سَیَقُوۡلُ السُّفَہَآءُ مِنَ النَّاسِ مَا وَلّٰىہُمۡ عَنۡ قِبۡلَتِہِمُ الَّتِیۡ کَانُوۡا عَلَیۡہَا ؕ قُلۡ لِّلّٰہِ الۡمَشۡرِقُ وَ الۡمَغۡرِبُ ؕ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۲۴۱﴾
Sayaqoeloes soefahaaa'oe mienan naasie maa wallaahoem 'an Qieblatiehiemoel latiee kaanoe 'alaihaa; qoel liellaahiel mashrieqoe walmaghrieb; yahdiee may yashaaa'oe ielaa Sieraatiem Moestaqieem
2:142 De dwazen onder de mensen zullen zeggen: "Wat heeft hen zich doen afkeren van hun "Qiblah" (gebedsrichting) die ze eerst hanteerde?" Zeg: Aan Allah behoort het oosten en het westen. Hij leidt wie Hij wil naar een rechte pad".
وَ کَذٰلِکَ جَعَلۡنٰکُمۡ اُمَّۃً وَّسَطًا لِّتَکُوۡنُوۡا شُہَدَآءَ عَلَی النَّاسِ وَ یَکُوۡنَ الرَّسُوۡلُ عَلَیۡکُمۡ شَہِیۡدًا ؕ وَ مَا جَعَلۡنَا الۡقِبۡلَۃَ الَّتِیۡ کُنۡتَ عَلَیۡہَاۤ اِلَّا لِنَعۡلَمَ مَنۡ یَّتَّبِعُ الرَّسُوۡلَ مِمَّنۡ یَّنۡقَلِبُ عَلٰی عَقِبَیۡہِ ؕ وَ اِنۡ کَانَتۡ لَکَبِیۡرَۃً اِلَّا عَلَی الَّذِیۡنَ ہَدَی اللّٰہُ ؕ وَ مَا کَانَ اللّٰہُ لِیُضِیۡعَ اِیۡمَانَکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِالنَّاسِ لَرَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۳۴۱﴾
Wa kazaalieka dja'alnaakoem oemmataw wasatal lietakoenoe shoehadaaa'a 'alan naasie wa yakoenar Rasoeloe 'alaikoem shahieedaa; wa maa dja'alnal qieblatal latiee koenta 'alaihaaa iellaa liena'lama may yattabie'oer Rasoela miemmay yanqalieboe 'alaa 'aqiebayh; wa ien kaanat lakabieeratan iellaa 'alal lazieena hadal laah; wa maa kaanal laahoe lieyoediee'a ieemaanakoem; iennal laaha biennaasie la Ra'oefoer Rahieem
2:143 Daarom maakten Wij jullie tot een volk dat centraal is gevestigd, zodat jullie tegen de mensheid zullen getuigen en dat de boodschapper (Mohammed v.z.m.h.) een getuige zal zijn voor jullie. En Wij hebben de "Qiblah", die jullie eerst hanteerde, alleen gemaakt om duidelijk te maken wie de boodschapper volgt en wie op zijn hielen omkeert (naar het ongeloof). Zonder twijfel, het was een zware beproeving, behalve voor degenen die geleid zijn door Allah. En Allah zal jullie geloofsovertuiging niet verloren doen gaan. Voorzeker, Allah is "Raoef" (de meest Vriendelijke), Ar-Rahiem (Barmhartig voor de gelovigen).
قَدۡ نَرٰی تَقَلُّبَ وَجۡہِکَ فِی السَّمَآءِ ۚ فَلَنُوَلِّیَنَّکَ قِبۡلَۃً تَرۡضٰہَا ۪ فَوَلِّ وَجۡہَکَ شَطۡرَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ ؕ وَ حَیۡثُ مَا کُنۡتُمۡ فَوَلُّوۡا وُجُوۡہَکُمۡ شَطۡرَہٗ ؕ وَ اِنَّ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ لَیَعۡلَمُوۡنَ اَنَّہُ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّہِمۡ ؕ وَ مَا اللّٰہُ بِغَافِلٍ عَمَّا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۴۱﴾
Qad naraa taqalloeba wadjhieka fies samaaa'ie fala noewallieyannaka qieblatan tardaahaa; fawallie wadjhaka shatral Masdjiediel haaraam; wa haisoe maa koentoem fawalloe woedjoehakoem shatrah; wa iennal lazieena oetoel Kietaaba laya'lamoena annahoel haqqoe mier Rabbiehiem; wa mal laahoe bieghaafielien 'ammaa ya'maloen
2:144 Waarlijk, Wij zagen dat je jouw gezicht keert naar de hemel. Daarom zullen Wij je toewenden naar de gebedsrichting die jou behaagt. Richt je gezicht in de richting van masdjied al Haram (de heilige moskee in Mekka). En waar jullie je ook mogen bevinden richt jullie gezichten in die richting (ter aanbidding). Zonder twijfel, degenen aan wie het boek was gegeven, weten zeker dat het de waarheid van hun Heer is. Allah is bewust van datgeen wat ze doen.
وَ لَئِنۡ اَتَیۡتَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ بِکُلِّ اٰیَۃٍ مَّا تَبِعُوۡا قِبۡلَتَکَ ۚ وَ مَاۤ اَنۡتَ بِتَابِعٍ قِبۡلَتَہُمۡ ۚ وَ مَا بَعۡضُہُمۡ بِتَابِعٍ قِبۡلَۃَ بَعۡضٍ ؕ وَ لَئِنِ اتَّبَعۡتَ اَہۡوَآءَہُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَکَ مِنَ الۡعِلۡمِ ۙ اِنَّکَ اِذًا لَّمِنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵۴۱﴾
Wa la'ien ataital lazieena oetoel kietaaba biekoellie aayatiem maa tabie'oe Qieblatak; wa maaa anta bietaabie'ien Qieblatahoem; wa maa ba'doehoem bietaabie''ien Qieblata ba'd; wa la'ieniet taba'ta ahwaaa'ahoem miem ba'die maa djaaa'aka mienal 'ielmie iennaka iezal lamienaz zaaliemieen
2:145 En zelfs indien je alle tekenen geeft aan degenen aan wie het boek was gegeven, dan nog zullen ze jouw gebedsrichting niet volgen. Jij bent geen volger van hun gebedsrichting, noch zullen sommige van hen (ooit) een andere gebedsrichting volgen. En indien je hun verlangens had gevolgd, nadat de kennis tot jou is gekomen, dan zou je zeker tot de onrechtplegers behoren.
اَلَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ یَعۡرِفُوۡنَہٗ کَمَا یَعۡرِفُوۡنَ اَبۡنَآءَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ فَرِیۡقًا مِّنۡہُمۡ لَیَکۡتُمُوۡنَ الۡحَقَّ وَ ہُمۡ یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۴۱﴾
Allazieena aatainaahoemoel kietaaba ya'riefoenahoe kamaa ya'riefoena abnaaa'ahoem wa ienna farieeqam mienhoem layaktoemoenal haqqa wa hoem ya'lamoen
2:146 Degenen aan wie Wij het boek (Thora, Indjiel) hebben gegeven, herkennen hem (Mohammed) zoals ze hun eigen zonen herkennen. Zonder twijfel, een groep onder hen verbergt de waarheid ondanks dat ze het weten.
اَلۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۷۴۱﴾
Alhaqqoe mier Rabbieka falaa takoenana mienal moemtarieen
2:147 De waarheid komt van jouw Heer dus twijfel niet.
وَ لِکُلٍّ وِّجۡہَۃٌ ہُوَ مُوَلِّیۡہَا فَاسۡتَبِقُوا الۡخَیۡرٰتِ ؕ اَیۡنَ مَا تَکُوۡنُوۡا یَاۡتِ بِکُمُ اللّٰہُ جَمِیۡعًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۸۴۱﴾
Wa liekoelliew wiedjhatoen hoewa moewallieehaa fastabieqoel ghairaat; ayna maa takoenoe yaatie biekoemoellaahoe djamiee'aa; iennal laaha 'alaa koellie shai'ien qadieer
2:148 En voor een ieder is er een (gebedsrichting) richting waar hij zich naar toewendt. Dus haast jullie in het doen van het goede. Waar jullie je ook mogen bevinden, Allah zal jullie bij elkaar brengen (ter aanbidding). Zonder twijfel, Allah is Machtig (AL-Qadier) over elk iets.
وَ مِنۡ حَیۡثُ خَرَجۡتَ فَوَلِّ وَجۡہَکَ شَطۡرَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ ؕ وَ اِنَّہٗ لَلۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ ؕ وَ مَا اللّٰہُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۹۴۱﴾
Wa mien haisoe gharadjta fawallie wadjhaka shatral Masdjiediel Haraam; wa iennahoe lalhaqqoe mier Rabbiek; wa mallaahoe bieghaafielien 'ammaa ta'maloen
2:149 En waar je ook begint (ter aanbidding), keer je gezicht naar de richting van masdjied al Haram (de heilige moskee in Mekka). Het is zonder twijfel de waarheid van jouw Heer. Allah is bewust van datgeen wat jullie doen.
وَ مِنۡ حَیۡثُ خَرَجۡتَ فَوَلِّ وَجۡہَکَ شَطۡرَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ ؕ وَ حَیۡثُ مَا کُنۡتُمۡ فَوَلُّوۡا وُجُوۡہَکُمۡ شَطۡرَہٗ ۙ لِئَلَّا یَکُوۡنَ لِلنَّاسِ عَلَیۡکُمۡ حُجَّۃٌ ٭ۙ اِلَّا الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا مِنۡہُمۡ ٭ فَلَا تَخۡشَوۡہُمۡ وَ اخۡشَوۡنِیۡ ٭ وَ لِاُتِمَّ نِعۡمَتِیۡ عَلَیۡکُمۡ وَ لَعَلَّکُمۡ تَہۡتَدُوۡنَ ﴿۰۵۱﴾
Wa mien haisoe gharadjta fawallie wadjhaka shatral Masdjiediel Haraam; wa haisoe maa koentoem fawalloe woedjoehakoem shatrahoe lie'allaa yakoena liennaasie 'alaikoem hoedjdjatoen iellal lazieena zalamoe mienhoem falaa taghshawhoem waghshawniee wa lieoetiemma nie'matiee 'alaikoem wa la'allakoem tahtadoen
2:150 En waar je (Mohammed v.z.m.h.) ook begint (ter aanbidding), keer je gezicht naar de richting van masdjied al Haram. En waar jullie (gelovigen) je ook mogen bevinden, richt jullie gezichten naar die richting, zodat de mensen geen enkel argument tegen jullie kunnen hebben, behalve de misdadigers onder hen. Dus vrees hen niet, maar vrees Mij en gedenk dat ik Mij gunst voor jullie heb vervolmaakt, zodat jullie geleid kunnen worden.
کَمَاۤ اَرۡسَلۡنَا فِیۡکُمۡ رَسُوۡلًا مِّنۡکُمۡ یَتۡلُوۡا عَلَیۡکُمۡ اٰیٰتِنَا وَ یُزَکِّیۡکُمۡ وَ یُعَلِّمُکُمُ الۡکِتٰبَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ یُعَلِّمُکُمۡ مَّا لَمۡ تَکُوۡنُوۡا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۱۵۱﴾
kamaaa arsalnaa fieekoem Rasoelam mien-koem yatloe 'alaikoem aayaatiena wa yoezakkieekoem wa yoe'allie moekoemoel kietaaba wal hiekmata wa yoe'alliemoekoem maa lam takoenoe ta'lamoen
2:151 Net als (de gunst dat) Wij een boodschapper uit jullie (eigen volk) voor jullie stuurde. Die Onze verzen voorleest, die jullie reinigt, die jullie het boek, en de wijsheid (de soennah) onderwijst. En hij onderwijst jullie wat jullie niet wisten.
فَاذۡکُرُوۡنِیۡۤ اَذۡکُرۡکُمۡ وَ اشۡکُرُوۡا لِیۡ وَ لَا تَکۡفُرُوۡنِ ﴿۲۵۱﴾
Fazkoeroenieee azkoerkoem washkoeroe liee wa laa takfoeroen
2:152 Dus gedenk Mij en Ik zal jullie gedenken. En wees Mij dankbaar en wees niet ondankbaar tegen Mij.
یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اسۡتَعِیۡنُوۡا بِالصَّبۡرِ وَ الصَّلٰوۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ مَعَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۳۵۱﴾
Yaaa ayyoehal laazieena aamanoes ta'ieenoe biessabrie was Salaah; iennal laaha ma'as-saabierieen
2:153 O jullie die geloven, zoek hulp door middel van geduld en de "salaat" (contact maken met Allah, het gebed). Voorzeker, Allah is met de geduldige.
وَ لَا تَقُوۡلُوۡا لِمَنۡ یُّقۡتَلُ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ اَمۡوَاتٌ ؕ بَلۡ اَحۡیَآءٌ وَّ لٰکِنۡ لَّا تَشۡعُرُوۡنَ ﴿۴۵۱﴾
Wa laa taqoeloe liemay yoeqtaloe fiee sabieeliel laahie amwaat; bal ahyaaa'oew wa laakiel laa tash'oeroen
2:154 En zeg niet over degenen die zijn gedood (op het slagveld) op de weg van Allah: "Ze zijn dood". Nee, ze zijn levend, maar jullie kunnen het niet waarnemen.
وَ لَنَبۡلُوَنَّکُمۡ بِشَیۡءٍ مِّنَ الۡخَوۡفِ وَ الۡجُوۡعِ وَ نَقۡصٍ مِّنَ الۡاَمۡوَالِ وَ الۡاَنۡفُسِ وَ الثَّمَرٰتِ ؕ وَ بَشِّرِ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۵۵۱﴾
Wa lanabloe wannakoem bieshai'iem mienal ghawfie waldjoe'ie wa naqsiem mienal amwaalie wal anfoesie was samaraat; wa bashshieries saabierieen
2:155 En Wij zullen jullie zeker beproeven met iets van vrees, honger, met het verlies van rijkdom, levens en vruchten. Maar geef het goede nieuws aan de geduldigen.
الَّذِیۡنَ اِذَاۤ اَصَابَتۡہُمۡ مُّصِیۡبَۃٌ ۙ قَالُوۡۤا اِنَّا لِلّٰہِ وَ اِنَّاۤ اِلَیۡہِ رٰجِعُوۡنَ ﴿۶۵۱﴾
Allazieena iezaaa asaabathoem moesieebatoen qaaloeo iennaa liellaahie wa iennaaa ielaihie raadjie'oen
2:156 (Dit zijn) degenen die zeggen, wanneer een tegenspoed hen treft: (Inna lillahi wa inna ilaihi radji'oen) "Zonder twijfel, we behoren tot Allah en tot Hem zullen we zeker terugkeren".
اُولٰٓئِکَ عَلَیۡہِمۡ صَلَوٰتٌ مِّنۡ رَّبِّہِمۡ وَ رَحۡمَۃٌ ۟ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُہۡتَدُوۡنَ ﴿۷۵۱﴾
Oelaaa'ieka 'alaihiem salawaatoen mier Rabbiehiem wa rahma; wa oelaaa'ieka hoemoel moehtadoen
2:157 Op hen rusten de zegeningen en de genade van hun Heer. En ze zijn degenen die rechtgeleid zijn.
