وَ مَاۤ اَنۡزَلۡنَا عَلٰی قَوۡمِہٖ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ مِنۡ جُنۡدٍ مِّنَ السَّمَآءِ وَ مَا کُنَّا مُنۡزِلِیۡنَ ﴿۸۲﴾
Wa maaa anzalnaa 'alaa qawmiehiee miem ba'diehiee mien djoendiem mienas-samaaa'ie wa maa koennaa moenzielieen
36:28 En Wij zonden tegen zijn volk geen (leger van) engelen vanuit de hemel, na (het heengaan) van hem (om het volk te vernietigen), noch hoefden Wij iets te zenden.

اِنۡ کَانَتۡ اِلَّا صَیۡحَۃً وَّاحِدَۃً فَاِذَا ہُمۡ خٰمِدُوۡنَ ﴿۹۲﴾
In kaanat iellaa saihataw waahiedatan fa-iezaa hoem khaamiedoon
36:29 Het was alleen één krachtig geluid/kreet. Aanschouw, ze waren levenloos!

یٰحَسۡرَۃً عَلَی الۡعِبَادِ ۚؑ مَا یَاۡتِیۡہِمۡ مِّنۡ رَّسُوۡلٍ اِلَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Yaa hasratan 'alal 'iebaaad; maa ya'tieehiem mier Rasoolien iellaa kaanoo biehiee yastahzie 'oon
36:30 Helaas voor de dienaren! Zij hebben elke boodschapper bespot die tot hen kwam.

اَلَمۡ یَرَوۡا کَمۡ اَہۡلَکۡنَا قَبۡلَہُمۡ مِّنَ الۡقُرُوۡنِ اَنَّہُمۡ اِلَیۡہِمۡ لَا یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Alam yaraw kam ahlak naa qablahoem mienal qoeroonie annahoem ielaihiem laa yardjie'oon
36:31 Zien zij (de ongelovigen) niet hoeveel oude generaties Wij vernietigd hebben? En dat ze niet tot hen (het wereldse keven) terug zullen keren?

وَ اِنۡ کُلٌّ لَّمَّا جَمِیۡعٌ لَّدَیۡنَا مُحۡضَرُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Wa ien koelloel lammaa djamiee'oel-ladainaa moehdaroon
36:32 (Op de dag des oordeels,) Allen zullen dan voor Ons worden gebracht.

وَ اٰیَۃٌ لَّہُمُ الۡاَرۡضُ الۡمَیۡتَۃُ ۚۖ اَحۡیَیۡنٰہَا وَ اَخۡرَجۡنَا مِنۡہَا حَبًّا فَمِنۡہُ یَاۡکُلُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wa Aayatoel lahoemoel ardoel maitatoe ahyainaahaa wa akhradjnaa mienhaa habban famienhoe ya'koeloon
36:33 Een teken voor hen is de dorre aarde. Wij geven het leven, en Wij brengen graan eruit voort, waar ze van eten.

وَ جَعَلۡنَا فِیۡہَا جَنّٰتٍ مِّنۡ نَّخِیۡلٍ وَّ اَعۡنَابٍ وَّ فَجَّرۡنَا فِیۡہَا مِنَ الۡعُیُوۡنِ ﴿۴۳﴾
Wa dja'alnaa fieehaa djannaatiem mien nakhieeliew wa a'naabiew wa fadjdjarnaa fieeha mienal 'oeyoon
36:34 Wij hebben tuinen met dadelpalmen en druivenstruiken erop geplaatst. En Wij deden er waterbronnen eruit (de aarde) ontspringen.

لِیَاۡکُلُوۡا مِنۡ ثَمَرِہٖ ۙ وَ مَا عَمِلَتۡہُ اَیۡدِیۡہِمۡ ؕ اَفَلَا یَشۡکُرُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Lie ya'koeloo mien samariehiee wa maa 'amielat-hoe aidieehiem; afalaa yashkoeroon
36:35 Zodat ze van haar fruit kunnen eten. Zij hebben het niet met hun handen gemaakt, dus willen ze niet dankbaar zijn?

سُبۡحٰنَ الَّذِیۡ خَلَقَ الۡاَزۡوَاجَ کُلَّہَا مِمَّا تُنۡۢبِتُ الۡاَرۡضُ وَ مِنۡ اَنۡفُسِہِمۡ وَ مِمَّا لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Soebhaanal laziee khalaqal azwaadja koellahaa miemmaa toembietoel ardoe wa mien anfoesiehiem wa miemmaa laa ya'lamoon
36:36 Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Degene Die alles wat op de aarde groeit in paren heeft geschapen en ook hunzelf en datgeen wat ze nog niet kennen (zijn in paren geschapen).

وَ اٰیَۃٌ لَّہُمُ الَّیۡلُ ۚۖ نَسۡلَخُ مِنۡہُ النَّہَارَ فَاِذَا ہُمۡ مُّظۡلِمُوۡنَ ﴿۷۳﴾
Wa Aayatoel lahoemoel lailoe naslakhoe mienhoen nahaara fa-iezaa hoem moezliemoon
36:37 Een teken voor hen is de nacht. Wij trekken de dag ervan weg, aanschouw, ze bevinden zich in de duisternis.

وَ الشَّمۡسُ تَجۡرِیۡ لِمُسۡتَقَرٍّ لَّہَا ؕ ذٰلِکَ تَقۡدِیۡرُ الۡعَزِیۡزِ الۡعَلِیۡمِ ﴿۸۳﴾
Wash-shamsoe tadjriee liemoestaqarriel lahaa; zaalieka taqdieeroel 'Azieeziel Alieem
36:38 De zon beweegt zich snel voort, voor een periode dat voor hem is vast gesteld. Dat is de bepaling van Al-Aziz (De Almachtige), Al-Aleem (de Alwetende).

وَ الۡقَمَرَ قَدَّرۡنٰہُ مَنَازِلَ حَتّٰی عَادَ کَالۡعُرۡجُوۡنِ الۡقَدِیۡمِ ﴿۹۳﴾
Walqamara qaddarnaahoe manaaziela hattaa 'aada kal'oer djooniel qadieem
36:39 En voor de maan hebben Wij fases bepaald, totdat ze weer terugkeert (in fases en de vorm krijgt) van een oude palmboom-tak.

لَا الشَّمۡسُ یَنۡۢبَغِیۡ لَہَاۤ اَنۡ تُدۡرِکَ الۡقَمَرَ وَ لَا الَّیۡلُ سَابِقُ النَّہَارِ ؕ وَ کُلٌّ فِیۡ فَلَکٍ یَّسۡبَحُوۡنَ ﴿۰۴﴾
Lash shamsoe yambaghiee lahaaa an toedriekal qamara walal lailoe saabieqoen nahaar; wa koelloen fiee falakie yasbahoon
36:40 Het is voor de zon niet toegestaan dat hij, de maan (in snelheid) inhaalt. Noch kan de nacht, de dag voorbijstreven. Allen zweven in een (vastgestelde) baan.

وَ اٰیَۃٌ لَّہُمۡ اَنَّا حَمَلۡنَا ذُرِّیَّتَہُمۡ فِی الۡفُلۡکِ الۡمَشۡحُوۡنِ ﴿۱۴﴾
Wa Aayatoel lahoem annaa hamalnaa zoerrieyatahoem fiel foelkiel mashhoon
36:41 Een teken voor hen is dat Wij hun nakomelingen droegen in de beladen schip (ark van Noeh).

وَ خَلَقۡنَا لَہُمۡ مِّنۡ مِّثۡلِہٖ مَا یَرۡکَبُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa khalaqnaa lahoem miem-miesliehiee maa yarkaboon
36:42 En Wij hebben voor hen dergelijke dingen gemaakt waarop ze rijden/vliegen/varen.

وَ اِنۡ نَّشَاۡ نُغۡرِقۡہُمۡ فَلَا صَرِیۡخَ لَہُمۡ وَ لَا ہُمۡ یُنۡقَذُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Wa ien nashaa noeghrieqhoem falaa sarieekha lahoem wa laa hoem yoenqazoon
36:43 Als Wij het willen, dan zullen Wij ze laten verdrinken. Er zal dan niemand zijn die hun geschreeuw om hulp kan horen, noch zullen ze worden gered.

اِلَّا رَحۡمَۃً مِّنَّا وَ مَتَاعًا اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۴۴﴾
Illaa rahmatam miennaa wa mataa'an ielaa hieen
36:44 Behalve, door de barmhartigheid van Ons en als een tijdelijke genot (voor hen op de aarde).

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمُ اتَّقُوۡا مَا بَیۡنَ اَیۡدِیۡکُمۡ وَ مَا خَلۡفَکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تُرۡحَمُوۡنَ ﴿۵۴﴾
Wa iezaa qieela lahoemoettaqoo maa baina aidieekoem wa maa khalfakoem la'allakoem toerhamoon
36:45 En wanneer er tegen hen wordt gezegd: "Vrees datgeen wat voor jullie is (de dood/dag des oordeels) en datgeen wat achter jullie is (de afrekening tijdens het wereldse leven, zoals bij de oude geneneraties), zodat jullie de barmhartigheid kunnen krijgen."

وَ مَا تَاۡتِیۡہِمۡ مِّنۡ اٰیَۃٍ مِّنۡ اٰیٰتِ رَبِّہِمۡ اِلَّا کَانُوۡا عَنۡہَا مُعۡرِضِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa maa ta'tieehiem mien aayatiem mien Aayaatie Rabbiehiem iellaa kaanoo 'anhaa moe'riedieen
36:46 Ieder keer wanneer er een teken van hun Heer komt, dan keren ze zich er van af.

وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ اَنۡفِقُوۡا مِمَّا رَزَقَکُمُ اللّٰہُ ۙ قَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لِلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنُطۡعِمُ مَنۡ لَّوۡ یَشَآءُ اللّٰہُ اَطۡعَمَہٗۤ ٭ۖ اِنۡ اَنۡتُمۡ اِلَّا فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۷۴﴾
Wa iezaa qieela lahoem anfieqoo miemmaa razaqakoemoel laahoe qaalal lazieena kafaroo liellazieena aamanooo anoet'iemoe al-law yashaaa'oel laahoe at'amahooo ien antoem iellaa fiee dalaaliem moebieen
36:47 En wanneer er tegen hen wordt gezegd: "Geef (aan liefdadigheid) uit van datgeen wat Allah jullie heeft gegeven", dan zeggen de ongelovigen: "Moeten Wij degene voeden, terwijl als Allah het gewild zou hebben, dan zou Hij hem hebben gevoed. Jullie verkeren in een duidelijke dwaling."

وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہٰذَا الۡوَعۡدُ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa yaqooloona mataa haazal wa'doe ien koentoem saadieqieen
36:48 Ze zeggen: "Wanneer is deze belofte (de straf / de dag des oordeels) dan als jullie de waarheid spreken?"

مَا یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّا صَیۡحَۃً وَّاحِدَۃً تَاۡخُذُہُمۡ وَ ہُمۡ یَخِصِّمُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Maa yanzoeroona iellaa saihataw waahiedatan ta'khoezoehoem wa hoem yakhiessiemoon
36:49 Ze wachten alleen op één geluid/donder/explosie! Het zal hun grijpen terwijl ze aan het ruzie maken/disputeren zijn.

فَلَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ تَوۡصِیَۃً وَّ لَاۤ اِلٰۤی اَہۡلِہِمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Falaa yastatiee'oona taw sieyatanw-wa laaa ielaaa ahliehiem yardjie'oon
36:50 Ze zullen dan niet instaat zijn om een testament te kunnen maken, noch zullen ze terug kunnen keren naar hun familie.

وَ نُفِخَ فِی الصُّوۡرِ فَاِذَا ہُمۡ مِّنَ الۡاَجۡدَاثِ اِلٰی رَبِّہِمۡ یَنۡسِلُوۡنَ ﴿۱۵﴾
Wa noefiekha fies-soorie faizaa hoem mienal adjdaasie ielaa Rabbiehiem yansieloon
36:51 Er zal worden geblazen in de trompet. En aanschouw! Ze zullen vanuit de aarde komen en zich haasten naar hun Heer. (Notitie: Adjdatie Jadies, alles wordt opgegeten door de aarde Djadies (alles wat opgegeten) 20:55, 7:25 )

قَالُوۡا یٰوَیۡلَنَا مَنۡۢ بَعَثَنَا مِنۡ مَّرۡقَدِنَا ٜۘؐ ہٰذَا مَا وَعَدَ الرَّحۡمٰنُ وَ صَدَقَ الۡمُرۡسَلُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Qaaloo yaa wailanaa mam ba'asanaa miem marqadienaa; haaza maa wa'adar Rahmanoe wa sadaqal moersaloon
36:52 Ze zullen zeggen: "O Wee ons! Wie heeft ons opgewekt van onze rustplek? Dit is wat Ar-Rahmaan (de Barmhartige, zie 1:3) ons had beloofd. De boodschappers spraken de waarheid!"

اِنۡ کَانَتۡ اِلَّا صَیۡحَۃً وَّاحِدَۃً فَاِذَا ہُمۡ جَمِیۡعٌ لَّدَیۡنَا مُحۡضَرُوۡنَ ﴿۳۵﴾
In kaanat iellaa saihataw waahiedatan fa-iezaa hoem djamiee'oel ladainaa moehdaroon
36:53 Het zal alleen één geluid-stoot zijn. En aanschouw! Ze zullen allen voor Ons worden gebracht.

فَالۡیَوۡمَ لَا تُظۡلَمُ نَفۡسٌ شَیۡئًا وَّ لَا تُجۡزَوۡنَ اِلَّا مَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۵﴾
Fal-Yawma laa toezlamoe nafsoen shai'anw-wa laa toedjzawna iellaa maa koentoem ta'maloon
36:54 Op deze dag zal geen enkel onrecht op een 'Nafs' (persoon) worden gedaan. Jullie zullen alleen worden vergoed op basis van wat jullie hebben gedaan.

اِنَّ اَصۡحٰبَ الۡجَنَّۃِ الۡیَوۡمَ فِیۡ شُغُلٍ فٰکِہُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Inna Ashaabal djannatiel Yawma fiee shoeghoelien faakiehoon
36:55 Voorzeker, op deze dag zullen de bewoners van het paradijs zich amuseren.

ہُمۡ وَ اَزۡوَاجُہُمۡ فِیۡ ظِلٰلٍ عَلَی الۡاَرَآئِکِ مُتَّکِـُٔوۡنَ ﴿۶۵﴾
Hoem wa azwaadjoehoem fiee zielaalien 'alal araaa'iekie moettakie'oon
36:56 Zij en hun echtgenoten zullen zich vertoeven in schaduwen, leunend op banken.

لَہُمۡ فِیۡہَا فَاکِہَۃٌ وَّ لَہُمۡ مَّا یَدَّعُوۡنَ ﴿۷۵﴾
Lahoem fieehaa faakieha toenw-wa lahoem maa yadda'oon
36:57 Voor hen zijn er daar vruchten en wat ze maar ook vragen.

سَلٰمٌ ۟ قَوۡلًا مِّنۡ رَّبٍّ رَّحِیۡمٍ ﴿۸۵﴾
Salaamoen qawlam mier Rabbier Rahieem
36:58 "Selaam (Vrede)!" Een woord van een Heer die Ar-Rahiem (zie 1:3) is. (Notitie: zie 33:44, Allah zal de gelovigen begroeten met vrede.)

وَ امۡتَازُوا الۡیَوۡمَ اَیُّہَا الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۹۵﴾
Wamtaazoel Yawma ayyoehal moedjriemoon
36:59 "O jullie criminelen, scheid julliezelf vandaag (met hun en al het goede)!" (Notitie: zie 30:43)

اَلَمۡ اَعۡہَدۡ اِلَیۡکُمۡ یٰبَنِیۡۤ اٰدَمَ اَنۡ لَّا تَعۡبُدُوا الشَّیۡطٰنَ ۚ اِنَّہٗ لَکُمۡ عَدُوٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۰۶﴾
Alam a'had ielaikoem yaa Banieee Aadama al-laa ta'boedoesh Shaitaana iennahoo lakoem 'adoewwoem moebieen
36:60 "O kinderen van Adam! Heb Ik jullie niet bevolen om de satan niet te aanbidden (en gezegd dat) hij een een duidelijke vijand is."

وَّ اَنِ اعۡبُدُوۡنِیۡ ؕؔ ہٰذَا صِرَاطٌ مُّسۡتَقِیۡمٌ ﴿۱۶﴾
Wa anie'boedooniee; haazaa Sieraatoem Moestaqieem
36:61 "En (heb Ik jullie niet bevolen) om Mij te aanbidden en dat dit een rechtpad is?"

وَ لَقَدۡ اَضَلَّ مِنۡکُمۡ جِبِلًّا کَثِیۡرًا ؕ اَفَلَمۡ تَکُوۡنُوۡا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۲۶﴾
Wa laqad adalla mien-koem djiebiellan kasieeraa; afalam takoonoo ta'qieloon
36:62 "Waarlijk, hij heeft een gigantische menigte van jullie doen afdwalen. Hebben jullie je verstand dan niet gebruikt?"

ہٰذِہٖ جَہَنَّمُ الَّتِیۡ کُنۡتُمۡ تُوۡعَدُوۡنَ ﴿۳۶﴾
Haaziehiee djahannamoel latiee koentoem too'adoon
36:63 "Dit is de hel, welke jullie toegezegd was."

اِصۡلَوۡہَا الۡیَوۡمَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡفُرُوۡنَ ﴿۴۶﴾
Islawhal Yawma biemaa koentoem takfoeroon
36:64 "Brand vandaag erin, omdat jullie niet wilden geloven!"

اَلۡیَوۡمَ نَخۡتِمُ عَلٰۤی اَفۡوَاہِہِمۡ وَ تُکَلِّمُنَاۤ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ تَشۡہَدُ اَرۡجُلُہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۵۶﴾
Al-Yawma nakhtiemoe 'alaaa afwaahiehiem wa toekalliemoenaaa aidieehiem wa tashhadoe ardjoeloehoem biemaa kaanoo yaksieboon
36:65 Op deze dag zullen Wij hun monden verzegelen. Hun handen zullen tot Ons spreken en hun voeten zullen getuigen, over al datgeen wat ze (deden en) hebben verdiend. (Notitie: zie ook 41:20)

وَ لَوۡ نَشَآءُ لَطَمَسۡنَا عَلٰۤی اَعۡیُنِہِمۡ فَاسۡتَبَقُوا الصِّرَاطَ فَاَنّٰی یُبۡصِرُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Wa law nashaaa'oe lata masna 'alaaa aiyoeniehiem fasta baqoes-sieraata fa-annaa yoebsieroon
36:66 En als Wij het wilden, dan konden Wij het licht in hun ogen doven. Dan zouden ze zich haasten om het pad te vinden. Echter, hoe zouden ze dan (de tekenen) kunnen zien?

وَ لَوۡ نَشَآءُ لَمَسَخۡنٰہُمۡ عَلٰی مَکَانَتِہِمۡ فَمَا اسۡتَطَاعُوۡا مُضِیًّا وَّ لَا یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۷۶﴾
Wa law nashaaa'oe lamasakhnaahoem 'alaa makaanatiehiem famas-tataa'oo moedieyyanw-wa laa yardjie'oon
36:67 Als Wij het wilden, dan konden Wij hun ter plekke veranderen. Dan waren ze niet in staat om vooruit te gaan, noch konden ze terug keren. (Notitie: zie ook 7:166.)

