تِلۡکَ الرُّسُلُ فَضَّلۡنَا بَعۡضَہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ ۘ مِنۡہُمۡ مَّنۡ کَلَّمَ اللّٰہُ وَ رَفَعَ بَعۡضَہُمۡ دَرَجٰتٍ ؕ وَ اٰتَیۡنَا عِیۡسَی ابۡنَ مَرۡیَمَ الۡبَیِّنٰتِ وَ اَیَّدۡنٰہُ بِرُوۡحِ الۡقُدُسِ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا اقۡتَتَلَ الَّذِیۡنَ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡہُمُ الۡبَیِّنٰتُ وَ لٰکِنِ اخۡتَلَفُوۡا فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ اٰمَنَ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ کَفَرَ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا اقۡتَتَلُوۡا ۟ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ یَفۡعَلُ مَا یُرِیۡدُ ﴿۳۵۲﴾
Tielkar Roesoeloe faddalnaa ba'dahoem 'alaa ba'd; mienhoem man kallamal laahoe wa rafa'a ba'dahoem daradjaat; wa aatainaa 'Eesab na Maryamal baiyienaatie wa ayyadnaahoe bie Roehiel Qoedoes; wa law shaaa'al laahoe maqtatalal lazieena miemba'diehiem miem ba'die maa djaaa'athoemoel baiyienaatoe wa laakieniegh talafoe famienhoem man aamana wa mienhoem man kafar; wa law shaaa'al laahoe maq tataloe wa laakiennallaaha yaf'aloe maa yoerieed
2:253 Deze zijn de boodschappers. Wij gaven de voorkeur aan sommige van hen boven de andere. Met sommige van hen heeft Allah (direct) gesproken en andere heeft hij verheven in graden. Wij gaven Isa, de zoon van Maryam, de duidelijke bewijzen en we ondersteunde hem met de heilige geest (de engel Gabriël). Als Allah het had gewild, dan zouden degenen na hen (boodschappers), nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen, niet met elkaar vechten. Maar ze twistten, sommigen van hen geloofden en sommigen van hen ontkende de waarheid. En als Allah wilde, zouden ze niet met elkaar vechten, maar Allah doet wat Hij wil.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنۡفِقُوۡا مِمَّا رَزَقۡنٰکُمۡ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَ یَوۡمٌ لَّا بَیۡعٌ فِیۡہِ وَ لَا خُلَّۃٌ وَّ لَا شَفَاعَۃٌ ؕ وَ الۡکٰفِرُوۡنَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۴۵۲﴾
Yaa ayyoehal lazieena aamanoe anfieqoe miemmaa razaqnaakoem mien qablie ay yaatieya yawmoel laa bai'oen fieehiee wa la ghoellatoew wa laa shafaa'ah; walkaa fieroena hoemoez zaaliemoen
2:254 O jullie die geloven! Besteed van hetgeen waarmee Wij jullie hebben voorzien, voordat er een dag komt met geen onderhandeling, geen vriendschap en geen bemiddeling. En de ongelovigen zijn de onrechtvaardigen.

اَللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَۚ اَلۡحَیُّ الۡقَیُّوۡمُ ۬ۚ لَا تَاۡخُذُہٗ سِنَۃٌ وَّ لَا نَوۡمٌ ؕ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ مَنۡ ذَا الَّذِیۡ یَشۡفَعُ عِنۡدَہٗۤ اِلَّا بِاِذۡنِہٖ ؕ یَعۡلَمُ مَا بَیۡنَ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ مَا خَلۡفَہُمۡ ۚ وَ لَا یُحِیۡطُوۡنَ بِشَیۡءٍ مِّنۡ عِلۡمِہٖۤ اِلَّا بِمَا شَآءَ ۚ وَسِعَ کُرۡسِیُّہُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ ۚ وَ لَا یَـُٔوۡدُہٗ حِفۡظُہُمَا ۚ وَ ہُوَ الۡعَلِیُّ الۡعَظِیۡمُ ﴿۵۵۲﴾
Allahoe laaa ielaaha iellaa Hoewal Haiyoel Qaiyoem; laa taaghoezoehoe sienatoew wa laa nawm; lahoe maa fiessamaawaatie wa maa fiel ard; man zal laziee yashfa'oe iendahoeo iellaa bie-ieznieh; ya'lamoe maa baina aydieehiem wa maa ghalfahoem wa laa yoehieetoena bieshai'iem mien 'ielmiehiee iellaa biemaa shaaa'; wasie'a Koersieyyoehoes samaawaatie wal arda wa laa Ya'oedoehoe hiefzoehoemaa; wa Hoewal Alieyyoel 'Azieem
2:255 Allah, er is geen Deïteit\godheid dan Hem, "Al-Hay"(de Eeuwig Levende, Die geen begin en een einde heeft), "Al-Qayoem" (de Onderhouder, Voorziener, Degenen die de leiding heeft over alles). Sluimer overmant Hem niet, noch slaapt Hij. Tot Hem behoort alles wat in de hemel en aarde is. Is er iemand die bij Hem kan bemiddelen zonder Zijn toestemming? Hij weet wat gaat komen en Hij weet wat is gebeurt. En ze kunnen niets omvatten van Zijn Kennis, behalve van hetgeen Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde. En het waken over beide vermoeit Hem niet. En Hij is de meest Verhevenen, de meest Supreme.

لَاۤ اِکۡرَاہَ فِی الدِّیۡنِ ۟ۙ قَدۡ تَّبَیَّنَ الرُّشۡدُ مِنَ الۡغَیِّ ۚ فَمَنۡ یَّکۡفُرۡ بِالطَّاغُوۡتِ وَ یُؤۡمِنۡۢ بِاللّٰہِ فَقَدِ اسۡتَمۡسَکَ بِالۡعُرۡوَۃِ الۡوُثۡقٰی ٭ لَا انۡفِصَامَ لَہَا ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۶۵۲﴾
Laaa iekraaha fied dieenie qat tabieyanar roeshdoe mienal ghayy; famay yakfoer biet Taaghoetie wa yoe'miem biellaahie faqadies tamsaka biel'oerwatiel woesqaa lan fiesaama lahaa; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
2:256 Er is geen dwang in het geloof. Zeker, het rechte (pad) heeft zich onderscheiden van het slechte. Wie niet in "Taghoet" (alles wat buiten de grenzen van Allah's bepalingen valt, zoals zwarte magie, polytheïsme) gelooft, maar in Allah gelooft, dan heeft hij zeker de sterke houvast gegrepen, die niet zal breken. En Allah is Alhorende, Alwetend,

اَللّٰہُ وَلِیُّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ۙ یُخۡرِجُہُمۡ مِّنَ الظُّلُمٰتِ اِلَی النُّوۡرِ۬ؕ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَوۡلِیٰٓـُٔہُمُ الطَّاغُوۡتُ ۙ یُخۡرِجُوۡنَہُمۡ مِّنَ النُّوۡرِ اِلَی الظُّلُمٰتِ ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۷۵۲﴾
Allaahoe walieyyoel lazieena aamanoe yoeghriedjoehoem mienaz zoeloemaatie ielan noerie wallazieena kafaroeo awlieyaaa'oehoemoet Taaghoetoe yoeghriedjoenahoem mienan noerie ielaz zoeloemaat; oelaaa'ieka Ashaaboen Naarie hoem fieehaa ghaaliedoen
2:257 Allah is de beschermende bewaker voor degenen die geloven. Hij brengt hun van het duisternis naar het licht. En degenen die niet geloven, hun bewakers zijn de "Taghoet" (alles wat buiten Allah's bepalingen valt). Ze brengen hen van het licht naar de duisternis. Zij zijn de bewoners van het vuur. Ze zullen daar voor altijd in vertoeven.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡ حَآجَّ اِبۡرٰہٖمَ فِیۡ رَبِّہٖۤ اَنۡ اٰتٰىہُ اللّٰہُ الۡمُلۡکَ ۘ اِذۡ قَالَ اِبۡرٰہٖمُ رَبِّیَ الَّذِیۡ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ ۙ قَالَ اَنَا اُحۡیٖ وَ اُمِیۡتُ ؕ قَالَ اِبۡرٰہٖمُ فَاِنَّ اللّٰہَ یَاۡتِیۡ بِالشَّمۡسِ مِنَ الۡمَشۡرِقِ فَاۡتِ بِہَا مِنَ الۡمَغۡرِبِ فَبُہِتَ الَّذِیۡ کَفَرَ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۸۵۲﴾
Alam tara ielal laziee Haaadjdja Ibraahieema fiee Rabbiehieee an aataahoellaahoel moelka iez qaala Ibraahieemoe Rabbieyal laziee yoehyiee wa yoemieetoe qaala ana oehyiee wa oemieetoe qaala Ibraahieemoe fa iennal laaha yaatiee bieshshamsie mienal mashrieqie faatie biehaa mienal maghriebie faboehietal laziee kafar; wallaahoe laa yahdiel qawmaz zaaliemieen
2:258 Heb je degene niet gezien, die met Ibrahiem redetwistte over zijn (Ibrahiem's) Heer, omdat Allah hem het koninkrijk gaf? Toen Ibrahiem zei: "Mijn Heer doet leven en sterven", zei hij: "Ik geef leven en veroorzaak dood". Ibrahiem zei: "Voorzeker, Allah doet de zon opkomen vanuit het oosten. Laat het dan opkomen vanuit het westen". Degene die niet geloofde was met stomheid geslagen (stomverbaasd). En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.

اَوۡ کَالَّذِیۡ مَرَّ عَلٰی قَرۡیَۃٍ وَّ ہِیَ خَاوِیَۃٌ عَلٰی عُرُوۡشِہَا ۚ قَالَ اَنّٰی یُحۡیٖ ہٰذِہِ اللّٰہُ بَعۡدَ مَوۡتِہَا ۚ فَاَمَاتَہُ اللّٰہُ مِائَۃَ عَامٍ ثُمَّ بَعَثَہٗ ؕ قَالَ کَمۡ لَبِثۡتَ ؕ قَالَ لَبِثۡتُ یَوۡمًا اَوۡ بَعۡضَ یَوۡمٍ ؕ قَالَ بَلۡ لَّبِثۡتَ مِائَۃَ عَامٍ فَانۡظُرۡ اِلٰی طَعَامِکَ وَ شَرَابِکَ لَمۡ یَتَسَنَّہۡ ۚ وَ انۡظُرۡ اِلٰی حِمَارِکَ وَ لِنَجۡعَلَکَ اٰیَۃً لِّلنَّاسِ وَ انۡظُرۡ اِلَی الۡعِظَامِ کَیۡفَ نُنۡشِزُہَا ثُمَّ نَکۡسُوۡہَا لَحۡمًا ؕ فَلَمَّا تَبَیَّنَ لَہٗ ۙ قَالَ اَعۡلَمُ اَنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۹۵۲﴾
Aw kallaziee marra 'alaa qaryatiew wa hieya ghaawieyatoen 'alaa 'oeroeshiehaa qaala annaa yoehyiee haaziehiel laahoe ba'da mawtiehaa fa amaatahoel laahoe mie'ata 'aamien soemma ba'asahoe qaala kam labiesta qaala labiestoe yawman aw ba'da yawmien qaala bal labiesta mie'ata 'aamien fanzoer ielaa ta'aamieka wa sharaabieka lam yatasannah wanzoer ielaa hiemaarieka wa lienadj'alaka Aayatal liennaasie wanzoer ielal'iezaamie kaifa noenshiezoehaa soemma naksoehaa lahmaa; falammaa tabayyana lahoe qaala a'lamoe annal laaha 'alaa koellie shai'ien Qadieer
2:259 Of netals degene, die een dorp passeerde dat geruïneerd was. Hij zei: "Hoe zal Allah deze tot leven brengen na haar dood?" Toen deed Allah hem sterven voor honderd jaar daarna wekte Hij hem op. Hij (Allah) zei: "Hoelang ben je (hier) gebleven?". Hij zei: "Ik ben (hier) voor een dag of een deel daarvan gebleven". Hij (Allah) zei: "Nee, je bent 100 jaar hier gebleven. Kijk dan naar jouw eten en drinken, ze zijn niet verandert en kijk naar jouw ezel. En Wij zullen jou tot een teken maken voor de mensen. En kijk naar de botten, hoe Wij hen rangschikken en daarna bedekken met vlees." Nadat het hem duidelijk werd zei hij: "Ik weet dat Allah op elk gebied Almachtig is."

وَ اِذۡ قَالَ اِبۡرٰہٖمُ رَبِّ اَرِنِیۡ کَیۡفَ تُحۡیِ الۡمَوۡتٰی ؕ قَالَ اَوَ لَمۡ تُؤۡمِنۡ ؕ قَالَ بَلٰی وَ لٰکِنۡ لِّیَطۡمَئِنَّ قَلۡبِیۡ ؕ قَالَ فَخُذۡ اَرۡبَعَۃً مِّنَ الطَّیۡرِ فَصُرۡہُنَّ اِلَیۡکَ ثُمَّ اجۡعَلۡ عَلٰی کُلِّ جَبَلٍ مِّنۡہُنَّ جُزۡءًا ثُمَّ ادۡعُہُنَّ یَاۡتِیۡنَکَ سَعۡیًا ؕ وَ اعۡلَمۡ اَنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۰۶۲﴾
Wa iez qaala Ibraahieemoe Rabbie arieniee kaifa toehyiel mawtaa qaala awa lam toe'mien qaala balaa wa laakien lieyatma'ienna qalbiee qaala faghoez arba'atan mienat tairie fasoerhoenna ielaika soemmadj 'al 'alaa koellie djabalien mienhoenna djoez'an soemmad'oeoe hoenna ya'tieenaka sa'yaa; wa'lam annal laaha 'Azieezoen Hakieem
2:260 En (heb je niet gezien) toen Ibrahiem zei: "Mijn Heer, toon mij hoe U de doden doet leven". Hij (Allah) zei: "Heb je niet geloofd?" Hij zei: "Jawel maar om mijn hart gerust te stellen". Hij zei: "Neem vier vogels en hak ze in stukken. Zet op elk heuvel een deel, roep ze daarna. Ze zullen rennend naar jou toekomen. En weet dat Allah Almachtig, Alwijs is".

مَثَلُ الَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ اَمۡوَالَہُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ کَمَثَلِ حَبَّۃٍ اَنۡۢبَتَتۡ سَبۡعَ سَنَابِلَ فِیۡ کُلِّ سُنۡۢبُلَۃٍ مِّائَۃُ حَبَّۃٍ ؕ وَ اللّٰہُ یُضٰعِفُ لِمَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۶۲﴾
Masaloel lazieena yoenfieqoena amwaalahoem fiee sabieeliel laahie kamasalie habbatien ambatat sab'a sanaabiela fiee koellie soemboelatiem mie'atoe habbah; wallaahoe yoedaa'iefoe liemay yashaaa; wallaahoe Waasie'oen 'Alieem
2:261 De gelijkenis van degenen die zijn vermogen op de weg van Allah uitgeven, is als een graankorrel die zeven sprietjes voortbrengt met honderd graankorrels in elk sprietje. En Allah vermenigvuldigt voor wie Hij wil. En Allah is Alomvattend, Alwetend.

اَلَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ اَمۡوَالَہُمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ثُمَّ لَا یُتۡبِعُوۡنَ مَاۤ اَنۡفَقُوۡا مَنًّا وَّ لَاۤ اَذًی ۙ لَّہُمۡ اَجۡرُہُمۡ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ۚ وَ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۲۶۲﴾
Allazieena yoenfieqoena amwaalahoem fiee sabieeliellaahie soemma laa yoetbie'oena maaa anfaqoe mannaw wa laaa azal lahoem adjroehoem 'ienda Rabbiehiem; wa laa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
2:262 Degenen die zijn vermogen op de Weg van Allah uitgeven en niet opscheppen over de vrijgevigheid en niet kwetsen, hun beloning is bij hun Heer. Er zal geen angst op hen zijn, noch zullen ze treuren.

قَوۡلٌ مَّعۡرُوۡفٌ وَّ مَغۡفِرَۃٌ خَیۡرٌ مِّنۡ صَدَقَۃٍ یَّتۡبَعُہَاۤ اَذًی ؕ وَ اللّٰہُ غَنِیٌّ حَلِیۡمٌ ﴿۳۶۲﴾
Qawloem ma'roefoew wa maghfieratoen ghairoem mien sadaqatiey yatba'oehaaa azaa; wallaahoe Ghanieyyoen Halieem
2:263 Een vriendelijke woord en het vragen om vergeving zijn beter dan het geven van een gift gevolgd door kwetsing. En Allah is de Bezitter van alles, Al-Haliem (de meest Verdraagzame).

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تُبۡطِلُوۡا صَدَقٰتِکُمۡ بِالۡمَنِّ وَ الۡاَذٰی ۙ کَالَّذِیۡ یُنۡفِقُ مَالَہٗ رِئَآءَ النَّاسِ وَ لَا یُؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِؕ فَمَثَلُہٗ کَمَثَلِ صَفۡوَانٍ عَلَیۡہِ تُرَابٌ فَاَصَابَہٗ وَابِلٌ فَتَرَکَہٗ صَلۡدًا ؕ لَا یَقۡدِرُوۡنَ عَلٰی شَیۡءٍ مِّمَّا کَسَبُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۴۶۲﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe laa toebtieloe sadaqaatiekoem bielmannie wal azaa kallaziee yoenfieqoe maalahoe rie'aaa'an naasie wa laa yoe'mienoe biellaahie wal yawmiel aaghierie famasaloehoe kamasalie safwaanien 'alaihie toeraaboen fa asaabahoe waabieloen fatara kahoe saldaa; laa yaqdieroena 'alaa shai'iem miemmaa kasaboe; wallaahoe laa yahdiel qawmal kaafierieen
2:264 O jullie die geloven: maak jullie giften niet vruchteloos door op te scheppen over de vrijgevigheid of door kwetsing of net als degene die zijn voorziening uitgeeft om gezien te worden bij de mensen en die niet in Allah en de laatste dag gelooft. Zijn gelijkenis is dat van een gladde rots met aarde erop, waarop zware regen valt en het dan kaal achter laat. Ze zijn niet in staat om iets uit hun werk te verkrijgen. En Allah leidt het ongelovige volk niet.

وَ مَثَلُ الَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ اَمۡوَالَہُمُ ابۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِ اللّٰہِ وَ تَثۡبِیۡتًا مِّنۡ اَنۡفُسِہِمۡ کَمَثَلِ جَنَّۃٍۭ بِرَبۡوَۃٍ اَصَابَہَا وَابِلٌ فَاٰتَتۡ اُکُلَہَا ضِعۡفَیۡنِ ۚ فَاِنۡ لَّمۡ یُصِبۡہَا وَابِلٌ فَطَلٌّ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۵۶۲﴾
Wa masaloel lazieena yoenfieqoena amwaalahoe moebtieghaaa'a mardaatiel laahie wa tasbieetam mien anfoesiehiem kamasalie djannatiem bierabwatien asaabahaa waabieloen fa aatat oekoelahaa die'fainie fa iel lam yoesiebhaa waabieloen fatall; wallaahoe biemaa ta'maloena Basieer
2:265 En de gelijkenis van degenen die hun vermogen uitgeeft om Allah's tevredenheid te krijgen en om de 'Nafs' (eigen ik) te versterken, is als een tuin op een hoogte, waarop zware regen valt, zodat het een dubbele oogst voortbrengt. Als er geen regen opvalt, dan is motregen voldoende. En Allah is Alziende over wat jullie doen.

اَیَوَدُّ اَحَدُکُمۡ اَنۡ تَکُوۡنَ لَہٗ جَنَّۃٌ مِّنۡ نَّخِیۡلٍ وَّ اَعۡنَابٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۙ لَہٗ فِیۡہَا مِنۡ کُلِّ الثَّمَرٰتِ ۙ وَ اَصَابَہُ الۡکِبَرُ وَ لَہٗ ذُرِّیَّۃٌ ضُعَفَآءُ ۪ۖ فَاَصَابَہَاۤ اِعۡصَارٌ فِیۡہِ نَارٌ فَاحۡتَرَقَتۡ ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمُ الۡاٰیٰتِ لَعَلَّکُمۡ تَتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۶۶۲﴾
Ayawaddoe ahadoekoem an takoena lahoe djannatoem mien naghieeliew wa a'naabien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe lahoe fieehaa mien koellies samaraatie wa asaabahoel kiebaroe wa lahoe zoerrieyyatoen doe'afaaa'oe fa asaabahaaa ie'saaroen fieehie naaroen fahtaraqat; kazaalieka yoebaiyienoel laahoe lakoemoel aayaatie la'allakoem tatafakkaroen
2:266 Wenst een ieder van jullie dat er een tuin met dadelpalmen, druiven en allerlei andere soorten vruchten voor hem is. Met daaronder rivieren die stromen. En de oude leeftijd overvalt hem, terwijl zijn kinderen zwak zijn. Vervolgens komt er een vuurtornado, die het (de tuin) verbrandt. Allah maakt de tekenen aan jullie duidelijk, zodat jullie erover kunnen nadenken.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنۡفِقُوۡا مِنۡ طَیِّبٰتِ مَا کَسَبۡتُمۡ وَ مِمَّاۤ اَخۡرَجۡنَا لَکُمۡ مِّنَ الۡاَرۡضِ ۪ وَ لَا تَیَمَّمُوا الۡخَبِیۡثَ مِنۡہُ تُنۡفِقُوۡنَ وَ لَسۡتُمۡ بِاٰخِذِیۡہِ اِلَّاۤ اَنۡ تُغۡمِضُوۡا فِیۡہِ ؕ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ غَنِیٌّ حَمِیۡدٌ ﴿۷۶۲﴾
Yaaa 'ayyoehal lazieena aamanoeo anfieqoe mien taiyiebaatie maa kasabtoem wa miemmaaa aghradjna lakoem mienal ardie wa laa tayammamoel ghabieesa mienhoe toenfieqoena wa lastoem bie aaghiezieehie iellaaa an toeghmiedoe fieeh; wa'lamoeo annal laaha Ghanieyyoen Hamieed
2:267 O jullie die geloven, geef van de goede dingen die jullie verkregen hebben en van wat Wij voor jullie uit de aarde hebben voortgebracht. En kies niet het slechte ervan om uit te geven, terwijl jullie het zelf niet zouden aannemen, behalve met gesloten ogen. En weet dat Allah Zelfvoorzienend, Prijzenswaardig is.

اَلشَّیۡطٰنُ یَعِدُکُمُ الۡفَقۡرَ وَ یَاۡمُرُکُمۡ بِالۡفَحۡشَآءِ ۚ وَ اللّٰہُ یَعِدُکُمۡ مَّغۡفِرَۃً مِّنۡہُ وَ فَضۡلًا ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۸۶۲﴾
Ash Shaitaanoe ya'iedoekoemoel faqra wa ya'moeroekoem bielfahshaaa'ie wallaahoe ya'iedoekoem maghfieratam mienhoe wa fadlaa; wallaahoe Waasie'oen 'Alieem
2:268 De satan belooft jullie armoede en beveelt jullie onzedelijkheid te begaan. Terwijl Allah jullie vergiffenis en beloningen van Hem belooft. En Allah is Alomvattend, Alwetend. (Notitie: zie ook 17:29)

یُّؤۡتِی الۡحِکۡمَۃَ مَنۡ یَّشَآءُ ۚ وَ مَنۡ یُّؤۡتَ الۡحِکۡمَۃَ فَقَدۡ اُوۡتِیَ خَیۡرًا کَثِیۡرًا ؕ وَ مَا یَذَّکَّرُ اِلَّاۤ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿۹۶۲﴾
Yoe'tiel Hiekmata may yashaaa'; wa may yoe'tal Hiekmata faqad oetieya ghairan kasieeraa; wa maa yazzakkaroe iellaaa oeloel albaab
2:269 Hij (Allah) schenkt Wijsheid aan wie Hij wil. En aan wie wijsheid geschonken is, dan is het goede in overvloed aan hem geschonken. En niemand laat zich vermanen dan de bezitters van verstand.

وَ مَاۤ اَنۡفَقۡتُمۡ مِّنۡ نَّفَقَۃٍ اَوۡ نَذَرۡتُمۡ مِّنۡ نَّذۡرٍ فَاِنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُہٗ ؕ وَ مَا لِلظّٰلِمِیۡنَ مِنۡ اَنۡصَارٍ ﴿۰۷۲﴾
Wa maaa anfaqtoem mien nafaqatien aw nazartoem mien nazrien fa iennal laaha ya'lamoeh; wa maa liezzaaliemieena mien ansaar
2:270 En wat jullie ook uitgeven of welke eed jullie afleggen, voorzeker Allah weet ervan. En voor de onrechtvaardigen zijn er geen enkel helpers.

اِنۡ تُبۡدُوا الصَّدَقٰتِ فَنِعِمَّا ہِیَ ۚ وَ اِنۡ تُخۡفُوۡہَا وَ تُؤۡتُوۡہَا الۡفُقَرَآءَ فَہُوَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ ؕ وَ یُکَفِّرُ عَنۡکُمۡ مِّنۡ سَیِّاٰتِکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۱۷۲﴾
In toebdoes sadaqaatie fanie'iemmaa hieya wa ien toeghfoehaa wa toe'toehal foeqaraaa'a fahoewa ghayroel lakoem; wa yoekaffieroe 'an-koem mien saiyie aatiekoem; wallaahoe biemaa ta'maloena ghabieer
2:271 Het is goed als jullie de giften openlijk geven. Maar het is beter voor jullie, als jullie het (schenken) geheim houden bij het geven aan de armen. En Hij (Allah) zal jouw slechte daden van jou verwijderen. En Allah is Alwetend over hetgeen jullie doen.

لَیۡسَ عَلَیۡکَ ہُدٰىہُمۡ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ فَلِاَنۡفُسِکُمۡ ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡنَ اِلَّا ابۡتِغَآءَ وَجۡہِ اللّٰہِ ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ یُّوَفَّ اِلَیۡکُمۡ وَ اَنۡتُمۡ لَا تُظۡلَمُوۡنَ ﴿۲۷۲﴾
Laisa 'alaika hoedaahoem wa laakiennal laaha yahdiee may yashaaa'; wa maa toenfieqoe mien ghairien falie anfoesiekoem; wa maa toenfieqoena iellab tieghaaa'a wadjhiel laah; wa maa toenfieqoe mien ghairiey yoewaffa ielaikoem wa antoem laa toezlamoen
2:272 Hun leiding rust niet op jou (Mohammed), maar Allah leidt wie Hij wil. En wat jullie ook van het goede uitgeven, het is ten goede (de beloning) voor jullie zelf. En jullie geven slechts uit voor het zoeken van het aanzicht van Allah. En wat jullie ook van het goede uitgeven, het zal volledig terug worden betaald. Er zal geen onrecht op jullie worden aangedaan.

لِلۡفُقَرَآءِ الَّذِیۡنَ اُحۡصِرُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ لَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ ضَرۡبًا فِی الۡاَرۡضِ ۫ یَحۡسَبُہُمُ الۡجَاہِلُ اَغۡنِیَآءَ مِنَ التَّعَفُّفِ ۚ تَعۡرِفُہُمۡ بِسِیۡمٰہُمۡ ۚ لَا یَسۡـَٔلُوۡنَ النَّاسَ اِلۡحَافًا ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ فَاِنَّ اللّٰہَ بِہٖ عَلِیۡمٌ ﴿۳۷۲﴾
Lielfoeqaraaa'iel lazieena oehsieroe fiee sabieeliel laahie laa yastatiee'oena darban fiel ardie yah saboehoemoel djaahieloe aghnieyaaa'a mienat ta'affoefie ta'riefoehoem biesieemaahoem laa yas'aloenan naasa ielhaafaa; wa maa toenfieqoe mien ghairien fa iennal laaha biehiee 'Alieem
2:273 (De giften zijn o.a.) voor de armen die verhindert zijn op de weg van Allah en die niet in staat zijn om te reizen op aarde. Door hun bescheidenheid denken de kortzichtigen dat ze zelfvoorzienend zijn. Je herkent hen bij hun kenmerk dat ze de mensen niet opdringerig vragen. En wat jullie ook van het goede uitgeven, voorzeker Allah is Alwetend erover.

اَلَّذِیۡنَ یُنۡفِقُوۡنَ اَمۡوَالَہُمۡ بِالَّیۡلِ وَ النَّہَارِ سِرًّا وَّ عَلَانِیَۃً فَلَہُمۡ اَجۡرُہُمۡ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ۚ وَ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۴۷۲﴾
Allazieena yoenfieqoena amwaalahoem biellailie wan nahaarie sierraw wa 'alaanieyatan falahoem adjroehoem 'ienda Rabbiehiem wa laa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
2:274 Degenen die 's nachts, overdag, in het geheim of openlijk (giften) uitgeven voor hen is hun beloning bij hun Heer. En er zal geen angst op hen rusten, noch zullen ze treuren.