اِنَّ الصَّفَا وَ الۡمَرۡوَۃَ مِنۡ شَعَآئِرِ اللّٰہِ ۚ فَمَنۡ حَجَّ الۡبَیۡتَ اَوِ اعۡتَمَرَ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡہِ اَنۡ یَّطَّوَّفَ بِہِمَا ؕ وَ مَنۡ تَطَوَّعَ خَیۡرًا ۙ فَاِنَّ اللّٰہَ شَاکِرٌ عَلِیۡمٌ ﴿۸۵۱﴾
Innas Safaa wal-Marwata mien sha'aaa'ieriel laahie faman hadjdjal Baita awie'tamara falaa djoenaaha 'alaihie ay yattawwafa biehiemaa; wa man tatawwa'a ghairan fa iennal laaha Shaakieroen'Alieem
2:158 Voorzeker, de "Safa" en de "Marwah" behoren tot de rituelen die toegewezen zijn door Allah. Wie dus de Hadj of de Oemrah verricht bij het huis (de Kabah), er rust geen schuld op hem als hij tussen beide loopt. En wie vrijwillig goed doet, voorzeker Allah is As-Shakoer (de meest Waderende), Al-Aliem (de Alwetende).
اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡتُمُوۡنَ مَاۤ اَنۡزَلۡنَا مِنَ الۡبَیِّنٰتِ وَ الۡہُدٰی مِنۡۢ بَعۡدِ مَا بَیَّنّٰہُ لِلنَّاسِ فِی الۡکِتٰبِ ۙ اُولٰٓئِکَ یَلۡعَنُہُمُ اللّٰہُ وَ یَلۡعَنُہُمُ اللّٰعِنُوۡنَ ﴿۹۵۱﴾
Innal lazieena yaktoemoena maaa anzalnaa mienal baiyienaatie walhoedaa miem ba'die maa baiyannaahoe liennaasie fiel kietaabie oelaaa'ieka yal'anoehoemoel laahoe wa yal'anoehoemoel laa 'ienoen
2:159 Zonder twijfel, degenen die de duidelijke bewijzen en de leiding die Wij hebben geopenbaard verbergen, nadat Wij het duidelijk hebben gemaakt in het boek voor de mensen, worden vervloekt door Allah en door degenen die vloeken.(Notitie: de vloek van Allah betekent het ver verwijderd zijn van de genade van Allah. Iemand die vervloek is door Allah, zoals de satan, kan niet dicht bij Allah zijn. Er wacht een zware straf en vernedering voor hem.)
اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا وَ اَصۡلَحُوۡا وَ بَیَّنُوۡا فَاُولٰٓئِکَ اَتُوۡبُ عَلَیۡہِمۡ ۚ وَ اَنَا التَّوَّابُ الرَّحِیۡمُ ﴿۰۶۱﴾
Illal lazieena taaboe wa aslahoe wa baiyanoe fa oelaaa'ieka atoeboe 'alaihiem; wa Anat Tawwaaboer Rahieem
2:160 Behalve degenen die berouw hebben, zich verbeteren en openlijk de waarheid verkondigen. Van deze zal Ik het berouw accepteren. Ik ben At-Tawwab (de berouw Accepterende), Ar-Rahiem (meest Barmhartig voor de gelovigen).
اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ مَاتُوۡا وَ ہُمۡ کُفَّارٌ اُولٰٓئِکَ عَلَیۡہِمۡ لَعۡنَۃُ اللّٰہِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ وَ النَّاسِ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۱۶۱﴾
Innal lazieena kafaroe wamaa toe wa hoem koeffaaroen oelaaa'ieka 'alaihiem la 'natoel laahie walmalaa'iekatie wannaasie adjma'ieen
2:161 Zonder twijfel, degenen die niet geloofden en stierven terwijl ze ongelovig waren, op hen rust de vloek van Allah, van de engelen en van de gehele mensheid.
خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَا ۚ لَا یُخَفَّفُ عَنۡہُمُ الۡعَذَابُ وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۲۶۱﴾
ghaaliedieena fieeha laa yoeghaffafoe 'anhoemoel 'azaaboe wa laa hoem yoenzaroen
2:162 Zij zullen daarin voor altijd vertoeven. De straf zal niet voor hen verlicht worden, noch zal er voor hen uitstel worden verleend.
وَ اِلٰـہُکُمۡ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ۚ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ الرَّحۡمٰنُ الرَّحِیۡمُ ﴿۳۶۱﴾
Wa ielaahoekoem iellaahoew waahied, laaa ielaaha iellaa Hoewar Rahmaanoer Rahieem
2:163 En jullie 'Ilahi' (deïteit/godheid) is één deïteit/godheid. Er is geen (andere) godheid/deïteit dan Hem, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige voor iedereen, zie 1:3), Ar-Rahiem (de meest Barmhartige voor de gelovigen).
اِنَّ فِیۡ خَلۡقِ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ اخۡتِلَافِ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ وَ الۡفُلۡکِ الَّتِیۡ تَجۡرِیۡ فِی الۡبَحۡرِ بِمَا یَنۡفَعُ النَّاسَ وَ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ مِنَ السَّمَآءِ مِنۡ مَّآءٍ فَاَحۡیَا بِہِ الۡاَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِہَا وَ بَثَّ فِیۡہَا مِنۡ کُلِّ دَآبَّۃٍ ۪ وَّ تَصۡرِیۡفِ الرِّیٰحِ وَ السَّحَابِ الۡمُسَخَّرِ بَیۡنَ السَّمَآءِ وَ الۡاَرۡضِ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿۴۶۱﴾
Inna fiee ghalqies samaawaatie wal ardie waghtielaafiel lailie wannahaarie walfoelkiel latiee tadjriee fiel bahrie biemaa yanfa'oennaasa wa maaa anzalal laahoe mienas samaaa'ie miem maaa'ien fa ahyaa biehiel arda ba'da mawtiehaa wa bas sa fieehaa mien koellie daaabbatiew wa tasrieefier rieyaahie wassahaabiel moesaghgharie bainas samaaa'ie wal ardie la aayaatiel lieqawmiey ya'qieloen
2:164 Zonder twijfel, in de schepping van de hemelen en de aarde, in de afwisseling van nacht en dag, in de schepen die op zee varen waarvan de mensen voordeel van hebben, in het water wat Allah neerzendt vanuit de hemel, wat leven geeft aan de aarde na haar dood, in de verspreiding van elke bewegend wezen erop (de aarde), en in de veranderingen van winden en wolken, die onderworpen zijn tussen de hemel en de aarde, (daarin) zijn duidelijke tekenen voor een volk dat zijn verstand gebruikt.
وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یَّتَّخِذُ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اَنۡدَادًا یُّحِبُّوۡنَہُمۡ کَحُبِّ اللّٰہِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَشَدُّ حُبًّا لِّلّٰہِ ؕوَ لَوۡ یَرَی الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡۤا اِذۡ یَرَوۡنَ الۡعَذَابَ ۙ اَنَّ الۡقُوَّۃَ لِلّٰہِ جَمِیۡعًا ۙ وَّ اَنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعَذَابِ ﴿۵۶۱﴾
Wa mienan naasie may yattaghiezoe mien doeniel laahie andaaday yoehiebboenahoem kahoebbiel laahie wallazieena aamanoeo ashaddoe hoebbal liellah; wa law yaral lazieena zalamoe iez yarawnal 'azaaba annal qoewwata liellaahie djamiee'aw wa annallaaha shadieedoel 'azaab
2:165 En van de mensheid die deelgenoten aan Allah toekennen, ze houden van de afgoden zoals ze van Allah moeten houden. Maar degene die geloven zijn sterker in het houden van Allah. En als de onrechtvaardigen (het moment) zouden kunnen zien, wanneer ze de straf zullen zien, (dan zouden ze weten) dat alle macht aan Allah toebehoort en dat Allah streng is in het straffen.
اِذۡ تَبَرَّاَ الَّذِیۡنَ اتُّبِعُوۡا مِنَ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡا وَ رَاَوُا الۡعَذَابَ وَ تَقَطَّعَتۡ بِہِمُ الۡاَسۡبَابُ ﴿۶۶۱﴾
Iz tabarra al lazieenat toebie'oe mienal lazieenattaba'oe wa ra awoel 'azaaba wa taqatta'at biehiemoel asbaab
2:166 (Op de dag) wanneer degenen die gevolgd werden (de leiders, afgoden, etc.) zich afstoten van de volgelingen, zullen ze de straf zien, en alle relaties tussen hen zullen worden verbroken.
وَ قَالَ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡا لَوۡ اَنَّ لَنَا کَرَّۃً فَنَتَبَرَّاَ مِنۡہُمۡ کَمَا تَبَرَّءُوۡا مِنَّا ؕ کَذٰلِکَ یُرِیۡہِمُ اللّٰہُ اَعۡمَالَہُمۡ حَسَرٰتٍ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ مَا ہُمۡ بِخٰرِجِیۡنَ مِنَ النَّارِ ﴿۷۶۱﴾
Wa qaalal lazieenat taba'oe law anna lanaa karratan fanatabarra a mienhoem kamaa tabarra'oe miennaa; kazaalieka yoerieehiemoellaahoe a'maalahoem hasaraatien 'alaihiem wa maa hoem bieghaariedjieena mienan Naar
2:167 En de volgelingen zullen zeggen: "Was er maar voor ons een terugkeer, dan zullen wij jullie verstoten zoals jullie afstand van ons hebben genomen." Zo zal Allah hen, hun daden laten ervaren als het hebben van spijt. En ze zullen het vuur niet verlaten.
یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ کُلُوۡا مِمَّا فِی الۡاَرۡضِ حَلٰلًا طَیِّبًا ۫ۖ وَّ لَا تَتَّبِعُوۡا خُطُوٰتِ الشَّیۡطٰنِ ؕ اِنَّہٗ لَکُمۡ عَدُوٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۸۶۱﴾
Yaaa ayyoehan naasoe koeloe miemmaa fiel ardie halaalan taiyiebaw wa laa tattabie'oe ghoetoe waatiesh Shaitaan; iennahoe lakoem 'adoewwoem moebieen
2:168 O mensheid, eet het toegestane en het goede van wat op de aarde is. En volgt de voetstappen van de satan niet. Voorzeker, hij is voor jullie een duidelijke vijand.
اِنَّمَا یَاۡمُرُکُمۡ بِالسُّوۡٓءِ وَ الۡفَحۡشَآءِ وَ اَنۡ تَقُوۡلُوۡا عَلَی اللّٰہِ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۶۱﴾
Innamaa yaamoeroekoem biessoeo'ie walfahshaaa'ie wa an taqoeloe alal laahie maa laa ta'lamoen
2:169 Voorzeker, hij beveelt jullie alleen maar om het kwade en de zedeloosheid te begaan. En dat jullie iets over Allah zeggen wat jullie niet weten.
وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُمُ اتَّبِعُوۡا مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ قَالُوۡا بَلۡ نَتَّبِعُ مَاۤ اَلۡفَیۡنَا عَلَیۡہِ اٰبَآءَنَا ؕ اَوَ لَوۡ کَانَ اٰبَآؤُہُمۡ لَا یَعۡقِلُوۡنَ شَیۡئًا وَّ لَا یَہۡتَدُوۡنَ ﴿۰۷۱﴾
Wa iezaa qieela lahoemoettabie'oe maaa anzalal laahoe qaaloe bal nattabie'oe maaa alfainaa 'alaihie aabaaa'anaaa; awalaw kaana aabaaa'oehoem laa ya'qieloena shai'aw wa laa yahtadoen
2:170 En als er tot hen wordt gezegd: "Volg wat Allah heeft geopenbaard", dan zeggen ze: "Nee, wij volgen datgeen wat wij bij onze voorvaders hebben gevonden." Ondanks dat hun voorvaders niets begrepen en niet werden geleid (naar het rechte pad).
وَ مَثَلُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا کَمَثَلِ الَّذِیۡ یَنۡعِقُ بِمَا لَا یَسۡمَعُ اِلَّا دُعَآءً وَّ نِدَآءً ؕ صُمٌّۢ بُکۡمٌ عُمۡیٌ فَہُمۡ لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۷۱﴾
Wa masaloel lazieena kafaroe kamasaliel laziee yan'ieqoe biemaa laa yasma'oe iellaa doe'aaa'aw wa niedaaa'aa; soemmoem boekmoen 'oemyoen fahoem laa ya'qieloen
2:171 En de gelijkenis van de ongelovigen is als de gelijkenis van iets (bijvoorbeeld een dier) waar iemand naar schreeuwt, maar niet luistert, behalve naar (het geluid van) een roep of een kreet. Doof, stom, en blind zijn zij, daarom zullen ze niet begrijpen.
یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کُلُوۡا مِنۡ طَیِّبٰتِ مَا رَزَقۡنٰکُمۡ وَ اشۡکُرُوۡا لِلّٰہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ اِیَّاہُ تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۲۷۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe koeloe mien taiyiebaatie maa razaqnaakoem washkoeroe liellaahie ien koentoem ieyyaahoe ta'boedoen
2:172 O jullie die geloven, eet van het goede van wat Wij jullie hebben voorzien. En wees dankbaar tot Allah als jullie hem alleen (zuiver) aanbidden.
اِنَّمَا حَرَّمَ عَلَیۡکُمُ الۡمَیۡتَۃَ وَ الدَّمَ وَ لَحۡمَ الۡخِنۡزِیۡرِ وَ مَاۤ اُہِلَّ بِہٖ لِغَیۡرِ اللّٰہِ ۚ فَمَنِ اضۡطُرَّ غَیۡرَ بَاغٍ وَّ لَا عَادٍ فَلَاۤ اِثۡمَ عَلَیۡہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۳۷۱﴾
Innamaa harrama 'alaikoemoel maitata waddama wa lahmal ghienzieerie wa maaa oehiella biehiee lieghairiel laahie famanied toerra ghaira baaghiew wa laa 'aadien falaaa iesma 'alaih; iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
2:173 Hij heeft alleen maar de dode dieren, het bloed, het varkensvlees en wat toegewijd is aan iets naast Allah verboden voor jullie verklaard. Wie gedwongen wordt door noodzaak zonder ongehoorzaam te zijn en te overtreden, dan rust er geen zonde op hem. Voorzeker, Allah is Meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig.
اِنَّ الَّذِیۡنَ یَکۡتُمُوۡنَ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ مِنَ الۡکِتٰبِ وَ یَشۡتَرُوۡنَ بِہٖ ثَمَنًا قَلِیۡلًا ۙ اُولٰٓئِکَ مَا یَاۡکُلُوۡنَ فِیۡ بُطُوۡنِہِمۡ اِلَّا النَّارَ وَ لَا یُکَلِّمُہُمُ اللّٰہُ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ وَ لَا یُزَکِّیۡہِمۡ ۚۖ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۴۷۱﴾
Innal lazieena yaktoemoena maaa anzalal laahoe mienal kietaabie wa yashtaroena biehiee samanan qalieelan oelaaa'ieka maa yaakoeloena fiee boetoeniehiem iellan Naara wa laa yoekalliemoe hoemoel laahoe Yawmal Qieyaamatie wa laa yoezakkieehiem wa lahoem 'azaaboen alieem
2:174 Voorzeker, ze die verbergen van wat Allah geopenbaard heeft van het Boek, en ze kopen daarmee een kleine winst, ze vullen hun buiken alleen met vuur. En Allah zal niet tot hem spreken op de dag des oordeels, noch zal Hij hen zuiveren. En voor hen is er een pijnlijke straf.
اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ اشۡتَرَوُا الضَّلٰلَۃَ بِالۡہُدٰی وَ الۡعَذَابَ بِالۡمَغۡفِرَۃِ ۚ فَمَاۤ اَصۡبَرَہُمۡ عَلَی النَّارِ ﴿۵۷۱﴾
Oelaaa'iekal lazieenash tarawoed dalaalata bielhoedaa wal'azaaba bielmaghfierah; famaaa asbarahoem 'alan Naar
2:175 Zij zijn degenen die de dwaling hebben gekocht in plaats van de leiding en de straf in plaats van de vergiffenis (van Allah). Kijk hun geduld voor het vuur!
