وَ النّٰزِعٰتِ غَرۡقًا ۙ﴿۱﴾
Wan naazie 'aatie gharqa
79:1 Bij degenen die overspoeld zijn in het uitvoeren (van opdrachten).
وَّ النّٰشِطٰتِ نَشۡطًا ۙ﴿۲﴾
Wan naa shie taatie nashta
79:2 en degenen die zich volledig toewijden (in het luisteren/verkrijgen van de opdracht),
وَّ السّٰبِحٰتِ سَبۡحًا ۙ﴿۳﴾
Wass saabie-haatie sabha
79:3 en degenen die vliegen/zweven zoals geen ander,
فَالسّٰبِقٰتِ سَبۡقًا ۙ﴿۴﴾
Fass saabie qaatie sabqa
79:4 dan haasten ze zich zoals geen ander,
فَالۡمُدَبِّرٰتِ اَمۡرًا ۘ﴿۵﴾
Fal moe dab-bie raatie amra
79:5 in het uitvoeren van de opdracht. (Notitie: Allah zweert bij de engelen die volledig toegewijd zijn in het uitvoeren van opdrachten.)
یَوۡمَ تَرۡجُفُ الرَّاجِفَۃُ ۙ﴿۶﴾
Yawma tardjoefoer raadjiefa
79:6 (Het is de) Dag waarop degene die schudt zelf zal beven. (Notitie: de eerste keer dat er wordt geblazen op de trompet.)
تَتۡبَعُہَا الرَّادِفَۃُ ؕ﴿۷﴾
Tatba'oe har raadiefa
79:7 achtereenvolgend komt de volgende. (De tweede keer dat er wordt geblazen op de trompet)
قُلُوۡبٌ یَّوۡمَئِذٍ وَّاجِفَۃٌ ۙ﴿۸﴾
Qoeloeboey-yaw maaiziew-waadjie-fa
79:8 Harten zullen op die dag kloppen.
اَبۡصَارُہَا خَاشِعَۃٌ ۘ﴿۹﴾
Absaa roehaa ghashie'ah
79:9 Hun ogen zullen vernederd zijn.
یَقُوۡلُوۡنَ ءَاِنَّا لَمَرۡدُوۡدُوۡنَ فِی الۡحَافِرَۃِ ﴿۰۱﴾
Ya qoe loena a-ienna lamar doe doena fiel haafierah
79:10 Ze zeggen: "Zullen we zeker worden terug gebracht (na ons dood) zoals we eerst waren?"
ءَ اِذَا کُنَّا عِظَامًا نَّخِرَۃً ﴿۱۱﴾
Aiezaa koenna 'iezaa man-naghierah
79:11 "Ook al zijn we botten geworden en vergaan?"
قَالُوۡا تِلۡکَ اِذًا کَرَّۃٌ خَاسِرَۃٌ ﴿۲۱﴾
Qaaloe tielka iezan karratoen ghaasierah.
79:12 Ze zeggen: "In dat geval zou het een slechte\verslagen\nadelige terugkeer zijn."
فَاِنَّمَا ہِیَ زَجۡرَۃٌ وَّاحِدَۃٌ ﴿۳۱﴾
Fa ienna ma hieya zadjratoew-waahieda
79:13 Het is alleen één enkel knal,
فَاِذَا ہُمۡ بِالسَّاہِرَۃِ ﴿۴۱﴾
Faizaa hoem biess saahierah
79:14 en aanschouw, ze staan.
ہَلۡ اَتٰىکَ حَدِیۡثُ مُوۡسٰی ﴿۵۱﴾
Hal ataaka hadieethoe Moesaa
79:15 Heeft het bericht van Moesa (Mozes) jou bereikt,
اِذۡ نَادٰىہُ رَبُّہٗ بِالۡوَادِ الۡمُقَدَّسِ طُوًی ﴿۶۱﴾
Iz nadaahoe rabboehoe biel waadiel-moeqad dasie toewa
79:16 dat hij werd geroepen door zijn Heer in de heilige vallei Tuwa?
اِذۡہَبۡ اِلٰی فِرۡعَوۡنَ اِنَّہٗ طَغٰی ﴿۷۱﴾
Izhab ielaa fier'awna iennahoe taghaa.
79:17 "Ga naar Farao, zonder twijfel hij is alle perken te buiten gegaan."
فَقُلۡ ہَلۡ لَّکَ اِلٰۤی اَنۡ تَزَکّٰی ﴿۸۱﴾
Faqoel hal laka ielaa-an tazakka.
79:18 "En zeg (tegen hem): 'Wil je jezelf reinigen?'
وَ اَہۡدِیَکَ اِلٰی رَبِّکَ فَتَخۡشٰی ﴿۹۱﴾
Wa ahdie yaka iela rabbieka fatagh sha
79:19 'Ik zal je de weg wijzen naar jouw Heer, zodat je kunt vrezen.'"
فَاَرٰىہُ الۡاٰیَۃَ الۡکُبۡرٰی ﴿۰۲﴾
Fa araahoel-aayatal koebra.
79:20 Dus toonde hij (Moesa) de grote tekenen.
فَکَذَّبَ وَ عَصٰی ﴿۱۲﴾
Fa kazzaba wa asaa.
79:21 Maar hij verwierp (hem) en luisterde niet.
ثُمَّ اَدۡبَرَ یَسۡعٰی ﴿۲۲﴾
Thoemma adbara yas'aa.
79:22 Vervolgens keerde hij zich haastig om,
فَحَشَرَ فَنَادٰی ﴿۳۲﴾
Fa hashara fanada.
79:23 en verzamelede (zijn raadgevers\volk) en riep uit,
فَقَالَ اَنَا رَبُّکُمُ الۡاَعۡلٰی ﴿۴۲﴾
Faqala ana rabboe koemoel-a'laa.
79:24 Hij zei: "Ik ben jullie heer, de meest verhevene."
فَاَخَذَہُ اللّٰہُ نَکَالَ الۡاٰخِرَۃِ وَ الۡاُوۡلٰی ﴿۵۲﴾
Fa-agha zahoel laahoe nakalal aaghieratie wal-oela.
79:25 Dus greep Allah hem door middel van een straf wat een voorbeeld is voor de laatste en voor de eerste (volgende) generatie (na het heen gaan van Farao).
اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَعِبۡرَۃً لِّمَنۡ یَّخۡشٰی ﴿۶۲﴾
Inna fiee zaalieka la'iebratal liemaiy-yaksha
79:26 Daarin is zeker een les voor degene die (Allah) vreest.
ءَاَنۡتُمۡ اَشَدُّ خَلۡقًا اَمِ السَّمَآءُ ؕ بَنٰہَا ﴿۷۲﴾
A-antoem a shaddoe ghalqan amies samaa-oe banaaha.
79:27 Zijn jullie een complexe schepping of zijn de hemelen het, die Hij heeft gebouwd?
رَفَعَ سَمۡکَہَا فَسَوّٰىہَا ﴿۸۲﴾
Raf'a sam kaha fasaw waaha
79:28 Hij heeft zijn uiteinde hoog opgeheven en de juiste verhoudingen gegeven.
وَ اَغۡطَشَ لَیۡلَہَا وَ اَخۡرَجَ ضُحٰہَا ﴿۹۲﴾
Wa aghtasha lailaha wa aghradja doehaaha.
79:29 Zijn nacht maakte Hij donker en bracht zijn verlichting eruit voort.
وَ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ ذٰلِکَ دَحٰىہَا ﴿۰۳﴾
Wal arda b'ada zaalieka dahaaha.
79:30 Daarna heeft Hij het land op de aarde verspreid.
اَخۡرَجَ مِنۡہَا مَآءَہَا وَ مَرۡعٰہَا ﴿۱۳﴾
Aghradja mienha maa-aha wa mar 'aaha.
79:31 En heeft zijn (de aarde) water ervan (vanuit de hemel) en de begroeiing (vegetatie) voort gebracht.
وَ الۡجِبَالَ اَرۡسٰہَا ﴿۲۳﴾
Wal djiebala arsaaha.
79:32 En de bergen die maakte Hij stevig.
مَتَاعًا لَّکُمۡ وَ لِاَنۡعَامِکُمۡ ﴿۳۳﴾
Mataa'al lakoem walie an 'aamiekoem.
79:33 (Dit) Als een levensonderhoud voor jullie en voor jullie vee.
فَاِذَا جَآءَتِ الطَّآمَّۃُ الۡکُبۡرٰی ﴿۴۳﴾
Fa-iezaa djaaa'atiet taaam matoel koebraa.
79:34 Maar wanneer de zeer grote ramp plaats vindt,
یَوۡمَ یَتَذَکَّرُ الۡاِنۡسَانُ مَا سَعٰی ﴿۵۳﴾
Yawma Yata zakkaroel iensaanoe ma sa'aa.
79:35 de dag dat de mens zich zal herinneren waarnaar hij streefde,
وَ بُرِّزَتِ الۡجَحِیۡمُ لِمَنۡ یَّرٰی ﴿۶۳﴾
Wa boerriezatiel-djahieemoe liemany-yaraa.
79:36 en de hel, voor degenen die kunnen zien, zichtbaar wordt,
فَاَمَّا مَنۡ طَغٰی ﴿۷۳﴾
Fa ammaa man taghaa.
79:37 dan zal, voor degene die de grenzen overschreed,
وَ اٰثَرَ الۡحَیٰوۃَ الدُّنۡیَا ﴿۸۳﴾
Wa aasaral hayaatad doenyaa
79:38 en die de voorkeur gaf aan het wereldse leven,
فَاِنَّ الۡجَحِیۡمَ ہِیَ الۡمَاۡوٰی ﴿۹۳﴾
Fa iennal djahieema hieyal maawaa.
79:39 de hel de verblijfplaats zijn.
وَ اَمَّا مَنۡ خَافَ مَقَامَ رَبِّہٖ وَ نَہَی النَّفۡسَ عَنِ الۡہَوٰی ﴿۰۴﴾
Wa ammaa man ghaafa maqaama Rabbiehiee wa nahan nafsa 'aniel hawaa
79:40 En wat betreft degene die het staan voor zijn Heer (op de dag des oordeels) vreesde, en zijn "Nafs" (ego/eigen ik) weerhield van de nutteloze verlangens,
فَاِنَّ الۡجَنَّۃَ ہِیَ الۡمَاۡوٰی ﴿۱۴﴾
Fa iennal djannata hieyal ma'waa
79:41 (voor diegene) zal het paradijs de verblijfplaats zijn.
یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ السَّاعَۃِ اَیَّانَ مُرۡسٰہَا ﴿۲۴﴾
Yas'aloenaka 'anies saa'atie ayyaana moersaahaa
79:42 Ze vragen: "Wanneer zal het uur (de aanvang van de dag des oordeels) komen?"
فِیۡمَ اَنۡتَ مِنۡ ذِکۡرٰىہَا ﴿۳۴﴾
Fieema anta mien ziekraahaa
79:43 Echter, hoe kan jij (Mohammed v.z.m.h.) het weten?
اِلٰی رَبِّکَ مُنۡتَہٰىہَا ﴿۴۴﴾
Ilaa Rabbieka moentahaa haa
79:44 De kennis ervan is alleen bij jouw Heer.
اِنَّمَاۤ اَنۡتَ مُنۡذِرُ مَنۡ یَّخۡشٰہَا ﴿۵۴﴾
Innamaaa anta moenzieroe maiy yakshaahaa
79:45 Jij bent alleen een waarschuwer voor degene die het vrezen.
کَاَنَّہُمۡ یَوۡمَ یَرَوۡنَہَا لَمۡ یَلۡبَثُوۡۤا اِلَّا عَشِیَّۃً اَوۡ ضُحٰہَا ﴿۶۴﴾
Ka annahoem Yawma yarawnahaa lam yalbasoeo iellaa 'ashieyyatan aw doehaahaa
79:46 Op de dag, waneer ze het zullen zien, dan is het (het wereldse leven) alsof ze alleen een avond of een ochtend waren gebleven.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
عَبَسَ وَ تَوَلّٰۤی ۙ﴿۱﴾
'Abasa wa tawallaa.
80:1 Hij (Mohammed v.z.m.h.) fronste en keerde zich af,
اَنۡ جَآءَہُ الۡاَعۡمٰی ؕ﴿۲﴾
An djaa-ahoel 'a-maa
80:2 omdat er de blinde man naar hem kwam.
وَ مَا یُدۡرِیۡکَ لَعَلَّہٗ یَزَّکّٰۤی ۙ﴿۳﴾
Wa maa yoedrieeka la'allahoe yaz zakkaa.
80:3 Maar waarom deed jij dat? Misschien kwam hij om zich te zuiveren,
اَوۡ یَذَّکَّرُ فَتَنۡفَعَہُ الذِّکۡرٰی ؕ﴿۴﴾
Aw yazzakkaroe fatanfa 'ahoez ziekraa.
80:4 of om (Allah) te gedenken, zodat het gedenken hem een voordeel zou kunnen bieden.
اَمَّا مَنِ اسۡتَغۡنٰی ۙ﴿۵﴾
Amma manies taghnaa
80:5 Echter, wat betreft degene die hoogmoedig is,
فَاَنۡتَ لَہٗ تَصَدّٰی ؕ﴿۶﴾
Fa-anta lahoe tasaddaa
80:6 hem geef je aandacht.
وَ مَا عَلَیۡکَ اَلَّا یَزَّکّٰی ؕ﴿۷﴾
Wa ma 'alaika allaa yaz zakka.
80:7 Op jou rust niet de verantwoordelijkheid dat hij zich niet zuivert.
وَ اَمَّا مَنۡ جَآءَکَ یَسۡعٰی ۙ﴿۸﴾
Wa amma man djaa-aka yas'a
80:8 Wat betreft degene die zich naar jou toe haast,
وَ ہُوَ یَخۡشٰی ۙ﴿۹﴾
Wahoewa yaghshaa,
80:9 en (Allah) vreest,
فَاَنۡتَ عَنۡہُ تَلَہّٰی ﴿۰۱﴾
Fa-anta 'anhoe talah haa.
80:10 aan hem geef je geen aandacht.
کَلَّاۤ اِنَّہَا تَذۡکِرَۃٌ ﴿۱۱﴾
Kalla iennaha tazkierah
80:11 Zeker niet! Zonder twijfel, het (de Koran) is een herinnering,
فَمَنۡ شَآءَ ذَکَرَہٗ ﴿۲۱﴾
Faman shaa a zakarah
80:12 zodat degenen die willen Hem (Allah) kan gedenken.
فِیۡ صُحُفٍ مُّکَرَّمَۃٍ ﴿۳۱﴾
Fie soehoefiem moekar rama,
80:13 (De Koran is) Vastgelegd op respectvolle\eervolle bladzijdes,
مَّرۡفُوۡعَۃٍ مُّطَہَّرَۃٍۭ ﴿۴۱﴾
Marfoe'atiem moetah hara,
80:14 verheven en zuiver, (in de Lawh Al-Mahfuz)
بِاَیۡدِیۡ سَفَرَۃٍ ﴿۵۱﴾
Bie'aidiee safara
80:15 door de handen van schrijvers (engelen),
کِرَامٍۭ بَرَرَۃٍ ﴿۶۱﴾
Kieraamiem bararah.
80:16 die edel en accuraat zijn.
قُتِلَ الۡاِنۡسَانُ مَاۤ اَکۡفَرَہٗ ﴿۷۱﴾
Qoetielal-iensanoe maa akfarah.
80:17 De mens wordt vernietigd omdat hij de waarheid bedekt/ondankbaar is.
مِنۡ اَیِّ شَیۡءٍ خَلَقَہٗ ﴿۸۱﴾
Mien aiyyie shai-ien ghalaq
80:18 Waarvan heeft Hij hem geschapen?
مِنۡ نُّطۡفَۃٍ ؕ خَلَقَہٗ فَقَدَّرَہٗ ﴿۹۱﴾
Mien noetfatien ghalaqahoe faqaddarah.
80:19 Hij schiep hem vanuit een "Nutfa" (één enkele cel) en vormde hem.
ثُمَّ السَّبِیۡلَ یَسَّرَہٗ ﴿۰۲﴾
Thoemmas sabieela yas-sarah
80:20 Vervolgens, maakte hij zijn weg makkelijk.
ثُمَّ اَمَاتَہٗ فَاَقۡبَرَہٗ ﴿۱۲﴾
Thoemma amatahoe fa-aqbarah
80:21 Daarna, doet hij hem sterven en geeft hem een rustplek.
ثُمَّ اِذَا شَآءَ اَنۡشَرَہٗ ﴿۲۲﴾
Thoemma ieza shaa-a ansharah
80:22 Vervolgens, zal hem herrijzen wanneer Hij het wil.
کَلَّا لَمَّا یَقۡضِ مَاۤ اَمَرَہٗ ﴿۳۲﴾
Kalla lamma yaqdie maa amarah.
80:23 Zeker niet! Hij heeft datgeen wat Hij hem opgedragen niet vervuld.
فَلۡیَنۡظُرِ الۡاِنۡسَانُ اِلٰی طَعَامِہٖۤ ﴿۴۲﴾
Falyanzoeriel iensanoe ielaa ta-amieh
80:24 Laat de mens maar naar zijn voedsel kijken.
اَنَّا صَبَبۡنَا الۡمَآءَ صَبًّا ﴿۵۲﴾
Anna sabab nalmaa-a sabba.
80:25 Wij deden het water in overvloed plenzen.
ثُمَّ شَقَقۡنَا الۡاَرۡضَ شَقًّا ﴿۶۲﴾
Thoemma sha qaqnal-arda shaqqa.
80:26 Vervolgens ploegde Wij de aarde, het losmakend.