اَلَّذِیۡنَ یَاۡکُلُوۡنَ الرِّبٰوا لَا یَقُوۡمُوۡنَ اِلَّا کَمَا یَقُوۡمُ الَّذِیۡ یَتَخَبَّطُہُ الشَّیۡطٰنُ مِنَ الۡمَسِّ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَالُوۡۤا اِنَّمَا الۡبَیۡعُ مِثۡلُ الرِّبٰوا ۘ وَ اَحَلَّ اللّٰہُ الۡبَیۡعَ وَ حَرَّمَ الرِّبٰوا ؕ فَمَنۡ جَآءَہٗ مَوۡعِظَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ فَانۡتَہٰی فَلَہٗ مَا سَلَفَ ؕ وَ اَمۡرُہٗۤ اِلَی اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ عَادَ فَاُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۵۷۲﴾
Allazieena yaakoeloenar riebaa laa yaqoemoena iellaa kamaa yaqoemoel laziee yataghabbatoehoesh shaitaanoe mienal mass; zaalieka bie annahoem qaaloeo iennamal bai'oe miesloer riebaa; wa ahallal laahoel bai'a wa harramar riebaa; faman djaaa'ahoe maw'iezatoem mier rabbiehiee fantahaa falahoe maa salafa wa amroehoeo ielal laahie wa man 'aada fa oelaaa 'ieka Ashaaboen naarie hoem fieehaa ghaaliedoen
2:275 Degenen die rente opvreten, ze zijn niet staat om op te staan behalve als een gedreven gek die opstaat door satans aanraking (pak slag). Dat is vanwege wat ze zeggen: "Alleen de handel is netals de rente". Terwijl Allah de handel heeft toegestaan en de rente heeft verboden. Tot wie dan ook vermaning komt van zijn Heer en hij ziet ervan af (de rente), wat gebeurt is, zijn zaak is bij Allah. En wie het (consumeren van rente) hervat, dan zijn ze de bewoners van het vuur. Ze zullen er voor altijd in vertoeven.

یَمۡحَقُ اللّٰہُ الرِّبٰوا وَ یُرۡبِی الصَّدَقٰتِ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ کُلَّ کَفَّارٍ اَثِیۡمٍ ﴿۶۷۲﴾
Yamhaqoel laahoer riebaa wa yoerbies sadaqaat; wallaahoe laa yoehiebboe koella kaffaarien asieem
2:276 Allah vernietigd de rente en laat de giften toenemen. En Allah houdt niet van elke ondankbare zondenaar.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ وَ اَقَامُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتَوُا الزَّکٰوۃَ لَہُمۡ اَجۡرُہُمۡ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ۚ وَ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۷۷۲﴾
Innal lazieena aamanoe wa amieloes saaliehaatie wa aqaamoes salaata wa aatawoez zakaata lahoem adjroehoem 'ienda rabbiehiem wa laa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
2:277 Voorzeker, degenen die geloofden, goede daden verrichtten, het gebed onderhielden en de zakaat gaven, voor hen is de beloning bij hun Heer. En er zal geen angst op hen zijn, noch zullen ze treuren.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوا اللّٰہَ وَ ذَرُوۡا مَا بَقِیَ مِنَ الرِّبٰۤوا اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۷۲﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoet taqoel laaha wa zaroe maa baqieya mienar riebaaa ien koentoem moe'mienieen
2:278 O jullie die geloven, vrees Allah en scheld de rente kwijt, als jullie Momien (vroom) zijn. (Notitie: zie ook 49:14 en 5:93 m.b.t. vroomheid.)

فَاِنۡ لَّمۡ تَفۡعَلُوۡا فَاۡذَنُوۡا بِحَرۡبٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ۚ وَ اِنۡ تُبۡتُمۡ فَلَکُمۡ رُءُوۡسُ اَمۡوَالِکُمۡ ۚ لَا تَظۡلِمُوۡنَ وَ لَا تُظۡلَمُوۡنَ ﴿۹۷۲﴾
Fail lam taf'aloe faazanoe bieharbiem mienal laahie wa Rasoeliehiee wa ien toebtoem falakoem roe'oesoe amwaaliekoem laa tazliemoena wa laa toezlamoen
2:279 En als jullie (dit) niet doen, wees op de hoogte van een oorlog met Allah en zijn boodschapper. En als jullie berouw hebben dan is (slechts) jouw (verleende) kapitaal voor jou. Doe geen onrecht aan en er zal jullie geen onrecht worden aangedaan.

وَ اِنۡ کَانَ ذُوۡ عُسۡرَۃٍ فَنَظِرَۃٌ اِلٰی مَیۡسَرَۃٍ ؕ وَ اَنۡ تَصَدَّقُوۡا خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۰۸۲﴾
Wa ien kaana zoe 'oesratien fanazieratoen ielaa maisarah; wa an tasaddaqoe ghairoel lakoem ien koentoem ta'lamoen
2:280 En als de schuldenaar in moeilijkheden verkeert, stel het (de betaling) uit tot gemak. En als jullie het kwijtschelden tot gift, dan is dat beter voor julliezelf, als jullie het (maar) zouden weten.

وَ اتَّقُوۡا یَوۡمًا تُرۡجَعُوۡنَ فِیۡہِ اِلَی اللّٰہِ ٭۟ ثُمَّ تُوَفّٰی کُلُّ نَفۡسٍ مَّا کَسَبَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۱۸۲﴾
Wattaqoe yawman toerdja'oena fieehie ielal laahie soemma toewaffaa koelloe nafsiem maa kasabat wa hoem laa yoezlamoen
2:281 En vrees een Dag waarop jullie tot Allah worden terug gebracht. Elke 'Nafs' (persoon/eigen ik) zal dan volledig worden uitbetaald voor wat ze heeft verdiend. En ze zullen niet onrechtvaardig worden behandeld.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا تَدَایَنۡتُمۡ بِدَیۡنٍ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی فَاکۡتُبُوۡہُ ؕ وَ لۡیَکۡتُبۡ بَّیۡنَکُمۡ کَاتِبٌۢ بِالۡعَدۡلِ ۪ وَ لَا یَاۡبَ کَاتِبٌ اَنۡ یَّکۡتُبَ کَمَا عَلَّمَہُ اللّٰہُ فَلۡیَکۡتُبۡ ۚ وَ لۡیُمۡلِلِ الَّذِیۡ عَلَیۡہِ الۡحَقُّ وَ لۡیَتَّقِ اللّٰہَ رَبَّہٗ وَ لَا یَبۡخَسۡ مِنۡہُ شَیۡئًا ؕ فَاِنۡ کَانَ الَّذِیۡ عَلَیۡہِ الۡحَقُّ سَفِیۡہًا اَوۡ ضَعِیۡفًا اَوۡ لَا یَسۡتَطِیۡعُ اَنۡ یُّمِلَّ ہُوَ فَلۡیُمۡلِلۡ وَلِیُّہٗ بِالۡعَدۡلِ ؕ وَ اسۡتَشۡہِدُوۡا شَہِیۡدَیۡنِ مِنۡ رِّجَالِکُمۡ ۚ فَاِنۡ لَّمۡ یَکُوۡنَا رَجُلَیۡنِ فَرَجُلٌ وَّ امۡرَاَتٰنِ مِمَّنۡ تَرۡضَوۡنَ مِنَ الشُّہَدَآءِ اَنۡ تَضِلَّ اِحۡدٰىہُمَا فَتُذَکِّرَ اِحۡدٰىہُمَا الۡاُخۡرٰی ؕ وَ لَا یَاۡبَ الشُّہَدَآءُ اِذَا مَا دُعُوۡا ؕ وَ لَا تَسۡـَٔمُوۡۤا اَنۡ تَکۡتُبُوۡہُ صَغِیۡرًا اَوۡ کَبِیۡرًا اِلٰۤی اَجَلِہٖ ؕ ذٰلِکُمۡ اَقۡسَطُ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ اَقۡوَمُ لِلشَّہَادَۃِ وَ اَدۡنٰۤی اَلَّا تَرۡتَابُوۡۤا اِلَّاۤ اَنۡ تَکُوۡنَ تِجَارَۃً حَاضِرَۃً تُدِیۡرُوۡنَہَا بَیۡنَکُمۡ فَلَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ اَلَّا تَکۡتُبُوۡہَا ؕ وَ اَشۡہِدُوۡۤا اِذَا تَبَایَعۡتُمۡ ۪ وَ لَا یُضَآرَّ کَاتِبٌ وَّ لَا شَہِیۡدٌ ۬ؕ وَ اِنۡ تَفۡعَلُوۡا فَاِنَّہٗ فُسُوۡقٌۢ بِکُمۡ ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ وَ یُعَلِّمُکُمُ اللّٰہُ ؕ وَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۲۸۲﴾
Yaa ayyoehal lazieena aamanoe iezaa tadaayantoem biedaiynien ielaa adjaliemmoesamman faktoeboeh; walyaktoeb bainakoem kaatieboem biel'adl; wa laa yaaba kaatieboen ay yaktoeba kamaa 'allamahoel laah; falyaktoeb walyoemlieliel laziee 'alaihiel haqqoe walyattaqiel laaha rabbahoe wa laa yabghas mienhoe shai'aa; fa ien kaanal laziee 'alaihiel haqqoe safieehan aw da'ieefan aw laa yastatiee'oe ay yoemiella hoewa falyoemliel walieyyoehoe biel'adl; wastash hiedoe shahieedainie mier riedjaaliekoem fa iel lam yakoenaa radjoelainie faradjoeloew wamra ataanie miemman tardawna mienash shoehadaaa'ie an tadiella iehdaahoemaa fatoezakkiera iehdaahoemal oeghraa; wa laa yaabash shoehadaaa'oe iezaa maadoe'oe; wa laa tas'amoeo an taktoeboehoe saghieeran awkabieeran ielaaa adjalieh; zaaliekoem aqsatoe 'iendal laahie wa aqwamoe lieshshahaadatie wa adnaaa allaa tartaaboeo iellaaa an takoena tiedjaaratan haadieratan toedieeroenahaa bainakoem falaisa 'alaikoem djoenaahoen allaa taktoeboehan; wa ashiedoeo iezaa tabaaya'toem; wa laa yoedaaarra kaatieboew wa laa shahieed; wa ien taf'aloe fa iennahoe foesoeqoem biekoem; wattaqoel laaha wa yoe'alliemoe koemoel laah; wallaahoe biekoellie shai'ien 'Alieem
2:282 O jullie die geloven, wanneer jullie met elkaar een lening afsluiten voor een vaste termijn, leg het schriftelijk vast. En laat een schrijver voor jullie het in eerlijkheid opschrijven. En een schrijver mag het opschrijven niet weigeren, omdat Allah hem (het schrijven) heeft onderwezen. Laat hem dan noteren en laat degene op wie de schuld ligt dicteren en laat hem Allah, zijn Heer, vrezen. En laat hem niets van de lening verminderen. Als degenen op wie de schuld rust moeite heeft met begrijpen, zwak is of niet in staat is te dicteren, laat dan zijn voogd in eerlijkheid dicteren. En roep twee mannelijke getuigen op (voor het vastleggen van de lening). En als er geen twee mannen zijn, dan één man en twee vrouwen waarvan jullie het eens zijn om ze te laten getuigen, zodat als één van hen zich vergist, de andere haar kan verbeteren. En de getuigen mogen niet weigeren wanneer ze worden opgeroepen. En verzuim het niet om het (de schuld) op te schrijven met de bijbehorende termijn, ook al is het (de schuld) klein of groot. Dat is meer rechtvaardiger bij Allah en het zorgt voor de oprechtheid in de getuigenis en voor geen twijfel tussen jullie. Wanneer het gaat om handel tussen jullie die ter plekke plaats vindt, dan rust er geen zonde op jullie als jullie het niet opschrijven. Maar neem getuigen wanneer jullie een zakelijke overeenkomst aangaan. En de schrijver, noch de getuigen mogen niet worden benadeeld. En als jullie het toch doen, dan voorzeker het is een zondige daad voor jullie. En vrees Allah. En Allah onderwijst en is Alwetend over alles.

وَ اِنۡ کُنۡتُمۡ عَلٰی سَفَرٍ وَّ لَمۡ تَجِدُوۡا کَاتِبًا فَرِہٰنٌ مَّقۡبُوۡضَۃٌ ؕ فَاِنۡ اَمِنَ بَعۡضُکُمۡ بَعۡضًا فَلۡیُؤَدِّ الَّذِی اؤۡتُمِنَ اَمَانَتَہٗ وَ لۡیَتَّقِ اللّٰہَ رَبَّہٗ ؕ وَ لَا تَکۡتُمُوا الشَّہَادَۃَ ؕ وَ مَنۡ یَّکۡتُمۡہَا فَاِنَّہٗۤ اٰثِمٌ قَلۡبُہٗ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ عَلِیۡمٌ ﴿۳۸۲﴾
Wa ien koentoem 'alaa safariew wa lam tadjiedoe kaatieban fariehaanoem maqboedatoen fa ien amiena ba'doekoem ba'dan falyoe'addiel lazie toemiena amaa natahoe walyattaqiel laaha Rabbah; wa laa taktoemoesh shahaadah; wa may yaktoemhaa fa iennahoeo aasiemoen qalboeh; wallaahoe biemaa ta'maloena 'Alieem
2:283 En als jullie op reis zijn en jullie vinden geen schrijver, geef dan een onderpand in de hand. En als een van jullie dan de andere toevertrouwd, laat degenen die vertrouwd wordt zijn vertrouwen waarmaken en Allah, zijn Heer, vrezen. En verberg niet hetgeen waar jullie getuigen van waren. En wie het verbergt dan zeker, zijn hart is zondig. En Allah is Alwetend wat jullie doen.

لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ اِنۡ تُبۡدُوۡا مَا فِیۡۤ اَنۡفُسِکُمۡ اَوۡ تُخۡفُوۡہُ یُحَاسِبۡکُمۡ بِہِ اللّٰہُ ؕ فَیَغۡفِرُ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یُعَذِّبُ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۴۸۲﴾
Liellaahie maa fiessamaawaatie wa maa fiel ard; wa ien toebdoe maa fieee anfoesiekoem aw toeghfoehoe yoehaasiebkoem biehiel laa; fayaghfieroe lie may yashaaa'oe wa yoe'azzieboe may yashaaa'oe;wallaahoe 'alaa koellie shai ien qadieer
2:284 Aan Allah behoort wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. En als jullie onthullen of verbergen wat in julliezelf (harten) is, Allah zal jullie voor verantwoording roepen. Hij zal dan vergeven wie Hij wil of Hij zal straffen wie Hij wil. En Allah is Almachtig over alles.

اٰمَنَ الرَّسُوۡلُ بِمَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡہِ مِنۡ رَّبِّہٖ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ؕ کُلٌّ اٰمَنَ بِاللّٰہِ وَ مَلٰٓئِکَتِہٖ وَ کُتُبِہٖ وَ رُسُلِہٖ ۟ لَا نُفَرِّقُ بَیۡنَ اَحَدٍ مِّنۡ رُّسُلِہٖ ۟ وَ قَالُوۡا سَمِعۡنَا وَ اَطَعۡنَا ٭۫ غُفۡرَانَکَ رَبَّنَا وَ اِلَیۡکَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۵۸۲﴾
Aamanar-Rasoeloe biemaaa oenziela ielaihie mier-Rabbiehiee walmoe'mienoen; koelloen aamana biellaahie wa Malaaa'iekathiehiee wa Koetoebhiehiee wa Roesoeliehiee laa noefarrieqoe baina ahadiem-mier-Roesoelieh wa qaaloe samie'naa wa ata'naa ghoefraanaka Rabbanaa wa ielaikal-masieer
2:285 De boodschapper gelooft in wat aan hem van zijn Heer is geopenbaard en de gelovigen ook. Allen geloven in Allah, in Zijn Engelen, in Zijn Boeken en in Zijn boodschappers. Wij maken geen onderscheid tussen Zijn boodschappers. En ze zeiden: "Wij hebben gehoord en wij gehoorzamen. Vergeef ons, onze Heer en tot U is ons terugkeer".

