نٓ وَ الۡقَلَمِ وَ مَا یَسۡطُرُوۡنَ ۙ﴿۱﴾
Noen; walqalamie wa maa yastoeroen
68:1 Noen. Bij de pen, en bij datgeen wat ze schrijven,
مَاۤ اَنۡتَ بِنِعۡمَۃِ رَبِّکَ بِمَجۡنُوۡنٍ ۚ﴿۲﴾
Maa anta bienie'matie Rabbieka biemadjnoen
68:2 jij bent door de gunst van jouw Heer niet bezeten/gek.
وَ اِنَّ لَکَ لَاَجۡرًا غَیۡرَ مَمۡنُوۡنٍ ۚ﴿۳﴾
Wa ienna laka la adjran ghaira mamnoen
68:3 Zonder twijfel voor jou (Mohammed v.z.m.h.) is er een oneindige beloning.
وَ اِنَّکَ لَعَلٰی خُلُقٍ عَظِیۡمٍ ﴿۴﴾
Wa iennaka la'alaa ghoeloeqien 'azieem
68:4 En jij hebt een zeer goed morele karakter.
فَسَتُبۡصِرُ وَ یُبۡصِرُوۡنَ ۙ﴿۵﴾
Fasatoebsieroe wa yoebsieroen
68:5 Dus je zult zien en zij zullen zien,
بِاَىیِّکُمُ الۡمَفۡتُوۡنُ ﴿۶﴾
Bie ayyiekoemoel maftoen
68:6 wie van jullie degene is die wordt beproeft.
اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِمَنۡ ضَلَّ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ۪ وَ ہُوَ اَعۡلَمُ بِالۡمُہۡتَدِیۡنَ ﴿۷﴾
Innaa Rabbaka Hoewa a'lamoe bieman dalla 'an sabieeliehiee wa Hoewa a'lamoe bielmoehtadieen
68:7 Zonder twijfel, jouw Heer weet wie van Zijn pad is afgedwaald en Hij weet wie worden geleidt.
فَلَا تُطِعِ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۸﴾
Falaa toetie'iel moekazziebieen
68:8 Dus gehoorzaam de verwerpers (van de waarheid) niet.
وَدُّوۡا لَوۡ تُدۡہِنُ فَیُدۡہِنُوۡنَ ﴿۹﴾
Waddoe law toedhienoe fa-yoedhienoen
68:9 Ze willen (namelijk) dat je het standpunt (van Monotheisme) matigt, zodat ze hun standpunten zullen matigen.
وَ لَا تُطِعۡ کُلَّ حَلَّافٍ مَّہِیۡنٍ ﴿۰۱﴾
Wa laa toetie' koella hallaa fiem mahieen
68:10 En gehoorzaam niemand die uit gewoonte zweert, dat geen waarde heeft,
ہَمَّازٍ مَّشَّآءٍۭ بِنَمِیۡمٍ ﴿۱۱﴾
Hammaaziem mash shaaa'iem bienamieem
68:11 die slecht spreekt, die kwaadaardige roddels verspreidt,
مَّنَّاعٍ لِّلۡخَیۡرِ مُعۡتَدٍ اَثِیۡمٍ ﴿۲۱﴾
Mannaa'iel lielghairie moe'tadien asieem
68:12 die goede daden belemmert\tegenhoudt, overtreder, zondaar,
عُتُلٍّۭ بَعۡدَ ذٰلِکَ زَنِیۡمٍ ﴿۳۱﴾
'Oetoelliem ba'da zaalieka zanieem
68:13 wreed\gemeen, en daarbij volkomen nutteloos is.
اَنۡ کَانَ ذَا مَالٍ وَّ بَنِیۡنَ ﴿۴۱﴾
An kaana zaa maalienw-wa banieen
68:14 (Hij gedraagt zich zo, alleen) Omdat hij rijkdom en kinderen bezit.
اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِ اٰیٰتُنَا قَالَ اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۵۱﴾
Izaa toetlaa 'alaihie aayaatoenaa qaala asaatieeroel awwalieen
68:15 Wanneer Onze verzen aan hem worden opgelezen, dan zegt hij: "(Het zijn) Verhaaltjes van de oude generaties."
سَنَسِمُہٗ عَلَی الۡخُرۡطُوۡمِ ﴿۶۱﴾
Sanasiemoehoe 'alal ghoertoem
68:16 Wij zullen hem op de neus\snuit brandmerken.
اِنَّا بَلَوۡنٰہُمۡ کَمَا بَلَوۡنَاۤ اَصۡحٰبَ الۡجَنَّۃِ ۚ اِذۡ اَقۡسَمُوۡا لَیَصۡرِمُنَّہَا مُصۡبِحِیۡنَ ﴿۷۱﴾
Innaa balawnaahoem kamaa balawnaaa As-haabal djannatie iez 'aqsamoe la-yasrie moennahaa moesbiehieen
68:17 Wij hebben hen (de bewoners van Mekka) beproefd zoals Wij bezitters van de tuin beproefde. Ze zweerden om de fruit ervan in de ochtend te plukken, (Notitie: zie 34:15, 18:32-42)
وَ لَا یَسۡتَثۡنُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Wa laa yastasnoen
68:18 zonder daarbij te zeggen: ("indien Allah het wil (Ins Sha Allah)").
فَطَافَ عَلَیۡہَا طَآئِفٌ مِّنۡ رَّبِّکَ وَ ہُمۡ نَآئِمُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Fataafa 'alaihaa taaa'ie foem mier rabbieka wa hoem naaa'iemoen
68:19 Terwijl ze sliepen kwam er iets (tornado) van jouw Heer wat er in rond ging.
فَاَصۡبَحَتۡ کَالصَّرِیۡمِ ﴿۰۲﴾
Fa asbahat kassarieem
68:20 Dus werd het (de tuin) net als een geoogst veld.
فَتَنَادَوۡا مُصۡبِحِیۡنَ ﴿۱۲﴾
Fatanaadaw moesbiehieen
68:21 Ze riepen elkaar in de ochtend,
اَنِ اغۡدُوۡا عَلٰی حَرۡثِکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰرِمِیۡنَ ﴿۲۲﴾
Anieghdoe 'alaa harsiekoem ien koentoem saariemieen
68:22 "Ga vroeg naar jullie gewassen, indien jullie het fruit willen plukken."
فَانۡطَلَقُوۡا وَ ہُمۡ یَتَخَافَتُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Fantalaqoe wa hoem yataghaafatoen
68:23 Dus gingen ze er fluisterend er naar toe,
اَنۡ لَّا یَدۡخُلَنَّہَا الۡیَوۡمَ عَلَیۡکُمۡ مِّسۡکِیۡنٌ ﴿۴۲﴾
Al laa yadghoelannahal yawma 'alaikoem mieskieen
68:24 (Zeggend:) "Laat vandaag geen enkel arm persoon bij jullie komen."
وَّ غَدَوۡا عَلٰی حَرۡدٍ قٰدِرِیۡنَ ﴿۵۲﴾
Wa ghadaw 'alaa hardien qaadierieen
68:25 Ze gingen vroeg op pad met vastberadenheid dat ze alles konden doen wat ze wilden.
فَلَمَّا رَاَوۡہَا قَالُوۡۤا اِنَّا لَضَآلُّوۡنَ ﴿۶۲﴾
Falammaa ra awhaa qaaloeo iennaa ladaaalloen
68:26 Echter, toen ze het (de tuin) zagen, zeiden ze: "We zijn verdwaald."
بَلۡ نَحۡنُ مَحۡرُوۡمُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Bal nahnoe mahroemoen
68:27 "Nee, We zijn beroofd!"
قَالَ اَوۡسَطُہُمۡ اَلَمۡ اَقُلۡ لَّکُمۡ لَوۡ لَا تُسَبِّحُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Qaala awsatoehoem alam aqoel lakoem law laa toesabbiehoen
68:28 De bescheiden\gematigde onder hen zei: "Zei ik het jullie niet om de ultieme perfectie (van Allah) te verklaren?"
قَالُوۡا سُبۡحٰنَ رَبِّنَاۤ اِنَّا کُنَّا ظٰلِمِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Qaaloe soebhaana rabbienaaa iennaa koennaa zaaliemieen
68:29 Ze zeiden: "Subhaan (de ultieme perfectie) is onze Heer! Wij waren misdadigers."
فَاَقۡبَلَ بَعۡضُہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ یَّتَلَاوَمُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Fa aqbala ba'doehoem 'alaa ba'diey yatalaawamoen
68:30 Vervolgens, beschuldigden ze elkaar.
قَالُوۡا یٰوَیۡلَنَاۤ اِنَّا کُنَّا طٰغِیۡنَ ﴿۱۳﴾
Qaaloe yaa wailanaaa iennaa koennaa taaghieen
68:31 (Uiteindelijk,) zeiden ze: "Wee ons! Zonder twijfel, we waren rebels."
عَسٰی رَبُّنَاۤ اَنۡ یُّبۡدِلَنَا خَیۡرًا مِّنۡہَاۤ اِنَّاۤ اِلٰی رَبِّنَا رٰغِبُوۡنَ ﴿۲۳﴾
'Asaa rabboenaaa ay yoebdielanaa ghairam mienhaaa iennaaa ielaa rabbienaa raaghieboen
68:32 "Misschien zal onze Heer iets beters dan dat geven. Wij keren wanhopig naar Onze Heer."
کَذٰلِکَ الۡعَذَابُ ؕ وَ لَعَذَابُ الۡاٰخِرَۃِ اَکۡبَرُ ۘ لَوۡ کَانُوۡا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Kazaaliekal azaab, wa la'azaaboel aaghieratie akbar; law kaanoe ya'lamoen
68:33 Zo is de straf (tijdens het wereldse leven). Echter, de straf in het hiernamaals is groot, wisten ze het maar.
اِنَّ لِلۡمُتَّقِیۡنَ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۴۳﴾
Inna lielmoettaqieena 'ienda rabbiehiem djannaatien na'ieem
68:34 Zonder twijfel, voor de "Moetaqoens" (zie 2:2-5) zijn er tuinen van gelukzaligheid bij hun Heer.
اَفَنَجۡعَلُ الۡمُسۡلِمِیۡنَ کَالۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۵۳﴾
Afanadj'aloel moesliemieena kalmoedjriemieen
68:35 Moeten Wij dan de moslims (degenen die zich onderworpen hebben aan Allah) als misdadigers behandelen?
مَا لَکُمۡ ٝ کَیۡفَ تَحۡکُمُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Maa lakoem kaifa tahkoemoen
68:36 Wat is er met jullie? Hoe oordelen jullie?
اَمۡ لَکُمۡ کِتٰبٌ فِیۡہِ تَدۡرُسُوۡنَ ﴿۷۳﴾
Am lakoem kietaaboen fieehie tadroesoen
68:37 Hebben jullie een boek waarvan jullie uit leren?
اِنَّ لَکُمۡ فِیۡہِ لَمَا تَخَیَّرُوۡنَ ﴿۸۳﴾
Inna lakoem fieehie lamaa taghaiyaroen
68:38 (Staat er in) Dat jullie alles zullen krijgen wat jullie willen?
اَمۡ لَکُمۡ اَیۡمَانٌ عَلَیۡنَا بَالِغَۃٌ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ ۙ اِنَّ لَکُمۡ لَمَا تَحۡکُمُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Am lakoem aymaanoen 'alainaa baalieghatoen ielaa yawmiel qieyaamatie ienna lakoem lamaa tahkoemoen
68:39 Of hebben jullie beloftes van Ons gekregen, dat jullie je zin krijgen tot aan de dag des oordeels?
سَلۡہُمۡ اَیُّہُمۡ بِذٰلِکَ زَعِیۡمٌ ﴿۰۴﴾
Salhoem ayyoehoem biezaa lieka za'ieem
68:40 Vraag hen, welke van hen verantwoordelijk is voor (het verkrijgen van) datgeen (de beloftes van Allah).
اَمۡ لَہُمۡ شُرَکَآءُ ۚۛ فَلۡیَاۡتُوۡا بِشُرَکَآئِہِمۡ اِنۡ کَانُوۡا صٰدِقِیۡنَ ﴿۱۴﴾
Am lahoem shoerakaaa'oe fal ya'toe bieshoerakaaa 'iehiem ien kaanoe saadieqieen
68:41 Of hebben ze (de beloftes via) deelgenoten (naast Allah verkregen)? Laten ze dan hun deelgenoten brengen als ze de waarheid spreken.
یَوۡمَ یُکۡشَفُ عَنۡ سَاقٍ وَّ یُدۡعَوۡنَ اِلَی السُّجُوۡدِ فَلَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Yawma yoekshafoe 'an saaqiew wa yoed'awna ielas soedjoedie falaa yastatiee'oen
68:42 De dag waarop hun benen niet bedekt zijn (door kleding), zullen ze worden opgeroepen te prostreren. Echter ze zullen niet in staat zijn om het te doen.
خَاشِعَۃً اَبۡصَارُہُمۡ تَرۡہَقُہُمۡ ذِلَّۃٌ ؕ وَ قَدۡ کَانُوۡا یُدۡعَوۡنَ اِلَی السُّجُوۡدِ وَ ہُمۡ سٰلِمُوۡنَ ﴿۳۴﴾
ghaashie'atan absaaroehoem tarhaqoehoem ziellatoew wa qad kaanoe yoed'awna ielassoedjoedie wa hoem saaliemoen
68:43 Hun gezichtsuitdrukking zal nederig\spijtig zijn, terwijl schande hen zal bedekken (omdat ze het niet kunnen). Zonder twijfel, ze werden opgeroepen tot het prostreren toen het vredig was (en konden prostreren, maar niet deden).
فَذَرۡنِیۡ وَ مَنۡ یُّکَذِّبُ بِہٰذَا الۡحَدِیۡثِ ؕ سَنَسۡتَدۡرِجُہُمۡ مِّنۡ حَیۡثُ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Fazarniee wa may yoekazzieboe biehaazal hadieesie sanastad riedjoehoem mien haisoe laa ya'lamoen
68:44 Dus laat Mij alleen zijn met iedereen die deze mededeling verwerpt. Wij zullen hen langzaam (beetje bij beetje) brengen (tot verlies) vanwaar ze het niet zien.
وَ اُمۡلِیۡ لَہُمۡ ؕ اِنَّ کَیۡدِیۡ مَتِیۡنٌ ﴿۵۴﴾
Wa oemliee lahoem; ienna kaidiee matieen
68:45 Wij geven hen uitstel. Voorzeker, Mijn plan is hecht\sterk.
اَمۡ تَسۡـَٔلُہُمۡ اَجۡرًا فَہُمۡ مِّنۡ مَّغۡرَمٍ مُّثۡقَلُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Am tas'aloehoem adjran fahoem mien maghramien moesqaloen
68:46 Of vraag jij (Mohammed v.z.m.h.) hen een vergoeding, zodat ze belast worden met schuld? (Notitie: zie ook 52:40 en 23:72)
اَمۡ عِنۡدَہُمُ الۡغَیۡبُ فَہُمۡ یَکۡتُبُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Am 'iendahoemoel ghaiboe fahoem yaktoeboen
68:47 Of (denken ze dat) ze toegang hebben tot de "Ghayb" (het ongeziene), zodat ze het opschrijven? (Notitie: zie ook 52:41)
فَاصۡبِرۡ لِحُکۡمِ رَبِّکَ وَ لَا تَکُنۡ کَصَاحِبِ الۡحُوۡتِ ۘ اِذۡ نَادٰی وَ ہُوَ مَکۡظُوۡمٌ ﴿۸۴﴾
Fasbier liehoekmie rabbieka wa laa takoen kasaahiebiel hoet; iez naadaa wa hoewa makzoem
68:48 Wees dus geduldig met de beslissing van jouw Heer en wees niet zoals de bewoner in de vis (Joenoes), toen hij in verdriet\wanhoop (zijn Heer) aanriep. (Notitie: Allah geeft aan profeet Mohammed (v.z.m.h.) een referentie naar profeet Joenoes v.z.m.h., van wees niet bang\wanhopig en vlucht niet en laat de individuele rebel aan Allah over. Het volk van Joenoes heeft de boodschap geaccepteerd, zie 10:98.)
لَوۡ لَاۤ اَنۡ تَدٰرَکَہٗ نِعۡمَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ لَنُبِذَ بِالۡعَرَآءِ وَ ہُوَ مَذۡمُوۡمٌ ﴿۹۴﴾
Law laaa an tadaara kahoe nie'matoem mier rabbiehiee lanoebieza biel'araaa'ie wa hoewa mazmoem
68:49 Indien zijn Heer hem niet had begunstigd, (dan zou hij in zijn buik zijn verbleven tot aan de dag wanneer ze worden opgewekt, zie 37:144, maar Wij hebben hem begunstigd) zodat hij uitgeworpen werd op een kale oever, terwijl schuld op hem ruste (van het niet gehoorzamen van Allah's opdracht).
فَاجۡتَبٰہُ رَبُّہٗ فَجَعَلَہٗ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۰۵﴾
Fadjtabaahoe rabboehoe fadja'alahoe mienas saaliehieen
68:50 Maar zijn Heer koos hem (als Zijn boodschapper, zie 3:179), en maakte hem tot de "Saliehien" (vromen, de mensen\djiens met de hoogste rang in het paradijs).
