اِلَیۡہِ یُرَدُّ عِلۡمُ السَّاعَۃِ ؕ وَ مَا تَخۡرُجُ مِنۡ ثَمَرٰتٍ مِّنۡ اَکۡمَامِہَا وَ مَا تَحۡمِلُ مِنۡ اُنۡثٰی وَ لَا تَضَعُ اِلَّا بِعِلۡمِہٖ ؕ وَ یَوۡمَ یُنَادِیۡہِمۡ اَیۡنَ شُرَکَآءِیۡ ۙ قَالُوۡۤا اٰذَنّٰکَ ۙ مَا مِنَّا مِنۡ شَہِیۡدٍ ﴿۷۴﴾
Ilaihie yoeraddoe 'ielmoes Saaa'ah; wa maa taghroedjoe mien samaraatiem mien akmaamiehaa wa maa tahmieloe mien oensaa wa laa tada'oe iellaa bie'ielmieh; wa Yawma yoenaadieehiem aina shoerakaaa'iee qaaloeo aazannaaka maa miennaa mien shahieed
41:47 Wat betreft de kennis van het uur daarover wordt (alleen) naar Hem verwezen. Elke vrucht dat voortkomt uit zijn bedekking, ook het zwanger worden van een vrouw en het baren (van een kind) (bevallen), gebeurt alleen op basis van Zijn Kennis. En op de dag (des oordeels) zal Hij hen roepen: "Waar zijn Mijn deelgenoten (die jullie toekenden)?" Ze zullen zeggen: "Wij verklaren aan U dat niemand van ons daarvoor getuigt."

وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَدۡعُوۡنَ مِنۡ قَبۡلُ وَ ظَنُّوۡا مَا لَہُمۡ مِّنۡ مَّحِیۡصٍ ﴿۸۴﴾
Wa dalla 'anhoem maa kaanoe yad'oena mien qabloe wa zannoe maa lahoem miem mahiees
41:48 Datgeen wat ze dus eerder aanriepen is voor hen verloren gegaan. Ze zullen bewust zijn dat er geen enkel toevluchtsoord (veilige plek) is voor hen.

لَا یَسۡـَٔمُ الۡاِنۡسَانُ مِنۡ دُعَآءِ الۡخَیۡرِ ۫ وَ اِنۡ مَّسَّہُ الشَّرُّ فَیَـُٔوۡسٌ قَنُوۡطٌ ﴿۹۴﴾
Laa yas'amoel iensaanoe mien doe'aaa'iel ghairie wa iem massa hoesh sharroe fa ya'oesoen qanoet
41:49 De mens wordt niet moe om te bidden voor het goede. Echter, als het kwade hem treft dan verliest hij zijn hoop en wordt wanhopig.

وَ لَئِنۡ اَذَقۡنٰہُ رَحۡمَۃً مِّنَّا مِنۡۢ بَعۡدِ ضَرَّآءَ مَسَّتۡہُ لَیَقُوۡلَنَّ ہٰذَا لِیۡ ۙ وَ مَاۤ اَظُنُّ السَّاعَۃَ قَآئِمَۃً ۙ وَّ لَئِنۡ رُّجِعۡتُ اِلٰی رَبِّیۡۤ اِنَّ لِیۡ عِنۡدَہٗ لَلۡحُسۡنٰی ۚ فَلَنُنَبِّئَنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِمَا عَمِلُوۡا ۫ وَ لَنُذِیۡقَنَّہُمۡ مِّنۡ عَذَابٍ غَلِیۡظٍ ﴿۰۵﴾
Wa la ien azaqnaahoe rahmatam miennaa miem ba'die dar raaa'a massat hoe la yaqoelanna haazaa liee wa maaa azoennoes Saa'ata qaaa'iemataw wa la'ien roedjie'toe ielaa Rabbieee ienna liee 'iendahoe lalhoesnaa; falanoe nabbie'annal lazieena kafaroe biemaa 'amieloe wa lanoezieeqan nahoem mien 'azaabien ghalieez
41:50 Zonder twijfel, als Wij hem barmhartigheid van Onze kant doen proeven na een moeilijke tijd, dan zal hij zeggen: "Dit komt door mijzelf en ik denk dat het uur zich niet zal vestigen. En als ik terugkeer naar mijn Heer, dan zal er voor mij bij Hem het beste zijn." Echter, Wij zullen de ongelovigen informeren over datgeen wat ze deden en zullen hen zeker een zware straf doen proeven.

وَ اِذَاۤ اَنۡعَمۡنَا عَلَی الۡاِنۡسَانِ اَعۡرَضَ وَ نَاٰ بِجَانِبِہٖ ۚ وَ اِذَا مَسَّہُ الشَّرُّ فَذُوۡ دُعَآءٍ عَرِیۡضٍ ﴿۱۵﴾
Wa iezaaa an'amnaa 'alal iensaanie a'rada wa na-aa biedjaanie biehiee wa iezaa massahoesh sharroe fazoe doe'aaa'ien 'arieed
41:51 Wanneer Wij de mens begunstigen, dan keert hij zich (van het gedenken van Ons) af. Echter, wanneer kwaad/moeilijkheid hem treft, dan neemt hij zijn toevlucht tot lange smeekgebeden.

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ اِنۡ کَانَ مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ثُمَّ کَفَرۡتُمۡ بِہٖ مَنۡ اَضَلُّ مِمَّنۡ ہُوَ فِیۡ شِقَاقٍۭ بَعِیۡدٍ ﴿۲۵﴾
Qoel araaitoem ien kaana mien 'iendiel laahie soemma kafar toem biehiee man adalloe miemman hoewa fiee shieqaqiem ba'ieed
41:52 Zeg: "Zien jullie dan niet, als het (de Koran) van Allah komt en jullie geloven er niet in, wie is er dan meer afgedwaald dan degene die zich er tegen hevig vecht?"

سَنُرِیۡہِمۡ اٰیٰتِنَا فِی الۡاٰفَاقِ وَ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ حَتّٰی یَتَبَیَّنَ لَہُمۡ اَنَّہُ الۡحَقُّ ؕ اَوَ لَمۡ یَکۡفِ بِرَبِّکَ اَنَّہٗ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ﴿۳۵﴾
Sanoerieehiem Aayaatienaa fiel aafaaqie wa fieee anfoesiehiem hattaa yatabaiyana lahoem annahoel haqq; awa lam yakfie bie Rabbieka annahoe 'alaa koellie shai-ien Shahieed
41:53 Spoedig zullen Wij aan hen Onze tekenen vanuit de ruimte\heelal en in hunzelf laten zien totdat het voor hen duidelijk wordt dat het de waarheid is. Is het niet genoeg dat jouw Heer over alles een getuige is? (Notitie: zie 15:14-15)

اَلَاۤ اِنَّہُمۡ فِیۡ مِرۡیَۃٍ مِّنۡ لِّقَآءِ رَبِّہِمۡ ؕ اَلَاۤ اِنَّہٗ بِکُلِّ شَیۡءٍ مُّحِیۡطٌ ﴿۴۵﴾
Alaaa iennahoem fiee mieryatiem miel lieqaaa'ie Rabbiehiem; alaaa iennahoe biekoellie shai'iem moehieet
41:54 (Hun ongeloof,) Het is niets anders dan dat ze in twijfel verkeren over de ontmoeting met hun Heer. Zonder twijfel Hij omvat alles.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
حٰمٓ ۚ﴿۱﴾
Haa Mieeem
42:1 Haa Mieeem

عٓسٓقٓ ﴿۲﴾
'Ayyyn Sieeen Qaaaf
42:2 Aayn Sieeen Qaaaf

کَذٰلِکَ یُوۡحِیۡۤ اِلَیۡکَ وَ اِلَی الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِکَ ۙ اللّٰہُ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۳﴾
Kazaalieka yoehieee ielaika wa ielal lazieena mien qabliekal laahoel 'Azieezoel Hakieem
42:3 Op deze manier is hoe Allah, Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze) aan jou (Mohammed v.z.m.h.) openbaart, zoals (dat ook gedaan was aan de boodschappers) voor jou.

لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ ہُوَ الۡعَلِیُّ الۡعَظِیۡمُ ﴿۴﴾
Lahoe maa fies samaa waatie wa maa fiel ardie wa Hoewal 'Alieyoel 'Azieem
42:4 Aan Hem behoort alles wat er in de hemelen of op de aarde bevindt. Hij is Al-'Alie (de meest Verhevene), Al-Aziem (de Magnifieke / de Prachtige).

تَکَادُ السَّمٰوٰتُ یَتَفَطَّرۡنَ مِنۡ فَوۡقِہِنَّ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یُسَبِّحُوۡنَ بِحَمۡدِ رَبِّہِمۡ وَ یَسۡتَغۡفِرُوۡنَ لِمَنۡ فِی الۡاَرۡضِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡغَفُوۡرُ الرَّحِیۡمُ ﴿۵﴾
Takaadoes samaawaatoe yatafattarna mien fawqiehienn; walmalaaa'iekatoe yoesabbiehoena biehamdie Rabbiehiem wa yastaghfieroena lieman fiel ard; alaaa iennal laaha hoewal Ghafoeroer Rahieem
42:5 Bijna barst de hemelen open (door de aanbidding en de vrees van elk creatie voor Allah). De engelen kennen hun Heer de ultieme perfectie toe, zonder enige tekortkoming (SubhaanAllah) en vragen om vergiffenis voor degenen op de aarde. Zonder enige twijfel, Allah, Hij is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen).

وَ الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اَوۡلِیَآءَ اللّٰہُ حَفِیۡظٌ عَلَیۡہِمۡ ۫ۖ وَ مَاۤ اَنۡتَ عَلَیۡہِمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۶﴾
Wallazieenat taghazoe mien doeniehieee awlieyaaa'al laahoe hafieezoen 'alaihiem wa maaa anta 'alaihiem biewakieel
42:6 Degenen die naast Allah 'Awliyas' (beschermers, helpers, leiders) nemen, (weet dat) Allah (ook) over hen waakt. En jij (Mohammed v.z.m.h.) bent niet een 'Wakeel' (degene aan wie alle zaken toevertrouwd kan worden) voor hen.

وَ کَذٰلِکَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ قُرۡاٰنًا عَرَبِیًّا لِّتُنۡذِرَ اُمَّ الۡقُرٰی وَ مَنۡ حَوۡلَہَا وَ تُنۡذِرَ یَوۡمَ الۡجَمۡعِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ فَرِیۡقٌ فِی الۡجَنَّۃِ وَ فَرِیۡقٌ فِی السَّعِیۡرِ ﴿۷﴾
Wa kazaalieka awhainaaa llaika Qoer-aanan 'Arabieyyal lietoenziera Oemmal Qoeraa wa man hawlahaa wa toenziera Yawmal djam'ie laa raiba fieeh; farieeqoen fiel djannatie wa farieeqoen fiessa'ieer
42:7 Op deze manier hebben Wij aan jou een oplezing (Koran) in het Arabisch geopenbaard, zodat jij (de mensen van) de moeder van de steden (Mekka) en (de mensen) eromheen kan waarschuwen. Waarschuw voor de dag van verzameling, daar is geen enkel twijfel erin. Een partij zal zich in het paradijs bevinden en een (andere) partij zal in het vuur, dat woest is, zijn.

وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَجَعَلَہُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ لٰکِنۡ یُّدۡخِلُ مَنۡ یَّشَآءُ فِیۡ رَحۡمَتِہٖ ؕ وَ الظّٰلِمُوۡنَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ وَّلِیٍّ وَّ لَا نَصِیۡرٍ ﴿۸﴾
Wa law shaaa'al laahoe ladja'alahoem oemmataw waahie dataw walaakiey yoedghieloemay yashaaa'oe fiee rahmatieh; waz zaaliemoena maa lahoem miew walieyyiew wa laa nasieer
42:8 Indien Allah het wilde kon Hij hen tot één gemeenschap maken. Maar Hij laat (alleen) tot Zijn barmhartigheid toe voor wie Hij het wil. (Weet dat) voor de misdadigers (polytheïsten) er geen enkel beschermer, noch een helper is. (Notitie: zie ook 31:13.)

اَمِ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اَوۡلِیَآءَ ۚ فَاللّٰہُ ہُوَ الۡوَلِیُّ وَ ہُوَ یُحۡیِ الۡمَوۡتٰی ۫ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ٪﴿۹﴾
Amiet taghazoe mien doeniehieee awlieyaaa'a fallaahoe Hoewal Walieyyoe wa Hoewa yoehyiel mawtaa wa Hoewa 'alaa koellie shai'ien Qadieer
42:9 Of hebben ze naast Allah 'Awliyas' (beschermers, helpers, leiders) toegewezen? Terwijl, Allah, Hij is de Awliya en Hij geeft leven aan de dode. Hij is over alles Almachtig.

وَ مَا اخۡتَلَفۡتُمۡ فِیۡہِ مِنۡ شَیۡءٍ فَحُکۡمُہٗۤ اِلَی اللّٰہِ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبِّیۡ عَلَیۡہِ تَوَکَّلۡتُ ٭ۖ وَ اِلَیۡہِ اُنِیۡبُ ﴿۰۱﴾
Wa magh-talaftoem fieehie mien shai'ien fahoekmoehoeo ielallaah; zaaliekoemoel laahoe Rabbiee 'alaihie tawakkaltoe wa ielaihie oenieeb
42:10 En waarover jullie ook in verschillen, het (laatste) oordeel behoort aan Allah toe. Dat is Allah, mijn Heer. Op Hem stel ik mijn vertrouwen en tot Hem wend ik mijzelf.

فَاطِرُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنۡ اَنۡفُسِکُمۡ اَزۡوَاجًا وَّ مِنَ الۡاَنۡعَامِ اَزۡوَاجًا ۚ یَذۡرَؤُکُمۡ فِیۡہِ ؕ لَیۡسَ کَمِثۡلِہٖ شَیۡءٌ ۚ وَ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡبَصِیۡرُ ﴿۱۱﴾
Faatieroes samaawaatie wal ard; dja'ala lakoem mien anfoesiekoem azwaadjaw wa mienal an'aamie azwaadjay yazra'oekoem fieeh; laisa kamiesliehiee shai'oew wa Hoewas Samiee'oel Basieer
42:11 (Hij is) De Schepper van de hemelen en de aarde. Hij maakte voor jullie echtgenotes vanuit julliezelf. En (ook) onder het vee maakte Hij metgezellen. Hij vermenigvuldigt jullie daarmee. Er is niets zoals Hij. Hij is As-Samie'oe (de Al-Horende), Al-Basier (de Al-ziende).

لَہٗ مَقَالِیۡدُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ۚ یَبۡسُطُ الرِّزۡقَ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یَقۡدِرُ ؕ اِنَّہٗ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۲۱﴾
Lahoe maqaalieedoes samaawaatie wal ardie yabsoetoer riezqa liemay yashaaa'oe wa yaqdier; iennahoe biekoellie shai'ien 'Alieem
42:12 Aan Hem behoort de sleutels van de hemelen en de aarde. Hij vergroot en beperkt de voorzieningen voor wie Hij wil. Zonder enige twijfel, Hij is over alles Al-wetend.

شَرَعَ لَکُمۡ مِّنَ الدِّیۡنِ مَا وَصّٰی بِہٖ نُوۡحًا وَّ الَّذِیۡۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ وَ مَا وَصَّیۡنَا بِہٖۤ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ مُوۡسٰی وَ عِیۡسٰۤی اَنۡ اَقِیۡمُوا الدِّیۡنَ وَ لَا تَتَفَرَّقُوۡا فِیۡہِ ؕ کَبُرَ عَلَی الۡمُشۡرِکِیۡنَ مَا تَدۡعُوۡہُمۡ اِلَیۡہِ ؕ اَللّٰہُ یَجۡتَبِیۡۤ اِلَیۡہِ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَہۡدِیۡۤ اِلَیۡہِ مَنۡ یُّنِیۡبُ ﴿۳۱﴾
Shara'a lakoem mienad dieenie maa wassaa biehiee Noehaw wallazieee awhainaaa ielaika wa maa wassainaa biehieee Ibraahieema wa Moesa wa 'Eesaaa an aqieemoed dieena wa laa tatafarraqoe fieeh; kaboera 'alal moeshriekieena maa tad'oehoem ielaih; Allaahoe yadjtabiee ielaihie may yashaaa'oe wa yahdieee ielaihie may yoenieeb
42:13 Hij heeft voor jullie (de mensheid) dezelfde 'Dien' (levenswijze, religie, Islam) opgelegd, welke aan Noeh (Noach) was bevolen (om het te verkondigen) en die Wij aan jou (Mohammed v.z.m.h.) openbaren en welke Wij aan Ibrahiem, Moesa en Isa (Jezus) hebben bevolen (om het te verkondigen), dit om de 'Dien' (islam) te vestigen en niet om erin te verschillen. Het is zeer moeilijk voor de godenaanbidders/polytheïsten waar jij hen naar toe roept (monotheïsme). Allah kiest voor Hemzelf wie Hij wil en leidt degene die zich tot Hem keert (zie 30:31).

وَ مَا تَفَرَّقُوۡۤا اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ بَغۡیًۢا بَیۡنَہُمۡ ؕ وَ لَوۡ لَا کَلِمَۃٌ سَبَقَتۡ مِنۡ رَّبِّکَ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی لَّقُضِیَ بَیۡنَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ الَّذِیۡنَ اُوۡرِثُوا الۡکِتٰبَ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ لَفِیۡ شَکٍّ مِّنۡہُ مُرِیۡبٍ ﴿۴۱﴾
Wa maa tafarraqoeo iellaa miem ba'die maa djaaa'ahoemoel 'ielmoe baghyam bainahoem; wa law laa Kaliematoen sabaqat mier Rabbieka ielaaa adjaliem moesammal laqoedieya bainahoem; wa iennal lazieena oeriesoel Kietaaba miem ba'diehiem lafiee shakkiem mienhoe moerieeb
42:14 Nadat de kennis (van de 'Dien') tot hen (de volkeren van de eerdere boodschappers) was gekomen, raakten ze in verdeeldheid door de hoogmoedigheid tussen hen. En als een woord (de vaststelling van het laatste oordeel op de dag des oordeels) van jou Heer niet was voorafgegaan, dan was het oordeel tussen hen al voltrokken. En voorzeker, degenen die het boek (Thora, Indjiel, etc) na hen (latere generaties) erfden verkeren in wantrouwige twijfel erover.