وَ مَنۡ نُّعَمِّرۡہُ نُنَکِّسۡہُ فِی الۡخَلۡقِ ؕ اَفَلَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۸۶﴾
Wa man noe 'ammierhoe noenakkieshoe fiel-khalq; afalaa ya'qieloon
36:68 En aan wie Wij een lang leven schenken, doen Wij terugkeren in schepping. Willen ze dan geen verstand gebruiken? (Notitie: zie ook 22:5)

وَ مَا عَلَّمۡنٰہُ الشِّعۡرَ وَ مَا یَنۡۢبَغِیۡ لَہٗ ؕ اِنۡ ہُوَ اِلَّا ذِکۡرٌ وَّ قُرۡاٰنٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۹۶﴾
Wa maa 'allamnaahoesh shie'ra wa maa yambaghiee lah; ien hoewa iellaa ziekroenw-wa Qoer-aanoem moebieen
36:69 Wij hebben hem (Mohammed v.z.m.h.) het dichten niet onderwezen, noch past het bij hem (van nature). Het is alleen een herinnering (van de boodschap) en een duidelijke oplezing\wetten (Koran) (vanuit de Lawh Al-Mahfuz, de moeder der boeken).

لِّیُنۡذِرَ مَنۡ کَانَ حَیًّا وَّ یَحِقَّ الۡقَوۡلُ عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۰۷﴾
Lieyoenziera man kaana haiyanw-wa yahieqqal qawloe 'alal-kaafierieen
36:70 Om hen te waarschuwen die levend zijn en om aan te tonen dat het woord (zie 36:7) tegen de ongelovigen waar is.

اَوَ لَمۡ یَرَوۡا اَنَّا خَلَقۡنَا لَہُمۡ مِّمَّا عَمِلَتۡ اَیۡدِیۡنَاۤ اَنۡعَامًا فَہُمۡ لَہَا مٰلِکُوۡنَ ﴿۱۷﴾
Awalam yaraw annaa khalaqnaa lahoem miemmaa 'amielat aidieenaaa an'aaman fahoem lahaa maaliekoon
36:71 Zien ze niet dat Wij voor hen vee, wat gemaakt is door Onze handen en waarover zij de beheerders zijn, hebben geschapen?

وَ ذَلَّلۡنٰہَا لَہُمۡ فَمِنۡہَا رَکُوۡبُہُمۡ وَ مِنۡہَا یَاۡکُلُوۡنَ ﴿۲۷﴾
Wa zallalnaahaa lahoem famienhaa rakooboehoem wa mienhaa ya'koeloon
36:72 Wij hebben hen (het vee) voor hen (de mensen) getemd. Dus sommige van hen worden door hen bereden en van anderen eten ze.

وَ لَہُمۡ فِیۡہَا مَنَافِعُ وَ مَشَارِبُ ؕ اَفَلَا یَشۡکُرُوۡنَ ﴿۳۷﴾
Wa lahoem fieehaa manaa fie'oe wa mashaarieb; afalaa yashkoeroon
36:73 Voor hen (de mensen) zijn er voordelen en drank daaruit. Willen ze dus geen dankbaarheid tonen?

وَ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اٰلِہَۃً لَّعَلَّہُمۡ یُنۡصَرُوۡنَ ﴿۴۷﴾
Wattakhazoo mien dooniel laahie aaliehatal la'allahoem yoensaroon
36:74 Ze hebben naast Allah goden ter aanbidding genomen, zodat ze (denken dat ze) geholpen kunnen worden.

لَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ نَصۡرَہُمۡ ۙ وَ ہُمۡ لَہُمۡ جُنۡدٌ مُّحۡضَرُوۡنَ ﴿۵۷﴾
Laa yastatiee'oona nasrahoem wa hoem lahoem djoendoem moehdaroon
36:75 Ze zijn niet instaat om hen te helpen. In tegendeel, ze zullen tegen hen als een leger worden gebracht (op de dag des oordeels).

فَلَا یَحۡزُنۡکَ قَوۡلُہُمۡ ۘ اِنَّا نَعۡلَمُ مَا یُسِرُّوۡنَ وَ مَا یُعۡلِنُوۡنَ ﴿۶۷﴾
Falaa yahzoen-ka qawloehoem; iennaa na'lamoe maa yoesierroona wa maa yoe'lienoon
36:76 Laat dus hun woorden jou (Mohammed v.z.m.h.) niet verdrietig maken. Voorzeker, Wij weten wat ze verbergen en wat ze uiten.

اَوَ لَمۡ یَرَ الۡاِنۡسَانُ اَنَّا خَلَقۡنٰہُ مِنۡ نُّطۡفَۃٍ فَاِذَا ہُوَ خَصِیۡمٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۷۷﴾
Awalam yaral iensaanoe annaa khalaqnaahoe mien noetfatien fa-iezaa hoewa khasieemoem moebieen
36:77 Ziet de mens niet dat Wij hem geschapen hebben vanuit een 'Nutfa' (één enkele cel)? Aanschouw! Vervolgens, wordt hij een duidelijke tegenstander.

وَ ضَرَبَ لَنَا مَثَلًا وَّ نَسِیَ خَلۡقَہٗ ؕ قَالَ مَنۡ یُّحۡیِ الۡعِظَامَ وَ ہِیَ رَمِیۡمٌ ﴿۸۷﴾
Wa daraba lanaa maslanw-wa nasieya khalqahoo qaala mai-yoehyiel'iezaama wa hieya ramieem
36:78 En hij geeft Ons vergelijkingen, maar vergeet zijn eigen schepping. Hij zegt: "Wie zal er aan de botten (weer) leven geven wanneer ze vergaan zijn?"

قُلۡ یُحۡیِیۡہَا الَّذِیۡۤ اَنۡشَاَہَاۤ اَوَّلَ مَرَّۃٍ ؕ وَ ہُوَ بِکُلِّ خَلۡقٍ عَلِیۡمُۨ ﴿۹۷﴾
Qoel yoeh yieehal lazieee ansha ahaaa awwala marrah; wa Hoewa biekoellie khalqien 'Alieem
36:79 Zeg: "Hij zal hem doen leven, Degene Die hen de eerste keer heeft geschapen. Hij is Alwetend over elke schepping."

الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمۡ مِّنَ الشَّجَرِ الۡاَخۡضَرِ نَارًا فَاِذَاۤ اَنۡتُمۡ مِّنۡہُ تُوۡقِدُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Allaziee dja'ala lakoem mienash shadjariel akhdarie naaran fa-iezaaa antoem mienhoe tooqiedoon
36:80 "Degene Die voor jullie van de groene boom vuur maakt. Aanschouw! Jullie steken ermee aan."

اَوَ لَیۡسَ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِقٰدِرٍ عَلٰۤی اَنۡ یَّخۡلُقَ مِثۡلَہُمۡ ؕ؃ بَلٰی ٭ وَ ہُوَ الۡخَلّٰقُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۱۸﴾
Awa laisal laziee khalaqas samaawaatie wal arda bieqaadierien 'alaaa ai-yakhloeqa mieslahoem; balaa wa Hoewal Khallaaqoel Alieem
36:81 Is Hij, Degene Die de hemelen en aarde schiep, niet in staat om het gelijke te scheppen? Ja, zonder twijfel! Hij is Al-Galiek (de Schepper), Al-Aliem (de Alwetende).

اِنَّمَاۤ اَمۡرُہٗۤ اِذَاۤ اَرَادَ شَیۡئًا اَنۡ یَّقُوۡلَ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿۲۸﴾
Innamaa amroehooo iezaaa araada shai'an ai-yaqoola lahoo koen fa-yakoon
36:82 Wanneer Hij iets wil, is Zijn gebod alleen: "'Koen!' (wees!)" en het (de realistatie ervan) is er.

فَسُبۡحٰنَ الَّذِیۡ بِیَدِہٖ مَلَکُوۡتُ کُلِّ شَیۡءٍ وَّ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۳۸﴾
Fa Soebhaanal laziee bieyadiehiee malakootoe koellie shai-ienw-wa ielaihie toerdja'oon
36:83 Dus Subhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Degene in wiens hand het gehele koninkrijk ligt. Tot Hem zullen jullie terug keren.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
وَ الصّٰٓفّٰتِ صَفًّا ۙ﴿۱﴾
Wassaaaffaatie saffaa
37:1 Bij degenen (engelen) die in rijen zijn opgesteld,

فَالزّٰجِرٰتِ زَجۡرًا ۙ﴿۲﴾
Fazzaadjieraatie zadjraa
37:2 En degenen (engelen) die 'Zajara' (voortdrijven/wegjagen), (Notitie: Het woord Zajara kan zowel voortdrijven als wegjagen betekenen. Het zou dan bijvoorbeeld het voortdrijven van wolken of het wegjagen van de satan kunnen betekenen)

فَالتّٰلِیٰتِ ذِکۡرًا ۙ﴿۳﴾
Fattaalieyaatie Ziekra
37:3 En degenen (engelen) die de herinnering/boodschap oplezen,

اِنَّ اِلٰـہَکُمۡ لَوَاحِدٌ ﴿۴﴾
Inna Illaahakoem la Waahied
37:4 Voorzeker, jullie Heer is zonder twijfel één (Deïteit/Godheid).

رَبُّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا وَ رَبُّ الۡمَشَارِقِ ؕ﴿۵﴾
Rabboes samaawaatie wal ardie wa maa bainahoemaa wa Rabboel mashaarieq
37:5 Heer van de hemelen en aarde en wat er tussen beide is. Heer van het oosten (elk punt van zonsopkomst).

اِنَّا زَیَّنَّا السَّمَآءَ الدُّنۡیَا بِزِیۡنَۃِۣ الۡکَوَاکِبِ ۙ﴿۶﴾
Innaa zaiyannas samaaa 'ad doenyaa biezieenatieniel kawaakieb
37:6 Voorzeker, Wij hebben de laagste hemel versierd met planeten.

وَ حِفۡظًا مِّنۡ کُلِّ شَیۡطٰنٍ مَّارِدٍ ۚ﴿۷﴾
Wa hiefzam mien koellie Shaitaaniem maaried
37:7 En om te beschermen tegen elke rebelsche satan,

لَا یَسَّمَّعُوۡنَ اِلَی الۡمَلَاِ الۡاَعۡلٰی وَ یُقۡذَفُوۡنَ مِنۡ کُلِّ جَانِبٍ ٭ۖ﴿۸﴾
Laa yassamma 'oena ielal mala 'iel a'alaa wa yoeqzafoena mien koellie djaanieb
37:8 zodat ze niet kunnen luisteren naar de opdrachten die de engelen krijgen. Ze worden bekogeld vanuit elke kant. (Notitie: Rebelische Djiens/satans zijn altijd opzoek naar informatie vanuit het ongeziene, zodat ze kunnen misleiden, zie 26:22 en 72:9.)

دُحُوۡرًا وَّ لَہُمۡ عَذَابٌ وَّاصِبٌ ۙ﴿۹﴾
Doehoeraw wa lahoem 'azaaboew waasieb
37:9 Verdreven (uit de hemelen)! Voor hen is er een eeuwig/langdurige durende straf.

اِلَّا مَنۡ خَطِفَ الۡخَطۡفَۃَ فَاَتۡبَعَہٗ شِہَابٌ ثَاقِبٌ ﴿۰۱﴾
Illaa man ghatiefal ghatfata fa atba'ahoe shiehaaboen saaqieb
37:10 Degene die iets (van de informatie) stelen, worden direct achtervolgd door een roodgloeiende ster (vuur) van doordringende helderheid.

فَاسۡتَفۡتِہِمۡ اَہُمۡ اَشَدُّ خَلۡقًا اَمۡ مَّنۡ خَلَقۡنَا ؕ اِنَّا خَلَقۡنٰہُمۡ مِّنۡ طِیۡنٍ لَّازِبٍ ﴿۱۱﴾
Fastaftiehiem ahoem ashaddoe ghalqan am man ghalaqnaa; iennaa ghalaqnaahoem mien tieeniel laazieb
37:11 Vraag hen dan: "Zijn zij (de mens) een sterke schepping of de anderen (zoals de hemelen, aarde, bergen, engelen, etc,) die Wij hebben geschapen?" Voorzeker, Wij hebben hen (alleen) uit kleverige klei gemaakt (Notitie: zie 23:12 m.b.t. klei en 4:28 m.b.t. de zwakheid van de mens.)

بَلۡ عَجِبۡتَ وَ یَسۡخَرُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Bal'adjiebta wa yasgharoen
37:12 Nee! Jij (Mohammed v.z.m.h.) bent verast\verbaasd terwijl zij er lacherig over doen\ermee spotten.

وَ اِذَا ذُکِّرُوۡا لَا یَذۡکُرُوۡنَ ﴿۳۱﴾
Wa iezaa zoekkieroe laa yazkoeroen
37:13 Wanneer ze de herinnering ontvangen, dan denken ze er niet over na.

وَ اِذَا رَاَوۡا اٰیَۃً یَّسۡتَسۡخِرُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Wa iezaa ra aw Aayatay yastasghieroen
37:14 Wanneer ze een teken zien, dan bespotten ze het.

وَ قَالُوۡۤا اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا سِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۵۱﴾
Wa qaaloeo ien haazaa iellaa siehroem moebieen
37:15 Ze zeggen: "Dit is niets anders dan een duidelijk magie."

ءَ اِذَا مِتۡنَا وَ کُنَّا تُرَابًا وَّ عِظَامًا ءَاِنَّا لَمَبۡعُوۡثُوۡنَ ﴿۶۱﴾
'A-iezaa mietnaa wa koennaa toeraabaw wa 'iezaaman 'a iennaa lamab'oesoen
37:16 "Wanneer we dood zijn en tot stof en botten zijn geworden, worden we dan zeker weer opgewekt?!"

اَوَ اٰبَآؤُنَا الۡاَوَّلُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Awa aabaa'oenal awwaloen
37:17 "En ook al onze voorvaders?"

قُلۡ نَعَمۡ وَ اَنۡتُمۡ دَاخِرُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Qoel na'am wa antoem daaghieroen
37:18 Zeg: "Ja en jullie zullen worden vernederd."

فَاِنَّمَا ہِیَ زَجۡرَۃٌ وَّاحِدَۃٌ فَاِذَا ہُمۡ یَنۡظُرُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Fa iennamaa hieya zadjra toew waahiedatoen fa iezaa hoem yanzoeroen
37:19 "Het is alleen één hard/krachtig geluid. Vervolgens aanschouw! Jullie zullen (de dag des oordeels) waarnemen."

وَ قَالُوۡا یٰوَیۡلَنَا ہٰذَا یَوۡمُ الدِّیۡنِ ﴿۰۲﴾
Wa qaaloe yaa wailanaa haazaa Yawmoed-Dieen
37:20 Zij zullen zeggen: "Wee ons! Dit is de dag van de vergelding!"

ہٰذَا یَوۡمُ الۡفَصۡلِ الَّذِیۡ کُنۡتُمۡ بِہٖ تُکَذِّبُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Haazaa Yawmoel Fasliel laziee koentoem biehiee toekazieboen
37:21 (Er zal tegen hen worden gezegd:) "Dit is de dag des oordeels, welke jullie verwierpen."

اُحۡشُرُوا الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا وَ اَزۡوَاجَہُمۡ وَ مَا کَانُوۡا یَعۡبُدُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Oehshoeroel lazieena zalamoe wa azwaadjahoem wa maa kaanoe ya'boedoen
37:22 (Vervolgens zal er tegen de engelen worden gezegd:) "Verzamel de misdadigers, hun metgezellen (van de Djiens), en wat ze aanbaden,

مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ فَاہۡدُوۡہُمۡ اِلٰی صِرَاطِ الۡجَحِیۡمِ ﴿۳۲﴾
Mien doeniel laahie fahdoehoem ielaa sieraatiel djahieem
37:23 naast Allah. Leid hen vervolgens naar de weg die gaat naar het vuur."

وَ قِفُوۡہُمۡ اِنَّہُمۡ مَّسۡئُوۡلُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Wa qiefoehoem iennahoem mas'oeloen
37:24 "Stop hen (bij het vuur). Voorzeker, ze moeten worden ondervraagd."

مَا لَکُمۡ لَا تَنَاصَرُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Maa lakoem laa tanaasaroen
37:25 (Vervolgens zal er tegen hen worden gezegd:) "Wat is er met jullie? Waarom helpen jullie elkaar niet?"

بَلۡ ہُمُ الۡیَوۡمَ مُسۡتَسۡلِمُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Bal hoemoel Yawma moestasliemoen
37:26 Nee! Op die dag zullen ze zich overgeven (aan Allah).

وَ اَقۡبَلَ بَعۡضُہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ یَّتَسَآءَلُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Wa aqbala ba'doehoem 'alaa ba'diey yatasaaa'aloen
37:27 Sommige van hen zullen anderen van hen ondervragen.

قَالُوۡۤا اِنَّکُمۡ کُنۡتُمۡ تَاۡتُوۡنَنَا عَنِ الۡیَمِیۡنِ ﴿۸۲﴾
Qaaloeo iennakoem koentoem taatoenanaa 'aniel yamieen
37:28 Ze zullen zeggen: "Jullie benaderden ons vanuit de rechterkant." (Notitie: iets dat in de eerste opzichte goed lijkt te zijn, terwijl het naar verderf en dwaling leidt.)

قَالُوۡا بَلۡ لَّمۡ تَکُوۡنُوۡا مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Qaaloe bal lam takoenoe moe'mienieen
37:29 Ze zullen antwoorden: "Nee! Jullie waren geen gelovigen,"

وَ مَا کَانَ لَنَا عَلَیۡکُمۡ مِّنۡ سُلۡطٰنٍ ۚ بَلۡ کُنۡتُمۡ قَوۡمًا طٰغِیۡنَ ﴿۰۳﴾
Wa maa kaana lanaa 'alaikoem mien soeltaaniem bal koentoem qawman taaghieen
37:30 "Wij hadden geen enkele macht over jullie. Nee! Jullie waren een volk dat (zelf) de grenzen overschreed!"

فَحَقَّ عَلَیۡنَا قَوۡلُ رَبِّنَاۤ ٭ۖ اِنَّا لَذَآئِقُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Fahaqqa 'alainaa qawloe Rabbienaaa iennaa lazaaa'ieqoen
37:31 "Het woord ('Ik zal de hel vullen met Djiens en mensen, zie 11:119') van Ons Heer is voor ons waar geworden. Zonder enige twijfel, wij zullen zeker (de straf) proeven."

فَاَغۡوَیۡنٰکُمۡ اِنَّا کُنَّا غٰوِیۡنَ ﴿۲۳﴾
Fa aghwainaakoem iennaa koennaa ghaawieen
37:32 "Wij hebben jullie op een dwaalspoor gebracht, omdat we zelf dwaalden."

فَاِنَّہُمۡ یَوۡمَئِذٍ فِی الۡعَذَابِ مُشۡتَرِکُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Fa iennahoem Yawma'iezien fiel'azaabie moeshtariekoen
37:33 Dus op die dag, zullen ze (de leiders en de volgers) samen de straf ondergaan.

اِنَّا کَذٰلِکَ نَفۡعَلُ بِالۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۴۳﴾
Innaa kazaalieka naf'aloe biel moedjriemieen
37:34 Zonder twijfel, zo pakken Wij de criminelen aan.

اِنَّہُمۡ کَانُوۡۤا اِذَا قِیۡلَ لَہُمۡ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا اللّٰہُ ۙ یَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Innahoem kaanoeo iezaa qieela lahoem laaa ielaaha iellal laahoe yastakbieroen
37:35 Zij waren hoogmoedig/arrogant toen er werd gezegd: "Er is geen (andere) Deïteit/Godheid dan Allah."

