اِقۡتَرَبَ لِلنَّاسِ حِسَابُہُمۡ وَ ہُمۡ فِیۡ غَفۡلَۃٍ مُّعۡرِضُوۡنَ ۚ﴿۱﴾
Iqtaraba liennaasie hiesaaboehoem wa hoem fiee ghaflatiem moe'riedoen
21:1 De afrekening nadert de mensheid, terwijl ze onbezorgd ervoor afkeren.

مَا یَاۡتِیۡہِمۡ مِّنۡ ذِکۡرٍ مِّنۡ رَّبِّہِمۡ مُّحۡدَثٍ اِلَّا اسۡتَمَعُوۡہُ وَ ہُمۡ یَلۡعَبُوۡنَ ۙ﴿۲﴾
Maa ya'tieehiem mien ziekriem mier Rabbiehiem moehdasien iellas tama'oehoe wa hoem yal'aboen
21:2 Er komt geen nieuwe herinnering van hun Heer of ze bespotten het terwijl ze ernaar luisteren.

لَاہِیَۃً قُلُوۡبُہُمۡ ؕ وَ اَسَرُّوا النَّجۡوَی ٭ۖ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ٭ۖ ہَلۡ ہٰذَاۤ اِلَّا بَشَرٌ مِّثۡلُکُمۡ ۚ اَفَتَاۡتُوۡنَ السِّحۡرَ وَ اَنۡتُمۡ تُبۡصِرُوۡنَ ﴿۳﴾
Laahieyatan qoeloeboehoem; wa asarroen nadjwal lazieena zalamoe hal haazaaa iellaa basharoem miesloekoem 'afa ta'toenas siehra wa antoem toebsieroen
21:3 Ironie/bespotterij is gevuld in hun harten. De onrechtplegers verbergen hun geheime gesprekken: "Deze is toch niet anders dan een mens zoals jullie? Dus willen jullie de magie benaderen terwijl jullie het zelf kunnen zien (dat het magie is)?" (Notitie: zie ook 25:41, 15:6)

قٰلَ رَبِّیۡ یَعۡلَمُ الۡقَوۡلَ فِی السَّمَآءِ وَ الۡاَرۡضِ ۫ وَ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۴﴾
Qaala Rabbiee ya'lamoel qawla fies samaaa'ie wal ardie wa Hoewas Samiee'oel 'Alieem
21:4 Hij (Mohammed v.z.m.h.) zei: "Mijn Heer weet wat er in de hemelen en op de aarde wordt gezegd. Hij is Al-Samieu (de Alhorende), Al-Aliem (de Alwetende)."

بَلۡ قَالُوۡۤا اَضۡغَاثُ اَحۡلَامٍۭ بَلِ افۡتَرٰىہُ بَلۡ ہُوَ شَاعِرٌ ۚۖ فَلۡیَاۡتِنَا بِاٰیَۃٍ کَمَاۤ اُرۡسِلَ الۡاَوَّلُوۡنَ ﴿۵﴾
Bal qaaloeo adghaasoe ahlaamien bal ieftaraahoe bal hoewa shaa'ieroen fal ya'tienaa bie Aayatien kamaa oersielal awwaloen
21:5 Nee! Ze zeggen:"(Het zijn) Verwarde dromen. Nee, hij heeft het verzonnen. Nee, hij is een dichter. Laat hem dus een teken brengen net zoals wat gezonden werd aan de voormalige (boodschappers)."

مَاۤ اٰمَنَتۡ قَبۡلَہُمۡ مِّنۡ قَرۡیَۃٍ اَہۡلَکۡنٰہَا ۚ اَفَہُمۡ یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۶﴾
Maaa aaamanat qablahoem mien qaryatien ahlaknaahaa a-fahoem yoe'mienoen
21:6 Geen enkel stad die Wij vernietigden van de generatie vóór hen, geloofden. Zullen ze dan geloven?

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا قَبۡلَکَ اِلَّا رِجَالًا نُّوۡحِیۡۤ اِلَیۡہِمۡ فَسۡـَٔلُوۡۤا اَہۡلَ الذِّکۡرِ اِنۡ کُنۡتُمۡ لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۷﴾
Wa maaa arsalnaa qablaka iellaa riedjaalan noehieee ielaihiem fas'aloe ahlaz ziekrie ien koentoem laa ta'lamoen
21:7 En voorafgaand aan jou, Wij hebben alleen aan mannen geopenbaard. Dus vraag het aan de mensen die de vermaning hebben gekregen (Joden, Christenen, etc) indien jullie het niet weten. (Notitie: zie ook 16:43)

وَ مَا جَعَلۡنٰہُمۡ جَسَدًا لَّا یَاۡکُلُوۡنَ الطَّعَامَ وَ مَا کَانُوۡا خٰلِدِیۡنَ ﴿۸﴾
Wa maa dja'alnaahoem djasadal laa ya'koeloenat ta'aama wa maa kaanoe ghaaliedieen
21:8 En Wij maakten hen met lichamen die voedsel consumeerden en die sterfelijk waren.

ثُمَّ صَدَقۡنٰہُمُ الۡوَعۡدَ فَاَنۡجَیۡنٰہُمۡ وَ مَنۡ نَّشَآءُ وَ اَہۡلَکۡنَا الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۹﴾
Soemma sadaqnaa hoemoel wa'da fa-andjainaahoem wa man nashaaa'oe wa ahlaknal moesriefieen
21:9 Vervolgens, vervulden Wij de belofte voor hen. Wij redde hen en degenen waarvan Wij het wilden. En Wij vernietigenden de overtreders.

لَقَدۡ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکُمۡ کِتٰبًا فِیۡہِ ذِکۡرُکُمۡ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۰۱﴾
Laqad anzalnaaa ielaikoem Kietaaban fieehie ziekroekoem afalaa ta'qieloen
21:10 Zonder twijfel, Wij hebben aan jullie een boek neergezonden, waarin jullie eer (als volk) zich bevindt. Waarom denken jullie dan niet na? (Notitie: De Arabieren waren trots op hun taal en cultuur, echter hun taal en cultuur waren niet bekend onder de andere wereld bevolkingen. Maar door de komst van de Koran is hun taal en cultuur wereld wijdt verspreid. Zie ook 14:4).

وَ کَمۡ قَصَمۡنَا مِنۡ قَرۡیَۃٍ کَانَتۡ ظَالِمَۃً وَّ اَنۡشَاۡنَا بَعۡدَہَا قَوۡمًا اٰخَرِیۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa kam qasamnaa mien qaryatien kaanat zaaliemataw wa ansha' naa ba'dahaa qawman aagharieen
21:11 En hoeveel van de onrechtvaardigen van een stad hebben Wij niet vernietigd en deden Wij na hen een andere volk doen voortkomen?!

فَلَمَّاۤ اَحَسُّوۡا بَاۡسَنَاۤ اِذَا ہُمۡ مِّنۡہَا یَرۡکُضُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Falammaaa ahassoe ba'sanaaa iezaa hoem mienhaa yarkoedoen
21:12 Toen ze Onze kracht zagen, zie hoe ze ervan vluchtten.

لَا تَرۡکُضُوۡا وَ ارۡجِعُوۡۤا اِلٰی مَاۤ اُتۡرِفۡتُمۡ فِیۡہِ وَ مَسٰکِنِکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تُسۡـَٔلُوۡنَ ﴿۳۱﴾
Laa tarkoedoe wardjie'oeo ielaa maaa oetrieftoem fieehie wa masaakieniekoem la'allakoem toes'aloen
21:13 Vlucht niet, maar keer terug naar het luxe wat aan jullie was gegeven en naar jullie huizen, zodat jullie ondervraagd kunnen worden.

قَالُوۡا یٰوَیۡلَنَاۤ اِنَّا کُنَّا ظٰلِمِیۡنَ ﴿۴۱﴾
Qaaloe yaa wailanaaa iennaa koennaa zaaliemieen
21:14 Ze zeiden: "Wee ons! Waarlijk, we waren onrechtplegers!

فَمَا زَالَتۡ تِّلۡکَ دَعۡوٰىہُمۡ حَتّٰی جَعَلۡنٰہُمۡ حَصِیۡدًا خٰمِدِیۡنَ ﴿۵۱﴾
Famaa zaalat tielka da'waahoem hattaa dja'alnaahoem hasieedan ghaamiedieen
21:15 En hun gejammer hield niet op totdat Wij hen als een geoogst veld maakten, helemaal uitgestorven.

وَ مَا خَلَقۡنَا السَّمَآءَ وَ الۡاَرۡضَ وَ مَا بَیۡنَہُمَا لٰعِبِیۡنَ ﴿۶۱﴾
Wa maa ghalaqnas samaaa'a wal arda wa maa bainahoemaa laa'iebieen
21:16 En Wij schiepen de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is, niet (met het doel) om Ons te vermaken. (Notitie: zie ook 51:56)

لَوۡ اَرَدۡنَاۤ اَنۡ نَّتَّخِذَ لَہۡوًا لَّاتَّخَذۡنٰہُ مِنۡ لَّدُنَّاۤ ٭ۖ اِنۡ کُنَّا فٰعِلِیۡنَ ﴿۷۱﴾
Law aradnaaa an nattaghieza lahwal lat taghaznaahoe miel ladoennaaa ien koennaa faa'ielieen
21:17 Als Wij het wilden om Onszelf te amuseren, dan zouden Wij het zeker in Onszelf kunnen vinden, indien Wij (überhaupt) zoiets zouden doen.

بَلۡ نَقۡذِفُ بِالۡحَقِّ عَلَی الۡبَاطِلِ فَیَدۡمَغُہٗ فَاِذَا ہُوَ زَاہِقٌ ؕ وَ لَکُمُ الۡوَیۡلُ مِمَّا تَصِفُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Bal naqziefoe bielhaqqie 'alal baatielie fa yadmaghoehoe fa iezaa hoewa zaahieq; wa lakoemoel wailoe miemmaa tasiefoen
21:18 Nee, Wij smijten de waarheid (monotheïsme) naar de valsheid (polytheïsme), zodat het vernietigd wordt! Aanschouw het verdwijnt! En voor jullie is de vernietiging voor datgeen wat jullie toekennen (aan Allah). (Notitie zie ook 17:81)

وَ لَہٗ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَنۡ عِنۡدَہٗ لَا یَسۡتَکۡبِرُوۡنَ عَنۡ عِبَادَتِہٖ وَ لَا یَسۡتَحۡسِرُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Wa lahoe man fies samaawaatie wal ard; wa man 'iendahoe laa yastakbieroena 'an 'iebaada tiehiee wa laa yastahsieroen
21:19 Aan Hem behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde is. En degenen dichtbij Hem (de engelen), ze zijn niet hoogmoedig om Hem te aanbidden, noch worden ze moe.

یُسَبِّحُوۡنَ الَّیۡلَ وَ النَّہَارَ لَا یَفۡتُرُوۡنَ ﴿۰۲﴾
Yoesabbiehoena laila wannahaara laa yaftoeroen
21:20 Ze verheerlijken Hem dag en nacht. Ze verslappen er niet in.

اَمِ اتَّخَذُوۡۤا اٰلِہَۃً مِّنَ الۡاَرۡضِ ہُمۡ یُنۡشِرُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Amiet taghazoeo aaliehatam mienal ardie hoem yoenshieroen
21:21 Of hebben ze (de ongelovigen) goden (ter aanbidding) genomen die de doden uit de aarde doen opwekken?

لَوۡ کَانَ فِیۡہِمَاۤ اٰلِہَۃٌ اِلَّا اللّٰہُ لَفَسَدَتَا ۚ فَسُبۡحٰنَ اللّٰہِ رَبِّ الۡعَرۡشِ عَمَّا یَصِفُوۡنَ ﴿۲۲﴾
Law kaana fieehiemaaa aaliehatoen iellal laahoe lafasadataa; fa-Soebhaanal laahie Rabbiel 'Arshie 'ammaa yasiefoen
21:22 Als er in beide (hemel en aarde) andere deïteiten/godheden naast Allah waren, dan zouden ze zeker vergaan zijn. Dus Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Allah, Heer van de "Arsh" (troon), boven datgeen wat ze aan Hem toekennen.

لَا یُسۡـَٔلُ عَمَّا یَفۡعَلُ وَ ہُمۡ یُسۡـَٔلُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Laa yoes'aloe 'ammaa yaf'aloe wa hoem yoes'aloen
21:23 Hij kan niet ondervraagd worden voor datgeen wat Hij doet, maar ze zullen worden ondervraagd.

اَمِ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِہٖۤ اٰلِہَۃً ؕ قُلۡ ہَاتُوۡا بُرۡہَانَکُمۡ ۚ ہٰذَا ذِکۡرُ مَنۡ مَّعِیَ وَ ذِکۡرُ مَنۡ قَبۡلِیۡ ؕ بَلۡ اَکۡثَرُہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ۙ الۡحَقَّ فَہُمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Amiet taghazoe mien doeniehiee aaliehatan qoel haatoe boerhaanakoem haaza ziekroe mam ma'ieya wa ziekroe man qabliee; bal aksaroehoem laa ya'lamoenal haqqa fahoem moe'riedoen
21:24 Of hebben ze naast Hem (Allah) goden (ter aanbidding) genomen? Zeg: "Breng jullie bewijzen. Dit (de Koran) is een herinnering voor degenen die bij me zijn (de Umma tot aan de dag des oordeels) en een herinnering voor degenen die vóór mij tijd de boeken hebben gehad (o.a. Torah en Indjiel). Maar de meesten van hen kennen de waarheid niet, daarom zijn ze afkerig (om het te accepteren).

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ قَبۡلِکَ مِنۡ رَّسُوۡلٍ اِلَّا نُوۡحِیۡۤ اِلَیۡہِ اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّاۤ اَنَا فَاعۡبُدُوۡنِ ﴿۵۲﴾
Wa maaa arsalnaa mien qablieka mier Rasoelien iellaa noehieee ielaihie annahoe laaa ielaaha iellaaa Ana fa'boedoen
21:25 En Wij zonden geen enkel boodschapper vóór jou zonder dat Wij aan hem openbaarden:" Er is geen deïteit/godheid behalve Mij (Allah), dus aanbid Mij (alleen)."

وَ قَالُوا اتَّخَذَ الرَّحۡمٰنُ وَلَدًا سُبۡحٰنَہٗ ؕ بَلۡ عِبَادٌ مُّکۡرَمُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Wa qaaloet taghazar Rahmaanoe waladaa; Soebhaanahoe bal 'iebaadoem moekramoen
21:26 En ze zeggen: "De meest Barmhartige heeft zich een zoon toegekend." Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Hij! Nee, ze zijn slechts geëerde dienaren.

لَا یَسۡبِقُوۡنَہٗ بِالۡقَوۡلِ وَ ہُمۡ بِاَمۡرِہٖ یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Laa yasbieqoenahoe biel qawlie wa hoem bie amriehiee ya'maloen
21:27 Ze spreken (verkondigen) niet voordat Hij heeft gesproken. En ze handelen (alleen) op Zijn bevel. (Notitie: hier wordt gerefereerd naar de engelen.)

یَعۡلَمُ مَا بَیۡنَ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ مَا خَلۡفَہُمۡ وَ لَا یَشۡفَعُوۡنَ ۙ اِلَّا لِمَنِ ارۡتَضٰی وَ ہُمۡ مِّنۡ خَشۡیَتِہٖ مُشۡفِقُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Ya'lamoe maa baina aidieehiem wa maa ghalfahoem wa laa yashfa'oena iellaa liemanier tadaa wa hoem mien ghash yatiehiee moeshfieqoen
21:28 Hij weet wat zich vóór hen bevindt en wat zich achter hen bevindt. En ze (de engelen) kunnen niet bemiddelen voor iemand zonder dat Hij daar toestemming voor geeft. Ze zijn voortdurend in vrees voor Hem en angstig.

وَ مَنۡ یَّقُلۡ مِنۡہُمۡ اِنِّیۡۤ اِلٰہٌ مِّنۡ دُوۡنِہٖ فَذٰلِکَ نَجۡزِیۡہِ جَہَنَّمَ ؕ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Wa may yaqoel mienhoem iennieee ielaahoem mien doeniehiee fazaalieka nadjzieehie djahannam; kazaalieka nadjziez zaaliemieen
21:29 En wie dan ook van hen zegt: "Ik ben naast Hem een godheid", dan zullen Wij hem vergelden met de Hel. Zo vergelden Wij de onrechtvaardigen.