وَ اِنۡ یَّکَادُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَیُزۡلِقُوۡنَکَ بِاَبۡصَارِہِمۡ لَمَّا سَمِعُوا الذِّکۡرَ وَ یَقُوۡلُوۡنَ اِنَّہٗ لَمَجۡنُوۡنٌ ﴿۱۵﴾
Wa ieny-yakaadoel lazieena kafaroe la-yoezlieqoenaka bieabsaariehiem lammaa samie'oez-Ziekra wa yaqoeloena iennahoe lamadjnoen
68:51 En voorzeker, de ongelovigen, wanneer ze de "Dziekr" (het gedenken van Allah/de verkondiging) horen, dan laten ze jou met hun blikken bijna uitglijden (een fout maken) en zeggen: "Hij is bezeten/gek."
وَ مَا ہُوَ اِلَّا ذِکۡرٌ لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۵﴾
Wa maa hoewa iellaa ziekroel liel'aalamieen
68:52 Het is niets anders dan een "Dziekroen" (herinnering voor het gedenken van Allah) voor de werelden (van mensen en djiens).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اَلۡحَآقَّۃُ ۙ﴿۱﴾
Al haaaqqah
69:1 De ultieme waarheid.
مَا الۡحَآقَّۃُ ۚ﴿۲﴾
Mal haaaqqah
69:2 Wat is de ultieme waarheid?
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا الۡحَآقَّۃُ ؕ﴿۳﴾
Wa maaa adraaka mal haaaqqah
69:3 En hoe kun je begrijpen wat de ultieme waarheid is?
کَذَّبَتۡ ثَمُوۡدُ وَ عَادٌۢ بِالۡقَارِعَۃِ ﴿۴﴾
Kazzabat samoedoe wa 'Aadoem biel qaarie'ah
69:4 Het volk Thamoed en Aad verwierpen (het bestaan van) de "Qariah" (de dag des oordeels, zie 69:13. De dag waarop de waarheid van elke mens bekend wordt gemaakt, zie 69:18).
فَاَمَّا ثَمُوۡدُ فَاُہۡلِکُوۡا بِالطَّاغِیَۃِ ﴿۵﴾
Fa-ammaa Samoedoe fa oehliekoe biettaaghieyah
69:5 Wat betreft het volk Thamoed, ze werden vernietigd door de "Taghiyati" (door iets wat de grenzen te buiten ging).
وَ اَمَّا عَادٌ فَاُہۡلِکُوۡا بِرِیۡحٍ صَرۡصَرٍ عَاتِیَۃٍ ۙ﴿۶﴾
Wa ammaa 'Aadoen fa oehliekoe bie rieehien sarsarien 'aatieyah
69:6 Wat betreft het volk Aad, ze werden vernietigd door een gierende woeste wind.
سَخَّرَہَا عَلَیۡہِمۡ سَبۡعَ لَیَالٍ وَّ ثَمٰنِیَۃَ اَیَّامٍ ۙ حُسُوۡمًا ۙ فَتَرَی الۡقَوۡمَ فِیۡہَا صَرۡعٰی ۙ کَاَنَّہُمۡ اَعۡجَازُ نَخۡلٍ خَاوِیَۃٍ ۚ﴿۷﴾
Sakghara haa 'alaihiem sab'a la yaaliew wa samaanieyata ayyaamien hoesoeman fataral qawma fieehaa sar'aa ka annahoem a'djaazoe naghlien ghaawieyah
69:7 Die Hij zeven nachten en acht dagen achter elkaar liet waaien. Je zag het volk liggen alsof ze holle stammen van palmbomen waren.
فَہَلۡ تَرٰی لَہُمۡ مِّنۡۢ بَاقِیَۃٍ ﴿۸﴾
Fahal taraa lahoem mien baaqieyah
69:8 Kun je dan enige overblijfsel\spoor van hen zien?
وَ جَآءَ فِرۡعَوۡنُ وَ مَنۡ قَبۡلَہٗ وَ الۡمُؤۡتَفِکٰتُ بِالۡخَاطِئَۃِ ۚ﴿۹﴾
Wa djaaa'a Fierawnoe wa man qablahoe wal moe'tafiekaatoe biel ghaatie'ah
69:9 En Farao, de generaties voor hem, en de steden die ondersteboven waren gekeerd (het volk van Loeth) begingen grote zondens.
فَعَصَوۡا رَسُوۡلَ رَبِّہِمۡ فَاَخَذَہُمۡ اَخۡذَۃً رَّابِیَۃً ﴿۰۱﴾
Fa 'asaw Rasoela Rabbiehiem fa aghazahoem aghzatar raabieyah
69:10 Ze waren ongehoorzaam tegen de boodschapper van hun Heer, dus greep Hij hen met een zeer harde greep.
اِنَّا لَمَّا طَغَا الۡمَآءُ حَمَلۡنٰکُمۡ فِی الۡجَارِیَۃِ ﴿۱۱﴾
Innaa lammaa taghal maaa'oe hamalnaakoem fiel djaarieyah
69:11 (En gedenk) Toen het water steeg, Wij droegen jullie in datgeen wat vaarde.
لِنَجۡعَلَہَا لَکُمۡ تَذۡکِرَۃً وَّ تَعِیَہَاۤ اُذُنٌ وَّاعِیَۃٌ ﴿۲۱﴾
Lie nadj'alahaa lakoem tazkie ratanw-wa ta'ieyahaa oezoenoew waa'ieyah
69:12 Wij maken het (al deze gebeurtenissen) als een (blijvende) herinnering voor jullie, zodat (iemand met) een luisterend oor er bewust van wordt.
فَاِذَا نُفِخَ فِی الصُّوۡرِ نَفۡخَۃٌ وَّاحِدَۃٌ ﴿۳۱﴾
Fa iezaa noefiegha fies soerie nafghatoew waahiedah
69:13 Wanneer er dus op de trompet wordt geblazen, is er één enkele explosie,
وَّ حُمِلَتِ الۡاَرۡضُ وَ الۡجِبَالُ فَدُکَّتَا دَکَّۃً وَّاحِدَۃً ﴿۴۱﴾
Wa hoemielatiel ardoe wal djiebaaloe fadoekkataa dakkataw waahiedah
69:14 en de aarde wordt gedragen en de bergen worden verbrijzeld, door (die) één enkele stoot.
فَیَوۡمَئِذٍ وَّقَعَتِ الۡوَاقِعَۃُ ﴿۵۱﴾
Fa yawma'ieziew waqa'atiel waaqie'ah
69:15 Op die dag zal de gebeurtenis gebeuren.
وَ انۡشَقَّتِ السَّمَآءُ فَہِیَ یَوۡمَئِذٍ وَّاہِیَۃٌ ﴿۶۱﴾
Wanshaqqaties samaaa'oe fahieya yawma 'iezienw-waahieyah
69:16 De hemelen zullen worden gespleten en is dus op die dag kwetsbaar/fragiel/instabiel.
وَّ الۡمَلَکُ عَلٰۤی اَرۡجَآئِہَا ؕ وَ یَحۡمِلُ عَرۡشَ رَبِّکَ فَوۡقَہُمۡ یَوۡمَئِذٍ ثَمٰنِیَۃٌ ﴿۷۱﴾
Wal malakoe 'alaaa ardjaaa'iehaa; wa yahmieloe 'Arsha Rabbieka fawqahoem yawma'iezien samaanieyah
69:17 De engelen zullen zich aan hun randen bevinden. En acht engelen zullen boven hen de troon van jouw Heer op die dag dragen.
یَوۡمَئِذٍ تُعۡرَضُوۡنَ لَا تَخۡفٰی مِنۡکُمۡ خَافِیَۃٌ ﴿۸۱﴾
Yawma'iezien toe'radoena laa taghfaa mien koem ghaafieyah
69:18 Op die dag zullen jullen worden bloot gesteld. Er zal geen enkel geheim verborgen blijven.
فَاَمَّا مَنۡ اُوۡتِیَ کِتٰبَہٗ بِیَمِیۡنِہٖ ۙ فَیَقُوۡلُ ہَآؤُمُ اقۡرَءُوۡا کِتٰبِیَہۡ ﴿۹۱﴾
Fa ammaa man oetieya kietaabahoe bieyamieeniehiee fa yaqoeloe haaa'oemoeq ra'oe kietaabieyah
69:19 Dan wat betreft degene die zijn boek in zijn rechterhand krijgt, (hij) zal (aan anderen) zeggen: "Hier lees mijn boek!"
اِنِّیۡ ظَنَنۡتُ اَنِّیۡ مُلٰقٍ حِسَابِیَہۡ ﴿۰۲﴾
Inniee zannantoe anniee moelaaqien hiesaabieyah
69:20 "Ik wist zeker dat ik mijn afrekening tegemoet zou zien."
فَہُوَ فِیۡ عِیۡشَۃٍ رَّاضِیَۃٍ ﴿۱۲﴾
Fahoewa fiee 'ieeshatier raadieyah
69:21 Hij zal dus een plezierig leven hebben.
فِیۡ جَنَّۃٍ عَالِیَۃٍ ﴿۲۲﴾
Fiee djannnatien 'aalieyah
69:22 In een hoog verheven tuin,
قُطُوۡفُہَا دَانِیَۃٌ ﴿۳۲﴾
Qoetoefoehaa daanieyah
69:23 met zijn vruchtentrossen laag hangend.
کُلُوۡا وَ اشۡرَبُوۡا ہَنِیۡٓـئًۢا بِمَاۤ اَسۡلَفۡتُمۡ فِی الۡاَیَّامِ الۡخَالِیَۃِ ﴿۴۲﴾
Koeloe washraboe hanieee'am biemaaa aslaftoem fiel ayyaamiel ghalieyah
69:24 (Er zal worden gezegd:) "Eet en drink in trevenheid (als beloning) voor datgeen wat jullie in de voorgaande dagen hebben gedaan."
وَ اَمَّا مَنۡ اُوۡتِیَ کِتٰبَہٗ بِشِمَالِہٖ ۬ۙ فَیَقُوۡلُ یٰلَیۡتَنِیۡ لَمۡ اُوۡتَ کِتٰبِیَہۡ ﴿۵۲﴾
Wa ammaa man oetieya kietaabahoe bieshiemaaliehiee fa yaqoeloe yaalaitaniee lam oeta kietaaabieyah
69:25 Maar wat betreft degenen die hun boek in hun linker hand krijgt, (hij) zal zeggen: "Had ik mijn boek maar niet gekregen."
وَ لَمۡ اَدۡرِ مَا حِسَابِیَہۡ ﴿۶۲﴾
Wa lam adrie maa hiesaabieyah
69:26 "Wist ik maar niet wat mijn afrekening is."
یٰلَیۡتَہَا کَانَتِ الۡقَاضِیَۃَ ﴿۷۲﴾
Yaa laitahaa kaanatiel qaadieyah
69:27 "Was het (de dood) maar het einde geweest!"
مَاۤ اَغۡنٰی عَنِّیۡ مَالِیَہۡ ﴿۸۲﴾
Maaa aghnaa 'anniee maalieyah
69:28 "Mijn rijkdom heeft me geen voordeel gegeven."
ہَلَکَ عَنِّیۡ سُلۡطٰنِیَہۡ ﴿۹۲﴾
Halaka 'anniee soeltaanieyah
69:29 "Mijn gezag is van me weg."
خُذُوۡہُ فَغُلُّوۡہُ ﴿۰۳﴾
ghoezoehoe faghoelloeh
69:30 (Er zal worden gezegd:) "Grijp hem en boei hem!"
ثُمَّ الۡجَحِیۡمَ صَلُّوۡہُ ﴿۱۳﴾
Soemmal djahieema salloeh
69:31 "Brand hem daarna in het hellevuur."
ثُمَّ فِیۡ سِلۡسِلَۃٍ ذَرۡعُہَا سَبۡعُوۡنَ ذِرَاعًا فَاسۡلُکُوۡہُ ﴿۲۳﴾
Soemma fiee sielsielatien zar'oehaa sab'oena zieraa'an fasloekoeh
69:32 "Maak hem vervolgens vast aan een ketting, waarvan de lengte zeventig armlengtes zijn."
اِنَّہٗ کَانَ لَا یُؤۡمِنُ بِاللّٰہِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۳۳﴾
Innahoe kaana laa yoe'mienoe biellaahiel 'Azieem
69:33 "Zonder enige twijfel, hij geloofde niet in Allah, Al-Aziem (de meest Magnifieke/Fantastische/Geweldige), "
وَ لَا یَحُضُّ عَلٰی طَعَامِ الۡمِسۡکِیۡنِ ﴿۴۳﴾
Wa laa yahoeddoe 'alaa ta'aamiel mieskieen
69:34 "noch had hij de drang om de arme te voeden."
فَلَیۡسَ لَہُ الۡیَوۡمَ ہٰہُنَا حَمِیۡمٌ ﴿۵۳﴾
Falaysa lahoel yawma haahoenaa hamieem
69:35 "Dus vandaag is er geen goede vriend hier voor hem."
وَّ لَا طَعَامٌ اِلَّا مِنۡ غِسۡلِیۡنٍ ﴿۶۳﴾
Wa laa ta'aamoen iellaa mien ghieslieen
69:36 "Noch enige voedsel, behalve pus uit de wonden."
لَّا یَاۡکُلُہٗۤ اِلَّا الۡخَاطِـُٔوۡنَ ﴿۷۳﴾
Laa ya'koeloehoeo iellal ghaatie'oen
69:37 "Niemand zal het eten behalve de zondaren."
فَلَاۤ اُقۡسِمُ بِمَا تُبۡصِرُوۡنَ ﴿۸۳﴾
Falaaa oeqsiemoe biemaa toebsieroen
69:38 Nee! Ik zweer bij datgeen wat jullie zien,
وَ مَا لَا تُبۡصِرُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Wa maa laa toebsieroen
69:39 en wat jullie niet zien.
اِنَّہٗ لَقَوۡلُ رَسُوۡلٍ کَرِیۡمٍ ﴿۰۴﴾
Innahoe laqawloe Rasoelien karieem
69:40 Zeerzeker, het (de Koran) is het woord verkondigd door een nobele boodschapper.
وَّ مَا ہُوَ بِقَوۡلِ شَاعِرٍ ؕ قَلِیۡلًا مَّا تُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Wa maa hoewa bieqawlie shaa'ier; qalieelan maa toe'mienoen
69:41 Het is niet het woord van een dichter. Zeer weinig is datgeen wat jullie geloven.
وَ لَا بِقَوۡلِ کَاہِنٍ ؕ قَلِیۡلًا مَّا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa laa bieqawlie kaahien; qalieelan maa tazakkaroen
69:42 Noch is het (de Koran) het woord van een waarzegger. Zeer weinig is datgeen waarover jullie nadenken.
تَنۡزِیۡلٌ مِّنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۳۴﴾
Tanzieeloem mier rabbiel 'aalamieen
69:43 Het is de openbaring van de Heer van de werelden.
وَ لَوۡ تَقَوَّلَ عَلَیۡنَا بَعۡضَ الۡاَقَاوِیۡلِ ﴿۴۴﴾
Wa law taqawwala 'alainaa ba'dal aqaawieel
69:44 Indien hij (Mohammed v.zm.h.) over Ons iets had verzonnen,
لَاَخَذۡنَا مِنۡہُ بِالۡیَمِیۡنِ ﴿۵۴﴾
La-aghaznaa mienhoe bielyamieen
69:45 dan zouden Wij hem bij de rechter hand hebben gegrepen,
ثُمَّ لَقَطَعۡنَا مِنۡہُ الۡوَتِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Soemma laqata'naa mienhoel watieen
69:46 vervolgens zouden Wij zijn aorta/levensader hebben afgesneden,
فَمَا مِنۡکُمۡ مِّنۡ اَحَدٍ عَنۡہُ حٰجِزِیۡنَ ﴿۷۴﴾
Famaa mien-koem mien ahadien'anhoe haadjiezieen
69:47 en niemand van jullie zou het kunnen tegenhouden.
وَ اِنَّہٗ لَتَذۡکِرَۃٌ لِّلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa iennahoe latazkieratoel lielmoettaqieen
69:48 Zeezeker, het (de Koran) is een gedenking voor de Moettaqoens (godvrezenden, zie 2:2-5).
وَ اِنَّا لَنَعۡلَمُ اَنَّ مِنۡکُمۡ مُّکَذِّبِیۡنَ ﴿۹۴﴾
Wa ienna lana'lamoe anna mien-koem moekazziebieen
69:49 Zonder enige twijfel, Wij weten dat er verwerpers (van de boodschap) onder jullie zijn.
وَ اِنَّہٗ لَحَسۡرَۃٌ عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۰۵﴾
Wa iennahoe lahasratoen 'alal kaafierieen
69:50 het (de boodschap) zal een spijt vormen voor de ongelovigen (op de dag des oordeels).
وَ اِنَّہٗ لَحَقُّ الۡیَقِیۡنِ ﴿۱۵﴾
Wa iennahoe lahaqqoel yaqieen
69:51 Zeerzeker, het is de ultieme waarheid.
