اِنَّمَا السَّبِیۡلُ عَلَی الَّذِیۡنَ یَسۡتَاۡذِنُوۡنَکَ وَ ہُمۡ اَغۡنِیَآءُ ۚ رَضُوۡا بِاَنۡ یَّکُوۡنُوۡا مَعَ الۡخَوَالِفِ ۙ وَ طَبَعَ اللّٰہُ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۳۹﴾
Innamas sabieeloe 'alal lazieena yasta'zienoenaka wa hoem aghnieyaaa'; radoe bieany-yakoenoe ma'al ghawaaliefie wa taba'al laahoe 'alaa qoeloebiehiem fahoem laa ya'lamoen
9:93 De schuld rust slechts op degenen die jou om vrijstelling vragen, terwijl ze rijk zijn. Ze zijn tevreden om met de thuisblijvers te blijven. En Allah heeft hun harten bezegeld, daarom begrijpen ze niet.

یَعۡتَذِرُوۡنَ اِلَیۡکُمۡ اِذَا رَجَعۡتُمۡ اِلَیۡہِمۡ ؕ قُلۡ لَّا تَعۡتَذِرُوۡا لَنۡ نُّؤۡمِنَ لَکُمۡ قَدۡ نَبَّاَنَا اللّٰہُ مِنۡ اَخۡبَارِکُمۡ ؕ وَ سَیَرَی اللّٰہُ عَمَلَکُمۡ وَ رَسُوۡلُہٗ ثُمَّ تُرَدُّوۡنَ اِلٰی عٰلِمِ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۹﴾
Ya'tazieroena ielaikoem iezaa radja'toem ielaihiem; qoel laa ta'tazieroe lan noe'miena lakoem qad nabba annal laahoe mien aghbaariekoem; wa sa yaral laahoe 'amalakoem wa Rasoeloehoe thoemma toeraddoena ielaa 'Aaliemiel Ghaibie washshahaadatie fa yoenabbie'oekoem biemaa koentoem ta'maloen
9:94 Wanneer je terug komt (van de strijd), zullen ze excuses aan jou bieden. Zeg:" Biedt geen excuses, we zullen jullie nooit geloven. Waarlijk, Allah heeft ons over jullie verteld. En Allah en Zijn boodschapper kijken toe wat jullie doen. Vervolgens, zullen jullie terug gebracht worden tot de Alles-wetende (Allah) over de Ghayb (het ongeziene) en het geziene. En Hij zal jullie informeren over hetgeen jullie deden."

سَیَحۡلِفُوۡنَ بِاللّٰہِ لَکُمۡ اِذَا انۡقَلَبۡتُمۡ اِلَیۡہِمۡ لِتُعۡرِضُوۡا عَنۡہُمۡ ؕ فَاَعۡرِضُوۡا عَنۡہُمۡ ؕ اِنَّہُمۡ رِجۡسٌ ۫ وَّ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ۚ جَزَآءًۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۵۹﴾
Sa yahliefoena biellaahie lakoem iezanqalabtoem ielaihiem lietoe'riedoe 'anhoem fa a'riedoe 'anhoem iennahoem riedjsoew wa ma'waahoem djahannamoe djazaaa'an bie maakaanoe yaksieboen
9:95 Wanneer je terug komt (van de strijd), zullen ze bij jou tot Allah zweren (dat ze gegronde excuses hadden om achter te blijven), zodat je hen met rust kan laten. Laat hun dus met rust, ze zijn onrein. En hun verblijfplaats is de hel, een vergelding voor wat ze verdienen.

یَحۡلِفُوۡنَ لَکُمۡ لِتَرۡضَوۡا عَنۡہُمۡ ۚ فَاِنۡ تَرۡضَوۡا عَنۡہُمۡ فَاِنَّ اللّٰہَ لَا یَرۡضٰی عَنِ الۡقَوۡمِ الۡفٰسِقِیۡنَ ﴿۶۹﴾
Yahliefoena lakoem lietardaw 'anhoem fa ien tardaw 'anhoem fa iennal laaha laa yardaa 'aniel qawmiel faasieqieen
9:96 Ze zweren in de nabijheid van jullie (de gelovigen) zodat jullie tevreden zullen zijn met hen. Echter als jullie tevreden zijn met hen, weet dan dat Allah geen enkel behagen heeft in de provocerende ongehoorzame volk.

اَلۡاَعۡرَابُ اَشَدُّ کُفۡرًا وَّ نِفَاقًا وَّ اَجۡدَرُ اَلَّا یَعۡلَمُوۡا حُدُوۡدَ مَاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ عَلٰی رَسُوۡلِہٖ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۷۹﴾
Al A'raaboe ashaddoe koefraw wa niefaaqaw wa adjdaroe allaa ya'lamoe hoedoeda maaa anzalal laahoe 'alaa Rasoelieh; wallaahoe 'Alieemoen Hakieem
9:97 De bedoeïenen zijn de sterkste in ongeloof en hypocrisie. Het is daarom begrijpelijk dat ze de grenzen die Allah aan zijn boodschapper geopenbaard heeft, niet kennen. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

وَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ مَنۡ یَّتَّخِذُ مَا یُنۡفِقُ مَغۡرَمًا وَّ یَتَرَبَّصُ بِکُمُ الدَّوَآئِرَ ؕ عَلَیۡہِمۡ دَآئِرَۃُ السَّوۡءِ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۸۹﴾
Wa mienal A'raabie may yattaghiezoe maa yoenfieqoe maghramaw wa yatarabbasoe biekoemoed dawaaa'ier; alaihiem daaa'ieratoes saw'; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
9:98 Onder de bedoeïenen zijn er mensen die hun bijdrage (op de weg van Allah) als een verlies beschouwen. En ze willen dat er ellende over jou komt. Op hun zal de ellende komen! En Allah is Samie'u (Alhorend), Aliem (Alwetend).

وَ مِنَ الۡاَعۡرَابِ مَنۡ یُّؤۡمِنُ بِاللّٰہِ وَ الۡیَوۡمِ الۡاٰخِرِ وَ یَتَّخِذُ مَا یُنۡفِقُ قُرُبٰتٍ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ صَلَوٰتِ الرَّسُوۡلِ ؕ اَلَاۤ اِنَّہَا قُرۡبَۃٌ لَّہُمۡ ؕ سَیُدۡخِلُہُمُ اللّٰہُ فِیۡ رَحۡمَتِہٖ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۹۹﴾
Wa mienal A'raabie may yoe'mienoe biellaahie wal yawmiel aaghierie wa yattaghiezoe maa yoenfieqoe qoeroebaatien 'iendal laahie wa salawaatier Rasoel; 'alaaa iennahaa qoerbatoel lahoem; sayoedghieloe hoemoel laahoe fiee rahmatieh; iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
9:99 Echter onder de bedoeïenen zijn er ook mensen die geloven in Allah en in de laatste dag. En die hun bijdragen (op de weg van Allah) beschouwen als een middel om dichter bij Allah te komen en om zegeningen te krijgen van de boodschapper. Aanschouw! Voorzeker, het is een middel om dichterbij te komen voor hen. Allah zal hen toelaten tot Zijn barmhartigheid. Voorzeker, Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).

وَ السّٰبِقُوۡنَ الۡاَوَّلُوۡنَ مِنَ الۡمُہٰجِرِیۡنَ وَ الۡاَنۡصَارِ وَ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُمۡ بِاِحۡسَانٍ ۙ رَّضِیَ اللّٰہُ عَنۡہُمۡ وَ رَضُوۡا عَنۡہُ وَ اَعَدَّ لَہُمۡ جَنّٰتٍ تَجۡرِیۡ تَحۡتَہَا الۡاَنۡہٰرُ خٰلِدِیۡنَ فِیۡہَاۤ اَبَدًا ؕ ذٰلِکَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۰۰۱﴾
Was saabieqoenal awwaloena mienal Moehaadjierieena wal Ansaarie wallazieenat taba'oe hoem bie iehsaanier radieyal laahoe 'anhoem wa radoe 'anhoe wa a'adda lahoem djannaatien tadjriee tahtahal anhaaroe ghaaliedieena fieehaaa abadaa; zaaliekal fawzoel 'azieem
9:100 En de Muhajirun (de emigranten van Makkah naar Medina) die het eerste de Islam accepteerde, de Anshar (de inwoners van Medina die de Muhajirun hielpen en voorzieningen verschaften) en de degenen die hen opvolgden in het verrichten van goede daden, Allah is tevreden met hen en ze zijn tevreden met Hem. En Hij heeft voor hen tuinen voorbereid waaronder rivieren stromen. Ze zullen er voor altijd in verblijven. Dat is een groot succes.

وَ مِمَّنۡ حَوۡلَکُمۡ مِّنَ الۡاَعۡرَابِ مُنٰفِقُوۡنَ ؕۛ وَ مِنۡ اَہۡلِ الۡمَدِیۡنَۃِ ۟ۛؔ مَرَدُوۡا عَلَی النِّفَاقِ ۟ لَا تَعۡلَمُہُمۡ ؕ نَحۡنُ نَعۡلَمُہُمۡ ؕ سَنُعَذِّبُہُمۡ مَّرَّتَیۡنِ ثُمَّ یُرَدُّوۡنَ اِلٰی عَذَابٍ عَظِیۡمٍ ﴿۱۰۱﴾
Wa miemmann hawlakoem mienal A'raabie moenaafieqoena wa mien ahliel Madieenatie maradoe 'alan niefaaq, laa ta'lamoehoem nahnoe na'lamoehoem; sanoe'azzieboehoem marratainie soemma yoeraddoena ielaa 'azaabien 'azieem
9:101 En onder de bedoeïenen rondom jou zijn er hypocrieten en ook onder de mensen van Medina. Ze volharden in hypocrisie. Je kent ze niet, maar Wij (Allah) kennen ze wel. We zullen hen twee keer straffen (de straf gedurende werelds leven en de straf van het graf) en daarna zullen ze terug gebracht worden tot een enorme straf.

وَ اٰخَرُوۡنَ اعۡتَرَفُوۡا بِذُنُوۡبِہِمۡ خَلَطُوۡا عَمَلًا صَالِحًا وَّ اٰخَرَ سَیِّئًا ؕ عَسَی اللّٰہُ اَنۡ یَّتُوۡبَ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۲۰۱﴾
Wa aagharoe na'tarafoe biezoenoebiehiem ghalatoe 'amalan saaliehaw wa aaghara saiyie'an 'asal laahoe 'ay yatoeba 'alaihiem; iennal laaha Ghafoeroer Rahieem
9:102 En sommige van hen hebben hun zonden erkend (de erkenning van de hypocrisie). Ze hebben een goede daad met het slechte vermengt. Misschien zal Allah Zich tot hen in barmhartigheid wenden. (Want) Allah is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahiem (meest barmhartig naar de gelovigen toe).

خُذۡ مِنۡ اَمۡوَالِہِمۡ صَدَقَۃً تُطَہِّرُہُمۡ وَ تُزَکِّیۡہِمۡ بِہَا وَ صَلِّ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّ صَلٰوتَکَ سَکَنٌ لَّہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۳۰۱﴾
ghoez mien amwaaliehiem sadaqatan toetahhieroehoem wa toezakkieehiem biehaa wa sallie 'alaihiem ienna salaataka sakanoel lahoem; wallaahoe Samiee'oen 'Alieem
9:103 Neem de Sadaqah (aalmoezen) van hun rijkdommen om hen te reinigen en (hun vermogen) te zuiveren zodat het toe zal nemen (Baraqah). En zegen hen. Voorzeker, jou zegeningen zijn een geruststelling voor hen. En Allah is Samie'u (Alhorend), Aliem (Alweten).

اَلَمۡ یَعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ یَقۡبَلُ التَّوۡبَۃَ عَنۡ عِبَادِہٖ وَ یَاۡخُذُ الصَّدَقٰتِ وَ اَنَّ اللّٰہَ ہُوَ التَّوَّابُ الرَّحِیۡمُ ﴿۴۰۱﴾
Alam ya'lamoeo annal laaha hoewa yaqbaloet tawbata 'an iebaadiehiee wa ya'ghoezoes sadaqaatie wa annal laaha hoewat Tawwaaboer Rahieem
9:104 Weten ze niet dat Allah het berouw van Zijn slaven aanvaardt en de aalmoezen accepteert, en dat Allah (alleen) de Aanvaarder van het berouw is, Ar-Rahiem is (Degenen die zeer Barmhartig voor de gelovigen is)?

وَ قُلِ اعۡمَلُوۡا فَسَیَرَی اللّٰہُ عَمَلَکُمۡ وَ رَسُوۡلُہٗ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ؕ وَ سَتُرَدُّوۡنَ اِلٰی عٰلِمِ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ فَیُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۵۰۱﴾
Wa qoel ie'maloe fasayaral laahoe 'amalakoem wa Rasoeloehoe wal moe'mienoen; wa satoeraddoena ielaa 'Aaliemiel Ghaibie washshahaadatie fa yoenabbie'oekoem biemaa koentoem ta'maloen
9:105 En zeg: "Werk! Allah zal jullie daden zien, en ook de boodschapper en de gelovigen. En jullie zullen terug gebracht worden tot de Alles-wetende (Allah) over de Ghayb (het ongeziene) en het geziene. Vervolgens zal Hij jullie informeren over hetgeen jullie deden."

وَ اٰخَرُوۡنَ مُرۡجَوۡنَ لِاَمۡرِ اللّٰہِ اِمَّا یُعَذِّبُہُمۡ وَ اِمَّا یَتُوۡبُ عَلَیۡہِمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۶۰۱﴾
Wa aagharoena moerdjawna lie amriel laahie iemmaa yoe'azzieboehoem wa iemmaa yatoeboe 'alaihiem; wallaahoe 'Alieemoen Hakieem
9:106 En anderen zijn afwachtend op het besluit van Allah, dat Hij hen zal straffen of dat Hij tot hen in barmhartigheid zal wenden. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

وَ الَّذِیۡنَ اتَّخَذُوۡا مَسۡجِدًا ضِرَارًا وَّ کُفۡرًا وَّ تَفۡرِیۡقًۢا بَیۡنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ وَ اِرۡصَادًا لِّمَنۡ حَارَبَ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ مِنۡ قَبۡلُ ؕ وَ لَیَحۡلِفُنَّ اِنۡ اَرَدۡنَاۤ اِلَّا الۡحُسۡنٰی ؕ وَ اللّٰہُ یَشۡہَدُ اِنَّہُمۡ لَکٰذِبُوۡنَ ﴿۷۰۱﴾
Wallazieenat taghazoe masdjiedan dieraaraw wa koefraw wa tafrieeqan bainal moe'mienieena wa iersaadal lieman haarabal laaha wa Rasoelahoe mien qabl; wa la yahliefoenna ien aradnaaa iellal hoesnaa wallaahoe yash hadoe iennahoem lakaazieboen
9:107 En wat betreft degenen die een moskee oprichten om schade aan te richten, en voor ongeloof (te verspreiden), en om verdeling tussen de gelovigen te creëren en als een station om oorlog tegen Allah en Zijn boodschapper te voeren, zullen zweren: "We wensen slechts het goede." Echter Allah getuigt dat ze zeker leugenaars zijn. (Notitie: Het betreft hier moskee Al-Dirar, dat gebouwd was door de hypocrieten vlak bij de moskee Quba in Medina. De profeet Mohammed v.z.m.h. wilde in de eerste instantie het gebed daar verrichten, totdat deze verzen geopenbaard werden en de werkelijke intentie voor het bouwen van deze moskee duidelijk werd.)