ذٰلِکَ بِاَنَّ اللّٰہَ نَزَّلَ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ ؕ وَ اِنَّ الَّذِیۡنَ اخۡتَلَفُوۡا فِی الۡکِتٰبِ لَفِیۡ شِقَاقٍۭ بَعِیۡدٍ ﴿۶۷۱﴾
Zaalieka bie annal laaha nazzalal kietaaba bielhaqq; wa iennal lazieenagh talafoe fiel kietaabie lafiee shieqaaqiem ba'ieed
2:176 Dat is omdat Allah het Boek geopenbaard heeft met de waarheid. En voorzeker, degene die verschillen in het Schrift verkeren in diepgaand conflict (met elkaar).
لَیۡسَ الۡبِرَّ اَنۡ تُوَلُّوۡا وُجُوۡہَکُمۡ قِبَلَ الۡمَشۡرِقِ وَ الۡمَغۡرِبِ وَ لٰکِنَّ الۡبِرَّ مَنۡ اٰمَنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ وَ الۡکِتٰبِ وَ النَّبِیّٖنَ ۚ وَ اٰتَی الۡمَالَ عَلٰی حُبِّہٖ ذَوِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنَ وَ ابۡنَ السَّبِیۡلِ ۙ وَ السَّآئِلِیۡنَ وَ فِی الرِّقَابِ ۚ وَ اَقَامَ الصَّلٰوۃَ وَ اٰتَی الزَّکٰوۃَ ۚ وَ الۡمُوۡفُوۡنَ بِعَہۡدِہِمۡ اِذَا عٰہَدُوۡا ۚ وَ الصّٰبِرِیۡنَ فِی الۡبَاۡسَآءِ وَ الضَّرَّآءِ وَ حِیۡنَ الۡبَاۡسِ ؕ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ صَدَقُوۡا ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُتَّقُوۡنَ ﴿۷۷۱﴾
Laisal bierra an toewalloe woedjoehakoem qiebalal mashrieqie walmaghriebie wa laakiennal bierra man aamana biellaahie wal yawmiel aaghierie wal malaaa 'iekatie wal kietaabie wan nabieyyieena wa aatalmaala 'alaa hoebbiehiee zawielqoerbaa walyataa maa walmasaakieena wabnas sabieelie wassaaa'ielieena wa fierrieqaabie wa aqaamas salaata wa aataz zakaata walmoefoena bie ahdiehiem iezaa 'aahadoe wasaabierieena fiel baasaaa'ie waddarraaa'ie wa hieenal baas; oelaaa'iekal lazieena sadaqoe wa oelaaa 'ieka hoemoel moettaqoen
2:177 Het is geen deugd dat jullie je gezichten naar het oosten en westen keren, maar goedheid is hij die in Allah, in de laatste dag, in de engelen, in de (heilige) Boek en in de profeten gelooft. En (daarbij) van zijn rijkdom weggeeft ,ondanks dat hij het lief heeft, aan zijn dichtstbijzijnde familieleden, aan de wezen, aan de armen, aan de reiziger, aan de bedelaars, en het gebruikt voor het vrijkopen van de slaven. En (daarnaast) het gebed verricht, en aan het verbond (belofte) houdt wanneer ze het aangaan. En die geduldig zijn tijdens het lijden of in tegenspoed of in tijden van spanningen. Dit zijn degenen die oprecht zijn en ze zijn de goedheid (henzelf).
یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کُتِبَ عَلَیۡکُمُ الۡقِصَاصُ فِی الۡقَتۡلٰی ؕ اَلۡحُرُّ بِالۡحُرِّ وَ الۡعَبۡدُ بِالۡعَبۡدِ وَ الۡاُنۡثٰی بِالۡاُنۡثٰی ؕ فَمَنۡ عُفِیَ لَہٗ مِنۡ اَخِیۡہِ شَیۡءٌ فَاتِّبَاعٌۢ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ اَدَآءٌ اِلَیۡہِ بِاِحۡسَانٍ ؕ ذٰلِکَ تَخۡفِیۡفٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ رَحۡمَۃٌ ؕ فَمَنِ اعۡتَدٰی بَعۡدَ ذٰلِکَ فَلَہٗ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۸۷۱﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoe koetieba alaikoemoel qiesaasoe fiel qatlaa alhoerroe bielhoerrie wal'abdoe biel'abdie wal oensaa biel oensaa; faman 'oefieya lahoe mien aghieehie shai'oen fattiebaa'oem bielma'roefie wa adaaa'oen ielaihie bie iehsaan; zaalieka taghfieefoem mier rabiekoem wa rahmah; famanie' tadaa ba'da zaalieka falahoe 'azaaboen alieem
2:178 O gelovigen, de Qisas (de juridische wetten van gelijkheid in vergelding) in de zaak van moord is jullie verplicht gesteld; de vrije man voor de vrije man, de slaaf voor de slaaf, en de vrouw voor de vrouw. Maar wie kwijtschelding krijgt van zijn broeder, compenseer het (de daad van kwijtschelding) voor hem door een gedefinieerd betaling (diya) die gedaan moet worden op een vriendelijke manier. Dit is een gemoedsrust en barmhartigheid (voor jullie) van jullie Heer. En voor degene die het daarna (na het accepteren van het bloedgeld) overtreedt (de veroordeelde toch doodt) is er een pijnlijke straf.
وَ لَکُمۡ فِی الۡقِصَاصِ حَیٰوۃٌ یّٰۤاُولِی الۡاَلۡبَابِ لَعَلَّکُمۡ تَتَّقُوۡنَ ﴿۹۷۱﴾
Wa lakoem fiel qiesaasie hayaatoey yaaa oeliel albaabie la 'allakoem tattaqoen
2:179 En in de Qisas (de juridische wetten van gelijkheid in vergelding) is er leven voor jullie. O bezitters van verstand, (volg het) zodat jullie de 'Taqwa' (godsvreesheid, zie 2:2) kunnen verkrijgen.
کُتِبَ عَلَیۡکُمۡ اِذَا حَضَرَ اَحَدَکُمُ الۡمَوۡتُ اِنۡ تَرَکَ خَیۡرَۨا ۚۖ الۡوَصِیَّۃُ لِلۡوَالِدَیۡنِ وَ الۡاَقۡرَبِیۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ۚ حَقًّا عَلَی الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۰۸۱﴾
Koetieba 'alaikoem iezaa hadara ahadakoemoel mawtoe ien taraka ghairaniel wasieyyatoe lielwaaliedainie wal aqrabieena bielma'roefie haqqan 'alalmoet taqieen
2:180 Voorgeschreven voor jullie is dat wanneer de dood een van jullie nadert en hij bezit nalaat, het testament voor de ouders en naaste familieleden gemaakt moet worden. Dit (moet gedaan worden) met de nodige eerlijkheid. Dit is een plicht voor de rechtvaardigen.
فَمَنۡۢ بَدَّلَہٗ بَعۡدَ مَا سَمِعَہٗ فَاِنَّمَاۤ اِثۡمُہٗ عَلَی الَّذِیۡنَ یُبَدِّلُوۡنَہٗ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۸۱﴾
Famam baddalahoe ba'da maa samie'ahoe fa iennamaaa iesmoehoe 'alallazieena yoebaddie loenah; iennallaha Samiee'oen 'Alieem
2:181 Wie dan het (testament) verandert nadat hij het heeft gehoord; de zonde rust alleen op hen die het veranderen. Voorzeker, Allah is Al-horend, Al-wetend.
فَمَنۡ خَافَ مِنۡ مُّوۡصٍ جَنَفًا اَوۡ اِثۡمًا فَاَصۡلَحَ بَیۡنَہُمۡ فَلَاۤ اِثۡمَ عَلَیۡہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۸۱﴾
Faman ghaafa miem moesien djanafan aw iesman fa aslaha bainahoem falaaa iesmaa 'alayh; iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
2:182 Maar wie een fout of een zonde vreest van de erflater en daarna verzoening tussen hen teweeg brengt, dan rust er geen zonde op hem. Allah is Vergevensgezind, meest Barmhartig.
یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کُتِبَ عَلَیۡکُمُ الصِّیَامُ کَمَا کُتِبَ عَلَی الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تَتَّقُوۡنَ ﴿۳۸۱﴾
Yaa ayyoehal lazieena aamanoe koetieba 'alaikoemoes Sieyaamoe kamaa koetieba 'alal lazieena mien qabliekoem la'allakoem tattaqoen
2:183 O gelovigen, het vasten is voor jullie verplicht gesteld, zoals het ook verplicht was gesteld aan degenen voor jullie. Zodat jullie rechtvaardig kunnen worden.
اَیَّامًا مَّعۡدُوۡدٰتٍ ؕ فَمَنۡ کَانَ مِنۡکُمۡ مَّرِیۡضًا اَوۡ عَلٰی سَفَرٍ فَعِدَّۃٌ مِّنۡ اَیَّامٍ اُخَرَ ؕ وَ عَلَی الَّذِیۡنَ یُطِیۡقُوۡنَہٗ فِدۡیَۃٌ طَعَامُ مِسۡکِیۡنٍ ؕ فَمَنۡ تَطَوَّعَ خَیۡرًا فَہُوَ خَیۡرٌ لَّہٗ ؕ وَ اَنۡ تَصُوۡمُوۡا خَیۡرٌ لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴۸۱﴾
Ayyaamam ma'doedaat; faman kaana mien-koem marieedan aw'alaa safarien fa'ieddatoem mien ayyaamien oeghar; wa 'alal lazieena yoetieeqoenahoe fiedyatoen ta'aamoe mieskieenien faman tatawwa'a ghairan fahoewa ghairoel lahoe wa an tasoemoe ghairoel lakoem ien koentoem ta'lamoen
2:184 Vast gedurende een aantal dagen. Wie van jullie ziek of op reis is, haal het aantal (gemiste dagen van het vasten) in op andere dagen. Voor degene die in staat zijn (om te vasten en niet kiezen om te vasten) is er een afkoopsom van (het betalen van) de voedsel van een arme. En het is beter voor hem als hij vrijwillig goede daden (het voeden van meerdere armen) verricht. Maar het vasten is beter voor jullie als jullie het wisten.
شَہۡرُ رَمَضَانَ الَّذِیۡۤ اُنۡزِلَ فِیۡہِ الۡقُرۡاٰنُ ہُدًی لِّلنَّاسِ وَ بَیِّنٰتٍ مِّنَ الۡہُدٰی وَ الۡفُرۡقَانِ ۚ فَمَنۡ شَہِدَ مِنۡکُمُ الشَّہۡرَ فَلۡیَصُمۡہُ ؕ وَ مَنۡ کَانَ مَرِیۡضًا اَوۡ عَلٰی سَفَرٍ فَعِدَّۃٌ مِّنۡ اَیَّامٍ اُخَرَ ؕ یُرِیۡدُ اللّٰہُ بِکُمُ الۡیُسۡرَ وَ لَا یُرِیۡدُ بِکُمُ الۡعُسۡرَ ۫ وَ لِتُکۡمِلُوا الۡعِدَّۃَ وَ لِتُکَبِّرُوا اللّٰہَ عَلٰی مَا ہَدٰىکُمۡ وَ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۵۸۱﴾
Shahroe Ramadaanallazieee oenziela fieehiel Qoer'aanoe hoedal liennaasie wa baiyienaatiem mienal hoedaa wal foerqaan; faman shahieda mien-koemoesh shahra falyasoemhoe wa man kaana marieedan aw 'alaa safarien fa'ieddatoem mien ayyaamien oeghar; yoerieedoel laahoe biekoemoel yoesra wa laa yoerieedoe biekoemoel 'oesra wa lietoekmieloel 'ieddata wa lietoekabbieroel laaha 'alaa maa hadaakoem wa la'allakoem tashkoeroen
2:185 De maand Ramadan is (de maand) waarin de Koran is geopenbaard. Het is een Leiding voor de mensheid en bevat duidelijke bewijzen van deze Leiding en de Foerqan (het onderscheid tussen goed en kwaad). Dus wie een getuige is van deze maand moet vasten. En Wie ziek of op reis is, haal het aantal (gemiste dagen) in op andere dagen. Allah wil het voor jullie makkelijk maken en niet moeilijk, zodat jullie de voorgeschreven periode compleet kan maken. En (Allah wil) dat jullie Allah verheerlijken omdat Hij jullie geleid heeft zodat jullie dankbaar kunnen zijn.
وَ اِذَا سَاَلَکَ عِبَادِیۡ عَنِّیۡ فَاِنِّیۡ قَرِیۡبٌ ؕ اُجِیۡبُ دَعۡوَۃَ الدَّاعِ اِذَا دَعَانِ ۙ فَلۡیَسۡتَجِیۡبُوۡا لِیۡ وَ لۡیُؤۡمِنُوۡا بِیۡ لَعَلَّہُمۡ یَرۡشُدُوۡنَ ﴿۶۸۱﴾
Wa iezaa sa alaka 'iebaadiee 'annniee fa ienniee qarieeboen oedjieeboe da'wataddaa'ie iezaa da'aanie falyastadjieeboe liee wal yoe'mienoe biee la'allahoem yarshoedoen
2:186 En wanneer Mijn dienaren jou vragen over Mij; Ik ben dichtbij. Ik beantwoord het smeekgebed van de smekeling wanneer hij Mij roept. Dus laat hen Mij aanroepen en in Mij geloven, zodat ze juist geleid kunnen worden.
اُحِلَّ لَکُمۡ لَیۡلَۃَ الصِّیَامِ الرَّفَثُ اِلٰی نِسَآئِکُمۡ ؕ ہُنَّ لِبَاسٌ لَّکُمۡ وَ اَنۡتُمۡ لِبَاسٌ لَّہُنَّ ؕ عَلِمَ اللّٰہُ اَنَّکُمۡ کُنۡتُمۡ تَخۡتَانُوۡنَ اَنۡفُسَکُمۡ فَتَابَ عَلَیۡکُمۡ وَ عَفَا عَنۡکُمۡ ۚ فَالۡـٰٔنَ بَاشِرُوۡہُنَّ وَ ابۡتَغُوۡا مَا کَتَبَ اللّٰہُ لَکُمۡ ۪ وَ کُلُوۡا وَ اشۡرَبُوۡا حَتّٰی یَتَبَیَّنَ لَکُمُ الۡخَیۡطُ الۡاَبۡیَضُ مِنَ الۡخَیۡطِ الۡاَسۡوَدِ مِنَ الۡفَجۡرِ۪ ثُمَّ اَتِمُّوا الصِّیَامَ اِلَی الَّیۡلِ ۚ وَ لَا تُبَاشِرُوۡہُنَّ وَ اَنۡتُمۡ عٰکِفُوۡنَ ۙ فِی الۡمَسٰجِدِ ؕ تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ فَلَا تَقۡرَبُوۡہَا ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ اٰیٰتِہٖ لِلنَّاسِ لَعَلَّہُمۡ یَتَّقُوۡنَ ﴿۷۸۱﴾
Oehiella lakoem laylatas Sieyaamier rafasoe ielaa niesaaa'iekoem; hoenna liebaasoellakoem wa antoem liebaasoellahoenn; 'aliemal laahoe annakoem koentoem taghtaanoena anfoesakoem fataaba 'alaikoem wa 'afaa 'an-koem fal'aana baashieroe hoenna wabtaghoe maa katabal laahoe lakoem; wa koeloe washraboe hattaa yatabaiyana lakoemoel ghaitoel abyadoe mienal ghaitiel aswadie mienal fadjrie soemma atiemmoes Sieyaama ielal layl; wa laa toebaashieroe hoenna wa antoem 'aakiefoena fiel masaadjied; tielka hoedoedoel laahie falaa taqraboehaa; kazaalieka yoebaiyienoel laahoe aayaatiehiee liennaasie la'allahoem yattaqoen
2:187 In de nachten van het vasten is het toegestaan om jullie vrouwen te benaderen. Zij zijn gewaad voor jullie en jullie zijn gewaad voor hen. Allah weet dat jullie jezelf bedriegen. Daarom heeft Hij zich naar jullie toe gewend (door de last te verwijderen) en Hij heeft jullie vergeven. Heb nu gemeenschap met hen en streef naar wat Allah wettig heeft verklaard. En eet en drink totdat de witte draad en de zwarte draad van de ochtendschemering voor jullie te onderscheiden is. Voltooi het vasten tot de nacht. En heb geen gemeenschap met hen (vrouwen) wanneer jullie de I'tikaf verrichten in de moskeeën. Dit zijn de grenzen bepaald door Allah, dus nadert deze (grenzen) niet. Allah maakt zijn verzen duidelijk voor de mensen, zodat ze "Taqwa" (godsvreesheid, zie 2:2) kunnen verkrijgen.