فَاَنۡۢبَتۡنَا فِیۡہَا حَبًّا ﴿۷۲﴾
Fa ambatna fieeha habba
80:27 Daarna, lieten Wij het graan erop groeien,
وَّ عِنَبًا وَّ قَضۡبًا ﴿۸۲﴾
Wa 'ienabaw-wa qadba
80:28 en druiven, kruiden,
وَّ زَیۡتُوۡنًا وَّ نَخۡلًا ﴿۹۲﴾
Wa zaitoenaw wanagh la'
80:29 olijf (olie), de dadelpalmen,
وَّ حَدَآئِقَ غُلۡبًا ﴿۰۳﴾
Wa hadaa-ieqa ghoelba
80:30 dicht begroeide tuinen (met)
وَّ فَاکِہَۃً وَّ اَبًّا ﴿۱۳﴾
Wa fakie hataw-wa abba.
80:31 vruchten en groenten,
مَّتَاعًا لَّکُمۡ وَ لِاَنۡعَامِکُمۡ ﴿۲۳﴾
Mata'al-lakoem wa lie-an'amiekoem.
80:32 levensvoorzieningen voor jullie en voor jullie vee.
فَاِذَا جَآءَتِ الصَّآخَّۃُ ﴿۳۳﴾
Faiza djaa-aties saaghah.
80:33 Wanneer dus de oorverdovende geluid/explosie komt,
یَوۡمَ یَفِرُّ الۡمَرۡءُ مِنۡ اَخِیۡہِ ﴿۴۳﴾
Yawma yafier-roel mar-oe mien aghieeh
80:34 dan zal op die dag een man van zijn broeder vluchten,
وَ اُمِّہٖ وَ اَبِیۡہِ ﴿۵۳﴾
Wa oemmiehiee wa abieeh
80:35 van zijn moeder, zijn vader,
وَ صَاحِبَتِہٖ وَ بَنِیۡہِ ﴿۶۳﴾
Wa sahie batiehiee wa banieeh.
80:36 zijn vrouw en zijn kinderen.
لِکُلِّ امۡرِیًٔ مِّنۡہُمۡ یَوۡمَئِذٍ شَاۡنٌ یُّغۡنِیۡہِ ﴿۷۳﴾
Liekoel liemrie-iem-mienhoem yawmaa-iezien shaa noey-yoeghnieeh
80:37 Op die dag zal elk persoon bezig zijn met een kwestie.
وُجُوۡہٌ یَّوۡمَئِذٍ مُّسۡفِرَۃٌ ﴿۸۳﴾
Woedjoe hoey-yawma-ieziem-moesfiera;
80:38 Op die dag zullen gezichten stralen,
ضَاحِکَۃٌ مُّسۡتَبۡشِرَۃٌ ﴿۹۳﴾
Dahie katoem moestab shierah
80:39 glimlachend\vrolijk en opgewekt zijn door het goede nieuws (de betreding van het paradijs).
وَ وُجُوۡہٌ یَّوۡمَئِذٍ عَلَیۡہَا غَبَرَۃٌ ﴿۰۴﴾
Wa woedjoehoey yawma-iezien 'alaiha ghabar a
80:40 En op die dag zullen gezichten bedekt zijn met stof,
تَرۡہَقُہَا قَتَرَۃٌ ﴿۱۴﴾
Tarhaqoeha qatarah.
80:41 en armoede.
اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡکَفَرَۃُ الۡفَجَرَۃُ ﴿۲۴﴾
Oelaa-ieka hoemoel-kafa ratoel-fadjarah.
80:42 Dat zullen degenen zijn die de waarheid bedekt/ondankbaar is, (namelijk) de slechten.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِذَا الشَّمۡسُ کُوِّرَتۡ ۪ۙ﴿۱﴾
Izash shamsoe koewwierat
81:1 (Het moment) Wanneer de zon "Kuwwirat", (Notitie: omwikkeld wordt en zijn licht verliest.)
وَ اِذَا النُّجُوۡمُ انۡکَدَرَتۡ ۪ۙ﴿۲﴾
Wa iezan noedjoemoen kadarat
81:2 en wanneer de sterren niet meer schijnen,
وَ اِذَا الۡجِبَالُ سُیِّرَتۡ ۪ۙ﴿۳﴾
Wa iezal djiebaaloe soeyyierat
81:3 en wanneer de bergen weg zijn gegaan,
وَ اِذَا الۡعِشَارُ عُطِّلَتۡ ۪ۙ﴿۴﴾
Wa iezal 'ieshaaroe 'oettielat
81:4 en wanneer de zwangere kamelen onbeheerd achter worden gelaten,
وَ اِذَا الۡوُحُوۡشُ حُشِرَتۡ ۪ۙ﴿۵﴾
Wa iezal woehoeshoe hoeshierat
81:5 en wanneer de wilde dieren verzameld worden,
وَ اِذَا الۡبِحَارُ سُجِّرَتۡ ۪ۙ﴿۶﴾
Wa iezal biehaaroe soedjdjierat
81:6 en wanneer de zeeën zullen koken,
وَ اِذَا النُّفُوۡسُ زُوِّجَتۡ ۪ۙ﴿۷﴾
Wa iezan noefoesoe zoewwiedjat
81:7 en wanneer de "Nafs" (de personen, ego's) worden gekoppeld (de ziel wordt met het lichaam verenigd),
وَ اِذَا الۡمَوۡءٗدَۃُ سُئِلَتۡ ۪ۙ﴿۸﴾
Wa iezal maw'oedatoe soe'ielat
81:8 en wanneer het levend begraven meisje wordt ondervraagd,
بِاَیِّ ذَنۡۢبٍ قُتِلَتۡ ۚ﴿۹﴾
Bie ayyie zambien qoetielat
81:9 voor welke zonde ze is gedood,
وَ اِذَا الصُّحُفُ نُشِرَتۡ ﴿۰۱﴾
Wa iezas soehoefoe noeshierat
81:10 en wanneer de geschriften (de openbaringen) worden open gelegd,
وَ اِذَا السَّمَآءُ کُشِطَتۡ ﴿۱۱﴾
Wa iezas samaaa'oe koeshietat
81:11 en wanneer de hemel wordt verwijderd,
وَ اِذَا الۡجَحِیۡمُ سُعِّرَتۡ ﴿۲۱﴾
Wa iezal djahieemoe soe'-'ierat
81:12 en wanneer de hel aangestoken wordt,
وَ اِذَا الۡجَنَّۃُ اُزۡلِفَتۡ ﴿۳۱﴾
Wa iezal djannatoe oezliefat
81:13 en wanneer het paradijs dichtbij wordt gebracht,
عَلِمَتۡ نَفۡسٌ مَّاۤ اَحۡضَرَتۡ ﴿۴۱﴾
'Aliemat nafsoem maaa ahdarat
81:14 dan zal ieder "Nafs" (persoon, ego) (het effect) weten wat hij heeft gedaan.
فَلَاۤ اُقۡسِمُ بِالۡخُنَّسِ ﴿۵۱﴾
Falaaa oeqsiemoe biel ghoennas
81:15 Dus nee, Ik zweer bij datgeen wat zich verstopt, (Notitie: waarschijnlijk zwarte gaten)
الۡجَوَارِ الۡکُنَّسِ ﴿۶۱﴾
Al djawaariel koennas
81:16 die zeer snel voortbewegen en vegen/opzuigen,
وَ الَّیۡلِ اِذَا عَسۡعَسَ ﴿۷۱﴾
Wallailie iezaa 'as'as
81:17 en bij de nacht wanneer het donker wordt,
وَ الصُّبۡحِ اِذَا تَنَفَّسَ ﴿۸۱﴾
Wassoebhie iezaa tanaffas
81:18 en bij de ochtend wanneer het leeft,
اِنَّہٗ لَقَوۡلُ رَسُوۡلٍ کَرِیۡمٍ ﴿۹۱﴾
Innahoe laqawloe rasoelien karieem
81:19 zonder twijfel, het is een woord gebracht door een edele boodschapper (Jibriel/Gabriël),
ذِیۡ قُوَّۃٍ عِنۡدَ ذِی الۡعَرۡشِ مَکِیۡنٍ ﴿۰۲﴾
Ziee qoewwatien 'ienda ziel 'arshie makieen
81:20 bezitter van kracht, (vanuit een boek) dat veilig bij bezitter van de Troon is.
مُّطَاعٍ ثَمَّ اَمِیۡنٍ ﴿۱۲﴾
Moetaa'ien samma amieen
81:21 Een (boodschapper) die gehoorzaamd dient te worden en betrouwbaar is.
وَ مَا صَاحِبُکُمۡ بِمَجۡنُوۡنٍ ﴿۲۲﴾
Wa maa saahieboekoem biemadjnoen
81:22 En jullie metgezel (Mohammed v.z.m.h.) is niet bezeten/gek.
وَ لَقَدۡ رَاٰہُ بِالۡاُفُقِ الۡمُبِیۡنِ ﴿۳۲﴾
Wa laqad ra aahoe bieloefoeqiel moebieen
81:23 Waarlijk, hij zag hem (Jibriel/Gabriël) aan de heldere horizon,
وَ مَا ہُوَ عَلَی الۡغَیۡبِ بِضَنِیۡنٍ ﴿۴۲﴾
Wa maa hoewa 'alal ghaibie biedanieen
81:24 en hij heeft geen geheimhoudingsplicht met betrekking tot "de Ghayb" (het ongeziene),
وَ مَا ہُوَ بِقَوۡلِ شَیۡطٰنٍ رَّجِیۡمٍ ﴿۵۲﴾
Wa maa hoewa bieqawlie shaitaanier radjieem
81:25 en het is geen woord van de vervloekte satan.
فَاَیۡنَ تَذۡہَبُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Fa ayna tazhaboen
81:26 Dus waar richten jullie je naar toe?
اِنۡ ہُوَ اِلَّا ذِکۡرٌ لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۲﴾
In hoewa iellaa ziekroel liel'aalamieen
81:27 Dit is alleen een herinnering voor de werelden (van alle soorten mensen en djiens),
لِمَنۡ شَآءَ مِنۡکُمۡ اَنۡ یَّسۡتَقِیۡمَ ﴿۸۲﴾
Lieman shaaa'a mien-koem ay yastaqieem
81:28 voor degene die rechtvaardig wil worden.
وَ مَا تَشَآءُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ اللّٰہُ رَبُّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Wa maa tashaaa'oena iellaaa ay yashaaa 'al laahoe Rabboel 'Aalamieen
81:29 Jullie zullen niets willen behalve datgeen wat Allah wil, Heer van de werelden
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِذَا السَّمَآءُ انۡفَطَرَتۡ ۙ﴿۱﴾
Izas samaaa'oen fatarat
82:1 (Het moment) Wanneer de hemel uiteen barst,
وَ اِذَا الۡکَوَاکِبُ انۡتَثَرَتۡ ۙ﴿۲﴾
Wa iezal kawaakieboen tasarat
82:2 en wanneer de sterren verspreiden,
وَ اِذَا الۡبِحَارُ فُجِّرَتۡ ﴿۳﴾
Wa iezal biehaaroe foedjdjierat
82:3 en wanneer de zeeën overkoken (totdat ze geen water meer zullen hebben),
وَ اِذَا الۡقُبُوۡرُ بُعۡثِرَتۡ ۙ﴿۴﴾
Wa iezal qoeboeroe boe'sierat
82:4 en wanneer de graven worden geledigd, (door het herrijzen van de doden)
عَلِمَتۡ نَفۡسٌ مَّا قَدَّمَتۡ وَ اَخَّرَتۡ ؕ﴿۵﴾
'Aliemat nafsoem maa qaddamat wa aghgharat
82:5 dan zal elke "Nafs" (Ego/ eigen ik/ persoon) weten wat het heeft gedaan en niet heeft gedaan.
یٰۤاَیُّہَا الۡاِنۡسَانُ مَا غَرَّکَ بِرَبِّکَ الۡکَرِیۡمِ ۙ﴿۶﴾
Yaaa ayyoehal iensaaanoe maa gharraka bie Rabbiekal karieem
82:6 O mensheid! Wat heeft jou doen misleiden van de weg van jouw Heer, Al-Kariem (Degene die het meest Vrijgevig is)?
الَّذِیۡ خَلَقَکَ فَسَوّٰىکَ فَعَدَلَکَ ۙ﴿۷﴾
Allaziee ghalaqaka fasaw waaka fa'adalak
82:7 (Hij is) Degene Die jou schiep, vervolgens vorm gaf en daarna een evenwicht (in het lichaam) voor jou heeft ingesteld.
فِیۡۤ اَیِّ صُوۡرَۃٍ مَّا شَآءَ رَکَّبَکَ ؕ﴿۸﴾
Fieee ayye soeratiem maa shaaa'a rakkabak
82:8 Hij heeft jullie in elkaar gezet in de vorm die Hij wilde.
کَلَّا بَلۡ تُکَذِّبُوۡنَ بِالدِّیۡنِ ۙ﴿۹﴾
Kalla bal toekazzieboena bied dieen
82:9 Zeker niet! Jullie verwiepen de (rechtvaardige) levenswijze.
وَ اِنَّ عَلَیۡکُمۡ لَحٰفِظِیۡنَ ﴿۰۱﴾
Wa ienna 'alaikoem lahaa fiezieen
82:10 Zonder twijfel, bij jullie zijn er wakers,
کِرَامًا کَاتِبِیۡنَ ﴿۱۱﴾
Kieraaman kaatiebieen
82:11 eerwaardig, die alles opschrijven.
یَعۡلَمُوۡنَ مَا تَفۡعَلُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Ya'lamoena ma taf'aloen
82:12 Ze weten alles wat jullie doen.
اِنَّ الۡاَبۡرَارَ لَفِیۡ نَعِیۡمٍ ﴿۳۱﴾
Innal abraara lafiee na'ieem
82:13 Voorzeker, de rechtvaardigen zullen overal zegeningen om zich heen hebben,
وَ اِنَّ الۡفُجَّارَ لَفِیۡ جَحِیۡمٍ ﴿۴۱﴾
Wa iennal foedjdjaara lafiee djahieem
82:14 en de slechten zullen zich bevinden in de hel.
یَّصۡلَوۡنَہَا یَوۡمَ الدِّیۡنِ ﴿۵۱﴾
Yaslawnahaa Yawmad Dieen
82:15 Ze zullen er in branden op de dag des oordeels,
وَ مَا ہُمۡ عَنۡہَا بِغَآئِبِیۡنَ ﴿۶۱﴾
Wa maa hoem 'anhaa bieghaaa 'iebieen
82:16 en ze kunnen het (het branden) niet ontglippen.
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا یَوۡمُ الدِّیۡنِ ﴿۷۱﴾
Wa maaa adraaka maa Yawmoed Dieen
82:17 Hoe kun je weten wat de dag des oordeels is?
ثُمَّ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا یَوۡمُ الدِّیۡنِ ﴿۸۱﴾
Soemma maaa adraaka maa Yawmoed Dieen
82;18 Nogmaals, hoe kun je weten wat de dag des oordeels is?
یَوۡمَ لَا تَمۡلِکُ نَفۡسٌ لِّنَفۡسٍ شَیۡئًا ؕ وَ الۡاَمۡرُ یَوۡمَئِذٍ لِّلّٰہِ ﴿۹۱﴾
Yawma laa tamliekoe nafsoel lienafsien shai'aw walamroe yawma'ieziel liellaah
82:19 Het is de dag waarop een "Nafs" (persoon/ego) geen enkel macht heeft om een ander "Nafs" in iets te kunnen helpen. Het bevel op die dag behoort alleen aan Allah toe.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَیۡلٌ لِّلۡمُطَفِّفِیۡنَ ۙ﴿۱﴾
Wailoel liel moetaffiefieen
83:1 Intense spijt (zal rusten) op degenen die tekortdoen (tijdens de handel),
الَّذِیۡنَ اِذَا اکۡتَالُوۡا عَلَی النَّاسِ یَسۡتَوۡفُوۡنَ ۫﴿۲﴾
Allazieena iezak taaloe 'alan naasie yastawfoen
83:2 Dat zijn degenen die de volledige maat nemen bij anderen,
وَ اِذَا کَالُوۡہُمۡ اَوۡ وَّزَنُوۡہُمۡ یُخۡسِرُوۡنَ ﴿۳﴾
Wa iezaa kaaloehoem aw wazanoehoem yoeghsieroen
83:3 maar wanneer ze moeten geven of zelf voor hen moeten wegen, dan geven ze minder.
اَلَا یَظُنُّ اُولٰٓئِکَ اَنَّہُمۡ مَّبۡعُوۡثُوۡنَ ۙ﴿۴﴾
Alaa yazoennoe oelaaa'ieka annahoem mab'oesoen
83:4 Denken ze (soms) dat ze niet zullen worden opgewekt,
لِیَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ۙ﴿۵﴾
Lie Yawmien 'Azieem
83:5 op een geweldige dag?
یَّوۡمَ یَقُوۡمُ النَّاسُ لِرَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ؕ﴿۶﴾
Yawma yaqoemoen naasoe lie Rabbiel 'aalamieen
83:6 De dag waarop de gehele mensheid voor zijn Heer zal staan.
کَلَّاۤ اِنَّ کِتٰبَ الۡفُجَّارِ لَفِیۡ سِجِّیۡنٍ ؕ﴿۷﴾
Kallaaa ienna kietaabal foedjdjaarie lafiee Siedjdjieen
83:7 Zeker niet! Het boek van de ellendige (mens) bevindt zich in de "Siedjien" (de laagste plek in de hel/ de bodem van de hel).