وَ یَقُوۡلُوۡنَ اَئِنَّا لَتَارِکُوۡۤا اٰلِہَتِنَا لِشَاعِرٍ مَّجۡنُوۡنٍ ﴿۶۳﴾
Wa yaqoeloena a'iennaa lataariekoeo aaliehatienaa lieshaa'ieriem madjnoen
37:36 Ze zeiden: "Moeten wij onze goden opgeven voor een bezeten\gestoorde dichter?" (Notitie: zie ook 36:69)

بَلۡ جَآءَ بِالۡحَقِّ وَ صَدَّقَ الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۷۳﴾
bal djaaa'a bielhaqqie wa saddaqal moersalieen
37:37 Nee! Hij (Mohammed v.z.m.h.) heeft de waarheid gebracht en (de waarheid van) de (eerdere) boodschappers bevestigd.

اِنَّکُمۡ لَذَآئِقُوا الۡعَذَابِ الۡاَلِیۡمِ ﴿۸۳﴾
Innakoem lazaaa'ieqoel 'azaabiel alieem
37:38 Voorzeker, jullie zullen zeker de pijnlijke straf proeven.

وَ مَا تُجۡزَوۡنَ اِلَّا مَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Wa maa toedjzawna iellaa maa koentoem ta'maloen
37:39 Jullie zullen alleen vergolden\gecompenseerd worden voor datgeen wat jullie hebben gedaan.

اِلَّا عِبَادَ اللّٰہِ الۡمُخۡلَصِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Illaa 'iebaadal laahiel moeghlasieen
37:40 Behalve de dienaren van Allah die Hij heeft gekozen (, zij zullen de straf niet proeven). (Notitie: Allah leidt wie Hij wil, zie 27:15, 35:32)

اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ رِزۡقٌ مَّعۡلُوۡمٌ ﴿۱۴﴾
Oelaaa'ieka lahoem riezqoem ma'loem
37:41 Voor hen is er een bekende voorziening,

فَوَاکِہُ ۚ وَ ہُمۡ مُّکۡرَمُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Fa waakiehoe wa hoem moekramoen
37:42 verrukkelijke vruchten en ze zullen geëerd worden,

فِیۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۳۴﴾
Fiee djannaatien Na'ieem
37:43 in de tuinen van gelukzaligheid,

عَلٰی سُرُرٍ مُّتَقٰبِلِیۡنَ ﴿۴۴﴾
'Alaa soeroeriem moetaqaa bielieen
37:44 op mooie banken, tegenover elkaar.

یُطَافُ عَلَیۡہِمۡ بِکَاۡسٍ مِّنۡ مَّعِیۡنٍۭ ﴿۵۴﴾
Yoetaafoe 'alaihiem biekaasiem miem ma'ieen
37:45 Er zal een beker onder hen rondgaan met drank van een (bekende) bron\fontein.

بَیۡضَآءَ لَذَّۃٍ لِّلشّٰرِبِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Baidaaa'a laz zatiel liesh shaariebieen
37:46 Wit en verrukkelijk voor de drinkers,

لَا فِیۡہَا غَوۡلٌ وَّ لَا ہُمۡ عَنۡہَا یُنۡزَفُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Laa fieehaa ghawloew wa laa hoem 'anhaa yoenzafoen
37:47 met geen schadelijke/nadelige werking (zoals een kater), noch zullen ze er dronken van worden.

وَ عِنۡدَہُمۡ قٰصِرٰتُ الطَّرۡفِ عِیۡنٌ ﴿۸۴﴾
Wa 'iendahoem qaasieraatoet tarfie 'ieen
37:48 Bij hen zullen er metgezellen zijn met verlegen blikken en mooie grote ogen,

کَاَنَّہُنَّ بَیۡضٌ مَّکۡنُوۡنٌ ﴿۹۴﴾
Ka annahoenna baidoem maknoen
37:49 net alsof ze zeldzame/beschermde eieren/schatten waren.

فَاَقۡبَلَ بَعۡضُہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ یَّتَسَآءَلُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Fa aqbala ba'doehoem 'alaa badiey yatasaaa 'aloen
37:50 Sommige van hen (de bewoners van het paradijs), zullen anderen benaderen om elkaar te ondervragen.

قَالَ قَآئِلٌ مِّنۡہُمۡ اِنِّیۡ کَانَ لِیۡ قَرِیۡنٌ ﴿۱۵﴾
Qaala qaaa'ieloem mienhoem ienniee kaana liee qarieen
37:51 Eén van hen zal zeggen: "Ik had een boezemvriend,

یَّقُوۡلُ اَئِنَّکَ لَمِنَ الۡمُصَدِّقِیۡنَ ﴿۲۵﴾
Yaqoeloe 'a iennaka lamienal moesaddieqieen
37:52 die zei: "Ben jij echt een gelovige?"

ءَ اِذَا مِتۡنَا وَ کُنَّا تُرَابًا وَّ عِظَامًا ءَ اِنَّا لَمَدِیۡنُوۡنَ ﴿۳۵﴾
'A-iezaa mietnaa wa koennaa toeraabaw wa 'iezaaman 'a iennaa lamadieenoen
37:53 "zullen we zeker berecht worden nadat we dood zijn en tot stof en botten zijn geworden?"

قَالَ ہَلۡ اَنۡتُمۡ مُّطَّلِعُوۡنَ ﴿۴۵﴾
Qaala hal antoem moettalie'oen
37:54 Hij (Allah) zal zeggen: "Willen jullie zien wat er gebeurt is (met hem)?" (Notitie: In het paradijs worden alle verzoeken ingewilligd.)

فَاطَّلَعَ فَرَاٰہُ فِیۡ سَوَآءِ الۡجَحِیۡمِ ﴿۵۵﴾
Fattala'a fara aahoe fiee sawaaa'iel djahieem
37:55 Vervolgens, zal hij hem zien in het midden van het vuur.

قَالَ تَاللّٰہِ اِنۡ کِدۡتَّ لَتُرۡدِیۡنِ ﴿۶۵﴾
Qaala tallaahie ien kietta latoerdieen
37:56 Hij zal zeggen: "Bij Allah! Voorzeker, jij had mij bijna geruïneerd/vernietigd/kapot gemaakt!"

وَ لَوۡ لَا نِعۡمَۃُ رَبِّیۡ لَکُنۡتُ مِنَ الۡمُحۡضَرِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Wa law laa nie'matoe Rabbiee lakoentoe mienal moehdarieen
37:57 "Als het niet aan de gunst van mijn Heer lag, dan zou ik zeker bij jullie zijn geweest."

اَفَمَا نَحۡنُ بِمَیِّتِیۡنَ ﴿۸۵﴾
Afamaa nahnoe biemaiyietieen
37:58 "Zullen we dan (echt) niet sterven,"

اِلَّا مَوۡتَتَنَا الۡاُوۡلٰی وَ مَا نَحۡنُ بِمُعَذَّبِیۡنَ ﴿۹۵﴾
Illa mawtatanal oela wa maa nahnoe biemoe'azzabieen
37:59 "na onze eerste dood en zullen we niet worden gestraft?" (Notitie: nadat deze persoon de straf van zijn metgezel heeft gezien, stelt hij deze vragen).

اِنَّ ہٰذَا لَہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۰۶﴾
Inna haazaa lahoewal fawzoel 'azieem
37:60 (Er zal worden gezegd:) "Voorzeker, dit is (als resultaat van) een grote prestatie."

لِمِثۡلِ ہٰذَا فَلۡیَعۡمَلِ الۡعٰمِلُوۡنَ ﴿۱۶﴾
Liemieslie haaza falya'ma liel 'aamieloen
37:61 Laat de werkers (daarom) werken om het gelijke te bereiken.

اَذٰلِکَ خَیۡرٌ نُّزُلًا اَمۡ شَجَرَۃُ الزَّقُّوۡمِ ﴿۲۶﴾
Azaalieka ghairoen noezoelan am shadjaratoez Zaqqoem
37:62 Is dat beter als vermaak\gastvrijheid of (is) de boom van Zaqqoem (beter)? (Notitie: de boom van Zaqqoem bevindt zich in de hel zie 44:43, 56:52).

اِنَّا جَعَلۡنٰہَا فِتۡنَۃً لِّلظّٰلِمِیۡنَ ﴿۳۶﴾
Innaa dja'alnaahaa fietnatal liezzaaliemieen
37:63 Wij hebben het (de boom) als een beproeving voor de misdadigers gemaakt.

اِنَّہَا شَجَرَۃٌ تَخۡرُجُ فِیۡۤ اَصۡلِ الۡجَحِیۡمِ ﴿۴۶﴾
Innahaa shadjaratoen taghroedjoe fieee asliel djahieem
37:64 Het is een boom dat groeit op de bodem de hel.

طَلۡعُہَا کَاَنَّہٗ رُءُوۡسُ الشَّیٰطِیۡنِ ﴿۵۶﴾
Tal'oehaa ka annahoe roe'oesoesh Shayaatieen
37:65 Zijn knoppen zijn netals de hoofden van satans.

فَاِنَّہُمۡ لَاٰکِلُوۡنَ مِنۡہَا فَمَالِـُٔوۡنَ مِنۡہَا الۡبُطُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Fa iennahoem la aakieloena mienhaa famaalie'oena mienhal boetoen
37:66 Ze zullen er zeker van eten en hun buiken ermee vullen.

ثُمَّ اِنَّ لَہُمۡ عَلَیۡہَا لَشَوۡبًا مِّنۡ حَمِیۡمٍ ﴿۷۶﴾
Soemma ienna lahoem 'alaihaa lashawbam mien hamieem
37:67 Vervolgens, is er voor hen kokend water zodat er een mix ontstaat (in hun buiken).

ثُمَّ اِنَّ مَرۡجِعَہُمۡ لَا۠ اِلَی الۡجَحِیۡمِ ﴿۸۶﴾
Soemma ienna mardjie'ahoem la ielal djahieem
37:68 Daarna zullen ze tot het vuur terugkeren.

اِنَّہُمۡ اَلۡفَوۡا اٰبَآءَہُمۡ ضَآلِّیۡنَ ﴿۹۶﴾
Innahoem alfaw aabaaa'ahoem daaallieen
37:69 Voorzeker, ze zagen dat hun vaders in dwaling verkeerden (gedurende het wereldse leven).

فَہُمۡ عَلٰۤی اٰثٰرِہِمۡ یُہۡرَعُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Fahoem 'alaa aasaariehiem yoehra'oen
37:70 Ze hebben zich dus gehaast in (het volgen van) hun voetstappen/voetsporen.

وَ لَقَدۡ ضَلَّ قَبۡلَہُمۡ اَکۡثَرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۱۷﴾
Wa laqad dalla qablahoem aksaroel awwalieen
37:71 En waarlijk, veel van de oude generaties dwaalden.

وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا فِیۡہِمۡ مُّنۡذِرِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Wa laqad arsalnaa fieehiem moenzierieen
37:72 Wij zonden boodschappers (die gekozen waren) vanuit hen.

فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُنۡذَرِیۡنَ ﴿۳۷﴾
Fanzoer kaifa kaana 'aaqiebatoel moenzarieen
37:73 Zie dan hoe het einde was van degenen die gewaarschuwd waren,

اِلَّا عِبَادَ اللّٰہِ الۡمُخۡلَصِیۡنَ ﴿۴۷﴾
Illaa 'iebaadal laahiel moeghlasieen
37:74 met uitzondering van de gekozen dienaren van Allah. (Notitie: zie 27:15, 35:32)

وَ لَقَدۡ نَادٰىنَا نُوۡحٌ فَلَنِعۡمَ الۡمُجِیۡبُوۡنَ ﴿۵۷﴾
Wa laqad naadaanaa Noehoen falanie'mal moedjieeboen
37:75 En waarlijk, Noeh (Noach) riep ons aan. En (weet dat) Wij het beste zijn in beantwoorden.

وَ نَجَّیۡنٰہُ وَ اَہۡلَہٗ مِنَ الۡکَرۡبِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۶۷﴾
Wa nadjdjainaahoe wa ahlahoe mienal karbiel 'azieem
37:76 Wij redden hem en zijn familie van de noodsituatie. (Notitie: zijn zoon behoorde niet tot zijn familie, zie 11:45-46)

وَ جَعَلۡنَا ذُرِّیَّتَہٗ ہُمُ الۡبٰقِیۡنَ ﴿۷۷﴾
Wa dja'alnaa zoerrieyyatahoe hoemmoel baaqieen
37:77 En Wij maakten zijn nakomelingen als de overlevers (van de mensheid).

وَ تَرَکۡنَا عَلَیۡہِ فِی الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿۸۷﴾
Wa taraknaa 'alaihie fiel aaghierieen
37:78 Wij lieten bij de nieuwere generaties de vredes groet voor hem achter:

سَلٰمٌ عَلٰی نُوۡحٍ فِی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۹۷﴾
Salaamoen 'alaa Noehien fiel 'aalamieen
37:79 "Vrede rust op Noeh." (Dit lieten Wij achter) voor alle werelden (van verschillende cultuur, etniciteiten van mensheid en Djiens).

اِنَّا کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۰۸﴾
Innaa kazaalieka nadjziel moehsienieen
37:80 Zo belonen Wij degenen die goed doen.

اِنَّہٗ مِنۡ عِبَادِنَا الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۸﴾
Innahoe mien 'iebaadienal moe'mienieen
37:81 Zonder twijfel, hij was een gelovige dienaar.

ثُمَّ اَغۡرَقۡنَا الۡاٰخَرِیۡنَ ﴿۲۸﴾
Soemma aghraqnal aagharieen
37:82 Vervolgens, lieten Wij de anderen verdrinken.

وَ اِنَّ مِنۡ شِیۡعَتِہٖ لَاِبۡرٰہِیۡمَ ﴿۳۸﴾
Wa ienna mien shiee'atiehiee la Ibraahieem
37:83 Voorzeker, Ibrahiem (Abraham) was van zijn soort (een standvastige gelovige dienaar).

اِذۡ جَآءَ رَبَّہٗ بِقَلۡبٍ سَلِیۡمٍ ﴿۴۸﴾
Iz djaaa'a Rabbahoe bie qalbien salieem
37:84 (Gedenk) toen hij zijn Heer benaderde met een onderworpen hart.

اِذۡ قَالَ لِاَبِیۡہِ وَ قَوۡمِہٖ مَاذَا تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۵۸﴾
Iz qaala lie abieehie wa qawmiehiee maazaa ta'boedoen
37:85 (Gedenk) toen hij tot zijn oom (zie 6:74, 2:133) en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie?"

اَئِفۡکًا اٰلِہَۃً دُوۡنَ اللّٰہِ تُرِیۡدُوۡنَ ﴿۶۸﴾
A'iefkan aaliehatan doenal laahie toerieedoen
37:86 "Verlangen jullie naar valse goden naast Allah?"

فَمَا ظَنُّکُمۡ بِرَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۸﴾
Famaa zannoekoem bie Rabbiel'aalamieen
37:87 "Wat denken jullie dan over de Heer van de werelden?"

فَنَظَرَ نَظۡرَۃً فِی النُّجُوۡمِ ﴿۸۸﴾
Fanazara nazratan fiennoedjoem
37:88 Toen keek hij met een (bepaalde) blik naar de sterren,

فَقَالَ اِنِّیۡ سَقِیۡمٌ ﴿۹۸﴾
Faqaala ienniee saqieem
37:89 en zei: "Ik ben ziek" (tegen zijn volk.) (Notitie: hij zei dit, als excuses om niet mee hoeven te gaan met zijn volk, zie 21:57)

فَتَوَلَّوۡا عَنۡہُ مُدۡبِرِیۡنَ ﴿۰۹﴾
Fatawallaw 'anhoe moedbierieen
37:90 Dus ze vertrokken zonder hem.

فَرَاغَ اِلٰۤی اٰلِہَتِہِمۡ فَقَالَ اَلَا تَاۡکُلُوۡنَ ﴿۱۹﴾
Faraagha ielaaa aaliehatiehiem faqaala alaa taakoeloen
37:91 Vervolgens, ging hij naar hun goden en zei: "Eten jullie niet (Hebben jullie geen honger)?"

مَا لَکُمۡ لَا تَنۡطِقُوۡنَ ﴿۲۹﴾
Maa lakoem laa tantieqoen
37:92 "Waarom spreken jullie niet?"

فَرَاغَ عَلَیۡہِمۡ ضَرۡبًۢا بِالۡیَمِیۡنِ ﴿۳۹﴾
Faraagha 'alaihiem darbam bielyamieen
37:93 Vervolgens, begon hij hen met zijn rechte hand te slaan.

فَاَقۡبَلُوۡۤا اِلَیۡہِ یَزِفُّوۡنَ ﴿۴۹﴾
Fa aqbaloeo ielaihie yazieffoen
37:94 (Nadat ze terug kwamen en hun kapotte beelden hadden ontdekt,) kwamen ze rennend naar hem toe.

قَالَ اَتَعۡبُدُوۡنَ مَا تَنۡحِتُوۡنَ ﴿۵۹﴾
Qaala ata'boedoena maa tanhietoen
37:95 Hij zei: "Aanbidden jullie datgeen wat jullie zelf uithouwen\uithakken (zelf maken)?"

وَ اللّٰہُ خَلَقَکُمۡ وَ مَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۶۹﴾
Wallaahoe ghalaqakoem wa maa ta'maloen
37:96 "Terwijl Allah jullie schiep en ook datgeen wat jullie maken?"

قَالُوا ابۡنُوۡا لَہٗ بُنۡیَانًا فَاَلۡقُوۡہُ فِی الۡجَحِیۡمِ ﴿۷۹﴾
Qaaloeb noe lahoe boen yaanan fa alqoehoe fiel djahieem
37:97 Ze zeiden: "Bouw voor hem een grote bouwwerk als brandstapel en gooi hem in de gigantische vuur."

فَاَرَادُوۡا بِہٖ کَیۡدًا فَجَعَلۡنٰہُمُ الۡاَسۡفَلِیۡنَ ﴿۸۹﴾
Fa araadoe biehiee kaidan fadja 'alnaahoemoel asfalieen
37:98 Ze maakten een plan tegen hem, maar Wij maakten hen tot de verliezers. (Notitie: zie ook 21:70)

وَ قَالَ اِنِّیۡ ذَاہِبٌ اِلٰی رَبِّیۡ سَیَہۡدِیۡنِ ﴿۹۹﴾
Wa qaala ienniee zaahieboen ielaa Rabbiee sa yahdieen
37:99 Hij zei: "Ik ga naar mijn Heer. Hij zal mij leiden." (Notitie: Ibrahiem zei dit tegen zijn volk.)

رَبِّ ہَبۡ لِیۡ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۰۰۱﴾
Rabbie hab liee mienas saaliehieen
37:100 (Ibrahiem zei:) "Mijn Heer schenk me een nageslacht dat goede daden zal verrichten."

فَبَشَّرۡنٰہُ بِغُلٰمٍ حَلِیۡمٍ ﴿۱۰۱﴾
Fabashsharnaahoe bieghoelaamien halieem
37:101 Dus gaven Wij hem het goede nieuws van een verdraagzame zoon.

فَلَمَّا بَلَغَ مَعَہُ السَّعۡیَ قَالَ یٰبُنَیَّ اِنِّیۡۤ اَرٰی فِی الۡمَنَامِ اَنِّیۡۤ اَذۡبَحُکَ فَانۡظُرۡ مَاذَا تَرٰی ؕ قَالَ یٰۤاَبَتِ افۡعَلۡ مَا تُؤۡمَرُ ۫ سَتَجِدُنِیۡۤ اِنۡ شَآءَ اللّٰہُ مِنَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۲۰۱﴾
Falamma balagha ma'a hoes sa'ya qaala yaa boenieya iennieee araa fiel manaamie annieee azbahoeka fanzoer maazaa taraa; qaala yaaa abatief 'al maa toe'maroe satadjiedoeniee ien shaaa'allaahoe mienas saabierieen
37:102 Toen hij (Ismaiel) de leeftijd bereikte om met hem samen te werken, zei hij (Ibrahiem): "Mijn zoon. Ik heb in een droom gezien dat ik jou opofferde, hoe zie jij dit? Hij (Ismaiel) zei: "Mijn vader, doe wat u bevolen is. Als Allah het wil, zult u mij geduldig bevinden.