فَلِذٰلِکَ فَادۡعُ ۚ وَ اسۡتَقِمۡ کَمَاۤ اُمِرۡتَ ۚ وَ لَا تَتَّبِعۡ اَہۡوَآءَہُمۡ ۚ وَ قُلۡ اٰمَنۡتُ بِمَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ مِنۡ کِتٰبٍ ۚ وَ اُمِرۡتُ لِاَعۡدِلَ بَیۡنَکُمۡ ؕ اَللّٰہُ رَبُّنَا وَ رَبُّکُمۡ ؕ لَنَاۤ اَعۡمَالُنَا وَ لَکُمۡ اَعۡمَالُکُمۡ ؕ لَا حُجَّۃَ بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمۡ ؕ اَللّٰہُ یَجۡمَعُ بَیۡنَنَا ۚ وَ اِلَیۡہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۵۱﴾
Faliezaalieka fad'oe wastaqiem kamaaa oemierta wa laa tattabie' ahwaaa'ahoem wa qoel aamantoe biemaaa anzalal laahoe mien Kietaab, wa oemiertoe lie a'diela bainakoem Allaahoe Rabboenaa wa Rabboekoem lanaaa a'maa loenaa wa lakoem a'maaloekoem laa hoedjdjata bainanaa wa baina koemoel laahoe yadjma'oe bainanaa wa ielaihiel masieer
42:15 Dus roep daarom op (naar de waarheid/Islam/monotheïsme) en wees standvastig zoals aan jou is opgedragen. Volg hun verlangens niet, maar zeg: "Ik geloof in alle boeken die Allah heeft neergezonden. Het is mij opgedragen om rechtvaardig met jullie om te gaan. Allah is onze Heer en jullie Heer. Wij zijn verantwoordelijk voor onze daden, en jullie zijn verantwoordelijk voor jullie daden. Er is geen ruzie tussen ons. Allah zal ons verzamelen en tot Hem is de uiteindelijke terugkeer." (Notitie: Allah beveelt om rechtvaardig te zijn ondanks de verschillen in geloven. Er is geen dwang in het geloof, zie 2:256. Allah geeft leiding aan wie Hij wil.)

وَ الَّذِیۡنَ یُحَآجُّوۡنَ فِی اللّٰہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا اسۡتُجِیۡبَ لَہٗ حُجَّتُہُمۡ دَاحِضَۃٌ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ وَ عَلَیۡہِمۡ غَضَبٌ وَّ لَہُمۡ عَذَابٌ شَدِیۡدٌ ﴿۶۱﴾
Wallazieena yoehaaadjdjoena fiel laahie miem ba'die mastoedjieeba lahoe hoedjdjatoehoem daahiedatoen 'ienda Rabbiehiem wa 'alaihiem ghadaboew wa lahoem 'azaaboen shadieed
42:16 En degenen die ruzie maken met betrekking tot (de Dien van) Allah, nadat het (de aankondiging van een laatste profeet, zie 61:6-7) door hen beantwoord is (d.m.v. acceptatie) aan Hem (Allah), hun argumentatie/beredenering (op de dag des oordeels) is niet geldig bij hun Heer. Op hun rust de woede en voor hen is er een zeer grote straf. (Notitie: zie ook 3:19, 3:81, 3:85)

اَللّٰہُ الَّذِیۡۤ اَنۡزَلَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ وَ الۡمِیۡزَانَ ؕ وَ مَا یُدۡرِیۡکَ لَعَلَّ السَّاعَۃَ قَرِیۡبٌ ﴿۷۱﴾
Allahoel lazieee anzalal Kietaaba bielhaqqie wal Mieezaan; wa ma yoedrieeka la'allas Saa'ata qarieeb
42:17 Allah is Degene Die het boek in waarheid, met de weegschaal erin (de weegfactoren voor goed en kwaad) heeft neergezonden. Wat geeft jou (Mohammed v.z.m.h.) een aanwijzing, misschien is het uur (de dag des oordeels) nabij.

یَسۡتَعۡجِلُ بِہَا الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِہَا ۚ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مُشۡفِقُوۡنَ مِنۡہَا ۙ وَ یَعۡلَمُوۡنَ اَنَّہَا الۡحَقُّ ؕ اَلَاۤ اِنَّ الَّذِیۡنَ یُمَارُوۡنَ فِی السَّاعَۃِ لَفِیۡ ضَلٰلٍۭ بَعِیۡدٍ ﴿۸۱﴾
Yasta'djieloe biehal lazieena laa yoe'mienoena biehaa wallazieena aamanoe moeshfieqoena mienhaa wa ya'lamoena annahal haqq; alaaa iennal lazieena yoemaaroena fies Saa'atie lafiee dalaalien ba'ieed
42:18 Degenen die niet geloven zoeken om het (de dag des oordeels) te verhaasten. Degenen die geloven zijn er angstig voor en weten dat het de waarheid is. Zonder enige twijfel degenen die over het uur disputeren zijn ver afgedwaald (van het rechte pad).

اَللّٰہُ لَطِیۡفٌۢ بِعِبَادِہٖ یَرۡزُقُ مَنۡ یَّشَآءُ ۚ وَ ہُوَ الۡقَوِیُّ الۡعَزِیۡزُ ﴿۹۱﴾
Allahoe latieefoem bie'iebaadiehiee yarzoeqoe may yashaaa'oe wa Hoewal Qawieyyoel 'Azieez
42:19 Allah behandelt zijn dienaren op een subtiele/verfijnde wijze. Hij geeft voorzieningen aan wie Hij wil. Hij is Al-Qawiy (Degene Die boven alle beperkingen staat. Zijn kracht is oppermachtig, onbeperkt en onuitputtelijk), Al-Aziz (Al-machtig)

مَنۡ کَانَ یُرِیۡدُ حَرۡثَ الۡاٰخِرَۃِ نَزِدۡ لَہٗ فِیۡ حَرۡثِہٖ ۚ وَ مَنۡ کَانَ یُرِیۡدُ حَرۡثَ الدُّنۡیَا نُؤۡتِہٖ مِنۡہَا وَ مَا لَہٗ فِی الۡاٰخِرَۃِ مِنۡ نَّصِیۡبٍ ﴿۰۲﴾
Man kaana yoerieedoe harsal Aaghieratie nazied lahoe fiee harsiehiee wa man kaana yoerieedoe harsad doenyaa noe'tiehiee mienhaa wa maa lahoe fiel Aaghieratie mien nasieeb
42:20 Voor degene die de oogst (beloning) van het hiernamaals verlangt, doen Wij zijn oogst toenemen. En degene die de oogst (beloning) van het wereldse leven wenst, geven Wij ervan. Echter, voor hem is er geen enkel aandeel (van een beloning) in het hiernamaals.

اَمۡ لَہُمۡ شُرَکٰٓؤُا شَرَعُوۡا لَہُمۡ مِّنَ الدِّیۡنِ مَا لَمۡ یَاۡذَنۡۢ بِہِ اللّٰہُ ؕ وَ لَوۡ لَا کَلِمَۃُ الۡفَصۡلِ لَقُضِیَ بَیۡنَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ الظّٰلِمِیۡنَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۲﴾
Am lahoem shoerakaaa'oe shara'oe lahoem mienad dieenie maa lam ya'zan biehiel laah; wa law laa kaliematoel faslie laqoedieya bainahoem; wa iennaz zaaliemieena lahoem 'azaaboen alieem
42:21 Of zijn er voor hun andere goden naast Allah, die voor hun de 'Dien' (religie/levenswijze) hebben bepaald, terwijl Allah er geen toestemming ervoor heeft gegeven? Als er geen vastgesteld woord was (vaststelling van het laatste oordeel op de dag des oordeels), dan was het oordeel tussen hen al voltrokken. Zonder twijfel voor de misdadigers is er een pijnlijke straf.

تَرَی الظّٰلِمِیۡنَ مُشۡفِقِیۡنَ مِمَّا کَسَبُوۡا وَ ہُوَ وَاقِعٌۢ بِہِمۡ ؕ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فِیۡ رَوۡضٰتِ الۡجَنّٰتِ ۚ لَہُمۡ مَّا یَشَآءُوۡنَ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَضۡلُ الۡکَبِیۡرُ ﴿۲۲﴾
Taraz zaaliemieena moeshfieqieena miemmaa kasaboe wa hoewa waaqie'oem biehiem; wallazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie fiee rawdaatiel djannaatie lahoem maa yashaaa'oena 'ienda Rabbiehiem; zaalieka hoewal fadloel kabieer
42:22 (Met betrekking tot de dag des oordeels,) Je zult zien dat de misdadigers angstig zullen zijn voor datgeen wat ze hebben verdiend (de straf). Het zal hen toekomen. Degenen die geloven en goede daden verrichten zullen in de 'Rawda' (hof/binnenplaats/tuin) van het paradijs bevinden. Ze krijgen wat ze maar wensen van hun Heer. Dat is een grote extra beloning/bonus.

ذٰلِکَ الَّذِیۡ یُبَشِّرُ اللّٰہُ عِبَادَہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ ؕ قُلۡ لَّاۤ اَسۡـَٔلُکُمۡ عَلَیۡہِ اَجۡرًا اِلَّا الۡمَوَدَّۃَ فِی الۡقُرۡبٰی ؕ وَ مَنۡ یَّقۡتَرِفۡ حَسَنَۃً نَّزِدۡ لَہٗ فِیۡہَا حُسۡنًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ شَکُوۡرٌ ﴿۳۲﴾
Zaaliekal laziee yoebash shieroel laahoe 'iebaadahoel lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaat; qoel laaa as'aloekoem 'alaihie adjran iellal mawaddata fiel qoerbaa; wa may yaqtarief hasanatan nazied lahoe fieehaa hoesnaa; iennal laaha Ghafoeroen Shakoer
42:23 Dat is het goede nieuws wat Allah aan Zijn dienaren, degenen die geloven en goede daden verrichten, geeft. Zeg: "Ik vraag jullie er geen enkel betaling/beloning voor, behalve om aardig tegen mij te zijn vanwege de verwantschap." En voor degene die goed doet, doen Wij het mooie/goede daarin voor hem toenemen. Zonder twijfel Allah is Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ash-Shakoer (de meest Waarderende). (Notitie: zie ook 14:7)

اَمۡ یَقُوۡلُوۡنَ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا ۚ فَاِنۡ یَّشَاِ اللّٰہُ یَخۡتِمۡ عَلٰی قَلۡبِکَ ؕ وَ یَمۡحُ اللّٰہُ الۡبَاطِلَ وَ یُحِقُّ الۡحَقَّ بِکَلِمٰتِہٖ ؕ اِنَّہٗ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۴۲﴾
Am yaqoeloenaf tara 'alal laahie kazieban fa-iey yasha' iellaahoe yaghtiem 'alaa qalbiek; wa yamhoel laahoel baatiela wa yoehieqqoel haqqa bie Kaliemaatieh; iennahoe 'Alieemoen biezaaties soedoer
42:24 Of zeggen ze: "Hij (Mohammed v.z.m.h.) heeft over Allah een leugen verzonnen?" Als Allah het wilde, dan had Hij jouw hart verzegeld. Allah haalt de valsheid weg en vestigt de waarheid door Zijn woorden. Zonder twijfel, Hij is al-Wetend over datgeen wat zich in de harten bevindt.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ یَقۡبَلُ التَّوۡبَۃَ عَنۡ عِبَادِہٖ وَ یَعۡفُوۡا عَنِ السَّیِّاٰتِ وَ یَعۡلَمُ مَا تَفۡعَلُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Wa Hoewal laziee yaqbaloet tawbata 'an 'iebaadiehiee wa ya'foe 'anies saiyieaatie wa ya'lamoe maa taf'aloen
42:25 Hij (Allah) is Degene Die het berouw van Zijn dienaren accepteert en het slechte vergeeft. Hij weet wat jullie doen.

وَ یَسۡتَجِیۡبُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ وَ یَزِیۡدُہُمۡ مِّنۡ فَضۡلِہٖ ؕ وَ الۡکٰفِرُوۡنَ لَہُمۡ عَذَابٌ شَدِیۡدٌ ﴿۶۲﴾
Wa yastadjieeboel lazieena aamanoe wa 'amieloe saaliehaatie wa yazieedoehoem mien fadlieh; wal kaafieroena lahoem 'azaaboen shadieed
42:26 Hij beantwoord (de aanroeping van) degenen die geloven en goede daden verrichten en beloond hen met Zijn gunsten. Wat de ongelovigen betreft, voor hun zal er een zware straf zijn.

وَ لَوۡ بَسَطَ اللّٰہُ الرِّزۡقَ لِعِبَادِہٖ لَبَغَوۡا فِی الۡاَرۡضِ وَ لٰکِنۡ یُّنَزِّلُ بِقَدَرٍ مَّا یَشَآءُ ؕ اِنَّہٗ بِعِبَادِہٖ خَبِیۡرٌۢ بَصِیۡرٌ ﴿۷۲﴾
Wa law basatal laahoer riezqa lie'iebaadiehiee labaghaw fiel ardie wa laakiey yoenazzieloe bieqadariem maa yashaaa'; iennahoe bie'iebaadiehiee ghabieeroen Basieer
42:27 Indien Allah de voorzieningen voor Zijn dienaren had vergroot, dan zouden ze zich zeker hoogmoedig op de aarde hebben gedragen. Hij zendt (daarom) in gedeeltes neer wat Hij wil. Zonder twijfel, Hij is over zijn dienaren Al-Gabier (Degene Die bekend is met alles), Al-Basier (de Alziende).

وَ ہُوَ الَّذِیۡ یُنَزِّلُ الۡغَیۡثَ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا قَنَطُوۡا وَ یَنۡشُرُ رَحۡمَتَہٗ ؕ وَ ہُوَ الۡوَلِیُّ الۡحَمِیۡدُ ﴿۸۲﴾
Wa Hoewal laziee yoenazzieloel ghaisa mien ba'die maa qanatoe wa yanshoeroe rahmatah; wa Hoewal Walieyyoel Hamieed
42:28 Hij is Degene Die de regen doet neerdalen en Zijn barmhartigheid uitspreid, nadat ze wanhoopten. Hij is AL-Waliyah (De Beschermer), Al-Hamied (de Bezitter van alle lof, dank en eer. Degene die het meest geprezen wordt en waardig is om geprezen te worden).

وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖ خَلۡقُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَثَّ فِیۡہِمَا مِنۡ دَآبَّۃٍ ؕ وَ ہُوَ عَلٰی جَمۡعِہِمۡ اِذَا یَشَآءُ قَدِیۡرٌ ﴿۹۲﴾
Wa mien Aayaatiehiee ghalqoes samaawaatie wal ardie wa maa bassa fieehiemaa mien daaabbah; wa Hoewa 'alaa djam'iehiem iezaa yashaaa'oe Qadieer
42:29 Onder Zijn tekenen behoort de schepping van de hemelen en de aarde en wat Hij in beide aan wezens/dieren erin heeft verspreid. Hij heeft de macht hen te verzamelen wanneer Hij dat wil.

وَ مَاۤ اَصَابَکُمۡ مِّنۡ مُّصِیۡبَۃٍ فَبِمَا کَسَبَتۡ اَیۡدِیۡکُمۡ وَ یَعۡفُوۡا عَنۡ کَثِیۡرٍ ﴿۰۳﴾
Wa maaa asaabakoem mien moesieebatien fabiemaa kasabat aydieekoem wa ya'foe 'an kasieer
42:30 En wat voor tegenspoed\problemen jullie ook treft dat is alleen vanwege datgeen wat jullie hebben verdiend met jullie handen (daden). Echter Hij scheld veel kwijt (zie 35:45).

وَ مَاۤ اَنۡتُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ۚۖ وَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مِنۡ وَّلِیٍّ وَّ لَا نَصِیۡرٍ ﴿۱۳﴾
Wa maaa antoem biemoe'djiezieena fiel ardie wa maa lakoem mien doeniel laahie miew wa lieyyiew wa laa nasieer
42:31 (Weet dat) Jullie niet kunnen vluchten op de aarde en er is buiten Allah geen enkel beschermer, noch een helper.

وَ مِنۡ اٰیٰتِہِ الۡجَوَارِ فِی الۡبَحۡرِ کَالۡاَعۡلَامِ ﴿۲۳﴾
Wa mien Aayaatiehiel dja waariefiel bahrie kal a'lam
42:32 En onder Zijn tekenen behoren de schepen op de zee, (zo groot) als bergen.

اِنۡ یَّشَاۡ یُسۡکِنِ الرِّیۡحَ فَیَظۡلَلۡنَ رَوَاکِدَ عَلٰی ظَہۡرِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّکُلِّ صَبَّارٍ شَکُوۡرٍ ﴿۳۳﴾
Iy yashaaa yoeskienier rieeha fa yazlalna rawaakieda 'alaa zahriehie; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel liekoellie sabbaarien shakoer
42:33 Als Hij wil, dan kan Hij de wind doen stoppen, zodat ze beweegloos op de oppervlakte blijven dobberen. Zonder twijfel, daarin zijn tekenen voor iedereen die geduldig en dankbaar is.

