الٓـمّٓ ۚ﴿۱﴾
Alief-Laaam-Mieeem
30:1 Alief Laaam Mieeem.
غُلِبَتِ الرُّوۡمُ ۙ﴿۲﴾
Ghoeliebatier Roem
30:2 De Romeinen zijn verslagen,
فِیۡۤ اَدۡنَی الۡاَرۡضِ وَ ہُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ غَلَبِہِمۡ سَیَغۡلِبُوۡنَ ۙ﴿۳﴾
Fieee adnal ardie wa hoemmiem ba'die ghalabiehiem sa-yaghlieboen
30:3 nabij het laagste punt ('Adnaa') van de aarde. Echter, ze zullen na hun nederlaag overwinnen. (Notitie: Het Arabische woord 'Adnaa' betekent laagst/nabij. Het laagste punt van de aarde is de dode zee. Er wordt hier gerefereerd naar een gevecht tussen de Romeinen en de Perzen dat heeft plaats gevonden tussen 613 A.D (slag van Antiochië) en 618 A.D. (verovering van Egypte door de Perzen), waarbij de Romeinen gedurende deze periode verslagen werden. De Arabische godenaanbidders waren blij met deze overwinning gezien de "gelovigen" waren verslagen. Echter, in 627 A.D. werd het Perzische leger verslagen door de Romeinen bij de slag bij Ninive, wat de weg open maakte voor het verspreiden van de Islam.)
فِیۡ بِضۡعِ سِنِیۡنَ ۬ؕ لِلّٰہِ الۡاَمۡرُ مِنۡ قَبۡلُ وَ مِنۡۢ بَعۡدُ ؕ وَ یَوۡمَئِذٍ یَّفۡرَحُ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ۙ﴿۴﴾
Fiee bied'ie sienieen; liellaahiel amroe mien qabloe wa miem ba'd; wa yawma'ieziey yafrahoel moe'mienoen
30:4 Binnen enkele ('Bid') jaren (zullen de Moslims het gevecht tegen de ongelovigen winnen). Aan Allah behoort het bevel, de eerste en de laatste. En op die dag zullen de gelovigen blij zijn. (Notitie: Het Arabische woord 'Bid' betekent minder dan tien. Er wordt hier gerefereerd naar de slag van Badr in 624 A.D., wat minder dan 10 jaar later was nadat de Romeinen volledig waren verslagen. De slag van Badr was de eerste overwinning van de moslims door de bevel van Allah. Zie ook 3:123 )
بِنَصۡرِ اللّٰہِ ؕ یَنۡصُرُ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الرَّحِیۡمُ ۙ﴿۵﴾
Bienasriel laa; yansoeroe may yashaaa'oe wa Hoewal 'Azieezoer Rahieem
30:5 (Dit) met hulp van Allah. Hij helpt wie Hij wil. Hij is Al-Aziez (de Al-machtige), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).
وَعۡدَ اللّٰہِ ؕ لَا یُخۡلِفُ اللّٰہُ وَعۡدَہٗ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶﴾
Wa'dal laahie laa yoeghliefoel laahoe wa'dahoe wa laakien na aksaran naasie laa ya'lamoen
30:6 Het is belofte van Allah. Allah verbreekt zijn belofte niet, maar de meeste mensen weten het niet.
یَعۡلَمُوۡنَ ظَاہِرًا مِّنَ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۚۖ وَ ہُمۡ عَنِ الۡاٰخِرَۃِ ہُمۡ غٰفِلُوۡنَ ﴿۷﴾
Ya'lamoena zaahieram mienal hayaatied doenya wa hoem 'aniel Aaghieratie hoem ghaafieloen
30:7 Ze kennen alleen de uiterlijk van het wereldse leven, echter met betrekking tot hiernamaals zijn ze achteloos\onbezorgd.
اَوَ لَمۡ یَتَفَکَّرُوۡا فِیۡۤ اَنۡفُسِہِمۡ ۟ مَا خَلَقَ اللّٰہُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ وَ مَا بَیۡنَہُمَاۤ اِلَّا بِالۡحَقِّ وَ اَجَلٍ مُّسَمًّی ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنَ النَّاسِ بِلِقَآیِٔ رَبِّہِمۡ لَکٰفِرُوۡنَ ﴿۸﴾
Awalam yatafakkaroe fieee anfoesiehiem; maa ghalaqal laahoes samaawaatie wal arda wa maa bainahoemaaa iellaa biel haqqie wa adjaliem moesammaa; wa ienna kasieeram mienan naasie bielieqaaa'ie Rabbiehiem lakaafieroen
30:8 Denken ze dan niet over hun zelf na? Allah heeft de hemelen, de aarde en alles wat er tussen is, alleen in waarheid geschapen en voor een bepaalde periode. Veel van de mensen geloven niet in de ontmoeting met hun Heer. (Notitie: zie ook 32:10.)
اَوَ لَمۡ یَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَیَنۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَانُوۡۤا اَشَدَّ مِنۡہُمۡ قُوَّۃً وَّ اَثَارُوا الۡاَرۡضَ وَ عَمَرُوۡہَاۤ اَکۡثَرَ مِمَّا عَمَرُوۡہَا وَ جَآءَتۡہُمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ ؕ فَمَا کَانَ اللّٰہُ لِیَظۡلِمَہُمۡ وَ لٰکِنۡ کَانُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ؕ﴿۹﴾
Awalam yasieeroe fiel ardie fa-yanzoeroe kaifa kaana 'aaqiebatoel lazieena mien qabliehiem; kaanoeo ashadda mienhhoem qoewwataw wa asaaroel arda wa 'amaroehaaa aksara miemmaa 'amaroehaa wa djaaa'athoem Roesoeloehoem biel baiyienaatie famaa kaanal laahoe lieyazlie mahoem wa laakien kaanoeo anfoesahoem yazliemoen
30:9 Hebben ze niet op de aarde gereisd en waargenomen hoe het einde was (van de generaties) vóór hen? Ze waren sterker dan hen en ze groeven de aarde en bouwden daarop, meer dan dat zij hebben gedaan. Hun boodschappers kwamen tot hen met duidelijke bewijzen. Dus Allah deed hen geen onrecht aan, maar ze deden hunzelf onrecht aan.
ثُمَّ کَانَ عَاقِبَۃَ الَّذِیۡنَ اَسَآءُوا السُّوۡٓاٰۤی اَنۡ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ وَ کَانُوۡا بِہَا یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Soemma kaana'aaqiebatal lazieena asaaa'oes soeo aaa an kazzaboe bie aayaatiel laahie wa kaanoe biehaa yastahzie'oen
30:10 Vervolgens, was kwaad het gevolg van hun kwade daden, omdat ze Allah's Ayahs (verzen, tekenen) verwierpen en bespotten.
اَللّٰہُ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ ثُمَّ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Allaahoe yabda'oel ghalqa soemma yoe'ieedoehoe soemma ielaihie toerdja'oen
30:11 Allah begint met de schepping, vervolgens creëert Hij deze opnieuw. Daarna, zullen jullie tot Hem terugkeren (op dag des oordeels). (Notitie: Zie ook 36:52)
وَ یَوۡمَ تَقُوۡمُ السَّاعَۃُ یُبۡلِسُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Wa yawma taqoemoes Saa'atoe yoebliesoel moedjriemoen
30:12 En op de dag wanneer het uur zich zal vestigen, dan zullen de misdadigers in wanhoop verkeren.
وَ لَمۡ یَکُنۡ لَّہُمۡ مِّنۡ شُرَکَآئِہِمۡ شُفَعٰٓؤُا وَ کَانُوۡا بِشُرَکَآئِہِمۡ کٰفِرِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Wa lam yakoel lahoem mien shoerakaaa'iehiem shoefa'aaa'oe wa kaanoe bieshoerakaaa'iehiem kaafierieen
30:13 Er zal uit hun (toegekende) deelgenoten geen bemiddelaar voor hen zijn. Zij (de deelgenoten) zullen hun partnerschap verwerpen. (Notitie: zie 19:82.)
وَ یَوۡمَ تَقُوۡمُ السَّاعَۃُ یَوۡمَئِذٍ یَّتَفَرَّقُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Wa Yawma taqoemoes Saa'atoe Yawma'ieziey yatafarraqoen
30:14 En de dag waarop het uur zich zal vestigen, op die dag zullen ze worden gescheiden (de volgelingen en de bemiddelaars). (Notitie: zie ook 2:166)
فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَہُمۡ فِیۡ رَوۡضَۃٍ یُّحۡبَرُوۡنَ ﴿۵۱﴾
Fa ammal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie fahoem fiee rawdatiey yoehbaroen
30:15 Wat betreft degenen die hebben geloofd en die goede daden hebben verricht, zij zullen zich in gelukzaligheid bevinden in een 'Rawda' (hof/binnenplaats/tuin).
وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ لِقَآیِٔ الۡاٰخِرَۃِ فَاُولٰٓئِکَ فِی الۡعَذَابِ مُحۡضَرُوۡنَ ﴿۶۱﴾
Wa ammal lazieena kafaroe wa kazzaboe bie-Aayaatienaa wa lieqaaa'iel Aaghieratie fa-oelaaa'ieka fiel'azaabie moehdaroen
30:16 En wat degenen betreft die niet hebben gelooft, die Onze Ayahs (tekenen, verzen) en de ontmoeting in het hiernamaals hadden verworpen, zij zullen dan voorgeleid worden naar de straf.
فَسُبۡحٰنَ اللّٰہِ حِیۡنَ تُمۡسُوۡنَ وَ حِیۡنَ تُصۡبِحُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Fa Soebhaanal laahie hieena toemsoena wa hieena toesbiehoen
30:17 Dus gedenk Hem door middel van 'Soebhaan Allah' (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming is Allah), tijdens het intreden van de avond (Magrieb) en bij het aanbreken van de ochtend (Fadjr).
وَ لَہُ الۡحَمۡدُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ عَشِیًّا وَّ حِیۡنَ تُظۡہِرُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Wa lahoel hamdoe fies samaawaatie wal ardie wa 'ashieyyaw wa hieena toezhieroen
30:18 En gedenk Hem in de avond (Isha) en in de middag (Zohr en Asr), met Al-Hamd (dat alle lof en dank) in de hemelen en op de aarde Hem toebehoort. (Notitie: Allah voorziet iedereen in de hemelen en aarde. Alles wordt gerealiseerd op basis van de voorzieningen die Hij ons geeft, dus alle lof en dank behoort aan Allah toe.)
یُخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ یُخۡرِجُ الۡمَیِّتَ مِنَ الۡحَیِّ وَ یُحۡیِ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِہَا ؕ وَ کَذٰلِکَ تُخۡرَجُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Yoeghriedjoel haiya mienal maiyietie wa yoeghriedjoel maiyieta mienal haiyie wa yoehyiel arda ba'da mawtiehaa; wa kazaalieka toeghradjoen
30:19 Hij brengt het leven voort uit datgeen wat dood is en Hij brengt de dood voort uit datgeen wat leeft. Hij geeft leven aan de aarde na haar dood en zo zullen jullie worden voortgebracht\herrezen (op de dag des oordeels).
وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖۤ اَنۡ خَلَقَکُمۡ مِّنۡ تُرَابٍ ثُمَّ اِذَاۤ اَنۡتُمۡ بَشَرٌ تَنۡتَشِرُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Wa mien Aayaatiehieee an ghalaqakoem mien toeraabien soemma iezaaa antoem basharoen tantashieroen
30:20 En één van Zijn tekenen (van Zijn grootheid) is dat Hij jullie heeft geschapen vanuit stof. Aanschouw! Jullie zijn mensen die zich verspreiden (over de gehele aarde).
وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖۤ اَنۡ خَلَقَ لَکُمۡ مِّنۡ اَنۡفُسِکُمۡ اَزۡوَاجًا لِّتَسۡکُنُوۡۤا اِلَیۡہَا وَ جَعَلَ بَیۡنَکُمۡ مَّوَدَّۃً وَّ رَحۡمَۃً ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa mien Aayaatiehieee an ghalaqa lakoem mien anfoesiekoem azwaadjal lietaskoenoeo ielaihaa wa dja'ala bainakoem mawad dataw wa rahmah; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lieqawmiey yatafakkaroen
30:21 En één van Zijn tekenen (van Zijn barmhartigheid) is dat Hij voor jullie echtgenotes uit jullie zelf heeft geschapen, zodat jullie rust in hun kunnen vinden. En Hij heeft liefde en barmhartigheid tussen jullie geplaatst. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.
وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖ خَلۡقُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ اخۡتِلَافُ اَلۡسِنَتِکُمۡ وَ اَلۡوَانِکُمۡ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّلۡعٰلِمِیۡنَ ﴿۲۲﴾
Wa mien Aayaatiehiee ghalqoes samaawaatie wal aardie waghtielaafoe alsienatiekoem wa alwaaniekoem; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel liel'aaliemieen
30:22 En één van Zijn tekenen (van Zijn grootheid) is de schepping van de hemelen en de aarde. En ook de diversiteit van jullie talen en huidskleuren. Daarin zijn zeker tekenen voor degenen met kennis.
وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖ مَنَامُکُمۡ بِالَّیۡلِ وَ النَّہَارِ وَ ابۡتِغَآؤُکُمۡ مِّنۡ فَضۡلِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّسۡمَعُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Wa mien Aayaatiehiee manaamoekoem biel lailie wannahaarie wabtieghaaa'oekoem mien fadlieh; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lieqawmiey yasma'oen
30:23 En één van Zijn tekenen (van Zijn barmhartigheid) is jullie slaap gedurende de nacht en de dag. En (ook) het zoeken naar Zijn Barmhartigheid daarin (gedurende de dag en nacht). Daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat luistert.
وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖ یُرِیۡکُمُ الۡبَرۡقَ خَوۡفًا وَّ طَمَعًا وَّ یُنَزِّلُ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَیُحۡیٖ بِہِ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِہَا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Wa mien Aayaatiehiee yoerieekoemoel barqa ghawfaw wa tama'aw wa yoenazzieloe mienas samaaa'ie maaa'an fa yoehyiee biehiel arda ba'da mawtiehaaa ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lieqawmiey ya'qieloen
30:24 En één van Zijn tekenen (van Zijn grootheid) is dat Hij jullie de bliksem laat zien, wat angst en hoop (m.b.t. vruchten en andere voorzieningen die de regen met zich meebrengt) veroorzaakt. Hij zendt water neer vanuit de hemel en geeft leven daarmee aan de aarde na haar dood. Daarin zijn zeker tekenen (van Zijn barmhartigheid) voor een volk dat nadenkt.
وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖۤ اَنۡ تَقُوۡمَ السَّمَآءُ وَ الۡاَرۡضُ بِاَمۡرِہٖ ؕ ثُمَّ اِذَا دَعَاکُمۡ دَعۡوَۃً ٭ۖ مِّنَ الۡاَرۡضِ ٭ۖ اِذَاۤ اَنۡتُمۡ تَخۡرُجُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Wa mien Aayaatiehiee an taqoemas samaaa'oe wal ardoe bie-amrieh; soemma iezaa da'aakoem da'watam mienal ardie iezaaa antoem taghroedjoen
30:25 En één van Zijn tekenen (van Zijn grootheid) is dat de hemelen en de aarde door Zijn bevel in stand wordt gehouden. Wanneer Hij jullie roept met één (enorme) geluid (van de trompet), aanschouw, jullie zullen uit de aarde voortkomen.
وَ لَہٗ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ کُلٌّ لَّہٗ قٰنِتُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Wa lahoe man fiessamaawaatie wal ardie koelloel lahoe qaanietoen
30:26 Tot Hem behoort alles wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt. Alles is Hem gehoorzaam.
وَ ہُوَ الَّذِیۡ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ وَ ہُوَ اَہۡوَنُ عَلَیۡہِ ؕ وَ لَہُ الۡمَثَلُ الۡاَعۡلٰی فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ۚ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۷۲﴾
Wa Hoewal laziee yabda'oel ghalqa soemma yoe'ieedoehoe wa hoewa ahwanoe 'alaih; wa lahoel masaloel a'laa fiessamaawaatie wal-ard; wa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
30:27 Hij is Degene Die de schepping voortbrengt en dan deze herhaalt. Dat is gemakkelijk voor Hem. Aan Hem behoort de meest verhevene en absolute eigenschappen (dat gevonden kan worden) in de hemelen en de aarde. Hij is Al-Aziez (de Al-Machtige), Al-Hakiem (de Al-Wijze).
ضَرَبَ لَکُمۡ مَّثَلًا مِّنۡ اَنۡفُسِکُمۡ ؕ ہَلۡ لَّکُمۡ مِّنۡ مَّا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ مِّنۡ شُرَکَآءَ فِیۡ مَا رَزَقۡنٰکُمۡ فَاَنۡتُمۡ فِیۡہِ سَوَآءٌ تَخَافُوۡنَہُمۡ کَخِیۡفَتِکُمۡ اَنۡفُسَکُمۡ ؕ کَذٰلِکَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Daraba lakoem masalam mien anfoesiekoem hal lakoem miemmaa malakat aymaanoekoem mien shoerakaaa'a fiee maa razaqnaakoem fa antoem fieehie sawaaa'oen taghaafoenahoem kaghieefa tiekoem anfoesakoem; kazaalieka noefassieloel Aayaatie lieqawmiey ya'qieloen
30:28 Hij geeft jullie een voorbeeld met betrekking tot julliezelf: Hebben jullie een partnerschap\samenwerkingsverband met degenen die jullie bezitten (slaven), zodat jullie (beide) gelijke rechten hebben over de voorzieningen die Wij aan jullie hebben gegeven? Vrezen jullie hen (de slaven) zoals jullie jezelf vrezen? Op deze manier, leggen Wij de Ayahs (verzen, tekenen) uit voor een volk dat nadenkt.
بَلِ اتَّبَعَ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡۤا اَہۡوَآءَہُمۡ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ۚ فَمَنۡ یَّہۡدِیۡ مَنۡ اَضَلَّ اللّٰہُ ؕ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ نّٰصِرِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Baliet taba'al lazieena zalamoeo ahwaaa'ahoem bieghairie 'ielmien famay yahdiee man adallal laahoe wa maa lahoem mien naasierieen
30:29 Nee! De misdadigers volgen alleen hun verlangens zonder enige kennis. Wie kan iemand die Allah heeft doen laten dwalen, dan leiden? Voor hen is er geen enkele helper. (Notitie: Allah leidt alleen wie Hij wil, zie 16:37 en 17:15.)
فَاَقِمۡ وَجۡہَکَ لِلدِّیۡنِ حَنِیۡفًا ؕ فِطۡرَتَ اللّٰہِ الَّتِیۡ فَطَرَ النَّاسَ عَلَیۡہَا ؕ لَا تَبۡدِیۡلَ لِخَلۡقِ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ الدِّیۡنُ الۡقَیِّمُ ٭ۙ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Fa aqiem wadjhaka lieddieenie Hanieefaa; fietratal laahiel latiee fataran naasa 'alaihaa; laa taabdieela lieghalqiel laah; zaaliekad dieenoel qaiyiemoe wa laakienna aksaran naasie laa ya'lamoen
30:30 Wend dus jouw gezicht (Mohammed v.z.m.h.) naar de zuivere 'Dien' (levenswijze/religie) (Islam, het monotheïsme). Het is de 'Fitrah' (natuurlijke fundament\aanleg) dat gemaakt is door Allah, waarop Hij (op basis hiervan) de mens maakte. Er is geen verandering in de schepping van Allah. Dat (Islam, het monotheïsme) is de juiste 'Dien' (levenswijze/religie), maar de meeste mensen weten het niet. (Notitie: zie 7:172 m.b.t. het natuurlijke fundament van de mens: het monotheïsme.)
مُنِیۡبِیۡنَ اِلَیۡہِ وَ اتَّقُوۡہُ وَ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ لَا تَکُوۡنُوۡا مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۳﴾
Moenieebieena ielaihie wattaqoehoe wa aqieemoes Salaata wa laa takoenoe mienal moeshriekieen
30:31 Keer (julliezelf) tot Hem, vrees Hem, onderhoud de 'Salaat' (de vijf dagelijkse gebeden) en wees geen godenaanbidders.
مِنَ الَّذِیۡنَ فَرَّقُوۡا دِیۡنَہُمۡ وَ کَانُوۡا شِیَعًا ؕ کُلُّ حِزۡبٍۭ بِمَا لَدَیۡہِمۡ فَرِحُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Mienal lazieena farraqoe dieenahoem wa kaanoe shieya'an koelloe hiezbiem biemaa ladaihiem fariehoen
30:32 (Behoor niet) tot degene die hun 'Dien' (levenswijze/religie) in groepen splitsten en daardoor sektes worden. (Aanschouw,) Elk partij is blij met datgeen waarmee ze zichzelf onderscheiden (van de anderen).
وَ اِذَا مَسَّ النَّاسَ ضُرٌّ دَعَوۡا رَبَّہُمۡ مُّنِیۡبِیۡنَ اِلَیۡہِ ثُمَّ اِذَاۤ اَذَاقَہُمۡ مِّنۡہُ رَحۡمَۃً اِذَا فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ بِرَبِّہِمۡ یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wa iezaa massan naasa doerroen da'aw Rabbahoem moenieebieena ielaihie soemma iezaaa azaqahoem mienhoe rahmatan iezaa farieeqoem mienhoem be Rabbiehiem yoeshriekoen
30:33 En wanneer de mens tegenspoed treft, dan roepen ze hun Heer zuiver aan. Vervolgens, wanneer Hij hen van Zijn barmhartigheid laat proeven, zie dan, een gedeelte van hen kent deelgenoten aan hun Heer toe.
لِیَکۡفُرُوۡا بِمَاۤ اٰتَیۡنٰہُمۡ ؕ فَتَمَتَّعُوۡا ٝ فَسَوۡفَ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Lie yakfoeroe biemaaa aatainaahoem; fatamatta'oe fasawfa ta'lamoen
30:34 Ze bedekken de gunst (door er niet meer aan te denken en er niet dankbaar voor te zijn) die Wij hen hebben geschonken. Geniet maar, zeer spoedig zullen jullie het weten.
اَمۡ اَنۡزَلۡنَا عَلَیۡہِمۡ سُلۡطٰنًا فَہُوَ یَتَکَلَّمُ بِمَا کَانُوۡا بِہٖ یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Am anzalnaa 'alaihiem soeltaanan fahoewa yatakallamoe biemaa kaanoe biehiee yoeshriekoen
30:35 Hebben Wij een autoriteit\gemachtigde naar hen neer gezonden, die over de deelgenoten, die ze toekennen, spreekt?
وَ اِذَاۤ اَذَقۡنَا النَّاسَ رَحۡمَۃً فَرِحُوۡا بِہَا ؕ وَ اِنۡ تُصِبۡہُمۡ سَیِّئَۃٌۢ بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡہِمۡ اِذَا ہُمۡ یَقۡنَطُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Wa iezaaa azaqnan naasa rahmatan fariehoe biehaa wa ien toesiebhoem sayyie'atoem biemaa qaddamat aydieehiem iezaa hoem yaqnatoen
30:36 En wanneer Wij mensen barmhartigheid laten proeven, dan zijn ze blij. Maar als kwaad hen treft voor datgeen wat ze zelf hebben veroorzaakt, zie dan hoe ze wanhopen.
اَوَ لَمۡ یَرَوۡا اَنَّ اللّٰہَ یَبۡسُطُ الرِّزۡقَ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یَقۡدِرُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یُّؤۡمِنُوۡنَ ﴿۷۳﴾
Awalam yaraw annal laaha yabsoetoer riezqa liemay yashaaa'oe wa yaqdier; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lieqawmiey yoe'mienoen
30:37 Zien ze dan niet dat Allah de voorzieningen verlengt en beperkt voor wie Hij wil. Voorzeker, daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat gelooft.
فَاٰتِ ذَاالۡقُرۡبٰی حَقَّہٗ وَ الۡمِسۡکِیۡنَ وَ ابۡنَالسَّبِیۡلِ ؕ ذٰلِکَ خَیۡرٌ لِّلَّذِیۡنَ یُرِیۡدُوۡنَ وَجۡہَ اللّٰہِ ۫ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۸۳﴾
Fa aatie zal qoerbaa haqqahoe walmieskieena wabnassabieel; zaalieka ghairoel liel lazieena yoerieedoena Wadjhal laahie wa oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
30:38 Geef dus aan de bloedverwant datgeen waarop hij recht heeft en ook aan de arme en de reiziger (in nood). Dat is het beste voor degenen die het aanzicht van Allah verlangen. Zij zijn degenen die groeien in succes.
وَ مَاۤ اٰتَیۡتُمۡ مِّنۡ رِّبًا لِّیَرۡبُوَا۠ فِیۡۤ اَمۡوَالِ النَّاسِ فَلَا یَرۡبُوۡا عِنۡدَ اللّٰہِ ۚ وَ مَاۤ اٰتَیۡتُمۡ مِّنۡ زَکٰوۃٍ تُرِیۡدُوۡنَ وَجۡہَ اللّٰہِ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُضۡعِفُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Wa maaa aataitoem mier riebal lie yarboewa fieee amwaalien naasie falaa yarboe 'iendal laahie wa maaa aataitoem mien zaakaatien toerieedoena wadjhal laahie fa oelaaa'ieka hoemoel moed'iefoen
30:39 En wat jullie geven, vanwege de rente om de rijkdom te vergroten, vergroot niets bij Allah. Maar wat jullie aan 'zakaat' (arme belasting) geven, verlangend naar het aangezicht van Allah, (weet dan dat,) dat degenen zijn die meer krijgen.
اَللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ ثُمَّ رَزَقَکُمۡ ثُمَّ یُمِیۡتُکُمۡ ثُمَّ یُحۡیِیۡکُمۡ ؕ ہَلۡ مِنۡ شُرَکَآئِکُمۡ مَّنۡ یَّفۡعَلُ مِنۡ ذٰلِکُمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۰۴﴾
Allaahoel laziee ghalaqa koem soemma razaqakoem soemma yoemieetoekoem soemma yoehyieekoem hal mien shoerakaaa'iekoem may yaf'aloe mien zaaliekoem mien shai'; Soeb haanahoe wa Ta'aalaa 'ammaa yoeshriekoen
30:40 Allah is Degene Die jullie heeft geschapen. Daaropvolgend heeft Hij jullie voorzien (van benodigdheden). Daarna zal Hij jullie doen sterven en vervolgens zal Hij jullie (weer) het leven geven. Is er iemand van jullie deelgenoten die zoiets doet? Subhaanehu (De ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming is Hij) en hoog verheven is Hij boven datgeen wat ze aan deelgenoten toekennen.
ظَہَرَ الۡفَسَادُ فِی الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ بِمَا کَسَبَتۡ اَیۡدِی النَّاسِ لِیُذِیۡقَہُمۡ بَعۡضَ الَّذِیۡ عَمِلُوۡا لَعَلَّہُمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Zaharal fasaadoe fiel barrie wal bahrie biemaa kasabat aydiennaasie lie yoezieeqahoem ba'dal laziee 'amieloe la'allahoem yardjie'oen
30:41 Het verderf, dat veroorzaakt is door de mens, is op het land en in de zee zichtbaar. (Hij laat het toe) Zodat Hij hen een deel (van de gevolgen) van wat ze gedaan hebben, laat proeven. Op deze manier kunnen ze terugkeren (naar het gedenken van hun Heer). (Notitie: zie 32:21)
قُلۡ سِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَانۡظُرُوۡا کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلُ ؕ کَانَ اَکۡثَرُہُمۡ مُّشۡرِکِیۡنَ ﴿۲۴﴾
Qoel sieeroe fiel ardie fanzoeroe kaifa kaana 'aaqiebatoel lazieena mien qabl; kaana aksaroehoem moeshriekieen
30:42 Zeg: "Reis op aarde en zie hoe het einde was van de generaties voor hen. De meeste van hen waren godenaanbidders."
فَاَقِمۡ وَجۡہَکَ لِلدِّیۡنِ الۡقَیِّمِ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ یَّاۡتِیَ یَوۡمٌ لَّا مَرَدَّ لَہٗ مِنَ اللّٰہِ یَوۡمَئِذٍ یَّصَّدَّعُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Fa aqiem wadjhaka lied dieeniel qaiyiemie mien qablie ay yaatieya Yawmoel laa maradda lahoe mienal laahie Yawma'ieziey yassadda'oen
30:43 Dus richt jouw gezicht naar de juiste 'Dien' (levenswijze/religie), voordat er een dag (dag des oordeels) komt, waarop niet kan worden afgewend van Allah. Op die dag zullen ze (van elkaar) worden gescheiden.