لَا یُکَلِّفُ اللّٰہُ نَفۡسًا اِلَّا وُسۡعَہَا ؕ لَہَا مَا کَسَبَتۡ وَ عَلَیۡہَا مَا اکۡتَسَبَتۡ ؕ رَبَّنَا لَا تُؤَاخِذۡنَاۤ اِنۡ نَّسِیۡنَاۤ اَوۡ اَخۡطَاۡنَا ۚ رَبَّنَا وَ لَا تَحۡمِلۡ عَلَیۡنَاۤ اِصۡرًا کَمَا حَمَلۡتَہٗ عَلَی الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِنَا ۚ رَبَّنَا وَ لَا تُحَمِّلۡنَا مَا لَا طَاقَۃَ لَنَا بِہٖ ۚ وَ اعۡفُ عَنَّا ٝ وَ اغۡفِرۡ لَنَا ٝ وَ ارۡحَمۡنَا ٝ اَنۡتَ مَوۡلٰىنَا فَانۡصُرۡنَا عَلَی الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۶۸۲﴾
Laa yoekalliefoel-laahoe nafsan iellaa woes'ahaa; lahaa maa kasabat wa 'alaihaa maktasabat; Rabbanaa laa toe'aaghieznaaa ien nasieenaaa aw aghtaanaa; Rabbanaa wa laa tahmiel-'alainaaa iesran kamaa hamaltahoe 'alal-lazieena mien qablienaa; Rabbanaa wa laa toehammielnaa maa laa taaqata lanaa bieh; wa'foe 'annaa waghfier lanaa warhamnaa; Anta mawlaanaa fansoernaa 'alal qawmiel kaafierieen
2:286 Allah belast een 'Nafs' (persoon / ego) naar zijn capaciteit. Voor hem is (de beloning) door datgeen wat hij heeft verdiend en tegen hem is (de straf) door datgeen hij heeft verdiend. (Zeg:) "Onze Heer verwijt ons niet als wij vergeten of fouten maken. Onze Heer, belast ons niet zoals U degenen vóór ons heeft belast. Onze Heer belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen en scheld ons kwijt en vergeef ons en wees ons genadig. U bent onze Meester en help ons tegen het ongelovige volk".

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓمَّٓ ۙ﴿۱﴾
Alief-Laam-Mieeem
3:1 Alief Laam Miem.

اللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۙ الۡحَیُّ الۡقَیُّوۡمُ ؕ﴿۲﴾
Allaahoe laaa ielaaha iellaa Hoewal Haiyoel Qaiyoem
3:2 Allah, er is geen (andere) godheid/deïteit dan Hem, de Eeuwig Levende, de Onderhouder van alles dat bestaat.

نَزَّلَ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ اَنۡزَلَ التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ ۙ﴿۳﴾
Nazzala 'alaikal Kietaaba bielhaqqie moesaddieqal liemaa baina yadaihie wa anzalat Tawraata wal Indjieel
3:3 Hij openbaarde aan jou het boek met de waarheid, het bevestigt (de waarheid in) de voorafgaande boeken (zie 2:41). En Hij openbaarde de Taurat (Thora) en de Injiel

مِنۡ قَبۡلُ ہُدًی لِّلنَّاسِ وَ اَنۡزَلَ الۡفُرۡقَانَ ۬ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ لَہُمۡ عَذَابٌ شَدِیۡدٌ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ ذُو انۡتِقَامٍ ﴿۴﴾
Mien qabloe hoedal liennaasie wa anzalal Foerqaan; iennallazieena kafaroe bie Aayaatiel laahie lahoem 'azaaboen shadieed; wallaahoe 'azieezoen zoen tieqaam
3:4 voorafgaand (aan dit boek), als leiding voor de mensheid. En Hij openbaarde de Foerqan. Voorzeker, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, voor hen is er een zware straf. En Allah is Almachtig, de Machthebber over Vergelding.

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَخۡفٰی عَلَیۡہِ شَیۡءٌ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا فِی السَّمَآءِ ؕ﴿۵﴾
Innal laaha laa yaghfaa 'alaihie shai'oen fiel ardie wa laa fies samaaa'
3:5 Voorzeker Allah, voor Hem is er niets verborgen, niet op aarde en niet in de hemel.

ہُوَ الَّذِیۡ یُصَوِّرُکُمۡ فِی الۡاَرۡحَامِ کَیۡفَ یَشَآءُ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۶﴾
Hoewal laziee yoesawwieroekoem fiel arhaamie kaifa yashaaa'; laa ielaaha iellaa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
3:6 Hij is degene die jullie in de baarmoeder vormt, hoe Hij wil. Er is geen (andere) Godheid/Deïteit dan Hem, de Almachtige, de Alwijze.

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ عَلَیۡکَ الۡکِتٰبَ مِنۡہُ اٰیٰتٌ مُّحۡکَمٰتٌ ہُنَّ اُمُّ الۡکِتٰبِ وَ اُخَرُ مُتَشٰبِہٰتٌ ؕ فَاَمَّا الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ زَیۡغٌ فَیَتَّبِعُوۡنَ مَا تَشَابَہَ مِنۡہُ ابۡتِغَآءَ الۡفِتۡنَۃِ وَ ابۡتِغَآءَ تَاۡوِیۡلِہٖ ۚ؃ وَ مَا یَعۡلَمُ تَاۡوِیۡلَہٗۤ اِلَّا اللّٰہُ ۘؔ وَ الرّٰسِخُوۡنَ فِی الۡعِلۡمِ یَقُوۡلُوۡنَ اٰمَنَّا بِہٖ ۙ کُلٌّ مِّنۡ عِنۡدِ رَبِّنَا ۚ وَ مَا یَذَّکَّرُ اِلَّاۤ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿۷﴾
Hoewal lazieee anzala 'alaikal Kietaaba mienhoe Aayaatoem Moeh kamaatoen hoenna Oemmoel Kietaabie wa oegharoe Moetashaabiehaatoen fa'ammal lazieena fiee qoeloebiehiem zaiyghoen fa yattabie'oena ma tashaabaha mienhoebtieghaaa 'alfietnatie wabtieghaaa'a taawieelieh; wa maa ya'lamoe taawieelahoeo iellal laah; warraasieghoena fiel 'ielmie yaqoeloena aamannaa biehiee koelloem mien 'iendie Rabbienaa; wa maa yazzakkaroe iellaaa oeloel albaab
3:7 Hij is Degene die het boek aan jou heeft geopenbaard. Daarin zijn eenduidige verzen, deze vormen het fundament van het boek, en andere (verzen) zijn voor meer uitleg vatbaar. Degenen die verdorvenheid in hun harten hebben volgen de meerduidigheid (mutashabihat), zoekende naar 'fitnah'(onenigheid) en naar de ware uitleg ervan. En niemand weet de uitleg ervan behalve Allah. En degenen die rijk zijn in kennis, zeggen: "Wij geloven er in, alles is van onze Heer". En niemand zal zich zelf vermanen, behalve de bezitter van verstand.

رَبَّنَا لَا تُزِغۡ قُلُوۡبَنَا بَعۡدَ اِذۡ ہَدَیۡتَنَا وَ ہَبۡ لَنَا مِنۡ لَّدُنۡکَ رَحۡمَۃً ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ الۡوَہَّابُ ﴿۸﴾
Rabbanaa laa toeziegh qoeloebanaa ba'da iez hadaitanaa wa hab lanaa miel ladoen-ka rahmah; iennaka antal Wahhaab
3:8 (Zeg:) "Onze Heer, laat onze harten niet afwijken nadat U ons heeft geleid en schenk ons Uw barmhartigheid. Voorzeker, U bent de Schenker".

رَبَّنَاۤ اِنَّکَ جَامِعُ النَّاسِ لِیَوۡمٍ لَّا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُخۡلِفُ الۡمِیۡعَادَ ﴿۹﴾
Rabbanaaa iennaka djaamie 'oen-naasie lie Yawmien laa raiba fieeh; iennal laaha laa yoeghliefoel miee'aad
3:9 (Zeg:) "Onze Heer! Zeer zeker, U zult de mensheid verzamelen op een Dag, er is geen twijfel daaraan". Zonder twijfel, Allah, breekt geen beloftes.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡہُمۡ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡئًا ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمۡ وَقُوۡدُ النَّارِ ﴿۰۱﴾
Innal lazieena kafaroe lan toeghnieya 'anhoem amwaaloehoem wa laaa awlaadoehoem mienal laahie shai'aw wa oelaaa'ieka hoem waqoedoen Naar
3:10 Met geen twijfel, degene die niet geloven, nooit zullen hun rijkdommen, en noch zullen hun kinderen iets baten tegen (de bestraffing van) Allah. En zij zijn degenen die de brandstof voor de hel zijn.

کَدَاۡبِ اٰلِ فِرۡعَوۡنَ ۙ وَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ۚ فَاَخَذَہُمُ اللّٰہُ بِذُنُوۡبِہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۱۱﴾
Kadaabie Aalie Fier'awna wallazieena mien qabliehiem; kazzaboe bie Aayaatienaa fa aghazahoemoel laahoe biezoenoe biehiem; wallaahoe shadieedoel 'ieqaab
3:11 Net als het gedrag van Farao's volk en van degenen die voor hun tijd leefden. Ze verwierpen Onze tekenen. Dus greep Allah hen voor hun zonden. En Allah is streng in het straffen.

قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا سَتُغۡلَبُوۡنَ وَ تُحۡشَرُوۡنَ اِلٰی جَہَنَّمَ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿۲۱﴾
Qoel liellazieena kafaroesatoeghlaboena wa toehsharoena ielaa djahannam; wa bie'sal miehaad
3:12 Zeg tot degenen die niet geloven: "Jullie zullen worden overmeesterd en dan naar de Hel worden verzameld. Dat is een zeer slechte rustplaats.

قَدۡ کَانَ لَکُمۡ اٰیَۃٌ فِیۡ فِئَتَیۡنِ الۡتَقَتَا ؕ فِئَۃٌ تُقَاتِلُ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ اُخۡرٰی کَافِرَۃٌ یَّرَوۡنَہُمۡ مِّثۡلَیۡہِمۡ رَاۡیَ الۡعَیۡنِ ؕ وَ اللّٰہُ یُؤَیِّدُ بِنَصۡرِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَعِبۡرَۃً لِّاُولِی الۡاَبۡصَارِ ﴿۳۱﴾
Qad kaana lakoem Aayatoen fiee fie'atainiel taqataa fie'atoen toeqaatieloe fiee sabieeliel laahie wa oeghraa kaafieratoey yarawnahoem mieslaihiem ra' yal 'ayn; wallaahoe yoe'ayyiedoe bie nasriehiee may yashaaa'; iennaa fiee zaalieka la 'iebratal lie oeliel absaar
3:13 Waarlijk, de veldslag van de twee legers, dat was een teken voor jullie. Een groep vechtende op de weg van Allah en de andere waren de ongelovigen (vechtende op de weg van afgoderij/Taghoet). Ze zagen hen als het dubbel in aantal, door het zicht van hun ogen. (Weet dat,) Allah ondersteunt wie Hij wil met Zijn hulp. Voorzeker, daarin is zeker een lering voor de bezitters van inzicht.

زُیِّنَ لِلنَّاسِ حُبُّ الشَّہَوٰتِ مِنَ النِّسَآءِ وَ الۡبَنِیۡنَ وَ الۡقَنَاطِیۡرِ الۡمُقَنۡطَرَۃِ مِنَ الذَّہَبِ وَ الۡفِضَّۃِ وَ الۡخَیۡلِ الۡمُسَوَّمَۃِ وَ الۡاَنۡعَامِ وَ الۡحَرۡثِ ؕ ذٰلِکَ مَتَاعُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۚ وَ اللّٰہُ عِنۡدَہٗ حُسۡنُ الۡمَاٰبِ ﴿۴۱﴾
Zoeyyiena liennaasie hoebboesh shahawaatie mienanniesaaa'ie wal banieena walqanaatieeriel moeqantaratie mienaz zahabie walfieddatie walghailiel moesawwamatie wal an'aamie walhars; zaalieka mataa'oel hayaatied doenyaa wallaahoe 'iendahoe hoesnoel ma-aab
3:14 Voor de mensheid is het genot van de dingen die ze verlangen verleidelijk gemaakt, zoals vrouwen, zonen, opgeslagen hopen van goud en zilver, gekenmerkte paarden, vee, en bebouwd land. Dat zijn de voorzieningen van het wereldse leven. Bij Allah, bij Hem is er een voortreffelijk verblijfplaats om terug te keren.

قُلۡ اَؤُنَبِّئُکُمۡ بِخَیۡرٍ مِّنۡ ذٰلِکُمۡ ؕ لِلَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا عِنۡدَ رَبِّہِمۡ جَنّٰتٌ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا وَ اَزۡوَاجٌ مُّطَہَّرَۃٌ وَّ رِضۡوَانٌ مِّنَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۵۱﴾
Qoel a'oenabbie 'oekoem bieghairiem mien zaaliekoem; liellazieenat taqaw 'ienda Rabbiehiem djannaatoen tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaa wa azwaadjoem moetahharatoew wa riedwaanoem mienal laah; wallaahoe basieeroem biel'iebaad
3:15 Zeg: "Zal ik jullie informeren over iets beter dan dat? Voor degenen die Taqwa hebben, bij zijn Heer zijn er tuinen waaronder rivieren stromen, eeuwig vertoevend erin, met pure echtgenotes, en de tevredenheid van Allah. En Allah is Alziende over zijn dienaren.

اَلَّذِیۡنَ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اِنَّنَاۤ اٰمَنَّا فَاغۡفِرۡ لَنَا ذُنُوۡبَنَا وَ قِنَا عَذَابَ النَّارِ ﴿۶۱﴾
Allazieena yaqoeloena Rabbanaaa iennanaaa aamannaa faghfier lanaa zoenoebanaa wa qienaa 'azaaban Naar
3:16 Dit zijn degenen die zeggen: "Onze Heer, voorzeker, we hebben geloofd, dus vergeef onze zondes en bescherm ons tegen de bestraffing van de Hel".

اَلصّٰبِرِیۡنَ وَ الصّٰدِقِیۡنَ وَ الۡقٰنِتِیۡنَ وَ الۡمُنۡفِقِیۡنَ وَ الۡمُسۡتَغۡفِرِیۡنَ بِالۡاَسۡحَارِ ﴿۷۱﴾
Assaabierieena wassaa dieqieena walqaanietieena walmoenfieqieena walmoes taghfierieena biel as-har
3:17 (Zij zijn) De geduldigen, de waarheidsgetrouwen, de gehoorzamen, degenen die uitgeven (zoekende naar de welbehagen van Allah) en degenen die zoeken naar de vergiffenis (van Allah in de nachten) voor zonsopgang.