فَسَبِّحۡ بِاسۡمِ رَبِّکَ الۡعَظِیۡمِ ﴿۲۵﴾
Fassabbieh biesmie Rabbiekal 'Azieem
69:52 Dus verklaar Subhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) aan de naam van jouw Heer, Al-Aziem (de meest Magnifieke/Fantastische/Geweldige). (Notitie: SubhaanAllah)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
سَاَلَ سَآئِلٌۢ بِعَذَابٍ وَّاقِعٍ ۙ﴿۱﴾
Sa'ala saaa'ieloen bie 'azaabiew waaqie'
70:1 Iemand vraagt over een straf die zal plaatsvinden
لِّلۡکٰفِرِیۡنَ لَیۡسَ لَہٗ دَافِعٌ ۙ﴿۲﴾
Liel kaafierieena laisa lahoe daafie'
70:2 over de ongelovigen. Niemand kan het tegenhouden
مِّنَ اللّٰہِ ذِی الۡمَعَارِجِ ؕ﴿۳﴾
Mienal laahie ziel ma'aariedj
70:3 van Allah. De trappen/wegen die naar boven leiden,
تَعۡرُجُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ الرُّوۡحُ اِلَیۡہِ فِیۡ یَوۡمٍ کَانَ مِقۡدَارُہٗ خَمۡسِیۡنَ اَلۡفَ سَنَۃٍ ۚ﴿۴﴾
Ta'roedjoel malaaa'iekatoe war Roehoe ielaihie fiee yawmien kaana mieqdaaroehoe ghamsieena alfa sanah
70:4 de engelen en de "Roeh" (Djibriel/Gabriël) stijgen naar Hem op in één dag, waarvan de maat vijftigduizend jaren. is.
فَاصۡبِرۡ صَبۡرًا جَمِیۡلًا ﴿۵﴾
Fasbier sabran djamieelaa
70:5 Heb dus "Sabr" (wees standvastig en heb geduld) op een goede wijze.
اِنَّہُمۡ یَرَوۡنَہٗ بَعِیۡدًا ۙ﴿۶﴾
Inaahoem yarawnahoe ba'ieedaa
70:6 Ze zien het (de dag des oordeels) als ver weg,
وَّ نَرٰىہُ قَرِیۡبًا ؕ﴿۷﴾
Wa naraahoe qarieebaa
70:7 maar Wij zien het van dichtbij.
یَوۡمَ تَکُوۡنُ السَّمَآءُ کَالۡمُہۡلِ ۙ﴿۸﴾
Yawma takoenoes samaaa'oe kalmoehl
70:8 (Op die) Dag zal de hemel als gesmolten koper\kokend olie zijn,
وَ تَکُوۡنُ الۡجِبَالُ کَالۡعِہۡنِ ۙ﴿۹﴾
Wa takoenoel djiebaaloe kal'iehn
70:9 en de bergen als plukjes wol.
وَ لَا یَسۡـَٔلُ حَمِیۡمٌ حَمِیۡمًا ﴿۰۱﴾
Wa laa yas'aloe hamieemoen hamieemaa
70:10 En vrienden zullen elkaar niet ondervragen,
یُّبَصَّرُوۡنَہُمۡ ؕ یَوَدُّ الۡمُجۡرِمُ لَوۡ یَفۡتَدِیۡ مِنۡ عَذَابِ یَوۡمِئِذٍۭ بِبَنِیۡہِ ﴿۱۱﴾
Yoebassaroenahoem; ya waddoel moedjriemoe law yaftadiee mien 'azaabie yawma'ieziem biebanieeh
70:11 terwijl ze elkaar zien. De misdadiger zou de straf van die dag willen vrijkopen met zijn kinderen,
وَ صَاحِبَتِہٖ وَ اَخِیۡہِ ﴿۲۱﴾
Wa saahiebatiehiee wa aghieeh
70:12 met zijn echtgenote, zijn broeder,
وَ فَصِیۡلَتِہِ الَّتِیۡ تُــٔۡوِیۡہِ ﴿۳۱﴾
Wa fasieelathiel latiee toe'wieeh
70:13 met zijn dichtbijzijnde bloedverwanten die hem een onderdak hebben gegeven,
وَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ جَمِیۡعًا ۙ ثُمَّ یُنۡجِیۡہِ ﴿۴۱﴾
Wa man fiel ardie djamiee'an soemma yoendjieeh
70:14 en met alles op de aarde, om zichzelf te (kunnen) redden.
کَلَّا ؕ اِنَّہَا لَظٰی ﴿۵۱﴾
Kallaa iennahaa lazaa
70:15 In geen enkel geval! (De Hel,) Het is zonder twijfel een zee van vuur,
نَزَّاعَۃً لِّلشَّوٰی ﴿۶۱﴾
Nazzaa'atal lieshshawaa
70:16 een verwijderaar van de hoofdhuiden.
تَدۡعُوۡا مَنۡ اَدۡبَرَ وَ تَوَلّٰی ﴿۷۱﴾
Tad'oe man adbara wa tawallaa
70:17 Het nodigt degene uit die zich afkeerde (van de boodschap) en wegliep,
وَ جَمَعَ فَاَوۡعٰی ﴿۸۱﴾
Wa djama'a fa aw'aa
70:18 die (rijkdom) verzamelde en oppotte.
اِنَّ الۡاِنۡسَانَ خُلِقَ ہَلُوۡعًا ﴿۹۱﴾
Innal iensaana ghoelieqa haloe'aa
70:19 Zonder twijfel, de mens is van nature ongeduldig geschapen.
اِذَا مَسَّہُ الشَّرُّ جَزُوۡعًا ﴿۰۲﴾
Izaa massahoesh sharroe djazoe'aa
70:20 Als hem iets slecht treft, dan is hij prikkelbaar (ondankbaar).
وَّ اِذَا مَسَّہُ الۡخَیۡرُ مَنُوۡعًا ﴿۱۲﴾
Wa iezaa massahoel ghairoe manoe'aa
70:21 En als hem iets goeds treft dan is hij gierig.
اِلَّا الۡمُصَلِّیۡنَ ﴿۲۲﴾
Illal moesallieen
70:22 Behalve degene die "Musalleen" (verbinding maken/het gebed verrichten),
الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَلٰی صَلَاتِہِمۡ دَآئِمُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Allazieena hoem 'alaa Salaatiehiem daaa'iemoen
70:23 en in hun "Salaat" (de connectie met Allah/gebeden) constant zijn,
وَ الَّذِیۡنَ فِیۡۤ اَمۡوَالِہِمۡ حَقٌّ مَّعۡلُوۡمٌ ﴿۴۲﴾
Wallazieena fieee amwaaliehiem haqqoen ma'loem
70:24 en een bekend deel van hun rijkdommen volgens het recht, (Notitie: 2.5% van hun vermogen, zakaat/arme belasting)
لِّلسَّآئِلِ وَ الۡمَحۡرُوۡمِ ﴿۵۲﴾
Liessaaa 'ielie walmahroem
70:25 geven aan degene die vraagt en aan degene waarvan (alles) ontnomen is.
وَ الَّذِیۡنَ یُصَدِّقُوۡنَ بِیَوۡمِ الدِّیۡنِ ﴿۶۲﴾
Wallazieena yoesaddieqoena bie yawmied Dieen
70:26 En (dat zijn) degenen die de dag van het geloof (de dag des oordeels) erkennen.
وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ مِّنۡ عَذَابِ رَبِّہِمۡ مُّشۡفِقُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Wallazieena hoem mien 'azaabie Rabbiehiem moeshfieqoen
70:27 En (dat zijn) degenen die de straf van hun Heer vrezen.
اِنَّ عَذَابَ رَبِّہِمۡ غَیۡرُ مَاۡمُوۡنٍ ﴿۸۲﴾
Inna 'azaaba Rabbiehiem ghairoe ma' moen
70:28 Zonder twijfel, de straf van jullie Heer is niet iets om er voor veilig te voelen.
وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ لِفُرُوۡجِہِمۡ حٰفِظُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Wallazieena hoem lie foeroedjiehiem haafiezoen
70:29 En (dat zijn) degenen die over hun kuisheid (seksueel gedrag) waken,
اِلَّا عَلٰۤی اَزۡوَاجِہِمۡ اَوۡ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُہُمۡ فَاِنَّہُمۡ غَیۡرُ مَلُوۡمِیۡنَ ﴿۰۳﴾
Illaa 'alaaa azwaadjiehiem aw maa malakat aymaanoehoem fa iennahoem ghairoe maloemieen
70:30 behalve voor hun echtgenotes.
فَمَنِ ابۡتَغٰی وَرَآءَ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡعٰدُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Famanieb taghaa waraaa'a zaalieka fa oelaaa'ieka hoemoel 'aadoen
70:31 Echter, wie meer dan dat zoekt, dat zijn de overtreders.
وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ لِاَمٰنٰتِہِمۡ وَ عَہۡدِہِمۡ رٰعُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Wallazieena hoem lie amaanaatiehiem wa 'ahdiehiem raa'oen
70:32 En (dat zijn) degenen die letten op hun betrouwbaarheid en hun beloftes.
وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ بِشَہٰدٰتِہِمۡ قَآئِمُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wallazieena hoem bie shahaadaatiehiem qaaa'iemoen
70:33 En (dat zijn) degenen die in hun getuigenis eerlijk zijn.
وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَلٰی صَلَاتِہِمۡ یُحَافِظُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Wallazieena hoem 'alaa salaatiehiem yoehaafiezoen
70:34 En (dat zijn) degenen die over hun "Salaat" (verbinding met Allah/gebeden) waken.
اُولٰٓئِکَ فِیۡ جَنّٰتٍ مُّکۡرَمُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Oelaaa'ieka fiee djannaatiem moekramoen
70:35 Dat zijn degenen die in tuinen zullen zijn, geëerd.
فَمَالِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا قِبَلَکَ مُہۡطِعِیۡنَ ﴿۶۳﴾
Famaa liel lazieena kafaroe qiebalaka moehtie'ieen
70:36 Dus wat is er met de ongelovigen, dat ze naar jou toe haasten,
عَنِ الۡیَمِیۡنِ وَ عَنِ الشِّمَالِ عِزِیۡنَ ﴿۷۳﴾
'Aniel yamieenie wa 'aniesh shiemaalie 'iezieen
70:37 vanuit de rechterkant en linkerkant, in aparte groepen?
اَیَطۡمَعُ کُلُّ امۡرِیًٔ مِّنۡہُمۡ اَنۡ یُّدۡخَلَ جَنَّۃَ نَعِیۡمٍ ﴿۸۳﴾
Ayatma'oe koelloem rie'iem mienhoem anyyoedghala djannata Na'ieem
70:38 Hoopt elke persoon van hen, dat hij een tuin van gelukzaligheid betreedt?
کَلَّا ؕ اِنَّا خَلَقۡنٰہُمۡ مِّمَّا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Kallaaa iennaa ghalaq nahoem miemmaa ya'lamoen
70:39 Zeker niet! Zonder twijfel, Wij hebben hen geschapen uit datgeen dat ze kennen.
فَلَاۤ اُقۡسِمُ بِرَبِّ الۡمَشٰرِقِ وَ الۡمَغٰرِبِ اِنَّا لَقٰدِرُوۡنَ ﴿۰۴﴾
Falaaa oeqsiemoe bie Rabbiel mashaarieqie wal maghaariebie iennaa laqaadieroen
70:40 Dus Nee! Ik zweer bij de Heer van het oosten en het westen, dat Wij in staat zijn,
عَلٰۤی اَنۡ نُّبَدِّلَ خَیۡرًا مِّنۡہُمۡ ۙ وَ مَا نَحۡنُ بِمَسۡبُوۡقِیۡنَ ﴿۱۴﴾
'Alaaa an noebaddiela ghairan mienhoem wa maa nahnoe bie masboeqieen
70:41 om hen door betere te vervangen en niemand kan aan Ons ontkomen.
فَذَرۡہُمۡ یَخُوۡضُوۡا وَ یَلۡعَبُوۡا حَتّٰی یُلٰقُوۡا یَوۡمَہُمُ الَّذِیۡ یُوۡعَدُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Fazarhoem yaghoedoe wa yal'aboe hattaa yoelaaqoe yawma hoemoel laziee yoe'adoen
70:42 Dus laat hen maar kletsen en zich vermaken totdat ze hun beloofde dag tegemoet komen.
یَوۡمَ یَخۡرُجُوۡنَ مِنَ الۡاَجۡدَاثِ سِرَاعًا کَاَنَّہُمۡ اِلٰی نُصُبٍ یُّوۡفِضُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Yawma yaghroedjoena mienal adjdaasie sieraa'an ka anna hoem ielaa noesoebiey yoefiedoen
70:43 (Dat is de) Dag waarop ze snel uit de graven komen, alsof ze naar een doel haasten,
خَاشِعَۃً اَبۡصَارُہُمۡ تَرۡہَقُہُمۡ ذِلَّۃٌ ؕ ذٰلِکَ الۡیَوۡمُ الَّذِیۡ کَانُوۡا یُوۡعَدُوۡنَ ﴿۴۴﴾
ghaashie'atan absaaroehoem tarhaqoehoem ziellah; zaaliekal yawmoel laziee kaanoe yoe'adoen
70:44 met nederige (blik in hun) ogen, bedekt met schande. Dat is de dag welke hun toegezegd was.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنَا نُوۡحًا اِلٰی قَوۡمِہٖۤ اَنۡ اَنۡذِرۡ قَوۡمَکَ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱﴾
Innaaa arsalnaa Noehan ielaa qawmiehiee an anzier qawmaka mien qablie ay yaatieyahoem 'azaaboen alieem
71:1 Wij zonden Noeh (Noach) tot zijn volk, (zeggende:) "Waarschuw jouw volk voordat er een pijnlijke straf tot hen komt."
قَالَ یٰقَوۡمِ اِنِّیۡ لَکُمۡ نَذِیۡرٌ مُّبِیۡنٌ ۙ﴿۲﴾
Qaala yaa qawmie ienniee lakoem nazieeroem moebieen
71:2 Hij zei: "Mijn vok! Ik ben voor jullie een duidelijke boodschapper."
اَنِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ وَ اتَّقُوۡہُ وَ اَطِیۡعُوۡنِ ۙ﴿۳﴾
Anie'-boedoel laaha watta qoehoe wa atiee'oen
71:3 "Aanbid Allah, heb "Taqwa"voor Hem (godsvreesheid, zie 2:2) en wees mij gehoorzaam."
یَغۡفِرۡ لَکُمۡ مِّنۡ ذُنُوۡبِکُمۡ وَ یُؤَخِّرۡکُمۡ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی ؕ اِنَّ اَجَلَ اللّٰہِ اِذَا جَآءَ لَا یُؤَخَّرُ ۘ لَوۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴﴾
Yaghfier lakoem mien zoenoebiekoem wa yoe'aghghierkoem ielaaa adjaliem moesammaa; iennaa adjalal laahie iezaa djaaa'a laa yoe'aghghar; law koentoem ta'lamoen
71:4 "Hij zal voor jullie, jullie zonden vergeven en jullie uitstel (van de dood) geven voor een bepaalde tijd. Zonder twijfel, wanneer het termijn van Allah komt, dan is er geen uitstel. Wisten jullie het maar."
قَالَ رَبِّ اِنِّیۡ دَعَوۡتُ قَوۡمِیۡ لَیۡلًا وَّ نَہَارًا ۙ﴿۵﴾
Qaala rabbie ienniee da'awtoe qawmiee lailaw wa naharaa
71:5 Hij zei: "Heer! Ik heb mijn volk dag en nacht opgeroepen, "
فَلَمۡ یَزِدۡہُمۡ دُعَآءِیۡۤ اِلَّا فِرَارًا ﴿۶﴾
Falam yazied hoem doe'aaa 'ieee iellaa fieraaraa
71:6 "maar mijn uitnodiging heeft hun alleen maar doen vluchten."
وَ اِنِّیۡ کُلَّمَا دَعَوۡتُہُمۡ لِتَغۡفِرَ لَہُمۡ جَعَلُوۡۤا اَصَابِعَہُمۡ فِیۡۤ اٰذَانِہِمۡ وَ اسۡتَغۡشَوۡا ثِیَابَہُمۡ وَ اَصَرُّوۡا وَ اسۡتَکۡبَرُوا اسۡتِکۡبَارًا ۚ﴿۷﴾
Wa ieniee koellamaa da'awtoehoem lietaghfiera lahoem dja'aloeo asaabie'ahoem fiee aazaaniehiem wastaghshaw sieyaabahoem wa asaarroe wastakbaroes tiekbaaraa
71:7 "Iedere keer wanneer ik ze uitnodigde voor Uw vergiffenis, stopten ze hun vingers in hun oren, of bedekten ze zichzelf met hun kleding. Ze waren koppig en zeer hoogmoedig."
