قَدۡ سَمِعَ اللّٰہُ قَوۡلَ الَّتِیۡ تُجَادِلُکَ فِیۡ زَوۡجِہَا وَ تَشۡتَکِیۡۤ اِلَی اللّٰہِ ٭ۖ وَ اللّٰہُ یَسۡمَعُ تَحَاوُرَکُمَا ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌۢ بَصِیۡرٌ ﴿۱﴾
Qad samie'al laahoe qawlal latiee toedjaadieloeka fiee zawdjiehaa wa tashtakieee ielal laahie wallaahoe yasma'oe tahaawoerakoemaa; iennal laaha samiee'oem basieer
58:1 Zonder enige twijfel, Allah heeft het gesprek gehoord van degene die met jou (Mohammed v.z.m.h.) disputeerd met betrekking tot haar echtgenoot. Zij adresseert haar beklag aan Allah. Allah heeft de discussie tussen beide van jullie gehoord. Allah is As-Samie'oe (de Al-Horende), Al-Basier (Al-ziende).

اَلَّذِیۡنَ یُظٰہِرُوۡنَ مِنۡکُمۡ مِّنۡ نِّسَآئِہِمۡ مَّا ہُنَّ اُمَّہٰتِہِمۡ ؕ اِنۡ اُمَّہٰتُہُمۡ اِلَّا الِّٰٓیۡٔ وَلَدۡنَہُمۡ ؕ وَ اِنَّہُمۡ لَیَقُوۡلُوۡنَ مُنۡکَرًا مِّنَ الۡقَوۡلِ وَ زُوۡرًا ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَعَفُوٌّ غَفُوۡرٌ ﴿۲﴾
Allazieena yoezaahieroena mien-koem mien niesaaa'iehiem maa hoennaa oemmahaatiehiem ien oemmahaatoehoem iellal laaa'iee waladnahoem; wa iennaahoem la yaqoeloena moen-karam mienal qawlie wa zoeraa; wa iennal laaha la'afoewwoen ghafoer
58:2 Voor degenen die de 'Zihar' uitspreken op hun vrouwen, in geen enkel geval zijn ze hun moeders. Hun moeders zijn alleen degenen die hun de geboorte gaven. Zonder twijfel, ze zeggen iets verschrikkelijk, wat tevens een leugen is. Echter, Allah is Al-Afoew (de Vergever), Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde). (Notitie: Zihar betekent letterlijk "je bent als mijn moeder". Het wordt\werd gebruikt door de man om seksueel afstand te nemen van zijn vrouw.)

وَ الَّذِیۡنَ یُظٰہِرُوۡنَ مِنۡ نِّسَآئِہِمۡ ثُمَّ یَعُوۡدُوۡنَ لِمَا قَالُوۡا فَتَحۡرِیۡرُ رَقَبَۃٍ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّتَمَآسَّا ؕ ذٰلِکُمۡ تُوۡعَظُوۡنَ بِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۳﴾
Wallazieena yoezaahieroena mien niesaaa'iehiem soemma ya'oedoena liemaa qaaloe fatahrieeroe raqabatiem mien qablie any-yatamaaassaa; zaaliekoem toe'azoena bieh; wallaahoe biemaa ta'maloena ghabieer
58:3 Degenen die 'Zihar' op hun vrouwen uitspreken en het daarna terugnemen, dan rust er op hen de plicht om een slaaf te bevrijden voordat ze elkaar weer mogen aanraken (geslachtsgemeenschap mogen hebben). Dat (deze bepaling) is een vermaning\les voor jullie. En Allah is op de hoogte van alles wat jullie doen (Al-Gabier).

فَمَنۡ لَّمۡ یَجِدۡ فَصِیَامُ شَہۡرَیۡنِ مُتَتَابِعَیۡنِ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّتَمَآسَّا ۚ فَمَنۡ لَّمۡ یَسۡتَطِعۡ فَاِطۡعَامُ سِتِّیۡنَ مِسۡکِیۡنًا ؕ ذٰلِکَ لِتُؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ؕ وَ تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ ؕ وَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۴﴾
Famal lam yadjied fa sieyaamoe shahrainie moetataabie'aynie mien qablie any-yatamaaassaa famal lam yastatie' fa-iet'aamoe siettieena mieskieena; zaalieka lietoe'mienoe biellaahie wa rasoelieh'wa tielka hoedoedoel laah; wa lielkaafierieena 'azaaboen alieem
58:4 Wie geen weg vindt (in het bevrijden van een slaaf) dan zal hij voor twee aaneengesloten maanden moeten vasten, voordat ze elkaar (weer) mogen aanraken. En wie niet in staat is (om dat te doen), dan rust op hem het voeden van zestig behoeftigen. Dat (is de bepaling van Allah), zodat jullie in Allah en Zijn boodschapper kunnen geloven. Dit zijn de grenzen opgelegd door Allah. En (weet dat) voor de ongelovigen er een pijnlijke straf is.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُحَآدُّوۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ کُبِتُوۡا کَمَا کُبِتَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ وَ قَدۡ اَنۡزَلۡنَاۤ اٰیٰتٍۭ بَیِّنٰتٍ ؕ وَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ۚ﴿۵﴾
Innal lazieena yoehaaaddoenal laaha wa Rasoelahoe koebietoe kamaa koebietal lazieena mien qabliehiem; wa qad anzalnaaa aayaatiem baiyienaat; wa lielkaa fierieena 'azaaboem moehieen
58:5 Degenen die zich tegen Allah en Zijn boodschappers verzetten, zullen vernederd worden zoals de vernedering van degenen die voor hen leefden (zie 7:166). Waarlijk, Wij hebben duidelijke 'Ayah' (tekenen\verzen) neergezonden. En (weet dat) voor de ongelovigen er een vernederende straf is.

یَوۡمَ یَبۡعَثُہُمُ اللّٰہُ جَمِیۡعًا فَیُنَبِّئُہُمۡ بِمَا عَمِلُوۡا ؕ اَحۡصٰہُ اللّٰہُ وَ نَسُوۡہُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ٪﴿۶﴾
Yawma yab'asoehoemoel laahoe djamiee'an fayoenabbie'oehoem biemaa 'amieloe; ahsaahoel laahoe wa nasoeh; wallaahoe 'alaa koellie shai'ien shahieed
58:6 Op de dag dat Allah hen allemaal zal herrijzen en hen zal informeren over alles wat ze deden. Allah heeft het (alle daden) vast gelegd, terwijl ze het (zelf) zijn vergeten. Allah is een getuige over alles.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ مَا یَکُوۡنُ مِنۡ نَّجۡوٰی ثَلٰثَۃٍ اِلَّا ہُوَ رَابِعُہُمۡ وَ لَا خَمۡسَۃٍ اِلَّا ہُوَ سَادِسُہُمۡ وَ لَاۤ اَدۡنٰی مِنۡ ذٰلِکَ وَ لَاۤ اَکۡثَرَ اِلَّا ہُوَ مَعَہُمۡ اَیۡنَ مَا کَانُوۡا ۚ ثُمَّ یُنَبِّئُہُمۡ بِمَا عَمِلُوۡا یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۷﴾
Alam tara annal laaha ya'lamoe maa fies samaawaatie wa maa fiel ardie maa yakoenoe mien nadjwaa salaasatien iellaa Hoewa raabie'oehoem wa laa ghamsatien iellaa hoewa saadiesoehoem wa laaa adnaa mien zaalieka wa laaa aksara iellaa hoewa ma'ahoem ayna, maa kaanoe soemma yoenabbie'oehoem biemaa 'amieloe yawmal qieyaamah; iennal laaha biekoellie shai'ien alieem
58:7 Zien jullie niet dat Allah alles weet over datgeen wat er in de hemelen en op de aarde is? Er is geen enkel geheime gesprek tussen drie en Hij is de vierde, of (een gesprek tussen) vijf en Hij is de zesde van hen. Hetzij minder of meer dan dat, maar Hij is met hen waar ze ook zijn. Vervolgens, zal Hij hen informeren over datgeen wat ze deden op de dag van de herrijzing. Zonder twijfel, Allah is over alles Al-Aliem (Al-wetend).

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ نُہُوۡا عَنِ النَّجۡوٰی ثُمَّ یَعُوۡدُوۡنَ لِمَا نُہُوۡا عَنۡہُ وَ یَتَنٰجَوۡنَ بِالۡاِثۡمِ وَ الۡعُدۡوَانِ وَ مَعۡصِیَتِ الرَّسُوۡلِ ۫ وَ اِذَا جَآءُوۡکَ حَیَّوۡکَ بِمَا لَمۡ یُحَیِّکَ بِہِ اللّٰہُ ۙ وَ یَقُوۡلُوۡنَ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ لَوۡ لَا یُعَذِّبُنَا اللّٰہُ بِمَا نَقُوۡلُ ؕ حَسۡبُہُمۡ جَہَنَّمُ ۚ یَصۡلَوۡنَہَا ۚ فَبِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۸﴾
Alam tara ielal lazieena noehoe 'anien nadjwaa soemma ya'oedoena liemaa noehoe 'anhoe wa yatanaadjawna biel iesmie wal'oedwaanie wa ma'sieyatier rasoelie wa iezaa djaaa'oeka haiyawka biemaa lam yoehay yieka biehiel laahoe wa yaqoeloena fiee anfoesiehiem law laa yoe'azzieboenal laahoe biemaa naqoel; hasboehoem djahannnamoe yaslawnahaa fabie'sal masieer
58:8 Zien jullie dan niet dat degenen voor wie het verboden was om geheime besprekingen te houden, terugkeren naar datgeen wat voor hen verboden was? Ze houden geheime besprekingen om zonden te begaan, en agressie en ongehoorzaamheid uit te lokken tegen de boodschapper. Wanneer ze bij jou (Mohammed v.z.m.h.) komen, dan groeten ze jou niet zoals Allah jou begroet. Ze zeggen tussen elkaar: "Waarom straft Allah ons niet voor datgeen wat we zeggen?" De hel (alleen als straf) is voldoende voor hen. Ze zullen erin branden, het is de slechtste eindbestemming.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا تَنَاجَیۡتُمۡ فَلَا تَتَنَاجَوۡا بِالۡاِثۡمِ وَ الۡعُدۡوَانِ وَ مَعۡصِیَتِ الرَّسُوۡلِ وَ تَنَاجَوۡا بِالۡبِرِّ وَ التَّقۡوٰی ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ الَّذِیۡۤ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۹﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe iezaa tanaadjaytoem falaa tatanaadjaw biel iesmie wal 'oedwaanie wa ma'sieyatier rasoelie wa tanaadjaw biel bierrie wattaqwaa wattaqoel laahal lazieee ielaihie toehsharoen
58:9 O gelovigen, wanneer jullie geheime besprekingen houden, hou ze dan niet om zonden te begaan of om agressie of ongehoorzaamheid uit te lokken tegen de boodschapper. Hou geheime besprekingen voor rechtvaardigheid en (het verkrijgen van) 'Taqwa' (godsvreesheid). Heb 'Taqwa' voor Allah, dat is Degene tot Wie jullie zullen worden verzameld.

اِنَّمَا النَّجۡوٰی مِنَ الشَّیۡطٰنِ لِیَحۡزُنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ لَیۡسَ بِضَآرِّہِمۡ شَیۡئًا اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Innaman nadjwaa mienash shaitaanie lieyahzoenal lazieena aamanoe wa laisa biedaaarriehiem shai'an iellaa bie-iezniel laah; wa 'alal laahie falyatawakkaliel moe'mienoen
58:10 De geheime besprekingen komen alleen van de satan, zodat hij verdriet probeert te brengen op de gelovige. Echter, hij kan ze in geen enkel opzichte schaden, alleen als Allah daar toestemming voor geeft. Laten de gelovigen (daarom) hun vertrouwen in Allah stellen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا قِیۡلَ لَکُمۡ تَفَسَّحُوۡا فِی الۡمَجٰلِسِ فَافۡسَحُوۡا یَفۡسَحِ اللّٰہُ لَکُمۡ ۚ وَ اِذَا قِیۡلَ انۡشُزُوۡا فَانۡشُزُوۡا یَرۡفَعِ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مِنۡکُمۡ ۙ وَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ دَرَجٰتٍ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۱۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe iezaa qieela lakoem tafassahoe fiel madjaaliesie fafsahoe yafsahiel laahoe lakoem wa iezaa qieelan shoezoe fanshoezoe yarfa'iel laahoel lazieena aamanoe mien-koem wallazieena oetoel 'ielma daradjaat; wallaahoe biemaa ta'maloena ghabieer
58:11 O gelovigen, wanneer er tegen jullie wordt gezegd: "Maak plaats!" tijdens bijeenkomsten, maak dan plaats. Allah zal voor jullie plaats maken. En wanneer er wordt gezegd: "Sta op!", sta dan op. Allah zal degenen in graden verhogen die geloven en (ook) degenen die de kennis hebben gekregen. Allah is op de hoogte van alles wat jullie doen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا نَاجَیۡتُمُ الرَّسُوۡلَ فَقَدِّمُوۡا بَیۡنَ یَدَیۡ نَجۡوٰىکُمۡ صَدَقَۃً ؕ ذٰلِکَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ وَ اَطۡہَرُ ؕ فَاِنۡ لَّمۡ تَجِدُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoeo iezaa naadjietoemoer Rasoela faqaddiemoe baina yadai nadjwaakoem sadaqah; zaalieka ghairoel lakoem wa athar; fa iel lam tadjiedoe fa iennal laaha ghafoeroer Rahieem
58:12 O gelovigen. Als jullie persoonlijke advies aan de boodschapper willen vragen, geef dan eerst iets uit aan liefdadigheid. Dat is beter en reiner voor jullie. Echter, als jullie geen weg vinden, (weet) dan Allah is Al-Gafoer (De meest Vergevensgezinde) Ar-Rahiem (de Barmhartige zie 1:3).

ءَاَشۡفَقۡتُمۡ اَنۡ تُقَدِّمُوۡا بَیۡنَ یَدَیۡ نَجۡوٰىکُمۡ صَدَقٰتٍ ؕ فَاِذۡ لَمۡ تَفۡعَلُوۡا وَ تَابَ اللّٰہُ عَلَیۡکُمۡ فَاَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتُوا الزَّکٰوۃَ وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۱﴾
'A-ashfaqtoem an toeqaddiemoe baina yadai nadjwaakoem sadaqaat; fa-iez lam taf'aloe wa taabal laahoe 'alaikoem fa aqieemoes Salaata wa aatoez Zakaata wa atiee'oel laaha wa rasoelah; wallaahoe ghabieeroem biemaa ta'maloen
58:13 Maken jullie je dan druk om iets voor liefdadigheid uit te geven voordat jullie om persoonlijke advies vragen? Indien jullie het niet doen en Allah heeft het jullie vergeven, onderhoudt dan het gebed en geef de zakaat (arme belasting) en gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper. Allah is op de hoogte van wat jullie doen.

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ تَوَلَّوۡا قَوۡمًا غَضِبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ ؕ مَا ہُمۡ مِّنۡکُمۡ وَ لَا مِنۡہُمۡ ۙ وَ یَحۡلِفُوۡنَ عَلَی الۡکَذِبِ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Alam tara ielal lazieena tawallaw qawman ghadiebal laahoe 'alaihiem maa hoem mien-koem wa laa mienhoem wa yahliefoena 'alal kaziebie wa hoem ya'lamoen
58:14 Zien jullie niet degenen (de hypocrieten) die een volk als bondgenoten/vrienden/beschermers/helpers nemen waarop de woede van Allah rust. Zij (de hypocrieten) behoren niet tot jullie (de gelovigen) noch behoren ze tot hen (de vijanden). Ze zweren bij de leugens ondanks dat ze het weten (dat ze liegen).

اَعَدَّ اللّٰہُ لَہُمۡ عَذَابًا شَدِیۡدًا ؕ اِنَّہُمۡ سَآءَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۵۱﴾
A'addal laahoe lahoem 'azaaban shadieedan iennahoem saaa'a maa kaanoe ya'maloen
58:15 Allah heeft een zware straf voor hen voorbereid. Zonder twijfel, slecht is datgeen wat ze doen.

