قَدۡ اَفۡلَحَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ۙ﴿۱﴾
Qad aflahal moe'mienoen
23:1 Voorzeker, succesvol zijn de Moe'mienoen (vromen).

الَّذِیۡنَ ہُمۡ فِیۡ صَلَاتِہِمۡ خٰشِعُوۡنَ ۙ﴿۲﴾
Allazieena hoem fiee Salaatiehiem ghaashie'oen
23:2 (Dat zijn) Degenen die tijdens hun 'Salaat' (gebeden) zich nederig onderwerpen (aan Allah).

وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَنِ اللَّغۡوِ مُعۡرِضُوۡنَ ﴿۳﴾
Wallazieena hoem 'aniellaghwiemoe'riedoen
23:3 En die zich afkeren van het nutteloos gesprek.

وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ لِلزَّکٰوۃِ فٰعِلُوۡنَ ۙ﴿۴﴾
Wallazieena hoem liez Zakaatie faa'ieloen
23:4 En die de zakaat (arme belasting) betalen.

وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ لِفُرُوۡجِہِمۡ حٰفِظُوۡنَ ۙ﴿۵﴾
Wallazieena hoem liefoeroe djiehiem haafiezoen
23:5 En die over hun geslachtsorganen waken,

اِلَّا عَلٰۤی اَزۡوَاجِہِمۡ اَوۡ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُہُمۡ فَاِنَّہُمۡ غَیۡرُ مَلُوۡمِیۡنَ ۚ﴿۶﴾
Illaa 'alaaa azwaadjiehiem aw maa malakat aimaanoehoem fa iennahoem ghairoe maloemieen
23:6 behalve voor hun echtgenotes of de vrouwen die ze bezitten (slavinnen en gevangen), Voorzeker, dan zijn ze niet schuldig.

فَمَنِ ابۡتَغٰی وَرَآءَ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡعٰدُوۡنَ ۚ﴿۷﴾
Famanieb taghaa waraaa'a zaalieka fa oelaaa'ieka hoemoel 'aadoen
23:7 Wie echter meer dan dat zoekt (op het gebied van geslachtsgemeenschap), die behoort tot de overtreders.

وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ لِاَمٰنٰتِہِمۡ وَ عَہۡدِہِمۡ رٰعُوۡنَ ۙ﴿۸﴾
Wallazieena hoem lie amaanaatiehiem wa 'ahdiehiem raa'oen
23:8 En (de vromen zijn degenen) die hun Amaanah (de wetten die Allah heeft opgelegd) handhaven en hun beloftes\verbond vervullen. (Notities: zie ook 33:72-73, 4:85, 8:27 m.b.t. Amaanah.)

وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَلٰی صَلَوٰتِہِمۡ یُحَافِظُوۡنَ ۘ﴿۹﴾
Wallazieena hoem 'alaa Salawaatiehiem yoehaafiezoen
23:9 En die over hun 'Salaat' (het gebed) waken.

اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡوٰرِثُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Oelaaa'ieka hoemoel waariesoen
23:10 Zij zijn de erfgenamen,

الَّذِیۡنَ یَرِثُوۡنَ الۡفِرۡدَوۡسَ ؕ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۱۱﴾
الَّذِیۡنَ یَرِثُوۡنَ الۡفِرۡدَوۡسَ ؕ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۱۱﴾
23:11 die het paradijs zullen erven. Zij zullen er eeuwig in verblijven.

وَ لَقَدۡ خَلَقۡنَا الۡاِنۡسَانَ مِنۡ سُلٰلَۃٍ مِّنۡ طِیۡنٍ ﴿۲۱﴾
Wa laqad ghalaqnal iensaana mien soelaalatiem mientieen
23:12 En waarlijk! Wij hebben de mens (Adam) vanuit 'Sulalah' (extract, mix, essentie) van klei gemaakt.

ثُمَّ جَعَلۡنٰہُ نُطۡفَۃً فِیۡ قَرَارٍ مَّکِیۡنٍ ﴿۳۱﴾
Soemma dja'alnaahoe noetfatan fiee qaraariem makieen
23:13 Vervolgens plaatsten Wij hem als een 'Nutfah' (één enkele cel) in een stevige rustplek (de baarmoeder).

ثُمَّ خَلَقۡنَا النُّطۡفَۃَ عَلَقَۃً فَخَلَقۡنَا الۡعَلَقَۃَ مُضۡغَۃً فَخَلَقۡنَا الۡمُضۡغَۃَ عِظٰمًا فَکَسَوۡنَا الۡعِظٰمَ لَحۡمًا ٭ ثُمَّ اَنۡشَاۡنٰہُ خَلۡقًا اٰخَرَ ؕ فَتَبٰرَکَ اللّٰہُ اَحۡسَنُ الۡخٰلِقِیۡنَ ﴿۴۱﴾
Soemma ghalaqnan noetfata 'alaqatan faghalaqnal 'alaqata moedghatan faghalaq nal moedghata 'iezaaman fakasawnal 'iezaama lahman soemma anshaanaahoe ghalqan aaghar; fatabaarakal laahoe ahsanoel ghaalieqieen
23:14 Vervolgens schiepen Wij de 'Nutfah' tot een 'Alaq' (aantal samen geklonterde cellen die zich vasthechten aan de baarmoeder) en daarna tot een stukje vlees. Vervolgens, schiepen Wij het stukje vlees tot botten, die Wij daarna bedekten met vlees. Vervolgens, brachten Wij het voort als een andere (nieuwe) schepping. Dus gezegend is Allah de beste der Scheppers. (Notitie: zie ook 22:5)

ثُمَّ اِنَّکُمۡ بَعۡدَ ذٰلِکَ لَمَیِّتُوۡنَ ﴿۵۱﴾
Soemma iennakoem ba'da zaalieka la maiyietoen
23:15 Daarna zullen jullie zeker sterven. (Notitie: zie ook 20:55, 32:8)

ثُمَّ اِنَّکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ تُبۡعَثُوۡنَ ﴿۶۱﴾
Soemma iennakoem Yawmal Qieyaamatie toeb'asoen
23:16 Vervolgens zullen jullie op de dag van de wederopstanding (dag des oordeels) worden opgewekt. (Notitie: De vorige verzen beschrijven hoe Allah de mens heeft gemaakt. De volgende verzen beschrijven enkele voorzieningen die getroffen zijn voor de mens, zodat de mens kan leven op aarde. Zie 7:10.)

وَ لَقَدۡ خَلَقۡنَا فَوۡقَکُمۡ سَبۡعَ طَرَآئِقَ ٭ۖ وَ مَا کُنَّا عَنِ الۡخَلۡقِ غٰفِلِیۡنَ ﴿۷۱﴾
Wa laqad ghalaqnaa fawqakoem sab'a taraaa'ieqa wa maa koennaa 'aniel ghalqie ghaafielieen
23:17 En voorzeker, Wij hebben zeven lagen boven jullie geschapen. En Wij zijn van de schepping bewust. (Notitie: Zonder de (lucht)lagen boven ons, zou het leven op aarde ondragelijk of zelfs niet mogelijk zijn. Zie ook 65:12)

وَ اَنۡزَلۡنَا مِنَ السَّمَآءِ مَآءًۢ بِقَدَرٍ فَاَسۡکَنّٰہُ فِی الۡاَرۡضِ ٭ۖ وَ اِنَّا عَلٰی ذَہَابٍۭ بِہٖ لَقٰدِرُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Wa anzalnaa mienas samaaa'ie maaa'am bieqadarien fa-askannaahoe fiel ardie wa iennaa 'alaa zahaabiem biehiee laqaa dieroen
23:18 En Wij zonden vanuit het heelal een bepaalde hoeveelheid water neer (op de aarde). Vervolgens, lieten Wij het bezinken in de aarde. En Wij hebben zeker de macht om het weg te nemen. (Notitie zie ook: 15:22)

فَاَنۡشَاۡنَا لَکُمۡ بِہٖ جَنّٰتٍ مِّنۡ نَّخِیۡلٍ وَّ اَعۡنَابٍ ۘ لَکُمۡ فِیۡہَا فَوَاکِہُ کَثِیۡرَۃٌ وَّ مِنۡہَا تَاۡکُلُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Fa anshaanaa lakoem biehiee djannaatiem mien naghieeliew wa a'naab; lakoem fieehaa fawaakiehoe kasieeratoew wa mienhaa taakoeloen
23:19 Daarna produceerden Wij tuinen van dadelpalmen en druivenstruiken ermee (met het water) voor jullie. Met een overvloed aan vruchten erin, waarvan jullie eten.

وَ شَجَرَۃً تَخۡرُجُ مِنۡ طُوۡرِ سَیۡنَآءَ تَنۡۢبُتُ بِالدُّہۡنِ وَ صِبۡغٍ لِّلۡاٰکِلِیۡنَ ﴿۰۲﴾
Wa shadjaratan taghroedjoe mien Toerie Sainaaa'a tamboetoe bieddoehnie wa siebghiel liel aakielieen
23:20 En een (olijf) boom, waarvan de oorsprong ligt op de berg Sinaï, welke olie en een saus voortbrengt voor degenen die eten.

وَ اِنَّ لَکُمۡ فِی الۡاَنۡعَامِ لَعِبۡرَۃً ؕ نُسۡقِیۡکُمۡ مِّمَّا فِیۡ بُطُوۡنِہَا وَ لَکُمۡ فِیۡہَا مَنَافِعُ کَثِیۡرَۃٌ وَّ مِنۡہَا تَاۡکُلُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa ienna lakoem fiel an'aamie la'iebrah; noesqieekoem miemmaa fiee boetoeniehaa wa lakoem fieehaa manaafie'oe kasieeratoew wa mienhaa taakoeloen
23:21 En voorzeker, voor jullie is er in het vee zeker een aanwijzing/lering. Wij geven jullie te drinken van datgeen wat in hun buiken is. En er zijn velen (andere) voordelen in hen en jullie eten van hen. (Notitie: dit zijn allemaal aanwijzingen dat alles geschapen en dienstbaar gesteld is voor de mensheid.)

وَ عَلَیۡہَا وَ عَلَی الۡفُلۡکِ تُحۡمَلُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Wa 'alaihaa wa'alal foelkie toehmaloen
23:22 En jullie worden gedragen door hen en (ook) op schepen.

وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا نُوۡحًا اِلٰی قَوۡمِہٖ فَقَالَ یٰقَوۡمِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ اِلٰہٍ غَیۡرُہٗ ؕ اَفَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Wa laqad arsalnaa Noehan ielaa qawmiehiee faqaala yaa qawmie'boedoel laaha maa lakoem mien ielahien ghairoehoe afalaa tattaqoen
23:23 Zonder enige twijfel, Wij zonden Noeh (Noach) naar zijn volk (als boodschapper). Hij zei: "O mijn volk, aanbid Allah! Er is voor jullie geen andere godheid/deïteit dan Hem. Zijn jullie dan niet bang (voor de gevolgen van jullie onrecht)?

فَقَالَ الۡمَلَؤُا الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ قَوۡمِہٖ مَا ہٰذَاۤ اِلَّا بَشَرٌ مِّثۡلُکُمۡ ۙ یُرِیۡدُ اَنۡ یَّتَفَضَّلَ عَلَیۡکُمۡ ؕ وَ لَوۡ شَآءَ اللّٰہُ لَاَنۡزَلَ مَلٰٓئِکَۃً ۚۖ مَّا سَمِعۡنَا بِہٰذَا فِیۡۤ اٰبَآئِنَا الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۴۲﴾
Faqaalal mala'oel lazieena kafaroe mien qawmiehiee maa haazaaa iellaa basharoem miesloekoem yoerieedoe ay yatafaddala 'alaikoem wa law shaaa'al laahoe la anzala malaaa'iekatam maa samie'naa biehaazaa fieee aabaaa'ienal awwalieen
23:24 De leiders van de ongelovigen onder zijn volk zeiden:" Dit is alleen maar een mens net als jullie. Hij wil alleen de baas over jullie spelen. Als Allah het echt hsd gewild, dan zou Hij zeker engelen neerzenden. Wij hebben hierover niets van onze voorvaders gehoord."

اِنۡ ہُوَ اِلَّا رَجُلٌۢ بِہٖ جِنَّۃٌ فَتَرَبَّصُوۡا بِہٖ حَتّٰی حِیۡنٍ ﴿۵۲﴾
In hoewa iellaa radjoeloem biehiee djiennatoen fatarabbasoe biehiee hatta hieen
23:25 "Hij is niets anders dan een man die is gestoord, dus laat hem een tijdje met rust (misschien zal hij zich herstellen)."

قَالَ رَبِّ انۡصُرۡنِیۡ بِمَا کَذَّبُوۡنِ ﴿۶۲﴾
Qaala Rabbien soerniee biemaa kazzaboen
23:26 Hij (Noeh) zei: "Mijn Heer! Help me, ze verwerpen mij!

فَاَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡہِ اَنِ اصۡنَعِ الۡفُلۡکَ بِاَعۡیُنِنَا وَ وَحۡیِنَا فَاِذَا جَآءَ اَمۡرُنَا وَ فَارَ التَّنُّوۡرُ ۙ فَاسۡلُکۡ فِیۡہَا مِنۡ کُلٍّ زَوۡجَیۡنِ اثۡنَیۡنِ وَ اَہۡلَکَ اِلَّا مَنۡ سَبَقَ عَلَیۡہِ الۡقَوۡلُ مِنۡہُمۡ ۚ وَ لَا تُخَاطِبۡنِیۡ فِی الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ۚ اِنَّہُمۡ مُّغۡرَقُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Fa awhainaaa ielaihie anies na'iel foelka bie a'yoenienaa wa wahyienaa fa iezaa djaaa'a amroenaa wa faarat tannoeroe fasloek fieehaa mien koellien zawdjainies nainie wa ahlaka iellaa man sabaqa 'alaihiel qawloe mienhoem walaa toeghaatiebniee fiel lazieena zalamoeo iennaahoem moeghraqoen
23:27 Vervolgens openbaarden Wij aan hem: "Bouw het ark onder Ons toezicht, volgens Onze instructies. Wanneer Onze bevel dan komt en de oven overkookt, laad dan van elke soort twee stuks, dat een koppel vormt, in (de ark) en (ook) jouw familie, behalve degenen waarover het woord (de straf) is bepaald. En roep Mij niet aan met betrekking tot de misdadigers. Voorzeker, zij zullen verdrinken." (Notitie: zie ook 11:40.)

فَاِذَا اسۡتَوَیۡتَ اَنۡتَ وَ مَنۡ مَّعَکَ عَلَی الۡفُلۡکِ فَقُلِ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ الَّذِیۡ نَجّٰنَا مِنَ الۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۸۲﴾
Fa iezas tawaita anta wa mam ma'aka 'alal foelkie faqoeliel hamdoe liellaahiel laziee nadjdjaanaa mienal qawmiez zaliemieen
23:28 "En wanneer jij en degenen die met jou zijn, aan boord zijn, zeg dan: 'Alle lof en dank behoort aan Allah toe. Degene Die ons heeft gered van het misdadig volk.' "

وَ قُلۡ رَّبِّ اَنۡزِلۡنِیۡ مُنۡزَلًا مُّبٰرَکًا وَّ اَنۡتَ خَیۡرُ الۡمُنۡزِلِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Wa qoer Rabbie anzielniee moenzalam moebaarakaw wa Anta ghairoel moenzielieen
23:29 "En zeg: 'Mijn Heer! Laat mij landen op een gezegende plek, want U bent de beste die doet landen.' "

اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ وَّ اِنۡ کُنَّا لَمُبۡتَلِیۡنَ ﴿۰۳﴾
Inna fiee zaalieka la Aayaatiew wa ien koennaa lamoebtalieen
23:30 Waarlijk! Daarin (de gebeurtenis m.b.t. Noeh en zijn volk) zijn tekenen. Wij beproeven (de mens).

ثُمَّ اَنۡشَاۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ قَرۡنًا اٰخَرِیۡنَ ﴿۱۳﴾
Soemmaa anshaana miem ba'diehiem qarnan aagharieen
23:31 Daarna, brachten Wij een andere generatie voort.

فَاَرۡسَلۡنَا فِیۡہِمۡ رَسُوۡلًا مِّنۡہُمۡ اَنِ اعۡبُدُوا اللّٰہَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ اِلٰہٍ غَیۡرُہٗ ؕ اَفَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Fa arsalnaa fieehiem Rasoelam mienhoem anie'boedoel laaha maa lakoem mien ielaahien ghairoehoe afalaa tattaqoen
23:32 En Wij stuurden een boodschapper vanuit hen voor hen, die verkondigde: "Aanbid Allah. Voor jullie is geen andere godheid/deïteit dan Hem. Hebben jullie dan geen "Taqwa" (godsvreesheid)?

وَ قَالَ الۡمَلَاُ مِنۡ قَوۡمِہِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ کَذَّبُوۡا بِلِقَآءِ الۡاٰخِرَۃِ وَ اَتۡرَفۡنٰہُمۡ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۙ مَا ہٰذَاۤ اِلَّا بَشَرٌ مِّثۡلُکُمۡ ۙ یَاۡکُلُ مِمَّا تَاۡکُلُوۡنَ مِنۡہُ وَ یَشۡرَبُ مِمَّا تَشۡرَبُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wa qaalal mala-oe mien qawmiehiel lazieena kafaroe wa kazzaboe bie lieqaaa'iel Aaghieratie wa atrafnaahoem fiel hayaatied doenyaa maa haazaaa iellaa basharoem miesloekoem yaakoeloe miemmaa taakoeloena mienhoe wa yashraboe miemmaa tashraboen
23:33 De leiders van de ongelovigen onder zijn volk, die de ontmoeting van het hiernamaals verwierpen, ondanks dat Wij hen een luxe wereldse leven hadden gegeven, zeiden: "Dit is niet anders dan een mens net als jullie. Hij eet het zelfde wat jullie eten en hij drinkt het zelfde wat jullie drinken."