ثُمَّ اِنِّیۡ دَعَوۡتُہُمۡ جِہَارًا ۙ﴿۸﴾
Soemma ienniee da'aw toehoem djiehaara
71:8 "Daarna, heb ik ze als publiek aangesproken, "
ثُمَّ اِنِّیۡۤ اَعۡلَنۡتُ لَہُمۡ وَ اَسۡرَرۡتُ لَہُمۡ اِسۡرَارًا ۙ﴿۹﴾
Soemmaa iennieee a'lantoe lahoem wa asrartoe lahoem iesraaraa
71:9 "Vervolgens, heb ik hen (de gevolgen) medegedeeld en ik heb ze in het geheim persoonlijk aangesproken."
فَقُلۡتُ اسۡتَغۡفِرُوۡا رَبَّکُمۡ ؕ اِنَّہٗ کَانَ غَفَّارًا ﴿۰۱﴾
Faqoeltoes taghfieroe Rabakoem iennahoe kaana Ghaffaaraa
71:10 "Ik zei: 'Vraag om vergiffenis aan jullie Heer. Zonder twijfel, Hij is Vergevensgezind."
یُّرۡسِلِ السَّمَآءَ عَلَیۡکُمۡ مِّدۡرَارًا ﴿۱۱﴾
Yoersielies samaaa'a 'alaikoem miedraaraa
71:11 "Hij zal de hemel in overvloed op jullie laten regenen,"
وَّ یُمۡدِدۡکُمۡ بِاَمۡوَالٍ وَّ بَنِیۡنَ وَ یَجۡعَلۡ لَّکُمۡ جَنّٰتٍ وَّ یَجۡعَلۡ لَّکُمۡ اَنۡہٰرًا ﴿۲۱﴾
Wa yoemdiedkoem bie am waaliew wa banieena wa yadj'al lakoem djannaatiew wa yadj'al lakoem anhaaraa
71:12 "en jullie met rijkdom en kinderen verschaffen, en tuinen en rivieren voor jullie maken."
مَا لَکُمۡ لَا تَرۡجُوۡنَ لِلّٰہِ وَقَارًا ﴿۳۱﴾
Maa lakoem laa tardjoena liellaahie waqaaraa
71:13 "Wat is er met jullie, dat jullie niet naar de grootheid van Allah smachten\zoeken?"
وَ قَدۡ خَلَقَکُمۡ اَطۡوَارًا ﴿۴۱﴾
Wa qad ghalaqakoem at waaraa
71:14 "Waarlijk, Hij schiep jullie in fases."
اَلَمۡ تَرَوۡا کَیۡفَ خَلَقَ اللّٰہُ سَبۡعَ سَمٰوٰتٍ طِبَاقًا ﴿۵۱﴾
Alam taraw kaifa ghalaqal laahoe sab'a samaawaatien tiebaaqaa
71:15 "Zien jullie niet hoe Allah de zeven hemelen in lagen (op elkaar) heeft gemaakt, "
وَّ جَعَلَ الۡقَمَرَ فِیۡہِنَّ نُوۡرًا وَّ جَعَلَ الشَّمۡسَ سِرَاجًا ﴿۶۱﴾
Wa dja'alal qamara fieehienna noeraw wa dja'alash shamsa sieraadjaa
71:16 "en daarin de maan heeft verlicht en de zon als een lamp gemaakt?"
وَ اللّٰہُ اَنۡۢبَتَکُمۡ مِّنَ الۡاَرۡضِ نَبَاتًا ﴿۷۱﴾
Wallaahoe ambatakoem mienal ardie nabaataa
71:17 "En (zien jullie niet) dat Allah jullie heeft doen groeien vanuit (de middelen van) de aarde?"
ثُمَّ یُعِیۡدُکُمۡ فِیۡہَا وَ یُخۡرِجُکُمۡ اِخۡرَاجًا ﴿۸۱﴾
Soemma yoe'ieedoekoem fieehaa wa yoeghriedjoekoem ieghraadjaa
71:18 "Daarna zal Hij jullie erin doen terugkeren en er weer uit doen voortbrengen."
وَ اللّٰہُ جَعَلَ لَکُمُ الۡاَرۡضَ بِسَاطًا ﴿۹۱﴾
Wallaahoe dja'ala lakoemoel arda biesaataa
71:19 "Allah heeft voor jullie het land verspreid,"
لِّتَسۡلُکُوۡا مِنۡہَا سُبُلًا فِجَاجًا ﴿۰۲﴾
Lietasloekoe mienhaa soeboelan fiedjaadjaa
71:20 "Zodat jullie daarop de brede wegen kunnen bereizen.' "
قَالَ نُوۡحٌ رَّبِّ اِنَّہُمۡ عَصَوۡنِیۡ وَ اتَّبَعُوۡا مَنۡ لَّمۡ یَزِدۡہُ مَالُہٗ وَ وَلَدُہٗۤ اِلَّا خَسَارًا ﴿۱۲﴾
Qaala Noehoer Rabbie iennahoem 'asawniee wattaba'oe mal lam yazied hoe maaloehoe wa waladoehoeo iellaa ghasaara
71:21 Noeh zei: "Heer, ze zijn me ongehoorzaam. Ze volgen iemand waarvan zijn rijkdom en zijn kinderen alleen maar tot verlies heeft geleidt."
وَ مَکَرُوۡا مَکۡرًا کُبَّارًا ﴿۲۲﴾
Wa makaroe makran koebbaaraa
71:22 "Ze hebben een grote plan gemaakt."
وَ قَالُوۡا لَا تَذَرُنَّ اٰلِہَتَکُمۡ وَ لَا تَذَرُنَّ وَدًّا وَّ لَا سُوَاعًا ۬ۙ وَّ لَا یَغُوۡثَ وَ یَعُوۡقَ وَ نَسۡرًا ﴿۳۲﴾
Wa qaaloe laa tazaroenna aaliehatakoem wa laa tazaroenna Waddaw wa laa Soewaa'aw wa laa Yaghoesa wa Ya'oeqa wa Nasraa
71:23 "Ze zeggen (namelijk): 'Verlaat jullie goden niet. Verlaat (dus) niet 'wadd', 'yagoeth', 'yauq' en 'nasr'.
وَ قَدۡ اَضَلُّوۡا کَثِیۡرًا ۬ۚ وَ لَا تَزِدِ الظّٰلِمِیۡنَ اِلَّا ضَلٰلًا ﴿۴۲﴾
Wa qad adalloe kasiee raw wa laa taziediez zaaliemieena iellaa dalaalaa
71:24 "Ze hebben velen doen dwalen. De misdadigers zijn alleen maar (meer) afgedwaald,"
مِمَّا خَطِیۡٓــٰٔتِہِمۡ اُغۡرِقُوۡا فَاُدۡخِلُوۡا نَارًا ۬ۙ فَلَمۡ یَجِدُوۡا لَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اَنۡصَارًا ﴿۵۲﴾
Miemmaa ghatieee' aatiehiem oeghrieqoe fa oedghieloe Naaran falam yadjiedoe lahoem mien doeniel laahie ansaaraa
71:25 Vanwege hun zonden zijn ze verdronken en gedwongen om het vuur te betreden. Ze vonden voor henzelf geen helper naast Allah.
وَ قَالَ نُوۡحٌ رَّبِّ لَا تَذَرۡ عَلَی الۡاَرۡضِ مِنَ الۡکٰفِرِیۡنَ دَیَّارًا ﴿۶۲﴾
Wa qaala Noehoer Rabbie laa tazar 'alal ardie mienal kaafierieena daiyaaraa
71:26 Noeh zei: "Heer, laat op de aarde geen enkele huis van de ongelovigen achter."
اِنَّکَ اِنۡ تَذَرۡہُمۡ یُضِلُّوۡا عِبَادَکَ وَ لَا یَلِدُوۡۤا اِلَّا فَاجِرًا کَفَّارًا ﴿۷۲﴾
Innaka ien tazarhoem yoediel loe 'iebaadaka wa laa yaliedoeo iellaa faadjieran kaffaaraa
71:27 "Indien U ze laat dan zullen ze Uw dienaren laten dwalen. Ze zullen alleen een slechte, een ongelovige\ondankbare verwekken."
رَبِّ اغۡفِرۡ لِیۡ وَ لِوَالِدَیَّ وَ لِمَنۡ دَخَلَ بَیۡتِیَ مُؤۡمِنًا وَّ لِلۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتِ ؕ وَ لَا تَزِدِ الظّٰلِمِیۡنَ اِلَّا تَبَارًا ﴿۸۲﴾
Rabbiegh fier liee wa liewaa liedaiya wa lieman daghala baitieya moe'mienaw wa liel moe'mienieena wal moe'mienaatie wa laa taziediez zaaliemieena iellaa tabaaraa
71:28 Heer, vergeef me en mijn ouders en wie mijn huis binnen gaat als een gelovige, de gelovige man als de gelovige vrouw. En vernietig de misdadigers."
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
قُلۡ اُوۡحِیَ اِلَیَّ اَنَّہُ اسۡتَمَعَ نَفَرٌ مِّنَ الۡجِنِّ فَقَالُوۡۤا اِنَّا سَمِعۡنَا قُرۡاٰنًا عَجَبًا ۙ﴿۱﴾
Qoel oehieya ielaiya annna hoestama'a nafaroem mienal djiennie faqaaloeo iennaa samie'naa qoeraanan adjaba
72:1 Zeg: "Het is mij geopenbaard dat een groep onder de djiens luisterde (naar de Koran). Ze zeiden: "Zonder twijfel, we hebben een wonderbaarlijke "Koran" (oplezing) gehoord." (Notitie: het Arabische woord Koran betekent oplezing en komt uit het werkwoord 'Qara' wat reciteren, oplezen en voordracht betekent.)
یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الرُّشۡدِ فَاٰمَنَّا بِہٖ ؕ وَ لَنۡ نُّشۡرِکَ بِرَبِّنَاۤ اَحَدًا ۙ﴿۲﴾
Yahdieee ielar roeshdie fa aamannaa biehiee wa lan noeshrieka bie rabbienaaa 'ahada
72:2 "Het leidt naar het rechte pad. Dus we geloven erin. Nooit zullen we iemand associëren met onze Heer."
وَّ اَنَّہٗ تَعٰلٰی جَدُّ رَبِّنَا مَا اتَّخَذَ صَاحِبَۃً وَّ لَا وَلَدًا ۙ﴿۳﴾
Wa annahoe Ta'aalaa djaddoe Rabbienaa mat'taghaza saahiebataw wa laa walada
72:3 "En (ze zeiden) dat de Majesteit van onze Heer hoog verheven is, noch heeft Hij een metgezel genomen, noch een zoon."
وَّ اَنَّہٗ کَانَ یَقُوۡلُ سَفِیۡہُنَا عَلَی اللّٰہِ شَطَطًا ۙ﴿۴﴾
Wa annahoe kaana yaqoeloe safieehoenaa 'al allahie shatata
72:4 "En (ze zeiden) dat de dwazen onder ons extreem buitensporige dingen over Allah zeiden."
وَّ اَنَّا ظَنَنَّاۤ اَنۡ لَّنۡ تَقُوۡلَ الۡاِنۡسُ وَ الۡجِنُّ عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا ۙ﴿۵﴾
Wa annaa zanannaaa al lan taqoelal iensoe wal djiennoe 'al allahie kazieba
72:5 "En we dachten dat noch de mens, noch de djiens een leugen over Allah zou spreken." (Notitie: de djiens die de Koran hoorden, beseften dat ze voorheen misleid waren.)
وَّ اَنَّہٗ کَانَ رِجَالٌ مِّنَ الۡاِنۡسِ یَعُوۡذُوۡنَ بِرِجَالٍ مِّنَ الۡجِنِّ فَزَادُوۡہُمۡ رَہَقًا ۙ﴿۶﴾
Wa annahoe kaana riedjaaloen mienal iensie ya'oezoena bie riedjaalien mienal djiennie fa zaadoehoem rahaqa
72:6 "En (ze zeiden) dat er mannen van de mensen waren die toevlucht\hulp zochten bij de mannelijke djiens. Dus belaste ze (de djiens) hen (de mens) met extra lasten." (Notitie: er wordt altijd een tegenprestatie gevraagd door de djiens voor een dienst.)
وَّ اَنَّہُمۡ ظَنُّوۡا کَمَا ظَنَنۡتُمۡ اَنۡ لَّنۡ یَّبۡعَثَ اللّٰہُ اَحَدًا ۙ﴿۷﴾
Wa annahoem zannoe kamaa zanantoem al lay yab'asal laahoe 'ahada
72:7 "En (ze zeiden) dat ze dachten, net zoals jullie het dachten, dat Allah niemand zal doen herrijzen."
وَّ اَنَّا لَمَسۡنَا السَّمَآءَ فَوَجَدۡنٰہَا مُلِئَتۡ حَرَسًا شَدِیۡدًا وَّ شُہُبًا ۙ﴿۸﴾
Wa annaa lamasnas samaaa'a fa wadjadnaahaa moelie'at harasan shadieedaw wa shoehoeba
72:8 "En (ze zeiden) dat we de hemelen probeerden te bereiken, maar we troffen het aan vol met strenge beschermers (engelen) en vurige vlammen."
وَّ اَنَّا کُنَّا نَقۡعُدُ مِنۡہَا مَقَاعِدَ لِلسَّمۡعِ ؕ فَمَنۡ یَّسۡتَمِعِ الۡاٰنَ یَجِدۡ لَہٗ شِہَابًا رَّصَدًا ۙ﴿۹﴾
Wa annaa koennaa naq'oedoe mienhaa maqaa'ieda lies'sam'ie famay yastamie'iel 'aana yadjied lahoe shiehaabar rasada
72:9 "En (ze zeiden) dat we daar zaten om af te luisteren, maar degene die nu luistert zal een vuur vinden die op hem wacht."
وَّ اَنَّا لَا نَدۡرِیۡۤ اَشَرٌّ اُرِیۡدَ بِمَنۡ فِی الۡاَرۡضِ اَمۡ اَرَادَ بِہِمۡ رَبُّہُمۡ رَشَدًا ﴿۰۱﴾
Wa annaa laa nadrieee asharroen oerieeda bieman fiel ardie 'am 'araada biehiem rabboehoem rashada
72:10 "En (ze zeiden) dat we niet weten of hun Heer het kwade of (juist) het goede voor degenen op de aarde wil.
وَّ اَنَّا مِنَّا الصّٰلِحُوۡنَ وَ مِنَّا دُوۡنَ ذٰلِکَ ؕ کُنَّا طَرَآئِقَ قِدَدًا ﴿۱۱﴾
Wa annaa miennas saaliehoena wa miennaa doena zaalieka koennaa taraaa'ieqa qiedada
72:11 "En dat er onder ons rechtvaardigen zijn en (anderen) die iets anders dan dat zijn. Wij hebben verschillende (levens-)wijzen.
وَّ اَنَّا ظَنَنَّاۤ اَنۡ لَّنۡ نُّعۡجِزَ اللّٰہَ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَنۡ نُّعۡجِزَہٗ ہَرَبًا ﴿۲۱﴾
Wa annaa zanan naaa al lan noe'djiezal laaha fiel ardie wa lan noe'djiezahoe haraba
72:12 "En dat we zeker van onze zaak zijn dat we op de aarde of (zelfs) door te vliegen niet voor Allah kunnen vluchten.
وَّ اَنَّا لَمَّا سَمِعۡنَا الۡہُدٰۤی اٰمَنَّا بِہٖ ؕ فَمَنۡ یُّؤۡمِنۡۢ بِرَبِّہٖ فَلَا یَخَافُ بَخۡسًا وَّ لَا رَہَقًا ﴿۳۱﴾
Wa annaa lammaa samie'nal hoedaaa aamannaa biehiee famay yoe'mien bie rabbiehiee falaa yaghaafoe baghsaw wa laa rahaqa
72:13 "En (ze zeiden) dat we in de leiding geloofden toen we het hoorden. En degene die in zijn Heer gelooft, zal geen verlies, noch een last vrezen."
وَّ اَنَّا مِنَّا الۡمُسۡلِمُوۡنَ وَ مِنَّا الۡقٰسِطُوۡنَ ؕ فَمَنۡ اَسۡلَمَ فَاُولٰٓئِکَ تَحَرَّوۡا رَشَدًا ﴿۴۱﴾
Wa annaa miennal moesliemoena wa miennal qaasietoena faman aslama fa oelaaa'ieka taharraw rashada
72:14 "En (ze zeiden) dat er onder ons "Moslims" (degene die zich hebben overgegeven) zijn en dat er onder ons onrechtvaardigen zijn. En degene die zich overgeeft (aan de wil van Allah, door rechtvaardig, geduldig, standvastig en dankbaar te zijn), waren opzoek naar het rechte pad."
وَ اَمَّا الۡقٰسِطُوۡنَ فَکَانُوۡا لِجَہَنَّمَ حَطَبًا ﴿۵۱﴾
Wa ammal qaasietoena fa kaanoe lie djahannama hataba
72:15 Wat betreft de onrechtvaardigen, zij zullen brandhout voor de hel zijn.