اِتَّخَذُوۡۤا اَیۡمَانَہُمۡ جُنَّۃً فَصَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَلَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۶۱﴾
Ittaghazoeo aymaanahoem djoennatan fasaddoe 'an sabieeliel laahie falahoem 'azaaboem moehieen
58:16 Ze maken hun eden (plechtige beloftes) als een bedekking (voor hun slechte daden), zodat ze (anderen) hinderen op de weg van Allah. Voor hen is er dus een vernederende straf.

لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡہُمۡ اَمۡوَالُہُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ شَیۡئًا ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ؕ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Lan toeghnieya 'anhoem amwaaloehoem wa laaa awladoehoem mienal laahie shai'aa; oelaaa 'ieka As haaboen Naarie hoem fieehaa ghaaliedoen
58:17 Nooit zal hun rijkdom iets kunnen beteken voor Allah, noch hun kinderen. Zij zijn de bewoners van het vuur. Zij zullen er eeuwig in vertoeven.

یَوۡمَ یَبۡعَثُہُمُ اللّٰہُ جَمِیۡعًا فَیَحۡلِفُوۡنَ لَہٗ کَمَا یَحۡلِفُوۡنَ لَکُمۡ وَ یَحۡسَبُوۡنَ اَنَّہُمۡ عَلٰی شَیۡءٍ ؕ اَلَاۤ اِنَّہُمۡ ہُمُ الۡکٰذِبُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Yawma yab'asoehoemoel laahoedjamiee'an fa yahliefoena lahoe kamaa yahliefoena lakoem wa yahsaboena annahoem 'alaa shai'; alaaa iennahoem hoemoel kaazieboen
58:18 Op de dag dat Allah hen allen zal opwekken, dan zullen ze tot Hem zweren zoals ze (nu) tot jullie zweren. Ze denken dat ze iets kunnen bereiken. Nee, zonder enige twijfel zij zijn de leugenaars.

اِسۡتَحۡوَذَ عَلَیۡہِمُ الشَّیۡطٰنُ فَاَنۡسٰہُمۡ ذِکۡرَ اللّٰہِ ؕ اُولٰٓئِکَ حِزۡبُ الشَّیۡطٰنِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ حِزۡبَ الشَّیۡطٰنِ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Istahwaza 'alaihiemoesh shaitaanoe fa ansaahoem ziekral laah; oelaaa'ieka hiezboesh shaitaaan; alaaa iennaa hiezbash shaitaanie hoemoel ghaasieroen
58:19 De satan heeft ze volledig beïnvloed, zodat hij hen het gedenken (aan Allah) heeft doen laten vergeten. Zij behoren tot de groep van de satan. Nee, de groep van de satan, zij zullen de verliezers zijn.

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُحَآدُّوۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗۤ اُولٰٓئِکَ فِی الۡاَذَلِّیۡنَ ﴿۰۲﴾
Innal lazieena yoehaaaddoenal laaha wa Rasoelahoeo oelaaa'ieka fiel azallieen
58:20 Degenen die dingen doen tegen Allah en Zijn boodschapper, zij zijn degenen die het meest zullen worden vernederd.

کَتَبَ اللّٰہُ لَاَغۡلِبَنَّ اَنَا وَ رُسُلِیۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ قَوِیٌّ عَزِیۡزٌ ﴿۱۲﴾
Katabal laahoe la aghliebanna ana wa Roesoeliee; iennal laaha qawieyyoen 'Azieez
58:21 Allah heeft (het volgende) bepaald: "Zonder twijfel, Ik zal overwinnen. Ik en Mijn boodschappers." Allah is Al-Qawiy (Degene Die boven alle beperkingen staat. Zijn kracht is oppermachtig, onbeperkt en onuitputtelijk), Al-Aziz (Al-machtig).

لَا تَجِدُ قَوۡمًا یُّؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ یُوَآدُّوۡنَ مَنۡ حَآدَّ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ لَوۡ کَانُوۡۤا اٰبَآءَہُمۡ اَوۡ اَبۡنَآءَہُمۡ اَوۡ اِخۡوَانَہُمۡ اَوۡ عَشِیۡرَتَہُمۡ ؕ اُولٰٓئِکَ کَتَبَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمُ الۡاِیۡمَانَ وَ اَیَّدَہُمۡ بِرُوۡحٍ مِّنۡہُ ؕ وَ یُدۡخِلُہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ رَضِیَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ وَ رَضُوۡا عَنۡہُ ؕ اُولٰٓئِکَ حِزۡبُ اللّٰہِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ حِزۡبَ اللّٰہِ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Laa tadjiedoe qawmay yoe'mienoena biellaahie wal yawmiel aaghierie yoewaaaddoena man haaaddal laaha wa Rasoelahoe wa law kaanoeo aabaaa'ahoem aw abnaaa'ahoem aw ieghwaa nahoem aw 'ashieeratahoem; oelaaa'ieka kataba fiee qoeloebiehie moel ieemaana wa ayyadahoem bieroehiemmienhoe wa yoedghieloe hoem djannatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaa; radieyal laahoe 'anhoem wa radoe 'anhoe; oelaaa 'ieka hiezboel laah; alaaa ienna hiezbal laahie hoemoel moefliehoen
58:22 Je zult niet een volk vinden dat in Allah en in de laatste dag gelooft en dat houdt van degenen die tegen Allah en Zijn boodschapper werkt. Zelfs als het hun vaders, hun zonen, hun broeders of hun (andere) bloedverwanten betreft. Zij zijn degenen waarvan Allah geloof in hun harten heeft geplaatst. Hij ondersteunt hen met een "Roeh" van Hem. Hij zal hen toelaten tot tuinen waaronder rivieren stromen. Ze zullen daar voor altijd in blijven. Allah is tevreden met hen en ze zijn tevreden met Hem (Allah). Ze behoren tot de groep van Allah. Geen enkel twijfel, de groep van Allah, zij zijn degenen die groeien in succes.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
سَبَّحَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ۚ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۱﴾
Sabbaha liellaahie maa fiessamaawaatie wa maa fiel ardie wa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
59:1 Alles wat er in de hemelen en wat er ook op de aarde is verklaart de ultieme perfectie van Allah. Hij is Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَخۡرَجَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ مِنۡ دِیَارِہِمۡ لِاَوَّلِ الۡحَشۡرِ ؕؔ مَا ظَنَنۡتُمۡ اَنۡ یَّخۡرُجُوۡا وَ ظَنُّوۡۤا اَنَّہُمۡ مَّانِعَتُہُمۡ حُصُوۡنُہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ فَاَتٰىہُمُ اللّٰہُ مِنۡ حَیۡثُ لَمۡ یَحۡتَسِبُوۡا ٭ وَ قَذَفَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمُ الرُّعۡبَ یُخۡرِبُوۡنَ بُیُوۡتَہُمۡ بِاَیۡدِیۡہِمۡ وَ اَیۡدِی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ٭ فَاعۡتَبِرُوۡا یٰۤاُولِی الۡاَبۡصَارِ ﴿۲﴾
Hoewal lazieee agharadjal lazieena kafaroe mien ahliel kietaabie mien dieyaariehiem lie awwaliel Hashr; maa zanantoem ay yaghroedjoe wa zannoeo annahoem maa nie'atoehoem hoesoenoehoem mienal laahie faataahoemoel laahoe mien haisoe lam yahtasieboe wa qazafa fiee qoeloebiehiemoer roe'ba yoeghrieboena boe yoetahoem bie aydieehiem wa aydiel moe'mienieena fa'tabieroe yaaa oeliel absaar
59:2 Hij is Degene Die de ongelovigen van de mensen van het boek bij de eerste confrontatie\bijeenkomst (van oorlog) uit hun huizen heeft verdreven. Jullie dachten niet dat ze zouden weggaan en zij dachten dat hun fort hen zou beschermen tegen Allah. Maar Allah kwam vanuit een kant die ze niet hadden verwacht. Hij gooide paniek in hun harten, zodat ze hun huizen met hun eigen handen en met de handen van de gelovigen, vernietigden. O mensen met inzicht, leer hieruit een les! (Notitie: het ging hier om de joodse stam Banoe al-Nadier die uit Madina verbannen werden vanwege het schenden van het verdrag. Toen de boodschapper van Allah naar Medina migreerde, sloot hij een vredesverdrag met de Joden waarin hij bepaalde dat hij niet tegen hen zou vechten en zij niet tegen hem.)

وَ لَوۡ لَاۤ اَنۡ کَتَبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمُ الۡجَلَآءَ لَعَذَّبَہُمۡ فِی الدُّنۡیَا ؕ وَ لَہُمۡ فِی الۡاٰخِرَۃِ عَذَابُ النَّارِ ﴿۳﴾
Wa law laaa an katabal laahoe 'alaihiemoel djalaaa'a la'azzabahoem fied doenyaa wa lahoem fiel Aaghieratie 'azaaboen Naar
59:3 Indien Allah de verbanning op hen niet zou opleggen, dan zou Hij hen zeker hebben gestraft gedurende deze wereld. In het hiernamaals is er voor hen de straf van het vuur.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ شَآقُّوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ ۚ وَ مَنۡ یُّشَآقِّ اللّٰہَ فَاِنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۴﴾
Zaalieka bie annahoem shaaqqoel laaha wa Rasoelahoe wa may yoeshaaaqqiel laaha fa iennal laaha shadieedoel-'ieqaab
59:4 Dat is omdat ze tegen Allah en zijn boodschapper tegenwerkten. En wie dan ook Allah tegenwerkt (weet) dan dat Allah streng is in het straffen.

مَا قَطَعۡتُمۡ مِّنۡ لِّیۡنَۃٍ اَوۡ تَرَکۡتُمُوۡہَا قَآئِمَۃً عَلٰۤی اُصُوۡلِہَا فَبِاِذۡنِ اللّٰہِ وَ لِیُخۡزِیَ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۵﴾
Maa qata'toem miel lieenatien aw taraktoemoehaa qaaa'iematan'alaaa oesoeliehaa fabie iezniel laahie wa lieyoeghzieyal faasieqieen
59:5 Welke palmbomen jullie omkappen of niet omkappen, weet dat het met de toestemming van Allah was gebeurd. Dit (heeft Hij toegelaten) zodat Hij de provocerende ongehoorzame (onder jullie) kan vernederen.

وَ مَاۤ اَفَآءَ اللّٰہُ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ مِنۡہُمۡ فَمَاۤ اَوۡجَفۡتُمۡ عَلَیۡہِ مِنۡ خَیۡلٍ وَّ لَا رِکَابٍ وَّ لٰکِنَّ اللّٰہَ یُسَلِّطُ رُسُلَہٗ عَلٰی مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۶﴾
Wa maaa afaaa'al laahoe 'alaaa Rasoeliehiee mienhoem famaaa awdjaftoem 'alaihie mien ghailieiew wa laa riekaabiew wa laakiennal laaha yoesallietoe Roesoelahoe 'alaa may yashaaa'; wallaahoe 'alaa koellie shai'ien Qadieer
59:6 En (wat betreft) datgeen (de buit), afkomstig van hen, wat terug gegeven was door Allah aan Zijn boodschapper, jullie hebben ervoor geen veldtochten/expedities op paarden en kamelen verricht. Allah geeft namelijk de heerschapij aan Zijn boodschapper over wie Hij wil. Allah is over alles Al-Qadier (Degene Die in staat is om alles te doen wat Hij wil).

مَاۤ اَفَآءَ اللّٰہُ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ مِنۡ اَہۡلِ الۡقُرٰی فَلِلّٰہِ وَ لِلرَّسُوۡلِ وَ لِذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنِ وَ ابۡنِ السَّبِیۡلِ ۙ کَیۡ لَا یَکُوۡنَ دُوۡلَۃًۢ بَیۡنَ الۡاَغۡنِیَآءِ مِنۡکُمۡ ؕ وَ مَاۤ اٰتٰىکُمُ الرَّسُوۡلُ فَخُذُوۡہُ ٭ وَ مَا نَہٰىکُمۡ عَنۡہُ فَانۡتَہُوۡا ۚ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ۘ﴿۷﴾
Maaa afaaa'al laahoe 'alaa Rasoeliehiee mien ahliel qoeraa faliellaahie wa lier Rasoelie wa lieziel qoerbaa wal yataamaa walmasaakieenie wabnies sabieelie kai laa yakoena doelatam bainal aghnieyaaa'ie mien-koem; wa maaa aataakoemoer Rasoeloe faghoezoehoe wa maa nahaakoem 'anhoe fantahoe; wattaqoel laaha iennal laaha shadieedoel-'ieqaab
59:7 Datgeen wat terug gegeven was door Allah aan Zijn boodschapper, afkomstig van de mensen van de stad, is bestemd voor Allah en Zijn boodschapper en voor de familieleden, de wezen, de behoeftige, en de reizigers, zodat het niet circuleert onder de rijken van jullie. Wat de boodschapper ook aan jullie ervan geeft accepteer het en wat hij jullie ervan verbied neem er afstand van. Heb Taqwa (godsvreesheid) voor Allah. Zeer zeker, Allah is hard in het bestraffen.

لِلۡفُقَرَآءِ الۡمُہٰجِرِیۡنَ الَّذِیۡنَ اُخۡرِجُوۡا مِنۡ دِیَارِہِمۡ وَ اَمۡوَالِہِمۡ یَبۡتَغُوۡنَ فَضۡلًا مِّنَ اللّٰہِ وَ رِضۡوَانًا وَّ یَنۡصُرُوۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ ؕ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الصّٰدِقُوۡنَ ۚ﴿۸﴾
Lielfoeqaraaa'iel Moehaadjie rieenal lazieena oeghriedjoe mien dieyaariehiem wa amwaaliehiem yabtaghoena fadlam mienal laahie wa riedwaanaw wa yansoeroenal laaha wa Rasoelah; oelaaa'ieka hoemoes saadieqoen
59:8 En (het is ook bestemd) voor de migranten die arm zijn, degenen die verdreven zijn van hun huizen en eigendommen zoekend naar de gunsten en de tevredenheid van Allah. Degenen die Allah en Zijn boodschapper helpen. Dat zijn degenen die streven naar de waarheid.

وَ الَّذِیۡنَ تَبَوَّؤُ الدَّارَ وَ الۡاِیۡمَانَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ یُحِبُّوۡنَ مَنۡ ہَاجَرَ اِلَیۡہِمۡ وَ لَا یَجِدُوۡنَ فِیۡ صُدُوۡرِہِمۡ حَاجَۃً مِّمَّاۤ اُوۡتُوۡا وَ یُؤۡثِرُوۡنَ عَلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ وَ لَوۡ کَانَ بِہِمۡ خَصَاصَۃٌ ؕ۟ وَ مَنۡ یُّوۡقَ شُحَّ نَفۡسِہٖ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ۚ﴿۹﴾
Wallazieena tabawwa'oed daara wal ieemaana mien qabliehiem yoehiebboena man haadjara ielaihiem wa laa yadjiedoena fiee soedoeriehiem haadjatam miemmaa oetoe wa yoe'sieroena 'alaa anfoesiehiem wa law kaana biehiem ghasaasah; wa may yoeqa shoehha nafsiehiee fa oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
59:9 En ook voor degenen, die een huis hebben en het geloof al eerder geaccepteerd hadden en die de emigranten lief hebben. Ze hebben geen verlangens in hun harten naar datgeen wat ze (de emigranten) hebben gekregen en geven hen de voorkeur boven zichzelf. Ondanks, dat ze zelf in armoede verkeren. Degene die zichzelf beschermd tegen de gierigheid van zijn "Nafs" (eigen ik), dat zijn degenen die groeien in succes.

وَ الَّذِیۡنَ جَآءُوۡ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَا اغۡفِرۡ لَنَا وَ لِاِخۡوَانِنَا الَّذِیۡنَ سَبَقُوۡنَا بِالۡاِیۡمَانِ وَ لَا تَجۡعَلۡ فِیۡ قُلُوۡبِنَا غِلًّا لِّلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا رَبَّنَاۤ اِنَّکَ رَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۰۱﴾
Wallazieena djaaa'oe mien ba'diehiem yaqoeloena Rabbanagh fier lanaa wa lie ieghwaanie nal lazieena sabqoenaa biel ieemaanie wa laa tadj'al fiee qoeloebienaa ghiellaliel lazieena aamanoe rabbannaaa iennaka Ra'oefoer Rahieem
59:10 En (het is ook bestemd) voor degenen die het geloof na hen hebben geaccepteerd en zeggen: "Heer, vergeef ons en onze broeders die het geloof al eerder hebben aanvaard. Plaats geen haat naar degenen die geloven in onze harten. Heer, zonder twijfel U bent Raoef (de meest Vriendelijke), Rahiem (meest Barmhartig voor de gelovigen, zie 1:3)."

اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ نَافَقُوۡا یَقُوۡلُوۡنَ لِاِخۡوَانِہِمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ لَئِنۡ اُخۡرِجۡتُمۡ لَنَخۡرُجَنَّ مَعَکُمۡ وَ لَا نُطِیۡعُ فِیۡکُمۡ اَحَدًا اَبَدًا ۙ وَّ اِنۡ قُوۡتِلۡتُمۡ لَنَنۡصُرَنَّکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ یَشۡہَدُ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Alam tara ielal lazieena naafaqoe yaqoeloena lie ieghwaaniehiemoel lazieena kafaroe mien ahliel kietaabie la'ien oeghriedjtoem lanaghroedjanna ma'akoem wa laa noetiee'oe fieekoem ahadan abadanw-wa ien qoetieltoem lanansoeran nakoem wallaahoe yashhadoe iennahoem lakaazieboen
59:11 Heb je (Mohammed v.z.m.h.) de hypocrieten niet geobserveerd, die tegen hun broeders, de ongelovigen van de mensen van het boek (andere joodse stammen), zeggen:" Als jullie (ook) verbannen worden, dan zullen wij zeker met jullie meegaan. We zullen niemand ooit gehoorzamen als het om jullie gaat. En indien jullie bevochten worden dan zullen we jullie helpen." Allah getuigt dat ze zonder twijfel liegen.

لَئِنۡ اُخۡرِجُوۡا لَا یَخۡرُجُوۡنَ مَعَہُمۡ ۚ وَ لَئِنۡ قُوۡتِلُوۡا لَا یَنۡصُرُوۡنَہُمۡ ۚ وَ لَئِنۡ نَّصَرُوۡہُمۡ لَیُوَلُّنَّ الۡاَدۡبَارَ ۟ ثُمَّ لَا یُنۡصَرُوۡنَ ﴿۲۱﴾
La'ien oeghriedjoe laa yaghroedjoena ma'ahoem wa la'ien qoetieloe laa yansoeroenahoem wa la'ien nasaroehoem la yoewalloennal adbaara soemma laa yoensaroen
59:12 Indien ze worden verbannen dan zullen ze niet met hen vertrekken en als ze worden bevochten dan zullen ze hen niet helpen. Maar als ze hen helpen, dan zullen ze zonder twijfel vluchten en dan worden ze (toch) niet geholpen.

لَاَنۡتُمۡ اَشَدُّ رَہۡبَۃً فِیۡ صُدُوۡرِہِمۡ مِّنَ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَوۡمٌ لَّا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۳۱﴾
La antoem ashaddoe rahbatan fiee soedoeriehiem mienal laah; zaalieka bie annahoem qawmoel laa yafqahoen
59:13 Zonder twijfel, voor jullie (de gelovigen) hebben ze een grotere angst in hun harten dan voor Allah. Dat is omdat ze een volk zijn dat niet begrijpt.

لَا یُقَاتِلُوۡنَکُمۡ جَمِیۡعًا اِلَّا فِیۡ قُرًی مُّحَصَّنَۃٍ اَوۡ مِنۡ وَّرَآءِ جُدُرٍ ؕ بَاۡسُہُمۡ بَیۡنَہُمۡ شَدِیۡدٌ ؕ تَحۡسَبُہُمۡ جَمِیۡعًا وَّ قُلُوۡبُہُمۡ شَتّٰی ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ قَوۡمٌ لَّا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Laa yoeqaatieloenakoem djamiee'an iellaa fiee qoeram moehas sanatien aw miew waraaa'ie djoedoer; baasoehoem bainahoem shadieed; tahsaboehoem djamiee'anw-wa qoeloeboehoem shatta; zaalieka bieannahoem qawmoel laa ya'qieloen
59:14 Samen zullen zij niet tegen jullie strijden, behalve in gebarricadeerde steden of van achter muren. Hun strijd onderling is groot. Jij (Mohammed v.z.m.h.) denkt dat ze verenigd zijn, echter hun harten zijn verdeeld. Dat is omdat ze een volk zijn dat niet nadenkt.

کَمَثَلِ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ قَرِیۡبًا ذَاقُوۡا وَبَالَ اَمۡرِہِمۡ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۵۱﴾
Kamasaliel lazieena mien qabliehiem qarieeban zaaqoe wabaala amriehiem wa lahoem 'azaaboen alieem
59:15 Ze zijn netzoals als degenen die kort hiervoor de kwade gevolgen van hun daden hebben geproefd. Voor hen is er een pijnlijke straf (in het hiernamaals). (Notitie: hier wordt er gerefereerd naar de joodse stam Banu Qurayza. Zie ook Sahih Bukhari, boek 52,#68.)

کَمَثَلِ الشَّیۡطٰنِ اِذۡ قَالَ لِلۡاِنۡسَانِ اکۡفُرۡ ۚ فَلَمَّا کَفَرَ قَالَ اِنِّیۡ بَرِیۡٓءٌ مِّنۡکَ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اللّٰہَ رَبَّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۶۱﴾
Kamasaliesh shaitaanie iezqaala liel iensaaniek foer falammaa kafara qaala ienniee barieee'oem mien-ka iennieee aghaafoel laaha rabbal 'aalamieen
59:16 (Of ze zijn) net zoals de satan. Wanneer hij tegen de mens zegt: "Bedek de waarheid", en wanneer hij (de mens) dan niet (meer) gelooft, zegt hij: "Zeer zeker ik neem afstand van jou. Zonder twijfel, ik vrees Allah, de Heer van de werelden."

فَکَانَ عَاقِبَتَہُمَاۤ اَنَّہُمَا فِی النَّارِ خَالِدَیۡنِ فِیۡہَا ؕ وَ ذٰلِکَ جَزٰٓؤُا الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷۱﴾
Fakaana 'aaqiebatahoemaaa annahoemaa fien naarie ghaaliedainie fieehaa; wa zaalieka djazaaa'oez zaaliemieen
59:17 Dus zal het einde van beiden het vuur zijn, eeuwig erin blijvend. Dat is de vergelding van de misdadigers.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوا اللّٰہَ وَ لۡتَنۡظُرۡ نَفۡسٌ مَّا قَدَّمَتۡ لِغَدٍ ۚ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoet taqoel-laaha; waltanzoer nafsoem maa qaddamat lieghadiew wattaqoeal laah; iennal laaha ghabieeroem biemaa ta'maloen
59:18 O gelovigen! Vrees\wees bewust van Allah en laat elke "Nafs" (persoon) kijken naar wat het voor morgen heeft voorbereid. Vrees\wees bewust van Allah! Zonder twijfel, Allah is bekend met alles (Al-Gabier) over datgeen wat jullie doen.

وَ لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّذِیۡنَ نَسُوا اللّٰہَ فَاَنۡسٰہُمۡ اَنۡفُسَہُمۡ ؕ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Wa laa takoenoe kallazieena nasoel laaha fa ansaahoem anfoesahoem; oelaaa'ieka hoemoel faasieqoen
59:19 En wees niet zoals degenen die Allah vergeten, zodat Hij (Allah) henzelf deed vergeten. Zij zijn provocerend ongehoorzaam (rebels gedrag).

لَا یَسۡتَوِیۡۤ اَصۡحٰبُ النَّارِ وَ اَصۡحٰبُ الۡجَنَّۃِ ؕ اَصۡحٰبُ الۡجَنَّۃِ ہُمُ الۡفَآئِزُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Laa yastawieee as-haaboen naarie wa ashaaboel djannah; as haaboel djannatie hoemoel faaa'iezoen
59:20 (Weet dat) de (toekomstige) bewoners van het vuur in geen enkele opzichte gelijk zijn aan de (toekomstige) bewoners van het paradijs. De (toekomstige) bewoners van het paradijs, zij zijn de succesvollen.

لَوۡ اَنۡزَلۡنَا ہٰذَا الۡقُرۡاٰنَ عَلٰی جَبَلٍ لَّرَاَیۡتَہٗ خَاشِعًا مُّتَصَدِّعًا مِّنۡ خَشۡیَۃِ اللّٰہِ ؕ وَ تِلۡکَ الۡاَمۡثَالُ نَضۡرِبُہَا لِلنَّاسِ لَعَلَّہُمۡ یَتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Law anzalnaa haazal qoeraana 'alaa djabieliel lara aytahoe ghaashie'am moeta saddie'am mien ghashieyatiel laah; wa tielkal amsaaloe nadrieboehaa liennaasie la'allahoem yatafakkaroen
59:21 Indien Wij (Allah) deze Koran hadden neergezonden op een berg, zonder enige twijfel, dan zou je zien dat het nederig (kleiner) zou worden en zich uiteen zou splijten uit vrees voor Allah. Deze voorbeelden geven Wij aan de mensen zodat ze erover kunnen nadenken.

ہُوَ اللّٰہُ الَّذِیۡ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ عٰلِمُ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ ۚ ہُوَ الرَّحۡمٰنُ الرَّحِیۡمُ ﴿۲۲﴾
Hoewal-laahoel-laziee laaa Ilaaha iellaa Hoewa 'Aaliemoel Ghaibie wash-shahaada; Hoewar Rahmaanoer-Rahieem
59:22 Hij is Allah, Degene waarvan, er geen (andere) godheid/deïteit is dan Hij, de Alwetende over de "Ghayb" (het ongeziene) en over datgeen wat getuigd kan worden (het geziene). Hij is Ar-Rahmaan (meest Barmhartige voor iedereen, zie 1:3), Ar-Rahiem (meest Barmhartige voor de gelovigen, zie 1:3).

ہُوَ اللّٰہُ الَّذِیۡ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ اَلۡمَلِکُ الۡقُدُّوۡسُ السَّلٰمُ الۡمُؤۡمِنُ الۡمُہَیۡمِنُ الۡعَزِیۡزُ الۡجَبَّارُ الۡمُتَکَبِّرُ ؕ سُبۡحٰنَ اللّٰہِ عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Hoewal-laahoel-laziee laaa Ilaaha iellaa Hoewal-Maliekoel Qoeddoesoes-Salaamoel Moemienoel Moehaimienoel-'aAzieezoel djabbaaroel-Moetakabbier; Soebhaanal laahie 'Ammaa yoeshriekoen
59:23 Hij is Allah, Degene waarvan, er geen (andere) godheid/deïteit is dan Hij, Al-Malik (de Koning van het gehele koninkrijk), Al-Qoedoes (de meest Zuivere/Pure, vrij van enige verontreiniging), As-Salaam (de Schenker van Vrede), Al-Moe'mienoe (Degene Die veiligheid geeft, angst weghaalt), Al-MoeHaymien (de Beschermer), Al-Aziez (de Almachtige), Al-Djabaar (Degene Die dingen en mensen kan dwingen te doen wat Hij wil. Er is geen macht die Zijn besluit kan verwerpen of Zijn voorkeur kan veranderen. Zijn bevel en besluit is dominant over alles.), Al-Moetakabbier (de Bezitter van Grootheid). Soebhaan Allah (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming is Allah) boven al datgeen wat ze vereenzelvigen (aan Allah).

ہُوَ اللّٰہُ الۡخَالِقُ الۡبَارِئُ الۡمُصَوِّرُ لَہُ الۡاَسۡمَآءُ الۡحُسۡنٰی ؕ یُسَبِّحُ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ۚ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۴۲﴾
Hoewal Laahoel ghaalieqoel Baarie 'oel Moesawwier; lahoel Asmaaa'oel Hoesnaa; yoesabbiehoe lahoe maa fies samaawaatie wal ardie wa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
59:24 Hij is Allah, Al-Galiek (de Schepper), Al-Baarie (de Maker\Ontwerper), Al-Moesowwier (Degene Die alles vormgeeft). Aan Hem behoren 'Asmaa Al-Hoesna' (de schone namen) toe. Alles wat er in de hemelen en op aarde is verklaart de ultieme perfectie van Allah. Hij is de Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّخِذُوۡا عَدُوِّیۡ وَ عَدُوَّکُمۡ اَوۡلِیَآءَ تُلۡقُوۡنَ اِلَیۡہِمۡ بِالۡمَوَدَّۃِ وَ قَدۡ کَفَرُوۡا بِمَا جَآءَکُمۡ مِّنَ الۡحَقِّ ۚ یُخۡرِجُوۡنَ الرَّسُوۡلَ وَ اِیَّاکُمۡ اَنۡ تُؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ رَبِّکُمۡ ؕ اِنۡ کُنۡتُمۡ خَرَجۡتُمۡ جِہَادًا فِیۡ سَبِیۡلِیۡ وَ ابۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِیۡ ٭ۖ تُسِرُّوۡنَ اِلَیۡہِمۡ بِالۡمَوَدَّۃِ ٭ۖ وَ اَنَا اَعۡلَمُ بِمَاۤ اَخۡفَیۡتُمۡ وَ مَاۤ اَعۡلَنۡتُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡہُ مِنۡکُمۡ فَقَدۡ ضَلَّ سَوَآءَ السَّبِیۡلِ ﴿۱﴾
Yaa ayyoehal lazieena aamanoe laa tattaghiezoe 'adoewwiee wa 'adoewaakoem awlieyaaa'a toelqoena ielaihiem bielmawaddatie wa qad kafaroe biema djaaa'akoem mienal haqq, yoeghriedjoenar Rasoela wa ieyyaakoem an toe'mienoe biellaahie rabbiekoem ien koentoem gharadjtoem djiehaadan fiee sabieeliee wabtieghaaa'a mardaatiee; toesierroena ielaihiem bielma waddatie wa ana a'alamoe biemaaa aghfaitoem wa maaa a'lantoem; wa may yaf'alhoe mien-koem faqad dalla sawaaa'as sabieel
60:1 O gelovigen! Neem Mijn en jullie vijanden niet als "Awliya" (beschermers, bondgenoten, helpers, geallieerde, boezemvrienden, etc). Jullie hebben affectie voor hen, terwijl ze niet geloven in de waarheid die tot jullie is gekomen. En ze hebben de boodschapper en (ook) jullie verjaagd, dit alleen omdat jullie in Allah geloven, jullie Heer. Indien jullie uitgetrokken zijn om te strijden op Mijn weg en om Mijn tevredenheid te zoeken (neem ze dan niet als Awliyah). Jullie verschaffen hen genegenheid en Ik ben al-Wetend over datgeen wat jullie verbergen en wat jullie uiten. En wie van jullie het toch doet, weet dan dat hij afgedwaald is van het rechte pad.

اِنۡ یَّثۡقَفُوۡکُمۡ یَکُوۡنُوۡا لَکُمۡ اَعۡدَآءً وَّ یَبۡسُطُوۡۤا اِلَیۡکُمۡ اَیۡدِیَہُمۡ وَ اَلۡسِنَتَہُمۡ بِالسُّوۡٓءِ وَ وَدُّوۡا لَوۡ تَکۡفُرُوۡنَ ؕ﴿۲﴾
Iy yasqafoekoem yakoenoe lakoem a'daaa'aw wa yabsoetoeo ielaikoem aydieyahoem wa alsienatahoem biessoeo'ie wa waddoe law takfoeroen
60:2 Als ze de overhand\macht over jullie krijgen, dan zullen ze tegen jullie vijandig zijn. Hun handen en woorden zullen jullie kwaad aandoen. Zij verlangen dat jullie niet geloven.

لَنۡ تَنۡفَعَکُمۡ اَرۡحَامُکُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُکُمۡ ۚۛ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ۚۛ یَفۡصِلُ بَیۡنَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۳﴾
Lan tanfa'akoem arhaamoekoem wa laaa awlaadoekoem; yawmal qieyaamatie yafsieloe bainakoem; wallaahoe biemaa ta'maloena basieer
60:3 Nooit zullen jullie familieleden, noch jullie kinderen voordeel (kunnen) bieden op de dag des oordeels. Hij (alleen) zal oordelen tussen jullie. Allah is Al-Basier (Al-ziende) over datgeen wat jullie doen. (Notitie: familieleden en kinderen kunnen alleen voordeel bieden gedurende het wereldse leven, dit door middel van Sadaqa Jariya of dua. Zie ook 4:11.)