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا سِجِّیۡنٌ ؕ﴿۸﴾
Wa maa adraaka maa Siedjdjieen
83:8 Hoe kan je (Mohammed v.z.m.h.) weten wat de "Siedjien" is?
کِتٰبٌ مَّرۡقُوۡمٌ ؕ﴿۹﴾
Kietaaboem marqoem
83:9 (Het is een plek in de hel,) vast gelegd in een boek (de Lawh Al-Mahfuz, de moeder van alle boeken),
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۰۱﴾
Wailoey yawma'ieziel liel moekazziebieen
83:10 Intense spijt (zal rusten) op de verwerpers,
الَّذِیۡنَ یُکَذِّبُوۡنَ بِیَوۡمِ الدِّیۡنِ ﴿۱۱﴾
Allazieena yoekazzieboena bie yawmied dieen
83:11 dat zijn degenen die de dag des oordeels verwerpen.
وَ مَا یُکَذِّبُ بِہٖۤ اِلَّا کُلُّ مُعۡتَدٍ اَثِیۡمٍ ﴿۲۱﴾
Wa maa yoekazzieboe biehieee iellaa koelloe moe'tadien asieem
83:12 En niemand kan het verwerpen behalve elke zondige overtreder.
اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِ اٰیٰتُنَا قَالَ اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Izaa toetlaa'alaihie aayaatoenaa qaala asaatieeroel awwalieen
83:13 Wanneer Onze verzen aan hem worden voorgelezen, zegt hij: "Verhaaltjes\fabels van de oude generaties."
کَلَّا بَلۡ ٜ رَانَ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ مَّا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Kallaa bal raana 'alaa qoeloebiehiem maa kaanoe yaksieboen
83:14 Zeker niet! Het zijn de ziektes in hun harten (zoals hoogmoed) die veroorzaakt zijn door datgeen wat ze deden.
کَلَّاۤ اِنَّہُمۡ عَنۡ رَّبِّہِمۡ یَوۡمَئِذٍ لَّمَحۡجُوۡبُوۡنَ ﴿۵۱﴾
Kallaaa iennahoem 'ar Rabbiehiem yawma'ieziel lamah djoeboen
83:15 Zeker niet! Op die dag zullen ze van hun Heer worden afgescheiden.
ثُمَّ اِنَّہُمۡ لَصَالُوا الۡجَحِیۡمِ ﴿۶۱﴾
Soemma iennahoem lasaa loel djahieem
83:16 Vervolgens zullen ze worden verbrand in de hel.
ثُمَّ یُقَالُ ہٰذَا الَّذِیۡ کُنۡتُمۡ بِہٖ تُکَذِّبُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Soemma yoeqaaloe haazal laziee koentoem biehiee toekazzieboen
83:17 Er zal dan worden gezegd: "Dit is datgeen wat jullie verwierpen."
کَلَّاۤ اِنَّ کِتٰبَ الۡاَبۡرَارِ لَفِیۡ عِلِّیِّیۡنَ ﴿۸۱﴾
Kallaaa ienna kietaabal abraarie lafiee'Illieyyieen
83:18 Zeker niet! Het boek van de rechtvaardige (mens) bevindt zich in de "Ilieyien" (de aller hoogste plek boven het paradijs, dichtbij de Troon van Allah).
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا عِلِّیُّوۡنَ ﴿۹۱﴾
Wa maaa adraaka maa 'Illieyyoen
83:19 Hoe kan je (Mohammed v.z.m.h.) weten wat de "Ilieyien" is?
کِتٰبٌ مَّرۡقُوۡمٌ ﴿۰۲﴾
Kietaaboem marqoem
83:20 (Het is een plek) vast gelegd in een boek (Lawh Al-Mahfuz),
یَّشۡہَدُہُ الۡمُقَرَّبُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Yashhadoe hoel moeqarra boen
83:21 Degenen die nabij (Allah) zijn (de engelen) zijn getuige ervan (van deze plek).
اِنَّ الۡاَبۡرَارَ لَفِیۡ نَعِیۡمٍ ﴿۲۲﴾
Innal abraara lafiee Na'ieem
83:22 Zonder twijfel, de rechtvaardige zullen zich bevinden in (een plek vol met) zegeningen,
عَلَی الۡاَرَآئِکِ یَنۡظُرُوۡنَ ﴿۳۲﴾
'Alal araaa'iekie yanzoeroen
83:23 op tronen aanschouwend.
تَعۡرِفُ فِیۡ وُجُوۡہِہِمۡ نَضۡرَۃَ النَّعِیۡمِ ﴿۴۲﴾
Ta'riefoe fiee woedjoehiehiem nadratan na'ieem
83:24 Je zult in hun gezichten de straling van de zegeningen (van Allah) herkennen.
یُسۡقَوۡنَ مِنۡ رَّحِیۡقٍ مَّخۡتُوۡمٍ ﴿۵۲﴾
Yoesqawna mier rahieeqiem maghtoem
83:25 Ze zullen dranken krijgen van pure nectar/wijn, die verzegeld zijn.
خِتٰمُہٗ مِسۡکٌ ؕ وَ فِیۡ ذٰلِکَ فَلۡیَتَنَافَسِ الۡمُتَنَافِسُوۡنَ ﴿۶۲﴾
ghietaamoehoe miesk; wa fiee zaalieka falyatanaafasiel Moetanaafiesoen
83:26 De zegel is geparfumeerd met musk. Dat is iets waarvoor er mag worden gestreven.
وَ مِزَاجُہٗ مِنۡ تَسۡنِیۡمٍ ﴿۷۲﴾
Wa miezaadjoehoe mien Tasnieem
83:27 Ze worden gemengd met "Tasnieem",
عَیۡنًا یَّشۡرَبُ بِہَا الۡمُقَرَّبُوۡنَ ﴿۸۲﴾
'Aienaiy yashraboe biehal moeqarraboen
83:28 dat is een een bron waarvan alleen degenen drinken die dicht bij Allah worden gebracht.
اِنَّ الَّذِیۡنَ اَجۡرَمُوۡا کَانُوۡا مِنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا یَضۡحَکُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Innal lazieena adjramoe kaanoe mienal lazieena aamanoe yadhakoen
83:29 Zonder twijfel, degenen die misdaden pleegden lachten de gelovigen uit.
وَ اِذَا مَرُّوۡا بِہِمۡ یَتَغَامَزُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Wa iezaa marroe biehiem yataghaamazoen
83:30 Wanneer ze hen passeerden, knipoogden ze naar elkaar,
وَ اِذَا انۡقَلَبُوۡۤا اِلٰۤی اَہۡلِہِمُ انۡقَلَبُوۡا فَکِہِیۡنَ ﴿۱۳﴾
Wa iezan qalaboeo ielaaa ahliehiemoen qalaboe fakiehieen
83:31 en wanneer ze terugkeerden naar hun mensen (ongelovigen) maakten ze grappen over hen,
وَ اِذَا رَاَوۡہُمۡ قَالُوۡۤا اِنَّ ہٰۤؤُلَآءِ لَضَآلُّوۡنَ ﴿۲۳﴾
Wa iezaa ra awhoem qaaloeo ienna haaa'oelaaa'ie ladaaal loen
83:32 en wanneer ze hen zagen, zeiden ze: "Ze zijn afgedwaald."
وَ مَاۤ اُرۡسِلُوۡا عَلَیۡہِمۡ حٰفِظِیۡنَ ﴿۳۳﴾
Wa maaa oersieloe 'alaihiem haafiezieen
83:33 Echter, ze zijn niet gestuurd als wakers over hen,
فَالۡیَوۡمَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مِنَ الۡکُفَّارِ یَضۡحَکُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Fal yawmal lazieena aamanoe mienal koeffaarie yadhakoen
83:34 daarom zullen de geloven, de ongelovigen op die dag uitlachen,
عَلَی الۡاَرَآئِکِ ۙ یَنۡظُرُوۡنَ ﴿۵۳﴾
'Alal araaa'iekie yanzoeroen
83:35 waarnemend op tronen.
ہَلۡ ثُوِّبَ الۡکُفَّارُ مَا کَانُوۡا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Hal soewwiebal koeffaaroe maa kaanoe yaf'aloen
83:36 Zijn de ongelovigen dan niet beloond voordatgeen wat ze deden?
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِذَا السَّمَآءُ انۡشَقَّتۡ ۙ﴿۱﴾
Izas samaaa'oen shaqqat
84:1 (Het moment) Wanneer de hemel uiteen knalt,
وَ اَذِنَتۡ لِرَبِّہَا وَ حُقَّتۡ ۙ﴿۲﴾
Wa azienat lie Rabbiehaa wa hoeqqat
84:2 en (dus) naar zijn Heer heeft geluisterd en zijn plicht is nagekomen,
وَ اِذَا الۡاَرۡضُ مُدَّتۡ ۙ﴿۳﴾
Wa iezal ardoe moeddat
84:3 en wanneer de aarde wordt uitgerekt,
وَ اَلۡقَتۡ مَا فِیۡہَا وَ تَخَلَّتۡ ۙ﴿۴﴾
Wa alqat maa fieehaa wa taghallat
84:4 en datgeen wat in haar bevindt (de doden) uitwerpt en leeg wordt,
وَ اَذِنَتۡ لِرَبِّہَا وَ حُقَّتۡ ؕ﴿۵﴾
Wa azienat lie Rabbiehaa wa hoeqqat
84:5 en (dus) naar haar Heer heeft geluisterd en haar plicht is nagekomen,
یٰۤاَیُّہَا الۡاِنۡسَانُ اِنَّکَ کَادِحٌ اِلٰی رَبِّکَ کَدۡحًا فَمُلٰقِیۡہِ ۚ﴿۶﴾
Yaaa ayyoehal iensaanoe iennaka kaadiehoen ielaa Rabbieka kad han famoelaaqieeh
84:6 (dan zal worden gezegd na de opwekking:) "O mensheid! Je moet streven en jezelf inspannen voor je Heer, dan zul je Hem ontmoeten."
فَاَمَّا مَنۡ اُوۡتِیَ کِتٰبَہٗ بِیَمِیۡنِہٖ ۙ﴿۷﴾
Fa ammaa man oetieya kietaabahoe bieyamieenieh
84:7 Dan wat betreft degene die zijn boek in zijn rechterhand toegerijkt krijgt,
فَسَوۡفَ یُحَاسَبُ حِسَابًا یَّسِیۡرًا ۙ﴿۸﴾
Fasawfa yoehaasab hiesaabay yasieeraa
84:8 zal een makkelijke afrekening krijgen,
وَّ یَنۡقَلِبُ اِلٰۤی اَہۡلِہٖ مَسۡرُوۡرًا ؕ﴿۹﴾
Wa yanqalieboe ielaaa ahliehiee masroeraa
84:9 en zal blij naar zijn mensen terugkeren.
وَ اَمَّا مَنۡ اُوۡتِیَ کِتٰبَہٗ وَرَآءَ ظَہۡرِہٖ ﴿۰۱﴾
Wa ammaa man oetieya kietaabahoe waraaa'a zahrieh
84:10 Maar wat betreft degene die zijn boek van achter toegerijkt krijgt,
فَسَوۡفَ یَدۡعُوۡا ثُبُوۡرًا ﴿۱۱﴾
Fasawfa yad'oe thoeboeraa
84:11 zal om zelfvernietiging roepen,
وَّ یَصۡلٰی سَعِیۡرًا ﴿۲۱﴾
Wa yaslaa sa'ieeraa
84:12 en in een razende vuur branden.
اِنَّہٗ کَانَ فِیۡۤ اَہۡلِہٖ مَسۡرُوۡرًا ﴿۳۱﴾
Innahoe kaana fieee ahliehiee masroeraa
84:13 Zonder twijfel, hij leefde in tevredenheid met zijn mensen,
اِنَّہٗ ظَنَّ اَنۡ لَّنۡ یَّحُوۡرَ ﴿۴۱﴾
Innahoe zanna an lay yahoer
84:14 en dacht dat hij nooit terug zou keren.
بَلٰۤی ۚۛ اِنَّ رَبَّہٗ کَانَ بِہٖ بَصِیۡرًا ﴿۵۱﴾
Balaaa ienna Rabbahoe kaana biehiee basieeraa
84:15 Zeker wel! Zijn Heer zag alles wat hij deed.
فَلَاۤ اُقۡسِمُ بِالشَّفَقِ ﴿۶۱﴾
Falaaa oeqsiemoe bieshshafaq
84:16 Zeker niet! Ik zweer bij de schittering van de avondschemering,
وَ الَّیۡلِ وَ مَا وَسَقَ ﴿۷۱﴾
Wallailie wa maa wasaq
84:17 en de nacht wat deze (allemaal) bedekt,
وَ الۡقَمَرِ اِذَا اتَّسَقَ ﴿۸۱﴾
Walqamarie iezat tasaq
84:18 en de volle maan,
لَتَرۡکَبُنَّ طَبَقًا عَنۡ طَبَقٍ ﴿۹۱﴾
Latarkaboenna tabaqan 'an tabaq
84:19 dat jullie van fases naar fases zullen overgaan. (Notitie: van jeugd naar ouderdom)
فَمَا لَہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Famaa lahoem laa yoe'mienoen
84:20 Dus wat krijgen ze voor het niet geloven?
وَ اِذَا قُرِئَ عَلَیۡہِمُ الۡقُرۡاٰنُ لَا یَسۡجُدُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa iezaa qoerie'a 'alaihiemoel Qoeraanoe laa yasdjoedoen
84:21 En wanneer de Koran aan hen gereciteerd wordt, dan prostreren ze niet!
بَلِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یُکَذِّبُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Baliel lazieena kafaroe yoekazzieboen
84:22 Nee! De ongelovigen verwerpen het.
وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا یُوۡعُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Wallaahoe a'lamoe biemaa yoe'oen
84:23 Allah is al-Wetend over datgeen wat ze in hunzelf verbergen.
فَبَشِّرۡہُمۡ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۴۲﴾
Fabashshierhoem bie'azaabien alieem
84:24 Geef hen dus de aankondiging van een pijnlijke straf
اِلَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَہُمۡ اَجۡرٌ غَیۡرُ مَمۡنُوۡنٍ ﴿۵۲﴾
Illal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie lahoem adjroen ghairoe mamnoen
84:25 Met uitzondering van degenen die (daarna) geloven en goede daden doen. Voor hen is een beloning dat nooit op zal houden.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ السَّمَآءِ ذَاتِ الۡبُرُوۡجِ ۙ﴿۱﴾
Wassamaaa'ie zaatiel boeroedj
85:1 Bij de hemel met zijn constellaties/bouwwerken (van sterren/planeten/zwarte gaten),
وَ الۡیَوۡمِ الۡمَوۡعُوۡدِ ۙ﴿۲﴾
Wal yawmiel maw'oed
85:2 en bij de toegezegde dag (dag des oordeels),
وَ شَاہِدٍ وَّ مَشۡہُوۡدٍ ؕ﴿۳﴾
Wa shaahiediew wa mashhoed
85:3 en de getuige en datgeen waarover wordt getuigd,
قُتِلَ اَصۡحٰبُ الۡاُخۡدُوۡدِ ۙ﴿۴﴾
Qoetiela as haaboel oeghdoed
85:4 vernietigd zijn de makers van de diepe kuil,
النَّارِ ذَاتِ الۡوَقُوۡدِ ۙ﴿۵﴾
Annaarie zaatiel waqoed
85:5 met het vuur vol met brandstof,
اِذۡ ہُمۡ عَلَیۡہَا قُعُوۡدٌ ۙ﴿۶﴾
Iz hoem 'alaihaa qoe'oed
85:6 toen ze erbij zaten,
وَّ ہُمۡ عَلٰی مَا یَفۡعَلُوۡنَ بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ شُہُوۡدٌ ؕ﴿۷﴾
Wa hoem 'alaa maa yaf'aloena bielmoe 'mienieena shoehoed
85:7 en getuigden over datgeen wat ze de gelovigen aandeden.
وَ مَا نَقَمُوۡا مِنۡہُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ یُّؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَمِیۡدِ ۙ﴿۸﴾
Wa maa naqamoe mienhoem iellaaa aiyoe'mienoe biellaahiel 'azieeziel Hamieed
85:8 Ze hadden alleen haat voor hen omdat ze alleen in Allah, Al-Aziez (de Al-machtige), Al-Hamied (Degene Die waardig is om geprezen te worden en het meest wordt geprezen. Degene waar alle dank, eer en lof aan toebehoort) geloofden,
الَّذِیۡ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ؕ﴿۹﴾
Allaziee lahoe moelkoes samaawaatie wal ard; wallaahoe 'alaa koellie shai 'ien Shahieed
85:9 Degene aan Wie het koninkrijk van de hemelen en de aarde toebehoort en over alles Getuigt.
اِنَّ الَّذِیۡنَ فَتَنُوا الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتِ ثُمَّ لَمۡ یَتُوۡبُوۡا فَلَہُمۡ عَذَابُ جَہَنَّمَ وَ لَہُمۡ عَذَابُ الۡحَرِیۡقِ ﴿۰۱﴾
Innal lazieena fatanoel moe'mienieena wal moe'mienaatie soemma lam yatoeboe falahoem 'azaaboe djahannama wa lahoem 'azaaboel harieeq
85:10 Zonder twijfel, degenen die de gelovige mannen en vrouwen onderdrukken en daarna geen berouw ervoor hebben, voor hen is de straf de hel en de straf van het branden.
اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَہُمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۬ؕؑ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡکَبِیۡرُ ﴿۱۱﴾
Innal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie lahoem djannaatoen tadjriee mien tahtiehal anhaar; zaaliekal fawzoel kabieer
85:11 Zonder twijfel, degenen die geloven en goede daden doen, voor hen zijn er tuinen waaronder rivieren stromen. Dat is de grootste succes.