مَنۡ کَفَرَ فَعَلَیۡہِ کُفۡرُہٗ ۚ وَ مَنۡ عَمِلَ صَالِحًا فَلِاَنۡفُسِہِمۡ یَمۡہَدُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Man kafara fa'alaihie koefroehoe wa man 'amiela saaliehan falie anfoesiehiem yamhadoen
30:44 Wie niet gelooft, (weet dan dat) zijn ongeloof ten nadele van hemzelf is. En wie goede daden verricht, (weet dan dat) zij voor zichzelf voorbereidingen treffen (voor de dag des oordeels).
لِیَجۡزِیَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُحِبُّ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Lie yadjzieyal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie mien fadlieh; iennahoe laa yoehiebboel kaafierieen
30:45 Zodat Hij degenen die geloven en goede daden verrichten, kan belonen van Zijn gunst (het Paradijs). Voorzeker, Hij houdt niet van de ongelovigen.
وَ مِنۡ اٰیٰتِہٖۤ اَنۡ یُّرۡسِلَ الرِّیَاحَ مُبَشِّرٰتٍ وَّ لِیُذِیۡقَکُمۡ مِّنۡ رَّحۡمَتِہٖ وَ لِتَجۡرِیَ الۡفُلۡکُ بِاَمۡرِہٖ وَ لِتَبۡتَغُوۡا مِنۡ فَضۡلِہٖ وَ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa mien Aayaatiehieee anyyoersielar rieyaaha moebashshie raatiew wa lie yoezieeqakoem mier rahmatiehiee wa lietadjrieyal foelkoe bie amriehiee wa lietabtaghoe mien fadliehiee wa la'allakoem tashkoeroen
30:46 En één van Zijn tekenen is dat Hij de winden stuurt als aankondiging van goede tijden en om jullie van Zijn barmhartigheid te laten proeven en dat de schepen op Zijn bevel kunnen varen en dat jullie van Zijn gunsten kunnen zoeken en dat jullie dankbaar kunnen zijn.
وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ قَبۡلِکَ رُسُلًا اِلٰی قَوۡمِہِمۡ فَجَآءُوۡہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَانۡتَقَمۡنَا مِنَ الَّذِیۡنَ اَجۡرَمُوۡا ؕ وَ کَانَ حَقًّا عَلَیۡنَا نَصۡرُ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa laqad arsalnaa mien qablieka Roesoelan ielaa qawmiehiem fadjaaa'oehoem biel baiyienaatie fantaqamnaa mienal lazieena adjramoe wa kaana haqqan 'alainaa nasroel moe'mienieen
30:47 Waarlijk, Wij hebben in de generaties vóór jou, boodschappers naar hun volk gezonden. Ze kwamen met duidelijke bewijzen. Vervolgens, hebben Wij degenen die misdaden pleegden, vergolden. En (wat betreft de gelovigen,) het was Onze plicht om de de gelovigen te helpen.
اَللّٰہُ الَّذِیۡ یُرۡسِلُ الرِّیٰحَ فَتُثِیۡرُ سَحَابًا فَیَبۡسُطُہٗ فِی السَّمَآءِ کَیۡفَ یَشَآءُ وَ یَجۡعَلُہٗ کِسَفًا فَتَرَی الۡوَدۡقَ یَخۡرُجُ مِنۡ خِلٰلِہٖ ۚ فَاِذَاۤ اَصَابَ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖۤ اِذَا ہُمۡ یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ ﴿۸۴﴾
Allaahoel laziee yoersieloer rieyaaha fatoesieeroe sahaaban fa yabsoetoehoe fies samaaa'ie kaifa yashaaa'oe wa yadj'aloehoe kiesafan fataral wadqa yaghroedjoe mien ghielaaliehiee fa iezaaa asaaba biehiee may yashaaa'oe mien 'iebaadiehieee iezaa hoem yastabshieroen
30:48 Allah is Degenen die de winden stuurt, zodat het wolken omhoog stuwt. Daarna verspreidt en fragmenteert Hij hen in de hemel, zoals Hij het wil. Vervolgens zie je regen vanuit het midden van hen komen. Hij laat het vallen op wie Hij het wil van Zijn dienaren. Zie, hoe ze (dan) blij zijn!
وَ اِنۡ کَانُوۡا مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ یُّنَزَّلَ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ قَبۡلِہٖ لَمُبۡلِسِیۡنَ ﴿۹۴﴾
Wa ien kaanoe mien qablie ay yoenazzala 'alaihiem mien qabliehiee lamoebliesieen
30:49 Voordat het op hen viel waren ze erg wanhopig.
فَانۡظُرۡ اِلٰۤی اٰثٰرِ رَحۡمَتِ اللّٰہِ کَیۡفَ یُحۡیِ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِہَا ؕ اِنَّ ذٰلِکَ لَمُحۡیِ الۡمَوۡتٰی ۚ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۰۵﴾
Fanzoer ielaaa aasaarie rahmatiel laahie kaifa yoehyiel arda ba'da mawtiehaa; ienna zaalieka lamoehyiel mawtaa wa Hoewa 'alaa koellie shai'ien Qadieer
30:50 Zie dan het resultaat van Allah's barmhartigheid, hoe Hij leven geeft aan de aarde na haar dood. Voorzeker, zo zal Hij het leven geven aan de doden (op de dag des oordeels). Hij is over alles Al-Qadier (Degene Die in staat is om alles te doen wat Hij wil).
وَ لَئِنۡ اَرۡسَلۡنَا رِیۡحًا فَرَاَوۡہُ مُصۡفَرًّا لَّظَلُّوۡا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۱۵﴾
Wa la'ien arsalnaa rieehan fara awhoe moesfarral lazalloe miem ba'diehiee yakfoeroen
30:51 Echter, als Wij (vervolgens) een wind sturen (welke geen regen veroorzaakt) en ze zien (hun gewassen) geel worden, dan blijven ze daarna ondankbaar.
فَاِنَّکَ لَا تُسۡمِعُ الۡمَوۡتٰی وَ لَا تُسۡمِعُ الصُّمَّ الدُّعَآءَ اِذَا وَلَّوۡا مُدۡبِرِیۡنَ ﴿۲۵﴾
Fa iennaka laa toesmie'oel mawtaa wa laa toesmie'oes soemmad doe'aaa'a iezaa wallaw moedbierieen
30:52 Jij (Mohammed v.z.m.h.) kunt niet de doden (de mensen die niet nadenken), noch de doven (de mensen die niet luisteren) doen luisteren naar de oproep\openbaring, wanneer ze hun ruggen tonen en afkeren.
وَ مَاۤ اَنۡتَ بِہٰدِ الۡعُمۡیِ عَنۡ ضَلٰلَتِہِمۡ ؕ اِنۡ تُسۡمِعُ اِلَّا مَنۡ یُّؤۡمِنُ بِاٰیٰتِنَا فَہُمۡ مُّسۡلِمُوۡنَ ﴿۳۵﴾
Wa maa anta biehaadiel 'oemyie 'an dalaalatiehiem ien toesmie'oe iellaa may yoemienoe bie aayaatienaa fahoem moesliemoen
30:53 Noch kan jij de blinden leiden van hun afdwaling. Jij kan alleen degenen doen horen die in Onze Ayahs (tekenen/verzen) geloven, zij zijn moslims (degenen die zich hebben overgegeven).
اَللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَکُمۡ مِّنۡ ضُؔعۡفٍ ثُمَّ جَعَلَ مِنۡۢ بَعۡدِ ضُؔعۡفٍ قُوَّۃً ثُمَّ جَعَلَ مِنۡۢ بَعۡدِ قُوَّۃٍ ضُؔعۡفًا وَّ شَیۡبَۃً ؕ یَخۡلُقُ مَا یَشَآءُ ۚ وَ ہُوَ الۡعَلِیۡمُ الۡقَدِیۡرُ ﴿۴۵﴾
Allahoel laziee ghalaqa koem mien doe'fien soemma dja'ala miem ba'die doe'fien qoewwatan soemma dja'ala miem ba'die qoewwatien doe'faw wa shaibah; yaghloeqoe maa yashaaa'oe wa Hoewal 'Alieemoel Qadieer
30:54 Allah is Degene Die jullie schiep uit zwakte. Vervolgens maakte Hij kracht na de zwakte. Vervolgens maakte Hij (weer) zwakte en grijs haar na de kracht. Hij schept wat Hij wil. Hij is Al-Aliem (Al-wetende), Al-Qadier (Degene Die in staat is om alles te doen wat Hij wil).
وَ یَوۡمَ تَقُوۡمُ السَّاعَۃُ یُقۡسِمُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ۬ۙ مَا لَبِثُوۡا غَیۡرَ سَاعَۃٍ ؕ کَذٰلِکَ کَانُوۡا یُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Wa Yawma taqoemoes Saa'atoe yoeqsiemoel moedjriemoena maa labiesoe ghaira saa'ah; kazaalieka kaanoe yoe'fakoen
30:55 Op de dag dat het uur zich zal vestigen, zullen de misdadigers zweren dat ze alleen maar een uur hebben verbleven (gedurende het wereldse leven). Ze zijn dus misleid. (Notitie: zie ook 10:45 en 46:35 m.b.t. de relatieve verhouding van het wereldse leven en de dag des oordeels.)
وَ قَالَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ وَ الۡاِیۡمَانَ لَقَدۡ لَبِثۡتُمۡ فِیۡ کِتٰبِ اللّٰہِ اِلٰی یَوۡمِ الۡبَعۡثِ ۫ فَہٰذَا یَوۡمُ الۡبَعۡثِ وَ لٰکِنَّکُمۡ کُنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۵﴾
Wa qaalal lazieena oetoel 'ielma wal ieemaana laqad labiestoem fiee kietaabiel laahie ielaa yawmiel ba'sie fahaazaa yawmoel ba'sie wa laakiennakoem koentoem laa ta'lamoen
30:56 De mensen met kennis en geloof zullen zeggen: "Waarlijk, jullie (de mensheid) verbleven (op de wereld) volgens de bepaling van Allah tot aan de dag van de opstanding. En dit is de dag van de opstanding, maar jullie wisten daarover niets (tijdens het wereldse leven)."
فَیَوۡمَئِذٍ لَّا یَنۡفَعُ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا مَعۡذِرَتُہُمۡ وَ لَا ہُمۡ یُسۡتَعۡتَبُوۡنَ ﴿۷۵﴾
Fa Yawma'ieziel laa yanfa'oel lazieena zalamoe ma'zieratoe hoem wa laa hoem yoesta'taboen
30:57 Dus op die dag zullen de excuses van de misdadigers niet baten, noch krijgen ze een kans om het goed te maken.
وَ لَقَدۡ ضَرَبۡنَا لِلنَّاسِ فِیۡ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنِ مِنۡ کُلِّ مَثَلٍ ؕ وَ لَئِنۡ جِئۡتَہُمۡ بِاٰیَۃٍ لَّیَقُوۡلَنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ اَنۡتُمۡ اِلَّا مُبۡطِلُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Wa laqad darabnaa liennaasie fiee haazal Qoeraanie mien koellie masal; wa la'ien djie'tahoem bie aayatiel la yaqoelannal lazieena kafaroe ien antoem iellaa moebtieloen
30:58 Waarlijk Wij hebben voor de mensen allerlei vergelijkingen gegeven in deze Koran. Maar wanneer jij (Mohammed v.z.m.h.) een 'Ayah' (vers \ teken) voor hen brengt, zullen de ongelovigen zeker zeggen: "Jij bent alleen een bedrieger."
کَذٰلِکَ یَطۡبَعُ اللّٰہُ عَلٰی قُلُوۡبِ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۵﴾
Kazaalieka yatba'oel laahoe 'alaa qoeloebiel lazieena laa ya'lamoen
30:59 Zo vergrendelt Allah de harten van degenen die niet (willen) weten.
فَاصۡبِرۡ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ وَّ لَا یَسۡتَخِفَّنَّکَ الَّذِیۡنَ لَا یُوۡقِنُوۡنَ ﴿۰۶﴾
Fasbier ienna wa'dal laahie haqqoew wa laa yastaghief fannakal lazieena laa yoeqienoen
30:60 Wees dus geduldig, voorzeker, de belofte van Allah is waar. En laat degenen die geen vaste geloofsovertuiging hebben, jou niet doen twijfelen.
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓـمّٓ ۚ﴿۱﴾
Alief-Laaam-Mieeem
31:1 Alief Laaam Mieeem.
تِلۡکَ اٰیٰتُ الۡکِتٰبِ الۡحَکِیۡمِ ۙ﴿۲﴾
Tielka Aayaatoel Kietaabiel Hakieem
31:2 Dit zijn de verzen van het wijze boek.
ہُدًی وَّ رَحۡمَۃً لِّلۡمُحۡسِنِیۡنَ ۙ﴿۳﴾
Hoedaw wa rahmatal lielmoehsienieen
31:3 Het is een leiding en een barmhartigheid voor de mensen die goed doen.
الَّذِیۡنَ یُقِیۡمُوۡنَ الصَّلٰوۃَ وَ یُؤۡتُوۡنَ الزَّکٰوۃَ وَ ہُمۡ بِالۡاٰخِرَۃِ ہُمۡ یُوۡقِنُوۡنَ ؕ﴿۴﴾
Allazieena yoeqieemoenas Salaata wa yoe'toenaz Zakaata wa hoem biel Aaghieratie hoem yoeqienoen
31:4 Dat zijn degenen die de 'salaat' (het gebed) onderhouden, de 'zakaat' (de arme belasting) geven, en die sterk in (het bestaan van) het hiernamaals geloven.
اُولٰٓئِکَ عَلٰی ہُدًی مِّنۡ رَّبِّہِمۡ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۵﴾
Oelaaa'ieka 'alaa hoedam mier Rabbiehiem wa oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
31:5 Zij zijn degenen die de leiding van hun Heer volgen en zij zijn degenen die groeien in succes. (Zie ook 2:5)
وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یَّشۡتَرِیۡ لَہۡوَ الۡحَدِیۡثِ لِیُضِلَّ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ ٭ۖ وَّ یَتَّخِذَہَا ہُزُوًا ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۶﴾
Wa mienan naasie mai-yashtariee lahwal haddesie lie yoediella 'an sabieeliel laahie bieghairie 'ielmiew wa yattaghiezahaa hoezoewaa; oelaaa'ieka lahoem 'azaaboem moehieen
31:6 En er zijn mensen die nutteloze verhalen kopen om (zichzelf en anderen) te misleiden van de pad van Allah, zonder enige kennis en maken het (religie/de levenswijze) belachelijk. Voor hen is er een vernederende straf.
وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِ اٰیٰتُنَا وَلّٰی مُسۡتَکۡبِرًا کَاَنۡ لَّمۡ یَسۡمَعۡہَا کَاَنَّ فِیۡۤ اُذُنَیۡہِ وَقۡرًا ۚ فَبَشِّرۡہُ بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۷﴾
Wa iezaa toetlaa 'alayhie Aayaatoenaa wallaa moestakbieran ka al lam yasma'haa ka anna fieee oezoenaihie waqran fabash shieroe bie'azaabien alieem
31:7 En wanneer onze verzen aan hen worden gereciteerd, dan keert hij zich in hoogmoed weg net alsof hij het niet heeft gehoord en doof is. Dus geef hem dan de aankondiging van een pijnlijke straf.
اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَہُمۡ جَنّٰتُ النَّعِیۡمِ ۙ﴿۸﴾
Innal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie lahoem djanaatoen Na'ieem
31:8 Voorzeker, degenen die geloven en goede daden doen, voor hen zijn er tuinen van gelukzaligheid,
خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقًّا ؕ وَ ہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ ﴿۹﴾
ghaaliedieena fieeha wa'dal laahie haqqaa; wa Hoewal 'Azieezoel Hakieem
31:9 om er voor altijd in te blijven. De belofte van Allah is waar. Hij is Al-Aziez (de Al-machtige), Al-Hakiem (de Al-wijze).
خَلَقَ السَّمٰوٰتِ بِغَیۡرِ عَمَدٍ تَرَوۡنَہَا وَ اَلۡقٰی فِی الۡاَرۡضِ رَوَاسِیَ اَنۡ تَمِیۡدَ بِکُمۡ وَ بَثَّ فِیۡہَا مِنۡ کُلِّ دَآبَّۃٍ ؕ وَ اَنۡزَلۡنَا مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَاَنۡۢبَتۡنَا فِیۡہَا مِنۡ کُلِّ زَوۡجٍ کَرِیۡمٍ ﴿۰۱﴾
ghalaqas samaawaatie bie ghairie 'amadien tarawnahaa wa alqaa fiel ardie rawaasieya an tamieeda biekoem wa bassa fieehaa mien koellie daaabbah; wa anzalnaa mienas samaaa'ie maaa'an fa ambatnaa fieeha mien koellie zawdjien karieem
31:10 Hij heeft de hemelen geschapen zonder pilaren die je kan zien en stevige bergen op de aarde geplaatst, zodat het (de aarde) niet met jullie schudt. Hij heeft er verschillende wezens erop verspreid. En Wij zonden water vanuit de hemel (ruimte), vervolgens lieten Wij elke nobele soort daarop (de aarde) groeien.
ہٰذَا خَلۡقُ اللّٰہِ فَاَرُوۡنِیۡ مَاذَا خَلَقَ الَّذِیۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖ ؕ بَلِ الظّٰلِمُوۡنَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۱۱﴾
Haazaa ghalqoel laahie fa aroeniee maazaa ghalaqal lazieena mien doenieh; baliez zaaliemoena fiee dalaliem Moebieen
31:11 Dit is de schepping van Allah. Dus toon Mij datgeen wat de deelgenoten hebben geschapen. Nee! De misdadigers bevinden zich in duidelijke dwaling!
وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا لُقۡمٰنَ الۡحِکۡمَۃَ اَنِ اشۡکُرۡ لِلّٰہِ ؕ وَ مَنۡ یَّشۡکُرۡ فَاِنَّمَا یَشۡکُرُ لِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ کَفَرَ فَاِنَّ اللّٰہَ غَنِیٌّ حَمِیۡدٌ ﴿۲۱﴾
Wa laqad aatainaa Loeqmaanal hiekmata anieshkoer liellaah; wa may yashkoer fa iennamaa yashkoeroe lienafsiehiee wa man kafara fa iennal laaha Ghanieyyoen Hamieed
31:12 Waarlijk, Wij gaven Loeqmaan de kennis om te oordelen (op basis van Allah's wetgeving, 'Hikmah'): "Wees dankbaar aan Allah". Wie dankbaar is, is alleen dankbaar voor hemzelf. En wie ondankbaar is, voorzeker (weet dan dat) Allah vrij is van enige behoefte, (echter weet dat) Hij waard is om geprezen te worden.
وَ اِذۡ قَالَ لُقۡمٰنُ لِابۡنِہٖ وَ ہُوَ یَعِظُہٗ یٰبُنَیَّ لَا تُشۡرِکۡ بِاللّٰہِ ؕؔ اِنَّ الشِّرۡکَ لَظُلۡمٌ عَظِیۡمٌ ﴿۳۱﴾
Wa iez qaala loeqmaanoe liebniehiee wa hoewa ya'iezoehoe ya boenaiya laa toeshriek biellaah; iennash shierka lazoelmoen 'azieem
31:13 (Gedenk) Toen Loeqmaan tegen zijn zoon zei, terwijl hij hem doceerde: "O mijn zoon! Ken geen deelgenoten toe aan Allah. Het toekennen van deelgenoten aan Allah is zeker een grote onrechtvaardigheid." (Notitie: Zie ook 4:116, Allah vergeeft niet dat er partners aan Hem wordt toegekend ('Shirk'). Buiten dat vergeeft Hij wie Hij wil.)
وَ وَصَّیۡنَا الۡاِنۡسَانَ بِوَالِدَیۡہِ ۚ حَمَلَتۡہُ اُمُّہٗ وَہۡنًا عَلٰی وَہۡنٍ وَّ فِصٰلُہٗ فِیۡ عَامَیۡنِ اَنِ اشۡکُرۡ لِیۡ وَ لِوَالِدَیۡکَ ؕ اِلَیَّ الۡمَصِیۡرُ ﴿۴۱﴾
Wa wassainal iensaana bie waaliedaihie hamalat hoe oemmoehoe wahnan 'alaa wahniew wa fiesaaloehoe fiee 'aamainie anieshkoer liee wa liewaaliedaika ielaiyal masieer
31:14 En Wij hebben de mens goedheid bevolen tegen zijn ouders. Zijn moeder droeg hem in zwakte op zwakte en het zogen van hem duurde (in sommige gevallen zelfs) twee jaren. Wees Mij en jouw ouders dankbaar, tot Mij is de eindbestemming. (Notitie, zie 2:233 m.b.t. tot het zogen van maximaal twee jaar.)
وَ اِنۡ جَاہَدٰکَ عَلٰۤی اَنۡ تُشۡرِکَ بِیۡ مَا لَیۡسَ لَکَ بِہٖ عِلۡمٌ ۙ فَلَا تُطِعۡہُمَا وَ صَاحِبۡہُمَا فِی الدُّنۡیَا مَعۡرُوۡفًا ۫ وَّ اتَّبِعۡ سَبِیۡلَ مَنۡ اَنَابَ اِلَیَّ ۚ ثُمَّ اِلَیَّ مَرۡجِعُکُمۡ فَاُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۵۱﴾
Wa ien djaahadaaka 'alaaa an toeshrieka biee maa laisa laka biehiee 'ielmoen falaa toetie'hoemaa wa saahieb hoemaa fied doenyaa ma'roefaw wattabie' sabieela man anaaba ielayy; soemma ielaiya mardjie'oekoem fa oenabbie'oekoem biemaa koentoem ta'maloen
31:15 Echter, als ze tegen jou strijden om deelgenoten aan Mij toe te kennen, waar jij geen enkel kennis van hebt, gehoorzaam hen dan niet (op dat gebied), maar begeleid\vergezel hen met vriendelijkheid in de wereld en volg het pad van degenen die zich tot Mij hebben gewend. Vervolgens is de terugkeer tot Mij, dan zal Ik jullie informeren wat jullie allemaal deden.
یٰبُنَیَّ اِنَّہَاۤ اِنۡ تَکُ مِثۡقَالَ حَبَّۃٍ مِّنۡ خَرۡدَلٍ فَتَکُنۡ فِیۡ صَخۡرَۃٍ اَوۡ فِی السَّمٰوٰتِ اَوۡ فِی الۡاَرۡضِ یَاۡتِ بِہَا اللّٰہُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَطِیۡفٌ خَبِیۡرٌ ﴿۶۱﴾
Ya boenaiya iennahaaa ien takoe miesqaala habbatiem mien ghardalien fatakoen fiee saghratien aw fies samaawaatie aw fiel ardie yaatie bie Allah; iennal laaha latieefoen ghabieer
31:16 (Loeqmaan zei:) "Mijn zoon, Allah zal alles onthullen, zelfs als het net zo klein is als het gewicht van een mosterdzaad, en zelfs als het verborgen is in een rots, of in de hemelen, of in de aarde. Voorzeker, Allah is Al-Latief ((De meest Subtiele. Degene die op de hoogte is van de meest kleinste details), Al-Ghabier (Degene Die alles kent, zowel innerlijk als uiterlijk)." (Notitie, zie ook 10:61)
یٰبُنَیَّ اَقِمِ الصَّلٰوۃَ وَ اۡمُرۡ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ انۡہَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ اصۡبِرۡ عَلٰی مَاۤ اَصَابَکَ ؕ اِنَّ ذٰلِکَ مِنۡ عَزۡمِ الۡاُمُوۡرِ ﴿۷۱﴾
Yaa boenaiya aqiemies-Salaata waamoer bielma'roefie wanha 'aniel moen-karie wasbier 'alaa maaa asaabaka ienna zaalieka mien 'azmiel oemoer
31:17 "Mijn zoon, verricht de 'Salaat' (het gebed), beveel het goede en verbied het slechte. Wees geduldig over datgeen wat jou overkomt. Voorzeker, dat behoort tot de aanbevolen daden."
وَ لَا تُصَعِّرۡ خَدَّکَ لِلنَّاسِ وَ لَا تَمۡشِ فِی الۡاَرۡضِ مَرَحًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ کُلَّ مُخۡتَالٍ فَخُوۡرٍ ﴿۸۱﴾
Wa laa toesa'-'ier ghaddaka liennaasie wa laa tamshie fiel ardie maarahan iennal laaha laa yoehiebboe koella moeghtaalien faghoer
31:18 "Keer jouw gezicht niet (in hoogmoed) van mensen af, noch loop hoogmoedig op de aarde. Voorzeker, Allah heeft een afkeer aan elke arrogante opschepper." (Notitie: zie ook 17:37-39 m.b.t. de Hikmah.)
وَ اقۡصِدۡ فِیۡ مَشۡیِکَ وَ اغۡضُضۡ مِنۡ صَوۡتِکَ ؕ اِنَّ اَنۡکَرَ الۡاَصۡوَاتِ لَصَوۡتُ الۡحَمِیۡرِ ﴿۹۱﴾
Waqsied fiee mashyieka waghdoed mien sawtiek; ienna an-karal aswaatie lasawtoel hamieer
31:19 "Wees gematigd in je looppas en verhef niet je stem. Voorzeker, het meest misvormde geluid is het geluid geproduceerd door ezels. (Notitie: zie ook 17:37. Allah heeft alles perfect\mooi gemaakt, zie 32:7, dus ook de ezel. Er wordt hier een vergelijking gemaakt van het geluid van ruzie makende mensen met balkende ezels. De stemmen kunnen tijdens het ruzie maken zo verheven worden, dat ze vervormd worden net zoals bij balkende ezels.)
اَلَمۡ تَرَوۡا اَنَّ اللّٰہَ سَخَّرَ لَکُمۡ مَّا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ وَ اَسۡبَغَ عَلَیۡکُمۡ نِعَمَہٗ ظَاہِرَۃً وَّ بَاطِنَۃً ؕ وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یُّجَادِلُ فِی اللّٰہِ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ وَّ لَا ہُدًی وَّ لَا کِتٰبٍ مُّنِیۡرٍ ﴿۰۲﴾
Alam taraw annal laaha saghghara lakoem maa fies sa maawaatie wa maa fiel ardie wa asbagha 'alaikoem nie'amahoe zaahierataw wa baatienah; wa mienan naasie may yoedjaadieloe fiel laahie bieghayrie 'ielmiew wa laa hoedaw wa laa Kietaabiem moenieer
31:20 Zien jullie niet dat Allah alles wat in de hemelen en op de aarde is aan jullie heeft onderworpen? En dat Hij van Zijn gunsten in overvloed op jullie heeft geschonken, zichtbaar en verborgen? Ondanks dat zijn er mensen die discussiëren over Allah zonder enige kennis, zonder leiding en zonder een verlichtende boek. (Notitie: zie ook 22:8)
وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمُ اتَّبِعُوۡا مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ قَالُوۡا بَلۡ نَتَّبِعُ مَا وَجَدۡنَا عَلَیۡہِ اٰبَآءَنَا ؕ اَوَ لَوۡ کَانَ الشَّیۡطٰنُ یَدۡعُوۡہُمۡ اِلٰی عَذَابِ السَّعِیۡرِ ﴿۱۲﴾
Wa iezaa qieela lahoemoet-tabie'oe maaa anzalal laahoe qaaloe bal nattabie'oe maa wadjadnaa 'alaihie aabaaa'anaa; awalaw kaanash Shaitaanoe yad'oehoem ielaa 'azaabies sa'ieer
31:21 En wanneer er tegen hen wordt gezegd: "Volg wat Allah heeft neergezonden\geopenbaard", dan zeggen ze: "Nee, we zullen (alleen) volgen wat onze voorvaders volgden." (Zullen ze hen volgen) Zelfs als de satan hen oproept tot straf van het razende vuur?
وَ مَنۡ یُّسۡلِمۡ وَجۡہَہٗۤ اِلَی اللّٰہِ وَ ہُوَ مُحۡسِنٌ فَقَدِ اسۡتَمۡسَکَ بِالۡعُرۡوَۃِ الۡوُثۡقٰی ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ عَاقِبَۃُ الۡاُمُوۡرِ ﴿۲۲﴾
Wa may yoesliem wadjha hoeo ielal laahie wa hoewa moehsienoen faqadiestamsaka biel'oer watiel woesqaa; wa ielal laahie 'aaqiebatoel oemoer
31:22 En wie zijn gezicht onderwerpt aan Allah en hij is een persoon die goede daden verricht, dan voorzeker hij heeft de houvast\steun van de meest betrouwbare gegrepen. Tot Allah behoort de eindbeslissing van alle zaken.
وَ مَنۡ کَفَرَ فَلَا یَحۡزُنۡکَ کُفۡرُہٗ ؕ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ فَنُنَبِّئُہُمۡ بِمَا عَمِلُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۳۲﴾
Wa man kafara falaa yahzoen-ka koefroeh; ielainaa mardjie'oehoem fanoenabbie'oehoem biemaa 'amieloe; iennal laaha 'alieemoem biezaaties soedoer
31:23 En (wat betreft) wie niet gelooft, laat zijn ongeloof jou niet verdrietig maken. Tot Ons is hun terugkeer. Wij zullen hen dan informeren over wat ze deden. Voorzeker, Allah is Al-Wetend over datgeen wat in de harten is.