شَہِدَ اللّٰہُ اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۙ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ اُولُوا الۡعِلۡمِ قَآئِمًۢا بِالۡقِسۡطِ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۸۱﴾
Shahiedal laahoe annahoe laa ielaaha iellaa Hoewa walmalaaa'iekatoe wa oeloel 'ielmie qaaa'iemam bielqiest; laaa ielaaha iellaa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
3:18 Allah getuigt dat er geen (andere) godheid/deïteit is dan Hem. En (zo doen) de Engelen en de bezitters van kennis, standvastig in gerechtigheid. Er is geen (andere) godheid/deïteit dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.

اِنَّ الدِّیۡنَ عِنۡدَ اللّٰہِ الۡاِسۡلَامُ ۟ وَ مَا اخۡتَلَفَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ بَغۡیًۢا بَیۡنَہُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّکۡفُرۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَاِنَّ اللّٰہَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۹۱﴾
Innad dieena 'iendal laahiel Islaam; wa maghtalafal lazieena oetoel Kietaaba iellaa miem ba'die maa djaaa'ahoemoel 'ielmoe baghyam bainahoem; wa may yakfoer bie Aayaatiel laahie fa iennal laaha sariee'oel hiesaab
3:19 Voorzeker, de religie van Allah is de Islam. Degenen aan wie het boek gegeven was verschilden pas van mening nadat de kennis tot hen kwam, uit onderlinge afgunst. En wie de Tekenen van Allah loochent, dan voorzeker, Allah is snel in het afrekenen.

فَاِنۡ حَآجُّوۡکَ فَقُلۡ اَسۡلَمۡتُ وَجۡہِیَ لِلّٰہِ وَ مَنِ اتَّبَعَنِ ؕ وَ قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ وَ الۡاُمِّیّٖنَ ءَاَسۡلَمۡتُمۡ ؕ فَاِنۡ اَسۡلَمُوۡا فَقَدِ اہۡتَدَوۡا ۚ وَ اِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّمَا عَلَیۡکَ الۡبَلٰغُ ؕ وَ اللّٰہُ بَصِیۡرٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۰۲﴾
Fa ien haaadjdjoeka faqoel aslamtoe wadjhieya liellaahie wa maniet taba'an; wa qoel liellazieena oetoel Kietaaba wal oemmieyyieena 'a-aslamtoem; fa ien aslamoe faqadieh tadaw wa ien tawallaw fa iennamaa 'alaikal balaagh; wallaahoe basieeroem biel 'iebaad
3:20 En als ze dan met jou redetwisten, zeg dan: "Ik heb mijzelf onderworpen aan Allah en (zo ook) degenen die mij volgen". En zeg tegen degenen aan wie het Boek gegeven is en aan de analfabeten: "Hebben jullie jezelf onderworpen (aan Allah)?" Als ze zich ondergeworpen hebben, dan zeker, ze zijn dan geleid (naar het rechte pad). Maar als ze zich afkeren, dan rust er slechts op jou (de plicht van) het verkondigen. En Allah is Alziende over zijn dienaren.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ یَقۡتُلُوۡنَ النَّبِیّٖنَ بِغَیۡرِ حَقٍّ ۙ وَّ یَقۡتُلُوۡنَ الَّذِیۡنَ یَاۡمُرُوۡنَ بِالۡقِسۡطِ مِنَ النَّاسِ ۙ فَبَشِّرۡہُمۡ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۱۲﴾
Innal lazieena yakfoeroena bie Aayaatiel laahie wa yaqtoeloenan Nabieyyieena bieghairie haqqiew wa yaqtoeloenal lazieena ya'moeroena bielqiestie mienannaasie fabashierhoem bie'azaabien alieem
3:21 Voorzeker, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, en zonder enig recht de profeten doden en degenen doden die tot gerechtigheid onder de mensen bevelen, verkondig hen een pijnlijke straf.

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ حَبِطَتۡ اَعۡمَالُہُمۡ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۫ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۲۲﴾
Oelaaa'iekal lazieena habietat a'maaloehoem fied doenyaa wal Aaaghieratie wa maa lahoem mien naasierieen
3:22 Zij zijn het van wie de daden, zowel in deze wereld als voor het hiernamaals, vruchteloos zijn. En er zullen voor hen geen helpers zijn.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡا نَصِیۡبًا مِّنَ الۡکِتٰبِ یُدۡعَوۡنَ اِلٰی کِتٰبِ اللّٰہِ لِیَحۡکُمَ بَیۡنَہُمۡ ثُمَّ یَتَوَلّٰی فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ وَ ہُمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Alam tara ielal lazieena oetoe nasieebam mienal Kietaabie yoed'awna ielaa Kietaabiel laahie lieyahkoema bainahoem soemma yatawallaa farieeqoem mienhoem wa hoem moe'riedoen
3:23 Heb je degenen niet gezien aan wie een deel van het boek werd gegeven? Ze werden opgeroepen tot Allah's boek, zodat het tussen hen zou verzoenen. Vervolgens, wende een groep ervan af en zij zijn degenen die er afkerig van zijn.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَالُوۡا لَنۡ تَمَسَّنَا النَّارُ اِلَّاۤ اَیَّامًا مَّعۡدُوۡدٰتٍ ۪ وَ غَرَّہُمۡ فِیۡ دِیۡنِہِمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Zaalieka bie annahoem qaaloe lan tamassanan naaroe iellaaa ayyaamam ma'doedaatiew wa gharrahoem fiee dieeniehiem maa kaanoe yaftaroen
3:24 Dat is omdat ze zeggen: "De hel zal ons slechts voor een aantal dagen aanraken". En datgeen wat ze (de leiders) bedachten in hun religie heeft hen (de volgelingen) bedrogen.

فَکَیۡفَ اِذَا جَمَعۡنٰہُمۡ لِیَوۡمٍ لَّا رَیۡبَ فِیۡہِ ۟ وَ وُفِّیَتۡ کُلُّ نَفۡسٍ مَّا کَسَبَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Fakaifa iezaa djama'naahoem lie Yawmiel laa raiba fiee wa woeffieyat koelloe nafsiem maa kasabat wa hoem laa yoezlamoen
3:25 Hoe zal het dan zijn, wanneer Wij hen verzamelen op een Dag waaraan geen twijfel is. En elke Nafs zal volledig worden uitbetaald voor wat ze verdiende. En er zal geen onrecht worden aangedaan op hen.

قُلِ اللّٰہُمَّ مٰلِکَ الۡمُلۡکِ تُؤۡتِی الۡمُلۡکَ مَنۡ تَشَآءُ وَ تَنۡزِعُ الۡمُلۡکَ مِمَّنۡ تَشَآءُ ۫ وَ تُعِزُّ مَنۡ تَشَآءُ وَ تُذِلُّ مَنۡ تَشَآءُ ؕ بِیَدِکَ الۡخَیۡرُ ؕ اِنَّکَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۶۲﴾
Qoeliel laahoemma Maaliekal Moelkie toe'tiel moelka man tashaaa'oe wa tanzie'oel moelka miemman tashhaaa'oe wa toe'iezzoe man tashaaa'oe wa toezielloe man tashaaa'oe bieyadiekal ghairoe iennaka 'alaa koellie shai'ien Qadieer
3:26 Zeg: "O Allah, Eigenaar van het Koninkrijk. U geeft het koninkrijk aan wie U wilt en U ontneemt het met kracht van wie U wilt, en U eert wie U wilt en U vernedert wie U wilt. In Uw hand is al het goede. Voorzeker, U bent over alles Almachtig".

تُوۡلِجُ الَّیۡلَ فِی النَّہَارِ وَ تُوۡلِجُ النَّہَارَ فِی الَّیۡلِ ۫ وَ تُخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ تُخۡرِجُ الۡمَیِّتَ مِنَ الۡحَیِّ ۫ وَ تَرۡزُقُ مَنۡ تَشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۷۲﴾
Toeliedjoel laila fien nahaarie wa toeliedjoen nahaara fiel lailie wa toeghriedjoel haiya mienalmaiyietie wa toeghriedjoel maiyieta mienal haiyie wa tarzoeqoe man tashaaa'oe biegharie hiesaab
3:27 "U laat de nacht overgaan in de dag en U laat de dag overgaan in de nacht. En U brengt het levende voort uit de dode en U brengt de dode voort uit het levende. En U geeft voorzieningen zonder een verrekening aan wie U wilt".

لَا یَتَّخِذِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ الۡکٰفِرِیۡنَ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ۚ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ فَلَیۡسَ مِنَ اللّٰہِ فِیۡ شَیۡءٍ اِلَّاۤ اَنۡ تَتَّقُوۡا مِنۡہُمۡ تُقٰىۃً ؕ وَ یُحَذِّرُکُمُ اللّٰہُ نَفۡسَہٗ ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۸۲﴾
Laa yattaghieziel moe'mienoenal kaafierieena awlieyaaa'a mien doeniel moe'mienieena wa may yaf'al zaalieka falaisa mienal laahie fiee shai'ien iellaaa an tattaqoe mienhoem toeqaah; wa yoehazzieroekoemoel laahoe nafsah; wa ielal laahiel masieer
3:28 Laten de gelovigen, de ongelovigen niet als Awliya (beschermers, bondgenoten, helpers, geallieerde, etc) nemen in plaats van de gelovigen. En wie het (toch) doet, dan krijgt hij geen enkel steun van Allah. Behalve als jullie jullie zelf beschermen tegen hen met de bescherming van kennis. En Allah Zelf, waarschuwt jullie voor hen en tot Allah is de definitieve terugkeer.

قُلۡ اِنۡ تُخۡفُوۡا مَا فِیۡ صُدُوۡرِکُمۡ اَوۡ تُبۡدُوۡہُ یَعۡلَمۡہُ اللّٰہُ ؕ وَ یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۹۲﴾
Qoel ien toeghfoe maa fiee soedoeriekoem aw toebdoehoe ya'lamhoel laah; wa ya'lamoe maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; wallaahoe 'alaa koellie shai'ien Qadieer
3:29 Zeg: "Wat jullie in jullie borsten verbergen of ervan bekendmaken, Allah weet ervan". En Hij weet wat in de hemelen en wat op aarde is. En Allah is over alles Almachtig".

یَوۡمَ تَجِدُ کُلُّ نَفۡسٍ مَّا عَمِلَتۡ مِنۡ خَیۡرٍ مُّحۡضَرًا ۚۖۛ وَّ مَا عَمِلَتۡ مِنۡ سُوۡٓءٍ ۚۛ تَوَدُّ لَوۡ اَنَّ بَیۡنَہَا وَ بَیۡنَہٗۤ اَمَدًۢا بَعِیۡدًا ؕ وَ یُحَذِّرُکُمُ اللّٰہُ نَفۡسَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ رَءُوۡفٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۰۳﴾
Yawma tadjiedoe koelloe nafsiem maa'amielat mien ghairiem moehdaraw wa maa 'amielat mien soeo'ien tawaddoe law anna bainahaa wa bainahoeo amadam ba'ieedaa; wa yoehazzieroekoemoel laahoe nafsah; wallaahoe ra'oefoem biel'iebaad
3:30 Op de Dag, waarop elke Nafs datgeen wat hij goed en slecht heeft gedaan, krijgt aangereikt, zal hij wensen dat er een grote afstand was tussen hem en datgeen. En Allah zelf waarschuwt jullie en Allah is meest Barmhartig naar Zijn dienaren toe.

قُلۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تُحِبُّوۡنَ اللّٰہَ فَاتَّبِعُوۡنِیۡ یُحۡبِبۡکُمُ اللّٰہُ وَ یَغۡفِرۡ لَکُمۡ ذُنُوۡبَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱۳﴾
Qoel ien koentoem toehiebboenal laaha fattabie' oeniee yoehbiebkoemoel laahoe wa yaghfier lakoem zoenoebakoem; wallaahoe Ghafoeroer Rahieem
3:31 Zeg: "Als jullie van Allah houden, volg mij dan. Allah zal van jullie houden en Hij zal jullie zonden voor jullie vergeven. En Allah is Vergevensgezind, meest Genadevol".

قُلۡ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ ۚ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۲۳﴾
Qoel atiee'oel laaha war Rasoela fa ien tawallaw fa iennal laaha laa yoehiebboel kaafierieen
3:32 Zeg: "Gehoorzaam Allah en de boodschapper". Als ze dan afwenden, voorzeker, Allah houdt niet van de ongelovigen.

اِنَّ اللّٰہَ اصۡطَفٰۤی اٰدَمَ وَ نُوۡحًا وَّ اٰلَ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اٰلَ عِمۡرٰنَ عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۳۳﴾
Innal laahas tafaaa Aadama wa Noehaw wa Aala Ibraahieema wa Aala Imraana 'alal 'aalamieen
3:33 Voorzeker, Allah verkoos Adam, Noach, de familie van Ibrahiem en de familie van Imraan boven de werelden.

ذُرِّیَّۃًۢ بَعۡضُہَا مِنۡۢ بَعۡضٍ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۴۳﴾
Zoerrieyyatam ba'doehaa miem ba'd; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
3:34 Ze zijn nakomelingen van één na de ander. En Allah is Alhorend, Alwetend.

اِذۡ قَالَتِ امۡرَاَتُ عِمۡرٰنَ رَبِّ اِنِّیۡ نَذَرۡتُ لَکَ مَا فِیۡ بَطۡنِیۡ مُحَرَّرًا فَتَقَبَّلۡ مِنِّیۡ ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۵۳﴾
Iz qaalatiem ra atoe 'Imraana Rabbie ienniee nazartoe laka maa fiee batniee moeharraran fataqabbal mienniee iennaka Antas Samiee'oel 'Alieem
3:35 Toen de vrouw van Imraan zei: "Mijn Heer! Voorzeker, ik heb gezworen tot U dat ik datgeen wat in mijn baarmoeder is, toewijd aan u. Accepteer het van mij. Voorzeker, U bent de Alhorende, de Alwetende".

فَلَمَّا وَضَعَتۡہَا قَالَتۡ رَبِّ اِنِّیۡ وَضَعۡتُہَاۤ اُنۡثٰی ؕ وَ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا وَضَعَتۡ ؕ وَ لَیۡسَ الذَّکَرُ کَالۡاُنۡثٰی ۚ وَ اِنِّیۡ سَمَّیۡتُہَا مَرۡیَمَ وَ اِنِّیۡۤ اُعِیۡذُہَا بِکَ وَ ذُرِّیَّتَہَا مِنَ الشَّیۡطٰنِ الرَّجِیۡمِ ﴿۶۳﴾
Falammaa wada'at haa qaalat Rabbie ienniee wada'toehaaa oensaa wallaahoe a'lamoe biemaa wada'at wa laisaz zakaroe kaloensaa wa ienniee sammaitoehaa Maryama wa ienniee oe'ieezoehaa bieka wa zoerrieyyatahaa mienash Shaitaanier Radjieem
3:36 Toen ze haar had gebaard, zei ze: "Mijn Heer, voorzeker ik heb een meisje gebaard". En Allah weet beter wat ze had gebaard. De man is niet gelijk aan de vrouw. (Ze zei:)"En ik heb haar Maryam genoemd en ik zoek toevlucht voor haar en voor haar nageslacht bij U tegen de satan."