اِنَّ بَطۡشَ رَبِّکَ لَشَدِیۡدٌ ﴿۲۱﴾
Inna batsha Rabbieka lashadieed
85:12 Zeer zeker, (weet dat) de grip van jouw Heer (voor het straffen) zeer hard is.
اِنَّہٗ ہُوَ یُبۡدِئُ وَ یُعِیۡدُ ﴿۳۱﴾
Innahoe Hoewa yoebdie'oe wa yoe'ieed
85:13 Hij is Degenen die (iets nieuws) schept en daarna datgeen vermenigvuldigd,
وَ ہُوَ الۡغَفُوۡرُ الۡوَدُوۡدُ ﴿۴۱﴾
Wa Hoewal Ghafoeroel Wadoed
85:14 Hij is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Al-Wadoed (de meest Liefdevolle),
ذُو الۡعَرۡشِ الۡمَجِیۡدُ ﴿۵۱﴾
Zoel 'Arshiel Madjieed
85:15 Bezitter van de Majestueuze Troon,
فَعَّالٌ لِّمَا یُرِیۡدُ ﴿۶۱﴾
Fa' 'aaloel liemaa yoerieed
85:16 De uitvoerder van datgeen wat Hij wenst.
ہَلۡ اَتٰىکَ حَدِیۡثُ الۡجُنُوۡدِ ﴿۷۱﴾
Hal ataaka hadieesoel djoenoed
85:17 Heeft het bericht van (de wijze van vernietiging van) de legers jou bereikt,
فِرۡعَوۡنَ وَ ثَمُوۡدَ ﴿۸۱﴾
Fier'awna wa Samoed
85:18 zoals bij de Farao en bij (het volk) Thamoed?
بَلِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِیۡ تَکۡذِیۡبٍ ﴿۹۱﴾
Baliel lazieena kafaroe fiee takzieeb
85:19 Zeker wel! Echter, de ongelovigen bevinden zich in constante ontkenning.
وَّ اللّٰہُ مِنۡ وَّرَآئِہِمۡ مُّحِیۡطٌ ﴿۰۲﴾
Wallaahoe miew waraaa'iehiem moehieet
85:20 Maar Allah omvat hen van waar ze het niet zien.
بَلۡ ہُوَ قُرۡاٰنٌ مَّجِیۡدٌ ﴿۱۲﴾
Bal hoewa Qoeraanoem Madjieed
85:21 Zeker wel! Het is een majestueuze Koran (oplezing),
فِیۡ لَوۡحٍ مَّحۡفُوۡظٍ ﴿۲۲﴾
Fiee Lawhiem Mahfoez
85:22 vanuit een bewaakt tablet (Lawh Al-Mahfuz).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ السَّمَآءِ وَ الطَّارِقِ ۙ﴿۱﴾
Wassamaaa'ie wattaarieq
86:1 Bij de hemel en bij "Al-Tariq". (Notitie: Al-Tariq is iets dat hammert, knalt, explodeert.)
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا الطَّارِقُ ۙ﴿۲﴾
Wa maaa adraaka mattaarieq
86:2 En hoe kan je weten wat de "Al-Tariq" is?
النَّجۡمُ الثَّاقِبُ ۙ﴿۳﴾
Annadjmoes saaqieb
86:3 Het is een ster waarvan het licht alles doorboort. (Notitie: een supernova is het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert. De uitbarsting is herkenbaar aan de enorme hoeveelheid licht die hierbij wordt uitgestraald.)
اِنۡ کُلُّ نَفۡسٍ لَّمَّا عَلَیۡہَا حَافِظٌ ؕ﴿۴﴾
In koelloe nafsiel lammaa 'alaihaa haafiez
86:4 Elke "Nafs" (persoon) heeft wakers over hem.
فَلۡیَنۡظُرِ الۡاِنۡسَانُ مِمَّ خُلِقَ ؕ﴿۵﴾
Fal yanzoeriel iensaanoe miemma ghoelieq
86:5 Dus laat de mens kijken naar datgeen waaruit hij is geschapen.
خُلِقَ مِنۡ مَّآءٍ دَافِقٍ ۙ﴿۶﴾
ghoelieqa miem maaa'ien daafieq
86:6 Hij is geschapen van een vloeistof dat is geëjaculeerd.
یَّخۡرُجُ مِنۡۢ بَیۡنِ الصُّلۡبِ وَ التَّرَآئِبِ ؕ﴿۷﴾
Yaghroedjoe miem bainiessoelbie wat taraaa'ieb
86:7 (Een vloeistof) Dat voortkomt tussen ruggegraat en de ribben.
اِنَّہٗ عَلٰی رَجۡعِہٖ لَقَادِرٌ ؕ﴿۸﴾
Innahoe 'alaa radj'iehiee laqaadier
86:8 Zonder twijfel, Hij (Allah) heeft de volledige controle over zijn terugkeer.
یَوۡمَ تُبۡلَی السَّرَآئِرُ ۙ﴿۹﴾
Yawma toeblas saraaa'ier
86:9 De dag waarop de innerlijke geheimen (dankbaarheid, rechtvaardigheid) op de proef worden gesteld,
فَمَا لَہٗ مِنۡ قُوَّۃٍ وَّ لَا نَاصِرٍ ﴿۰۱﴾
Famaa lahoe mien qoewwatiew wa laa naasier
86:10 dan zal hij niet in staat zijn om iets (tegen de beproeving) te kunnen doen, noch kan hij worden geholpen.
وَ السَّمَآءِ ذَاتِ الرَّجۡعِ ﴿۱۱﴾
Wassamaaa'ie zaatier radj'
86:11 Bij de hemel welke tegen houdt\laat terugkeren,
وَ الۡاَرۡضِ ذَاتِ الصَّدۡعِ ﴿۲۱﴾
Wal ardie zaaties sad'
86:12 en de aarde die uit elkaar\open gaat, splijt,
اِنَّہٗ لَقَوۡلٌ فَصۡلٌ ﴿۳۱﴾
Innahoe laqawloen fasl
86:13 dit is zeker een bepalend woord (wat zich manifesteert),
وَّ مَا ہُوَ بِالۡہَزۡلِ ﴿۴۱﴾
Wa maa hoewa biel hazl
86:14 het is geen vermaak.
اِنَّہُمۡ یَکِیۡدُوۡنَ کَیۡدًا ﴿۵۱﴾
Innahoem yakieedoena kaidaa
86:15 Zonder twijfel, ze maken complotten,
وَّ اَکِیۡدُ کَیۡدًا ﴿۶۱﴾
Wa akieedoe kaidaa
86:16 en Ik maak een plan (voor de afrekening ervan).
فَمَہِّلِ الۡکٰفِرِیۡنَ اَمۡہِلۡہُمۡ رُوَیۡدًا ﴿۷۱﴾
Famahhieliel kaafierieena amhielhoem roewaidaa
86:17 Dus geef de ongelovige een kleine beetje uitstel.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
سَبِّحِ اسۡمَ رَبِّکَ الۡاَعۡلَی ۙ﴿۱﴾
Sabbiehiesma Rabbiekal A'laa
87:1 Verklaar de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming (Subhaan) aan de naam van jouw Heer (Allah), de meest Verhevene.
الَّذِیۡ خَلَقَ فَسَوّٰی ۪ۙ﴿۲﴾
Allaziee ghalaqa fasawwaa
87:2 (Hij is) Degene Die (alles) schiep en vervolgens vormde.
وَ الَّذِیۡ قَدَّرَ فَہَدٰی ۪ۙ﴿۳﴾
Wallaziee qaddara fahadaa
87:3 Degene Die de maat (voor elke schepping) bepaalde en het daarna leidde.
وَ الَّذِیۡۤ اَخۡرَجَ الۡمَرۡعٰی ۪ۙ﴿۴﴾
Wallazieee aghradjal mar'aa
87:4 Degene Die de begroeiing (vegetatie\ het leven) voortbrengt,
فَجَعَلَہٗ غُثَآءً اَحۡوٰی ؕ﴿۵﴾
Fadja'alahoe ghoesaaa'an ahwaa
87:5 en het daarna doet vergaan.
سَنُقۡرِئُکَ فَلَا تَنۡسٰۤی ۙ﴿۶﴾
Sanoeqrie'oeka falaa tansaaa
87:6 Wij onderwijzen jou (de openbaring) zodat je het niet vergeet,
اِلَّا مَا شَآءَ اللّٰہُ ؕ اِنَّہٗ یَعۡلَمُ الۡجَہۡرَ وَ مَا یَخۡفٰی ؕ﴿۷﴾
Illaa maa shaaa'al laah; iennahoe ya'lamoel djahra wa maa yaghfaa
87:7 behalve over datgeen wat Allah wil. Zonder twijfel, Hij kent het openlijke en datgeen wat is verborgen.
وَ نُیَسِّرُکَ لِلۡیُسۡرٰی ۚ﴿۸﴾
Wa noe-yassieroeka lielyoesraa
87:8 Wij maken het makkelijk voor jou om het (de taak van openbaring) te vergemakkelijken.
فَذَکِّرۡ اِنۡ نَّفَعَتِ الذِّکۡرٰی ؕ﴿۹﴾
Fazakkier ien nafa'atiezziekraa
87:9 Dus herrineer ermee indien de herinnering baat heeft.
سَیَذَّکَّرُ مَنۡ یَّخۡشٰی ﴿۰۱﴾
Sa yazzakkaroe maiyaghshaa
87:10 Degene die vreest zal gedenken,
وَ یَتَجَنَّبُہَا الۡاَشۡقَی ﴿۱۱﴾
Wa yatadjannaboehal ashqaa
87:11 en de slechte zal het mijden\ontwijken.
الَّذِیۡ یَصۡلَی النَّارَ الۡکُبۡرٰی ﴿۲۱﴾
Allaziee yaslan Naaral koebraa
87:12 (Dat is) degene die zal branden in het grote vuur,
ثُمَّ لَا یَمُوۡتُ فِیۡہَا وَ لَا یَحۡیٰی ﴿۳۱﴾
Soemma laa yamoetoe fieehaa wa laa yahyaa
87:13 hij zal daarin niet sterven, noch zal hij daar kunnen leven.
قَدۡ اَفۡلَحَ مَنۡ تَزَکّٰی ﴿۴۱﴾
Qad aflaha man tazakkaa
87:14 Waarlijk, degene die zich zelf reinigt boekt succes,
وَ ذَکَرَ اسۡمَ رَبِّہٖ فَصَلّٰی ﴿۵۱﴾
Wa zakaras ma Rabbiehiee fasallaa
87:15 hij gedenkt de naam van zijn Heer en verricht de "Salaat".
بَلۡ تُؤۡثِرُوۡنَ الۡحَیٰوۃَ الدُّنۡیَا ﴿۶۱﴾
Bal toe'sieroenal hayaatad doenyaa
87:16 Zeker wel! Jullie geven de voorkeur aan het wereldse leven,
وَ الۡاٰخِرَۃُ خَیۡرٌ وَّ اَبۡقٰی ﴿۷۱﴾
Wal Aaghieratoe ghairoew wa abqaa
87:17 terwijl het hiernamaals beter en voor altijd is.
اِنَّ ہٰذَا لَفِی الصُّحُفِ الۡاُوۡلٰی ﴿۸۱﴾
Inna haazaa lafies soehoe fiel oelaa
87:18 Zonder twijfel, dit is in eerdere schriften vermeld,
صُحُفِ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ مُوۡسٰی ﴿۹۱﴾
Soehoefie Ibraahieema wa Moesaa
87:19 de geschriften gegeven aan Ibrahiem (Abraham) en Moesa (Mozes).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
ہَلۡ اَتٰىکَ حَدِیۡثُ الۡغَاشِیَۃِ ؕ﴿۱﴾
Hal ataaka hadieesoel ghaashieyah
88:1 Heeft het bericht van de overweldigende gebeurtenis jou bereikt?
وُجُوۡہٌ یَّوۡمَئِذٍ خَاشِعَۃٌ ۙ﴿۲﴾
Woedjoehoey yawma 'iezien ghaashie'ah
88:2 Op die dag zullen gezichten nederig zijn,
عَامِلَۃٌ نَّاصِبَۃٌ ۙ﴿۳﴾
'Aamielatoen naasiebah
88:3 zwoegend en uitgeput.
تَصۡلٰی نَارًا حَامِیَۃً ۙ﴿۴﴾
Taslaa naaran haamieyah
88:4 Ze zullen branden in een vuur dat intens heet is.
تُسۡقٰی مِنۡ عَیۡنٍ اٰنِیَۃٍ ؕ﴿۵﴾
Toesqaa mien 'aynien aanieyah
88:5 Ze zullen een drank krijgen van een kokende bron.
لَیۡسَ لَہُمۡ طَعَامٌ اِلَّا مِنۡ ضَرِیۡعٍ ۙ﴿۶﴾
Laisa lahoem ta'aamoen iellaa mien dariee'
88:6 Er is niets voor hen te eten behalve een bittere plant met veel doorns.
لَّا یُسۡمِنُ وَ لَا یُغۡنِیۡ مِنۡ جُوۡعٍ ؕ﴿۷﴾
Laa yoesmienoe wa laa yoeghniee mien djoe'
88:7 Het heeft geen voedingswaarde, noch stilt het de honger.
وُجُوۡہٌ یَّوۡمَئِذٍ نَّاعِمَۃٌ ۙ﴿۸﴾
Woedjoehoey yawma 'iezien naa'iemah
88:8 En op die dag zullen gezichten vrolijk zijn,
لِّسَعۡیِہَا رَاضِیَۃٌ ۙ﴿۹﴾
Liesa'yiehaa raadieyah
88:9 tevreden met wat ze hebben gedaan.
فِیۡ جَنَّۃٍ عَالِیَۃٍ ﴿۰۱﴾
Fiee djannatien 'aalieyah
88:10 Bevindend In een tuin, hoog verheven.
لَّا تَسۡمَعُ فِیۡہَا لَاغِیَۃً ﴿۱۱﴾
Laa tasma'oe fieehaa laaghieyah
88:11 Daar zullen ze geen nutteloze gesprekken horen.
فِیۡہَا عَیۡنٌ جَارِیَۃٌ ﴿۲۱﴾
Fieehaa 'aynoen djaarieyah
88:12 Er zal een spuitende fontein zijn,
فِیۡہَا سُرُرٌ مَّرۡفُوۡعَۃٌ ﴿۳۱﴾
Fieehaa soeroeroem marfoe'ah
88:13 tronen zullen op hoge plekken bevinden,
وَّ اَکۡوَابٌ مَّوۡضُوۡعَۃٌ ﴿۴۱﴾
Wa akwaaboem mawzoe'ah
88:14 en gevulde bekers,
وَّ نَمَارِقُ مَصۡفُوۡفَۃٌ ﴿۵۱﴾
Wa namaarieqoe masfoefah
88:15 kussens die netjes geordend zijn,
وَّ زَرَابِیُّ مَبۡثُوۡثَۃٌ ﴿۶۱﴾
Wa zaraabieyyoe mabsoesah
88:16 en tapijten uitgerold.
اَفَلَا یَنۡظُرُوۡنَ اِلَی الۡاِبِلِ کَیۡفَ خُلِقَتۡ ﴿۷۱﴾
Afalaa yanzoeroena ielaliebielie kaifa ghoelieqat
88:17 Kijken ze dan niet naar de kamelen, hoe deze geschapen is?
وَ اِلَی السَّمَآءِ کَیۡفَ رُفِعَتۡ ﴿۸۱﴾
Wa ielas samaaa'ie kaifa roefie'at
88:18 En naar de hemel, hoe deze verheven is?
وَ اِلَی الۡجِبَالِ کَیۡفَ نُصِبَتۡ ﴿۹۱﴾
Wa ielal djiebaalie kaifa noesiebat
88:19 En naar de bergen hoe deze omhoog gekomen zijn?
وَ اِلَی الۡاَرۡضِ کَیۡفَ سُطِحَتۡ ﴿۰۲﴾
Wa ielal ardie kaifa soetiehat
88:20 En naar het land hoe deze verspreid is?
فَذَکِّرۡ ۟ؕ اِنَّمَاۤ اَنۡتَ مُذَکِّرٌ ﴿۱۲﴾
Fazakkier iennama anta Moezakkier
88:21 Dus herinner, jij bent alleen een herinnering (voor de mensheid),
لَسۡتَ عَلَیۡہِمۡ بِمُصَۜیۡطِرٍ ﴿۲۲﴾
Lasta 'alaihiem biemoesaitier
88:22 je bent geen beheerder over hen.
اِلَّا مَنۡ تَوَلّٰی وَ کَفَرَ ﴿۳۲﴾
Illaa man tawallaa wa kafar
88:23 Echter, degene die zich afkeert en niet gelooft, (Notitie: iemand die zich afkeert van Allah, voedt alleen zijn ego wat resulteert in slechte daden.)
فَیُعَذِّبُہُ اللّٰہُ الۡعَذَابَ الۡاَکۡبَرَ ﴿۴۲﴾
Fa yoe'azzieboehoel laahoel 'azaabal akbar
88:24 Allah zal hem straffen met een grote straf.
اِنَّ اِلَیۡنَاۤ اِیَابَہُمۡ ﴿۵۲﴾
Innaa ielainaaa ieyaabahoem
88:25 Zonder twijfel, naar Ons is hun terugkeer,
ثُمَّ اِنَّ عَلَیۡنَا حِسَابَہُمۡ ﴿۶۲﴾
Soemma ienna 'alainaa hiesaabahoem
88:26 vervolgens ligt hun afrekening (van hun daden) bij Ons.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الۡفَجۡرِ ۙ﴿۱﴾
Wal-Fadjr
89:1 Bij de ochtendschemering (het aanbreken van de dag), (Notitie: Allah zweert in deze en komende verzen op momenten die belangrijk zijn voor een gelovige voor het zoeken naar de aanzicht van Allah. In deze vers het Fajr gebed.)