وَ لَئِنۡ اَطَعۡتُمۡ بَشَرًا مِّثۡلَکُمۡ اِنَّکُمۡ اِذًا لَّخٰسِرُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa la'ien at'atoem basharam mieslakoem iennakoem iezal laghaasieroen
23:34 "Waarlijk als jullie een man gehoorzamen die (een mens) is net als jullie, dan zullen jullie zeker verliezen."

اَیَعِدُکُمۡ اَنَّکُمۡ اِذَا مِتُّمۡ وَ کُنۡتُمۡ تُرَابًا وَّ عِظَامًا اَنَّکُمۡ مُّخۡرَجُوۡنَ ﴿۵۳﴾
A-Ya'iedoekoem annakoem iezaa miettoem wa koentoem toeraabaw wa iezaaman annakoem moeghradjoen
23:35 "Verzekerd hij jullie dat jullie opgewekt zullen worden nadat jullie dood zijn en tot stof en botten zijn geworden?"

ہَیۡہَاتَ ہَیۡہَاتَ لِمَا تُوۡعَدُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Haihaata haihaata liemaa toe'adoen
23:36 "Ver, verreweg (van de waarheid) is datgeen wat jullie toegezegd is!"

اِنۡ ہِیَ اِلَّا حَیَاتُنَا الدُّنۡیَا نَمُوۡتُ وَ نَحۡیَا وَ مَا نَحۡنُ بِمَبۡعُوۡثِیۡنَ ﴿۷۳﴾
In hieya iellaa hayaatoenad doenyaa namoetoe wa nahyaa wa maa nahnoe biemab'oesieen
23:37 "Het is alleen het wereldse leven. We gaan dood, we leven en we zullen niet worden opgewekt."

اِنۡ ہُوَ اِلَّا رَجُلُۨ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا وَّ مَا نَحۡنُ لَہٗ بِمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۳﴾
In hoewa iellaa radjoeloenief taraa 'alal laahie kaziebaw wa maa nahnoeoe lahoe biemoe'mienieen
23:38 "Hij is niets anders dan een man die een leugen verzonnen heeft over Allah. Wij geloven hem niet."

قَالَ رَبِّ انۡصُرۡنِیۡ بِمَا کَذَّبُوۡنِ ﴿۹۳﴾
Qaala Rabbien soerniee biemaa kazzaboen
23:39 Hij (de boodschapper) zei: "Mijn Heer! Help me, ze verwerpen mij!"

قَالَ عَمَّا قَلِیۡلٍ لَّیُصۡبِحُنَّ نٰدِمِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Qaala 'ammaa qalieeliel la yoesbiehoenna naadiemieen
23:40 Hij (Allah) zei: "Binnenkort zullen ze zeker spijt hebben."

فَاَخَذَتۡہُمُ الصَّیۡحَۃُ بِالۡحَقِّ فَجَعَلۡنٰہُمۡ غُثَآءً ۚ فَبُعۡدًا لِّلۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۴﴾
Fa aghazat hoemoes saihatoe bielhaqqie fadja'alnaahoem ghoesaaa'aa; faboe'dal lielqaw miez zaaliemieen
23:41 Dus werden ze gerechtvaardigd door de afschuwelijke donder/geluid/explosie. We maakten hen net als de rommel van dode bladeren. Dus weg met het misdadig volk!

ثُمَّ اَنۡشَاۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ قُرُوۡنًا اٰخَرِیۡنَ ﴿۲۴﴾
Soemma anshaanaa miem ba'diehiem qoeroenan aagharieen
23:42 Vervolgens brachten Wij een andere generaties na hen voort.

مَا تَسۡبِقُ مِنۡ اُمَّۃٍ اَجَلَہَا وَ مَا یَسۡتَاۡخِرُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Maa tasbieqoe mien oemmatien adjalahaa wa maa yastaaghieroen
23:43 Geen enkel gemeenschap kan hun termijn (uitstel van de straf) versnellen, noch kunnen ze het vertragen. (Notitie zie: 15:5, 10:49)

ثُمَّ اَرۡسَلۡنَا رُسُلَنَا تَتۡرَا ؕ کُلَّمَا جَآءَ اُمَّۃً رَّسُوۡلُہَا کَذَّبُوۡہُ فَاَتۡبَعۡنَا بَعۡضَہُمۡ بَعۡضًا وَّ جَعَلۡنٰہُمۡ اَحَادِیۡثَ ۚ فَبُعۡدًا لِّقَوۡمٍ لَّا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Soemma arsalnaa Roesoelanaa tatraa koella maa djaaa'a oemmatar Rasoeloehaa kazzaboeh; fa atba'naa ba'dahoem ba'daw wa dja'alnaahoem ahaadiees; faboe'dal lieqawmiel laa yoe'mienoen
23:44 Wij zonden Onze boodschappers achter elkaar. Ieder keer weer wanneer er een boodschapper tot een gemeenschap kwam, verwierpen ze hem. Wij deden enkele van hen (direct) opvolgen door anderen, en Wij maakten hen tot 'Ahadith' (legendes, verhalen voor de mensheid). Dus weg met het ongelovig volk!

ثُمَّ اَرۡسَلۡنَا مُوۡسٰی وَ اَخَاہُ ہٰرُوۡنَ ۬ۙ بِاٰیٰتِنَا وَ سُلۡطٰنٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۵۴﴾
Soemma arsalnaa Moesaa wa aghaahoe Haaroena bie Aayaatienaa wa soeltaaniem moebieen
23:45 Daarna (na die periode) zonden Wij Moesa (Mozes) en zijn broer Haroen (Aron) met Onze tekenen en met duidelijk gezag,

اِلٰی فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہٖ فَاسۡتَکۡبَرُوۡا وَ کَانُوۡا قَوۡمًا عَالِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Ilaa Fier'awna wa mala'iehiee fastakbaroe wa kaanoe qawman 'aalieen
23:46 naar Farao en zijn ministers. Echter, ze gedroegen zich arrogant. Ze waren een hoogmoedig volk.

فَقَالُوۡۤا اَنُؤۡمِنُ لِبَشَرَیۡنِ مِثۡلِنَا وَ قَوۡمُہُمَا لَنَا عٰبِدُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Faqaaloe annoe'mienoe liebasharainie mieslienaa wa qawmoehoemaa lanaa 'aabiedoen
23:47 Ze zeiden: "Zullen wij in twee mensen geloven, (die mensen zijn) net als ons, terwijl hun volk onze slaven zijn?"

فَکَذَّبُوۡہُمَا فَکَانُوۡا مِنَ الۡمُہۡلَکِیۡنَ ﴿۸۴﴾
Fakazzaboehoemaa fakaanoe mienal moehlakieen
23:48 Dus verwierpen ze hen, daarom werden ze vernietigd.

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا مُوۡسَی الۡکِتٰبَ لَعَلَّہُمۡ یَہۡتَدُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Wa laqad aatainaa Moesal Kietaaba la'allahoem yahtadoen
23:49 Waarlijk, Wij gaven Moesa (Mozes) het boek, zodat ze geleid konden worden.

وَ جَعَلۡنَا ابۡنَ مَرۡیَمَ وَ اُمَّہٗۤ اٰیَۃً وَّ اٰوَیۡنٰہُمَاۤ اِلٰی رَبۡوَۃٍ ذَاتِ قَرَارٍ وَّ مَعِیۡنٍ ﴿۰۵﴾
Wa dja'alnab na Maryama wa oemmahoeo aayatanw wa aawainaahoemaaa ielaa rabwatien zaatie qaraariew wa ma'ieen
23:50 En Wij maakten de zoon van Maryam (Isa/Jesus) en zijn moeder als een teken. Wij huisvestten hen op een hoog gelegen plek, waar rust en waterbronnen waren.

یٰۤاَیُّہَا الرُّسُلُ کُلُوۡا مِنَ الطَّیِّبٰتِ وَ اعۡمَلُوۡا صَالِحًا ؕ اِنِّیۡ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ عَلِیۡمٌ ﴿۱۵﴾
Yaaa aiyoehar Roesoeloe koeloe mienat taiyiebaatie wa'maloe saaliehan ienniee biemaa ta'maloena 'Alieem
23:51 O boodschappers! Eet van goede dingen en verricht goede daden. Voorzeker, Ik (Allah) weet alles wat jullie doen.

وَ اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاتَّقُوۡنِ ﴿۲۵﴾
Wa ienna haaziehieee oemmatoekoem oemmataw waahiedataw wa Ana Rabboekoem fattaqoen
23:52 Voorzeker, dit, jullie 'Dien' (de Islam) is één 'Dien'. En Ik ben jullie Heer, dus vrees Mij.

فَتَقَطَّعُوۡۤا اَمۡرَہُمۡ بَیۡنَہُمۡ زُبُرًا ؕ کُلُّ حِزۡبٍۭ بِمَا لَدَیۡہِمۡ فَرِحُوۡنَ ﴿۳۵﴾
Fataqatta'oeo amrahoem bainahoem zoeboeraa; koelloe hiezbiem biemaa ladaihiem fariehoen
23:53 Echter, ze (de mensheid) hebben de (geloofs-)kwestie (de Dien) onderling in groepen verdeeld. Elke groep is blij met wat ze heeft.

فَذَرۡہُمۡ فِیۡ غَمۡرَتِہِمۡ حَتّٰی حِیۡنٍ ﴿۴۵﴾
Fazarhoem fiee ghamratiehiem hattaa hieen
23:54 Dus laat ze maar in hun dwaling verkeren totdat een tijd (de dood of dag des oordeels) komt.

اَیَحۡسَبُوۡنَ اَنَّمَا نُمِدُّہُمۡ بِہٖ مِنۡ مَّالٍ وَّ بَنِیۡنَ ﴿۵۵﴾
A-yahsaboena annnamaa noemiedoehoem biehiee miemmaaliew wa banieen
23:55 Denken ze dat, omdat Wij voor hen rijkdom en kinderen vermeerderen,

نُسَارِعُ لَہُمۡ فِی الۡخَیۡرٰتِ ؕ بَلۡ لَّا یَشۡعُرُوۡنَ ﴿۶۵﴾
Noesaarie'oe lahoem fiel ghairaat; bal laa yash'oeroen
23:56 Wij haasten in het geven van het goede aan hen? Nee! Ze beseffen het niet (dat ze beproeft worden). (Notitie: Allah laat de mensen dwalen door de hoogmoed dat ontstaat door rijkdom en kinderen. Allah zeg daarom kijk er niet verlangend naar uit, het is een beproeving. Zie 16:71)

اِنَّ الَّذِیۡنَ ہُمۡ مِّنۡ خَشۡیَۃِ رَبِّہِمۡ مُّشۡفِقُوۡنَ ﴿۷۵﴾
Innal lazieena hoem mien ghashyatie Rabbiehiem moeshfieqoen
23:57 Voorzeker, degenen die behoedzaam (in hun daden) zijn, omdat ze hun heer vrezen,

وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ بِاٰیٰتِ رَبِّہِمۡ یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Wallazieena hoem bie Aayaatie Rabbiehiem yoe'mienoen
23:58 En die in de Ayahs (tekenen, verzen) van hun Heer geloven,

وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ بِرَبِّہِمۡ لَا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۹۵﴾
Wallazieena hoem bie Rabbiehiem laa yoeshriekoen
23:59 En die geen deelgenoten toekennen aan hun Heer,

وَ الَّذِیۡنَ یُؤۡتُوۡنَ مَاۤ اٰتَوۡا وَّ قُلُوۡبُہُمۡ وَجِلَۃٌ اَنَّہُمۡ اِلٰی رَبِّہِمۡ رٰجِعُوۡنَ ﴿۰۶﴾
Wallazieena yoe'toena maaa aataw wa qoeloeboehoem wadjielatoen annahoem ielaa Rabbiehiem raadjie'oen
23:60 En die uitgeven (aan liefdadigheid) terwijl hun harten vrezen omdat ze terug zullen keren naar hun Heer,

اُولٰٓئِکَ یُسٰرِعُوۡنَ فِی الۡخَیۡرٰتِ وَ ہُمۡ لَہَا سٰبِقُوۡنَ ﴿۱۶﴾
Oelaaa'ieka yoesaarie'oena fiel ghairaatie wa hoem lahaa saabieqoen
23:61 Zij zijn het die racen om goede daden te verrichten. Ze zijn de eerste die de initiatief ervoor nemen.

وَ لَا نُکَلِّفُ نَفۡسًا اِلَّا وُسۡعَہَا وَ لَدَیۡنَا کِتٰبٌ یَّنۡطِقُ بِالۡحَقِّ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۲۶﴾
Wa laa noekalliefoe nafsan iellaa woes'ahaa wa ladainaa kietaaboey yantieqoe bielhaqqie wa hoem la yoezlamoen
23:62 En Wij belasten elke 'Nafs' (persoon/eigen ik) volgens zijn eigen capaciteit (om het goede te kunnen doen). Bij ons is een boek (Lawh Al-Mahfuz) dat de waarheid vertelt. Er zal hen geen enkel onrecht aangedaan worden (op de dag des oordeels). (Notitie: De gewichten van de goede daden worden bepaald aan de hand van de voorzieningen die iemand had gekregen. Bijvoorbeeld een muntstuk die een arme uitgeeft als goede daad wordt veel zwaarder belast dan bijvoorbeeld de 100 muntstukken van een miljonair. Zie ook vers 9:79.)

بَلۡ قُلُوۡبُہُمۡ فِیۡ غَمۡرَۃٍ مِّنۡ ہٰذَا وَ لَہُمۡ اَعۡمَالٌ مِّنۡ دُوۡنِ ذٰلِکَ ہُمۡ لَہَا عٰمِلُوۡنَ ﴿۳۶﴾
Bal qoeloeboehoem fiee ghamratiem mien haazaa wa lahoem a'maaloem mien doenie zaalieka hoem lahaa 'aamieloen
23:63 Nee! Hun harten verkeren in verwarring over dit (deze openbaring / de Koran). En ze houden zich bezig met andere dingen.

حَتّٰۤی اِذَاۤ اَخَذۡنَا مُتۡرَفِیۡہِمۡ بِالۡعَذَابِ اِذَا ہُمۡ یَجۡـَٔرُوۡنَ ﴿۴۶﴾
Hattaaa iezaaa aghaznaa moetrafieehiem biel'azaabie iezaa hoem yadj'aroen
23:64 Totdat, wanneer Wij de rijke onder hen grijpen met de straf. Aanschouw! Ze schreeuwen om hulp.

لَا تَجۡـَٔرُوا الۡیَوۡمَ ۟ اِنَّکُمۡ مِّنَّا لَا تُنۡصَرُوۡنَ ﴿۵۶﴾
Laa tadj'aroel yawma iennakoem miennaa laa toensaroen
23:65 Schreeuw die dag niet om hulp. Voorzeker, jullie zullen door Ons niet worden geholpen.

قَدۡ کَانَتۡ اٰیٰتِیۡ تُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ فَکُنۡتُمۡ عَلٰۤی اَعۡقَابِکُمۡ تَنۡکِصُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Qad kaanat Aayaatiee toetlaa 'alaikoem fakoentoem 'alaaa a'qaabiekoem tan-kiesoen
23:66 Waarlijk! Mijn Ayahs (tekenen, verzen) werden voor jullie opgelezen, maar jullie keerden jezelf er van af.

مُسۡتَکۡبِرِیۡنَ ٭ۖ بِہٖ سٰمِرًا تَہۡجُرُوۡنَ ﴿۷۶﴾
Moestakbierieena biehiee saamieran tahdjoeroen
23:67 (Jullie gedroegen jezelf) Hoogmoedig erover. Gedurende de nacht vermaakten jullie jezelf en verlieten jullie (de Koran).

اَفَلَمۡ یَدَّبَّرُوا الۡقَوۡلَ اَمۡ جَآءَہُمۡ مَّا لَمۡ یَاۡتِ اٰبَآءَہُمُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۸۶﴾
Afalam yaddabbarroel qawla am djaaa'ahoem maa lam yaatie aabaaa'ahoemoel awwalieen
23:68 Denken ze dan niet na over het woord (de openbaring\de Koran)? Of (willen ze niet nadenken) omdat er iets (boodschapper\verzen\tekenen) tot hen gekomen is terwijl het niet tot hun voorvaders gekomen was?

اَمۡ لَمۡ یَعۡرِفُوۡا رَسُوۡلَہُمۡ فَہُمۡ لَہٗ مُنۡکِرُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Am lam ya'riefoe Rasoelahoem fahoem lahoe moen-kieroen
23:69 Of erkennen ze hun boodschapper niet, dus ze verwerpen hem?

اَمۡ یَقُوۡلُوۡنَ بِہٖ جِنَّۃٌ ؕ بَلۡ جَآءَہُمۡ بِالۡحَقِّ وَ اَکۡثَرُہُمۡ لِلۡحَقِّ کٰرِہُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Am yaqoeloena biehiee djiennnah; bal djaaa'ahoem bielhaqqie wa aksaroehoem liel haqqie kaariehoen
23:70 Of zeggen ze: "Hij is gestoord?" Nee! Hij heeft hen de waarheid gebracht, echter de meeste van hen haten de waarheid.

وَ لَوِ اتَّبَعَ الۡحَقُّ اَہۡوَآءَہُمۡ لَفَسَدَتِ السَّمٰوٰتُ وَ الۡاَرۡضُ وَ مَنۡ فِیۡہِنَّ ؕ بَلۡ اَتَیۡنٰہُمۡ بِذِکۡرِہِمۡ فَہُمۡ عَنۡ ذِکۡرِہِمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۱۷﴾
Wa lawiet taba'al haqqoe ahwaaa'ahoem lafasadaties samaawaatoe wal ardoe wa man fieehiennn; bal atainaahoem bieziekriehiem fahoem 'an ziekriehiem moe'riedoen
23:71 Als de waarheid (het woord) hun verlangens had gevolgd, dan zou de hemelen en de aarde en wie zich erin bevindt, verdorven zijn. Nee! Wij hebben hen hun herinnering (van monotheïsme) gestuurd, maar ze keren zich af van hun herinnering.