لَا تَقُمۡ فِیۡہِ اَبَدًا ؕ لَمَسۡجِدٌ اُسِّسَ عَلَی التَّقۡوٰی مِنۡ اَوَّلِ یَوۡمٍ اَحَقُّ اَنۡ تَقُوۡمَ فِیۡہِ ؕ فِیۡہِ رِجَالٌ یُّحِبُّوۡنَ اَنۡ یَّتَطَہَّرُوۡا ؕ وَ اللّٰہُ یُحِبُّ الۡمُطَّہِّرِیۡنَ ﴿۸۰۱﴾
Laa taqoem fieehie abadaa; lamasdjiedoen oessiesa 'alat taqwaa mien awwalie yawmien ahaqqoe 'an taqoema fieeh; fieehie riedjaaloey yoehiebbona 'ay yata tah haroe; wallaahoe yoehiebboel moettah hierieen
9:108 Sta daar nooit in (voor het gebed). Zeker, een moskee die vanaf de eerste dag op basis van Taqwa (de vrees van Allah) is gesticht, is meer waardiger om er in te staan voor het verrichten van het gebed. Daarin zijn mensen die houden om zichzelf te reinigen, en Allah houdt van degenen die zichzelf reinigen. (Notitie zie ook 56:79 m.b.t. reinigen)

اَفَمَنۡ اَسَّسَ بُنۡیَانَہٗ عَلٰی تَقۡوٰی مِنَ اللّٰہِ وَ رِضۡوَانٍ خَیۡرٌ اَمۡ مَّنۡ اَسَّسَ بُنۡیَانَہٗ عَلٰی شَفَا جُرُفٍ ہَارٍ فَانۡہَارَ بِہٖ فِیۡ نَارِ جَہَنَّمَ ؕ وَ اللّٰہُ لَا یَہۡدِی الۡقَوۡمَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۹۰۱﴾
Afaman assasa boenyaanahoe 'alaa taqwaa mienal laahie wa riedwaanien ghairoen am man assasa boenyaanahoe 'alaa shafaa djoeroefien haarien fanhaara biehiee fiee Naarie djahannam; wallaahoe laa yahdiel qawmaz zaaliemieen
9:109 Is degene die zijn huis bouwt op basis van vrees voor Allah en zoekende naar Zijn tevredenheid, niet beter dan iemand die zijn huis bouwt op de rand van een klif dat bijna instort, zodat het samen met hem instort in het vuur van de hel? En Allah leidt het misdadige volk niet. (Notitie zie ook 24:36-38 en 72:18)

لَا یَزَالُ بُنۡیَانُہُمُ الَّذِیۡ بَنَوۡا رِیۡبَۃً فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ اِلَّاۤ اَنۡ تَقَطَّعَ قُلُوۡبُہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۰۱۱﴾
Laa yazaaloe boenyaanoe hoemoel laziee banaw rieebatan fiee qoeloebiehiem iellaaa an taqatta'a qoeloeboehoem; wal laahoe 'Alieemoen Hakieem
9:110 De onrust dat hun gebouwen in hun harten veroorzaakt zal nooit stoppen, behalve als hun harten in stukken zijn gebroken. En Allah is Aliem (Alwetend), Hakiem (Alwijs).

اِنَّ اللّٰہَ اشۡتَرٰی مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ اَنۡفُسَہُمۡ وَ اَمۡوَالَہُمۡ بِاَنَّ لَہُمُ الۡجَنَّۃَ ؕ یُقَاتِلُوۡنَ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ فَیَقۡتُلُوۡنَ وَ یُقۡتَلُوۡنَ ۟ وَعۡدًا عَلَیۡہِ حَقًّا فِی التَّوۡرٰىۃِ وَ الۡاِنۡجِیۡلِ وَ الۡقُرۡاٰنِ ؕ وَ مَنۡ اَوۡفٰی بِعَہۡدِہٖ مِنَ اللّٰہِ فَاسۡتَبۡشِرُوۡا بِبَیۡعِکُمُ الَّذِیۡ بَایَعۡتُمۡ بِہٖ ؕ وَ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۱۱۱﴾
Innal laahash taraa mienal moe'mienieena anfoesahoem wa amwaalahoem bie anna lahoemoel djannah; yoeqaatieloena fiee sabieeliel laahie fa yaqtoeloena wa yoeqtaloena wa'dan 'alaihie haqqan fiet Tawraatie wal Indjieelie wal Qoer'aaan; wa man awfaa bie'ahdiehiee mienal laah; fastabshieroe bie bay'iekoemoel laziee baaya'toem bieh; wa zaalieka hoewal fawzoel 'azieem
9:111 Voorzeker, Allah heeft het leven en de rijkdommen van de gelovigen gekocht, omdat het paradijs voor hen is. Ze strijden op de weg van Allah, ze doden en ze worden gedood. Het is een ware belofte dat op Hem rust, dat vermeld is in de Taurat (Thora), de Injiel (Evangelie) en in de Koran. En is er iemand die meer trouw is aan zijn belofte dan Allah? Dus verheug op jullie transactie die jullie afgesloten hebben! En dat is een groot succes.

اَلتَّآئِبُوۡنَ الۡعٰبِدُوۡنَ الۡحٰمِدُوۡنَ السَّآئِحُوۡنَ الرّٰکِعُوۡنَ السّٰجِدُوۡنَ الۡاٰمِرُوۡنَ بِالۡمَعۡرُوۡفِ وَ النَّاہُوۡنَ عَنِ الۡمُنۡکَرِ وَ الۡحٰفِظُوۡنَ لِحُدُوۡدِ اللّٰہِ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۲۱۱﴾
At taaa'ieboenal 'aabiedoenal haamiedoenas saaa'iehoenar raakie'oenas saadjiedoenal aamieroena bielma'roefie wannaahoena 'aniel moen-karie walhaafiezoena liehoedoediel laah; wa bashshieriel moe'mienieen
9:112 (Dat zijn) degenen die (tot Allah) keren in berouw, die (Allah) aanbidden, die (Allah) verheerlijken/prijzen, die strijden (op de weg van Allah), die buigen (in het gebed voor Allah), die prostreren (voor Allah), die het goede stimuleren en het slechte verbieden en die waken over de grenzen die gesteld zijn door Allah. Geef het goede nieuws aan de gelovigen.

مَا کَانَ لِلنَّبِیِّ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنۡ یَّسۡتَغۡفِرُوۡا لِلۡمُشۡرِکِیۡنَ وَ لَوۡ کَانُوۡۤا اُولِیۡ قُرۡبٰی مِنۡۢ بَعۡدِ مَا تَبَیَّنَ لَہُمۡ اَنَّہُمۡ اَصۡحٰبُ الۡجَحِیۡمِ ﴿۳۱۱﴾
Maa kaana lien nabieyyie wallazieena aamanoeo 'ay yastaghfieroe liel moeshriekieena wa law kaanoe oeliee qoerbaa mien ba'die maa tabieyana lahoem annahoem Ashaaboel djahieem
9:113 Het is niet toegestaan voor de profeet en voor degenen die geloven om vergeving te vragen voor de godenaanbidders, nadat het duidelijk voor hen geworden is dat ze de bewoners van de hel zijn. Zelfs als het om dichtbij zijnde verwanten gaat.

وَ مَا کَانَ اسۡتِغۡفَارُ اِبۡرٰہِیۡمَ لِاَبِیۡہِ اِلَّا عَنۡ مَّوۡعِدَۃٍ وَّعَدَہَاۤ اِیَّاہُ ۚ فَلَمَّا تَبَیَّنَ لَہٗۤ اَنَّہٗ عَدُوٌّ لِّلّٰہِ تَبَرَّاَ مِنۡہُ ؕ اِنَّ اِبۡرٰہِیۡمَ لَاَوَّاہٌ حَلِیۡمٌ ﴿۴۱۱﴾
Wa maa kaanas tieghfaaroe iebraahieema lie abieehie iellaa 'an maw'iedatiew wa 'adahaaa ieyyaahoe falammaa tabaiyana lahoeo annahoe 'adoewwoel liellaahie tabarra a mienh; ienna Ibraahieema la awwaahoen halieem
9:114 De vergeving die Ibrahiem (Abraham) vroeg voor zijn oom, was slechts het naleven van een belofte die hij aan hem had gedaan. Echter, toen het hem duidelijk werd, dat hij (zijn oom) een vijand was van Allah, verbrak hij zijn band met hem. Voorzeker, Ibrahiem was iemand die medelevend en verdraagzaam was. (Notitie: zie ook 19:47)

وَ مَا کَانَ اللّٰہُ لِیُضِلَّ قَوۡمًۢا بَعۡدَ اِذۡ ہَدٰىہُمۡ حَتّٰی یُبَیِّنَ لَہُمۡ مَّا یَتَّقُوۡنَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۵۱۱﴾
Wa maa kaanal laahoe lieyoediella qawman ba'da iez hadaahoem hatta yoebaiyiena lahoem maa yattaqoen; iennal laaha biekoellie shai'ien 'Alieem
9:115 En Allah laat een volk pas dwalen, nadat Hij hen geleid heeft en hen duidelijk heeft gemaakt, waarvoor ze vrees moeten hebben. Voorzeker, Allah is over alles Aliem (Alwetend). (Notitie zie ook 6:39)

اِنَّ اللّٰہَ لَہٗ مُلۡکُ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ ؕ وَ مَا لَکُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مِنۡ وَّلِیٍّ وَّ لَا نَصِیۡرٍ ﴿۶۱۱﴾
Innal laaha lahoe moelkoes samaawaatie wal ardie yoehyiee wa yoemieet; wa maa lakoem mien doeniel laahie miew walieyyiew wa laa nasieer
9:116 Voorzeker, aan Allah behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde. Hij geeft leven en Hij doet sterven. En er is voor jullie buiten Allah geen enkel beschermer, noch een helper.

لَقَدۡ تَّابَ اللّٰہُ عَلَی النَّبِیِّ وَ الۡمُہٰجِرِیۡنَ وَ الۡاَنۡصَارِ الَّذِیۡنَ اتَّبَعُوۡہُ فِیۡ سَاعَۃِ الۡعُسۡرَۃِ مِنۡۢ بَعۡدِ مَا کَادَ یَزِیۡغُ قُلُوۡبُ فَرِیۡقٍ مِّنۡہُمۡ ثُمَّ تَابَ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّہٗ بِہِمۡ رَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۷۱۱﴾
Laqat taabal laahoe 'alan nabieyyie wal Moehaadjierieena wal Ansaariel lazieenat taba'oehoe fiee saa'atiel 'oesratie mien ba'die maa kaada yazieeghoe qoeloeboe farieqien mienhoem thoemma taaba 'alaihiem; iennahoe biehiem Ra'oefoer Rahieem
9:117 Voorzeker, Allah keerde zich in barmhartigheid naar de profeet, de emigranten en de helpers die hen in de moeilijke tijden volgden. De harten van een deel van hen hadden de neiging om af te wijken. Dus wende Hij zich in barmhartigheid tot hen. Voorzeker, Hij is tot hen Raoef (de meest Vriendelijke), Ar-Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).

وَّ عَلَی الثَّلٰثَۃِ الَّذِیۡنَ خُلِّفُوۡا ؕ حَتّٰۤی اِذَا ضَاقَتۡ عَلَیۡہِمُ الۡاَرۡضُ بِمَا رَحُبَتۡ وَ ضَاقَتۡ عَلَیۡہِمۡ اَنۡفُسُہُمۡ وَ ظَنُّوۡۤا اَنۡ لَّا مَلۡجَاَ مِنَ اللّٰہِ اِلَّاۤ اِلَیۡہِ ؕ ثُمَّ تَابَ عَلَیۡہِمۡ لِیَتُوۡبُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ ہُوَ التَّوَّابُ الرَّحِیۡمُ ﴿۸۱۱﴾
Wa 'alas salaasatiel lazieena ghoelliefoe hattaaa iezaa daaqat 'alaihiemoel ardoe biemaa rahoebat wa daaqat 'alaihiem anfoesoehoem wa zannnoeo al laa maldja-a mienal laahie iellaaa ielaihie soemma taaba 'alaihiem lieyatoeboe; iennal laaha Hoewat Tawwaaboer Rahieem
9:118 En ook op de drie die thuis bleven. Toen de aarde voor hen te nauw werd ondanks zijn grote. En hun eigen zielen werden benauwd en ze waren overtuigd dat er geen toevluchtsoord was tegen Allah, behalve Allah zelf. Toen wende Hij (Allah) tot hen, zodat ze berouw konden hebben. Voorzeker Allah, Hij is de aanvaarder van het berouw, de Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe).

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اتَّقُوا اللّٰہَ وَ کُوۡنُوۡا مَعَ الصّٰدِقِیۡنَ ﴿۹۱۱﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoet taqoel laaha wa koenoe ma'as saadieqieen
9:119 O gelovigen! Vrees Allah en wees met degenen die streven naar de waarheid.

مَا کَانَ لِاَہۡلِ الۡمَدِیۡنَۃِ وَ مَنۡ حَوۡلَہُمۡ مِّنَ الۡاَعۡرَابِ اَنۡ یَّتَخَلَّفُوۡا عَنۡ رَّسُوۡلِ اللّٰہِ وَ لَا یَرۡغَبُوۡا بِاَنۡفُسِہِمۡ عَنۡ نَّفۡسِہٖ ؕ ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ لَا یُصِیۡبُہُمۡ ظَمَاٌ وَّ لَا نَصَبٌ وَّ لَا مَخۡمَصَۃٌ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ لَا یَطَـُٔوۡنَ مَوۡطِئًا یَّغِیۡظُ الۡکُفَّارَ وَ لَا یَنَالُوۡنَ مِنۡ عَدُوٍّ نَّیۡلًا اِلَّا کُتِبَ لَہُمۡ بِہٖ عَمَلٌ صَالِحٌ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُضِیۡعُ اَجۡرَ الۡمُحۡسِنِیۡنَ ﴿۰۲۱﴾
Maa kaana lie ahliel Madieenatie wa man hawlahoem mienal A'raabie ay yataghallafoe 'ar-Rasoeliel laahie wa laa yarghaboe bie anfoesiehiem 'an nafsieh; zaalieka bie annahoem laa yoesieeboehoem zama oew wa laa nasaboew wa laa maghmasatoen fiee sabieeliel laahie wa laa yata'oena mawtie'ay yaghieezoel koeffaara wa laa yanaaloena mien 'adoewwien nailan iellaa koetieba lahoem biehiee 'amaloen saalieh; iennal laaha laa yoediee'oe adjral moehsienieen
9:120 Het was niet naar behoren dat de inwoners van Medina en de bedoeïenen die rondom hen verblijven, achterbleven en de boodschapper van Allah niet vergezelden (gedurende de strijd). En ook niet dat ze ze hun eigen leven verkiezen boven zijn leven (Mohammed v.z.m.h.). Dat is omdat ze geen dorst, moeheid of honger op de weg van Allah voelen. En ook hoeven ze zelf geen stappen te ondernemen om de ongelovigen kwaad te maken of om schade op een vijand toe te brengen. Toch wordt het (vergezellen van de profeet en alle handelingen gedurende de strijd) voor hen als een goede daad opgeschreven. Voorzeker, Allah laat de beloning van de mensen die goed doen niet verloren gaan. (Notitie: Het is Allah die doodt en alle handelingen verricht, zie 8:17-18.)

وَ لَا یُنۡفِقُوۡنَ نَفَقَۃً صَغِیۡرَۃً وَّ لَا کَبِیۡرَۃً وَّ لَا یَقۡطَعُوۡنَ وَادِیًا اِلَّا کُتِبَ لَہُمۡ لِیَجۡزِیَہُمُ اللّٰہُ اَحۡسَنَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۲۱﴾
Wa laa yoenfieqoena nafa qatan saghieerataw wa laa kabieerataw wa laa yaqta'oena waadieyan iellaa koetieba lahoem lieyadjzieyahoemoel laahoe ahsana maa kaanoe ya'maloen
9:121 En als ze een bijdrage geven, hetzij klein of groot, of als ze zelfs een vallei oversteken, het wordt opgeschreven voor hen (als een goede daad), zodat Allah hen voor al hun daden in zijn volledigheid beloont. (Notitie: Allah doet geen onrecht aan, zelfs als het iets kleins betreft zoals een holte op een dadelpit, het wordt genoteerd, zie 4:124.)