وَ لَا تَاۡکُلُوۡۤا اَمۡوَالَکُمۡ بَیۡنَکُمۡ بِالۡبَاطِلِ وَ تُدۡلُوۡا بِہَاۤ اِلَی الۡحُکَّامِ لِتَاۡکُلُوۡا فَرِیۡقًا مِّنۡ اَمۡوَالِ النَّاسِ بِالۡاِثۡمِ وَ اَنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۸۱﴾
Wa laa taakoeloe amwaalakoem bainakoem bielbaatielie wa toedloe biehaaa ielal hoekkaamie lietaakoeloe farieeqam mien amwaalien naasie biel iesmie wa antoem ta'lamoen
2:188 En eet niet op een onrechtvaardige manier van elkaars eigendommen. En breng het niet naar de macht hebbende (rechters, leiders en andere autoriteiten) zodat een deel van het bezit op een zondige wijze gegeten kan worden, terwijl jullie het weten (dat het niet aan jullie toebehoord).
یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ الۡاَہِلَّۃِ ؕ قُلۡ ہِیَ مَوَاقِیۡتُ لِلنَّاسِ وَ الۡحَجِّ ؕ وَ لَیۡسَ الۡبِرُّ بِاَنۡ تَاۡتُوا الۡبُیُوۡتَ مِنۡ ظُہُوۡرِہَا وَ لٰکِنَّ الۡبِرَّ مَنِ اتَّقٰیۚ وَ اۡتُوا الۡبُیُوۡتَ مِنۡ اَبۡوَابِہَا ۪ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۹۸۱﴾
Yas'aloenaka 'aniel ahiellatie qoel hieya mawaaqieetoe liennaasie wal Hadjdj; wa laisal bierroe bie an ta'toel boeyoeta mien zoehoeriehaa wa laakiennal bierra maniet taqaa; wa'toel boeyoeta mien abwaa biehaa; wattaqoellaaha la'allakoem toefliehoen
2:189 Ze vragen jou (Mohammed) over de nieuwe manen, zeg: "Zij zijn tekenen (voor het berekenen) van periodes voor de mensen en (voor het vaststellen van) de Hadj. En het is geen deugd dat jullie de huizen betreden vanaf de achterkant, maar de goedheid is degene die Allah vreest en de huizen via de deuren betreedt. En vreest Allah, zodat jullie succesvol kunnen zijn.
وَ قَاتِلُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ الَّذِیۡنَ یُقَاتِلُوۡنَکُمۡ وَ لَا تَعۡتَدُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ الۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۰۹۱﴾
Wa qaatieloe fiee sabieeliellaahiel lazieena yoeqaatieloenakoem wa laa ta'tadoeo; iennal laaha laa yoehiebboel moe'tadieen
2:190 En vecht op de weg van Allah tegen degenen die jullie bevechten. En overtreedt niet, voorwaar, Allah heeft de overtreders niet lief.
وَ اقۡتُلُوۡہُمۡ حَیۡثُ ثَقِفۡتُمُوۡہُمۡ وَ اَخۡرِجُوۡہُمۡ مِّنۡ حَیۡثُ اَخۡرَجُوۡکُمۡ وَ الۡفِتۡنَۃُ اَشَدُّ مِنَ الۡقَتۡلِ ۚ وَ لَا تُقٰتِلُوۡہُمۡ عِنۡدَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ حَتّٰی یُقٰتِلُوۡکُمۡ فِیۡہِ ۚ فَاِنۡ قٰتَلُوۡکُمۡ فَاقۡتُلُوۡہُمۡ ؕ کَذٰلِکَ جَزَآءُ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۹۱﴾
Waqtoeloehoem haisoe saqief toemoehoem wa aghriedjoehoem mien haisoe aghradjoekoem; walfietnatoe ashaddoe mienal qatl; wa laa toeqaatieloehoem 'iendal Masdjiediel Haraamie hattaa yaqaatieloekoem fieehie fa ien qaataloekoem faqtoeloehoem; kazaalieka djazaaa'oel kaafierieen
2:191 En dood hen waar jullie hen ook vinden en verdrijf hen vanwaar ze jullie hebben verdreven. En de onderdrukking (door hun) is erger dan het doden. En bestrijd hen niet bij de masdjid al Haram (de heilige moskee in Mekka), totdat ze met jullie daar vechten. Dus als ze jullie bevechten, dood hen. Dit is de verdiende loon voor de ongelovigen.
فَاِنِ انۡتَہَوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۹۱﴾
Fa ienienn-tahaw fa iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
2:192 Maar als ze stoppen, voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.
وَ قٰتِلُوۡہُمۡ حَتّٰی لَا تَکُوۡنَ فِتۡنَۃٌ وَّ یَکُوۡنَ الدِّیۡنُ لِلّٰہِ ؕ فَاِنِ انۡتَہَوۡا فَلَا عُدۡوَانَ اِلَّا عَلَی الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۳۹۱﴾
Wa qaatieloehoem hatta laa takoena fietnatoew wa yakoenad dieenoe liellaahie fa-ienien tahaw falaa 'oedwaana iellaa 'alaz zaaliemieen
2:193 Bevecht hen totdat er geen onderdrukking meer is en het geloof alleen aan Allah toebehoort. Als ze dan ophouden, laat er dan geen vijandschap meer zijn, behalve tegen de onrechtvaardigen.
اَلشَّہۡرُ الۡحَرَامُ بِالشَّہۡرِ الۡحَرَامِ وَ الۡحُرُمٰتُ قِصَاصٌ ؕ فَمَنِ اعۡتَدٰی عَلَیۡکُمۡ فَاعۡتَدُوۡا عَلَیۡہِ بِمِثۡلِ مَا اعۡتَدٰی عَلَیۡکُمۡ ۪ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ مَعَ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۴۹۱﴾
Ash Shahroel Haraamoe biesh Shahriel Haraamie wal hoeroemaatoe qiesaas; famanie'tadaa 'alaikoem fa'tadoe 'alaihie biemieslie ma'tadaa 'alaikoem; wattaqoel laaha wa'lamoeo annal laaha ma'al moettaqieen
2:194 De heilige maand voor de heilige maand, en voor al het geweld geldt de Qisas (de juridische wetten van gelijkheid in vergelding). Wie dan jullie aanvalt, val hem aan op de zelfde manier zoals hij jou aanviel. En vreest Allah en weet dat Allah met de moettaqoens is.
وَ اَنۡفِقُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ لَا تُلۡقُوۡا بِاَیۡدِیۡکُمۡ اِلَی التَّہۡلُکَۃِ ۚۖۛ وَ اَحۡسِنُوۡا ۚۛ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۵۹۱﴾
Wa anfieqoe fiee sabieeliel laahie wa laa toelqoe bie aydieekoem ielat tahloekatie wa ahsienoe; iennal laaha yoehiebboel moehsienieen
2:195 En besteedt op de weg van Allah en werp jullie zelf niet met jullie handen in de vernietiging. En doe goed, voorzeker Allah houdt van de weldoeners.
وَ اَتِمُّوا الۡحَجَّ وَ الۡعُمۡرَۃَ لِلّٰہِ ؕ فَاِنۡ اُحۡصِرۡتُمۡ فَمَا اسۡتَیۡسَرَ مِنَ الۡہَدۡیِ ۚ وَ لَا تَحۡلِقُوۡا رُءُوۡسَکُمۡ حَتّٰی یَبۡلُغَ الۡہَدۡیُ مَحِلَّہٗ ؕ فَمَنۡ کَانَ مِنۡکُمۡ مَّرِیۡضًا اَوۡ بِہٖۤ اَذًی مِّنۡ رَّاۡسِہٖ فَفِدۡیَۃٌ مِّنۡ صِیَامٍ اَوۡ صَدَقَۃٍ اَوۡ نُسُکٍ ۚ فَاِذَاۤ اَمِنۡتُمۡ ٝ فَمَنۡ تَمَتَّعَ بِالۡعُمۡرَۃِ اِلَی الۡحَجِّ فَمَا اسۡتَیۡسَرَ مِنَ الۡہَدۡیِ ۚ فَمَنۡ لَّمۡ یَجِدۡ فَصِیَامُ ثَلٰثَۃِ اَیَّامٍ فِی الۡحَجِّ وَ سَبۡعَۃٍ اِذَا رَجَعۡتُمۡ ؕ تِلۡکَ عَشَرَۃٌ کَامِلَۃٌ ؕ ذٰلِکَ لِمَنۡ لَّمۡ یَکُنۡ اَہۡلُہٗ حَاضِرِی الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۶۹۱﴾
Wa atiemmoel Hadjdja wal Oemarata liellaah; fain oehsiertoem famas taisara mienal hadyie walaa tahlieqoe roe'oesakoem hatta yabloeghal hadyoe mahiellah; faman kaana mien-koem marieedan aw biehieee azam mier ra'siehiee fafiedyatoem mien Sieyaamien aw sadaqatien aw noesoek; fa iezaaa amientoem faman tamatta'a biel 'Oemratie ielal Hadjdjie famastaisara mienal hadyie; famal lam yadjied fa Sieyaamoe salaasatie ayyaamien fiel Hadjdjie wa sab'atien iezaa radja'toem; tielka 'asharatoen kaamielah; zaalieka liemal lam yakoen ahloehoe haadieriel Masdjiediel Haraam; wattaqoel laaha wa'lamoe annal laaha shadieedoel'ieqaab
2:196 En voltooi de Hadj en de Umrah als gehoorzaamheid aan Allah. En als jullie verhindert zijn, offer het offerdier dat makkelijk te verkrijgen is. En scheer jullie hoofden niet totdat het offerdier zijn bestemming (slachtplaats) heeft bereikt. Degene die onder jullie ziek zijn of een aandoening heeft aan zijn hoofd, dan (is er voor hem) een afkoopsom van vasten, liefdadigheid of een ander offer. Als jullie dan veilig zijn en wie dan Tamattoe wijze heeft gedaan van de Umrah, gevolgd door de Hadj, offer wat makkelijk te verkrijgen is van een offerdier. Maar degene die niets kan vinden, dan (moet hij) drie dagen vasten gedurende de Hadj en zeven dagen na terugkomst. Dit is tien dagen in totaal. Dat is (deze regels gelden) voor degene waarvan de familieleden niet aanwezig zijn bij de de masdjied al Haram. En vreest Allah en weet dat Allah hard is in bestraffing.
اَلۡحَجُّ اَشۡہُرٌ مَّعۡلُوۡمٰتٌ ۚ فَمَنۡ فَرَضَ فِیۡہِنَّ الۡحَجَّ فَلَا رَفَثَ وَ لَا فُسُوۡقَ ۙ وَ لَا جِدَالَ فِی الۡحَجِّ ؕ وَ مَا تَفۡعَلُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ یَّعۡلَمۡہُ اللّٰہُ ؕؔ وَ تَزَوَّدُوۡا فَاِنَّ خَیۡرَ الزَّادِ التَّقۡوٰی ۫ وَ اتَّقُوۡنِ یٰۤاُولِی الۡاَلۡبَابِ ﴿۷۹۱﴾
Al-Hadjdjoe ashhoeroem ma'-loemaat; faman farada fieehiennal hadjdja falaa rafasa wa laa foesoeqa wa laa djiedaala fiel Hadjdj; wa maa taf'aloe mien ghairiey ya'lamhoel laah; wa tazawwadoe fa ienna ghairaz zaadiet taqwaa; wattaqoenie yaaa oeliel albaab
2:197 De Hadj is in de bekende maanden. Wie dan daarin de Hadj verricht, dan (is er) geen seksuele daden, geen zondigheid en geen geruzie gedurende de Hadj (voor hem). En wat jullie aan goed doen, Allah weet het. En neem levensvoorziening mee, en de beste levensvoorziening is Taqwa (godvrezendheid). En vrees Mij, O bezitters van verstand.
لَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ اَنۡ تَبۡتَغُوۡا فَضۡلًا مِّنۡ رَّبِّکُمۡ ؕ فَاِذَاۤ اَفَضۡتُمۡ مِّنۡ عَرَفٰتٍ فَاذۡکُرُوا اللّٰہَ عِنۡدَ الۡمَشۡعَرِ الۡحَرَامِ ۪ وَ اذۡکُرُوۡہُ کَمَا ہَدٰىکُمۡ ۚ وَ اِنۡ کُنۡتُمۡ مِّنۡ قَبۡلِہٖ لَمِنَ الضَّآلِّیۡنَ ﴿۸۹۱﴾
Laisa 'alaikoem djoenaahoen an tabtaghoe fad lam mier rabbiekoem; fa iezaaa afadtoem mien 'Arafaatien fazkoeroel laaha 'iendal-Mash'ariel Haraamie waz koeroehoe kamaa hadaakoem wa ien koentoem mien qabliehiee lamienad daaallieen
2:198 Op jullie rust er geen enkel zonde wanneer jullie de gunsten van jullie heer zoeken. Wanneer jullie van Arafat vertrekken, gedenk Allah bij het heilige monument (te Moedzdalifah). En gedenk Hem omdat Hij jullie geleid heeft terwijl jullie zeker daarvoor tot de dwaalden behoorden.
ثُمَّ اَفِیۡضُوۡا مِنۡ حَیۡثُ اَفَاضَ النَّاسُ وَ اسۡتَغۡفِرُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۹۹۱﴾
Soemma afieedoe mien haisoe afaadan naasoe wastagh fieroellaah; iennal laaha Ghafoer oer-Rahieem
2:199 Vervolgens vertrek van waar de mensen vertrekken en zoek vergiffenis bij Allah. Voorzeker Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.
فَاِذَا قَضَیۡتُمۡ مَّنَاسِکَکُمۡ فَاذۡکُرُوا اللّٰہَ کَذِکۡرِکُمۡ اٰبَآءَکُمۡ اَوۡ اَشَدَّ ذِکۡرًا ؕ فَمِنَ النَّاسِ مَنۡ یَّقُوۡلُ رَبَّنَاۤ اٰتِنَا فِی الدُّنۡیَا وَ مَا لَہٗ فِی الۡاٰخِرَۃِ مِنۡ خَلَاقٍ ﴿۰۰۲﴾
Fa-ieza qadaitoem manaa siekakoem fazkoeroel laaha kaziekriekoem aabaaa'akoem aw ashadda ziekraa; famienannaasie may yaqoeloe Rabbanaaa aatienaa fieddoenyaa wa maa lahoe fiel Aaghieratie mien ghalaaq
2:200 Wanneer jullie dan de Hadj rituelen voltooid hebben, gedenk Allah zoals jullie je (voor)vaders gedenken of (zelfs) nog intenser. En van de mensen die zeggen: "Onze heer geef ons in de (huidige) wereld", voor hem is er geen aandeel in het Hiernamaals.
وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّقُوۡلُ رَبَّنَاۤ اٰتِنَا فِی الدُّنۡیَا حَسَنَۃً وَّ فِی الۡاٰخِرَۃِ حَسَنَۃً وَّ قِنَا عَذَابَ النَّارِ ﴿۱۰۲﴾
Wa mienhoem may yaqoeloe rabbanaaa aatiena fied doenyaa hasanataw wa fiel aaghieratie hasanataw wa qienaa azaaban Naar
2:201 En van degenen die zeggen: "Onze Heer! Schenk ons het goede in de (huidige) wereld en het goede in het hiernamaals en red ons van de bestraffing van het vuur".
اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ نَصِیۡبٌ مِّمَّا کَسَبُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۲۰۲﴾
Oelaaa'ieka lahoem nasieeboem miemmaa kasaboe; wal laahoe sariee'oel hiesaab
2:202 Voor hen is er een aandeel in wat ze verdienen en Allah is snel in het verrekenen.
وَ اذۡکُرُوا اللّٰہَ فِیۡۤ اَیَّامٍ مَّعۡدُوۡدٰتٍ ؕ فَمَنۡ تَعَجَّلَ فِیۡ یَوۡمَیۡنِ فَلَاۤ اِثۡمَ عَلَیۡہِ ۚ وَ مَنۡ تَاَخَّرَ فَلَاۤ اِثۡمَ عَلَیۡہِ ۙ لِمَنِ اتَّقٰی ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّکُمۡ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۳۰۲﴾
Wazkoeroel laaha fieee ayyaamien ma'doedaatien; faman ta'adjdjala fiee yawmainie falaaa iesmaa 'alaihie wa man ta aghara falaaa iesma 'alayhie; liemaniet-taqaa; wattaqoel laaha wa'lamoeo annakoem ielaihie toehsharoen
2:203 En gedenk Allah gedurende de vastgestelde dagen (het verblijf in Mina). Maar als iemand zich haast om te vertrekken in twee dagen, er rust geen zonde op hem als hij Allah vreest. En vrees Allah en weet dat jullie tot Hem verzameld zullen worden.
وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یُّعۡجِبُکَ قَوۡلُہٗ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ یُشۡہِدُ اللّٰہَ عَلٰی مَا فِیۡ قَلۡبِہٖ ۙ وَ ہُوَ اَلَدُّ الۡخِصَامِ ﴿۴۰۲﴾
Wa mienan naasie may yoe'djieboeka qawloehoe fiel hayaatied doenyaa wa yoeshhiedoel laaha 'alaa maa fiee qalbiehiee wa hoewa aladdoelghiesaam
2:204 En in het wereldse leven is er een type mens die jou behaagt met zijn toespraak/woorden. En hij roept Allah als getuige op over wat in zijn hart is, terwijl hij de meest agressieve van de vijanden is.
وَ اِذَا تَوَلّٰی سَعٰی فِی الۡاَرۡضِ لِیُفۡسِدَ فِیۡہَا وَ یُہۡلِکَ الۡحَرۡثَ وَ النَّسۡلَ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یُحِبُّ الۡفَسَادَ ﴿۵۰۲﴾
Wa iezaa tawallaa sa'aa fiel ardie lieyoefsieda fieeha wa yoehliekal harsa wannasl; wallaahoe laa yoehiebboel fasaad
2:205 En wanneer hij macht heeft, probeert hij verderf op aarde te spreiden en vernietigt hij de gewassen en het vee. En Allah houdt niet van verderf.
وَ اِذَا قِیۡلَ لَہُ اتَّقِ اللّٰہَ اَخَذَتۡہُ الۡعِزَّۃُ بِالۡاِثۡمِ فَحَسۡبُہٗ جَہَنَّمُ ؕ وَ لَبِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿۶۰۲﴾
Wa iezaa qieela lahoettaqiel laaha aghazathoel iezzatoe biel-iesm; fahasboehoe djahannam; wa labie'sal miehaad
2:206 En wanneer tot hem wordt gezegd: "Vreest Allah," dan leidt zijn hoogmoed hem tot (meer) zonden. De hel is geschikt voor hem (als straf). Het is een zeer slechte rustplaats.
وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یَّشۡرِیۡ نَفۡسَہُ ابۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ رَءُوۡفٌۢ بِالۡعِبَادِ ﴿۷۰۲﴾
Wa mienan naasie may yashriee nafsahoeb tieghaaa'a mardaatiel laah; wallaahoe ra'oefoem biel'iebaad
2:207 En van de mensen is er een type die zichzelf verkoopt om Allah's behagen te zoeken. En Allah is vol van goedheid voor Zijn dienaren.
یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا ادۡخُلُوۡا فِی السِّلۡمِ کَآفَّۃً ۪ وَ لَا تَتَّبِعُوۡا خُطُوٰتِ الشَّیۡطٰنِ ؕ اِنَّہٗ لَکُمۡ عَدُوٌّ مُّبِیۡنٌ ﴿۸۰۲﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoed ghoeloe fies sielmie kaaaffataw wa laa tattabie'oe ghoetoewaatiesh Shaitaan; iennahoe lakoem 'adoewwoem moebieen
2:208 O jullie die geloven, betreedt de volledige overgave tot Allah, en volgt niet de voetstappen van de satan. Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand.
فَاِنۡ زَلَلۡتُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡکُمُ الۡبَیِّنٰتُ فَاعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۹۰۲﴾
Fa ien zalaltoem mienba'die maa djaaa'atkoemoel baiyienaatoe fa'lamoe annallaaha 'Azieezoen hakieem
2:209 Als jullie dan uitglijden nadat de duidelijke bewijzen tot jullie zijn gekomen, weet dan dat Allah Almachtig, Alwijs is.
ہَلۡ یَنۡظُرُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ یَّاۡتِیَہُمُ اللّٰہُ فِیۡ ظُلَلٍ مِّنَ الۡغَمَامِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ وَ قُضِیَ الۡاَمۡرُ ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ تُرۡجَعُ الۡاُمُوۡرُ ﴿۰۱۲﴾
Hal yanzoeroena iellaaa ay ya'tieya hoemoel laahoe fiee zoelaliem mienal ghamaamie walmalaaa'iekatoe wa qoedieyal amr; wa ielal laahie toerdja'oel oemoer
2:210 Wachten ze af totdat Allah en de engelen in schaduwen van wolken tot hen komen en de zaak dan besloten is? En tot Allah worden al alle zaken teruggebracht.
سَلۡ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ کَمۡ اٰتَیۡنٰہُمۡ مِّنۡ اٰیَۃٍۭ بَیِّنَۃٍ ؕ وَ مَنۡ یُّبَدِّلۡ نِعۡمَۃَ اللّٰہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡہُ فَاِنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۱۱۲﴾
Sal Baniee Israaa'ieela kam aatainaahoem mien aayatiem baiyienah; wa may yoebaddiel nie'matal laahie miem ba'die maa djaaa'athoe fa iennallaaha shadieedoel'ieqaab
2:211 Vraag aan de Kinderen van Israël, hoeveel duidelijke tekenen Wij hen gaven. En wie de gunsten van Allah verandert, nadat het tot hem gekomen is, dan voorzeker, Allah is hard in het straffen.
زُیِّنَ لِلَّذِیۡنَ کَفَرُوا الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا وَ یَسۡخَرُوۡنَ مِنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ۘ وَ الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا فَوۡقَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ وَ اللّٰہُ یَرۡزُقُ مَنۡ یَّشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۲۱۲﴾
Zoeyyiena liellazieena kafaroel hayaatoed doenyaa wa yasgharoena mienal lazieena aamanoe; wallazieenat taqaw fawqahoem yawmal Qieyaamah; wallaahoe yarzoeqoe may yashaaa'oe bieghairie hiesaab;
2:212 Het wereldse leven is schoonschijnend gemaakt voor degene die niet geloven. Ze bespotten de gelovigen (gedurende het wereldse leven). Degenen die Allah vrezen, ze zullen boven hen (in rang) zijn op de Dag van wederopstanding. En Allah verschaft aan wie Hij wil zonder enige maat.
کَانَ النَّاسُ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً ۟ فَبَعَثَ اللّٰہُ النَّبِیّٖنَ مُبَشِّرِیۡنَ وَ مُنۡذِرِیۡنَ ۪ وَ اَنۡزَلَ مَعَہُمُ الۡکِتٰبَ بِالۡحَقِّ لِیَحۡکُمَ بَیۡنَ النَّاسِ فِیۡمَا اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ ؕ وَ مَا اخۡتَلَفَ فِیۡہِ اِلَّا الَّذِیۡنَ اُوۡتُوۡہُ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡہُمُ الۡبَیِّنٰتُ بَغۡیًۢا بَیۡنَہُمۡ ۚ فَہَدَی اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لِمَا اخۡتَلَفُوۡا فِیۡہِ مِنَ الۡحَقِّ بِاِذۡنِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۳۱۲﴾
Kaanan naasoe oemmataw waahiedatan fab'asal laahoen Nabieyyieena moebashshierieena wa moenzierieena wa anzala ma'ahoemoel kietaaba bielhaqqie lieyahkoema bainan naasie fieemagh talafoe fieeh; wa magh talafa fieehie 'iellallazieena oetoehoe miem ba'die maa djaaa'athoemoel baiyienaatoe baghyam bainahoem fahadal laahoel lazieena aamanoe liemagh talafoe fieehie mienal haqqie bie ieznieh; wallaahoe yahdiee may yashaaa'oe ielaa Sieraatiem Moestaqieem
2:213 De mensheid was een enkel volk. Daarna deed Allah profeten opstaan als verkonders van het goede nieuws (het paradijs) en als waarschuwers. (Allah) zond met hen het Boek in waarheid om tussen de mensen te oordelen waarin ze verschilden. De mensen van het boek verschillenden er alleen in uit baghyan (het tiranniseren van elkaar voor het verkrijgen van macht), ondanks dat de duidelijke bewijzen tot hen was gekomen. En Allah leidde, door zijn barmhartigheid, de gelovigen naar de waarheid met betrekking tot datgeen waarin ze verschilden. En Allah leidt wie Hij wil naar het rechte pad.
اَمۡ حَسِبۡتُمۡ اَنۡ تَدۡخُلُوا الۡجَنَّۃَ وَ لَمَّا یَاۡتِکُمۡ مَّثَلُ الَّذِیۡنَ خَلَوۡا مِنۡ قَبۡلِکُمۡ ؕ مَسَّتۡہُمُ الۡبَاۡسَآءُ وَ الضَّرَّآءُ وَ زُلۡزِلُوۡا حَتّٰی یَقُوۡلَ الرَّسُوۡلُ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مَعَہٗ مَتٰی نَصۡرُ اللّٰہِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ نَصۡرَ اللّٰہِ قَرِیۡبٌ ﴿۴۱۲﴾
Am hasiebtoem an tadghoeloel djannata wa lammaa yaa-tiekoem masaloel lazieena ghalaw mien qabliekoem massathoemoel baasaaa'oe waddarraaaa'oe wa zoelzieloe hattaa yaqoelar Rasoeloe wallazieena aamanoe ma'ahoe mataa nasroel laah; alaaa ienna nasral laahie qarieeb
2:214 Of denken jullie dat jullie het Paradijs zullen betreden, terwijl het gelijke (in beproeving) die vroegere ondervonden, nog niet tot jullie gekomen is? Ze werden geraakt door problemen en tegenspoed. En ze werden geschud totdat de boodschapper en de gelovigen met hem, zeiden: "Wanneer zal de hulp van Allah komen". Zonder enig twijfel, voorzeker, hulp van Allah is nabij.
یَسۡـَٔلُوۡنَکَ مَا ذَا یُنۡفِقُوۡنَ ۬ؕ قُلۡ مَاۤ اَنۡفَقۡتُمۡ مِّنۡ خَیۡرٍ فَلِلۡوَالِدَیۡنِ وَ الۡاَقۡرَبِیۡنَ وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنِ وَ ابۡنِالسَّبِیۡلِ ؕ وَ مَا تَفۡعَلُوۡا مِنۡ خَیۡرٍ فَاِنَّ اللّٰہَ بِہٖ عَلِیۡمٌ ﴿۵۱۲﴾
Yas'aloenaka maazaa yoenfieqoena qoel maaa anfaqtoem mien ghairien faliel waaliedainie wal aqrabieena walyataamaa wal masaakieenie wabnies sabieel; wa maa taf'aloe mien ghairien fa iennal laaha biehiee 'Alieem
2:215 Ze vragen jou wat ze moeten besteden (aan liefdadigheid). Zeg: "Geef iets van het goede aan de ouders, de bloedverwanten, de wezen, de behoeftige of de reiziger (in nood). En wat jullie ook doen van het goede, voorzeker, Allah is Alwetend.
کُتِبَ عَلَیۡکُمُ الۡقِتَالُ وَ ہُوَ کُرۡہٌ لَّکُمۡ ۚ وَ عَسٰۤی اَنۡ تَکۡرَہُوۡا شَیۡئًا وَّ ہُوَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ ۚ وَ عَسٰۤی اَنۡ تُحِبُّوۡا شَیۡئًا وَّ ہُوَ شَرٌّ لَّکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۱۲﴾
Koetieba alaikoemoelqietaaloe wa hoewa koerhoellakoem wa 'asaaa an takrahoe shai'aw wa hoewa ghairoellakoem wa 'asaaa an toehiebbo shai'aw wa hoewa sharroellakoem; wallaahoe ya'lamoe wa antoem laa ta'lamoen
2:216 Het vechten is jullie voorgeschreven, ondanks dat jullie er een hekel aan hebben. Maar misschien hebben jullie afkeer van iets, terwijl het goed voor jullie is. En misschien houden jullie van iets terwijl het slecht voor jullie is. En Allah weet terwijl jullie niet weten.
یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ الشَّہۡرِ الۡحَرَامِ قِتَالٍ فِیۡہِ ؕ قُلۡ قِتَالٌ فِیۡہِ کَبِیۡرٌ ؕ وَ صَدٌّ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ کُفۡرٌۢ بِہٖ وَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ ٭ وَ اِخۡرَاجُ اَہۡلِہٖ مِنۡہُ اَکۡبَرُ عِنۡدَ اللّٰہِ ۚ وَ الۡفِتۡنَۃُ اَکۡبَرُ مِنَ الۡقَتۡلِ ؕ وَ لَا یَزَالُوۡنَ یُقَاتِلُوۡنَکُمۡ حَتّٰی یَرُدُّوۡکُمۡ عَنۡ دِیۡنِکُمۡ اِنِ اسۡتَطَاعُوۡا ؕ وَ مَنۡ یَّرۡتَدِدۡ مِنۡکُمۡ عَنۡ دِیۡنِہٖ فَیَمُتۡ وَ ہُوَ کَافِرٌ فَاُولٰٓئِکَ حَبِطَتۡ اَعۡمَالُہُمۡ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۷۱۲﴾
Yas'aloenaka 'aniesh Shahriel Haraamie qietaalien fieehie qoel qietaaloen fieehie kabieeroew wa saddoen 'an sabieeliel laahie wa koefroem biehiee wal Masdjiediel Haraamie wa ieghraadjoe ahliehiee mienhoe akbaroe 'iendal laah; walfietnatoe akbaroe mienal qatl; wa laa yazaaloena yoeqaatieloenakoem hatta yaroeddoekoem 'an dieeniekoem ienies tataa'oe; wa may yartadied mien-koem 'an dieeniehiee fayamoet wahoewa kaafieroen fa oelaaa'ieka habietat a'maaloehoem fied doenyaa wal aaghieratie wa oelaaa'ieka ashaaboen Naarie hoem fieehaa ghaaliedoen
2:217 Ze vragen jou over het vechten in de heilige maand. Zeg: "Het vechten er in is een grote zonde, maar het verhinderen op de weg van Allah, en het ongeloof in Hem, en het blokkeren van de toegang tot masdjied al Haram en het uitdrijven van de mensen erin, zijn nog grotere zonden bij Allah. En de onderdrukking is groter (in zonde) dan het doden. En ze zullen niet stoppen jullie te bevechten totdat ze jullie doen afkeren van jullie geloof. Als ze erin slagen; wie van jullie zich afkeert van zijn geloof en dan overlijdt terwijl hij ongelovig is, zijn daden zijn waardeloos geworden in deze wereld en voor het Hiernamaals. En ze zijn de bewoners van het vuur, daarin zullen ze voor altijd vertoeven.
اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ الَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا وَ جٰہَدُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۙ اُولٰٓئِکَ یَرۡجُوۡنَ رَحۡمَتَ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۸۱۲﴾
Innal lazieena aamanoe wallazieena haadjaroe wa djaahadoe fiee sabieeliel laahie oelaaa'ieka yardjoena rahmatal laah; wallaahoe Ghafoeroer Rahieem
2:218 Voorzeker, degenen die geloven en degenen die emigreren en streven op de weg van Allah, ze hopen op de barmhartigheid van Allah. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.
یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ الۡخَمۡرِ وَ الۡمَیۡسِرِؕ قُلۡ فِیۡہِمَاۤ اِثۡمٌ کَبِیۡرٌ وَّ مَنَافِعُ لِلنَّاسِ ۫ وَ اِثۡمُہُمَاۤ اَکۡبَرُ مِنۡ نَّفۡعِہِمَا ؕ وَ یَسۡـَٔلُوۡنَکَ مَا ذَا یُنۡفِقُوۡنَ ۬ؕ قُلِ الۡعَفۡوَؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمُ الۡاٰیٰتِ لَعَلَّکُمۡ تَتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۹۱۲﴾
Yas'aloenaka 'anielghamrie walmaisierie qoel fieehiemaaa iesmoen kabieeroew wa manaafie'oe liennaasie wa iesmoehoemaa akbaroe mien naf'iehiemaa; wa yas'aloenaka maaza yoenfieqoena qoeliel-'afwa; kazaalieka yoebaiyienoel laahoe lakoemoel-aayaatie la'allakoem tatafakkaroen
2:219 Ze vragen jou over datgeen wat bedwelmd (alcohol, drugs, etc.) en het gokken. Zeg: “In beide is er een grote zonde en voordelen voor de mens. Maar de zonde in beide is groter dan de voordelen." En ze vragen jou wat ze moeten besteden (aan liefdadigheid). Zeg: “datgeen wat in overvloed is (van het goede)". Zo maakt Allah naar jullie zijn Tekenen duidelijk, zodat jullie erover kunnen denken.
فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ الۡیَتٰمٰی ؕ قُلۡ اِصۡلَاحٌ لَّہُمۡ خَیۡرٌ ؕ وَ اِنۡ تُخَالِطُوۡہُمۡ فَاِخۡوَانُکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ الۡمُفۡسِدَ مِنَ الۡمُصۡلِحِ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَاَعۡنَتَکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۰۲۲﴾
Fied doenyaa wal aaghierah; wa yas'aloenaka 'aniel yataamaa qoel ieslaahoellahoem ghayr, wa ien toeghaalietoehoem fa ieghwaanoekoem; wallaahoe ya'lamoel moefsieda mienalmoeslieh; wa law shaaa'al laahoe la-a'natakoem; iennal laaha 'Azieezoen Hakieem
2:220 (En dat jullie nadenken) met betrekking tot de wereld en het hiernamaals. Ze vragen jou over de wezen. Zeg: “Handel rechtvaardig op een manier dat voor hen het best is". En als jullie je bezittingen met die van hen verenigd, dan zijn ze jullie broeders. En Allah kent de verderfzaaier en de mensen die goed doen. En als Allah het had gewild, zou Hij jullie in moeilijkheden hebben geplaatst. Allah is Almachtig, Alwijs.
وَ لَا تَنۡکِحُوا الۡمُشۡرِکٰتِ حَتّٰی یُؤۡمِنَّ ؕ وَ لَاَمَۃٌ مُّؤۡمِنَۃٌ خَیۡرٌ مِّنۡ مُّشۡرِکَۃٍ وَّ لَوۡ اَعۡجَبَتۡکُمۡ ۚ وَ لَا تُنۡکِحُوا الۡمُشۡرِکِیۡنَ حَتّٰی یُؤۡمِنُوۡا ؕ وَ لَعَبۡدٌ مُّؤۡمِنٌ خَیۡرٌ مِّنۡ مُّشۡرِکٍ وَّ لَوۡ اَعۡجَبَکُمۡ ؕ اُولٰٓئِکَ یَدۡعُوۡنَ اِلَی النَّارِ ۚۖ وَ اللّٰہُ یَدۡعُوۡۤا اِلَی الۡجَنَّۃِ وَ الۡمَغۡفِرَۃِ بِاِذۡنِہٖ ۚ وَ یُبَیِّنُ اٰیٰتِہٖ لِلنَّاسِ لَعَلَّہُمۡ یَتَذَکَّرُوۡنَ ﴿۱۲۲﴾
Wa laatan-kiehoel moeshriekaatie hattaa yoe'mienn; wa la amatoem moe'mienatoen ghairoem miem moeshriekatiew wa law a'djabatkoem; wa laa toen-kiehoel moeshriekieena hattaa yoe'mienoe; wa la'abdoemmoe'mienoen ghairoem miemmoeshriekiew wa law 'adjabakoem; oelaaa'ieka yad'oena ielan Naarie wallaahoe yad'oeo ielal djannatie walmaghfieratie bieiezniehiee wa yoebaiyienoe Aayaatiehiee liennaasie la'allahoem yatazakkaroen
2:221 En huw de polytheïstische vrouwen niet totdat ze geloven. En een slavin die gelooft is beter dan een polytheïstische vrouw, zelfs als ze jou behaagt. En geef niet jullie vrouwen ter huwelijk aan de polytheïstische mannen totdat ze geloven. En een slaaf die gelooft is beter dan een polytheïstische man zelfs als hij jou behaagt. Deze zijn degenen die uitnodigen tot het vuur. En Allah nodigt uit tot het paradijs en vergiffenis met Zijn toestemming. En Hij maakt Zijn verzen duidelijk voor de mensen zodat ze er lering uit kunnen trekken.
وَ یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ الۡمَحِیۡضِ ؕ قُلۡ ہُوَ اَذًی ۙ فَاعۡتَزِلُوا النِّسَآءَ فِی الۡمَحِیۡضِ ۙ وَ لَا تَقۡرَبُوۡہُنَّ حَتّٰی یَطۡہُرۡنَ ۚ فَاِذَا تَطَہَّرۡنَ فَاۡتُوۡہُنَّ مِنۡ حَیۡثُ اَمَرَکُمُ اللّٰہُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یُحِبُّ التَّوَّابِیۡنَ وَ یُحِبُّ الۡمُتَطَہِّرِیۡنَ ﴿۲۲۲﴾
Wa yas'aloenaka 'aniel mahieedie qoel hoewa azan fa'tazieloen niesaaa'a fiel mahieedie wa laa taqraboe hoenna hattaa yathoerna fa-iezaa tatah-harrna faatoehoenna mien haisoe amarakoemoel laah; iennallaaha yoehiebboet Tawwaabieena wa yoehiebboel moetatahhierieen
2:222 En ze vragen jou over de menstruatie (Haid). Zeg: "Het is een pijn/onreinheid, blijf van de vrouwen af gedurende de menstruatie. Benader hen nadat ze gereinigd zijn. Wanneer ze schoon/rein zijn, kom tot hen zoals Allah jullie heeft bevolen. Voorzeker, Allah houdt van degenen die zich tot berouw wenden en van degenen die zich reinigen.
نِسَآؤُکُمۡ حَرۡثٌ لَّکُمۡ ۪ فَاۡتُوۡا حَرۡثَکُمۡ اَنّٰی شِئۡتُمۡ ۫ وَ قَدِّمُوۡا لِاَنۡفُسِکُمۡ ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّکُمۡ مُّلٰقُوۡہُ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۳۲۲﴾
Niesaaa'oekoem harsoellakoem faatoe harsakoem annaa shie'toem wa qaddiemoe lie anfoesiekoem; wattaqoel laaha wa'lamoeo annakoem moelaaqoeh; wa bash shierielmoe 'mienieen
2:223 Jullie vrouwen zijn als een akker voor jullie. Dus betreed jullie akkers wanneer jullie wensen, en verricht goede daden voor julliezelf. En wees bewust van Allah en weet dat jullie hem zullen ontmoeten. En geef verheugende tijding aan de gelovigen.
وَ لَا تَجۡعَلُوا اللّٰہَ عُرۡضَۃً لِّاَیۡمَانِکُمۡ اَنۡ تَبَرُّوۡا وَ تَتَّقُوۡا وَ تُصۡلِحُوۡا بَیۡنَ النَّاسِ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۴۲۲﴾
Wa laa tadj'aloel laaha 'oerdatal lie aymaaniekoem an tabarroe wa tattaqoe wa toesliehoe bainan naas; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
2:224 En gebruik (de Naam van) Allah niet tot een excuus (uitvlucht) in jullie eden (plechtige verklaring onder aanroeping van Allah) dat jullie goede daden zullen verrichten, rechtvaardig zullen zijn en vrede zullen stichten onder de mensen. En Allah is Alhorend, Alwetend.
لَا یُؤَاخِذُکُمُ اللّٰہُ بِاللَّغۡوِ فِیۡۤ اَیۡمَانِکُمۡ وَ لٰکِنۡ یُّؤَاخِذُکُمۡ بِمَا کَسَبَتۡ قُلُوۡبُکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ حَلِیۡمٌ ﴿۵۲۲﴾
Laa yoe'aaghie zoekoemoel laahoe biellaghwie fieee aymaa niekoem wa laakiey yoe'aaghie zoekoem biemaa kasabat qoeloe boekoem; wallaahoe Ghafoeroen Halieem
2:225 Allah zal jou het onbewuste in jullie eden (in het zweren) niet aanrekenen, maar Hij Beoordeelt jullie voor wat jullie harten (aan intenties) hebben verdiend. En Allah is Ghafoer (meest Vergevensgezind), Al-Haliem (de meest Verdraagzame).
لِلَّذِیۡنَ یُؤۡلُوۡنَ مِنۡ نِّسَآئِہِمۡ تَرَبُّصُ اَرۡبَعَۃِ اَشۡہُرٍ ۚ فَاِنۡ فَآءُوۡ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۶۲۲﴾
Liellazieena yoe'loena mien niesaaa'iehiem tarabboesoe arba'atie ashhoerien fain faaa'oe fa iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
2:226 Voor degenen die zweren zich te onthouden van hun vrouwen is er een wachtperiode van vier maanden. Als ze dan terugkeren (naar hun vrouwen), (weet dan dat) Allah Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (meest Barmhartig voor de gelovigen) is.
وَ اِنۡ عَزَمُوا الطَّلَاقَ فَاِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۷۲۲﴾
Wa ien 'azamoet talaaqa fa iennal laaha Samiee'oen 'Alieem
2:227 En als ze besluiten te scheiden: voorwaar, Allah is Alhorend, Alwetend.
وَ الۡمُطَلَّقٰتُ یَتَرَبَّصۡنَ بِاَنۡفُسِہِنَّ ثَلٰثَۃَ قُرُوۡٓءٍ ؕ وَ لَا یَحِلُّ لَہُنَّ اَنۡ یَّکۡتُمۡنَ مَا خَلَقَ اللّٰہُ فِیۡۤ اَرۡحَامِہِنَّ اِنۡ کُنَّ یُؤۡمِنَّ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ وَ بُعُوۡلَتُہُنَّ اَحَقُّ بِرَدِّہِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ اِنۡ اَرَادُوۡۤا اِصۡلَاحًا ؕ وَ لَہُنَّ مِثۡلُ الَّذِیۡ عَلَیۡہِنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ۪ وَ لِلرِّجَالِ عَلَیۡہِنَّ دَرَجَۃٌ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۸۲۲﴾
Walmoetallaqaatoe yatarab basna bie anfoesiehienna salaasata qoeroeo'; wa laa yahielloe lahoenna ay yaktoemna maa ghalaqal laahoe fieee arhaamienhienna ien koenna yoe'mienna biellaahie wal yawmiel aaghier; wa boe'oela toehoenna ahaqqoe bieraddiehienna fiee zaalieka ien araadoeo ieslaahaa; wa lahoenna miesloel laziee alaihienna bielma'roef; wa lierriedjdjaalie 'alaihienna daradja; wallaahoe 'Azieezoen Hakieem
2:228 En de vrouwen waarover de scheiding is uitgesproken, moeten drie maandelijkse periodes (drie menstruatiecyclus) afwachten (voor definitief vertrek). En het is niet gepast, als ze geloven in Allah en de laatste dag, dat ze datgeen verbergen wat Allah in hun baarmoeder heeft geschapen. En hun echtgenotes hebben het recht, als ze om verzoening wensen, om hen gedurende de periode terug te nemen. En voor hen zijn er vergelijkbare rechten en plichten als die van mannen, die in overeenstemming zijn met de islamitische wet. Maar de mannen hebben een graad (in verantwoordelijkheid en autoriteit) boven hen. En Allah is Almachtig Alwijs.
اَلطَّلَاقُ مَرَّتٰنِ۪ فَاِمۡسَاکٌۢ بِمَعۡرُوۡفٍ اَوۡ تَسۡرِیۡحٌۢ بِاِحۡسَانٍ ؕ وَ لَا یَحِلُّ لَکُمۡ اَنۡ تَاۡخُذُوۡا مِمَّاۤ اٰتَیۡتُمُوۡہُنَّ شَیۡئًا اِلَّاۤ اَنۡ یَّخَافَاۤ اَلَّا یُقِیۡمَا حُدُوۡدَ اللّٰہِ ؕ فَاِنۡ خِفۡتُمۡ اَلَّا یُقِیۡمَا حُدُوۡدَ اللّٰہِ ۙ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡہِمَا فِیۡمَا افۡتَدَتۡ بِہٖ ؕ تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ فَلَا تَعۡتَدُوۡہَا ۚ وَ مَنۡ یَّتَعَدَّ حُدُوۡدَ اللّٰہِ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۹۲۲﴾
Attalaaqoe marrataanie fa iemsaakoem biema'roefien aw tasrieehoem bie iehsaan; wa laa yahielloe lakoem an taaghoezoe miemmaaa aataitoemoehoenna shai'an iellaaa ay yaghaafaaa alla yoeqieemaa hoedoedallahie fa ien ghieftoem allaa yoeqieemaa hoedoedal laahie falaa djoenaaha 'Alaihiemaa fieemaf tadat biehiee tielka hoedoedoel laahie falaa ta'tadoehaa; wa may yata'adda hoedoedal laahie fa oelaaa'ieka hoemoezzaa liemoen
2:229 De verstoting is voor de tweede keer. Daarna is er (de keuze) om haar te behouden of om haar met vriendelijkheid vrij te laten. En het is niet toegestaan dat jullie iets terugnemen van wat jullie hen hebben gegeven, behalve als ze beiden vrezen dat ze Allah's voorschriften niet kunnen naleven. Als jullie vrezen dat ze Allah's voorschriften niet kunnen naleven, dan rust er geen zonde op beide van hen, als ze ervan besteed om zichzelf vrij te kopen. Dit zijn de grenzen van Allah, dus overschrijdt deze niet. En wie Allah's grenzen overschrijdt, ze zijn de onrechtplegers.