اَمۡ تَسۡـَٔلُہُمۡ خَرۡجًا فَخَرَاجُ رَبِّکَ خَیۡرٌ ٭ۖ وَّ ہُوَ خَیۡرُ الرّٰزِقِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Am tas'aloehoem ghardjan fagharaadjoe Rabbieka ghairoew wa Hoewa ghairoer raazieqieen
23:72 Of vraag jij hen om een vergoeding? Weet dat de vergoeding door jouw Heer de beste is, Hij is (namelijk) de Beste van alle voorzieners.

وَ اِنَّکَ لَتَدۡعُوۡہُمۡ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۳۷﴾
Wa iennaka latad'oehoem ielaa Sieraatiem Moestaqieem
23:73 Voorzeker, jij roept hen zonder twijfel naar het rechte pad.

وَ اِنَّ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ عَنِ الصِّرَاطِ لَنٰکِبُوۡنَ ﴿۴۷﴾
Wa iennnal lazieena laa yoe'mienoena biel Aaghieratie 'anies sieraatie lanaakieboen
23:74 Waarlijk, degenen die niet in het hiernamaals geloven, wijken zonder twijfel van het rechte pad af.

وَ لَوۡ رَحِمۡنٰہُمۡ وَ کَشَفۡنَا مَا بِہِمۡ مِّنۡ ضُرٍّ لَّلَجُّوۡا فِیۡ طُغۡیَانِہِمۡ یَعۡمَہُوۡنَ ﴿۵۷﴾
Wa law rahiemnaahoem wa kashafnaa maa biehiem mien doerriel laladjdjoe fiee toeghyaaniehiem ya'mahoen
23:75 Als Wij extra barmhartigheid aan hen zouden geven en de moeilijkheid van hen zouden wegnemen, dan zouden ze nog steeds doorgaan met hun overtredingen, blind ronddwalend erin (zonder erover na te denken).

وَ لَقَدۡ اَخَذۡنٰہُمۡ بِالۡعَذَابِ فَمَا اسۡتَکَانُوۡا لِرَبِّہِمۡ وَ مَا یَتَضَرَّعُوۡنَ ﴿۶۷﴾
Wa laqad aghaznaahoem biel'azaabie famastakaanoe lie Rabbiehiem wa maa yatadarra'oen
23:76 Waarlijk, Wij hebben hen (op een kleine wijze) bestraft, maar toch geven ze zich niet over aan hun Heer of smeken ze Hem nederig.

حَتّٰۤی اِذَا فَتَحۡنَا عَلَیۡہِمۡ بَابًا ذَا عَذَابٍ شَدِیۡدٍ اِذَا ہُمۡ فِیۡہِ مُبۡلِسُوۡنَ ﴿۷۷﴾
Hattaaa iezaa fatahnaa 'alaihiem baaban zaa 'azaabien shadieedien iezaa hoem fieehie moebliesoen
23:77 Totdat Wij een poort van een zeer zware straf voor hen zullen openen. Zie dan hoe wanhopig ze zullen zijn.

وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَنۡشَاَ لَکُمُ السَّمۡعَ وَ الۡاَبۡصَارَ وَ الۡاَفۡـِٕدَۃَ ؕ قَلِیۡلًا مَّا تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۸۷﴾
Wa Hoewal lazieee ansha a-lakoemoes sam'a wal absaara wal af'iedah; qalieelam maa tashkoeroen
23:78 Hij (Allah) is Degene Die het horen, het zien en het voelen voor jullie heeft gemaakt. Weinig dank betuigen jullie (ervoor)!

وَ ہُوَ الَّذِیۡ ذَرَاَکُمۡ فِی الۡاَرۡضِ وَ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۹۷﴾
Wa Hoewal laziee zara akoem fiel ardie wa ielaihie toehsharoen
23:79 Hij is Degene Die jullie vermenigvuldigt op de aarde. En tot Hem zullen jullie worden verzameld.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ وَ لَہُ اخۡتِلَافُ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Wa Hoewal laziee yoehyiee wa yoemieetoe wa lahoegh tielaafoel lailie wannahaar; afalaa ta'qieloen
23:80 Hij is Degene Die het leven geeft en Die doet sterven. En door Hem worden de nacht en de dag afgewisseld. Denken jullie dan niet na?

بَلۡ قَالُوۡا مِثۡلَ مَا قَالَ الۡاَوَّلُوۡنَ ﴿۱۸﴾
Bal qaaloe miesla maa qaalal awwaloen
23:81 Nee! Ze zeggen hetzelfde wat de oude generaties zeiden.

قَالُوۡۤا ءَ اِذَا مِتۡنَا وَ کُنَّا تُرَابًا وَّ عِظَامًا ءَ اِنَّا لَمَبۡعُوۡثُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Qaaloeo 'a-iezaa mietnaa wa koennaa toeraabaw wa 'iezaaman 'a-iennaa lamab 'oesoen
23:82 Ze zeiden: "Wat! Zullen wij zeker weer herrijzen\opstaan, nadat wij dood zijn en tot stof en botten zijn geworden?"

لَقَدۡ وُعِدۡنَا نَحۡنُ وَ اٰبَآؤُنَا ہٰذَا مِنۡ قَبۡلُ اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّاۤ اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۳۸﴾
Laqad woe'iednaa nahnoe wa aabaaa'oenaa haazaa mien qabloe ien haazaaa iellaaa asaatieeroel awwalieen
23:83 "Waarlijk, dit is al eerder aan ons en aan onze voorvaders toegezegd. Het zijn alleen maar fabels van de oude generaties."

قُلۡ لِّمَنِ الۡاَرۡضُ وَ مَنۡ فِیۡہَاۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴۸﴾
Qoel liemaniel ardoe wa man fieehaaa ien koentoem ta'lamoen
23:84 Zeg: "Van wie is de aarde en alles wat zich erop bevindt? (Vertel het dan) als jullie het weten."

سَیَقُوۡلُوۡنَ لِلّٰہِ ؕ قُلۡ اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۵۸﴾
Sa-yaqoeloena liellaah; qoel afalaa tazakkkaroen
23:85 Ze zullen zeggen: "Aan Allah!" Zeg: "Waarom denken jullie dan niet na?"

قُلۡ مَنۡ رَّبُّ السَّمٰوٰتِ السَّبۡعِ وَ رَبُّ الۡعَرۡشِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۶۸﴾
Qoel mar Rabboes samaawaaties sab'ie wa Rabboel 'Arshiel 'Azieem
23:86 Zeg: "Wie is de Heer van de zeven hemelen en de Heer van de geweldige Troon?"

سَیَقُوۡلُوۡنَ لِلّٰہِ ؕ قُلۡ اَفَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۷۸﴾
Sa yaqoeloena liellaah; qoel afalaa tattaqoen
23:87 Ze zullen zeggen: "Allah!" Zeg: "Vrezen jullie Hem dan niet?"

قُلۡ مَنۡۢ بِیَدِہٖ مَلَکُوۡتُ کُلِّ شَیۡءٍ وَّ ہُوَ یُجِیۡرُ وَ لَا یُجَارُ عَلَیۡہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۸﴾
Qoel mam bie yadiehiee malakoetoe koellie shai'iew wa Hoewa yoedjieeroe wa laa yoedjaaroe 'alaihie ien koentoem ta'lamoen
23:88 Zeg: "Wie is het die alles van de koninkrijk in Zijn handen heeft? Hij beschermt en niemand kan zich tegen Hem beschermen. (Vertel het dan) als jullie het weten."

سَیَقُوۡلُوۡنَ لِلّٰہِ ؕ قُلۡ فَاَنّٰی تُسۡحَرُوۡنَ ﴿۹۸﴾
Sa yaqoeloena liellaah; qoel fa annaa toes haroen
23:89 Ze zullen zeggen: "Allah!" Zeg: "hoe komt het dan dat jullie betoverd zijn?"

بَلۡ اَتَیۡنٰہُمۡ بِالۡحَقِّ وَ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿۰۹﴾
Bal atainaahoem biel haqqie wa iennahoem lakaazieboen
23:90 Nee! Wij hebben hen de waarheid gegeven. Echter, ze zijn zonder twijfel leugenaars! (Notitie: ze verdraaien de waarheid met betrekking tot het monotheïsme. Ze bedenken theorieën voor het rechtvaardigen van deelgenoten aan Allah, zoals zoon, dochters, etc.)

مَا اتَّخَذَ اللّٰہُ مِنۡ وَّلَدٍ وَّ مَا کَانَ مَعَہٗ مِنۡ اِلٰہٍ اِذًا لَّذَہَبَ کُلُّ اِلٰہٍۭ بِمَا خَلَقَ وَ لَعَلَا بَعۡضُہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ ؕ سُبۡحٰنَ اللّٰہِ عَمَّا یَصِفُوۡنَ ﴿۱۹﴾
Mat taghazal laahoe miew waladiew wa maa kaana ma'ahoe mien ielaah; iezal lazahaba koelloe ielaahiem biemaa ghalaqa wa la'alaa ba'doehoem 'alaa ba'd; Soebhaannal laahie 'ammaa yasiefoen
23:91 Allah heeft zich geen zoon genomen, noch is er enige andere godheid bij Hem. (Als dat het geval was) dan had elke godheid datgeen wat hij zelf had geschapen, weggenomen en sommige zouden anderen hebben overmeesterd. Soebhaan (de ultieme Perfectie, zonder enige tekortkomingen) is Allah boven alle eigenschappen die ze (aan Hem) toekennen.

عٰلِمِ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ فَتَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۲۹﴾
'Aaliemiel Ghaibie wash shahhaadatie fata'aalaa 'ammaa yoeshriekoen
23:92 Kenner van het ongeziene en het geziene. Hoog verheven is Hij boven wat ze aan deelgenoten (aan Hem) toekennen!

قُلۡ رَّبِّ اِمَّا تُرِیَنِّیۡ مَا یُوۡعَدُوۡنَ ﴿۳۹﴾
Qoer Rabbie iemmmaa toerieyanniee maa yoe'adoen
23:93 Zeg: "Mijn Heer! Als U mij hetgeen laat zien wat hen toegezegd is, "

رَبِّ فَلَا تَجۡعَلۡنِیۡ فِی الۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۴۹﴾
Rabbie falaa tadj'alniee fiel qawmiez zaaliemieen
23:94 "Mijn Heer, (red mij van de straf en) plaats mij dan niet onder het misdadig volk."

وَ اِنَّا عَلٰۤی اَنۡ نُّرِیَکَ مَا نَعِدُہُمۡ لَقٰدِرُوۡنَ ﴿۵۹﴾
Wa iennaa 'alaaa an noerieyaka maa na'iedoehoem laqaadieroen
23:95 Voorzeker, Wij zijn zeker in staat om jou te laten zien wat Wij hen hebben toegezegd.

اِدۡفَعۡ بِالَّتِیۡ ہِیَ اَحۡسَنُ السَّیِّئَۃَ ؕ نَحۡنُ اَعۡلَمُ بِمَا یَصِفُوۡنَ ﴿۶۹﴾
Idfa' biellate hieya ahsanoes saiyie'ah; nahnoe a'lamoe biemaa yasiefoen
23:96 Stoot het kwaad af met het goede. Wij weten dat ze deelgenoten toekennen.

وَ قُلۡ رَّبِّ اَعُوۡذُ بِکَ مِنۡ ہَمَزٰتِ الشَّیٰطِیۡنِ ﴿۷۹﴾
Wa qoer Rabbie a'oezoe bieka mien hamazaatiesh Shayaatieen
23:97 En zeg: "Mijn Heer! Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de influistering van de satans."

وَ اَعُوۡذُ بِکَ رَبِّ اَنۡ یَّحۡضُرُوۡنِ ﴿۸۹﴾
Wa a'oezoe bieka Rabbie ai-yahdoeroen
23:98 "Ik zoek mijn toevlucht bij U, mijn Heer, zodat ze niet bij me zijn."

حَتّٰۤی اِذَا جَآءَ اَحَدَہُمُ الۡمَوۡتُ قَالَ رَبِّ ارۡجِعُوۡنِ ﴿۹۹﴾
Hattaaa iezaa djaaa'a ahada hoemoel mawtoe qaala Rabbier djie'oen
23:99 (De ongelovigen zullen niet geloven) Tot het moment dat de dood tot één van hen komt, dan zal hij zeggen: "Mijn Heer! Stuur me terug!"

لَعَلِّیۡۤ اَعۡمَلُ صَالِحًا فِیۡمَا تَرَکۡتُ کَلَّا ؕ اِنَّہَا کَلِمَۃٌ ہُوَ قَآئِلُہَا ؕ وَ مِنۡ وَّرَآئِہِمۡ بَرۡزَخٌ اِلٰی یَوۡمِ یُبۡعَثُوۡنَ ﴿۰۰۱﴾
La'allieee a'maloe saaliehan fieemaa taraktoe kallaa; iennahaa kaliematoen hoewa qaaa'ieloehaa wa miew waraaa'iehiem barzaghoen ielaa Yawmie yoeb'asoen
23:100 "Zodat ik goede daden kan verrichten met datgeen wat ik achter gelaten heb." Nee! Het is alleen een woord dat hij uitspreekt. Voor hen (de doden) is er 'Barzagh' (een barrière tussen de wereldse leven en de toestand\plek van de ziel na de dood) tot de dag waarop ze herrijzen\opstaan. (Notitie: Er is geen terug weg mogelijk, zie 50:28-29.)

فَاِذَا نُفِخَ فِی الصُّوۡرِ فَلَاۤ اَنۡسَابَ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَئِذٍ وَّ لَا یَتَسَآءَلُوۡنَ ﴿۱۰۱﴾
Fa iezaa noefiegha fies Soerie falaaa ansaaba bainahoem yawma'ieziew wa laa yatasaaa'aloen
23:101 Wanneer er in de trompet wordt geblazen, dan zal er op die dag geen relatie meer tussen hen zijn. Ze zullen niet naar elkaar vragen.

فَمَنۡ ثَقُلَتۡ مَوَازِیۡنُہٗ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۲۰۱﴾
Faman saqoelat mawaaziee noehoe fa oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
23:102 Degene met zware schalen (aan goede daden), zij zijn degenen die succes hebben geboekt.

وَ مَنۡ خَفَّتۡ مَوَازِیۡنُہٗ فَاُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ خَسِرُوۡۤا اَنۡفُسَہُمۡ فِیۡ جَہَنَّمَ خٰلِدُوۡنَ ﴿۳۰۱﴾
Wa man ghaffat mawaa zieenoehoe fa oelaaa'iekal lazieena ghasieroe 'anfoesahoem fiee djahannama ghaaliedoen
23:103 Maar degene met lichte schalen, dat zijn degenen die hebben verloren. Ze zullen voor eeuwig in de hel blijven.

تَلۡفَحُ وُجُوۡہَہُمُ النَّارُ وَ ہُمۡ فِیۡہَا کٰلِحُوۡنَ ﴿۴۰۱﴾
Talfahoe woedjoehahoemoen Naaroe wa hoem fieehaa kaaliehoen
23:104 Het vuur zal hun gezichten verbranden. Ze zullen daar grijnzen met verschoven lippen (m.a.w. hun gezichten zullen misvormd zijn).

اَلَمۡ تَکُنۡ اٰیٰتِیۡ تُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ فَکُنۡتُمۡ بِہَا تُکَذِّبُوۡنَ ﴿۵۰۱﴾
Alam takoen Aayaatiee toetlaa 'alaikoem fakoentoem biehaa toekazzieboen
23:105 (Er zal tegen hen gezegd worden:) "Werden mijn verzen niet aan jullie opgelezen, en daarna verwierpen jullie ze?"

قَالُوۡا رَبَّنَا غَلَبَتۡ عَلَیۡنَا شِقۡوَتُنَا وَ کُنَّا قَوۡمًا ضَآلِّیۡنَ ﴿۶۰۱﴾
Qaaloe Rabbanaa ghalabat 'alainaa shieqwatoenaa wa koennaa qawman daaallieen
23:106 Ze zullen zeggen: "Onze Heer! Onze slechtheid overmeesterde ons, dus werden we een dwalend volk."

رَبَّنَاۤ اَخۡرِجۡنَا مِنۡہَا فَاِنۡ عُدۡنَا فَاِنَّا ظٰلِمُوۡنَ ﴿۷۰۱﴾
Rabbanaa aghriedjnaa mienhaa fa ien 'oednaa fa iennaa zaaliemoen
23:107 "Onze Heer! Haal ons hieruit! Als wij terugkeren (naar onze slechtheid), dan zijn wij zeker misdadigers."

قَالَ اخۡسَـُٔوۡا فِیۡہَا وَ لَا تُکَلِّمُوۡنِ ﴿۸۰۱﴾
Qaalagh sa'oe fieehaa wa laa toekalliemoen
23:108 Hij (Allah) zal zeggen: "Blijf vernederd erin! En spreek Mij niet aan!"

اِنَّہٗ کَانَ فَرِیۡقٌ مِّنۡ عِبَادِیۡ یَقُوۡلُوۡنَ رَبَّنَاۤ اٰمَنَّا فَاغۡفِرۡ لَنَا وَ ارۡحَمۡنَا وَ اَنۡتَ خَیۡرُ الرّٰحِمِیۡنَ ﴿۹۰۱﴾
Innahoe kaana farieeqoem mien 'iebaadiee yaqoeloena Rabbanaaa aamannaa faghfier lanaa warhamnaa wa Anta ghairoer raahiemieen
23:109 "Voorzeker, er was een groep onder Mijn dienaren, die zeiden: 'Onze Heer! Wij geloven, dus vergeef ons en wees ons barmhartig. U bent de beste 'Ar-Rahiem' (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).'"