وَ مَا کَانَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ لِیَنۡفِرُوۡا کَآفَّۃً ؕ فَلَوۡ لَا نَفَرَ مِنۡ کُلِّ فِرۡقَۃٍ مِّنۡہُمۡ طَآئِفَۃٌ لِّیَتَفَقَّہُوۡا فِی الدِّیۡنِ وَ لِیُنۡذِرُوۡا قَوۡمَہُمۡ اِذَا رَجَعُوۡۤا اِلَیۡہِمۡ لَعَلَّہُمۡ یَحۡذَرُوۡنَ ﴿۲۲۱﴾
Wa maa kaanal moe'mienoena lieyanfieroe kaaaffah; falaw laa nafara mien koellie fierqatiem mienhoem taaa'iefatoel lieyatafaqqahoe fieddieenie wa lieyoenzieroe qawmahoem iezaa radja'oeo ielaihiem la'allahoem yahzaroen
9:122 Het is niet praktisch dat de gelovigen allen te samen uitrukken. Wanneer een gedeelte van ieder groep achter blijft, dan kunnen zich wijden aan het bestuderen van de Dien (het geloof). Wanneer dan hun eigen mensen terugkomen, dan kunnen ze hen doceren, zodat ze alert zijn (tegen het kwaad, van de grootheid van Allah, de dag des oordeels, etc ). (Notitie zie ook 25:52, hierin wordt opgedragen dat er ook gestreden moet worden met behulp van de Koran.)

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا قَاتِلُوا الَّذِیۡنَ یَلُوۡنَکُمۡ مِّنَ الۡکُفَّارِ وَ لۡیَجِدُوۡا فِیۡکُمۡ غِلۡظَۃً ؕ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ مَعَ الۡمُتَّقِیۡنَ ﴿۳۲۱﴾
Yaaa aiyoehal lazieena aamanoe qaatieloel lazieena yaloenakoem mienal koeffaarie walyadjiedoe fieekoem ghielzah; wa'lamoeo annal laaha ma'al moettaqieen
9:123 O gelovigen! Strijd tegen de ongelovigen die dichtbij jullie zijn. Laat hen in jullie de hardheid vinden. En weet dat Allah met de Moettaqoen is.

وَ اِذَا مَاۤ اُنۡزِلَتۡ سُوۡرَۃٌ فَمِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّقُوۡلُ اَیُّکُمۡ زَادَتۡہُ ہٰذِہٖۤ اِیۡمَانًا ۚ فَاَمَّا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا فَزَادَتۡہُمۡ اِیۡمَانًا وَّ ہُمۡ یَسۡتَبۡشِرُوۡنَ ﴿۴۲۱﴾
Wa iezaa maaa oenzielat Soeratoen famienhoem may yaqoeloe aiyoekoem zaadat hoe haaziehiee ieemaanaa; fa ammal lazieena aamanoe fazaadat hoem ieemaanaw wa hoem yastabshieroen
9:124 En wanneer er een Soerah (verzen) geopenbaard wordt, dan zullen sommige onder hen zeggen:" Wie van jullie is door dit in geloof toegenomen?" Wat de gelovigen betreft, ze zijn erdoor in geloof toegenomen en het heeft hun blij gemaakt.

وَ اَمَّا الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ فَزَادَتۡہُمۡ رِجۡسًا اِلٰی رِجۡسِہِمۡ وَ مَا تُوۡا وَ ہُمۡ کٰفِرُوۡنَ ﴿۵۲۱﴾
Wa ammal lazieena fiee qoeloebiehiem maradoen fazaadat hoem riedjsan ielaa riedjsiehiem wa maatoe wa hoem kaafieroen
9:125 Maar wat betreft degenen met een ziekte in hun hart (hypocrisie), het heeft hen doen toenemen in slechtheid boven op hun slechtheid (die ze al bezaten). En ze sterven terwijl ze ongelovig zijn.

اَوَ لَا یَرَوۡنَ اَنَّہُمۡ یُفۡتَنُوۡنَ فِیۡ کُلِّ عَامٍ مَّرَّۃً اَوۡ مَرَّتَیۡنِ ثُمَّ لَا یَتُوۡبُوۡنَ وَ لَا ہُمۡ یَذَّکَّرُوۡنَ ﴿۶۲۱﴾
'A wa laa yarawna annahoem yoeftanoena fiee koellie 'aamien marratan 'aw marratainie thoemma laa yatoeboena wa laa hoem yazzakkaroen
9:126 Zien ze niet dat ze elke jaar één keer of twee keer beproeft worden? Ondanks dat, keren ze niet tot berouw, noch schenken ze aandacht erop.

وَ اِذَا مَاۤ اُنۡزِلَتۡ سُوۡرَۃٌ نَّظَرَ بَعۡضُہُمۡ اِلٰی بَعۡضٍ ؕ ہَلۡ یَرٰىکُمۡ مِّنۡ اَحَدٍ ثُمَّ انۡصَرَفُوۡا ؕ صَرَفَ اللّٰہُ قُلُوۡبَہُمۡ بِاَنَّہُمۡ قَوۡمٌ لَّا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۷۲۱﴾
Wa iezaa maaa oenzielat Soeratoen nazara ba'doehoem ielaa ba'dien hal yaraakoem mien ahadien thoemman sarafoe; sarafal laahoe qoeloebahoem bie annahoem qawmoel laa yafqahoen
9:127 En wanneer een Surah (verzen) geopenbaard wordt, dan kijken sommige van hen naar anderen (met de gedachte:) "Is er iemand die ons ziet?" Vervolgens, gaan ze weg. Allah heeft hun harten doen keren (van het geloof), omdat ze mensen zijn die niet begrijpen.

لَقَدۡ جَآءَکُمۡ رَسُوۡلٌ مِّنۡ اَنۡفُسِکُمۡ عَزِیۡزٌ عَلَیۡہِ مَا عَنِتُّمۡ حَرِیۡصٌ عَلَیۡکُمۡ بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ رَءُوۡفٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۸۲۱﴾
Laqad djaaa'akoem Rasoeloem mien anfoesiekoem 'azieezoen 'alaihie maa 'aniettoem harieesoen 'alaikoem bielmoe'mienieena ra'oefoer rahieem
9:128 Voorzeker, er is een boodschapper tot jullie gekomen vanuit jullie eigen volk. Het is zwaar voor hem als jullie lijden. Hij is bezorgd over jullie en voor de gelovigen is hij aardig en barmhartig.

فَاِنۡ تَوَلَّوۡا فَقُلۡ حَسۡبِیَ اللّٰہُ ۫٭ۖ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ؕ عَلَیۡہِ تَوَکَّلۡتُ وَ ہُوَ رَبُّ الۡعَرۡشِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۹۲۱﴾
Fa ien tawallaw faqoel hasbieyal laahoe laaa ielaaha iellaa Hoewa 'alaihie tawakkkaltoe wa Hoewa Rabboel 'Arshiel 'Azieem
9:129 Maar als ze toch afwenden, zeg dan:" Allah is voor mij voldoende. Er is geen (andere) godheid\deïteit dan Hem. Op Hem stel ik mijn vertrouwen en Hij is de Heer van de enorme troon."

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓرٰ ۟ تِلۡکَ اٰیٰتُ الۡکِتٰبِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱﴾
Alief-Laaam-Raa; tielka Aayaatoel Kietaabiel Hakieem
10:1 Alief Laam Ra. Dit zijn de verzen van het wijze boek.

اَکَانَ لِلنَّاسِ عَجَبًا اَنۡ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی رَجُلٍ مِّنۡہُمۡ اَنۡ اَنۡذِرِ النَّاسَ وَ بَشِّرِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنَّ لَہُمۡ قَدَمَ صِدۡقٍ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕؔ قَالَ الۡکٰفِرُوۡنَ اِنَّ ہٰذَا لَسٰحِرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۲﴾
'A kaana liennaasie 'adjaaban 'an 'awhainaaa 'ielaa radjoelien mienhoem 'an anzierien naasa wa bashshieriel lazieena 'aamanoe 'anna lahoem qadama siedqien 'ienda Rabbiehiem; qaalal kaafieroena 'ienna haazaa la saahieroen moebieen
10:2 Is het voor de mensen een wonder dat Wij aan een man van hen (het volgende) openbaarden: "Waarschuw de mens en geef het goede nieuws aan degenen die geloven dat er voor hen een eervolle positie dichtbij hun Heer is." De ongelovigen zeiden: "Voorzeker, dit is zeker een duidelijke tovenaar."

اِنَّ رَبَّکُمُ اللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ فِیۡ سِتَّۃِ اَیَّامٍ ثُمَّ اسۡتَوٰی عَلَی الۡعَرۡشِ یُدَبِّرُ الۡاَمۡرَ ؕ مَا مِنۡ شَفِیۡعٍ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ اِذۡنِہٖ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۳﴾
Inna Rabbakoemoel laahoel laziee ghalaqas samaawaatie wal arda fiee siettatie aiyaamien thoemmas tawaa 'alal 'Arshie yoedabbieroel amra maa mien shafiee'ien iellaa mien ba'die ieznieh; zaliekoemoel laahoe Rabboekoem fa'boedoeh; afalaa tazakkaroen
10:3 Voorzeker, jullie Heer is Allah! Degene die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep. Vervolgens, 'Istawa' (steeg) Hij op de troon (op een manier die bij Zijn Majesteit past) om alles te regelen. Er is geen bemiddelaar zonder Zijn toestemming. Dat is Allah jouw Heer, dus aanbid Hem. Dus willen jullie Hem niet gedenken? (Notitie: zie ook 20:5, 57:22, 6:59, alles gebeurt met de toestemming van Allah.)

اِلَیۡہِ مَرۡجِعُکُمۡ جَمِیۡعًا ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقًّا ؕ اِنَّہٗ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ لِیَجۡزِیَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ بِالۡقِسۡطِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَہُمۡ شَرَابٌ مِّنۡ حَمِیۡمٍ وَّ عَذَابٌ اَلِیۡمٌۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۴﴾
Ilaihie mardjie'oekoem djamiee 'aw wa'dal laahie haqqaa; iennahoe yabda'oel ghalqa thoemma yoe'ieedoehoe lieyadjzieyal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie bielqiest; wallazieena kafaroe lahoem sharaaboen mien hamiee miew wa 'azaaboen 'alieemoen biemaa kaanoe yakfoeroen
10:4 Tot Hem zullen jullie allen terug keren. De belofte van Allah is waar. Voorzeker, Hij begon de schepping, vervolgens zal Hij opnieuw scheppen (m.b.t. de dag des oordeels), zodat Hij de gelovigen en degenen die goede daden deden zal belonen op basis van rechtvaardigheid. Maar degenen die niet geloofden, voor hen zullen er (verschillende) dranken zijn van kokende vloeistoffen en een pijnlijke straf. (Notitie: zie ook 50:15 m.b.t. de schepping.)

ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ الشَّمۡسَ ضِیَآءً وَّ الۡقَمَرَ نُوۡرًا وَّ قَدَّرَہٗ مَنَازِلَ لِتَعۡلَمُوۡا عَدَدَ السِّنِیۡنَ وَ الۡحِسَابَ ؕ مَا خَلَقَ اللّٰہُ ذٰلِکَ اِلَّا بِالۡحَقِّ ۚ یُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۵﴾
Hoewal laziee dja'alash shamsa dieyaaa'aw walqamara noeraw wa qaddarahoe manaaziela lie ta'lamoe 'adadas sienieena walhiesaab; maa ghalaqal laahoe zaalieka iella bielhaqq; yoefassieloel aayaatie lie qawmiey ya'lamoen
10:5 Hij is Degene Die de zon als een stralende lichtbron maakte en de maan als een (gereflecteerde) licht. En Hij heeft fases ervoor (de maan) vastgesteld, zodat je het aantal jaren en de tijd kan berekenen. Allah heeft het in perfectie geschapen. Hij legt de tekenen uit voor een volk dat begrijpt. (Notitie: zie ook 36:39-40, 71:15-16, 76:3)

اِنَّ فِی اخۡتِلَافِ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ وَ مَا خَلَقَ اللّٰہُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّتَّقُوۡنَ ﴿۶﴾
Inna fiegh tielaafiel lailie wannahaarie wa maa ghalaqal laahoe fies samaawaatie wal ardie la aayaatien lieqawmiey yattaqoen
10:6 Voorzeker, in het afwisselen van de nacht en de dag, en ook wat door Allah in de hemelen en op de aarde is gemaakt, zijn tekenen voor de Moetaqoens (godvrezend 2:2-5).

اِنَّ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا وَ رَضُوۡا بِالۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ اطۡمَاَنُّوۡا بِہَا وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَنۡ اٰیٰتِنَا غٰفِلُوۡنَ ۙ﴿۷﴾
Innal lazieena laa yardjoena lieqaaa'anaa wa radoe bielhayaatied doenyaa watma' annoe biehaa wallazieena hoem 'an Aayaatienaa ghaafieloen
10:7 Voorzeker, degenen die niet hopen in de ontmoeting met Ons en die met het wereldse leven tevreden zijn en zich gerust ermee voelen, zijn achteloos voor Onze tekenen.

اُولٰٓئِکَ مَاۡوٰىہُمُ النَّارُ بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۸﴾
Oelaaa'ieka ma'waahoemoen Naaroe biemaa kaanoe yaksieboen
10:8 Hun verblijfplaats zal het vuur zijn door datgeen wat ze deden.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ یَہۡدِیۡہِمۡ رَبُّہُمۡ بِاِیۡمَانِہِمۡ ۚ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہِمُ الۡاَنۡہٰرُ فِیۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۹﴾
Innal lazieena aamanoe wa 'amieloes saaliehaatie yahdieehiem Rabboehoem bie ieemaaniehiem tadjriee mien tahtiehiemoel anhaaroe fiee djannaatien Na'ieem
10:9 Voorzeker, degenen die geloven en goede daden verrichten, hun Heer zal hun leiden door hun geloof naar tuinen van gelukzaligheid, waaronder rivieren stromen.

دَعۡوٰىہُمۡ فِیۡہَا سُبۡحٰنَکَ اللّٰہُمَّ وَ تَحِیَّتُہُمۡ فِیۡہَا سَلٰمٌ ۚ وَ اٰخِرُ دَعۡوٰىہُمۡ اَنِ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۰۱﴾
Da'waahoem fieehaa Soebhaanakal laahoemma wa tahieyyatoehoem fieehaa salaam; wa aaghieroe da'waahoem aniel hamdoe liellaahie Rabbiel 'aalamieen
10:10 Hun smeekgebed die ze daar zullen verrichten zal zijn: "Soebhanaka Allahoemma (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming bent U, O Allah)!" En hun wijze van groeten zal daar vredig zijn. En ze eindigen hun smeekgebed met: "Alhamdoe Lilla hie Rabbiel Alamien (Alle lof en dank behoren aan Allah toe, de Heer der werelden)!"

وَ لَوۡ یُعَجِّلُ اللّٰہُ لِلنَّاسِ الشَّرَّ اسۡتِعۡجَالَہُمۡ بِالۡخَیۡرِ لَقُضِیَ اِلَیۡہِمۡ اَجَلُہُمۡ ؕ فَنَذَرُ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا فِیۡ طُغۡیَانِہِمۡ یَعۡمَہُوۡنَ ﴿۱۱﴾
Wa law yoe'adjdjieloel laahoe liennaasiesh sharra stie' djaalahoem biel ghairie laqoedieya ielaihiem 'adjaloehoem fa nazaroel lazieena laa yardjoena lieqaaa'anaa fiee toeghyaaniehiem ya'mahoen
10:11 En als Allah (het gevolg van) de slechte daden voor de mensheid zou verhaasten, net zoals de mens zich naar het goede (wereldse rijkdommen) haast, dan zou hun termijn (hun dood) vervroegd zijn. Maar Wij laten hen die niet in de ontmoeting met Ons geloven, in hun overtreding rond dwalen als een blinde. (Notitie: zie 2:216.)

وَ اِذَا مَسَّ الۡاِنۡسَانَ الضُّرُّ دَعَانَا لِجَنۡۢبِہٖۤ اَوۡ قَاعِدًا اَوۡ قَآئِمًا ۚ فَلَمَّا کَشَفۡنَا عَنۡہُ ضُرَّہٗ مَرَّ کَاَنۡ لَّمۡ یَدۡعُنَاۤ اِلٰی ضُرٍّ مَّسَّہٗ ؕ کَذٰلِکَ زُیِّنَ لِلۡمُسۡرِفِیۡنَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۱﴾
Wa iezaa massal iensaanad doerroe da'aanaa lie djambiehieee aw qaa'iedan aw qaaa'ieman falammaa kashafnaa 'anhoe doerrahoe marra ka an lam yad'oenaaa ielaa doerrien massah; kazaalieka zoeyyiena lielmoesriefieena maa kaanoe ya'maloen
10:12 En wanneer de mens tegenslag treft (door zijn eigen slechte daden), dan roept hij Ons liggend, zittend of staand aan. Echter, wanneer Wij dan zijn moeilijkheid verwijderen, gaat hij verder net als of hij ons nooit voor hulp voor de tegenslag had aangeroepen. Hun buitensporige daden zijn dus schoonschijnend voor hen gemaakt. (Notitie: doordat het probleem opgelost is, erkennen ze niet de foutieve gedrag. En hun daden worden dus schoonschijnend gemaakt.)