وَّ اَنۡ لَّوِ اسۡتَقَامُوۡا عَلَی الطَّرِیۡقَۃِ لَاَسۡقَیۡنٰہُمۡ مَّآءً غَدَقًا ﴿۶۱﴾
Wa alla wies taqaamoe 'alat tarieeqatie la asqaynaahoem maa'an ghadaqa
72:16 En als ze op het pad waren gebleven, dan zouden Wij hen water in overvloed te drinken hebben gegeven,
لِّنَفۡتِنَہُمۡ فِیۡہِ ؕ وَ مَنۡ یُّعۡرِضۡ عَنۡ ذِکۡرِ رَبِّہٖ یَسۡلُکۡہُ عَذَابًا صَعَدًا ﴿۷۱﴾
Lienaftienahoem fieeh; wa may yoe'ried 'an ziekrie rabbiehiee yasloek hoe 'azaaban sa'ada
72:17 zodat Wij hun ermee konden beproeven. Wie zich van het gedenken van zijn Heer afkeert, dan zal Hij hem laten betreden in een zeer pijnlijke straf.
وَّ اَنَّ الۡمَسٰجِدَ لِلّٰہِ فَلَا تَدۡعُوۡا مَعَ اللّٰہِ اَحَدًا ﴿۸۱﴾
Wa annal masaadjieda liel laahie falaa tad'oe ma'al laahie 'ahada
72:18 "En (ze zeiden) dat de moskeeën voor (de aanbidding van) Allah zijn, dus roep (daar) niemand naast Allah aan."
وَّ اَنَّہٗ لَمَّا قَامَ عَبۡدُ اللّٰہِ یَدۡعُوۡہُ کَادُوۡا یَکُوۡنُوۡنَ عَلَیۡہِ لِبَدًا ﴿۹۱﴾
Wa annahoe lammaa qaama 'abdoel laahie yad'oehoe kaadoe yakoenoena 'alaihie liebada
72:19 Toen de dienaar (Mohammed v.z.m.h.) van Allah opstond, Hem (Allah) smeekend aanroepend, omringende ze (de djiens) hem als een hechte massa.
قُلۡ اِنَّمَاۤ اَدۡعُوۡا رَبِّیۡ وَ لَاۤ اُشۡرِکُ بِہٖۤ اَحَدًا ﴿۰۲﴾
Qoel iennamaaa ad'oe rabbiee wa laaa oeshriekoe biehieee 'ahada
72:20 Zeg: "Ik roep alleen mijn Heer aan en ik ken niemand aan Hem toe."
قُلۡ اِنِّیۡ لَاۤ اَمۡلِکُ لَکُمۡ ضَرًّا وَّ لَا رَشَدًا ﴿۱۲﴾
Qoel ienniee laaa amliekoe lakoem darraw wa laa rashada
72:21 Zeg: "Zonder enige twijfel, ik heb geen macht over jullie om iets kwaad of goeds te doen."
قُلۡ اِنِّیۡ لَنۡ یُّجِیۡرَنِیۡ مِنَ اللّٰہِ اَحَدٌ ۬ۙ وَّ لَنۡ اَجِدَ مِنۡ دُوۡنِہٖ مُلۡتَحَدًا ﴿۲۲﴾
Qoel ienniee lay yoedjieeraniee mienal laahie 'ahadoenw, wa lan adjieda mien doeniehiee moeltahada
72:22 Zeg: "Niemand kan me tegen Allah beschermen, noch kan ik een schuilplaats tegen Hem vinden."
اِلَّا بَلٰغًا مِّنَ اللّٰہِ وَ رِسٰلٰتِہٖ ؕ وَ مَنۡ یَّعۡصِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ فَاِنَّ لَہٗ نَارَ جَہَنَّمَ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ﴿۳۲﴾
Illaa balaagham mienal laahie wa riesaalaatieh; wa may ya'siel laaha wa rasoelahoe fa ienna lahoe naara djahannama ghaaliedieena fieehaaa 'abada
72:23 "Het is alleen de verkondiging van Allah's boodschap. (Weet dat) Voor degene die Allah en Zijn boodschapper ongehoorzaamt, is er het vuur van de hel, waarin ze vooraltijd zullen blijven."
حَتّٰۤی اِذَا رَاَوۡا مَا یُوۡعَدُوۡنَ فَسَیَعۡلَمُوۡنَ مَنۡ اَضۡعَفُ نَاصِرًا وَّ اَقَلُّ عَدَدًا ﴿۴۲﴾
Hattaaa iezaa ra aw maa yoe'adoena fasaya'lamoena man ad'afoe naasieraw wa aqalloe 'adada
72:24 (De ongelovige djiens zullen zich zelf als sterk en veel in aantal zien) totdat, wanneer ze datgeen zien wat hen beloofd was (de straf), dan pas zullen ze weten wie zwak is en kleiner in aantal is.
قُلۡ اِنۡ اَدۡرِیۡۤ اَقَرِیۡبٌ مَّا تُوۡعَدُوۡنَ اَمۡ یَجۡعَلُ لَہٗ رَبِّیۡۤ اَمَدًا ﴿۵۲﴾
Qoel ien adrieee a qarieeboem maa toe'adoena am yadj'aloe lahoe rabbieee 'amada
72:25 Zeg: "Ik weet niet of datgeen wat jullie beloofd is, dichtbij is of dat mijn Heer er een (lange) termijn aan heeft toegekent."
عٰلِمُ الۡغَیۡبِ فَلَا یُظۡہِرُ عَلٰی غَیۡبِہٖۤ اَحَدًا ﴿۶۲﴾
'Aaliemoel ghaibie falaa yoezhieroe alaa ghaibiehieee 'ahada
72:26 (Hij is alleen) de Alwetende over de "Ghayb" (het ongeziene). Hij openbaart dus niets van Zijn "Ghayb" aan iemand,
اِلَّا مَنِ ارۡتَضٰی مِنۡ رَّسُوۡلٍ فَاِنَّہٗ یَسۡلُکُ مِنۡۢ بَیۡنِ یَدَیۡہِ وَ مِنۡ خَلۡفِہٖ رَصَدًا ﴿۷۲﴾
Illaa manier tadaa mier rasoelien fa iennahoe yasloekoe mien bainie yadaihie wa mien ghalfiehiee rasada
72:27 behalve aan degene die Hij als een boodschapper kiest. Dan plaats Hij een bewaker vóór en achter hem,
لِّیَعۡلَمَ اَنۡ قَدۡ اَبۡلَغُوۡا رِسٰلٰتِ رَبِّہِمۡ وَ اَحَاطَ بِمَا لَدَیۡہِمۡ وَ اَحۡصٰی کُلَّ شَیۡءٍ عَدَدًا ﴿۸۲﴾
Lieya'lama an qad ablaghoe riesaalaatie rabbiehiem wa ahaata bie maa ladaihiem wa ahsaa koella shai'ien 'adada
72:28 zodat Hij laat getuigen of ze de boodschap van hun Heer hebben verkondigt. Hij omvat al datgeen wat met hen is en Hij heeft alles in aantal berekend.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا الۡمُزَّمِّلُ ۙ﴿۱﴾
Ya aiyoehal moezzammiel
73:1 O, jij die zichzelf bedekt.
قُمِ الَّیۡلَ اِلَّا قَلِیۡلًا ۙ﴿۲﴾
Qoemiel laila iellaa qalieelaa
73:2 Sta op gedurende de nacht voor een korte tijd,
نِّصۡفَہٗۤ اَوِ انۡقُصۡ مِنۡہُ قَلِیۡلًا ۙ﴿۳﴾
Niesfahoeo awienqoes mienhoe qalieelaa
73:3 de helft ervan of (zelfs) minder dan dat,
اَوۡ زِدۡ عَلَیۡہِ وَ رَتِّلِ الۡقُرۡاٰنَ تَرۡتِیۡلًا ؕ﴿۴﴾
Aw zied 'alaihie wa rattieliel Qoer'aana tartieela
73:4 of maak het langer. Reciteer de Koran op een duidelijke, rustige en aandachtige wijze.
اِنَّا سَنُلۡقِیۡ عَلَیۡکَ قَوۡلًا ثَقِیۡلًا ﴿۵﴾
Innaa sanoelqiee 'alaika qawlan saqieelaa
73:5 Wij geven jou een zwaar\krachtig woord.
اِنَّ نَاشِئَۃَ الَّیۡلِ ہِیَ اَشَدُّ وَطۡاً وَّ اَقۡوَمُ قِیۡلًا ؕ﴿۶﴾
Inn naashie'atal lailie hieya ashadddoe wat aw wa aqwamoe qieelaa
73:6 Zonder twijfel, het opstaan tijdens de nacht is (iets) krachtig\sterk en doet het juiste woord doordringen\bergrijpen.
اِنَّ لَکَ فِی النَّہَارِ سَبۡحًا طَوِیۡلًا ؕ﴿۷﴾
Inna laka fien nahaarie sabhan tawieelaa
73:7 Voorzeker, voor jou (Mohamed v.z.m.h) zijn er tijdens de dag langdurige bezigheden.
وَ اذۡکُرِ اسۡمَ رَبِّکَ وَ تَبَتَّلۡ اِلَیۡہِ تَبۡتِیۡلًا ؕ﴿۸﴾
Wazkoeries ma rabbieka wa tabattal ielaihie tabtieelaa
73:8 Gedenk de naam van jouw Heer. Draag jezelf op aan Hem met zuivere toewijding. (Notitie: bestudeer Zijn creatie, Zijn barmhartigheid, Zijn grootheid, en andere eigenschappen van Allah, wat zal resulteren in nederigheid, dankbaarheid en lofprijzing aan Allah.)
رَبُّ الۡمَشۡرِقِ وَ الۡمَغۡرِبِ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ فَاتَّخِذۡہُ وَکِیۡلًا ﴿۹﴾
Rabboel mashrieqie wal maghrieiebie laaa ielaaha iellaa Hoewa fattaghiezhoe wakieelaa
73:9 (De) Heer van het oosten en westen. Er is geen (andere) godheid/deïteit dan Hem. Neem Hem dus als "Wakeel" (Degene aan wie je alle zaken toevertrouwd. Hij is de ultieme Trustee, Voogd en Beheerder van alle zaken en biedt voor elke kwestie de perfecte oplossing).
وَ اصۡبِرۡ عَلٰی مَا یَقُوۡلُوۡنَ وَ اہۡجُرۡہُمۡ ہَجۡرًا جَمِیۡلًا ﴿۰۱﴾
Wasbier 'alaa maa yaqoe loena wahdjoerhoem hadjran djamieelaa
73:10 Heb "Sabr" (wees standvastig en heb geduld) tegen datgeen wat ze zeggen. Negeer hen op een goede wijze.
وَ ذَرۡنِیۡ وَ الۡمُکَذِّبِیۡنَ اُولِی النَّعۡمَۃِ وَ مَہِّلۡہُمۡ قَلِیۡلًا ﴿۱۱﴾
Wa zarniee walmoekaz ziebieena oelien na'matie wa mahhielhoem qalieelaa
73:11 Laat Mij met de verwerpers (van de waarheid), de bezitters van rijkdommen en sta hun het kleine uitstel toe.
اِنَّ لَدَیۡنَاۤ اَنۡکَالًا وَّ جَحِیۡمًا ﴿۲۱﴾
Inna ladainaaa an-kaalaw wa djahieemaa
73:12 Bij Ons zijn er zware boeien, brandend vuur,
وَّ طَعَامًا ذَا غُصَّۃٍ وَّ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۳۱﴾
Wa ta'aaman zaa ghoessa tiew wa'azaaban alieemaa
73:13 voedsel dat laat stikken en een pijnlijke straf.
یَوۡمَ تَرۡجُفُ الۡاَرۡضُ وَ الۡجِبَالُ وَ کَانَتِ الۡجِبَالُ کَثِیۡبًا مَّہِیۡلًا ﴿۴۱﴾
Yawma tardjoefoel ardoe waldjiebaaloe wa kaanatiel djiebaaloe kasieebam mahieelaa
73:14 (Dit is voor hun op de) Dag waarop de aarde zal schudden en de bergen als een hoop zand zal worden.
اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلَیۡکُمۡ رَسُوۡلًا ۬ۙ شَاہِدًا عَلَیۡکُمۡ کَمَاۤ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلٰی فِرۡعَوۡنَ رَسُوۡلًا ﴿۵۱﴾
Innaa arsalnaaa ielaikoem rasoelan shaahiedan 'aleykoem kamaaa arsalnaaa ielaa Fier'awna rasoelaa
73:15 Zonder twijfel, Wij hebben voor jullie een boodschapper gestuurd als een getuige tegen jullie, net zoals Wij een boodschapper tot Farao stuurde.
فَعَصٰی فِرۡعَوۡنُ الرَّسُوۡلَ فَاَخَذۡنٰہُ اَخۡذًا وَّبِیۡلًا ﴿۶۱﴾
Fa'asaa Fier'awnoer Rasoela fa aghaznaahoe aghzaw wabieelaa
73:16 Maar Farao gehoorzaamde de boodschapper niet. Dus grepen Wij hem op een vernietigende manier.
فَکَیۡفَ تَتَّقُوۡنَ اِنۡ کَفَرۡتُمۡ یَوۡمًا یَّجۡعَلُ الۡوِلۡدَانَ شِیۡبَۨا ﴿۷۱﴾
Fakaifa tattaqoena ien kafartoem yawmay yadj'aloel wieldaana shieeba
73:17 Hoe zullen jullie je dan beschermen (voor de afrekening van je slechte daden) als jullie niet in een dag geloven dat kinderen grijzen haren geeft?
السَّمَآءُ مُنۡفَطِرٌۢ بِہٖ ؕ کَانَ وَعۡدُہٗ مَفۡعُوۡلًا ﴿۸۱﴾
Assamaaa'oe moenfatieroem bieh; kaana wa'doehoe maf'oela
73:18 De hemel staat op het punt om te barsten, dan zal Zijn woord (de toezegging van de dag des oordeels) worden volbracht.
اِنَّ ہٰذِہٖ تَذۡکِرَۃٌ ۚ فَمَنۡ شَآءَ اتَّخَذَ اِلٰی رَبِّہٖ سَبِیۡلًا ﴿۹۱﴾
Inna haaziehiee tazkieratoen fa man shaaa'at taghaza ielaa Rabbiehiee sabieelaa
73:19 Dit (deze boodschap\de Koran) is een herinnering. Dus laat degene die het wil, een weg nemen (dat leidt) naar zijn Heer.
اِنَّ رَبَّکَ یَعۡلَمُ اَنَّکَ تَقُوۡمُ اَدۡنٰی مِنۡ ثُلُثَیِ الَّیۡلِ وَ نِصۡفَہٗ وَ ثُلُثَہٗ وَ طَآئِفَۃٌ مِّنَ الَّذِیۡنَ مَعَکَ ؕ وَ اللّٰہُ یُقَدِّرُ الَّیۡلَ وَ النَّہَارَ ؕ عَلِمَ اَنۡ لَّنۡ تُحۡصُوۡہُ فَتَابَ عَلَیۡکُمۡ فَاقۡرَءُوۡا مَا تَیَسَّرَ مِنَ الۡقُرۡاٰنِ ؕ عَلِمَ اَنۡ سَیَکُوۡنُ مِنۡکُمۡ مَّرۡضٰی ۙ وَ اٰخَرُوۡنَ یَضۡرِبُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ یَبۡتَغُوۡنَ مِنۡ فَضۡلِ اللّٰہِ ۙ وَ اٰخَرُوۡنَ یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۫ۖ فَاقۡرَءُوۡا مَا تَیَسَّرَ مِنۡہُ ۙ وَ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتُوا الزَّکٰوۃَ وَ اَقۡرِضُوا اللّٰہَ قَرۡضًا حَسَنًا ؕ وَ مَا تُقَدِّمُوۡا لِاَنۡفُسِکُمۡ مِّنۡ خَیۡرٍ تَجِدُوۡہُ عِنۡدَ اللّٰہِ ہُوَ خَیۡرًا وَّ اَعۡظَمَ اَجۡرًا ؕ وَ اسۡتَغۡفِرُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۰۲﴾
Inna Rabbaka ya'lamoe annaka taqoemoe adnaa mien soeloesa yiel lailie wa niesfahoe wa soeloesahoe wa taaa'iefatoem mienal lazieena ma'ak; wal laahoe yoeqaddieroel laila wanna haar; 'aliema al lan toehsoehoe fataaba 'alaikoem faqra'oe maa tayassara mienal qoeraan; 'aliema an sa yakoenoe mien-koem mardaa wa aagharoena yadrieboena fiel ardie yabtaghoena mien fadliel laahie wa aagharoena yoeqaatieloena fiee sabieeliel laahie faqra'oe ma tayassara mienhoe wa aqieemoes salaata wa aatoez zakaata wa aqriedoel laaha qardan hasanaa; wa maa toeqaddiemoe lie anfoesiekoem mien ghairien tadjiedoehoe 'iendal laahie hoewa ghayraw wa a'zama adjraa; wastaghfieroel laahaa iennal laaha ghafoeroer rahieem.