فَاتَّخَذۡتُمُوۡہُمۡ سِخۡرِیًّا حَتّٰۤی اَنۡسَوۡکُمۡ ذِکۡرِیۡ وَ کُنۡتُمۡ مِّنۡہُمۡ تَضۡحَکُوۡنَ ﴿۰۱۱﴾
Fattaghaztoemoehoem sieghrieyyan hattaaa ansawkoem ziekriee wa koentoem mienhoem tadhakoen
23:110 "Echter jullie bespotten hen, totdat ze stopten om jullie te laten denken over Mij. Het was jullie die hen uitlachten."

اِنِّیۡ جَزَیۡتُہُمُ الۡیَوۡمَ بِمَا صَبَرُوۡۤا ۙ اَنَّہُمۡ ہُمُ الۡفَآئِزُوۡنَ ﴿۱۱۱﴾
Iniee djazaitoehoemoel Yawma biemaa sabaroeo annahoem hoemoel faaa'iezoen
23:111 "Voorzeker, Ik heb hen beloond op deze dag omdat ze geduldig waren. Voorzeker, zij zijn degenen die de overwinning hebben (behaald)."

قٰلَ کَمۡ لَبِثۡتُمۡ فِی الۡاَرۡضِ عَدَدَ سِنِیۡنَ ﴿۲۱۱﴾
Qaala kam labiestoem fiel ardie 'adada sienieen
23:112 Hij (Allah) zal (tegen hen) zeggen: "Hoelang op basis van het aantal jaren bleven jullie op de aarde?"

قَالُوۡا لَبِثۡنَا یَوۡمًا اَوۡ بَعۡضَ یَوۡمٍ فَسۡـَٔلِ الۡعَآدِّیۡنَ ﴿۳۱۱﴾
Qaaloe labiesnaa yawman aw ba'da yawmien fas'aliel 'aaaddieen
23:113 Ze zullen zeggen: "Wij verbleven een dag of een gedeelte van een dag. Vraag het aan degenen die het bij hebben gehouden."

قٰلَ اِنۡ لَّبِثۡتُمۡ اِلَّا قَلِیۡلًا لَّوۡ اَنَّکُمۡ کُنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۴۱۱﴾
Qaala iel labiestoem iellaa qalieelal law annakoem koentoem ta'lamoen
23:114 Hij (Allah) zal zeggen: "Jullie verbleven er maar zeer kort, wisten jullie het maar (gedurende het wereldse leven)." (Notitie: het zal lijken alsof ze een uur van een dag op de aarde hebben geleefd, zie 46:35.)

اَفَحَسِبۡتُمۡ اَنَّمَا خَلَقۡنٰکُمۡ عَبَثًا وَّ اَنَّکُمۡ اِلَیۡنَا لَا تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۵۱۱﴾
Afahasiebtoem annamaa ghalaqnaakoem 'abasaw wa annakoem ielainaa laa toerdja'oen
23:115 "Dachten jullie dat Wij jullie zo maar (zonder enige doel) geschapen hadden en dat jullie niet tot Ons terug zouden keren?"

فَتَعٰلَی اللّٰہُ الۡمَلِکُ الۡحَقُّ ۚ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ رَبُّ الۡعَرۡشِ الۡکَرِیۡمِ ﴿۶۱۱﴾
Fata'aalal laahoel Maliekoel Haqq; laaa ielaaha iellaa Hoewa Rabboel 'Arshiel Karieem
23:116 Dus hoog verheven is Allah de ware Koning. Er is geen deïteit/godheid naast Hem. Heer van de hoogste Troon.

وَ مَنۡ یَّدۡعُ مَعَ اللّٰہِ اِلٰـہًا اٰخَرَ ۙ لَا بُرۡہَانَ لَہٗ بِہٖ ۙ فَاِنَّمَا حِسَابُہٗ عِنۡدَ رَبِّہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الۡکٰفِرُوۡنَ ﴿۷۱۱﴾
Wa may yad'oe ma'allaahie ielaahan aaghara laa boerhaana lahoe biehiee fa ienna maa hiesaaboehoe 'ienda Rabbieh; iennahoe laa yoefliehoel kaafieroen
23:117 Wie met Allah iets anders aanroept, zonder dat hij een bewijs ervoor heeft, dan is zijn oordeel (erover) alleen bij zijn Heer. Voorzeker, Hij zal de ongelovigen niet laten winnen.

وَ قُلۡ رَّبِّ اغۡفِرۡ وَ ارۡحَمۡ وَ اَنۡتَ خَیۡرُ الرّٰحِمِیۡنَ ﴿۸۱۱﴾
Wa qoel Rabbiegh fier warham wa Anta ghairoer raahiemieen
23:118 En zeg: "Mijn Heer! Vergeef en schenk ons barmhartigheid. U bent de beste Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
سُوۡرَۃٌ اَنۡزَلۡنٰہَا وَ فَرَضۡنٰہَا وَ اَنۡزَلۡنَا فِیۡہَاۤ اٰیٰتٍۭ بَیِّنٰتٍ لَّعَلَّکُمۡ تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۱﴾
Soeratoen anzalnaahaa wa faradnaahaa wa anzalnaa fieehaaa Aayaatiem baiyienaatiel la'allakoem tazakkaroen
24:1 (Dit is) Een Surah (een hoofdstuk van de Koran) die wij hebben neergezonden en (de wetgeving erin) verplicht gesteld. Wij hebben duidelijke verzen erin geopenbaard, zodat jullie gewaarschuwd zijn. (Notitie: Deze Soerah is geopenbaard in Medina, toen er een islamitische gevestigde samenleving begon te ontstaan.)

اَلزَّانِیَۃُ وَ الزَّانِیۡ فَاجۡلِدُوۡا کُلَّ وَاحِدٍ مِّنۡہُمَا مِائَۃَ جَلۡدَۃٍ ۪ وَّ لَا تَاۡخُذۡکُمۡ بِہِمَا رَاۡفَۃٌ فِیۡ دِیۡنِ اللّٰہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ تُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ ۚ وَ لۡیَشۡہَدۡ عَذَابَہُمَا طَآئِفَۃٌ مِّنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲﴾
Azzaanieyatoe wazzaaniee fadjliedoe koella waahiediem mienhoemaa mie'ata djaldatiew wa laa taaghoezkoem biehiemaa raafatoen fiee dieeniel laahie ien koentoem toe'mienoena biellaahie wal Yawmiel Aaghierie wal yashhad 'azaabahoemaa taaa'iefatoem mienal moe'mienieen
24:2 (Wat betreft) De vrouw en de man die 'Zina' (met elkaar) plegen (geslachtsgemeenschap die buiten het huwelijk plaatsvinden), sla elk van hen met honderd slagen. Als jullie in Allah en in de laatste dag geloven, laat dan de medelijden met hen jullie niet weerhouden (in de uitvoering ervan) met betrekking tot de 'Dien' (levenswijze/wetgeving) van Allah. En laat een gelovige groep getuigen zijn van hun straf. (Notitie: De wet voorkomt verderf tussen familiebanden m.b.t. eer en erfenis en de verantwoordelijkheden met betrekking tot kinderen die uit Zina voortkomen. Deze vers specificeert niet of het om gehuwde of niet gehuwde mensen gaat. Echter, volgens de Sunnah wordt deze wet alleen toegepast bij ongehuwde mensen, die niet kiezen voor het huwelijk, maar losbandig willen zijn (player imago) en hun verlangens willen bevredigen. Bij gehuwde mensen geldt het stenigen tot de dood, zoals vermeldt in Thora en in andere openbaringen. De wet is alleen toepasbaar als er vier getuigen van de daad zijn of als de personen in kwestie zichzelf aangeven. Het is onbekend of er gevallen zijn waarbij er vier getuigen waren van een zina daad. Volgens Sahih Al Bukhari zijn er wel mensen die zich vrijwillig hebben aangeven, zie boek of al-Hudud vol 8 Hadith 6814 en 6820.)

اَلزَّانِیۡ لَا یَنۡکِحُ اِلَّا زَانِیَۃً اَوۡ مُشۡرِکَۃً ۫ وَّ الزَّانِیَۃُ لَا یَنۡکِحُہَاۤ اِلَّا زَانٍ اَوۡ مُشۡرِکٌ ۚ وَ حُرِّمَ ذٰلِکَ عَلَی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۳﴾
Azzaaniee laa yan-kiehoe iellaa zaanieyatan aw moeshriekataw wazzaanieyatoe laa yan-kiehoehaaa iellaa zaanien aw moeshriek; wa hoerriema zaalieka 'alal moe'mienieen
24:3 De man die 'Zina' pleegt, kan alleen 'Nikah' (de seksuele daad) begaan met een vrouw die (al) de daad heeft gepleegd of met een vrouw die in afgoden gelooft. De vrouw die de daad pleegt, kan alleen de daad begaan met een man die 'Zina' heeft gepleegd of met een man die in afgoden gelooft. De vromen kunnen de daad niet begaan (vanwege de niveau van Taqwa). (Notitie: het Arabische woord Nikah betekent geslachtsgemeenschap of het contract voor de geslachtsgemeenschap, m.a.w. het huwelijk. Vers 2:221 vermeldt dat het verboden is om een man of een vrouw die in afgoden gelooft, te huwen. De eerste vers van deze Soerah begint ook met de vermelding van 'duidelijke' verzen, dus eenduidige verzen, die maar op één manier vertaald kunnen worden. Het woord Nikah in deze vers kan daarom alleen vertaald worden als de seksuele daad en niet als het huwelijk. Wat ook in deze vers zichtbaar is, is het niveau van 'Imaan'. Iemand met een hoog Imaan, dus die vroom is, kan deze daad niet begaan. Een ander punt, is dat de vers eerst met de man begint en daarna met de vrouw, omdat de man degene is die de daad verricht. De Koran geeft de vromen middelen om niet tot 'Zina' te komen, zie 24:30-31. Zie 23:1-10 de eigenschappen van een vrome.)

وَ الَّذِیۡنَ یَرۡمُوۡنَ الۡمُحۡصَنٰتِ ثُمَّ لَمۡ یَاۡتُوۡا بِاَرۡبَعَۃِ شُہَدَآءَ فَاجۡلِدُوۡہُمۡ ثَمٰنِیۡنَ جَلۡدَۃً وَّ لَا تَقۡبَلُوۡا لَہُمۡ شَہَادَۃً اَبَدًا ۚ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ۙ﴿۴﴾
Wallazieena yarmoenal moehsanaatie soemma lam yaatoe bie-arba'atie shoehadaaa'a fadjliedoehoem samaanieena djaldataw wa laa taqbaloe lahoem shahaadatan abadaa; wa oelaaa'ieka hoemoel faasieqoen
24:4 En degenen die getrouwde vrouwen beschuldigen (van niet geoorloofde geslachtsgemeenschap) en geen vier getuigen (kunnen) brengen, sla hen met tachtig slagen. Accepteer nooit hun getuigenis. Zij zijn degenen die provocerend ongehoorzaam zijn.

اِلَّا الَّذِیۡنَ تَابُوۡا مِنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ وَ اَصۡلَحُوۡا ۚ فَاِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۵﴾
Illal lazieena taaboe miem ba'die zaalieka wa aslahoe fa iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
24:5 Behalve degenen die daarna om vergiffenis vragen en goede daden verrichten. Dan voorzeker, Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (Degenen die zeer Barmhartig is voor de gelovigen).

وَ الَّذِیۡنَ یَرۡمُوۡنَ اَزۡوَاجَہُمۡ وَ لَمۡ یَکُنۡ لَّہُمۡ شُہَدَآءُ اِلَّاۤ اَنۡفُسُہُمۡ فَشَہَادَۃُ اَحَدِہِمۡ اَرۡبَعُ شَہٰدٰتٍۭ بِاللّٰہِ ۙ اِنَّہٗ لَمِنَ الصّٰدِقِیۡنَ ﴿۶﴾
Wallazieena yarmoena azwaadjahoem wa lam yakoel lahoem shoehadaaa'oe iellaaa anfoesoehoem fashahaadatoe ahadiehiem arba'oe shahaadaatiem biellaahie iennahoe lamienas saadieqieen
24:6 Degenen die hun echtgenotes beschuldigen en die geen getuigen ervoor hebben, behalve zichzelf (als getuige), dan is het afleggen van zijn getuigenis, vier keer zweren bij de naam van Allah, dat hij zeker waarheidsgetrouw is (de waarheid spreekt).

وَ الۡخَامِسَۃُ اَنَّ لَعۡنَتَ اللّٰہِ عَلَیۡہِ اِنۡ کَانَ مِنَ الۡکٰذِبِیۡنَ ﴿۷﴾
Wal ghaamiesatoe anna la'natal laahie 'alaihie ien kaana mienal kaaziebieen
24:7 En als vijfde (verklaart hij) dat de vloek van Allah op hem zal rusten als hij liegt.

وَ یَدۡرَؤُا عَنۡہَا الۡعَذَابَ اَنۡ تَشۡہَدَ اَرۡبَعَ شَہٰدٰتٍۭ بِاللّٰہِ ۙ اِنَّہٗ لَمِنَ الۡکٰذِبِیۡنَ ۙ﴿۸﴾
Wa yadra'oe anhal 'azaaba an tashhada arba'a shahaa daatiem biellaahie iennahoe lamienal kaaziebieen
24:8 Echter de straf wordt haar onthouden als zij vier keer getuigt bij Allah dat hij zeker liegt.

وَ الۡخَامِسَۃَ اَنَّ غَضَبَ اللّٰہِ عَلَیۡہَاۤ اِنۡ کَانَ مِنَ الصّٰدِقِیۡنَ ﴿۹﴾
Wal ghaamiesata anna ghadabal laahie 'alaihaaa ien kaana mienas saadieqieen
24:9 En als vijfde (verklaart ze) dat de toorn\woede van Allah op haar zal zijn als hij de waarheid spreekt.

وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ رَحۡمَتُہٗ وَ اَنَّ اللّٰہَ تَوَّابٌ حَکِیۡمٌ ﴿۰۱﴾
Wa law laa fadloel laahie 'alaikoem wa rahmatoehoe wa annal laaha Tawwaaboen Hakieem
24:10 En als de genade en de barmhartigheid van Allah niet op jullie was, (dan waren jullie nooit vergeven). En (weet) dat Allah 'At-Tawwab' (de vaak Vergevende, de meest berouw Aanvaardende), Al-Hakiem (de Al-Wijze) is.

اِنَّ الَّذِیۡنَ جَآءُوۡ بِالۡاِفۡکِ عُصۡبَۃٌ مِّنۡکُمۡ ؕ لَا تَحۡسَبُوۡہُ شَرًّا لَّکُمۡ ؕ بَلۡ ہُوَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ ؕ لِکُلِّ امۡرِیًٔ مِّنۡہُمۡ مَّا اکۡتَسَبَ مِنَ الۡاِثۡمِ ۚ وَ الَّذِیۡ تَوَلّٰی کِبۡرَہٗ مِنۡہُمۡ لَہٗ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱۱﴾
Innal lazieena djaaa'oe bieliefkie 'oesbatoem mien-koem; laa tahsaboehoe sharral lakoem bal hoewa ghairoel lakoem; liekoel liemrie'iem mienhoem mak tasaba mienal-iesm; wallaziee tawallaa kiebrahoe mienhoem lahoe 'azaaboen 'azieem
24:11 Voorzeker, een groep onder jullie bracht de leugen naar voren. Denk niet dat het slecht is voor jullie. Nee! het is (juist) goed voor jullie. Voor elk persoon van hen is de verdiende zonde. En voor degene van hen, die het geïnitieerd heeft, is er een zware straf. (Notitie: Aisha r.a., de vrouw van de profeet, werd beschuldigd van 'Zina', toen werd deze en de volgende verzen geopenbaard.)

لَوۡ لَاۤ اِذۡ سَمِعۡتُمُوۡہُ ظَنَّ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ وَ الۡمُؤۡمِنٰتُ بِاَنۡفُسِہِمۡ خَیۡرًا ۙ وَّ قَالُوۡا ہٰذَاۤ اِفۡکٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۲۱﴾
Law laaa iez samie'toemoehoe zannal moe'mienoena walmoe'mienaatoe bie anfoesiehiem ghairaw wa qaaloe haazaaa iefkoem moebieen
24:12 Waarom dachten de vrome mannen en vrouwen niet het goede over elkaar toen ze het (de beschuldiging) hoorden? En waarom zeiden ze niet: "Dit is een duidelijke leugen!" ?

لَوۡ لَا جَآءُوۡ عَلَیۡہِ بِاَرۡبَعَۃِ شُہَدَآءَ ۚ فَاِذۡ لَمۡ یَاۡتُوۡا بِالشُّہَدَآءِ فَاُولٰٓئِکَ عِنۡدَ اللّٰہِ ہُمُ الۡکٰذِبُوۡنَ ﴿۳۱﴾
Law laa djaaa'oe 'alaihie bie-arba'atie shoehadaaa'; fa iez lam yaatoe bieshshoehadaaa'ie fa oelaaa 'ieka 'iendal laahie hoemoel kaazieboen
24:13 Waarom hebben ze geen vier getuigen ervoor gebracht? Omdat ze dus geen getuigen hebben gebracht, zijn ze door Allah tot de leugenaars verklaart. (Notitie: Zie Nisa, 4:15, de wetgeving m.b.t. 'Zina' en het brengen van vier getuigen was al eerder geopenbaard.)

وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ رَحۡمَتُہٗ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ لَمَسَّکُمۡ فِیۡ مَاۤ اَفَضۡتُمۡ فِیۡہِ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۴۱﴾
Wa law laa fadloel laahie 'alaikoem wa rahmatoehoe fieddoenyaa wal aaghieratie lamassakoem fiee maaa afadtoem fieehie 'azaaboen 'azieem
24:14 En als de genade en de barmhartigheid van Allah niet op jullie rustte gedurende deze wereld en in het hiernamaals (op dag des oordeels), dan had een zware straf jullie getroffen voor datgeen wat jullie uitten.