اَوۡ یُوۡبِقۡہُنَّ بِمَا کَسَبُوۡا وَ یَعۡفُ عَنۡ کَثِیۡرٍ ﴿۴۳﴾
Aw yoebieqhoenna biemaa kasaboe wa ya'foe 'an kasieer
42:34 Of Hij kon ze (de schepen) vernietigen voor datgeen wat ze hebben verdiend. Echter, Hij scheld veel kwijt.

وَّ یَعۡلَمَ الَّذِیۡنَ یُجَادِلُوۡنَ فِیۡۤ اٰیٰتِنَا ؕ مَا لَہُمۡ مِّنۡ مَّحِیۡصٍ ﴿۵۳﴾
Wa ya'lamal lazieena yoedjaadieloena fieee Aayaatienaa maa lahoem mien mahiees
42:35 En degenen die ruzie maken met betrekking tot Onze tekenen, voor hen is er geen enkele veilige plek/toevluchtoord.

فَمَاۤ اُوۡتِیۡتُمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ فَمَتَاعُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۚ وَ مَا عِنۡدَ اللّٰہِ خَیۡرٌ وَّ اَبۡقٰی لِلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَلٰی رَبِّہِمۡ یَتَوَکَّلُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Famaa oetieetoem mien shai'ien famataa'oel hayaatied doenyaa wa maa 'iendal laahie ghairoew wa abqaa liellazieena aamanoe wa 'alaa Rabbiehiem yatawakkaloen
42:36 Alles wat jullie hebben gekregen is alleen een genieting van het wereldse leven dat vergaat. Maar wat bij Allah is, is beter en langdurig van aard, het is voor de gelovigen die hun vertrouwen in hun Heer stellen.

وَ الَّذِیۡنَ یَجۡتَنِبُوۡنَ کَبٰٓئِرَ الۡاِثۡمِ وَ الۡفَوَاحِشَ وَ اِذَا مَا غَضِبُوۡا ہُمۡ یَغۡفِرُوۡنَ ﴿۷۳﴾
Wallazieena yadjtanieboena kabaaa'ieral iesmie wal fawaahiesha wa iezaa maa ghadieboe hoem yaghfieroen
42:37 (Dat zijn) degenen die de grote zonden en de onzedelijkheid mijden. En wanneer ze boos zijn, dan vergeven ze.

وَ الَّذِیۡنَ اسۡتَجَابُوۡا لِرَبِّہِمۡ وَ اَقَامُوا الصَّلٰوۃَ ۪ وَ اَمۡرُہُمۡ شُوۡرٰی بَیۡنَہُمۡ ۪ وَ مِمَّا رَزَقۡنٰہُمۡ یُنۡفِقُوۡنَ ﴿۸۳﴾
Wallazieenas tadjaaboe lie Rabbiehiem wa aqaamoes Salaata wa amroehoem shoeraa bainahoem wa miemmaa razaqnaahoem yoenfieqoen
42:38 (Dat zijn) degenen die hun Heer beantwoorden, de 'Salaat' (het gebed / contact maken met Allah) onderhouden, hun kwesties/geschillen onderling overleggen/oplossen, en uitgeven waarmee Wij hen van hebben voorzien.

وَ الَّذِیۡنَ اِذَاۤ اَصَابَہُمُ الۡبَغۡیُ ہُمۡ یَنۡتَصِرُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Wallazieena iezaa asaabahoemoel baghyoe hoem yantasieroen
42:39 (Dat zijn) degenen die de overwinning krijgen wanneer onderdrukking hen treft.

وَ جَزٰٓؤُا سَیِّئَۃٍ سَیِّئَۃٌ مِّثۡلُہَا ۚ فَمَنۡ عَفَا وَ اَصۡلَحَ فَاَجۡرُہٗ عَلَی اللّٰہِ ؕ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Wa djazaaa'oe saiyie'atien saiyie'atoem miesloeha faman 'afaa wa aslaha fa adjroehoe 'alal laah; iennahoe laa yoehiebboez zaaliemieen
42:40 De vergelding van een slechte daad is gelijk aan dezelfde slechte daad. Maar wie vergeeft en vrede\verzoening zoekt, weet dan dat zijn beloning bij Allah is. Zonder twijfel, Hij houdt niet van de misdadigers\onderdrukkers.

وَ لَمَنِ انۡتَصَرَ بَعۡدَ ظُلۡمِہٖ فَاُولٰٓئِکَ مَا عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ سَبِیۡلٍ ﴿۱۴﴾
Wa lamanien tasara ba'da zoelmiehiee fa oelaaa'ieka maa 'alaihiem mien sabieel
42:41 Op degene die zich vergeldt\verdedigt nadat onrecht op hem is aangedaan, dan is er geen weg voor (tegen vergelding). (Notitie: dit betreft op individueel level.)

اِنَّمَا السَّبِیۡلُ عَلَی الَّذِیۡنَ یَظۡلِمُوۡنَ النَّاسَ وَ یَبۡغُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ بِغَیۡرِ الۡحَقِّ ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۲۴﴾
Innamas sabieeloe 'alal lazieena yazliemoenan naasa wa yabghoena fiel ardie bieghairiel haqq; oelaaa'ieka lahoem 'azaaboen alieem
42:42 De weg (van vergelding) rust alleen op degenen die mensen onderdrukken en zichzelf hoogmoedig op aarde gedragen zonder daar recht op te hebben. Voor hen is er een pijnlijke straf.

وَ لَمَنۡ صَبَرَ وَ غَفَرَ اِنَّ ذٰلِکَ لَمِنۡ عَزۡمِ الۡاُمُوۡرِ ﴿۳۴﴾
Wa laman sabara wa ghafara ienna zaalieka lamien 'azmiel oemoer
42:43 Maar wie geduldig is en vergeeft, weet dat het behoort tot de aanbevolen daden.

وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ وَّلِیٍّ مِّنۡۢ بَعۡدِہٖ ؕ وَ تَرَی الظّٰلِمِیۡنَ لَمَّا رَاَوُا الۡعَذَابَ یَقُوۡلُوۡنَ ہَلۡ اِلٰی مَرَدٍّ مِّنۡ سَبِیۡلٍ ﴿۴۴﴾
Wa may yoedlie liellaahoe famaa lahoe miew walieyyien mien ba'dieh; wa taraz zaaliemieena lammaa ra awoel 'azaaba yaqoeloena hal ielaa maraddien mien sabieel
42:44 En als Allah iemand laat dwalen, dan is er voor hem geen beschermer buiten Hem. Je zult zien dat de misdadigers, wanneer ze de straf zien, zullen zeggen: "Is er een manier om terug te keren (om het goed te kunnen maken)?"

وَ تَرٰىہُمۡ یُعۡرَضُوۡنَ عَلَیۡہَا خٰشِعِیۡنَ مِنَ الذُّلِّ یَنۡظُرُوۡنَ مِنۡ طَرۡفٍ خَفِیٍّ ؕ وَ قَالَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنَّ الۡخٰسِرِیۡنَ الَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ وَ اَہۡلِیۡہِمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ الظّٰلِمِیۡنَ فِیۡ عَذَابٍ مُّقِیۡمٍ ﴿۵۴﴾
Wa taraahoem yoe'radoena 'alaihaa ghaashie'ieena mienazzoellie yanzoeroena mien tarfien ghafieyy; wa qaalal lazieena aamanoeo iennal ghaasierieenal lazieena ghasieroeo anfoesahoem wa ahlieehiem Yawmal Qieyaamah; alaaa iennaz zaaliemieena fiee 'azaabien moeqieem
42:45 En je zult zien dat ze eraan (het vuur) bloot worden gesteld. Vernederd door schande, stiekem kijkend (naar het vuur). Degenen die geloofden (gedurende het wereldse leven) zullen zeggen: "Zonder twijfel, de verliezers zijn degenen die zichzelf en hun familie verlies hebben toegebracht op de dag des oordeels. Zonder enige twijfel, de misdadigers verkeren in een voortduurende straf."

وَ مَا کَانَ لَہُمۡ مِّنۡ اَوۡلِیَآءَ یَنۡصُرُوۡنَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ سَبِیۡلٍ ﴿۶۴﴾
Wa maa kaana lahoem mien awlieyaaa'a yansoeroenahoem mien doeniel laah; wa may yoedlieliel laahoe famaa lahoe mien sabieel
42:46 Er zal voor hun geen enkele beschermer zijn, die hun zal helpen buiten Allah om. En als Allah iemand laat dwalen dan is er voor hem geen weg (naar het rechte pad).

اِسۡتَجِیۡبُوۡا لِرَبِّکُمۡ مِّنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَ یَوۡمٌ لَّا مَرَدَّ لَہٗ مِنَ اللّٰہِ ؕ مَا لَکُمۡ مِّنۡ مَّلۡجَاٍ یَّوۡمَئِذٍ وَّ مَا لَکُمۡ مِّنۡ نَّکِیۡرٍ ﴿۷۴﴾
Istadjieeboe lie Rabbiekoem mien qablie ay yaatieya Yawmoel laa maradda lahoe mien Allah; maa lakoem mien maldja' iey yawma'ieziew wa maa lakoem mien nakieer
42:47 Beantwoord jullie Heer (in gedrag en daden) voordat er een dag van Allah komt die niet afgewend kan worden. Er is geen enkel toevluchtsoord/ veilige plek voor jullie op die dag, noch is er enige ontkenning (van slechte daden) mogelijk (op die dag).

فَاِنۡ اَعۡرَضُوۡا فَمَاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ عَلَیۡہِمۡ حَفِیۡظًا ؕ اِنۡ عَلَیۡکَ اِلَّا الۡبَلٰغُ ؕ وَ اِنَّاۤ اِذَاۤ اَذَقۡنَا الۡاِنۡسَانَ مِنَّا رَحۡمَۃً فَرِحَ بِہَا ۚ وَ اِنۡ تُصِبۡہُمۡ سَیِّئَۃٌۢ بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡہِمۡ فَاِنَّ الۡاِنۡسَانَ کَفُوۡرٌ ﴿۸۴﴾
Fa-ien a'radoe famaaa arsalnaaka 'alaihiem hafieezan ien 'alaika iellal balaagh; wa iennaaa iezaaa azaqnal iensaana miennaa rahmatan farieha biehaa wa ien toesiebhoem saiyie'atoen biemaa qaddamat aydieehiem fa iennal iensaana kafoer
42:48 (O profeet,) Indien zij afkeren, weet dan dat Wij jou niet gezonden hebben als een beschermer voor hen. Op jou rust alleen het overbrengen (van de boodschap). Zonder twijfel, wanneer Wij de mens de barmhartigheid van Ons doen proeven, dan is hij blij. Echter, wanneer het kwaad hen treft, door het werk van hun (eigen) handen, (dan zie,) de mens is ondankbaar.

لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ؕیَہَبُ لِمَنۡ یَّشَآءُ اِنَاثًا وَّ یَہَبُ لِمَنۡ یَّشَآءُ الذُّکُوۡرَ ﴿۹۴﴾
Liellaahie moelkoes samaawaatie wal ard; yaghloeqoe maa yashaaa'; yahaboe liemay yashaaa'oe ienaasaw wa yahaboe liemay yashaaa'oez zoekoer
42:49 Aan Allah behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde. Hij schept wat Hij wil. Hij schenkt meisjes aan wie Hij wil en Hij schenkt jongens aan wie Hij wil.

اَوۡ یُزَوِّجُہُمۡ ذُکۡرَانًا وَّ اِنَاثًا ۚ وَ یَجۡعَلُ مَنۡ یَّشَآءُ عَقِیۡمًا ؕ اِنَّہٗ عَلِیۡمٌ قَدِیۡرٌ ﴿۰۵﴾
Aw yoezawwiedjoehoem zoekraanaw wa ienaasaw wa yadj'aloe may yashaaa'oe 'aqieemaa; iennahoe 'Alieemoen Qadieer
42:50 Of Hij schenkt hen (beide, zowel,) jongens en meisjes. Hij maakt degene onvruchtbaar voor wie Hij het wil. Zonder twijfel, Hij is Al-Aliem (de Alwetende), Al-Qadier (Degene Die in staat om alles te kunnen bewerkstelligen).

وَ مَا کَانَ لِبَشَرٍ اَنۡ یُّکَلِّمَہُ اللّٰہُ اِلَّا وَحۡیًا اَوۡ مِنۡ وَّرَآیِٔ حِجَابٍ اَوۡ یُرۡسِلَ رَسُوۡلًا فَیُوۡحِیَ بِاِذۡنِہٖ مَا یَشَآءُ ؕ اِنَّہٗ عَلِیٌّ حَکِیۡمٌ ﴿۱۵﴾
Wa maa kaana liebasharien ay yoekalliemahoel laahoe iellaa wahyan aw miew waraaa'ie hiedjaabien aw yoersiela Rasoelan fa yoehieya bie iezniehiee maa yashaaa'; iennahoe 'Alieyyoen Hakieem
42:51 Het is voor de mens vastgesteld dat Allah niet tot hem spreekt, behalve op basis van inspiratie, of vanuit achter een scherm, of door middel van een boodschapper te sturen, zodat hij met Zijn toestemming openbaart wat Hij wil. Zonder twijfel, Hij is Al-Alie (de Allerhoogste, de meest Verhevene), Al-Hakiem (de Alwijze).

وَ کَذٰلِکَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ رُوۡحًا مِّنۡ اَمۡرِنَا ؕ مَا کُنۡتَ تَدۡرِیۡ مَا الۡکِتٰبُ وَ لَا الۡاِیۡمَانُ وَ لٰکِنۡ جَعَلۡنٰہُ نُوۡرًا نَّہۡدِیۡ بِہٖ مَنۡ نَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِنَا ؕ وَ اِنَّکَ لَتَہۡدِیۡۤ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۲۵﴾
Wa kazaalieka awhainaaa ielaika roehan mien amrienaa; maa koenta tadriee mal Kietaaboe wa lal ieemaanoe wa laakien dja'alnaahoe noeran nahdiee biehiee man nashaaa'oe mien 'iebaadienaa; wa iennaka latahdieee ielaaa Sieraatien Moestaqieem
42:52 En dus hebben Wij aan jou (Mohammed v.z.m.h.) de Koran door Ons bevel geopenbaard. Jij wist niet wat het boek, noch de 'Imaan' (geloof) was. Wij hebben het (Koran) als een licht gemaakt. Wij leiden ermee wie van Onze dienaren Wij willen. En zonder twijfel, jij (Mohammed v.z.m.h.) verwijst naar het rechte pad. (Notitie: Profeten kunnen geen leiding geven, ze kunnen alleen verwijzen naar het rechte pad, zie 28:56. Het is Allah alleen die de daadwerkelijke leiding geeft.)

صِرَاطِ اللّٰہِ الَّذِیۡ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ اَلَاۤ اِلَی اللّٰہِ تَصِیۡرُ الۡاُمُوۡرُ ﴿۳۵﴾
Sieraatiel laahiel laziee lahoe maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; alaaa ielal laahie tasieeroel oemoer
42:53 Het is het pad naar Allah toe. De Enige aan Wie alles, wat er in de hemelen en op de aarde is, toebehoort. Zonder enige twijfel, alle zaken keren tot Allah terug.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
حٰمٓ ۚ﴿۱﴾
Haa-Mieeem
43:1 Haa Mieeem.

وَ الۡکِتٰبِ الۡمُبِیۡنِ ۙ﴿۲﴾
Wal Kietaabiel Moebieen
43:2 Bij het duidelijke boek,

اِنَّا جَعَلۡنٰہُ قُرۡءٰنًا عَرَبِیًّا لَّعَلَّکُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ۚ﴿۳﴾
Innaa dja'alnaahoe Qoeraanan 'Arabieyyal la'allakoem ta'qieloen
43:3 Voorzeker, Wij hebben het een oplezing/voordracht (Koran) in het Arabisch gemaakt, zodat jullie het kunnen begrijpen.

وَ اِنَّہٗ فِیۡۤ اُمِّ الۡکِتٰبِ لَدَیۡنَا لَعَلِیٌّ حَکِیۡمٌ ؕ﴿۴﴾
Wa iennahoe fieee Oemmiel Kietaabie Ladainaa la'alieyyoen hakieem
43:4 Zonder twijfel, het is vermeld bij Ons in het moeder-boek, verheven en vol van wijsheid. (Notitie: Lawh Al-Mahfuz is de moeder van alle boeken. Het is het boek waarin de hele schepping met zijn lotsbestemming en alle gebeurtenissen in vermeld staat.)

اَفَنَضۡرِبُ عَنۡکُمُ الذِّکۡرَ صَفۡحًا اَنۡ کُنۡتُمۡ قَوۡمًا مُّسۡرِفِیۡنَ ﴿۵﴾
Afa nadrieboe 'an-koemoez Ziekra safhan an koentoem qawman moesriefieen
43:5 Moeten Wij dan de herinnering (de Koran) van jullie wegnemen/ontnemen, omdat jullie een volk zijn dat alle perken te buiten gaat?

وَ کَمۡ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ نَّبِیٍّ فِی الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۶﴾
Wa kam arsalnaa mien Nabieyyien fiel awwalieen
43:6 Hoeveel profeten hebben Wij (al dan niet) gestuurd bij de eerdere generaties?!

وَ مَا یَاۡتِیۡہِمۡ مِّنۡ نَّبِیٍّ اِلَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۷﴾
Wa maa yaatieehiem mien Nabieyyien iellaa kaanoe biehiee yastahzie'oen
43:7 Ze hebben elke boodschapper bespot die tot hen kwam.

فَاَہۡلَکۡنَاۤ اَشَدَّ مِنۡہُمۡ بَطۡشًا وَّ مَضٰی مَثَلُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۸﴾
Fa ahlaknaaa ashadda mienhoem batshaw wa madaa masaloel awwalieen
43:8 Wij hebben volken vernietigd die sterker waren dan jullie. Het voorbeeld (van wat er staat te wachten voor jullie) is al toegepast op de eerdere generaties.