نُمَتِّعُہُمۡ قَلِیۡلًا ثُمَّ نَضۡطَرُّہُمۡ اِلٰی عَذَابٍ غَلِیۡظٍ ﴿۴۲﴾
Noemattie'oehoem qalieelan soemma nadtarroehoem ielaa 'azaabien ghalieez
31:24 Wij schenken hen een kleine genieting, vervolgens zullen Wij hen onder dwang leiden naar een zeer zware straf.
وَ لَئِنۡ سَاَلۡتَہُمۡ مَّنۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ لَیَقُوۡلُنَّ اللّٰہُ ؕ قُلِ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ ؕ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Wa la'ien sa altahoem man ghalaqas samaawaatie wal arda la yaqoeloennal laah; qoeliel hamdoe liellaah; bal aksaroehoem laa ya'lamoen
31:25 En als jij hen vraagt: "Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen?" Dan zullen ze zonder twijfel zeggen: "Allah." Zeg: "Al-Hamdu-Lillah (alle lof en dank behoort aan Allah toe)." Echter, de meesten van hen weten het niet (dat alle lof en dank aan Allah toebehoort).
لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡغَنِیُّ الۡحَمِیۡدُ ﴿۶۲﴾
Liellahie ma fies samaa waatie wal ard; iennal laaha Hoewal Ghanieyyoel Hamieed
31:26 Aan Allah behoort al hetgeen wat in de hemelen en op de aarde is. Voorzeker, Allah, Hij is Al-Ghanie (Degene die niets en niemand nodig heeft en iedereen heeft hem nodig), Al-Hamied (de Bezitter van alle dank en eer. Degene die het meest geprezen wordt en waardig is om geprezen te worden).
وَ لَوۡ اَنَّ مَا فِی الۡاَرۡضِ مِنۡ شَجَرَۃٍ اَقۡلَامٌ وَّ الۡبَحۡرُ یَمُدُّہٗ مِنۡۢ بَعۡدِہٖ سَبۡعَۃُ اَبۡحُرٍ مَّا نَفِدَتۡ کَلِمٰتُ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۷۲﴾
Wa law annamaa fiel ardie mien shadjaratien aqlaamoew wal bahroe yamoeddoehoe miem ba'diehiee sab'atoe abhoeriem maa nafiedat Kaliemaatoel laah; iennal laaha 'azieezoen Hakieem
31:27 En als alle bomen op de aarde pennen waren en de zee inkt, met nog zeven zeeën extra aan toegevoegd, dan (nog) zou de woorden (de creatie) van Allah niet uitgeput raken. Voorzeker, Allah is Al-Aziez (de Al-Machtige), de Al-Hakiem (de Al-Wijze). (Notitie: het woord van Allah is "Koen fa Ya koen", wees en het is er, zie 16:40. Dus het woord van Allah is gerelateerd aan creatie. Zie ook 18:109.)
مَا خَلۡقُکُمۡ وَ لَا بَعۡثُکُمۡ اِلَّا کَنَفۡسٍ وَّاحِدَۃٍ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌۢ بَصِیۡرٌ ﴿۸۲﴾
Maa ghalqoekoem wa laa ba'soekoem iellaa kanafsienw-waa hiedah; iennal laaha Samiee'oem Basieer
31:28 Jullie schepping (als mens) en jullie wederopstanding is als die (de schepping en wederopstanding) van één enkele ziel. Voorzeker, Allah is As-Samie'oe (de Alhorende), Al-Basier (de Alziende). (Notitie: zie 7:172 m.b.t. de schepping van de mens, en (gedenk) toen jouw Heer alle nakomelingen van Adam uit zijn rug nam.)
اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ یُوۡلِجُ الَّیۡلَ فِی النَّہَارِ وَ یُوۡلِجُ النَّہَارَ فِی الَّیۡلِ وَ سَخَّرَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ۫ کُلٌّ یَّجۡرِیۡۤ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی وَّ اَنَّ اللّٰہَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۹۲﴾
Alam tara annal laaha yoeliedjoel laila fien nahaarie wa yoeliedjoen nahaara fiel lailie wa saghgharash shamsa wal qamara koelloey yadjrieee ielaaa adjaliem moesammaw wa annal laaha biemaa ta'maloena ghabieer
31:29 Zie je niet dat Allah de nacht in de dag doet overgaan en de dag in de nacht? En dat zon en de maan onderworpen zijn? Elk beweegt voor een vastgestelde tijd. En dat Allah op de hoogte is van alles wat jullie doen?
ذٰلِکَ بِاَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡحَقُّ وَ اَنَّ مَا یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہِ الۡبَاطِلُ ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡعَلِیُّ الۡکَبِیۡرُ ﴿۰۳﴾
Zaalieka bie annal laaha Hoewal Haqqoe wa anna maa yad'oena mien doeniehiel baatieloe wa annal laaha Hoewal 'Alieyyoel Kabieer
31:30 Dat is omdat Allah, Hij is de waarheid! En datgeen wat ze naast Hem aanroepen is "Al-Batil" (valsheid, bedrog, satan, etc.). En omdat Allah, Hij is Al-Alie (de Allerhoogste, de meest Verheve), Al-Kabier (de Grootste).
اَلَمۡ تَرَ اَنَّ الۡفُلۡکَ تَجۡرِیۡ فِی الۡبَحۡرِ بِنِعۡمَتِ اللّٰہِ لِیُرِیَکُمۡ مِّنۡ اٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّکُلِّ صَبَّارٍ شَکُوۡرٍ ﴿۱۳﴾
Alam tara annal foelka tadjriee fiel bahrie bienie'matiel laahie lie yoerieyakoem mien Aayaatieh; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel liekoellie sabbaarien shakoer
31:31 Zie je niet dat de schepen op zee varen door de toestemming van Allah? Zodat Hij jullie van Zijn tekenen laat zien. Voorzeker, daarin zijn tekenen voor iedereen die geduldig, standvastig en dankbaar is.
وَ اِذَا غَشِیَہُمۡ مَّوۡجٌ کَالظُّلَلِ دَعَوُا اللّٰہَ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ۬ۚ فَلَمَّا نَجّٰہُمۡ اِلَی الۡبَرِّ فَمِنۡہُمۡ مُّقۡتَصِدٌ ؕ وَ مَا یَجۡحَدُ بِاٰیٰتِنَاۤ اِلَّا کُلُّ خَتَّارٍ کَفُوۡرٍ ﴿۲۳﴾
Wa iezaa ghashieyahoem mawdjoen kazzoelalie da'a-woel laaha moeghliesieena lahoed dieena fa lammaa nadjdjaahoem ielal barrie famienhoem moeqtasied; wa maa yadjhadoe bie Aayaatienaa iellaa koelloe ghattaarien kafoer
31:32 En wanneer een (hoge) golf hen verduistert zoals (de verduisteringen) bij overkappingen, roepen ze Allah alleen en zuiver aan. Echter, wanneer Hij hen aan land brengt, dan zijn sommige van hen gematigd\verminderd (in hun dankbaarheid naar Allah toe). Alleen de ondankbare verrader verwerpt Onze tekenen.
یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اتَّقُوۡا رَبَّکُمۡ وَ اخۡشَوۡا یَوۡمًا لَّا یَجۡزِیۡ وَالِدٌ عَنۡ وَّلَدِہٖ ۫ وَ لَا مَوۡلُوۡدٌ ہُوَ جَازٍ عَنۡ وَّالِدِہٖ شَیۡئًا ؕ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ فَلَا تَغُرَّنَّکُمُ الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا ٝ وَ لَا یَغُرَّنَّکُمۡ بِاللّٰہِ الۡغَرُوۡرُ ﴿۳۳﴾
Yaaa ayyoehan naasoettaqoe Rabbakoem waghshaw Yawmal laa yadjziee waaliedoen 'aw waladiehiee wa laa mawloedoen hoewa djaazien 'aw waaliediehiee shai'aa; iennaa wa'dal laahie haqqoen falaa taghoerran nakoemoel hayaatoed doenyaa wa laa yaghoer rannakoem biellaahiel gharoer
31:33 O mensheid! Vrees jullie Heer en vrees een dag waarop een vader voor een zoon niets kan betekenen, noch een zoon iets voor zijn vader kan betekenen. Voorzeker, de belofte van Allah is waar, laat dus het wereldse leven jullie niet doen misleiden. En laat de bedrieger (satan) jullie niet misleiden (van de weg) van Allah.
اِنَّ اللّٰہَ عِنۡدَہٗ عِلۡمُ السَّاعَۃِ ۚ وَ یُنَزِّلُ الۡغَیۡثَ ۚ وَ یَعۡلَمُ مَا فِی الۡاَرۡحَامِ ؕ وَ مَا تَدۡرِیۡ نَفۡسٌ مَّاذَا تَکۡسِبُ غَدًا ؕ وَ مَا تَدۡرِیۡ نَفۡسٌۢ بِاَیِّ اَرۡضٍ تَمُوۡتُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌ خَبِیۡرٌ ﴿۴۳﴾
Innal laaha 'iendahoe 'ielmoes saa'atie wa yoenazzieloel ghaisa wa ya'lamoe maa fiel arhaamie wa maa tadriee nafsoem maazaa taksieboe ghadaa; wa maa tadriee nafsoem bie ayyie ardien tamoet; iennal laaha 'Alieemoen ghabieer
31:34 Voorzeker Allah, bij hem (alleen) ligt de kennis van het uur. Hij zendt de regen neer en weet wat er in de baarmoeders is. Geen enkel "Nafs" (persoon/eigen ik) weet wat hij morgen zal verdienen, noch weet hij waar op de aarde hij zal sterven. Voorzeker, Allah is Al-Aliem (de Al-Wetende), Al-Ghabier (Degene Die alles kent, zowel innerlijk en uiterlijk. Hij is Degene die de perfecte kennis en begrip heeft over de werkelijke toestand, de interne kwaliteiten en de betekenissen van alles wat geschapen is).
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓـمّٓ ۚ﴿۱﴾
Alief-Laaam-Mieeem
32:1 Alief Laaam Mieeem.
تَنۡزِیۡلُ الۡکِتٰبِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ مِنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ؕ﴿۲﴾
Tanzieeloel Kietaabie laa raiba fieehie mier rabbiel 'aalamieen
32:2 (De Koran is een) Neerzending vanuit het boek (Lawh Al-Mahfuz) van de Heer van de werelden, daar is geen twijfel over.
اَمۡ یَقُوۡلُوۡنَ افۡتَرٰىہُ ۚ بَلۡ ہُوَ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ لِتُنۡذِرَ قَوۡمًا مَّاۤ اَتٰہُمۡ مِّنۡ نَّذِیۡرٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ لَعَلَّہُمۡ یَہۡتَدُوۡنَ ﴿۳﴾
Am yaqoeloenaf taraahoe bal hoewal haqqoe mier rabbieka lietoenziera qawma maaa ataahoem mien nazieeriem mien qablieka la'allahoem yahtadoen
32:3 Of zeggen ze: "Hij (Mohammed v.z.m.h) heeft het verzonnen?" Nee! Het is de waarheid van jouw Heer, zodat jij een volk kan waarschuwen, waar niet eerder een waarschuwer voor gekomen was, zodat zij (naar het rechte pad) geleid kunnen worden.
اَللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ وَ مَا بَیۡنَہُمَا فِیۡ سِتَّۃِ اَیَّامٍ ثُمَّ اسۡتَوٰی عَلَی الۡعَرۡشِ ؕ مَا لَکُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖ مِنۡ وَّلِیٍّ وَّ لَا شَفِیۡعٍ ؕ اَفَلَا تَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۴﴾
Allaahoel laziee ghalaqas samaawaatie wal arda wa maa bainahoemaa fiee siettatie ayyaamien thoemmas tawaa 'alal 'arsh; maa lakoem mien doeniehiee mienw-walieyyienw-wala shafiee'; afalaa tatazakkaroen
32:4 Allah is Degene Die de hemelen en de aarde en wat er ook maar tussen hen is, in zes dagen heeft geschapen. Vervolgens, 'Istawa' (steeg) Hij op de troon (op een manier die bij Zijn Majesteit past om alles te regelen). Er is voor jullie geen enkel beschermer, noch een bemiddelaar naast Hem. Denken jullie dan niet erover na? (Notitie: zie ook 10:3 m.b.t. dagen.)
یُدَبِّرُ الۡاَمۡرَ مِنَ السَّمَآءِ اِلَی الۡاَرۡضِ ثُمَّ یَعۡرُجُ اِلَیۡہِ فِیۡ یَوۡمٍ کَانَ مِقۡدَارُہٗۤ اَلۡفَ سَنَۃٍ مِّمَّا تَعُدُّوۡنَ ﴿۵﴾
Yoedabbieroel amra mienas samaaa'ie ielal ardie thoemma ya'roedjoe ielaihie fiee yawmien kaana mieqdaaroehoeo alfa sanatiem miemmaa ta'oeddoen
32:5 Hij maakt gedetaileerde plannen met betrekking tot alle zaken van de hemel tot aan de aarde, vervolgens stijgt het (resultaat ervan) tot Hem op binnen e´e´n dag. De maat ervan (de dag) is gelijk aan duizend jaren zoals jullie tellen. (Notitie: zie ook 22:47, 55:29.)
ذٰلِکَ عٰلِمُ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ الۡعَزِیۡزُ الرَّحِیۡمُ ۙ﴿۶﴾
Zaalieka 'aaliemoel ghaybie wa shahaadatiel 'azieezoer rahieem
32:6 (Allah) Dat is de Kenner van de 'Ghayb' (het ongeziene, het geen wat nog niet gebeurt is) en het geziene, Al-Aziez (de Al-machtige), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).
الَّذِیۡۤ اَحۡسَنَ کُلَّ شَیۡءٍ خَلَقَہٗ وَ بَدَاَ خَلۡقَ الۡاِنۡسَانِ مِنۡ طِیۡنٍ ۚ﴿۷﴾
Allaziee ahsana koella shai ien ghalaqa; wa bada a ghalqal iensaanie mien tieen
32:7 Degene die alles wat Hij heeft geschapen goed/mooi/prachtig/perfect heeft gemaakt. En Hij begon de schepping van de mens uit klei (natte aarde).