اِذۡ تَلَقَّوۡنَہٗ بِاَلۡسِنَتِکُمۡ وَ تَقُوۡلُوۡنَ بِاَفۡوَاہِکُمۡ مَّا لَیۡسَ لَکُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ وَّ تَحۡسَبُوۡنَہٗ ہَیِّنًا ٭ۖ وَّ ہُوَ عِنۡدَ اللّٰہِ عَظِیۡمٌ ﴿۵۱﴾
Iz talaqqawnahoe bie alsienatiekoem wa taqoeloena bie afwaahiekoem maa laisa lakoem biehiee 'ielmoew wa tahsaboe nahoe haiyienaw wa hoewa 'iendal laahie 'azieem
24:15 Jullie dachten dat het iets kleins was, toen jullie de gedachte (met betrekking tot de beschuldiging) jullie tong lieten bereiken en jullie datgeen waarover jullie geen kennis hadden, uitspraken met jullie monden. Echter, voor Allah is het iets groots.

وَ لَوۡ لَاۤ اِذۡ سَمِعۡتُمُوۡہُ قُلۡتُمۡ مَّا یَکُوۡنُ لَنَاۤ اَنۡ نَّتَکَلَّمَ بِہٰذَا ٭ۖ سُبۡحٰنَکَ ہٰذَا بُہۡتَانٌ عَظِیۡمٌ ﴿۶۱﴾
Wa law laaa iez samie'toe moehoe qoeltoem maa yakoenoe lanaaa an natakallama biehaazaa Soebhaanaka haaza boehtaanoen 'azieem
24:16 En waarom zeiden jullie niet, toen jullie het hoorden: "Het is niet aan ons om erover te praten. Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) bent U (Allah)! Dit is een enorme beschuldiging!" ?

یَعِظُکُمُ اللّٰہُ اَنۡ تَعُوۡدُوۡا لِمِثۡلِہٖۤ اَبَدًا اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۱﴾
Ya'iezoekoemoel laahoe an ta'oedoe liemiesliehieee abadan ien koentoem moe'mienieen
24:17 Allah waarschuwt jullie om zoiets nooit meer te doen, als jullie gelovig zijn.

وَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمُ الۡاٰیٰتِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۸۱﴾
Wa yoebaiyienoel laahoe lakoemoel Aayaat; wallaahoe 'Alieemoen Hakieem
24:18 Allah maakt de Ayahs (verzen, tekenen) duidelijk voor jullie want Allah is Al-Aliem (de Alwetende), Al-Hakiem (de Alwijze).

اِنَّ الَّذِیۡنَ یُحِبُّوۡنَ اَنۡ تَشِیۡعَ الۡفَاحِشَۃُ فِی الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ۙ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ وَ اَنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Innal lazieena yoehiebboena an tashiee'al faahieshatoe fiel lazieena aamanoe lahoem 'azaaboen alieemoen fied doenyaa wal Aaghierah; wallaahoe ya'lamoe wa antoem laa ta'lamoen
24:19 Voorzeker, voor degenen die ervan houden om de onzedelijkheid onder de gelovigen te verspreiden, is er een pijnlijke straf gedurende deze wereld en in het hiernamaals. Allah weet terwijl jullie niet weten.

وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ رَحۡمَتُہٗ وَ اَنَّ اللّٰہَ رَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۰۲﴾
Wa law laa fadloel laahie 'alaikoem wa rahmatoehoe wa annal laaha Ra'oefoer Rahieem
24:20 En als de genade en de barmhartigheid van Allah niet op jullie was (dan waren jullie zeker bestraft). En (weet) dat Allah 'Ar-Raoef' (de meest Vriendelijke), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe) is.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَتَّبِعُوۡا خُطُوٰتِ الشَّیۡطٰنِ ؕ وَ مَنۡ یَّتَّبِعۡ خُطُوٰتِ الشَّیۡطٰنِ فَاِنَّہٗ یَاۡمُرُ بِالۡفَحۡشَآءِ وَ الۡمُنۡکَرِ ؕ وَ لَوۡ لَا فَضۡلُ اللّٰہِ عَلَیۡکُمۡ وَ رَحۡمَتُہٗ مَا زَکٰی مِنۡکُمۡ مِّنۡ اَحَدٍ اَبَدًا ۙ وَّ لٰکِنَّ اللّٰہَ یُزَکِّیۡ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۲﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe laa tattabie'oe ghoetoewaatiesh Shaitaan; wa many-yattabie' ghoetoewaatiesh Shaitaanie fa iennahoe yaamoeroe bielfahshaaa'ie walmoen-kar; wa law laa fadloel laahie 'alaikoem wa rahmatoehoe maa zakaa mien-koem mien ahadien abadaw wa laakiennal laaha yoezakkiee many-yashaaa'; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
24:21 O gelovigen! Volg de voetstappen van de satan niet! Wie de voetstappen van de satan volgt, voorzeker, weet dan dat hij de onzedelijkheid en het kwaad beveelt. En als de genade en de barmhartigheid van Allah niet op jullie was, dan zou niemand van jullie ooit rein zijn. Echter, Allah reinigt wie Hij wil, want Allah is As-Samie (de alles Horende), Al-Aliem (de Al-Wetende). (Notitie: het verspreiden van onzedelijkheid wordt gezien als het volgen van de voetsporen van de satan. Uiteindelijk zal de satan de onzedelijkheid en kwaad bevelen. Zie ook 2:169.)

وَ لَا یَاۡتَلِ اُولُوا الۡفَضۡلِ مِنۡکُمۡ وَ السَّعَۃِ اَنۡ یُّؤۡتُوۡۤا اُولِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنَ وَ الۡمُہٰجِرِیۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ۪ۖ وَ لۡیَعۡفُوۡا وَ لۡیَصۡفَحُوۡا ؕ اَلَا تُحِبُّوۡنَ اَنۡ یَّغۡفِرَ اللّٰہُ لَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۲﴾
Wa laa yaatalie oeloel fadlie mien-koem wassa'atie ay yoe'toeo oeliel qoerbaa walmasaakieena walmoehaadjierieena fiee sabieeliellaahie walya'foe walyasfahoe; alaa toehiebboena ay yaghfieral laahoe lakoem; wal laahoe Ghafoeroer Rahieem
24:22 En laat degenen die rijk zijn en veel middelen tot hun beschikking hebben, niet zweren dat ze de familieleden\verwanten, de behoeftigen en de emigranten (die emigreerden) op de weg van Allah, niet zullen helpen. Laat hen vergeven en vergeten. Willen jullie niet dat Allah jullie vergeeft? Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe). (Notitie: Abu Bakr r.a., de vader van Aisha r.a., had zich voorgenomen om de beschuldigers van Aisha, niet meer te helpen. Vervolgens werd deze vers geopenbaard.)

اِنَّ الَّذِیۡنَ یَرۡمُوۡنَ الۡمُحۡصَنٰتِ الۡغٰفِلٰتِ الۡمُؤۡمِنٰتِ لُعِنُوۡا فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ ۪ وَ لَہُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۳۲﴾
Innal lazieena yarmoenal moehsanaatiel ghaafielaatiel moe'mienaatie loe'ienoe fied doenyaa wal Aaghieratie wa lahoem 'azaaboen 'azieem
24:23 Voorwaar, degenen die getrouwde vrouwen die onschuldig en gelovig zijn, beschuldigen, zijn vervloekt gedurende het wereldse leven en in het hiernamaals. En voor hen is er een zware straf.

یَّوۡمَ تَشۡہَدُ عَلَیۡہِمۡ اَلۡسِنَتُہُمۡ وَ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ اَرۡجُلُہُمۡ بِمَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Yawma tashhhadoe 'alaihiem alsienatoehoem wa aidieehiem wa ardjoeloehoem biemaa kaanoe ya'maloen
24:24 Op een dag zullen hun tongen, hun handen en hun voeten getuigen tegen hen voor datgeen wat ze deden.

یَوۡمَئِذٍ یُّوَفِّیۡہِمُ اللّٰہُ دِیۡنَہُمُ الۡحَقَّ وَ یَعۡلَمُوۡنَ اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡحَقُّ الۡمُبِیۡنُ ﴿۵۲﴾
Yawma'ieziey yoewaf fieehiemoel laahoe dieenahoemoel haqqa wa ya'lamoena annal laaha Hoewal Haqqoel Moebieen
24:25 Op die Dag zal Allah hen hun verschuldigde beloning volledig uit betalen. Ze zullen weten dat Allah duidelijk de waarheid is.

اَلۡخَبِیۡثٰتُ لِلۡخَبِیۡثِیۡنَ وَ الۡخَبِیۡثُوۡنَ لِلۡخَبِیۡثٰتِ ۚ وَ الطَّیِّبٰتُ لِلطَّیِّبِیۡنَ وَ الطَّیِّبُوۡنَ لِلطَّیِّبٰتِ ۚ اُولٰٓئِکَ مُبَرَّءُوۡنَ مِمَّا یَقُوۡلُوۡنَ ؕ لَہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ وَّ رِزۡقٌ کَرِیۡمٌ ﴿۶۲﴾
Al ghabieesaatoe liel ghabieesieena wal ghabieesoena liel ghabieesaatie wat taiyiebaatoe liet taiyiebieena wat taiyieboena liet taiyiebaat; oelaaa'ieka moebarra'oena miemma yaqoeloena lahoem maghfieratoew wa riezqoen karieem
24:26 Slechte vrouwen zijn voor slechte mannen en slechte mannen zijn voor slechte vrouwen. Goede vrouwen zijn voor goede mannen en goede mannen zijn voor goede vrouwen. Ze zijn onschuldig voor datgeen wat ze zeggen. Voor hen is er vergeving en een nobele voorziening. (Notitie: Deze vers verklaard de onschuld van Aisha r.a. .)

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَدۡخُلُوۡا بُیُوۡتًا غَیۡرَ بُیُوۡتِکُمۡ حَتّٰی تَسۡتَاۡنِسُوۡا وَ تُسَلِّمُوۡا عَلٰۤی اَہۡلِہَا ؕ ذٰلِکُمۡ خَیۡرٌ لَّکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe laa tadghoeloe boeyoetan ghaira boeyoetiekoem hatta tastaaniesoe wa toesalliemoe 'allaa ahliehaa; zaaliekoem ghairoel lakoem la'allakoem tazakkaroen
24:27 O gelovigen! Betreed geen huizen, afgezien van jullie eigen huizen, totdat jullie toestemming hebben gevraagd en jullie jezelf vredig ("Saliemoe") aan de bewoners hebben overgegeven. Dat is het beste voor jullie, zodat jullie (de gunsten van Allah) gedenken. (Notitie: met "vredig overgeven", wordt gezien om goede intenties te hebben voor de bewoners en de bewoners geen onrecht aan te doen. Zie ook 24:61.)

فَاِنۡ لَّمۡ تَجِدُوۡا فِیۡہَاۤ اَحَدًا فَلَا تَدۡخُلُوۡہَا حَتّٰی یُؤۡذَنَ لَکُمۡ ۚ وَ اِنۡ قِیۡلَ لَکُمُ ارۡجِعُوۡا فَارۡجِعُوۡا ہُوَ اَزۡکٰی لَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ عَلِیۡمٌ ﴿۸۲﴾
Fa iel lam tadjiedoe fieehaaa ahadan falaa tadghoeloehaa hattaa yoe'zana lakoem wa ien qieela lakoemoerdjie'oe fardjie'oe hoewa azkaa lakoem; wallaahoe biemaa ta'maloena 'Alieem
24:28 Maar als jullie niemand thuis aantreffen, ga dan alleen naar binnen als jullie toestemming ervoor hebben gekregen. En als er tegen jullie wordt gezegd: "Ga terug!", ga dan terug. Dat is reiner voor jullie. Allah is Al-Wetend over datgeen wat jullie doen.

لَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ اَنۡ تَدۡخُلُوۡا بُیُوۡتًا غَیۡرَ مَسۡکُوۡنَۃٍ فِیۡہَا مَتَاعٌ لَّکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ یَعۡلَمُ مَا تُبۡدُوۡنَ وَ مَا تَکۡتُمُوۡنَ ﴿۹۲﴾
Laisa 'alaikoem djoenaahoen ann tadghoeloe boeyoetan ghaira maskoenatien fieeha mataa'oel lakoem; wallaahoe ya'lamoe maa toebdoena wa maa taktoemoen
24:29 Er rust geen enkel schuld op jullie als jullie onbewoonde huizen betreden. Er zijn voorzieningen voor jullie er binnen. En Allah weet wat jullie openlijk doen en wat jullie verbergen.

قُلۡ لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ یَغُضُّوۡا مِنۡ اَبۡصَارِہِمۡ وَ یَحۡفَظُوۡا فُرُوۡجَہُمۡ ؕ ذٰلِکَ اَزۡکٰی لَہُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ خَبِیۡرٌۢ بِمَا یَصۡنَعُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Qoel lielmoe' mienieena yaghoeoeddoe mien absaariehiem wa yahfazoe foeroedjahoem; zaalieka azkaa lahoem; iennallaaha ghabieeroem biemaa yasna'oen
24:30 Zeg tegen vrome mannen dat ze hun blik neer moeten slaan en dat ze over hun geslachtsdelen moeten waken. Dat is reiner voor hen. Allah is bewust van datgeen wat ze doen.

وَ قُلۡ لِّلۡمُؤۡمِنٰتِ یَغۡضُضۡنَ مِنۡ اَبۡصَارِہِنَّ وَ یَحۡفَظۡنَ فُرُوۡجَہُنَّ وَ لَا یُبۡدِیۡنَ زِیۡنَتَہُنَّ اِلَّا مَا ظَہَرَ مِنۡہَا وَ لۡیَضۡرِبۡنَ بِخُمُرِہِنَّ عَلٰی جُیُوۡبِہِنَّ ۪ وَ لَا یُبۡدِیۡنَ زِیۡنَتَہُنَّ اِلَّا لِبُعُوۡلَتِہِنَّ اَوۡ اٰبَآئِہِنَّ اَوۡ اٰبَآءِ بُعُوۡلَتِہِنَّ اَوۡ اَبۡنَآئِہِنَّ اَوۡ اَبۡنَآءِ بُعُوۡلَتِہِنَّ اَوۡ اِخۡوَانِہِنَّ اَوۡ بَنِیۡۤ اِخۡوَانِہِنَّ اَوۡ بَنِیۡۤ اَخَوٰتِہِنَّ اَوۡ نِسَآئِہِنَّ اَوۡ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُہُنَّ اَوِ التّٰبِعِیۡنَ غَیۡرِ اُولِی الۡاِرۡبَۃِ مِنَ الرِّجَالِ اَوِ الطِّفۡلِ الَّذِیۡنَ لَمۡ یَظۡہَرُوۡا عَلٰی عَوۡرٰتِ النِّسَآءِ ۪ وَ لَا یَضۡرِبۡنَ بِاَرۡجُلِہِنَّ لِیُعۡلَمَ مَا یُخۡفِیۡنَ مِنۡ زِیۡنَتِہِنَّ ؕ وَ تُوۡبُوۡۤا اِلَی اللّٰہِ جَمِیۡعًا اَیُّہَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Wa qoel lielmoe'mienaatie yaghdoedna mien absaariehienna wa yahfazna foeroedjahoenna wa laa yoebdieena zieenatahoenna iellaa maa zahara mienhaa wala yadriebanna bieghoemoeriehienna 'alaa djoeyoebiehienna wa laa yoebdieena zieenatahoenna iellaa lieboe'oelatiehienna aw aabaaa'ie hienna aw aabaaa'ie boe'oelatie hienna aw abnaaa'iehiennaa aw abnaaa'ie boe'oelatiehiennna aw ieghwaaniehiennna aw banieee ieghwaaniehienna aw baniee aghawaatiehienna aw niesaaa'ie hienna aw maa malakat aimaanoehoenna awiet taabie'ieena ghairie ieliel ierbatie mienar riedjaalie awiet tiefliellazieena lam yazharoe 'alaa 'awraatien niesaaa'ie wala yadriebnna bie ardjoeliehienna lieyoe'lama maa yoeghfieena mien zieenatiehienn; wa toeboeo ielallaahie djammiee'an aiyoehal moe'mienoena la'allakoem toefliehoen
24:31 En zeg tegen de vrome vrouwen dat ze hun blik neer moeten slaan en dat ze over hun geslachtsdelen moeten waken. En dat ze hun schoonheid niet moeten tonen, behalve datgeen wat ervan zichtbaar is (de handen en het gezicht). Laat hen hun hoofdbedekkingen over hun boezems vallen. En laat hen hun schoonheid niet tonen, met uitzondering van hun echtgenoten, hun vaders, hun schoonvaders, hun zonen, de zonen van de echtgenoten, hun broers, de zonen van hun broers of zusters, hun vrouwelijke bedienden, hun slaven, hun mannelijke bedienden die geen seksuele verlangens hebben, of de kinderen die nog geen besef hebben (van geslachtsgemeenschap) van de vrouwelijke 'Aurat'. En laat ze niet stampen met hun voeten, zodat hun verborgen versieringen zichtbaar worden. O vromen! Keer met z'n allen naar Allah toe, zodat jullie de overwinning kunnen behalen!