قَدۡ کَانَتۡ لَکُمۡ اُسۡوَۃٌ حَسَنَۃٌ فِیۡۤ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ الَّذِیۡنَ مَعَہٗ ۚ اِذۡ قَالُوۡا لِقَوۡمِہِمۡ اِنَّا بُرَءٰٓؤُا مِنۡکُمۡ وَ مِمَّا تَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ۫ کَفَرۡنَا بِکُمۡ وَ بَدَا بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمُ الۡعَدَاوَۃُ وَ الۡبَغۡضَآءُ اَبَدًا حَتّٰی تُؤۡمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَحۡدَہٗۤ اِلَّا قَوۡلَ اِبۡرٰہِیۡمَ لِاَبِیۡہِ لَاَسۡتَغۡفِرَنَّ لَکَ وَ مَاۤ اَمۡلِکُ لَکَ مِنَ اللّٰہِ مِنۡ شَیۡءٍ ؕ رَبَّنَا عَلَیۡکَ تَوَکَّلۡنَا وَ اِلَیۡکَ اَنَبۡنَا وَ اِلَیۡکَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۴﴾
Qad kaanat lakoem oeswatoen hasanatoen fieee Ibraahieema wallazieena ma'ahoe iez qaaloe lieqawmiehiem iennaa boera 'aaa'oe mien-koem wa miemmaa ta'boedoena mien doeniel laahie kafarnaa biekoem wa badaa bainanaa wa bainakoemoel 'adaawatoe wal baghdaaa'oe abadan hattaa toe'mienoe biellaahie wahdahoeo iellaa qawla Ibrahieema lie abieehie la astaghfieranna laka wa maaa amliekoe laka mienal laahie mien shai; rabbanaa 'alaika tawakkalnaa wa ielaika anabnaa wa ielaikal masieer
60:4 Waarlijk, voor jullie is er een goed voorbeeld in (het gedrag van) Ibrahiem en degenen die met hem waren (Loeth). Ze zeiden tot hun volk: "Wij nemen afstand van jullie en van datgeen wat jullie naast Allah aanbidden. Wij verwerpen jullie en er is voor altijd vijandschap en haat tussen jullie en ons, totdat jullie alleen in Allah geloven." Behalve, in hetgeen wat Ibrahiem tegen zijn oom zei: "Ik vraag vergiffenis voor je, maar (weet dat) ik voor jou geen enkel macht heb tegen Allah. Onze Heer, in U stellen wij onze vertrouwen en tot U richten wij ons en tot U is onze eindbestemming."

رَبَّنَا لَا تَجۡعَلۡنَا فِتۡنَۃً لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ اغۡفِرۡ لَنَا رَبَّنَا ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۵﴾
Rabbana laa tadj'alnaa fietnatal liellazieena kafaroe waghfier lanaa rabbanaa iennaka antal azieezoel hakieem
60:5 "Heer, maak ons niet als beproeving voor de ongelovigen en vergeef ons, Heer. Zonder twijfel, U bent Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze)."

لَقَدۡ کَانَ لَکُمۡ فِیۡہِمۡ اُسۡوَۃٌ حَسَنَۃٌ لِّمَنۡ کَانَ یَرۡجُوا اللّٰہَ وَ الۡیَوۡمَ الۡاٰخِرَ ؕ وَ مَنۡ یَّتَوَلَّ فَاِنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡغَنِیُّ الۡحَمِیۡدُ ٪﴿۶﴾
Laqad kaana lakoem fieehiem oeswatoenhasanatoel lieman kaana yardjoel laaha wal yawmal aaghier; wa may yatawalla fa iennal laaha hoewal ghanieyyoel hamieed
60:6 Waarlijk, er is voor jullie in hen een goed voorbeeld, (dus) voor degene die zijn hoop vestigt op Allah en op de laatste dag. En (wat betreft) degene die zich afkeert, weet dan dat Allah Al-Ghanie is (Degene die niets nodig heeft. Hij is Degene die volledig onafhankelijk is en de hele schepping is afhankelijk van Zijn rijkdom. Hij heeft geen hulp van iets of iemand nodig, maar iedereen heeft Hem nodig), Al-Hamied is (de Bezitter van alle dank en eer. Degene die het meest geprezen wordt en waardig is om geprezen te worden).

عَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّجۡعَلَ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَ الَّذِیۡنَ عَادَیۡتُمۡ مِّنۡہُمۡ مَّوَدَّۃً ؕ وَ اللّٰہُ قَدِیۡرٌ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۷﴾
Asal laahoe ay yadj'ala bainakoem wa bainal lazieena 'aadaitoem mienhoem mawaddah; wallahoe qadieer; wallahoe ghafoeroer rahieem
60:7 Het is mogelijk dat Allah affectie kan plaatsen tussen jullie en degenen waar jullie (eerst) vijanden mee waren (nadat ze het geloof hebben aanvaard, zie 59:10). Allah is Al-Qadier (Degene Die in staat is om alles te doen wat Hij wil), Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (Zeer Barmhartig voor de gelovigen, zie 1:3).

لَا یَنۡہٰىکُمُ اللّٰہُ عَنِ الَّذِیۡنَ لَمۡ یُقَاتِلُوۡکُمۡ فِی الدِّیۡنِ وَ لَمۡ یُخۡرِجُوۡکُمۡ مِّنۡ دِیَارِکُمۡ اَنۡ تَبَرُّوۡہُمۡ وَ تُقۡسِطُوۡۤا اِلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُقۡسِطِیۡنَ ﴿۸﴾
Laa yanhaakoemoel laahoe 'aniel lazieena lam yoeqaatieloekoem fied dieenie wa lam yoeghriedjoekoem mien dieyaariekoem an tabarroehoem wa toeqsietoeo ielaihiem; iennal laaha yoehiebboel moeqsietieen
60:8 Allah verbied jullie niet om vriendelijkheid/affectie te tonen/hebben voor degenen die jullie niet bevechten vanwege jullie "Dien" (geloof/levenswijze) en jullie niet wegjagen uit jullie huizen. (Allah gebied jullie) dat jullie vriendelijk en rechtvaardig handelen met hen. Allah houdt van degenen die rechtvaardig handelen.

اِنَّمَا یَنۡہٰىکُمُ اللّٰہُ عَنِ الَّذِیۡنَ قٰتَلُوۡکُمۡ فِی الدِّیۡنِ وَ اَخۡرَجُوۡکُمۡ مِّنۡ دِیَارِکُمۡ وَ ظٰہَرُوۡا عَلٰۤی اِخۡرَاجِکُمۡ اَنۡ تَوَلَّوۡہُمۡ ۚ وَ مَنۡ یَّتَوَلَّہُمۡ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۹﴾
Innamaa yanhaakoemoel laahoe 'aniel lazieena qaataloekoem fied dieenie wa aghradjoekoem mien dieyaariekoem wa zaaharoe 'alaa ieghraadjiekoem an tawallawhoem; wa may yatawallahoem fa oelaaa'ieka hoemoez zaaliemoen
60:9 Allah verbied het jullie alleen voor degenen die jullie bevechten vanwege jullie "Dien" (geloof/levenswijze) en jullie wegjagen uit jullie huizen en dat jullie hen als bondgenoten maken. En wie hen als bondgenoot maakt, (weet dat) zij misdadigers zijn.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا جَآءَکُمُ الۡمُؤۡمِنٰتُ مُہٰجِرٰتٍ فَامۡتَحِنُوۡہُنَّ ؕ اَللّٰہُ اَعۡلَمُ بِاِیۡمَانِہِنَّ ۚ فَاِنۡ عَلِمۡتُمُوۡہُنَّ مُؤۡمِنٰتٍ فَلَا تَرۡجِعُوۡہُنَّ اِلَی الۡکُفَّارِ ؕ لَا ہُنَّ حِلٌّ لَّہُمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحِلُّوۡنَ لَہُنَّ ؕ وَ اٰتُوۡہُمۡ مَّاۤ اَنۡفَقُوۡا ؕ وَ لَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ اَنۡ تَنۡکِحُوۡہُنَّ اِذَاۤ اٰتَیۡتُمُوۡہُنَّ اُجُوۡرَہُنَّ ؕ وَ لَا تُمۡسِکُوۡا بِعِصَمِ الۡکَوَافِرِ وَ سۡـَٔلُوۡا مَاۤ اَنۡفَقۡتُمۡ وَ لۡیَسۡـَٔلُوۡا مَاۤ اَنۡفَقُوۡا ؕ ذٰلِکُمۡ حُکۡمُ اللّٰہِ ؕ یَحۡکُمُ بَیۡنَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۰۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe iezaa djaaa'akoemoel moe'mienaatoe moehaadjieraatien famtahienoe hoenn; Allaahoe a'lamoe bie ieemaanie hienn; fa ien 'aliemtoemoe hoenna moe'mienaatien falaa tardjie'oe hoenna ielal koeffaar; laa hoenna hielloel lahoem wa laa hoem yahielloena lahoenna wa aatoehoem maa anfaqoe wa laa djoenaaha 'alaikoem an tan-kiehoehoenna iezaaa aataitoemoehoenna oedjoerahoenn; wa laa toemsiekoe bie 'iesamiel kawaafier; was'aloe maaa anfaqtoem walyas'aloe maaa anfaqoe; zaaliekoem hoekmoel laahie yahkoemoe bainakoem; wallaahoe 'alieemoen hakieem
60:10 O gelovigen. Wanneer er gelovige migrantenvrouwen naar jullie vluchten, onderzoek hen (op basis van hun geloof). Allah is Alwetend over hun geloof. Indien jullie ze als gelovig acht, stuur ze dan niet terug naar de ongelovigen. Ze (de migrantenvrouwen) zijn niet (meer) wettig voor hen (de ongelovigen) en zij (de ongelovigen) zijn niet meer wettig voor hen (gelovige migrantenvrouwen). Geef aan hen (de ongelovigen) wat ze hun (als bruidschat) hebben gegeven. Er rust geen schuld op jullie als jullie hen (de gelovige migrantenvrouwen) trouwen, wanneer jullie hen hun bruidschat hebben gegeven.

وَ اِنۡ فَاتَکُمۡ شَیۡءٌ مِّنۡ اَزۡوَاجِکُمۡ اِلَی الۡکُفَّارِ فَعَاقَبۡتُمۡ فَاٰتُوا الَّذِیۡنَ ذَہَبَتۡ اَزۡوَاجُہُمۡ مِّثۡلَ مَاۤ اَنۡفَقُوۡا ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ الَّذِیۡۤ اَنۡتُمۡ بِہٖ مُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa ien faatakoem shai'oen mien azwaadjiekoem ielal koeffaarie fa 'aaqabtoem fa aatoel lazieena zahabat azwaadjoehoem miesla maaa anfaqoe; wattaqoel laahal lazieee antoem biehiee moe'mienoen
60:11 En indien jullie vrouwen naar de ongelovigen zijn vertrokken, geef dan, bij de verdeling (van de buit ook) aan degenen waarvan hun vrouwen zijn vertrokken, het gelijke aan wat ze (aan bruidschat) aan hun hadden gegeven. Heb "Taqwa" (godsvreesheid) in Allah Degene waarin jullie geloven.

یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ اِذَا جَآءَکَ الۡمُؤۡمِنٰتُ یُبَایِعۡنَکَ عَلٰۤی اَنۡ لَّا یُشۡرِکۡنَ بِاللّٰہِ شَیۡئًا وَّ لَا یَسۡرِقۡنَ وَ لَا یَزۡنِیۡنَ وَ لَا یَقۡتُلۡنَ اَوۡلَادَہُنَّ وَ لَا یَاۡتِیۡنَ بِبُہۡتَانٍ یَّفۡتَرِیۡنَہٗ بَیۡنَ اَیۡدِیۡہِنَّ وَ اَرۡجُلِہِنَّ وَ لَا یَعۡصِیۡنَکَ فِیۡ مَعۡرُوۡفٍ فَبَایِعۡہُنَّ وَ اسۡتَغۡفِرۡ لَہُنَّ اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۱﴾
Yaaa ayyoehan nabbieyyoe iezaa djaaa'akal moe'mienaatoe yoebaayiegh'naka 'alaaa allaa yoeshriekna biellaahie shai 'aw wa laa yasrieqna wa laa yaznieena wa laa yaqtoelna awlaadahoenna wa laa ya'tieena bieboehtaaniey yaftariee nahoe baina aydieehienna wa ardjoeliehienna wa laa ya'sieenaka fiee ma'roefien fa baayiegh' hoenna wastaghfier lahoennalla hoenn allaah; iennallaaha ghafoeroer rahieem
60:12 O profeet, wanneer gelovige vrouwen naar jou toe komen en de eed afleggen dat ze geen enkel deelgenoot aan Allah toekennen, niet zullen stelen, geen overspel zullen plegen, hun kinderen niet zullen doden, geen laster verzinnen, en niet ongehoorzaam zullen zijn volgens recht, accepteer dan hun eed (van trouwheid) en vraag Allah om vergiffenis voor hen. Zonder twijfel, Allah is Al-Gafoer (de meest vergevensgezinde), Ar-Rahiem (meest Barmhartige voor de gelovigen, 1:3). (Notitie: zie ook 48:10 m.b.t. het zweren van trouwheid aan Allah en Zijn profeet v.z.m.h. .)

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَوَلَّوۡا قَوۡمًا غَضِبَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ قَدۡ یَئِسُوۡا مِنَ الۡاٰخِرَۃِ کَمَا یَئِسَ الۡکُفَّارُ مِنۡ اَصۡحٰبِ الۡقُبُوۡرِ ﴿۳۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena amanoe laa tatawallaw qawman ghadiebal laahoe 'alaihiem qad ya'iesoe mienal aaghieratie kamaa ya'iesal koeffaaroe mien as haabiel qoeboer
60:13 O gelovigen. Neem geen mensen, waarop de toorn/woede van Allah rust (hypocrieten), als "Awliya" (beschermers, bondgenoten, helpers, geallieerde, boezemvrienden, etc). Waarlijk, ze hebben geen hoop in het hiernamaals, net zoals de ongelovigen geen hoop hebben over de bewoners van de graven (om die ooit weer terug te zien).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
سَبَّحَ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ۚ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۱﴾
Sabbaha liellaahie maa fiesamaawaatie wa maa fiel ardie wa hoewal 'Azieezoel Hakieem
61:1 Alles wat er in de hemelen en wat er op de aarde is verklaart de ultieme perfectie van Allah. Hij is Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze). (Notitie: zie ook 57:1, 59:1, 61:1, 62:1 en 17:44.)

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لِمَ تَقُوۡلُوۡنَ مَا لَا تَفۡعَلُوۡنَ ﴿۲﴾
Yaa ayyoehal lazieena aamanoe liema taqoeloena maa laa taf'aloen
61:2 O gelovigen. Waarom zeggen jullie datgeen, terwijl jullie het niet doen?

کَبُرَ مَقۡتًا عِنۡدَ اللّٰہِ اَنۡ تَقُوۡلُوۡا مَا لَا تَفۡعَلُوۡنَ ﴿۳﴾
Kaboera maqtan 'iendal laahie an taqoeloe maa laa taf'aloen
61:3 Zeer groot is de haat van Allah over datgeen wat jullie zeggen en niet doen.

اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الَّذِیۡنَ یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِہٖ صَفًّا کَاَنَّہُمۡ بُنۡیَانٌ مَّرۡصُوۡصٌ ﴿۴﴾
Innal laaha yoehiebboel lazieena yoeqaatieloena fiee sabieeliehiee saffan ka annahoem boenyaanoem marsoes
61:4 Allah houdt van degenen die in een (hechte) rij zijn opgesteld, net alsof ze een stevige bouwwerk zijn, vechtend voor Zijn weg.