ثُمَّ جَعَلَ نَسۡلَہٗ مِنۡ سُلٰلَۃٍ مِّنۡ مَّآءٍ مَّہِیۡنٍ ۚ﴿۸﴾
Thoemma dja'ala naslahoe mien soelaalatiem miem maaa'iemmahieen
32:8 Vervolgens, maakte Hij zijn nageslacht vanuit 'Sulalah' (extract, mix, essentie) van (een soort) kwetsbaar water (wat makkelijk dood gaat). (Notitie: zie ook 20:55, 32:8, 23:12.)
ثُمَّ سَوّٰىہُ وَ نَفَخَ فِیۡہِ مِنۡ رُّوۡحِہٖ وَ جَعَلَ لَکُمُ السَّمۡعَ وَ الۡاَبۡصَارَ وَ الۡاَفۡـِٕدَۃَ ؕ قَلِیۡلًا مَّا تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۹﴾
Thoemma sawwaahoe wa nafagha fieehie mier roehiehieh; wa dja'ala lakoemoes sam'a wal-absaara wal-af'iedah; qalieelam maa tashkoeroen
32:9 Vervolgens, vormde Hij hem en blies Zijn "Roeh" (de ziel/geest) in hem en maakte voor jullie het gehoor, het zicht en het hart. (Echter,) Jullie tonen weinig dankbaarheid.
وَ قَالُوۡۤا ءَ اِذَا ضَلَلۡنَا فِی الۡاَرۡضِ ءَ اِنَّا لَفِیۡ خَلۡقٍ جَدِیۡدٍ ۬ؕ بَلۡ ہُمۡ بِلِقَآیِٔ رَبِّہِمۡ کٰفِرُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Wa qaaloeo 'a-iezaa dalalnaa fiel ardie 'a-iennaa lafiee ghalqien djadieed; bal hoem bielieqaaa'ie rabbiehiem kaafieroen
32:10 Ze zeggen: "Wanneer we vergaan zijn in de aarde, zullen wij dan zeker een nieuwe schepping worden?" Nee! Ze geloven niet in de ontmoeting van hun Heer!
قُلۡ یَتَوَفّٰىکُمۡ مَّلَکُ الۡمَوۡتِ الَّذِیۡ وُکِّلَ بِکُمۡ ثُمَّ اِلٰی رَبِّکُمۡ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Qoel yatawaffaakoem malakoel mawtiel laziee woekkiela biekoem Thoemma ielaa rabbiekoem toerdja'oen
32:11 Zeg: "Jullie zielen zullen worden ontnomen door de engel des doods, degene die de leiding over jullie gekregen heeft (voor het ontnemen van zielen). Vervolgens zullen jullie tot jullie Heer terugkeren."
وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذِ الۡمُجۡرِمُوۡنَ نَاکِسُوۡا رُءُوۡسِہِمۡ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕ رَبَّنَاۤ اَبۡصَرۡنَا وَ سَمِعۡنَا فَارۡجِعۡنَا نَعۡمَلۡ صَالِحًا اِنَّا مُوۡقِنُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Wa law taraaa ieziel moedjriemoena naakiesoe roe'oesiehiem 'ienda rabbiehiem rabbanaaa absarnaa wa samie'naa fardjie'naa na'mal saaliehan iennaa moeqienoen
32:12 Konden jullie maar (het moment) zien wanneer de misdadigers hun hoofden hangen voor hun Heer (en zeggen): "Onze Heer, wij hebben gezien en gehoord. Laat ons terugkeren! Wij zullen goede daden doen! Voorzeker, wij zijn overtuigd!"
وَ لَوۡ شِئۡنَا لَاٰتَیۡنَا کُلَّ نَفۡسٍ ہُدٰىہَا وَ لٰکِنۡ حَقَّ الۡقَوۡلُ مِنِّیۡ لَاَمۡلَـَٔنَّ جَہَنَّمَ مِنَ الۡجِنَّۃِ وَ النَّاسِ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Wa law shie'naa la-aatainaa koella nafsien hoedaahaa wa laakien haqqal qawloe mienniee la amla'anna djahannama mienal djiennatie wannaasie adjma'ieen
32:13 En als Wij het wilden, dan konden Wij voor elke 'Nafs' (persoon) zijn (individuele) leiding hebben gegeven (zodat ze niet zouden dwalen). Echter, Mijn woord, dat Ik zeker de hel zal vullen met djiens en mensen samen, is waar. (Notitie: Allah leidt wie Hij wil op basis van goede daden, goedheid, berouw, dankbaarheid, zuivere aanbidding, etc en niet op basis van arrogantie, hoogmoed, het bespotten/belachelijk maken. Zie bijvoorbeeld 2:142, 10:25, 13:27.)
فَذُوۡقُوۡا بِمَا نَسِیۡتُمۡ لِقَآءَ یَوۡمِکُمۡ ہٰذَا ۚ اِنَّا نَسِیۡنٰکُمۡ وَ ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡخُلۡدِ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Fazoeqoe biemaa nasieetoem lieqaaa'a yawmiekoem haaza iennaa nasieenaakoem wa zoeqoe 'azaabal ghoeldie biemaa koentoem ta'maloen
32:14 "Dus proef (de straf)! Omdat jullie de ontmoeting van deze dag van jullie, vergaten\negeerden. Voorzeker, Wij zijn jullie vergeten (Wij negeren jullie). Proef de straf van eeuwigheid voor datgeen wat jullie deden."
اِنَّمَا یُؤۡمِنُ بِاٰیٰتِنَا الَّذِیۡنَ اِذَا ذُکِّرُوۡا بِہَا خَرُّوۡا سُجَّدًا وَّ سَبَّحُوۡا بِحَمۡدِ رَبِّہِمۡ وَ ہُمۡ لَا یَسۡتَکۡبِرُوۡنَ ﴿۵۱﴾
Innamaa yoe'mienoe bie aayaatienal lazieena iezaa zoekkieroe biehaa gharroe soedjdjadaw wa sabbahoe biehamdie rabbiehiem wa hoem laa yastakbieroen
32:15 De enige die in Onze Ayahs (verzen, tekenen) geloven zijn degenen die in prostratie vallen en hun Heer lof prijzen en dank betuigen, wanneer ze eraan worden herinnert. En ze zijn niet arrogant\hoogmoedig. (Notitie: Prostratie/Sajdah Tilawat is vereist.)
تَتَجَافٰی جُنُوۡبُہُمۡ عَنِ الۡمَضَاجِعِ یَدۡعُوۡنَ رَبَّہُمۡ خَوۡفًا وَّ طَمَعًا ۫ وَّ مِمَّا رَزَقۡنٰہُمۡ یُنۡفِقُوۡنَ ﴿۶۱﴾
Tatadjaafaa djoenoeboehoem 'aniel madaadjie'ie yad'oena rabbahoem ghawfaw wa tama'aw wa miemmaa razaqnaahoem yoenfieqoen
32:16 Hun zijden zijn onrustig en verlaten hun bedden, om hun Heer in vrees en hoop aan te roepen. En ze geven van datgeen waarmee Wij hen voorzien van hebben (op basis van liefdadigheid) weg.
فَلَا تَعۡلَمُ نَفۡسٌ مَّاۤ اُخۡفِیَ لَہُمۡ مِّنۡ قُرَّۃِ اَعۡیُنٍ ۚ جَزَآءًۢ بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Falaa ta'lamoe nafsoem maaa oeghfieya lahoem mien qoerratie a'yoenien djazaaa'am biemaa kaanoe ya'maloen
32:17 En geen enkel 'Nafs' (persoon/ eigen ik) weet wat voor hem als beloning verborgen is, voor datgeen wat ze deden.
اَفَمَنۡ کَانَ مُؤۡمِنًا کَمَنۡ کَانَ فَاسِقًا ؕؔ لَا یَسۡتَوٗنَ ﴿۸۱﴾
Afaman kaana moe'mienan kaman kaana faasieqaa; laa yasta woen
32:18 Is degene dan, die gelovig is net als degene die provocerend ongehoorzaam is? Ze zijn niet gelijk. (Notitie: zowel in karakter eigenschappen als in daden zijn beiden niet aan elkaar gelijk. Ook in het hiernamaals zullen ze niet aan elkaar gelijk zijn.)
اَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فَلَہُمۡ جَنّٰتُ الۡمَاۡوٰی ۫ نُزُلًۢا بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Ammal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie falahoem djannaatoel ma'waa noezoelam biemaa kaanoe ya'maloen
32:19 Wat betreft degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen zijn er tuinen als toevluchtsoord (veilige plekken) en verwelkoming\ontvangst voor datgeen wat ze deden.
وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ فَسَقُوۡا فَمَاۡوٰىہُمُ النَّارُ ؕ کُلَّمَاۤ اَرَادُوۡۤا اَنۡ یَّخۡرُجُوۡا مِنۡہَاۤ اُعِیۡدُوۡا فِیۡہَا وَ قِیۡلَ لَہُمۡ ذُوۡقُوۡا عَذَابَ النَّارِ الَّذِیۡ کُنۡتُمۡ بِہٖ تُکَذِّبُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Wa ammal lazieena fasaqoe fama'waahoemoen Naaroe koellamaaa araadoeo ay yaghroedjoe mienhaaa oe'ieedoe fieehaa wa qieela lahoem zoeqoe 'azaaaban Naariel laziee koentoem biehiee toekazzieboen
32:20 Maar voor degenen die provocerend ongehoorzaam zijn, hun verblijfplaats is het vuur. Iedere keer, wanneer ze eruit wensen te gaan (door te smeken tegen de bewakers) zullen ze erin terugkeren. Er zal tegen hen worden gezegd: "Proef de straf van het vuur, welke jullie verwierpen." (Notitie: zie ook 22:22.)
وَ لَنُذِیۡقَنَّہُمۡ مِّنَ الۡعَذَابِ الۡاَدۡنٰی دُوۡنَ الۡعَذَابِ الۡاَکۡبَرِ لَعَلَّہُمۡ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa lanoezieeqan nahoem mienal 'azaabiel adnaa doenal 'azaabiel akbarie la'allahoem yardjie'oen
32:21 En zonder twijfel, Wij zullen hen de wereldse straf laten proeven voor de grotere straf (in het hiernamaals), zodat ze terug kunnen keren (naar het rechte pad).
وَ مَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنۡ ذُکِّرَ بِاٰیٰتِ رَبِّہٖ ثُمَّ اَعۡرَضَ عَنۡہَا ؕ اِنَّا مِنَ الۡمُجۡرِمِیۡنَ مُنۡتَقِمُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Wa man azlamoe miemman zoekkiera bie aayaatie rabbiehiee soemma a'rada 'anhaa; iennaa mienal moedjriemieena moentaqiemoen
32:22 En wie is er meer onrechtvaardiger dan degene die herinnert wordt met de Ayahs (verzen/tekenen) van zijn Heer en vervolgens ervan afkeert? Voorzeker, Wij zullen de misdadigers vergelden.
وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا مُوۡسَی الۡکِتٰبَ فَلَا تَکُنۡ فِیۡ مِرۡیَۃٍ مِّنۡ لِّقَآئِہٖ وَ جَعَلۡنٰہُ ہُدًی لِّبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ ﴿۳۲﴾
Wa laqad aatainaa Moesal Kietaaba falaa takoen fiee mieryatiem miel lieqaaa'iehiee wa dja'alnaahoe hoedal lie Banieee Israaa'ieel
32:23 Waarlijk, Wij gaven Moesa het boek (de Thora), dus verkeer niet in twijfel over de ontmoeting met hem (Moesa). En Wij maakte het (Thora) als een leiding voor de Israëlieten. (Notitie: de profeet Mohammed v.z.m.h. heeft Moesa tijdens de hemelreis ontmoet. Deze vers is een voorteken van de hemelreis van de profeet Mohammed v.z.m.h.)
وَ جَعَلۡنَا مِنۡہُمۡ اَئِمَّۃً یَّہۡدُوۡنَ بِاَمۡرِنَا لَمَّا صَبَرُوۡا ۟ؕ وَ کَانُوۡا بِاٰیٰتِنَا یُوۡقِنُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Wa dja'alnaa mienhoem a'iemmatay yahdoena bie amrienaa lammaa sabaroe wa kaanoe bie aayaatienaa yoeqienoen
32:24 Toen ze geduldig waren en overtuigd waren van Onze Ayahs (verzen, tekenen), stelden Wij onder hen leiders aan, die leiding gaven door Onze bevel.
اِنَّ رَبَّکَ ہُوَ یَفۡصِلُ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۵۲﴾
Inna rabbaka hoewa yafsieloe bainahoem yawmal qieyaamatie fieemaa kaanoe fieehie yaghtaliefoen
32:25 Voorzeker jouw Heer, Hij zal op de dag van de wederopstanding oordelen tussen hen over datgeen waarin ze (van meining) verschilden (m.b.t. de leiding/de Koran).
اَوَ لَمۡ یَہۡدِ لَہُمۡ کَمۡ اَہۡلَکۡنَا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ مِّنَ الۡقُرُوۡنِ یَمۡشُوۡنَ فِیۡ مَسٰکِنِہِمۡ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ ؕ اَفَلَا یَسۡمَعُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Awalam yahdie lahoem kam ahlaknaa mien qabliehiem mienal qoeroenie yamshoena fiee masaakieniehiem; ienna fiee zaalieka la aayaatien afalaa yasma'oen
32:26 Is er geen leiding voor hen in de hoeveelheid generaties die Wij vernietigd hebben? Ze lopen in hun woonplaatsen (ruines) rond. Voorzeker, daarin zijn zeker tekenen.
اَوَ لَمۡ یَرَوۡا اَنَّا نَسُوۡقُ الۡمَآءَ اِلَی الۡاَرۡضِ الۡجُرُزِ فَنُخۡرِجُ بِہٖ زَرۡعًا تَاۡکُلُ مِنۡہُ اَنۡعَامُہُمۡ وَ اَنۡفُسُہُمۡ ؕ اَفَلَا یُبۡصِرُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Awalam yaraw annaa nasoeqoel maaa'a ielal ardiel djoeroezie fanoeghriedjoe biehiee zar'an ta'koeloe mienhoe an'aamoehoem wa anfoesoehoem afalaa yoebsieroen
32:27 Zien zie niet dat Wij water doen stromen naar het dorre land? Vervolgens brengen Wij er gewassen mee voort. Zij en hun vee eten ervan. Zien ze het dan niet?
وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہٰذَا الۡفَتۡحُ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۲﴾
Wa yaqoeloena mataa haazal fath hoe ien koentoem saadieqieen
32:28 En ze zeggen: "Wanneer zal deze besluit (dag des oordeels) plaatsvinden, als jij de waarheid spreekt?