فَاِنۡ طَلَّقَہَا فَلَا تَحِلُّ لَہٗ مِنۡۢ بَعۡدُ حَتّٰی تَنۡکِحَ زَوۡجًا غَیۡرَہٗ ؕ فَاِنۡ طَلَّقَہَا فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡہِمَاۤ اَنۡ یَّتَرَاجَعَاۤ اِنۡ ظَنَّاۤ اَنۡ یُّقِیۡمَا حُدُوۡدَ اللّٰہِ ؕ وَ تِلۡکَ حُدُوۡدُ اللّٰہِ یُبَیِّنُہَا لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۰۳۲﴾
Fa ien tallaqahaa falaa tahielloe lahoe miem ba'doe hattaa tan-kieha zawdjan ghairah; fa ien tallaqahaa falaa djoenaaha 'alaihiemaaa ay yataraadja'aaa ien zannaaa ay yoeqieemaa hoedoedal laa; wa tielka hoedoedoel laahie yoebaiyienoehaa lieqawmiey ya'lamoen
2:230 Dan als hij van haar scheidt (de derde verstoting) dan is ze niet meer wettig voor hem, totdat ze met een andere man trouwt. Als hij (de nieuwe echtgenoot) dan van haar scheidt, dan rust er geen zonde op hen als ze tot elkaar wederkeren (alleen) als ze geloven dat ze de grenzen van Allah niet zullen overschrijden. En dit zijn de grenzen van Allah, Hij maakt ze duidelijk voor een volk dat weet.
وَ اِذَا طَلَّقۡتُمُ النِّسَآءَ فَبَلَغۡنَ اَجَلَہُنَّ فَاَمۡسِکُوۡہُنَّ بِمَعۡرُوۡفٍ اَوۡ سَرِّحُوۡہُنَّ بِمَعۡرُوۡفٍ ۪ وَ لَا تُمۡسِکُوۡہُنَّ ضِرَارًا لِّتَعۡتَدُوۡا ۚ وَ مَنۡ یَّفۡعَلۡ ذٰلِکَ فَقَدۡ ظَلَمَ نَفۡسَہٗ ؕ وَ لَا تَتَّخِذُوۡۤا اٰیٰتِ اللّٰہِ ہُزُوًا ۫ وَّ اذۡکُرُوۡا نِعۡمَتَ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ مَاۤ اَنۡزَلَ عَلَیۡکُمۡ مِّنَ الۡکِتٰبِ وَ الۡحِکۡمَۃِ یَعِظُکُمۡ بِہٖ ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۱۳۲﴾
Wa iezaa tallaqtoemoen niesaaa'a fabalaghna adjala hoenna fa amsiekoehoenna biema'roefien law sarriehoe hoenna biema'roef; wa laa toemsiekoe hoenna dieraa rallieta'tadoe; wa may yaf'al zaalieka faqad zalama nafsah; wa laa tattaghiezoeo aayaatiellaahie hoezoewaa; wazkoeroe nie'matal laahie 'alaikoem wa maaa anzala 'alaikoem mienal kietaabie wal hiekmatie ya'iezoekoem bieh; wattaqoel laaha wa'lamoeo annal laaha biekoellie shai'ien 'Alieem
2:231 En wanneer jullie scheiden van de vrouwen en ze hebben hun termijn bereikt, behoudt haar op een goede wijze of laat haar gaan op een eerlijke manier. En behoudt hen niet om hen te pijnigen zodat jullie overtreden. En wie dit doet, dan zeer zeker hij heeft zichzelf onrecht aangedaan. En neem de tekenen van Allah niet als een grap. En gedenk Allah's gunsten op jou en van wat Hij geopenbaard heeft van het boek en de wijsheid. Hij doceert jou ermee. En vrees Allah en weet dat Allah kenner is over alles.
وَ اِذَا طَلَّقۡتُمُ النِّسَآءَ فَبَلَغۡنَ اَجَلَہُنَّ فَلَا تَعۡضُلُوۡہُنَّ اَنۡ یَّنۡکِحۡنَ اَزۡوَاجَہُنَّ اِذَا تَرَاضَوۡا بَیۡنَہُمۡ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ؕ ذٰلِکَ یُوۡعَظُ بِہٖ مَنۡ کَانَ مِنۡکُمۡ یُؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ؕ ذٰلِکُمۡ اَزۡکٰی لَکُمۡ وَ اَطۡہَرُ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۲۳۲﴾
Wa iezaa tallaqtoemoen niesaaa'a fabalaghna adjalahoenna falaa ta'doeloe hoenna ay yan-kiehna azwaadja hoenna iezaa taraadaw bainahoem bielma' roef; zaalieka yoe'azoe biehiee man kaana mien-koem yoe'mienoe biellaahie wal yawmiel aaghier; zaaliekoem azkaa lakoem wa at-har; wallaahoe ya'lamoe wa antoem laa ta'lamoen
2:232 En wanneer jullie van vrouwen scheiden en ze bereiken hun (wachtperiode) termijn, hinder hen niet in het hertrouwen van hun echtgenotes als ze met elkaar een overeenstemming volgens de islamitische voorschriften hebben bereikt. Dat is waartoe jullie, degenen die in Allah en de laatste dag geloven, worden vermaand. Dat is deugdzamer en reiner voor jullie. En Allah weet en jullie weten niet.
وَ الۡوَالِدٰتُ یُرۡضِعۡنَ اَوۡلَادَہُنَّ حَوۡلَیۡنِ کَامِلَیۡنِ لِمَنۡ اَرَادَ اَنۡ یُّتِمَّ الرَّضَاعَۃَ ؕ وَ عَلَی الۡمَوۡلُوۡدِ لَہٗ رِزۡقُہُنَّ وَ کِسۡوَتُہُنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ؕ لَا تُکَلَّفُ نَفۡسٌ اِلَّا وُسۡعَہَا ۚ لَا تُضَآرَّ وَالِدَۃٌۢ بِوَلَدِہَا وَ لَا مَوۡلُوۡدٌ لَّہٗ بِوَلَدِہٖ ٭ وَ عَلَی الۡوَارِثِ مِثۡلُ ذٰلِکَ ۚ فَاِنۡ اَرَادَا فِصَالًا عَنۡ تَرَاضٍ مِّنۡہُمَا وَ تَشَاوُرٍ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡہِمَا ؕ وَ اِنۡ اَرَدۡتُّمۡ اَنۡ تَسۡتَرۡضِعُوۡۤا اَوۡلَادَکُمۡ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ اِذَا سَلَّمۡتُمۡ مَّاۤ اٰتَیۡتُمۡ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۳۳۲﴾
Walwaa liedaatoe yoerdie'na awlaada hoenna hawlainie kaamielainie lieman araada ay yoetiemmar radaa'ah; wa 'alalmawloedie lahoe riezqoe hoenna wa kieswatoehoenna bielma'roef; laatoekallafoe nafsoen iellaa woes'ahaa; laa toedaaarra waaliedatoem biewaladiehaa wa laa mawloedoel lahoe biewaladieh; wa 'alal waariesie miesloe zaaliek; fa ien araadaa Fiesaalan 'an taraadiem mienhoemaa wa tashaawoerien falaa djoenaaha 'alaihiemaa; wa ien arattoem an tastardie'oeo awlaadakoem falaa djoenaaha 'alaikoem iezaa sallamtoem maaa aataitoem bielma'roef; wattaqoel laaha wa'lamoeo annal laaha biemaa ta'maloena basieer
2:233 En de moeders (die gescheiden zijn), die de zoogperiode wensen te voltooien, dienen hun kinderen twee volle jaren te zogen. En op de vader rust de plicht om hen (het kind en de moeder) te voorzien van voorzieningen en kleding dat gebaseerd is op redelijkheid. Geen 'Nafs' (persoon) is meer belast dan haar capaciteit. Een moeder zal niet lijden vanwege haar kind, noch zal de vader (lijden) vanwege zijn kind. En voor de voogd geldt hetzelfde. Indien ze beiden het spenen wensen (dus overgaan op externe voeding) met wederzijdse instemming en overleg, dan rust er geen schuld op hen beiden. En indien jullie wensen om jullie kind door een andere vrouw te laten zogen, dan rust er geen schuld op jullie als jullie haar maar op redelijke wijze vergoeden. En vrees Allah en weet dat Allah Alziende is over datgeen wat jullie doen.
وَ الَّذِیۡنَ یُتَوَفَّوۡنَ مِنۡکُمۡ وَ یَذَرُوۡنَ اَزۡوَاجًا یَّتَرَبَّصۡنَ بِاَنۡفُسِہِنَّ اَرۡبَعَۃَ اَشۡہُرٍ وَّ عَشۡرًا ۚ فَاِذَا بَلَغۡنَ اَجَلَہُنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ فِیۡمَا فَعَلۡنَ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ خَبِیۡرٌ ﴿۴۳۲﴾
Wallazieena yoetawaffawna mien-koem wa yazaroena azwaadjay yatarabbasna bie anfoesiehienna arba'ata ashhoeriew wa 'ashran fa iezaa balaghna adjalahoenna falaa djoenaaha 'alaikoem fieemaa fa'alna fieee anfoesiehienna bielma'roef; wallaahoe biemaa ta'maloena ghabieer
2:234 En degenen onder jullie die sterven en vrouwen achterlaten, ze (de weduwen) moeten voor zichzelf vier maanden en tien dagen wachten (voordat ze een nieuw huwelijk aangaan). Wanneer ze hun termijn hebben uitgezeten, dan rust er geen schuld op jullie (de islamitische gemeenschap) voor wat ze doen met betrekking tot henzelf als ze handelen volgens de islamitische voorschriften. En Allah is zich volledig bewust van wat jullie doen.
وَ لَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ فِیۡمَا عَرَّضۡتُمۡ بِہٖ مِنۡ خِطۡبَۃِ النِّسَآءِ اَوۡ اَکۡنَنۡتُمۡ فِیۡۤ اَنۡفُسِکُمۡ ؕ عَلِمَ اللّٰہُ اَنَّکُمۡ سَتَذۡکُرُوۡنَہُنَّ وَ لٰکِنۡ لَّا تُوَاعِدُوۡہُنَّ سِرًّا اِلَّاۤ اَنۡ تَقُوۡلُوۡا قَوۡلًا مَّعۡرُوۡفًا ۬ؕ وَ لَا تَعۡزِمُوۡا عُقۡدَۃَ النِّکَاحِ حَتّٰی یَبۡلُغَ الۡکِتٰبُ اَجَلَہٗ ؕ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا فِیۡۤ اَنۡفُسِکُمۡ فَاحۡذَرُوۡہُ ۚ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ حَلِیۡمٌ ﴿۵۳۲﴾
Wa laa djoenaaha 'alaikoem fieema 'arradtoem biehiee mien ghietbatien niesaaa'ie aw aknantoem fieee anfoesiekoem; 'aliemal laahoe annakoem satazkoeroenahoenna wa laakiel laa toewaa'iedoehoenna sierran iellaaa an taqoeloe qawlamma'roefaa; wa laa ta'ziemoe 'oeqdatan niekaahie hattaa yabloeghal kietaaboe adjalah; wa'lamoeo annal laaha ya'lamoemaa fieee anfoesiekoem fahzaroeh; wa'lamoeo annallaaha Ghafoeroen Halieem
2:235 En er rust geen schuld op jullie voor een indirect huwelijksaanzoek tot de vrouwen (weduwen) of dat jullie het (het huwelijksaanzoek) verborgen houden. Allah weet dat jullie hen (de weduwe) zullen gedenken, maar spreek niet met hen (weduwen) af in het geheim, behalve als jullie iets eervol willen zeggen. En maak geen afspraken met betrekking tot het huwelijk totdat de termijn is uitgezeten. En weet dat Allah weet wat in jullie harten bevindt. Dus wees bewust van Hem en weet dat Allah vergevingsgezind, Al-Haliem (de meest Verdraagzame) is.
لَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ اِنۡ طَلَّقۡتُمُ النِّسَآءَ مَا لَمۡ تَمَسُّوۡہُنَّ اَوۡ تَفۡرِضُوۡا لَہُنَّ فَرِیۡضَۃً ۚۖ وَّ مَتِّعُوۡہُنَّ ۚ عَلَی الۡمُوۡسِعِ قَدَرُہٗ وَ عَلَی الۡمُقۡتِرِ قَدَرُہٗ ۚ مَتَاعًۢا بِالۡمَعۡرُوۡفِ ۚ حَقًّا عَلَی الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۶۳۲﴾
Laa djoenaaha 'alaikoem ien tallaqtoemoen niesaaa'a maa lam tamassoehoenna aw tafriedoe lahoenna farieedah; wa mattie'hoehoenna 'alal moesie'ie qadaroehoe wa 'alal moeqtierie qadaroehoe matta'am bielma'roefie haqqan 'alalmoehsienieen
2:236 Er rust geen schuld op jullie als jullie scheiden van de vrouwen die jullie nog niet (seksueel) aangeraakt hebben of nadat jullie een bruidsschat hebben vastgesteld. En geef hun een compensatie, de rijke volgens zijn vermogen en de arme volgens zijn vermogen. Een redelijke compensatie, dat is een plicht die rust op de weldoeners.
وَ اِنۡ طَلَّقۡتُمُوۡہُنَّ مِنۡ قَبۡلِ اَنۡ تَمَسُّوۡہُنَّ وَ قَدۡ فَرَضۡتُمۡ لَہُنَّ فَرِیۡضَۃً فَنِصۡفُ مَا فَرَضۡتُمۡ اِلَّاۤ اَنۡ یَّعۡفُوۡنَ اَوۡ یَعۡفُوَا الَّذِیۡ بِیَدِہٖ عُقۡدَۃُ النِّکَاحِ ؕ وَ اَنۡ تَعۡفُوۡۤا اَقۡرَبُ لِلتَّقۡوٰی ؕ وَ لَا تَنۡسَوُا الۡفَضۡلَ بَیۡنَکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۷۳۲﴾
Wa ien tallaqtoemoehoenna mien qablie an tamassoehoenna wa qad farad toem lahoenna farieedatan faniesfoe maa faradtoem iellaaa ay ya'foena aw ya'foewallaziee bieyadiehiee 'oeqdatoenniekaah; wa an ta'foeo aqraboe liettaqwaa; wa laa tansawoelfadla bainakoem; iennal laaha biemaa ta'maloena Basieer
2:237 En als jullie van hun scheiden voordat jullie hen aangeraakt hebben en de bruidsschat vastgesteld is, geef de helft van wat jullie hebben vastgesteld. Tenzij ze (de vrouwen) of degene in wiens handen het huwelijk ligt, ervan afzien. En als jullie het kwijtschelden dat ligt dichterbij de Taqwa (godvrezendheid). En vergeet niet de goedheid onder jullie. Voorzeker, Allah is Alziende over datgeen wat jullie doen.
حٰفِظُوۡا عَلَی الصَّلَوٰتِ وَ الصَّلٰوۃِ الۡوُسۡطٰی ٭ وَ قُوۡمُوۡا لِلّٰہِ قٰنِتِیۡنَ ﴿۸۳۲﴾
Haafiezoe 'alas salawaatie was Salaatiel Woestaa wa qoemoe liellaahie qaanietieen
2:238 Waak strikt over de "Salaats" (gebeden, contact met Allah) en (voornamelijk) de "Salaat" "Woestoa" (het middelste) en sta in nederigheid voor Allah.
فَاِنۡ خِفۡتُمۡ فَرِجَالًا اَوۡ رُکۡبَانًا ۚ فَاِذَاۤ اَمِنۡتُمۡ فَاذۡکُرُوا اللّٰہَ کَمَا عَلَّمَکُمۡ مَّا لَمۡ تَکُوۡنُوۡا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۳۲﴾
Fa ien ghieftoem fariedjaalan aw roekbaanan fa iezaaa amientoem fazkoeroel laaha kamaa 'allamakoem maa lam takoenoe ta'lamoen
2:239 En als jullie bang zijn, bid dan te voet of rijdend. Wanneer jullie veilig zijn, gedenk dan Allah op de manier die Hij jullie onderwezen heeft die jullie (eerst) niet kenden.