وَ اِذۡ قَالَ مُوۡسٰی لِقَوۡمِہٖ یٰقَوۡمِ لِمَ تُؤۡذُوۡنَنِیۡ وَ قَدۡ تَّعۡلَمُوۡنَ اَنِّیۡ رَسُوۡلُ اللّٰہِ اِلَیۡکُمۡ ؕ فَلَمَّا زَاغُوۡۤا اَزَاغَ اللّٰہُ قُلُوۡبَہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۵﴾
Wa iez qaala Moesa lieqawmiehiee yaa qawmie liema toe'zoenaniee wa qat ta'lamoena anniee Rasoeloel laahie ielaikoem falammaa zaaghoeo azaaghal laahoe qoeloebahoem; wallaahoe laa yahdiel qawmal faasieqieen
61:5 En (gedenk) toen Moesa (Mozes) tot zijn volk zei: "Mijn volk! Waarom veroorzaken jullie mij pijn, terwijl jullie zonder twijfel weten dat ik de boodschapper ben van Allah?" Toen zij kozen om af te wijken (van het rechte pad), deed Allah hun harten afwijken (van goedheid\rechtvaardigheid). Allah leidt de provocerende ongehoorzame volk niet.

وَ اِذۡ قَالَ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ یٰبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اِنِّیۡ رَسُوۡلُ اللّٰہِ اِلَیۡکُمۡ مُّصَدِّقًا لِّمَا بَیۡنَ یَدَیَّ مِنَ التَّوۡرٰىۃِ وَ مُبَشِّرًۢا بِرَسُوۡلٍ یَّاۡتِیۡ مِنۡۢ بَعۡدِی اسۡمُہٗۤ اَحۡمَدُ ؕ فَلَمَّا جَآءَہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ قَالُوۡا ہٰذَا سِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۶﴾
Wa iez qaala 'Eesab-noe-Maryama yaa Baniee Israaa'ieela ienniee Rasoeloel laahie ielaikoem moesaddieqal liemaa baina yadayya mienat Tawraatie wa moebashshieram bie Rasoeliey yaatiee miem ba'dies moehoeo Ahmad; falammaa djaaa'ahoem biel baiyienaatie qaaloe haazaa siehroem moebieen
61:6 En (gedenk) toen Isa (Jezus), de zoon van Maria, zei: "Kinderen van Israël. Zonder twijfel, ik ben de boodschapper van Allah die de Thora voor jullie bevestigt en het goede nieuws brengt van een boodschapper die na mij zal komen. Zijn naam zal Ahmad zijn." Echter, toen hij (Isa) met duidelijke bewijzen kwam (die zijn profeetschap bewees), zeiden ze: "Dit is duidelijk magie."

وَ مَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ وَ ہُوَ یُدۡعٰۤی اِلَی الۡاِسۡلَامِ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷﴾
Wa man azlamoe miemma nief taraa 'alal laahiel kazieba wa hoewa yad'aaa ielal Islaam; wallaahoe laa yahdiel qawmaz zaaliemieen
61:7 Is er iemand meer onrechtvaardig dan degene die over Allah leugens verzint terwijl hij tot de Islam wordt uitgenodigd? Allah leidt het misdadig volk niet.

یُرِیۡدُوۡنَ لِیُطۡفِـُٔوۡا نُوۡرَ اللّٰہِ بِاَفۡوَاہِہِمۡ وَ اللّٰہُ مُتِمُّ نُوۡرِہٖ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿۸﴾
Yoerieedoena lieyoetfie'oe noeral laahie bie afwaahiehiem wallaahoe moetiemmoe noeriehiee wa law kariehal kaafieroen
61:8 Zij willen het licht van Allah doven met hun monden, maar Allah zal Zijn licht perfectioneren, ondanks dat de ongelovigen er een hekel aan hebben. (Notitie: Het licht hier refereert naar het woord van Allah, dat "Taqwa" (godsvreesheid) in de harten van de mens creëert en dus het gedrag van de mensen verandert. Het brengt hen van het duisternis naar het licht, Zie 24:35)

ہُوَ الَّذِیۡۤ اَرۡسَلَ رَسُوۡلَہٗ بِالۡہُدٰی وَ دِیۡنِ الۡحَقِّ لِیُظۡہِرَہٗ عَلَی الدِّیۡنِ کُلِّہٖ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡمُشۡرِکُوۡنَ ٪﴿۹﴾
Hoewal laziee arsala Rasoelahoe bielhoedaa wa dieeniel haqqie lieyoezhierahoe 'alad dieenie koelliehiee wa law kariehal moeshriekoen
61:9 Hij (Allah) is Degene Die Zijn boodschapper stuurt met leiding en de "Dien" (geloof/levenswijze) gebaseerd op de waarheid om de overhand te krijgen boven alle andere geloven/levenswijze. Ondanks dat de polytheïsten er een hekel aan hebben.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ہَلۡ اَدُلُّکُمۡ عَلٰی تِجَارَۃٍ تُنۡجِیۡکُمۡ مِّنۡ عَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۰۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe hal adoelloekoem 'alaa tiedjaaratien toendjieekoem mien 'azaabien alieem
61:10 O gelovigen, zal ik jullie leiden naar een handel die jullie zal beschermen van een pijnlijke straf?

تُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ تُجَاہِدُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ بِاَمۡوَالِکُمۡ وَ اَنۡفُسِکُمۡ ؕ ذٰلِکُمۡ خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Toe'mienoena biellaahie wa Rasoeliehiee wa toedjaahiedoena fiee sabieeliel laahie bie amwaaliekoem wa anfoesiekoem; zaaliekoem ghairoel lakoem ien koentoem ta'lamoen
61:11 Geloof in Allah en in Zijn boodschapper, strijdt op de weg van Allah met jullie rijkdommen en met jullie leven. Dat is beter voor jullie, als jullie het maar wisten.

یَغۡفِرۡ لَکُمۡ ذُنُوۡبَکُمۡ وَ یُدۡخِلۡکُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ وَ مَسٰکِنَ طَیِّبَۃً فِیۡ جَنّٰتِ عَدۡنٍ ؕ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۲۱﴾
Yaghfier lakoem zoenoebakoem wa yoedghielkoem djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe wa masaakiena taiyiebatan fiee djannaatie 'Adn; zaaliekal fawzoel 'Azieem
61:12 Hij zal jullie zonden vergeven en jullie toelaten tot tuinen waaronder rivieren stromen. En tot woningen van plezier in de tuin van Adn (Eden). Dat is een geweldige succes!

وَ اُخۡرٰی تُحِبُّوۡنَہَا ؕ نَصۡرٌ مِّنَ اللّٰہِ وَ فَتۡحٌ قَرِیۡبٌ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Wa oeghraa toehiebboenahaa nasroem mienal laahie wa fat hoen qarieeb; wa bashshieriel moe 'mienieen
61:13 En nog meer geven waarvan jullie houden, hulp van Allah en een overwinning die dichtbij is. Geef het goede nieuws aan de gelovigen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کُوۡنُوۡۤا اَنۡصَارَ اللّٰہِ کَمَا قَالَ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ لِلۡحَوَارِیّٖنَ مَنۡ اَنۡصَارِیۡۤ اِلَی اللّٰہِ ؕ قَالَ الۡحَوَارِیُّوۡنَ نَحۡنُ اَنۡصَارُ اللّٰہِ فَاٰمَنَتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡۢ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ وَ کَفَرَتۡ طَّآئِفَۃٌ ۚ فَاَیَّدۡنَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا عَلٰی عَدُوِّہِمۡ فَاَصۡبَحُوۡا ظٰہِرِیۡنَ ﴿۴۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe koenoeo ansaaral laahie kamaa qaala 'Eesab-noe-Maryama liel Hawaarieyyieena man ansaarieee ielal laah; qaalal Hawaarieyyoena nahnoe ansaa roel laahie fa aamanat taaa'iefatoem miem Baniee Israaa'ieela wa kafarat taaa'iefatoen fa ayyadnal lazieena aamanoe 'alaa 'adoewwiehiem fa asbahoe zaahierieen
61:14 O gelovigen. Wees de helpers van Allah net zoals de volgelingen\discipelen toen Isa, de zoon van Maria, tegen hen zei: "Wie zijn mijn helpers voor (de weg van) Allah?" De volgelingen\discipelen zeiden: "Wij zijn de helpers van Allah." Toen geloofde een gedeelte van de kinderen Israëls, terwijl een ander deel niet geloofde maar Wij hielpen de gelovigen tegen hun vijand en zij werden de overwinnaars.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یُسَبِّحُ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ الۡمَلِکِ الۡقُدُّوۡسِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱﴾
Yoesabbiehoe lielaahie maa fies samaawaatie wa maa fiel ardiel Maliekiel Qoeddoesiel 'Azieeziel Hakieem
62:1 Alles wat er in de hemelen en wat er ook op aarde is verklaart de ultieme perfectie van Allah, Al-Malik (de Koning van het gehele koninkrijk), Al-Qoedoes (de meest Zuivere/Pure, vrij van enige verontreiniging), Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze). (Notitie: zie ook 57:1, 59:1, 61:1, 62:1, 64:1 en 17:44.)

ہُوَ الَّذِیۡ بَعَثَ فِی الۡاُمِّیّٖنَ رَسُوۡلًا مِّنۡہُمۡ یَتۡلُوۡا عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتِہٖ وَ یُزَکِّیۡہِمۡ وَ یُعَلِّمُہُمُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ ٭ وَ اِنۡ کَانُوۡا مِنۡ قَبۡلُ لَفِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ۙ﴿۲﴾
Hoewal laziee ba'asa fiel oemmieyyieena Rasoelam mien hoem yatloe 'alaihiem aayaatiehiee wa yoezakkieehiem wa yoe'alliemoehoemoel Kietaaba wal Hiekmata wa ien kaanoe mien qabloe lafiee dalaaliem moebieen
62:2 Hij (Allah) is Degene Die vanuit de analfabeten onder hen, een boodschapper stuurde, die aan hen Zijn verzen opleest/reciteert, hen reinigt, en hen het schrift en de 'Hikmah' (Allah's wetgeving, ethiek, etiquette, de Sunnah, de praktisatie van aanbidding) onderwijst. Ze bevonden zich hiervoor (voor de openbaring) in een duidelijke dwaling. (Notitie: zie ook 2:129)

وَّ اٰخَرِیۡنَ مِنۡہُمۡ لَمَّا یَلۡحَقُوۡا بِہِمۡ ؕ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۳﴾
Wa aagharieena mienhoem lammaa yalhaqoe biehiem wa hoewal 'azieezoel hakieem
62:3 En ook (heeft Hij hem gestuurd) voor anderen die nog niet met hen verenigd zijn (toekomstige gelovigen, ongeachte etniciteit of generatie). Hij is Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

ذٰلِکَ فَضۡلُ اللّٰہِ یُؤۡتِیۡہِ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ ذُو الۡفَضۡلِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۴﴾
Zaalieka fadloel laahie yoe'tieehie many-yashaaa; wallaahoe zoel fadliel 'azieem
62:4 Dat is de gunst van Allah. Hij geeft het aan wie Hij wil. Allah is de Bezitter van de beste gunsten.

مَثَلُ الَّذِیۡنَ حُمِّلُوا التَّوۡرٰىۃَ ثُمَّ لَمۡ یَحۡمِلُوۡہَا کَمَثَلِ الۡحِمَارِ یَحۡمِلُ اَسۡفَارًا ؕ بِئۡسَ مَثَلُ الۡقَوۡمِ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵﴾
Masaloel lazieena hoem mieloet tawraata soemma lam yahmieloehaa kamasaliel hiemaarie yah mieloe asfaaraa; bie'sa masaloel qawmiel lazieena kaazzaboe bie aayaatiel laah; wallaahoe laa yahdiel qawmazzaaliemieen
62:5 De vergelijking van degenen aan wie de Thora werden toevertrouwd en het (de verantwoordelijkheden) vervolgens niet konden dragen, is als de ezel die boeken draagt. Zeer ellendig is het voorbeeld van het volk dat de tekenen van Allah verwerpt. En (weet dat) Allah het misdadig volk niet leidt.

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ ہَادُوۡۤا اِنۡ زَعَمۡتُمۡ اَنَّکُمۡ اَوۡلِیَآءُ لِلّٰہِ مِنۡ دُوۡنِ النَّاسِ فَتَمَنَّوُا الۡمَوۡتَ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۶﴾
Qoel yaaa ayyoehal lazieena haadoe ien za'amtoem annakoem awlieyaaa'oe lielaahie mien doenien naasie fatamannawoel mawta ien koentoem saadieqieen
62:6 Zeg: "Jullie Joden, als jullie beweren dat jullie alleen de "Awilya" (vrienden/bondgenoten) van Allah zijn buiten alle andere mensen, wens dan voor de dood. Dit, indien jullie streven naar de waarheid."

وَ لَا یَتَمَنَّوۡنَہٗۤ اَبَدًۢا بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِالظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷﴾
Wa laa yatamannaw nahoeo abadam biemaa qaddamat aydieehiem; wallaahoe 'alieemoem biez zaaliemieen
62:7 Echter, zij zullen er nooit voor wensen, vanwege datgeen wat ze hebben gedaan. Allah is weet allles over de misdadigers.

قُلۡ اِنَّ الۡمَوۡتَ الَّذِیۡ تَفِرُّوۡنَ مِنۡہُ فَاِنَّہٗ مُلٰقِیۡکُمۡ ثُمَّ تُرَدُّوۡنَ اِلٰی عٰلِمِ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ٪﴿۸﴾
Qoel iennal mawtal laziee tafierroena mienhoe fa iennahoe moelaaqieekoem soemma toeraddoena ielaa 'Aaliemiel Ghaibie wash shahaadatie fa yoenabbie'oekoem biemaa koentoem ta'maloen
62:8 Zeg: "Zonder enige twijfel, de dood waar jullie van vluchten, zal jullie tegemoet komen. Daarna, zullen jullie worden terug gestuurd naar Degene Die alles weet over de "Ghayb" (het ongeziene) en over datgeen wat is getuigd. Hij zal jullie informeren over datgeen wat jullie deden."

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا نُوۡدِیَ لِلصَّلٰوۃِ مِنۡ یَّوۡمِ الۡجُمُعَۃِ فَاسۡعَوۡا اِلٰی ذِکۡرِ اللّٰہِ وَ ذَرُوا الۡبَیۡعَ ؕ ذٰلِکُمۡ خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe iezaa noedieya lies-Salaatie miey yawmiel djoemoe'atie fas'aw ielaa ziekriel laahie wa zaroel bai'; zaaliekoem ghayroel lakoem ien koentoem ta'lamoen
62:9 O gelovigen. Wanneer de oproep voor het vrijdagsgebed wordt gedaan, haast je dan om Allah te gedenken en laat de handel (het verdienen). Dat is beter voor jullie, wisten jullie het maar.

فَاِذَا قُضِیَتِ الصَّلٰوۃُ فَانۡتَشِرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ وَ ابۡتَغُوۡا مِنۡ فَضۡلِ اللّٰہِ وَ اذۡکُرُوا اللّٰہَ کَثِیۡرًا لَّعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Fa-iezaa qoedieyaties Salaatoe fantashieroe fiel ardie wabtaghoe mien fadliel laahie wazkoeroel laaha kasieeral la'allakoem toefliehoen
62:10 Wanneer het gebed is afgelopen, verspreidt dan over het land en zoek naar de gunsten van Allah en gedenk Allah veel, zodat jullie zullen succes zullen boeken.

وَ اِذَا رَاَوۡا تِجَارَۃً اَوۡ لَہۡوَۨا انۡفَضُّوۡۤا اِلَیۡہَا وَ تَرَکُوۡکَ قَآئِمًا ؕ قُلۡ مَا عِنۡدَ اللّٰہِ خَیۡرٌ مِّنَ اللَّہۡوِ وَ مِنَ التِّجَارَۃِ ؕ وَ اللّٰہُ خَیۡرُ الرّٰزِقِیۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa iezaa ra'aw tiedjaaratan aw lahwanien faddoeo ielaihaa wa tarakoeka qaaa'iemaa; qoel maa 'iendal laahie ghairoem mienal lahwie wa mienat tiedjaarah; wallaahoe ghayroer raazieqieen
62:11 En wanneer ze een transactie mogelijkheid of vermaak zien, dan haasten ze zich ernaar toe en laten jou (Mohammed v.z.m.h.) achter. Zeg: "Wat bij Allah is, is beter dan vermaak of een transactie. Allah is (namelijk) de beste Voorziener ("Ar-Razzaaq", de Voorziener).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
اِذَا جَآءَکَ الۡمُنٰفِقُوۡنَ قَالُوۡا نَشۡہَدُ اِنَّکَ لَرَسُوۡلُ اللّٰہِ ۘ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ اِنَّکَ لَرَسُوۡلُہٗ ؕ وَ اللّٰہُ یَشۡہَدُ اِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ لَکٰذِبُوۡنَ ۚ﴿۱﴾
Izaa djaaa'akal moenaafieqoena qaaloe nashhadoe iennaka la rasoeloel laah; wallaahoe ya'lamoe iennaka la rasoeloehoe wallaahoe yashhadoe iennal moenaafieqieena lakaazieboen
63:1 Wanneer de hypocrieten naar jou (Mohammed v.z.m.h.) toekomen, dan zeggen ze: "Wij getuigen dat jij zonder twijfel de boodschapper van Allah bent." Allah weet dat jij zonder enige twijfel Zijn boodschapper bent en Allah getuigt dat de hypocrieten liegen.