فَتَقَبَّلَہَا رَبُّہَا بِقَبُوۡلٍ حَسَنٍ وَّ اَنۡۢبَتَہَا نَبَاتًا حَسَنًا ۙ وَّ کَفَّلَہَا زَکَرِیَّا ۚؕ کُلَّمَا دَخَلَ عَلَیۡہَا زَکَرِیَّا الۡمِحۡرَابَ ۙ وَجَدَ عِنۡدَہَا رِزۡقًا ۚ قَالَ یٰمَرۡیَمُ اَنّٰی لَکِ ہٰذَا ؕ قَالَتۡ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَرۡزُقُ مَنۡ یَّشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۷۳﴾
Fataqabba lahaa Rabboehaa bieqaboelien hasaniew wa ambatahaa nabaatan hasanaw wa kaffalahaa Zakarieyyaa koellamaa daghala 'alaihaa Zakarieyyal Miehraaba wadjada 'iendahaa riezqan qaala yaa Maryamoe annaa lakie haazaa qaalat hoewa mien 'iendiel laahie iennal laaha yarzoeqoe may yashaaa'oe bieghairie hiesaab
3:37 Toen verhoorde haar Heer haar (smeekgebed) met een mooie uitwerking en deed haar (Maryam) goed opgroeien en legde haar in de zorg van Zakariya. Telkens wanneer Zakariya bij haar in de gebedsruimte binnenkwam, trof hij voorzieningen bij haar aan. Hij zei: "O Maryam, waar komt dit vandaan?" Ze zei: "Dit komt van Allah, voorzeker, Allah geeft voorzieningen aan wie Hij wil zonder een verrekening".

ہُنَالِکَ دَعَا زَکَرِیَّا رَبَّہٗ ۚ قَالَ رَبِّ ہَبۡ لِیۡ مِنۡ لَّدُنۡکَ ذُرِّیَّۃً طَیِّبَۃً ۚ اِنَّکَ سَمِیۡعُ الدُّعَآءِ ﴿۸۳﴾
Hoenaaalieka da'aa Zakarieyyaa Rabbahoe qaala Rabbie hab liee miel ladoen-ka zoerrieyyatan taiyiebatan iennaka samiee'oed doe'aaa'
3:38 Daarop riep Zakariya zijn Heer aan, hij zei: "O, mijn Heer, schenk me van U een zuiver nageslacht. Voorzeker, U bent de verhoorder van het gebed".

فَنَادَتۡہُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ ہُوَ قَآئِمٌ یُّصَلِّیۡ فِی الۡمِحۡرَابِ ۙ اَنَّ اللّٰہَ یُبَشِّرُکَ بِیَحۡیٰی مُصَدِّقًۢا بِکَلِمَۃٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ سَیِّدًا وَّ حَصُوۡرًا وَّ نَبِیًّا مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۹۳﴾
Fanaadat hoel malaaa'iekatoe wa hoewa qaaa'iemoey yoesalliee fiel Miehraabie annal laaha yoebashshieroeka bie Yahyaa moesaddieqam bie Kaliematiem mienal laahie wa saiyiedaw wa hasoeraw wa Nabieyyam mienas saaliehieen
3:39 Toen hij staande de "Salaat" verrichte (contact maakte met Allah) in de gebedsruimte, riepen de engelen hem aan: "Voorzeker Allah, geeft jou het goede nieuws van (de geboorte van jouw zoon) Yahya (Johannes), die het woord van Allah ("Wees!", de schepping van Isa en zijn profeetschap) bekrachtigt, en die (Yahya) nobel, kuis, en een profeet is, behorende tot de rechtvaardigen."

قَالَ رَبِّ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ غُلٰمٌ وَّ قَدۡ بَلَغَنِیَ الۡکِبَرُ وَ امۡرَاَتِیۡ عَاقِرٌ ؕ قَالَ کَذٰلِکَ اللّٰہُ یَفۡعَلُ مَا یَشَآءُ ﴿۰۴﴾
Qaala Rabbie annaa yakoenoe liee ghoelaamoew wa qad balaghanieyal kiebaroe wamraatiee 'aaqieroen qaala kazaaliekal laahoe yaf'aloe maa yashaaa'
3:40 Hij zei: "O mijn Heer, hoe kan er voor mij een zoon zijn, waarlijk, de oude leeftijd heeft mij bereikt en mijn vrouw is onvruchtbaar?" Hij (Allah) zei: "Het zal gebeuren, Allah doet wat Hij wil."

قَالَ رَبِّ اجۡعَلۡ لِّیۡۤ اٰیَۃً ؕ قَالَ اٰیَتُکَ اَلَّا تُکَلِّمَ النَّاسَ ثَلٰثَۃَ اَیَّامٍ اِلَّا رَمۡزًا ؕ وَ اذۡکُرۡ رَّبَّکَ کَثِیۡرًا وَّ سَبِّحۡ بِالۡعَشِیِّ وَ الۡاِبۡکَارِ ﴿۱۴﴾
Qaala Rabbiedj 'al lieee Aayatan qaala Aaayatoeka allaa toekallieman naasa salaasata ayyaamien iella ramzaa; wazkoer Rabbaka kasieeraw wa sabbieh biel'ashieyyie wal iebkaar
3:41 Hij zei: "Mijn Heer, geef mij een teken." Hij (Allah) zei: "Jouw teken is, dat je voor drie dagen tegen de mensen niet kan spreken, behalve door middel van gebaren. En gedenk jouw Heer veel en verheerlijk Hem in de avond en in de ochtend."

وَ اِذۡ قَالَتِ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یٰمَرۡیَمُ اِنَّ اللّٰہَ اصۡطَفٰکِ وَ طَہَّرَکِ وَ اصۡطَفٰکِ عَلٰی نِسَآءِ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa iez qaalatiel malaaa'iekatoe yaa Maryamoe iennal laahas tafaakie wa tahharakie wastafaakie 'alaa niesaaa'iel 'aalamieen
3:42 En toen de Engelen zeiden: "O Maryam! Voorzeker Allah heeft jou gekozen, jou gezuiverd en jou uitverkoren boven de vrouwen van de werelden.

یٰمَرۡیَمُ اقۡنُتِیۡ لِرَبِّکِ وَ اسۡجُدِیۡ وَ ارۡکَعِیۡ مَعَ الرّٰکِعِیۡنَ ﴿۳۴﴾
Yaa Maryamoe oeqnoetiee lie Rabbiekie wasdjoediee warka'iee ma'ar raakie'ieen
3:43 O Maryam! Wees gehoorzaam tot jouw Heer, prostreer en buig met degenen die neerbuigen".

ذٰلِکَ مِنۡ اَنۡۢبَآءِ الۡغَیۡبِ نُوۡحِیۡہِ اِلَیۡکَ ؕ وَ مَا کُنۡتَ لَدَیۡہِمۡ اِذۡ یُلۡقُوۡنَ اَقۡلَامَہُمۡ اَیُّہُمۡ یَکۡفُلُ مَرۡیَمَ ۪ وَ مَا کُنۡتَ لَدَیۡہِمۡ اِذۡ یَخۡتَصِمُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Zaalieka mien ambaaa'iel ghaibie noehieehie ielaik; wa maa koenta ladaihiem iez yoelqoena aqlaamahoem ayyoehoem yakfoeloe Maryama wa maa koenta ladaihiem iez yaghtasiemoen
3:44 Dat zijn berichten van het ongeziene die Wij aan jou (Mohammed) openbaren. En je was niet met hen toen ze hun pennen worpen om te besluiten welke van hen de voogd over Maryam zou nemen, noch was je daar toen ze (erover) redetwisten.

اِذۡ قَالَتِ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یٰمَرۡیَمُ اِنَّ اللّٰہَ یُبَشِّرُکِ بِکَلِمَۃٍ مِّنۡہُ ٭ۖ اسۡمُہُ الۡمَسِیۡحُ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ وَجِیۡہًا فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ وَ مِنَ الۡمُقَرَّبِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Iz qaalatiel malaaa'iekatoe yaa Maryamoe iennal laaha yoebashshieroekie bie Kaliematiem mienhoes moehoel Masieehoe 'Eesab noe Maryama wadjieehan fied doenyaa wal Aaghieratie wa mienal moeqarrabieen
3:45 (Gedenk) toen de Engelen zeiden: "O Maryam! Voorzeker, Allah geeft het goede nieuws van één van Zijn woorden ("Wees!"). Zijn naam is de Messias Isa (Jezus), zoon van Maryam (Maria), geëerd in deze wereld en in het hiernamaals, en behorend tot degenen die dicht bij (Allah) wordt gebracht.

وَ یُکَلِّمُ النَّاسَ فِی الۡمَہۡدِ وَ کَہۡلًا وَّ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa yoekalliemoen naasa fielmahdie wa kahlaw wa mienassaaliehieen
3:46 En hij zal tot de mensen spreken vanuit de wieg en in volwassenheid. En hij zal behoren tot de rechtvaardigen".

قَالَتۡ رَبِّ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ وَلَدٌ وَّ لَمۡ یَمۡسَسۡنِیۡ بَشَرٌ ؕ قَالَ کَذٰلِکِ اللّٰہُ یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ؕ اِذَا قَضٰۤی اَمۡرًا فَاِنَّمَا یَقُوۡلُ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۷۴﴾
Qaalat Rabbie annaa yakoenoe liee waladoew wa lam yamsasniee basharoen qaala kazaaliekiel laahoe yaghloeqoe maa yashaaa'; iezaa qadaaa amran fa iennamaa yaqoeloe lahoe koen fayakoen
3:47 Ze (Maryam) zei: "Mijn Heer, hoe kan ik een kind krijgen als geen man mij heeft aangeraakt?" Hij (Allah) zei: "Het zal gebeuren, Allah schept wat Hij wil". Hij bepaalt een zaak, dan zegt Hij er slechts tegen "Wees!", en het gebeurt.

وَ یُعَلِّمُہُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ التَّوۡرٰىۃَ وَ الۡاِنۡجِیۡلَ ﴿۸۴﴾
Wa yoe'alliemoehoel Kietaaba wal Hiekmata wat Tawraata wal Indjieel
3:48 En Hij zal hem het boek (de Koran), de wijsheid (de Hadies), de Taurat en de Injiel onderwijzen.

وَ رَسُوۡلًا اِلٰی بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ ۬ۙ اَنِّیۡ قَدۡ جِئۡتُکُمۡ بِاٰیَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ۙ اَنِّیۡۤ اَخۡلُقُ لَکُمۡ مِّنَ الطِّیۡنِ کَہَیۡـَٔۃِ الطَّیۡرِ فَاَنۡفُخُ فِیۡہِ فَیَکُوۡنُ طَیۡرًۢا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۚ وَ اُبۡرِیُٔ الۡاَکۡمَہَ وَ الۡاَبۡرَصَ وَ اُحۡیِ الۡمَوۡتٰی بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۚ وَ اُنَبِّئُکُمۡ بِمَا تَاۡکُلُوۡنَ وَ مَا تَدَّخِرُوۡنَ ۙ فِیۡ بُیُوۡتِکُمۡ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۹۴﴾
Wa Rasoelan ielaa Banieee Israaa'ieela anniee qad djie'toekoem bie Aayatiem mier Rabbiekoem anniee aghloeqoe lakoem mienattieenie kahai 'atiettairie fa anfoeghoe fieehie fayakoenoe tairam bie iezniel laahie wa oebrie'oel akmaha wal abrasa wa oehyiel mawtaa bie iezniel laahie wa oenabbie'oekoem biemaa taakoeloena wa maa taddaghieroena fiee boeyoetiekoem; ienna fiee zaalieka la Aayatal lakoem ien koentoem moe'mienieen
3:49 En Hij zal hem een boodschapper maken voor de kinderen van Israël, die zegt: "Voorzeker, ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer, dat ik van klei de vorm van een vogel maak, vervolgens blaas ik erin en het wordt een vogel met de toestemming van Allah. En Ik genees de blinden en de lepralijder. En Ik geef leven aan de dode met de toestemming van Allah. En ik informeer jullie van wat jullie eten en wat jullie in jullie huizen bewaren. Voorzeker, daarin is zeker een teken voor jullie, als jullie geloven."

وَ مُصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیَّ مِنَ التَّوۡرٰىۃِ وَ لِاُحِلَّ لَکُمۡ بَعۡضَ الَّذِیۡ حُرِّمَ عَلَیۡکُمۡ وَ جِئۡتُکُمۡ بِاٰیَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ۟ فَاتَّقُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوۡنِ ﴿۰۵﴾
Wa moesaddieqal liemaa baina yadaiya mienat Tawraatie wa lieoehiella lakoem ba'dal laziee hoerriema 'alaikoem; wa djie'toekoem bie Aayatiem mier Rabbiekoem fattaqoel laaha wa atiee'oen
3:50 "En (ik ben gekomen om) hetgeen van de Taurat dat voor mij (tijd geopenbaard) was, te bevestigen. En dat ik sommige zaken dat voor jullie verboden was gesteld, wettig te maken. En ik ben met een teken van jullie Heer gekomen. Dus vrees Allah en gehoorzaam mij".

اِنَّ اللّٰہَ رَبِّیۡ وَ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ ہٰذَا صِرَاطٌ مُّسۡتَقِیۡمٌ ﴿۱۵﴾
Innal laaha Rabbiee wa Rabboekoem fa'boedoeh; haazaa Sieraatoem Moestaqieem
3:51 "Voorzeker, Allah is mijn Heer en jullie Heer, aanbid Hem dus, dit is de rechte Pad".

فَلَمَّاۤ اَحَسَّ عِیۡسٰی مِنۡہُمُ الۡکُفۡرَ قَالَ مَنۡ اَنۡصَارِیۡۤ اِلَی اللّٰہِ ؕ قَالَ الۡحَوَارِیُّوۡنَ نَحۡنُ اَنۡصَارُ اللّٰہِ ۚ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ ۚ وَ اشۡہَدۡ بِاَنَّا مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Falammaaa ahassa 'Eesaa mienhoemoel koefra qaala man ansaariee ielal laahie qaalal Hawaarieyyoena nahnoe ansaaroel laahie aamannaa biellaahie washhad bie annaa moesliemoen
3:52 Toen Isa ongeloof bij hen bemerkte, zei hij: "Wie zullen mij helpers zijn op de weg naar Allah?" De discipelen zeiden: "Wij zijn de dienaren van Allah. Wij geloven in Allah en wij getuigen dat we moslims zijn."