اَوَ لَمۡ یَرَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اَنَّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ کَانَتَا رَتۡقًا فَفَتَقۡنٰہُمَا ؕ وَ جَعَلۡنَا مِنَ الۡمَآءِ کُلَّ شَیۡءٍ حَیٍّ ؕ اَفَلَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Awalam yaral lazieena kafaroeo annas samaawaatie wal arda kaanataa ratqan fafataqnaa hoemaa wa dja'alnaa mienal maaa'ie koella shai'ien haiyien afalaa yoe'mienoen
21:30 Zien de ongelovigen niet dat de hemel en aarde één geheel was en dat Wij hen vervolgens scheidden? En dat Wij van het water alle levende dingen maakten? Willen ze dan niet geloven?

وَ جَعَلۡنَا فِی الۡاَرۡضِ رَوَاسِیَ اَنۡ تَمِیۡدَ بِہِمۡ ۪ وَ جَعَلۡنَا فِیۡہَا فِجَاجًا سُبُلًا لَّعَلَّہُمۡ یَہۡتَدُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Wa dja'alnaa fiel ardie rawaasieya an tamieeda biehiem wa dja'alnaa fieehaa fiedjaadjan soeboelal la'allahoem yahtadoen
21:31 En Wij hebben op de aarde stevig gevestigde bergen geplaatst, zodat het (de aarde) niet met hen beeft. En Wij hebben daarop brede wegen geplaatst. Zodat ze geleid kunnen worden. (Notitie: Zie ook 16:15, 20:53, 43:10, 78:6-7.)

وَ جَعَلۡنَا السَّمَآءَ سَقۡفًا مَّحۡفُوۡظًا ۚۖ وَّ ہُمۡ عَنۡ اٰیٰتِہَا مُعۡرِضُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Wa dja'alnas samaaa'a saqfam mahfoezaw wa hoem 'an Aayaatiehaa moe'riedoen
21:32 En Wij maakten de hemel als een beschermende dak. Echter, ze wendden van zijn tekenen af.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ خَلَقَ الَّیۡلَ وَ النَّہَارَ وَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ؕ کُلٌّ فِیۡ فَلَکٍ یَّسۡبَحُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Wa Hoewal laziee ghalaqal laila wannahaara washshamsa wal qamara koelloen fiee falakiey yasbahoen
21:33 En Hij is Degene Die de nacht en de dag, de zon en de maan schiep. Elk van hen roteerd\zweeft in een baan.

وَ مَا جَعَلۡنَا لِبَشَرٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ الۡخُلۡدَ ؕ اَفَا۠ئِنۡ مِّتَّ فَہُمُ الۡخٰلِدُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa maa dja'alnaa liebashariem mien qabliekal ghoeld; afa iemmietta fahoemoel ghaaliedoen
21:34 En Wij hebben geen enkel mens, die vóór jou (tijd) geleefd heeft, onsterfelijk gemaakt. Dus als jij overlijd, zullen zij dan eeuwig leven?

کُلُّ نَفۡسٍ ذَآئِقَۃُ الۡمَوۡتِ ؕ وَ نَبۡلُوۡکُمۡ بِالشَّرِّ وَ الۡخَیۡرِ فِتۡنَۃً ؕ وَ اِلَیۡنَا تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Koelloe nafsien zaaa'ieqatoel mawt; wa nabloekoem bie sharrie walghairie fietnataw wa ielainaa toerdja'oen
21:35 Elke Nafs (persoon, eigen ik) zal de dood ervaren. Wij testen jullie met het slechte en het goede, als een beproeving. En tot Ons zullen jullie terug keren. (Notitie: zie ook 67:2.)

وَ اِذَا رَاٰکَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ یَّتَّخِذُوۡنَکَ اِلَّا ہُزُوًا ؕ اَہٰذَا الَّذِیۡ یَذۡکُرُ اٰلِہَتَکُمۡ ۚ وَ ہُمۡ بِذِکۡرِ الرَّحۡمٰنِ ہُمۡ کٰفِرُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Wa iezaa ra aakal lazieena kafaroeo ieny-yattaghiezoenaka iella hoezoewan; ahaazal laziee yazkoeroe aaliehatakoem wa hoem bie ziekrier Rahmaanie hoem kaafieroen
21:36 En wanneer de ongelovigen jou zien, dan nemen ze jou (niet serieus en zien ze jou) alleen als een object van bespotting (, zeggende): "Is hij degene die over jullie goden spreekt?" En ze blijven ongelovig bij het spreken over (de barmhartigheid van) de meest Barmhartige.

خُلِقَ الۡاِنۡسَانُ مِنۡ عَجَلٍ ؕ سَاُورِیۡکُمۡ اٰیٰتِیۡ فَلَا تَسۡتَعۡجِلُوۡنِ ﴿۷۳﴾
ghoelieqal iensaanoe mien 'adjal; sa oerieekoem Aayaatiee falaa tasta'djieloen
21:37 De mens is geschapen met een haastige karakter. Ik zal jullie mijn tekenen laten zien, dus vraag Mij niet om het te verhaasten.

وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہٰذَا الۡوَعۡدُ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۳﴾
Wa yaqoeloena mataa haazal wa'doe ien koentoem saadieqieen
21:38 En ze zeggen: "Wanneer wordt deze belofte (dan) vervult, als je (zo) oprecht bent?"

لَوۡ یَعۡلَمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا حِیۡنَ لَا یَکُفُّوۡنَ عَنۡ وُّجُوۡہِہِمُ النَّارَ وَ لَا عَنۡ ظُہُوۡرِہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یُنۡصَرُوۡنَ ﴿۹۳﴾
Law ya'lamoel lazieena kafaroe hieena laa yakoeffoena 'aw woedjoehiehiemoen Naara wa laa 'an zoehoeriehiem wa laa hoem yoensaroen
21:39 Hadden de ongelovigen maar het moment gekend dat ze niet in staat zullen zijn om het vuur van hun gezichten, noch van hun ruggen af te weren. En ze zullen niet worden geholpen.

بَلۡ تَاۡتِیۡہِمۡ بَغۡتَۃً فَتَبۡہَتُہُمۡ فَلَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ رَدَّہَا وَ لَا ہُمۡ یُنۡظَرُوۡنَ ﴿۰۴﴾
Bal ta'tieehiem baghtatan fatabhatoehoem falaa yastatiee'oena raddahaa wa laa hoem yoenzaroen
21:40 Nee! Het (dag des oordeels) zal plotseling tot hen komen en hen verassen. Ze zullen dan niet in staat zijn om het af te wenden, noch zal hen uitstel worden gegeven.

وَ لَقَدِ اسۡتُہۡزِئَ بِرُسُلٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَحَاقَ بِالَّذِیۡنَ سَخِرُوۡا مِنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Wa laqadies toehzie'a bie-Roesoeliem mien qablieka fahaaqa biellazieena saghieroe mienhoem maa kaanoe biehiee yastahzie'oen
21:41 En waarlijk, de boodschappers vóór jou tijd, werden (ook) bespot. Vervolgens, werden de bespotters omsingelt door datgeen waarover ze spotten.

قُلۡ مَنۡ یَّکۡلَؤُکُمۡ بِالَّیۡلِ وَ النَّہَارِ مِنَ الرَّحۡمٰنِ ؕ بَلۡ ہُمۡ عَنۡ ذِکۡرِ رَبِّہِمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Qoel may yakla 'oekoem biellailie wannahaarie mienar Rahmaan; bal hoem 'an ziekrie Rabbiehiem moe'riedoen
21:42 Zeg: "Wie kan jullie dag en nacht beschermen tegen de (bestraffing van de) meest Barmhartige?" Nee! Ze keren zich af van het gedenken van hun Heer.

اَمۡ لَہُمۡ اٰلِہَۃٌ تَمۡنَعُہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِنَا ؕ لَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ نَصۡرَ اَنۡفُسِہِمۡ وَ لَا ہُمۡ مِّنَّا یُصۡحَبُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Am lahoem aaliehatoen tamna'oehoem mien doenienaa; laa yastatiee'oena nasra anfoesiehiem wa laa hoem mienna yoes-haboen
21:43 Of hebben ze goden (genomen) om hen tegen Ons te beschermen? Ze (de afgoden) hebben geen macht om zichzelf te helpen, noch kunnen ze zichzelf tegen Ons verdedigen.

بَلۡ مَتَّعۡنَا ہٰۤؤُلَآءِ وَ اٰبَآءَہُمۡ حَتّٰی طَالَ عَلَیۡہِمُ الۡعُمُرُ ؕ اَفَلَا یَرَوۡنَ اَنَّا نَاۡتِی الۡاَرۡضَ نَنۡقُصُہَا مِنۡ اَطۡرَافِہَا ؕ اَفَہُمُ الۡغٰلِبُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Bal matta'naa haaa'oelaaa'ie wa aabaaa'ahoem hattaa taala 'alaihiemoel 'oemoer; afalaa yarawna anna na'tiel arda nanqoesoehaa mien atraafiehaa; afahoemoel ghaalieboen
21:44 Nee, Wij gaven hen en hun vaders voorzieningen totdat ze oud werden. Zien ze dan niet dat Wij tot het land komen en dat Wij het reduceren aan de grenzen? Zullen zij dus de winnaars zijn?

قُلۡ اِنَّمَاۤ اُنۡذِرُکُمۡ بِالۡوَحۡیِ ۫ۖ وَ لَا یَسۡمَعُ الصُّمُّ الدُّعَآءَ اِذَا مَا یُنۡذَرُوۡنَ ﴿۵۴﴾
Qoel iennamaaa oenzieroekoem bielwahyie; wa laa yasma'oes soemmoed doe'aaa 'a iezaa maa yoenzaroen
21:45 Zeg: "Ik waarschuw jullie alleen op basis van de openbaring." Echter, de doven horen de oproep niet wanneer ze worden gewaarschuwd.

وَ لَئِنۡ مَّسَّتۡہُمۡ نَفۡحَۃٌ مِّنۡ عَذَابِ رَبِّکَ لَیَقُوۡلُنَّ یٰوَیۡلَنَاۤ اِنَّا کُنَّا ظٰلِمِیۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa la'ien massat hoem nafhatoen mien 'azaabie Rabbieka la yaqoeloenna yaawailanaaa iennnaa koennaa zaaliemieen
21:46 En als er een zeer lichte straf van jou Heer hen zou treffen, dan zouden ze zeker zeggen: "O wee ons! Voorzeker, wij waren onrechtplegers!"

وَ نَضَعُ الۡمَوَازِیۡنَ الۡقِسۡطَ لِیَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ فَلَا تُظۡلَمُ نَفۡسٌ شَیۡئًا ؕ وَ اِنۡ کَانَ مِثۡقَالَ حَبَّۃٍ مِّنۡ خَرۡدَلٍ اَتَیۡنَا بِہَا ؕ وَ کَفٰی بِنَا حٰسِبِیۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa nada'oel mawaazieenal qiesta lie Yawmiel Qieyaamatie falaa toezlamoe nafsoen shai'aa; wa ien kaana miesqaala habbatiem mien ghardalien atainaa biehaa; wa kafaa bienaa haasiebieen
21:47 En op de dag des oordeels zullen Wij de weegschalen van rechtvaardigheid opstellen. Er zal geen enkel onrecht op ieder Nafs (persoon) worden aangedaan.Zelfs als er een gewicht van een mosterzaadje (van onrecht of goede daad) is, zullen Wij het naar voren brengen. Wij zijn voldoende als Berekenaar/Boekhouder.

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا مُوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ الۡفُرۡقَانَ وَ ضِیَآءً وَّ ذِکۡرًا لِّلۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa laqad aatainaa Moesa wa haaroenal Foerqaana wa dieyaa'aw wa ziekral lielmoettaqieen
21:48 Waarlijk, Wij gaven Moesa (Mozes) en Harun (Aaron) de Foerqan (het onderscheidt tussen goed en kwaad), een licht (Torah) en een herinnering voor de Moetaqoen (rechtvaardigen, zie 2:2-5).

الَّذِیۡنَ یَخۡشَوۡنَ رَبَّہُمۡ بِالۡغَیۡبِ وَ ہُمۡ مِّنَ السَّاعَۃِ مُشۡفِقُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Allazieena yaghshawna Rabbahoem bielghaibie wa hoem mienas Saa'atie moeshfieqoen
21:49 (Dat zijn) Degenen die hun Heer vrezen zonder (Hem) te hebben gezien. Ze vrezen het uur (de dag des oordeels).

وَ ہٰذَا ذِکۡرٌ مُّبٰرَکٌ اَنۡزَلۡنٰہُ ؕ اَفَاَنۡتُمۡ لَہٗ مُنۡکِرُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Wa haazaa Ziekroem Moebaarakoen anzalnaah; afa antoem lahoe moen-kieroen
21:50 En dit is een gezegende herinnering (de Koran), welke Wij hebben geopenbaard. Zijn jullie dan de verwerpers ervan?

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَاۤ اِبۡرٰہِیۡمَ رُشۡدَہٗ مِنۡ قَبۡلُ وَ کُنَّا بِہٖ عٰلِمِیۡنَ ﴿۱۵﴾
Wa laqad aatainaaa Ibraahieema roeshdahoe mien qabloe wa koennaa biehiee 'aaliemieen
21:51 Waarlijk, Wij gaven Ibrahiem (Abraham) zijn wijsheid eerder (op jongere leeftijd) en we kennen hem goed.

اِذۡ قَالَ لِاَبِیۡہِ وَ قَوۡمِہٖ مَا ہٰذِہِ التَّمَاثِیۡلُ الَّتِیۡۤ اَنۡتُمۡ لَہَا عٰکِفُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Iz qaala lie abieehie wa qawmiehiee maa haaziehiet tamaasieeloel latieee antoem lahaa 'aakiefoen
21:52 (Gedenk) toen hij tot zijn oom en zijn volk zei: "Zijn dit de beelden waar jullie aan toewijden (aanbidden)?" (Notitie zie m.b.t. oom 6:74, 12:3, 19:42)

قَالُوۡا وَجَدۡنَاۤ اٰبَآءَنَا لَہَا عٰبِدِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Qaaloe wadjadnaaa aabaaa'anaa lahaa 'aabiedieen
21:53 Ze zeiden: "We zagen dat onze voorvaders hen aanbaden."

قَالَ لَقَدۡ کُنۡتُمۡ اَنۡتُمۡ وَ اٰبَآؤُکُمۡ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۴۵﴾
Qaala laqad koentoem antoem wa aabaaa'oekoem fiee dalaalien moebieen
21:54 Hij (Ibrahiem) zei: "Waarlijk, jullie begaan en jullie voorvaders begingen een duidelijke fout."

قَالُوۡۤا اَجِئۡتَنَا بِالۡحَقِّ اَمۡ اَنۡتَ مِنَ اللّٰعِبِیۡنَ ﴿۵۵﴾
Qaaloeo adjie'tanaa biel haqqie am anta mienal laa'iebieen
21:55 Ze zeiden: "Ben je met de waarheid tot Ons gekomen of speel je alleen met ons?"

قَالَ بَلۡ رَّبُّکُمۡ رَبُّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ الَّذِیۡ فَطَرَہُنَّ ۫ۖ وَ اَنَا عَلٰی ذٰلِکُمۡ مِّنَ الشّٰہِدِیۡنَ ﴿۶۵﴾
Qaala bar Rabboekoem Rabboes samaawaatie wal ardiel laziee fatarahoenna wa ana 'alaa zaaliekoem mienash shaahiedieen
21:56 Hij zei "Nee! Jullie Heer is de Heer van de hemelen en de aarde, Degene Die hen heeft geschapen. Ik behoor tot degene die daarvan getuig." (Notitie: In vers 18:51 wordt gesteld dat niemand getuige is van de schepping van hemelen en aarde. Echter, in vers 6:75 wordt gesteld dat Allah aan Ibrahiem de Koninkrijk van de hemelen en de aarde heeft laten zien. Vandaar dat Ibrahiem tot getuigen ervan behoort.)

وَ تَاللّٰہِ لَاَکِیۡدَنَّ اَصۡنَامَکُمۡ بَعۡدَ اَنۡ تُوَلُّوۡا مُدۡبِرِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Wa tallaahie la akieedanna asnaamakoem ba'da an toewalloe moedbierieen
21:57 "En (ik zweer) Bij Allah! Ik zal zeker iets met jullie standbeelden doen, na jullie vertrek."

فَجَعَلَہُمۡ جُذٰذًا اِلَّا کَبِیۡرًا لَّہُمۡ لَعَلَّہُمۡ اِلَیۡہِ یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Fadja'alahoem djoezaazan iellaa kabieeral lahoem la'allahoem ielaihie yardjie'oen
21:58 Dus sloeg hij hen (de standbeelden) tot kleine stukjes behalve een grote van hen, zodat ze er naar terug konden keren (om het te ondervragen).