فَلَمَّاۤ اَسۡلَمَا وَ تَلَّہٗ لِلۡجَبِیۡنِ ﴿۳۰۱﴾
Falammaaa aslamaa wa tallahoe lieldjabieen
37:103 Toen ze beiden (aan Allah's wil) hadden onderworpen en hij hem op zijn voorhoofd legde,

وَ نَادَیۡنٰہُ اَنۡ یّٰۤاِبۡرٰہِیۡمُ ﴿۴۰۱﴾
Wa naadainaahoe ay yaaaa Ibrahieem
37:104 riepen Wij naar hem: "O Ibrahiem!"

قَدۡ صَدَّقۡتَ الرُّءۡیَا ۚ اِنَّا کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۵۰۱﴾
Qad saddaqtar roe'yaa; iennaa kazaalieka nadjziel moehsienieen
37:105 "Waarlijk, jij hebt (de opdracht in) de droom\vision vervuld." Voorzeker, zo belonen Wij de mensen die goed doen. (Notitie: Allah geeft een uitweg in moeilijke situaties voor mensen die goed doen, zodat ze niet verdrietig zijn, zie 2:112.)

اِنَّ ہٰذَا لَہُوَ الۡبَلٰٓـؤُا الۡمُبِیۡنُ ﴿۶۰۱﴾
Inna haazaa lahoewal balaaa'oel moebieen
37:106 Zonder enige twijfel, dit was een gigantische beproefing. (Notitie: zie 2:124)

وَ فَدَیۡنٰہُ بِذِبۡحٍ عَظِیۡمٍ ﴿۷۰۱﴾
Wa fadainaahoe bieziebhien 'azieem
37:107 Wij hebben hem verlost door middel van een (ander) groot offer(: het slachten van een ram).

وَ تَرَکۡنَا عَلَیۡہِ فِی الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿۸۰۱﴾
Wa taraknaa 'alaihie fiel aaghierieen
37:108 Wij lieten voor hem (zijn erfenis) achter voor de nieuwere generaties. (Notitie: De meeste rituelen tijdens de hadj zijn gebaseerd op het leven van Ibrahiem, zie o.a. het offeren van een offerdier tijdens de Hadj, 2:196 en 22:32-34)

سَلٰمٌ عَلٰۤی اِبۡرٰہِیۡمَ ﴿۹۰۱﴾
Salaamoen 'alaaa Ibraahieem
37:109 "Vrede rust op Ibrahiem."

کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۰۱۱﴾
Kazaalieka nadjziel moehsienieen
37:110 Zo belonen Wij de mensen die goed doen.

اِنَّہٗ مِنۡ عِبَادِنَا الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۱۱﴾
Innahoe mien 'iebaadienal moe'mienieen
37:111 Zonder twijfel, hij is één van Onze gelovige dienaren.

وَ بَشَّرۡنٰہُ بِاِسۡحٰقَ نَبِیًّا مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۲۱۱﴾
Wa bashsharnaahoe bie Ishaaqa Nabieyam mienas saaliehieen
37:112 En Wij gaven hem het goede nieuws van Izaak, een profeet, behorend tot de rechtvaardigen.

وَ بٰرَکۡنَا عَلَیۡہِ وَ عَلٰۤی اِسۡحٰقَ ؕ وَ مِنۡ ذُرِّیَّتِہِمَا مُحۡسِنٌ وَّ ظَالِمٌ لِّنَفۡسِہٖ مُبِیۡنٌ ﴿۳۱۱﴾
Wa baaraknaa 'alaihie wa 'alaaa Ishaaq; wa mien zoerrieyya tiehiemaa moehsienoew wa zaaliemoel lienafsiehiee moebieen
37:113 Wij zegenden hem (Ibrahiem) en Izaak. En onder hun nageslacht zijn er mensen die goed doen en (ook) mensen die zichzelf duidelijk onrecht aan doen.

وَ لَقَدۡ مَنَنَّا عَلٰی مُوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ ﴿۴۱۱﴾
Wa laqad mananna alaa Moesaa wa Haaroen
37:114 Waarlijk, Wij schonken gunsten aan Moesa (Mozes) en Haroen (Aaron).

وَ نَجَّیۡنٰہُمَا وَ قَوۡمَہُمَا مِنَ الۡکَرۡبِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۵۱۱﴾
Wa nadjdjainaahoemaa wa qawmahoemaa mienal karbiel 'azieem
37:115 Wij redden hen beide en hun volk van de grote kwelling (de onderdrukking van Farao).

وَ نَصَرۡنٰہُمۡ فَکَانُوۡا ہُمُ الۡغٰلِبِیۡنَ ﴿۶۱۱﴾
Wa nasarnaahoem fakaanoe hoemoel ghaaliebieen
37:116 Wij hielpen hen, dus werden ze de overwinnaars.

وَ اٰتَیۡنٰہُمَا الۡکِتٰبَ الۡمُسۡتَبِیۡنَ ﴿۷۱۱﴾
Wa aatainaahoemal Kietaabal moestabieen
37:117 Wij gaven het duidelijke boek (de Thora) aan hen beide.

وَ ہَدَیۡنٰہُمَا الصِّرَاطَ الۡمُسۡتَقِیۡمَ ﴿۸۱۱﴾
Wa hadainaahoemoes Sieraatal Moestaqieem
37:118 Wij leidden hen beide tot het rechte pad.

وَ تَرَکۡنَا عَلَیۡہِمَا فِی الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿۹۱۱﴾
Wa taraknaa 'alaihiemaa fiel aaghierieen
37:119 En Wij lieten voor beide van hen (hun erfenis, de Thora) achter voor de nieuwere generaties.

سَلٰمٌ عَلٰی مُوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ ﴿۰۲۱﴾
Salaamoen 'alaa Moesaa wa Haaroen
37:120 "Vrede rust op Moesa en Haroen."

اِنَّا کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۱۲۱﴾
Innaa kazaalieka nadjziel moehsienieen
37:121 Voorzeker, zo belonen Wij de mensen die goed doen.

اِنَّہُمَا مِنۡ عِبَادِنَا الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲۲۱﴾
Innahoemaa mien 'iebaadienal moe'mienieen
37:122 Zonder twijfel, beide van hen zijn gelovige dienaren.

وَ اِنَّ اِلۡیَاسَ لَمِنَ الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۳۲۱﴾
Wa ienna Ilyaasa lamienal moersalieen
37:123 En voorzeker, Ieljaas (Elias) was zonder twijfel één van de boodschapper.

اِذۡ قَالَ لِقَوۡمِہٖۤ اَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۴۲۱﴾
Iz qaala lieqawmiehieee alaa tattaqoen
37:124 (Gedenk) toen hij tot zijn volk zei: "Vrezen jullie (Allah) niet (voor jullie slechte daden)?"

اَتَدۡعُوۡنَ بَعۡلًا وَّ تَذَرُوۡنَ اَحۡسَنَ الۡخَالِقِیۡنَ ﴿۵۲۱﴾
Atad'oena Ba'law wa tazaroena ahsanal ghaalieqieen
37:125 "Roepen jullie ba'lan (Baäl, een afgod) aan en jullie verlaten de beste Schepper,

اللّٰہَ رَبَّکُمۡ وَ رَبَّ اٰبَآئِکُمُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۶۲۱﴾
Allaaha Rabbakoem wa Rabba aabaaa'iekoemoel awwalieen
37:126 Allah, jullie Heer en de Heer van jullie voorvaders?!"

فَکَذَّبُوۡہُ فَاِنَّہُمۡ لَمُحۡضَرُوۡنَ ﴿۷۲۱﴾
Fakazzaboehoe fa ienna hoem lamoehdaroen
Fakazzaboehoe fa ienna hoem lamoehdaroen

اِلَّا عِبَادَ اللّٰہِ الۡمُخۡلَصِیۡنَ ﴿۸۲۱﴾
Illaa 'iebaadal laahiel moeghlasieen
37:128 behalve de dienaren van Allah die Hij heeft gekozen. (Notitie: zie 27:15, 35:32)

وَ تَرَکۡنَا عَلَیۡہِ فِی الۡاٰخِرِیۡنَ ﴿۹۲۱﴾
Wa taraknaa 'alaihie fiel aaghierieen
37:129 En Wij lieten voor hem (zijn erfenis) achter voor de nieuwere generaties.

سَلٰمٌ عَلٰۤی اِلۡ یَاسِیۡنَ ﴿۰۳۱﴾
Salaamoen 'alaaa Ilyaasieen
37:130 "Vrede rust op Ieljaas."

اِنَّا کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۱۳۱﴾
Innaa kazaalieka nadjziel moehsienieen
37:131 Voorzeker, zo belonen Wij de mensen die goed doen.

اِنَّہٗ مِنۡ عِبَادِنَا الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲۳۱﴾
Innahoe mien 'iebaadienal moe'mienieen
37:132 Zonder twijfel, hij is één van Onze gelovige dienaren.

وَ اِنَّ لُوۡطًا لَّمِنَ الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۳۳۱﴾
Wa ienna Loetal lamienal moersalieen
37:133 En voorzeker, Loeth (Lot) was één van de boodschapper.

اِذۡ نَجَّیۡنٰہُ وَ اَہۡلَہٗۤ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۴۳۱﴾
Iz nadjdjainaahoe wa ahlahoeo adjma'ieen
37:134 (Gedenk) toen Wij hem en zijn gehele familie redden,

اِلَّا عَجُوۡزًا فِی الۡغٰبِرِیۡنَ ﴿۵۳۱﴾
Illaa 'adjoezan fiel ghaabierieen
37:135 met uitzondering van een oude vrouw (zijn vrouw). Ze behoorde tot degenen die achterbleven.

ثُمَّ دَمَّرۡنَا الۡاٰخَرِیۡنَ ﴿۶۳۱﴾
Soemma dammarnal aagharieen
37:136 Vervolgens, vernietigden Wij de anderen.

وَ اِنَّکُمۡ لَتَمُرُّوۡنَ عَلَیۡہِمۡ مُّصۡبِحِیۡنَ ﴿۷۳۱﴾
Wa iennakoem latamoerroena 'alaihiem moesbiehieen
37:137 Voorzeker, jullie (Arabieren) passeren hun (ruïnes) tijdens de ochtend,

وَ بِالَّیۡلِ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۸۳۱﴾
Wa biellail; afalaa ta'qieloen
37:138 en de nacht (wanneer jullie reizen). Willen jullie dan niet nadenken?

وَ اِنَّ یُوۡنُسَ لَمِنَ الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۹۳۱﴾
Wa ienna Yoenoesa lamienal moersalieen
37:139 En voorzeker, Joenoes (Jonas) was zonder twijfel één van de boodschappers.

اِذۡ اَبَقَ اِلَی الۡفُلۡکِ الۡمَشۡحُوۡنِ ﴿۰۴۱﴾
Iz abaqa ielal foelkiel mash hoen
37:140 Gedenk, toen hij vluchtte naar het (zwaar) beladen schip. (Notitie: toen het schip op zinken stond, werd er besloten om dingen overboord te gooien. Er werd ook onder de bemanningsleden geloot om te bepalen wie het schip moest verlaten.)

فَسَاہَمَ فَکَانَ مِنَ الۡمُدۡحَضِیۡنَ ﴿۱۴۱﴾
Fasaahama fakaana mienal moedhadieen
37:141 Hij trok een lot en behoorde tot de verliezers (en werd dus overboord gegooid).

فَالۡتَقَمَہُ الۡحُوۡتُ وَ ہُوَ مُلِیۡمٌ ﴿۲۴۱﴾
Faltaqamahoel hoetoe wa hoewa moelieem
37:142 Vervolgens, slokte de (grote) vis hem op. Hij was (namelijk) schuldig.

فَلَوۡ لَاۤ اَنَّہٗ کَانَ مِنَ الۡمُسَبِّحِیۡنَ ﴿۳۴۱﴾
Falaw laaa annahoe kaana mienal moesabbiehieen
37:143 Als hij niet behoorde tot degene die lofprijzingen gaf,

لَلَبِثَ فِیۡ بَطۡنِہٖۤ اِلٰی یَوۡمِ یُبۡعَثُوۡنَ ﴿۴۴۱﴾
Lalabiesa fiee batniehieee ielaa Yawmie yoeb'asoen
37:144 dan, zou hij in zijn buik zijn verbleven tot aan de dag wanneer ze worden opgewekt.

فَنَبَذۡنٰہُ بِالۡعَرَآءِ وَ ہُوَ سَقِیۡمٌ ﴿۵۴۱﴾
Fanabaznaahoe biel'araaa'ie wa hoewa saqieem
37:145 Wij wierpen hem op een kale oever. Hij was ziek.

وَ اَنۡۢبَتۡنَا عَلَیۡہِ شَجَرَۃً مِّنۡ یَّقۡطِیۡنٍ ﴿۶۴۱﴾
Wa ambatnaa 'alaihie shadjaratam may yaqtieen
37:146 Wij deden bij hem een pompoen plant groeien (, dat hem genezing gaf).

وَ اَرۡسَلۡنٰہُ اِلٰی مِائَۃِ اَلۡفٍ اَوۡ یَزِیۡدُوۡنَ ﴿۷۴۱﴾
Wa arsalnaahoe ielaa mie'atie alfien aw yazieedoen
37:147 (Vervolgens) zonden Wij hem tot minstens honderdduizend (mensen).

فَاٰمَنُوۡا فَمَتَّعۡنٰہُمۡ اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۸۴۱﴾
Fa aamanoe famatta' naahoem ielaa hieen
37:148 Ze geloofden. Dus gaven Wij ze de tijdelijke genieting (van het wereldse leven).

فَاسۡتَفۡتِہِمۡ اَلِرَبِّکَ الۡبَنَاتُ وَ لَہُمُ الۡبَنُوۡنَ ﴿۹۴۱﴾
Fastaftiehiem alie Rabbiekal banaatoe wa lahoemoel banoen
37:149 Vraag hen dan: "Heeft jouw Heer dochters, terwijl ze zonen aan zichzelf toekennen?" (Notitie: baby-meisjes werden levend begraven, dus geofferd aan Allah, terwijl de zonen werden behouden, zie 16:57-58.)

اَمۡ خَلَقۡنَا الۡمَلٰٓئِکَۃَ اِنَاثًا وَّ ہُمۡ شٰہِدُوۡنَ ﴿۰۵۱﴾
Am ghalaqnal malaaa'ie kata ienaasaw wa hoem shaahiedoen
37:150 "Of hebben Wij de engelen vrouwelijk geschapen, terwijl ze er getuige van waren?"

اَلَاۤ اِنَّہُمۡ مِّنۡ اِفۡکِہِمۡ لَیَقُوۡلُوۡنَ ﴿۱۵۱﴾
Alaaa iennahoem mien iefkiehiem la yaqoeloen
37:151 "Zonder enige twijfel, ze zeggen door datgeen wat ze verzonnen hebben (namelijk, het plaatsten van vrouwen naast Allah):

وَلَدَ اللّٰہُ ۙ وَ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿۲۵۱﴾
Waladal laahoe wa iennahoem lakaazieboen
37:152 "Allah heeft verwekt." Zonder enige twijfel, ze zijn leugenaars!"

اَصۡطَفَی الۡبَنَاتِ عَلَی الۡبَنِیۡنَ ﴿۳۵۱﴾
Astafal banaatie 'alal banieen
37:153 "Heeft Hij dochters boven zonen verkozen!?"

مَا لَکُمۡ ۟ کَیۡفَ تَحۡکُمُوۡنَ ﴿۴۵۱﴾
Maa lakoem kaifa tahkoemoen
37:154 "Wat is er met jullie!? Hoe oordelen jullie!?"

اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۵۵۱﴾
Afalaa tazakkaroen
37:155 "Waarom denken jullie niet na!?"

اَمۡ لَکُمۡ سُلۡطٰنٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۶۵۱﴾
Am lakoem soeltaanoem moebieen
37:156 "Of berusten jullie op basis van een duidelijke autoriteit\bewijs!?"

فَاۡتُوۡا بِکِتٰبِکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۷۵۱﴾
Faatoe bie Kietaabiekoem ien koentoem saadieqieen
37:157 "Breng jullie boek, als jullie streven naar de waarheid!"

وَ جَعَلُوۡا بَیۡنَہٗ وَ بَیۡنَ الۡجِنَّۃِ نَسَبًا ؕ وَ لَقَدۡ عَلِمَتِ الۡجِنَّۃُ اِنَّہُمۡ لَمُحۡضَرُوۡنَ ﴿۸۵۱﴾
Wa dja'aloe bainahoe wa bainal djiennatie nasabaa; wa laqad 'aliematiel djiennatoe iennahoem lamoehdaroen
37:158 En ze hebben tussen Hem (Allah) en de Djiens een relatie/familieband toegewezen. Waarlijk, de Djiens weten dat ze worden voort gebracht (bij Hem voor berechting).

سُبۡحٰنَ اللّٰہِ عَمَّا یَصِفُوۡنَ ﴿۹۵۱﴾
Soebhaanal laahie 'ammaa yasiefoen
37:159 Subhaan Allah (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming is Allah) boven al datgeen wat ze toekennen!

اِلَّا عِبَادَ اللّٰہِ الۡمُخۡلَصِیۡنَ ﴿۰۶۱﴾
Illaa 'iebaadal laahiel moeghlasieen
37:160 "(Wij engelen zijn,) niets anders dan de gekozen dienaren van Allah."

فَاِنَّکُمۡ وَ مَا تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۱۶۱﴾
Fa iennakoem wa maa ta'boedoen
37:161 "Jullie en wat jullie aanbidden (satans),

مَاۤ اَنۡتُمۡ عَلَیۡہِ بِفٰتِنِیۡنَ ﴿۲۶۱﴾
Maaa antoem 'alaihie bie faaatienieen
37:162 kunnen niemand weg verleiden (van de aanbidding) van Hem (Allah),

اِلَّا مَنۡ ہُوَ صَالِ الۡجَحِیۡمِ ﴿۳۶۱﴾
Illaa man hoewa saaliel djahieem
37:163 behalve degenen die zal branden in de hel."

وَ مَا مِنَّاۤ اِلَّا لَہٗ مَقَامٌ مَّعۡلُوۡمٌ ﴿۴۶۱﴾
Wa maa miennaaa iellaa lahoe maqaamoen ma'loem
37:164 "Iedereen onder ons heeft een bekende plek (verblijfplaats)".

وَّ اِنَّا لَنَحۡنُ الصَّآفُّوۡنَ ﴿۵۶۱﴾
Wa iennaa lanah noes saaffoen
37:165 "Voorzeker, wij staan opgesteld in rijen."

وَ اِنَّا لَنَحۡنُ الۡمُسَبِّحُوۡنَ ﴿۶۶۱﴾
Wa iennaa lanah noel moesabbiehoen
37:166 "Zonder enige twijfel, wij (de engelen) verheerlijken (Hem, Allah)." (Notitie: zie 40:7)

وَ اِنۡ کَانُوۡا لَیَقُوۡلُوۡنَ ﴿۷۶۱﴾
Wa ien kaanoe la yaqoeloen
37:167 In feite, ze (de ongelovigen) zeiden (voor de openbaring van de Koran):

لَوۡ اَنَّ عِنۡدَنَا ذِکۡرًا مِّنَ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۸۶۱﴾
Law anna 'iendanaa ziekram mienal awwalieen
37:168 "Als we een herrinnering (boodschap) hadden gekregen net zoals die van de oude generaties,"

لَکُنَّا عِبَادَ اللّٰہِ الۡمُخۡلَصِیۡنَ ﴿۹۶۱﴾
Lakoenna 'iebaadal laahiel moeghlasieen
37:169 "dan zouden we zeker gekozen dienaren van Allah zijn geweest."