وَ اَنۡکِحُوا الۡاَیَامٰی مِنۡکُمۡ وَ الصّٰلِحِیۡنَ مِنۡ عِبَادِکُمۡ وَ اِمَآئِکُمۡ ؕ اِنۡ یَّکُوۡنُوۡا فُقَرَآءَ یُغۡنِہِمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ وَاسِعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۲۳﴾
Wa an-kiehoel ayaamaa mien-koem was saaliehieena mien 'iebaadiekoem wa iemaa'iekoem; ieny-yakoenoe foeqaraaa'a yoeghnie hiemoel laahoe mien fadlieh; wal laahoe Waasie'oen 'Alieem
24:32 En huw de vrijgezellen onder jullie. En (huw ook) de rechtvaardige onder jullie mannelijke en vrouwelijke slaven. Als ze arm zijn, (weet dat) Allah hen zal verrijken met Zijn gunsten. Allah is Al-Waasi (de Allesomvattende), Al-Aliem (de Alwetende).

وَ لۡیَسۡتَعۡفِفِ الَّذِیۡنَ لَا یَجِدُوۡنَ نِکَاحًا حَتّٰی یُغۡنِیَہُمُ اللّٰہُ مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ وَ الَّذِیۡنَ یَبۡتَغُوۡنَ الۡکِتٰبَ مِمَّا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ فَکَاتِبُوۡہُمۡ اِنۡ عَلِمۡتُمۡ فِیۡہِمۡ خَیۡرًا ٭ۖ وَّ اٰتُوۡہُمۡ مِّنۡ مَّالِ اللّٰہِ الَّذِیۡۤ اٰتٰىکُمۡ ؕ وَ لَا تُکۡرِہُوۡا فَتَیٰتِکُمۡ عَلَی الۡبِغَآءِ اِنۡ اَرَدۡنَ تَحَصُّنًا لِّتَبۡتَغُوۡا عَرَضَ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ؕ وَ مَنۡ یُّکۡرِہۡہُّنَّ فَاِنَّ اللّٰہَ مِنۡۢ بَعۡدِ اِکۡرَاہِہِنَّ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۳۳﴾
Wal yasta'fiefiel lazieena laa yadjiedoena niekaahan hatta yoeghnieyahoemoel laahoe mien fadlieh; wallazieena yabtaghoenal kietaaba miemmaa malakat aimaanoekoem fakaatieboehoem ien 'aliemtoem fieehiem ghairaw wa aatoehoem miemmaaliel laahiel lazieee aataakoem; wa laa toekriehoe fatayaatiekoem 'alal bieghaaa'ie ien aradna tahassoenal lietabtaghoe 'aradal hayaatied doenyaa; wa may yoekriehhoenna fa iennal laaha miem ba'die iekraahiehienna Ghafoeroer Rahieem
24:33 En laat degenen die geen (financiële) middelen vinden om te trouwen, zichzelf in toom houden totdat Allah hen zal verrijken met Zijn gunsten. En degenen (slaven) die een contract van vrijverklaring wensen van de eigenaren, schrijf hen de contract voor als jullie iets goeds in hen vinden. En geef hen van Allah's rijkdom die Hij aan jullie gegeven heeft. En dwing jullie slavinnen niet tot prostitutie als ze wensen te trouwen, jullie zoeken alleen de tijdelijke winst van het wereldse leven. En wie hen dwingt, dan voorzeker weet dat Allah na hun dwang (voor hen) meest Vergevensgezind, meest Barmhartig is. (Notitie: slaven die zich vrij wenste te kopen, wilden een werk contract opstellen zodat ze zich vrij konden kopen.)

وَ لَقَدۡ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکُمۡ اٰیٰتٍ مُّبَیِّنٰتٍ وَّ مَثَلًا مِّنَ الَّذِیۡنَ خَلَوۡا مِنۡ قَبۡلِکُمۡ وَ مَوۡعِظَۃً لِّلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa laqad anzalnaaa ielaikoem Aayaatiem moebaiyienaatiew wa masalam miennal lazieena ghalaw mien qabliekoem wa maw'iezatal lielmoettaqieen
24:34 En waarlijk! Wij hebben duidelijke 'Ayahs' (verzen, tekenen) aan jou neergezonden, met voorbeelden (van de gebeurtenissen) van de generaties die voor jou hebben geleefd en een vermaning voor de Moettaqoens (degenen die Allah vrezen, zie 2:2-5).

اَللّٰہُ نُوۡرُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ مَثَلُ نُوۡرِہٖ کَمِشۡکٰوۃٍ فِیۡہَا مِصۡبَاحٌ ؕ اَلۡمِصۡبَاحُ فِیۡ زُجَاجَۃٍ ؕ اَلزُّجَاجَۃُ کَاَنَّہَا کَوۡکَبٌ دُرِّیٌّ یُّوۡقَدُ مِنۡ شَجَرَۃٍ مُّبٰرَکَۃٍ زَیۡتُوۡنَۃٍ لَّا شَرۡقِیَّۃٍ وَّ لَا غَرۡبِیَّۃٍ ۙ یَّکَادُ زَیۡتُہَا یُضِیۡٓءُ وَ لَوۡ لَمۡ تَمۡسَسۡہُ نَارٌ ؕ نُوۡرٌ عَلٰی نُوۡرٍ ؕ یَہۡدِی اللّٰہُ لِنُوۡرِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ یَضۡرِبُ اللّٰہُ الۡاَمۡثَالَ لِلنَّاسِ ؕ وَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۵۳﴾
Allaahoe noeroes samaawaatie wal ard; masaloe noeriehiee kamieshkaatien fieehaa miesbaah; almiesbaahoe fiee zoedjaadjatien azzoedjaadjatoe ka annahaa kawkaboen doerrieyyoey yoeqadoe mien shadjaratiem moebaarakatien zaitoenatiel laa sharieqieyyatiew wa laa gharbieyyatiey yakaadoe zaitoehaa yoedieee'oe wa law lam tamsashoe naar; noeroen 'alaa noer; yahdiel laahoe lienoeriehiee may yashaaa'; wa yadrieboel laahoel amsaala liennaas; wallaahoe biekoellie shai'ien Alieem
24:35 Allah is de 'Noer' (het licht) van de hemelen en de aarde. Een voorbeeld van Zijn licht is als een 'Mishkaat' (nis/uitsparing in de muur) met een lamp erin. (Het vuur van) De lamp bevindt zich in een glas. Het glas schijnt net als een planeet dat schittert (door reflectie van het licht). Het (vuur) brandt van een gezegende olijf boom, die niet van het oosten of westen komt. Het is alsof de olie ervan brandt, zelfs als het nog niet door de vuur is aangeraakt (spontane ontbranding). Licht op licht. Allah leidt naar Zijn licht wie Hij wil. Allah geeft vergelijkingen voor de mensen (,zodat ze het kunnen begrijpen). Allah is Al-Wetend over alles. (Notitie: Licht is de bron van leven. Het licht schijnt vanaf een bron en de rest absorbeert en reflecteert het licht. De essentie van het leven is het verrichten van goede daden, zoals vermeldt in 67:2. Goede daden zijn niets anders dan de "reflectie" van de gunsten van Allah die Hij heeft gegeven aan ieder mens, zie 2:3. Om goede daden en liefdadigheid te kunnen doen, dus het licht van Allah te reflecteren, heb je Taqwa nodig. Taqwa is de constante bewustzijn van de aanwezigheid van Allah, Zijn Barmhartigheid, de beloning en de straf, kortom godsvreesheid. Zie bijvoorbeeld 3:14-15. Het is Allah's licht (Taqwa), die in de harten van de gelovigen brandt. Het schijnt (uitgeven, goed doen, je naasten helpen) zelfs als er geen aanleiding ervoor is (het vuur heeft de olie nog niet aangeraakt). Door de leiding, de Koran (de olie van een gezegende boom), krijgen mensen Taqwa. Allah brengt de mensen van het donker naar het licht, zodat ze kunnen schitteren, dus uitgeven en goede daden kunnen verrichten.)

فِیۡ بُیُوۡتٍ اَذِنَ اللّٰہُ اَنۡ تُرۡفَعَ وَ یُذۡکَرَ فِیۡہَا اسۡمُہٗ ۙ یُسَبِّحُ لَہٗ فِیۡہَا بِالۡغُدُوِّ وَ الۡاٰصَالِ ﴿۶۳﴾
Fiee boeyoetien azienal laahoe an toerfa'a wa yoezkara fieehasmoehoe yoesabbiehoe lahoe fieehaa bielghoedoewwie wal aasaal
24:36 (Dergelijke licht is te vinden) In moskeeën waar Allah bevolen heeft om Zijn naam daarin te verheven en te gedenken. Ze prijzen\verheerlijken Hem in de ochtend en in de avond.

رِجَالٌ ۙ لَّا تُلۡہِیۡہِمۡ تِجَارَۃٌ وَّ لَا بَیۡعٌ عَنۡ ذِکۡرِ اللّٰہِ وَ اِقَامِ الصَّلٰوۃِ وَ اِیۡتَآءِ الزَّکٰوۃِ ۪ۙ یَخَافُوۡنَ یَوۡمًا تَتَقَلَّبُ فِیۡہِ الۡقُلُوۡبُ وَ الۡاَبۡصَارُ ﴿۷۳﴾
Riedjaaloel laa toelhieehiem tiedjaaratoew wa laa bai'oen 'an ziekriel laahie wa ieqaamies Salaatie wa ieetaaa'iez Zakaatie yaghaafoena Yawman tataqallaboe fieehiel qoeloeboe wal absaar
24:37 (Door) Mannen die noch door het handelen, noch door het verkopen, worden afgeleid van het gedenken van Allah, of van het onderhouden van de 'salaat' (het gebed) of van het geven van de zakaat (arme belasting). Ze vrezen een dag (dag des oordeels) waarop de harten en de ogen hevig zullen schudden\doordraaien.

لِیَجۡزِیَہُمُ اللّٰہُ اَحۡسَنَ مَا عَمِلُوۡا وَ یَزِیۡدَہُمۡ مِّنۡ فَضۡلِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ یَرۡزُقُ مَنۡ یَّشَآءُ بِغَیۡرِ حِسَابٍ ﴿۸۳﴾
Lieyadjzieyahoemoel laahoe ahsana maa 'amieloe wa yazieedahoem mien fadlieh; wal laahoe yarzoeqoe may yashaaa'oe bieghairie hiesaab
24:38 Zodat Allah hen zal belonen met het beste voor datgeen wat ze hebben gedaan en hen geeft van Zijn Gunsten. En Allah verschaft (van Zijn gunsten) aan wie Hij wil zonder enige afrekening.

وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَعۡمَالُہُمۡ کَسَرَابٍۭ بِقِیۡعَۃٍ یَّحۡسَبُہُ الظَّمۡاٰنُ مَآءً ؕ حَتّٰۤی اِذَا جَآءَہٗ لَمۡ یَجِدۡہُ شَیۡئًا وَّ وَجَدَ اللّٰہَ عِنۡدَہٗ فَوَفّٰىہُ حِسَابَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۹۳﴾
Wallazieena kafaroeo a'maaloehoem kasaraabiem bieqiee'atiey yahsaboehoez zamaanoe maaa'an hattaaa iezaa djaaa'ahoe lam yadjied hoe shai'aw wa wadjadal laaha 'iendahoe fa waffaahoe hiesaabah; wallaahoe sariee'oel hiesaab
24:39 Maar de daden van de ongelovigen zijn als een fata morgana (luchtspiegeling) in een woestijn. De dorstige denkt dat het (hun daden) water is, totdat hij er arriveert (op de dag des oordeels) en ontdekt dat het niets is en dan zal hij Allah voor zich vinden. Hij (Allah) zal hem de verschuldigde loon volledig uitbetalen. Allah is snel in de afrekening. (Notitie: de daden van de ongelovigen zijn vruchteloos, zie ook 2:264.)

اَوۡ کَظُلُمٰتٍ فِیۡ بَحۡرٍ لُّجِّیٍّ یَّغۡشٰہُ مَوۡجٌ مِّنۡ فَوۡقِہٖ مَوۡجٌ مِّنۡ فَوۡقِہٖ سَحَابٌ ؕ ظُلُمٰتٌۢ بَعۡضُہَا فَوۡقَ بَعۡضٍ ؕ اِذَاۤ اَخۡرَجَ یَدَہٗ لَمۡ یَکَدۡ یَرٰىہَا ؕ وَ مَنۡ لَّمۡ یَجۡعَلِ اللّٰہُ لَہٗ نُوۡرًا فَمَا لَہٗ مِنۡ نُّوۡرٍ ﴿۰۴﴾
Aw kazoeloemaatien fiee bahriel loedjdjieyyiey yaghshaahoe mawdjoen mien fawqiehiee mawdjoen mien fawqiehiee sahaab; zoeloematoen ba'doehaa fawqa ba'dien iezaaa aghradja yadahoe lam yakad yaraahaa wa man lam yadj'aliel laahoe lahoe noeran famaa lahoe mien noer
24:40 Of (de vergelijking van de ongelovigen) is net als de duisternis in een diepe zee, bedekt door lagen golven met daarboven donkere wolken, (het is) duisternis op duisternis. Wanneer hij zijn hand uitsteekt, dan kan hij het nauwelijks zien. En voor wie Allah geen licht voor hem heeft gemaakt, dan is er geen enkel licht voor hem. (Notitie: Als Allah iemand geen leiding (licht) heeft dan is er geen referentie voor hem wat goede daden zijn.)

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ یُسَبِّحُ لَہٗ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ الطَّیۡرُ صٰٓفّٰتٍ ؕ کُلٌّ قَدۡ عَلِمَ صَلَاتَہٗ وَ تَسۡبِیۡحَہٗ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌۢ بِمَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Alam tara annal laaha yoesabbiehoe lahoe man fiessamaawaatie wal ardie wat tairoe saaaffaatiem koelloen qad 'aliema Salaatahoe wa tasbieehah; wallaahoe 'alieemoem biemaa yaf'aloen
24:41 Zie je niet dat Allah geprezen wordt door alles in de hemelen en op de aarde, zoals de vogels die hun vleugels uitspreiden? Ieder kent zijn gebed en zijn manier van verheerlijken. Allah is Al-wetend over datgeen wat ze doen.

وَ لِلّٰہِ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ۚ وَ اِلَی اللّٰہِ الۡمَصِیۡرُ ﴿۲۴﴾
Wa liellaahie moelkoes samaawaatie wal ardie wa ielal laahiel masieer
24:42 Aan Allah behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde. En tot Allah is de (eind)bestemming.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ یُزۡجِیۡ سَحَابًا ثُمَّ یُؤَلِّفُ بَیۡنَہٗ ثُمَّ یَجۡعَلُہٗ رُکَامًا فَتَرَی الۡوَدۡقَ یَخۡرُجُ مِنۡ خِلٰلِہٖ ۚ وَ یُنَزِّلُ مِنَ السَّمَآءِ مِنۡ جِبَالٍ فِیۡہَا مِنۡۢ بَرَدٍ فَیُصِیۡبُ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَصۡرِفُہٗ عَنۡ مَّنۡ یَّشَآءُ ؕ یَکَادُ سَنَا بَرۡقِہٖ یَذۡہَبُ بِالۡاَبۡصَارِ ﴿۳۴﴾
Alam tara annal laaha yoezdjiee sahaaban soemma yoe'alliefoe bainahoe soemma yadj'aloehoe roekaaman fataral wadqa yaghroedjoe mien ghielaaliehiee wa yoenazzieloe mienas samaaa'ie mien djiebaalien fieehaa miem baradien fa yoesieeboe biehiee may yashaaa'oe wa yasriefoehoe 'am may yashaaa'oe yakkaadoe sanaa barqiehiee yazhaboe biel absaar
24:43 Zie je niet dat Allah de wolken voortdrijft, vervolgens ze samenvoegt, en daarna hen tot een grote massa (wolk) maakt? Vervolgens, zie je de regen vanuit de kern voortkomen. En Hij zendt vanuit de hemel hagel uit (wolken zo groot als) bergen, neer. Hij laat het raken op wie Hij wil of laat het afwenden van wie Hij wil. Bijna ontneemt de bliksemflits het zicht.

یُقَلِّبُ اللّٰہُ الَّیۡلَ وَ النَّہَارَ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَعِبۡرَۃً لِّاُولِی الۡاَبۡصَارِ ﴿۴۴﴾
Yoeqallieboel laahoel laila wannahaar; ienna fiee zaalieka la'iebratal lie oeliel absaar
24:44 Allah wisselt de dag en de nacht. Voorzeker, dat is zeker een les voor degenen met inzicht.

وَ اللّٰہُ خَلَقَ کُلَّ دَآبَّۃٍ مِّنۡ مَّآءٍ ۚ فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّمۡشِیۡ عَلٰی بَطۡنِہٖ ۚ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّمۡشِیۡ عَلٰی رِجۡلَیۡنِ ۚ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّمۡشِیۡ عَلٰۤی اَرۡبَعٍ ؕ یَخۡلُقُ اللّٰہُ مَا یَشَآءُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۵۴﴾
Wallaahoe ghalaqa koella daaabbatiem miem maaa'ien famienhoem may yamshiee 'alaa batniehiee wa mienhoem may yamshiee 'alaa riedjlaine wa mienhoem may yamshiee 'alaaa arba'; yaghloeqoel laahoe maa yashaaa'; iennal laaha 'alaa koellie shai'ien Qadieer
24:45 En Allah schiep ieder bewegend schepsel uit water. Onder hen zijn er die zich voortbewegen op zijn buik, op twee benen\poten of op vier (poten). Allah creëert wat Hij wil. Voorzeker, Allah is over alles Al-Qadier (Degene Die in staat om alles te kunnen doen).

لَقَدۡ اَنۡزَلۡنَاۤ اٰیٰتٍ مُّبَیِّنٰتٍ ؕ وَ اللّٰہُ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۶۴﴾
Laqad anzalnaaa Aayaatiem moebaiyienaat; wallaahoe yahdiee may yashaaa'oe ielaa Sieraatiem Moestaqieem
24:46 Waarlijk, Wij hebben duidelijke Verzen neergezonden en Allah leidt wie Hij wil naar het rechte pad.

