alle ogen. Hij is Latief (De meest Subtiele. Degene die het meest op de hoogte is van de meest subtiele details. Zijn acties zijn zo verfijnd en subtiel dat het ons begrip te boven gaat), Al-Ghabier (Degene Die alles kent, zowel innerlijk en uiterlijk. Hij is Degene die de perfecte kennis en begrip heeft over de werkelijke toestand, de interne kwaliteiten en de betekenissen van alles wat is geschapen).
قَدۡ جَآءَکُمۡ بَصَآئِرُ مِنۡ رَّبِّکُمۡ ۚ فَمَنۡ اَبۡصَرَ فَلِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ عَمِیَ فَعَلَیۡہَا ؕ وَ مَاۤ اَنَا عَلَیۡکُمۡ بِحَفِیۡظٍ ﴿۴۰۱﴾
Qad djaaa'akoem basaaa'ieroe mier Rabbiekoem faman absara falienafsiehiee wa man 'amieya fa'alaihaa; wa maaa ana 'alaikoem biehafieez
6:104 Waarlijk, er is een licht (de Koran) van jullie Heer tot jullie gekomen. Wie het ziet, het (voordeel) is dan voor zijn eigen ik/ego. En wie er blind voor is, het (nadeel) is dan voor jezelf. En ik (Mohammed) ben geen beschermer voor jullie. (10:108)
وَ کَذٰلِکَ نُصَرِّفُ الۡاٰیٰتِ وَ لِیَقُوۡلُوۡا دَرَسۡتَ وَ لِنُبَیِّنَہٗ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۰۱﴾
Wa kazaalieka noesarriefoel Aayaatie wa lieyaqoeloe darasta wa lienoebaiyienahoe lieqawmiey ya'lamoen
6:105 En dat is hoe Wij de openbaring/tekenen (op verschillende manieren) uitleggen zodat ze kunnen zeggen: "Jij (Mohammed) hebt (de Thora, Evangelie en andere schriften) bestudeerd". En zodat Wij het (de openbaring) duidelijk maken voor een volk met kennis.
اِتَّبِعۡ مَاۤ اُوۡحِیَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ ۚ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ وَ اَعۡرِضۡ عَنِ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۶۰۱﴾
iettabie' maaa oehieya ielaika mier Rabbieka laaa ielaaha iellaa Hoewa wa a'ried 'aniel moeshriekieen
6:106 Volg datgeen wat aan jou van jouw Heer geopenbaard is, er is geen (andere) godheid\deïteit dan Hem. En keer je af van de polytheïsten.
وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَاۤ اَشۡرَکُوۡا ؕ وَ مَا جَعَلۡنٰکَ عَلَیۡہِمۡ حَفِیۡظًا ۚ وَ مَاۤ اَنۡتَ عَلَیۡہِمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۷۰۱﴾
Wa law shaaa'al laahoe maaa ashrakoe; wa maa dja'alnaaka 'alaihiem hafieezaw wa maaa anta 'alaihiem biewakieel
6:107 En indien Allah het had gewild, dan hadden ze (aan Allah) geen deelgenoten toegekend. En Wij hebben jou niet als beschermer voor hen gemaakt en noch ben jij een 'Wakeel' (pleiter\bemiddelaar) voor hen .
وَ لَا تَسُبُّوا الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ فَیَسُبُّوا اللّٰہَ عَدۡوًۢا بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ؕ کَذٰلِکَ زَیَّنَّا لِکُلِّ اُمَّۃٍ عَمَلَہُمۡ ۪ ثُمَّ اِلٰی رَبِّہِمۡ مَّرۡجِعُہُمۡ فَیُنَبِّئُہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸۰۱﴾
Wa laa tasoebboel lazieena yad'oena mien doeniel laahie fa yasoebboel laaha 'adwam bieghairie 'ielm; kazaalieka zaiyannaa liekoellie oemmatien 'amalahoem soemma ielaa Rabbiehiem mardjie'oehoem fa yoenabbie'oehoem biemaa kaanoe ya'maloen
6:108 En beledig niet degenen die ze naast Allah aanroepen, anders zullen ze zonder kennis Allah in haat beledigen. Zo hebben Wij voor elk gemeenschap hun daden doen schoonschijnen. Vervolgens is hun terugkeer naar hun Heer en Hij zal hen informeren over hetgeen ze deden.
وَ اَقۡسَمُوۡا بِاللّٰہِ جَہۡدَ اَیۡمَانِہِمۡ لَئِنۡ جَآءَتۡہُمۡ اٰیَۃٌ لَّیُؤۡمِنُنَّ بِہَا ؕ قُلۡ اِنَّمَا الۡاٰیٰتُ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ مَا یُشۡعِرُکُمۡ ۙ اَنَّہَاۤ اِذَا جَآءَتۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۹۰۱﴾
Wa aqsamoe biellaahie djahda aimaaniehiem la'ien djaaa'at hoem Aayatoel la yoe'mienoenna biehaa; qoel iennamal Aayaatoe 'iendal laahie wa maa yoesh'ieroekoem annahaaa iezaa djaaa'at laa yoe'mienoen
6:109 En ze zweren bij Allah met hun duurste eed, dat als er een teken tot hun komt, dan zullen ze zeker erin geloven. Zeg:" De tekenen behoren tot Allah alleen." En hoe weten jullie (gelovigen), dat als het (een teken) komt, dat ze (de ongelovigen) er in zullen geloven?" (17:59)
وَ نُقَلِّبُ اَفۡـِٕدَتَہُمۡ وَ اَبۡصَارَہُمۡ کَمَا لَمۡ یُؤۡمِنُوۡا بِہٖۤ اَوَّلَ مَرَّۃٍ وَّ نَذَرُہُمۡ فِیۡ طُغۡیَانِہِمۡ یَعۡمَہُوۡنَ ﴿۰۱۱﴾
Wa noeqallieboe af'iedatahoem wa absaarahoem kamaa lam yoe'mienoe biehieee awwala marratiew wa nazaroehoem fiee toeghyaaniehiem ya'mahoen ( 13, End djoez 7)
6:110 En Wij zullen hun harten en hun zicht verdraaien (bij het zien van een teken), zodat ze, net zoals voorheen er niet in geloven. Wij laten hen in hun opstand\strijd blindelings (zonder het te beseffen) ronddwalen.