اِتَّخَذُوۡۤا اَیۡمَانَہُمۡ جُنَّۃً فَصَدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ اِنَّہُمۡ سَآءَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲﴾
Ittaghazoe aymaanahoem djoennatan fasaddoe 'an sabieeliel laah; iennahoem saaa'a maa kaanoe ya'maloen
63:2 Ze nemen hun eden (plechtige beloftes) als een bedekking (voor hun slechte daden) om (anderen) van de weg van Allah af te keren. Zonder twijfel, zeer slecht is wat ze doen. (Notitie: zie ook 58:16)

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا فَطُبِعَ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَہُمۡ لَا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۳﴾
Zaalieka bie annahoem aamanoe soemma kafaroe fatoebie'a 'alaa qoeloebiehiem fahoem laa yafqahoen
63:3 Ze doen dit omdat ze geloofden en vervolgens niet meer geloofden, zodat hun harten werden verzegeld. Daarom begrijpen ze (de openbaring) niet. (Notitie: Spiritueel en intellectueel zijn ze dus dood.)

وَ اِذَا رَاَیۡتَہُمۡ تُعۡجِبُکَ اَجۡسَامُہُمۡ ؕ وَ اِنۡ یَّقُوۡلُوۡا تَسۡمَعۡ لِقَوۡلِہِمۡ ؕ کَاَنَّہُمۡ خُشُبٌ مُّسَنَّدَۃٌ ؕ یَحۡسَبُوۡنَ کُلَّ صَیۡحَۃٍ عَلَیۡہِمۡ ؕ ہُمُ الۡعَدُوُّ فَاحۡذَرۡہُمۡ ؕ قٰتَلَہُمُ اللّٰہُ ۫ اَنّٰی یُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۴﴾
Wa iezaa ra aytahoem toe'djieboeka adjsaamoehoem wa iey yaqoeloe tasma' lieqawliehiem ka'annahoem ghoeshoeboem moesannadah; yahsaboena koella saihatien 'alaihiem; hoemoel 'adoewwoe fahzarhoem; qaatalahoemoel laahoe annaa yoe'fakoen
63:4 Wanneer je naar ze kijkt, dan maakt hun uiterlijk indruk op je. En als ze spreken dan luister je naar hen. (Echter,) ze zijn als holle planken die leunen. Ze denken dat elke geroep tegen hen is gericht. Zij zijn de vijanden, dus behoed jezelf voor hen. Moge Allah hen vernietigen, (zie) hoe misleid ze zijn! (Notitie: Allah vergelijkt de hypocrieten, als holle planken. Ze zijn van binnen spiritueel en intellectueel leeg. Ze kunnen geen gewicht dragen net zoals holle planken en zullen dus nooit de daad bij het woord voegen, maar altijd uitwijken of vluchten.)

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ تَعَالَوۡا یَسۡتَغۡفِرۡ لَکُمۡ رَسُوۡلُ اللّٰہِ لَوَّوۡا رُءُوۡسَہُمۡ وَ رَاَیۡتَہُمۡ یَصُدُّوۡنَ وَ ہُمۡ مُّسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۵﴾
Wa iezaa qieela lahoem ta'aalaw yastaghfier lakoem rasoeloel laahie lawwaw roe'oe sahoem wa ra aytahoem yasoeddoena wa hoem moestakbieroen
63:5 En wanneer er tegen hen wordt gezegd: "Kom, de boodschapper van Allah zal vergiffenis voor jullie vragen", dan kijken ze de andere kant op en keren ze zich in hoogmoed van jullie af.

سَوَآءٌ عَلَیۡہِمۡ اَسۡتَغۡفَرۡتَ لَہُمۡ اَمۡ لَمۡ تَسۡتَغۡفِرۡ لَہُمۡ ؕ لَنۡ یَّغۡفِرَ اللّٰہُ لَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۶﴾
Sawaaa'oen 'alaihiem as taghfarta lahoem am lam tastaghfier lahoem lay yaghfieral laahoe lahoem; iennal laaha laa yahdiel qawmal faasieqieen
63:6 Het maakt niet uit of je vergiffenis voor hen vraagt of niet. Nooit zal Allah hen vergeven. Allah leidt de provocerende ongehoorzame volk niet.

ہُمُ الَّذِیۡنَ یَقُوۡلُوۡنَ لَا تُنۡفِقُوۡا عَلٰی مَنۡ عِنۡدَ رَسُوۡلِ اللّٰہِ حَتّٰی یَنۡفَضُّوۡا ؕ وَ لِلّٰہِ خَزَآئِنُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ لٰکِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ لَا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۷﴾
Hoemoel lazieena yaqoeloena laa toenfieqoe 'alaa man ienda Rasoeliel laahie hatta yanfaddoe; wa liellaahie ghazaaa' ienoes samaawaatie wal ardie wa laakiennal moenaafieqieena la yafqahoen
63:7 Zij zijn degenen die zeggen: "Geef niks aan degenen die met de boodschapper van Allah zijn (de emigranten), totdat ze hem verlaten (en weggaan)." De schatten van de hemelen en de aarde behoren aan Allah toe, maar de hypocrieten begrijpen het niet.

یَقُوۡلُوۡنَ لَئِنۡ رَّجَعۡنَاۤ اِلَی الۡمَدِیۡنَۃِ لَیُخۡرِجَنَّ الۡاَعَزُّ مِنۡہَا الۡاَذَلَّ ؕ وَ لِلّٰہِ الۡعِزَّۃُ وَ لِرَسُوۡلِہٖ وَ لِلۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ لٰکِنَّ الۡمُنٰفِقِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ٪﴿۸﴾
Yaqoeloena la'ier radja'naaa ielal madieenatie la yoeghriedjannal a'azzoe mienhal azall; wa liellaahiel 'iezzatoe wa lie Rasoeliehiee wa lielmoe'mienieena wa laakiennal moenaafieqieena laa ya'lamoen
63:8 Ze zeggen (onderling): "Als wij naar Madinah terugkeren (van een expeditie), dan zullen de mensen met eer, de minderwaardige eruit verdrijven." Maar de eer is voor Allah, Zijn boodschapper en voor de gelovigen. Echter, de hypocrieten weten het niet.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تُلۡہِکُمۡ اَمۡوَالُکُمۡ وَ لَاۤ اَوۡلَادُکُمۡ عَنۡ ذِکۡرِ اللّٰہِ ۚ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿۹﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe la toelhiekoem amwaaloekoem wa laa awlaadoekoem 'anziekriel laah; wa mai-yaf'al zaalieka fa-oelaaa'ieka hoemoel ghaasieroen
63:9 O gelovigen, laat jullie rijkdommen en jullie kinderen jullie niet afleiden van het gedenken aan Allah. En wie dat (toch) doet, weet dan dat degenen zijn die verliezen.

وَ اَنۡفِقُوۡا مِنۡ مَّا رَزَقۡنٰکُمۡ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَ اَحَدَکُمُ الۡمَوۡتُ فَیَقُوۡلَ رَبِّ لَوۡ لَاۤ اَخَّرۡتَنِیۡۤ اِلٰۤی اَجَلٍ قَرِیۡبٍ ۙ فَاَصَّدَّقَ وَ اَکُنۡ مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۰۱﴾
Wa anfieqoe miem maa razaqnaakoem mien qablie any-ya'tieya ahadakoemoel mawtoe fa yaqoela rabbie law laaa aghghartanieee ielaaa adjalien qarieebien fa assaddaqa wa akoem mienassaaliehieen
63:10 Geef uit van datgeen waarmee Wij jullie voorzien van hebben, voordat de dood één van jullie treft en hij zegt: "Mijn Heer, waarom geeft U mij geen klein beetje uitstel, zodat ik giften kan geven en onder de rechtvaardigen kan zijn?"

وَ لَنۡ یُّؤَخِّرَ اللّٰہُ نَفۡسًا اِذَا جَآءَ اَجَلُہَا ؕ وَ اللّٰہُ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa lay yoe 'aghghieral laahoe nafsan iezaa djaaa'a adjaloehaa; wallaahoe ghabieeroem biemaa ta'maloen
63:11 Nooit zal Allah een "Nafs" (persoon, ego, eigen ik) uitstel geven, wanneer zijn tijd is gekomen. Allah is volledig bewust van wat jullie doen.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یُسَبِّحُ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ۚ لَہُ الۡمُلۡکُ وَ لَہُ الۡحَمۡدُ ۫ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۱﴾
Yoesabbiehoe liellaahie maa fies samaawaatie wa maa fiel ardie lahoel moelkoe wa lahoel hamd, wa Hoewa 'alaa koellie shai 'ien Qadieer
64:1 Alles wat er in de hemelen en wat er ook op aarde is verklaart de ultieme perfectie van Allah. Aan Hem behoort het koninkrijk en aan Hem behoort alle dank en eer. Hij is in staat om alles te doen wat Hij wil (Al-Qadier).

ہُوَ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ فَمِنۡکُمۡ کَافِرٌ وَّ مِنۡکُمۡ مُّؤۡمِنٌ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۲﴾
Hoewal laziee ghalaqakoem famien-koem kaafieroew wa mien koem moe'mien ; wallaahoe biemaa ta'maloena Basieer
64:2 Hij is Degene Die jullie heeft geschapen. Maar sommigen van jullie geloven niet en anderen geloven. Allah is Al-Basier (Al-ziende) over datgeen wat jullie doen.

خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ وَ صَوَّرَکُمۡ فَاَحۡسَنَ صُوَرَکُمۡ ۚ وَ اِلَیۡہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۳﴾
ghalaqas samaawaatie wal arda bielhaqqie wa sawwarakoem fa ahsana soewarakoem wa ielaihiel masieer
64:3 Hij schiep de hemelen en de aarde met de waarheid. Hij heeft jullie vorm gegeven (zie 15:26), een zeer goede vorm. En tot Hem is de eindbestemming.

یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ یَعۡلَمُ مَا تُسِرُّوۡنَ وَ مَا تُعۡلِنُوۡنَ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۴﴾
Ya'lamoe maa fies samaawaatie wal ardie wa ya'lamoe maa toesierroena wa maa toe'lienoen; wallaahoe 'Alieemoem biezaaties soedoer
64:4 Hij weet wat in de hemelen en op de aarde is. Hij weet wat jullie verbergen en wat jullie onthullen. Allah is Al-Aliem (Al-wetend) over datgeen wat in jullie harten is.

اَلَمۡ یَاۡتِکُمۡ نَبَؤُا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ قَبۡلُ ۫ فَذَاقُوۡا وَبَالَ اَمۡرِہِمۡ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۵﴾
Alam ya'tiekoem naba'oel lazieena kafaroe mien qabloe fazaaqoe wabaala amriehiem wa lahoem 'azaaboen alieem
64:5 Heeft het bericht van vroeger, jullie niet bereikt over degenen die niet geloofden? Ze proefden de gevolgen van hun kwesties. Voor hen is er een pijnlijke straf (in het hiernamaals).

ذٰلِکَ بِاَنَّہٗ کَانَتۡ تَّاۡتِیۡہِمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَقَالُوۡۤا اَبَشَرٌ یَّہۡدُوۡنَنَا ۫ فَکَفَرُوۡا وَ تَوَلَّوۡا وَّ اسۡتَغۡنَی اللّٰہُ ؕ وَ اللّٰہُ غَنِیٌّ حَمِیۡدٌ ﴿۶﴾
Zaalieka bie annahoe kaanat ta'tieehiem Roesoeloehoem bielbaiyienaatie faqaaloe a basharoey yahdoenanaa fakafaroe wa tawallaw; wastaghnal laah; wallaahoe ghanieyyoen hamieed
64:6 Dat is omdat de boodschapper (gezonden) voor hun met duidelijke bewijzen kwam. Echter, ze zeiden: "Moet een mens ons leiden?" Dus verwierpen ze en keerden ze zich af. Allah heeft hen niet nodig, Allah is (namelijk) Al-Ghanie (Degene die niets nodig heeft. Hij is Degene die volledig onafhankelijk is en de hele schepping is afhankelijk van Zijn rijkdom. Hij heeft geen hulp van iets of iemand nodig, maar iedereen heeft Hem nodig), Al-Hamied (de Bezitter van alle dank en eer. Degene die het meest geprezen wordt en waardig is om geprezen te worden).

زَعَمَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَنۡ لَّنۡ یُّبۡعَثُوۡا ؕ قُلۡ بَلٰی وَ رَبِّیۡ لَتُبۡعَثُنَّ ثُمَّ لَتُنَبَّؤُنَّ بِمَا عَمِلۡتُمۡ ؕ وَ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرٌ ﴿۷﴾
Za'amal lazieena kafaroeo al-lay yoeb'asoe; qoel balaa wa rabbiee latoeb'asoenna soemma latoenabba'oenna biemaa 'amieltoem; wa zaalieka 'alal laahie yasieer
64:7 De ongelovigen beweren dat ze nooit zullen worden herrezen. Zeg: "Zeer zeker, (Ik zweer) bij mijn Heer, jullie zullen worden herrezen. Vervolgens, zullen jullie worden geinformeerd over datgeen wat jullie deden. Dat is makkelijk voor Allah."

فَاٰمِنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ النُّوۡرِ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلۡنَا ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۸﴾
Fa-aamienoe biellaahie wa rasoeliehiee wannoeriel lazieee anzalnaa; wallaahoe biema ta'maloena ghabieer
64:8 Dus geloof in Allah, Zijn boodschapper (de Soenah) en het licht (de Koran) welke Wij hebben neergezonden. Allah is over datgeen wat jullie doen op de hoogte (Al-Gabier).

یَوۡمَ یَجۡمَعُکُمۡ لِیَوۡمِ الۡجَمۡعِ ذٰلِکَ یَوۡمُ التَّغَابُنِ ؕ وَ مَنۡ یُّؤۡمِنۡۢ بِاللّٰہِ وَ یَعۡمَلۡ صَالِحًا یُّکَفِّرۡ عَنۡہُ سَیِّاٰتِہٖ وَ یُدۡخِلۡہُ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۹﴾
Yawma yadjma'oekoem lie yawmiel djam'ie zaalieka yawmoet taghaaboen; wa many-yoemiem biellaahie wa ya'mal saaliehay yoekaffier 'anhoe sayyie aatiehiee wa yoedghielhoe djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaaa abadaa; zaaliekal fawzoel 'azieem
64:9 De dag waarop Hij jullie zal verzamelen, de dag waarop iedereen verzameld wordt ("Jawmiel Djamah"), dat is de dag van "Taghaaboen" (de onderlinge afrekening vanwege onrecht). (Echter,) Wie in Allah gelooft en goede daden doet, dan zal Hij zijn slechte daden verwijderen en hem toelaten tot de tuinen, waaronder rivieren stromen, eeuwig erin blijvend. Dat is de grootste succes. (Notitie: "Taghaaboen" betekent dat iemand het aandeel van iemand anders afpakt.)

وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَاۤ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَ بِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۰۱﴾
Wallazieena kafaroe wa kazzaboe bie aayaaatienaaa oelaaa'ieka ashaaboen naarie ghaaliedieena fieehaa wa bie'sal masieer
64:10 Maar degenen die niet geloofden en Onze "Ayah" (tekenen, verzen) verwierpen, dat zijn de bewoners van het vuur, eeuwig erin blijvend. Zeer ellendig is de bestemming.