وَ لَئِنۡ سَاَلۡتَہُمۡ مَّنۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ لَیَقُوۡلُنَّ خَلَقَہُنَّ الۡعَزِیۡزُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۹﴾
Wa la'ien sa altahoem man ghalaqas samaawaatie wal arda la yaqoeloenna ghalaqa hoennal 'Azieezoel 'Alieem
43:9 En als jij (Mohammed v.z.m.h.) hen vraagt: "Wie schiep de hemelen en de aarde?", dan zullen ze zonder twijfel zeggen: "de Almachtige, de Alwetende schiep ze."

الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ الۡاَرۡضَ مَہۡدًا وَّ جَعَلَ لَکُمۡ فِیۡہَا سُبُلًا لَّعَلَّکُمۡ تَہۡتَدُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Allaziee dja'ala lakoemoel arda mahdaw wa dja'ala lakoem fieehaa soeboelan la'allakoem tahtadoen
43:10 (Hij is) Degene Die voor jullie de aarde als een bed maakte. En Die daarop wegen voor jullie maakte, zodat jullie niet verdwalen. (Notitie: Zie ook 16:15, 20:53, 43:10, 78:6-7.)

وَ الَّذِیۡ نَزَّلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءًۢ بِقَدَرٍ ۚ فَاَنۡشَرۡنَا بِہٖ بَلۡدَۃً مَّیۡتًا ۚ کَذٰلِکَ تُخۡرَجُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Wallaziee nazzala mienas samaaa'ie maaa'am bieqadarien fa ansharnaa biehiee baldatam maitaa' kazaalieka toeghradjoen
43:11 (Hij is) Degene Die water volgens een bepaalde hoeveelheid neer daalt vanuit de hemel. Vervolgens, doen Wij een dood/dor land ermee opleven. Op die wijze zullen jullie (ook) voortgebracht worden (op de dag des oordeels).

وَ الَّذِیۡ خَلَقَ الۡاَزۡوَاجَ کُلَّہَا وَ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنَ الۡفُلۡکِ وَ الۡاَنۡعَامِ مَا تَرۡکَبُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Wallaziee ghalaqal azwaadja koellahaa wa dja'ala lakoem mienal foelkie wal-an'aamie maa tarkaboen
43:12 (Hij is) Degene Die alles in paren heeft geschapen. En Die voor jullie schepen en vee maakte waarop jullie voortbewegen.

لِتَسۡتَوٗا عَلٰی ظُہُوۡرِہٖ ثُمَّ تَذۡکُرُوۡا نِعۡمَۃَ رَبِّکُمۡ اِذَا اسۡتَوَیۡتُمۡ عَلَیۡہِ وَ تَقُوۡلُوۡا سُبۡحٰنَ الَّذِیۡ سَخَّرَ لَنَا ہٰذَا وَ مَا کُنَّا لَہٗ مُقۡرِنِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Lietastawoe 'alaa zoehoeriehiee soemma tazkoeroe nie'mata Rabbiekoem iezastawaitoem 'alaihie wa taqoeloe Soebhaanal laziee saghghara lana haaza wa maa koennaa lahoe moeqrienieen
43:13 Zodat jullie stevig op hun rug kunnen zitten. Gedenk dus de gunsten van jullie Heer, wanneer jullie stevig op hun zitten en zeg: "Subhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkomig) is Degene Die dit dienstbaar voor ons heeft gemaakt. Wij waren er zelf niet toe in staat om het aan ons te onderwerpen."

وَ اِنَّاۤ اِلٰی رَبِّنَا لَمُنۡقَلِبُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Wa iennaaa ielaa Rabbienaa lamoenqalieboen
43:14 "Zonder twijfel wij zullen naar ons Heer terug keren."

وَ جَعَلُوۡا لَہٗ مِنۡ عِبَادِہٖ جُزۡءًا ؕ اِنَّ الۡاِنۡسَانَ لَکَفُوۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۵۱﴾
Wa dja'aloe lahoe mien 'iebaadiehiee djoez'aa; iennal iensaana la kafoeroen moebieen
43:15 Echter een deel van Zijn dienaren kennen deelgenoten aan Hem toe. Waarlijk, de mens is duidelijk ondankbaar. (Notitie: er wordt hier een link gemaakt van ondankbaarheid en het toekennen van deelgenoten.)

اَمِ اتَّخَذَ مِمَّا یَخۡلُقُ بَنٰتٍ وَّ اَصۡفٰکُمۡ بِالۡبَنِیۡنَ ﴿۶۱﴾
Amiet taghaza miemmaa yaghloeqoe banaatiew wa asfaakoem bielbanieen
43:16 Of heeft Hij soms van al het geen wat Hij heeft geschapen, dochters genomen en heeft Hij voor jullie zoons gekozen?

وَ اِذَا بُشِّرَ اَحَدُہُمۡ بِمَا ضَرَبَ لِلرَّحۡمٰنِ مَثَلًا ظَلَّ وَجۡہُہٗ مُسۡوَدًّا وَّ ہُوَ کَظِیۡمٌ ﴿۷۱﴾
Wa iezaa boeshshiera ahadoehoem biemaa daraba lier Rahmaanie masalan zalla wadjhoehoe moeswaddaw wa hoewa kazieem
43:17 (Echter, ) Wanneer het goede nieuws (de geboorte) aan één van hem wordt gegeven over datgeen wat hij toekent (dochters) aan Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige), dan wordt zijn gezicht donker en vol van verdriet.

اَوَ مَنۡ یُّنَشَّؤُا فِی الۡحِلۡیَۃِ وَ ہُوَ فِی الۡخِصَامِ غَیۡرُ مُبِیۡنٍ ﴿۸۱﴾
Awa may yoenashsha'oe fiel hielyatie wa hoewa fiel ghiesaamie ghairoe moebieen
43:18 Kennen ze dus (, een vrouw,) degene die opgevoed is met versieringen en die niet duidelijk is tijdens geschillen/ruzies (toe aan Allah)?

وَ جَعَلُوا الۡمَلٰٓئِکَۃَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ عِبٰدُ الرَّحۡمٰنِ اِنَاثًا ؕ اَشَہِدُوۡا خَلۡقَہُمۡ ؕ سَتُکۡتَبُ شَہَادَتُہُمۡ وَ یُسۡـَٔلُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Wa dja'aloel malaaa'iekatal lazieena hoem 'iebaadoer Rahmaanie ienaasaa; 'a shahiedoe ghalqahoem; satoektaboe shahaadatoehoem wa yoes'aloen
43:19 Ze (de mensen) kennen aan de engelen het vrouwelijke geslacht toe, terwijl zij (de engelen) zelf dienaren van Ar-Rahmaan (de meest Barmhartig) zijn. Waren ze getuigen van hun Schepping? Hun getuigenis zal worden genoteerd en ze zullen (erover) worden ondervraagd.

وَ قَالُوۡا لَوۡ شَآءَ الرَّحۡمٰنُ مَا عَبَدۡنٰہُمۡ ؕ مَا لَہُمۡ بِذٰلِکَ مِنۡ عِلۡمٍ ٭ اِنۡ ہُمۡ اِلَّا یَخۡرُصُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Wa qaaloe law shaaa'ar Rahmaanoe maa 'abadnaahoem; maa lahoem biezaalieka mien 'ielmien ien hoem iellaa yaghroesoen
43:20 En ze zeggen: "Als Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige) het zou hebben gewild, dan zouden we hen niet hebben aanbeden." Ze hebben daarover geen enkel kennis. Ze verzinnen alleen leugens.

اَمۡ اٰتَیۡنٰہُمۡ کِتٰبًا مِّنۡ قَبۡلِہٖ فَہُمۡ بِہٖ مُسۡتَمۡسِکُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Am aatainaahoem Kietaaban mien qabliehiee fahoem biehiee moestamsiekoen
43:21 Of hebben Wij (misschien) eerder aan hen een Boek gegeven, waar ze zich aan vasthouden?

بَلۡ قَالُوۡۤا اِنَّا وَجَدۡنَاۤ اٰبَآءَنَا عَلٰۤی اُمَّۃٍ وَّ اِنَّا عَلٰۤی اٰثٰرِہِمۡ مُّہۡتَدُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Bal qaaloeo iennaa wadjadnaaa aabaaa'anaa 'alaaa oemmatiew wa iennaa 'alaaa aasaariehiem moehtadoen
43:22 Nee, ze zeggen: "Wij troffen onze voorvaders aan op een (bepaalde) geloof. Wij volgen (alleen) hun voetstappen."

وَ کَذٰلِکَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ قَبۡلِکَ فِیۡ قَرۡیَۃٍ مِّنۡ نَّذِیۡرٍ اِلَّا قَالَ مُتۡرَفُوۡہَاۤ ۙ اِنَّا وَجَدۡنَاۤ اٰبَآءَنَا عَلٰۤی اُمَّۃٍ وَّ اِنَّا عَلٰۤی اٰثٰرِہِمۡ مُّقۡتَدُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Wa kazaalieka maaa arsalnaa mien qablieka fiee qaryatiem mien nazieerien iellaa qaala moetrafoehaaa iennaa wadjadnaaa aabaaa'anaa 'alaaa oemmatiew wa iennaa 'alaaa aasaariehiem moeqtadoen
43:23 Voor jouw (Mohammed v.z.m.h.) komst, hebben Wij boodschappers naar steden gezonden en op dezelfde wijze zeiden de rijken onder hen: "Wij troffen onze voorvaders aan op een (bepaalde) geloof. Wij volgen alleen hun voetstappen."

قٰلَ اَوَ لَوۡ جِئۡتُکُمۡ بِاَہۡدٰی مِمَّا وَجَدۡتُّمۡ عَلَیۡہِ اٰبَآءَکُمۡ ؕ قَالُوۡۤا اِنَّا بِمَاۤ اُرۡسِلۡتُمۡ بِہٖ کٰفِرُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Qaala awa law djie'toekoem bie ahdaa miemmaa wadjatdtoem 'alaihie aabaaa'akoem qaaloeo iennaa biemaaa oersieltoem biehiee kaafieroen
43:24 Hij (elke profeet) zei: "Zelfs als ik voor jullie een betere leiding breng dan datgeen waar jullie je voorvaders op troffen?" Ze zeiden: "Wij geloven niet in datgeen waarmee jullie zijn gezonden."

فَانۡتَقَمۡنَا مِنۡہُمۡ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُکَذِّبِیۡنَ ﴿۵۲﴾
Fantaqamnaa mienhoem fanzoer kaifa kaana 'aaqiebatoel moekazziebieen
43:25 Dus troffen Wij vergeldingen voor (de daden van) hen. Zie dan, hoe het einde was van de verwerpers (van de waarheid).

وَ اِذۡ قَالَ اِبۡرٰہِیۡمُ لِاَبِیۡہِ وَ قَوۡمِہٖۤ اِنَّنِیۡ بَرَآءٌ مِّمَّا تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Wa iez qaala Ibraahieemoe lieabieehie wa qawmiehieee iennane baraaa'oem miemmaa ta'boedoen
43:26 (Gedenk) toen Ibrahiem tegen zijn oom (zie, 6:74) en zijn volk zei: "Ik neem afstand van datgeen wat jullie aanbidden.

اِلَّا الَّذِیۡ فَطَرَنِیۡ فَاِنَّہٗ سَیَہۡدِیۡنِ ﴿۷۲﴾
Illal laziee fataraniee fa iennahoe sa yahdieen
43:27 (Ik aanbid) alleen Degene Die mij schiep. Zonder twijfel, Hij zal me leiden."

وَ جَعَلَہَا کَلِمَۃًۢ بَاقِیَۃً فِیۡ عَقِبِہٖ لَعَلَّہُمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Wa dja'alahaa kaliematan baaqieyatan fiee 'aqiebiehiee la 'allahoem yardjie'oen
43:28 Hij (Ibrahiem) maakte het ("er is geen deïteit/godheid, behalve Allah") een blijvende woord onder zijn nakomenlingen, zodat ze terug kunnen keren (naar het rechte pad).

بَلۡ مَتَّعۡتُ ہٰۤؤُلَآءِ وَ اٰبَآءَہُمۡ حَتّٰی جَآءَہُمُ الۡحَقُّ وَ رَسُوۡلٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۹۲﴾
Bal matta'toe haaa'oelaaa'ie wa aabaaa'ahoem hattaa djaaa'a hoemoel haqqoe wa Rasoeloen moebieen
43:29 Nee! Ik gaf aan deze (volk) en aan hun voorvaders genietingen/voorzieningen, totdat de waarheid en een duidelijke boodschapper tot hen kwam. (Notitie: duidelijk in de zin van herkenning en in het duidelijk verkondigen van de boodschap.)

وَ لَمَّا جَآءَہُمُ الۡحَقُّ قَالُوۡا ہٰذَا سِحۡرٌ وَّ اِنَّا بِہٖ کٰفِرُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Wa lammaa djaaa'ahoemoel haqqoe qaaloe haazaa siehroew wa iennaa biehiee kaafieroen
43:30 Echter, toen de waarheid tot hen kwam, zeiden ze: "Dit is magie! Wij geloven er niet in."

وَ قَالُوۡا لَوۡ لَا نُزِّلَ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنُ عَلٰی رَجُلٍ مِّنَ الۡقَرۡیَتَیۡنِ عَظِیۡمٍ ﴿۱۳﴾
Wa qaaloe law laa noezziela haazal Qoeraanoe 'alaa radjoelien mienal qaryatainie 'azieem
43:31 Ze zeggen: "Waarom is de Koran niet geopenbaard aan een belangrijke\invloedrijke man uit de twee steden (Mekka en Taif)?"

اَہُمۡ یَقۡسِمُوۡنَ رَحۡمَتَ رَبِّکَ ؕ نَحۡنُ قَسَمۡنَا بَیۡنَہُمۡ مَّعِیۡشَتَہُمۡ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ رَفَعۡنَا بَعۡضَہُمۡ فَوۡقَ بَعۡضٍ دَرَجٰتٍ لِّیَتَّخِذَ بَعۡضُہُمۡ بَعۡضًا سُخۡرِیًّا ؕ وَ رَحۡمَتُ رَبِّکَ خَیۡرٌ مِّمَّا یَجۡمَعُوۡنَ ﴿۲۳﴾
'A hoem yaqsiemoena rahmata Rabbiek; Nahnoe qasamnaa bainahoem ma'ieeshatahoem fiel hayaatied doenyaa wa rafa'naa ba'dahoem fawqa ba'dien daradjaatien lie yattaghieza ba'doehoem ba'dan soeghrieyyaa; wa rahmatoe Rabbieka ghairoen miemmaa yadjma'oen
43:32 Verdelen zij soms de barmhartigheid (de profeetschap en de openbaring, zie 11:28) van jouw Heer? Wij zijn het Die hun levensvoorzieningen voor het wereldse leven verspreiden onder hen. En Wij doen sommige van hen in graad verhogen boven anderen, zodat ze hen kunnen gebruiken voor het verrichten van werk. Echter, (weet dat) de Barmhartigheid (de leiding) van jullie Heer beter is dan datgeen wat ze verzamelen (rijkdom).

وَ لَوۡ لَاۤ اَنۡ یَّکُوۡنَ النَّاسُ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً لَّجَعَلۡنَا لِمَنۡ یَّکۡفُرُ بِالرَّحۡمٰنِ لِبُیُوۡتِہِمۡ سُقُفًا مِّنۡ فِضَّۃٍ وَّ مَعَارِجَ عَلَیۡہَا یَظۡہَرُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wa law laaa ay yakoenan naasoe oemmataw waahiedatan ladja'alnaa liemay yakfoeroe bier Rahmaanie lie boeyoetiehiem soeqoefan mien fieddatiew wa ma'aariedja 'alaihaa yazharoen
43:33 En als de mensen één gemeenschap (verlangend naar rijkdom) zouden vormen, dan zouden Wij voor degene die niet geloofden in Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige) daken van zilver en trappen\liften waarmee ze omhoog gaan, hebben gemaakt.

وَ لِبُیُوۡتِہِمۡ اَبۡوَابًا وَّ سُرُرًا عَلَیۡہَا یَتَّکِـُٔوۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa lie boeyoetiehiem abwaabaw wa soeroeran 'alaihaa yattakie'oen
43:34 En (ook zouden Wij) in hun huizen deuren en banken waarop ze kunnen rusten/ontspannen,

وَ زُخۡرُفًا ؕ وَ اِنۡ کُلُّ ذٰلِکَ لَمَّا مَتَاعُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ؕ وَ الۡاٰخِرَۃُ عِنۡدَ رَبِّکَ لِلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۵۳﴾
Wa zoeghroefaa; wa ien koelloe zaalieka lammaa mataa'oel hayaatied doenyaa; wal aaghieratoe 'ienda Rabbieka lielmoettaqieen
43:35 en ornamenten van goud (hebben gemaakt). Al datgeen is alleen een (tijdelijke) genieting van het wereldse leven. Echter, (de aangezicht van) jouw Heer in het hiernamaals is (alleen) voor moettaqoens (zie 2:2-5).

وَ مَنۡ یَّعۡشُ عَنۡ ذِکۡرِ الرَّحۡمٰنِ نُقَیِّضۡ لَہٗ شَیۡطٰنًا فَہُوَ لَہٗ قَرِیۡنٌ ﴿۶۳﴾
Wa may ya'shoe 'an ziekrier Rahmaanie noeqaiyied lahoe Shaitaanan fahoewa lahoe qarieen
43:36 En aan degene die zich afkeert voor het gedenken van Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige), doen Wij een satan toekennen, die dan een boezemvriend voor hem wordt.

وَ اِنَّہُمۡ لَیَصُدُّوۡنَہُمۡ عَنِ السَّبِیۡلِ وَ یَحۡسَبُوۡنَ اَنَّہُمۡ مُّہۡتَدُوۡنَ ﴿۷۳﴾
Wa iennahoem la yasoeddoe nahoem 'anies sabieelie wa yahsaboena annahoem moehtadoen
43:37 Zij (de duivels) doen hun van het (rechte) pad afkeren, terwijl ze denken dat ze worden geleid.