وَ لَقَدۡ اَہۡلَکۡنَا الۡقُرُوۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ لَمَّا ظَلَمُوۡا ۙ وَ جَآءَتۡہُمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ وَ مَا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡا ؕ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡقَوۡمَ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۳۱﴾
Wa laqad ahlaknal qoeroena mien qabliekoem lammaa zalamoe wa djaaa'at hoem Roesoeloehoem biel baiyienaatie wa maa kaanoe lieyoe'mienoe; kazaalieka nadjziel qawmal moedjriemieen
10:13 En waarlijk, we vernietigden de oude generaties toen ze onrecht deden. De boodschappers kwamen tot hen met duidelijke bewijzen, echter ze geloofden hen niet. Dus vergolden Wij de misdadigers.

ثُمَّ جَعَلۡنٰکُمۡ خَلٰٓئِفَ فِی الۡاَرۡضِ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ لِنَنۡظُرَ کَیۡفَ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۱﴾
Thoemma dja'alnaakoem ghalaaa'iefa fiel ardie mien ba'diehiem lie nanzoera kaifa ta'maloen
10:14 Vervolgens, deden Wij na (de vernietiging van) hen jullie toenemen op de aarde, zodat Wij (de vruchten van) jullie daden konden zien.

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیَاتُنَا بَیِّنٰتٍ ۙ قَالَ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا ائۡتِ بِقُرۡاٰنٍ غَیۡرِ ہٰذَاۤ اَوۡ بَدِّلۡہُ ؕ قُلۡ مَا یَکُوۡنُ لِیۡۤ اَنۡ اُبَدِّلَہٗ مِنۡ تِلۡقَآیِٔ نَفۡسِیۡ ۚ اِنۡ اَتَّبِعُ اِلَّا مَا یُوۡحٰۤی اِلَیَّ ۚ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اِنۡ عَصَیۡتُ رَبِّیۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۵۱﴾
Wa iezaa toetlaa 'alaihiem aayaatoenaa baiyienaatien qaalal lazieena laa yardjoena lieqaaa'a na'tie bie Qoer'aanien ghairie haazaaa aw baddielh; qoel maa yakoenoe lieee 'an 'oebaddielahoe mien tielqaaa'ie nafsiee ien attabie'oe iellaa maa yoehaaa ielaiya iennieee aghaafoe ien 'asaytoe Rabbiee 'azaaba Yawmien 'Azieem
10:15 En wanneer er tot hen Onze verzen als duidelijke bewijs opgelezen wordt, zeggen degenen die niet op Onze ontmoeting hopen: "Breng een andere Koran dan deze of verander het." Zeg: "Het is niet aan mij om het zelf te veranderen. Ik volg alleen wat aan mij is geopenbaard. Voorzeker, ik vrees de straf op een grote dag als ik mijn Heer niet gehoorzaam." (Notitie: zie ook 39:13)

قُلۡ لَّوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا تَلَوۡتُہٗ عَلَیۡکُمۡ وَ لَاۤ اَدۡرٰىکُمۡ بِہٖ ۫ۖ فَقَدۡ لَبِثۡتُ فِیۡکُمۡ عُمُرًا مِّنۡ قَبۡلِہٖ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۶۱﴾
Qoel law shaaa'al laahoe maa talawtoehoe 'alaikoem wa laaa adraakoem biehiee faqad labiestoe fieekoem 'oemoeran mien qablieh; afalaa ta'qieloen
10:16 Zeg: "Als Allah het had gewild, dan had ik het niet aan jullie gereciteerd. Noch zou Hij het aan jullie kenbaar maken. Waarlijk ik heb mijn hele leven ervoor (voordat de openbaring kwam) met jullie geleefd. Waarom denken jullie niet na?"

فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۷۱﴾
Faman azlamoe miemmanief taraa 'alal laahie kazieban aw kazzaba bie Aayaatieh; iennahoe laa yoefliehoel moedjriemoen
10:17 Wie is er meer onrechtvaardig dan degene die over Allah een leugen verzint of degene die Zijn tekenen verwerpt? Voorzeker, de misdadigers zullen niet slagen.

وَ یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَضُرُّہُمۡ وَ لَا یَنۡفَعُہُمۡ وَ یَقُوۡلُوۡنَ ہٰۤؤُلَآءِ شُفَعَآؤُنَا عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ قُلۡ اَتُنَبِّـُٔوۡنَ اللّٰہَ بِمَا لَا یَعۡلَمُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ لَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۸۱﴾
Wa ya'boedoena mien doeniel laahie maa laa yadoerroehoem wa laa yanfa'oehoem wa yaqoeloena haaa'oelaaa'ie shoefa'aaa 'oenaa 'iendal laah; qoel 'a toenabbie 'oenal laaha bie maa laa ya'lamoe fies samaawaatie wa laa fiel ard; soebhaanahoe wa Ta'aalaa 'ammaa yoeshriekoen
10:18 En ze aanbidden iets anders dan Allah, dat hen niet schaden kan, noch hen een voordeel kan geven. En ze zeggen: "Ze zijn onze bemiddelaars bij Allah." Zeg: "Willen jullie Allah informeren over iets van de hemelen of de aarde wat Hij niet kent?" Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) en hoog verheven is Hij voor datgeen wat ze met Hem associëren!

وَ مَا کَانَ النَّاسُ اِلَّاۤ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً فَاخۡتَلَفُوۡا ؕ وَ لَوۡ لَا کَلِمَۃٌ سَبَقَتۡ مِنۡ رَّبِّکَ لَقُضِیَ بَیۡنَہُمۡ فِیۡمَا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۹۱﴾
Wa maa kaanan naasoe iellaaa oemmataw waahiedatan fa ghtalafoe; wa law laa kaliematoen sabaqat mier Rabbieka laqoedieya bainahoem fiee maa fieehie yaghtaliefoen
10:19 En de mensheid had alleen één geloof (het monotheïsme), vervolgens verschilden ze (in geloofsopvatting). En als het woord (de dag des oordeels) door jou Heer niet was vastgesteld, dan was hetgeen waarin ze verschillenden zeker beoordeeld (door Allah). (Notitie zie ook 13:33)

وَ یَقُوۡلُوۡنَ لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ اٰیَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ۚ فَقُلۡ اِنَّمَا الۡغَیۡبُ لِلّٰہِ فَانۡتَظِرُوۡا ۚ اِنِّیۡ مَعَکُمۡ مِّنَ الۡمُنۡتَظِرِیۡنَ ﴿۰۲﴾
Wa yaqoeloena law laaa oenziela 'alaihie aayatoen mier Rabbiehiee faqoel iennamal ghaiboe liellaahie fantazieroe ienniee ma'akoem mienal moentazierieen
10:20 En ze zeggen: "Waarom is er geen teken van zijn Heer tot hem (Mohammed v.z.m.h.) neergezonden? Zeg dus: "Het ongeziene behoort alleen tot Allah toe. Wacht dus, ik behoor ook tot de wachtenden."

وَ اِذَاۤ اَذَقۡنَا النَّاسَ رَحۡمَۃً مِّنۡۢ بَعۡدِ ضَرَّآءَ مَسَّتۡہُمۡ اِذَا لَہُمۡ مَّکۡرٌ فِیۡۤ اٰیَاتِنَا ؕ قُلِ اللّٰہُ اَسۡرَعُ مَکۡرًا ؕ اِنَّ رُسُلَنَا یَکۡتُبُوۡنَ مَا تَمۡکُرُوۡنَ ﴿۱۲﴾
Wa iezaaa azaqnan naasa rahmatan mien ba'die darraaa'a massat hoem iezaa lahoem makroen fieee aayaatienaa; qoeliel laahoe asra'oe makraa; ienna roesoelanaa yaktoeboena maa tamkoeroen
10:21 Zie! Wanneer Wij de mensheid, na tegenslagen, barmhartigheid doen proeven, dan maken ze plannen tegen ons tekenen. Zeg: "Allah is sneller in het maken van plannen." Voorzeker, Onze boodschappers noteren wat jullie beramen. (Notitie: zie 10:12)

ہُوَ الَّذِیۡ یُسَیِّرُکُمۡ فِی الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ ؕ حَتّٰۤی اِذَا کُنۡتُمۡ فِی الۡفُلۡکِ ۚ وَ جَرَیۡنَ بِہِمۡ بِرِیۡحٍ طَیِّبَۃٍ وَّ فَرِحُوۡا بِہَا جَآءَتۡہَا رِیۡحٌ عَاصِفٌ وَّ جَآءَہُمُ الۡمَوۡجُ مِنۡ کُلِّ مَکَانٍ وَّ ظَنُّوۡۤا اَنَّہُمۡ اُحِیۡطَ بِہِمۡ ۙ دَعَوُا اللّٰہَ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ۬ۚ لَئِنۡ اَنۡجَیۡتَنَا مِنۡ ہٰذِہٖ لَنَکُوۡنَنَّ مِنَ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۲۲﴾
Hoewal laziee yoesayyieroekoem fiel barrie walbahrie hattaaa iezaa koentoem fiel foelkie wa djaraina biehiem bie rieehien tayyiebatiew wa fariehoe biehaa djaaa'at haa rieehoen 'aasiefoew wa djaaa'ahoemoel mawdjoe mien koellie makaaniew wa zannoeo 'annahoem 'oehieeta biehiem da'a woellaaha moeghliesieena lahoed dieena la'ien andjaitanaa mien haaziehiee la nakoenanna mienash shaakierieen
10:22 Hij is degene die het mogelijk maakt dat jullie op land en op zee kunnen reizen. Dus (de volgende situatie zal zich voordoen) wanneer jullie je dan op schepen bevinden en ze varen uit met een rustige wind en iedereen is verheugd (door de reis). Vervolgens komt er een storm. De golven komen vanuit alle kanten en ze veronderstellen dat ze erdoor ingesloten (en er geweest) zijn. Dan roepen ze Allah aan, zuiver-aanbiddend: "Als U ons hiervan redt, dan zullen we U echt dankbaar zijn. (Notitie zie ook 17:67)

فَلَمَّاۤ اَنۡجٰہُمۡ اِذَا ہُمۡ یَبۡغُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ بِغَیۡرِ الۡحَقِّ ؕ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنَّمَا بَغۡیُکُمۡ عَلٰۤی اَنۡفُسِکُمۡ ۙ مَّتَاعَ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۫ ثُمَّ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُکُمۡ فَنُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۳۲﴾
Falammaaa andjaahoem iezaa hoem yabghoena fiel ardie bieghairiel haqq; yaaa aiyoehannaasoe iennamaa bagh yoekoem 'alaaa anfoesiekoem mataa'al hayaatied doenyaa thoemma ielainaa mardjie'oekoem fanoenabbie 'oekoem biemaa koentoem ta'maloen
10:23 Echter zie! Wanneer Hij hen redde, dan misdragen ze zich op aarde, zonder enige recht. O mensheid! Jullie wangedrag, vanwege het zoeken naar de wereldse genietingen, is alleen ten nadele van jezelf. Jullie terugkeer is tot Ons en Wij zullen jullie informeren over wat jullie deden. (Notitie: zie ook 3:30)

اِنَّمَا مَثَلُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا کَمَآءٍ اَنۡزَلۡنٰہُ مِنَ السَّمَآءِ فَاخۡتَلَطَ بِہٖ نَبَاتُ الۡاَرۡضِ مِمَّا یَاۡکُلُ النَّاسُ وَ الۡاَنۡعَامُ ؕ حَتّٰۤی اِذَاۤ اَخَذَتِ الۡاَرۡضُ زُخۡرُفَہَا وَ ازَّیَّنَتۡ وَ ظَنَّ اَہۡلُہَاۤ اَنَّہُمۡ قٰدِرُوۡنَ عَلَیۡہَاۤ ۙ اَتٰہَاۤ اَمۡرُنَا لَیۡلًا اَوۡ نَہَارًا فَجَعَلۡنٰہَا حَصِیۡدًا کَاَنۡ لَّمۡ تَغۡنَ بِالۡاَمۡسِ ؕ کَذٰلِکَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۴۲﴾
Innamaa masaloel hayaatied doenyaa ka maaa'ien anzalnaahoe mienas samaaa'ie faghtalata biehiee nabaatoel ardie miemmaa ya'koeloen naasoe wal an'aam; hattaaa iezaaa aghazatiel ardoe zoeghroefahaa wazzayyanat wa zanna ahloehaaa annahoem qaadieroena 'alaihaaa ataahaaa amroenaa lailan aw nahaaran fadja'alnaahaa hasieedan ka 'an lam taghna biel-ams; kazaalieka noefassieloel aayaatie lieqawmiey yatafakkaroen
10:24 Een vergelijking van het wereldse leven is net als regen dat door de planten wordt opgenomen. Vervolgens eten de mens en de dieren ervan. Totdat de aarde versierd is en schitterend geworden is en de mens denkt dat hij er macht over heeft. Vervolgens komt 's nachts of overdag Onze opdracht en Wij maken het als een geoogst veld net als of er nooit iets er op had gebloeid. We leggen de tekenen dus uit voor de mensen die er over willen nadenken. (Notitie: zie ook 18:45)

وَ اللّٰہُ یَدۡعُوۡۤا اِلٰی دَارِ السَّلٰمِ ؕ وَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۵۲﴾
Wallaahoe yad'oeo ielaa daaries salaamie wa yahdiee may yashaaa'oe ielaa Sieraatien Moestaqieem
10:25 En Allah roept naar het huis van vrede (Daroes selaam, het Paradijs). En Hij leidt wie Hij wil naar het rechte Pad.

لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوا الۡحُسۡنٰی وَ زِیَادَۃٌ ؕ وَ لَا یَرۡہَقُ وُجُوۡہَہُمۡ قَتَرٌ وَّ لَا ذِلَّۃٌ ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡجَنَّۃِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۶۲﴾
Liel lazieena ahsanoel hoesnaa wa zieyaadatoew wa laa yarhaqoe woedjoehahoem qataroew wa laa ziellah; oelaaa'ieka ashaaboel djannatie hoem fieehaa ghaaliedoen
10:26 Voor degenen die goed doen is er het goede en zelfs meer dan dat. En hun gezichten zullen niet met stof, noch met vernedering worden bedekt. Zij zijn de bewoners van het paradijs. Ze zullen er voor altijd in blijven.

وَ الَّذِیۡنَ کَسَبُوا السَّیِّاٰتِ جَزَآءُ سَیِّئَۃٍۭ بِمِثۡلِہَا ۙ وَ تَرۡہَقُہُمۡ ذِلَّۃٌ ؕ مَا لَہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ مِنۡ عَاصِمٍ ۚ کَاَنَّمَاۤ اُغۡشِیَتۡ وُجُوۡہُہُمۡ قِطَعًا مِّنَ الَّیۡلِ مُظۡلِمًا ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۷۲﴾
Wallazieena kasaboes saiyie aatie djazaaa'oe saiyie'atien biemiesliehaa wa tarhaqoehoem ziellah; maa lahoem mienal laahie mien 'aasiemien ka annamaaa oeghshieyat woedjoehoehoem qieta'an mienal lailie moezliemaa; oelaaa'ieka Ashaaboen Naarie hoem fieeha ghaaliedoen
10:27 En voor degenen die slechte daden verrichtten, (weet dan dat) de vergelding voor een kwade daad gelijk daaraan is. En de vernedering zal hun bedekken. Ze zullen tegen Allah geen enkele beschermer hebben. Delen van hun gezichten zullen donker\zwart zijn net als de duisternis van de nacht. Zij zijn de bewoners van het vuur. Ze zullen er voor altijd in blijven.