وَ یَقُوۡلُوۡنَ اٰمَنَّا بِاللّٰہِ وَ بِالرَّسُوۡلِ وَ اَطَعۡنَا ثُمَّ یَتَوَلّٰی فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ ذٰلِکَ ؕ وَ مَاۤ اُولٰٓئِکَ بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa yaqoeloena aamannaa biellaahie wa bier Rasoelie wa ata'naa soemma yatawallaa farieeqoem mienhoem miem ba'die zaaliek; wa maaa oelaaa'ieka bielmoe'mienieen
24:47 Ze zeggen (de hypocrieten): "Wij geloven in Allah en in de boodschapper en wij gehoorzamen." Vervolgens, keert een groep zich daarna af, zij zijn geen gelovigen.

وَ اِذَا دُعُوۡۤا اِلَی اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ لِیَحۡکُمَ بَیۡنَہُمۡ اِذَا فَرِیۡقٌ مِّنۡہُمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa iezaa doe'oeo ielal laahie wa Rasoeliehiee lie yahkoema bainahoem iezaa farieeqoem mienhoem moe'riedoen
24:48 Wanneer ze tot Allah en Zijn boodschapper opgeroepen worden met betrekking tot het oordelen, aanschouw, een deel van hen keert zich af (om zich te laten oordelen volgens Allah's wetten).

وَ اِنۡ یَّکُنۡ لَّہُمُ الۡحَقُّ یَاۡتُوۡۤا اِلَیۡہِ مُذۡعِنِیۡنَ ﴿۹۴﴾
Wa ieny-yakoel lahoemoel haqqoe yaatoeo ielaihie moez'ienieen
24:49 Maar als de waarheid aan hun zijde is, komen ze in gehoorzaamheid naar hem (Mohammed v.z.m.h.) toe (om zich te laten oordelen).

اَفِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ اَمِ ارۡتَابُوۡۤا اَمۡ یَخَافُوۡنَ اَنۡ یَّحِیۡفَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ وَ رَسُوۡلُہٗ ؕ بَلۡ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Afiee qoeloebiehiem maradoen amiertaaboeo am yaghaafoena ay yahieefallaahoe 'alaihiem wa Rasoeloeh; bal oelaaa'ieka hoemoez zaaliemoen
24:50 Is er een ziekte in hun harten of hebben ze twijfels of zijn ze bang dat Allah onrechtvaardig zal zijn tegen hen en Zijn boodschapper? Nee! Zij zijn de onrechtvaardigen.

اِنَّمَا کَانَ قَوۡلَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اِذَا دُعُوۡۤا اِلَی اللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ لِیَحۡکُمَ بَیۡنَہُمۡ اَنۡ یَّقُوۡلُوۡا سَمِعۡنَا وَ اَطَعۡنَا ؕ وَ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُفۡلِحُوۡنَ ﴿۱۵﴾
Innamaa kaana qawlal moe'mienieena iezaa doe'oeo ielal laahie wa Rasoeliehiee lie yahkoema bainahoem ay yaqoeloe samie'naa wa ata'naa; wa oelaaa'ieka hoemoel moefliehoen
24:51 Wanneer de gelovigen tot Allah en Zijn boodschapper opgeroepen worden met betrekking tot het oordelen, zeggen ze alleen: "Wij horen en wij gehoorzamen." Zij zijn degenen die groeien in succes.

وَ مَنۡ یُّطِعِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ یَخۡشَ اللّٰہَ وَ یَتَّقۡہِ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفَآئِزُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Wa may yoetie'iel laaha wa Rasoelahoe wa yaghshal laaha wa yattaqhie fa oelaaa'ieka hoemoel faaa'iezoen
24:52 En wie Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt, en Allah vreest en bewust is van Hem (Taqwa), zij zijn de overwinnaars (m.b.t. het paradijs).

وَ اَقۡسَمُوۡا بِاللّٰہِ جَہۡدَ اَیۡمَانِہِمۡ لَئِنۡ اَمَرۡتَہُمۡ لَیَخۡرُجُنَّ ؕ قُلۡ لَّا تُقۡسِمُوۡا ۚ طَاعَۃٌ مَّعۡرُوۡفَۃٌ ؕ اِنَّ اللّٰہَ خَبِیۡرٌۢ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۵﴾
Wa aqsamoe biellaahie djahda aimaaniehiem la'ien amartahoem la yaghroedjoenna qoel laa toeqsiemoe taa'atoem ma'roefah iennal laaha ghabieeroem biemaa ta'maloen
24:53 Zij (de hypocrieten) zweren bij Allah met hun sterkste beloftes, dat als jij (Mohammed v.z.m.h.) hen beveelt, dan zullen ze zeker (ten strijde) gaan. Zeg:"Zweer niet! De (valse) gehoorzaamheid is bekend! voorzeker, Allah is op de hoogte over alles wat jullie doen." (Notitie: zie 3:167 m.b.t de ongeloof van de hypocrieten. De hypocrieten zweren met sterkste beloftes om mensen te misleiden zie 63:2)

قُلۡ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ اَطِیۡعُوا الرَّسُوۡلَ ۚ فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنَّمَا عَلَیۡہِ مَا حُمِّلَ وَ عَلَیۡکُمۡ مَّا حُمِّلۡتُمۡ ؕ وَ اِنۡ تُطِیۡعُوۡہُ تَہۡتَدُوۡا ؕ وَ مَا عَلَی الرَّسُوۡلِ اِلَّا الۡبَلٰغُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۴۵﴾
Qoel atiee'oel laaha wa atiee'oer Rasoela fa ien tawallaw fa iennamaa 'alaihie maa hoemmiela wa 'alaikoem maa hoemmieltoem wa ien toetiee'oehoe tahtadoe; wa maa'alar Rasoelie iellal balaaghoel moebieen
24:54 Zeg: "Gehoorzaam Allah en gehoorzaam de boodschapper. Maar indien jullie je afkeren, dan rust op hem alleen datgeen waarmee hij is belast en op jullie rust datgeen waarmee jullie zijn belast. Indien jullie hem gehoorzamen, dan zullen jullie worden geleid. Op de boodschapper rust alleen het duidelijk verkondigen (van de boodschap).

وَعَدَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مِنۡکُمۡ وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَیَسۡتَخۡلِفَنَّہُمۡ فِی الۡاَرۡضِ کَمَا اسۡتَخۡلَفَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ۪ وَ لَیُمَکِّنَنَّ لَہُمۡ دِیۡنَہُمُ الَّذِی ارۡتَضٰی لَہُمۡ وَ لَیُبَدِّلَنَّہُمۡ مِّنۡۢ بَعۡدِ خَوۡفِہِمۡ اَمۡنًا ؕ یَعۡبُدُوۡنَنِیۡ لَا یُشۡرِکُوۡنَ بِیۡ شَیۡئًا ؕ وَ مَنۡ کَفَرَ بَعۡدَ ذٰلِکَ فَاُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡفٰسِقُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Wa'adal laahoel lazieena aamanoe mien-koem wa 'amieloes saaliehaatie la yastaghliefan nahoem fiel ardie kamastagh lafal lazieena mien qabliehiem wa la yoemakkienanna lahoem dieenahoemoel lazier tadaa lahoem wa la yoebaddielannahoem miem ba'die ghawfiehiem amnaa; ya'boedoenaniee laayoeshriekoena biee shai'aa; wa man kafara ba'da zaalieka fa oelaaa'ieka hoemoel faasieqoen
24:55 En Allah heeft de gelovigen, die goede daden doen, belooft dat Hij hen zeker op aarde de overhand/overheering zal schenken, zoals Hij het aan degenen vóór hen heeft verleend. Zodat Hij voor hen hun 'Dien' (levenswijze/geloof), welke Hij hen toegewezen heeft, zal vestigen. En Hij zal hun angst in veiligheid veranderen, dit omdat ze Mij aanbidden en geen enkel deelgenoot aan Mij toekennen. Maar wie daarna niet gelooft, dan zijn dat degenen die provocerend ongehoorzaam zijn.

وَ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتُوا الزَّکٰوۃَ وَ اَطِیۡعُوا الرَّسُوۡلَ لَعَلَّکُمۡ تُرۡحَمُوۡنَ ﴿۶۵﴾
Wa aqieemoes Salaata wa aatoez Zakaata wa atiee'oer Rasoela la'allakoem toerhamoen
24:56 En onderhoud de 'Salaat' (het gebed) en geef de zakaat (de arme belasting) en gehoorzaam de boodschapper zodat jullie de barmhartigheid kunnen krijgen.

لَا تَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مُعۡجِزِیۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ۚ وَ مَاۡوٰىہُمُ النَّارُ ؕ وَ لَبِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۷۵﴾
Laa tahsabannal lazieena kafaroe moe'djiezieena fiel ard; wa maawaahoemoen Naaroe wa labie'sal masieer
24:57 Denk niet dat de ongelovigen kunnen vluchten op de aarde. Hun verblijfplaats zal het vuur zijn. Ellendig is de bestemming!

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لِیَسۡتَاۡذِنۡکُمُ الَّذِیۡنَ مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ وَ الَّذِیۡنَ لَمۡ یَبۡلُغُوا الۡحُلُمَ مِنۡکُمۡ ثَلٰثَ مَرّٰتٍ ؕ مِنۡ قَبۡلِ صَلٰوۃِ الۡفَجۡرِ وَ حِیۡنَ تَضَعُوۡنَ ثِیَابَکُمۡ مِّنَ الظَّہِیۡرَۃِ وَ مِنۡۢ بَعۡدِ صَلٰوۃِ الۡعِشَآءِ ۟ؕ ثَلٰثُ عَوۡرٰتٍ لَّکُمۡ ؕ لَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ وَ لَا عَلَیۡہِمۡ جُنَاحٌۢ بَعۡدَہُنَّ ؕ طَوّٰفُوۡنَ عَلَیۡکُمۡ بَعۡضُکُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمُ الۡاٰیٰتِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۸۵﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe lie yasta'zien-koemoel lazieena malakat aimaanoekoem wallazieena lam yabloeghoel hoeloema mien-koem salaasa marraat; mien qablie Salaatiel Fadjrie wa hieena tada'oena sieyaa bakoem mienaz zahieeratie wa mien ba'die Salaatiel Ishaaa'; salaasoe 'awraatiel lakoem; laisa 'alaikoem wa laa 'alaihiem djoenaahoen ba'dahoenn; tawwaafoena 'alaikoem ba'doekoem 'alaa ba'd; kazaalieka yoebaiyienoel laahoe lakoemoel aayaat; wallahoe 'Alieemoen Hakieem
24:58 O gelovigen! Laten de slaven die jullie bezitten en de kinderen die nog geen puberteit bereikt hebben, jullie om toestemming vragen (voor het binnetreden bij jullie) tijdens drie tijden, voor het ochtend gebed (Fadjr Salaat), tijdens de middag (rust) als jullie je kleren ontdoen en na het avond gebed (Isha Salaat). Dat zijn drie privé momenten voor jullie. Buiten deze tijden rust er geen schuld op jullie noch op hen als ze met jullie omgaan (zonder toestemming te vragen). Allah maakt de verzen voor jullie duidelijk. Allah is Al-Aliem (Al-wetend), Al-Hakiem (de Alwijze).

وَ اِذَا بَلَغَ الۡاَطۡفَالُ مِنۡکُمُ الۡحُلُمَ فَلۡیَسۡتَاۡذِنُوۡا کَمَا اسۡتَاۡذَنَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمۡ اٰیٰتِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۹۵﴾
Wa iezaa balaghal atfaaloe mien-koemoel hoeloema fal yasta'zienoe kamas ta'zanal lazieena mien qabliehiem; kazaalieka yoebaiyienoel laahoe lakoem Aayaatieh; wallaahoe 'Alieemoen Hakieem
24:59 En wanneer de kinderen de puberteit bereiken, laat hen (altijd om) toestemming vragen, zoals de oude generaties om toestemming vroegen. Allah maakt dus Zijn verzen voor jullie duidelijk. Allah is Al-Aliem (Al-wetend), Al-Hakiem (de Alwijze).

وَ الۡقَوَاعِدُ مِنَ النِّسَآءِ الّٰتِیۡ لَا یَرۡجُوۡنَ نِکَاحًا فَلَیۡسَ عَلَیۡہِنَّ جُنَاحٌ اَنۡ یَّضَعۡنَ ثِیَابَہُنَّ غَیۡرَ مُتَبَرِّجٰتٍۭ بِزِیۡنَۃٍ ؕ وَ اَنۡ یَّسۡتَعۡفِفۡنَ خَیۡرٌ لَّہُنَّ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۰۶﴾
Walqawaa'iedoe mienan niesaaa'iel laatiee laa yardjoena niekaahan fa laisa 'alaihienna djoenaahoen ay yada'na sieyaabahoenna ghaira moetabarriedjaatien bie zieenah; wa ay yasta'fief na ghairoel lahoenn; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
24:60 Er rust geen schuld op vrouwen, die de menopauze hebben gehad en die geen verlangens hebben om te trouwen, als ze hun kledingstukken uittrekken, zonder dat ze hun versiering tonen. Maar het is beter voor hen als ze dat niet doen. Allah is As-Samie (de Alhorende), Al-Aliem (de Alwetende).

لَیۡسَ عَلَی الۡاَعۡمٰی حَرَجٌ وَّ لَا عَلَی الۡاَعۡرَجِ حَرَجٌ وَّ لَا عَلَی الۡمَرِیۡضِ حَرَجٌ وَّ لَا عَلٰۤی اَنۡفُسِکُمۡ اَنۡ تَاۡکُلُوۡا مِنۡۢ بُیُوۡتِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ اٰبَآئِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ اُمَّہٰتِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ اِخۡوَانِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ اَخَوٰتِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ اَعۡمَامِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ عَمّٰتِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ اَخۡوَالِکُمۡ اَوۡ بُیُوۡتِ خٰلٰتِکُمۡ اَوۡ مَا مَلَکۡتُمۡ مَّفَاتِحَہٗۤ اَوۡ صَدِیۡقِکُمۡ ؕ لَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ اَنۡ تَاۡکُلُوۡا جَمِیۡعًا اَوۡ اَشۡتَاتًا ؕ فَاِذَا دَخَلۡتُمۡ بُیُوۡتًا فَسَلِّمُوۡا عَلٰۤی اَنۡفُسِکُمۡ تَحِیَّۃً مِّنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ مُبٰرَکَۃً طَیِّبَۃً ؕ کَذٰلِکَ یُبَیِّنُ اللّٰہُ لَکُمُ الۡاٰیٰتِ لَعَلَّکُمۡ تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۶﴾
Laisa 'alal a'maa haradjoew wa laa 'alal a'radjie haradjoew wa laa 'alal marieedie haradjoen wa laa 'alaa anfoesiekoem 'an ta'koeloe mien boeyoetiekoem aw boeyoetie aabaaa'iekoem aw boeyoetie oemmahaatiekoem aw boeyoetie ieghwaaniekoem aw boeyoetie aghawaatiekoem aw boeyoetie a'maamiekoem aw boeyoetie 'ammaatiekoem aw boeyoetie aghwaaliekoem aw boeyoetie ghaalaatiekoem aw maa malaktoem mafaatiehahoeo aw sadieeqiekoem; laisa 'alaikoem djoenaahoen 'an ta'koeloe djamiee'an aw ashtaata; fa iezaa daghaltoem boeyoetan fa salliemoe 'alaaa anfoesiekoem tahieyyatan mien 'iendiel laahie moebaarakatan taiyiebah; kazaalieka yoebay yienoel laahoe lakoemoel Aayaatie la'allakoem ta'qieloen
24:61 Er rust geen schuld op de blinde, de lichamelijk gehandicapte, de zieke en op jullie zelf, als jullie eten in jullie eigen huizen, of die van jullie vaders of van jullie moeders, of van jullie broers of zussen, of van jullie ooms of tantes, of in huizen waarvan jullie de sleutels bezitten of (in de huizen) van jullie vrienden. Er rust geen schuld op jullie als jullie samen eten of alleen. Echter, wanneer jullie huizen binnentreden, geef jullie dan vredig over ("Saliemoe") als een groet van Allah, wat gezegend en goed is. Allah maakt de 'Ayahs' (verzen\tekenen) duidelijk zodat jullie kunnen begrijpen. (Notitie: het vredig overgeven is dat je de bewoners geen onrecht aandoet, zie 24:27 en de vredesgroet uitbrengen zie 6:54.)

اِنَّمَا الۡمُؤۡمِنُوۡنَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ وَ اِذَا کَانُوۡا مَعَہٗ عَلٰۤی اَمۡرٍ جَامِعٍ لَّمۡ یَذۡہَبُوۡا حَتّٰی یَسۡتَاۡذِنُوۡہُ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَسۡتَاۡذِنُوۡنَکَ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ یُؤۡمِنُوۡنَ بِاللّٰہِ وَ رَسُوۡلِہٖ ۚ فَاِذَا اسۡتَاۡذَنُوۡکَ لِبَعۡضِ شَاۡنِہِمۡ فَاۡذَنۡ لِّمَنۡ شِئۡتَ مِنۡہُمۡ وَ اسۡتَغۡفِرۡ لَہُمُ اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۶﴾
Innamal moe'mienoenal lazieena aamanoe biellaahie wa Rasoeliehiee wa iezaa kaanoe ma'ahoe 'alaaa amrien djaamie'iel lam yazhaboe hattaa yasta'zienoeh; iennal lazieena yasta'zienoenaka oelaaa'iekal lazieena yoe'mienoena biellaahie wa Rasoelieh; fa iezas ta'zanoeka lie ba'die sha'niehiem fa'zal lieman shie'ta mienhoem wastaghfier lahoemoel laah; iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
24:62 De gelovigen zijn alleen degenen die in Allah en Zijn boodschapper (Mohammed v.z.m.h.) geloven. En wanneer ze met hem zijn, voor een kwestie of om iets gezamenlijk te doen, gaan ze alleen weg nadat ze om zijn toestemming hebben gevraagd. Voorzeker, degenen die om toestemming vragen, geloven in Allah en Zijn boodschapper. Wanneer ze dus om toestemming vragen (om te vertrekken) vanwege een bepaalde reden, geef dan toestemming aan wie je wil. En vraag Allah vergiffenis voor hen. Voorzeker, Allah is Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).