73:20 Jouw Heer weet dat je voor iets minder dan twee derde, de helft of een derde van de nacht opstaat (voor aanbidding). Een groep die met jou zijn, doen dat ook. Allah bepaalt (de langdurigheid van) de nacht en de dag. Hij weet dat je het niet kan volhouden, daarom heeft Hij zich naar jou toegekeerd. Dus reciteer (een gedeelte van) de Koran wat makkelijk is. Hij weet dat er zieken onder jullie zijn en anderen die reizen op aarde op zoek naar de gunsten van Allah en (ook) anderen die op de weg van Allah vechten. Dus reciteer wat makkelijk ervan is en onderhoud de "Salaat", en geef de "Zakkaat". En geef Allah een goede lening (m.a.w. besteed op de weg van Allah). Wat jullie ook doen van het goede, jullie zullen het beter en groter (als beloning) terug vinden bij Allah. En zoek vergiffenis bij Allah. Zonder twijfel, Allah is Gafoer (meest Vergevensgezind), Ar-Rahiem (meest Barmhartig voor de gelovigen).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا الۡمُدَّثِّرُ ۙ﴿۱﴾
Yaaa ayyoehal moeddassier
74:1 O, jij die zichzelf bedekt.
قُمۡ فَاَنۡذِرۡ ۪ۙ﴿۲﴾
Qoem fa anzier
74:2 Sta op en waarschuw.
وَ رَبَّکَ فَکَبِّرۡ ۪﴿۳﴾
Wa rabbaka fakabbier
74:3 Verkondig de Grootheid van uw Heer.
وَ ثِیَابَکَ فَطَہِّرۡ ۪﴿۴﴾
Wa sieyaabaka fatahhier
74:4 Reinig jouw kleren,
وَ الرُّجۡزَ فَاہۡجُرۡ ۪﴿۵﴾
Warroedjza fahdjoer
74:5 en vermijd de onreinheid.
وَ لَا تَمۡنُنۡ تَسۡتَکۡثِرُ ۪﴿۶﴾
Wa laa tamnoen tastaksier
74:6 Verleen geen gunsten (met de intentie) om alleen meer te krijgen,
وَ لِرَبِّکَ فَاصۡبِرۡ ؕ﴿۷﴾
Wa lie Rabbieka fasbier
74:7 maar wees geduldig naar jouw Heer (voor de beloning van de goede daden).
فَاِذَا نُقِرَ فِی النَّاقُوۡرِ ۙ﴿۸﴾
Fa iezaa noeqiera fien naaqoer
74:8 Wanneer er dan in de trompet geblazen wordt,
فَذٰلِکَ یَوۡمَئِذٍ یَّوۡمٌ عَسِیۡرٌ ۙ﴿۹﴾
Fazaalieka yawma 'ieziey yawmoen 'asieer
74:9 dat is een dag die zeer zwaar is,
عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ غَیۡرُ یَسِیۡرٍ ﴿۰۱﴾
'Alal kaafierieena ghairoe yasieer
74:10 niet gemakkelijk voor de ongelovigen.
ذَرۡنِیۡ وَ مَنۡ خَلَقۡتُ وَحِیۡدًا ﴿۱۱﴾
Zarniee wa man ghalaqtoe wahieedaa
74:11 Laat Mij alleen zijn met degene die ik schiep. (Notitie: zie ook 68:44)
وَّ جَعَلۡتُ لَہٗ مَالًا مَّمۡدُوۡدًا ﴿۲۱﴾
Wa dja'altoe lahoe maalam mamdoedaa
74:12 Ik gaf hem veel rijkdom,
وَّ بَنِیۡنَ شُہُوۡدًا ﴿۳۱﴾
Wa banieena shoehoedaa
74:13 kinderen die leven,
وَّ مَہَّدۡتُّ لَہٗ تَمۡہِیۡدًا ﴿۴۱﴾
Wa mahhattoe lahoe tamhieeda
74:14 en maakte alles makkelijk voor hem.
ثُمَّ یَطۡمَعُ اَنۡ اَزِیۡدَ ﴿۵۱﴾
Soemma yat ma'oe an azieed
74:15 Vervolgens, verlangt hij dat Ik (Allah) hem meer voorziet.
کَلَّا ؕ اِنَّہٗ کَانَ لِاٰیٰتِنَا عَنِیۡدًا ﴿۶۱﴾
Kallaaa iennahoe kaana lie Aayaatienaa 'anieedaa
74:16 Zeker niet, hij is zeer koppig\ongehoorzaam tegenover Onze "Ayah" (verzen/tekenen).
سَاُرۡہِقُہٗ صَعُوۡدًا ﴿۷۱﴾
Sa oerhieqoehoe sa'oedaa
74:17 Spoedig, zal ik Hem met de grond gelijk maken.
اِنَّہٗ فَکَّرَ وَ قَدَّرَ ﴿۸۱﴾
Innahoe fakkara wa qaddar
74:18 Hij dacht na en probeerde om tot een conclusie te komen (over de openbaring).
فَقُتِلَ کَیۡفَ قَدَّرَ ﴿۹۱﴾
Faqoetiela kayfa qaddar
74:19 (Echter,) Hij kwam te kort in het vinden van een conclusie.
ثُمَّ قُتِلَ کَیۡفَ قَدَّرَ ﴿۰۲﴾
Soemma qoetiela kaifa qaddar
74:20 Hij probeerde nogmaals om tot een conclusie te komen.
ثُمَّ نَظَرَ ﴿۱۲﴾
Soemma nazar
74:21 Vervolgens, keek hij (naar de profeet v.z.m.h.).
ثُمَّ عَبَسَ وَ بَسَرَ ﴿۲۲﴾
Soemma 'abasa wa basar
74:22 Daarna fronste hij en trok een vies gezicht.
ثُمَّ اَدۡبَرَ وَ اسۡتَکۡبَرَ ﴿۳۲﴾
Soemmaa adbara wastakbar
74:23 Hij keerde zich toen om en zijn hoogmoed nam het over.
فَقَالَ اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا سِحۡرٌ یُّؤۡثَرُ ﴿۴۲﴾
Faqaala ien haazaaa iellaa siehroey yoe'sar
74:24 Dus zei hij: "Dit is niets anders dan oude "Shir" (magie) praktijken."
اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا قَوۡلُ الۡبَشَرِ ﴿۵۲﴾
In haazaaa iellaa qawloel bashar
74:25 "Het is alleen het woord van een mens."
سَاُصۡلِیۡہِ سَقَرَ ﴿۶۲﴾
Sa oeslieehie saqar
74:26 Spoedig zal ik hem naar de hel leiden.
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا سَقَرُ ﴿۷۲﴾
Wa maaa adraaka maa saqar
74:27 Wat kan jou doen weten wat de hel is?
لَا تُبۡقِیۡ وَ لَا تَذَرُ ﴿۸۲﴾
Laa toebqiee wa laa tazar
74:28 Ze spaart niemand, noch laat ze (iets onverbrand) achter (door iets niet gezien te hebben).
لَوَّاحَۃٌ لِّلۡبَشَرِ ﴿۹۲﴾
Lawwaahatoel lielbashar
74:29 Ze verschroeit de mens.
عَلَیۡہَا تِسۡعَۃَ عَشَرَ ﴿۰۳﴾
'Alaihaa ties'ata 'ashar
74:30 Over haar zijn er negentien (bewakers aangesteld),
وَ مَا جَعَلۡنَاۤ اَصۡحٰبَ النَّارِ اِلَّا مَلٰٓئِکَۃً ۪ وَّ مَا جَعَلۡنَا عِدَّتَہُمۡ اِلَّا فِتۡنَۃً لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ۙ لِیَسۡتَیۡقِنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ وَ یَزۡدَادَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِیۡمَانًا وَّ لَا یَرۡتَابَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ۙ وَ لِیَقُوۡلَ الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ وَّ الۡکٰفِرُوۡنَ مَاذَاۤ اَرَادَ اللّٰہُ بِہٰذَا مَثَلًا ؕ کَذٰلِکَ یُضِلُّ اللّٰہُ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ مَا یَعۡلَمُ جُنُوۡدَ رَبِّکَ اِلَّا ہُوَ ؕ وَ مَا ہِیَ اِلَّا ذِکۡرٰی لِلۡبَشَرِ ﴿۱۳﴾
Wa maadja'alnaaa As-haaban naarie iellaa malaaa 'iekataw wa maa dja'alnaa 'ieddatahoem iellaa fietnatal liellazieena kafaroe lieyastaiqienal lazieena oetoel kietaaba wa yazdaadal lazieena aamanoeo ieemaanaw wa laa yartaabal lazieena oetoel kietaaba walmoe'mienoena wa lieyaqoelal lazieena fiee qoeloe biehiem maradoew walkaafieroena maazaaa araadal laahoe biehaazaa masalaa; kazaalieka yoedielloel laahoe may yashaaa'oe wa yahdiee may yashaaa'; wa maa ya'lamoe djoenoeda rabbieka iellaa hoe; wa maa hieya iellaa ziekraa liel bashar
74:31 Wij hebben alleen engelen als bewakers gemaakt. Wij hebben hun aantal alleen als een beproeving gemaakt voor de ongelovigen. Zodat degenen aan wie het boek was gegeven zeker zijn (dat dit een openbaring is) en dat de gelovigen in "Imaan" (geloofsovertuiging) toenemen en dat degenen aan wie het boek was gegeven niet zullen twijfelen. En dat degenen met een ziekte in hun hart en de ongelovigen zullen zeggen: "Wat wil Allah met deze voorbeeld bereiken?" Op deze manier laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt wil Hij wil. Niemand kent het leger van jouw Heer behalve Hij. Het is alleen een herinnering voor de mens.
کَلَّا وَ الۡقَمَرِ ﴿۲۳﴾
Kallaa walqamar
74:32 Zeker niet (dat dit het woord van een mens is)! Bij de maan,
وَ الَّیۡلِ اِذۡ اَدۡبَرَ ﴿۳۳﴾
Wallailie ied adbar
74:33 en de nacht wanneer het verdwijnt,
وَ الصُّبۡحِ اِذَاۤ اَسۡفَرَ ﴿۴۳﴾
Wassoeb hie iezaaa asfar
74:34 (bij) de ochtend wanneer het aanbreekt,
اِنَّہَا لَاِحۡدَی الۡکُبَرِ ﴿۵۳﴾
Innahaa la iehdal koebar
74:35 zonder enige twijfel, het is één van de grootste,
نَذِیۡرًا لِّلۡبَشَرِ ﴿۶۳﴾
Nazieeral lielbashar
74:36 waarschuwing voor de mens.
لِمَنۡ شَآءَ مِنۡکُمۡ اَنۡ یَّتَقَدَّمَ اَوۡ یَتَاَخَّرَ ﴿۷۳﴾
Lieman shaaa'a mien-koem ay yataqaddama aw yata aghghar
74:37 Voor wie van jullie vooruit wil gaan of (juist) achter wil blijven (in het verrichten van goede daden).
کُلُّ نَفۡسٍۭ بِمَا کَسَبَتۡ رَہِیۡنَۃٌ ﴿۸۳﴾
Koelloe nafsiem biema kasabat rahieenah
74:38 (Weet dat) datgeen wat is heeft verdiend. (door de verrichtte daden), een onderpand is voor elke "Nafs".
اِلَّاۤ اَصۡحٰبَ الۡیَمِیۡنِ ﴿۹۳﴾
Illaaa as haabal yamieen
74:39 Maar degenen die zich aan de rechterkant bevinden (op de dag des oordeels), (zie 56:7)
فِیۡ جَنّٰتٍ ۟ؕۛ یَتَسَآءَلُوۡنَ ﴿۰۴﴾
Fiee djannaatiey yata saaa'aloen
74:40 in tuinen, zullen elkaar ondervragen,
عَنِ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۱۴﴾
'Aniel moedjriemieen
74:41 over de misdadigers (die zich aan de linkerkant bevinden),
مَا سَلَکَکُمۡ فِیۡ سَقَرَ ﴿۲۴﴾
Maa salakakoem fiee saqar
74:42 "wat heeft jullie naar de hel geleidt?"
قَالُوۡا لَمۡ نَکُ مِنَ الۡمُصَلِّیۡنَ ﴿۳۴﴾
Qaaloe lam nakoe mienal moesallieen
74:43 Ze zullen zeggen: "We waren degenen die geen "Salaat" verrichten."
وَ لَمۡ نَکُ نُطۡعِمُ الۡمِسۡکِیۡنَ ﴿۴۴﴾
Wa lam nakoe noet'iemoel mieskieen
74:44 "Noch voedden we de armen."
وَ کُنَّا نَخُوۡضُ مَعَ الۡخَآئِضِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Wa koennaa naghoedoe ma'al ghaaa'iedieen
74:45 "We waren bezig met nutteloze gesprekken."
وَ کُنَّا نُکَذِّبُ بِیَوۡمِ الدِّیۡنِ ﴿۶۴﴾
Wa koennaa noekazzieboe bie yawmied Dieen
74:46 "En we verwierpen (het bestaan van) de dag des oordeels,"
حَتّٰۤی اَتٰىنَا الۡیَقِیۡنُ ﴿۷۴﴾
Hattaaa ataanal yaqieen
74:47 "totdat de dood ons kwam."
فَمَا تَنۡفَعُہُمۡ شَفَاعَۃُ الشّٰفِعِیۡنَ ﴿۸۴﴾
Famaa tanfa'oehoem shafaa'atoesh shaafie'ieen
74:48 Dus zal de bemiddeling van bemiddelaars hun niets baten.
فَمَا لَہُمۡ عَنِ التَّذۡکِرَۃِ مُعۡرِضِیۡنَ ﴿۹۴﴾
Famaa lahoem 'aniettazkieratie moe'riedieen
74:49 Waarom keren ze dan van het gedenken (van Allah) af,
کَاَنَّہُمۡ حُمُرٌ مُّسۡتَنۡفِرَۃٌ ﴿۰۵﴾
Ka annahoem hoemoeroem moestanfierah
74:50 net alsof ze bange ezels zijn,
فَرَّتۡ مِنۡ قَسۡوَرَۃٍ ﴿۱۵﴾
Farrat mien qaswarah
74:51 of vluchten voor een leeuw?
بَلۡ یُرِیۡدُ کُلُّ امۡرِیًٔ مِّنۡہُمۡ اَنۡ یُّؤۡتٰی صُحُفًا مُّنَشَّرَۃً ﴿۲۵﴾
Bal yoerieedoe koelloem rie'iem mienhoem ay yoe'taa soehoefam moenashsharah
74:52 Nee (het is geen woord van een mens)! (Weet dat op die dag,) een ieder van hun een boek (met daden) wenst dat openlijk kan worden getoond.
کَلَّا ؕ بَلۡ لَّا یَخَافُوۡنَ الۡاٰخِرَۃَ ﴿۳۵﴾
Kallaa bal laa yaghaafoenal aaghierah
74:53 Nee (het is geen woord van een mens)! Ze vrezen echter het hiernamaals niet.
کَلَّاۤ اِنَّہٗ تَذۡکِرَۃٌ ﴿۴۵﴾
Kallaaa iennahoe tazkierah
74:54 Nee, zonder enige twijfel, het is een herinnering.
فَمَنۡ شَآءَ ذَکَرَہٗ ﴿۵۵﴾
Fa man shaaa'a zakarah
74:55 Dus voor degenen die wil laat hem (Allah) gedenken.
وَ مَا یَذۡکُرُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ اللّٰہُ ؕ ہُوَ اَہۡلُ التَّقۡوٰی وَ اَہۡلُ الۡمَغۡفِرَۃِ ﴿۶۵﴾
Wa maa yazkoeroena iellaaa ay yashaaa'al laah; Hoewa ahloet taqwaa wa ahloel maghfierah
74:56 Ze zullen niet gedenken, behalve indien Allah het wil. Het (de openbaring) is bedoeld voor degene die 'Taqwa' hebben en voor degene die in aanmerking willen komen voor vergiffenis. (Notitie: Taqwa is de constante bewustzijn van de aanwezigheid van Allah.)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
لَاۤ اُقۡسِمُ بِیَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ ۙ﴿۱﴾
Laaa oeqsiemoe bie yawmiel qieyaamah
75:1 Nee! Ik zweer bij de dag van de wederopstanding,
وَ لَاۤ اُقۡسِمُ بِالنَّفۡسِ اللَّوَّامَۃِ ؕ﴿۲﴾
Wa laaa oeqsiemoe bien nafsiel lawwaamah
75:2 En nee! Ik zweer bij de "Nafs" (persoon/eigen ik/ego) die zichzelf beschuldigt.
اَیَحۡسَبُ الۡاِنۡسَانُ اَلَّنۡ نَّجۡمَعَ عِظَامَہٗ ؕ﴿۳﴾
Ayahsaboel iensaanoe al lan nadjm'a 'iezaamah
75:3 Denkt de mens dat Wij zijn botten niet kunnen opbouwen?
بَلٰی قٰدِرِیۡنَ عَلٰۤی اَنۡ نُّسَوِّیَ بَنَانَہٗ ﴿۴﴾
Balaa qaadierieena 'alaaa an noesawwieya banaanah
75:4 Zeer zeker, Wij zijn in staat om het te doen. Wij kunnen (zelfs) zijn vingerafdruk herstellen.