قَالُوۡا مَنۡ فَعَلَ ہٰذَا بِاٰلِہَتِنَاۤ اِنَّہٗ لَمِنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۹۵﴾
Qaaloe man fa'ala haazaa bie aaliehatienaaa iennahoe lamienaz zaaliemieen
21:59 Ze zeiden: "Wie heeft dit met onze afgoden gedaan? Diegene is zonder twijfel een misdadiger!"

قَالُوۡا سَمِعۡنَا فَتًی یَّذۡکُرُہُمۡ یُقَالُ لَہٗۤ اِبۡرٰہِیۡمُ ﴿۰۶﴾
Qaaloe samie'naa fatay yazkoeroehoem yoeqaaloe lahoeo Ibraahieem
21:60 Ze zeiden: "We hoorden een jongen die (slecht) over hen sprak, hij heet Ibrahiem."

قَالُوۡا فَاۡتُوۡا بِہٖ عَلٰۤی اَعۡیُنِ النَّاسِ لَعَلَّہُمۡ یَشۡہَدُوۡنَ ﴿۱۶﴾
Qaaloe fa'toe biehiee 'alaaa a'yoenien naasie la'allahoem yash hadoen
21:61 Ze (de leiders) zeiden: "Breng hem dan voor de ogen van de mensen, zodat ze kunnen getuigen."

قَالُوۡۤا ءَاَنۡتَ فَعَلۡتَ ہٰذَا بِاٰلِہَتِنَا یٰۤـاِبۡرٰہِیۡمُ ﴿۲۶﴾
Qaaloeo 'a-anta fa'alta haazaa bie aaliehatienaa yaaa Ibraahieem
21:62 Ze zeiden: "Heb je dit met onze goden gedaan, O Ibrahiem!?"

قَالَ بَلۡ فَعَلَہٗ ٭ۖ کَبِیۡرُہُمۡ ہٰذَا فَسۡـَٔلُوۡہُمۡ اِنۡ کَانُوۡا یَنۡطِقُوۡنَ ﴿۳۶﴾
Qaala bal fa'alahoe kabieeroehoem haazaa fas'aloehoem ien kaanoe yantieqoen
21:63 Hij zei: "Nee! Hun hoofd-god (de belangrijkste god) heeft het gedaan. Vraag hen dus, als ze kunnen spreken!"

فَرَجَعُوۡۤا اِلٰۤی اَنۡفُسِہِمۡ فَقَالُوۡۤا اِنَّکُمۡ اَنۡتُمُ الظّٰلِمُوۡنَ ﴿۴۶﴾
Faradja'oeo ielaaa anfoesiehiem faqaaloeo iennakoem antoemoez zaaliemoen
21:64 Vervolgens keerden ze (de leiders) zich tot henzelf (voor beraad) en zeiden: "Voorzeker, wij zijn de misdadigers."

ثُمَّ نُکِسُوۡا عَلٰی رُءُوۡسِہِمۡ ۚ لَقَدۡ عَلِمۡتَ مَا ہٰۤؤُلَآءِ یَنۡطِقُوۡنَ ﴿۵۶﴾
Soemma noekiesoe 'alaa roe'oesiehiem laqad 'aliemta maa haaa'oelaaa'ie yantieqoen
21:65 Vervolgens draaiden ze weer terug van gedachten (aan de toewijding van hun afgoden) (en zeiden):" Waarlijk, je weet dat deze niet kunnen spreken!"

قَالَ اَفَتَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَنۡفَعُکُمۡ شَیۡئًا وَّ لَا یَضُرُّکُمۡ ﴿۶۶﴾
Qaala afata'boedoena mien doeniel laahie maa laa yanfa'oekoem shai'aw wa laa yadoerroekoem
21:66 Hij (Ibrahiem) zei: "Dus aanbidden jullie naast Allah iets, wat jullie geen enkel voordeel geeft, noch jullie kan schaden?"

اُفٍّ لَّکُمۡ وَ لِمَا تَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۷۶﴾
Oeffiel lakoem wa liemaa ta'boedoena mien doeniel laah; afalaa ta'qieloen
21:67 "Foei jullie, en wat jullie naast Allah aanbidden! Denken jullie dan niet na!"

قَالُوۡا حَرِّقُوۡہُ وَ انۡصُرُوۡۤا اٰلِہَتَکُمۡ اِنۡ کُنۡتُمۡ فٰعِلِیۡنَ ﴿۸۶﴾
Qaaloe harrieqoehoe wansoeroeo aaliehatakoem ien koentoem faa'ielieen
21:68 Ze (de leiders) zeiden (tegen de mensen): "Verbrandt hem en steun jullie goden, als jullie mensen van daden zijn!"

قُلۡنَا یٰنَارُ کُوۡنِیۡ بَرۡدًا وَّ سَلٰمًا عَلٰۤی اِبۡرٰہِیۡمَ ﴿۹۶﴾
Qoelnaa yaa naaroe koeniee bardaw wa salaaman 'alaaa Ibraahieem
21:69 Wij (Allah) zeiden: "O vuur! Wees koel en ongevaarlijk voor Ibrahiem!"

وَ اَرَادُوۡا بِہٖ کَیۡدًا فَجَعَلۡنٰہُمُ الۡاَخۡسَرِیۡنَ ﴿۰۷﴾
Wa araadoe biehiee kaidan fadja'alnaahoemoel aghsarieen
21:70 Ze wilden hem kwaad doen, maar Wij maakten hen tot de grootste verliezers.

وَ نَجَّیۡنٰہُ وَ لُوۡطًا اِلَی الۡاَرۡضِ الَّتِیۡ بٰرَکۡنَا فِیۡہَا لِلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۷﴾
Wa nadjdjainaahoe wa Loetan ielal ardiel latiee baaraknaa fieehaa liel 'aalamieen
21:71 Wij redden hem en Loeth (Lot) en brachten hen naar het land, dat Wij voor alle mensen op de wereld hebben gezegend.

وَ وَہَبۡنَا لَہٗۤ اِسۡحٰقَ ؕ وَ یَعۡقُوۡبَ نَافِلَۃً ؕ وَ کُلًّا جَعَلۡنَا صٰلِحِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Wa wahabnaa lahoeo Ishaaqa; wa Ya'qoeba naafielah; wa koellan dja'alnaa saaliehieen
21:72 Wij schonken hem Izaak en Jakob als een extra geschenk. Wij maakten ieder van hen rechtvaardig.

وَ جَعَلۡنٰہُمۡ اَئِمَّۃً یَّہۡدُوۡنَ بِاَمۡرِنَا وَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡہِمۡ فِعۡلَ الۡخَیۡرٰتِ وَ اِقَامَ الصَّلٰوۃِ وَ اِیۡتَآءَ الزَّکٰوۃِ ۚ وَ کَانُوۡا لَنَا عٰبِدِیۡنَ ﴿۳۷﴾
Wa dja'alnaahoem a'iemmatay yahdoena bie amrienaa wa awhainaaa ielaihiem fie'lal ghairaatie wa ieqaamas Salaatie wa ieetaaa'az Zakaatie wa kaanoe lanaa 'aabiedieen
21:73 We maakten hen tot leiders, die de leiding verschaften door Ons gebod. Wij inspireerde hen om goede daden te doen, de salaat (het gebed/contanct met Allah) te onderhouden en de zakaat (arme belasting) te geven. Ze waren (zuivere) aanbidders van Ons.

وَ لُوۡطًا اٰتَیۡنٰہُ حُکۡمًا وَّ عِلۡمًا وَّ نَجَّیۡنٰہُ مِنَ الۡقَرۡیَۃِ الَّتِیۡ کَانَتۡ تَّعۡمَلُ الۡخَبٰٓئِثَ ؕ اِنَّہُمۡ کَانُوۡا قَوۡمَ سَوۡءٍ فٰسِقِیۡنَ ﴿۴۷﴾
Wa Loetan aatainaahoe hoekmaw wa 'ielmaw wa nadjdjainaahoe mienal qaryatiel latiee kaanat ta'maloel ghabaaa'ies; iennahoem kaanoe qawma saw'ien faasieqieen
21:74 En Loeth, Wij gaven hem de gave om rechtvaardig te oordelen (wijsheid) en kennis. Wij redden hem van de stad die smerige daden verrichtten. Voorzeker, het was een slecht volk, provocerend ongehoorzaam.

وَ اَدۡخَلۡنٰہُ فِیۡ رَحۡمَتِنَا ؕ اِنَّہٗ مِنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۵۷﴾
Wa adghalnaahoe fiee rahmatienaa iennahoe mienas saaliehieen
21:75 Wij hebben hem tot Onze Barmhartigheid toegelaten. Voorzeker, hij was rechtvaardig.

وَ نُوۡحًا اِذۡ نَادٰی مِنۡ قَبۡلُ فَاسۡتَجَبۡنَا لَہٗ فَنَجَّیۡنٰہُ وَ اَہۡلَہٗ مِنَ الۡکَرۡبِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۶۷﴾
Wa noehan iez naadaa mien qabloe fastadjabnaa lahoe fanadjdjainaahoe wa ahlahoe mienal karbiel 'azieem
21:76 En (gedenk) Noeh (Noach), toen hij (Ons) aanriep. Wij verhoorden hem, en hebben hem en zijn familie van een grote moeilijkheid gered.

وَ نَصَرۡنٰہُ مِنَ الۡقَوۡمِ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ؕ اِنَّہُمۡ کَانُوۡا قَوۡمَ سَوۡءٍ فَاَغۡرَقۡنٰہُمۡ اَجۡمَعِیۡنَ ﴿۷۷﴾
Wa nasarnaahoe mienal qawmiel lazieena kazzaboe bie Aayaatienaa; iennahoem kaanoe qawma saw'ien fa-aghraq naahoem adjma'ieen
21:77 En Wij hielpen hem tegen het volk dat Onze tekenen verwierp. Voorzeker, ze waren een slecht volk, dus hebben Wij ze allemaal verdronken.

وَ دَاوٗدَ وَ سُلَیۡمٰنَ اِذۡ یَحۡکُمٰنِ فِی الۡحَرۡثِ اِذۡ نَفَشَتۡ فِیۡہِ غَنَمُ الۡقَوۡمِ ۚ وَ کُنَّا لِحُکۡمِہِمۡ شٰہِدِیۡنَ ﴿۸۷﴾
Wa Daawoeda wa Soelaimaana iez yahkoemaanie fiel harsie iez nafashat fieehie ghanamoel qawmie wa koennaa liehoekmiehiem shaahiedieen
21:78 En (gedenk) Dawoed (David) en Soelaiman (Solomon), toen ze oordeelden over het akkerveld met schapen van (andere) mensen erop. Wij waren getuigen van hun oordeel.

فَفَہَّمۡنٰہَا سُلَیۡمٰنَ ۚ وَ کُلًّا اٰتَیۡنَا حُکۡمًا وَّ عِلۡمًا ۫ وَّ سَخَّرۡنَا مَعَ دَاوٗدَ الۡجِبَالَ یُسَبِّحۡنَ وَ الطَّیۡرَ ؕ وَ کُنَّا فٰعِلِیۡنَ ﴿۹۷﴾
Fafahhamnaahaa soelaimaan; wa koellan aatainaa hoekmaw wa'ielmaw wa sagh gharnaa ma'a Daawoedal djiebaala yoesabbiehna wattayr; wa koennaa faa'ielieen
21:79 Wij lieten Soelaiman het (de kwestie) begrijpen. Aan elk gaven Wij de gave om rechtvaardig te oordelen en kennis. En Wij onderwierpen de bergen en de vogels om samen met Dawoed, Ons te verheerlijken. Wij waren het Die (al datgeen) hebben gedaan.

وَ عَلَّمۡنٰہُ صَنۡعَۃَ لَبُوۡسٍ لَّکُمۡ لِتُحۡصِنَکُمۡ مِّنۡۢ بَاۡسِکُمۡ ۚ فَہَلۡ اَنۡتُمۡ شٰکِرُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Wa 'allamnaahoe san'ata laboesiel lakoem lietoehsienakoem mien ba'siekoem fahal antoem shaakieroen
21:80 Wij leerden hem om metalen kledingstukken (maliënkolders) te maken om jullie te beschermen tijdens jullie gevechten. Zijn jullie dan dankbaar (ervoor)?

وَ لِسُلَیۡمٰنَ الرِّیۡحَ عَاصِفَۃً تَجۡرِیۡ بِاَمۡرِہٖۤ اِلَی الۡاَرۡضِ الَّتِیۡ بٰرَکۡنَا فِیۡہَا ؕ وَ کُنَّا بِکُلِّ شَیۡءٍ عٰلِمِیۡنَ ﴿۱۸﴾
Wa lie Soelaimaanar rieeha 'aasiefatan tadjriee bie amriehieee ielal ardiel latiee baaraknaa fieehaa; wa koennaa biekoellie shai'ien 'aaliemieen
21:81 En aan Soelaiman werd de wind onderworpen, die onder zijn bevel stormde over het land dat Wij gezegend hadden. Wij zijn op de hoogte van alle dingen.

وَ مِنَ الشَّیٰطِیۡنِ مَنۡ یَّغُوۡصُوۡنَ لَہٗ وَ یَعۡمَلُوۡنَ عَمَلًا دُوۡنَ ذٰلِکَ ۚ وَ کُنَّا لَہُمۡ حٰفِظِیۡنَ ﴿۲۸﴾
Wa mienash Shayaatieenie may yaghoesoena lahoe wa ya'maloena 'amalan doena zaalieka wa koenna lahoem haafiezieen
21:82 En van de satans (duivels onder de djiens) waren er sommigen die voor hem doken en daarnaast ander werk deden. Wij waren Wakers over hen.

وَ اَیُّوۡبَ اِذۡ نَادٰی رَبَّہٗۤ اَنِّیۡ مَسَّنِیَ الضُّرُّ وَ اَنۡتَ اَرۡحَمُ الرّٰحِمِیۡنَ ﴿۳۸﴾
Wa Ayyoeba iez naadaa Rabbahoeo anniee massanieyad doerroe wa Anta arhamoer raahiemieen
21:83 En (gedenk) Ayoeb (Job) toen hij tot zijn Heer riep: "Voorzeker, 'Doer' (ziekte) heeft mij getroffen. U bent de Erbarmer, de Meest Barmhartige." (Notitie: Zie ook 10:107 m.b.t. Doer.)

فَاسۡتَجَبۡنَا لَہٗ فَکَشَفۡنَا مَا بِہٖ مِنۡ ضُرٍّ وَّ اٰتَیۡنٰہُ اَہۡلَہٗ وَ مِثۡلَہُمۡ مَّعَہُمۡ رَحۡمَۃً مِّنۡ عِنۡدِنَا وَ ذِکۡرٰی لِلۡعٰبِدِیۡنَ ﴿۴۸﴾
Fastadjabnaa lahoe fakashaf naa maa biehiee mien doerriew wa aatainaahoe ahlahoe wa mieslahoem ma'ahoem rahmatan mien 'iendienaa wa ziekraa liel'aabiedieen
21:84 Daarop verhoorden Wij hem en verwijderden de ziekte van hem. Wij gaven hem zijn (nieuwe) familie en verdubbelde het aantal (kinderen) van hen, dit als barmhartigheid van Ons en als een lering voor de aanbidders.

وَ اِسۡمٰعِیۡلَ وَ اِدۡرِیۡسَ وَ ذَاالۡکِفۡلِ ؕ کُلٌّ مِّنَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۵۸﴾
Wa Ismaa'ieela wa Idrieesa wa Zal Kieflie koelloem mienas saabierieen
21:85 En (gedenk) Ismaiel, Idries en Dzoel-kifl. Allen waren geduldig.

وَ اَدۡخَلۡنٰہُمۡ فِیۡ رَحۡمَتِنَا ؕ اِنَّہُمۡ مِّنَ الصّٰلِحِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Wa adghalnaahoem fiee rahmatienaa iennahoem mienas saaliehieen
21:86 Wij hebben hen tot Onze Barmhartigheid toegelaten. Voorzeker, ze waren rechtvaardig.