لَا تَجۡعَلُوۡا دُعَآءَ الرَّسُوۡلِ بَیۡنَکُمۡ کَدُعَآءِ بَعۡضِکُمۡ بَعۡضًا ؕ قَدۡ یَعۡلَمُ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ یَتَسَلَّلُوۡنَ مِنۡکُمۡ لِوَاذًا ۚ فَلۡیَحۡذَرِ الَّذِیۡنَ یُخَالِفُوۡنَ عَنۡ اَمۡرِہٖۤ اَنۡ تُصِیۡبَہُمۡ فِتۡنَۃٌ اَوۡ یُصِیۡبَہُمۡ عَذَابٌ اَلِیۡمٌ ﴿۳۶﴾
Laa tadj'aloe doe'aaa'ar Rasoelie bainakoem ka doe'aaa'ie ba'diekoem ba'daa; qad ya'lamoel laahoel lazieena yatasallaloena mien-koem liewaazaa; fal yahzariel lazieena yoeghaaliefoena 'an amriehieee 'an toesieebahoem fietnatoen aw yoesieebahoem 'azaaboen alieem
24:63 Maak het aanroepen van de boodschapper niet zoals sommige van jullie andere aanroepen. Waarlijk, Allah kent degenen van jullie die stilletjes wegsluipen (zonder toestemming). Laat dus degenen die zich verzetten tegen zijn bevelen op zijn hoede zijn voor een beproeving of een pijnlijke straf.

اَلَاۤ اِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ قَدۡ یَعۡلَمُ مَاۤ اَنۡتُمۡ عَلَیۡہِ ؕ وَ یَوۡمَ یُرۡجَعُوۡنَ اِلَیۡہِ فَیُنَبِّئُہُمۡ بِمَا عَمِلُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۴۶﴾
'Alaaa ienna liellaahie maa fies samaawaatie wal ardie qad ya'lamoe maaa antoem 'alaihie wa Yawma yoerdja'oena ielaihie fa yoenabbie'oehoem biemaa 'amieloe; wallaahoe biekoellie shai'ien 'Alieem
24:64 Zonder twijfel! Aan Allah behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde is. Waarlijk, Hij kent jullie toestand en de dag waarop ze naar Hem terug keren. Vervolgens, zal Hij hen informeren over wat ze deden. Allah is over alles Alwetend.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
تَبٰرَکَ الَّذِیۡ نَزَّلَ الۡفُرۡقَانَ عَلٰی عَبۡدِہٖ لِیَکُوۡنَ لِلۡعٰلَمِیۡنَ نَذِیۡرَا ۙ﴿۱﴾
Tabaarakal laziee nazzalal Foerqaana 'alaa 'abdiehiee lie yakoena liel'aalamieena nazieera
25:1 Gezegend is Hij (Allah) Die de 'Foerqan' (de norm voor goed en kwaad, de Koran) heeft neergezonden op Zijn dienaar (Mohammed v.z.m.h.), zodat hij een waarschuwer is voor de werelden (djiens en de gehele mensheid).

ۣالَّذِیۡ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ لَمۡ یَتَّخِذۡ وَلَدًا وَّ لَمۡ یَکُنۡ لَّہٗ شَرِیۡکٌ فِی الۡمُلۡکِ وَ خَلَقَ کُلَّ شَیۡءٍ فَقَدَّرَہٗ تَقۡدِیۡرًا ﴿۲﴾
Allaziee lahoe moelkoes samaawaatie wal ardie wa lam yattaghiez waladaw wa lam yakoel lahoe sharieekoen fielmoelkie wa ghalaqa koella shai'ien faqaddarahoe taqdieeraa
25:2 (Allah is) Degene aan wie het koninkrijk van de hemelen en de aarde toebehoort. Hij heeft zich geen zoon genomen, noch heeft Hij een partner in het koninkrijk. Hij heeft alles geschapen en heeft alles op maat gemaakt. (Notitie: zie 54:49 m.b.t. alles op maat gemaakt.)

وَ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اٰلِہَۃً لَّا یَخۡلُقُوۡنَ شَیۡئًا وَّ ہُمۡ یُخۡلَقُوۡنَ وَ لَا یَمۡلِکُوۡنَ لِاَنۡفُسِہِمۡ ضَرًّا وَّ لَا نَفۡعًا وَّ لَا یَمۡلِکُوۡنَ مَوۡتًا وَّ لَا حَیٰوۃً وَّ لَا نُشُوۡرًا ﴿۳﴾
Wattaghazoe mien doeniehieee aaliehatal laa yaghloeqoena shai'aw wa hoem yoeghlaqoena wa laa yamliekoena lie anfoesiehiem darraw wa laa naf'aw wa laa yamliekoena mawtaw wa laa hayaataw wa laa noeshoeraa
25:3 Ondanks dat hebben ze naast Hem afgoden genomen. Ze (de afgoden) hebben niets geschapen, maar ze zijn zelf geschapen. Noch kunnen ze zichzelf schaden toebrengen, noch enig voordeel. Noch hebben ze enig invloed op de dood, het leven en op de wederopstanding. (Notitie: De criteria of iets een godheid is, zijn: het scheppen van leven, het ontnemen daarvan, dus de dood, en de wederopstanding ervan.)

وَ قَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّاۤ اِفۡکُۨ افۡتَرٰىہُ وَ اَعَانَہٗ عَلَیۡہِ قَوۡمٌ اٰخَرُوۡنَ ۚۛ فَقَدۡ جَآءُوۡ ظُلۡمًا وَّ زُوۡرًا ۚ﴿۴﴾
Wa qaalal lazieena kafaroeo ien haazaaa iellaaa iefkoenief taraahoe wa a'aanahoe 'alaihie qawmoen aagharoena faqad djaaa'oe zoelmaw wa zoeraa
25:4 En de ongelovigen zeggen: "Dit is niets anders dan een leugen, die hij heeft verzonnen. Een andere volk heeft hem daarbij geholpen." Zonder enige twijfel, ze hebben een misdaad gepleegd en een leugen bedacht!

وَ قَالُوۡۤا اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ اکۡتَتَبَہَا فَہِیَ تُمۡلٰی عَلَیۡہِ بُکۡرَۃً وَّ اَصِیۡلًا ﴿۵﴾
Wa qaaloeo asaatieeroel awwalieenak tatabahaa fahieya toemlaa 'alaihie boekrataw wa asieelaa
25:5 En ze zeggen: "Dit zijn fabels van de oude generaties, welke hij heeft opgeschreven. Ze dicteren het hem in de ochtend en in de avond voor." (Notitie: zie ook 16:103.)

قُلۡ اَنۡزَلَہُ الَّذِیۡ یَعۡلَمُ السِّرَّ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اِنَّہٗ کَانَ غَفُوۡرًا رَّحِیۡمًا ﴿۶﴾
Qoel anzalhoel laziee ya'lamoes sierra fies samaawaatie wal-ard; iennahoe kaana Ghafoerar Rahieemaa
25:6 Zeg: "Hij, Die de geheimen in de hemelen en op aarde kent, heeft het neergezonden. Voorzeker, Hij is Gafoer (de Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe)."

وَ قَالُوۡا مَالِ ہٰذَا الرَّسُوۡلِ یَاۡکُلُ الطَّعَامَ وَ یَمۡشِیۡ فِی الۡاَسۡوَاقِ ؕ لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡہِ مَلَکٌ فَیَکُوۡنَ مَعَہٗ نَذِیۡرًا ۙ﴿۷﴾
Wa qaaloe maa lie haazar Rasoelie ya'koeloet ta'aama wa yamshiee fiel aswaaq; law laaa oenziela ielaihie malakoen fa yakoena ma'ahoe nazieeraa
25:7 En ze zeggen: "Waarom eet deze boodschapper voedsel en loopt op markten rond? Waarom is er geen (zichtbare) engel naar hem gezonden, zodat hij samen met hem kan waarschuwen?"

اَوۡ یُلۡقٰۤی اِلَیۡہِ کَنۡزٌ اَوۡ تَکُوۡنُ لَہٗ جَنَّۃٌ یَّاۡکُلُ مِنۡہَا ؕ وَ قَالَ الظّٰلِمُوۡنَ اِنۡ تَتَّبِعُوۡنَ اِلَّا رَجُلًا مَّسۡحُوۡرًا ﴿۸﴾
Aw yoelqaaa ielaihie kanzoen aw takoenoe lahoe djannatoey ya'koeloe mienhaa; wa qaalaz zaaliemoena ien tattabie'oena iellaa radjoelan mas hoeraa
25:8 "Of (waarom) is hem geen schat gegeven of een tuin waarvan hij kan eten?" En de misdadigers zeggen (zelfs): "Jullie volgen alleen een bezeten man."

اُنۡظُرۡ کَیۡفَ ضَرَبُوۡا لَکَ الۡاَمۡثَالَ فَضَلُّوۡا فَلَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ سَبِیۡلًا ﴿۹﴾
Oenzoer kaifa daraboe lakal amsaala fadalloe falaa yastatiee'oena sabieelaa
25:9 Zie waar ze jou mee vergelijken. Echter, ze zijn afgedwaald, dus kunnen ze geen weg vinden.

تَبٰرَکَ الَّذِیۡۤ اِنۡ شَآءَ جَعَلَ لَکَ خَیۡرًا مِّنۡ ذٰلِکَ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ۙ وَ یَجۡعَلۡ لَّکَ قُصُوۡرًا ﴿۰۱﴾
Tabaarakal lazieee ien shaaa'a dja'ala laka ghairan mien zaalieka djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe wa yadj'al laka qoesoeraa
25:10 Gezegend is Hij Die voor jou veel beter dan dat gemaakt kon hebben als Hij het had gewild. (Bijvoorbeeld,) Tuinen waaronder rivieren stromen en Hij kon paleizen voor jou maken.

بَلۡ کَذَّبُوۡا بِالسَّاعَۃِ ۟ وَ اَعۡتَدۡنَا لِمَنۡ کَذَّبَ بِالسَّاعَۃِ سَعِیۡرًا ﴿۱۱﴾
Bal kazzaboe bies Saa'atie wa a'tadnaa lieman kazzaba bies Saa'atie sa'ieeraa
25:11 Nee, ze verwerpen (het bestaan van) het uur (dag des oordeels). Wij hebben voor degenen die het uur verwerpt, een woedende vuur voorbereid.

اِذَا رَاَتۡہُمۡ مِّنۡ مَّکَانٍۭ بَعِیۡدٍ سَمِعُوۡا لَہَا تَغَیُّظًا وَّ زَفِیۡرًا ﴿۲۱﴾
Izaa ra'at hoem mien makaanien ba'ieedien samie'oe lahaa taghaiyoezaw wa zafieeraa
25:12 Wanneer het (vuur) hen van een afstand ziet, zullen ze zijn woede en gebrul horen.

وَ اِذَاۤ اُلۡقُوۡا مِنۡہَا مَکَانًا ضَیِّقًا مُّقَرَّنِیۡنَ دَعَوۡا ہُنَالِکَ ثُبُوۡرًا ﴿۳۱﴾
Wa iezaaa oelqoe mienhaa makaanan daiyieqam moeqar ranieena da'aw hoenaalieka thoeboera
25:13 En wanneer ze geketend aan elkaar in een smalle ruimte daarvan worden gegooid, zullen ze smeken om totale vernietiging (van hunzelf zodat het pijnlijden zal stoppen).

لَا تَدۡعُوا الۡیَوۡمَ ثُبُوۡرًا وَّاحِدًا وَّ ادۡعُوۡا ثُبُوۡرًا کَثِیۡرًا ﴿۴۱﴾
Laa tad'oel yawma thoeboeraw waahiedaw wad'oe thoeboeran kasieeraa
25:14 (Er zal gezegd worden) "Smeek deze dag niet om één vernietiging, maar smeek om meerdere vernietigingen." (Notitie: in het hiernamaals zullen de lichaamsdelen zoals de huid opnieuw worden gemaakt, zodat men de pijn steeds opnieuw ervaart, zie 4:56.)

قُلۡ اَذٰلِکَ خَیۡرٌ اَمۡ جَنَّۃُ الۡخُلۡدِ الَّتِیۡ وُعِدَ الۡمُتَّقُوۡنَ ؕ کَانَتۡ لَہُمۡ جَزَآءً وَّ مَصِیۡرًا ﴿۵۱﴾
Qoel azaalieka ghairoen am djannatoel ghoeldiel latiee woe'iedal moettaqoen; kaanat lahoem djazaaa'aw wa masieeraa
25:15 Zeg: "Is dat beter of is de eeuwige tuin die aan de Moettaqoen (zie 2:2-5) is beloofd, beter? Het is een beloning en de eindbestemming voor hen."

لَہُمۡ فِیۡہَا مَا یَشَآءُوۡنَ خٰلِدِیۡنَ ؕ کَانَ عَلٰی رَبِّکَ وَعۡدًا مَّسۡـُٔوۡلًا ﴿۶۱﴾
Lahoem fieehaa maa yashaaa'oena ghaaliedieen; kaana 'alaa Rabbieka wa'dan mas'oelaa
25:16 "Voor hen is er alles wat ze maar ook wensen en ze zullen er eeuwig in vertoeven. Het is een zelf opgelegde belofte van jouw Heer."

وَ یَوۡمَ یَحۡشُرُہُمۡ وَ مَا یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ فَیَقُوۡلُ ءَاَنۡتُمۡ اَضۡلَلۡتُمۡ عِبَادِیۡ ہٰۤؤُلَآءِ اَمۡ ہُمۡ ضَلُّوا السَّبِیۡلَ ﴿۷۱﴾
Wa Yawma yahshoeroehoem wa maa ya'boedoena mien doeniel laahie fa yaqoeloe 'a-antoem adlaltoem 'iebaadiee haaa'oelaaa'ie am hoem dalloes sabieel
25:17 En de dag (des oordeels) waarop Hij hen en degenen die ze naast Allah aanbaden (de bemiddelaars, leiders, etc.), zal verzamelen, zal Hij vragen: "Hebben jullie Mijn dienaren misleid of zijn ze zelf van het (rechte) pad afgedwaald?"

قَالُوۡا سُبۡحٰنَکَ مَا کَانَ یَنۡۢبَغِیۡ لَنَاۤ اَنۡ نَّتَّخِذَ مِنۡ دُوۡنِکَ مِنۡ اَوۡلِیَآءَ وَ لٰکِنۡ مَّتَّعۡتَہُمۡ وَ اٰبَآءَہُمۡ حَتّٰی نَسُوا الذِّکۡرَ ۚ وَ کَانُوۡا قَوۡمًۢا بُوۡرًا ﴿۸۱﴾
Qaaloe Soebhaanaka maa kaana yanbaghiee lanaaa an nattaghieza mien doenieka mien awlieyaaa'a wa laakien matta'tahoem wa aabaaa'ahoem hattaa nasoez ziekra wa kaanoe qawman boeraa
25:18 Ze zullen zeggen: "Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) bent U! We waren niet hoogmoedig om een Auliya (beschermers, helpers, piers, enz.) naast U toe te kennen. U gaf hen en hun voorvaders comfort totdat ze de boodschap vergaten en dus een waardeloos volk werden."

فَقَدۡ کَذَّبُوۡکُمۡ بِمَا تَقُوۡلُوۡنَ ۙ فَمَا تَسۡتَطِیۡعُوۡنَ صَرۡفًا وَّ لَا نَصۡرًا ۚ وَ مَنۡ یَّظۡلِمۡ مِّنۡکُمۡ نُذِقۡہُ عَذَابًا کَبِیۡرًا ﴿۹۱﴾
Faqad kazzaboekoem biemaa taqoeloena famaa tastatiee'oena sarfaw wa laa nasraa; wa may yazliem mien-koem noezieqhoe 'azaaban kabieeraa
25:19 (Allah zal tegen de volgelingen zeggen:) "Zij (de Auliyas) hebben jullie afgestoten voor datgeen wat jullie zeggen. Jullie kunnen dus de straf niet afwenden, noch is er hulp." En (weet dat) wie van jullie een misdaad pleegt, Wij zullen hem een grote straf laten proeven. (Notitie: zie ook 2:166-167, 16:86 m.b.t conversatie tussen Allah, de volgelingen en de bemiddelaars.)

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا قَبۡلَکَ مِنَ الۡمُرۡسَلِیۡنَ اِلَّاۤ اِنَّہُمۡ لَیَاۡکُلُوۡنَ الطَّعَامَ وَ یَمۡشُوۡنَ فِی الۡاَسۡوَاقِ ؕ وَ جَعَلۡنَا بَعۡضَکُمۡ لِبَعۡضٍ فِتۡنَۃً ؕ اَتَصۡبِرُوۡنَ ۚ وَ کَانَ رَبُّکَ بَصِیۡرًا ﴿۰۲﴾
Wa maaa arsalnaa qablaka mienal moersalieena iellaaa iennahoem la ya'koeloenat ta'aama wa yamshoena fiel aswaaq; wa dja'alnaa ba'dakoem lieba'dien fietnatan atasbieroen; wa kaana Rabboeka Basieera (18)
25:20 En alle boodschappers die Wij in de generaties voor jou zonden, aten voedsel en liepen op markten rond. En Wij hebben sommige van jullie als een beproeving gemaakt voor anderen, (om te zien) wie van jullie standvastig en geduldig waren. En jullie Heer is Al-Basier (de Alziende). (Notitie: zie ook 6:53.)


www.heiligekoran.nl