قُلۡ یَوۡمَ الۡفَتۡحِ لَا یَنۡفَعُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِیۡمَانُہُمۡ وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Qoel yawmal fath hie laa yanfa'oel lazieena kafaroeo ieemaanoehoem wa laa hoem yoenzaroen
32:29 Zeg: "Op de dag van het besluit zal het geloof van de ongelovigen geen enkel voordeel\effect hebben, noch zal hen uitstel worden gegeven."
فَاَعۡرِضۡ عَنۡہُمۡ وَ انۡتَظِرۡ اِنَّہُمۡ مُّنۡتَظِرُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Fa a'ried 'anhoem wantazier iennahoem moentazieroen
32:30 Wendt je dus van hen af en wacht (het resultaat) af. Voorzeker, zij wachten (op de straf). (Notitie: zie ook 10:102.)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ اتَّقِ اللّٰہَ وَ لَا تُطِعِ الۡکٰفِرِیۡنَ وَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ عَلِیۡمًا حَکِیۡمًا ۙ﴿۱﴾
Yaa aiyoehan Nabieyyoet taqiel laaha wa laa toetie'iel kaafierieena wal moenaafieqieen; iennal laaha kaana 'alieeman Hakieemaa
33:1 O Profeet! Vrees Allah en wees niet gehoorzaam aan de ongelovigen en de hypocrieten. Voorzeker, Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).
وَّ اتَّبِعۡ مَا یُوۡحٰۤی اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرًا ۙ﴿۲﴾
Wattabie' maa yoehaaa ielaika mier Rabbiek; iennal laaha kaana biemaa ta'maloena ghabieera
33:2 Volg datgeen wat van jouw Heer aan jou is geopenbaard. Voorzeker, Allah is bekend over datgeen wat jullie doen.
وَّ تَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ ؕ وَ کَفٰی بِاللّٰہِ وَکِیۡلًا ﴿۳﴾
Wa tawakkal 'alal laah; wa kafaa biellaahie Wakieelaa
33:3 Stel jouw vertrouwen in Allah. Allah alleen is voldoende als 'Wakeel' (Degene aan wie alle zaken kan worden toevertrouwd. Hij is de ultieme Trustee, Voogd en Beheerder van alle zaken en biedt voor elke kwestie de perfecte oplossing.)
مَا جَعَلَ اللّٰہُ لِرَجُلٍ مِّنۡ قَلۡبَیۡنِ فِیۡ جَوۡفِہٖ ۚ وَ مَا جَعَلَ اَزۡوَاجَکُمُ الِّٰٓیۡٔ تُظٰہِرُوۡنَ مِنۡہُنَّ اُمَّہٰتِکُمۡ ۚ وَ مَا جَعَلَ اَدۡعِیَآءَکُمۡ اَبۡنَآءَکُمۡ ؕ ذٰلِکُمۡ قَوۡلُکُمۡ بِاَفۡوَاہِکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ یَقُوۡلُ الۡحَقَّ وَ ہُوَ یَہۡدِی السَّبِیۡلَ ﴿۴﴾
Maa dja'alal laahoe lieradjoeliem mien qalbainie fiee djawfieh; wa maa dja'ala azwaadjakoemoel laaa'iee toezaahieroena mienhoenna oemmahaatiekoem; wa maa dja'ala ad'ieyaaa'akoem abnaaa'akoem; zaaliekoem qawloekoem bie afwaa hiekoem wallaahoe yaqoeloel haqqa wa Hoewa yahdies sabieel
33:4 Allah heeft voor geen enkel mens twee harten in zijn binnenste gemaakt. Noch heeft Hij jullie vrouwen, waarvan jullie zeggen dat ze net als de ruggen van jullie moeder zijn (een uitdrukken dat ze niet wettig zijn voor geslachtsgemeenschap), als jullie moeders gemaakt. Noch heeft Hij jullie geadopteerde zonen als jullie zonen gemaakt. Dit zijn alleen woorden uit jullie monden. En Allah spreekt de waarheid, Hij leidt naar het rechte pad. (Notitie: profeet Mohammed v.z.m.h. hield veel van zijn geadopteerde zoon, Zaid, zoveel dat hij hem zelfs zoon noemde.)
اُدۡعُوۡہُمۡ لِاٰبَآئِہِمۡ ہُوَ اَقۡسَطُ عِنۡدَ اللّٰہِ ۚ فَاِنۡ لَّمۡ تَعۡلَمُوۡۤا اٰبَآءَہُمۡ فَاِخۡوَانُکُمۡ فِی الدِّیۡنِ وَ مَوَالِیۡکُمۡ ؕ وَ لَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ فِیۡمَاۤ اَخۡطَاۡتُمۡ بِہٖ ۙ وَ لٰکِنۡ مَّا تَعَمَّدَتۡ قُلُوۡبُکُمۡ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۵﴾
Oed'oehoem lie aabaaa'iehiem hoewa aqsatoe 'iendal laah; fa iellam ta'lamoeo aabaaa'ahoem fa ieghwaanoekoem fied dieenie wa mawaalieekoem; wa laisa 'alaikoem djoenaahoen fieemaaa aghtaatoem biehiee wa laakiem maa ta'ammadat qoeloeboekoem; wa kaanal laahoe Ghafoerar Rahieemaa
33:5 Noem hen (de geadopteerde kinderen) bij de namen van hun vaders. Dat is meer rechtvaardiger bij Allah. Maar als jullie hun vaders niet kennen, dan zijn het jullie broeders van 'Dien' (geloof/religie) en mensen waarover jullie gezag hebben. Echter, er rust geen schuld op jullie als jullie een fout hebben gemaakt. Echter, (er rust wel een schuld op jullie) als jullie hen roepen met de intentie (om hen te vernederen) die jullie in de harten hebben. Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar de gelovigen toe).
اَلنَّبِیُّ اَوۡلٰی بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ مِنۡ اَنۡفُسِہِمۡ وَ اَزۡوَاجُہٗۤ اُمَّہٰتُہُمۡ ؕ وَ اُولُوا الۡاَرۡحَامِ بَعۡضُہُمۡ اَوۡلٰی بِبَعۡضٍ فِیۡ کِتٰبِ اللّٰہِ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ الۡمُہٰجِرِیۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ تَفۡعَلُوۡۤا اِلٰۤی اَوۡلِیٰٓئِکُمۡ مَّعۡرُوۡفًا ؕ کَانَ ذٰلِکَ فِی الۡکِتٰبِ مَسۡطُوۡرًا ﴿۶﴾
An-Nabieyyoe awlaa biel moe'mienieena mien anfoesiehiem wa azwaadjoehoe oemmahatoehoem wa oeloel arhaamie ba'doehoem awlaa bieba'dien fiee Kietaabiel laahie mienal moe'menieena wal Moehaadjierieena iellaaa an taf'aloeo ielaaa awlieyaaa'iekoem ma'roefaa; kaana zaalieka fiel kietaabie mastoeraa
33:6 De profeet heeft (op basis van relaties en recht) een grotere aanspraak op de gelovigen dan dat zij het op henzelf hebben. Zijn vrouwen zijn (op basis van relaties als) hun moeders. Volgens de bepaling van Allah, staan de bloedverwanten dichter tot elkaar op basis van relaties, sommige meer dan de anderen (zie 4:11-13), dan (de broederschap van) de gelovigen en de 'Muhajirien' (de emigranten die van Mekka naar Medina emigreesrde). Het is alleen de vriendelijkheid die jullie als vrienden aan elkaar tonen. Dat staat vastgesteld (als wet) in het boek (Lawh Al-Mahfuz). (Notitie: zie ook 9:120)
وَ اِذۡ اَخَذۡنَا مِنَ النَّبِیّٖنَ مِیۡثَاقَہُمۡ وَ مِنۡکَ وَ مِنۡ نُّوۡحٍ وَّ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ مُوۡسٰی وَ عِیۡسَی ابۡنِ مَرۡیَمَ ۪ وَ اَخَذۡنَا مِنۡہُمۡ مِّیۡثَاقًا غَلِیۡظًا ۙ﴿۷﴾
Wa iez aghaznaa mienan Nabieyyieena mieesaaqahoem wa mien-ka wa mien Noehiew wa Ibraahieema wa Moesaa wa Eesab-nie-Maryama wa aghaznaa mienhoem mieesaaqan ghalieezaa
33:7 En (gedenk) toen Wij het verbond van de profeten accepteerden, (dus) van jou (Mohammed v.z.m.h.), van Noeh, Ibrahiem, Moesa en Isa zoon van Maryam. Wij sloten een krachtig verbond met hen.
لِّیَسۡـَٔلَ الصّٰدِقِیۡنَ عَنۡ صِدۡقِہِمۡ ۚ وَ اَعَدَّ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابًا اَلِیۡمًا ٪﴿۸﴾
Lieyas'alas saadieqieena 'an siedqiehiem; wa a'adda lielkaa fierieena 'azaaban alieemaa
33:8 Zodat Hij de mensen die streven naar de waarheid, over hun (verkondiging van de) waarheid kan ondervragen. (Wat betreft de ongelovigen,) Hij heeft voor de ongelovigen een pijnlijke straf klaar gezet.
یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اذۡکُرُوۡا نِعۡمَۃَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ اِذۡ جَآءَتۡکُمۡ جُنُوۡدٌ فَاَرۡسَلۡنَا عَلَیۡہِمۡ رِیۡحًا وَّ جُنُوۡدًا لَّمۡ تَرَوۡہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرًا ۚ﴿۹﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoez koeroe nie'matal laahie 'alaikoem iez djaaa'atkoem djoenoedoen fa arsalnaa 'alaihiem rieehaw wa djoenoedal lam tarawhaa; wa kaanal laahoe biemaa ta'maloena Basieera
33:9 O gelovigen! Gedenk de gunsten van Allah die Hij op jullie heeft geschonken, toen er legers tegen jullie kwamen. Wij zonden een wind en legers (van engelen) tegen hen, die jullie niet konden zien. Allah is Alziende over datgeen wat jullie doen.
اِذۡ جَآءُوۡکُمۡ مِّنۡ فَوۡقِکُمۡ وَ مِنۡ اَسۡفَلَ مِنۡکُمۡ وَ اِذۡ زَاغَتِ الۡاَبۡصَارُ وَ بَلَغَتِ الۡقُلُوۡبُ الۡحَنَاجِرَ وَ تَظُنُّوۡنَ بِاللّٰہِ الظُّنُوۡنَا ﴿۰۱﴾
Iz djaaa'oekoem mien fawqiekoem wa mien asfala mien-koem wa iez zaaghatiel absaaroe wa balaghatiel qoeloeboel hanaadjiera wa tazoennoena biellaahiez zoenoenaa
33:10 (Gedenk het moment) Toen ze van boven en van beneden op jullie afkwamen. De ogen waren angstig, de harten klopten in de keel, en jullie hadden twijfels over (de belofte van) Allah.
ہُنَالِکَ ابۡتُلِیَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ وَ زُلۡزِلُوۡا زِلۡزَالًا شَدِیۡدًا ﴿۱۱﴾
Hoenaaliekab toelieyal moe'mienoena wa zoelzieloe zielzaalan shadieedaa
33:11 Daar (op dat moment), werden de gelovigen beproefd en hard (door elkaar) geschud.
وَ اِذۡ یَقُوۡلُ الۡمُنٰفِقُوۡنَ وَ الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ مَّا وَعَدَنَا اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗۤ اِلَّا غُرُوۡرًا ﴿۲۱﴾
Wa iez yaqoeloel moenaafieqoena wallazieena fiee qoeloebiehiem maradoem maa wa'adanal laahoe wa Rasoeloehoeo iellaa ghoeroeraa
33:12 De hypocrieten en degenen met een ziekte in het hart, zeiden toen: "Allah heeft ons en Zijn boodschapper alleen maar waanvoorstellingen\fantasie beloofd."
وَ اِذۡ قَالَتۡ طَّآئِفَۃٌ مِّنۡہُمۡ یٰۤاَہۡلَ یَثۡرِبَ لَا مُقَامَ لَکُمۡ فَارۡجِعُوۡا ۚ وَ یَسۡتَاۡذِنُ فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمُ النَّبِیَّ یَقُوۡلُوۡنَ اِنَّ بُیُوۡتَنَا عَوۡرَۃٌ ؕۛ وَ مَا ہِیَ بِعَوۡرَۃٍ ۚۛ اِنۡ یُّرِیۡدُوۡنَ اِلَّا فِرَارًا ﴿۳۱﴾
Wa iez qaalat taaa'iefatoem mienhoem yaaa ahla Yasrieba laa moeqaamaa lakoem fardjie'oe; wa yastaazienoe farieeqoem mienhoemoen Nabieyya yaqoeloena ienna boeyoetanaa 'awrah; wa maa hieya bie'awratien iey yoerieedoena iellaa fieraaraa
33:13 Een groep (hypocrieten) zei toen: "O mensen van Yatrib (huidige Medina)! Er is voor jullie geen (aanvals\verdedigings) positie mogelijk, dus keer terug!" Een groep vroeg aan de profeet om toestemming (voor het terugkeren), zeggende: "Voorzeker, onze huizen zijn onbeschut (tegen gevaar)", terwijl ze (de huizen) niet bloot gesteld waren aan gevaar. Ze wilden alleen maar vluchten.
وَ لَوۡ دُخِلَتۡ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ اَقۡطَارِہَا ثُمَّ سُئِلُوا الۡفِتۡنَۃَ لَاٰتَوۡہَا وَ مَا تَلَبَّثُوۡا بِہَاۤ اِلَّا یَسِیۡرًا ﴿۴۱﴾
wa law doeghielat 'alaihiem mien aqtaariehaa soemma soe'ieloel fietnata la aatawhaa wa maa talabbasoe biehaaa iellaa yasieeraa
33:14 En als het (Yatrib) (door de vijand) vanuit alle kanten binnen was gedrongen, en vervolgens werden ze gedwongen tot het begaan van verraad (het accepteren van polytheïsme), dan hadden ze het zeker gedaan/geaccepteerd zonder al te veel erover te twijfelen.
وَ لَقَدۡ کَانُوۡا عَاہَدُوا اللّٰہَ مِنۡ قَبۡلُ لَا یُوَلُّوۡنَ الۡاَدۡبَارَ ؕ وَ کَانَ عَہۡدُ اللّٰہِ مَسۡـُٔوۡلًا ﴿۵۱﴾
Wa laqad kaanoe 'aahadoel laaha mien qabloe laa yoewal loenal adbaar; wa kaana 'ahdoel laahie mas'oelaa
33:15 Waarlijk zij hadden eerder beloofd aan Allah, dat ze niet hun ruggen zouden keren (niet zouden vluchten). (Weet dat) Over de belofte die gedaan is aan Allah, zal worden ondervraagd.