وَ ذَاالنُّوۡنِ اِذۡ ذَّہَبَ مُغَاضِبًا فَظَنَّ اَنۡ لَّنۡ نَّقۡدِرَ عَلَیۡہِ فَنَادٰی فِی الظُّلُمٰتِ اَنۡ لَّاۤ اِلٰہَ اِلَّاۤ اَنۡتَ سُبۡحٰنَکَ ٭ۖ اِنِّیۡ کُنۡتُ مِنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۷۸﴾
Wa Zan Noenie iez zahaba moeghaadieban fa zannaa al lan naqdiera 'alaihie fanaadaa fiez zoeloemaatie al laaa ielaaha iellaaa Anta Soebhaanaka ienniee koentoe mienaz zaaliemieen
21:87 En (gedenk) 'Dzoennoen' (Joenoes) toen hij kwaad wegging en dacht dat Wij geen macht over hem hadden. Vervolgens riep hij in de duisternissen (in de buik van de vis): "Er is geen godheid/deïteit dan U! Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) bent U! Met geen enkel twijfel, ik behoor tot de onrechtvaardigen!"(Notitie: Dzoennoen betekent letterlijk de man van de vis\haai, met andere woorden er wordt hier gerefereerd naar Joenoes.)

فَاسۡتَجَبۡنَا لَہٗ ۙ وَ نَجَّیۡنٰہُ مِنَ الۡغَمِّ ؕ وَ کَذٰلِکَ نُــۨۡجِی الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۸﴾
Fastadjabnaa lahoe wa nadjdjainaahoe mienal ghamm; wa kazaalieka noendjiel moe'mienieen
21:88 Daarop verhoorden Wij hem (aanvaardden zijn gebed) en redden hem van de moeilijkheid. Op die manier redden Wij de gelovigen. (Notitie: Deze vers stelt dat Allah helpt op basis van Dua's\smeekgebeden).

وَ زَکَرِیَّاۤ اِذۡ نَادٰی رَبَّہٗ رَبِّ لَا تَذَرۡنِیۡ فَرۡدًا وَّ اَنۡتَ خَیۡرُ الۡوٰرِثِیۡنَ ﴿۹۸﴾
Wa Zakarieyyaaa iez naadaa Rabbahoe Rabbie laa tazarniee fardaw wa Anta ghairoel waariesieen
21:89 En (gedenk) Zakariya, toen hij zijn Heer aanriep: "Mijn Heer! Laat mij niet alleen achter (zonder een erfgenaam). U bent de ultieme Al-Waarithien (Degenen Die alles Erft)."

فَاسۡتَجَبۡنَا لَہٗ ۫ وَ وَہَبۡنَا لَہٗ یَحۡیٰی وَ اَصۡلَحۡنَا لَہٗ زَوۡجَہٗ ؕاِنَّہُمۡ کَانُوۡا یُسٰرِعُوۡنَ فِی الۡخَیۡرٰتِ وَ یَدۡعُوۡنَنَا رَغَبًا وَّ رَہَبًا ؕوَ کَانُوۡا لَنَا خٰشِعِیۡنَ ﴿۰۹﴾
Fastadjabnaa lahoe wa wahabnaa lahoe Yahyaa Wa aslahnaa lahoe zawdjah; iennahoem kaanoe yoesaarie'oena fiel ghairaatie wa yad'oenanaa raghabaw wa rahabaa; wa kaanoe lanaa ghaashie'ieen
21:90 Daarop verhoorden Wij hem en schonken Yahya (Johannes) aan hem. Wij genazen zijn vrouw voor hem (, om een kind te baren). Voorzeker, ze haastten zich in het verrichten van goede daden en riepen Ons aan met hoop en vrees. Ze stelden zich nederig en onderdanig voor Ons op.

وَ الَّتِیۡۤ اَحۡصَنَتۡ فَرۡجَہَا فَنَفَخۡنَا فِیۡہَا مِنۡ رُّوۡحِنَا وَ جَعَلۡنٰہَا وَ ابۡنَہَاۤ اٰیَۃً لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۱۹﴾
Wallatieee ahsanat fardjahaa fanafaghnaa fieehaa mien roehienaa wa dja'alnaahaa wabnahaaa Aayatan liel'aalamieen
21:91 En (gedenk Maryam/Maria), zij die waakte over haar geslachtsorgaan. Wij bliezen in haar "mien" (van) Onze "Roeh" (ziel). En Wij maakten haar en haar zoon een teken voor de werelden. (Notitie: zie ook 66:12)

اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً ۫ۖ وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡنِ ﴿۲۹﴾
Inna haaziehieee oemmatoekoem oemmataw waahiedataw wa Ana Rabboekoem fa'boedoen
21:92 Waarlijk! Deze Ummah (gemeenschap) behoort tot één Ummah en Ik ben jullie Heer, dus aanbidt mij.

وَ تَقَطَّعُوۡۤا اَمۡرَہُمۡ بَیۡنَہُمۡ ؕ کُلٌّ اِلَیۡنَا رٰجِعُوۡنَ ﴿۳۹﴾
Wa taqatta'oeo amrahoem bainahoem koelloen ielainaaa raadjie'oen
21:93 Echter, ze verbraken hun banden onder elkaar vanwege hun (geloofs-)kwestie. Allen zullen tot ons terugkeren!

فَمَنۡ یَّعۡمَلۡ مِنَ الصّٰلِحٰتِ وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَلَا کُفۡرَانَ لِسَعۡیِہٖ ۚ وَ اِنَّا لَہٗ کٰتِبُوۡنَ ﴿۴۹﴾
Famay ya'mal mienas saaliehaatie wa hoewa moe'mienoen falaa koefraana liesa'yiehiee wa iennaa lahoe kaatieboen
21:94 Wie dan goede daden verricht terwijl hij gelovig is (in de éénheid van Allah), (weet dan dat) zijn inspanning niet zal worden verworpen. Voorzeker, Wij zijn de vastlegger ervan.

وَ حَرٰمٌ عَلٰی قَرۡیَۃٍ اَہۡلَکۡنٰہَاۤ اَنَّہُمۡ لَا یَرۡجِعُوۡنَ ﴿۵۹﴾
Wa haraamoen 'alaa qaryatien ahlaknaahaaa annahoem laa yardjie'oen
21:95 En er is een verbod vastgesteld van wederopbouw op een stad die Wij hebben vernietigd. Ze zullen niet terugkeren.

حَتّٰۤی اِذَا فُتِحَتۡ یَاۡجُوۡجُ وَ مَاۡجُوۡجُ وَ ہُمۡ مِّنۡ کُلِّ حَدَبٍ یَّنۡسِلُوۡنَ ﴿۶۹﴾
Hattaaa iezaa foetiehat Ya'djoedjoe wa Ma'djoedjoe wa hoem mien koellie hadabiey yansieloen
21:96 Totdat wanneer (de toegang voor) Yadjoed (Gog) en Madjoed (Magog) geopend wordt en ze vanuit elke hoogte neerdalen.

وَ اقۡتَرَبَ الۡوَعۡدُ الۡحَقُّ فَاِذَا ہِیَ شَاخِصَۃٌ اَبۡصَارُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ یٰوَیۡلَنَا قَدۡ کُنَّا فِیۡ غَفۡلَۃٍ مِّنۡ ہٰذَا بَلۡ کُنَّا ظٰلِمِیۡنَ ﴿۷۹﴾
Waqtarabal wa'doel haqqoe fa-iezaa hieya shaaghiesatoen absaaroel lazieena kafaroe yaawailanaa qad koenna fiee ghaflatien mien haaza bal koennaa zaaliemieen
21:97 En als de ware belofte nadert (de dag des oordeels), aanschouw, de ogen van de ongelovigen zullen staren (denkende): "O, Wee ons! Waarlijk, we waren achteloos voor dit. Nee! Wij waren onrechtvaardig!"

اِنَّکُمۡ وَ مَا تَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ حَصَبُ جَہَنَّمَ ؕ اَنۡتُمۡ لَہَا وٰرِدُوۡنَ ﴿۸۹﴾
Innakoem wa maa ta'boedoena mien doeniel laahie hasaboe djahannama antoem lahaa waariedoen
21:98 Voorzeker, jullie en wat jullie naast Allah aanbidden zijn brandstof voor de hel. Jullie zullen het binnentreden!

لَوۡ کَانَ ہٰۤؤُلَآءِ اٰلِہَۃً مَّا وَرَدُوۡہَا ؕ وَ کُلٌّ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۹۹﴾
Law kaana haaa'oelaaa'ie aaliehatan maa waradoehaa wa koelloen fieehaa ghaaliedoen
21:99 Als deze (echte) godheden/deïteiten waren, dan zouden ze het niet betreden. (Echter,) Allen zullen er voor altijd in verblijven.

لَہُمۡ فِیۡہَا زَفِیۡرٌ وَّ ہُمۡ فِیۡہَا لَا یَسۡمَعُوۡنَ ﴿۰۰۱﴾
Lahoem fieehaa zafieeroew wa hoem fieehaa laa yasma'oen
21:100 Daarin is voor hen het zuchten en ze zullen daar niet kunnen horen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ سَبَقَتۡ لَہُمۡ مِّنَّا الۡحُسۡنٰۤی ۙ اُولٰٓئِکَ عَنۡہَا مُبۡعَدُوۡنَ ﴿۱۰۱﴾
Innal lazieena sabaqat lahoem miennal hoesnaaa oelaaa'ieka 'anhaa moeb'adoen
21:101 Voorzeker, degenen die al eerder het goede van Ons hebben gehad, zullen er ver vandaan zijn.

لَا یَسۡمَعُوۡنَ حَسِیۡسَہَا ۚ وَ ہُمۡ فِیۡ مَا اشۡتَہَتۡ اَنۡفُسُہُمۡ خٰلِدُوۡنَ ﴿۲۰۱﴾
Laa yasma'oena hasiee sahaa wa hoem fiee mash tahat anfoesoehoem ghaaliedoen
21:102 Ze zullen niet het geringste geluid ervan (de hel) horen. Ze zullen eeuwig in vertoeven in datgeen wat de Nafs (de eigen ik) verlangt.

لَا یَحۡزُنُہُمُ الۡفَزَعُ الۡاَکۡبَرُ وَ تَتَلَقّٰہُمُ الۡمَلٰٓئِکَۃُ ؕ ہٰذَا یَوۡمُکُمُ الَّذِیۡ کُنۡتُمۡ تُوۡعَدُوۡنَ ﴿۳۰۱﴾
Laa yahzoenoehoemoel faza'oel akbaroe wa tatalaq qaahoemoel malaaa'iekatoe haazaa Yawmoekoemoel laziee koentoem toe'adoen
21:103 De grote verschrikking (van de dag des oordeels) zal hen geen verdriet aandoen en de engelen zullen hun bezoeken (zeggende): "Dit is jullie dag, welke jullie beloofd was."

یَوۡمَ نَطۡوِی السَّمَآءَ کَطَیِّ السِّجِلِّ لِلۡکُتُبِ ؕ کَمَا بَدَاۡنَاۤ اَوَّلَ خَلۡقٍ نُّعِیۡدُہٗ ؕ وَعۡدًا عَلَیۡنَا ؕ اِنَّا کُنَّا فٰعِلِیۡنَ ﴿۴۰۱﴾
Yawma natwies samaaa'a kataiyies siedjiellie lielkoetoeb; kamaa bada'naa awwala ghalqien noe'ieedoeh; wa'dan 'alainaa; iennaa koenna faa'ielieen
21:104 (Dat is) de Dag waarop Wij de hemelen zullen oprollen zoals het oprollen van perkament tot een boekrol. Zoals Wij met de eerste schepping zijn begonnen, net zo zullen Wij het herhalen. Dit is een belofte van Ons. Voorzeker, Wij zijn de uitvoerder.

وَ لَقَدۡ کَتَبۡنَا فِی الزَّبُوۡرِ مِنۡۢ بَعۡدِ الذِّکۡرِ اَنَّ الۡاَرۡضَ یَرِثُہَا عِبَادِیَ الصّٰلِحُوۡنَ ﴿۵۰۱﴾
Wa laqad katabnaa fiez Zaboerie mien ba'diez ziekrie annal arda yariesoehaa 'iebaadie yas saaliehoen
21:105 En waarlijk, Wij hebben (ook) in de Zaboer geschreven, na het vermeld te hebben (in de Lauh Al-Mahfuz), dat Mijn dienaren de aarde zullen erven.

اِنَّ فِیۡ ہٰذَا لَبَلٰغًا لِّقَوۡمٍ عٰبِدِیۡنَ ﴿۶۰۱﴾
Inna fiee haaza labalaa ghal lieqawmien 'aabiedieen
21:106 Voorzeker, in deze (Koran) is zeker een boodschap voor een volk dat aanbidt.

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ اِلَّا رَحۡمَۃً لِّلۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۰۱﴾
Wa maaa arsalnaaka iellaa rahmatal liel'aalamieen
21:107 En Wij hebben jou (Mohammed v.z.m.h.) alleen als een barmhartigheid (van Allah) voor de werelden gezonden.

قُلۡ اِنَّمَا یُوۡحٰۤی اِلَیَّ اَنَّمَاۤ اِلٰـہُکُمۡ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ ۚ فَہَلۡ اَنۡتُمۡ مُّسۡلِمُوۡنَ ﴿۸۰۱﴾
Qoel iennamaa yoehaa ielaiya annamaaa ielaahoekoem iellaahoew waahied, fahal antoem moesliemoen
21:108 Zeg: "Er is alleen geopenbaard aan mij dat jullie godheid/deïteit één god/deïteit is. Willen jullie je dan aan hem onderwerpen?"

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَقُلۡ اٰذَنۡتُکُمۡ عَلٰی سَوَآءٍ ؕ وَ اِنۡ اَدۡرِیۡۤ اَقَرِیۡبٌ اَمۡ بَعِیۡدٌ مَّا تُوۡعَدُوۡنَ ﴿۹۰۱﴾
Fa ien tawallaw faqoel aazantoekoem 'alaa sawaaa'; wa ien adrieee aqarieeboen am ba'ieedoen maa toe'adoen
21:109 Maar als ze zich afwenden (van de boodschap), zeg dan: "Ik heb het jullie allemaal duidelijk medegedeeld. Ik weet niet of datgeen wat jullie is beloofd (dag des oordeels), dichtbij of ver weg is."

اِنَّہٗ یَعۡلَمُ الۡجَہۡرَ مِنَ الۡقَوۡلِ وَ یَعۡلَمُ مَا تَکۡتُمُوۡنَ ﴿۰۱۱﴾
Innahoe ya'lamoel djahra mienal qawlie wa ya'lamoe maa taktoemoen
21:110 "Voorzeker, Hij weet wat er openlijk wordt verklaard en Hij weet wat jullie ervan verbergen."

وَ اِنۡ اَدۡرِیۡ لَعَلَّہٗ فِتۡنَۃٌ لَّکُمۡ وَ مَتَاعٌ اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۱۱۱﴾
Wa ien adriee la'allahoe fietnatoel lakoem wa mataa'oen ielaahieen
21:111 "En ik weet het niet. Misschien is dit een beproeving voor jullie of een tijdelijk genieting."

قٰلَ رَبِّ احۡکُمۡ بِالۡحَقِّ ؕ وَ رَبُّنَا الرَّحۡمٰنُ الۡمُسۡتَعَانُ عَلٰی مَا تَصِفُوۡنَ ﴿۲۱۱﴾
Qaala Rabbieh koem biel haqq; wa Rabboenar Rahmaa noel moesta'aanoe 'alaa maa tasiefoen
21:112 Hij (Mohammed v.z.m.h.) zei: "Mijn Heer, geef Uw oordeel op basis van de waarheid. Onze Heer, is de meest Barmhartige, Degene naar Wiens hulp wordt gezocht tegen datgeen wat jullie toekennen."

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اتَّقُوۡا رَبَّکُمۡ ۚ اِنَّ زَلۡزَلَۃَ السَّاعَۃِ شَیۡءٌ عَظِیۡمٌ ﴿۱﴾
Yaaa ayyoehan naasoettaqoe Rabbakoem; ienna zalzalatas Saa'atie shai'oen 'azieem
22:1 O mensen! Vrees jullie Heer. Voorzeker, de beving van het uur (dag des oordeels) is iets enorm!

یَوۡمَ تَرَوۡنَہَا تَذۡہَلُ کُلُّ مُرۡضِعَۃٍ عَمَّاۤ اَرۡضَعَتۡ وَ تَضَعُ کُلُّ ذَاتِ حَمۡلٍ حَمۡلَہَا وَ تَرَی النَّاسَ سُکٰرٰی وَ مَا ہُمۡ بِسُکٰرٰی وَ لٰکِنَّ عَذَابَ اللّٰہِ شَدِیۡدٌ ﴿۲﴾
Yawma tarawnahaa tazhaloe koelloe moerdie'atien 'ammaaa arda'at wa tada'oe koelloe zaatie hamlien hamlahaa wa tarannaasa soekaaraa wa maa hoem biesoekaaraa wa lakienna 'azaabal laahie shadieed
22:2 Op de dag wanneer jullie het zullen aanschouwen, dan zal iedere zogende moeder geen acht meer slaan op haar baby en ieder zwangere vrouw zal (op dat moment) haar vrucht (dat in haar baarmoeder is) verwerpen. Je zult zien dat de mensen dronken zijn ondanks dat ze niet hebben gedronken. De straf van Allah zal enorm zijn. (Notitie: Op de dag des oordeels zal elk persoon alleen tot zijn Heer komen, zie 19:95. Zelfs het ongeboren kind zal zich scheiden van de moeder.)

وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یُّجَادِلُ فِی اللّٰہِ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ وَّ یَتَّبِعُ کُلَّ شَیۡطٰنٍ مَّرِیۡدٍ ۙ﴿۳﴾
Wa mienan naasie may yoedjaadieloe fiel laahie bieghairie 'ielmiew wa yattabie'oe koellaa shaitaaniem marieed
22:3 En er zijn mensen die over Allah zonder kennis discussiëren en die elke rebelse satan volgen.

کُتِبَ عَلَیۡہِ اَنَّہٗ مَنۡ تَوَلَّاہُ فَاَنَّہٗ یُضِلُّہٗ وَ یَہۡدِیۡہِ اِلٰی عَذَابِ السَّعِیۡرِ ﴿۴﴾
Koetieba 'alaihie annahoe man tawallaahoe fa annahoe yoedielloehoe wa yahdieehie ielaa 'azaabies sa'ieer
22:4 Voor hem (de satan) is vastgelegd dat hij degene die met hem bevriend wordt, zal misleiden en leiden naar de straf van de hel. (Notitie: zie 7:16-18)

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ رَیۡبٍ مِّنَ الۡبَعۡثِ فَاِنَّا خَلَقۡنٰکُمۡ مِّنۡ تُرَابٍ ثُمَّ مِنۡ نُّطۡفَۃٍ ثُمَّ مِنۡ عَلَقَۃٍ ثُمَّ مِنۡ مُّضۡغَۃٍ مُّخَلَّقَۃٍ وَّ غَیۡرِ مُخَلَّقَۃٍ لِّنُبَیِّنَ لَکُمۡ ؕ وَ نُقِرُّ فِی الۡاَرۡحَامِ مَا نَشَآءُ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی ثُمَّ نُخۡرِجُکُمۡ طِفۡلًا ثُمَّ لِتَبۡلُغُوۡۤا اَشُدَّکُمۡ ۚ وَ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّتَوَفّٰی وَ مِنۡکُمۡ مَّنۡ یُّرَدُّ اِلٰۤی اَرۡذَلِ الۡعُمُرِ لِکَیۡلَا یَعۡلَمَ مِنۡۢ بَعۡدِ عِلۡمٍ شَیۡئًا ؕ وَ تَرَی الۡاَرۡضَ ہَامِدَۃً فَاِذَاۤ اَنۡزَلۡنَا عَلَیۡہَا الۡمَآءَ اہۡتَزَّتۡ وَ رَبَتۡ وَ اَنۡۢبَتَتۡ مِنۡ کُلِّ زَوۡجٍۭ بَہِیۡجٍ ﴿۵﴾
Yaaa ayyoehan naasoe ien koentoem fiee raibien mienal ba'thie fa iennaa ghalaqnaakoem mien toeraabien thoemma mien noetfatien thoemma mien 'alaqatien thoemma mien moedghatien moeghallaqatiew wa ghairie moeghallaqatien lienoebaiyiena lakoem; wa noeqierroe fiel arhaamie maa nashaaa'oe ielaaa adjalien moesamman thoemma noeghriedjoekoem tieflan thoemma lietabloeghoeo ashoeddakoem wa mien-koem may yoetawaffa wa mien-koem may yoeraddoe ielaaa arzaliel 'oemoerie liekailaa ya'lama mien ba'die 'ielmien shai'aa; wa taral arda haamiedatan fa iezaaa anzalnaa 'alaihal maaa'ah tazzat wa rabat wa ambatat mien koellie zawdjien bahieedj
22:5 O mensen! Als jullie twijfelen over de wederopstanding (op de dag des oordeels), waarlijk, weet dan dat Wij jullie hebben geschapen vanuit stof (Adam) tot een 'Nutfah' (één enkele cel) vervolgens tot een 'Alaq' (aantal samen geklonteerde cellen die zich vasthechten aan de baarmoeder) en daarna tot een gevormde of ongevormde embryo (miskraam). Dit (verklaren Wij) om het jullie duidelijk te maken. En Wij laten wat Wij willen in de baarmoeder blijven voor een vastgestelde tijd, vervolgens brengen Wij jullie als een zuigeling naar buiten, zodat jullie volwassen kunnen worden. En onder jullie zijn er die (op jonge leeftijd) dood gaan en anderen die gebracht worden tot een zeer oude leeftijd zodat ze, na begrepen te hebben, niets meer weten. En je ziet dorre aarde, vervolgens wanneer Wij er water op doen neerdalen, mengt het ermee en zwelt het op en brengt het elke prachtige soort voort. (Notitie: zie ook 23:12-14, 75:37-39, 76:1-2, 77:20-23 over de schepping van de mens. Er wordt gelijkenis gemaakt van de wederopstanding met de dorre/dode aarde waar water op valt.)

ذٰلِکَ بِاَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡحَقُّ وَ اَنَّہٗ یُحۡیِ الۡمَوۡتٰی وَ اَنَّہٗ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ۙ﴿۶﴾
Zaalieka bie annal laaha Hoewal haqqoe wa annahoe yoehyiel mawtaa wa annahoe 'alaakoellie shai'ien Qadieer
22:6 Dat is omdat Allah de waarheid is. En het is Hij die het leven geeft aan de doden en het is Hij die over alles Al-Kadir (Almachtig) is.

وَّ اَنَّ السَّاعَۃَ اٰتِیَۃٌ لَّا رَیۡبَ فِیۡہَا ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ یَبۡعَثُ مَنۡ فِی الۡقُبُوۡرِ ﴿۷﴾
Wa annas Saa'ata aatieya toel laa raiba fieeha wa annal laaha yab'asoeman fiel qoeboer
22:7 En waarlijk het uur (des oordeels) komt, daar is geen enkel twijfel er over. Voorzeker, Allah zal degenen die in de graven zijn, doen herleven.

وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یُّجَادِلُ فِی اللّٰہِ بِغَیۡرِ عِلۡمٍ وَّ لَا ہُدًی وَّ لَا کِتٰبٍ مُّنِیۡرٍ ۙ﴿۸﴾
Wa mienan naasie may yoedjaadieloe fiel laahie bieghairie 'ielmiew wa laa hoedaw wa laa Kietaabiem Moenieer
22:8 En er zijn mensen die over Allah discussiëren zonder kennis, zonder enige leiding of zonder een verlichtende boek (Thora, Injiel, etc.).

ثَانِیَ عِطۡفِہٖ لِیُضِلَّ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ لَہٗ فِی الدُّنۡیَا خِزۡیٌ وَّ نُذِیۡقُہٗ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ عَذَابَ الۡحَرِیۡقِ ﴿۹﴾
Saanieya 'ietfiehiee lieyoediella 'an sabieeliel laahie lahoe fieddoen yaa ghiezyoew wa noezieeqoehoe Yawmal Qieyaamatie 'azaabal lharieeq
22:9 Zijn nek buigend (in trotsheid en arrogantie) om te misleiden op de weg van Allah. Voor hem is er in deze wereld schande en Wij zullen hem op de dag van de herrijzing de straf van het brandende vuur laten proeven.

ذٰلِکَ بِمَا قَدَّمَتۡ یَدٰکَ وَ اَنَّ اللّٰہَ لَیۡسَ بِظَلَّامٍ لِّلۡعَبِیۡدِ ﴿۰۱﴾
Zaalieka biemaa qaddamat yadaaka wa annal laaha laisa biezallaamiel liel'abieed
22:10 "Dat is voor wat jouw handen hebben voort gebracht en waarlijk (weet) dat Allah niet onrechtvaardig is naar Zijn dienaren."

وَ مِنَ النَّاسِ مَنۡ یَّعۡبُدُ اللّٰہَ عَلٰی حَرۡفٍ ۚ فَاِنۡ اَصَابَہٗ خَیۡرُۨ اطۡمَاَنَّ بِہٖ ۚ وَ اِنۡ اَصَابَتۡہُ فِتۡنَۃُۨ انۡقَلَبَ عَلٰی وَجۡہِہٖ ۟ۚ خَسِرَ الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃَ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡخُسۡرَانُ الۡمُبِیۡنُ ﴿۱۱﴾
Wa mienan naasie may ya'boedoel laaha 'alaa harfien fa ien asaabahoe ghairoeniet maanna biehiee wa ien asaabat hoe fietnatoenien qalaba 'alaa wadjhiehiee ghasierad doenyaa wal aaghierah; zaalieka hoewal ghoesraanoel moebieen
22:11 En er zijn mensen die Allah net op het randje aanbidden. Wanneer hem iets goeds overkomt dan is hij er tevreden mee. Echter, wanneer hij beproeft wordt, keert hij zijn gezicht af (voor de aanbidding van Allah). Hij verliest zowel deze wereld als het Hiernamaals. Dat is een duidelijke verlies.

یَدۡعُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَضُرُّہٗ وَ مَا لَا یَنۡفَعُہٗ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الضَّلٰلُ الۡبَعِیۡدُ ﴿۲۱﴾
Yad'oe mien doeniel laahie maa laa yadoerroehoe wa maa laa yanfa'oeh' zaalieka hoewad dalaaloel ba'ed
22:12 Hij roept iets naast Allah aan dat hem niet kan schaden, noch hem een voordeel kan geven. Dat is een afdwaling ver weg (van het rechte pad).

یَدۡعُوۡا لَمَنۡ ضَرُّہٗۤ اَقۡرَبُ مِنۡ نَّفۡعِہٖ ؕ لَبِئۡسَ الۡمَوۡلٰی وَ لَبِئۡسَ الۡعَشِیۡرُ ﴿۳۱﴾
Yad'oe laman darroehoeo aqraboe mien naf'ieh; labie'salmawlaa wa labie'sal 'ashieer
22:13 Hij roept degene aan wat voor hem meer nadeel veroorzaakt dan voordeel. Zonder twijfel, wat een slechte 'Maula' (beschermer) en een slechte vriend!

اِنَّ اللّٰہَ یُدۡخِلُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَفۡعَلُ مَا یُرِیۡدُ ﴿۴۱﴾
Innal laaha yoedghieloel lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaar; iennal laaha yaf'aloe maa yoerieed
22:14 Waarlijk, Allah zal degenen die geloven en rechtvaardige\goede daden verrichten toelaten in tuinen, waar rivieren er onder stromen. Voorzeker, Allah doet wat Hij voorneemt.

مَنۡ کَانَ یَظُنُّ اَنۡ لَّنۡ یَّنۡصُرَہُ اللّٰہُ فِی الدُّنۡیَا وَ الۡاٰخِرَۃِ فَلۡیَمۡدُدۡ بِسَبَبٍ اِلَی السَّمَآءِ ثُمَّ لۡیَقۡطَعۡ فَلۡیَنۡظُرۡ ہَلۡ یُذۡہِبَنَّ کَیۡدُہٗ مَا یَغِیۡظُ ﴿۵۱﴾
Man kaana yazoennoe allay yansoerahoel laahoe fied doenyaa wal aaghieratie fal yamdoed biesababien ielas samaaa'ie soemmal yaqta' falyanzoer hal yoezhiebanna kaidoehoe maa yaghieez
22:15 Wie denkt dat Allah hem (Mohammed v.z.m.h.) niet in deze wereld noch in het hiernamaals zal helpen, laat hem zichzelf aan een touw ophangen en vervolgens de touw afsnijden. Misschien kan het zijn woede verwijderen. (De overwinning van de gelovigen zal komen ondanks dat de ongelovigen er een hekel aan hebben, zie ook 61:9, 3:119, 8:30. Deze Ayah indiceert hoe ernstig de woede van de ongelovigen naar de gelovigen toe was. Zo erg dat slechts een bijna doodservaring de enige manier was om de woede te laten verwijderen.)

وَ کَذٰلِکَ اَنۡزَلۡنٰہُ اٰیٰتٍۭ بَیِّنٰتٍ ۙ وَّ اَنَّ اللّٰہَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یُّرِیۡدُ ﴿۶۱﴾
Wa kazaalieka anzalnaahoe aayaatiem baiyienaatiew wa annal laaha yahdiee may yoerieed
22:16 En dus zenden Wij het (de Koran) neer als duidelijke verzen en als bewijs. En zeker, Allah leidt wie Hij wil.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ الَّذِیۡنَ ہَادُوۡا وَ الصّٰبِئِیۡنَ وَ النَّصٰرٰی وَ الۡمَجُوۡسَ وَ الَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡۤا ٭ۖ اِنَّ اللّٰہَ یَفۡصِلُ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ شَہِیۡدٌ ﴿۷۱﴾
Innal lazieena aamanoe wallazieena haadoe was saabie'ieena wan nasaaraa wal Madjoesa wallazieena ashrakoeo iennal laaha yafsieloe bainahoem yawmal qieyaamah; iennal laaha 'alaa koellie shai'ien shahieed
22:17 Voorzeker, Allah zal tussen de gelovigen, de Joden, de Sabiërs, de Christenen, de Magiërs, en de polytheïsten oordelen op de dag van de herrijzing. Voorzeker, Allah is over alles een Getuige.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ یَسۡجُدُ لَہٗ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ وَ الشَّمۡسُ وَ الۡقَمَرُ وَ النُّجُوۡمُ وَ الۡجِبَالُ وَ الشَّجَرُ وَ الدَّوَآبُّ وَ کَثِیۡرٌ مِّنَ النَّاسِ ؕ وَ کَثِیۡرٌ حَقَّ عَلَیۡہِ الۡعَذَابُ ؕ وَ مَنۡ یُّہِنِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ مُّکۡرِمٍ ؕ اِنَّ اللّٰہَ یَفۡعَلُ مَا یَشَآءُ ﴿۸۱﴾
Alam tara annal laaha yasdjoedoe lahoe man fies samaawaatie wa man fiel ardie wash shamsoe walqamaroe wan noe djoemoe wal djiebaaloe wash shadjaroe wad dawaaabboe wa kasieeroem mienan naasie wa kasieeroen haqqa 'alaihiel 'azaab; wa may yoehieniel laahoe famaa lahoe miem moekriem; iennallaaha yaf'aloe maa yashaaa
22:18 Zie je niet dat alles in de hemelen en op de aarde, de zon, de maan, de sterren, de bergen, de bomen, de bewegende dieren en veel van de mensen voor Allah prostreren?! Echter, op velen is de straf gerechtvaardigd. Als Allah iemand vernedert dan is er niemand die hem eer zal geven. Voorzeker, Allah doet wat Hij voorneemt. (Notitie: Prostratie/Sajdah Tilawat is vereist.)

ہٰذٰنِ خَصۡمٰنِ اخۡتَصَمُوۡا فِیۡ رَبِّہِمۡ ۫ فَالَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا قُطِّعَتۡ لَہُمۡ ثِیَابٌ مِّنۡ نَّارٍ ؕ یُصَبُّ مِنۡ فَوۡقِ رُءُوۡسِہِمُ الۡحَمِیۡمُ ﴿۹۱﴾
Haazaanie ghasmaaniegh tasamoe fiee Rabbiehiem fal lazieena kafaroe qoettie'at lahoem sieyaaboem mien naar; yoesabboe mien fawqie roe'oesiehiemoel hamieem
22:19 Deze twee tegenpartijen (de monotheïsten en de polytheïsten) vechten voor hun Heer. Wat de ongelovigen (polytheïsten) betreft, er zal voor hen kleding van vuur worden gemaakt. Kokend water zal over hun hoofden worden gegoten!

یُصۡہَرُ بِہٖ مَا فِیۡ بُطُوۡنِہِمۡ وَ الۡجُلُوۡدُ ﴿۰۲﴾
Yoesharoe biehiee maa fiee boetoeniehiem waldjoeloed
22:20 Datgeen wat in hun buiken bevindt zal erdoor smelten tevens ook de huiden.

وَ لَہُمۡ مَّقَامِعُ مِنۡ حَدِیۡدٍ ﴿۱۲﴾
Wa lahoem maqaamie'oe mien hadieed
22:21 En voor hen zijn er ijzeren staven met haken eraan.