فَکَفَرُوۡا بِہٖ فَسَوۡفَ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۰۷۱﴾
Fakafaroe biehiee fasawfa ya'lamoen
37:170 Echter, (nu dat deze, de Koran, is gekomen), geloven ze er niet in, dus spoedig zullen ze het te weten komen!

وَ لَقَدۡ سَبَقَتۡ کَلِمَتُنَا لِعِبَادِنَا الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۱۷۱﴾
Wa laqad sabaqat Kaliematoenaa lie'iebaadienal moersa lieen
37:171 Waarlijk, Onze Woord (de overwinning) was ook eerder toegezegd aan Onze dienaren, de (voorgaande) boodschappers,

اِنَّہُمۡ لَہُمُ الۡمَنۡصُوۡرُوۡنَ ﴿۲۷۱﴾
Innaa hoem lahoemoel mansoeroen
37:172 dat ze zeker de winnaars zullen zijn.

وَ اِنَّ جُنۡدَنَا لَہُمُ الۡغٰلِبُوۡنَ ﴿۳۷۱﴾
Wa ienna djoendana lahoemoel ghaalieboen
37:173 Zonder twijfel Onze leger zal overwinnen.

فَتَوَلَّ عَنۡہُمۡ حَتّٰی حِیۡنٍ ﴿۴۷۱﴾
Fatawalla 'anhoem hatta hieen
37:174 Wend jezelf (Mohammed v.z.m.h.) dus voor een bepaalde tijd van hen af.

وَّ اَبۡصِرۡہُمۡ فَسَوۡفَ یُبۡصِرُوۡنَ ﴿۵۷۱﴾
Wa absierhoem fasawfa yoebsieroen
37:175 Kijk naar hen. Spoedig zullen het zien.

اَفَبِعَذَابِنَا یَسۡتَعۡجِلُوۡنَ ﴿۶۷۱﴾
Afabie'azaabienaa yasta'djieloen
37:176 Willen ze dan Onze straf verhaasten?

فَاِذَا نَزَلَ بِسَاحَتِہِمۡ فَسَآءَ صَبَاحُ الۡمُنۡذَرِیۡنَ ﴿۷۷۱﴾
Fa iezaa nazala biesaahatiehiem fasaaa'a sabaahoel moenzarieen
37:177 Echter, op het moment dat het daalt naar hun leefgebied, dan zal de ochtend zeer slecht zijn voor degenen die waren gewaarschuwd!

وَ تَوَلَّ عَنۡہُمۡ حَتّٰی حِیۡنٍ ﴿۸۷۱﴾
Wa tawalla 'anhoem hattaa hieen
37:178 Dus wend je zelf tijdelijk af van hen.

وَّ اَبۡصِرۡ فَسَوۡفَ یُبۡصِرُوۡنَ ﴿۹۷۱﴾
Wa absier fasawfa yoebsieroen
37:179 En zie, zeer spoedig zullen zij zien.

سُبۡحٰنَ رَبِّکَ رَبِّ الۡعِزَّۃِ عَمَّا یَصِفُوۡنَ ﴿۰۸۱﴾
Soebhaana Rabbieka Rabbiel 'iezzatie 'amma yasiefoen
37:180 Subhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is jou Heer. De Heer van alle Eer boven al datgeen wat ze toekennen.

وَ سَلٰمٌ عَلَی الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۱۸۱﴾
Wa salaamoen 'alalmoersalieen
37:181 En vrede rust op de boodschappers.

وَ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۲۸۱﴾
Walhamdoe liellaahie Rabbiel 'aalamieen
37:182 En Al-Hamd (Alle lof, eer en dank) komt Allah toe, de Heer van de werelden (van mensen en Djiens).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
صٓ وَ الۡقُرۡاٰنِ ذِی الذِّکۡرِ ؕ﴿۱﴾
Saaad; wal-Qoer-aanie ziez ziekr
38:1 Söod. Bij de Koran, die vol beladen is met de herinnering (van Allah, het paradijs, de hel, etc.).

بَلِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِیۡ عِزَّۃٍ وَّ شِقَاقٍ ﴿۲﴾
Baliel lazieena kafaroe fiee 'iezzatiew wa shieqaaq
38:2 Nee! De ongelovigen zijn bezig met zelfverheerlijken en met tegenstrijd (tegen Allah).

کَمۡ اَہۡلَکۡنَا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ مِّنۡ قَرۡنٍ فَنَادَوۡا وَّ لَاتَ حِیۡنَ مَنَاصٍ ﴿۳﴾
Kam ahlaknaa mien qabliehiem mien qarnien fanaadaw wa laata hieena manaas
38:3 Hoeveel oudere generenaties hebben Wij niet vernietigd? Ze riepen Ons pas aan op het moment dat ontsnappen (aan de straf) niet meer mogelijk was.

وَ عَجِبُوۡۤا اَنۡ جَآءَہُمۡ مُّنۡذِرٌ مِّنۡہُمۡ ۫ وَ قَالَ الۡکٰفِرُوۡنَ ہٰذَا سٰحِرٌ کَذَّابٌ ۖ﴿۴﴾
Wa 'adjieboeo an djaaa'a hoem moenzieroem mienhoem wa qaalal kaafieroena haazaa saahieroen kazzaab
38:4 Ze (de arabieren) verwondering zich dat er een boodschapper vanuit henzelf (eigen volk) gekomen is. De ongelovigen zeggen: "Dit is een magiër, een leugenaar."

اَجَعَلَ الۡاٰلِہَۃَ اِلٰـہًا وَّاحِدًا ۚۖ اِنَّ ہٰذَا لَشَیۡءٌ عُجَابٌ ﴿۵﴾
Adja'alal aaliehata Ilaahaw waahiedan ienna haazaa lashai'oen 'oedjaab
38:5 "Heeft hij alle goden tot één Deïteit/godheid gemaakt? Zonder twijfel dit is zeker iets vreemds/ongebruikelijk."

وَ انۡطَلَقَ الۡمَلَاُ مِنۡہُمۡ اَنِ امۡشُوۡا وَ اصۡبِرُوۡا عَلٰۤی اٰلِہَتِکُمۡ ۚۖ اِنَّ ہٰذَا لَشَیۡءٌ یُّرَادُ ۖ﴿۶﴾
Wantalaqal mala-oe mienhoem aniem shoe wasbieroe 'alaaa aaliehatiekoem iennna haazaa lashai 'oey yoeraad
38:6 De leiders van hun gingen zelfs verder: "Ga door en wees standvastig met betrekking tot het aanbidden van jullie goden. Zonder twijfel, dit is iets wat we behoren te doen."

مَا سَمِعۡنَا بِہٰذَا فِی الۡمِلَّۃِ الۡاٰخِرَۃِ ۚۖ اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا اخۡتِلَاقٌ ۖ﴿۷﴾
Maa samie'naa biehaazaa fiel miellatiel aaghieratie ien haazaaa iellagh tielaaq
38:7 "We hebben niets hierover vanuit de laatste geloofsopvatting gehoord. Dit is alleen een verzinsel."

ءَ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ الذِّکۡرُ مِنۡۢ بَیۡنِنَا ؕ بَلۡ ہُمۡ فِیۡ شَکٍّ مِّنۡ ذِکۡرِیۡ ۚ بَلۡ لَّمَّا یَذُوۡقُوۡا عَذَابِ ؕ﴿۸﴾
'A-oenziela 'alaihiez ziekroe mien bainienaa; bal hoem fiee shakkien mien Ziekriee bal lammaa yazoeqoe 'azaab
38:8 "Is hij (Mohammed v.z.m.h.) degene vanuit ons allen aan wie de openbaring is neergezonden (zie 43:31)?!" Nee, ze twijfelen over Mijn boodschap. Nee, ze hebben Mijn straf nog niet geproefd. (Notitie: Allah laat de wereldse straf proeven, zodat men terug kan keren naar het rechte pad, zie 32:21, 16:112 en 106:4.)

اَمۡ عِنۡدَہُمۡ خَزَآئِنُ رَحۡمَۃِ رَبِّکَ الۡعَزِیۡزِ الۡوَہَّابِ ۚ﴿۹﴾
Am'iendahoem ghazaaa 'ienoe rahmatie Rabbiekal 'Azieeziel Wahhab
38:9 Of bezitten ze de schatten van de barmhartigheid van jullie Heer, Al-'Aziez (de Almachtige), Al-Wahaab (Degene Die zeer royaal is in het schenken)?

اَمۡ لَہُمۡ مُّلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا ۟ فَلۡیَرۡتَقُوۡا فِی الۡاَسۡبَابِ ﴿۰۱﴾
Am lahoem moelkoes samaawaatie wal ardie wa maa bainahoemaa falyartaqoe fiel asbaab
38:10 Of is het koninkrijk van de hemelen en de aarde en wat er tussen is, van hen? (Als dat zo is), laten ze dan met de middelen (die ze hebben, naar de hemelen) opstijgen!

جُنۡدٌ مَّا ہُنَالِکَ مَہۡزُوۡمٌ مِّنَ الۡاَحۡزَابِ ﴿۱۱﴾
djoendoem maa hoenaalieka mahzoemoem mienal Ahzaab
38:11 Ze zijn een leger dat verslagen zal worden netals het bondgenootschap van vroegere legers (dat vocht tegen het monotheïsme).

کَذَّبَتۡ قَبۡلَہُمۡ قَوۡمُ نُوۡحٍ وَّ عَادٌ وَّ فِرۡعَوۡنُ ذُو الۡاَوۡتَادِ ﴿۲۱﴾
Kazzabat qablahoem qawmoe Noehiew wa 'Aadoew wa Fier'awnoe zoel awtaad
38:12 Vóór hun tijd verwierpen het volk van Noeh (Noach), het volk Aad en Farao, bezitter van (een groot leger gestationeerd in tenten met) de (hoge) tentpalen.

وَ ثَمُوۡدُ وَ قَوۡمُ لُوۡطٍ وَّ اَصۡحٰبُ لۡـَٔیۡکَۃِ ؕ اُولٰٓئِکَ الۡاَحۡزَابُ ﴿۳۱﴾
Wa Samoedoe wa qawmoe Loetiew wa Ashaaboel 'Aykah; oelaaa'iekal Ahzaab
38:13 En (ook het volk) Thamoed, het vok van Lot, en de bewoners van 'Aikah' (het woud, zie 26:176). Zij (allen) vormden een bondgenootschap van strijders (dat vocht tegen het monotheïsme).

اِنۡ کُلٌّ اِلَّا کَذَّبَ الرُّسُلَ فَحَقَّ عِقَابِ ﴿۴۱﴾
In koelloen iellaa kazzabar Roesoela fahaqqa 'ieqaab
38:14 Allen verwierpen de boodschappers, dus was Mijn straf gerechtvaardigd.

وَ مَا یَنۡظُرُ ہٰۤؤُلَآءِ اِلَّا صَیۡحَۃً وَّاحِدَۃً مَّا لَہَا مِنۡ فَوَاقٍ ﴿۵۱﴾
Wa maa yanzoeroe haaa oelaaa'ie iellaa saihataw waahiedatam maa lahaa mien fawaaq
38:15 Deze (mensen) wachten op één enkele (vernietigings-) geluid-stoot/kreet (de trompet van de dag des oordeels, zie 20:102). (Weet dat) er geen uitstel ervoor is.

وَ قَالُوۡا رَبَّنَا عَجِّلۡ لَّنَا قِطَّنَا قَبۡلَ یَوۡمِ الۡحِسَابِ ﴿۶۱﴾
Wa qaaloe Rabbanaa 'adjdjiel lanaa qiettanaa qabla Yawmiel Hiesaab
38:16 Ze (spotten en) zeggen: "Heer! Versnel voor ons, ons aandeel (in de straf) nog voor de dag van de afrekening."

اِصۡبِرۡ عَلٰی مَا یَقُوۡلُوۡنَ وَ اذۡکُرۡ عَبۡدَنَا دَاوٗدَ ذَا الۡاَیۡدِ ۚ اِنَّہٗۤ اَوَّابٌ ﴿۷۱﴾
Isbier 'alaa maa yaqoeloena wazkoer 'abdanaa Daawoeda zal aidie iennahoeo awwaab
38:17 Wees geduldig met wat ze zeggen en gedenk Onze dienaar Dawoed (David), de bezitter van kracht. Voorzeker, hij keerde vaak terug (in het gedenken van Ons).

اِنَّا سَخَّرۡنَا الۡجِبَالَ مَعَہٗ یُسَبِّحۡنَ بِالۡعَشِیِّ وَ الۡاِشۡرَاقِ ﴿۸۱﴾
Innaa saghgharnal djiebaala ma'ahoe yoesabbiehna biel'ashieyyie wal ieshraaq
38:18 Wij onderwierpen de bergen om samen met hem in de avond en bij zonsopkomst, (Allah) lof te prijzen.

وَ الطَّیۡرَ مَحۡشُوۡرَۃً ؕ کُلٌّ لَّہٗۤ اَوَّابٌ ﴿۹۱﴾
Wattayra mahshoerah; koelloel lahoeo awwaab
38:19 En ook de vogels werden (ervoor) verzameld. Allen keerden vaak terug (in het gedenken van Allah).

وَ شَدَدۡنَا مُلۡکَہٗ وَ اٰتَیۡنٰہُ الۡحِکۡمَۃَ وَ فَصۡلَ الۡخِطَابِ ﴿۰۲﴾
Wa shadadnaa moelkahoe wa aatainaahoel Hiekmata wa faslal ghietaab
38:20 Wij maakten zijn koninkrijk sterker en gaven hem de 'Hikmah' (Allah's wetgeving, ethiek, de Sunnah, etiquette, de manier van aanbidding) en de wijsheid in het oordelen en in het nemen van beslissingen. (Notitie: In de bijbel wordt profeet Dawoed (David) v.z.m.h. beschuldigd van overspel en moord. Allah herstelt zijn eer in deze en de volgende verzen. Dit vermeld te hebben, elke profeet die een daad beging of de intentie had die tegen de wil van Allah was, werd direct gecorrigeerd, zoals Adam, Joenoes en dus ook Dawoed. Profeet Dawoed had zijn soldaat de opdracht gegeven dat hij van zijn vrouw moest scheiden, zodat hij met zijn vrouw kon trouwen. Aangezien dit niet door een gewone man was geuit, maar door een koning en een profeet, was de soldaat genoodzaakt om eraan toe te geven. Voordat de scheiding tot stand kon komen, kwamen er twee mannen die deze kwestie aan Dawoed voorlegde in de vorm van een voorbeeld met vrouwelijke schapen. Toen hij besefte dat hij een verkeerde beslissing had genomen, viel hij in prostratie neer en draaide zijn beslissing terug.)

وَ ہَلۡ اَتٰىکَ نَبَؤُا الۡخَصۡمِ ۘ اِذۡ تَسَوَّرُوا الۡمِحۡرَابَ ﴿۱۲﴾
Wa hal ataaka naba'oel ghasm; iez tasawwaroel miehraab
38:21 Heeft het bericht jou (Mohammed v.z.m.h) bereikt van de (twee) ruzie makende partijen die over de muur van de Mihrab (een gebedsplaats of een privékamer) klommen?

اِذۡ دَخَلُوۡا عَلٰی دَاوٗدَ فَفَزِعَ مِنۡہُمۡ قَالُوۡا لَا تَخَفۡ ۚ خَصۡمٰنِ بَغٰی بَعۡضُنَا عَلٰی بَعۡضٍ فَاحۡکُمۡ بَیۡنَنَا بِالۡحَقِّ وَ لَا تُشۡطِطۡ وَ اہۡدِنَاۤ اِلٰی سَوَآءِ الصِّرَاطِ ﴿۲۲﴾
Iz daghaloe 'alaa Daawoeda fafazie'a mienhoem qaaloe laa taghaf ghasmaanie baghaa ba'doenaa 'alaa ba'dien fahkoem bainanaaa bielhaqqie wa laa toeshtiet wahdienaaa ielaa Sawaaa'ies Sieraat
38:22 Toen ze Dawoed benaderden, werd hij bang voor hen, ze zeiden: "Wees niet bang. Wij zijn broeders (in het geloof) die het met elkaar oneens zijn, één van ons doet de andere onrecht aan, dus oordeel tussen ons naar waarheid. Wees niet onrechtvaardig en leidt ons naar evenwichtigheid."

اِنَّ ہٰذَاۤ اَخِیۡ ۟ لَہٗ تِسۡعٌ وَّ تِسۡعُوۡنَ نَعۡجَۃً وَّ لِیَ نَعۡجَۃٌ وَّاحِدَۃٌ ۟ فَقَالَ اَکۡفِلۡنِیۡہَا وَ عَزَّنِیۡ فِی الۡخِطَابِ ﴿۳۲﴾
Inna haazaaa aghiee lahoe ties'oew wa ties'oena na'djataw wa lieya na'djatoew waahiedah; faqaala akfielnieeha wa 'azzaniee fielghietaab
38:23 "Dit is mijn broeder (in geloof). Hij heeft negenennegentig ooien (vrouwelijke schapen), terwijl ik maar één ooi heb. Ondanks dat, zegt hij: "Geef haar aan mij." Hij heeft me in de beredenering verslagen."

قَالَ لَقَدۡ ظَلَمَکَ بِسُؤَالِ نَعۡجَتِکَ اِلٰی نِعَاجِہٖ ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنَ الۡخُلَطَآءِ لَیَبۡغِیۡ بَعۡضُہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ اِلَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ وَ قَلِیۡلٌ مَّا ہُمۡ ؕ وَ ظَنَّ دَاوٗدُ اَنَّمَا فَتَنّٰہُ فَاسۡتَغۡفَرَ رَبَّہٗ وَ خَرَّ رَاکِعًا وَّ اَنَابَ ﴿۴۲﴾
Qaala laqad zalamaka biesoe 'aalie na'djatieka ielaa nie'aadjieh; wa ienna kasieeran mienal ghoelataaa'ie la-yabghiee ba'doehoem 'alaa ba'dien iellal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie wa qalieeloen maa hoem; wa zanna Daawoedoe annamaa fatannaahoe fastaghfara Rabbahoe wa gharra raakie'aw wa anaab (make sadjdah)
38:24 Hij (Dawoed) zei: "Waarlijk, hij heeft jou onrecht aangedaan door jouw ooi op te eisen als toevoeging op zijn ooien. Zonder twijfel, veel partijen onderdrukken anderen, behalve degenen die geloven en goede daden verrichten, het zijn er (helaas) niet veel." Het werd Dawoed duidelijk dat Wij hem hadden beproefd. Hij vroeg zijn Heer om vergiffenis en viel neer in prostratie en had berouw (van zijn daad). (Notitie: Sajdah Tilawat wordt hier angeraden.)

فَغَفَرۡنَا لَہٗ ذٰلِکَ ؕ وَ اِنَّ لَہٗ عِنۡدَنَا لَزُلۡفٰی وَ حُسۡنَ مَاٰبٍ ﴿۵۲﴾
Faghafarnaa lahoe zaaliek; wa ienna lahoe 'iendanaa lazoelfaa wa hoesna ma aab
38:25 Dus Wij vergaven hem dat. Voorzeker, hij heeft een eerwaardige positie bij Ons en voor hem is er een zeer mooie plek van terugkeer (het paradijs).