مَاۤ اَصَابَ مِنۡ مُّصِیۡبَۃٍ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یُّؤۡمِنۡۢ بِاللّٰہِ یَہۡدِ قَلۡبَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۱۱﴾
Maaa asaaba miem moesiee batien iellaa bie-iezniel laah; wa may yoe'miem biellaahie yahdie qalbah; wallaahoe biekoellie shai'ien Alieem
64:11 Elke ramp gebeurt met de toestemming van Allah. Maar, degene die in Allah gelooft, zijn hart wordt door Hem geleid.

وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوا الرَّسُوۡلَ ۚ فَاِنۡ تَوَلَّیۡتُمۡ فَاِنَّمَا عَلٰی رَسُوۡلِنَا الۡبَلٰغُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۲۱﴾
Wa atiee'oel laaha wa atiee'oer Rasoel; fa ien tawallaitoem fa iennamaa 'alaa Rasoelienal balaaghoel moebieen
64:12 Dus gehoorzaam Allah en gehoorzaam de boodschapper. Echter, als jullie je afkeren, weet dan dat alleen het duidelijk verkondigen op Onze boodschapper rust.

اَللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ؕ وَ عَلَی اللّٰہِ فَلۡیَتَوَکَّلِ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۳۱﴾
Allaahoe laaa ielaaha iellaa Hoe; wa 'alal laahie falyata wakkaliel moe'mienoen
64:13 Allah, er is geen (andere) godheid/deïteit behalve Hem. Laat de gelovigen hun vertrouwen in Allah stellen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنَّ مِنۡ اَزۡوَاجِکُمۡ وَ اَوۡلَادِکُمۡ عَدُوًّا لَّکُمۡ فَاحۡذَرُوۡہُمۡ ۚ وَ اِنۡ تَعۡفُوۡا وَ تَصۡفَحُوۡا وَ تَغۡفِرُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۴۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoeo ienna mien azwaadjie koem wa awlaadiekoem 'adoewwal lakoem fahzaroehoem; wa ien ta'foe wa tasfahoe wa taghfieroe fa iennal laaha ghafoeroer Rahieem
64:14 O gelovigen, sommige van jullie vrouwen en kinderen zijn vijanden voor jullie, dus wees op jullie hoede. Echter, als jullie (hun) niet verwijten, (hun slechte daden) door de vingers zien, en vergeven, dan zonder twijfel (weet dan dat) Allah Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (de meeste Barmhartig voor de gelovigen) is.

اِنَّمَاۤ اَمۡوَالُکُمۡ وَ اَوۡلَادُکُمۡ فِتۡنَۃٌ ؕ وَ اللّٰہُ عِنۡدَہٗۤ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿۵۱﴾
Innamaa amwaaloekoem wa awlaadoekoem fietnah; wallaahoe 'iendahoeo adjroen 'azieem
64:15 Jullie rijkdommen en jullie kinderen zijn alleen een beproeving voor jullie. Bij Hem is een grote beloning.

فَاتَّقُوا اللّٰہَ مَا اسۡتَطَعۡتُمۡ وَ اسۡمَعُوۡا وَ اَطِیۡعُوۡا وَ اَنۡفِقُوۡا خَیۡرًا لِّاَنۡفُسِکُمۡ ؕ وَ مَنۡ یُّوۡقَ شُحَّ نَفۡسِہٖ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۶۱﴾
Fattaqoel laaha mastata'toem wasma'oe wa atiee'oe wa anfieqoe ghairal lie anfoesiekoem; wa many-yoeqa shoeh ha nafsiehiee fa-oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
64:16 Dus heb "Taqwa" (godsvreesheid) voor Allah, zoveel jullie kunnen. Luister (naar de openbaring) en gehoorzaam en geef uit (aan liefdadigheid), dat is beter voor julliezelf. En degenen die zich beschermt tegen de gierigheid van zijn "Nafs" (eigen ik / ego), dat zijn degenen die groeien in succes.

اِنۡ تُقۡرِضُوا اللّٰہَ قَرۡضًا حَسَنًا یُّضٰعِفۡہُ لَکُمۡ وَ یَغۡفِرۡ لَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ شَکُوۡرٌ حَلِیۡمٌ ﴿۷۱﴾
In toeqriedoel laaha qardan hasanay yoedaaifhoe lakoem wa yaghfier lakoem; wallaahoe Shakoeroen Halieem
64:17 Indien jullie een goede leining met Allah afsluiten, dan zal Hij het voor jullie vermenigvuldigen en jullie vergeven. Allah is Ash-Shakoer (de meest Waarderende), Al-Haliem (de meest Verdraagzame).

عٰلِمُ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۸۱﴾
'Aaliemoel-Ghaibie wash-shahaadatiel 'Azieezoel Hakieem
64:18 (Hij is) De alwetende over de "Ghayb" (het ongeziene) en datgeen wat getuigt (gezien) is, Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ اِذَا طَلَّقۡتُمُ النِّسَآءَ فَطَلِّقُوۡہُنَّ لِعِدَّتِہِنَّ وَ اَحۡصُوا الۡعِدَّۃَ ۚ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ رَبَّکُمۡ ۚ لَا تُخۡرِجُوۡہُنَّ مِنۡۢ بُیُوۡتِہِنَّ وَ لَا یَخۡرُجۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ یَّاۡتِیۡنَ بِفَاحِشَۃٍ مُّبَیِّنَۃٍ ؕ وَ تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یَّتَعَدَّ حُدُوۡدَ اللّٰہِ فَقَدۡ ظَلَمَ نَفۡسَہٗ ؕ لَا تَدۡرِیۡ لَعَلَّ اللّٰہَ یُحۡدِثُ بَعۡدَ ذٰلِکَ اَمۡرًا ﴿۱﴾
Yaaa ayyoehan nabieyyoe iezaa tallaqtoemmoen niesaaa'a fatallieqoehoenna lie'ieddatiehienna wa ahsoel'ieddata wattaqoel laaha rabbakoem; laa toeghrie djoehoenna mien boe-yoetiehienna wa laa yaghroedjna iellaaa ay ya'tieena biefaahieshatiem moebaiyienah; wa tielka hoedoedoel laah; wa may yata'adda hoedoedal laahie faqad zalama nafsah; laa tadriee la'allal laaha yoehdiesoe ba'dazaalieka amraa
65:1 O profeet, wanneer je wil scheiden van jouw vrouwen, scheidt hen dan met in achtneming van de wachtperiode en bereken de periodes. Heb "Taqwa" (godsvreesheid) voor Allah, jouw Heer. Verdrijf hen niet uit hun huizen, noch mogen ze zelf weggaan, alleen als het gaat om duidelijke zedeloosheid. Dit zijn de grenzen van Allah. En degene die de grenzen van Allah overschrijdt, dan zonder enige twijfel, hij heeft zichzelf onrecht aangedaan. Je weet het niet, misschien brengt Allah daarna een zaak (van verzoening). (Notitie: de wachtperiode betreft drie menstruatiecyclus en is bedoeld om zeker te weten of de vrouw zwanger is of niet. Zie ook 2:228 - 233.)

فَاِذَا بَلَغۡنَ اَجَلَہُنَّ فَاَمۡسِکُوۡہُنَّ بِمَعۡرُوۡفٍ اَوۡ فَارِقُوۡہُنَّ بِمَعۡرُوۡفٍ وَّ اَشۡہِدُوۡا ذَوَیۡ عَدۡلٍ مِّنۡکُمۡ وَ اَقِیۡمُوا الشَّہَادَۃَ لِلّٰہِ ؕ ذٰلِکُمۡ یُوۡعَظُ بِہٖ مَنۡ کَانَ یُؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ۬ؕ وَ مَنۡ یَّتَّقِ اللّٰہَ یَجۡعَلۡ لَّہٗ مَخۡرَجًا ۙ﴿۲﴾
Fa iezaa balaghna adjalahoenna fa amsiekoehoenna biema'roefien aw faarieqoehoenna biema'roefiew wa ashhiedoe zawai 'adliem mien-koem wa aqieemoesh shahaadata liellaah; zaaliekoem yoe'azoe biehiee man kaana yoe'mienoe biellaahie wal yawmiel aaghier; wa may yattaqiel laaha yadj'al lahoe maghradjaa
65:2 Wanneer ze dan hun wachtperiode hebben voldaan, behoud hen of scheidt van hen met vriendelijkheid. Neem twee "DZa-wai" (rechtvaardige, gelovige, deskundige) getuigen en verklaar de getuigenis (van de scheiding) voor Allah. Dit is de wijze voor degene die in Allah en de laatste dag gelooft. En wie "Taqwa" (godsvreesheid) heeft voor Allah, Hij zal een weg voor hem maken (tijdens de moeilijkheden).

وَّ یَرۡزُقۡہُ مِنۡ حَیۡثُ لَا یَحۡتَسِبُ ؕ وَ مَنۡ یَّتَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ فَہُوَ حَسۡبُہٗ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بَالِغُ اَمۡرِہٖ ؕ قَدۡ جَعَلَ اللّٰہُ لِکُلِّ شَیۡءٍ قَدۡرًا ﴿۳﴾
Wa yarzoeqhoe mien haisoe laa yahtasieb; wa may yatawakkal 'alal laahie fahoewa hasboeh; iennal laaha baalieghoe amrieh; qad dja'alal laahoe liekoellie shai'ien qadraa
65:3 Hij zal hem voorzien vanwaar hij het niet verwacht. Voor degene die zijn vertrouwen in Allah stelt, weet dan dat Hij voldoende is voor hem (op elk gebied). Allah zal Zijn doel vestigen. Allah heeft (namelijk) voor alles een maat vast gesteld.

وَ الِّٰٓیۡٔ یَئِسۡنَ مِنَ الۡمَحِیۡضِ مِنۡ نِّسَآئِکُمۡ اِنِ ارۡتَبۡتُمۡ فَعِدَّتُہُنَّ ثَلٰثَۃُ اَشۡہُرٍ ۙ وَّ الِّٰٓیۡٔ لَمۡ یَحِضۡنَ ؕ وَ اُولَاتُ الۡاَحۡمَالِ اَجَلُہُنَّ اَنۡ یَّضَعۡنَ حَمۡلَہُنَّ ؕ وَ مَنۡ یَّتَّقِ اللّٰہَ یَجۡعَلۡ لَّہٗ مِنۡ اَمۡرِہٖ یُسۡرًا ﴿۴﴾
Wallaaa'iee ya'iesna mienal mahieedie mien niesaaa 'iekoem ienier tabtoem fa'ieddatoehoenna salaasatoe ashhoeriew wallaaa'iee lam yahiedn; wa oelaatoel ahmaalie adjaloehoenna ay yada'na hamlahoen; wa may yattaqiel laaha yadj'al lahoe mien amriehiee yoesraa
65:4 En voor degene die twijfelen over de menstruatiecyclus van hun vrouwen, dan is de wachtperiode drie maanden. En ook (geldt deze wachtperiode) voor degenen (vrouwen) die niet menstrueren. Wat betreft degenen die zwanger zijn, hun wachtterperiode is tot de verlossing. Wie "Taqwa" (godsvreesheid) voor Allah heeft, Hij zal voor hem zijn kwestie makkelijk maken.

ذٰلِکَ اَمۡرُ اللّٰہِ اَنۡزَلَہٗۤ اِلَیۡکُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّتَّقِ اللّٰہَ یُکَفِّرۡ عَنۡہُ سَیِّاٰتِہٖ وَ یُعۡظِمۡ لَہٗۤ اَجۡرًا ﴿۵﴾
Zaalieka amroel laahie anzalahoe ielaikoem; wa may yattaqiel laaha yoekaffier 'anhoe saiyie aatiehiee wa yoe'ziem lahoe adjraa
65:5 Dat is de bepaling van Allah, welke Hij aan jou heeft neergezonden (met betrekking tot de echtscheiding). En wie "Taqwa" (godsvreesheid) voor Allah heeft, dan zal Hij zijn slechte daden verwijderen en zijn beloning voor hem groter maken.

اَسۡکِنُوۡہُنَّ مِنۡ حَیۡثُ سَکَنۡتُمۡ مِّنۡ وُّجۡدِکُمۡ وَ لَا تُضَآرُّوۡہُنَّ لِتُضَیِّقُوۡا عَلَیۡہِنَّ ؕ وَ اِنۡ کُنَّ اُولَاتِ حَمۡلٍ فَاَنۡفِقُوۡا عَلَیۡہِنَّ حَتّٰی یَضَعۡنَ حَمۡلَہُنَّ ۚ فَاِنۡ اَرۡضَعۡنَ لَکُمۡ فَاٰتُوۡہُنَّ اُجُوۡرَہُنَّ ۚ وَ اۡتَمِرُوۡا بَیۡنَکُمۡ بِمَعۡرُوۡفٍ ۚ وَ اِنۡ تَعَاسَرۡتُمۡ فَسَتُرۡضِعُ لَہٗۤ اُخۡرٰی ؕ﴿۶﴾
Askienoehoenna mien haisoe sakantoem miew woedjdiekoem wa laa toedaaarroehoenna lietoedaiyieqoe 'alaihienn; wa ien koenna oelaatie hamlien fa anfieqoe 'alaihienna hattaa yada'na hamlahoenn; fain arda'na lakoem fa aatoe hoenna oedjoerahoenn; wa'tamieroe bainakoem biema'roefiew wa ien ta'aasartoem fasatoerdie'oe lahoeo oeghraa
65:6 Geef hen (de vrouwen waar je wil van scheiden) een onderkomen in de verblijfplaatsen waar jullie wonen, binnen jouw mogelijkheden. Doe ze geen kwaad aan om het ze moeilijk te maken. En indien ze zwanger zijn, verzorg ze dan totdat ze verlost zijn van hun last. Als ze dan voor jou (jouw kind) zogen, geef dan hun vergoeding en pleeg vriendelijk overleg met elkaar. Maar indien jullie niet met elkaar eens zijn, dan mag een andere (vrouw) voor hem zogen.

لِیُنۡفِقۡ ذُوۡ سَعَۃٍ مِّنۡ سَعَتِہٖ ؕ وَ مَنۡ قُدِرَ عَلَیۡہِ رِزۡقُہٗ فَلۡیُنۡفِقۡ مِمَّاۤ اٰتٰىہُ اللّٰہُ ؕ لَا یُکَلِّفُ اللّٰہُ نَفۡسًا اِلَّا مَاۤ اٰتٰىہَا ؕ سَیَجۡعَلُ اللّٰہُ بَعۡدَ عُسۡرٍ یُّسۡرًا ٪﴿۷﴾
Lieyoenfieq zoe sa'atiem mien sa'atieh; wa man qoediera 'alaihie riezqoehoe falyoenfieq miemmaaa aataahoel laah; laa yoekalliefoel laahoe nafsan iellaa maaa aataahaa; sa yadj'aloel laahoe ba'da'oesriey yoesraa
65:7 Laat de degene met voldoende middelen naar zijn vermogen bijdragen (aan de opvoeding). En voor degene die het niet zo breed heeft, laat hem geven van datgeen wat Allah hem heeft gegeven. Allah belast (namelijk) een "Nafs" (persoon) niet meer dan wat Hij hem heeft gegeven. (weet dat) Allah na moeiijkheid gemak zal brengen.

وَ کَاَیِّنۡ مِّنۡ قَرۡیَۃٍ عَتَتۡ عَنۡ اَمۡرِ رَبِّہَا وَ رُسُلِہٖ فَحَاسَبۡنٰہَا حِسَابًا شَدِیۡدًا ۙ وَّ عَذَّبۡنٰہَا عَذَابًا نُّکۡرًا ﴿۸﴾
Wa ka ayyiem mien qaryatien 'atat 'an amrie Rabbiehaa wa Roesoeliehiee fahaasabnaahaa hiesaaban shadieedaw wa 'azzabnaahaa 'azaaban noekraa
65:8 Zie hoeveel steden er in opstand kwamen tegen de zaak van hun Heer en Zijn boodschappers. Wij rekenenden met ze af met een strenge afrekening, Wij straften hen op een verschrikkelijke wijze.

فَذَاقَتۡ وَبَالَ اَمۡرِہَا وَ کَانَ عَاقِبَۃُ اَمۡرِہَا خُسۡرًا ﴿۹﴾
Fazaaqat wabbala amriehaa wa kaana 'aaqiebatoe amriehaa ghoesraa
65:9 Dus proefden ze (de steden) de gevolgen van hun toestand (van verderf) en het einde van hun toestand was verlies.