کُلَّمَاۤ اَرَادُوۡۤا اَنۡ یَّخۡرُجُوۡا مِنۡہَا مِنۡ غَمٍّ اُعِیۡدُوۡا فِیۡہَا ٭ وَ ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡحَرِیۡقِ ﴿۲۲﴾
Koellamaa araadoeo ay yaghroedjoe mienhaa mien ghammien oe'ieedoe fieeha wa zoeqoe 'azaabal harieeq
22:22 Ieder keer wanneer ze proberen eruit te ontsnappen, vanwege de leed\kwelling, zullen ze erin worden teruggedreven (en er zal tegen hen gezegd worden): "Proef de straf van het brandende vuur!"

اِنَّ اللّٰہَ یُدۡخِلُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ یُحَلَّوۡنَ فِیۡہَا مِنۡ اَسَاوِرَ مِنۡ ذَہَبٍ وَّ لُؤۡلُؤًا ؕ وَ لِبَاسُہُمۡ فِیۡہَا حَرِیۡرٌ ﴿۳۲﴾
Innal laaha yoedghieloel lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie djannaatien tadjriee mien tahtiehal anhaaroe yoehallawna fieehaa mien asaawiera mien zahabiew wa loe'loe'aa; wa liebaasoehoem fieehaa harieer
22:23 Voorzeker, Allah zal de gelovigen, die goede daden verrichten toelaten tot tuinen waaronder rivieren stromen. Ze zullen daar versierd worden met goude armbanden en parels, en hun kleding zal van zijde zijn.

وَ ہُدُوۡۤا اِلٰی الطَّیِّبِ مِنَ الۡقَوۡلِ ۚۖ وَ ہُدُوۡۤا اِلَی صِرَاطِ الۡحَمِیۡدِ ﴿۴۲﴾
Wa hoedoeo ielat taiyiebie mienal qawlie wa hoedoeo ielaaa sieraatiel hamieed
22:24 En ze werden geleid om het goede te zeggen en naar het prijzenswaardige pad.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ یَصُدُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ الَّذِیۡ جَعَلۡنٰہُ لِلنَّاسِ سَوَآءَۨ الۡعَاکِفُ فِیۡہِ وَ الۡبَادِ ؕ وَ مَنۡ یُّرِدۡ فِیۡہِ بِاِلۡحَادٍۭ بِظُلۡمٍ نُّذِقۡہُ مِنۡ عَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۵۲﴾
Innal lazieena kafaroe wa yasoeddoena 'an sabieeliel laahie wal Masdjiediel Haraamiel laziee dja'alnaahoe liennaasie sawaaa'aniel 'aakiefoe fieehie walbaad; wa may yoeried fieehie bie ielhaadiem biezoelmien noezieqhoe mien 'azaabien alieem
22:25 Waarlijk! Wij zullen een pijnlijke straf aan de ongelovigen laten proeven. (Dat zijn) Degenen die op de weg van Allah en naar masdjied al Haram (de heilige moskee in Mekka) hinderen en aan degene die zich voorneemt om daar iets slecht te doen. (Dat is het huis) welke Wij voor de mensheid hebben gemaakt en waar de lokale inwoners en bezoekers gelijk aan elkaar zijn,

وَ اِذۡ بَوَّاۡنَا لِاِبۡرٰہِیۡمَ مَکَانَ الۡبَیۡتِ اَنۡ لَّا تُشۡرِکۡ بِیۡ شَیۡئًا وَّ طَہِّرۡ بَیۡتِیَ لِلطَّآئِفِیۡنَ وَ الۡقَآئِمِیۡنَ وَ الرُّکَّعِ السُّجُوۡدِ ﴿۶۲﴾
Wa iez bawwaanaa lie Ibraahieema makaanal Baitie allaa toeshriek biee shai'aw wa tahhier Baitieya lietaaa'iefieena walqaaa' iemieena warroekka 'ies soedjoed
22:26 En (gedenk) toen Wij aan Ibrahiem (Abraham) de locatie van het (Heilige) Huis (de Kabaa in Mekka) lieten zien (zeggende): "Associeer niets met Mij en hou Mijn huis rein voor degenen die de 'Tawaaf' verrichten, en die erin staan (voor het gebed), die buigen en prostreren." (Notitie: de Tawaaf is een gebed dat verricht wordt door de Kabaa zeven keer te circuleren. De eerste versie van de Kabaa is door engelen gemaakt. De mensheid begint namelijk bij Adam, zie 3:96. In deze vers geeft Allah de locatie aan voor de weder opbouw van de Kabaa. Zie vers 2:127 voor de heropbouw van de Kabaa.)

وَ اَذِّنۡ فِی النَّاسِ بِالۡحَجِّ یَاۡتُوۡکَ رِجَالًا وَّ عَلٰی کُلِّ ضَامِرٍ یَّاۡتِیۡنَ مِنۡ کُلِّ فَجٍّ عَمِیۡقٍ ﴿۷۲﴾
Wa azzien fien naasie biel Hadjdjie yaatoeka riedjaalaw wa 'alaa koellie daamieriey yaatieena mien koellie fadjdjien 'amieeq
22:27 "En roep op tot het verrichten van de 'Hadj' (de bedevaart) aan de mensen. Ze zullen naar jou toekomen te voet, of (zelfs) op elke magere kameel, vanuit alle (verre) afstanden."

لِّیَشۡہَدُوۡا مَنَافِعَ لَہُمۡ وَ یَذۡکُرُوا اسۡمَ اللّٰہِ فِیۡۤ اَیَّامٍ مَّعۡلُوۡمٰتٍ عَلٰی مَا رَزَقَہُمۡ مِّنۡۢ بَہِیۡمَۃِ الۡاَنۡعَامِ ۚ فَکُلُوۡا مِنۡہَا وَ اَطۡعِمُوا الۡبَآئِسَ الۡفَقِیۡرَ ﴿۸۲﴾
Lie yashhadoe manaafie'a lahoem wa yazkoeroes mal laahie fieee ayyaamiemma'loemaatien 'alaa maa razaqahoem miem bahieematiel an'aamie fakoeloe mienhaa wa at'iemoel baaa'iesal faqieer
22:28 "Zodat ze getuigen mogen zijn van dingen die voor hun van nut zijn. En dat ze de naam van Allah uitspreken op de bekende dagen over het slachtvee waarmee Hij hun heeft voorzien. Dus eet ervan en voedt de armen die het erg moeilijk hebben."

ثُمَّ لۡیَقۡضُوۡا تَفَثَہُمۡ وَ لۡیُوۡفُوۡا نُذُوۡرَہُمۡ وَ لۡیَطَّوَّفُوۡا بِالۡبَیۡتِ الۡعَتِیۡقِ ﴿۹۲﴾
Soemmal yaqdoe tafasahoem wal yoefoe noezoerahoem wal yattawwafoe biel Baitiel 'Atieeq
22:29 "Vervolgens, Laat ze de voorgeschreven verplichtingen (van de hadj) vervullen, hun belofte nakomen en de 'Tawaaf' om het oude huis (de Kabaa) verrichten." (Notitie: Vers 27 t/m 29 zijn aan Ibrahiem geadresseerd. Doordat de Kabaa als een oud huis wordt beschreven, geeft aan dat het huis al eerder bestond en dus ook de hadj rituelen, gezien het eerste huis gemaakt is voor de mensheid (3-96), zie notitie 22:26.)

ذٰلِکَ ٭ وَ مَنۡ یُّعَظِّمۡ حُرُمٰتِ اللّٰہِ فَہُوَ خَیۡرٌ لَّہٗ عِنۡدَ رَبِّہٖ ؕ وَ اُحِلَّتۡ لَکُمُ الۡاَنۡعَامُ اِلَّا مَا یُتۡلٰی عَلَیۡکُمۡ فَاجۡتَنِبُوا الرِّجۡسَ مِنَ الۡاَوۡثَانِ وَ اجۡتَنِبُوۡا قَوۡلَ الزُّوۡرِ ﴿۰۳﴾
Zaalieka wa may yoe'azziem hoeroemaatiel laahie fahoewa ghairoel lahoe 'ienda Rabbieh; wa oehiellat lakoemoel an'aamoe iellaa maa yoetlaa 'alaikoem fadjtanieboer riedjsa mienal awsaanie wadjtanieboe qawlaz zoer
22:30 Dat (zijn de rituelen). En wie de heilige rituelen van Allah eert, dat is beter voor hem bij zijn Heer. Het (nuttigen van) vee is wettig voor jullie gemaakt behalve wat aan jullie (eerder) ontzegt is (zie 6:145). Dus vermijdt de gruweldaad met betrekking tot de afgoden en (ook) het valse woord (leugens, valse verklaringen, etc.).

حُنَفَآءَ لِلّٰہِ غَیۡرَ مُشۡرِکِیۡنَ بِہٖ ؕ وَ مَنۡ یُّشۡرِکۡ بِاللّٰہِ فَکَاَنَّمَا خَرَّ مِنَ السَّمَآءِ فَتَخۡطَفُہُ الطَّیۡرُ اَوۡ تَہۡوِیۡ بِہِ الرِّیۡحُ فِیۡ مَکَانٍ سَحِیۡقٍ ﴿۱۳﴾
Hoenafaaa'a liellaahie ghaira moeshriekieena bieh; wa may yoeshriek biellaahie faka annamaa gharra mienas samaaa'ie fatagh tafoehoet tairoe aw tahwiee biehier rieehoe biee makaanien sahieeq
22:31 (Wees) Zuiver aanbiddend tot Allah, (dus) ken geen deelgenoot aan Hem toe. Wie deelgenoten aan Allah toekent, dan is het alsof hij vanuit de lucht valt en door vogels wordt meegesleurd of door de wind naar een afgelegen plek wordt geblazen. (Notitie: Er wordt hier een vergelijking gemaakt van aanbidding met levensstandaard. Het zuiver aanbidden van Allah wordt als de hoogste levensstandaard gezien (de hemel), dus geen valse woord, rein eten/leven, rechtvaardig/oprecht zijn en berouw hebben voor je slechte daden. Dus leven op basis van Taqwa (godsvreesheid). Echter, kent men een partner (zoon, afgod, etc.) toe aan Allah als bemiddelaar om voor het onrechtvaardige wat hij doet te bemiddelen, dan is het alsof hij van de hoogste levensstandaard (vanuit de hemel) valt naar de laagste levensstandaard (de grond). Hij heeft geen houvast op basis van kennis (het vallen in de lucht), zijn leven wordt bepaald door zijn eigen wil en de wil van anderen en wordt meegesleurd (vogels, wind) naar alle kanten totdat hij op de grond valt (de laagste niveau). Hij zal het nut van het leven niet meer inzien (afgelegen plek), dus ver weg van de zuivere aanbidding van Allah.)

ذٰلِکَ ٭ وَ مَنۡ یُّعَظِّمۡ شَعَآئِرَ اللّٰہِ فَاِنَّہَا مِنۡ تَقۡوَی الۡقُلُوۡبِ ﴿۲۳﴾
Zaalieka wa may yoe'azziem sha'aaa'ieral laahie fa iennahaa mien taqwal qoeloeb
22:32 Dat (is de Hadj). En wie Allah's rituelen eert, waarlijk, (weet dat) het komt door de Taqwa (godsvreesheid) in de harten.

لَکُمۡ فِیۡہَا مَنَافِعُ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی ثُمَّ مَحِلُّہَاۤ اِلَی الۡبَیۡتِ الۡعَتِیۡقِ ﴿۳۳﴾
Lakoem fieehaa manaafie'oe ielaaa adjaliem moesamman soemma mahielloehaaa ielal Baitiel 'Atieeq
22:33 Jullie kunnen tot een vastgestelde tijd profiteren (van de offerdieren). Daarna is hun plaats (van opoffering) nabij het oude huis (Kabaa).

وَ لِکُلِّ اُمَّۃٍ جَعَلۡنَا مَنۡسَکًا لِّیَذۡکُرُوا اسۡمَ اللّٰہِ عَلٰی مَا رَزَقَہُمۡ مِّنۡۢ بَہِیۡمَۃِ الۡاَنۡعَامِ ؕ فَاِلٰـہُکُمۡ اِلٰہٌ وَّاحِدٌ فَلَہٗۤ اَسۡلِمُوۡا ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُخۡبِتِیۡنَ ﴿۴۳﴾
Wa liekoellie oemmatien dja'alnaa mansakal lieyazkoeroes mal laahie 'alaa maa razaqahoem miem bahieematiel an'aam; failaahoekoem ielaahoew waahiedoen falahoeo asliemoe; wa bashshieriel moeghbietieen
22:34 En voor iedere 'Oemmah' (gemeenschap) hebben Wij een ritueel vastgesteld, zodat ze de naam van Allah zullen uitspreken over het vee welke Hij hen voorzien heeft. Jullie godheid/deïteit is één godheid/deïteit, dus onderwerp aan Hem! En geef het goede nieuws (het paradijs) aan de nederigen.

الَّذِیۡنَ اِذَا ذُکِرَ اللّٰہُ وَجِلَتۡ قُلُوۡبُہُمۡ وَ الصّٰبِرِیۡنَ عَلٰی مَاۤ اَصَابَہُمۡ وَ الۡمُقِیۡمِی الصَّلٰوۃِ ۙ وَ مِمَّا رَزَقۡنٰہُمۡ یُنۡفِقُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Allazieena iezaa zoekieral laahoe wadjielat qoeloeboehoem wassaabierieena 'alaa maaa asaabahoem walmoeqieemies Salaatie wa miemmaa razaqnaahoem yoenfieqoen
22:35 Dat zijn degenen, waarvan hun harten vrezen wanneer de naam van Allah wordt genoemd. Die geduldig zijn wat er ook gebeurt. Die het gebed (salaat) onderhouden en die uitgeven van het geen Wij hen voorzien van hebben.

وَ الۡبُدۡنَ جَعَلۡنٰہَا لَکُمۡ مِّنۡ شَعَآئِرِ اللّٰہِ لَکُمۡ فِیۡہَا خَیۡرٌ ٭ۖ فَاذۡکُرُوا اسۡمَ اللّٰہِ عَلَیۡہَا صَوَآفَّ ۚ فَاِذَا وَجَبَتۡ جُنُوۡبُہَا فَکُلُوۡا مِنۡہَا وَ اَطۡعِمُوا الۡقَانِعَ وَ الۡمُعۡتَرَّ ؕ کَذٰلِکَ سَخَّرۡنٰہَا لَکُمۡ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Walboedna dja'alnaahaa lakoem mien sha'aaa'ieriel laahie lakoem fieehaa ghairoen fazkoeroesmal laahie 'alaihaa sawaaff; fa iezaa wadjabat djoenoeboehaa fakoeloe mienhaa wa at'iemoel qaanie'a walmoe'tarr; kazaalieka saghgharnaahaa lakoem la'allakoem tashkoeroen
22:36 En (wat betreft) de kamelen, Wij hebben deze voor jullie gemaakt als (offer) symbolen van Allah, waarin het goede voor jullie is. Noem dus de naam van Allah over hen wanneer ze in rijen staan (om geofferd te worden) en wanneer ze op hun zij liggen. Eet vervolgens van hen en voed de behoeftige die niet vragen en de behoeftige die vragen. Wij hebben hen ten dienste voor jullie gemaakt zodat jullie dankbaar kunnen zijn.

لَنۡ یَّنَالَ اللّٰہَ لُحُوۡمُہَا وَ لَا دِمَآؤُہَا وَ لٰکِنۡ یَّنَالُہُ التَّقۡوٰی مِنۡکُمۡ ؕ کَذٰلِکَ سَخَّرَہَا لَکُمۡ لِتُکَبِّرُوا اللّٰہَ عَلٰی مَا ہَدٰىکُمۡ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۷۳﴾
Lay yanaalal laaha loehoe moehaa wa laa diemaaa'oehaa wa laakiey yanaaloehoet taqwaa mien-koem; kazaalieka saghgharhaa lakoem lietoekabbieroel laaha 'alaa ma hadaakoem; wa bashshieroel moehsienieen
22:37 Het is noch hun vlees, noch hun bloed wat Allah bereikt, maar het is de godsvreesheid van jullie wat Hem bereikt. Aldus, heeft Hij hen aan jullie dienstbaar gemaakt zodat jullie Allah's grootheid uitspreken voor de leiding die Hij jullie heeft geschonken. En geef het goede nieuws (paradijs) aan degenen die goed doen.