قُلۡ لَّنۡ یَّنۡفَعَکُمُ الۡفِرَارُ اِنۡ فَرَرۡتُمۡ مِّنَ الۡمَوۡتِ اَوِ الۡقَتۡلِ وَ اِذًا لَّا تُمَتَّعُوۡنَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۶۱﴾
Qoel lay yanfa'akoemoel fieraaroe ien farartoem mienal mawtie awiel qatlie wa iezal laa toematta'oena iellaa qalieelaa
33:16 Zeg (Mohammed v.z.m.h.): "Nooit zal het vluchten jullie voordeel bieden. Als jullie vluchten voor de dood of het gevecht, dan zullen jullie alleen maar een beetje kunnen genieten." (Notitie: de dood is vastgesteld voor iedereen, zie 3:145.)
قُلۡ مَنۡ ذَا الَّذِیۡ یَعۡصِمُکُمۡ مِّنَ اللّٰہِ اِنۡ اَرَادَ بِکُمۡ سُوۡٓءًا اَوۡ اَرَادَ بِکُمۡ رَحۡمَۃً ؕ وَ لَا یَجِدُوۡنَ لَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَلِیًّا وَّ لَا نَصِیۡرًا ﴿۷۱﴾
Qoel man zal laziee ya'siemoekoem mienal laahie ien araada biekoem soeo'an aw araada biekoem rahmah; wa laa yadjiedoena lahoem mien doeniel laahie walieyyaw wa laa nasieeraa
33:17 Zeg: "Wie kan jullie beschermen tegen Allah indien Hij kwaad tegen jullie wil of (wie kan Hem tegenhouden) indien Hij barmhartigheid voor jullie wil? Ze zullen naast Allah, voor hunzelf niet in staat zijn om een beschermer, noch helper te vinden.
قَدۡ یَعۡلَمُ اللّٰہُ الۡمُعَوِّقِیۡنَ مِنۡکُمۡ وَ الۡقَآئِلِیۡنَ لِاِخۡوَانِہِمۡ ہَلُمَّ اِلَیۡنَا ۚ وَ لَا یَاۡتُوۡنَ الۡبَاۡسَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۸۱﴾
Qad ya'lamoel laahoel moe'awwieqieena mien-koem walqaaa'ielieena lie ieghwaaniehiem haloemma ielainaa, wa laa yaatoenal baasa iellaa qalieelaa
33:18 Waarlijk, Allah kent degenen onder jullie die tegenwerken (voor het deelnemen aan het gevecht) en (ook) degenen (hypocrieten) die tegen hun broeders zeggen: "Kom met ons mee", terwijl ze zelf alleen maar een klein beetje deelnemen aan het gevecht. (Notitie: zie ook 3:156.)
اَشِحَّۃً عَلَیۡکُمۡ ۚۖ فَاِذَا جَآءَ الۡخَوۡفُ رَاَیۡتَہُمۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَیۡکَ تَدُوۡرُ اَعۡیُنُہُمۡ کَالَّذِیۡ یُغۡشٰی عَلَیۡہِ مِنَ الۡمَوۡتِ ۚ فَاِذَا ذَہَبَ الۡخَوۡفُ سَلَقُوۡکُمۡ بِاَلۡسِنَۃٍ حِدَادٍ اَشِحَّۃً عَلَی الۡخَیۡرِ ؕ اُولٰٓئِکَ لَمۡ یُؤۡمِنُوۡا فَاَحۡبَطَ اللّٰہُ اَعۡمَالَہُمۡ ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرًا ﴿۹۱﴾
Ashiehhatan 'alaikoem faizaa djaaa'al ghawfoe ra aytahoem yanzoeroena ielaika tadoeroe a'yoenoehoem kallaziee yoeghshaa 'alaihie mienal mawtie fa iezaa zahabal ghawfoe salqoekoem bie alsienatien hiedaadien ashiehhatan 'alal ghayr; oelaaa'ieka lam yoe'mienoe fa ahbatal laahoe a'maalahoem; wa kaana zaalieka 'alal laahie yasieeraa
33:19 Zij zijn afhoudend en gierig naar jullie toe. Echter, wanneer de angst (van het strijden) komt, dan zie je hen naar jullie kijken (vragend om hulp) met draaiende ogen net als degenen die flauwvalt voor de dood. Maar wanneer de angst weg is, dan stoten ze jullie af met scherpe woorden vanwege de gierigheid voor het goede (zoals de oorlogsbuit). Dat zijn degenen die niet geloven. Allah heeft dus hun daden waardeloos gemaakt. Dat is voor Allah makkelijk.
یَحۡسَبُوۡنَ الۡاَحۡزَابَ لَمۡ یَذۡہَبُوۡا ۚ وَ اِنۡ یَّاۡتِ الۡاَحۡزَابُ یَوَدُّوۡا لَوۡ اَنَّہُمۡ بَادُوۡنَ فِی الۡاَعۡرَابِ یَسۡاَلُوۡنَ عَنۡ اَنۡۢبَآئِکُمۡ ؕ وَ لَوۡ کَانُوۡا فِیۡکُمۡ مَّا قٰتَلُوۡۤا اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۰۲﴾
Yahsaboenal Ahzaaba lam yazhaboe wa iey yaatiel Ahzaaboe yawaddoe law annahoem baadoena fiel A'raabie yasaloena 'an ambaaa'iekoem wa law kaanoe fieekoem maa qaataloeo iellaa qalieela
33:20 Ze denken (na de overwinning) dat de tegenpartij (het leger van de polytheïsten dat gekomen was vanuit Mekka) zich niet (volledig) terug heeft getrokken. En als de tegenpartij zou terugkomen, dan zouden ze (vluchten en) wensen dat ze in de woestijn leefden tussen de bedoeïenen, vragend naar nieuws over jullie. En indien ze (niet vluchten en dus) onder jullie bevinden (tijdens een tegen aanval) dan zouden ze alleen maar een klein beetje vechten.
لَقَدۡ کَانَ لَکُمۡ فِیۡ رَسُوۡلِ اللّٰہِ اُسۡوَۃٌ حَسَنَۃٌ لِّمَنۡ کَانَ یَرۡجُوا اللّٰہَ وَ الۡیَوۡمَ الۡاٰخِرَ وَ ذَکَرَ اللّٰہَ کَثِیۡرًا ﴿۱۲﴾
Laqad kaana lakoem fiee Rasoeliel laahie oeswatoen hasanatoel lieman kaana yardjoel laaha wal yawmal Aaghiera wa zakaral laaha kasieeraa
33:21 Waarlijk, de boodschapper van Allah is een uitstekend voorbeeld voor degene die verlangt naar Allah en (naar de beloning op) de laatste dag en die Allah vaak gedenkt.
وَ لَمَّا رَاَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ الۡاَحۡزَابَ ۙ قَالُوۡا ہٰذَا مَا وَعَدَنَا اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗ وَ صَدَقَ اللّٰہُ وَ رَسُوۡلُہٗ ۫ وَ مَا زَادَہُمۡ اِلَّاۤ اِیۡمَانًا وَّ تَسۡلِیۡمًا ﴿۲۲﴾
Wa lammaa ra al moe'mienoenal Ahzaaba qaaloe haazaa maa wa'adanal laahoe wa Rasoeloeh; wa sadaqal laahoe wa Rasoeloeh; wa maa zaadahoem iellaaa ieemaanaw wa taslieemaa
33:22 En toen de gelovigen de tegenpartij (het leger van de polytheïsten) zagen, zeiden ze: "Dit is wat Allah en Zijn boodschapper ons heeft beloofd. Allah en Zijn boodschapper spraken de waarheid." Het deed hen toenemen in geloof en onderwerping (aan Allah).
مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ رِجَالٌ صَدَقُوۡا مَا عَاہَدُوا اللّٰہَ عَلَیۡہِ ۚ فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ قَضٰی نَحۡبَہٗ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّنۡتَظِرُ ۫ۖ وَ مَا بَدَّلُوۡا تَبۡدِیۡلًا ﴿۳۲﴾
Mienal moe'mienieena riedjaaloen sadaqoe maa 'aahadoel laaha 'alaihie famienhoem man qadaa nahbahoe wa mienhoem may yantazieroe wa maa baddaloe tabdieelaa
33:23 Onder de gelovigen zijn er mannen die het verbond met Allah trouw blijven. Van hen zijn er die hun trouwheid (tot aan de dood) hebben bewezen en andere die nog wachten (op de dood/martelaarschap), echter ze veranderen in geen enkel opzichte (van intentie/gedrag en blijven trouw aan Allah).
لِّیَجۡزِیَ اللّٰہُ الصّٰدِقِیۡنَ بِصِدۡقِہِمۡ وَ یُعَذِّبَ الۡمُنٰفِقِیۡنَ اِنۡ شَآءَ اَوۡ یَتُوۡبَ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۴۲﴾
Lie yadjzieyal aahoes saadieqieena biesiedqiehiem wa yoe'azziebal moenaafieqieena ien shaaa'a aw yatoeba 'alaihiem; iennal laaha kaana Ghafoerar Rahieemaa
33:24 Zodat Allah degenen die oprecht zijn, beloont voor hun oprechtheid (m.b.t. het verbond met Allah) en de hypocrieten straft als Hij het wil of hen genadigt. Voorzeker, Allah is Al-Gafoer de (meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).
وَ رَدَّ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِغَیۡظِہِمۡ لَمۡ یَنَالُوۡا خَیۡرًا ؕ وَ کَفَی اللّٰہُ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ الۡقِتَالَ ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ قَوِیًّا عَزِیۡزًا ﴿۵۲﴾
Wa raddal laahoel lazieena kafaroe bieghaiziehiem lam yanaaloe ghairaa; wa kafal laahoel moe'mienieenal qietaal; wa kaanal laahoe Qawieyyan 'Azieezaa
33:25 En Allah stuurde de ongelovigen met lege handen terug, hun harten ziedend van woede. Allah is voldoende (als enige helper) voor de gelovigen tijdens de strijd. Allah is Al-Qawiy (Degene Die boven alle beperkingen staat. Zijn kracht is oppermachtig, onbeperkt en onuitputtelijk), Al-Aziz (de Almachtige).
وَ اَنۡزَلَ الَّذِیۡنَ ظَاہَرُوۡہُمۡ مِّنۡ اَہۡلِ الۡکِتٰبِ مِنۡ صَیَاصِیۡہِمۡ وَ قَذَفَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمُ الرُّعۡبَ فَرِیۡقًا تَقۡتُلُوۡنَ وَ تَاۡسِرُوۡنَ فَرِیۡقًا ﴿۶۲﴾
Wa anzalal lazieena zaaha roehoem mien Ahliel Kietaabie mien sa yaasieehiem wa qazafa fiee qoeloebiehiemm moer roe'ba farieeqan taqtoeloena wa taasieroena farieeqaaa
33:26 Hij deed de mensen van het boek (de Joden\christenen) die hen (de ongelovigen) ondersteunden (tijdens het gevecht), afdalen uit hun forten\bouwwerken die gebouwd waren ter verdediging en wierp angst in hun harten. Jullie doodde een groep (van hen) en een andere groep namen jullie gevangen. (Notitie: zie ook 59:2)
وَ اَوۡرَثَکُمۡ اَرۡضَہُمۡ وَ دِیَارَہُمۡ وَ اَمۡوَالَہُمۡ وَ اَرۡضًا لَّمۡ تَطَـُٔوۡہَا ؕ وَ کَانَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرًا ﴿۷۲﴾
Wa awrasakoem ardahoem wa dieyaarahoem wa amwaalahoem wa ardal lam tata'oehaa; wa kaanal laahoe 'alaa koellie shai'ien Qadieeraa
33:27 Hij (Allah) liet jullie hun land, hun huizen, hun eigendommen en een land dat jullie nog niet betreden hadden, erven. Allah is Almachtig op elk gebied.
یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ قُلۡ لِّاَزۡوَاجِکَ اِنۡ کُنۡـتُنَّ تُرِدۡنَ الۡحَیٰوۃَ الدُّنۡیَا وَ زِیۡنَتَہَا فَتَعَالَیۡنَ اُمَتِّعۡکُنَّ وَ اُسَرِّحۡکُنَّ سَرَاحًا جَمِیۡلًا ﴿۸۲﴾
Yaaa aiyoehan Nabieyyoe qoel lie azwaadjieka ien koentoenna toeriednal hayaatad doenyaa wa zieenatahaa fata'aalaina oemattie'koenna wa oesarriehkoenna saraahan djamieela
33:28 O profeet! Zeg tegen jouw echtgenotes: "Als jullie het wereldse leven en zijn versieringen wensen, kom dan, ik zal jullie ervan verschaffen en jullie vrij laten op een goede\eervolle\mooie manier."
وَ اِنۡ کُنۡـتُنَّ تُرِدۡنَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ الدَّارَ الۡاٰخِرَۃَ فَاِنَّ اللّٰہَ اَعَدَّ لِلۡمُحۡسِنٰتِ مِنۡکُنَّ اَجۡرًا عَظِیۡمًا ﴿۹۲﴾
Wa ien koentoenna toeriednal laaha wa Rasoelahoe wad Daaral Aaghierata fa iennal laaha a'adda liel moehsienaatie mien koenna adjdjran 'azieemaa
33:29 "Maar als jullie (het aangezicht van) Allah, (de tevredenheid van) Zijn boodschapper en (de beloning van) het huis in het Hiernamaals wensen, voorzeker, (weet dan dat) Allah voor jullie (echtgenotes van de profeet v.z.m.) die goed doen een zeer grote beloning heeft klaar gezet."
یٰنِسَآءَ النَّبِیِّ مَنۡ یَّاۡتِ مِنۡکُنَّ بِفَاحِشَۃٍ مُّبَیِّنَۃٍ یُّضٰعَفۡ لَہَا الۡعَذَابُ ضِعۡفَیۡنِ ؕ وَ کَانَ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرًا ﴿۰۳﴾
Yaa niesaaa'an Nabieyyie may yaatie mien-koenna biefaa hieshatiem moebaiyienatiey yoedaa'af lahal 'azaaboe die'fain wa kaana zaalieka 'alal laahie yasieera (21)
33:30 O echtgenotes van de profeet (Mohammed v.z.m.h.)! Wie van jullie een duidelijke zedeloosheid begaat, dan zal de straf voor haar worden verdubbeld. Dat is voor Allah makkelijk.
www.heiligekoran.nl