حَتّٰۤی اِذَا جَآءَنَا قَالَ یٰلَیۡتَ بَیۡنِیۡ وَ بَیۡنَکَ بُعۡدَ الۡمَشۡرِقَیۡنِ فَبِئۡسَ الۡقَرِیۡنُ ﴿۸۳﴾
Hattaaa iezaa djaaa'anaa qaala yaa laita bainiee wa bainaka boe'dal mashrieqainie fabie'sal qarieen
43:38 (Hij zal denken dat hij geleid wordt) totdat hij bij Ons komt, dan zal hij zeggen: "Was er maar tussen jou en mij een afstand zoals het oosten en het westen." Het is de slechtste boezemvriend (die iemand kan hebben).

وَ لَنۡ یَّنۡفَعَکُمُ الۡیَوۡمَ اِذۡ ظَّلَمۡتُمۡ اَنَّکُمۡ فِی الۡعَذَابِ مُشۡتَرِکُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Wa lay yanfa'akoemoel Yawma iez zalamtoem annakoem fiel 'azaabie moeshtariekoen
43:39 Nooit zal de onrecht (het niet dankbaar zijn voor de barmhartigheid) die jullie (jij en de boezemvriend) hebben gedaan, voordeel bieden op de dag waarop jullie de straf samen zullen krijgen (dag des oordeels). (Notitie: Zie ook 14:7.)

اَفَاَنۡتَ تُسۡمِعُ الصُّمَّ اَوۡ تَہۡدِی الۡعُمۡیَ وَ مَنۡ کَانَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۰۴﴾
Afa anta toesmie'oes soemma aw tahdiel 'oemya wa man kaana fiee dalaalien moebieen
43:40 Kun jij (Mohammed v.z.m.h.) dan de doven doen horen of de blinden en degene die zich in een duidelijke fout verkeert, leidde?

فَاِمَّا نَذۡہَبَنَّ بِکَ فَاِنَّا مِنۡہُمۡ مُّنۡتَقِمُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Fa iemmaa nazhabanna bieka fa iennaa mienhoem moentaqiemoen
43:41 En als Wij jou (Mohammed v.z.m.h.) doen wegnemen (de dood doen proeven) (zonder dat ze de boodschap accepteren), dan zullen Wij hen vergelden. (Notitie: Allah straft hen niet zolang de profeet Mohammed v.z.m.h onder hen bevindt, zie 8:33.)

اَوۡ نُرِیَنَّکَ الَّذِیۡ وَعَدۡنٰہُمۡ فَاِنَّا عَلَیۡہِمۡ مُّقۡتَدِرُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Aw noerieyannakal laziee wa'adnaahoem fa iennaa 'alaihiem moeqtadieroen
43:42 Of Wij (zullen jou niet de dood doen proeven, maar) laten jou datgeen zien wat Wij hen hebben toegezegd (de straf). Zonder twijfel, Wij hebben over hen de volledige macht. (Notitie: zie de slag van Badr waar de ongelovige gestraft werden.)

فَاسۡتَمۡسِکۡ بِالَّذِیۡۤ اُوۡحِیَ اِلَیۡکَ ۚ اِنَّکَ عَلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۳۴﴾
Fastamsiek biellazieee oehieya ielaika iennaka 'alaa Sieraatien Moestaqieem
43:43 Dus hou vast aan datgeen wat aan jou (Mohammed v.z.m.h.) is geopenbaard. Zonder twijfel, jij bevindt zich op het rechte pad.

وَ اِنَّہٗ لَذِکۡرٌ لَّکَ وَ لِقَوۡمِکَ ۚ وَ سَوۡفَ تُسۡـَٔلُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Wa iennahoe la ziekroen laka wa lieqawmieka wa sawfa toes'aloen
43:44 Het (de Koran) is een eer (zie 21:10) voor jou en jouw volk. Spoedig zullen jullie worden onder vraagt.

وَ سۡـَٔلۡ مَنۡ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ قَبۡلِکَ مِنۡ رُّسُلِنَاۤ اَجَعَلۡنَا مِنۡ دُوۡنِ الرَّحۡمٰنِ اٰلِـہَۃً یُّعۡبَدُوۡنَ ﴿۵۴﴾
Was'al man arsalnaa mien qablieka mier Roesoelienaaa 'a dja'alnaa mien doenier Rahmaanie aaliehatay yoe'badoen
43:45 En vraag aan de boodschappers die Wij voor jou stuurden of Wij goden maakten naast Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige) om aanbeden te worden?"

وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا مُوۡسٰی بِاٰیٰتِنَاۤ اِلٰی فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہٖ فَقَالَ اِنِّیۡ رَسُوۡلُ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa laqad arsalnaa Moesaa bie aayaatienaaa ielaa Fier'awna wa mala'iehiee faqaala ienniee Rasoeloe Rabbiel 'aalamieen
43:46 Wij zonden Moesa met Onze tekenen naar Farao en zijn ministers. Hij (Moesa) zei: "Ik ben een boodschapper van de Heer van de werelden."

فَلَمَّا جَآءَہُمۡ بِاٰیٰتِنَاۤ اِذَا ہُمۡ مِّنۡہَا یَضۡحَکُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Falamma djaaa'ahoem bie aayaatienaaa iezaa hoem mienhaa yadhakoen
43:47 Echter, toen hij (Moesa) Onze tekenen liet zien, lachte ze hem uit.

وَ مَا نُرِیۡہِمۡ مِّنۡ اٰیَۃٍ اِلَّا ہِیَ اَکۡبَرُ مِنۡ اُخۡتِہَا ۫ وَ اَخَذۡنٰہُمۡ بِالۡعَذَابِ لَعَلَّہُمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa maa noerieehiem mien aayatien iellaa hieya akbaroe mien oeghtiehaa wa aghaznaahoem biel'azaabie la'allahoem yardjie'oen
43:48 Elk teken dat Wij aan hen toonden was groter dan zijn voorganger. En Wij strafte hen op een wijze, zodat ze terug konden keren (naar het rechte pad.)

وَ قَالُوۡا یٰۤاَیُّہَ السّٰحِرُ ادۡعُ لَنَا رَبَّکَ بِمَا عَہِدَ عِنۡدَکَ ۚ اِنَّنَا لَمُہۡتَدُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Wa qaaloe yaaa ayyoehas saahieroed'oe lanaa Rabbaka biemaa 'ahieda 'iendaka iennanaa lamoehtadoen
43:49 Ze zeiden (tegen Moesa): "O Magiër! Roep jouw Heer voor ons aan, door middel van het verbond die Hij met jou heeft. We zullen dan zeker geleid worden (naar het rechte pad)."

فَلَمَّا کَشَفۡنَا عَنۡہُمُ الۡعَذَابَ اِذَا ہُمۡ یَنۡکُثُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Falammaa kashafnaa 'anhoemoel 'azaaba iezaa hoem yan-koesoen
43:50 Maar toen Wij de straf voor hen wegnamen, zie, ze verbraken hun woord.

وَ نَادٰی فِرۡعَوۡنُ فِیۡ قَوۡمِہٖ قَالَ یٰقَوۡمِ اَلَیۡسَ لِیۡ مُلۡکُ مِصۡرَ وَ ہٰذِہِ الۡاَنۡہٰرُ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِیۡ ۚ اَفَلَا تُبۡصِرُوۡنَ ﴿۱۵﴾
Wa naadaa Fier'awnoe fiee qawmiehiee qaala yaa qawmie alaisa liee moelkoe Miesra wa haaziehiel anhaaroe tadjriee mien tahtiee afalaa toebsieroen
43:51 En Farao riep naar zijn volk: "Mijn volk! Behoort het koninkrijk van Egypte niet aan mij toe? En (ook) deze rivieren die onder mij stromen? Zien jullie dan niet?"

اَمۡ اَنَا خَیۡرٌ مِّنۡ ہٰذَا الَّذِیۡ ہُوَ مَہِیۡنٌ ۬ۙ وَّ لَا یَکَادُ یُبِیۡنُ ﴿۲۵﴾
Am ana ghairoen mien haazal laziee hoewa mahieenoew wa laa yakaadoe yoebieen
43:52 "Ben ik niet beter dan deze man die onbelangrijk is en zich moeilijk kan uitdrukken?"

فَلَوۡ لَاۤ اُلۡقِیَ عَلَیۡہِ اَسۡوِرَۃٌ مِّنۡ ذَہَبٍ اَوۡ جَآءَ مَعَہُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ مُقۡتَرِنِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Falaw laa oelqieya 'alaihie aswieratoen mien zahabien aw djaaa'a ma'ahoel malaaa'iekatoe moeqtarienieen
43:53 "Waarom heeft hij dan geen gouden armbanden gekregen of waarom komen de engelen hem niet vergezellen?"

فَاسۡتَخَفَّ قَوۡمَہٗ فَاَطَاعُوۡہُ ؕ اِنَّہُمۡ کَانُوۡا قَوۡمًا فٰسِقِیۡنَ ﴿۴۵﴾
Fastaghaffa qawmahoe fa ataa'oeh; iennahoem kaanoe qawman faasieqieen
43:54 Dus hij verlaagde zijn volk (door zichzelf groot te praten) en ze gehoorzaamden hem. Zonder twijfel, ze waren een volk dat provocerend ongehoorzaam was. (Notitie: Ondanks dat het volk zeer grote tekenen had gezien, gaven ze geen gehoor aan Allah's tekenen.)

فَلَمَّاۤ اٰسَفُوۡنَا انۡتَقَمۡنَا مِنۡہُمۡ فَاَغۡرَقۡنٰہُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۵۵﴾
Falammaaa aasafoenan taqamnaa mienhoem fa aghraqnaahoem adjma'ieen
43:55 Toen ze Ons kwaad maakten, vergolden Wij hen. Wij lieten hen allen verdrinken.

فَجَعَلۡنٰہُمۡ سَلَفًا وَّ مَثَلًا لِّلۡاٰخِرِیۡنَ ﴿۶۵﴾
Fadja'alnaahoem salafaw wa masalan liel aaghierieen
43:56 Wij maakten hen (hun gedrag) als een voorteken (van vernietiging) en een voorbeeld (van slecht gedrag) voor de latere generaties.

وَ لَمَّا ضُرِبَ ابۡنُ مَرۡیَمَ مَثَلًا اِذَا قَوۡمُکَ مِنۡہُ یَصِدُّوۡنَ ﴿۷۵﴾
Wa lammaa doeriebab noe Maryama masalan iezaa qawmoeka mienhoe yasieddoen
43:57 En wanneer de zoon van Maryam (Isa/Jezus) als een (goed) voorbeeld (van gedrag) wordt genoemd, dan lacht jouw volk je uit.

وَ قَالُوۡۤاءَ اٰلِہَتُنَا خَیۡرٌ اَمۡ ہُوَ ؕ مَا ضَرَبُوۡہُ لَکَ اِلَّا جَدَلًا ؕ بَلۡ ہُمۡ قَوۡمٌ خَصِمُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Wa qaaloeo 'a-aaliehatoenaa ghairoen am hoe; maa daraboehoe laka iellaa djadalaa; balhoem qawmoen ghasiemoen
43:58 Ze zeggen: "Is onze goden beter of hij?" Ze zeggen het alleen om met jou ruzie te maken. Nee, ze zijn een volk dat strijdlustig/niet vredig is.

اِنۡ ہُوَ اِلَّا عَبۡدٌ اَنۡعَمۡنَا عَلَیۡہِ وَ جَعَلۡنٰہُ مَثَلًا لِّبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ ﴿۹۵﴾
In hoewa iellaa 'abdoen an'amnaa 'alaihie wa dja'alnaahoe masalan lie Banieee Israaa'ieel
43:59 Hij (Isa/Jezus) was niets anders dan een dienaar en Wij schonken Onze gunsten (de profeetschap) op hem en maakte hem als voorbeeld voor de kinderen van Israël (zie 19:30-34).

وَ لَوۡ نَشَآءُ لَجَعَلۡنَا مِنۡکُمۡ مَّلٰٓئِکَۃً فِی الۡاَرۡضِ یَخۡلُفُوۡنَ ﴿۰۶﴾
Wa law nashaaa'oe ladja'alnaa mien-koem malaaa'iekatan fiel ardie yaghloefoen
43:60 En als Wij het wilden, dan konden Wij, samen met jullie, engelen op de aarde als 'Ghalifa' (een entiteit waaruit vele generaties op generaties zal ontstaan) hebben gemaakt.

وَ اِنَّہٗ لَعِلۡمٌ لِّلسَّاعَۃِ فَلَا تَمۡتَرُنَّ بِہَا وَ اتَّبِعُوۡنِ ؕ ہٰذَا صِرَاطٌ مُّسۡتَقِیۡمٌ ﴿۱۶﴾
Wa iennahoe la 'ielmoen lies Saa'atie fa laa tamtaroenna biehaa wattabie'oen; haazaa Sieraatoen Moestaqieem
43:61 Zonder twijfel, het (de komst van Isa) is een teken van het uur. Twijfel daarom er niet over en volg mij (Mohammed v.z.m.h.). Dit is een recht pad. (Notitie: Een van de grote tekenen van de nadering van de dag des oordeels is dat Isa op aarde zal komen en Dajaal zal verslaan.)

وَ لَا یَصُدَّنَّکُمُ الشَّیۡطٰنُ ۚ اِنَّہٗ لَکُمۡ عَدُوٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۲۶﴾
Wa laa yasoeddan nakoemoesh Shaitaanoe iennahoe lakoem 'adoewwoen moebieen
43:62 En laat de satan jullie niet doen verlijden. Zonder twijfel, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

وَ لَمَّا جَآءَ عِیۡسٰی بِالۡبَیِّنٰتِ قَالَ قَدۡ جِئۡتُکُمۡ بِالۡحِکۡمَۃِ وَ لِاُبَیِّنَ لَکُمۡ بَعۡضَ الَّذِیۡ تَخۡتَلِفُوۡنَ فِیۡہِ ۚ فَاتَّقُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوۡنِ ﴿۳۶﴾
Wa lammaa djaaa'a 'Eesaa bielbaiyienaatie qaala qad djie'toekoem biel Hiekmatie wa lie-oebaiyiena lakoem ba'dal laziee taghtaliefoena fieehie fattaqoel laaha wa atiee'oen
43:63 Toen Isa (Jezus) duidelijke bewijzen toonde, zei hij: "Waarlijk, ik ben tot jullie gekomen met Allah's wetten. Ik maak datgeen duidelijk waar jullie van meining in verschillen. Dus vrees Allah en wees mij gehoorzaam."

اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ رَبِّیۡ وَ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ ہٰذَا صِرَاطٌ مُّسۡتَقِیۡمٌ ﴿۴۶﴾
Innal laaha Hoewa Rabbiee wa Rabboekoem fa'boedoeh; haaza Sieraatoem Moestaqieem
43:64 "Allah, Hij is mijn Heer en jullie Heer. Dus aanbid Hem. Dit is een recht pad."

فَاخۡتَلَفَ الۡاَحۡزَابُ مِنۡۢ بَیۡنِہِمۡ ۚ فَوَیۡلٌ لِّلَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا مِنۡ عَذَابِ یَوۡمٍ اَلِیۡمٍ ﴿۵۶﴾
Faghtalafal ahzaaboe mien bainiehiem fa wailoen liel lazieena zalamoe mien 'azaabie Yawmien alieem
43:65 Ondanks dat, waren de partijen/groepen/sectes het onderling oneens. Dus wee de misdadigers vanwege de straf (die ze zullen ondervinden) op de pijnlijke dag.

ہَلۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّا السَّاعَۃَ اَنۡ تَاۡتِیَہُمۡ بَغۡتَۃً وَّ ہُمۡ لَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Hal yanzoeroena iellas Saa'ata an ta'tieyahoem baghtataw wa hoem laa yash'oeroen
43:66 Wachten ze alleen op het uur (de dood) dat plotseling over hen zal komen terwijl ze het niet beseffen?

اَلۡاَخِلَّآءُ یَوۡمَئِذٍۭ بَعۡضُہُمۡ لِبَعۡضٍ عَدُوٌّ اِلَّا الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۷۶﴾
Al aghiellaaa'oe Yawma'iezien ba'doehoem lieba'dien 'adoewwoen iellal moettaqieen
43:67 (Vervolgens) Op die dag (des oordeels) zullen vrienden elkaars vijanden zijn. Behalve (voor) de moettaqoens (zie 2:2-5), (er zal tegen hen gezegd worden:)

یٰعِبَادِ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡکُمُ الۡیَوۡمَ وَ لَاۤ اَنۡتُمۡ تَحۡزَنُوۡنَ ﴿۸۶﴾
Yaa 'iebaadie laa ghawfoen 'alaikoemoel Yawma wa laaa antoem tahzanoen
43:68 "O Mijn dienaren. Op deze dag is er geen vrees voor jullie, noch zullen jullie treuren."

اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ کَانُوۡا مُسۡلِمِیۡنَ ﴿۹۶﴾
Allazieena aamanoe bie Aayaatienaa wa kaanoe moesliemieen
43:69 (Dat zijn) Degenen die geloven in Onze 'Ayahs' (tekenen/verzen) en die zich onderworpen hadden (aan Onze wil).

اُدۡخُلُوا الۡجَنَّۃَ اَنۡتُمۡ وَ اَزۡوَاجُکُمۡ تُحۡبَرُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Oedghoeloel djannata antoem wa azwaadjoekoem toehbaroen
43:70 "Betreed het paradijs, Jullie en jullie echtgenotes, in vreugde."