وَ لَیَالٍ عَشۡرٍ ۙ﴿۲﴾
Wa layaalien 'ashr
89:2 en de tien nachten, (Notitie: de eerste tien nachten van Zul-Hadj.)
وَّ الشَّفۡعِ وَ الۡوَتۡرِ ۙ﴿۳﴾
Wash shaf'ie wal watr
89:3 en het even en het oneven, (Notitie: de achtste dag en de negende dag van van Zul-Hadj, dat is de aanvang van de Haj en de dag van Arafat. De dagelijkse gebeden en het afsluiten ervan met het witr gebed.)
وَ الَّیۡلِ اِذَا یَسۡرِ ۚ﴿۴﴾
Wallailie iezaa yasr
89:4 en de nacht wanneer het verdwijnt, (Notitie: de nachtelijke gebeden)
ہَلۡ فِیۡ ذٰلِکَ قَسَمٌ لِّذِیۡ حِجۡرٍ ؕ﴿۵﴾
Hal fiee zaalieka qasamoel lieziee hiedjr
89:5 Is in dat (alle deze belangrijke momenten) nog een eed (nodig) voor degene die (het begaan van het slechte) tegenhoudt.
اَلَمۡ تَرَ کَیۡفَ فَعَلَ رَبُّکَ بِعَادٍ ۪ۙ﴿۶﴾
Alam tara kaifa fa'ala rabboeka bie'aad
89:6 Heb je niet gezien hoe je Heer tegen (het volk) Aad optrede,
اِرَمَ ذَاتِ الۡعِمَادِ ۪ۙ﴿۷﴾
Iramaa zaatiel 'iemaad
89:7 (en tegen) Iram (Ubar) de stad van de pilaren?
الَّتِیۡ لَمۡ یُخۡلَقۡ مِثۡلُہَا فِی الۡبِلَادِ ۪ۙ﴿۸﴾
Allatiee lam yoeghlaq miesloehaa fiel bielaad
89:8 Het zelfde is in geen enkel andere stad gebouwd.
وَ ثَمُوۡدَ الَّذِیۡنَ جَابُوا الصَّخۡرَ بِالۡوَادِ ۪ۙ﴿۹﴾
Wa samoedal lazieena djaaboes saghra biel waad
89:9 En (tegen het volk) Thamoed, die de rotsen in de valley uithiewen?
وَ فِرۡعَوۡنَ ذِی الۡاَوۡتَادِ ﴿۰۱﴾
Wa fier'awna ziel awtaad
89:10 En (tegen) Farao de bezitter van (een groot leger gestationeerd in tenten met) de (hoge) tentpalen?
الَّذِیۡنَ طَغَوۡا فِی الۡبِلَادِ ﴿۱۱﴾
Allazieena taghaw fiel bielaad
89:11 (Al deze waren degenen) Die in de steden buitensporig handelden,
فَاَکۡثَرُوۡا فِیۡہَا الۡفَسَادَ ﴿۲۱﴾
Fa aksaroe fieehal fasaad
89:12 en veel verderf erin aanrichtten.
فَصَبَّ عَلَیۡہِمۡ رَبُّکَ سَوۡطَ عَذَابٍ ﴿۳۱﴾
Fasabba 'alaihiem Rabboeka sawta 'azaab
89:13 Dus goten Wij over hen een enorme straf.
اِنَّ رَبَّکَ لَبِالۡمِرۡصَادِ ﴿۴۱﴾
Inna Rabbaka labiel miersaad
89:14 Zonder twijfel, jouw Heer is altijd aanwezig en ziet alles.
فَاَمَّا الۡاِنۡسَانُ اِذَا مَا ابۡتَلٰىہُ رَبُّہٗ فَاَکۡرَمَہٗ وَ نَعَّمَہٗ ۬ۙ فَیَقُوۡلُ رَبِّیۡۤ اَکۡرَمَنِ ﴿۵۱﴾
Fa ammal iensaanoe iezaa mab talaahoe Rabboehoe fa akramahoe wa na' 'amahoe fa yaqoeloe Rabbieee akraman
89:15 Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem beproeft met Zijn vrijgevigheid (dus rijkdom geeft) en een gemakkelijk leven geeft, dan zegt hij: "Mijn heer is gul voor mij."
وَ اَمَّاۤ اِذَا مَا ابۡتَلٰىہُ فَقَدَرَ عَلَیۡہِ رِزۡقَہٗ ۬ۙ فَیَقُوۡلُ رَبِّیۡۤ اَہَانَنِ ﴿۶۱﴾
Wa ammaaa iezaa mabtalaahoe faqadara 'alaihie riezqahoe fa yaqoeloe Rabbieee ahaanan
89:16 En wanneer Hij hem beproeft met beperkingen van zijn voorzieningen, dan zegt hij: "Mijn heer vernedert mij."
کَلَّا بَلۡ لَّا تُکۡرِمُوۡنَ الۡیَتِیۡمَ ﴿۷۱﴾
Kalla bal laa toekriemoeo nal yatieem
89:17 Zeker niet! Jullie zijn niet vrijgevig voor de wezen,
وَ لَا تَحٰٓضُّوۡنَ عَلٰی طَعَامِ الۡمِسۡکِیۡنِ ﴿۸۱﴾
Wa laa tahaaaddoena 'alaata'aamiel mieskieen
89:18 noch zagen jullie de behoefte om de armen te voeden,
وَ تَاۡکُلُوۡنَ التُّرَاثَ اَکۡلًا لَّمًّا ﴿۹۱﴾
Wa taakoeloenat toeraasa aklal lammaa
89:19 en jullie aten het gehele erfenis op, (Notitie: het werd niet geinvesteerd in goede daden voor de overledenen, "sadaqa jariya".)
وَّ تُحِبُّوۡنَ الۡمَالَ حُبًّا جَمًّا ﴿۰۲﴾
Wa toehiebboenal maala hoebban djammaa
89:20 en jullie hebben de intense liefde voor rijkdom.
کَلَّاۤ اِذَا دُکَّتِ الۡاَرۡضُ دَکًّا دَکًّا ﴿۱۲﴾
Kallaaa iezaaa doekkatiel ardoe dakkan dakka
89:21 Zeker niet! Wanneer de aarde vlak wordt gemaakt door schok op schok (schokgolven, trilling, bevingen, etc),
وَّ جَآءَ رَبُّکَ وَ الۡمَلَکُ صَفًّا صَفًّا ﴿۲۲﴾
Wa djaaa'a Rabboeka wal malakoe saffan saffaa
89:22 en jouw Heer en de engelen komen, rij na rij,
وَ جِایۡٓءَ یَوۡمَئِذٍۭ بِجَہَنَّمَ ۬ۙ یَوۡمَئِذٍ یَّتَذَکَّرُ الۡاِنۡسَانُ وَ اَنّٰی لَہُ الذِّکۡرٰی ﴿۳۲﴾
Wa djieee'a yawma'ieziem bie djahannnam; Yawma 'ieziey yatazakkaroel iensaanoe wa annaa lahoez ziekraa
89:23 en de hel op die dag zichtbaar wordt, dan zal de mens (zijn getuigenis, zie 7:172 en alles wat hij gedaan heeft) herrineren. Maar wat voor nut zal de herrinnering voor hem hebben?
یَقُوۡلُ یٰلَیۡتَنِیۡ قَدَّمۡتُ لِحَیَاتِیۡ ﴿۴۲﴾
Yaqoeloe yaa laitaniee qaddamtoe liehayaatiee
89:24 Hij zal zeggen: "Had ik maar mijn (eeuwige) leven opgebouwd."
فَیَوۡمَئِذٍ لَّا یُعَذِّبُ عَذَابَہٗۤ اَحَدٌ ﴿۵۲﴾
Fa Yawma ieziel laa yoe'azzieboe 'azaabahoeo ahad
89:25 Dus op die dag, niemand heeft gestraft zoals Hij (Allah) zal straffen,
وَّ لَا یُوۡثِقُ وَ ثَاقَہٗۤ اَحَدٌ ﴿۶۲﴾
Wa laa yoesieqoe wasaaqa hoeo ahad
89:26 en niemand heeft geboeid zoals Hij zal boeien.
یٰۤاَیَّتُہَا النَّفۡسُ الۡمُطۡمَئِنَّۃُ ﴿۷۲﴾
Yaaa ayyatoehan nafsoel moetma 'iennah
89:27 (Er zal tegen de gelovigen worden gezegd:) "O 'Nafs' (persoon/ego/eigen ik) in "Moetama-ienna" (rust, kalmte), "
ارۡجِعِیۡۤ اِلٰی رَبِّکِ رَاضِیَۃً مَّرۡضِیَّۃً ﴿۸۲﴾
Irdjie'ieee ielaa Rabbiekie raadieyatam mardieyyah
89:28 "keer terug naar jouw Heer, met (Allah's) tevredenheid en welbehagen,"
فَادۡخُلِیۡ فِیۡ عِبٰدِیۡ ﴿۹۲﴾
Fadghoeliee fiee 'iebaadiee
89:29 "betreed dus (de plek van) Mijn dienaren,"
وَ ادۡخُلِیۡ جَنَّتِیۡ ﴿۰۳﴾
Wadghoeliee djannatiee
89:30 "betreed Mijn paradijs."
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
لَاۤ اُقۡسِمُ بِہٰذَا الۡبَلَدِ ۙ﴿۱﴾
Laaa oeqsiemoe biehaazal balad
90:1 Nee! Ik zweer bij deze stad (Mekka),
وَ اَنۡتَ حِلٌّۢ بِہٰذَا الۡبَلَدِ ۙ﴿۲﴾
Wa anta hielloem biehaazal balad
90:2 en je bent vrij om te bewegen in deze stad waar je wil,
وَ وَالِدٍ وَّ مَا وَلَدَ ۙ﴿۳﴾
Wa waaliediew wa maa walad
90:3 en bij de vader en bij datgeen wat hij verwekte (de kinderen),
لَقَدۡ خَلَقۡنَا الۡاِنۡسَانَ فِیۡ کَبَدٍ ؕ﴿۴﴾
Laqad ghalaqnal iensaana fiee kabad
90:4 Zonder enige twijfel, Wij hebben de mens geschapen voor (het overbruggen van) moeilijkheden. (Notitie: het goed doorstaan van een beproeving brengt je dichterbij Allah.)
اَیَحۡسَبُ اَنۡ لَّنۡ یَّقۡدِرَ عَلَیۡہِ اَحَدٌ ۘ﴿۵﴾
Ayahsaboe al-lay yaqdiera 'alaihie ahad
90:5 Denkt hij dat niemand macht over hem heeft?
یَقُوۡلُ اَہۡلَکۡتُ مَالًا لُّبَدًا ؕ﴿۶﴾
Yaqoeloe ahlaktoe maalal loebadaa
90:6 Hij zal zeggen: "Ik heb veel rijkdom verspilt."
اَیَحۡسَبُ اَنۡ لَّمۡ یَرَہٗۤ اَحَدٌ ؕ﴿۷﴾
Ayahsaboe al lam yarahoeo ahad
90:7 Denkt hij dat niemand hem ziet?
اَلَمۡ نَجۡعَلۡ لَّہٗ عَیۡنَیۡنِ ۙ﴿۸﴾
Alam nadj'al lahoe 'aynayn
90:8 Hebben Wij niet twee ogen voor hem gemaakt,
وَ لِسَانًا وَّ شَفَتَیۡنِ ۙ﴿۹﴾
Wa liesaanaw wa shafatayn
90:9 een tong en twee lippen,
وَ ہَدَیۡنٰہُ النَّجۡدَیۡنِ ﴿۰۱﴾
Wa hadaynaahoen nadjdayn
90:10 en hem de twee paden gewezen? (Notitie: het makkelijke pad dat direct leidt tot Allah en het pad dat moeilijk leidt tot Allah).
فَلَا اقۡتَحَمَ الۡعَقَبَۃَ ﴿۱۱﴾
Falaq tahamal-'aqabah
90:11 Echter, hij heeft geen poging gewaagd om van het moeilijke pad af te komen.
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا الۡعَقَبَۃُ ﴿۲۱﴾
Wa maaa adraaka mal'aqabah
90:12 Hoe kan je van het moeilijke pad af te komen?
فَکُّ رَقَبَۃٍ ﴿۳۱﴾
Fakkoe raqabah
90:13 Door het bevrijden van een slaaf,
اَوۡ اِطۡعٰمٌ فِیۡ یَوۡمٍ ذِیۡ مَسۡغَبَۃٍ ﴿۴۱﴾
Aw iet'aamoen fiee yawmien ziee masghabah
90:14 of het voeden op een dag van hongersnood,
یَّتِیۡمًا ذَا مَقۡرَبَۃٍ ﴿۵۱﴾
Yatieeman zaa maqrabah
90:15 of (het onderhouden) van een verwante wees,
اَوۡ مِسۡکِیۡنًا ذَا مَتۡرَبَۃٍ ﴿۶۱﴾
Aw mieskieenan zaa matrabah
90:16 of het helpen van een behoeftige persoon die in moeilijkheid verkeerd .
ثُمَّ کَانَ مِنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ تَوَاصَوۡا بِالصَّبۡرِ وَ تَوَاصَوۡا بِالۡمَرۡحَمَۃِ ﴿۷۱﴾
Soemma kaana mienal lazieena aamanoe wa tawaasaw biessabrie wa tawaasaw bielmarhamah
90:17 Het (zijn de daden van) degene die geloven en die aanspoort om geduldig en barmhartig te zijn.
اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡمَیۡمَنَۃِ ﴿۸۱﴾
Oelaaa'ieka As-haaboel maimanah
90:18 Dat zijn degenen die behoren tot de aanwezigen aan de rechterzijde (op de dag des oordeels). (Notitie: zie 56:27)
وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِنَا ہُمۡ اَصۡحٰبُ الۡمَشۡـَٔمَۃِ ﴿۹۱﴾
Wallazieena kafaroe bie aayaatienaa hoem as-haaboel Mash'amah
90:19 Maar degenen die niet in Onze "Ayahs" (tekenen/verzen) geloven, zij behoren tot de aanwezigen aan de linkerzijde (op de dag des oordeels).
عَلَیۡہِمۡ نَارٌ مُّؤۡصَدَۃٌ ﴿۰۲﴾
Alaihiem naaroem moe'sadah
90:20 ze zullen rondom omringend zijn door het vuur.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الشَّمۡسِ وَ ضُحٰہَا ۪ۙ﴿۱﴾
Wash shamsie wa doehaa haa
91:1 Bij de zon en zijn heldere licht nadat hij volledig is opgekomen. (Notitie: in de Koran wordt de zon gebruikt als referentie voor profeten en de maan als volgelingen van de profeten.)
وَ الۡقَمَرِ اِذَا تَلٰىہَا ۪ۙ﴿۲﴾
Wal qamarie iezaa talaa haa
91:2 bij de maan wanneer het volgt, (Notitie: letterlijk, de opkomst van de maan, nadat de zon ondergegaan is. Figuurlijk, de gelovigen die de profeten volgen en het woord verkondigen.)
وَ النَّہَارِ اِذَا جَلّٰىہَا ۪ۙ﴿۳﴾
Wannahaarie iezaa djallaa haa
91:3 bij de dag wanneer het helder wordt, (Notitie: de analogie\gelijkenis van de dag, is een gezonde levensomgeving dat vruchten af werpt, dat veroorzaakt wordt door Taqwa, dus door het toepassen van de openbaring.)
وَ الَّیۡلِ اِذَا یَغۡشٰىہَا ۪ۙ﴿۴﴾
Wallailie iezaa yaghshaa haa
91:4 bij de nacht wanneer het (alles) bedekt met duisternis, (Notitie: de analogie\gelijkenis van de nacht, dus duisternis, wordt vergeleken met levensomgeving waarbij de openbaring niet wordt toegepast. Iedereen slaapt, wat een vorm van dood is. Er wordt geen vruchten afgeworpen. Door de eeuwen heen zie je dat de mensen van de duisternis naar het licht gaan (naar de openbaring) en van het licht naar het duisternis (afwenden van de openbaring). Net zoals de overgang van dag en nacht.)
وَ السَّمَآءِ وَ مَا بَنٰہَا ۪ۙ﴿۵﴾
Wassamaaa'ie wa maa banaahaa
91:5 bij de hemel en hoe (perfect) deze is opgebouwd,
وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا طَحٰہَا ۪ۙ﴿۶﴾
Wal ardie wa maa tahaahaa
91:6 bij het land en hoe (perfect) deze is verspreid,
وَ نَفۡسٍ وَّ مَا سَوّٰىہَا ۪ۙ﴿۷﴾
Wa nafsiew wa maa sawwaahaa
91:7 en bij de "Nafs" (persoon) en hoe (perfect) deze is gevormd.
فَاَلۡہَمَہَا فُجُوۡرَہَا وَ تَقۡوٰىہَا ۪ۙ﴿۸﴾
Fa-alhamahaa foedjoerahaa wa taqwaahaa
91:8 Hij heeft het opgezadeld met de drang voor het slechte en met "Taqwa" (bewust zijn van de constante aanwezigheid van Allah). (Notitie: een persoon waarbij de "Taqwa" niet overheerst zal veel slechte daden begaan.)
قَدۡ اَفۡلَحَ مَنۡ زَکّٰىہَا ۪ۙ﴿۹﴾
Qad aflaha man zakkaahaa
91:9 Zonder twijfel, degene die het zuivert is geslaagd, (Notitie: de drang naar het slechte kan gezuiverd worden door de Taqwa te verhogen.)