وَ یَوۡمَ نَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ثُمَّ نَقُوۡلُ لِلَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا مَکَانَکُمۡ اَنۡتُمۡ وَ شُرَکَآؤُکُمۡ ۚ فَزَیَّلۡنَا بَیۡنَہُمۡ وَ قَالَ شُرَکَآؤُہُمۡ مَّا کُنۡتُمۡ اِیَّانَا تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۸۲﴾
Wa yawma nahshoeroehoem djamiee'an thoemma naqoeloe liel lazieena ashrakoe makaanakoem antoem wa shoerakaaa'oekoem; fazaiyalnaa bainahoem wa qaala shoerakaaa'oehoem maa koentoem ieyyaanaa ta'boedoen
10:28 En op de Dag (dag des oordeels) zullen Wij hen allen verzamelen, vervolgens zullen Wij tegen degenen die bemiddelaars namen, zeggen: "Blijf op jullie plaatsen, jullie en jullie bemiddelaars!" Daarna zullen Wij hen scheiden en hun bemiddelaars zullen zeggen: "Jullie aanbeden ons niet!"

فَکَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًۢا بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمۡ اِنۡ کُنَّا عَنۡ عِبَادَتِکُمۡ لَغٰفِلِیۡنَ ﴿۹۲﴾
Fakafaa biellaahie shahieedan bainanaa wa bainakoem ien koennaa 'an 'iebaadatiekoem laghaafielieen
10:29 "Allah (alleen) is voldoende als getuige tussen jullie en ons, dat wij niet bewust waren van jullie aanbidding."

ہُنَالِکَ تَبۡلُوۡا کُلُّ نَفۡسٍ مَّاۤ اَسۡلَفَتۡ وَ رُدُّوۡۤا اِلَی اللّٰہِ مَوۡلٰىہُمُ الۡحَقِّ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿۰۳﴾
Hoenaalieka tabloe koelloe nafsien maaa 'aslafat; wa roeddoe ielal laahie mawlaahoemoel haqqie wa dalla 'anhoem maa kaanoe yaftaroen
10:30 Elke Nafs (persoon) zal berecht worden voor datgeen wat hij had gedaan. En ze zullen bij Allah gebracht worden, hun ware Heer. En datgeen wat ze verzonnen (hun bemiddelaar) zal er niet zijn.

قُلۡ مَنۡ یَّرۡزُقُکُمۡ مِّنَ السَّمَآءِ وَ الۡاَرۡضِ اَمَّنۡ یَّمۡلِکُ السَّمۡعَ وَ الۡاَبۡصَارَ وَ مَنۡ یُّخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ یُخۡرِجُ الۡمَیِّتَ مِنَ الۡحَیِّ وَ مَنۡ یُّدَبِّرُ الۡاَمۡرَ ؕ فَسَیَقُوۡلُوۡنَ اللّٰہُ ۚ فَقُلۡ اَفَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۱۳﴾
Qoel may yarzoeqoekoem mienas samaaa'ie wal ardie ammay yamliekoes sam'a wal absaara wa may yoeghriedjoel haiya mienal maiyietie wa yoeghriedjoel maiyieta mienal haiyie wa may yoedabbieroel amr; fasa yaqoeloenal laah; faqoel afalaa tattaqoen
10:31 Zeg: "Wie voorziet jullie van de hemel en de aarde? En wie heeft macht over het gehoor en de zicht? En wie brengt de levende voort uit het dode en de dode voort uit de levende? En wie regelt alle zaken? Ze zullen zeggen: "Allah!" Zeg dan: "Waarom vrezen jullie hem dan niet?"

فَذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمُ الۡحَقُّ ۚ فَمَا ذَا بَعۡدَ الۡحَقِّ اِلَّا الضَّلٰلُ ۚۖ فَاَنّٰی تُصۡرَفُوۡنَ ﴿۲۳﴾
Fazaaliekoemoel laahoe Rabboekoemoel haqq; famaazaa ba'dal haqqie iellad dalaaloe fa anna toesrafoen
10:32 Dat is Allah! Jullie ware Heer. Wat kan er dan meer zijn dan de waarheid, behalve datgeen wat leidt tot dwaling?

کَذٰلِکَ حَقَّتۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ عَلَی الَّذِیۡنَ فَسَقُوۡۤا اَنَّہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۳۳﴾
Kazaalieka haqqat Kaliematoe Rabbieka 'alal lazieena fasaqoeo annahoem laa yoe'mienoen
10:33 Dus werd het woord van jou Heer over degenen die provocerend ongehoorzaam zijn, bewezen dat het de waarheid is. Zij zullen niet geloven.

قُلۡ ہَلۡ مِنۡ شُرَکَآئِکُمۡ مَّنۡ یَّبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ ؕ قُلِ اللّٰہُ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ فَاَنّٰی تُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۴۳﴾
Qoel hal mien shoerakaaa 'iekoem may yabda'oel ghalqa thoemma yoe'ieedoeh; qoeliel laahoe yabda'oel ghalqa thoemma yoe'ieedoehoe fa annaa toe'fakoen
10:34 Zeg: "Is er iemand van jullie bemiddelaars/afgoden die begint met scheppen en dan deze (opnieuw) herhaalt? Zeg: "Allah (alleen) begint de schepping en vervolgens herhaalt Hij deze. Hoe kan het dus zijn dat jullie afgedwaald zijn?" (Notitie zie 55:26 en 10:31, alles vergaat wat geschapen is, echter het wordt opnieuw gemaakt. Het is Hij die leven voort brengt uit de dode en de dood voort brengt voor de levende).

قُلۡ ہَلۡ مِنۡ شُرَکَآئِکُمۡ مَّنۡ یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الۡحَقِّ ؕ قُلِ اللّٰہُ یَہۡدِیۡ لِلۡحَقِّ ؕ اَفَمَنۡ یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الۡحَقِّ اَحَقُّ اَنۡ یُّتَّبَعَ اَمَّنۡ لَّا یَہِدِّیۡۤ اِلَّاۤ اَنۡ یُّہۡدٰی ۚ فَمَا لَکُمۡ ۟ کَیۡفَ تَحۡکُمُوۡنَ ﴿۵۳﴾
Qoel hal mien shoerakaaa 'iekoem may yahdieee ielal haqq; qoeliel laahoe yahdiee lielhaqq; afamay yahdieee ielal haqqie ahaqqoe ay yoettaba'a ammal laa yahieddieee iellaaa ay yoehdaa famaa lakoem kaifa tahkoemoen
10:35 Zeg: "Is er iemand van jullie bemiddelaars/afgoden, die leidt naar de waarheid? Zeg: "Het is Allah (alleen) die leidt naar de waarheid. Is het dan niet juist om degene te volgen die leidt tot de waarheid in plaats van degene die niet leidt, totdat hij zelf geleid wordt? Wat is er dan met jullie? Op basis van wat oordelen jullie?

وَ مَا یَتَّبِعُ اَکۡثَرُہُمۡ اِلَّا ظَنًّا ؕ اِنَّ الظَّنَّ لَا یُغۡنِیۡ مِنَ الۡحَقِّ شَیۡئًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِمَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۶۳﴾
Wa maa yattabie'oe aksaroehoem iellaa zannaa; iennaz zanna laa yoeghniee mienal haqqie shai'aa; iennal laaha 'Alieemoen biemaa yaf'aloen
10:36 En de meeste van hen volgen alleen vermoedens. Voorzeker, de vermoedens geven geen enkele voordeel ten opzichte van de waarheid. Voorzeker, Allah is Aliemun (alwetend) over het geen ze doen.

وَ مَا کَانَ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنُ اَنۡ یُّفۡتَرٰی مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ تَصۡدِیۡقَ الَّذِیۡ بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ تَفۡصِیۡلَ الۡکِتٰبِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ مِنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۷۳﴾
Wa maa kaana haazal Qoer'aanoe ay yoeftaraa mien doeniel laahie wa laakien tasdieeqal laziee baina yadaihie wa tafsieelal Kietaabie laa raiba fieehiee mier Rabbiel 'aalamieen
10:37 En het is niet mogelijk dat deze Koran door iemand anders, dan Allah, voort gebracht is. Het is een bevestiging van hetgeen ervoor (de Torah, indjeel, etc). Een gedetailleerde uitleg van het boek (Lauh Al-Mahfuz) waar er geen twijfel in is (zie 2:2). Het is van de Heer der werelden. (Notitie: Verschillende Koran studies tonen aan dat er een nauwkeurige samenhang tussen verzen, Surahs en woorden zijn. Een voorbeeld hiervan is ring samenstelling van Surahs. Nog een voorbeeld is, dat tegenovergestelde woorden, zoals bijvoorbeeld de hel en het paradijs, even vaak voorkomen in de Koran. Ook de Arabische stijl van Koran is bijzonder. Daarnaast zijn er verzen die details van de schepping beschrijven, wat onlangs door de wetenschap bevestigd is op juistheid.)

اَمۡ یَقُوۡلُوۡنَ افۡتَرٰىہُ ؕ قُلۡ فَاۡتُوۡا بِسُوۡرَۃٍ مِّثۡلِہٖ وَ ادۡعُوۡا مَنِ اسۡتَطَعۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۳﴾
'Am yaqoeloenaf taraahoe qoel fa'toe bie soeratien miesliehiee wad'oe manies tata'toem mien doeniel laahie ien koentoem saadieqieen
10:38 Of zeggen ze: "Hij (Mohammed v.z.m.h.) heeft het verzonnen!" Zeg: "Als jullie streven naar de waarheid, breng dan een soortgelijke Surah (verzen) en roep wie dan ook aan behalve Allah (voor hulp)." (Notitie zie ook 11:13)

بَلۡ کَذَّبُوۡا بِمَا لَمۡ یُحِیۡطُوۡا بِعِلۡمِہٖ وَ لَمَّا یَاۡتِہِمۡ تَاۡوِیۡلُہٗ ؕ کَذٰلِکَ کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۹۳﴾
Bal kazzaboe biemaa lam yoehieetoe bie'ielmiehiee wa lammaa ya'tiehiem ta'wieeloeh; kazaalieka kazzabal lazieena mien qabliehiem fanzoer kaifa kaana 'aaqiebatoez zaaliemieen
10:39 Nee! Ze verwerpen het nog voordat ze de kennis ervan bevatten en nog voordat de uitleg ervan tot hen komt. Net zo (verwierpen) degenen (van de oude generaties) voor hen. Zie dan hoe het einde van de misdadigers was.

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یُّؤۡمِنُ بِہٖ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ لَّا یُؤۡمِنُ بِہٖ ؕ وَ رَبُّکَ اَعۡلَمُ بِالۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۰۴﴾
Wa mienhoem may yoe 'mienoe biehiee wa mienhoem mal laa yoe'mienoe bieh; wa Rabboeka a'lamoe bielmoefsiedieen
10:40 En onder hen zijn er mensen die er in geloven en die er niet in geloven. En jouw Heer weet alles over de misdadigers.

وَ اِنۡ کَذَّبُوۡکَ فَقُلۡ لِّیۡ عَمَلِیۡ وَ لَکُمۡ عَمَلُکُمۡ ۚ اَنۡتُمۡ بَرِیۡٓـــُٔوۡنَ مِمَّاۤ اَعۡمَلُ وَ اَنَا بَرِیۡٓءٌ مِّمَّا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۴﴾
Wa ien kazzaboeka faqoel liee 'amaliee wa lakoem 'amaloekoem antoem barieee'oena miemmaaa a'maloe wa ana barieee'oem miemmaa ta'maloen
10:41 En als ze jou verwerpen (als een boodschapper van Allah) zeg dan: "Voor mij zijn mijn daden en voor jullie zijn jullie daden. Jullie zijn niet gebonden aan datgeen wat ik doe en ik ben niet gebonden aan datgeen wat jullie doen."

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّسۡتَمِعُوۡنَ اِلَیۡکَ ؕ اَفَاَنۡتَ تُسۡمِعُ الصُّمَّ وَ لَوۡ کَانُوۡا لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۲۴﴾
Wa mienhoem may yastamie'oena ielieak; afa anta toesmie'oes soemma wa law kaanoe laa ya'qieloen
10:42 En onder hen zijn er mensen die naar jou luisteren. Echter, kun je de doven doen begrijpen terwijl ze hun verstand niet gebruiken?

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّنۡظُرُ اِلَیۡکَ ؕ اَفَاَنۡتَ تَہۡدِی الۡعُمۡیَ وَ لَوۡ کَانُوۡا لَا یُبۡصِرُوۡنَ ﴿۳۴﴾
Wa mienhoem may yanzoeroe ielaik; afa anta tahdiel 'oemya wa law kaanoe laa yoebsieroen
10:43 En onder hen zijn er mensen die naar jou kijken. Echter, kun je de blinden leiden terwijl ze zelf (de tekenen) niet zien?

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَظۡلِمُ النَّاسَ شَیۡئًا وَّ لٰکِنَّ النَّاسَ اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۴۴﴾
Innal laaha laa yazliemoen naasa shai'aw wa laakien nannaasa anfoesahoem yazliemoen
10:44 Voorzeker, Allah doet de mens geen enkel onrecht aan, maar de mens doet zichzelf onrecht aan.

وَ یَوۡمَ یَحۡشُرُہُمۡ کَاَنۡ لَّمۡ یَلۡبَثُوۡۤا اِلَّا سَاعَۃً مِّنَ النَّہَارِ یَتَعَارَفُوۡنَ بَیۡنَہُمۡ ؕ قَدۡ خَسِرَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِلِقَآءِ اللّٰہِ وَ مَا کَانُوۡا مُہۡتَدِیۡنَ ﴿۵۴﴾
Wa Yawma yahshoeroehoem ka 'an lam yalbasoeo iellaa saa'atan mienan nahaarie yata'aarafoena bainahoem; qad ghasieral lazieena kazzaboe bie lieqaaa'iel laahie wa maa kaanoe moehtadieen
10:45 En op de dag dat Hij hen zal verzamelen, zal het lijken als of ze alleen een uur van de dag hebben geleefd om alleen met elkaar kennis te maken. Zonder enige twijfel, degenen die de ontmoeting met Allah verwierpen, hebben verloren en ze behoorden niet tot degenen die geleid waren (terwijl ze dat wel dachten). (Notitie: zie 46:35)

وَ اِمَّا نُرِیَنَّکَ بَعۡضَ الَّذِیۡ نَعِدُہُمۡ اَوۡ نَتَوَفَّیَنَّکَ فَاِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ ثُمَّ اللّٰہُ شَہِیۡدٌ عَلٰی مَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۶۴﴾
Wa iemma noerieyannaka ba'dal laziee na'iedoehoem aw natawaffayannaka fa ielainaa mardjie'oehoem thoemmal laahoe shahieedoen 'alaa maa yaf'aloen
10:46 En als Wij een gedeelte van wat Wij hen hebben beloofd (de straf), jou laten zien of als Wij jou doen sterven, zodat Allah (alleen) een Getuige is over datgeen wat ze doen, in beide gevallen zal hun terugkeer tot Ons zijn. (Notitie: Deze vers duidt aan dat het uitstellen van de straf, niet een teken is van goedkeuring van hun daden en dat het straffen van een gemeenschap alleen met de wil en de kennis van Allah gebeurt. Oude generaties die de boodschap verwierpen, nadat de boodschappers tot hen kwamen, werden bestraft. Echter door de komst van de Koran en door zijn bijzonderheid (10:37), krijgt elke generatie opnieuw de mogelijkheid om de boodschap in zijn originele vorm, dat is zoals het geopenbaard is, te accepteren of te verwerpen. Omdat de boodschap dus behouden blijft en de Dien (levenswijze) vervolmaakt is, zal er geen nieuwe profeten meer komen, zie vers 33:40.)

وَ لِکُلِّ اُمَّۃٍ رَّسُوۡلٌ ۚ فَاِذَا جَآءَ رَسُوۡلُہُمۡ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡقِسۡطِ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۷۴﴾
Wa liekoellie oemmatier Rasoeloen fa iezaa djaaa'a Rasoeloehoem qoedieya bainahoem bielqiestie wa hoem laa yoezlamoen
10:47 En voor elke gemeenschap is er een boodschapper. Wanneer hun boodschapper (tot hen) komt, dan zal er met rechtvaardigheid tussen hen worden geoordeeld. En geen enkel onrecht zal hen worden aangedaan.

وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہٰذَا الۡوَعۡدُ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۸۴﴾
Wa yaqoeloena mataa haazal wa'doe ien koentoem saadieqieen
10:48 En ze zeggen: "Als je de waarheid verteld, wanneer wordt deze belofte (de straf) dan vervuld?"

قُلۡ لَّاۤ اَمۡلِکُ لِنَفۡسِیۡ ضَرًّا وَّ لَا نَفۡعًا اِلَّا مَا شَآءَ اللّٰہُ ؕ لِکُلِّ اُمَّۃٍ اَجَلٌ ؕ اِذَا جَآءَ اَجَلُہُمۡ فَلَا یَسۡتَاۡخِرُوۡنَ سَاعَۃً وَّ لَا یَسۡتَقۡدِمُوۡنَ ﴿۹۴﴾
Qoel laaa amliekoe lienafsiee darraw wa laa naf'an iellaa maa shaaa'al laah; liekoellie oemmatien adjaloen iezaa djaaa'a adjaloehoem fa laaa yasta'ghieroena saa'ataw wa laa yastaqdiemoen
10:49 Zeg: "Ik heb geen enkel macht om mezelf voordeel of schaden toe te brengen, behalve wat Allah wil. Voor elke gemeenschap is er een termijn (op de wereld). Wanneer hun termijn komt, dan kunnen ze het geen enkel uur vertragen, noch versnellen.

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ اِنۡ اَتٰىکُمۡ عَذَابُہٗ بَیَاتًا اَوۡ نَہَارًا مَّاذَا یَسۡتَعۡجِلُ مِنۡہُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۰۵﴾
Qoel 'a ra'aytoem ien ataakoem 'azaaboehoe bayaatan aw nahaaran maazaa yasta'djieloe mienhoel moedjriemoen
10:50 Zeg: "Wat zouden jullie doen als Zijn straf plotseling in de nacht of overdag kwam? Waarom willen de misdadigers het dan verhaasten?"

اَثُمَّ اِذَا مَا وَقَعَ اٰمَنۡتُمۡ بِہٖ ؕ آٰلۡـٰٔنَ وَ قَدۡ کُنۡتُمۡ بِہٖ تَسۡتَعۡجِلُوۡنَ ﴿۱۵﴾
'A thoemma iezaa maa waqa'a aamantoem bieh; aaal 'aana wa qad koentoem biehiee tasta'djieloen
10:51 "Zullen jullie pas geloven als het (de straf) heeft plaats gevonden? Alleen dan? Terwijl jullie het zoeken om het te verhaasten.

ثُمَّ قِیۡلَ لِلَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡخُلۡدِ ۚ ہَلۡ تُجۡزَوۡنَ اِلَّا بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۲۵﴾
Thoemma qieela liel lazieena zalamoe zoeqoe 'azaabal ghoeldie hal toedjzawna iellaa biemaa koentoem taksieboen
10:52 Er zal vervolgens tegen de misdadigers gezegd worden: "Proef de eeuwige straf. Worden jullie vergoed naar het geen jullie deden?"

وَ یَسۡتَنۡۢبِئُوۡنَکَ اَحَقٌّ ہُوَ ؕؔ قُلۡ اِیۡ وَ رَبِّیۡۤ اِنَّہٗ لَحَقٌّ ۚؕؔ وَ مَاۤ اَنۡتُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿۳۵﴾
Wa yastanbie'oenaka 'a haqqoen hoewa qoel iee wa Rabbieee iennahoe lahaqq; wa maaa antoem biemoe'djiezieen
10:53 En ze vragen jou: "Is het waar?" Zeg: "Ja, bij mijn Heer! Voorzeker, het is zonder enige twijfel de waarheid en jullie kunnen er niet aan ontkomen."

وَ لَوۡ اَنَّ لِکُلِّ نَفۡسٍ ظَلَمَتۡ مَا فِی الۡاَرۡضِ لَافۡتَدَتۡ بِہٖ ؕ وَ اَسَرُّوا النَّدَامَۃَ لَمَّا رَاَوُا الۡعَذَابَ ۚ وَ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡقِسۡطِ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۴۵﴾
Wa law anna liekoellie nafsien zalamat maa fiel ardie laftadat bieh; wa asarroen nadaamata lammaa ra awoel 'azaab, wa qoedieya bainahoem bielqiest; wa hoem laa yoezlamoen
10:54 En als elke misdadiger, alles op aarde zou bezitten, dan zou hij zichzelf ermee vrij willen kopen. Ze zullen de spijt (van hun misdaad) in hunzelf voelen, wanneer ze de straf zien. En ze zullen rechtvaardig beoordeeld worden, geen enkel onrecht zal hen worden aangedaan. (Notitie: Op elke dag wordt er wel onrecht gepleegd, behalve op de dag des oordeels. Er zal geen enkel onrecht op die dag worden aangedaan. Zie ook 40:17.)

اَلَاۤ اِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۵﴾
Alaaa ienna liellaahie maa fies samaawaatie wal ard; alaaa ienna wa'dal laahie haqqoew wa laakienna aksarahoem laa ya'lamoen
10:55 Luister! Voorzeker, aan Allah behoort datgeen wat er in de hemelen en op de aarde is. Geen twijfel mogelijk, voorzeker de belofte van Allah is waar. Maar de meeste van hen weten het niet.

ہُوَ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ وَ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۶۵﴾
Hoewa yoehyiee wa yoemieetoe wa ielaihie toerdja'oen
10:56 Hij geeft leven en veroorzaakt dood. En tot Hem zullen jullie terug keren.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَتۡکُمۡ مَّوۡعِظَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ شِفَآءٌ لِّمَا فِی الصُّدُوۡرِ ۬ۙ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃٌ لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۵﴾
Yaaa aiyoehan naasoe qad djaaa'atkoem maw'iezatoen mier Rabbiekoem wa shiefaaa'oel liemaa fies soedoerie wa hoedaw wa rahmatoel liel moe'mienieen
10:57 O mensheid! Voorzeker, er is een vermaning (de Koran) van jullie Heer tot jullie gekomen. Het is een genezing voor jullie harten en een leiding en barmhartigheid voor de gelovigen.

قُلۡ بِفَضۡلِ اللّٰہِ وَ بِرَحۡمَتِہٖ فَبِذٰلِکَ فَلۡیَفۡرَحُوۡا ؕ ہُوَ خَیۡرٌ مِّمَّا یَجۡمَعُوۡنَ ﴿۸۵﴾
Qoel bie fadliel laahie wa bie rahmatiehiee fa bie zaalieka fal yafrahoe hoewa ghairoen miemmaa yadjma'oen
10:58 Zeg: "Laat hen dus zichzelf blij maken met de gunsten van Allah en Zijn Barmhartigheid. Het is beter dan hetgeen ze verzamelen."

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ مَّاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ لَکُمۡ مِّنۡ رِّزۡقٍ فَجَعَلۡتُمۡ مِّنۡہُ حَرَامًا وَّ حَلٰلًا ؕ قُلۡ آٰللّٰہُ اَذِنَ لَکُمۡ اَمۡ عَلَی اللّٰہِ تَفۡتَرُوۡنَ ﴿۹۵﴾
Qoel ara'aitoem maaa anzalal laahoe lakoem mier riezqien fadja'altoem mienhoe haraamaw wa halaalan qoel aaallaahoe aziena lakoem; am 'alal laahie taftaroen
10:59 Zeg: "Hebben jullie gezien wat Allah voor jullie aan voorzieningen heeft neergezonden? Jullie hebben daar van dingen wettig en onwettig gemaakt. "Heeft Allah jullie toestemming ervoor gegeven of verzinnen jullie leugens over Allah?"

وَ مَا ظَنُّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی النَّاسِ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَشۡکُرُوۡنَ ﴿۰۶﴾
Wa maa zannoel lazieena yaftaroena 'alal laahiel kazieba Yawmal Qieyaamah; iennal laaha lazoe fadlien 'alan naasie wa laakienna aksarahoem laa yashkoeroen
10:60 En wat zullen degenen die een leugen over Allah verzinnen denken op de dag des oordeels? Voorzeker, Allah is zeker vol van gunsten voor de mensheid, echter de meesten van hen zijn niet dankbaar.

وَ مَا تَکُوۡنُ فِیۡ شَاۡنٍ وَّ مَا تَتۡلُوۡا مِنۡہُ مِنۡ قُرۡاٰنٍ وَّ لَا تَعۡمَلُوۡنَ مِنۡ عَمَلٍ اِلَّا کُنَّا عَلَیۡکُمۡ شُہُوۡدًا اِذۡ تُفِیۡضُوۡنَ فِیۡہِ ؕ وَ مَا یَعۡزُبُ عَنۡ رَّبِّکَ مِنۡ مِّثۡقَالِ ذَرَّۃٍ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا فِی السَّمَآءِ وَ لَاۤ اَصۡغَرَ مِنۡ ذٰلِکَ وَ لَاۤ اَکۡبَرَ اِلَّا فِیۡ کِتٰبٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۱۶﴾
Wa maa takoenoe fiee sha'niew wa maa tatloe mienhoe mien qoer'aaniew wa laa ta'maloena mien 'amalien iellaa koennaa 'alaikoem shoehoedan iez toefieedoena fieeh; wa maa ya'zoeboe 'ar Rabbieka mien miesqaalie zarratien fiel ardie wa laa fies samaaa'ie wa laaa asghara mien zaalieka wa laaa akbara iellaa fiee Kietaabien Moebieen
10:61 En jij (Mohammed v.z.m.h.) bevindt je niet in een situatie, noch reciteer je van de Koran, noch doen jullie een daad, zonder dat Wij erover getuigen. Zelfs iets met het gewicht van een atoom op de aarde of in de hemelen ontsnapt niet aan jouw Heer. Of zelfs kleiner dan dat of iets groots, het staat vermeld in een duidelijk boek. (Notitie: zie ook 57:22)

اَلَاۤ اِنَّ اَوۡلِیَآءَ اللّٰہِ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿۲۶﴾
Alaa iennaa awlieyaaa'al laahie laa ghawfoen 'alaihiem wa laa hoem yahzanoen
10:62 Luister! Voorzeker, voor de 'Awliya' (helpers, vrienden, supporters, etc.) van Allah (vrome mensen die godvrezend zijn) zal er geen angst zijn, noch zullen ze treuren.

الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ کَانُوۡا یَتَّقُوۡنَ ﴿۳۶﴾
Allazieena aamanoe wa kaanoe yattaqoen
10:63 (Dat zijn) Degenen die geloven en Taqwa hebben (godvrezend zijn).

لَہُمُ الۡبُشۡرٰی فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ فِی الۡاٰخِرَۃِ ؕ لَا تَبۡدِیۡلَ لِکَلِمٰتِ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿۴۶﴾
Lahoemoel boeshraa fiel hayaatied doenyaa wa fiel Aaghierah; laa tabdieela lie kaliemaatiel laah; zaalieka hoewal fawzoel 'azieem
10:64 Voor hen is er goede nieuws gedurende het wereldse leven en in het hiernamaals. Er is geen verandering in Allah's woorden. Dat is de grootste succes.

وَ لَا یَحۡزُنۡکَ قَوۡلُہُمۡ ۘ اِنَّ الۡعِزَّۃَ لِلّٰہِ جَمِیۡعًا ؕ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۵۶﴾
Wa laa yahzoen-ka qawloehoem; iennal 'iezzata liellaahie djamiee'aa; Hoewas Samiee'oel 'Alieem
10:65 En wees niet verdrietig door hun uitspraken. Voorzeker, alle eer behoort aan Allah toe. Hij is As-Samie'oe (de Alhorende), Al-Aliem (de Alwetende).

اَلَاۤ اِنَّ لِلّٰہِ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا یَتَّبِعُ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ شُرَکَآءَ ؕ اِنۡ یَّـتَّبِعُوۡنَ اِلَّا الظَّنَّ وَ اِنۡ ہُمۡ اِلَّا یَخۡرُصُوۡنَ ﴿۶۶﴾
Alaaa ienna liellaahie man fies samaawaatie wa man fiel ard; wa maa yattabie'oel lazieena yad'oena mien doeniel laahie shoerakaaa'; iey yattabie'oena iellaz zanna wa ien hoem iellaa yaghroesoen
10:66 Luister! Voorzeker, aan Allah behoort datgeen wat er in de hemelen en op de aarde is. En degenen die deelgenoten aanroepen volgen (niet het rechte pad). Ze volgen alleen vermoedens en ze doen niets anders dan gissen.

ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ الَّیۡلَ لِتَسۡکُنُوۡا فِیۡہِ وَ النَّہَارَ مُبۡصِرًا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّسۡمَعُوۡنَ ﴿۷۶﴾
Hoewal laziee dja'ala lakoemoel laila lietaskoenoe fieehie wannahaara moebsieraa; ienna fiee zaalieka la Aayaatiel lie qawmiey yasma'oen
10:67 Hij is Degene Die de nacht voor jullie heeft gemaakt zodat jullie kunnen rusten. En de dag heeft Hij gemaakt zodat alles zichtbaar is. Voorzeker, daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat luistert.

قَالُوا اتَّخَذَ اللّٰہُ وَلَدًا سُبۡحٰنَہٗ ؕ ہُوَ الۡغَنِیُّ ؕ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ اِنۡ عِنۡدَکُمۡ مِّنۡ سُلۡطٰنٍۭ بِہٰذَا ؕ اَتَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۶﴾
Qaaloet taghazal laahoe waladan Soebhaanahoe Hoewal Ghanieyyoe lahoe maa fies samaawaatie wa maa fiel ard; ien 'iendakoem mien soeltaanien biehaazaaa; a' taqoeloena 'al allaahie maa laa ta'lamoen
10:68 Ze zeggen: "Allah heeft een zoon genomen." Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Hij! Hij is Zelfvoorzienend, tot Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde bevindt. Jullie hebben geen enkel bevoegdheid voor dit (het toekennen van een zoon aan Allah). Zeggen jullie over Allah iets wat jullie niet weten?

قُلۡ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ لَا یُفۡلِحُوۡنَ ﴿۹۶﴾
Qoel iennal lazieena yaftaroena 'al allaahiel kazieba laa yoefliehoen
10:69 Zeg: "Voorzeker, degenen die leugens over Allah verzinnen zullen geen succes boeken."

مَتَاعٌ فِی الدُّنۡیَا ثُمَّ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ ثُمَّ نُذِیۡقُہُمُ الۡعَذَابَ الشَّدِیۡدَ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۰۷﴾
Mataa'oen fieddoenyaa thoemma ielainaa mardjie'oehoem thoemma noezieeqoehoemoel 'azaabash shadieeda biemaa kaanoe yakfoeroen
10:70 (Voor hen is er) een genieting op de wereld, vervolgens is hun terugkeer tot Ons. Dan zullen Wij hen de zware straf doen proeven, omdat ze niet geloofden.

وَ اتۡلُ عَلَیۡہِمۡ نَبَاَ نُوۡحٍ ۘ اِذۡ قَالَ لِقَوۡمِہٖ یٰقَوۡمِ اِنۡ کَانَ کَبُرَ عَلَیۡکُمۡ مَّقَامِیۡ وَ تَذۡکِیۡرِیۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَعَلَی اللّٰہِ تَوَکَّلۡتُ فَاَجۡمِعُوۡۤا اَمۡرَکُمۡ وَ شُرَکَآءَکُمۡ ثُمَّ لَا یَکُنۡ اَمۡرُکُمۡ عَلَیۡکُمۡ غُمَّۃً ثُمَّ اقۡضُوۡۤا اِلَیَّ وَ لَا تُنۡظِرُوۡنِ ﴿۱۷﴾
Watloe 'alaihiem naba-a-Noehien iez qaala lieqawmiehiee yaa qawmie ien kaana kaboera 'alaikoem maqaamiee wa tazkieeriee bie Aayaatiel laahie fa'alal laahie tawakkaltoe fa adjmie'oeo amrakoem wa shoerakaaa'akoem thoemma laa yakoen amroekoem 'alaikoem ghoemmatan thoemmaq doeo ielaiya wa laa toenzieroen
10:71 En reciteer voor hen de gebeurtenissen van Noeh (Noach). (Gedenk) toen hij tot zijn volk zei: "O mijn mensen! Als mijn verblijf hier en mijn oproep tot het gedenken van Allah's tekenen, voor jullie te zwaar zijn, weet dan dat ik mijn vertrouwen in Allah stel. Dus maken jullie allen, samen met jullie deelgenoten, plannen (tegen mij). En laat er vervolgens geen enkel aarzeling in het uitvoeren van jullie plannen zijn. En voor het plan op mij uit en geef me geen uitstel.