یُطَافُ عَلَیۡہِمۡ بِصِحَافٍ مِّنۡ ذَہَبٍ وَّ اَکۡوَابٍ ۚ وَ فِیۡہَا مَا تَشۡتَہِیۡہِ الۡاَنۡفُسُ وَ تَلَذُّ الۡاَعۡیُنُ ۚ وَ اَنۡتُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۱۷﴾
Yoetaafoe 'alaihiem biesiehaa fiem mien zahabiew wa akwaab, wa fieehaa maatashtahieehiel anfoesoe wa talazzoel a'yoenoe wa antoem fieehaa ghaaliedoen
43:71 Er zal voor hen rond gegaan worden met gouden dienbladen en bekers. Daar is alles wat "Nafs" (de persoon/eigen ik) verlangt en wat de ogen blij maakt. Jullie zullen daar voor altijd verblijven.

وَ تِلۡکَ الۡجَنَّۃُ الَّتِیۡۤ اُوۡرِثۡتُمُوۡہَا بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۷﴾
Wa tielkal djannatoel latieee oeriestoemoehaa biemaa koentoem ta'maloen
43:72 "Dit is het paradijs welke jullie hebben geërfd door datgeen wat jullie hebben gedaan.

لَکُمۡ فِیۡہَا فَاکِہَۃٌ کَثِیۡرَۃٌ مِّنۡہَا تَاۡکُلُوۡنَ ﴿۳۷﴾
Lakoem fieehaa faakiehatoen kasieeratoen mienhaa ta'koeloen
43:73 Voor jullie is er daar overvloedig fruit, waarvan jullie zullen eten.

اِنَّ الۡمُجۡرِمِیۡنَ فِیۡ عَذَابِ جَہَنَّمَ خٰلِدُوۡنَ ﴿۴۷﴾
Innal moedjriemieena fiee 'azaabie djahannama ghaaliedoen
43:74 Zonder twijfel, de misdadigers zullen zich voor altijd in de straf van de hel bevinden.

لَا یُفَتَّرُ عَنۡہُمۡ وَ ہُمۡ فِیۡہِ مُبۡلِسُوۡنَ ﴿۵۷﴾
Laa yoefattaroe 'anhoem wa hoem fieehie moebliesoen
43:75 Het zal voor hen niet verlicht worden. Ze zullen erin wanhopen.

وَ مَا ظَلَمۡنٰہُمۡ وَ لٰکِنۡ کَانُوۡا ہُمُ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۶۷﴾
Wa maa zalamnaahoem wa laakien kaanoe hoemoez zaaliemieen
43:76 Wij hebben hen geen onrecht aangedaan, maar zij waren zelf onrecht plegers.

وَ نَادَوۡا یٰمٰلِکُ لِیَقۡضِ عَلَیۡنَا رَبُّکَ ؕ قَالَ اِنَّکُمۡ مّٰکِثُوۡنَ ﴿۷۷﴾
Wa naadaw yaa Maaliekoe lieyaqdie 'alainaa Rabboeka qaala iennakoem maakiethoen
43:77 En ze zullen (naar de bewaker van de hel) roepen: "O Malik! Laat jouw Heer een einde aan ons maken." Hij zal zeggen: "Jullie blijven."

لَقَدۡ جِئۡنٰکُمۡ بِالۡحَقِّ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَکُمۡ لِلۡحَقِّ کٰرِہُوۡنَ ﴿۸۷﴾
Laqad djie'naakoem bielhaqqie wa laakienna aksarakoem liel haqqie kaariehoen
43:78 Waarlijk, Wij hebben voor jullie de waarheid gebracht, maar de meeste van jullie zijn afkerig voor de waarheid.

اَمۡ اَبۡرَمُوۡۤا اَمۡرًا فَاِنَّا مُبۡرِمُوۡنَ ﴿۹۷﴾
Am abramoeo amran fa-iennaa moebriemoen
43:79 Of hebben ze een complot bedacht? (Weet dat) Wij dat ook doen.

اَمۡ یَحۡسَبُوۡنَ اَنَّا لَا نَسۡمَعُ سِرَّہُمۡ وَ نَجۡوٰىہُمۡ ؕ بَلٰی وَ رُسُلُنَا لَدَیۡہِمۡ یَکۡتُبُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Am yahsaboena annaa laa nasma'oe sierrahoem wa nadjwaahoem; balaa wa Roesoeloenaa ladaihiem yaktoeboen
43:80 Of denken ze dat Wij hun geheimen en hun geheime vergaderingen niet kunnen horen? Zeer zeker, Onze boodschappers (engelen) die met hen zijn, noteren alles.

قُلۡ اِنۡ کَانَ لِلرَّحۡمٰنِ وَلَدٌ ٭ۖ فَاَنَا اَوَّلُ الۡعٰبِدِیۡنَ ﴿۱۸﴾
Qoel ien kaana lier Rahmaanie walad; fa-ana awwaloel 'aabiedieen
43:81 Zeg: "Indien Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige) een zoon had, dan zou ik (Mohammed v.z.m.h.) de eerste van de aanbidders zijn (die hem zou aanbidden).

سُبۡحٰنَ رَبِّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ رَبِّ الۡعَرۡشِ عَمَّا یَصِفُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Soebhaana Rabbies samaawaatie wal ardie Rabbiel Arshie 'ammaa yasiefoen
43:82 Subhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) aan de Heer van hemelen en de aarde. De Heer van de troon die verheven is boven datgeen wat ze aan Hem toekennen.

فَذَرۡہُمۡ یَخُوۡضُوۡا وَ یَلۡعَبُوۡا حَتّٰی یُلٰقُوۡا یَوۡمَہُمُ الَّذِیۡ یُوۡعَدُوۡنَ ﴿۳۸﴾
Fazarhoem yaghoedoe wa yal'aboe hattaa yoelaaqoe Yawmahoemoel laziee yoe'adoen
43:83 Dus laat hen maar ijdele gesprekken voeren en spelen, totdat ze hun dag, welke aan hen toegezegd is, zullen ontmoeten.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ فِی السَّمَآءِ اِلٰہٌ وَّ فِی الۡاَرۡضِ اِلٰہٌ ؕ وَ ہُوَ الۡحَکِیۡمُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۴۸﴾
Wa Hoewal laziee fiessamaaa'ie ielaahoew wa fiel ardie ielaah; wa Hoewal Hakieemoel 'Alieem
43:84 Hij is de Godheid in de hemelen en op de aarde. Hij is Al-Hakiem (De Alwijze), Al-Aliem (de Alwetende).

وَ تَبٰرَکَ الَّذِیۡ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا ۚ وَ عِنۡدَہٗ عِلۡمُ السَّاعَۃِ ۚ وَ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۵۸﴾
Wa tabaarakal laziee lahoe moelkoes samaawaatie wal ardie wa maa bainahoemaa wa 'iendahoe 'ielmoes Saa'atie wa ielaihie toerdja'oen
43:85 Gezegend is de Degene aan Wie het koninkrijk van de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is, toebehoort. Bij Hem is de kennis van het uur (de aanvang van de dag des oordeels) en tot Hem zullen jullie terugkeren.

وَ لَا یَمۡلِکُ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہِ الشَّفَاعَۃَ اِلَّا مَنۡ شَہِدَ بِالۡحَقِّ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۸﴾
Wa laa yamliekoel lazieena yad'oena mien doeniehiesh shafaa'ata iellaa man shahieda bielhaqqie wa hoem ya'lamoen
43:86 Degenen die ze naast Hem aanroepen hebben geen enkel macht\invloed voor bemiddelen, behalve degene die getuigd over de waarheid en dat weten ze. (Notitie: zie ook 78:38 met betrekking tot bemiddeling.)

وَ لَئِنۡ سَاَلۡتَہُمۡ مَّنۡ خَلَقَہُمۡ لَیَقُوۡلُنَّ اللّٰہُ فَاَنّٰی یُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۷۸﴾
Wa la'ien sa altahoem man ghalaqahoem la yaqoeloen nallaahoe fa annaa yoe'fakoen
43:87 En als je hen vraagt, wie heeft hen geschapen, dan zullen ze zonder twijfel zeggen: "Allah!" Waar, op welke punt, worden ze dan misleid?

وَ قِیۡلِہٖ یٰرَبِّ اِنَّ ہٰۤؤُلَآءِ قَوۡمٌ لَّا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۸۸﴾
Wa qieeliehiee yaa Rabbie ienna haaa'oelaaa'ie qawmoel laa yoe'mienoen
43:88 En (gedenk Mohammed v.z.m.h.) zijn uitspraak: "Mijn Heer! Dit is een volk dat niet geloofd."

فَاصۡفَحۡ عَنۡہُمۡ وَ قُلۡ سَلٰمٌ ؕ فَسَوۡفَ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۸﴾
Fasfah 'anhoem wa qoel salaam; fasawfa ya'lamoen
43:89 Wend je van hen en zeg: "Vrede." Echter, spoedig zullen ze te weten komen.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
حٰمٓ ﴿۱﴾
Haa Mieeem
44:1 Haa Mieeem.

وَ الۡکِتٰبِ الۡمُبِیۡنِ ۙ﴿۲﴾
Wal Kietaabiel Moebieen
44:2 Bij het duidelijke boek (de Koran),

اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنٰہُ فِیۡ لَیۡلَۃٍ مُّبٰرَکَۃٍ اِنَّا کُنَّا مُنۡذِرِیۡنَ ﴿۳﴾
Innaaa anzalnaahoe fiee lailatiem moebaarakah; iennaa koennaa moenzierieen
44:3 Wij openbaarden het in een gezegende nacht (zie 97:1-5). Zonder twijfel, Wij waarschuwen (voor de berechting op de dag des oordeels).

فِیۡہَا یُفۡرَقُ کُلُّ اَمۡرٍ حَکِیۡمٍ ۙ﴿۴﴾
Fieehaa yoefraqoe koelloe amrien hakieem
44:4 Daarin (de nacht van de Qadr) wordt elke wijze beslissing (hoe het lot uitgevoerd moet worden) vastgesteld. (Notitie: Alle lotten staan geschreven in de moeder der boeken, genaamd Lawh Al-Mahfuz. In de nacht van de Qadr, wordt de uitvoering van de lotten voor dat jaar vastgesteld, m.a.w. er wordt opdracht gegeven aan de engelen voor bepaalde taken voor dat jaar.)

اَمۡرًا مِّنۡ عِنۡدِنَا ؕ اِنَّا کُنَّا مُرۡسِلِیۡنَ ۚ﴿۵﴾
Amram mien 'iendienaaa; iennaa koennaa moersielieen
44:5 Een bevel (voor deze Koran is) van Ons. Wij zenden altijd (leiding).

رَحۡمَۃً مِّنۡ رَّبِّکَ ؕ اِنَّہٗ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ۙ﴿۶﴾
Rahmatam mier rabbiek; iennahoe Hoewas Samiee'oel 'Alieem
44:6 Dit als barmhartigheid van jullie Heer. Zonder twijfel, Hij is As-Samie'oe (de Alhorende), Al-Aliem (De Alwetende).

رَبِّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا ۘ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّوۡقِنِیۡنَ ﴿۷﴾
Rabbies samaawaatie wal ardie wa maa bainahoemaa; ien koentoem moeqienieen
44:7 (Hij is de) Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is. Waren jullie maar overtuigd.

لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ ؕ رَبُّکُمۡ وَ رَبُّ اٰبَآئِکُمُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۸﴾
Laaa ielaaha iellaa Hoewa yoehyiee wa yoemieetoe Rabboekoem wa Rabboe aabaaa'iekoemoel awwalieen
44:8 Er is geen deïteit/godheid behalve Hij. Hij geeft leven en veroorzaakt de dood. Jullie Heer en de Heer van jullie voorvaders.

بَلۡ ہُمۡ فِیۡ شَکٍّ یَّلۡعَبُوۡنَ ﴿۹﴾
Bal hoem fiee shakkiey yal'aboen
44:9 Nee, ze vermaken zich omdat ze twijfelen.

فَارۡتَقِبۡ یَوۡمَ تَاۡتِی السَّمَآءُ بِدُخَانٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۰۱﴾
Fartaqieb Yawma ta'ties samaaa'oe bie doeghaanien moebieen
44:10 Wacht dan op de dag wanneer de hemel een duidelijk zichtbare gaswolk\rook produceert,

یَّغۡشَی النَّاسَ ؕ ہٰذَا عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۱۱﴾
Yaghshan naasa haazaa 'azaaboen alieem
44:11 die de mensen zal omsluiten. Dit is een straf die zeer pijn zal doen.

رَبَّنَا اکۡشِفۡ عَنَّا الۡعَذَابَ اِنَّا مُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Rabbanak shief 'annal 'azaaba iennaa moe'mienoen
44:12 (Ze zullen dan zeggen:) "Onze Heer! Verwijder de straf van ons! Zonder twijfel, we geloven!"

اَنّٰی لَہُمُ الذِّکۡرٰی وَ قَدۡ جَآءَہُمۡ رَسُوۡلٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۳۱﴾
Annaa lahoemoez ziekraa wa qad djaaa'ahoem Rasoeloem moebieen
44:13 Hoe kan de waarschuwing dan effect hebben, aangezien er al een duidelijke boodschapper tot hen was gekomen? (Notitie: duidelijk in de zin van herkenning en in het duidelijk verkondigen van de boodschap.)

ثُمَّ تَوَلَّوۡا عَنۡہُ وَ قَالُوۡا مُعَلَّمٌ مَّجۡنُوۡنٌ ﴿۴۱﴾
Soemmaa tawallaw 'anhoe wa qaaloe moe'allamoem madjnoen
44:14 Daarna (na het heengaan van profeet Mohammed v.z.m.h.) keerden ze van hem af, zeggende: "Een onderwezen\slimme man, maar gestoord/bezeten/afgedwaald."

اِنَّا کَاشِفُوا الۡعَذَابِ قَلِیۡلًا اِنَّکُمۡ عَآئِدُوۡنَ ﴿۵۱﴾
Innaa kaashiefoel 'azaabie qalieelaa; iennakoem 'aaa'iedoen
44:!5 Wij zullen de straf tijdelijk weghalen. Echter, zonder enige twijfel, jullie zullen terugkeren (naar jullie oude gedrag).

یَوۡمَ نَبۡطِشُ الۡبَطۡشَۃَ الۡکُبۡرٰی ۚ اِنَّا مُنۡتَقِمُوۡنَ ﴿۶۱﴾
Yawma nabtieshoel batsha tal koebraa iennaa moentaqiemoen
44:16 Op die dag zullen Wij (alles) vasthouden met de grootste grip. Zonder twijfel Wij zullen vergelden (voor elke misdaad).

وَ لَقَدۡ فَتَنَّا قَبۡلَہُمۡ قَوۡمَ فِرۡعَوۡنَ وَ جَآءَہُمۡ رَسُوۡلٌ کَرِیۡمٌ ﴿۷۱﴾
Wa laqad fatannaa qablahoem qawma Fier'awna wa djaaa'ahoem Rasoeloen karieem
44:17 Waarlijk, voor de generatie van hen (de arabieren/Quraish) hebben Wij het volk van Farao beproefd. Er kwam tot hen een eerwaardige boodschapper,

اَنۡ اَدُّوۡۤا اِلَیَّ عِبَادَ اللّٰہِ ؕ اِنِّیۡ لَکُمۡ رَسُوۡلٌ اَمِیۡنٌ ﴿۸۱﴾
An addoeo ielaiya 'iebaadal laahie ienniee lakoem Rasoeloen amieen
44:18 Zeggende: "Geef mij de dienaren van Allah. Ik ben een echte boodschapper (van Allah, gezonden) voor jullie."

وَّ اَنۡ لَّا تَعۡلُوۡا عَلَی اللّٰہِ ۚ اِنِّیۡۤ اٰتِیۡکُمۡ بِسُلۡطٰنٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۹۱﴾
Wa al laa ta'loe 'alal laahie ienniee aatieekoem biesoeltaaniem moebieen
44:19 "Verhef julliezelf niet boven Allah. Ik ben tot jullie met een duidelijke autoriteit/gezag gekomen."

وَ اِنِّیۡ عُذۡتُ بِرَبِّیۡ وَ رَبِّکُمۡ اَنۡ تَرۡجُمُوۡنِ ﴿۰۲﴾
Wa ienniee 'oeztoe bie Rabbiee wa rabbiekoem an tardjoemoen
44:20 "Ik zoek mijn toevlucht tot mijn en jullie Heer uit vrees dat jullie mij zullen stenigen."

وَ اِنۡ لَّمۡ تُؤۡمِنُوۡا لِیۡ فَاعۡتَزِلُوۡنِ ﴿۱۲﴾
Wa iel lam toe'mienoe liee fa'tazieloen
44:21 "En als jullie me niet geloven, laat me dan met rust."

فَدَعَا رَبَّہٗۤ اَنَّ ہٰۤؤُلَآءِ قَوۡمٌ مُّجۡرِمُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Fada'aa rabbahoeo anna haaa'oelaaa'ie qawmoem moedjriemoen
44:22 Dus zei hij in zijn smeekgebed naar zijn Heer: "Deze (mensen) zijn een misdadig volk."

فَاَسۡرِ بِعِبَادِیۡ لَیۡلًا اِنَّکُمۡ مُّتَّبَعُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Fa asrie bie'iebaadiee lailan iennakoem moettaba'oen
44:23 (Allah zei:) "Vertrek 's nachts met Mijn dienaren. Jullie zullen worden achtervolgd."

وَ اتۡرُکِ الۡبَحۡرَ رَہۡوًا ؕ اِنَّہُمۡ جُنۡدٌ مُّغۡرَقُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Watroekiel bahra rahwan iennahoem djoendoem moeghraqoen
44:24 "En laat de zee (gespleten) zoals het is ( m.a.w. wees niet bang). Zonder twijfel, zij zijn een leger dat zal verdrinken."