وَ قَدۡ خَابَ مَنۡ دَسّٰىہَا ﴿۰۱﴾
Wa qad ghaaba man dassaahaa
91:10 en degene die het vervuilt faalt.
کَذَّبَتۡ ثَمُوۡدُ بِطَغۡوٰىہَاۤ ﴿۱۱﴾
Kazzabat Samoedoe bie taghwaahaaa
91:11 (Het volk) Thamoed verwierp (de waarheid) vanwege hun overtredingen.
اِذِ انۡۢبَعَثَ اَشۡقٰہَا ﴿۲۱﴾
Iziem ba'asa ashqaahaa
91:12 Toen de grootste misdadiger van hen werd gestuurd (om de kameel te doden),
فَقَالَ لَہُمۡ رَسُوۡلُ اللّٰہِ نَاقَۃَ اللّٰہِ وَ سُقۡیٰہَا ﴿۳۱﴾
Faqaala lahoem Rasoeloel laahie naaqatal laahie wa soeqieyaahaa
91:13 zei de boodschapper van Allah tot hen: "Het is de vrouwtjes kameel van Allah en het is haar drinken!"
فَکَذَّبُوۡہُ فَعَقَرُوۡہَا ۪۬ۙ فَدَمۡدَمَ عَلَیۡہِمۡ رَبُّہُمۡ بِذَنۡۢبِہِمۡ فَسَوّٰىہَا ﴿۴۱﴾
Fakazzaboehoe fa'aqaroehaa fadamdama 'alaihiem Rabboehoem biezambiehiem fasaw waahaa
91:14 Maar ze luisterden niet naar hem en doden haar. Dus vernietigde hun Heer hem voor hun zonden en maakte hen met de grond gelijk.
وَ لَا یَخَافُ عُقۡبٰہَا ﴿۵۱﴾
Wa laa yaghaafoe'oeqbaahaa
91:15 En hij (degene die de kameel doodde,) had geen vrees voor de gevolgen (van zijn daad). (Notitie: de drang naar het slechte overheerste bij deze persoon omdat hij geen "Taqwa" meer had.)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الَّیۡلِ اِذَا یَغۡشٰی ۙ﴿۱﴾
Wallailie iezaa yaghshaa
92:1 Bij de nacht wanneer hij (al hetgeen) bedekt (met duisternis),
وَ النَّہَارِ اِذَا تَجَلّٰی ۙ﴿۲﴾
Wannahaarie iezaa tadjalla
92:2 bij de dag wanneer het straalt,
وَ مَا خَلَقَ الذَّکَرَ وَ الۡاُنۡثٰۤی ۙ﴿۳﴾
Wa maa ghalaqaz zakara wal oenthaa
92:3 Hij heeft het mannelijke en het vrouwelijke (van elk iets) geschapen.
اِنَّ سَعۡیَکُمۡ لَشَتّٰی ؕ﴿۴﴾
Inna sa'yakoem lashattaa
92:4 Zonder twijfel, het is zeer divers waar jullie naartoe streven.
فَاَمَّا مَنۡ اَعۡطٰی وَ اتَّقٰی ۙ﴿۵﴾
Fa ammaa man a'taa wattaqaa
92:5 Wat betreft degene die geeft en (de straf van Allah) vreest,
وَ صَدَّقَ بِالۡحُسۡنٰی ۙ﴿۶﴾
Wa saddaqa biel hoesnaa
92:6 en die het beste (de openbaring) bevestigt/accepteert,
فَسَنُیَسِّرُہٗ لِلۡیُسۡرٰی ؕ﴿۷﴾
Fasanoe yassieroehoe lielyoesraa
92:7 dan zullen Wij het (datgeen waarnaar hij streeft) voor hem makkelijk maken.
وَ اَمَّا مَنۡۢ بَخِلَ وَ اسۡتَغۡنٰی ۙ﴿۸﴾
Wa ammaa man baghiela wastaghnaa
92:8 En wat betreft degene die niet uitgeeft en zichzelf als behoefteloos beschouwd,
وَ کَذَّبَ بِالۡحُسۡنٰی ۙ﴿۹﴾
Wa kazzaba biel hoesnaa
92:9 en die het beste (de openbaring) verwerpt,
فَسَنُیَسِّرُہٗ لِلۡعُسۡرٰی ﴿۰۱﴾
Fasanoe yassieroehoe liel'oesraa
92:10 dan zullen Wij het (datgeen waarnaar hij streeft) voor hem makkelijk maken.
وَ مَا یُغۡنِیۡ عَنۡہُ مَا لُہٗۤ اِذَا تَرَدّٰی ﴿۱۱﴾
Wa maa yoeghniee 'anhoe maaloehoeo iezaa taraddaa
92:11 Zijn rijkdom zal hem niet baten wanner hij faalt.
اِنَّ عَلَیۡنَا لَلۡہُدٰی ﴿۲۱﴾
Inna 'alainaa lal hoedaa
92:12 Zonder twijfel op Ons rust het leiden.
وَ اِنَّ لَنَا لَلۡاٰخِرَۃَ وَ الۡاُوۡلٰی ﴿۳۱﴾
Wa ienna lanaa lal Aaghierata wal oelaa
92:13 Het hiernamaals en het eerste (wereldse leven) behoren aan Ons toe.
فَاَنۡذَرۡتُکُمۡ نَارًا تَلَظّٰی ﴿۴۱﴾
Fa anzartoekoem naaran talazzaa
92:14 Dus Ik waarschuw jullie voor een vuur met veel woede,
لَا یَصۡلٰىہَاۤ اِلَّا الۡاَشۡقَی ﴿۵۱﴾
Laa yaslaahaaa iellal ashqaa
92:15 Alleen de slechte zal erin branden,
الَّذِیۡ کَذَّبَ وَ تَوَلّٰی ﴿۶۱﴾
Allaziee kazzaba wa tawallaa
92:16 dat zijn degenen die verwierpen en zich afkeerden.
وَ سَیُجَنَّبُہَا الۡاَتۡقَی ﴿۷۱﴾
Wa sa yoedjannnaboehal atqaa
92:17 Maar de rechtvaardige persoon zal zich er ver vandaan bevinden,
الَّذِیۡ یُؤۡتِیۡ مَالَہٗ یَتَزَکّٰی ﴿۸۱﴾
Allaziee yoe'tiee maalahoe yatazakkaa
92:18 dat is degene die zijn geld weggeeft om zich te zuiveren.
وَ مَا لِاَحَدٍ عِنۡدَہٗ مِنۡ نِّعۡمَۃٍ تُجۡزٰۤی ﴿۹۱﴾
Wa maa lie ahadien 'iendahoe mien nie'matien toedjzaaa
92:19 En niemand beloont hem voor een gunst (die hij doet),
اِلَّا ابۡتِغَآءَ وَجۡہِ رَبِّہِ الۡاَعۡلٰی ﴿۰۲﴾
Illab tieghaaa'a wadjhie rabbiehiel a 'laa
92:20 (hij doet het) alleen voor het zoeken naar de tevredenheid van zijn Heer, de meest Verhevene.
وَ لَسَوۡفَ یَرۡضٰی ﴿۱۲﴾
Wa lasawfa yardaa
92:21 Spoedig zal hij tevreden zijn.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الضُّحٰی ۙ﴿۱﴾
Wad doehaa
93:1 Bij de heldere licht van de zon nadat hij volledig is opgekomen,
وَ الَّیۡلِ اِذَا سَجٰی ۙ﴿۲﴾
Wal lailie ieza sadjaa
93:2 bij de nacht wanneer het (al hetgeen) bedekt met duisternis,
مَا وَدَّعَکَ رَبُّکَ وَ مَا قَلٰی ؕ﴿۳﴾
Ma wad da'aka rabboeka wa ma qalaa
93:3 Jouw Heer heeft je niet verlaten, noch is Hij ontevreden (over jou).
وَ لَلۡاٰخِرَۃُ خَیۡرٌ لَّکَ مِنَ الۡاُوۡلٰی ؕ﴿۴﴾
Walal-aaghieratoe ghairoel laka mienal-oela
93:4 Zonder twijfel, het (leven in het) hiernamaals is beter voor jou dan de eerste.
وَ لَسَوۡفَ یُعۡطِیۡکَ رَبُّکَ فَتَرۡضٰی ؕ﴿۵﴾
Wa la sawfa y'oetieeka rabboeka fatarda
93:5 Spoedig zal jouw Heer geven, dan zal je tevreden zijn.
اَلَمۡ یَجِدۡکَ یَتِیۡمًا فَاٰوٰی ۪﴿۶﴾
Alam ya djiedka yatieeman fa aawaa
93:6 Heeft Hij je niet als wees aan getroffen en onderdak verschaft?
وَ وَجَدَکَ ضَآلًّا فَہَدٰی ۪﴿۷﴾
Wa wa djadaka daal lan fahada
93:7 Hij trof je verdwaald aan, dus Hij leidde jou.
وَ وَجَدَکَ عَآئِلًا فَاَغۡنٰی ؕ﴿۸﴾
Wa wa djadaka 'aa-ielan fa aghnaa
93:8 Hij trof you behoeftig aan en maakte (jou) zelfvoorzienend.
فَاَمَّا الۡیَتِیۡمَ فَلَا تَقۡہَرۡ ؕ﴿۹﴾
Fa am mal yatieema fala taqhar
93:9 Dus wat de wees betreft, onderdruk hem niet,
وَ اَمَّا السَّآئِلَ فَلَا تَنۡہَرۡ ﴿۰۱﴾
Wa am mas saa-iela fala tanhar
93:10 en wat degene betreft die vraagt, snauw hem niet af,
وَ اَمَّا بِنِعۡمَۃِ رَبِّکَ فَحَدِّثۡ ﴿۱۱﴾
Wa amma bie nie'matie rabbieka fahad dieth
93:11 en verkondig de gunsten van jou Heer.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اَلَمۡ نَشۡرَحۡ لَکَ صَدۡرَکَ ۙ﴿۱﴾
Alam nashrah laka sadrak
94:1 Hebben Wij jouw borst (hart) niet geopend?
وَ وَضَعۡنَا عَنۡکَ وِزۡرَکَ ۙ﴿۲﴾
Wa wa d'ana 'an-ka wiezrak
94:2 Wij hebben jouw lasten verwijderd,
الَّذِیۡۤ اَنۡقَضَ ظَہۡرَکَ ۙ﴿۳﴾
Allaziee anqada zahrak
94:3 welke jouw rug belaste.
وَ رَفَعۡنَا لَکَ ذِکۡرَکَ ؕ﴿۴﴾
Wa raf 'ana laka ziekrak
94:4 En Wij hebben jouw status verhoogd. (Notitie: elke moment wordt ergens op de wereld de "Azaan" gedaan en wordt dug getuigt dat Mohammed v.z.m.h. de boodschapper van Allah is.)
فَاِنَّ مَعَ الۡعُسۡرِ یُسۡرًا ۙ﴿۵﴾
Fa ienna ma'al oesrie yoesra
94:5 Dus zonder twijfel, na de moeilijke tijd komt gemak.
اِنَّ مَعَ الۡعُسۡرِ یُسۡرًا ؕ﴿۶﴾
Inna ma'al 'oesrie yoesra
94:6 Zonder twijfel, na de moeilijke tijd komt gemak.
فَاِذَا فَرَغۡتَ فَانۡصَبۡ ۙ﴿۷﴾
Fa ieza faragh ta fansab
94:7 Dus wanneer je klaar bent (met een opdracht), werk dan verder,
وَ اِلٰی رَبِّکَ فَارۡغَبۡ ﴿۸﴾
Wa ielaa rabbieka far ghab
94:8 en keer jouw aandacht naar jouw Heer toe.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ التِّیۡنِ وَ الزَّیۡتُوۡنِ ۙ﴿۱﴾
Wat tieenie waz zaitoen
95:1 Bij de vijg en de olijf, (Notitie: Allah zweert bij de plek, het land van vijgen en olijfen, waar de openbaring van Isa v.z.m.h. begon.)
وَ طُوۡرِ سِیۡنِیۡنَ ۙ﴿۲﴾
Wa toerie sienieen
95:2 bij de berg Sinaï, (Notitie: Allah zweert bij de plek waar de openbaring van Moesa v.z.m.h. begon.)
وَ ہٰذَا الۡبَلَدِ الۡاَمِیۡنِ ۙ﴿۳﴾
Wa haazal balad-iel amieen
95:3 en bij deze veilige stad (Mekka), (Notitie: Allah zweert bij de plek waar de openbaring van Mohammed v.z.m.h. begon.)
لَقَدۡ خَلَقۡنَا الۡاِنۡسَانَ فِیۡۤ اَحۡسَنِ تَقۡوِیۡمٍ ۫﴿۴﴾
Laqad ghalaqnal iensaana fiee ahsanie taqwieem
95:4 zonder twijfel, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen,
ثُمَّ رَدَدۡنٰہُ اَسۡفَلَ سٰفِلِیۡنَ ۙ﴿۵﴾
Thoemma ra dad naahoe asfala saafielieen
95:5 Vervolgens, hebben Wij hem afgestoten naar het laagste van de laagste (de hel),
اِلَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَلَہُمۡ اَجۡرٌ غَیۡرُ مَمۡنُوۡنٍ ؕ﴿۶﴾
Ill-lal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie; falahoem adjroen ghairoe mamnoen
95:6 Behalve degenen die geloven en goede daden doen. Voor hen is er een beloning die nooit zal eindigen.
فَمَا یُکَذِّبُکَ بَعۡدُ بِالدِّیۡنِ ؕ﴿۷﴾
Fama yoe kaz zieboeka b'adoe bied dieen
95:7 Dan, wat veroorzaakt jou om hierna (na de openbaringen) de (ulitieme) berechting te verwerpen?
اَلَیۡسَ اللّٰہُ بِاَحۡکَمِ الۡحٰکِمِیۡنَ ﴿۸﴾
Alai sal laahoe bie-ahkamiel haakiemieen
95:8 Is Allah niet de meest rechtvaardige Rechter?
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِقۡرَاۡ بِاسۡمِ رَبِّکَ الَّذِیۡ خَلَقَ ۚ﴿۱﴾
Iqra biesmie rab biekal laziee ghalaq
96:1 Verkondig in de naam van jouw Heer, de Schepper.
خَلَقَ الۡاِنۡسَانَ مِنۡ عَلَقٍ ۚ﴿۲﴾
ghalaqal iensaana mien 'alaq
96:2 Die de mens uit 'Alaq' (aantal samen geklonteerde cellen die zich vasthechten aan de baarmoeder) schiep.
اِقۡرَاۡ وَ رَبُّکَ الۡاَکۡرَمُ ۙ﴿۳﴾
Iqra wa rab boekal akram
96:3 Verkondig, want jouw Heer is meest Genereus\Gul,
الَّذِیۡ عَلَّمَ بِالۡقَلَمِ ۙ﴿۴﴾
Al laziee 'allama biel qalam
96:4 Die (de mens) door middel van de pen onderwees.
عَلَّمَ الۡاِنۡسَانَ مَا لَمۡ یَعۡلَمۡ ؕ﴿۵﴾
'Al lamal iensaana ma lam y'alam
96:5 Hij onderwees de mens datgeen wat hij niet kende,
کَلَّاۤ اِنَّ الۡاِنۡسَانَ لَیَطۡغٰۤی ۙ﴿۶﴾
Kallaa iennal iensaana layatghaa
96:6 Nee! Voorzeker, de mens is zonder twijfel ongehoorzaam,
اَنۡ رَّاٰہُ اسۡتَغۡنٰی ﴿۷﴾
Ar-ra aahoes taghnaa
96:7 Omdat hij zich als zelfvoorzienend ziet.
اِنَّ اِلٰی رَبِّکَ الرُّجۡعٰی ؕ﴿۸﴾
Innna ielaa rabbiekar roedj'aa
96:8 Voorzeker, tot jouw Heer is de terugkeer.
اَرَءَیۡتَ الَّذِیۡ یَنۡہٰی ۙ﴿۹﴾
Ara-aital laziee yanhaa
96:9 Heb je degene gezien die (datgeen) verbiedt,
عَبۡدًا اِذَا صَلّٰی ﴿۰۱﴾
'Abdan ieza sallaa
96:10 wanneer een dienaar "Sallah" (contact maakt met Allah)?
اَرَءَیۡتَ اِنۡ کَانَ عَلَی الۡہُدٰۤی ﴿۱۱﴾
Ara-aita ien kana 'alal hoedaa
96:11 Heb je gezien of hij de leiding volgt,
اَوۡ اَمَرَ بِالتَّقۡوٰی ﴿۲۱﴾
Aw amara biet taqwaa
96:12 of dat hij het goede beveelt?
اَرَءَیۡتَ اِنۡ کَذَّبَ وَ تَوَلّٰی ﴿۳۱﴾
Ara-aita ien kaz zaba wa ta walla
96:13 Heb je gezien of hij (de boodschap) verwerpt of het ontwijkt?
اَلَمۡ یَعۡلَمۡ بِاَنَّ اللّٰہَ یَرٰی ﴿۴۱﴾
Alam y'alam bie-an nal lahaa yaraa
96:14 Weet hij (dan) niet dat Allah alles ziet?
کَلَّا لَئِنۡ لَّمۡ یَنۡتَہِ ۬ۙ لَنَسۡفَعًۢا بِالنَّاصِیَۃِ ﴿۵۱﴾
Kalla la iellam yantahie la nasfa'am bien nasieyah
96:15 Nee! Wanneer hij niet stopt, dan zullen Wij hem zeker bij zijn voorhoofd grijpen!