فَاِنۡ تَوَلَّیۡتُمۡ فَمَا سَاَلۡتُکُمۡ مِّنۡ اَجۡرٍ ؕ اِنۡ اَجۡرِیَ اِلَّا عَلَی اللّٰہِ ۙوَ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ مِنَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۲۷﴾
Fa ien tawallaitoem famaa sa altoekoem mien adjrien; ien adjrieya iellaa 'al allaahie wa oemiertoe an akoena mienal moesliemieen
10:72 Maar als jullie je afkeren (van jullie plannen), weet dan dak ik jullie niet om een gunst heb gevraagd. Mijn beloning is alleen bij Allah. Het is mij opgedragen om tot de moslims (degenen die zich overgegeven hebben aan Allah) te behoren.

فَکَذَّبُوۡہُ فَنَجَّیۡنٰہُ وَ مَنۡ مَّعَہٗ فِی الۡفُلۡکِ وَ جَعَلۡنٰہُمۡ خَلٰٓئِفَ وَ اَغۡرَقۡنَا الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ۚ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُنۡذَرِیۡنَ ﴿۳۷﴾
Fa kazzaboehoe fa nadjdjainaahoe wa man ma'ahoe fiel foelkie wa dja'alnaahoem ghalaaa'iefa wa aghraqnal lazieena kazzaboe bie aayaatienaa fanzoer kaifa kaana 'aaqiebatoel moenzarieen
10:73 Echter ze verstootten hem. Dus redden Wij hem en degenen die met hem in de ark waren. Wij maakte hen als opvolgers (van de mensheid) en Wij lieten degenen verdrinken die ons tekenen verwierpen. Zie dus hoe het einde was van degenen die waren gewaarschuwd. (Notitie zie ook 17:3)

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ رُسُلًا اِلٰی قَوۡمِہِمۡ فَجَآءُوۡہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَمَا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡا بِمَا کَذَّبُوۡا بِہٖ مِنۡ قَبۡلُ ؕ کَذٰلِکَ نَطۡبَعُ عَلٰی قُلُوۡبِ الۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۴۷﴾
Thoemma ba'asnaa mien ba'diehiee Roesoelan ielaa qawmiehiem fadjaaa'oehoem biel baiyienaatie famaa kaanoe lieyoe'mienoe biemaa kazzaboe biehiee mien qabl; kazaalieka natba'oe 'alaa qoeloebiel moe'tadieen
10:74 Vervolgens, zonden Wij na hem (Noeh) (andere) boodschappers (voor het waarschuwen) van hun eigen volk. En ze kwamen met duidelijke bewijzen tot hen. Ondanks dat geloofden ze nog steeds niet in datgeen wat ze eerder verworpen hadden. Daarom bezegelen Wij de harten van de overtreders.

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ مُّوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ اِلٰی فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہٖ بِاٰیٰتِنَا فَاسۡتَکۡبَرُوۡا وَ کَانُوۡا قَوۡمًا مُّجۡرِمِیۡنَ ﴿۵۷﴾
Thoemma ba'asnaa mien ba'diehiem Moesaa Wa Haaroena ielaa Fier'awna wa mala'iehiee bie aayaatienaa fastakbaroe wa kaanoe qawman moedjriemieen
10:75 Vervolgens zonden Wij na hen Moesa (Mozes) en Haroen (Aaron) met Onze tekenen naar Farao en zijn ministers. Echter, ze waren hoogmoedig en een zwaar misdadig volk.

فَلَمَّا جَآءَہُمُ الۡحَقُّ مِنۡ عِنۡدِنَا قَالُوۡۤا اِنَّ ہٰذَا لَسِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۶۷﴾
Falammaa djaaa'ahoemoel haqqoe mien 'iendienaa qaaloeo ienna haazaa la siehroen moebieen
10:76 Toen dus Onze waarheid tot hen kwam, zeiden ze: "Voorzeker, het is duidelijk dat dit magie is."

قَالَ مُوۡسٰۤی اَتَقُوۡلُوۡنَ لِلۡحَقِّ لَمَّا جَآءَکُمۡ ؕ اَسِحۡرٌ ہٰذَا ؕ وَ لَا یُفۡلِحُ السّٰحِرُوۡنَ ﴿۷۷﴾
Qaalaa Moesaaa 'a taqoeloena liel haqqie lammmaa djaaa'a koem 'a siehroen haazaa wa laa yoefliehoes saahieroen
10:77 Moesa zei: "Zeggen jullie dit over de waarheid als het tot jullie komt? Is dit magie?! Terwijl (iedereen weet dat) magiërs niet zullen slagen?"

قَالُوۡۤا اَجِئۡتَنَا لِتَلۡفِتَنَا عَمَّا وَجَدۡنَا عَلَیۡہِ اٰبَآءَنَا وَ تَکُوۡنَ لَکُمَا الۡکِبۡرِیَآءُ فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا نَحۡنُ لَکُمَا بِمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۷﴾
Qaaloe adjie'tanaa lietalfietanaa 'ammaa wadjadnaa 'alaihie aabaaa'anaa wa takoena lakoemal kiebrieyaaa'oe fiel ardie wa maa nahnoe lakoemaa bie moe'mienieen
10:78 Ze zeiden: "Ben je tot ons gekomen om ons weg te houden van de pad die onze voorvaders bewandelden? Hebben jullie twee dan macht om iets te zeggen in het land? Wij geloven niet in jullie twee."

وَ قَالَ فِرۡعَوۡنُ ائۡتُوۡنِیۡ بِکُلِّ سٰحِرٍ عَلِیۡمٍ ﴿۹۷﴾
Wa qaala Fier'awnoe' toeniee biekoellie saahierien 'alieem
10:79 En Farao zei: "Breng me alle deskundige magiërs!"

فَلَمَّا جَآءَ السَّحَرَۃُ قَالَ لَہُمۡ مُّوۡسٰۤی اَلۡقُوۡا مَاۤ اَنۡتُمۡ مُّلۡقُوۡنَ ﴿۰۸﴾
Falammaa djaaa'assa haratoe qaala lahoem Moesaaa alqoe maaa antoem moelqoen
10:80 Toen dus de magiërs kwamen, zei Moesa tegen hen: "Werp wat jullie willen werpen."

فَلَمَّاۤ اَلۡقَوۡا قَالَ مُوۡسٰی مَا جِئۡتُمۡ بِہِ ۙ السِّحۡرُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَیُبۡطِلُہٗ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُصۡلِحُ عَمَلَ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۱۸﴾
Falammaaa alqaw qaala Moesaa maa djie'toem biehies siehr; iennal laaha sa yoebtieloehoe; iennal laaha laa yoesliehoe 'amalal moefsiedieen
10:81 Nadat ze geworpen hadden, zei Moesa: "Wat jullie gebracht hebben is alleen magie\toverij. Voorzeker, Allah zal jullie magie te niet doen. Voorzeker, Allah keurt het werk van verderfzaaiers af."

وَ یُحِقُّ اللّٰہُ الۡحَقَّ بِکَلِمٰتِہٖ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۲۸﴾
Wa yoehieqqoel laahoel haqqa bie Kaliemaatiehiee wa law kariehal moedjriemoen
10:82 "En Allah zal de waarheid met Zijn woord vestigen. Ook al hebben de misdadigers er een hekel aan."

فَمَاۤ اٰمَنَ لِمُوۡسٰۤی اِلَّا ذُرِّیَّۃٌ مِّنۡ قَوۡمِہٖ عَلٰی خَوۡفٍ مِّنۡ فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہِمۡ اَنۡ یَّفۡتِنَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ فِرۡعَوۡنَ لَعَالٍ فِی الۡاَرۡضِ ۚ وَ اِنَّہٗ لَمِنَ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۳۸﴾
Famaaa aamana lie-Moesaaa iellaa zoerrieyyatoen mien qawmiehiee 'alaa ghawfien mien Fier'awna wa mala'iehiem 'ay yaftienahoem; wa ienna Fier'awna la'aalien fiel ardie wa iennahoe lamienal moesriefieen
10:83 En door de vrees voor vervolging door Farao en zijn ministers, geloofde niemand, behalve de jongeren onder zijn volk, in Moesa. En voorzeker, Farao was een tiran op aarde. Hij ging alle grenzen te buiten.

وَ قَالَ مُوۡسٰی یٰقَوۡمِ اِنۡ کُنۡتُمۡ اٰمَنۡتُمۡ بِاللّٰہِ فَعَلَیۡہِ تَوَکَّلُوۡۤا اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّسۡلِمِیۡنَ ﴿۴۸﴾
Wa qaala Moesaa yaa qawmie ien koentoem aamantoem biellaahie fa'alaihie tawakkaloeo ien koentoem moesliemieen
10:84 En Moesa zei: "O mijn volk! Als jullie in Allah geloven, stel dan jullie vertrouwen in Hem. Jullie zijn toch moslims (iemand die zich overgeeft aan Allah)?

فَقَالُوۡا عَلَی اللّٰہِ تَوَکَّلۡنَا ۚ رَبَّنَا لَا تَجۡعَلۡنَا فِتۡنَۃً لِّلۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۵۸﴾
Faqaaloe 'alal laahie tawakkalnaa Rabbanaa laa tadj'alnaa fietnatal lielqawmiez zaaliemieen
10:85 Toen zeiden ze: "Op Allah stellen we onze vertrouwen. Onze heer, maak ons niet als een beproeving voor de misdadigers!"

وَ نَجِّنَا بِرَحۡمَتِکَ مِنَ الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۶۸﴾
Wa nadjdjienaa bierahmatieka mienal qawmiel kaafierieen
10:86 "En red ons door Uw Barmhartigheid van het ongelovige volk."

وَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی مُوۡسٰی وَ اَخِیۡہِ اَنۡ تَبَوَّاٰ لِقَوۡمِکُمَا بِمِصۡرَ بُیُوۡتًا وَّ اجۡعَلُوۡا بُیُوۡتَکُمۡ قِبۡلَۃً وَّ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۸﴾
Wa awhainaaa ielaa Moesaa wa aghieehie an tabaw wa aalie qawmiekoema bie Miesra boeyoetaw wadj'aloe boeyoetakoem qieblataw wa aqieemoes Salaah; wa bashshieriel moe'mienieen
10:87 En Wij openbaarden aan Moesa en zijn broer: "Laat jullie mensen zich (tijdelijk) verblijven in de huizen van Egypte. Maak van jullie huizen een gebedsplaats en onderhoud het gebed. En geef het goede nieuws aan de gelovigen."

وَ قَالَ مُوۡسٰی رَبَّنَاۤ اِنَّکَ اٰتَیۡتَ فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَاَہٗ زِیۡنَۃً وَّ اَمۡوَالًا فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۙ رَبَّنَا لِیُضِلُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِکَ ۚ رَبَّنَا اطۡمِسۡ عَلٰۤی اَمۡوَالِہِمۡ وَ اشۡدُدۡ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَلَا یُؤۡمِنُوۡا حَتّٰی یَرَوُا الۡعَذَابَ الۡاَلِیۡمَ ﴿۸۸﴾
Wa qaala Moesaa Rabbanaaa iennaka aataita Fier'awna wa mala ahoe zieenataw wa amwaalan fiel hayaatied doenyaa Rabbanaa lieyoediello 'ansabieelieka Rabbanat mies 'alaaa amwaaliehiem washdoed 'alaa qoeloebiehiem falaa yoe'mienoe hatta yarawoel 'azaabal alieem
10:88 En Moesa zei: "Onze Heer! Voorzeker, U heeft gedurende het wereldse leven, Farao en zijn ministers pracht en praal gegeven. Onze Heer! Ze lieten de mensen ermee van Uw weg afdwalen. Onze heer! Vernietig hun rijkdom en verhard hun harten, zodat ze niet zullen geloven totdat ze de pijnlijke straf zien."

قَالَ قَدۡ اُجِیۡبَتۡ دَّعۡوَتُکُمَا فَاسۡتَقِیۡمَا وَ لَا تَتَّبِعٰٓنِّ سَبِیۡلَ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۹۸﴾
Qaala qad oedjieebad da'watoekoemaa fastaqieemaa wa laa tattabie'aaannie sabieelal lazieena laa ya'lamoen
10:89 Hij (Allah) zei: "Voorzeker, beiden van jullie smeekbeden zijn verhoord. Bewandel dus de rechte pad. En volg niet de weg van mensen die niet weten (de onwetendheid)." (Notitie: Het smeekgebed werd opgezegd door Moesa, zie vorige vers. Maar door het zeggen van "Amien" door Haroen, wordt het gezien als dat beiden het smeekgebed hebben verricht.)

وَ جٰوَزۡنَا بِبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ الۡبَحۡرَ فَاَتۡبَعَہُمۡ فِرۡعَوۡنُ وَ جُنُوۡدُہٗ بَغۡیًا وَّ عَدۡوًا ؕ حَتّٰۤی اِذَاۤ اَدۡرَکَہُ الۡغَرَقُ ۙ قَالَ اٰمَنۡتُ اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا الَّذِیۡۤ اٰمَنَتۡ بِہٖ بَنُوۡۤا اِسۡرَآءِیۡلَ وَ اَنَا مِنَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۰۹﴾
Wa djaawaznaa bie Banieee Israaa'ieelal bahra fa atba'ahoem Fier'awnoe wa djoenoedoehoe baghyaw wa 'adwaa; hattaaa iezaaa adrakahoel gharaqoe qaala aamantoe annahoe laaa ielaaha iellal lazieee aamanat biehiee Banoeo Israaa'ieela wa ana mienal moesliemieen
10:90 En we lieten de kinderen van Israël de zee oversteken. Echter, gedreven door hoogmoed en haat, achtervolgden Farao en zijn leger hen. Op het moment van verdrinking zei hij: "Ik geloof dat er geen deïteit is dan de Enige, waarin de kinderen van Israël geloven. En ik behoor tot de moslims."

آٰلۡـٰٔنَ وَ قَدۡ عَصَیۡتَ قَبۡلُ وَ کُنۡتَ مِنَ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۱۹﴾
Aaal 'aana wa qad 'asaita qabloe wa koenta mienal moefsiedieen
10:91 "Nu?! Terwijl je voorheen ongehoorzaam was en tot een tiran behoorde?" (Notitie, de verklaring van Farao dat hij tot de moslim behoort, wordt niet geaccepteerd. Op het moment dat de dood nadert of dat bijvoorbeeld een groot teken zich voordoet, zoals het opkomen van de zon uit het westen, dan wordt het berouw niet geaccepteerd, zie 6:158.)

فَالۡیَوۡمَ نُنَجِّیۡکَ بِبَدَنِکَ لِتَکُوۡنَ لِمَنۡ خَلۡفَکَ اٰیَۃً ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنَ النَّاسِ عَنۡ اٰیٰتِنَا لَغٰفِلُوۡنَ ﴿۲۹﴾
Falyawma noenadjdjieeka biebadanieka lietakoena lieman ghalfaka Aayah; wa ienna kasieeran mienan naasie 'an aayaatienaa laghaafieloen
10:92 Vandaag zullen Wij jouw lichaam preserveren, zodat je een teken zult zijn voor de komende generaties. En voorzeker, een groot gedeelte van de mensheid bekommeren zich niet om Onze tekenen.

وَ لَقَدۡ بَوَّاۡنَا بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ مُبَوَّاَ صِدۡقٍ وَّ رَزَقۡنٰہُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ ۚ فَمَا اخۡتَلَفُوۡا حَتّٰی جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ یَقۡضِیۡ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۳۹﴾
Wa laqad bawwa'naa Banieee Israaa'ieela moebawwa 'a siedqiew wa razaqnaahoem mienat taiyiebaatie fa maghtalafoe hattaa djaaa'ahmoel 'ielm; ienna Rabbaka yaqdiee bainahoem Yawmal Qieyaamatie fieemaa kaanoe fieehie yaghtaliefoen
10:93 En Wij vestigden de kinderen van Israël in een eerwaardige omgeving. En Wij verschaften hen goede voorzieningen. Echter pas nadat hun kennis was gegeven, raakten ze in verdeeldheid\onenigheid. Voorzeker, jouw Heer zal tussen hen oordelen over de onenigheid op de dag des oordeels.