یٰدَاوٗدُ اِنَّا جَعَلۡنٰکَ خَلِیۡفَۃً فِی الۡاَرۡضِ فَاحۡکُمۡ بَیۡنَ النَّاسِ بِالۡحَقِّ وَ لَا تَتَّبِعِ الۡہَوٰی فَیُضِلَّکَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَضِلُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ لَہُمۡ عَذَابٌ شَدِیۡدٌۢ بِمَا نَسُوۡا یَوۡمَ الۡحِسَابِ ﴿۶۲﴾
Yaa Daawoedoe iennaa dja'alnaaka ghalieefatan fiel ardie fahkoem bainan naasie bielhaqqie wa laa tattabie'iel hawaa fayoediellaka 'an sabieeliel laah; iennal lazieena yadielloena 'an sabieeliel laah; lahoem 'azaaboen shadieedoem biemaa nasoe Yawmal Hiesaab
38:26 "O Dawoed! Wij hebben jou als een 'Ghalifa' (opvolger) op de aarde gemaakt. Dus oordeel tussen de mensen op basis van de waarheid. En volg niet de verlangens, het zal jou laten afdwalen van Allah's pad. Zonder twijfel, degenen die afdwalen van Allah's pad, voor hen is er een pijnlijke straf, omdat ze de dag van de afrekening vergaten."

وَ مَا خَلَقۡنَا السَّمَآءَ وَ الۡاَرۡضَ وَ مَا بَیۡنَہُمَا بَاطِلًا ؕ ذٰلِکَ ظَنُّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ۚ فَوَیۡلٌ لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنَ النَّارِ ﴿۷۲﴾
Wa maa ghalaqnas samaaa'a wal arda wa maa bainahoemaa baatielaa; zaalieka zannoel lazieena kafaroe; fa wayloel liel lazieena kafaroe mienan Naar
38:27 Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat er tussen hen is, niet zonder een doel geschapen. Dat is (alleen) het vermoeden van de ongelovigen. Wee dus (verdriet op) de ongelovigen vanwege het vuur.

اَمۡ نَجۡعَلُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ کَالۡمُفۡسِدِیۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ۫ اَمۡ نَجۡعَلُ الۡمُتَّقِیۡنَ کَالۡفُجَّارِ ﴿۸۲﴾
Am nadj'aloel lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie kalmoefiesdieena fiel ardie am nadj'aloel moettaqieena kalfoedjdjaar
38:28 Of moeten Wij degenen die geloven en goede daden doen op dezelfde wijze behandelen als de degenen die verderf en corruptie verspreiden op de aarde? Of moeten Wij de moettaqoens (godsvrezenden, zie 2:2-5, die over zichzelf waken voor het begaan van kwaad en zonden) netzo behandelen als de overtreders die uitbarsten in het begaan van zonden? (Notitie: als er geen doel was dan zou niemand beloont dan wel berecht worden voor datgeen wat ze doen. Er zou dan geen noodzaak zijn voor het doen van goede daden, noch hoeft men zich te onthouden voor iets. Dit concept zal alleen maar tot chaos en verderf leiden. Allah's wetten zijn daarom opgelegd zodat er rechtvaardigheid en evenwicht is in de samenleving.)

کِتٰبٌ اَنۡزَلۡنٰہُ اِلَیۡکَ مُبٰرَکٌ لِّیَدَّبَّرُوۡۤا اٰیٰتِہٖ وَ لِیَتَذَکَّرَ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿۹۲﴾
Kietaaboen anzalnaahoe ielaika moebaarakoel lieyaddabbaroeo Aayaatiehiee wa lieyatazakkara oeloel albaab
38:29 Dit is een gezegend boek dat Wij aan jou (Mohammed v.z.m.h.) hebben neergezonden. Zodat de mensen met verstand over zijn verzen na kunnen denken en herinnert worden (aan Allah, dag des oordeels, berechting, etc.). (Notitie: de Koran is gezegend zodat men het beste uit zichzelf kan halen. Allah maakt de gelovigen sterk door stevige woorden, Zie 14:24-27.)

وَ وَہَبۡنَا لِدَاوٗدَ سُلَیۡمٰنَ ؕ نِعۡمَ الۡعَبۡدُ ؕ اِنَّہٗۤ اَوَّابٌ ﴿۰۳﴾
Wa wahabnaa lie Daawoeda Soelaimaan; nie'mal 'abd; iennahoe awwaab
38:30 En Wij gaven Soelaiman (Solomon) aan Dawoed (als zoon en opvolger van het koninkrijk en het profeetschap), een voortreffelijk dienaar. Zonder twijfel, hij was één van degene die vaak terug keerde (in het gedenken van Ons).

اِذۡ عُرِضَ عَلَیۡہِ بِالۡعَشِیِّ الصّٰفِنٰتُ الۡجِیَادُ ﴿۱۳﴾
Iz 'oerieda 'alaihie biel'ashiey yies saafienaatoel djieyaad
38:31 (Gedenk) toen uitstekende strijdpaarden (voor een parade/demonstratie) voor hem werden getoond in de namiddag. (Notitie: Soelaiman had veel rijkdom en macht, wat een beeldvorming geeft van hoogmoed en arrogantie. Echter, Allah eert Soelaiman en geeft hier een voorbeeld hoe Soelaiman dacht over de goederen die hij tot zijn beschikking had.)

فَقَالَ اِنِّیۡۤ اَحۡبَبۡتُ حُبَّ الۡخَیۡرِ عَنۡ ذِکۡرِ رَبِّیۡ ۚ حَتّٰی تَوَارَتۡ بِالۡحِجَابِ ﴿۲۳﴾
Faqaala iennieee ahbabtoe hoebbal ghairie 'an ziekrie Rabbiee hattaa tawaarat bielhiedjaab
38:32 Hij zei: "Zonder twijfel, ik hou van het goede (alleen) voor het gedenken van mijn Heer". (De parade ging door) totdat de zon onderging.

رُدُّوۡہَا عَلَیَّ ؕ فَطَفِقَ مَسۡحًۢا بِالسُّوۡقِ وَ الۡاَعۡنَاقِ ﴿۳۳﴾
Roeddoehaa 'alaiya fa tafieqa mas-ham biessoeqie wal a'naaq
38:33 (Vervolgens zei hij:) "Breng ze naar mij terug!" Toen, begon hij over hun benen en nekken te strijken\aaien (om Allah te gedenken hoe mooie Zijn creatie is). (Notitie: Sommige overleveringen zijn van mening dat Soelaiman de paarden afslachtte, echter Soelaiman was een profeet en handelde volgens de wil van Allah. In Ayah 2:205 kunnen we lezen dat Allah niet van verderf houdt, dus deze opvatting is niet in het verlengde met de wil van Allah. Zie ook de waarde van paarden in Surah 100. Bovendien is het niet in het verlengde van de voorgaande verzen, namelijk het benadrukken dat profeten eervolle personen waren.)

وَ لَقَدۡ فَتَنَّا سُلَیۡمٰنَ وَ اَلۡقَیۡنَا عَلٰی کُرۡسِیِّہٖ جَسَدًا ثُمَّ اَنَابَ ﴿۴۳﴾
Wa laqad fatannaa Soelaimaana wa alqainaa 'alaa koersieyyiehiee djasadan soemma anaab
38:34 Waarlijk, Wij beproefden Soelaiman en plaatsten een lichaam op zijn troon (dat niet geschikt was voor opvolging). Vervolgens keerde hij zich (tot Allah),

قَالَ رَبِّ اغۡفِرۡ لِیۡ وَ ہَبۡ لِیۡ مُلۡکًا لَّا یَنۡۢبَغِیۡ لِاَحَدٍ مِّنۡۢ بَعۡدِیۡ ۚ اِنَّکَ اَنۡتَ الۡوَہَّابُ ﴿۵۳﴾
Qaala Rabbiegh fier liee wa hab liee moelkal laa yambaghiee lie ahadien mien ba'diee iennaka Antal Wahhaab
38:35 hij zei: "Mijn Heer! Vergeef me en schenk me een koninkrijk dat niemand na mij zal hebben. Voorzeker, U bent Al-Wahaab (Degene Die zeer royaal is in het schenken). (Notitie: Soelaiman wilde zonen voor het vergroten van het koninkrijk om Allah's woord te verspreiden. Echter, hij werd daarin beproefd en kreeg alleen één zoon die niet geschikt was voor het voeren van Jihad. Soelaiman had geen smeekbeden ervoor gevraagd of geen "In Sha Allah" gezegd, zie 18:24. Hij keerde zich in berouw tot zijn Heer, omdat hij aannamens had gedaan. Ondanks dat hij een groot koninkrijk had, was hij altijd nederig naar Allah toe, in dankbaarheid en in aanbidding.)

فَسَخَّرۡنَا لَہُ الرِّیۡحَ تَجۡرِیۡ بِاَمۡرِہٖ رُخَآءً حَیۡثُ اَصَابَ ﴿۶۳﴾
Fa sagharnaa lahoer rieeha tadjriee bie amriehiee roeghaaa'an haisoe asaab
38:36 Daarop onderwierpen Wij de wind aan hem om zachtjes te waaien op zijn bevel, waar hij hem ook naar heen stuurde. (Notitie: Soelaiman gebruikte de wind o.a. om te reizen. zie 34:12).

وَ الشَّیٰطِیۡنَ کُلَّ بَنَّآءٍ وَّ غَوَّاصٍ ﴿۷۳﴾
Wash Shayaatieena koella bannaaa'iew wa ghawwaas
38:37 En ook de duivels\djiens (werden aan hem onderworpen). Elke bouwer en duiker (van hen),

وَّ اٰخَرِیۡنَ مُقَرَّنِیۡنَ فِی الۡاَصۡفَادِ ﴿۸۳﴾
Wa aagharieena moeqarranieena fiel asfaad
38:38 en anderen (werden) gebonden aan kettingen.

ہٰذَا عَطَآؤُنَا فَامۡنُنۡ اَوۡ اَمۡسِکۡ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۹۳﴾
Haazaa 'ataaa'oenaa famnoen aw amsiek bieghairie hiesaab
38:39 "Dit is Onze geschenk (aan jou). Schenk of onthoudt ervan, zonder (enig) afrekening (ervoor)."

وَ اِنَّ لَہٗ عِنۡدَنَا لَزُلۡفٰی وَ حُسۡنَ مَاٰبٍ ﴿۰۴﴾
Wa ienna lahoe 'iendanaa lazoelfaa wa hoesna ma-aab
38:40 Voorzeker, hij heeft een eerwaardige positie bij Ons en voor hem is er een zeer mooie plek van terugkeer (het paradijs). (Notitie: Ook hier bevestigt Allah dat Soelaiman v.z.m.h. een eerwaardig persoon was op basis van zijn toenadering tot Allah. Dit in tegenstelling tot de bijbel, waarin hij beschreven wordt als een goede en een slechte koning.)

وَ اذۡکُرۡ عَبۡدَنَاۤ اَیُّوۡبَ ۘ اِذۡ نَادٰی رَبَّہٗۤ اَنِّیۡ مَسَّنِیَ الشَّیۡطٰنُ بِنُصۡبٍ وَّ عَذَابٍ ﴿۱۴﴾
Wazkoer 'abdanaaa Ayyoeb; iez naada Rabbahoeo anniee massanieyash Shaitaanoe bie noesbiew wa 'azaab
38:41 En gedenk Onze dienaar Ayoeb (Job), toen hij zijn Heer aanriep: "satan heeft mij gekweld met moeilijkheid en heeft me laten lijden." (Notitie: de rol van satan is enkel alleen influisteren. De satan is verstoten en vervloekt en uitgesloten van Allah's barmhartigheid, alle deuren zijn voor hem gesloten. Bovendien, niemand heeft een zeggenschap over Allah's beslissingen. Allah alleen is degene die het bestuur van Zijn koninkrijk regelt. Het enige wat de satan heeft kunnen doen, is dus ophitsen\influisteren. Echter, het is niet duidelijk of dit inderdaad is gebeurd, sinds de satan geen invloed heeft op profeten, zie 38:83. In dat geval is dit een beleefde vorm van toenadering tot Allah om zijn beproeving te verwijderen, zie ook vers 21:83. Echter, de bijbel en enkele andere overleveringen stellen dat de satan zijn beproeving heeft veroorzaakt, dan wel uitgevoerd, wat dus niet in het verlengde is met o.a. 38:78.)

اُرۡکُضۡ بِرِجۡلِکَ ۚ ہٰذَا مُغۡتَسَلٌۢ بَارِدٌ وَّ شَرَابٌ ﴿۲۴﴾
Oerkoed bie riedjlieka haaza moeghtasaloen baariedoew wa sharaab
38:42 Wij zeiden: "Stamp met jouw voet. Dit is water om je te wassen, te verkoelen en om te drinken." (Notitie: Door het stampen met zijn voet, ontsprong er een waterbron dat hem genas.)

وَ وَہَبۡنَا لَہٗۤ اَہۡلَہٗ وَ مِثۡلَہُمۡ مَّعَہُمۡ رَحۡمَۃً مِّنَّا وَ ذِکۡرٰی لِاُولِی الۡاَلۡبَابِ ﴿۳۴﴾
Wa wahabnaa lahoe ahlahoe wa mieslahoem ma'ahoem rahmatan mienna wa ziekraa lie oeliel albaab
38:43 Wij gaven hem zijn (nieuwe) familie en verdubbelde het aantal van hen (kinderen), dit als barmhartigheid van Ons en zodat degenen met verstand herinnert worden (aan Allah, de dag des oordeels, etc. ). (Notitie: zie ook 21:84)

وَ خُذۡ بِیَدِکَ ضِغۡثًا فَاضۡرِبۡ بِّہٖ وَ لَا تَحۡنَثۡ ؕ اِنَّا وَجَدۡنٰہُ صَابِرًا ؕ نِعۡمَ الۡعَبۡدُ ؕ اِنَّہٗۤ اَوَّابٌ ﴿۴۴﴾
Wa ghoez bieyadieka dieghsan fadrieb biehiee wa laa tahnas, iennaa wadjadnaahoe saabieraa; nie'mal 'abd; iennahoeo awwaab
38:44 "Neem een bundel (van riet/takken/stengels) in jouw hand en sla ermee, verbreek jouw eed niet." Voorzeker, Wij troffen hem (altijd) standvastig en geduldig aan. Een voortreffelijk dienaar, die vaak terugkeerde (in het gedenken van Ons). (Notitie: Ayoeb had een belofte gedaan om iemand een aantal slagen toe te dienen als hij genezen zou zijn. De Koran vermeld niet waarover het gaat, om wie het gaat, noch wordt het aantal slagen vermeld. Het belang van deze vers is dat de bewuste beloftes in stand moet worden gehouden. In 2:225 lezen we dat onbewuste beloftes ons niet worden aangerekend, maar dat Allah oordeelt op basis van intenties.)

وَ اذۡکُرۡ عِبٰدَنَاۤ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ اُولِی الۡاَیۡدِیۡ وَ الۡاَبۡصَارِ ﴿۵۴﴾
Wazkoer 'iebaadanaaa Ibraahieema wa Is-haaqa wa Ya'qoeba oeliel-aydiee walabsaar
38:45 En gedenk Onze dienaren Ibrahiem, Izaak en Ayoeb, bezitters van veel kracht en inzicht.

اِنَّاۤ اَخۡلَصۡنٰہُمۡ بِخَالِصَۃٍ ذِکۡرَی الدَّارِ ﴿۶۴﴾
Innaaa aghlasnaahoem bie ghaaliesatien ziekrad daar
38:46 Zonder twijfel, Wij kozen hen (en maakten hen tot profeten) alleen vanwege (hun daden die voortkwamen door) het gedenken van het (uiteindelijke) huis (in het hiernamaals).

وَ اِنَّہُمۡ عِنۡدَنَا لَمِنَ الۡمُصۡطَفَیۡنَ الۡاَخۡیَارِ ﴿۷۴﴾
Wa iennahoem 'iendanaa lamienal moestafainal aghyaar
38:47 Zij behoren voor Ons tot de gekozenen (die dicht bij Allah zullen zijn), de beste (onder de dienaren).

وَ اذۡکُرۡ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ الۡیَسَعَ وَ ذَاالۡکِفۡلِ ؕ وَ کُلٌّ مِّنَ الۡاَخۡیَارِ ﴿۸۴﴾
Wazkoer Ismaa'ieela wal Yasa'a wa Zal-Kieflie wa koelloen mienal aghyaar
38:48 En gedenk Ismaiel (Ismaël), Yasa'a (Elisa, opvolger van profeet Ieljaas), Dzoel-kifl, allen behoren tot de beste.

ہٰذَا ذِکۡرٌ ؕ وَ اِنَّ لِلۡمُتَّقِیۡنَ لَحُسۡنَ مَاٰبٍ ﴿۹۴﴾
Haazaa ziekroen wa ienna liel moettaqieena la hoesna ma aab
38:49 Dit (de Koran) is een herinnering. Zonder twijfel, voor de moettaqoens (godsvrezenden, zie 2:2-5) is er een zeer mooie plek van terugkeer.

جَنّٰتِ عَدۡنٍ مُّفَتَّحَۃً لَّہُمُ الۡاَبۡوَابُ ﴿۰۵﴾
djannaatie 'adnien moefattahatan lahoemoel abwaab
38:50 De poorten naar tuinen van eeuwigheid zullen voor hen worden geopend.

مُتَّکِـِٕیۡنَ فِیۡہَا یَدۡعُوۡنَ فِیۡہَا بِفَاکِہَۃٍ کَثِیۡرَۃٍ وَّ شَرَابٍ ﴿۱۵﴾
Moettakie'ieena fieehaa yad'oena fieehaa biefaakiehatien kasieeratiew wa sharaab
38:51 Leunend (op mooie banken) daarin. Ze zullen roepen om (bediend te worden van) veel vruchten en drank.

وَ عِنۡدَہُمۡ قٰصِرٰتُ الطَّرۡفِ اَتۡرَابٌ ﴿۲۵﴾
Wa 'iendahoem qaasieraatoet tarfie atraab
38:52 Bij hen zullen er metgezellen zijn met verlegen blikken, die gelijk zijn in leeftijd.

ہٰذَا مَا تُوۡعَدُوۡنَ لِیَوۡمِ الۡحِسَابِ ﴿۳۵﴾
Haazaa maa toe'adoena lie Yawmiel Hiesaab
38:53 Dit is wat aan jullie beloofd is op de dag van de afrekening.

اِنَّ ہٰذَا لَرِزۡقُنَا مَا لَہٗ مِنۡ نَّفَادٍ ﴿۴۵﴾
Inna haazaa lariezqoenaa maa lahoe mien nafaad
38:54 Zonder twijfel, dit zijn voorzieningen vanuit Onze kant, die nooit zullen opraken.

ہٰذَا ؕ وَ اِنَّ لِلطّٰغِیۡنَ لَشَرَّ مَاٰبٍ ﴿۵۵﴾
Haazaa; wa ienna liettaaghieena lasharra ma-aab
38:55 Dat (is voor de gelovigen)! En zonder twijfel, voor de misdadigers is er een slechte plaats van terugkeer.

جَہَنَّمَ ۚ یَصۡلَوۡنَہَا ۚ فَبِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿۶۵﴾
djahannama yaslawnahaa fa bie'sal miehaad
38:56 Hel! Ze zullen daarin branden. Zeer ellendig is de rustplaats!

ہٰذَا ۙ فَلۡیَذُوۡقُوۡہُ حَمِیۡمٌ وَّ غَسَّاقٌ ﴿۷۵﴾
Haazaa falyazoeqoehoe hamieemoew wa ghassaaq
38:57 Dat (is voor de misdadigers)! Laat hem dus kokend vloeistof en wondvocht proeven,

وَّ اٰخَرُ مِنۡ شَکۡلِہٖۤ اَزۡوَاجٌ ﴿۸۵﴾
Wa aagharoe mien shakliehieee azwaadj
38:58 en andere, gelijksoortige (verschrikkelijke) dingen.