رَبَّنَاۤ اٰمَنَّا بِمَاۤ اَنۡزَلۡتَ وَ اتَّبَعۡنَا الرَّسُوۡلَ فَاکۡتُبۡنَا مَعَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Rabbanaaa aamannaa biemaaa anzalta wattaba'nar Rasoela faktoebnaa ma'ash shaahiedieen
3:53 "Onze Heer, wij geloven in wat U geopenbaard heeft en wij volgen de boodschapper, schrijf ons daarom tot de getuigen".

وَ مَکَرُوۡا وَ مَکَرَ اللّٰہُ ؕ وَ اللّٰہُ خَیۡرُ الۡمٰکِرِیۡنَ ﴿۴۵﴾
Wa makaroe wa makaral laahoe wallaahoe ghairoel maakierieen
3:54 En ze (de ongelovigen) maakte een complot (om Isa te doden) en Allah maakte een tegen plan (daarvoor). En Allah is het beste in het maken van plannen.

اِذۡ قَالَ اللّٰہُ یٰعِیۡسٰۤی اِنِّیۡ مُتَوَفِّیۡکَ وَ رَافِعُکَ اِلَیَّ وَ مُطَہِّرُکَ مِنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ جَاعِلُ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡکَ فَوۡقَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ ۚ ثُمَّ اِلَیَّ مَرۡجِعُکُمۡ فَاَحۡکُمُ بَیۡنَکُمۡ فِیۡمَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Iz qaalal laahoe yaa 'Eesaaa ienniee moetawaffieeka wa raafie'oeka ielaiya wa moetah hieroeka mienal lazieena kafaroe wa djaa'ieloel lazieenattaba oeka fawqal lazieena kafaroeo ielaa Yawmiel Qieyaamatie soemma ielaiya mardjie'oekoem fa ahkoemoe bainakoem fieemaa koentoem fieehie taghtalieiefoen
3:55 En toen Allah (Zijn plan bekend maakte en) zei: "O Isa! Voorzeker, Ik neem jou tot Mij in zijn geheel (dus levend) en doe jou opstijgen tot Mij en zal jou reinigen van de ongelovigen. En ik zal op de dag des oordeels degenen die jou volgen, superior maken over degenen die niet geloven. Vervolgens, is jullie terugkeer tot Mij en Ik zal berechten waarover jullie in verschillen.

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فَاُعَذِّبُہُمۡ عَذَابًا شَدِیۡدًا فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۫ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۶۵﴾
Fa ammal lazieena kafaroe fa oe'az zieboehoem 'azaaban shadieedan fieddoenyaa wal Aaghieratie wa maa lahoem mien naasierieen
3:56 Wat de ongelovigen betreft, Ik zal hen dan in het wereldse leven en in het hiernamaals straffen met een zware straf. En er zullen geen helpers voor hen zijn.

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَیُوَفِّیۡہِمۡ اُجُوۡرَہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Wa ammal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie fa yoewaffieehiem oedjoerahoem; wallaahoe laa yoehiebboez zaaliemieen
3:57 En wat betreft degenen die gelovigen en goede daden verrichtten, Hij zal hen hun beloningen volledig schenken. En Allah houdt niet van de onrechtvaardigen."

ذٰلِکَ نَتۡلُوۡہُ عَلَیۡکَ مِنَ الۡاٰیٰتِ وَ الذِّکۡرِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۸۵﴾
Zaalieka natloehoe 'alaika mienal Aayaatie wa Ziekriel Hakieem
3:58 Dat is wat Wij van de verzen en de ware gebeurtenissen aan jou (Mohammed) reciteren.

اِنَّ مَثَلَ عِیۡسٰی عِنۡدَ اللّٰہِ کَمَثَلِ اٰدَمَ ؕ خَلَقَہٗ مِنۡ تُرَابٍ ثُمَّ قَالَ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۹۵﴾
Inna masala 'Eesaa 'iendal laahie kamasalie Aadama ghalaqahoe mien toeraabien soemma qaala lahoe koen fayakoen
3:59 Voorzeker, bij Allah is de schepping van Isa gelijk aan die van Adam. Hij schiep hem uit stof en zei vervolgens tot hem, "Wees!", en hij was.

اَلۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَلَا تَکُنۡ مِّنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۰۶﴾
Alhaqqoe mier Rabbieka falaa takoem mienal moemtarieen
3:60 De waarheid komt van jouw Heer, behoor dus niet tot de twijfelaars.

فَمَنۡ حَآجَّکَ فِیۡہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَکَ مِنَ الۡعِلۡمِ فَقُلۡ تَعَالَوۡا نَدۡعُ اَبۡنَآءَنَا وَ اَبۡنَآءَکُمۡ وَ نِسَآءَنَا وَ نِسَآءَکُمۡ وَ اَنۡفُسَنَا وَ اَنۡفُسَکُمۡ ۟ ثُمَّ نَبۡتَہِلۡ فَنَجۡعَلۡ لَّعۡنَتَ اللّٰہِ عَلَی الۡکٰذِبِیۡنَ ﴿۱۶﴾
Faman haaadjdjaka fieehie miem ba'die maa djaaa'aka mienal 'ielmie faqoel ta'aalaw nad'oe abnaaa'anaa wa abnaaa'akoem wa niesaaa'anaa wa niesaaa'akoem wa anfoesanaa wa anfoesakoem soemma nabtahiel fanadj'al la'natal laahie 'alal kaaziebieen
3:61 Wie dan met jou erover (Isa) redetwist, nadat de kennis tot jou is gekomen, zeg dan: "Kom, laten we onze zonen en jullie zonen, onze vrouwen en jullie vrouwen, en wijzelf en jullie zelf bij elkaar roepen. Laten wij dan nederig bidden en de vloek van Allah over de leugenaars roepen."

اِنَّ ہٰذَا لَہُوَ الۡقَصَصُ الۡحَقُّ ۚ وَ مَا مِنۡ اِلٰہٍ اِلَّا اللّٰہُ ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۲۶﴾
Innaa haazaa lahoewal qasasoel haqq; wa maa mien ielaahien iellal laah; wa iennal laahaa la Hoewal 'Azieezoel Hakieem
3:62 Voorzeker, dit is zeker de ware gebeurtenis. En er is geen andere deïteit\godheid dan Allah. En waarlijk, Allah!, zeker Hij is de Almachtige, de Alwijze.

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِالۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۳۶﴾
Fa ien tawallaw fa iennal laaha'alieemoen biel moefsiedieen
3:63 En als ze zich afkeren, dan voorzeker Allah is Alwetend over de verderfzaaiers.

قُلۡ یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ تَعَالَوۡا اِلٰی کَلِمَۃٍ سَوَآءٍۢ بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمۡ اَلَّا نَعۡبُدَ اِلَّا اللّٰہَ وَ لَا نُشۡرِکَ بِہٖ شَیۡئًا وَّ لَا یَتَّخِذَ بَعۡضُنَا بَعۡضًا اَرۡبَابًا مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَقُوۡلُوا اشۡہَدُوۡا بِاَنَّا مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۴۶﴾
Qoel yaa Ahlal Kietaabie ta'aalaw ielaa Kaliematien sawaaa'iem bainanaa wa bainakoem allaa na'boeda iellal laaha wa laa noeshrieka biehiee shai'aw wa laa yattaghieza ba'doenaa ba'dan arbaabam mien doeniel laah; fa ien tawallaw faqoeloesh hadoe bie annaa moesliemoen
3:64 Zeg: "O mensen van het boek! Kom tot een woord dat overeenkomstig is tussen jullie en ons, dat wij niemand aanbidden behalve Allah, en dat wij geen enkel gelijke naast Hem plaatsen en dat sommige van ons anderen niet als heren naast Allah nemen". Als ze zich dan afkeren, zegt dan: "Getuig dat wij moslims zijn".

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تُحَآجُّوۡنَ فِیۡۤ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ مَاۤ اُنۡزِلَتِ التَّوۡرٰىۃُ وَ الۡاِنۡجِیۡلُ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۵۶﴾
Yaaa Ahlal Kietaabie liemaa toehaaadjdjoena fieee Ibraahieema wa maaa oenzielatiet Tawraatoe wal Indjieeloe iellaa miem ba'dieh; afala ta'qieloen
3:65 O mensen van het Boek! Waarom redetwisten jullie over Ibrahiem, terwijl de Taurat en de Injiel na hem zijn geopenbaard?" Waarom gebruiken jullie dan je verstand niet?"

ہٰۤاَنۡتُمۡ ہٰۤؤُلَآءِ حَاجَجۡتُمۡ فِیۡمَا لَکُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ فَلِمَ تُحَآجُّوۡنَ فِیۡمَا لَیۡسَ لَکُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Haaa antoem haaa'oelaaa'ie haadjadjtoem fieemaa lakoem biehiee 'ielmoen faliema toehaaadjdjoenaa fieemaa laisa lakoem biehiee 'ielm; wallaahoe ya'lamoe wa antoem laa ta'lamoen
3:66 Zie! Jullie zijn degenen die redetwisten over iets waar jullie kennis van hebben, maar waarom redetwisten jullie dan over iets waar jullie geen kennis van hebben? En Allah weet, terwijl jullie niet weten.

مَا کَانَ اِبۡرٰہِیۡمُ یَہُوۡدِیًّا وَّ لَا نَصۡرَانِیًّا وَّ لٰکِنۡ کَانَ حَنِیۡفًا مُّسۡلِمًا ؕ وَ مَا کَانَ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۷۶﴾
Maa kaana Ibraahieemoe Yahoedieyyaw wa laa Nasraa nieyyaw wa laakien kaana Hanieefam Moesliemaw wa maa kaana mienal moeshriekieen
3:67 Ibrahiem was geen Jood, noch Christen, maar hij was een hanifan Moslim (zuiver aanbiddend). En hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders.

اِنَّ اَوۡلَی النَّاسِ بِاِبۡرٰہِیۡمَ لَلَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُ وَ ہٰذَا النَّبِیُّ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ وَلِیُّ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۶﴾
Innaa awlan naasie bie Ibraahieema lallazieenat taba 'oehoe wa haazan nabieyyoe wallazieena aamanoe; wallaahoe walieyyoel moe'mienieen
3:68 Voorzeker, de mensen die het meeste aanspraak maken op een band met Ibrahiem, zijn degenen die hem volgden (van het volk van Ibrahiem), en die deze profeet (Mohammed v.z.m.h) volgen en degenen die geloven (metgezellen van de profeet en zijn gehele gemeenschap tot aan de dag des oordeels). En Allah is de Beschermer van de gelovigen.

وَدَّتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ لَوۡ یُضِلُّوۡنَکُمۡ ؕ وَ مَا یُضِلُّوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡفُسَہُمۡ وَ مَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Waddat taaa'iefatoem mien Ahliel Kietaabie law yoediel loenakoem wa maa yoedielloena iellaaa anfoesahoem wa maa yash'oeroen
3:69 Een groep onder de mensen van het boek wensten dat ze jou in dwalen konden brengen. Maar ze laten niemand behalve zichzelf dwalen, zonder dat ze het merken.

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَکۡفُرُوۡنَ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ اَنۡتُمۡ تَشۡہَدُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Yaaa Ahlal Kietaabie liema takfoeroena bie Aayaatiel laahie wa antoem tash hadoen
3:70 O mensen van het boek! Waarom verwerpen jullie de Tekenen van Allah, terwijl jullie zelf getuigen (over de waarheid)?

یٰۤاَہۡلَ الۡکِتٰبِ لِمَ تَلۡبِسُوۡنَ الۡحَقَّ بِالۡبَاطِلِ وَ تَکۡتُمُوۡنَ الۡحَقَّ وَ اَنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۷﴾
Yaaa Ahalal Kietaabie liema talbiesoenal haqqa bielbaatielie wa taktoemoenal haqqa wa antoem ta'lamoen
3:71 O mensen van het boek! Waarom vermengen jullie de waarheid met de valsheid en verbergen jullie de waarheid terwijl jullie het weten (dat het de waarheid is)?

وَ قَالَتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ اٰمِنُوۡا بِالَّذِیۡۤ اُنۡزِلَ عَلَی الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَجۡہَ النَّہَارِ وَ اکۡفُرُوۡۤا اٰخِرَہٗ لَعَلَّہُمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۲۷﴾
Wa qaalat taaa'iefatoem mien Ahliel Kietaabie aamienoe biellazieee oenziela 'alal lazieena aamanoe wadjhan nahaarie wakfoeroeo aaghierahoe la'alla hoem yardjie'oen
3:72 En een groep onder de mensen van het boek zeiden: "Geloof aan het begin van de dag, in datgeen wat aan de gelovigen geopenbaard was, maar verwerp het aan het eind van de dag, misschien zullen ze (de gelovigen) dan terugkeren (naar ongeloof, door het creëren van twijfel).

وَ لَا تُؤۡمِنُوۡۤا اِلَّا لِمَنۡ تَبِعَ دِیۡنَکُمۡ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡہُدٰی ہُدَی اللّٰہِ ۙ اَنۡ یُّؤۡتٰۤی اَحَدٌ مِّثۡلَ مَاۤ اُوۡتِیۡتُمۡ اَوۡ یُحَآجُّوۡکُمۡ عِنۡدَ رَبِّکُمۡ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡفَضۡلَ بِیَدِ اللّٰہِ ۚ یُؤۡتِیۡہِ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۳۷﴾
Wa laa toe'mienoeo iellaa lieman tabie'a dieenakoem qoel iennal hoedaa hoedal laahie ay yoe'taaa ahadoem miesla maaa oetieetoem aw yoehaaadjdjoekoem 'ienda Rabbiekoem, qoel iennal fadla bieyadiel laah; yoe'tieehie may yashaaa'; wallaahoe Waasie'oen 'Alieem
3:73 En geloof niemand (onder de gelovigen) behalve als het iemand is die jullie religie volgt". Zeg: "Voorzeker, de ware leiding is de leiding van Allah. Het is Zijn wil dat Hij iemand zegent met het gelijke van wat voorheen aan jullie gegeven was of dat (met sterke argumenten zodat) ze met jullie kunnen redetwisten in de nabijheid van jullie Heer". Zeg: "Voorzeker, de gunsten bevinden zich in de Hand van Allah. Hij geeft het aan wie Hij wil en Allah is Allesomvattend, Alwetend.

یَّخۡتَصُّ بِرَحۡمَتِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ ذُو الۡفَضۡلِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۴۷﴾
Yaghtassoe bierahmatiehiee may yashaaa'; wallaahoe zoelfadliel 'azieem
3:74 Hij kent Zijn Barmhartigheid toe aan wie Hij wil en Allah is de Bezitter van de grootste Geschenken.