فَاِنۡ کُنۡتَ فِیۡ شَکٍّ مِّمَّاۤ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ فَسۡـَٔلِ الَّذِیۡنَ یَقۡرَءُوۡنَ الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکَ ۚ لَقَدۡ جَآءَکَ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿۴۹﴾
Fa ien koenta fiee shakkien miemmaaa anzalnaaa ielaika fas'aliel lazieena yaqra'oenal Kietaaba mien qabliek; laqad djaaa'akal haqqoe mier Rabbieka fa laa takoenanna mienal moemtarieen
10:94 Als je (Mohammed v.z.m.h.) twijfelt over datgeen wat Wij aan jou hebben geopenbaard, vraag het dan aan degenen die het boek lezen, die voor jou waren geopenbaard (de Thora en Indjiel). Waarlijk, de waarheid van jouw heer is tot jou gekomen. Dus twijfel niet.

وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَتَکُوۡنَ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۵۹﴾
Wa laa takoenanna mienal lazieena kazzaboe bie Aayaatiel laahie fatakoena mienal ghaasierieen
10:95 En wees niet als degenen die de tekenen van Allah verwerpen. Anders zal je behoren tot degenen die verliezen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ حَقَّتۡ عَلَیۡہِمۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۶۹﴾
Innal lazieena haqqat 'alaihiem Kaliematoe Rabbieka laa yoe'mienoen
10:96 Voorzeker, degenen waarop het woord (de bezegeling van het hart) van jou heer is bekrachtigd, zullen niet geloven.

وَ لَوۡ جَآءَتۡہُمۡ کُلُّ اٰیَۃٍ حَتّٰی یَرَوُا الۡعَذَابَ الۡاَلِیۡمَ ﴿۷۹﴾
Wa law djaaa'at hoem koelloe Aayatien hattaa yarawoel 'azaabal alieem
10:97 Ook al zouden alle tekenen tot hen komen (dan nog zouden ze niet geloven). Ze zullen ongelovig blijven totdat ze de pijnlijke straf zullen zien.

فَلَوۡ لَا کَانَتۡ قَرۡیَۃٌ اٰمَنَتۡ فَنَفَعَہَاۤ اِیۡمَانُہَاۤ اِلَّا قَوۡمَ یُوۡنُسَ ؕ لَمَّاۤ اٰمَنُوۡا کَشَفۡنَا عَنۡہُمۡ عَذَابَ الۡخِزۡیِ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ مَتَّعۡنٰہُمۡ اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۸۹﴾
Falaw laa kaanat qaryatoen aamanat fa nafa'ahaaa ieemaanoehaaa iellaa qawma Yoenoesa lammaaa aamanoe kashafnaa 'anhoem 'azaabal ghiezyie fiel hayaatied doenyaa wa matta'naahoem ielaa hieen
10:98 Is er (eerder) een stad geweest dat geloofde, behalve dan het volk van Joenoes (Jonas), zodat het geloof voordeel had (voor hen)? Toen ze (het volk van Joenoes) geloofden, verwijderden Wij de vernederde straf en gaven hen genietingen gedurende het wereldse leven.

وَ لَوۡ شَآءَ رَبُّکَ لَاٰمَنَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ کُلُّہُمۡ جَمِیۡعًا ؕ اَفَاَنۡتَ تُکۡرِہُ النَّاسَ حَتّٰی یَکُوۡنُوۡا مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۹۹﴾
Wa law shaaa'a Rabboeka la aamana man fiel ardie koelloehoem djamiee'aa; afa anta toekriehoen naasa hattaa yakoenoe moe'mienieen
10:99 En als jouw Heer het had gewild, dan zou iedereen op de aarde hebben geloofd. Wil je dan de mensen dwingen totdat ze geloven?

وَ مَا کَانَ لِنَفۡسٍ اَنۡ تُؤۡمِنَ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ یَجۡعَلُ الرِّجۡسَ عَلَی الَّذِیۡنَ لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۰۰۱﴾
Wa maa kaana lienafsien an toe'miena iellaa bie iezniel laah; wa yadj'aloer riedjsa 'alal lazieena laa ya'qieloen
10:100 En geen mens kan geloven zonder de toestemming van Allah. En Hij legt straf op, op degenen die niet hun verstand gebruiken. (Notitie: Allah leidt niet degene naar het rechte pad met een ziekte in het hart, zoals hoogmoedigheid, misgunning, gierigheid, hypocrisie, etc, dat veroorzaakt wordt door het begaan van hun eigen onrechtvaardige daden. Mensen met een ziekte in de hart oordelen niet op basis van verstand, maar op basis van de ziektes in het hart. Zie 2:10, 22:53, 24:50, 9:125. De remedie\zuivering voor de ziektes in het hart is berouw, zie 11:52, 13:27)

قُلِ انۡظُرُوۡا مَاذَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا تُغۡنِی الۡاٰیٰتُ وَ النُّذُرُ عَنۡ قَوۡمٍ لَّا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۰۱﴾
Qoelien zoeroe maazaa fiessamaawaatie wal ard; wa maa toeghniel Aayaatoe wannoezoeroe 'an qawmiel laa yoe'mienoen
10:101 Zeg: "Kijk dan naar de hemelen en de aarde!" Echter, de tekenen en de waarschuwing hebben geen invloed op de ongelovigen.

فَہَلۡ یَنۡتَظِرُوۡنَ اِلَّا مِثۡلَ اَیَّامِ الَّذِیۡنَ خَلَوۡا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ قُلۡ فَانۡتَظِرُوۡۤا اِنِّیۡ مَعَکُمۡ مِّنَ الۡمُنۡتَظِرِیۡنَ ﴿۲۰۱﴾
Fahal yantazieroena iellaa miesla ayyaamiel lazieena ghalaw mien qabliehiem; qoel fantazieroeo ienniee ma'akoem mienal moentazierieen
10:102 Wachten ze dan alleen (op de straf) net zoals de oude generaties dat deden? Zeg: "Wacht maar! Voorzeker, ik wacht ook."

ثُمَّ نُنَجِّیۡ رُسُلَنَا وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کَذٰلِکَ ۚ حَقًّا عَلَیۡنَا نُنۡجِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۳۰۱﴾
Thoemma noenadjdjiee Roesoelana wallazieena aamanoe; kazaalieka haqqan 'alainaa noendjiel moe'mienieen
10:103 Vervolgens, zullen Wij Onze boodschappers en degenen die geloven redden. Het is een plicht van Ons (Allah) dat Wij de gelovigen redden.

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ شَکٍّ مِّنۡ دِیۡنِیۡ فَلَاۤ اَعۡبُدُ الَّذِیۡنَ تَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ اَعۡبُدُ اللّٰہَ الَّذِیۡ یَتَوَفّٰىکُمۡ ۚۖ وَ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۴۰۱﴾
Qoel yaaa ayyoehan naasoe ien koentoem fiee shakk-ien mien dieeniee fa laa a'boedoel lazieena ta'boedoena mien doeniel laahie wa laakien a'boedoel laahal laziee yatawaffaakoem wa oemiertoe an akoena mienal moe'mienieen
10:104 Zeg: "O mensheid! Als jullie twijfelen over mijn Dien (geloof/levenswijze), weet dan dat ik niet degene aanbidt die jullie naast Allah aanbidden. Ik aanbidt alleen Allah, degene die jullie doet sterven. Het is mij opgedragen om (dit) te geloven." (Notitie zie Surah Al-Kafirun, de 109ste Surah.)

وَ اَنۡ اَقِمۡ وَجۡہَکَ لِلدِّیۡنِ حَنِیۡفًا ۚ وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۵۰۱﴾
Wa an aqiem wadjhaka lieddieenie Hanieefaw wa laa takoenanna mienal moeshriekieen
10:105 En (het is mij opgedragen:) "Wendt jouw gezicht naar de oprechte Dien (geloof/levenswijze) en behoor niet tot de godenaanbidders.

وَ لَا تَدۡعُ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَنۡفَعُکَ وَ لَا یَضُرُّکَ ۚ فَاِنۡ فَعَلۡتَ فَاِنَّکَ اِذًا مِّنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۶۰۱﴾
Wa laa tad'oe mien doeniel laahie maa laa yanfa'oeka wa laa yadoerroek; fa ien fa'alta fa iennaka iezam mienaz zaaliemieen
10:106 En roep niet iets naast Allah aan, wat jou noch voordeel noch nadeel kan brengen. Echter, als je dit wel doet, dan pleeg je een misdaad.

وَ اِنۡ یَّمۡسَسۡکَ اللّٰہُ بِضُرٍّ فَلَا کَاشِفَ لَہٗۤ اِلَّا ہُوَ ۚ وَ اِنۡ یُّرِدۡکَ بِخَیۡرٍ فَلَا رَآدَّ لِفَضۡلِہٖ ؕ یُصِیۡبُ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖ ؕ وَ ہُوَ الۡغَفُوۡرُ الرَّحِیۡمُ ﴿۷۰۱﴾
Wa iey yamsaskal laahoe biedoerrien falaa kaashiefa lahoe iellaa hoe;wa iey yoeriedka bieghairien falaa raaadda liefadlieh; yoesieeboe biehiee may yashaaa'oe mien 'iebaadieh; wa hoewal Ghafoeroer Rahieem
10:107 En wanneer Allah jou met een Doer (ziekte) treft, dan zal er niemand zijn die het weg kan halen, behalve Hij. En indien Hij iets goeds voor je wil, dan is er niemand die Zijn gunst kan tegenhouden. Hij zorgt ervoor dat het toekomt aan degene die Hij wil. Hij is Al-Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Rahiem (zeer Barmhartig naar gelovigen toe). (Notitie: Hier wordt Doer vertaald als ziekte, omdat Allah de enige is die geneest, zie 21:83-84 en 26:80)

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَکُمُ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکُمۡ ۚ فَمَنِ اہۡتَدٰی فَاِنَّمَا یَہۡتَدِیۡ لِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ ضَلَّ فَاِنَّمَا یَضِلُّ عَلَیۡہَا ۚ وَ مَاۤ اَنَا عَلَیۡکُمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۸۰۱﴾
Qoel yaaa ayyoehan naasoe qad djaaa'akoemoel haqqoe mier Rabbiekoem; famanieh tadaa fa iennamaa yahtadiee lie nafsieh; wa man dalla fa iennamaa yadielloe 'alaihaa; wa maaa ana 'alaikoem bie wakieel
10:108 Zeg: "O mensen! Waarlijk, de waarheid van jullie Heer is tot jullie gekomen. Wie dus (daardoor) geleid wordt, het is alleen ten gunste van hemzelf. En wie dwaalt, dwaalt alleen ten nadele van hemzelf. En ik ben geen Wakiel voor jullie." (Notitie: Wakiel betekent beheerder van zaken. Met andere woorden de vers zegt: ik bemoei niet met jullie zaken).

وَ اتَّبِعۡ مَا یُوۡحٰۤی اِلَیۡکَ وَ اصۡبِرۡ حَتّٰی یَحۡکُمَ اللّٰہُ ۚۖ وَ ہُوَ خَیۡرُ الۡحٰکِمِیۡنَ ﴿۹۰۱﴾
Wattabie' maa yoehaaa ielaika wasbier hattaa yahkoemal laah; wa Hoewa ghairoel haakiemieen
10:109 En volg wat aan jou (Mohammed v.z.m.h.) is geopenbaard. Wees geduldig totdat Allah oordeelt. Hij is de beste der rechters.

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige m.b.t. iedereen, maar tijdelijk van duur), Ar-Rahiem (Degenen Die altijd Barmhartig zal zijn voor de gelovigen)
الٓرٰ ۟ کِتٰبٌ اُحۡکِمَتۡ اٰیٰتُہٗ ثُمَّ فُصِّلَتۡ مِنۡ لَّدُنۡ حَکِیۡمٍ خَبِیۡرٍ ۙ﴿۱﴾
Alief-Laaam-Raa; Kietaaboen oehkiemat Aayaatoehoe soemma foessielat miel ladoen Hakieemien ghabieer
11:1 Alief Laam Ra. (Dit is) een Boek waarvan de verzen vervolmaakt zijn. Uitgelegd in details door Al-Hakiem (Al-Wijze), Al-Ghabier (degene die bekend is met alles).

اَلَّا تَعۡبُدُوۡۤا اِلَّا اللّٰہَ ؕ اِنَّنِیۡ لَکُمۡ مِّنۡہُ نَذِیۡرٌ وَّ بَشِیۡرٌ ۙ﴿۲﴾
Allaa ta'boedoeo iellal laah; iennaniee lakoem mienhoe nazieeroew wa bashieer
11:2 (De fundamentele boodschap erin is:) "Aanbidt Allah alleen! Voorzeker, ik (Mohammed v.z.m.h.) ben een waarschuwer en een brenger van goed nieuws voor jullie van Hem (Allah).

وَّ اَنِ اسۡتَغۡفِرُوۡا رَبَّکُمۡ ثُمَّ تُوۡبُوۡۤا اِلَیۡہِ یُمَتِّعۡکُمۡ مَّتَاعًا حَسَنًا اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی وَّ یُؤۡتِ کُلَّ ذِیۡ فَضۡلٍ فَضۡلَہٗ ؕ وَ اِنۡ تَوَلَّوۡا فَاِنِّیۡۤ اَخَافُ عَلَیۡکُمۡ عَذَابَ یَوۡمٍ کَبِیۡرٍ ﴿۳﴾
Wa anies taghfieroe Rabbakoem soemma toeboeo ielaihie yoemattie'koem mataa'an hasanan ielaaa adjaliem moesammaw wa yoe'tie koella ziee fadlien fadlahoe wa ien tawallaw fa iennieee aghaafoe 'alaikoem 'azaaba Yawmien Kabieer
11:3 Zoek naar vergiffenis van jullie Heer en keer in berouw tot Hem. Hij zal jullie van het goede laten genieten voor een bepaalde tijd. En geef aan iedereen die goede daden verricht, het nieuws van het verkrijgen van Zijn beloning. Echter als jullie je afkeren, voorzeker, dan vrees ik voor jullie de straf op de grote dag. (Notitie: zie ook 71:10-12 en 11:52 m.b.t. het vragen van vergiffenis in relatie tot het verkrijgen van beloning van Allah. Zie 2:261 m.b.t. het belonen van Allah van goede daden.)

اِلَی اللّٰہِ مَرۡجِعُکُمۡ ۚ وَ ہُوَ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۴﴾
Ilal laahie mardjie'oekoem wa Hoewa 'alaa koellie shai'ien Qadieer
11:4 Tot Allah is jullie terugkeer. En Hij is over alles Qadier (Degene Die in staat om alles te kunnen doen)." (Notitie: Dit is de boodschap die alle profeten hebben verkondigt, zie 11:25-26)

اَلَاۤ اِنَّہُمۡ یَثۡنُوۡنَ صُدُوۡرَہُمۡ لِیَسۡتَخۡفُوۡا مِنۡہُ ؕ اَلَا حِیۡنَ یَسۡتَغۡشُوۡنَ ثِیَابَہُمۡ ۙ یَعۡلَمُ مَا یُسِرُّوۡنَ وَ مَا یُعۡلِنُوۡنَ ۚ اِنَّہٗ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۵﴾
Alaa iennahoem yasnoena soedoerahoem lieyastaghfoe mienh; alaa hieena yastaghshoena sieyaabahoem ya'lamoe maa yoesierroena wa maa yoe'lienoen; iennahoe 'alieemoen biezaaties soedoer
11:5 Kijk! Ze bedekken hun harten door hem (Mohammed v.z.m.h) te ontwijken (zie 71:7). Voorzeker, zelfs als ze zich verstoppen met hun kledingstukken, weet Hij (Allah) wat ze verbergen of wat ze kenbaar maken. Voorzeker, Hij is Aliem (Alwetend) over wat in de harten is.


www.heiligekoran.nl