ہٰذَا فَوۡجٌ مُّقۡتَحِمٌ مَّعَکُمۡ ۚ لَا مَرۡحَبًۢا بِہِمۡ ؕ اِنَّہُمۡ صَالُوا النَّارِ ﴿۹۵﴾
Haazaa fawdjoen moeqtahiemoen ma'akoem laa marhaban biehiem; iennahoem saaloen Naar
38:59 "Dit is een (nieuwe) groep dat bij jullie (de hel) wordt gegooid. (Er is) Geen verwelkoming voor hen. Zonder twijfel, ze zullen in het vuur branden."

قَالُوۡا بَلۡ اَنۡتُمۡ ۟ لَا مَرۡحَبًۢا بِکُمۡ ؕ اَنۡتُمۡ قَدَّمۡتُمُوۡہُ لَنَا ۚ فَبِئۡسَ الۡقَرَارُ ﴿۰۶﴾
Qaaloe bal antoem laa marhaban biekoem; antoem qaddamtoemoehoe lanaa fabie'sal qaraar
38:60 Ze (de bewoners van de hel) zullen (tegen hen) zeggen: "Nee! Jullie zijn niet welkom! Jullie brachten dit over ons! Ellendig is de rustplaats!"

قَالُوۡا رَبَّنَا مَنۡ قَدَّمَ لَنَا ہٰذَا فَزِدۡہُ عَذَابًا ضِعۡفًا فِی النَّارِ ﴿۱۶﴾
Qaaloe Rabbanaa man qaddama lanaa haazaa fa ziedhoe 'azaaban die'fan fien Naar
38:61 Ze zullen zeggen: "Onze Heer! Degene die dit voor ons heeft veroorzaakt, geef hen een dubbele straf in het vuur."

وَ قَالُوۡا مَا لَنَا لَا نَرٰی رِجَالًا کُنَّا نَعُدُّہُمۡ مِّنَ الۡاَشۡرَارِ ﴿۲۶﴾
Wa qaaloe maa lanaa laa naraa riedjaalan koennaa na'oeddoehoem mienal ashraar
38:62 Ze zullen zeggen: "Wat is er met ons? We zien de mannen niet die wij vroeger als slecht beschouwden."

اَتَّخَذۡنٰہُمۡ سِخۡرِیًّا اَمۡ زَاغَتۡ عَنۡہُمُ الۡاَبۡصَارُ ﴿۳۶﴾
Attaghaznaahoem siegh rieyyan am zaaghat 'anhoemoel absaar
38:63 "We hadden hen toch bespot (tijdens het wereldse leven)? Of kijken we misschien langs hun heen?"

اِنَّ ذٰلِکَ لَحَقٌّ تَخَاصُمُ اَہۡلِ النَّارِ ﴿۴۶﴾
Inna zaalieka lahaqqoen taghaasoemoe Ahlien Naar
38:64 Zonder twijfel, het ruzie maken onder mensen van het vuur behoort zeker tot de waarheid.

قُلۡ اِنَّمَاۤ اَنَا مُنۡذِرٌ ٭ۖ وَّ مَا مِنۡ اِلٰہٍ اِلَّا اللّٰہُ الۡوَاحِدُ الۡقَہَّارُ ﴿۵۶﴾
Qoel iennamaaa ana moenzieroew wa maa mien laahien iellal laahoel Waahiedoel Qahhaar
38:65 Zeg: "Ik ben alleen een waarschuwer! Er is geen Deïteit\Godheid behalve Allah, De Enige, Al-Qahaar (Degene Die altijd domineert en heerst)."

رَبُّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا الۡعَزِیۡزُ الۡغَفَّارُ ﴿۶۶﴾
Rabboes samaawaatie wal ardie wa maa bainahoemal 'Azieezoel Ghaffaar
38:66 "Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen hen is. Al-Aziez (de Almachtige), Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde)."

قُلۡ ہُوَ نَبَؤٌا عَظِیۡمٌ ﴿۷۶﴾
Qoel hoewa naba'oen 'azieem
38:67 Zeg: "Het is een zeer belangrijke mededeling, "

اَنۡتُمۡ عَنۡہُ مُعۡرِضُوۡنَ ﴿۸۶﴾
Antoem 'anhoe moe'riedoen
38:68 "(maar) jullie keren ervan af."

مَا کَانَ لِیَ مِنۡ عِلۡمٍۭ بِالۡمَلَاِ الۡاَعۡلٰۤی اِذۡ یَخۡتَصِمُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Maa kaana lieya mien 'ielmien biel mala'iel a'laaa iez yaghtasiemoen
38:69 "Ik heb geen kennis over de engelen die met elkaar discussiërden." (Notitie: Het gaat hier om de discussie m.b.t. de creatie van de mens, zie volgende verzen.)

اِنۡ یُّوۡحٰۤی اِلَیَّ اِلَّاۤ اَنَّمَاۤ اَنَا نَذِیۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۰۷﴾
Iny-yoehaaa ielaiya iellaaa anna maaa ana nazieeroen moebieen
38:70 "Aan mij is er alleen geopenbaard dat ik een duidelijke waarschuwer ben."

اِذۡ قَالَ رَبُّکَ لِلۡمَلٰٓئِکَۃِ اِنِّیۡ خَالِقٌۢ بَشَرًا مِّنۡ طِیۡنٍ ﴿۱۷﴾
Iz qaala Rabboeka lielmalaaa'iekatie ienniee ghaalieqoen basharan mien tieen
38:71 (Gedenk) toen jouw Heer tegen de engelen zei: "Voorzeker, Ik ga een mens schapen van klei."

فَاِذَا سَوَّیۡتُہٗ وَ نَفَخۡتُ فِیۡہِ مِنۡ رُّوۡحِیۡ فَقَعُوۡا لَہٗ سٰجِدِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Fa-ieza sawwaitoehoe wa nafaghtoe fieehie mier roehiee faqa'oe lahoe saadjiedieen
38:72 "En wanneer ik hem vorm heb gegeven en Mijn "Roeh" (geest\ziel) in hem heb geblazen, val dan in prostratie voor hem neer."

فَسَجَدَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ کُلُّہُمۡ اَجۡمَعُوۡنَ ﴿۳۷﴾
Fasadjadal malaaa'iekatoe koelloehoem adjma'oen
38:73 Dus de engelen allen te samen prostreerden,

اِلَّاۤ اِبۡلِیۡسَ ؕ اِسۡتَکۡبَرَ وَ کَانَ مِنَ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۴۷﴾
Illaaa Ibliees; stakbara wa kaana mienal kaafierieen
38:74 behalve iblies. hij was arrogant en werd ondankbaar. (Notitie: Kufr betekent ongeloof, "ondankbaar zijn", "ongelovig zijn" of "ondankbaarheid".)

قَالَ یٰۤاِبۡلِیۡسُ مَا مَنَعَکَ اَنۡ تَسۡجُدَ لِمَا خَلَقۡتُ بِیَدَیَّ ؕ اَسۡتَکۡبَرۡتَ اَمۡ کُنۡتَ مِنَ الۡعَالِیۡنَ ﴿۵۷﴾
Qaala yaaa Iblieesoe maa mana'aka an tasdjoeda liemaa ghalaqtoe bie yadaiya 'a stakbarta am koenta mien al 'aalieen
38:75 Hij (Allah) zei: "O iblies! Wat verhinderde jou van het prostreren voor iemand die Ik met Mijn handen (direct) heb geschapen? Ben je hoogmoedig of behoor je tot de hoog verhevene (engelen)?" (Notitie: de engelen met de hoogste rang, zoals bijvoorbeeld de engelen die de troon dragen, behoorden niet tot degene die prostreerden. Zie ook 7:12.)

قَالَ اَنَا خَیۡرٌ مِّنۡہُ ؕ خَلَقۡتَنِیۡ مِنۡ نَّارٍ وَّ خَلَقۡتَہٗ مِنۡ طِیۡنٍ ﴿۶۷﴾
Qaala ana ghairoem mienhoe; ghalaqtaniee mien naariew wa ghalaqtahoe mien tieen
38:76 hij (iblies) zei: "Ik ben beter dan hem. U heeft mij geschapen van vuur en U heeft hem geschapen van klei."

قَالَ فَاخۡرُجۡ مِنۡہَا فَاِنَّکَ رَجِیۡمٌ ﴿۷۷﴾
Qaala faghroedj mienhaa fa iennaka radjieem
38:77 Hij (Allah) zei: "Ga er dan uit! Voorzeker, je bent vervloekt (uit gesloten van barmhartigheid\vergeving)."

وَّ اِنَّ عَلَیۡکَ لَعۡنَتِیۡۤ اِلٰی یَوۡمِ الدِّیۡنِ ﴿۸۷﴾
Wa ienna 'alaika la'natieee ielaa Yawmied Dieen
38:78 "Zonder enige twijfel, op jou rust Mijn vloek tot aan de dag des oordeels."

قَالَ رَبِّ فَاَنۡظِرۡنِیۡۤ اِلٰی یَوۡمِ یُبۡعَثُوۡنَ ﴿۹۷﴾
Qaala Rabbie fa anziernieee ielaa Yawmie yoeb'asoen
38:79 hij (iblies) zei: "Heer! Geef me uitstel (van de dood) tot aan de dag waarop ze worden herrezen."

قَالَ فَاِنَّکَ مِنَ الۡمُنۡظَرِیۡنَ ﴿۰۸﴾
Qaala fa iennaka mienal moenzarieen
38:80 Hij (Allah) zei: "jou is uitstel gegeven."

اِلٰی یَوۡمِ الۡوَقۡتِ الۡمَعۡلُوۡمِ ﴿۱۸﴾
Ilaa Yawmiel waqtiel ma'loem
38:81 "Tot aan de bekende tijd." (Notitie: zie verzen 7:15, 15:38, 38:81. De satan probeert de dood te ontwijken door uitstel ervoor te vragen tot de dag waarop iedereen wordt opgewekt, zodat hij niet overlijdt. Echter, hij krijgt alleen uitstel tot een bepaalde tijd, dus ook hij overlijdt uiteindelijk. Dat de satan bang is voor de dood, blijkt ook uit vers 8:48. Allah verklaart niet tot wanneer hij uitstel heeft gekregen, echter het is duidelijk dat er een gebeurtenis op die dag zal plaats vinden, omdat het een bekende dag is. Hij heeft uitstel gevraagd, zodat hij kan wreken tegen de mensheid vanwege zijn vloek. Hij geeft Adam de schuld van zijn vloek, in plaats van te erkennen dat dit het gevolg was van zijn eigen hoogmoed.)

قَالَ فَبِعِزَّتِکَ لَاُغۡوِیَنَّہُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۲۸﴾
Qaala fa bie 'iezzatieka la oeghwieyannahoem adjma'ieen
38:82 hij (iblies) zei: "Bij Uw Eer! ik zal hen allen zeker misleiden, "

اِلَّا عِبَادَکَ مِنۡہُمُ الۡمُخۡلَصِیۡنَ ﴿۳۸﴾
Illaa 'iebaadaka mienhoemoel moeghlasieen
38:83 "behalve Uw dienaren die gekozen (profeten, Maryam, moslims, zie 22:78) zijn."

قَالَ فَالۡحَقُّ ۫ وَ الۡحَقَّ اَقُوۡلُ ﴿۴۸﴾
Qaala falhaqq, walhaqqa aqoel
38:84 Hij (Allah) zei: "Dan is (het volgende) wat ik zeg de waarheid en (niets anders dan) de waarheid,

لَاَمۡلَـَٔنَّ جَہَنَّمَ مِنۡکَ وَ مِمَّنۡ تَبِعَکَ مِنۡہُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۵۸﴾
La amla'anna djahannama mien-ka wa miemman tabie'aka mienhoem adjma'ieen
38:85 Zonder twijfel, Ik zal de hel met jou en met degene van hen die jou volgen, allen te samen vullen."

قُلۡ مَاۤ اَسۡـَٔلُکُمۡ عَلَیۡہِ مِنۡ اَجۡرٍ وَّ مَاۤ اَنَا مِنَ الۡمُتَکَلِّفِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Qoel maaa as'aloekoem 'alaihie mien adjriew wa maaa ana mienal moetakalliefieen
38:86 Zeg (Mohammed v.z.m.h.): "Ik vraag aan jullie geen enkele vergoeding, noch ben ik iemand die doet alsof (ik een boodschapper ben)."

اِنۡ ہُوَ اِلَّا ذِکۡرٌ لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۸﴾
In hoewa iellaa ziekroel liel'aalamieen
38:87 "Dit is alleen een herinnering voor de werelden (van de mensen en de djiens)." (Notitie: Met werelden wordt hier bedoeld, verschillende soorten culturen, rassen, volken, taal, etc, onder de mensen en de djiens.)

وَ لَتَعۡلَمُنَّ نَبَاَہٗ بَعۡدَ حِیۡنٍ ﴿۸۸﴾
Wa lata'lamoenna naba ahoe ba'da hieen
38:88 "Zonder enige twijfel, jullie zullen na een tijdje zijn (de koran) boodschap (zelf) te weten komen."

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
تَنۡزِیۡلُ الۡکِتٰبِ مِنَ اللّٰہِ الۡعَزِیۡزِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱﴾
Tanzieeloel Kietaabie mienal laahiel 'Azieeziel Hakieem
39:1 De openbaring van het boek is van Allah, Al-Aziez (de Almachtige), Al-Hakiem (de Alwijze).

اِنَّاۤ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ فَاعۡبُدِ اللّٰہَ مُخۡلِصًا لَّہُ الدِّیۡنَ ؕ﴿۲﴾
Innaaa anzalnaaa ielaikal Kietaaba bielhaqqie fa'boediel laaha moeghliesal lahoed dieen
39:2 Voorzeker, Wij hebben het boek in waarheid aan jou neergezonden. Dus aanbid Allah met oprechtheid in de 'Dien' (manier van aanbidding, de levenswijze, ethiek, volgens de wetten van Allah).

اَلَا لِلّٰہِ الدِّیۡنُ الۡخَالِصُ ؕ وَ الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اَوۡلِیَآءَ ۘ مَا نَعۡبُدُہُمۡ اِلَّا لِیُقَرِّبُوۡنَاۤ اِلَی اللّٰہِ زُلۡفٰی ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَحۡکُمُ بَیۡنَہُمۡ فِیۡ مَا ہُمۡ فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ۬ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یَہۡدِیۡ مَنۡ ہُوَ کٰذِبٌ کَفَّارٌ ﴿۳﴾
Alaa liellaahied dieenoel ghaalies; wallazieenat taghazoe mien doeniehieee awlieyaaa'a maa na'boedoehoem iellaa lieyoeqar rieboenaaa ielal laahie zoelfaa; iennal laaha yahkoemoe baina hoem fiee maa hoem fieehie yaghtaliefoen; iennal laaha laa yahdiee man hoewa kaazieboen kaffaar
39:3 Zonder enige twijfel, aan Allah behoort de zuivere 'Dien' (het monotheïsme) toe. Degenen die naast Hem beschermers nemen (, zeggen:) "We aanbidden hen alleen, zodat ze ons dichter bij Allah brengen." Allah zal tussen hen oordelen over datgeen waarin ze verschillen (van opvattingen). Allah leidt niet degene die liegt of ondankbaar/ongelovig is.

لَوۡ اَرَادَ اللّٰہُ اَنۡ یَّتَّخِذَ وَلَدًا لَّاصۡطَفٰی مِمَّا یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ۙ سُبۡحٰنَہٗ ؕ ہُوَ اللّٰہُ الۡوَاحِدُ الۡقَہَّارُ ﴿۴﴾
Law araadal laahoe aiyattaghieza waladal lastafaa miemmaa yaghloeqoe maa yashaaa'; Soebhaanahoe Hoewal laahoel Waahiedoel Qahhaar
39:4 Indien, Allah een zoon had gewild, dan kon Hij uit datgeen wat Hij schept, wat Hij maar wilde (als zoon) hebben gekozen. Subhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Hij! Hij is Allah, De Enige, Al-Qahaar (Degene Die altijd domineert en heerst).

خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ بِالۡحَقِّ ۚ یُکَوِّرُ الَّیۡلَ عَلَی النَّہَارِ وَ یُکَوِّرُ النَّہَارَ عَلَی الَّیۡلِ وَ سَخَّرَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ؕ کُلٌّ یَّجۡرِیۡ لِاَجَلٍ مُّسَمًّی ؕ اَلَا ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡغَفَّارُ ﴿۵﴾
ghalaqas samaawaatie wal arda bielhaqq; yoekawwieroel laila 'alan nahaarie wa yoekawwieroen nahaara 'alaal lailie wa saghgharash shamsa walqamara koelloey yadjriee lie adjaliem moesammaa; alaa Hoewal 'Azieezoel Ghaffaar
39:5 Hij schiep de hemelen en de aarde in waarheid. Hij bedekt (de plek waar het) nacht (is) met de dag en bedekt de (plek waar het) dag (is) met de nacht door middel van rondraaien. Hij onderwierp de zon en de maan (aan jullie), elk beweegt voor een vast gestelde tijd. Zonder enige twijfel, Hij is Al-Aziez (de Almachtige), Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde).

خَلَقَکُمۡ مِّنۡ نَّفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ ثُمَّ جَعَلَ مِنۡہَا زَوۡجَہَا وَ اَنۡزَلَ لَکُمۡ مِّنَ الۡاَنۡعَامِ ثَمٰنِیَۃَ اَزۡوَاجٍ ؕ یَخۡلُقُکُمۡ فِیۡ بُطُوۡنِ اُمَّہٰتِکُمۡ خَلۡقًا مِّنۡۢ بَعۡدِ خَلۡقٍ فِیۡ ظُلُمٰتٍ ثَلٰثٍ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ لَہُ الۡمُلۡکُ ؕ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ فَاَنّٰی تُصۡرَفُوۡنَ ﴿۶﴾
ghalaqakoem mien nafsiew waahiedatien soemma dja'ala mienhaa zawdjahaa wa anzala lakoem mienal-an'aamie samaanie yata azwaadj; yaghloe qoekoem fiee boetoenie oemmahaatiekoem ghalqam miem ba'die ghalqien fiee zoeloemaatien salaas; zaaliekoemoel laahoe Rabboekoem lahoel moelk; laaa ielaaha iellaa Hoewa fa annaa toesrafoen
39:6 Hij heeft jullie geschapen uit één enkel 'Nafs' (persoon/eigen ik). Vervolgens, maakte Hij zijn echtgenote ervan. En Hij heeft voor jullie acht soorten vee neergezonden. Hij schept jullie in de baarmoeders van jullie moeders, schepping na schepping, in drie duisternissen. Dat is Allah jullie Heer. Aan Hem behoort het gehele koninkrijk. Er is geen Deïteit/Godheid behalve Hij. Hoe kan het dan dat jullie (van Hem) afkeren?

اِنۡ تَکۡفُرُوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ غَنِیٌّ عَنۡکُمۡ ۟ وَ لَا یَرۡضٰی لِعِبَادِہِ الۡکُفۡرَ ۚ وَ اِنۡ تَشۡکُرُوۡا یَرۡضَہُ لَکُمۡ ؕ وَ لَا تَزِرُ وَازِرَۃٌ وِّزۡرَ اُخۡرٰی ؕ ثُمَّ اِلٰی رَبِّکُمۡ مَّرۡجِعُکُمۡ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ؕ اِنَّہٗ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۷﴾
In takfoeroe fa iennal laaha ghanieyyoen 'an-koem; wa laa yardaa lie'iebaadiehiel koefra wa ien tashkoeroe yardahoe lakoem; wa laa tazieroe waazieratoew wiezra oeghraa; soemma ielaa Rabiekoem mardjie'oekoem fa-yoenabbie'oekoem biemaa koentoem ta'maloen; iennahoe 'alieemoem biezaatiessoedoer
39:7 Als jullie ondankbaar zijn, voorzeker weet dan dat Allah niets van jullie nodig heeft. Hij houdt niet van ondankbaarheid in Zijn dienaren. En als jullie dankbaar zijn, dan is Hij tevreden met jullie. Niemand zal de lasten van een andere dragen. Vervolgens, is jullie terugkeer naar jullie Heer. Hij zal jullie informeren over wat jullie vroeger deden. Voorzeker, Hij is Alwetend over datgeen wat in de harten is.