اِنَّ اللّٰہَ یُدٰفِعُ عَنِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ کُلَّ خَوَّانٍ کَفُوۡرٍ ﴿۸۳﴾
Innal laaha yoedaafie' 'aniel lazieena aamanoe; iennal laaha laa yoehiebboe koella ghawwaanien kafoer
22:38 Waarlijk, Allah beschermt de gelovigen. Voorzeker, Allah heeft geen enkel ondankbare verrader (hypocrieten) lief .

اُذِنَ لِلَّذِیۡنَ یُقٰتَلُوۡنَ بِاَنَّہُمۡ ظُلِمُوۡا ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ عَلٰی نَصۡرِہِمۡ لَقَدِیۡرُۨ ﴿۹۳﴾
Oeziena liellazieena yoeqaataloena bie annahoem zoeliemoe; wa iennal laaha 'alaa nasriehiem la Qadier
22:39 Toestemming om te vechten wordt gegeven aan degenen die bevochten worden, omdat hen onrecht is aangedaan. Waarlijk, Allah is instaat om hen de overwinning te geven (zonder dat er gevochten hoeft te worden). (Notitie: Allah beproeft en verhoogt gelovigen van status door toestemming te geven om terug te vechten aan hen waarop onrecht is aan gedaan, zie 47:4-6.)

الَّذِیۡنَ اُخۡرِجُوۡا مِنۡ دِیَارِہِمۡ بِغَیۡرِ حَقٍّ اِلَّاۤ اَنۡ یَّقُوۡلُوۡا رَبُّنَا اللّٰہُ ؕ وَ لَوۡ لَا دَفۡعُ اللّٰہِ النَّاسَ بَعۡضَہُمۡ بِبَعۡضٍ لَّہُدِّمَتۡ صَوَامِعُ وَ بِیَعٌ وَّ صَلَوٰتٌ وَّ مَسٰجِدُ یُذۡکَرُ فِیۡہَا اسۡمُ اللّٰہِ کَثِیۡرًا ؕ وَ لَیَنۡصُرَنَّ اللّٰہُ مَنۡ یَّنۡصُرُہٗ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَقَوِیٌّ عَزِیۡزٌ ﴿۰۴﴾
Allazieena oeghriedjoe mien dieyaariehiem bieghairie haqqien iellaaa ay yaqoeloe rabboenallaah; wa law laa daf'oel laahien naasa ba'dahoem bieba'diel lahoeddiemat sawaamie'oe wa bieya'oew wa salawaatoew wa masaadjiedoe yoezkaroe fieehasmoel laahie kasieeraa; wa layansoerannal laahoe may yansoeroeh; iennal laaha la qawieyyoen 'Azieez
22:40 Zij zijn degenen die ten onrechte uit hun huizen zijn verdreven, alleen omdat ze zeiden: "Allah is onze Heer." Als Allah (het geweld van) sommige mensen niet door anderen zou tegenhouden/verhinderen, dan zouden kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin de naam van Allah veelvuldig wordt genoemd, vernietigd zijn. Waarlijk, Allah zal de overwinning geven aan hen die Zijn wetten hanteren (het monotheïsme). Voorzeker, Allah is Al-Qawiy (Degene Die boven alle beperkingen staat. Zijn kracht is oppermachtig, onbeperkt en onuitputtelijk), Al-Aziez (de Al-Machtige). (Notitie: zie ook 2:251.)

اَلَّذِیۡنَ اِنۡ مَّکَّنّٰہُمۡ فِی الۡاَرۡضِ اَقَامُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتَوُا الزَّکٰوۃَ وَ اَمَرُوۡا بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ نَہَوۡا عَنِ الۡمُنۡکَرِ ؕ وَ لِلّٰہِ عَاقِبَۃُ الۡاُمُوۡرِ ﴿۱۴﴾
Allazieena iem makkan naahoem fiel ardie aqaamoes Salaata wa aatawoez Zakaata wa amaroe bielma'roefie wa nahaw 'aniel moen-kar; wa liellaahie 'aaqiebatoel oemoer
22:41 (Zij zijn) degenen die, als Wij hen vestigen (als macht hebbers) op de aarde, dan zullen ze het gebed onderhouden, de zakaat (arme belasting) geven, het goede bevelen en het slechte verbieden. En bij Allah ligt het eind besluit van alle zaken. (Notitie: Allah is Al-Qayoem: de Onderhouder, Voorziener, Degenen die de leiding heeft over alles.)

وَ اِنۡ یُّکَذِّبُوۡکَ فَقَدۡ کَذَّبَتۡ قَبۡلَہُمۡ قَوۡمُ نُوۡحٍ وَّ عَادٌ وَّ ثَمُوۡدُ ﴿۲۴﴾
Wa iey yoekazzieboeka faqad kazzabat qablahoem qawmoe Noehiew wa Aadoew wa Samoed
22:42 En als ze jou (Mohammed v.z.m.h) ontkennen, waarlijk, weet dan dat de generaties voor hen ook (de boodschappers) ontkenden, (zoals) het volk van Noeh (Noach), het volk Aad en Thamoed,

وَ قَوۡمُ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ قَوۡمُ لُوۡطٍ ﴿۳۴﴾
Wa qawmoe Ibraahieema wa qawmoe Loet
22:43 het volk van Ibrahiem (Abraham) en van Loeth (Lot),

وَّ اَصۡحٰبُ مَدۡیَنَ ۚ وَ کُذِّبَ مُوۡسٰی فَاَمۡلَیۡتُ لِلۡکٰفِرِیۡنَ ثُمَّ اَخَذۡتُہُمۡ ۚ فَکَیۡفَ کَانَ نَکِیۡرِ ﴿۴۴﴾
Wa as haaboe Madyana wa koezzieba Moesaa fa amlaitoe lielkaafierieena soemma aghaztoehoem fakaifa kaana nakieer
22:44 de inwoners van Madyan, en Moesa (Mozes) werd ontkent (als boodschapper). Ik verleende dus de ongelovigen uitstel, vervolgens greep Ik hen en weet hoe (zwaar) Mijn straf was.

فَکَاَیِّنۡ مِّنۡ قَرۡیَۃٍ اَہۡلَکۡنٰہَا وَ ہِیَ ظَالِمَۃٌ فَہِیَ خَاوِیَۃٌ عَلٰی عُرُوۡشِہَا وَ بِئۡرٍ مُّعَطَّلَۃٍ وَّ قَصۡرٍ مَّشِیۡدٍ ﴿۵۴﴾
Faka ayyiem mien qaryatien ahlaknaahaa wa hieya zaaliematoen fahieya ghaawieyatoen 'alaa 'oeroeshiehaa wa bie'riem moe'at talatiew wa qasriem mashieed
22:45 En zie hoeveel steden hebben Wij vernietigd, omdat het (de inwoners ervan) onrecht pleegden. Dus ligt het (nu) in puin, met verlaten putten en verlaten hoge kastelen.

اَفَلَمۡ یَسِیۡرُوۡا فِی الۡاَرۡضِ فَتَکُوۡنَ لَہُمۡ قُلُوۡبٌ یَّعۡقِلُوۡنَ بِہَاۤ اَوۡ اٰذَانٌ یَّسۡمَعُوۡنَ بِہَا ۚ فَاِنَّہَا لَا تَعۡمَی الۡاَبۡصَارُ وَ لٰکِنۡ تَعۡمَی الۡقُلُوۡبُ الَّتِیۡ فِی الصُّدُوۡرِ ﴿۶۴﴾
Afalam yasieeroe fiel ardie fatakoena lahoem qoeloeboey ya'qieloena biehaaa aw aazaanoey yasma'oena biehaa fa iennahaa laa ta'mal absaaroe wa laakien ta'mal qoeloeboel latiee fiessoedoer
22:46 Hebben ze dan niet op de aarde gereisd en hebben ze geen harten om te begrijpen of oren om ermee te horen? Voorzeker, het zijn niet de ogen die blind zijn, maar de harten in de borsten die zijn blind.

وَ یَسۡتَعۡجِلُوۡنَکَ بِالۡعَذَابِ وَ لَنۡ یُّخۡلِفَ اللّٰہُ وَعۡدَہٗ ؕ وَ اِنَّ یَوۡمًا عِنۡدَ رَبِّکَ کَاَلۡفِ سَنَۃٍ مِّمَّا تَعُدُّوۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa yasta'djieloenaka biel'azaabie wa lay yoeghliefal laahoe wa'dah; wa ienna yawman 'ienda Rabbieka ka'alfie sanatiem miemmaa ta'oeddoen
22:47 En ze vragen jou om de straf (dag des oordeels) te bespoedigen. Echter, Allah zal Zijn belofte niet verbreken. En Voorzeker, een dag bij jouw Heer is net als duizend jaren zoals jullie tellen.

وَ کَاَیِّنۡ مِّنۡ قَرۡیَۃٍ اَمۡلَیۡتُ لَہَا وَ ہِیَ ظَالِمَۃٌ ثُمَّ اَخَذۡتُہَا ۚ وَ اِلَیَّ الۡمَصِیۡرُ ﴿۸۴﴾
Wa ka ayyiem mien qaryatien amlaitoe lahaa wa hieya zaaliematoen soemma aghaztoehaa wa ielaiyal masieer
22:48 En veel steden gaf Ik uitstel, terwijl ze onrecht pleegden. Vervolgens, greep Ik het. En tot Mij is de terugkeer.

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنَّمَاۤ اَنَا لَکُمۡ نَذِیۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۹۴﴾
Qoel yaaa ayyoehan naasoe iennamaaa ana lakoem nazieeroem moebieen
22:49 Zeg: "O Mensen! Ik ben alleen een duidelijke waarschuwer voor jullie."

فَالَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ وَّ رِزۡقٌ کَرِیۡمٌ ﴿۰۵﴾
Fallazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie lahoem maghfieratoew wa riezqoen karieem
22:50 "Dus degenen die geloven (in de eenheid van Allah, monotheïsme) en die goede daden doen, voor hen is er vergeving en een nobele voorziening (het paradijs)."

وَ الَّذِیۡنَ سَعَوۡا فِیۡۤ اٰیٰتِنَا مُعٰجِزِیۡنَ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡجَحِیۡمِ ﴿۱۵﴾
Wallazieena sa'aw fieee Aayaatienaa moe'aadjiezieena oelaaa ieka As-haaboel djahieem
22:51 "Echter, degenen die tegen Onze Ayat (tekenen, verzen) handelden om problemen te veroorzaken, zullen bewoners van het vuur zijn."

وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنَا مِنۡ قَبۡلِکَ مِنۡ رَّسُوۡلٍ وَّ لَا نَبِیٍّ اِلَّاۤ اِذَا تَمَنّٰۤی اَلۡقَی الشَّیۡطٰنُ فِیۡۤ اُمۡنِیَّتِہٖ ۚ فَیَنۡسَخُ اللّٰہُ مَا یُلۡقِی الشَّیۡطٰنُ ثُمَّ یُحۡکِمُ اللّٰہُ اٰیٰتِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۲۵﴾
Wa maaa arsalnaa mien qablieka mier Rasoelienw wa laa Nabieyyien iellaaa iezaaa tamannaaa alqash Shaitaanoe fieee oemniey yatiehiee fa yansaghoel laahoe maa yoelqiesh Shaitaanoe soemma yoehkiemoel laahoe aayaatieh; wallaahoe 'Alieemoen Hakieem
22:52 En bij de generaties voor jou, stuurden Wij een boodschapper of een profeet (naar een gemeenschap), maar de satan beïnvloede zijn verlangen (om mensen te leiden of een compromis te sluiten). Echter, Allah heft datgeen wat de satan inbrengt op, vervolgens vestigt Allah Zijn verzen. Allah is Al-Aliem (Al-Wetend), Al-Hakiem (Al-Wijs). (Notitie: zie 17:73-74 m.b.t. het sluiten van een compromis. Zie 2:272 m.b.t. de leiding. De openbaring van de Koran heeft geen enkele invloed gehad van de satan, zie 16:98 en 26:210-212.)

لِّیَجۡعَلَ مَا یُلۡقِی الشَّیۡطٰنُ فِتۡنَۃً لِّلَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ وَّ الۡقَاسِیَۃِ قُلُوۡبُہُمۡ ؕ وَ اِنَّ الظّٰلِمِیۡنَ لَفِیۡ شِقَاقٍۭ بَعِیۡدٍ ﴿۳۵﴾
Lieyadj'ala maa yoelqiesh Shaitaanoe fietnatal liellazieena fiee qoeloebiehiem maradoew walqaasieyatie qoeloeboehoem; wa iennaz zaaliemieena lafiee shieqaaqiem ba'ieed
22:53 (Dit laat Allah toe), zodat datgeen wat de satan inbrengt een beproeving wordt voor degenen met een ziekte in hun harten of die hun harten hebben verhard. Voorzeker, de onrechtplegers verkeren in vergaande schisma (opsplitsing in groepen door onenigheid tussen de groepen).

وَّ لِیَعۡلَمَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ اَنَّہُ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَیُؤۡمِنُوۡا بِہٖ فَتُخۡبِتَ لَہٗ قُلُوۡبُہُمۡ ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَہَادِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۴۵﴾
Wa lieya'lamal lazieena oetoel 'ielma annahoel haqqoe mier Rabbieka fa yoe'mienoe biehiee fatoeghbieta lahoe qoeloeboehoem; wa iennal laaha lahaadiel lazieena aamanoe ielaa Sieraatiem Moestaqieem
22:54 En zodat degene die kennis hebben gekregen, weten dat het de waarheid van de Heer is. Ze geloven erin, zodat hun harten er nederig aan onderwerpen. Voorzeker, Allah is zeker de Gids voor de gelovigen naar het rechte pad.

وَ لَا یَزَالُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فِیۡ مِرۡیَۃٍ مِّنۡہُ حَتّٰی تَاۡتِیَہُمُ السَّاعَۃُ بَغۡتَۃً اَوۡ یَاۡتِیَہُمۡ عَذَابُ یَوۡمٍ عَقِیۡمٍ ﴿۵۵﴾
Wa laa yazaaloel lazieena kafaroe fiee mieryatiem mienhoe hattaa taatieyahoemoes Saa'atoe baghtatan aw yaatieyahoem 'azaaboe Yawmien 'aqieem
22:55 En de ongelovigen zullen niet stoppen met het twijfelen eraan totdat het uur (des oordeels) plotseling tot hen komt of de straf van een zware dag.

اَلۡمُلۡکُ یَوۡمَئِذٍ لِّلّٰہِ ؕ یَحۡکُمُ بَیۡنَہُمۡ ؕ فَالَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ فِیۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۶۵﴾
Almoelkoe Yawma'ieziel liellaahie yahkoemoe bainahoem; fallazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie fiee djannaatien Na'ieem
22:56 De heerschappij op die dag zal alleen tot Allah behoren. Hij zal tussen hen berechten. Dus degenen die geloven en goede daden verrichtten zullen in de tuinen van gelukzaligheid zijn.

وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا وَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا فَاُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عَذَابٌ مُّہِیۡنٌ ﴿۷۵﴾
Wallazieena kafaroe wa kazzaboe bie Aayaatienaa fa oelaaa'ieka lahoem 'azaaboem moehieen
22:57 En degenen die niet geloofden en Onze tekenen/verzen verworpen, voor hen zal er een vernederde straf zijn.

وَ الَّذِیۡنَ ہَاجَرُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ثُمَّ قُتِلُوۡۤا اَوۡ مَاتُوۡا لَیَرۡزُقَنَّہُمُ اللّٰہُ رِزۡقًا حَسَنًا ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَہُوَ خَیۡرُ الرّٰزِقِیۡنَ ﴿۸۵﴾
Wallazieena haadjaroe fiee sabieeliel laahie soemma qoetieloeo aw maatoe la yarzoeqan nahoemoel laahoe riezqan hasanaa; wa iennal laaha la Hoewa ghairoer raazieqieen
22:58 En degenen die emigreerde op de weg van Allah en vervolgens gedood werden of stierven, waarlijk, Allah zal hen een goede voorziening geven. Voorzeker, Allah is de beste Voorziener.

لَیُدۡخِلَنَّہُمۡ مُّدۡخَلًا یَّرۡضَوۡنَہٗ ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَعَلِیۡمٌ حَلِیۡمٌ ﴿۹۵﴾
La yoedghielan nahoem moed ghalay yardawnah; wa iennal laaha la 'Alieemoen Halieem
22:59 Waarlijk, Hij zal hen binnenlaten bij een ingang dat hen blij zal maken. En voorzeker, Allah is Al-Aliem (Al-Wetend), Al-Haliem (de meest Verdraagzame).