نَاصِیَۃٍ کَاذِبَۃٍ خَاطِئَۃٍ ﴿۶۱﴾
Nasieyatien kazie batien ghaatieah
96:16 Een voorhoofd dat (alleen) liegt en zondigt!
فَلۡیَدۡعُ نَادِیَہٗ ﴿۷۱﴾
Fal yad'oe naadieyah
96:17 Laat hem dan maar zijn raadgevers roepen.
سَنَدۡعُ الزَّبَانِیَۃَ ﴿۸۱﴾
Sanad 'oez zabaanieyah
96:18 Wij zullen de engelen van de hel roepen. (Notitie: het betreft de engelen die de hel bewaken.)
کَلَّا ؕ لَا تُطِعۡہُ وَ اسۡجُدۡ وَ اقۡتَرِبۡ ﴿۹۱﴾
Kalla; la toetie'hoe wasdjoed waqtarieb
96:19 Zeker niet! Gehoorzaam hem niet! Maar prostreer (voor Allah) en breng jezelf dichterbij (Allah).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنٰہُ فِیۡ لَیۡلَۃِ الۡقَدۡرِ ۚ﴿۱﴾
Innaa anzalnaahoe fiee lailatiel qadr
97:1 Zonder enige twijfel, Wij zonden het (de volledige openbaring van de Koran) in de nacht van Al-Qadr ("de lotten") neer. (Notitie: De volledige openbaring van de Koran is vanuit de Lawh Al-Mahfuz, de moeder van alle boeken, die nacht neer gezonden naar de eerste hemel. Vervolgens heeft Jibriel, de uitvoerende engel, zie 26:193-195, de opdracht van het verkondigen aan de profeet Mohammed gedurende 23 jaar uitgevoerd. In de nacht van de lotten (Al-Qadr), dalen de lotten van ieder persoon vanuit de Lawh Al-Mahfuz neer naar de eerste hemel. Vervolgens worden de opdrachten die voor dat jaar zijn vast gelegd, door de uitvoerende engelen dat jaar gedaan. Zie ook 44:3-4.)
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا لَیۡلَۃُ الۡقَدۡرِ ؕ﴿۲﴾
Wa maa adraaka ma lailatoel qadr
97:2 Hoe kan je weten wat de nacht van de Qadr (de lotten) is?
لَیۡلَۃُ الۡقَدۡرِ ۬ۙ خَیۡرٌ مِّنۡ اَلۡفِ شَہۡرٍ ؕ﴿۳﴾
Lailatoel qadrie ghairoem mien alfiee shahr
97:3 (De aanbidding in) De nacht van de "Qadr" is beter dan dat van duizend maanden. (Notitie: de aanbidding in deze nacht is gelijk aan de aanbidding van duizend maanden, omdat elke aanbidding getuigt wordt door duizenden\mijoenen engelen.)
تَنَزَّلُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ الرُّوۡحُ فِیۡہَا بِاِذۡنِ رَبِّہِمۡ ۚ مِنۡ کُلِّ اَمۡرٍ ۙ﴿۴﴾
Tanaz zaloel malaa-iekatoe war roehoe fieeha bie ieznie-rab biehiem mien koellie amr
97:4 (De nacht) daarin, dalen de engelen en de "Ruh" (Jibriel/Gabriël) neer door het gebod van hun Heer voor elke zaak (dat staat vast gelegd in de lotten en vervolgens wordt het door gegeven aan de uitvoerende engel).
سَلٰمٌ ۟ۛ ہِیَ حَتّٰی مَطۡلَعِ الۡفَجۡرِ ﴿۵﴾
Salaamoen hieya hattaa mat la'iel fadjr
5. Vrede heerst er, tot het aanbreken van de ochtendschemering ('Fadjr').
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
لَمۡ یَکُنِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ وَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ مُنۡفَکِّیۡنَ حَتّٰی تَاۡتِیَہُمُ الۡبَیِّنَۃُ ۙ﴿۱﴾
Lam ya koeniel lazieena kafaroe mien ahliel kietaabie wal moeshrie kieena moen fak kieena hattaa ta-tieya hoemoel bayyienah
98:1 De ongelovigen onder de mensen van het boek en de afgoddienaren waren niet van plan om het (hun levenswijze) op te geven, totdat het duidelijke bewijs zou komen,
رَسُوۡلٌ مِّنَ اللّٰہِ یَتۡلُوۡا صُحُفًا مُّطَہَّرَۃً ۙ﴿۲﴾
Rasoeloem mienal laahie yatloe soehoefam moetahharah
98:2 (het bewijs van) een boodschapper van Allah die reine schriften voordraagt,
فِیۡہَا کُتُبٌ قَیِّمَۃٌ ؕ﴿۳﴾
Fieeha koetoeboen qaiyiemah
98:3 waarin het juiste in staat geschreven. (Notitie: het Joodse volk zit nog steeds te wachten op de verlosser.)
وَ مَا تَفَرَّقَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡہُمُ الۡبَیِّنَۃُ ؕ﴿۴﴾
Wa maa tafarraqal lazieena oetoel kietaaba iel-la miem b'adie ma djaa-at hoemoel baiyyienah
98:4 Maar toen het duidelijke bewijs tot hen kwam (de profeet Mohammed v.z.m.h.) werden ze onenig en verdeelden ze zichzelf in groepen.
وَ مَاۤ اُمِرُوۡۤا اِلَّا لِیَعۡبُدُوا اللّٰہَ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ۬ۙ حُنَفَآءَ وَ یُقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ یُؤۡتُوا الزَّکٰوۃَ وَ ذٰلِکَ دِیۡنُ الۡقَیِّمَۃِ ؕ﴿۵﴾
Wa maa oemieroe iel-la liey'aboe doel laaha moeghliesieena lahoed-dieena hoena faa-a wa yoeqieemoes salaata wa yoe-toez zakaata; wa zaalieka dieenoel qaiyiemah
98:5 Echter, Ze werden alleen opgeroepen om Allah te aanbidden, oprecht naar Hem te zijn in de "Dien" (levenswijze), de "Salaat" (het gebed) te onderhouden, en de "Zakaat" (arme belasting) te geven. Dat is de juiste "Dien" (levenswijze).
اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ وَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ فِیۡ نَارِ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ اُولٰٓئِکَ ہُمۡ شَرُّ الۡبَرِیَّۃِ ؕ﴿۶﴾
Innal lazieena kafaroe mien ahliel kietaabie wal moeshrie kieena fiee narie djahan nama ghaalie dieena fieeha; oelaa-ieka hoem shar roel ba rieeyah
98:6 Zonder twijfel, de ongelovigen onder de mensen van het boek en de afgoddienaren zullen in het vuur van de hel voor eeuwig in verblijven. Zij zijn de ergste van alle scheppingen.
اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ ۙ اُولٰٓئِکَ ہُمۡ خَیۡرُ الۡبَرِیَّۃِ ؕ﴿۷﴾
Innal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie oela-ieka hoem ghairoel barieey yah
98:7 Waarlijk, degenen die geloven en goede daden doen, dat zijn degenen die de beste zijn van alle schepingen.
جَزَآؤُہُمۡ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ جَنّٰتُ عَدۡنٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ رَضِیَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ وَ رَضُوۡا عَنۡہُ ؕ ذٰلِکَ لِمَنۡ خَشِیَ رَبَّہٗ ﴿۸﴾
djazaa-oehoem ienda rabbiehiem djan naatoe 'adnien tadjriee mien tahtiehal an haaroe ghaliedieena fieeha abada; radiey-yallaahoe 'anhoem wa ra doe 'an zaalieka lieman ghashieya rabbah.
98:8 Hun beloning is bij hun Heer, tuinen van eeuwigheid, waaronder rivieren stromen, eeuwig blijvend erin. Allah is tevreden met hen en zij zullen blij met Allah zijn. Dat is voor degenen die zijn Heer vreest.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِذَا زُلۡزِلَتِ الۡاَرۡضُ زِلۡزَالَہَا ۙ﴿۱﴾
Izaa zoel zielatiel ardoe ziel zaalaha
99:1 Wanneer de aarde wordt geschud door haar (eigen) beving,
وَ اَخۡرَجَتِ الۡاَرۡضُ اَثۡقَالَہَا ۙ﴿۲﴾
Wa agh radjatiel ardoe athqaalaha
99:2 en haar lasten uitwerpt,
وَ قَالَ الۡاِنۡسَانُ مَا لَہَا ۚ﴿۳﴾
Wa qaalal iensaanoe ma laha
99:3 en de mens zeggen zal: "Wat is er met haar aan de hand?",
یَوۡمَئِذٍ تُحَدِّثُ اَخۡبَارَہَا ۙ﴿۴﴾
Yawmaa iezien toehaddiethoe aghbaaraha
99:4 dan, op die dag zal ze (de aarde) vertellen,
بِاَنَّ رَبَّکَ اَوۡحٰی لَہَا ؕ﴿۵﴾
Bie-anna rabbaka awhaa laha
99:5 want jouw Heer heeft haar geïnspireerd (om te kunnen vertellen).
یَوۡمَئِذٍ یَّصۡدُرُ النَّاسُ اَشۡتَاتًا ۬ۙ لِّیُرَوۡا اَعۡمَالَہُمۡ ؕ﴿۶﴾
Yawma ieziey yas doeroen naasoe ash tatal lieyoeraw a'maalahoem
99:6 Op die dag zal de mens voortgaan in verdeelde groepen om hun daden getoond te krijgen (de berechting).
فَمَنۡ یَّعۡمَلۡ مِثۡقَالَ ذَرَّۃٍ خَیۡرًا یَّرَہٗ ؕ﴿۷﴾
Famaiy ya'mal miethqala zarratien ghai raiy-yarah
99:7 Dus wie goed doet, zelfs als het gelijk is aan het gewicht van een atoom, zal het zien.
وَ مَنۡ یَّعۡمَلۡ مِثۡقَالَ ذَرَّۃٍ شَرًّا یَّرَہٗ ﴿۸﴾
Wa maiy-y'amal miethqala zarratien sharraiy-yarah
99:8 En wie slecht doet, zelfs als het gelijk is aan het gewicht van een atoom, zal het zien.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الۡعٰدِیٰتِ ضَبۡحًا ۙ﴿۱﴾
Wal'aadie yaatie dabha
100:1 Bij de (paarden) die rennen met krachtig ademhaling, (Notitie: iedere keer als het paard landt, wordt er ongeveer 8 liter lucht uit de longen via de luchtwegen naar buiten gedrukt. Het lichaamsgewicht en de schok van de landing zorgen bij iedere stap voor een duidelijk hoorbare ‘puf’.)
فَالۡمُوۡرِیٰتِ قَدۡحًا ۙ﴿۲﴾
Fal moerie yaatie qadha
100:2 die vonken uit de hoeven voortbrengen,
فَالۡمُغِیۡرٰتِ صُبۡحًا ۙ﴿۳﴾
Fal moeghieeraatie soebha
100:3 die in de ochtend aanvallen,
فَاَثَرۡنَ بِہٖ نَقۡعًا ۙ﴿۴﴾
Fa atharna biehiee naq'a
100:4 en daarbij stof doen opwerpen,
فَوَسَطۡنَ بِہٖ جَمۡعًا ۙ﴿۵﴾
Fawa satna biehiee djam'a
100:5 die diep door het midden van het leger\mensenmassa doordringen.
اِنَّ الۡاِنۡسَانَ لِرَبِّہٖ لَکَنُوۡدٌ ۚ﴿۶﴾
Innal-iensana lierabbiehiee lakanoed
100:6 Zonder twijfel, de mens is ondankbaar tegen zijn Heer,
وَ اِنَّہٗ عَلٰی ذٰلِکَ لَشَہِیۡدٌ ۚ﴿۷﴾
Wa iennahoe 'alaa zaalieka la shahieed
100:7 hij is daar zelf een getuige van.
وَ اِنَّہٗ لِحُبِّ الۡخَیۡرِ لَشَدِیۡدٌ ؕ﴿۸﴾
Wa iennahoe liehoebbiel ghairie la shadieed
100:8 De liefde naar rijkdom is zeer intens bij hem.
اَفَلَا یَعۡلَمُ اِذَا بُعۡثِرَ مَا فِی الۡقُبُوۡرِ ۙ﴿۹﴾
Afala ya'lamoe ieza b'oethiera ma fielqoeboer
100:9 Weet hij dan niet dat de graven worden geledigd,
وَ حُصِّلَ مَا فِی الصُّدُوۡرِ ﴿۰۱﴾
Wa hoessiela maa fies soedoer
100:10 en dat datgeen wat in de harten is bekend wordt gemaakt?
اِنَّ رَبَّہُمۡ بِہِمۡ یَوۡمَئِذٍ لَّخَبِیۡرٌ ﴿۱۱﴾
Inna rabbahoem biehiem yawma 'iezien laghabieer
100:11 Op die dag, is hun Heer volledig op de hoogte van hen.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اَلۡقَارِعَۃُ ۙ﴿۱﴾
Al qaarie'ah
101:1 De "Qariah". (Notitie: Qariah betekent letterlijk stoot, klap, bons, etc. Qariah is een andere naam voor de dag des oordeels.)
مَا الۡقَارِعَۃُ ۚ﴿۲﴾
Mal qaarieah
101:2 Wat is de "Qariah"?
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا الۡقَارِعَۃُ ؕ﴿۳﴾
Wa maa adraaka mal qaarie'ah
101:3 Hoe kan je weten wat de "Qariah" is?
یَوۡمَ یَکُوۡنُ النَّاسُ کَالۡفَرَاشِ الۡمَبۡثُوۡثِ ۙ﴿۴﴾
Yawma ya koenoen naasoe kal farashiel mabthoeth
101:4 Het is dag waarop de mensen verspreid zijn,
وَ تَکُوۡنُ الۡجِبَالُ کَالۡعِہۡنِ الۡمَنۡفُوۡشِ ؕ﴿۵﴾
Wa ta koenoel djiebaloe kal 'iehniel manfoesh
101:5 en de bergen als plukjes wol zijn.
فَاَمَّا مَنۡ ثَقُلَتۡ مَوَازِیۡنُہٗ ۙ﴿۶﴾
Fa-amma man thaqoelat mawa zieenoeh
101:6 Dan wat betreft degene waarvan de schaal (van de goede daden op de weegschaal) zwaar is,
فَہُوَ فِیۡ عِیۡشَۃٍ رَّاضِیَۃٍ ؕ﴿۷﴾
Fahoewa fiee 'ieshatier raadieyah
101:7 hij zal een plezierig leven hebben.
وَ اَمَّا مَنۡ خَفَّتۡ مَوَازِیۡنُہٗ ۙ﴿۸﴾
Wa amma man ghaffat mawa zieenoeh
101:8 Maar wat betreft degene waarvan zijn schaal (van de goede daden op de weegschaal) licht is,
فَاُمُّہٗ ہَاوِیَۃٌ ؕ﴿۹﴾
Fa-oemmoehoe haawieyah
101:9 zijn verblijfplaats zal "Haawiya' zijn.
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا ہِیَہۡ ﴿۰۱﴾
Wa maa adraaka maa hieyah
101:10 Hoe kan je weten wat het is?
نَارٌ حَامِیَۃٌ ﴿۱۱﴾
Naaroen hamieyah
101:11 Het is een intens hete vuur.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اَلۡہٰکُمُ التَّکَاثُرُ ۙ﴿۱﴾
Al haakoe moet takathoer
102:1 De competitie om meer te verkrijgen leidt jullie af (van het gedenken van Allah),
حَتّٰی زُرۡتُمُ الۡمَقَابِرَ ؕ﴿۲﴾
Hatta zoertoemoel-maqaabier
102:2 totdat jullie in de graven zijn.
کَلَّا سَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ۙ﴿۳﴾
Kalla sawfa ta'lamoen
102:3 Zeker niet! Spoedig zullen jullie het weten!
ثُمَّ کَلَّا سَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ؕ﴿۴﴾
Thoemma kalla sawfa ta'lamoen
102:4 Nogmaals, zeker niet! Spoedig zullen jullie het weten!
کَلَّا لَوۡ تَعۡلَمُوۡنَ عِلۡمَ الۡیَقِیۡنِ ؕ﴿۵﴾
Kalla law ta'lamoena 'ielmal yaqieen
102:5 In geen enkel geval! Indien jullie de overtuigde kennis verkrijgen, (Notitie: het moment dat we dood zijn zullen we alles duidelijk kunnen zien.)
لَتَرَوُنَّ الۡجَحِیۡمَ ۙ﴿۶﴾
Latara-woen nal djahieem
102:6 dan zullen jullie de hel zeker zien. (Notitie: ze worden er in de ochtend en in de avond aan blootgesteld, zie 40:46.)
ثُمَّ لَتَرَوُنَّہَا عَیۡنَ الۡیَقِیۡنِ ۙ﴿۷﴾
Thoemma latara woennaha 'ainal yaqieen
102:7 Vervolgens, zullen jullie het (op de dag des oordeels) met de eigen ogen overtuigend zien. (Notitie: zie 6:30, 46:34)
ثُمَّ لَتُسۡـَٔلُنَّ یَوۡمَئِذٍ عَنِ النَّعِیۡمِ ﴿۸﴾
Thoemma latoes aloenna yawma-iezien 'anien na'ieem
102:8 Daarna zullen jullie op die dag worden ondervraagd over het vermaak.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الۡعَصۡرِ ۙ﴿۱﴾
Wal 'asr
103:1 Bij de tijd. (Notitie: Allah zweert bij de tijd. Tijd is een creatie van Allah en Allah is niet gebonden aan zijn creatie. De ulitime berechting op de dag des oordeels heeft dus al plaats gevonden, voor Allah. Op basis daarvan openbaart Allah de volgende twee verzen.)