کَمۡ تَرَکُوۡا مِنۡ جَنّٰتٍ وَّ عُیُوۡنٍ ﴿۵۲﴾
Kam tarakoe mien djannaatiew wa 'oeyoen
44:25 (Zie,) Hoeveel tuinen en waterbronnen ze achter lieten,

وَّ زُرُوۡعٍ وَّ مَقَامٍ کَرِیۡمٍ ﴿۶۲﴾
Wa zoeroe'iew wa maqaa mien karieem
44:26 en maisvelden en prachtige plekken,

وَّ نَعۡمَۃٍ کَانُوۡا فِیۡہَا فٰکِہِیۡنَ ﴿۷۲﴾
Wa na'matien kaanoe fieehaa faakiehieen
44:27 en vermakelijke dingen waar ze van genoten.

کَذٰلِکَ ۟ وَ اَوۡرَثۡنٰہَا قَوۡمًا اٰخَرِیۡنَ ﴿۸۲﴾
Kazaalieka wa awrasnaahaa qawman aagharieen
44:28 Dat was dus (de voorzieningen voor het volk van Farao). En Wij deden het door een ander volk erven.

فَمَا بَکَتۡ عَلَیۡہِمُ السَّمَآءُ وَ الۡاَرۡضُ وَ مَا کَانُوۡا مُنۡظَرِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Famaa bakat 'alaihiemoes samaaa'oe wal ardoe wa maa kaanoe moenzarieen
44:29 De hemelen en aarde huilde niet voor hen, noch hebben ze uitstel gekregen.

وَ لَقَدۡ نَجَّیۡنَا بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ مِنَ الۡعَذَابِ الۡمُہِیۡنِ ﴿۰۳﴾
Wa laqad nadjdjainaa Banieee Israaa'ieela mienal'azaabiel moehieen
44:30 Waarlijk, Wij redde de kinderen van Israël van de vernerende straf,

مِنۡ فِرۡعَوۡنَ ؕ اِنَّہٗ کَانَ عَالِیًا مِّنَ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۱۳﴾
Mien Fier'awn; iennahoe kaana 'aalieyam mienal moesriefieen
44:31 van Farao. Zonder twijfel hij was een arrogante onderdrukker.

وَ لَقَدِ اخۡتَرۡنٰہُمۡ عَلٰی عِلۡمٍ عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۳﴾
Wa laqadiegh tarnaahoem 'alaa 'ielmien 'alal 'aalamieen
44:32 Waarlijk, Wij hebben hen (de kinderen van Israël) met kennis gekozen boven de bewoners van de werelden (Van mensen, djiens en engelen.)

وَ اٰتَیۡنٰہُمۡ مِّنَ الۡاٰیٰتِ مَا فِیۡہِ بَلٰٓـؤٌا مُّبِیۡنٌ ﴿۳۳﴾
Wa aatainaahoem mienal aayaatie maa fieehie balaaa'oem moebieen
44:33 Wij gaven hen tekenen van dat het (leven) een duidelijke beproeving is.

اِنَّ ہٰۤؤُلَآءِ لَیَقُوۡلُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Inna haaa'oelaaa'ie la yaqoeloen
44:34 (Echter, de arabieren, Quraish) zij! Ze zeiden:

اِنۡ ہِیَ اِلَّا مَوۡتَتُنَا الۡاُوۡلٰی وَ مَا نَحۡنُ بِمُنۡشَرِیۡنَ ﴿۵۳﴾
In hieya iellaa mawtatoenal oelaa wa maa nahnoe biemoen sharieen
44:35 "Het is alleen onze enige dood, we zullen worden niet herrezen."

فَاۡتُوۡا بِاٰبَآئِنَاۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۶۳﴾
Fa'toe bie aabaaa'ienaaa ien-koentoem saadieqieen
44:36 "Breng onze voorvaders dan, als jullie de waarheid spreken."

اَہُمۡ خَیۡرٌ اَمۡ قَوۡمُ تُبَّعٍ ۙ وَّ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ اَہۡلَکۡنٰہُمۡ ۫ اِنَّہُمۡ کَانُوۡا مُجۡرِمِیۡنَ ﴿۷۳﴾
Ahoem ghayroen am qawmoe Toebba'iew wallazieena mien qabliehiem; ahlaknaahoem iennahoem kaanoe moedjriemieen
44:37 Zijn zij beter of het volk van Toebba of de generaties voor hen? Wij hebben ze vernietigd, zonder twijfel zij waren misdadigers.

وَ مَا خَلَقۡنَا السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ وَ مَا بَیۡنَہُمَا لٰعِبِیۡنَ ﴿۸۳﴾
Wa maa ghalaqnas samaawaatie wal arda wa maa baina hoemaa laa'iebieen
44:38 Wij hebben de hemelen, de aarde en wat er ook maar tussen hen is, niet voor\als vermaak geschapen. (Notitie: Elke schepping representeert de grootheid en barmhartigheid van Allah.)

مَا خَلَقۡنٰہُمَاۤ اِلَّا بِالۡحَقِّ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Maa ghalaqnaahoemaaa iellaa bielhaqqie wa laakienna aksarahoem laa ya'lamoen
44:39 Wij schiepen beide van hen alleen op basis van waarheid, maar de meesten van hen beseffen het (de grootheid van Allah) niet.

اِنَّ یَوۡمَ الۡفَصۡلِ مِیۡقَاتُہُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Inna yawmal faslie mieeqaatoehoem adjma'ieen
44:40 Zonder twijfel, de dag des oordeels is voor hen allen een vastgestelde tijdstip.

یَوۡمَ لَا یُغۡنِیۡ مَوۡلًی عَنۡ مَّوۡلًی شَیۡئًا وَّ لَا ہُمۡ یُنۡصَرُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Yawma laa yoeghniee mawlan 'am mawlan shai'aw wa laa hoem yoensaroen
44:41 Op die dag zal een relatie tussen elkaar geen baat hebben, noch zullen ze (elkaar) kunnen helpen.

اِلَّا مَنۡ رَّحِمَ اللّٰہُ ؕ اِنَّہٗ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الرَّحِیۡمُ ﴿۲۴﴾
Illaa mar rahiemal laah' iennahoe hoewal 'azieezoer rahieem
44:42 Behalve voor wie Allah "Rahiem" is. Voorzeker, Hij is Al-Aziez (de Almachtige), Ar-Rahiem (de meest Barmhartige). (Notitie: Rahmaan is de barmhartigheid van Allah op iedereen, maar voor een bepaalde tijdsduur. Rahiem is de barmhartigheid van Allah op degenen die zich aan Allah alleen hebben onderworpen. Deze barmhartigheid is voor altijd.)

اِنَّ شَجَرَتَ الزَّقُّوۡمِ ﴿۳۴﴾
Inna shadjarataz zaqqoem
44:43 Zonder twijfel, (de vruchten van) de boom van Zaqqoem,

طَعَامُ الۡاَثِیۡمِ ﴿۴۴﴾
Ta'aamoel asieem
44:44 zal het eten voor de zondaar zijn. (Notitie: de boom van Zaqqoem bevindt zich in de hel zie 56:52)

کَالۡمُہۡلِ ۚۛ یَغۡلِیۡ فِی الۡبُطُوۡنِ ﴿۵۴﴾
Kalmoehlie yaghliee fielboetoen
44:45 Het is als kokende olie. Het zal koken in de buiken,

کَغَلۡیِ الۡحَمِیۡمِ ﴿۶۴﴾
Kaghalyiel hamieem
44:46 net als het verdampen van kokend water.

خُذُوۡہُ فَاعۡتِلُوۡہُ اِلٰی سَوَآءِ الۡجَحِیۡمِ ﴿۷۴﴾
ghoezoehoe fa'tieloehoe ielaa sawaaa'iel djahieem
44:47 (Er zal gezegd worden:) "Grijp hem en sleep hem naar de kern van het laaiende vuur."

ثُمَّ صُبُّوۡا فَوۡقَ رَاۡسِہٖ مِنۡ عَذَابِ الۡحَمِیۡمِ ﴿۸۴﴾
Soemma soebboe fawqa ra'siehiee mien 'azaabiel hamieem
44:48 "Giet daarna de straf van heet kokend water over zijn hoofd."

ذُقۡ ۚۙ اِنَّکَ اَنۡتَ الۡعَزِیۡزُ الۡکَرِیۡمُ ﴿۹۴﴾
Zoeq iennaka antal 'azieezoel karieem
44:49 "Proef! Jij was toch machtig en eervol?!"

اِنَّ ہٰذَا مَا کُنۡتُمۡ بِہٖ تَمۡتَرُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Inna haazaa maa koentoem biehiee tamtaroen
44:50 "Voorzeker, dit is hetgeen waar jullie aan twijfelden!"

اِنَّ الۡمُتَّقِیۡنَ فِیۡ مَقَامٍ اَمِیۡنٍ ﴿۱۵﴾
Innal moettaqieena fiee maqaamien amieen
44:51 Zonder twijfel, de moettaqoens (zie, 2:2-5) zullen zich bevinden op een veilige plek,

فِیۡ جَنّٰتٍ وَّ عُیُوۡنٍ ﴿۲۵﴾
Fiee djannaatiew wa 'oeyoen
44:52 tussen tuinen en bronnen\fonteinen,

یَّلۡبَسُوۡنَ مِنۡ سُنۡدُسٍ وَّ اِسۡتَبۡرَقٍ مُّتَقٰبِلِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Yalbasoena mien soendoesiew wa iestabraqiem moetaqaabielieen
44:53 gekleed in dunne en in dikke zijde. Zittend tegenover elkaar.

کَذٰلِکَ ۟ وَ زَوَّجۡنٰہُمۡ بِحُوۡرٍ عِیۡنٍ ﴿۴۵﴾
Kazaalieka wa zawwadjnaahoem biehoerien 'ieen
44:54 Daarboven op, zullen Wij hen huwen\vergezellen met metgezellen die mooie grote ogen hebben.

یَدۡعُوۡنَ فِیۡہَا بِکُلِّ فَاکِہَۃٍ اٰمِنِیۡنَ ﴿۵۵﴾
Yad'oena fieehaa biekoellie faakiehatien aamienieen
44:55 Ze zullen vragen om allerlei vruchten. (Verblijfend) in vrede en veiligheid.

لَا یَذُوۡقُوۡنَ فِیۡہَا الۡمَوۡتَ اِلَّا الۡمَوۡتَۃَ الۡاُوۡلٰی ۚ وَ وَقٰہُمۡ عَذَابَ الۡجَحِیۡمِ ﴿۶۵﴾
Laa yazoeqoena fieehal mawtaa iellal mawtatal oelaa wa waqaahoem 'azaabal djahieem
44:56 Ze zullen daar de dood niet proeven na de eerste dood. Hij zal hen beschermen tegen de straf van het vuur. (Notitie: Zie ook 40:11 m.b.t. de dood.)

فَضۡلًا مِّنۡ رَّبِّکَ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۷۵﴾
Fadlam mier rabbiek; zaalieka hoewal fawzoel 'azieem
44:57 Een extra grote beloning van jouw Heer. Dat is de grote success.

فَاِنَّمَا یَسَّرۡنٰہُ بِلِسَانِکَ لَعَلَّہُمۡ یَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Fa iennamaa yassarnaahoe bieliesaanieka la'allahoem yatazakkaroen
44:58 Zonder twijfel, Wij hebben het (de Koran) in jouw moedertaal gemakkelijk gemaakt, zodat ze er lering kunnen uit trekken.

فَارۡتَقِبۡ اِنَّہُمۡ مُّرۡتَقِبُوۡنَ ﴿۹۵﴾
Fartaqieb iennahoem moerta qieboen
44:59 Dus wacht (Mohammed v.m.h), zij wachten ook.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
حٰمٓ ۚ﴿۱﴾
Haa-Mieeem
45:1 Haa Mieeem.

تَنۡزِیۡلُ الۡکِتٰبِ مِنَ اللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۲﴾
Tanzieeloel Kietaabie mienal laahiel 'Azieeziel Hakieem
45:2 De openbaring van het boek (de Koran) is van Allah, Al-Aziez (de Al-Machtige), Al-Hakiem (de Al-Wijze).

اِنَّ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ لَاٰیٰتٍ لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ ؕ﴿۳﴾
Innaa fies samaawaatie wal ardie la Aayaatiel lielmoe'mienieen
45:3 Zonder twijfel, in de hemelen en op de aarde zijn tekenen voor de gelovigen.

وَ فِیۡ خَلۡقِکُمۡ وَ مَا یَبُثُّ مِنۡ دَآبَّۃٍ اٰیٰتٌ لِّقَوۡمٍ یُّوۡقِنُوۡنَ ۙ﴿۴﴾
Wa fiee ghalaqiekoem wa maa yaboessoe mien daaabbatien Aayaatoel lieqawmieny-yoeqienoen
45:4 En ook de schepping van julliezelf en datgeen wat Hij verspreidt heeft (op de aarde\hemelen) aan bewegende wezens, zijn tekenen voor een volk dat overtuigd is (in de barmhartigheid van Allah).

وَ اخۡتِلَافِ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ وَ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ مِنَ السَّمَآءِ مِنۡ رِّزۡقٍ فَاَحۡیَا بِہِ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِہَا وَ تَصۡرِیۡفِ الرِّیٰحِ اٰیٰتٌ لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿۵﴾
Waghtielaafiel lailie wannahaarie wa maaa anzalal laahoe mienas samaaa'ie mier riezqien fa ahyaa biehiel arda ba'da mawtiehaa wa tasrieefier rieyaahie Aayaatoel lieqawmiey ya'qieloen
45:5 En ook in de wisseling van nacht en dag. En eveneens in datgeen wat Allah aan voorziening vanuit de hemel (regen) neerdaalt en daarmee leven geeft aan de dorre aarde. En ook in de windrichtingen. Dit zijn (allemaal) tekenen voor een volk dat zijn verstand gebruikt.

تِلۡکَ اٰیٰتُ اللّٰہِ نَتۡلُوۡہَا عَلَیۡکَ بِالۡحَقِّ ۚ فَبِاَیِّ حَدِیۡثٍۭ بَعۡدَ اللّٰہِ وَ اٰیٰتِہٖ یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۶﴾
Tielka Aayatoel laahie natloehaa 'alaika biel haqq, fabieayyie hadieesiem ba'dal laahie wa Aayaatiehiee yoe'mienoen
45:6 Dit zijn de verzen van Allah. Wij reciteren ze aan jou (Mohammed v.z.m.h.) op basis van waarheid. In welke verklaringen, willen ze dan geloven, naast Allah en Zijn verzen?

وَیۡلٌ لِّکُلِّ اَفَّاکٍ اَثِیۡمٍ ۙ﴿۷﴾
Wailoel liekoellie affaakien asieem
45:7 Wee elke zondige leugenaar,

یَّسۡمَعُ اٰیٰتِ اللّٰہِ تُتۡلٰی عَلَیۡہِ ثُمَّ یُصِرُّ مُسۡتَکۡبِرًا کَاَنۡ لَّمۡ یَسۡمَعۡہَا ۚ فَبَشِّرۡہُ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۸﴾
Yasma'oe Aayaatiel laahie toetlaa 'alaihie soemma yoesierroe moestakbieran ka-al lam yasma'haa fabashshierhoe bie'azaabien alieem
45:8 die op basis van hoogmoed volhardt (in ongeloof\onrecht), nadat de verzen van Allah voor hem gereciteerd worden, net alsof hij ze niet heeft gehoord. Geef hem dus de aankondiging van een pijnlijke straf.

وَ اِذَا عَلِمَ مِنۡ اٰیٰتِنَا شَیۡئَۨا اتَّخَذَہَا ہُزُوًا ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ؕ﴿۹﴾
Wa iezaa 'aliema mien Aayaatienaa shai' 'aniet taghazahaa hoezoewaa; oelaaa'ieka lahoem 'azaaboem moehieen
45:9 En wanneer hij iets van Onze verzen kent, dan bespot hij ze. Voor zulke mensen is er een vernederende straf.

مِنۡ وَّرَآئِہِمۡ جَہَنَّمُ ۚ وَ لَا یُغۡنِیۡ عَنۡہُمۡ مَّا کَسَبُوۡا شَیۡئًا وَّ لَا مَا اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اَوۡلِیَآءَ ۚ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۰۱﴾
Miew waraaa'iehiem djahannamoe wa laa yoeghniee 'anhoem maa kasaboe shai'aw wa laa mat taghazoe mien doeniel laahie awlieyaaa; wa lahoem 'azaaboen 'azieem
45:10 Voor hun bevindt zich de hel. Datgeen wat ze (aan rijkdom en eer) hebben heeft verdiend. (tijdens het wereldse leven), en ook diegene of datgene die ze als beschermers naast Allah hadden genomen, zullen hen geen enkel voordeel bieden. Voor hen is er een grote straf.

ہٰذَا ہُدًی ۚ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِ رَبِّہِمۡ لَہُمۡ عَذَابٌ مِّنۡ رِّجۡزٍ اَلِیۡمٌ ﴿۱۱﴾
Haazaa hoedaa; wal lazieena kafaroe bie aayaatie Rabbiehiem lahoem 'azaaboem mier riedjzien 'alieem
45:11 Dit (de Koran) is leiding. Voor degenen die niet geloven in de verzen van jullie Heer is er een straf van viezigheid en pijn. (Notitie: De koran leidt naar rechtvaardigheid, dankbaarheid en nederigheid. Het verwijdert de viezigheid van je karakter. De straf die in het hiernamaals gegeven wordt weerspiegeld iemands daden, wat het verlengde is van iemands karakter.)