اَعَدَّ اللّٰہُ لَہُمۡ عَذَابًا شَدِیۡدًا ۙ فَاتَّقُوا اللّٰہَ یٰۤاُولِی الۡاَلۡبَابِ ۬ۚۖۛ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ؕ۟ۛ قَدۡ اَنۡزَلَ اللّٰہُ اِلَیۡکُمۡ ذِکۡرًا ﴿۰۱﴾
A'addal laahoe lahoem 'azaaban shadieedan fattaqoel laaha yaaa oeliel albaab, allazieena aammanoe; qad anzalal laahoe ielaikoem ziekraa
65:10 Allah heeft voor hen een zeer pijnlijke straf voorbereid. O mensen met verstand heb "Taqwa" (godsvreesheid)! (Dat zijn) degenen die geloven. Allah heeft voor jullie een herrinnering van de boodschap (de Koran) neergezonden.

رَّسُوۡلًا یَّتۡلُوۡا عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتِ اللّٰہِ مُبَیِّنٰتٍ لِّیُخۡرِجَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ مِنَ الظُّلُمٰتِ اِلَی النُّوۡرِ ؕ وَ مَنۡ یُّؤۡمِنۡۢ بِاللّٰہِ وَ یَعۡمَلۡ صَالِحًا یُّدۡخِلۡہُ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ قَدۡ اَحۡسَنَ اللّٰہُ لَہٗ رِزۡقًا ﴿۱۱﴾
Rasoelay yatloe 'alaikoem aayaatiel laahie moebaiyienaatiel lieyoeghriedjal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie mienaz zoeloemaatie ielan noer; wa may yoe'mien biellaahie wa ya'mal saaliehay yoedghielhoe djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe ghaaliedieena fieehaa abadaa qad ahsanal laahoe lahoe riezqaa
65:11 (Mohammed v.z.m.h is) Een boodschapper die de duidelijke "Ayahs" (tekenen) van Allah opleest aan jullie, zodat Hij (Allah) degenen die geloven en goede daden verrichten, vanuit de duisternis naar het licht brengt. En wie in Allah gelooft en goede daden verricht, Hij zal hem toelaten tot de tuinen, waaronder rivieren stromen, voor altijd erin blijvend. Waarlijk, Allah heeft voor hem (Mohammed v.z.m.h.) een zeer goede voorziening toegekend.

اَللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَ سَبۡعَ سَمٰوٰتٍ وَّ مِنَ الۡاَرۡضِ مِثۡلَہُنَّ ؕ یَتَنَزَّلُ الۡاَمۡرُ بَیۡنَہُنَّ لِتَعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ۬ۙ وَّ اَنَّ اللّٰہَ قَدۡ اَحَاطَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عِلۡمًا ﴿۲۱﴾
Allaahoel laziee ghalaqa Sab'a Samaawaatiew wa mienal ardie mieslahoenna yatanazzaloel amroe bainahoenna lieta'lamoeo annal laaha 'alaa koellie shai'ien Qadieeroew wa annal laaha qad ahaata biekoellie shai'ien 'ielmaa
65:12 Allah, Hij is Degenene Die de zeven hemelen en de aarde zoals hen (zwevend\bewegend), schiep. De zaak/kwestie/opdracht (van Allah) daalt ertussen neer, zodat jullie kunnen weten dat Allah over alles Al-Qadier (Degene Die in staat is om alles te doen wat Hij wil) is en dat Allah alles met kennis omvat. (Notitie: zie ook 41:12)

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ لِمَ تُحَرِّمُ مَاۤ اَحَلَّ اللّٰہُ لَکَ ۚ تَبۡتَغِیۡ مَرۡضَاتَ اَزۡوَاجِکَ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۱﴾
Yaaa ayyoehan nabieyyoe liema toeharriemoe maaa ahallal laahoe laka tabtaghiee mardaata azwaadjiek; wallaahoe ghafoeroer rahieem
66:1 O profeet, waarom verbiedt je (voor jezelf) wat Allah wettig heeft verklaart, dit alleen om jouw vrouwen tevreden te stellen? (Weet dat) Allah Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (Degene Die altijd Barmhartig voor de gelovigen) is.

قَدۡ فَرَضَ اللّٰہُ لَکُمۡ تَحِلَّۃَ اَیۡمَانِکُمۡ ۚ وَ اللّٰہُ مَوۡلٰىکُمۡ ۚ وَ ہُوَ الۡعَلِیۡمُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۲﴾
Qad faradal laahoe lakoem tahiellata aymaaniekoem; wallaahoe mawlaakoem wa hoewal 'alieemoel hakieem
66:2 Waarlijk, Allah heeft voor jullie de voorwaarde voor het ontbinden van jullie plechtige beloftes bepaald (zie 5:89). Allah is jullie Mawla (beschermer), Hij is Al-Aliem (de Alwetende), Al-Hakiem (de Alwijze).

وَ اِذۡ اَسَرَّ النَّبِیُّ اِلٰی بَعۡضِ اَزۡوَاجِہٖ حَدِیۡثًا ۚ فَلَمَّا نَبَّاَتۡ بِہٖ وَ اَظۡہَرَہُ اللّٰہُ عَلَیۡہِ عَرَّفَ بَعۡضَہٗ وَ اَعۡرَضَ عَنۡۢ بَعۡضٍ ۚ فَلَمَّا نَبَّاَہَا بِہٖ قَالَتۡ مَنۡ اَنۡۢبَاَکَ ہٰذَا ؕ قَالَ نَبَّاَنِیَ الۡعَلِیۡمُ الۡخَبِیۡرُ ﴿۳﴾
Wa iez asarran nabieyyoe ielaa ba'die azwaadjiehiee hadieesan falammaa nabba at biehiee wa azharahoel laahoe 'alaihie 'arrafa ba'dahoe wa a'rada 'am ba'dien falammaa nabba ahaa biehiee qaalat man amba aka haaza qaala nabba anieyal 'alieemoel ghabieer
66:3 En (gedenk) toen de profeet (v.z.m.h.) aan één van zijn echtgenotes (Hafsah) een mededeling toevertrouwde. Toen ze het door vertelde (aan Aisha), maakte Allah het aan hem (de profeet v.z.m.h.) bekend. Hij (de profeet) informeerde (haar) een gedeelte ervan en een andere deel zag hij door de vingers. (Dus) Toen hij haar (Hafsah) hierover berichte, zei ze: "Wie heeft je dit verteld?" Hij zei: "Al-Aliem (de Alwetende), Al-Gabier (Degene die op de hoogte is van alles) heeft het mij verteld". (Notitie: er wordt niet direct berouw getoond, maar de confrontatie wordt gezocht.)

اِنۡ تَتُوۡبَاۤ اِلَی اللّٰہِ فَقَدۡ صَغَتۡ قُلُوۡبُکُمَا ۚ وَ اِنۡ تَظٰہَرَا عَلَیۡہِ فَاِنَّ اللّٰہَ ہُوَ مَوۡلٰىہُ وَ جِبۡرِیۡلُ وَ صَالِحُ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ۚ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ بَعۡدَ ذٰلِکَ ظَہِیۡرٌ ﴿۴﴾
In tatoebaaa ielal laahie faqad saghat qoeloeboekoemaa wa ien tazaaharaa 'alaihie fa iennal laaha hoewa mawlaahoe wa djiebrieeloe wa saaliehoel moe'mienieen; wal malaaa'iekatoe ba'da zaalieka zahieer
66:4 Als jullie beide terug keren naar Allah (is dat beter voor jullie), zonder twijfel jullie harten zijn geneigd (naar het goede). Echter, indien jullie elkaar steunen (in het moeilijk maken en in leugens) tegen hem, dan waarlijk Allah, Hij is zijn Beschermer en Jibriel (Gabriël), de rechtvaardige gelovigen, en de engelen zullen hem helpen.

عَسٰی رَبُّہٗۤ اِنۡ طَلَّقَکُنَّ اَنۡ یُّبۡدِلَہٗۤ اَزۡوَاجًا خَیۡرًا مِّنۡکُنَّ مُسۡلِمٰتٍ مُّؤۡمِنٰتٍ قٰنِتٰتٍ تٰٓئِبٰتٍ عٰبِدٰتٍ سٰٓئِحٰتٍ ثَیِّبٰتٍ وَّ اَبۡکَارًا ﴿۵﴾
'Asaa rabboehoeo ien tallaqakoenna anyyoebdielahoeo azwaadjan ghairam mien-koenna moesliemaatiem moe'mienaatien qaanietaatien taaa'iebaatien 'aabiedaatien saaa'iehaatien saiyiebaatiew wa abkaaraa
66:5 Indien hij van jullie scheidt, misschien zal zijn Heer betere vrouwen dan jullie erna geven. (Meer) Onderworpen (aan Allah), vromer, gehoorzamer, berouwvoller, (meer) aanbiddend en vastend, die eerder getrouwd waren of die niet getrouwd waren.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا قُوۡۤا اَنۡفُسَکُمۡ وَ اَہۡلِیۡکُمۡ نَارًا وَّ قُوۡدُہَا النَّاسُ وَ الۡحِجَارَۃُ عَلَیۡہَا مَلٰٓئِکَۃٌ غِلَاظٌ شِدَادٌ لَّا یَعۡصُوۡنَ اللّٰہَ مَاۤ اَمَرَہُمۡ وَ یَفۡعَلُوۡنَ مَا یُؤۡمَرُوۡنَ ﴿۶﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe qoeo anfoesakoem wa ahlieekoem naaraw waqoedoe han naasoe wal hiedjaaratoe 'alaihaa malaaa'iekatoen ghielaazoen shiedaadoel laa ya'soenal laaha maa amarahoem wa yaf'aloena maa yoe'maroen
66:6 O gelovigen, bescherm jezelf en jullie familie van een vuur waarvan de brandstof mensen en stenen zijn. Er waken daar engelen, die streng zijn en hard optreden. Ze zijn niet ongehoorzaam aan Allah, ze doen (alleen) wat hen bevolen is te doen.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَا تَعۡتَذِرُوا الۡیَوۡمَ ؕ اِنَّمَا تُجۡزَوۡنَ مَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ٪﴿۷﴾
Yaaa ayyoehal lazieena kafaroe la ta'tazieroel yawma iennamaa toedjzawna maa koentoem ta'maloen
66:7 (De bewakers van de hel zullen zeggen:) "O ongelovigen, veronderschuldig julliezelf niet op deze dag. Jullie worden alleen vergolden voor datgeen wat jullie deden."

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا تُوۡبُوۡۤا اِلَی اللّٰہِ تَوۡبَۃً نَّصُوۡحًا ؕ عَسٰی رَبُّکُمۡ اَنۡ یُّکَفِّرَ عَنۡکُمۡ سَیِّاٰتِکُمۡ وَ یُدۡخِلَکُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۙ یَوۡمَ لَا یُخۡزِی اللّٰہُ النَّبِیَّ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مَعَہٗ ۚ نُوۡرُہُمۡ یَسۡعٰی بَیۡنَ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ بِاَیۡمَانِہِمۡ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اَتۡمِمۡ لَنَا نُوۡرَنَا وَ اغۡفِرۡ لَنَا ۚ اِنَّکَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۸﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe toeboeo ielal laahie tawbatan nasoehan 'asaa rabboekoem any-yoekaffiera 'an-koem sayyie aatiekoem wa yoedghielakoem djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe yawma laa yoeghziel laahoen nabieyya wallazieena aamanoe ma'ahoe noeroehoem yas'aa baina aydieehiem wa bie aymaaniehiem yaqoeloena rabbanaaa atmiem lanaa noeranaa waghfier lana iennaka 'alaa koellie shai'ien qadieer
66:8 O gelovigen, wendt jezelf in oprechte berouw tot Allah. Misschien zal jullie Heer jullie slechte daden doen verwijderen en jullie toelaten tot tuinen (het paradijs), waar rivieren onder stromen. Dat is de dag waarop Allah, de profeet (v.z.m.h.) en degenen die met hem waren in het geloof (het monotheïsme), niet zal vernederen. Hun licht zal aan de voorkant van hun handen en aan hun rechterkant schijnen. Ze zullen zeggen: "Heer, maak onze licht perfect en vergeef ons. Zonder twijfel, U bent in staat om alles te doen wat U wilt (Al-Qadier)."

یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ جَاہِدِ الۡکُفَّارَ وَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ وَ اغۡلُظۡ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۹﴾
Yaaa ayyoehan nabieyyoe djaahiediel koeffaara walmoenaa-fieqieena waghloez 'alaihiem; wa ma'waahoem djahannamoe wa bie'sal masieer
66:9 O profeet, strijd tegen de ongelovigen en de hypocrieten, en wees streng tegen hen. Hun verblijfplaats is de hel, zeer ellendig is de eindbestemming.

ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوا امۡرَاَتَ نُوۡحٍ وَّ امۡرَاَتَ لُوۡطٍ ؕ کَانَتَا تَحۡتَ عَبۡدَیۡنِ مِنۡ عِبَادِنَا صَالِحَیۡنِ فَخَانَتٰہُمَا فَلَمۡ یُغۡنِیَا عَنۡہُمَا مِنَ اللّٰہِ شَیۡئًا وَّ قِیۡلَ ادۡخُلَا النَّارَ مَعَ الدّٰخِلِیۡنَ ﴿۰۱﴾
Darabal laahoe masalal liellazieena kafaroem ra ata Noehiew wamra ata Loet, kaanataa tahta 'abdainie mien 'iebaadienaa saaliehainie faghaanataahoemaa falam yoeghnieyaa 'anhoemaa mienal laahie shai anw-wa qieelad ghoelan naara ma'ad Daaghielieen
66:10 Allah geeft een voorbeeld van degenen (van de vrouwen) die niet geloofden, namelijk de vrouw van Noeh (Noach) en de vrouw van Loeth (Lot). Ze waren onder het gezag van twee van Onze rechtvaardige dienaren, maar beide van hen (de vrouwen) benadeelden\bedrogen hen (de profeten). Dus beide van hen (de vrouwen) hebben in geen enkele opzichte geprofiteerd (van de positie die ze hadden gekregen) van Allah. Er werd gezegd (op de dag des oordeels): "Betreed het vuur samen met degenen die het betreden." (Notitie: zie ook 15:60-67)

وَ ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا لِّلَّذِیۡنَ اٰمَنُوا امۡرَاَتَ فِرۡعَوۡنَ ۘ اِذۡ قَالَتۡ رَبِّ ابۡنِ لِیۡ عِنۡدَکَ بَیۡتًا فِی الۡجَنَّۃِ وَ نَجِّنِیۡ مِنۡ فِرۡعَوۡنَ وَ عَمَلِہٖ وَ نَجِّنِیۡ مِنَ الۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa darabal laahoe masalal liel lezieena aamanoemra ata Fier'awn; iez qaalat rab biebnie liee 'iendaka baitan fiel djannatie wa nadjdjieniee mien Fier'awna wa 'amaliehiee wa nadjdjieniee mienal qawmiez zaaliemieen
66:11 En Allah geeft een voorbeeld van degenen (van de vrouwen) die geloofden, namelijk de vrouw van Farao. Ze zei: "Mijn Heer, bouw voor mij dichtbij U een huis in het paradijs. Redt mij van Farao en zijn daden en van het misdadige volk."

وَ مَرۡیَمَ ابۡنَتَ عِمۡرٰنَ الَّتِیۡۤ اَحۡصَنَتۡ فَرۡجَہَا فَنَفَخۡنَا فِیۡہِ مِنۡ رُّوۡحِنَا وَ صَدَّقَتۡ بِکَلِمٰتِ رَبِّہَا وَ کُتُبِہٖ وَ کَانَتۡ مِنَ الۡقٰنِتِیۡنَ ﴿۲۱﴾
Wa Maryamab nata 'Imraanal latieee ahsanat fardjahaa fanafaghnaa fieehiee mier roehienaa wa saddaqat bie kaliemaatie Rabbiehaa wa Koetoebiehiee wakaanat mienal qaanietieen
66:12 En (ook) Maryam (Maria), de dochter van Imraan, ze waakte over haar geslachtsorgaan. Dus Wij bliezen daarin van onze "Roeh" (ziel). Ze geloofde in de woorden van haar Heer en in Zijn boeken. Ze was toegewijd gehoorzaam (aan Allah). (Notitie: In deze vers wordt de mannelijke vorm van "vihi" gebruikt

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)


www.heiligekoran.nl