وَ مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ مَنۡ اِنۡ تَاۡمَنۡہُ بِقِنۡطَارٍ یُّؤَدِّہٖۤ اِلَیۡکَ ۚ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ اِنۡ تَاۡمَنۡہُ بِدِیۡنَارٍ لَّا یُؤَدِّہٖۤ اِلَیۡکَ اِلَّا مَادُمۡتَ عَلَیۡہِ قَآئِمًا ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَالُوۡا لَیۡسَ عَلَیۡنَا فِی الۡاُمِّیّٖنَ سَبِیۡلٌ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۷﴾
Wa mien Ahliel Kietaabie man ien ta'manhoe bieqientaariey yoe'addiehiee ielaika wa mienhoem man ien ta'manhoe bie dieenaarien laa yoe'addiehieee ielaika iellaa maa doemta 'alaihie qaaa' iemaa; zaalieka bieannahoem qaaloe laisa 'alainaa fiel oemmieyyieena sabieeloew wa yaqoeloena 'alal laahiel kazieba wa hoem ya'lamoen
3:75 En onder de mensen van het boek zijn er (mensen) die, als je hem een schat toevertrouwt zal hij het aan jou teruggeven. En onder hen zijn er (ook mensen) als je hem een dinar toevertrouwt zal hij het niet teruggeven, alleen pas na herhaaldelijk erop aandringen. Dit (praten ze goed) door te zeggen: "Op ons rust er geen verantwoording tot de ongeletterde (m.b.t. tot Allah's boodschap)". (Implicerend dat dit opgelegd is door Allah). En ze spreken over Allah de leugen uit terwijl ze het weten.

بَلٰی مَنۡ اَوۡفٰی بِعَہۡدِہٖ وَ اتَّقٰی فَاِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۶۷﴾
Balaa man awfaa bie'ahdiehiee wattaqaa fa-iennal laaha yoehiebboel moettaqieen
3:76 Nee! Wie dan ook zijn verbond vervult en Allah vreest, dan voorzeker Allah houdt van de Moetaqoens (degenen die Taqwa hebben).

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَشۡتَرُوۡنَ بِعَہۡدِ اللّٰہِ وَ اَیۡمَانِہِمۡ ثَمَنًا قَلِیۡلًا اُولٰٓئِکَ لَا خَلَاقَ لَہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ وَ لَا یُکَلِّمُہُمُ اللّٰہُ وَ لَا یَنۡظُرُ اِلَیۡہِمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ وَ لَا یُزَکِّیۡہِمۡ ۪ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۷۷﴾
Innal lazieena yashtaroena bie'ahdiel laahie wa aymaaniehiem samanan qalieelan oelaaa'ieka laa ghalaaqa lahoem fiel Aaghieratie wa laa yoekalliemoehoemoel laahoe wa laa yanzoeroe ielaihiem Yawmal Qieyaamatie wa laa yoezakkieehiem wa lahoem 'azaboen 'alieem
3:77 Voorzeker, voor degenen die het verbond met Allah en hun eden (plechtige beloftes) voor kleine prijs verruilen, is er geen aandeel in het hiernamaals. En Allah zal niet tot hen spreken, noch zal Hij naar hen kijken op de Dag des oordeels, en noch zal Hij hen zuiveren. Voor hen is er een pijnlijke straf.

وَ اِنَّ مِنۡہُمۡ لَفَرِیۡقًا یَّلۡوٗنَ اَلۡسِنَتَہُمۡ بِالۡکِتٰبِ لِتَحۡسَبُوۡہُ مِنَ الۡکِتٰبِ وَ مَا ہُوَ مِنَ الۡکِتٰبِ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ وَ مَا ہُوَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ۚ وَ یَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۷﴾
Wa ienna mienhoem lafariee qay yalwoena alsienatahoem biel Kietaabie lietahsaboehoe mienal Kietaab, wa maa hoewa mienal Kietaabie wa yaqoeloena hoewa mien 'iendiellaahie wa maa hoewa mien 'iendiellaahie wa yaqoeloena 'alal laahiel kazieba wa hoem ya'lamoen
3:78 En voorzeker, onder hen is er een groep die hun tongen verdraaien tijdens de voordracht van het boek, zodat jullie denken dat het in het boek vermeld staat, terwijl het niet in het boek vermeld staat. En ze zeggen: "Het komt van Allah," terwijl het niet van Allah komt. Ze zeggen leugens over Allah, terwijl ze het zelf weten.

مَا کَانَ لِبَشَرٍ اَنۡ یُّؤۡتِیَہُ اللّٰہُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحُکۡمَ وَ النُّبُوَّۃَ ثُمَّ یَقُوۡلَ لِلنَّاسِ کُوۡنُوۡا عِبَادًا لِّیۡ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ کُوۡنُوۡا رَبّٰنِیّٖنَ بِمَا کُنۡتُمۡ تُعَلِّمُوۡنَ الۡکِتٰبَ وَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَدۡرُسُوۡنَ ﴿۹۷﴾
Maa kaana liebasharien ay yoe'tieyahoel laahoel Kietaaba walhoekma wan Noeboewwata soemma yaqoela liennaasie koenoe 'iebaadal liee mien doeniel laahie wa laakien koenoe rabbaaniey yieena biemaa koentoem toe'alliemoenal Kietaaba wa biemaa koentoem tadroesoen
3:79 Het is niet reëel voor een mens, nadat hem het Boek, de wijsheid en het profeetschap is gegeven, om te zeggen tegen de mensen: "Wees aanbidders van mij naast Allah". Hij zal echter zeggen: "Wees aanbidder van De Heer, omdat jullie het boek onderwijzen en bestuderen."

وَ لَا یَاۡمُرَکُمۡ اَنۡ تَتَّخِذُوا الۡمَلٰٓئِکَۃَ وَ النَّبِیّٖنَ اَرۡبَابًا ؕ اَیَاۡمُرُکُمۡ بِالۡکُفۡرِ بَعۡدَ اِذۡ اَنۡتُمۡ مُّسۡلِمُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Wa laa yaamoerakoem an tattaghiezoel malaaa 'iekata wan Nabieyyieena arbaabaa; a yaamoeroekoem bielkoefrie ba'da iez antoem moesliemoen
3:80 En Hij zal jullie niet bevelen om de engelen en de profeten als heren te nemen. Zou hij jullie bevelen tot ongeloof nadat jullie moslims zijn geworden?

وَ اِذۡ اَخَذَ اللّٰہُ مِیۡثَاقَ النَّبِیّٖنَ لَمَاۤ اٰتَیۡتُکُمۡ مِّنۡ کِتٰبٍ وَّ حِکۡمَۃٍ ثُمَّ جَآءَکُمۡ رَسُوۡلٌ مُّصَدِّقٌ لِّمَا مَعَکُمۡ لَتُؤۡمِنُنَّ بِہٖ وَ لَتَنۡصُرُنَّہٗ ؕ قَالَ ءَاَقۡرَرۡتُمۡ وَ اَخَذۡتُمۡ عَلٰی ذٰلِکُمۡ اِصۡرِیۡ ؕ قَالُوۡۤا اَقۡرَرۡنَا ؕ قَالَ فَاشۡہَدُوۡا وَ اَنَا مَعَکُمۡ مِّنَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۱۸﴾
Wa iez aghazal laahoe mieesaaqan Nabieyyieena lamaaa aataitoekoem mien Kietaabiew wa Hiekmatien soemma djaaa'akoem Rasoeloem moesaddieqoel liemaa ma'akoem latoe'mienoenna biehiee wa latansoeroennah; qaala a'aqrartoem wa aghaztoem alaa zaaliekoem iesriee qaaloeo aqrarnaa; qaala fashhadoe wa ana ma'akoem mienash shaahiedieen
3:81 En (gedenk) toen Allah een verbond aanging met de profeten: "Voorzeker, (het maakt niet uit) wat Ik van het boek en de wijsheid aan jullie heb gegeven, wanneer er een boodschapper tot jullie komt, die hetgeen bevestigt dat bij jullie is, dan moeten jullie in hem geloven en hem helpen." Hij (Allah) zei:" Stemmen jullie hiermee in en gaan jullie op deze voorwaarde Mijn verbond aan?" Ze zeiden: "Wij accepteren (het verbond)." Hij zei:" Getuig dan en Ik behoor met jullie tot de getuigen."

فَمَنۡ تَوَلّٰی بَعۡدَ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Faman tawallaa ba'da zaalieka fa oelaaa'ieka hoemoel faasieqoen
3:82 Wie zich dan daarna afwendt, dat zijn degene die Fasiqun zijn (degenen die zich afkeren van Allah's gehoorzaamheid).

اَفَغَیۡرَ دِیۡنِ اللّٰہِ یَبۡغُوۡنَ وَ لَہٗۤ اَسۡلَمَ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ طَوۡعًا وَّ کَرۡہًا وَّ اِلَیۡہِ یُرۡجَعُوۡنَ ﴿۳۸﴾
Afaghaira dieeniel laahie yabghoena wa lahoeo aslama man fies samaawaatie wal ardie taw'aw wa karhaw wa ielaihie yoerdja'oen
3:83 Dus, zoeken ze een andere religie dan die van Allah? Terwijl al datgeen wat in de hemelen en op de aarde is gewillig of ongewillig aan Hem heeft onderworpen. En tot Hem zullen ze terugkeren.

قُلۡ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ وَ مَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡنَا وَ مَاۤ اُنۡزِلَ عَلٰۤی اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ وَ الۡاَسۡبَاطِ وَ مَاۤ اُوۡتِیَ مُوۡسٰی وَ عِیۡسٰی وَ النَّبِیُّوۡنَ مِنۡ رَّبِّہِمۡ ۪ لَا نُفَرِّقُ بَیۡنَ اَحَدٍ مِّنۡہُمۡ ۫ وَ نَحۡنُ لَہٗ مُسۡلِمُوۡنَ ﴿۴۸﴾
Qoel aamannaa biellaahie wa maaa oenziela 'alainaa wa maaa oenziela 'alaaa Ibraahieema wa Ismaa'ieela wa Ishaaqa wa Ya'qoeba wal Asbaatie wa maaa oetieya Moesaa wa 'Eesaa wan Nabieyyoena mier Rabbiehiem laa noefarrieqoe baina ahadiem mienhoem wa nahnoe lahoe moesliemoen
3:84 Zeg: "Wij geloven in Allah, en in wat er aan ons, aan Ibrahiem, Ismaiel, Izaak, Jakob en de Asbaat (de afstammelingen van Jakob's kinderen) geopenbaard is en in datgeen wat aan Moesa, Isa en al de profeten van hun Heer gegeven was. Wij maken geen onderscheid in geen enkel van hen en Wij hebben ons onderworpen tot Hem (Allah).

وَ مَنۡ یَّبۡتَغِ غَیۡرَ الۡاِسۡلَامِ دِیۡنًا فَلَنۡ یُّقۡبَلَ مِنۡہُ ۚ وَ ہُوَ فِی الۡاٰخِرَۃِ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۵۸﴾
Wa may yabtaghie ghairal Islaamie dieenan falay yoeqbala mienhoe wa hoewa fiel Aaghieratie mienal ghaasierieen
3:85 En wie dan ook een andere religie dan de Islam zoekt, nooit zal deze van hem worden geaccepteerd. Hij zal in het hiernamaals tot de verliezers behoren.

کَیۡفَ یَہۡدِی اللّٰہُ قَوۡمًا کَفَرُوۡا بَعۡدَ اِیۡمَانِہِمۡ وَ شَہِدُوۡۤا اَنَّ الرَّسُوۡلَ حَقٌّ وَّ جَآءَہُمُ الۡبَیِّنٰتُ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Kaifa yahdiel laahoe qawman kafaroe ba'da ieemaaniehiem wa shahiedoeo annar Rasoela haqqoew wa djaaa'ahoemoel baiyienaat; wallaahoe laa yahdiel qawmaz zaaliemieen
3:86 Hoe zou Allah een volk leiden die het geloof verwerpt, nadat ze geloofden en getuigd hebben dat de boodschapper waar is en nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen? En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.

اُولٰٓئِکَ جَزَآؤُہُمۡ اَنَّ عَلَیۡہِمۡ لَعۡنَۃَ اللّٰہِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ وَ النَّاسِ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۷۸﴾
Oelaaa'ieka djazaaa'oehoem anna 'alaihiem la'natal laahie walmalaaa'iekatie wannaasie adjma'ieen
3:87 Zij! Hun vergoeding is dat op hen de vloek van Allah, de Engelen en de gehele mensheid rust.

خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ۚ لَا یُخَفَّفُ عَنۡہُمُ الۡعَذَابُ وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۸۸﴾
ghaaliedieena fieehaa laa yoeghaffafoe 'anhoemoel 'azaaboe wa laa hoem yoenzaroen
3:88 Zij zullen daar (de hel) eeuwig in vertoeven. De straf zal niet voor hen worden verlicht en noch zal voor hen uitstel verleend worden.

اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ وَ اَصۡلَحُوۡا ۟ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۹۸﴾
Illal lazieena taaboe miem ba'die zaalieka wa aslahoe fa iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
3:89 Behalve degenen die daarna berouw hebben en zichzelf beteren. Dan voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بَعۡدَ اِیۡمَانِہِمۡ ثُمَّ ازۡدَادُوۡا کُفۡرًا لَّنۡ تُقۡبَلَ تَوۡبَتُہُمۡ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الضَّآلُّوۡنَ ﴿۰۹﴾
Innal lazieena kafaroe ba'da ieemaaniehiem soemmaz daadoe koefral lan toeqbala tawbatoehoem wa oelaaa'ieka hoemoed daaalloen
3:90 Voorwaar, degenen die niet (meer) geloven en in ongeloof toenemen nadat ze hebben gelooft, nooit zal hun berouw worden geaccepteerd. En zij zijn degenen die op een dwaalspoor zijn.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ مَاتُوۡا وَ ہُمۡ کُفَّارٌ فَلَنۡ یُّقۡبَلَ مِنۡ اَحَدِہِمۡ مِّلۡءُ الۡاَرۡضِ ذَہَبًا وَّلَوِ افۡتَدٰی بِہٖ ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ وَّ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۱۹﴾
Innal lazieena kafaroe wa maatoe wa hoem koeffaaroen falay yoeqbala mien ahadiehiem miel'oel ardie zahabaw wa lawieftadaa bieh; oelaaa 'ieka lahoem 'azaaboen alieemoew wa maa lahoem mien naasierieen
3:91 Voorwaar, degenen die niet geloven en overlijden terwijl ze ongelovig zijn, nooit zal er een wereld vol van goud van één van hun worden geaccepteerd. Zelfs als hij het aanbiedt als losgeld. Zij!, voor hen is er een pijnlijke straf en er zullen voor hen geen enkel helpers zijn.

لَنۡ تَنَالُوا الۡبِرَّ حَتّٰی تُنۡفِقُوۡا مِمَّا تُحِبُّوۡنَ ۬ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡا مِنۡ شَیۡءٍ فَاِنَّ اللّٰہَ بِہٖ عَلِیۡمٌ ﴿۲۹﴾
Lan tanaaloel bierra hattaa toenfieqoe miemmaa toehiebboen; wa maa toenfieqoe mien shai'ien fa iennal laaha biehiee 'Alieem
3:92 Jullie zullen de vroomheid niet bereiken totdat jullie (een deel) weggeven van hetgeen waar jullie van houden. En wat jullie dan ook van iets weggeven, voorzeker Allah is Alwetend erover.


www.heiligekoran.nl