ذٰلِکَ ۚ وَ مَنۡ عَاقَبَ بِمِثۡلِ مَا عُوۡقِبَ بِہٖ ثُمَّ بُغِیَ عَلَیۡہِ لَیَنۡصُرَنَّہُ اللّٰہُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَعَفُوٌّ غَفُوۡرٌ ﴿۰۶﴾
Zaalieka wa man 'aaqaba biemieslie maa 'oeqieba biehiee soemma boeghieya 'alaihie la yansoerannahoel laah; iennal laaha la 'Afoewwoen Ghafoer
22:60 Dat (is hoe het zal zijn). En wie het gelijke aan handeling terug doet, voor datgeen waarvoor hij geleden heeft, en vervolgens is er weer onrecht op hem aangedaan, (weet dat) Allah hem zeker zal helpen. Waarlijk! Allah is Al-Afoew (de Vergever), Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde). (Notitie: Allah ziet alles wat er dag en nacht gebeurt. Hij ziet het onrecht en de wraak acties die worden gedaan. Hij helpt de mensen die tot Hem keren voor het vragen om rechtvaardige berechting.)

ذٰلِکَ بِاَنَّ اللّٰہَ یُوۡلِجُ الَّیۡلَ فِی النَّہَارِ وَ یُوۡلِجُ النَّہَارَ فِی الَّیۡلِ وَ اَنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌۢ بَصِیۡرٌ ﴿۱۶﴾
Zaalieka bie annal laaha yoeliedjoel laila fien nahaarie wa yoeliedjoen nahaara fiel lailie wa annal laaha Samiee'oem Basieer
22:61 Dat is omdat Allah, de nacht doet overgaan in de dag en de dag doet overgaan in de nacht. Voorzeker, Allah is As-Samie'oe (de Al-Horende), Al-Basier (de Al-Ziende).

ذٰلِکَ بِاَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡحَقُّ وَ اَنَّ مَا یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖ ہُوَ الۡبَاطِلُ وَ اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ الۡعَلِیُّ الۡکَبِیۡرُ ﴿۲۶﴾
Zaalieka bie annal laaha Hoewal haqqoe wa anna maa yad'oena mien doeniehiee hoewal baatieloe wa annal laaha Hoewal 'Alieyyoel kabieer
22:62 Dat is omdat Allah, Hij is de Waarheid! Datgeen wat ze naast Hem aanroepen is de valsheid. En waarlijk, Allah is Al-A'lee (de meest Verhevene), Al-Kabier (de Grootste).

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً ۫ فَتُصۡبِحُ الۡاَرۡضُ مُخۡضَرَّۃً ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَطِیۡفٌ خَبِیۡرٌ ﴿۳۶﴾
Alam tara annal laaha anzala mienas samaaa'ie maaa'an fatoesbiehoel ardoe moeghdarrah; iennal laaha Latieefoen ghabieer
22:63 Zie je niet dat Allah water uit de hemel neerzendt, vervolgens wordt de aarde groen? Voorzeker, Allah is Al-Latief (De meest Subtiele. Degene die het meest op de hoogte is van de meest verfijnde details. Zijn acties zijn zo verfijnd en subtiel dat het ons begrip te boven gaat), Al-Ghabier (Degene Die alles kent, zowel innerlijk en uiterlijk. Hij is Degene die de perfecte kennis en begrip heeft over de werkelijke toestand, de interne kwaliteiten en de betekenissen van alles wat is geschapen).

لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَہُوَ الۡغَنِیُّ الۡحَمِیۡدُ ﴿۴۶﴾
Lahoe ma fies samaawaatie wa ma fiel ard; wa iennal laaha la Hoewal Ghanieyyoel Hamieed
22:64 Aan Hem behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde is. Voorzeker, Allah is Al-Ghanie (Degene die niets en niemand nodig heeft en iedereen heeft hem nodig), Al-Hameed (Degene waar alle dank en lof aan toebehoort).

اَلَمۡ تَرَ اَنَّ اللّٰہَ سَخَّرَ لَکُمۡ مَّا فِی الۡاَرۡضِ وَ الۡفُلۡکَ تَجۡرِیۡ فِی الۡبَحۡرِ بِاَمۡرِہٖ ؕ وَ یُمۡسِکُ السَّمَآءَ اَنۡ تَقَعَ عَلَی الۡاَرۡضِ اِلَّا بِاِذۡنِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِالنَّاسِ لَرَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۵۶﴾
Alam tara annal laaha saghghara lakoem maa fiel ardie wal foelka tadjriee fiel bahrie bie amriehiee wa yoemsiekoes samaaa'a an taqa'a 'alal ardie iellaa bieieznieh; iennal laaha biennaasie la Ra'oefoer Rahieem
22:65 Zie je niet dat Allah alles wat op aarde is ten diensten voor jullie heeft gesteld? De schepen varen op de zee met Zijn toestemming. Hij houdt de hemel tegen anders zou het op de aarde vallen, dit wordt alleen voorkomen door Zijn toestemming. Voorzeker, Allah is voor de mensheid Ar-Raoef (het meest Vriendelijk), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe). (Notitie: zie ook 35:41)

وَ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَحۡیَاکُمۡ ۫ ثُمَّ یُمِیۡتُکُمۡ ثُمَّ یُحۡیِیۡکُمۡ ؕ اِنَّ الۡاِنۡسَانَ لَکَفُوۡرٌ ﴿۶۶﴾
Wa Hoewal laziee ahyaakoem soemma yoemieetoekoem soemma yoehyieekoem; iennal iensaana la kafoer
22:66 Hij is Degene Die jullie het leven gaf, vervolgens zal Hij jullie doen sterven. Daarna zal Hij jullie (weer het) leven geven. Waarlijk, de mensheid is zeer ondankbaar.

لِکُلِّ اُمَّۃٍ جَعَلۡنَا مَنۡسَکًا ہُمۡ نَاسِکُوۡہُ فَلَا یُنَازِعُنَّکَ فِی الۡاَمۡرِ وَ ادۡعُ اِلٰی رَبِّکَ ؕ اِنَّکَ لَعَلٰی ہُدًی مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۷۶﴾
Liekoellie oemmatien dja'alnaa mansakan hoem naasiekoehoe falaa yoenaazie 'oennaka fiel amr; wad'oe ielaa Rabbieka iennaka la 'alaa hoedan moestaqieem
22:67 Voor elk gemeenschap hebben Wij rituelen gemaakt die ze moeten opvolgen. Dus ga niet in discussie met hen over de kwestie (gerelateerd aan de rituelen), maar vertel de bepaling van jouw Heer. Voorzeker, jij volgt zonder twijfel de juiste leiding.

وَ اِنۡ جٰدَلُوۡکَ فَقُلِ اللّٰہُ اَعۡلَمُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۸۶﴾
Wa ien djaadaloeka faqoeliel laahoe a'lamoe biemaa ta'maloen
22:68 En als ze met jou (proberen) ruzie (te) maken, zeg dan: "Allah weet alles wat jullie doen."

اَللّٰہُ یَحۡکُمُ بَیۡنَکُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کُنۡتُمۡ فِیۡہِ تَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Allaahoe yahkoemoe bainakoem Yawmal Qieyaamatie fieemaa koentoem fieehie taghtaliefoen
22:69 "Allah zal op de dag van de wederopstanding tussen jullie oordelen waarin jullie (van mening/handelwijze) verschilden."

اَلَمۡ تَعۡلَمۡ اَنَّ اللّٰہَ یَعۡلَمُ مَا فِی السَّمَآءِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اِنَّ ذٰلِکَ فِیۡ کِتٰبٍ ؕ اِنَّ ذٰلِکَ عَلَی اللّٰہِ یَسِیۡرٌ ﴿۰۷﴾
Alam ta'lam annal laaha ya'lamoe maa fies samaaa'ie wal ard; ienna zaalieka fiee kietaab; ienna zaalieka 'alal laahie yasieer
22:70 Weet je niet dat Allah op de hoogte is van alles wat er de hemelen en op de aarde is (en gebeurt, ongeacht de tijd)? Voorzeker, dat (alles) staat vermeld in een Boek (Lawh Al-Mahfuz). Waarlijk, dat (op de hoogte zijn van alles) is (dus) voor Allah gemakkelijk.

وَ یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَمۡ یُنَزِّلۡ بِہٖ سُلۡطٰنًا وَّ مَا لَیۡسَ لَہُمۡ بِہٖ عِلۡمٌ ؕ وَ مَا لِلظّٰلِمِیۡنَ مِنۡ نَّصِیۡرٍ ﴿۱۷﴾
Wa ya'boedoena mien doeniel laahie maa lam yoenazziel biehiee soeltaanaw wa maa laisa lahoem biehiee 'ielm; wa maa liezzaaliemieena mien nasieer
22:71 En ze aanbidden (iets) naast Allah waarvoor Hij geen enkel toestemming heeft gegeven, noch (aanbidden ze het) op basis van enige kennis die ze erover hebben. Er zal voor de onrechtplegers geen enkel helper zijn. (Notitie: aanbidding van iets naast Allah wordt meestal geïntroduceerd om onrecht naar het volk te rechtvaardigen.)

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتُنَا بَیِّنٰتٍ تَعۡرِفُ فِیۡ وُجُوۡہِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوا الۡمُنۡکَرَ ؕ یَکَادُوۡنَ یَسۡطُوۡنَ بِالَّذِیۡنَ یَتۡلُوۡنَ عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتِنَا ؕ قُلۡ اَفَاُنَبِّئُکُمۡ بِشَرٍّ مِّنۡ ذٰلِکُمۡ ؕ اَلنَّارُ ؕ وَعَدَہَا اللّٰہُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ؕ وَ بِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۲۷﴾
Wa iezaa toetlaa 'alaihiem Aayaatoenaa baiyienaatien ta'riefoe fiee woedjoehiel lazieena kafaroel moen-kara yakaadoena yastoena biel lazieena yatloena 'alaihiem Aayaatienaa; qoel afa oenab bie'oekoem biesharriem mien zaaliekoem; an Naaroe wa 'adahal laahoel lazieena kafaroe wa bie'sal masieer
22:72 En wanneer Onze duidelijke verzen voor hen worden opgelezen, dan zie je de afkeuring op de gezichten van de ongelovigen. Ze staan op het punt om degenen, die Onze verzen voor hen voorlezen, aan te vallen. Zeg: "Zal ik jullie informeren over iets slechter dan dat? Het vuur! Allah heeft het aan de ongelovigen belooft. Ellendig is de bestemming!"

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ ضُرِبَ مَثَلٌ فَاسۡتَمِعُوۡا لَہٗ ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ تَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ لَنۡ یَّخۡلُقُوۡا ذُبَابًا وَّ لَوِ اجۡتَمَعُوۡا لَہٗ ؕ وَ اِنۡ یَّسۡلُبۡہُمُ الذُّبَابُ شَیۡئًا لَّا یَسۡتَنۡقِذُوۡہُ مِنۡہُ ؕ ضَعُفَ الطَّالِبُ وَ الۡمَطۡلُوۡبُ ﴿۳۷﴾
Yaaa ayyoehan naasoe doerieba masaloen fastamie'oe lah; iennal lazieena tad'oena mien doeniel laahie lay yaghloeqoe zoebaabaw wa lawiedjtama'oe lahoe wa iey yasloeb hoemoez zoebaaboe shai'an laa yastanqiezoehoe mienh; da'oefat taalieboe wal matloeb
22:73 O mensen! Er wordt een voorbeeld gegeven, dus luister er naar. Voorzeker, (ten eerste) degenen die jullie aanroepen naast Allah kunnen nooit een vlieg scheppen, zelfs niet als ze allemaal te samen komen. En (ten tweede), als een vlieg iets van hun zou afpakken, dan kunnen ze het niet terugpakken. Dus zwak zijn degenen die zoeken (naar gunsten van de afgoden) en machteloos zijn de afgoden.

مَا قَدَرُوا اللّٰہَ حَقَّ قَدۡرِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَقَوِیٌّ عَزِیۡزٌ ﴿۴۷﴾
Maa qadroel laaha haqqa qadrieh; iennal laaha la Qawieyyoen 'Azieez
22:74 Ze hebben (de grootheid van) Allah dat hem toebehoort niet op waarde geschat. Voorzeker, Allah is zeker Al-Qawiy (De sterkste), Al-Aziez (de Almachtige).

اَللّٰہُ یَصۡطَفِیۡ مِنَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ رُسُلًا وَّ مِنَ النَّاسِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌۢ بَصِیۡرٌ ﴿۵۷﴾
Allahoe yastafiee mienal malaaa'iekatie Roesoelaw wa mienan naas; iennal laaha Samiee'oen Basieer
22:75 Allah kiest boodschappers uit de engelen en uit de mensen. Voorzeker, Allah is As-Samie (de Alhorende), Al-Basier (de Alziende).

یَعۡلَمُ مَا بَیۡنَ اَیۡدِیۡہِمۡ وَ مَا خَلۡفَہُمۡ ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ تُرۡجَعُ الۡاُمُوۡرُ ﴿۶۷﴾
Ya'lamoe maa baina aydieehiem wa maa ghalfahoem; wa ielal laahie toerdja'oel oemoer
22:76 Hij weet wat vóór hen is (wat in de toekomst gaat gebeuren) en wat achter hen is (wat al gebeurt is). Tot Allah worden alle zaken teruggebracht.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا ارۡکَعُوۡا وَ اسۡجُدُوۡا وَ اعۡبُدُوۡا رَبَّکُمۡ وَ افۡعَلُوا الۡخَیۡرَ لَعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿۷۷﴾
Yaaa ayyoehal lazieena aamanoer ka'oe wasdjoedoe wa'boedoe Rabbakoem waf'aloel ghaira la'allakoem toefliehoen
22:77 O geloven! Doe de 'Roekoe' (het buigen tijdens het gebed), prostreer, aanbid jullie Heer en doe het goede zodat jullie kunnen groeien in succes. (Notitie: Prostratie/Sajdah Tilawat is vereist.)

وَ جَاہِدُوۡا فِی اللّٰہِ حَقَّ جِہَادِہٖ ؕ ہُوَ اجۡتَبٰىکُمۡ وَ مَا جَعَلَ عَلَیۡکُمۡ فِی الدِّیۡنِ مِنۡ حَرَجٍ ؕ مِلَّۃَ اَبِیۡکُمۡ اِبۡرٰہِیۡمَ ؕ ہُوَ سَمّٰىکُمُ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ۬ۙ مِنۡ قَبۡلُ وَ فِیۡ ہٰذَا لِیَکُوۡنَ الرَّسُوۡلُ شَہِیۡدًا عَلَیۡکُمۡ وَ تَکُوۡنُوۡا شُہَدَآءَ عَلَی النَّاسِ ۚۖ فَاَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ وَ اٰتُوا الزَّکٰوۃَ وَ اعۡتَصِمُوۡا بِاللّٰہِ ؕ ہُوَ مَوۡلٰىکُمۡ ۚ فَنِعۡمَ الۡمَوۡلٰی وَ نِعۡمَ النَّصِیۡرُ ﴿۸۷﴾
Wa djaahiedoe fiel laahie haqqa djiehaadieh; Hoewadj tabaakoem wa maa dja'ala 'alaikoem fied dieenie mien haradj; Miellata abieekoem Ibraahieem; Hoewa sammaakoemoel moesliemieena mien qabloe wa fiee haaza lie yakoenar Rasoeloe shahieedan 'alaikoem wa takoenoe shoehadaaa'a 'alan naas; fa aqieemoes salaata wa aatoez zakaata wa'tasiemoe biellaahie Hoewa mawlaakoem fanie'mal mawlaa wa nie'man nasieer (17)
22:78 En strijd voor de zaak van Allah, zoals je zou moeten strijden (op basis van je kunnen). Hij (Allah) heeft jullie gekozen (om Zijn boodschap te verkondigen) en heeft geen moeilijkheid in jullie 'Dien' (levenswijze, religie) opgelegd. (Het is) de geloofsopvatting dat gepraktiseerd werd door jullie (voor-)vader Ibrahiem (Abraham) (Islam). Hij (Allah) heeft jullie moslims genoemd, zoals vroeger (in alle voorgaande openbaringen) en hierin (de Koran). (Streef dus voor de zaak van Allah) Zodat de boodschapper (Mohammed v.z.m.h.) een getuige is over jullie en dat jullie getuigen zijn over de gehele mensheid. Dus onderhoudt de "Salaat" (het gebed / het contact maken met Allah), geef de zakaat (de arme belasting) en hou vast aan (de bepaling van) Allah. Hij is jullie beschermer! Dus de beste 'Maula' (beschermer) en de beste 'Nasier' (helper).

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)


www.heiligekoran.nl