وَ الَّذِیۡنَ یُتَوَفَّوۡنَ مِنۡکُمۡ وَ یَذَرُوۡنَ اَزۡوَاجًا ۚۖ وَّصِیَّۃً لِّاَزۡوَاجِہِمۡ مَّتَاعًا اِلَی الۡحَوۡلِ غَیۡرَ اِخۡرَاجٍ ۚ فَاِنۡ خَرَجۡنَ فَلَا جُنَاحَ عَلَیۡکُمۡ فِیۡ مَا فَعَلۡنَ فِیۡۤ اَنۡفُسِہِنَّ مِنۡ مَّعۡرُوۡفٍ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۰۴۲﴾
Wallazieena yoetawaf fawna mien-koem wa yazaroena azwaadjaw wasieyyatal lie azwaadjiehiem mataa'an ielal hawlieghaira ieghraadj; fa ien gharadjna falaa djoenaaha 'alaikoem fiee maa fa'alna fieee anfoesiehienna mien ma'roef; wallaahoe Azieezoen Hakieem
2:240 En degenen onder jullie die sterven en vrouwen achterlaten, moeten een testament maken voor hun vrouwen en moeten voorzieningen treffen voor een jaar zonder dat ze worden uitgezet. Maar als ze weggaan dan rust er geen schuld op jullie (de islamitische gemeenschap) voor wat ze doen met betrekking tot henzelf als ze handelen volgens de islamitische voorschriften. En Allah is Almachtig, Alwijs.
وَ لِلۡمُطَلَّقٰتِ مَتَاعٌۢ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ؕ حَقًّا عَلَی الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۱۴۲﴾
Wa lielmoetallaqaatie mataa'oem bielma'roefie haqqan 'alal moettaqieen
2:241 En de gescheiden vrouwen moeten naar behoren worden voorzien, dat is een plicht die rust op de moettaqoens.
کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمۡ اٰیٰتِہٖ لَعَلَّکُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۲۴۲﴾
Kazaalieka yoebaiyienoel laahoe lakoem aayaatiehiee la'allakoem ta'qieloen
2:242 Zo maakt Allah voor jullie zijn Verzen duidelijk, zodat jullie je verstand kunnen gebruiken.
اَلَمۡ تَرَ اِلَی الَّذِیۡنَ خَرَجُوۡا مِنۡ دِیَارِہِمۡ وَ ہُمۡ اُلُوۡفٌ حَذَرَ الۡمَوۡتِ ۪ فَقَالَ لَہُمُ اللّٰہُ مُوۡتُوۡا ۟ ثُمَّ اَحۡیَاہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی النَّاسِ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یَشۡکُرُوۡنَ ﴿۳۴۲﴾
Alam tara ielal lazieena gharadjoe mien dieyaariehiem wa hoem oeloefoen hazaral mawtie faqaaala lahoemoel laahoe moetoe soemma ahyaahoem; iennal laaha lazoe fadlien 'alannaasie wa laakienna aksarannaasie laa yashkoeroen
2:243 Heb je degenen niet gezien, die in duizendtallen uit doodsangst hun huizen verlieten? Allah zei toen tot hen: "Sterft!" Daarna bracht Hij hen weer tot leven. Voorzeker, Allah is de Bezitter van Gunsten voor de mensen, maar de meeste mensen zijn niet dankbaar.
وَ قَاتِلُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۴۴۲﴾
Wa qaatieloe fiee sabieeliel laahie wa'lamoeo annal laaha Samiee'oen 'Alieem
2:244 En strijdt op de weg van Allah en weet dat Allah Alhorend, Alwetend is.
مَنۡ ذَا الَّذِیۡ یُقۡرِضُ اللّٰہَ قَرۡضًا حَسَنًا فَیُضٰعِفَہٗ لَہٗۤ اَضۡعَافًا کَثِیۡرَۃً ؕ وَ اللّٰہُ یَقۡبِضُ وَ یَبۡصُۜطُ ۪ وَ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۵۴۲﴾
Man zal laziee yoeqriedoel laaha qardan hasanan fayoedaa 'iefahoe lahoe ad'aafan kasieerah; wallaahoe yaqbiedoe wa yabsoetoe wa ielaihie toerdja'oen
2:245 Wie is degene die aan Allah een goede lening (Qardan Hasanan) geeft? Zodat Hij het voor hem op vele manieren veelvuldig vermenigvuldigt. En Allah beperkt en verschaft voorzieningen. Tot Hem zullen jullie worden terug gebracht.
اَلَمۡ تَرَ اِلَی الۡمَلَاِ مِنۡۢ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ مِنۡۢ بَعۡدِ مُوۡسٰی ۘ اِذۡ قَالُوۡا لِنَبِیٍّ لَّہُمُ ابۡعَثۡ لَنَا مَلِکًا نُّقَاتِلۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ قَالَ ہَلۡ عَسَیۡتُمۡ اِنۡ کُتِبَ عَلَیۡکُمُ الۡقِتَالُ اَلَّا تُقَاتِلُوۡا ؕ قَالُوۡا وَ مَا لَنَاۤ اَلَّا نُقَاتِلَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ قَدۡ اُخۡرِجۡنَا مِنۡ دِیَارِنَا وَ اَبۡنَآئِنَا ؕ فَلَمَّا کُتِبَ عَلَیۡہِمُ الۡقِتَالُ تَوَلَّوۡا اِلَّا قَلِیۡلًا مِّنۡہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِالظّٰلِمِیۡنَ ﴿۶۴۲﴾
Alam tara ielal malai miem Banieee Israaa'ieela miem ba'die Moesaaa iez qaaloe lie Nabieyyiel lahoemoeb 'as lanaa maliekan noeqaatiel fiee sabieeliellaahie qaala hal 'asaitoem ien koetieba 'alaikoemoel qietaaloe allaa toeqaatieloe qaaloe wa maa lanaaa allaa noeqaatiela fiee sabieeliel laahie wa qad oeghriedjnaa mien dieyaarienaa wa abnaaa'ienaa falammaa koetieba 'alaihiemoel qietaaloe tawallaw iellaa qalieelam mienhoem; wallaahoe 'alieemoem biezzaaliemieen
2:246 Heb je niet nagedacht over de kwestie van de leiders van Israëls kinderen na het heengaan van Moesa? Toen ze tot een profeet van hen zeiden: "Wijs voor ons een koning aan, zodat we op de weg van Allah kunnen strijden". Hij zei: "Is het mogelijk dat als het vechten opgedragen wordt, dat jullie niet zullen vechten?" Ze zeiden: "Waarom zouden we niet op de weg van Allah vechten, terwijl wij van onze woonplaats en van onze kinderen verdreven zijn. Maar toen het vechten werd geboden, keerden ze er van af, behalve een klein aantal onder hen. En Allah is Alleswetend over de onrechtvaardigen.
وَ قَالَ لَہُمۡ نَبِیُّہُمۡ اِنَّ اللّٰہَ قَدۡ بَعَثَ لَکُمۡ طَالُوۡتَ مَلِکًا ؕ قَالُوۡۤا اَنّٰی یَکُوۡنُ لَہُ الۡمُلۡکُ عَلَیۡنَا وَ نَحۡنُ اَحَقُّ بِالۡمُلۡکِ مِنۡہُ وَ لَمۡ یُؤۡتَ سَعَۃً مِّنَ الۡمَالِ ؕ قَالَ اِنَّ اللّٰہَ اصۡطَفٰىہُ عَلَیۡکُمۡ وَ زَادَہٗ بَسۡطَۃً فِی الۡعِلۡمِ وَ الۡجِسۡمِ ؕ وَ اللّٰہُ یُؤۡتِیۡ مُلۡکَہٗ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۷۴۲﴾
Wa qaala lahoem Nabiey yoehoem iennal laaha qad ba'asa lakoem Taaloeta maliekaa; qaaloeo annaa yakoenoe lahoel moelkoe 'alainaa wa nahnoe ahaqqoe bielmoelkie mienhoe wa lam yoe'ta sa'atammienal maal; qaala iennallaahas tafaahoe 'alaikoem wa zaadahoe bastatan fiel'ielmie waldjiesmie wallaahoe yoe'tiee moelkahoe may yashaaa'; wallaahoe Waasie'oen 'Alieem
2:247 En hun profeet zei tot hen: "Voorzeker, Allah heeft Thaloet verheven tot koning. Zei zeiden: "Hoe kan het koningschap voor hem zijn, terwijl wij er meer geschikt voor zijn dan hem? En hij is (zelfs) niet begunstigd met overvloed in rijkdom". Hij zei: "Allah heeft hem gekozen boven jullie en hem rijkelijk laten groeien in kennis en lichaamskracht. En Allah geeft zijn koninkrijk aan wie Hij wil. En Allah is Allesomvattend, Alwetend.
وَ قَالَ لَہُمۡ نَبِیُّہُمۡ اِنَّ اٰیَۃَ مُلۡکِہٖۤ اَنۡ یَّاۡتِیَکُمُ التَّابُوۡتُ فِیۡہِ سَکِیۡنَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ بَقِیَّۃٌ مِّمَّا تَرَکَ اٰلُ مُوۡسٰی وَ اٰلُ ہٰرُوۡنَ تَحۡمِلُہُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیَۃً لَّکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۴۲﴾
Wa qaala lahoem Nabieyyoehoem ienna Aayata moelkiehieee ay yaatieyakoemoet Taaboetoe fieehie sakieenatoemmier Rabbiekoem wa baqieyyatoemmiemmaa taraka Aaloe Moesa wa Aaloe Haaroena tahmieloehoel malaaa'iekah; ienna fiee zaalieka la Aayatal lakoem ien koentoem moe'mienieen
2:248 En hun Profeet zei tot hen: "Voorzeker, een teken van zijn koningschap is dat de ark tot jullie zal komen. Daarin bevindt zich kalmte van jouw heer en de nalatenschap van de familie van Moesa en de familie van Haroen. De Engelen zullen hem (de ark) dragen. Voorzeker, daarin zijn duidelijke Tekenen voor jullie, als jullie gelovigen.
فَلَمَّا فَصَلَ طَالُوۡتُ بِالۡجُنُوۡدِ ۙ قَالَ اِنَّ اللّٰہَ مُبۡتَلِیۡکُمۡ بِنَہَرٍ ۚ فَمَنۡ شَرِبَ مِنۡہُ فَلَیۡسَ مِنِّیۡ ۚ وَ مَنۡ لَّمۡ یَطۡعَمۡہُ فَاِنَّہٗ مِنِّیۡۤ اِلَّا مَنِ اغۡتَرَفَ غُرۡفَۃًۢ بِیَدِہٖ ۚ فَشَرِبُوۡا مِنۡہُ اِلَّا قَلِیۡلًا مِّنۡہُمۡ ؕ فَلَمَّا جَاوَزَہٗ ہُوَ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مَعَہٗ ۙ قَالُوۡا لَا طَاقَۃَ لَنَا الۡیَوۡمَ بِجَالُوۡتَ وَ جُنُوۡدِہٖ ؕ قَالَ الَّذِیۡنَ یَظُنُّوۡنَ اَنَّہُمۡ مُّلٰقُوا اللّٰہِ ۙ کَمۡ مِّنۡ فِئَۃٍ قَلِیۡلَۃٍ غَلَبَتۡ فِئَۃً کَثِیۡرَۃًۢ بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ مَعَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۹۴۲﴾
Falammaa fasala Taaloetoe bieldjoenoedie qaala iennal laaha moebtalieekoem bienaharien faman sharieba mienhoe falaisa mienniee wa mallam yat'amhoe fa iennahoe miennieee iellaa maniegh tarafa ghoerfatam bieyadieh; fasharieboe mienhoe iellaa qalieelammienhoem; falammaa djaawazahoe hoewa wallazieena aamanoe ma'ahoe qaaloe laa taaqata lanal yawma bie djaaloeta wa djoenoedieh; qaalallazieena yazoennoena annahoem moelaaqoel laahie kam mien fie'atien qalieelatien ghalabat fie'atan kasieeratam bie iezniel laah; wallaahoema'as saabierieen
2:249 Toen Thaloet vertrok met zijn troepen, zei hij: "Voorzeker, Allah zal jullie beproeven met een rivier. Wie ervan drinkt zal mij niet vergezellen en wie er niet meer van proeft dan de holte van zijn handpalm, zal met mij zijn. Toen dronken ze (toch) ervan, behalve een klein aantal onder hen. Toen hij met de gelovigen de rivier overstak, zeiden zij: "We hebben vandaag geen kracht tegen Jalut en zijn troepen". Maar degenen, die sterk geloofden dat ze Allah zullen ontmoeten, zeiden: "Hoeveel kleine aantallen wonnen van grote aantallen door de goedkeuring van Allah. En Allah is met de geduldige".
وَ لَمَّا بَرَزُوۡا لِجَالُوۡتَ وَ جُنُوۡدِہٖ قَالُوۡا رَبَّنَاۤ اَفۡرِغۡ عَلَیۡنَا صَبۡرًا وَّ ثَبِّتۡ اَقۡدَامَنَا وَ انۡصُرۡنَا عَلَی الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۰۵۲﴾
Wa lammaa barazoe liedjaaloeta wa djoenoediehiee qaaloe Rabbanaaa afriegh 'alainaa sabraw wa sabbiet aqdaamanaa wansoernaa 'alal qawmiel kaafierieen
2:250 Toen ze verder gingen om Djaloet en zijn troepen te bevechten, zeiden ze: "Onze Heer, schenk over ons geduld en maak onze voeten standvastig en help ons tegen het ongelovige volk".
فَہَزَمُوۡہُمۡ بِاِذۡنِ اللّٰہِ ۟ۙ وَ قَتَلَ دَاوٗدُ جَالُوۡتَ وَ اٰتٰىہُ اللّٰہُ الۡمُلۡکَ وَ الۡحِکۡمَۃَ وَ عَلَّمَہٗ مِمَّا یَشَآءُ ؕ وَ لَوۡ لَا دَفۡعُ اللّٰہِ النَّاسَ بَعۡضَہُمۡ بِبَعۡضٍ ۙ لَّفَسَدَتِ الۡاَرۡضُ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ ذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۵۲﴾
Fahazamoehoem bie iezniellaahie wa qatala Daawoedoe djaaloeta wa aataahoel laahoelmoelka Wal Hiekmata wa 'allamahoe miemmaa yashaaa'; wa law laa daf'oellaahien naasa ba'dahoem bieba'diel lafasadatiel ardoe wa laakiennal laaha zoe fadlien 'alal'aalamieen
2:251 Dus versloegen ze hen met de toesteming van Allah. En Dawoed (David) doodde Djaloet (Goliath). En Allah gaf hem het koningschap en de Wijsheid (het Profeetschap) en onderwees hem wat hij wilde. En als Allah een deel van de mensen niet door een andere deel verstoot (verstoten van macht), dan zou de aarde zeker (in zijn geheel) verdorven zijn. Maar Allah is de voorziener van gunsten voor de werelden.
تِلۡکَ اٰیٰتُ اللّٰہِ نَتۡلُوۡہَا عَلَیۡکَ بِالۡحَقِّ ؕ وَ اِنَّکَ لَمِنَ الۡمُرۡسَلِیۡنَ ﴿۲۵۲﴾
Tielka Aayaatoel laahie natloehaa 'alaika bielhaqq; wa iennaka lamienal moersalieen
2:252 Dit zijn Tekenen van Allah. Wij dragen ze, voor jullie, voor in waarheid. En voorzeker, je behoort zonder twijfel tot de boodschappers.
www.heiligekoran.nl