بَلۡ یُرِیۡدُ الۡاِنۡسَانُ لِیَفۡجُرَ اَمَامَہٗ ۚ﴿۵﴾
Bal yoerieedoel iensaanoe lieyafdjoera amaamah
75:5 Zeer zeker, de mens wenst zich uit te barsten (zoveel mogelijk te genieten) in het huidige leven,
یَسۡـَٔلُ اَیَّانَ یَوۡمُ الۡقِیٰمَۃِ ؕ﴿۶﴾
Yas'aloe ayyyaana yawmoel qieyaamah
75:6 hij vraagt: "Waneer is de dag des oordeels?"
فَاِذَا بَرِقَ الۡبَصَرُ ۙ﴿۷﴾
Fa iezaa barieqal basar
75:7 Dus wanneer het zicht wazig wordt,
وَ خَسَفَ الۡقَمَرُ ۙ﴿۸﴾
Wa ghasafal qamar
75:8 en de maan verduisterd wordt,
وَ جُمِعَ الشَّمۡسُ وَ الۡقَمَرُ ۙ﴿۹﴾
Wa djoemie'ash shamsoe wal qamar
75:9 en de maan en de zon bij elkaar gebracht worden,
یَقُوۡلُ الۡاِنۡسَانُ یَوۡمَئِذٍ اَیۡنَ الۡمَفَرُّ ﴿۰۱﴾
Yaqoeloel iensaanoe yaw ma 'iezien aynal mafarr
75:10 op die dag zal de mens dan zeggen: "Waar is de weg om te ontsnappen?"
کَلَّا لَا وَزَرَ ﴿۱۱﴾
Kallaa laa wazar
75:11 Zeker niet! Er is geen schuilplaats.
اِلٰی رَبِّکَ یَوۡمَئِذِۣ الۡمُسۡتَقَرُّ ﴿۲۱﴾
Ilaa rabbieka yawma 'iezieniel moestaqarr
75:12 Op die dag, is de vestiging voor jouw Heer.
یُنَبَّؤُا الۡاِنۡسَانُ یَوۡمَئِذٍۭ بِمَا قَدَّمَ وَ اَخَّرَ ﴿۳۱﴾
Yoenabba 'oel iensaanoe yawma 'ieziem biemaa qaddama wa aghghar
75:13 Op die dag, zal de mens worden geinformeerd over datgeen wat hij heeft gedaan of (juist) niet heeft gedaan.
بَلِ الۡاِنۡسَانُ عَلٰی نَفۡسِہٖ بَصِیۡرَۃٌ ﴿۴۱﴾
Baliel iensaanoe 'alaa nafsiehiee basieerah
75:14 Zeer zeker! De mens is tegen zichzelf een getuige. (Notitie: lichaamsdelen zullen getuigen over de daden.)
وَّ لَوۡ اَلۡقٰی مَعَاذِیۡرَہٗ ﴿۵۱﴾
Wa law alqaa ma'aazieerah
75:15 En ook al biedt hij zijn verontschuldigingen aan (, het heeft geen effect meer).
لَا تُحَرِّکۡ بِہٖ لِسَانَکَ لِتَعۡجَلَ بِہٖ ﴿۶۱﴾
Laa toeharriek biehiee liesaa naka lieta'djala bieh
75:16 (Dus) Beweeg je tong niet (op zo een manier) om het (de openbaring) te verhaasten.
اِنَّ عَلَیۡنَا جَمۡعَہٗ وَ قُرۡاٰنَہٗ ﴿۷۱﴾
Inna 'alainaa djam'ahoe wa qoer aanah
75:17 Op Ons rust de verzameling (van 'Ayahs') en de recitatie\oplezing (aan jouw Mohammed v.z.m.h.) ervan.
فَاِذَا قَرَاۡنٰہُ فَاتَّبِعۡ قُرۡاٰنَہٗ ﴿۸۱﴾
Fa iezaa qaraanaahoe fattabie' qoer aanah
75:18 En wanneer Wij het hebben gereciteerd, verkondig dan datgeen wat (aan jou) is gereciteerd.
ثُمَّ اِنَّ عَلَیۡنَا بَیَانَہٗ ﴿۹۱﴾
Soemma ienna 'alainaa bayaanah
75:19 Vervolgens, rust de verklaring ervan op Ons.
کَلَّا بَلۡ تُحِبُّوۡنَ الۡعَاجِلَۃَ ﴿۰۲﴾
Kallaa bal toehiebboenal 'aadjielah
75:20 Zeker niet (er is geen schuilplaats)! Jullie houden van het aardse leven,
وَ تَذَرُوۡنَ الۡاٰخِرَۃَ ﴿۱۲﴾
Wa tazaroenal Aaghierah
75:21 en verlaten (de voorbereiding voor) het hiernamaals.
وُجُوۡہٌ یَّوۡمَئِذٍ نَّاضِرَۃٌ ﴿۲۲﴾
Woedjoehoey yawma 'iezien naadierah
75:22 Op die dag, zullen gezichten stralen,
اِلٰی رَبِّہَا نَاظِرَۃٌ ﴿۳۲﴾
Ilaa rabbiehaa naazierah
75:23 kijkend naar hun Heer.
وَ وُجُوۡہٌ یَّوۡمَئِذٍۭ بَاسِرَۃٌ ﴿۴۲﴾
Wa woedjoehoey yawma 'ieziem baasierah
75:24 En andere gezichten zullen verminkt zijn, op die dag,
تَظُنُّ اَنۡ یُّفۡعَلَ بِہَا فَاقِرَۃٌ ﴿۵۲﴾
Tazoennoe ay yoef'ala biehaa faaqierah
75:25 denkend aan het slechte dat hen zal worden aangedaan (de uitvoering van de straf).
کَلَّاۤ اِذَا بَلَغَتِ التَّرَاقِیَ ﴿۶۲﴾
Kallaaa iezaa balaghatiet taraaqiee
75:26 Zeker niet (er is geen schuilplaats)! Wanneer het (de ziel) de keel bereikt,
وَ قِیۡلَ مَنۡ ٜ رَاقٍ ﴿۷۲﴾
Wa qieela man raaq
75:27 en er wordt gezegd: "Wie kan (mij) genezen?",
وَّ ظَنَّ اَنَّہُ الۡفِرَاقُ ﴿۸۲﴾
Wa zanna annahoel fieraaq
75:28 dan weet hij dat het (de ziel) zich gaat scheiden.
وَ الۡتَفَّتِ السَّاقُ بِالسَّاقِ ﴿۹۲﴾
Waltaffaties saaqoe biessaaq
75:29 En wrijft de benen met elkaar.
اِلٰی رَبِّکَ یَوۡمَئِذِۣ الۡمَسَاقُ ﴿۰۳﴾
Ilaa rabbieka yawma'iezieniel masaaq
75:30 Op die dag, wordt hij naar jouw Heer gedreven.
فَلَا صَدَّقَ وَ لَا صَلّٰی ﴿۱۳﴾
Falaa saddaqa wa laa sallaa
75:31 En hij accepteerde de waarheid niet, noch verrichte hij de "Salaat" (contact maken met Allah),
وَ لٰکِنۡ کَذَّبَ وَ تَوَلّٰی ﴿۲۳﴾
Wa laakien kazzaba wa tawalla
75:32 hij verwierp (het) en keerde zich (ervan) af.
ثُمَّ ذَہَبَ اِلٰۤی اَہۡلِہٖ یَتَمَطّٰی ﴿۳۳﴾
Soemma zahaba ielaaa ahliehiee yatamatta
75:33 Vervolgens, ging hij tros naar zijn familieleden.
اَوۡلٰی لَکَ فَاَوۡلٰی ﴿۴۳﴾
Awlaa laka fa awlaa
75:34 Je zult spijt hebben, intens spijt.
ثُمَّ اَوۡلٰی لَکَ فَاَوۡلٰی ﴿۵۳﴾
Soemma awlaa laka fa awla
75:35 Nogmaals, je zult spijt hebben, intens spijt (voor jouw gedrag\daden).
اَیَحۡسَبُ الۡاِنۡسَانُ اَنۡ یُّتۡرَکَ سُدًی ﴿۶۳﴾
Ayahsaboel iensaanoe ay yoetraka soedaa
75:36 Denkt de mens dat hij is los gelaten zonder doel? (Notitie: zie 33:72 m.b.t. de vrij keuze, de 'Amanah'. Zie 51:56 m.b.t. het doel.)
اَلَمۡ یَکُ نُطۡفَۃً مِّنۡ مَّنِیٍّ یُّمۡنٰی ﴿۷۳﴾
Alam yakoe noetfatam miem manieyyiey yoemnaa
75:37 Was hij geen "Noetfa" (één cel) dat vanuit de spermacellen was uitgestort?
ثُمَّ کَانَ عَلَقَۃً فَخَلَقَ فَسَوّٰی ﴿۸۳﴾
Soemma kaana 'alaqatan faghalaqa fasawwaa
75:38 Vervolgens, werd hij een "Alaq" (aantal samen geklonteerde cellen die zich vasthechten aan de baarmoeder). Dus Hij (Allah) schiep en vormde (de mens).
فَجَعَلَ مِنۡہُ الزَّوۡجَیۡنِ الذَّکَرَ وَ الۡاُنۡثٰی ﴿۹۳﴾
Fadja'ala mienhoez zawdjayniez zakara wal oensaa
75:39 Dan maakt hij twee soorten, de man en de vrouw.
اَلَیۡسَ ذٰلِکَ بِقٰدِرٍ عَلٰۤی اَنۡ یُّحۡیَِۧ الۡمَوۡتٰی ﴿۰۴﴾
Alaisa zaalieka bieqaadierien 'alaaa ay yoehyieyal mawtaa
75:40 Is Hij niet in staat om leven te geven aan de doden?
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
ہَلۡ اَتٰی عَلَی الۡاِنۡسَانِ حِیۡنٌ مِّنَ الدَّہۡرِ لَمۡ یَکُنۡ شَیۡئًا مَّذۡکُوۡرًا ﴿۱﴾
Hal ataa 'alal iensaanie hieenoem mienad dahrie lam yakoen shai'am mazkoeraa
76:1 Is er niet een tijd geweest dat de mens niet bestond?
اِنَّا خَلَقۡنَا الۡاِنۡسَانَ مِنۡ نُّطۡفَۃٍ اَمۡشَاجٍ ٭ۖ نَّبۡتَلِیۡہِ فَجَعَلۡنٰہُ سَمِیۡعًۢا بَصِیۡرًا ﴿۲﴾
Innaa ghalaqnal iensaana mien noetfatien amshaadjien nabta lieehie fadja'alnaahoe samiee'am basieeraa
76:2 Waarlijk, Wij hebben de mens vanuit een versmolten "Noetfa" (een cel) gemaakt om hem te testen. Dus maakten Wij voor hem het gehoor en het zicht.
اِنَّا ہَدَیۡنٰہُ السَّبِیۡلَ اِمَّا شَاکِرًا وَّ اِمَّا کَفُوۡرًا ﴿۳﴾
Innaa hadainaahoes sabieela iemmaa shaakieraw wa iemmaa kafoera
76:3 Wij leidden hem naar de weg (van beproevingen) wat resulteerde in dankbaarheid of ondankbaarheid.
اِنَّاۤ اَعۡتَدۡنَا لِلۡکٰفِرِیۡنَ سَلٰسِلَا۠ وَ اَغۡلٰلًا وَّ سَعِیۡرًا ﴿۴﴾
Innaaa a'tadnaa lielkaa fierieena salaasiela wa aghlaalaw wa sa'ieeraa
76:4 Zonder twijfel, Wij hebben kettingen, ijzeren halsbanden en een razende vuur voor de ongelovigen klaar gezet.
اِنَّ الۡاَبۡرَارَ یَشۡرَبُوۡنَ مِنۡ کَاۡسٍ کَانَ مِزَاجُہَا کَافُوۡرًا ۚ﴿۵﴾
Innal abraara yashra boena mien kaasien kaana miezaa djoehaa kaafoeraa
76:5 Voorzeker, de rechtvaardigen zullen drinken van een beker, gevuld met een mix van Kamfer.
عَیۡنًا یَّشۡرَبُ بِہَا عِبَادُ اللّٰہِ یُفَجِّرُوۡنَہَا تَفۡجِیۡرًا ﴿۶﴾
'Aynay yashraboe biehaa 'iebaadoel laahie yoefadjdjieroenahaa tafdjieeraa
76:6 De dienaren van Allah zullen uit een (speciale) bron drinken dat in overvloed stroomt.
یُوۡفُوۡنَ بِالنَّذۡرِ وَ یَخَافُوۡنَ یَوۡمًا کَانَ شَرُّہٗ مُسۡتَطِیۡرًا ﴿۷﴾
Yoefoena biennazrie wa yaghaafoena yawman kaana sharroehoe moestatieeraa
76:7 Ze houden zich aan de beloftes en vrezen een dag waarvan het kwaad overal is.
وَ یُطۡعِمُوۡنَ الطَّعَامَ عَلٰی حُبِّہٖ مِسۡکِیۡنًا وَّ یَتِیۡمًا وَّ اَسِیۡرًا ﴿۸﴾
Wa yoet''iemoenat ta'aama 'alaa hoebbiehiee mieskieenaw wa yatieemaw wa asieeraa
76:8 Ze geven voedsel aan de behoeftigen, de wezen en de gevangen, ondanks dat ze ervan houden.
اِنَّمَا نُطۡعِمُکُمۡ لِوَجۡہِ اللّٰہِ لَا نُرِیۡدُ مِنۡکُمۡ جَزَآءً وَّ لَا شُکُوۡرًا ﴿۹﴾
Innaamaa noet'iemoekoem lie wadjhiel laahie laa noerieedoe mien-koem djazaaa'aw wa laa shoekoeraa
76:9 (Ze zeggen:) "We voeden jullie om alleen het aangezicht van Allah te verkrijgen. We verlangen geen beloning noch een dank van jullie."
اِنَّا نَخَافُ مِنۡ رَّبِّنَا یَوۡمًا عَبُوۡسًا قَمۡطَرِیۡرًا ﴿۰۱﴾
Innaa naghaafoe mier Rabbienna Yawman 'aboesan qamtarieeraa
76:10 "We vrezen een dag van onze Heer, dat gewelddadig en beangstigend is."
فَوَقٰہُمُ اللّٰہُ شَرَّ ذٰلِکَ الۡیَوۡمِ وَ لَقّٰہُمۡ نَضۡرَۃً وَّ سُرُوۡرًا ﴿۱۱﴾
Fa waqaahoemoel laahoe sharra zaaliekal yawmie wa laqqaahoem nadrataw wa soeroeraa
76:11 Allah zal hun beschermen tegen het kwaad van die dag en zal hun "Nadratan" (een mooi licht) en gelukzaligheid te gemoed late komen.
وَ جَزٰىہُمۡ بِمَا صَبَرُوۡا جَنَّۃً وَّ حَرِیۡرًا ﴿۲۱﴾
Wa djazaahoem biemaa sabaroe djanataw wa harieeraa
76:12 ze worden beloond met een tuin en (kleding van) zijde vanwege hun "Sabr" (geduld en standvastigheid).
مُّتَّکِـِٕیۡنَ فِیۡہَا عَلَی الۡاَرَآئِکِ ۚ لَا یَرَوۡنَ فِیۡہَا شَمۡسًا وَّ لَا زَمۡہَرِیۡرًا ﴿۳۱﴾
Moettakie'ieena fieeha 'alal araaa 'iekie laa yarawna fieehaa shamsaw wa laa zamharieeraa
76:13 Erin leunend op banken. Ze zullen daar geen hitte, noch koud ondervinden.
وَ دَانِیَۃً عَلَیۡہِمۡ ظِلٰلُہَا وَ ذُلِّلَتۡ قُطُوۡفُہَا تَذۡلِیۡلًا ﴿۴۱﴾
Wa daanieyatan 'alaihiem zielaaloehaa wa zoellielat qoetoefoe haa tazlieela
76:14 Dicht boven hen zijn de schaduwen (van de bomen) en laag hangende trossen fruit binnen handbereik.
وَ یُطَافُ عَلَیۡہِمۡ بِاٰنِیَۃٍ مِّنۡ فِضَّۃٍ وَّ اَکۡوَابٍ کَانَتۡ قَؔوَارِیۡرَا۠ ﴿۵۱﴾
Wa yoetaafoe 'alaihiem bie aanieyatiem mien fieddatiew wa akwaabien kaanat qawaarieeraa
76:15 Er zullen zilveren vaten en kristallen bekers tussen hen rondgaan.
قَؔوَارِیۡرَا۠ مِنۡ فِضَّۃٍ قَدَّرُوۡہَا تَقۡدِیۡرًا ﴿۶۱﴾
Qawaarieera mien fieddatien qaddaroehaa taqdieeraa
76:16 Kristal heldere bekers van zilver, op maat gemaakt.
وَ یُسۡقَوۡنَ فِیۡہَا کَاۡسًا کَانَ مِزَاجُہَا زَنۡجَبِیۡلًا ﴿۷۱﴾
Wa yoeskawna fieehaa kaasan kaana miezaadjoehaa zandjabieelaa
76:17 Ze zullen er drinken in krijgen van een mix met gember ("Zan-Djabiel"),
عَیۡنًا فِیۡہَا تُسَمّٰی سَلۡسَبِیۡلًا ﴿۸۱﴾
'Aynan fieeha toesammaa salsabieelaa
76:18 uit een bron die heet "Salsabiel".