وَ اِذَا مَسَّ الۡاِنۡسَانَ ضُرٌّ دَعَا رَبَّہٗ مُنِیۡبًا اِلَیۡہِ ثُمَّ اِذَا خَوَّلَہٗ نِعۡمَۃً مِّنۡہُ نَسِیَ مَا کَانَ یَدۡعُوۡۤا اِلَیۡہِ مِنۡ قَبۡلُ وَ جَعَلَ لِلّٰہِ اَنۡدَادًا لِّیُضِلَّ عَنۡ سَبِیۡلِہٖ ؕ قُلۡ تَمَتَّعۡ بِکُفۡرِکَ قَلِیۡلًا ٭ۖ اِنَّکَ مِنۡ اَصۡحٰبِ النَّارِ ﴿۸﴾
Wa iezaa massal iensaana doerroen da'aa Rabbahoe moenieeban ielaihie soemma iezaa ghawwalahoe nie'matam mienhoe nasieya maa kaana yad'oeo ielaihie mien qabloe wa dja'ala liellaahie andaadal lieyoediella 'ansabieelieh; qoel tamatta' biekoefrieka qalieelan iennaka mien Ashaabien Naar;
39:8 Wanneer tegenslag een mens treft, dan roept hij zijn Heer zuiver aanbiddend aan. Vervolgens, wanneer Hij (Allah) hem een gunst van Hemzelf schenkt, dan vergeet hij datgeen (de moeilijkheid) waarvoor hij Hem aanriep. En hij plaats deelgenoten naast Allah om (anderen) van Zijn pad te misleiden. Zeg: "Geniet maar voor een tijdje van jullie ongeloof, zonder twijfel, jullie behoren tot de bewoners van het vuur."

اَمَّنۡ ہُوَ قَانِتٌ اٰنَآءَ الَّیۡلِ سَاجِدًا وَّ قَآئِمًا یَّحۡذَرُ الۡاٰخِرَۃَ وَ یَرۡجُوۡا رَحۡمَۃَ رَبِّہٖ ؕ قُلۡ ہَلۡ یَسۡتَوِی الَّذِیۡنَ یَعۡلَمُوۡنَ وَ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ؕ اِنَّمَا یَتَذَکَّرُ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ٪﴿۹﴾
Amman hoewa qaanietoen aanaaa'al lailie saadjiedaw wa qaaa'iemay yahzaroel Aaghierata wa yardjoe rahmata Rabbieh; qoel hal yastawiel lazieena ya'lamoena wallazieena laa ya'lamoen; iennamaa yatazakkaroe oeloel albaab
39:9 Is degene die toegewijd gehoorzaam is (aan Allah), die prostreert en staat tijdens de (vroege) uren van de nacht, vrezend voor het hiernamaals, hopend op de barmhartigheid van zijn Heer (gelijk aan iemand die ongelovig\ondankbaar is)? Zeg: "Zijn degenen die weten gelijk aan degenen die niet weten?" Alleen de mensen met verstand denken erover na.

قُلۡ یٰعِبَادِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوۡا رَبَّکُمۡ ؕ لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوۡا فِیۡ ہٰذِہِ الدُّنۡیَا حَسَنَۃٌ ؕ وَ اَرۡضُ اللّٰہِ وَاسِعَۃٌ ؕ اِنَّمَا یُوَفَّی الصّٰبِرُوۡنَ اَجۡرَہُمۡ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۰۱﴾
Qoel yaa 'iebaadiel lazieena aamanoet taqoe Rabbakoem; liellazieena ahsanoe fiee haaziehied doenyaa hasanah; wa ardoel laahie waasie'ah; iennamaa yoewaffas saabieroena adjrahoem bieghayrie hiesab
39:10 Zeg: "O Mijn dienaren die geloven, vrees jouw Heer! Voor degenen die goed doen in deze wereld is het goede. En (weet dat) de aarde van Allah is uitgestrekt (voor zijn aanbidding). Alleen de standvastige (in aanbidding) zullen hun beloning volledig ontvangen, zonder (enige) afrekening."

قُلۡ اِنِّیۡۤ اُمِرۡتُ اَنۡ اَعۡبُدَ اللّٰہَ مُخۡلِصًا لَّہُ الدِّیۡنَ ﴿۱۱﴾
Qoel iennieee oemiertoe an a'boedal laaha moeghliesal lahoed dieen
39:11 Zeg: "Het wordt mij bevolen om Allah te dienen, door Hem oprecht (zuiver) te benaderen in de 'Dien' (manier van aanbidding, de levenswijze, ethiek, etiquette, volgens de wetten van Allah).

وَ اُمِرۡتُ لِاَنۡ اَکُوۡنَ اَوَّلَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۲۱﴾
Wa oemiertoe lie an akoena awwalal moesliemieen
39:12 "Dit (alles) wordt mij bevolen zodat ik de eerste (onder jullie) ben, die zich overgegeven heeft aan Allah (Moslim)."

قُلۡ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اِنۡ عَصَیۡتُ رَبِّیۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۳۱﴾
Qoel iennieee aghaafoe ien 'asaitoe Rabbiee 'azaaba Yawmien 'azieem
39:13 Zeg: "Voorzeker, ik vrees de straf van een grote dag, als ik mijn Heer niet gehoorzaam."

قُلِ اللّٰہَ اَعۡبُدُ مُخۡلِصًا لَّہٗ دِیۡنِیۡ ﴿۴۱﴾
Qoeliel laaha a'boedoe moeghliesal lahoe dieeniee
39:14 Zeg: "Ik aanbid Allah door Hem oprecht (zuiver) te benaderen in de 'Dien' (manier van aanbidding, de levenswijze, ethiek volgens de wetten van Allah)."

فَاعۡبُدُوۡا مَا شِئۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖ ؕ قُلۡ اِنَّ الۡخٰسِرِیۡنَ الَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ وَ اَہۡلِیۡہِمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اَلَا ذٰلِکَ ہُوَ الۡخُسۡرَانُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۵۱﴾
Fa'boedoe maa shie'toem mien doenieh; qoel iennal ghaasierieenal lazieena ghasieroeo anfoesahoem wa ahlieehiem yawmal qieyaamah; alaa zaalieka hoewal ghoesraanoel moebieen
39:15 "Dus aanbidt maar datgeen wat jullie naast Hem willen." Zeg: "Voorzeker, de verliezers zijn degenen die zichzelf en hun families zullen verliezen op de dag van de wederopstanding. Zonder enige twijfel dat is de duidelijke verlies."

لَہُمۡ مِّنۡ فَوۡقِہِمۡ ظُلَلٌ مِّنَ النَّارِ وَ مِنۡ تَحۡتِہِمۡ ظُلَلٌ ؕ ذٰلِکَ یُخَوِّفُ اللّٰہُ بِہٖ عِبَادَہٗ ؕ یٰعِبَادِ فَاتَّقُوۡنِ ﴿۶۱﴾
Lahoem mien fawqiehiem zoelaloem mienan Naarie wa mien tahtiehiem zoelal; zaalieka yoeghaw wiefoel laahoe biehiee 'iebaadah; yaa 'iebaadie fattaqoen
39:16 Ze zullen bedekking van vuur boven zich en onder zich hebben. Met dat (, de gebeurtenissen in hel,) beangstigt Allah Zijn dienaren. "O Mijn dienaren, heb dus 'Taqwa' (godsvreesheid) voor Mij! (Notitie: Met andere woorden Allah zegt hier dat jezelf moet beschermen tegen Zijn Straf, door taqwa/godsvreesheid op te bouwen en dus bewust met je daden om te gaan.)

وَ الَّذِیۡنَ اجۡتَنَبُوا الطَّاغُوۡتَ اَنۡ یَّعۡبُدُوۡہَا وَ اَنَابُوۡۤا اِلَی اللّٰہِ لَہُمُ الۡبُشۡرٰی ۚ فَبَشِّرۡ عِبَادِ ﴿۷۱﴾
Wallazieenadj tanaboet Taaghoeta ay ya'boedoehaa wa anaaboeo ielal laahie lahoemoel boeshraa; fabashshier 'iebaad
39:17 Voor degenen die 'Taghoet' (alles wat buiten de grenzen van Allah's bepaling valt, zwarte magie, afgoderij, etc.) ontwijken, zodat ze hen niet aanbidden en zich dus alleen naar Allah toewenden, voor hen is er goed nieuws. Dus geef het goede nieuws aan Mijn dienaren (dat ze het paradijs zullen erven).

الَّذِیۡنَ یَسۡتَمِعُوۡنَ الۡقَوۡلَ فَیَتَّبِعُوۡنَ اَحۡسَنَہٗ ؕ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ ہَدٰىہُمُ اللّٰہُ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمۡ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿۸۱﴾
Allazieena yastamie'oenal qawla fayattabie'oena ahsanah; oelaaa'iekal lazieena hadaahoemoel laahoe wa oelaaa'ieka hoem oeloel albaab
39:18 Dat zijn degenen die naar het woord (de openbaring) luisteren, vervolgens proberen ze het zo goed mogelijk na te leven. Dat zijn degenen die Allah heeft geleid. Dat zijn degenen met verstand.

اَفَمَنۡ حَقَّ عَلَیۡہِ کَلِمَۃُ الۡعَذَابِ ؕ اَفَاَنۡتَ تُنۡقِذُ مَنۡ فِی النَّارِ ﴿۹۱﴾
Afaman haqqa 'alaihie kaliematoel 'azaab; afa anta toenqiezoe man fien Naar
39:19 Hoe zit het dan met degene op wie de straf bevestigd is? Kan jij (Mohammed v.z.m.h.) iemand die in het vuur is, redden?

لٰکِنِ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا رَبَّہُمۡ لَہُمۡ غُرَفٌ مِّنۡ فَوۡقِہَا غُرَفٌ مَّبۡنِیَّۃٌ ۙ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۬ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ ؕ لَا یُخۡلِفُ اللّٰہُ الۡمِیۡعَادَ ﴿۰۲﴾
Laakieniel lazieenat taqaw Rabbahoem lahoem ghoerafoem mien fawqiehaa ghoerafoem mabnieyyatoen tadjriee mien tahtiehal anhaar; wa'dal laah; laa yoeghliefoel laahoel miee'aad
39:20 Maar voor degenen die hun Heer vreesden (dus zichzelf beschermde op basis van Taqwa/godsvreesheid), voor hen zijn er (bouwwerken met) grote kamers met daarboven nog meer grote kamers, op elkaar gebouwd tot op grote hoogtes. Waarbij er aan de voet (van het bouwwerk) rivieren stromen. Dat is de belofte van Allah. Allah faalt niet in Zijn beloftes.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَسَلَکَہٗ یَنَابِیۡعَ فِی الۡاَرۡضِ ثُمَّ یُخۡرِجُ بِہٖ زَرۡعًا مُّخۡتَلِفًا اَلۡوَانُہٗ ثُمَّ یَہِیۡجُ فَتَرٰىہُ مُصۡفَرًّا ثُمَّ یَجۡعَلُہٗ حُطَامًا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَذِکۡرٰی لِاُولِی الۡاَلۡبَابِ ﴿۱۲﴾
Alam tara annal laaha anzala mienas samaaa'ie maaa'an fasalakahoe yanaabiee'a fiel ardie soemma yoeghriedjoe biehiee zar'am moeghtaliefan alwaanoehoe soemma yahieedjoe fatarahoe moesfarran soemma yadj'aloehoe hoetaamaa; ienna fiee zaalieka laziekraa lie oeliel albaab
39:21 Zie je niet dat Allah, water van de hemel nederzendt en het laat stromen tot waterbronnen (dat verzameld wordt) in de aarde? Vervolgens brengt Hij er gewassen mee voort van verschillende kleuren. Vervolgens worden ze droog en je ziet ze geel worden. Dan maakt hij ze tot kleine brokstukken. Zonder twijfel, daarin is zeker een herinnering (voor de karakteristieke van het wereldse leven) voor mensen met verstand. (Notitie: Allah geeft een vergelijking tussen het wereldse leven en het paradijs. De schoonheid van het wereldse leven is tijdelijk van aard en zal uiteindelijk vergaan. Terwijl de schoonheid van het paradijs voor altijd is. Zie ook 10:24)

اَفَمَنۡ شَرَحَ اللّٰہُ صَدۡرَہٗ لِلۡاِسۡلَامِ فَہُوَ عَلٰی نُوۡرٍ مِّنۡ رَّبِّہٖ ؕ فَوَیۡلٌ لِّلۡقٰسِیَۃِ قُلُوۡبُہُمۡ مِّنۡ ذِکۡرِ اللّٰہِ ؕ اُولٰٓئِکَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۲۲﴾
Afaman sharahal laahoe sadrahoe liel Islaamie fahoewa 'alaa noeriem mier Rabbieh; fa wailoel lielqaasieyatie qoeloeboehoem mien ziekriel laah; oelaaa'ieka fiee dalaaliem moebieen
39:22 Is degene voor wie Allah zijn borst heeft geopend voor Islam, zodat hij zich berust op een licht (de leiding/Koran) van zijn Heer (, net zoals een ongelovige)? Dus wee (verdriet) voor degenen die hun harten verhard hebben, voor het gedenken van zijn Heer. Zij zijn degenen die in duidelijke dwaling verkeren. (Notitie: zie ook 6:125.)

اَللّٰہُ نَزَّلَ اَحۡسَنَ الۡحَدِیۡثِ کِتٰبًا مُّتَشَابِہًا مَّثَانِیَ ٭ۖ تَقۡشَعِرُّ مِنۡہُ جُلُوۡدُ الَّذِیۡنَ یَخۡشَوۡنَ رَبَّہُمۡ ۚ ثُمَّ تَلِیۡنُ جُلُوۡدُہُمۡ وَ قُلُوۡبُہُمۡ اِلٰی ذِکۡرِ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ ہُدَی اللّٰہِ یَہۡدِیۡ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ ہَادٍ ﴿۳۲﴾
Allahoe nazzala ahsanal hadieesie Kietaabam moetashaa bieham masaaniey taqsha'ierroe mienhoe djoeloedoel lazieena yaghshawna Rabbahoem soemma talieenoe djoeloedoehoem wa qoeloe boehoem ielaa ziekriel laah; zaalieka hoedal laahie yahdiee biehiee may yashaaa'; wa may yoedlieliel laahoe famaa lahoe mien haad
39:23 Allah heeft het beste van alle verklaringen\declaraties neergezonden (als) een boek (de Koran). Zijn verzen lijken op elkaar, vaak herhalend. De huiden van degenen die hun Heer vrezen rillen ervan. Vervolgens, ontspant hun huiden en harten door het gedenken van Allah. Dat is de leiding van Allah. Hij leidt ermee wie Hij wil. Voor degene die Allah laat dwalen, voor hem is er geen enkel leiding. (Notitie: Allah refereert hier naar de Koran. De openbaring van de Koran heeft 23 jaar geduurd, net als het nummer van deze vers.)

اَفَمَنۡ یَّتَّقِیۡ بِوَجۡہِہٖ سُوۡٓءَ الۡعَذَابِ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ قِیۡلَ لِلظّٰلِمِیۡنَ ذُوۡقُوۡا مَا کُنۡتُمۡ تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Afamay yattaqiee biewadj hiehiee soeo'al 'azaabie Yawmal Qieyaamah; wa qieela liezzaalie mieena zoeqoe maa koentoem taksieboen
39:24 Dan is degene die op de dag van de wederopstanding met zijn gezicht de ergste straf probeert af te weren, (net zoals als een gelovige)? Er zal tegen de misdadigers gezegd worden: "Proef wat jullie hebben verdiend!" (Notitie: zie ook 21:39.)

کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَاَتٰىہُمُ الۡعَذَابُ مِنۡ حَیۡثُ لَا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Kazzabal lazieena mien qabliehiem fa ataahoemoel 'azaaboe mien haisoe laa yash'oeroen
39:25 De generaties die voor hen hebben geleefd, verwierpen (de boodschap), dus kwam de straf op hen vanuit een richting die ze niet zagen aankomen.

فَاَذَاقَہُمُ اللّٰہُ الۡخِزۡیَ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۚ وَ لَعَذَابُ الۡاٰخِرَۃِ اَکۡبَرُ ۘ لَوۡ کَانُوۡا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Fa azaaqahoemoel laahoel ghiezya fiel hayaatied doenyaa wa la'azaaboel Aaghieratie akbar; law kaanoe ya'lamoen
39:26 Allah maakte hen dus tot de vernedering gedurende het wereldse leven. En in het hiernamaals is de straf groter, wisten ze het maar.

وَ لَقَدۡ ضَرَبۡنَا لِلنَّاسِ فِیۡ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنِ مِنۡ کُلِّ مَثَلٍ لَّعَلَّہُمۡ یَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Wa laqad darabnaa liennaasie fiee haazal Qoer-aanie mien koellie masaliel la'allahoem yatazakkaroen
39:27 Waarlijk, Wij hebben voor de mensen in deze Koran allerlei vergelijkingen gemaakt, zodat ze erover kunnen nadenken.

قُرۡاٰنًا عَرَبِیًّا غَیۡرَ ذِیۡ عِوَجٍ لَّعَلَّہُمۡ یَتَّقُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Qoer-aanan 'Arabieyyan ghaira ziee 'iewadjiel la'allahoem yattaqoen
39:28 (Het is) Een oplezing (Koran) in het Arabisch (makkelijk te faciliteren), zonder enige gebrek/fout zodat ze 'Taqwa' (de godsvreesheid) kunnen krijgen. (Notitie: "Arabi" betekent niet alleen Arabisch, maar ook makkelijk te faciliteren\begrijpen.)

ضَرَبَ اللّٰہُ مَثَلًا رَّجُلًا فِیۡہِ شُرَکَآءُ مُتَشٰکِسُوۡنَ وَ رَجُلًا سَلَمًا لِّرَجُلٍ ؕ ہَلۡ یَسۡتَوِیٰنِ مَثَلًا ؕ اَلۡحَمۡدُ لِلّٰہِ ۚ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Darabal laahoe masalar radjoelan fieehie shoerakaaa'oe moetashaakiesoena wa radjoelan salamal lieradjoelien hal yastawie yaanie masalaa; alhamdoe liellaah; bal aksaroehoem laa ya'lamoen
39:29 Allah geeft een vergelijking, een man behorend tot meerdere eigenaren die ruzie met elkaar maken en een (andere) man die alleen toebehoort aan één man. Zijn ze beide gelijk? Al-Hamd (alle lof, dank en eer) komt Allah toe! Nee, de meeste van hem berijpen niet. (Notitie: bij een gedeelde eigendom waar ruzie over is, daar zal niet zoveel goeds uitkomen. Het zal eerder leiden tot verderf, chaos en destructie. Gezien alles in de hemel en de aarde in evenwicht en balans is, kan het niet anders zijn dan dat het alleen door één eigenaar is geschapen en wordt beheert.)

اِنَّکَ مَیِّتٌ وَّ اِنَّہُمۡ مَّیِّتُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Innaka maiyietoew wa ienna hoem maiyietoen
39:30 Zonder twijfel, jij (Mohammed v.z.m.h.) zal sterven en zij zullen ook sterven.

ثُمَّ اِنَّکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ عِنۡدَ رَبِّکُمۡ تَخۡتَصِمُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Soemma iennakoem Yawmal Qieyaamatie 'ienda Rabbiekoem taghtasiemoen (23)
39:31 Vervolgens, zullen jullie op de dag van de wederopstanding in de aanwezigheid van jullie Heer disputeren.


www.heiligekoran.nl