اِنَّ الۡاِنۡسَانَ لَفِیۡ خُسۡرٍ ۙ﴿۲﴾
Innal iensaana lafiee ghoesr
103:2 Voorzeker, de mens is te midden van verlies. (Notitie: zowel in het wereldse leven als in het hiernamaals.)
اِلَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ وَ تَوَاصَوۡا بِالۡحَقِّ ۬ۙ وَ تَوَاصَوۡا بِالصَّبۡرِ ﴿۳﴾
Illal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie wa tawaasaw bielhaqqie wa tawaasaw biessabr
103:3 Behalve degenen die geloven, goede werken doen, en elkaar aansporen tot de waarheid en "Sabr" (om geduldig en standvastig te zijn).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَیۡلٌ لِّکُلِّ ہُمَزَۃٍ لُّمَزَۃِۣ ۙ﴿۱﴾
Wai loel-lie koellie hoe mazatiel-loemaza
104:1 Ellende rust op elke mannelijke roddelaar en op elke vrouwelijke roddelaar.
الَّذِیۡ جَمَعَ مَالًا وَّ عَدَّدَہٗ ۙ﴿۲﴾
Al-lazie djama'a maalaw wa'addadah
104:2 Dat is degene die geld verzamelt en het telt,
یَحۡسَبُ اَنَّ مَالَہٗۤ اَخۡلَدَہٗ ۚ﴿۳﴾
Yahsaboe anna maalahoe aghladah
104:3 denkend dat zijn geld hem onsterfelijk maakt.
کَلَّا لَیُنۡۢبَذَنَّ فِی الۡحُطَمَۃِ ۫﴿۴﴾
Kalla layoem ba zanna fiel hoetamah
104:4 Zeker niet! Hij zal gegooid worden in de "Hoe-Toa-Maat".
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا الۡحُطَمَۃُ ؕ﴿۵﴾
Wa maa adraaka mal-hoetamah
104:5 Hoe kan je weten wat de "Hoe-Toa-Maat" is?
نَارُ اللّٰہِ الۡمُوۡقَدَۃُ ۙ﴿۶﴾
Naroel laahiel-moeqada
104:6 Een vuur dat Allah (persoonlijk) heeft aangestoken,
الَّتِیۡ تَطَّلِعُ عَلَی الۡاَفۡـِٕدَۃِ ؕ﴿۷﴾
Al latiee tat talie'oe 'alalafiedah
104:7 dat de harten verbrandt, (Notitie: Allah refereert naar de pijn die ze veroorzaakt hebben in de harten van mensen door middel van het roddelen.)
اِنَّہَا عَلَیۡہِمۡ مُّؤۡصَدَۃٌ ۙ﴿۸﴾
Innaha 'alaihiem moesada
104:8 Zonder twijfel, het (vuur) zal hen omringen,
فِیۡ عَمَدٍ مُّمَدَّدَۃٍ ﴿۹﴾
Fiee 'amadiem-moe mad dadah
104:9 als hoge pilaren.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اَلَمۡ تَرَ کَیۡفَ فَعَلَ رَبُّکَ بِاَصۡحٰبِ الۡفِیۡلِ ؕ﴿۱﴾
Alam tara kaifa fa'ala rabboeka bie ashaabiel fieel
105:1 Heb je niet gezien hoe jou Heer handelde met de mensen (in het leger) van de olifant.
اَلَمۡ یَجۡعَلۡ کَیۡدَہُمۡ فِیۡ تَضۡلِیۡلٍ ۙ﴿۲﴾
Alam yadj'al kai dahoem fiee tad lieel
105:2 Heeft Hij hun plannen niet ontkracht,
وَّ اَرۡسَلَ عَلَیۡہِمۡ طَیۡرًا اَبَابِیۡلَ ۙ﴿۳﴾
Wa arsala 'alaihiem tairan abaabieel
105:3 en vogels in zwermen tegen hen gezonden,
تَرۡمِیۡہِمۡ بِحِجَارَۃٍ مِّنۡ سِجِّیۡلٍ ۪ۙ﴿۴﴾
Tar mieehiem bie hie djaaratiem mien siedj djieel
105:4 die hen aanvielen met stenen van gebakken klei?
فَجَعَلَہُمۡ کَعَصۡفٍ مَّاۡکُوۡلٍ ﴿۵﴾
Fadja 'alahoem ka'asfiem m'akoel
105:5 Dus maakte Hij hen netals stro waarop is gekauwd.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
لِاِیۡلٰفِ قُرَیۡشٍ ۙ﴿۱﴾
Lie-ieelaafie qoeraish
106:1 Door middel van de gewoontes van Quraish,
اٖلٰفِہِمۡ رِحۡلَۃَ الشِّتَآءِ وَ الصَّیۡفِ ۚ﴿۲﴾
Eelaafiehiem riehlatash shietaaa'ie wassaif
106:2 hun gewoontes om in de winter en in de zomer te reizen (, worden ze voorzien van eten).
فَلۡیَعۡبُدُوۡا رَبَّ ہٰذَا الۡبَیۡتِ ۙ﴿۳﴾
Faly'aboedoe rabba haazal-bait
106:3 Dus laat hen de Heer van dit huis (Kabaa) aanbidden,
الَّذِیۡۤ اَطۡعَمَہُمۡ مِّنۡ جُوۡعٍ ۬ۙ وَّ اٰمَنَہُمۡ مِّنۡ خَوۡفٍ ﴿۴﴾
Allazieee at'amahoem mien djoe'ienw-wa-aamanahoem mien ghawf
106:4 Degene Die hen voedt tegen hongersnood en hen veiligheid verschaft tegen de angst (om aangevallen te worden). (Notitie: Quraish wonen in een woestijn waar niets is, ondanks dat worden ze voorzien. Overal om hen heen wordt gevochten, ondanks dat worden ze beschermt, zie 29:67.)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اَرَءَیۡتَ الَّذِیۡ یُکَذِّبُ بِالدِّیۡنِ ؕ﴿۱﴾
Ara 'aytal laziee yoekazzieboe bieddieen
107:1 Heb je degene gezien die het laatste oordeel verwerpt?
فَذٰلِکَ الَّذِیۡ یَدُعُّ الۡیَتِیۡمَ ۙ﴿۲﴾
Fazaaliekal laziee yadoe'oel-yatieem
107:2 Dat is degene die (het onderhouden van) de wees afstoot,
وَ لَا یَحُضُّ عَلٰی طَعَامِ الۡمِسۡکِیۡنِ ؕ﴿۳﴾
Wa la yahoeddoe 'alaa ta'aamiel mieskieen
107:3 die geen behoefte heeft om de arme te voeden,
فَوَیۡلٌ لِّلۡمُصَلِّیۡنَ ۙ﴿۴﴾
Fa wailoel-liel moesallieen
107:4 degene die anderen verfoeien voor het verrichten van de "Salaat" (het contact maken met Allah),
الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَنۡ صَلَاتِہِمۡ سَاہُوۡنَ ۙ﴿۵﴾
Allazieena hoem 'an salaatiehiem saahoen
107:5 degene die hun "Salaat" (het contact met Allah, het gebed) verwaarlozen,
الَّذِیۡنَ ہُمۡ یُرَآءُوۡنَ ۙ﴿۶﴾
Allazieena hoem yoeraaa'oen
107:6 degene die gezien wil worden,
وَ یَمۡنَعُوۡنَ الۡمَاعُوۡنَ ﴿۷﴾
Wa yamna'oenal maa'oen
107:7 en die geen vriendelijkheid tonen.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِنَّاۤ اَعۡطَیۡنٰکَ الۡکَوۡثَرَ ؕ﴿۱﴾
Innaaa a'tainaa kal kaOethar
108:1 Wij hebben jou de "Kausar" gegeven, (Notitie: Letterlijk betekent Kausar het oneindig geven. Hier wordt er verwezen naar de rivier in het pardijs die aan Mohammed v.z.m.h. wordt gegeven. Het betreft een rivier met op de oevers tenten van diamanten.)
فَصَلِّ لِرَبِّکَ وَ انۡحَرۡ ؕ﴿۲﴾
Fasallie lie rabbieka wanhar
108:2 Dus verricht de "Salaat" (maak contact met Allah) en offer (de dieren alleen in de naam van jouw Heer, zie 6:121).
اِنَّ شَانِئَکَ ہُوَ الۡاَبۡتَرُ ﴿۳﴾
Inna shaanie'aka hoewal abtar
108:3 Zonder twijfel degene die jouw haat, zijn bloedlijn is afgesneden.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
قُلۡ یٰۤاَیُّہَا الۡکٰفِرُوۡنَ ۙ﴿۱﴾
Qoel yaaa-ayyoehal kaafieroen
109:1 Zeg: "O ongelovigen,
لَاۤ اَعۡبُدُ مَا تَعۡبُدُوۡنَ ۙ﴿۲﴾
Laaa a'boedoe maa t'aboedoen
109:2 ik aanbid niet, wat jullie aanbidden."
وَ لَاۤ اَنۡتُمۡ عٰبِدُوۡنَ مَاۤ اَعۡبُدُ ۚ﴿۳﴾
Wa laaa antoem 'aabiedoena maaa a'boed
109:3 "En jullie zijn geen aanbidders van Diegene Die ik aanbid."
وَ لَاۤ اَنَا عَابِدٌ مَّا عَبَدۡتُّمۡ ۙ﴿۴﴾
Wa laaa ana 'abiedoem maa 'abattoem
109:4 "En ik ben geen aanbidder van datgeen wat jullie aanbidden."
وَ لَاۤ اَنۡتُمۡ عٰبِدُوۡنَ مَاۤ اَعۡبُدُ ؕ﴿۵﴾
Wa laaa antoem 'aabiedoena maaa a'boed
109:5 "En (nogmaals) jullie zijn geen aanbidders van Diegene Die ik aanbid."
لَکُمۡ دِیۡنُکُمۡ وَلِیَ دِیۡنِ ﴿۶﴾
Lakoem dieenoekoem wa lieya dieen.
109:6 "Dus voor jullie is jullie "Dien" (levenswijze) en voor mij is mijn "Dien" (levenswijze)." (Notitie: De mensen waren overtuigd dat ze het zelfde geloof praktiseerde als die van Mohammed (v.zm.h.) verkondigde (het monotheïsme). Echter ze worden door Allah als "Kafier" (iemand die de waarheid bedekt/ongelovigen) geadreseerd.)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِذَا جَآءَ نَصۡرُ اللّٰہِ وَ الۡفَتۡحُ ۙ﴿۱﴾
Iza djaaa'a nasroel-laahie walfath
110:1 Wanneer de hulp van Allah en de overwinning komt,
وَ رَاَیۡتَ النَّاسَ یَدۡخُلُوۡنَ فِیۡ دِیۡنِ اللّٰہِ اَفۡوَاجًا ۙ﴿۲﴾
Wa ra-aitan naasa yadghoeloena fiee dieeniel laahie afwadjaa
110:2 en je zit de mensen in grote getallen de "Dien" (levenswijze) van Allah omarmen,
فَسَبِّحۡ بِحَمۡدِ رَبِّکَ وَ اسۡتَغۡفِرۡہُ ؕؔ اِنَّہٗ کَانَ تَوَّابًا ﴿۳﴾
Fasabbieh biehamdie rabbieka wastaghfierh, iennahoe kaana tawwaaba
110:3 verklaar dan de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming ("Subhaan Allah") en betuig dank en eer (Alhumdoe-LillAh) aan jouw Heer. En vraag vergiffenis bij Hem, Hij is At-Tawwab (de Berouwaanvaardende).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
تَبَّتۡ یَدَاۤ اَبِیۡ لَہَبٍ وَّ تَبَّ ؕ﴿۱﴾
Tabbat yadaa abiee Lahabienw-wa tabb
111:1 Vernietigt zijn de handen (daden) van Abu Lahab en vernietigd is hij zelf. (Notitie: dit is geen vloek die Allah uitspreekt, dit past niet bij Zijn Barmhartigheid. Allah beschrijft hier het moment van de berechting van Abu Lahab op de dag des oordeels.)
مَاۤ اَغۡنٰی عَنۡہُ مَالُہٗ وَ مَا کَسَبَ ؕ﴿۲﴾
Maa aghnaa 'anhoe maaloehoe wa ma kasab
111:2 Zijn rijkdom noch datgeen wat hij heeft verdiend (via daden) heeft hem voordeel geven.
سَیَصۡلٰی نَارًا ذَاتَ لَہَبٍ ۚ﴿۳﴾
Sa-yaslaa naaran zaata lahab
111:3 Hij zal branden in een vuur met razende vlammen,
وَّ امۡرَاَتُہٗ ؕ حَمَّالَۃَ الۡحَطَبِ ۚ﴿۴﴾
Wamra-atoehoe hammaa latal-hatab
111:4 en ook zijn vrouw, de draagster van het hout (voor zijn vuur). (Notitie: Zijn vrouw steunden hem in zijn ongeloof, afwijzing en koppigheid. Zo ook zal ze hem helpen om zijn straf toe te dienen. Zij zal zelf het brandstof zijn.)
فِیۡ جِیۡدِہَا حَبۡلٌ مِّنۡ مَّسَدٍ ﴿۵﴾
Fiee djieediehaa habloem miem-masad
111:5 Om haar hals is een touw van palmvezels. (Notitie: tijdens het wereldse leven droeg ze een waardevolle ketting die ze wilde verkopen om het te besteden voor de vijandschap tegen Mohammed v.z.m.h.. Op de dag des oordeels zal ze een ketting krijgen wat zal branden om haar nek.)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
قُلۡ ہُوَ اللّٰہُ اَحَدٌ ۚ﴿۱﴾
Qoel hoewal laahoe ahad
112:1 Zeg: "Hij is Allah, Hij is "Ahad". (Notitie: Ahad betekent letterlijk één. Wahied betekent ook één. Het verschil is dat Ahad niet uit delen bestaat en Wahid wel. Bijvoorbeeld een mens bestaat uit lichaamsdelen, elk lichaamsdeel bestaat weer uit cellen, elk cel bestaat weer uit een celkern en andere onderdelen, etc. Ook subatomaire deeltjes bestaan weer uit kleinere deeltjes. Uiteindelijk kan elk object verder ontleedt worden tot het oneindige. Dit duidt ook dat elk deeltje weer afhankelijk is van zijn subdeeltje en uiteindelijk van Allah.)
اَللّٰہُ الصَّمَدُ ۚ﴿۲﴾
Allah hoes-samad
112:2 "Hij is niet afhankelijk van iets en alles is van hem afhankelijk."
لَمۡ یَلِدۡ ۬ۙ وَ لَمۡ یُوۡلَدۡ ۙ﴿۳﴾
Lam yalied wa lam yoelad
112:3 "Hij heeft niet verwekt en noch is Hij verwekt."
وَ لَمۡ یَکُنۡ لَّہٗ کُفُوًا اَحَدٌ ﴿۴﴾
Wa lam yakoel-lahoe koefoewan ahad
112:4 "En er zal geen gelijke zijn aan Hem tot in de eeuwigheid."
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
قُلۡ اَعُوۡذُ بِرَبِّ الۡفَلَقِ ۙ﴿۱﴾
Qoel a'oezoe bie rabbiel-falaq
113:1 Zeg: "Ik zoek mijn bescherming bij de Heer, die zorgt voor het aanbreken van de dag,"
مِنۡ شَرِّ مَا خَلَقَ ۙ﴿۲﴾
Mien sharrie maa ghalaq
113:2 "tegen het kwaad dat Hij heeft geschapen,"
وَ مِنۡ شَرِّ غَاسِقٍ اِذَا وَقَبَ ۙ﴿۳﴾
Wa mien sharrie ghaasieqien iezaa waqab
113:3 "tegen het kwaad van de duisternis wanneer deze 's nachts verspreid."
وَ مِنۡ شَرِّ النَّفّٰثٰتِ فِی الۡعُقَدِ ۙ﴿۴﴾
Wa mien sharrien-naffaa-saatie fiel 'oeqad
113:4 "tegen het kwaad van degenen die op knopen blazen." (Notitie: zwarte magie)
وَ مِنۡ شَرِّ حَاسِدٍ اِذَا حَسَدَ ﴿۵﴾
Wa mien sharrie haasiedien iezaa hasad
113:5 "En tegen het kwaad van een jaloers persoon wanneer deze misgunt."
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
قُلۡ اَعُوۡذُ بِرَبِّ النَّاسِ ۙ﴿۱﴾
Qoel a'oezoe bierabbien naas
114:1 Zeg: "Ik zoek bescherming bij de Heer van de mensheid,"
مَلِکِ النَّاسِ ۙ﴿۲﴾
Maliekien naas
114:2 "De Koning van de mensheid,"
اِلٰہِ النَّاسِ ۙ﴿۳﴾
Ilaahien naas
114:3 "De Godheid/Deïteit van de mensheid,"
مِنۡ شَرِّ الۡوَسۡوَاسِ ۬ۙ الۡخَنَّاسِ ۪ۙ﴿۴﴾
Mien sharriel waswaasiel ghannaas
114:4 "tegen het kwaad van de influistering door degene die komt en zich weer terugtrekt,"
الَّذِیۡ یُوَسۡوِسُ فِیۡ صُدُوۡرِ النَّاسِ ۙ﴿۵﴾
Allaziee yoewaswiesoe fiee soedoerien naas
114:5 "degene, die in het harten van de mensen fluistert,"
مِنَ الۡجِنَّۃِ وَ النَّاسِ ﴿۶﴾
Mienal djiennatie wannaas
114:6 "van de djiens en de mensen."