وَ یَطُوۡفُ عَلَیۡہِمۡ وِلۡدَانٌ مُّخَلَّدُوۡنَ ۚ اِذَا رَاَیۡتَہُمۡ حَسِبۡتَہُمۡ لُؤۡلُؤًا مَّنۡثُوۡرًا ﴿۹۱﴾
Wa yatoefoe 'alaihiem wieldaanoem moeghalladoena iezaa ra aytahoem hasiebtahoem loe'loe 'am mansoera
76:19 Er zullen jongens (voor bediening) onder hen rondgaan die niet ouder worden. Wanneer je hen ziet, dan lijkt het of ze verspreide paarels zijn.
وَ اِذَا رَاَیۡتَ ثَمَّ رَاَیۡتَ نَعِیۡمًا وَّ مُلۡکًا کَبِیۡرًا ﴿۰۲﴾
Wa iezaa ra ayta samma ra ayta na'ieemaw wa moelkan kabieera
76:20 Waar je ook kijkt, je zult zegeningen en een grote koninkrijk zien.
عٰلِیَہُمۡ ثِیَابُ سُنۡدُسٍ خُضۡرٌ وَّ اِسۡتَبۡرَقٌ ۫ وَّ حُلُّوۡۤا اَسَاوِرَ مِنۡ فِضَّۃٍ ۚ وَ سَقٰہُمۡ رَبُّہُمۡ شَرَابًا طَہُوۡرًا ﴿۱۲﴾
'Aalieyahoem sieyaaboe soendoesien ghoedroew wa iestabraq, wa hoelloeo asaawiera mien fieddatiew wa saqaahoem Rabboehoem sharaaban tahoeraa
76:21 Ze zullen kleding dragen gemaakt van fijne groene zijde en zware brokaat (zijde stof met motieven erin). En ze zullen worden versierd met zilveren armbanden. En hun Heer zal hun een pure drank te drinken geven,
اِنَّ ہٰذَا کَانَ لَکُمۡ جَزَآءً وَّ کَانَ سَعۡیُکُمۡ مَّشۡکُوۡرًا ﴿۲۲﴾
Innaa haazaa kaana lakoem djazz 'aw wa kaana sa'yoekoem mashkoeraa
76:22 (zeggende:) "Dit is een beloning voor jullie als waardering voor jullie daden."
اِنَّا نَحۡنُ نَزَّلۡنَا عَلَیۡکَ الۡقُرۡاٰنَ تَنۡزِیۡلًا ﴿۳۲﴾
Innaa nahnoe nazzalnaa 'alaikal qoeraana tanzieelaa
76:23 Zonder twijfel, Wij (Allah) openbaren aan jou de Koran in delen.
فَاصۡبِرۡ لِحُکۡمِ رَبِّکَ وَ لَا تُطِعۡ مِنۡہُمۡ اٰثِمًا اَوۡ کَفُوۡرًا ﴿۴۲﴾
Fasbier liehoekmie Rabbieka wa laa toetie' mienhoem aasieman aw kafoeraa
76:24 Heb dus "Sabr" (wees geduldig en standvastig) voor de beslissing van jou Heer. Luister dus niet naar een zondenaar of een ongelovigen.
وَ اذۡکُرِ اسۡمَ رَبِّکَ بُکۡرَۃً وَّ اَصِیۡلًا ﴿۵۲﴾
Wazkoeries ma Rabbieka boekrataw wa asieelaa
76:25 Gedenk de naam van jouw Heer tijdens de ochtend en de avond.
وَ مِنَ الَّیۡلِ فَاسۡجُدۡ لَہٗ وَ سَبِّحۡہُ لَیۡلًا طَوِیۡلًا ﴿۶۲﴾
Wa mienal lailie fasdjoed lahoe wa sabbiehhoe lailan tawieelaa
76:26 Prostreer voor Hem tijdens de nacht. Verklaar de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming ("Subhaan") aan Hem tijdens een groot deel van een nacht.
اِنَّ ہٰۤؤُلَآءِ یُحِبُّوۡنَ الۡعَاجِلَۃَ وَ یَذَرُوۡنَ وَرَآءَہُمۡ یَوۡمًا ثَقِیۡلًا ﴿۷۲﴾
Inna haaa'oelaa'ie yoehiebboena 'aadjielata wa yazaroena waraaa'ahoem yawman saqieelaa
76:27 Zonder twijfel, deze (ongelovigen) houden van het aardse leven en denken niet aan een zware dag.
نَحۡنُ خَلَقۡنٰہُمۡ وَ شَدَدۡنَاۤ اَسۡرَہُمۡ ۚ وَ اِذَا شِئۡنَا بَدَّلۡنَاۤ اَمۡثَالَہُمۡ تَبۡدِیۡلًا ﴿۸۲﴾
Nahnoe ghalaqnaahoem wa shadadnaaa asrahoem wa iezaa shie'naa baddalnaaa amsaala hoem tabdieelaa
76:28 Wij schiepen hen en versterkte hun vormen. Indien Wij het willen dan kunnen Wij hen vervangen door anderen zoals zij.
اِنَّ ہٰذِہٖ تَذۡکِرَۃٌ ۚ فَمَنۡ شَآءَ اتَّخَذَ اِلٰی رَبِّہٖ سَبِیۡلًا ﴿۹۲﴾
Inna haaziehiee tazkieratoen fa man shaaa'at taghaza ielaa rabbiehiee sabieela
76:29 Zonder twijfel, dit is een herinnering. Wie het dus wil, laat hem een weg nemen (dat leidt) naar zijn Heer.
وَ مَا تَشَآءُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ اللّٰہُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ﴿۰۳﴾
Wa maa tashaaa'oena iellaa anyyashaaa'al laah; iennal laahaa kaana'Alieeman Hakieema
76:30 Het is niet wat jullie willen, maar het is Allah wil. Zonder twijfel, Allah is Al-Aliem (Alwetend, heeft kennis over alles), Al-Hakiem (de Alwijze, maakt beslissing op basis van de ultieme wijsheid.)
یُّدۡخِلُ مَنۡ یَّشَآءُ فِیۡ رَحۡمَتِہٖ ؕ وَ الظّٰلِمِیۡنَ اَعَدَّ لَہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿۱۳﴾
Yoedghieloe may yashaaa'oe fiee rahmatieh; wazzaaliemieena a'adda lahoem 'azaaban alieemaa
76:31 Hij geeft toegang tot Zijn Barmhartigheid aan wie Hij wil. Echter, voor de misdadigers heeft Hij een pijnlijke straf klaar gezet.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الۡمُرۡسَلٰتِ عُرۡفًا ۙ﴿۱﴾
Wal moersalaatie'oerfaa
77:1 Bij degenen (engelen die) achterelkaar\opeenvolgend gezonden (worden),
فَالۡعٰصِفٰتِ عَصۡفًا ۙ﴿۲﴾
Fal'aasiefaatie 'asfaa
77:2 en de wind die blaast,
وَّ النّٰشِرٰتِ نَشۡرًا ۙ﴿۳﴾
Wannaashieraatie nashraa
77:3 die ver en wijd verspreidt,
فَالۡفٰرِقٰتِ فَرۡقًا ۙ﴿۴﴾
Falfaarieqaatie farqaa
77:4 die uitelkaar haalt,
فَالۡمُلۡقِیٰتِ ذِکۡرًا ۙ﴿۵﴾
Falmoelqieyaatie ziekra
77:5 die de herinnering (voor het gedenken van Allah) naar beneden brengt,
عُذۡرًا اَوۡ نُذۡرًا ۙ﴿۶﴾
'Oezran aw noezraa
77:6 voor berouw of als waarschuwing.
اِنَّمَا تُوۡعَدُوۡنَ لَوَاقِعٌ ؕ﴿۷﴾
Innamaa toe'adoena lawaaqie'
77:7 Zonder twijfel, datgeen wat jullie is toegezegd (de dag des oordeels) zal zeker plaats vinden.
فَاِذَا النُّجُوۡمُ طُمِسَتۡ ۙ﴿۸﴾
Fa iezam noedjoemoe toemiesat
77:8 Dus (het is een dag) wanneer sterren uit geblazen \ gedoofd worden,
وَ اِذَا السَّمَآءُ فُرِجَتۡ ۙ﴿۹﴾
Wa iezas samaaa'oe foeriedjat
77:9 en de hemel gespleten wordt,
وَ اِذَا الۡجِبَالُ نُسِفَتۡ ﴿۰۱﴾
Wa iezal djiebaaloe noesiefat
77:10 en de bergen tot stof gemaakt worden,
وَ اِذَا الرُّسُلُ اُقِّتَتۡ ﴿۱۱﴾
Wa iezar Roesoeloe oeqqietat
77:11 en de boodschappers van elke tijdperk worden verzameld.
لِاَیِّ یَوۡمٍ اُجِّلَتۡ ﴿۲۱﴾
Lie ayyie yawmien oedjdjielat
77:12 Tot welke dag wordt dit uitgesteld?
لِیَوۡمِ الۡفَصۡلِ ﴿۳۱﴾
Lie yawmiel Fasl
77:13 Tot de dag des oordeels.
وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا یَوۡمُ الۡفَصۡلِ ﴿۴۱﴾
Wa maaa adraaka maa yawmoel fasl
77:14 Hoe kun je weten wat de dag des oordeels is?
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۵۱﴾
Wailoey yawma 'ieziellielmoekazziebieen
77:15 Ellende rust er op die dag op de verwerpers (van de waarheid).
اَلَمۡ نُہۡلِکِ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۶۱﴾
Alam noehliekiel awwalieen
77:16 Hebben Wij de oudere generaties niet vernietigd?
ثُمَّ نُتۡبِعُہُمُ الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿۷۱﴾
Soemma noetbie'oehoemoel aaghierieen
77:17 Daarna hebben Wij hen doen opvolgen door nieuwe generaties.
کَذٰلِکَ نَفۡعَلُ بِالۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۸۱﴾
Kazzalieka naf'aloe bielmoedjriemieen
77:18 Dit is de manier hoe Wij omgaan met misdadigers.
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۹۱﴾
Wailoenw yawma 'ieziel liel moekazziebieen
77:19 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
اَلَمۡ نَخۡلُقۡکُّمۡ مِّنۡ مَّآءٍ مَّہِیۡنٍ ﴿۰۲﴾
Alam naghloekkoem miemmaaa'iem mahieen
77:20 Hebben Wij jullie niet gemaakt vanuit een water (sperma) dat niets waard is?
فَجَعَلۡنٰہُ فِیۡ قَرَارٍ مَّکِیۡنٍ ﴿۱۲﴾
Fadja'alnaahoe fiee qaraariem makieen
77:21 Vervolgens, hebben Wij het op een veilige plek geplaatst,
اِلٰی قَدَرٍ مَّعۡلُوۡمٍ ﴿۲۲﴾
Illaa qadriem ma'loem
77:22 voor een vast gestelde periode.
فَقَدَرۡنَا ٭ۖ فَنِعۡمَ الۡقٰدِرُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Faqadarnaa fanie'mal qaadieroen
77:23 Wij kennen aan alles zijn maat\bepaling\lot toe en Wij zijn het die gunsten toekennen.
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۴۲﴾
Wailoey yawma 'ieziel lielmoekazziebieen
77:24 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
اَلَمۡ نَجۡعَلِ الۡاَرۡضَ کِفَاتًا ﴿۵۲﴾
Alam nadj'aliel arda kiefaataa
77:25 Hebben de aarde niet gemaakt als een verzamel\leef plek,
اَحۡیَآءً وَّ اَمۡوَاتًا ﴿۶۲﴾
Ahyaaa'aw wa amwaataa
77:26 voor de levenden en de doden?
وَّ جَعَلۡنَا فِیۡہَا رَوَاسِیَ شٰمِخٰتٍ وَّ اَسۡقَیۡنٰکُمۡ مَّآءً فُرَاتًا ﴿۷۲﴾
Wa dja'alnaa fieehaa rawaasieya shaamieghaatiew wa asqainaakoem maaa'an foeraataa
77:27 Wij maakten daarop enorme grote en stevige bergen. En Wij gaven jullie zoet water om te drinken.
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۸۲﴾
Wailoey yawma 'ieziel lielmoekazziebieen
77:28 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
اِنۡطَلِقُوۡۤا اِلٰی مَا کُنۡتُمۡ بِہٖ تُکَذِّبُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Intalieqoeo ielaa maa koentoem biehiee toekazzieboen
77:29 (Er zal gezegd worden:) "Ga in datgeen wat jullie verwierpen." (De hel)
اِنۡطَلِقُوۡۤا اِلٰی ظِلٍّ ذِیۡ ثَلٰثِ شُعَبٍ ﴿۰۳﴾
Intalieqoeo ielaa ziellien ziee salaasie shoe'ab
77:30 "Ga naar een schaduw van de drie takken,"
لَّا ظَلِیۡلٍ وَّ لَا یُغۡنِیۡ مِنَ اللَّہَبِ ﴿۱۳﴾
Laa zalieeliew wa laa yoeghniee mienal lahab
77:31 "die geen koelte geeft, noch beschermt het tegen de vlammen."
اِنَّہَا تَرۡمِیۡ بِشَرَرٍ کَالۡقَصۡرِ ﴿۲۳﴾
Innahaa tarmiee bieshararien kalqasr
77:32 Het spuugt vlammen zo groot als kastelen.
کَاَنَّہٗ جِمٰلَتٌ صُفۡرٌ ﴿۳۳﴾
Ka annahoe djiemaalatoen soefr
77:33 Net alsof ze gele kamelen zijn
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۴۳﴾
Wailoey yawma 'ieziel lielmoekaziebieen
77:34 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
ہٰذَا یَوۡمُ لَا یَنۡطِقُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Haazaa yawmoe laa yantieqoen
77:35 Dit is een dag waarop ze niet zullen spreken, (door de intense verdriet)
وَ لَا یُؤۡذَنُ لَہُمۡ فَیَعۡتَذِرُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Wa laa yoe'zanoe lahoem fa ya'tazieroen
77:36 noch wordt het toegestaan om zich te verontschuldigen.
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۷۳﴾
Wailoenw yawma 'ieziel lielmoekazziebieen
77:37 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
ہٰذَا یَوۡمُ الۡفَصۡلِ ۚ جَمَعۡنٰکُمۡ وَ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۸۳﴾
Haaza yawmoel faslie djama 'naakoem wal awwalieen
77:38 Dit is dag des oordeels. Wij hebben jullie en de oudere generaties verzameld.
فَاِنۡ کَانَ لَکُمۡ کَیۡدٌ فَکِیۡدُوۡنِ ﴿۹۳﴾
Fa ien kaana lakoem kaidoen fakieedoen
77:39 Dus als jullie een plan hebben, gebruik het dan maar tegen Mij (Allah).
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Wailoey yawma'ieziel lielmoekazziebieen
77:40 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
اِنَّ الۡمُتَّقِیۡنَ فِیۡ ظِلٰلٍ وَّ عُیُوۡنٍ ﴿۱۴﴾
Innal moettaqieena fiee zielaaliew wa 'oeyoen
77:41 De "Moetaqoens" (zie 2:2-5) zullen zich in schaduwen en tussen fonteinen bevinden.
وَّ فَوَاکِہَ مِمَّا یَشۡتَہُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa fawaakieha miemmaa yashtahoen
77:42 En vruchten die ze verlangen.
کُلُوۡا وَ اشۡرَبُوۡا ہَنِیۡٓــًٔۢا بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Koeloe washraboe hanieee 'am biemaa koentoem ta'maloen
77:43 (Er zal gezegd worden:) "Eet en drink smakelijk, dit is vanwege jullie daden."
اِنَّا کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۴۴﴾
Innaa kazaalieka nadjziel moehsienieen
77:44 Op deze wijze belonen Wij de "Muhsinien" (iemand die goede daden verricht op basis van Taqwa).
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Wailoey yawma 'ieziel lielmoezkazziebieen
77:45 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
کُلُوۡا وَ تَمَتَّعُوۡا قَلِیۡلًا اِنَّکُمۡ مُّجۡرِمُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Koeloe wa tamatta'oe qalieelan iennakoem moedjriemoen
77:46 Eet en geniet maar voor een poosje. Zonder twijfel, jullie zijn misdadigers.
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۷۴﴾
Wailoeny yawma 'ieziel lielmoekazziebieen
77:47 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمُ ارۡکَعُوۡا لَا یَرۡکَعُوۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa iezaa qieela lahoemoer ka'oe laa yarka'oen
77:48 Wanneer er tegen hen wordt gezegd: "Buig!", dan buigen ze niet.
وَیۡلٌ یَّوۡمَئِذٍ لِّلۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۹۴﴾
Wailoeny yawma 'ieziel lielmoekazziebieen
77:49 Ellende rust er op die dag op de verwerpers.
فَبِاَیِّ حَدِیۡثٍۭ بَعۡدَہٗ یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Fabie ayyie hadieesiem ba'dahoe yoe'mienoen
77:50 In welk verklaring na deze, zullen ze dan geloven?
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)