اَللّٰہُ الَّذِیۡ سَخَّرَ لَکُمُ الۡبَحۡرَ لِتَجۡرِیَ الۡفُلۡکُ فِیۡہِ بِاَمۡرِہٖ وَ لِتَبۡتَغُوۡا مِنۡ فَضۡلِہٖ وَ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Allaahoel laziee sahghara lakoemoel bahra lietadjrieyal foelkoe fieehie bie amriehiee wa lietabtaghoe mien fadliehiee wa la'allakoem tashkoeroen
45:12 Allah is Degene Die de zee voor jullie dienstbaar heeft gemaakt, zodat de schepen erop kunnen varen door Zijn toestemming. En dat jullie naar Zijn gunsten kunnen zoeken (vis, parels, schoonheid, etc) en dat jullie dankbaar kunnen zijn.

وَ سَخَّرَ لَکُمۡ مَّا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ جَمِیۡعًا مِّنۡہُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۳۱﴾
Wa saghghara lakoem maa fies samaawaatie wa maa fiel ardie djamiee'am mienhoe; ienna fieezaalieka la Aayaatiel lieqawmiey yatafakkaroen
45:13 Hij heeft alles, wat in de hemelen en de aarde is, voor jullie dienstbaar gesteld, al hetgeen (datgeen wat de mensheid/ djiens kunnen doen en kunnen bereiken) komt door Hem. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat nadenkt\reflecteerd.

قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا یَغۡفِرُوۡا لِلَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ اَیَّامَ اللّٰہِ لِیَجۡزِیَ قَوۡمًۢا بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Qoel liellazieena aamanoe yaghfieroe liellazieena laa yardjoena ayyaamal laahie lieyadjzieya qawmam biemaa kaanoe yaksieboen
45:14 Zeg tegen de gelovigen om degenen (, de ongelovigen,) te vergeven die niet hopen op de dagen van Allah. Zodat Hij een volk kan belonen/vergelden voor datgeen wat ze hebben verdiend.

مَنۡ عَمِلَ صَالِحًا فَلِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ اَسَآءَ فَعَلَیۡہَا ۫ ثُمَّ اِلٰی رَبِّکُمۡ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۵۱﴾
Man 'amiela saaliehan falienafsiehiee wa man asaaa'a fa'alaihaa soemma ielaa Rabbiekoem toerdja'oen
45:15 (Weet dat) Wie een goede daad verricht dan is het alleen ten goede voor zijn eigenzelf. En wie kwaad doet, dan doet hij kwaad tegen zichzelf. Vervolgens zullen jullie naar jullie Heer worden terug gebracht. (Notitie: vergeven is ten goede voor jezelf. Wanneer je iets vergeeft en vergeet, zie 24:22, zal er geen wrok meer in jou zijn. Het onrecht wat jou is aangedaan zal dan niet meer aan je vreten.)

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ الۡکِتٰبَ وَ الۡحُکۡمَ وَ النُّبُوَّۃَ وَ رَزَقۡنٰہُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ وَ فَضَّلۡنٰہُمۡ عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۶۱﴾
Wa laqad aatainaa Banieee Israaa'ieelal Kietaaba walhoekma wan Noeboewwata wa razaqnaahoem mienat taiyiebaatie wa faddalnaahoem;alal 'aalamieen
45:16 Zonder twijfel, Wij gaven de kinderen van Israël het boek, de 'Hoekm' (leiderschap waarbij Allah's wetten worden toegepast in de sameleving) en het profeetschap. Wij gaven hen goede/reine voorzieningen en voorkozen hen boven de werelden (van mensen, djiens en engelen). (Notitie: zie ook 2:129)

وَ اٰتَیۡنٰہُمۡ بَیِّنٰتٍ مِّنَ الۡاَمۡرِ ۚ فَمَا اخۡتَلَفُوۡۤا اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ ۙ بَغۡیًۢا بَیۡنَہُمۡ ؕ اِنَّ رَبَّکَ یَقۡضِیۡ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Wa aatainaahoem baiyienaatiem mienal amrie famagh talafoeo iellaa miem ba'die maa djaaa'ahoemoel 'ielmoe baghyam bainahoem; ienna Rabbaka yaqdiee bainahoem Yawmal Qieyaamatie fieemaa kaanoe fieehie yaghtaliefoen
45:17 Wij gaven hen duidelijke bewijzen in zaken. Echter, nadat de kennis tot hen kwam, verschilden ze (van meining) door onderlinge afgunst. Op de dag van de herijzing, zal jouw Heer uitspraak doen over datgeen waar ze het met elkaar oneens waren.

ثُمَّ جَعَلۡنٰکَ عَلٰی شَرِیۡعَۃٍ مِّنَ الۡاَمۡرِ فَاتَّبِعۡہَا وَ لَا تَتَّبِعۡ اَہۡوَآءَ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Soemma dja'alnaaka 'alaa shariee'atiem mienal amrie fattabie'haa wa laa tattabie'ahwaaa'al-lazieena laa ya'lamoen
45:18 Vervolgens hebben Wij jou (Mohammed v.z.m.h.) op de "Sharia" (Allah's wetten) gezet. Dus volg het en volg niet de verlangens van degenen die geen kennis hebben.

اِنَّہُمۡ لَنۡ یُّغۡنُوۡا عَنۡکَ مِنَ اللّٰہِ شَیۡئًا ؕ وَ اِنَّ الظّٰلِمِیۡنَ بَعۡضُہُمۡ اَوۡلِیَآءُ بَعۡضٍ ۚ وَ اللّٰہُ وَلِیُّ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۹۱﴾
Innahoem lay yoeghnoe 'an-ka mienal laahie shai'aa; wa iennaz zaaliemieena ba'doehoem awlieyaaa'oe ba'diew wallaahoe walieyyoel moettaqieen
45:19 Nooit zullen ze jou in iets een voordeel kunnen geven bij (het belonen/berechten door) Allah. Zonder twijfel, sommige misdadigers helpen\versterken elkaar. (Maar weet dat) Allah de beschermer\helper is van de moetaqoens (zie 2:2-5).

ہٰذَا بَصَآئِرُ لِلنَّاسِ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃٌ لِّقَوۡمٍ یُّوۡقِنُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Haazaa basaaa'ieroe liennaasie wa hoedaw wa rahmatoel lieqawmiey yoeqienoen
45:20 Dit (boek, de Koran) is een verlichting, leiding en barmhartigheid voor de mensen die overtuigd zijn (van het hiernamaals).

اَمۡ حَسِبَ الَّذِیۡنَ اجۡتَرَحُوا السَّیِّاٰتِ اَنۡ نَّجۡعَلَہُمۡ کَالَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ ۙ سَوَآءً مَّحۡیَاہُمۡ وَ مَمَاتُہُمۡ ؕ سَآءَ مَا یَحۡکُمُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Am hasiebal lazieenadj tarahoes saiyieaatie an nadj'alahoem kallazieena aamanoe wa 'amieloe saaliehaatie sawaaa'am mahyaahoem wa mamaatoehoem; saaa'a maa yahkoemoen
45:21 Denken de misdadigers dat Wij hen, gedurende hun leven en dood, gelijk zullen maken aan degenen die geloven en goede daden verrichten? Zeer onjuist is hoe ze oordelen.

وَ خَلَقَ اللّٰہُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ وَ لِتُجۡزٰی کُلُّ نَفۡسٍۭ بِمَا کَسَبَتۡ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Wa ghalaqal laahoes samaawaatie wal arda bielhaqqie wa lietoedjzaa koelloe nafsiem biemaa kasabat wa hoem laa yoezlamoen
45:22 Allah heeft de hemelen en aarde gemaakt op basis van waarheid, zodat elke "Nafs" (persoon/eigen ik) beloond/vergolden kan worden voor wat het heeft verdiend/gedaan. (Tijdens de berechting,) zal er geen onrecht op hun worden gedaan. (Notitie: De gehele schepping is gebaseerd op de waarheid. Het is dus geen projectie of illusie. Elk iets heeft zijn bestaan, zijn identiteit en verheerlijkt Zijn Heer.)

اَفَرَءَیۡتَ مَنِ اتَّخَذَ اِلٰـہَہٗ ہَوٰىہُ وَ اَضَلَّہُ اللّٰہُ عَلٰی عِلۡمٍ وَّ خَتَمَ عَلٰی سَمۡعِہٖ وَ قَلۡبِہٖ وَ جَعَلَ عَلٰی بَصَرِہٖ غِشٰوَۃً ؕ فَمَنۡ یَّہۡدِیۡہِ مِنۡۢ بَعۡدِ اللّٰہِ ؕ اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Afara'ayta maniet taghaza ielaahahoe hawaahoe wa adal lahoel laahoe 'alaa 'ielmiew wa ghatama 'alaa sam'iehiee wa qalbiehiee wa dja'ala 'alaa basariehiee ghieshaawatan famay yahdieehie miem ba'diel laah; afalaa tazakkaroen
45:23 Heb je degene gezien die zijn verlangs als godheid neemt? Allah laat hem bewust doen dwalen en zet een bedekking op zijn gehoor, over zijn hart en op zijn zicht. Wie kan hem dan leiden naast Allah? Willen jullie dan niet nadenken?

وَ قَالُوۡا مَا ہِیَ اِلَّا حَیَاتُنَا الدُّنۡیَا نَمُوۡتُ وَ نَحۡیَا وَ مَا یُہۡلِکُنَاۤ اِلَّا الدَّہۡرُ ۚ وَ مَا لَہُمۡ بِذٰلِکَ مِنۡ عِلۡمٍ ۚ اِنۡ ہُمۡ اِلَّا یَظُنُّوۡنَ ﴿۴۲﴾
Wa qaaloe maa hieya iellaa hayaatoenad doenyaa namoetoe wa nahyaa wa maa yoehliekoenaaa iellad dahr; wa maa lahoem biezaalieka mien 'ielmien ien hoem iellaayazoennoen
45:24 Ze (ongelovigen) zeggen: "Er is alleen het wereldse leven. We leven en gaan dood. Het enige wat ons vernietigt is de tijd." Ze hebben daar geen kennis over, ze gissen alleen maar.

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتُنَا بَیِّنٰتٍ مَّا کَانَ حُجَّتَہُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوا ائۡتُوۡا بِاٰبَآئِنَاۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۵۲﴾
Wa iezaa toetlaa 'alaihiem aayaatoena baiyienaatiem maa kaana hoedjdjatahoem iellaaa an qaaloe'toe bie aabaaa'ienaaa ien koentoem saadieqieen
45:25 En wanneer Onze duidelijke verzen aan hen worden voorgedragen, dan hebben ze geen tegenargument, ze zeggen alleen: "Breng onze voorvaders als jullie de waarheid spreken."

قُلِ اللّٰہُ یُحۡیِیۡکُمۡ ثُمَّ یُمِیۡتُکُمۡ ثُمَّ یَجۡمَعُکُمۡ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Qoeliel laahoe yoehyieekoem soemma yoemieetoekoem soemma yadjma'oekoem ielaa Yawmiel Qieyaamatie laa raiba fieehie wa laakienna aksaran naasie laa ya'lamoen
45:26 Zeg: "Allah geeft jullie leven en doet jullie daarna dood gaan. Vervolgens, zal Hij jullie (allen) verzamelen op de dag van de wederopstanding. Er is geen enkel twijfel erover." Echter de meeste mensen beseffen het niet.

وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ یَوۡمَ تَقُوۡمُ السَّاعَۃُ یَوۡمَئِذٍ یَّخۡسَرُ الۡمُبۡطِلُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Wa liellaahie moelkoes samaawaatie wal ard; wa Yawma taqoemoes Saa'atoe Yawma 'ieziey yaghsaroel moebtieloen
45:27 Aan Allah behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde. Op de dag dat het uur zich heeft gevestigd, op die dag zullen de vervalsers (van de waarheid) verliezen.

وَ تَرٰی کُلَّ اُمَّۃٍ جَاثِیَۃً ۟ کُلُّ اُمَّۃٍ تُدۡعٰۤی اِلٰی کِتٰبِہَا ؕ اَلۡیَوۡمَ تُجۡزَوۡنَ مَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Wa taraa koella oemmatien djaasieyah; koelloe oemmatien toed'aaa ielaa kietaabiehaa al Yawma toedjzawna maa koentoem ta'maloen
45:28 Je zult elke gemeenschap zien neerbuigen. Elke gemeenschap zal tot zijn boek worden geroepen, (er zal tot hen gezegd worden:) "Vandaag zullen jullie beloont (dan wel vergolden) worden voor datgeen wat jullie hebben gedaan."

ہٰذَا کِتٰبُنَا یَنۡطِقُ عَلَیۡکُمۡ بِالۡحَقِّ ؕ اِنَّا کُنَّا نَسۡتَنۡسِخُ مَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Haazaa kietaaboenaa yantieqoe 'alaikoem bielhaqq; iennaa koennaa nastansieghoe maa koentoem ta'maloen
45:29 "Dit is Onze boek. Het vertelt alles over jullie op basis van waarheid. Wij hebben alles genoteerd wat jullie deden."

فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَیُدۡخِلُہُمۡ رَبُّہُمۡ فِیۡ رَحۡمَتِہٖ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۰۳﴾
Fa ammal lazieena aamaanoe wa 'amieloes saaliehaatie fayoedghieloehoem Rabboehoem fiee rahmatieh; zaalieka hoewal fawzoel moebieen
45:30 Wat dan degenen beftreft die geloofden en goede daden verrichtten, hun Heer zal hen toelaten tot Zijn barmhartigheid. Dat is de duidelijke overwinning.

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ۟ اَفَلَمۡ تَکُنۡ اٰیٰتِیۡ تُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ فَاسۡتَکۡبَرۡتُمۡ وَ کُنۡتُمۡ قَوۡمًا مُّجۡرِمِیۡنَ ﴿۱۳﴾
Wa ammal lazieena kafaroeo afalam takoen Aayaatiee toetlaa 'alaikoem fastakbartoem wa koentoem qawmam moedjriemieen
45:31 Echter wat degenen betreft die niet geloofden, dan (zal er gezegd worden:) "Waren Mijn verzen niet voor jullie opgelezen? Echter, jullie waren hoogmoedig en jullie werden (daarom) een misdadig volk."

وَ اِذَا قِیۡلَ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ وَّ السَّاعَۃُ لَا رَیۡبَ فِیۡہَا قُلۡتُمۡ مَّا نَدۡرِیۡ مَا السَّاعَۃُ ۙ اِنۡ نَّظُنُّ اِلَّا ظَنًّا وَّ مَا نَحۡنُ بِمُسۡتَیۡقِنِیۡنَ ﴿۲۳﴾
Wa iezaa qieela ienna wa'dallaahie haqqoew was Saa'atoe laa raiba fieehaa qoeltoem maa nadriee mas Saa'atoe ien nazoennoe iellaa zannaw wa maa nahnoe biemoestaiqienieen
45:32 "Toen er gezegd werd: 'De belofte van Allah is waar, er is geen enkel twijfel over het uur', zeiden jullie: 'We weten niet wat het uur is. We denken dat het alleen een aanname is. We zijn niet overtuigd.' "

وَ بَدَا لَہُمۡ سَیِّاٰتُ مَا عَمِلُوۡا وَ حَاقَ بِہِمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wa badaa lahoem saiyieaatoe maa 'amieloe wa haaqa biehiem maa kaanoe biehiee yastahzie'oen
45:33 Het kwaad wat ze hadden gedaan, zal voor hen te voorschijn komen. En datgeen wat ze bespotten zal hen omvatten.

وَ قِیۡلَ الۡیَوۡمَ نَنۡسٰکُمۡ کَمَا نَسِیۡتُمۡ لِقَآءَ یَوۡمِکُمۡ ہٰذَا وَ مَاۡوٰىکُمُ النَّارُ وَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa qieelal yawma nansaakoem kamaa nasieetoem lieqaaa'a yawmiekoem haazaa wa maawaakoemoen Naaroe wa maa lakoem mien naasierieen
45:34 Er zal tegen hen gezegd worden: "Vandaag vergeten Wij jullie zoals jullie de ontmoeting van deze dag vergaten. Jullie verblijfplaats is het vuur. Jullie zullen niet worden geholpen."

ذٰلِکُمۡ بِاَنَّکُمُ اتَّخَذۡتُمۡ اٰیٰتِ اللّٰہِ ہُزُوًا وَّ غَرَّتۡکُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا ۚ فَالۡیَوۡمَ لَا یُخۡرَجُوۡنَ مِنۡہَا وَ لَا ہُمۡ یُسۡتَعۡتَبُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Zaaliekoem bie annakoemoet taghaztoem aayaatiel laahie hoezoewaw wa gharratkoemoel hayaatoed doenyaa; fal yawma laa yoeghradjoena mienhaa wa laahoem yoesta'taboen
45:35 "Dat is omdat jullie de 'Ayah' (verzen/tekenen) van Allah belachelijk maakten. Het wereldse leven heeft jullie bedrogen." Dus op deze dag zullen ze er niet worden uitgehaald (de hel), noch zullen ze de mogelijkheid hebben om het (hun misdaad) goed te kunnen maken.

فَلِلّٰہِ الۡحَمۡدُ رَبِّ السَّمٰوٰتِ وَ رَبِّ الۡاَرۡضِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۶۳﴾
Faliellaahiel hamdoe Rabbies samaawaatie wa Rabbiel ardie Rabbiel-'aalamieen
45:36 Dus alle 'Hamd' (dank en eer) behoort aan Allah toe, de Heer van de hemelen, de Heer van de aarde en de Heer van de werelden (van djiens, mensen en engelen.)

وَ لَہُ الۡکِبۡرِیَآءُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ۪ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۷۳﴾
Wa lahoel kiebrieyaaa'oe fiessamaawaatie wal ardie wa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
45:37 De grootheid (op elk gebied, dus creatie, bestuur, verschaffing van voorzieningen, barmhartigheid, etc) van de hemelen en de aarde behoort aan Hem toe. Hij is Al-Aziez (de Al-Machtige), Al-Hakiem (de Al-Wijze).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)


www.heiligekoran.nl